SP 4.0 - Fitnessapparatuur COMPEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SP 4.0 COMPEX in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fitnessapparatuur in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SP 4.0 - COMPEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SP 4.0 van het merk COMPEX.
GEBRUIKSAANWIJZING SP 4.0 COMPEX
2. Hoe werkt elektrostimulatie? 128
3. Hoe werkt de MI-technologie (musculaire intelligentie)? 130
4. Apparaatfunctie 131
Inhoud van de set en accessoires 131 Beschrijving van het apparaat 132 Plaatsen van de batterij 133 Aansluitingen 134 Voorlopige instellingen 134 Een categorie kiezen 134 Een programma selecteren 135 MI-scantest 136 Aanpassen van de stimulatie-intensiteiten 136 Voortgang van het programma 137 Einde van een programma 138 Ladingsniveau en opladen van de batterij 138
5. Probleemoplossing 140
6. Onderhoud van het apparaat 143
Het wordt ten zeerste aanbevolen deze instructies en de contra-indicaties en veiligheidsmaatregelen zorgvuldig door te lezen voordat u de stimulator gebruikt.127
Zie de instructies REF Referentienummer De stimulator is een apparaat van klasse II met ingebouwde voeding en toegepaste onderdelen van type BF. LOT Batchnummer Naam en adres van de fabrikant
Medisch apparaat Naam en adres van de geautoriseerde vertegenwoordiger in de Europese Unie
Serienummer Dit apparaat moet gescheiden van huishoudelijk afval worden afgevoerd en naar speciale inzamelpunten worden gebracht voor recycling en herwinning van grondstoffen UDI Unieke apparaatidentificatie De stand-byknop is multifunctioneel Bij voorkeur te gebruiken vóór Beschermen tegen zonlicht Herkomst en productiedatum Op een droge plaats bewaren Relatieve luchtvochtigheid IP20 on the unit Dit is een indicatie van de bescherming tegen indringen van water en fijnstof. Het IP20- teken op uw apparaat betekent: het apparaat is beschermd tegen indringen van vaste voorwerpen met een diameter van 12,5 mm en groter. Niet beschermd tegen water. Temperatuur IP02 on the case IP02 op de draagkoffer betekent: beschermd tegen binnendringen van waterdruppels van een douche of van regen. Atmosferische druk LATEX Bevat geen latex CE-markering met nummer van de meldingsinstantie128
Bij elektrostimulatie worden zenuwvezels gestimuleerd door elektrische impulsen die via elektroden worden afgegeven. De elektrische impulsen van Compex-stimulatoren zijn van hoge kwaliteit, veilig, comfortabel en effectief, en stimuleren diverse soorten zenuwvezels:
1. Motorische zenuwen, voor het stimuleren van een spiercontractie, elektromusculaire stimulatie
2. Bepaalde soorten sensorische zenuwvezels, om analgetische effecten en pijnverlichting te verkrijgen.
1. STIMULATIE VAN MOTORISCHE ZENUWEN (EMS)
Bij willekeurige activiteit sturen de hersenen een signaal voor samentrekking van een spier, dat vervolgens aan zenuwvezels wordt overgedragen in de vorm van een elektrisch signaal. Dit signaal wordt naar de spiervezels gestuurd, die daardoor samentrekken. Het principe van elektrostimulatie bootst precies het proces na dat bij een willekeurige contractie plaatsvindt. De stimulator stuurt een exciterende elektrische impuls naar de zenuwvezels. Deze excitatie wordt overgedragen aan de spiervezels en leidt tot een eenvoudige mechanische respons (= een spiersamentrekking). Dit is de basisvoorwaarde voor spiercontractie. De spierrespons is in alle opzichten identiek aan spierarbeid die door de hersenen wordt aangestuurd. Met andere woorden, de spier maakt geen onderscheid tussen een door de hersenen of door de stimulator gestuurd signaal. Programma-instellingen (aantal impulsen per seconde, duur van de contractie, rustduur, totale programmaduur) bepalen de diverse soorten arbeid voor de spier, afhankelijk van de spiervezel. Diverse soorten spiervezels kunnen worden onderscheiden, afhankelijk van hun respectievelijke contractiesnelheid: langzame, intermediaire en snelle vezels. Een sprinter heeft duidelijk meer snelle spiervezels en een marathonloper heeft meer langzame vezels. Met een goede kennis van de menselijke fysiologie en volledige controle over de stimulatie-instellingen van de diverse programma’s kan spierarbeid specifiek worden afgestemd op het bereiken van het gewenste doel (spierversterking, verhoogde bloedcirculatie, versteviging, enz.).129
Elektrische impulsen kunnen ook sensorische zenuwen exciteren om een analgetische werking of pijnverlichting te bereiken. Stimulatie van tactiele sensorische zenuwvezels blokkeert de pijn die aan het zenuwstelsel wordt doorgegeven. Stimulatie van een ander type zenuwvezel verhoogt de productie van endorfines en reduceert de pijn op die manier. Met pijnverlichtingsprogramma’s kan elektrostimulatie worden gebruikt om acute of chronische gelokaliseerde pijn en spierpijn te behandelen. Let op: Gebruik pijnverlichtingsprogramma’s niet gedurende langere tijd zonder medisch advies.
VOORDELEN VAN ELEKTROSTIMULATIE
Elektrostimulatie is een zeer werkzame methode om spierarbeid te bewerkstelligen:
- met een aanzienlijke verbetering van diverse spiereigenschappen
- zonder cardiovasculaire of mentale vermoeidheid
- met geringe belasting van gewrichten en pezen. Elektrostimulatie maakt het daardoor mogelijk meer spierarbeid te verrichten dan bij vrijwillige activiteit. Compex adviseert uw elektrostimulatie voor optimale resultaten aan te vullen met andere activiteiten, zoals:
- regelmatige lichaamsbeweging
- een evenwichtig en gezond dieet
- een evenwichtige leefstijl130
(MUSCULAIRE INTELLIGENTIE)? Voor de MI-functies moet de MI-sensorkabel (niet bij alle apparaten beschikbaar) worden aangesloten op de stimulator. MI-SCAN Vlak voor het begin van een werksessie test de MI-scan de geselecteerde spiergroep en stelt de stimulator automatisch in op de exciteerbaarheid van dat deel van het lichaam, afhankelijk van uw fysiologie. Deze functie resulteert in een korte testsequentie aan het begin van het programma, waarbij metingen worden gedaan. Aan het einde van de test moet de intensiteit worden verhoogd om het programma te starten. MI-TENS De MI-tensfunctie beperkt ongewilde spiercontracties op pijnlijke plekken. Bij iedere verhoging door de gebruiker van de intensiteit vindt een testfase plaats, en als een spiercontractie wordt gedetecteerd, reduceert het apparaat de intensiteit van de stimulatie automatisch. Deze functie is alleen beschikbaar bij TENS-, epicondylitis- en tendinitsprogramma’s. MI-RANGE De MI-rangefunctie geeft het ideale bereik aan voor instellen van de stimulatie-intensiteit, die in de volgende programma’s moeten worden gebruikt: herstel, massage, capillarisatie en spierpijn. Wanneer het apparaat het ideale intensiteitsbereik heeft vastgesteld, verschijnt een vinkje op het scherm. Voor optimale arbeid moet de intensiteit binnen dit bereik worden gehouden. Niet alle apparaten beschikken over MI-technologie. De onderstaande tabel geeft weer over welke functies elk apparaat beschikt.
INSTRUCTIES 4528181 1 4528181 1 4528181 1 4528181 1 Gebruik dit apparaat alleen met de door Compex aanbevolen kabels, batterij, voedingsadapter en accessoires.132
A Aan/uit-knop B Aansluitingen voor de vier stimulatiekabels C Stimulatiekabels D +/- knoppen voor de vier stimulatiekanalen E I-knop, waarmee:
- de intensiteiten op meerdere kanalen tegelijk kan worden verhoogd
- de vijf laatstgebruikte programma’s kunnen worden opgeroepen E Laadaansluiting (schuif de rode afdekking naar rechts om de laadaansluiting bloot te leggen) F Batterijvak G Houder voor riemclip
Open het batterijvakdeksel en plaats de batterij met het etiket naar boven, zodat de + en - tegenover de contacten van het apparaat liggen. Plaats het batterijvakdeksel terug. Als het apparaat langer dan drie maanden niet zal worden gebruikt, controleer dan of de batterij geheel opgeladen is. Als het apparaat langer dan zes maanden niet zal worden gebruikt, controleer dan of de batterij volledig geladen is en neem hem uit de stimulator. Schakel de stimulator uit voordat u de batterij eruit neemt. AANSLUITINGEN
AANSLUITING VAN DE LADER
Verwijder alle stimulatiekabels van de stimulator voordat u de batterij oplaadt. Sluit de lader aan op een stopcontact en sluit de stimulator aan door de rode afdekking naar rechts weg te schuiven, zodat de laadaansluiting bloot komt te liggen. Het wordt ten zeerste aanbevolen de batterij voor het eerste gebruik volledig op te laden om de prestaties en de levensduur ervan te optimaliseren.
AANSLUITEN VAN DE KABELS
De kabels van de stimulator worden aangesloten op de vier aansluitingen aan de voorkant van het apparaat. De MI-sensorkabel (indien beschikbaar bij het apparaat) kan op ieder contact van de stimulator worden aangesloten. COMPEX COMPEX134
VOORLOPIGE INSTELLINGEN Voor het eerste gebruik kunt u diverse instellingen vastleggen. Dit instellingenscherm kan vervolgens worden opgeroepen door het apparaat uit te schakelen en de aan/uit-knop langer dan twee seconden ingedrukt te houden. B Druk op de +/- knop van kanaal 1 om de gewenste taal in te stellen. C Druk op de +/- knop van kanaal 2 om het schermcontrast in te stellen. D Druk op de +/- knop van kanaal 3 om het volume in te stellen. E Druk op de +/- knop van kanaal 4 om de achtergrondverlichting in te stellen. ON: achtergrondverlichting altijd aan. OFF: achtergrondverlichting altijd uit. AUTO: achtergrondverlichting wordt steeds geactiveerd wanneer een knop wordt ingedrukt. A Druk op de aan/uit-knop om uw keuzes te bevestigen en op te slaan. De instellingen worden onmiddellijk toegepast.
EEN CATEGORIE KIEZEN
NB De volgende schermen zijn algemene voorbeelden, maar ze werken op dezelfde manier, ongeacht welk apparaat u hebt. Druk kort op de aan/uit-knop om het apparaat in te schakelen. Selecteer de gewenste categorie voordat u een programma selecteert. A Druk op de aan/uit-knop om het apparaat uit te schakelen. B Druk op de +/- knop van kanaal 1 om een categorie te selecteren. E Druk op de +/- knop van kanaal 4 om uw selectie te bevestigen. A B C D E A B E135
TOP 5 Druk op de I-knop om naar de vijf laatstgebruikte programma’s te gaan. Selecteer van daaruit het gewenste programma en start het.
EEN PROGRAMMA SELECTEREN
A Druk op de aan/uit-knop om terug te keren naar het vorige scherm. B Druk op de +/- knop van kanaal 1 om een programma te selecteren. E Druk op de +/- knop van kanaal 4 om de selectie te bevestigen en de stimulatiesessie te beginnen. NB Na selectie van een programma kan een aanvullend scherm verschijnen waarin gevraagd wordt de programmacyclus te selecteren. Selecteer de gewenste cyclus en druk vervolgens op de +/- knop van kanaal 4 om de selectie te bevestigen en de stimulatiesessie te beginnen. Het wordt aanbevolen met de eerste cyclus te beginnen en de cyclus te wijzigen wanneer deze is voltooid, normaliter na vier à zes weken bij drie sessies per week. Het is ook van belang dat tijdens de sessies aanzienlijke stimulatie-intensiteiten zijn bereikt voordat u verdergaat met een andere cyclus. Aan het einde van de cyclus kunt u een nieuwe cyclus starten of een onderhoudstraining uitvoeren, met één sessie per week. A B E136
MI-SCANTEST NB Zie het hoofdstuk “Hoe MI-technologie werkt”. Als de MI-sensorkabel is aangesloten, begint de MI-scantest onmiddellijk nadat het programma is geselecteerd. A Druk op de aan/uit-knop om de test te stoppen De +/- knoppen van de vier kanalen zijn gedurende de test inactief.
AANPASSEN VAN DE STIMULATIE-INTENSITEITEN
Wanneer u een programma start, wordt u gevraagd de stimulatie-intensiteiten te verhogen. Deze stap is essentieel voor het succes van de sessie. 1 Programmaduur in minuten en seconden 2 Voortgangsbalk van het programma. Meer informatie over hoe het werkt, vindt u in de volgende paragraaf: ‘Voortgang van het programma’ A Druk op de aan/uit-knop om het apparaat in de pauzestand te zetten. B C D E De vier kanalen knipperen van + tot 000. De stimulatie-intensiteit moet worden verhoogd om stimulatie te kunnen starten. Druk daartoe op de +-knoppen van de desbetreffende kanalen totdat de gewenste instelling is bereikt. NB Om de intensiteiten van meerdere kanalen tegelijk te verhogen, drukt u op de I-knop en verhoogt u vervolgens de intensiteiten. De onderling afhankelijke kanalen worden in wit op een zwarte achtergrond weergegeven.
De eigenlijke stimulatie start wanneer de intensiteit van de stimulatie is verhoogd. De onderstaande voorbeelden verduidelijken de algemene regels. Afhankelijk van het programma kunnen er kleine verschillen zijn. 1 Resterende tijd (in minuten en seconden) tot het einde van het programma 2 De balk die de duur van de contractie en de duur van de actieve rust aangeeft, wordt alleen tijdens de arbeidssequentie weergegeven 3 Sessiesequenties 4 Warm-up 5 Arbeidsperiode 6 Ontspanning A Druk op de aan/uit-knop om het programma tijdelijk te onderbreken. Om het programma te hervatten, hoeft u slechts op de +/- knop van kanaal 4 te drukken. De sessie wordt hervat met 80% van de intensiteit van voor de onderbreking. NB In de pauzestand kan met de knop direct worden overgeschakeld naar de volgende sequentie. NB In de pauzestand, en afhankelijk van het programma, kunnen gebruiksstatistieken worden weergegeven: MAX = de maximaal bereikte intensiteit per kanaal tijdens de contractiefasen AVG = de gemiddeld bereikte intensiteit over alle kanalen die tijdens de contractiefasen werd toegediend B C D E De diverse intensiteiten die tijdens de contractiefase werden bereikt, worden weergegeven door een reeks verticale zwarte balken. De intensiteit tijdens de rustfase wordt weergegeven door gearceerde balken. Zoals u ziet, worden de stimulatie-intensiteiten voor de actieve rustfase automatisch op 50% van de contractie-intensiteiten ingesteld. Deze kunnen tijdens de rustfase worden veranderd. Als deze eenmaal zijn veranderd, zijn ze volledig onafhankelijk van de contractie-intensiteiten.
Aan het einde van een sessie wordt het volgende scherm weergegeven. Om de stimulator te stoppen drukt u op de aan/uit-knop. NB Afhankelijk van het programma kunnen gebruiksstatistieken worden weergegeven (zie de vorige paragraaf, ‘Voortgang van het programma’)
LADINGSNIVEAU EN OPLADEN VAN DE BATTERIJ
De prestaties van de batterij hangen af van het programma en de toegepaste stimulatie-intensiteit. Het wordt ten zeerste aanbevolen de batterij voor het eerste gebruik volledig op te laden om de prestaties en de levensduur ervan te optimaliseren. Gebruik altijd de door Compex meegeleverde lader om de batterij op te laden. Als het apparaat langer dan drie maanden niet zal worden gebruikt, controleer dan of de batterij geheel opgeladen is. Als het apparaat langer dan zes maanden niet zal worden gebruikt, controleer dan of de batterij volledig geladen is en neem hem uit de stimulator. Schakel de stimulator uit voordat u de batterij eruit neemt.
LADINGSNIVEAU VAN DE BATTERIJ
Het ladingsniveau van de batterij wordt weergegeven door een batterijpictogram, linksonder op het scherm. Het batterijpictogram knippert wanneer de batterij helemaal leeg is. Het apparaat kan dan niet meer worden gebruikt. Laad de batterij onmiddellijk op. OPLADEN Verwijder alle stimulatiekabels van de stimulator voordat u de batterij oplaadt. Sluit de lader aan op een stopcontact en sluit de stimulator aan door de rode afdekking naar rechts weg te schuiven, zodat de laadaansluiting bloot komt te liggen.139
Het hieronder afgebeelde oplaadmenu wordt automatisch weergegeven. De duur van het opladen wordt op het scherm weergegeven. Zodra het laden gereed is, begint het batterijpictogram te knipperen. Ontkoppel de lader. De stimulator wordt dan automatisch uitgeschakeld.140
ELEKTRODESTORING Het apparaat laat een toon horen en geeft afwisselend het elektrodenpaarsymbool en een pijl naar het kanaal waarop het probleem is gedetecteerd weer. In het bovenstaande voorbeeld heeft de stimulator een fout ontdekt op kanaal 1. Controleer of de elektroden op dit kanaal zijn aangesloten. Probeer het met nieuwe elektroden als de elektroden oud of versleten zijn, en/of als het contact slecht is. Probeer de stimulatiekabel op een ander kanaal. Als de kabel nog steeds niet goed werkt, vervang deze dan (www.compexstore.com).
STIMULATIE VEROORZAAKT NIET HET GEBRUIKELIJKE GEVOEL
Controleer of alle instellingen correct zijn en controleer of de elektroden juist geplaatst zijn. Wijzig de positie van de elektroden enigszins.
STIMULATIE VEROORZAAKT EEN ONPRETTIG GEVOEL
De elektroden verliezen hun hechtkracht en maken niet meer voldoende contact met de huid. De elektroden zijn versleten en moeten worden vervangen. Wijzig de positie van de elektroden enigszins.141
Wanneer tijdens het gebruik een foutmeldingsscherm wordt weergegeven, noteer dan het foutnummer (in het voorbeeld is het foutnummer 1/0/0) en neem contact op met het door Compex erkende klantenservicecentrum. HET LADINGSNIVEAU VAN DE BATTERIJ IS ERG LAAG Als het volgende scherm verschijnt, schakel het apparaat dan uit en sluit de lader aan. Als het ladingsniveau van de batterij erg laag is, begint een herstelcyclus die twee minuten duurt.142
Als die gereed is en de batterij naar behoren werkt, wordt het laden gestart; in dit geval wordt ten zeerste aanbevolen de batterij op te laden en weer te ontladen door op de knop van kanaal 4 te drukken en deze cyclus, die maximaal 12 uur kan duren, te starten. Als er echter een defect wordt gevonden, verschijnt het volgende scherm en moet de batterij worden vervangen.143
GARANTIE Zie bijsluiter. ONDERHOUD Reinigen met een zachte doek en een reinigingsmiddel op alcoholbasis zonder oplosmiddelen. Gebruik bij het reinigen van het apparaat zo weinig mogelijk vloeistof. Open de stimulator en de lader niet; ze bevatten hoogspanningscomponenten die elektrocutie kunnen veroorzaken. Het openen moet worden uitgevoerd door door Compex erkende monteurs of reparatiediensten. Uw stimulator hoeft niet gekalibreerd te worden. Als uw stimulator onderdelen bevat die er versleten of defect uitzien, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde klantenservicecentrum van Compex.
VOCHTIGHEID 75% 30% tot 75% ATMOSFERISCHE DRUK tussen 700 hPa en 1060 hPa tussen 700 hPa en 1060 hPa Niet gebruiken op plaatsen met explosiegevaar. AFVOEREN Batterijen moeten worden afgevoerd in overeenstemming met de geldende nationale regelgeving. Alle producten met een AEEA-etiket (een doorgestreepte afvalbak met wielen) moeten gescheiden van huishoudelijk afval worden afgevoerd en naar speciale inzamelpunten worden gebracht voor recycling en herwinning van grondstoffen.144
ALGEMENE INFORMATIE 94121x oplaadbare nikkel-metaalhydridebatterij (NiMH) (4,8 V / ≥ 1200 mA/h). Batterijladers: alleen laadapparaten met onderdeelnummer 6830xx mogen worden gebruikt om de met de stimulator meegeleverde batterijen op te laden. NEUROSTIMULATIE Alle opgegeven elektrische specificaties gelden bij een weerstand van 500 tot 1000 ohm per kanaal. Kanalen: vier onafhankelijke en individueel instelbare kanalen, elektrisch van elkaar geïsoleerd. Impulsvorm: constante rechthoekstroom met pulscompensatie voor het elimineren van gelijkspanningscomponenten, om restpolarisatie op huidniveau te voorkomen. Maximale pulsintensiteit: 120 mA. Verhoging van de pulsintensiteit: handmatige instelling van stimulatie-intensiteit tussen 0 en 999 (energie) in stappen van minimaal 0,5 mA. Pulsamplitude: tussen de 60 en 400 μs. Maximale elektrische lading per puls: 96 microcoulomb (2 x 48 μC, gecompenseerd). Standaard pulsstijgtijd: 3 μs (20%-80% van de maximale stroom). Pulsfrequentie: 1 tot 150 Hz. INFORMATIE OVER ELEKTROMAGNETISCHE COMPATIBILITEIT (EMC) DE stimulator is ontworpen voor gebruik in normale woonomgevingen, goedgekeurd in overeenstemming met veiligheidsnorm EMC EN 60601-1-2. Dit apparaat zendt slechts zeer zwakke golven in het radiospectrum (RF) uit en de kans op storing van nabijgelegen elektronische apparatuur (radio’s computers, telefoons, enz.) is gering. De stimulator is ontworpen om weerstand te bieden aan gebruikelijke storingen door elektrostatische ontlading, magnetische velden van de stroomvoorziening en apparaten die radiogolven uitzenden. Het is echter niet mogelijk om te garanderen dat de stimulator geen invloed ondervindt van krachtige RF (radiofrequente) velden van bijvoorbeeld mobiele telefoons. Neem contact op met Compex voor meer gedetailleerde informatie over elektromagnetische emissies en immuniteit.145
NORMEN Om uw veiligheid te waarborgen, is de stimulator ontworpen, gefabriceerd en gedistribueerd in overeenstemming met de voorwaarden van de geamendeerde Europese Richtlijn 93/42/EEG betreffende medische hulpmiddelen. De stimulator voldoet tevens aan de normen IEC 60601-1 betreffende de algemene veiligheid van medisch- elektrische hulpmiddelen, IEC 60601-1-2 betreffende elektromagnetische compatibiliteit en IEC 60601-2-10 betreffende speciale veiligheidseisen voor zenuw- en spierstimulatoren In overeenstemming met de geldende internationale normen moet een waarschuwing worden gegeven over het aanbrengen van elektroden op de borst (verhoogde kans op hartfibrillatie). De stimulator voldoet tevens aan Richtlijn 2002/96/EEG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA).146
De Compex vereist bijzondere voorzorgen met betrekking tot de EMC en moet geïnstalleerd en in dienst gesteld worden volgens de in deze handleiding verstrekte informatie over de EMC. Alle draadloze zendapparaten met RF kunnen de Compex beïnvloeden. Het gebruik van andere dan door de fabrikant aanbevolen accessoires, sensors en kabels kan de emissies versterken of de immuniteit van de Compex verminderen. De Compex mag niet gebruikt worden op of naast een ander apparaat. Als het gebruik op of naast een ander apparaat onvermijdelijk is, moet men de goede werking van de Compex in deze configuratie controleren. AANBEVELINGEN EN VERKLARING VAN DE FABRIKANT ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIE De Compex is ontworpen voor gebruik in de hierna vermelde elektromagnetische omgeving. De klant of gebruiker van de Compex moet zich ervan verzekeren dat hij in een dergelijke omgeving gebruikt wordt. EMISSIETEST CONFORMITEIT ELEKTROMAGNETISCHE OMGEVING - GIDS CISPR 11 Emissies RF Groep 1 De Compex gebruikt RF-energie uitsluitend voor zijn interne werking. Hij geeft dan ook uiterst weinig straling af en kan geen storing veroorzaken in een naburig elektronisch apparaat. CISPR 11 Emissies RF Klasse B Harmonische emissies
Klasse A De Compex is geschikt voor gebruik in alle instellingen, met inbegrip van privéwoningen en plaatsen die direct aangesloten zijn op het openbare laagspanningselektriciteitsnet dat residentiële gebouwen voedt. Spanningsschommelingen / emissieschommelingen
AANBEVELINGEN EN VERKLARING VAN DE FABRIKANTOPMERKING- ELEKTROMAGNETISCHE IMMUNITEIT De Compex is ontworpen voor gebruik in de hierna vermelde elektromagnetische omgeving. De klant of gebruiker van de Compex moet zich ervan verzekeren dat hij in een dergelijke omgeving gebruikt wordt. IMMUNITEITSTEST TESTNIVEAU IEC 60601 NALEVINGSNIVEAU ELEKTROMAGNETISCHE
± 6 kV bij contact ± 8 kV in de lucht ± 6 kV bij contact ± 8 kV in de lucht De vloeren moeten van hout, beton of ceramische tegels zijn. Als de vloeren met kunststof bekleed zijn, moet de relatieve luchtvochtigheid minimum 30% bedragen. Electrical fast transient/burst immunity test
± 2 kV voor elektrische voedingslijnen ± 1 kV voor ingangs/uitgangslijnen ±2kV (power lines) Not Applicable (I/O lines) De kwaliteit van het stroomnet moet overeenkomen met die van een typische commerciële of ziekenhuisomgeving. Surge immunity test
± 1 kV differentiaalmodus ± 2 kV gemeenschappelijke modus ±1kV Line to Line Not Applicable (Line to Earth) De kwaliteit van het stroomnet moet overeenkomen met die van een typische commerciële of ziekenhuisomgeving. Voltage dips, short interruptions and voltage variations immunity test
<5% UT (dalen > 95% van UT) gedurende 0,5 cyclus <40% UT (dalen > 60% van UT) gedurende 5 cycli <70% UT (dalen > 30% van UT) gedurende 25 cycli <5% UT (dalen > 95% van UT) gedurende 5 cycli <5% UT (dalen > 95% van UT) gedurende 0,5 cyclus <40% UT (dalen > 60% van UT) gedurende 5 cycli <70% UT (dalen > 30% van UT) gedurende 25 cycli <5% UT (dalen > 95% van UT) gedurende 5 cycli De kwaliteit van het stroomnet moet overeenkomen met die van een typische commerciële of ziekenhuisomgeving. Indien men de Compex wil blijven gebruiken tijdens stroomonderbrekingen, is het aanbevolen de Compex met een beveiligde stroomvoorziening of met batterijen te voeden. Power frequency magnetic field immunity test (50/60 Hz) CEI 61000-4-8 3 A/m 3 A/m De magnetische velden met de frequentie van het stroomnet moeten de kenmerken bezitten van een representatieve plaats in een typische commerciële of ziekenhuisomgeving. OPMERKING:: UT is de wisselspanning van het net voor de toepassing van een testniveau.148
AANBEVELINGEN EN VERKLARING VAN DE FABRIKANTOPMERKING- ELEKTROMAGNETISCHE IMMUNITEIT De Compex is ontworpen voor gebruik in de hierna vermelde elektromagnetische omgeving. De klant of gebruiker van de Compex moet zich ervan verzekeren dat hij in een dergelijke omgeving gebruikt wordt. IMMUNITEITSTEST TESTNIVEAU IEC 60601 NALEVINGSNIVEAU ELEKTROMAGNETISCHE OMGEVING - AANBEVELINGEN RF geleid
3 Vrms 150 kHz tot 80 MHz 3 V/m 80 MHz tot 2.5 GHz 10 V/m 26 MHz tot 1 GHz 3Vrms 3V/m 10V/m Draagbare en mobiele communicatietoestellen met RF mogen niet in de omgeving van de Compex en zijn kabels gebruikt worden op een afstand die kleiner is dan een aanbevolen afstand, berekend aan de hand van de formule die overeenkomt met de frequentie van de zender. Aanbevolen afstand d = 1.2 √P d = 1.2 √P 80 MHz tot 800 MHz d = 2.3 √P 800 MHz tot 2,5 GHz Waarin P het maximale spanningsdebiet van de zender in Watt (W) is, zoals opgegeven door de fabrikant, en d de aanbevolen afstand in meter (m) is. De intensiteit van het veld van vaste RF-zenders, zoals bepaald door een elektromagnetisch onderzoeka moet lager zijn dan het nalevingsniveau binnen elk frequentiebereik b. Parasietstoringen kunnen optreden in de nabijheid van elk toestel dat door het volgende symbool geïdentificeerd wordt: OPMERKING 1: Bij 80 MHz en bij 800 MHz is de hoogfrequentie-amplitude van toepassing. OPMERKING 2: Deze richtlijnen kunnen ongeschikt zijn voor bepaalde situaties. De elektromagnetische voortplanting wordt gewijzigd door de absorptie en de weerkaatsing door gebouwen, voorwerpen en mensen.
De intensiteit van het veld dat wordt opgewekt door vaste zenders, zoals het basisstation van een radiotelefoon (gsm/ draadloze telefoon), een draagbare radio, een amateurradio, AM- en FM-radiouitzendingen en TV-uitzendingen, is niet nauwkeurig te voorspellen. Het is mogelijk dat men de elektromagnetische omgeving van de plaats moet analyseren om de elektromagnetische omgeving te berekenen die door vaste RF-zenders wordt geschapen. Als de intensiteit van het gemeten veld in de omgeving waar de Compex zich bevindt groter is dan het bovenvermelde geschikte RF-niveau, moet men de goede werking van de Compex controleren. Bij een abnormale werking kan het nodig zijn andere maatregelen te nemen, zoals een andere oriëntatie of het verplaatsen van de Compex.
Boven de frequentiebreedte van 150 kHz tot 80 MHz moet de intensiteit van de velden lager zijn dan 3 V/m.149
AANBEVOLEN RUIMTE TUSSEN EEN DRAAGBAAR COMMUNICATIETOESTEL EN DE COMPEX De Compex is ontworpen voor een elektromagnetische omgeving met gecontroleerde RF-stralingsturbulenties. De koper of de gebruiker van de Compex kan bijdragen tot het voorkomen van elektromagnetische parasieten door een minimale afstand te bewaren tussen draagbare communicatietoestellen en mobiele RF-zenders en de Compex, volgens de onderstaande tabel met aanbevelingen en afhankelijk van het maximale elektrische debiet van het telecommunicatietoestel. MAXIMAAL ELEKTRISCH DEBIET
In het geval van zenders waarvan het maximale elektrische debiet niet in de bovenstaande tabel voorkomt, kan men de aanbevolen afstand in meter (m) berekenen met behulp van de formule die overeenkomt met de frequentie van de zender, waarin P het maximale elektrische debiet van de zender in Watt (W) is, zoals opgegeven door de fabrikant van de zender. OPMERKING 1: Bij 80 MHz en bij 800 MHz is de afstand van de hoogfrequentiebreedte van toepassing. OPMERKING 2: Deze richtlijnen kunnen ongeschikt zijn voor bepaalde situaties. De elektromagnetische voortplanting wordt gewijzigd door de absorptie en de weerkaatsing door gebouwen, voorwerpen en mensen. © 2022-10-18 DJO, LLC - 4528181 - REV YINSTRUÇÕES151
Notice-Facile