GEBRUIKSAANWIJZING KGV39VL33 BOSCH
nlGebruiksaanwijzing Koel- en vriescombinatie 70
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 70
Aanwijzingen over de afvoer 73
Omvang van de levering 74
Dejuisteplaats 74
Let op de omgevingstemperatuuren de beluchting 75
Apparaat aansluiten 75
Kennismaking met het apparaat .... 76
Apparaat inschakelen 77
Instellen van de temperatuur 78
Netto-inhoud 78
De koelruimte 78
Diepvriesruimte 79
Maximaleinvriescapaciteit 80
Invriezen en opslaan 80
Verse levensmiddelen invriezen 80
Supervriezen 81
Ontdooien van diepvrieswaren 82
Uitvoering 82
Sticker "OK" 83
Apparaat uitschakelen en buiten
werking stellen 84
Ontdooien 84
Schoonmaken van het apparatusat 85
Luchtjes 86
Verlichting (LED) 86
Energie bespare 87
Bedrijfsgeluiden 87
Kleine storingen zelf verhelpen 88
Zelftest apparatus 89
Klantenservice 89
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordatu het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door. U vindt waarin belangrijke informatatie overplaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als
de aanwijzingen
en waarschuwingen
in de gebruiksaanwijzing nicht
in acht worden genomen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing
en het montagevoorschrift voor
later gebruik of voor een
eventuele latere bezitter.
Door de leidingen van het
koelcircuit stroomt eenkleine hoeveeelheid milieuvriendelijk, maarbrandaar koelmiddel (R600a). Dit is Niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect Niet. Vrijkomend koelmiddel kanECHter oogletselveroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging
Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
Apparaat uitschakelen en de stekkeruit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat,des te groter moet de ruimte+zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een tekleine ruimte kan bij eenlek een ontvlambaarmengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1m^3 groot়n. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoor nicht worden afgeklemd of beschadigd.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door de fabrikant, deservicedienst of een andere gekwalificierde persoon. Onvakkundige installmente en reparations kuren groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door defabrikant, de klantenservice ofeen andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gezruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan deveiligheidseisen voldoen.
Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.

Brandgevaar
Draagbare meervoudige
stopcontacten of draagbare netvoedingen kuren oververhit raken en tot brand leiden. Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen anschter het apparaat.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsbereiders etc.). Explosiegevaar!
Ontdooi of reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken!
■ Afgezien van de aanbevelingen van de fabrikant geen aanvullende maatregelen nemen om het ontdooien te versnellen. Explosiegevaar!
- Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare vrijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparatus opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. nicht als opstapje gebruiken of om opte leunen.
nl
- Om te ontdooien of schoon te make: stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage alsijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelenendeurafdichtingen. Deze kunnen hierdoor pereus worden.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken of dichtmaken.
Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - Niet in de diepvriesruimte opslaan.Dergelijkke flessen en blikjes konnen barsten!
Diepvrieswaren nadat u dezeuit de diepvriesruimte hebgethegaard, nooit onmiddelijk inde mond nemen.
Kans op vrieswonden!
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijkde of zintuigelijkbeperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gezaren worden.
Een voor de veriligheid verantwoordelijkke persoon要去 zicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8aar het apparaat lately gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Vermijd langdurig contact van uw handen met die diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmaterial en onderdelen ervan zich geen spelelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
Het apparaat is geen spelelgoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparatus is geschikt
- voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
— voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privilegebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw(AP) apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De gebruiktematerialen zijn onschadelijk voor het milieu en{kunnen opnieuw worden gebruikt. Helpaarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmaterialiaal van het neue apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijkke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijkke afvoer{kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken nicht eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig要去en worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijk fevoor mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport nicht beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kurz u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparatus
Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagematerialial
Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebjlage
Informatie over energieverbruik en geluiden
De juiste plaats
Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat Niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Isplaatsing naast een warmtebron Niet te vermijden, kaak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht:
- Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm.
Naast een CV-installatie 30~cm
De vloer op deplaats van opstelling mag Niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen.
Afstand tot de wand
Afb. 3
Het apparaat heeft geen wandafstand aan de zijkant nodig. De laden en legplateaus+kunnen desondanks volledig worden uitgeschoven.
Deuraanslag wisselen
(indien nodig)
Indien nodig: Wij raden u aan de deurophanging door de Servicedienst te lately verwisselen. De kosten voor het verwisselen van de deuraanslag kutu opvragen bij de Servicedienst in uw regio.

Waarschuwing
Tijdens het verwisselen van de deurophanging mag het apparaat Niet op het elektriciteitsnet� aangesloten. Eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Leg voldoende zich material op de grond, om te voorkomen dat de achterkant van het apparaat beschadigd raakt. Het apparaat voorzichtig op� rug leggen.
Aanwijzing
Wanner het apparaat op de rug worden gelegd, mag de wandafstandhouser nicht gemonteerd zich.
Let op de omgevingstemperat uu r en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklassie geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklassie kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 18.
| Klimaatklasse Toelaaatbare
omgevingstemperatuur |
| SN +10 °C tot 32 °C |
| N +16 °C tot 32 °C |
| ST +16 °C tot 38 °C |
| T +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaat uit klimaatklasse SN worden gezruikt bij een lagere binnentemperatuur, konnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
Beluchting
Afb. 4
De lucht aan deincerzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd hunnen worden. Anders moet de koelmachineeer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat要去 u minimaal 1aar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteme terecht komt.
Vór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar�.

Waarschuwing
Gevaar voor een elektrische schok!
Gebruik, indien het aansluitsnoor Niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem inplaats waarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.
Het apparaat voldoet aan beschemklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geinstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact要去en beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Controleer bij apparaten die in nicht Europese landen worden gebrukt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. 18.

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onsze apparaten kuren netvoedingsinverters en sinusinverters worden gezruikt. Netvoedingsinverters worden gezruikt bij fotovoltaische installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gezruikt.
Kennismaking met het apparaat

De)[-]t de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op更是 dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variieren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zich mogelijk.
Afb. 1
*Niet bij alle modellen.
1-4 Bedieningselementen
5 Verlichting (LED)
6 Glasplateau in de koelruimte
7 Groentelade
8 Boter en kaasvak *
9 Eierrekje*
10 Vak voor große flessen
11 Diepvrieslade (klein)
12 Glasplateau in de diepvriesruimte
13 Diepvrieslade (groot)
14 Dooiwaterafvoergootje
15 Schroefvoetjes
A Koelruimte
B Diepvriesruimte
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Temperatuurindicatie koelruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in ^ C
3 Indicatie supervriezen
Brandt alleen als het supervriessystem is ingeschakeld.
4 Temperatuurinsteltoets koelruimte
Met de toets worden de temperatuur van de koelruimte ingesteld.
Apparaat inschakelen
Afb. 2
Het apparatus met de toets Aan/Uit 1 inschakelen.
Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.
Wij raden een instelling van +4^ aan.
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zich bereikt.
Vór dieijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
- Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op dechterwand van de koelruimte. U hoeft de dooiwaterdruppels Niet af te wissen of de rijp af te schrapen.
De achechterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje, afb. 14, maar de koelmachine, waar het verdampt.
De voorzijde van het apparaat achefter de deur worden gedeelteklicht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting worden voorkomen.
Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten nicht direct waar geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
- Door het koelsystem kan zich op de vriesroosters op sommigeplaatsen al snel een laagje rijp afzetten. Dit heeft geen invloed op het functioneren van het apparatusaat of op het stroomverbruik. Ontdooien is pas nodig als zich op het hele oppervlak van het vriesrooster een laag rijp of ijs met een dikte van meer dan 5 mm hebft gezormd.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2^ tot +8^ .
Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
DeIRST ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 2.
Diepvriesruimte
De temperatuur in de diepvriesruimte is afhankelijk van de koelruimtetemperatuur.
Lagere koelruimteteperaturen
veroorzaken ook lagere
vriesruimteteperaturen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat.
Afb. 18
Vriesvermogen volledig benutten
Omde maximalehoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen danrechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 15
De koelruimte
De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
De levensmiddlesen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.
- Warme gerechten en dranken eerst latent afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de hinterwand raken. Anders worden de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen können aan de hinterwand vastvriezen.