CE529EW30 - Vriezer CONSTRUCTA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CE529EW30 CONSTRUCTA in PDF-formaat.

📄 94 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice CONSTRUCTA CE529EW30 - page 73
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CONSTRUCTA

Model : CE529EW30

Categorie : Vriezer

SKIP

Veelgestelde vragen - CE529EW30 CONSTRUCTA

Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CE529EW30 - CONSTRUCTA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CE529EW30 van het merk CONSTRUCTA.

GEBRUIKSAANWIJZING CE529EW30 CONSTRUCTA

nlInhoud nlGebruiksaanwijzing Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauw- keurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaat- sing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwij- zingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheid Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvrien- delijke maar brandbare koelmid- del R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koel- middel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel lei- den. Bij beschadiging ■ Open vuur of andere ontste- kingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ■ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het appa- raat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het appa- raat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het type- plaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenser- vice of een andere gekwalifi- ceerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.nl

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onder- delen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onder- delen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Een verlengsnoer voor de aan- sluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aange- schaft. Bij het gebruik ■ Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar! ■ Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok! ■ Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidin- gen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. ■ Geen producten met brand- bare drijfgassen (bijv. spuit- bussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar! ■ Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ■ Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stop- contact trekken resp. de zeke- ring uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stek- ker trekken, nooit aan de aan- sluitkabel. ■ Dranken met een hoog alco- holpercentage altijd goed afgesloten en staand bewa- ren. ■ Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deur- dichtingen. Ze kunnen poreus worden. ■ De be- en ontluchtingsopenin- gen van het apparaat nooit afdekken.nl

■ Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/personen met licha- melijke, geestelijke of zintuige- lijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verant- woordelijke persoon moet toe- zicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. ■ Flessen en blikjes met vloei- stoffen – vooral koolzuurhou- dende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Fles- sen en potten kunnen barsten! ■ Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! ■ Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvries- waren, ijs of de verdamperbui- zen enz. Kans op vrieswonden! Kinderen in het huishouden ■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! ■ Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! ■ Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren! Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt ■ voor het invriezen van levensmiddelen, ■ voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord vol- gens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).nl

Aanwijzingen over de afvoer

  • Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
  • Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. m Waarschuwing Bij afgedankte apparaten

1. Stekker uit het stopcontact trekken.

2. Aansluitkabel doorknippen en samen

met de stekker verwijderen.

3. Legplateaus en voorraadvakken niet

eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!

4. Laat kinderen niet met het afgedankte

apparaat spelen. Verstikkingsgevaar! Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Euro- pese richtlijn 2012/19/EU betref- fende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equip- ment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onder- delen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■ Vrijstaand apparaat ■ Uitrusting (modelafhankelijk) ■ Zakje met montagemateriaal ■ Gebruiksaanwijzing ■ Montagevoorschrift ■ Klantenserviceboekje ■ Garantiebijlage ■ Informatie over energieverbruik en geluiden De juiste plaats Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradia- tor of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht: ■ Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm. ■ Naast een CV-installatie 30 cm. De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevi- gen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen. Afstand tot de wand Afb. # Het apparaat heeft geen wandafstand aan de zijkant nodig. De laden en legplateaus kunnen desondanks volledig worden uitgeschoven. Deuraanslag wisselen (indien nodig) Indien nodig: Wij raden u aan de deurophanging door de Servicedienst te laten verwisselen. De kosten voor het verwisselen van de deuraanslag kunt u opvragen bij de Servicedienst in uw regio.nl

m Waarschuwing Tijdens het verwisselen van de deurop- hanging mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Leg voldoende zacht materiaal op de grond, om te voorkomen dat de achter- kant van het apparaat beschadigd raakt. Het apparaat voorzichtig op zijn rug leg- gen. Aanwijzing Wanneer het apparaat op de rug wordt gelegd, mag de wandafstandhouder niet gemonteerd zijn. Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting Omgevingstemperatuur Het apparaat is voor een bepaalde kli- maatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het type- plaatje, afb. *. Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel bin- nen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wan- neer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentem- peratuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. Beluchting Afb. $ De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kun- nen worden. Anders moet de koelma- chine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ont- luchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt! Apparaat aansluiten Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur SN +10 °C tot 32 °C N +16 °C tot 32 °C ST +16 °C tot 38 °C T +16 °C tot 43 °Cnl

Elektrische aansluiting Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aanslui- ten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wissel- stroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje con- troleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waar- den van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. * m Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoe- dingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghut- ten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt. Kennismaking met het apparaat De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variëren. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. Afb. !

  • Niet bij alle modellen. 1–4 Bedieningselementen 5 Klep van het vriesvak 6 Diepvrieslade (klein) 7 Vriesrooster 8 Diepvrieslade (groot) 9 Dooiwaterafvoergootje 10 Schroefvoetjes 11 Koude-accu * 12 Diepvrieskalender 13 Deurontluchtingnl

Bedieningselementen Afb. " Apparaat inschakelen Afb. " Het apparaat met de toets Aan/Uit inschakelen 1. Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie 2 knippert. Druk op de temperatuurinsteltoets 4. Het alarmsignaal gaat uit. Zodra de vriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 2 branden. Wij adviseren een instelling van -18 °C voor de diepvriesruimte. Aanwijzingen bij het gebruik ■ Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. ■ De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. ■ Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen. 1 Toets Aan/Uit Om het hele apparaat in en uit te schakelen. 2 Temperatuurindicatie Geeft de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte aan. 3 Indicatie supervriezen Brandt alleen als het supervries- systeem is ingeschakeld. 4 Temperatuurinsteltoets Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.nl

Instellen van de temperatuur Afb. " Diepvriesruimte De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C. Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 2. Alarmfuncties Afb. " Deuralarm Het deuralarm (aanhoudend geluidssig- naal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te slui- ten wordt het alarmsignaal weer uitge- schakeld. Temperatuuralarm Het temperatuuralarm wordt ingescha- keld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien. De temperatuurindicatie, afb. "/2, knippert. Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen: ■ bij het in gebruik nemen van het apparaat, ■ bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen, ■ als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd. Aanwijzing Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Alarm uitschakelen Afb. " Temperatuurinsteltoets 4 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.nl

Netto-inhoud De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. * Vriesvermogen volledig benutten Om de maximale hoeveelheid diepvries- waren in te ruimen, kunnen alle uitrus- tingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld. Aanwijzing Om de op het typeplaatje vermelde waar- den aan te houden, moet het bovenste uitrustingsonderdeel in het apparaat blij- ven. Onderdelen eruit halen ■ Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. % ■ Klep van het vriesvak Afb. '

1. Klep van het vriesvak half openen.

2. Houder aan een zijde van het

3. Klep van het vriesvak naar voren

trekken en van de houder nemen.

4. Houder aan de andere zijde van het

apparaat losmaken. De diepvriesruimte De diepvriesruimte gebruiken ■ voor het opslaan van diepvriesproducten, ■ om ijsblokjes te maken, ■ om levensmiddelen in te vriezen. Aanwijzing Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik! Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. * Voorwaarden voor max. invriesvermogen ■ Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen”). ■ Uitrustingsdelen eruit halen; stapel de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van de diepvriesruimte. ■ Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.nl

Invriezen en opslaan Inkopen van diepvriesproducten ■ De verpakking mag niet beschadigd zijn. ■ Neem de houdbaarheidsdatum in acht. ■ De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. ■ De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Attentie bij het inruimen ■ Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. ■ De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen. Aanwijzing De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen. ■ Om de luchtcirculatie in het apparaat te waarborgen, de diepvrieslade tot de aanslag inschuiven. Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergi- nes, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ■ Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerech- ten en kliekjes zoals soep, eenpans- gerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. ■ Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.nl

Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

2. Lucht eruit drukken.

3. Het geheel van een goede sluiting

4. Vermeld op de pakjes inhoud en

invriesdatum. Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie- lasapparaat worden dichtgelast. Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: ■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. ■ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. ■ Groente, fruit: tot 12 maanden. Supervriezen De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voe- dingswaarden, uiterlijk en smaak behou- den blijven. Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt. Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren. Aanwijzing Als het supervriessysteem is ingescha- keld kunnen de bedrijfsgeluiden toene- men. In- en uitschakelen Afb. " De temperatuurinsteltoets 4 meermaals indrukken, tot de indicatie super 3 brandt. Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.nl

Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: ■ bij omgevingstemperatuur ■ in de koelkast ■ in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator ■ in de magnetron m Attentie Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Uitvoering (niet bij alle modellen) Diepvrieslade (groot) Afb. !/8 Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen. Diepvrieskalender Afb. &/A Om kwaliteitsvermindering van de diep- vriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbo- len geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht. Koude-accu Afb. &/B De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het ver- warmen van de opgeslagen diepvrieswa- ren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het boven- ste vak op de levensmiddelen legt. Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden. De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.nl

1. IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen

en in de diepvriesruimte zetten.

2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met

een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).

3. Om de ijsblokjes los te maken: het

ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden. Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Apparaat uitschakelen Afb. " Toets Aan/Uit 1 indrukken. De temperatuurindicatie 2 gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaat Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

1. Uitschakelen van het apparaat.

2. Stekker uit het stopcontact trekken of

de zekering losdraaien resp. uitschakelen.

3. Schoonmaken van het apparaat.

4. Deur van het apparat open laten.

Ontdooien Aanwijzing Ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden. U gaat als volgt te werk:

1. Het apparaat uitschakelen om te

2. Stekker uit het stopcontact trekken of

de zekering losdraaien resp. uitschakelen.

3. Diepvriesladen met de levensmidde-

len op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.

4. Voor het opvangen van het dooiwater

een platte schaal onder de dooiwaterafvoer zetten.

5. Dooiwaterafvoer openen. Afb. )

6. Om het ontdooiproces te versnellen

twee pannen met heet water op een onderzetter in het apparaat zetten.

7. Na het ontdooien het opgevangen

dooiwater weggieten. Het resterende dooiwater op de bodem van de diep- vriesruimte met een spons afwissen.

8. Dooiwaterafvoer sluiten.

9. Na het ontdooien het apparaat weer

aansluiten en inschakelen.nl

Schoonmaken van het apparaat m Attentie ■ Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. ■ Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. ■ De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen! Aanwijzing Ca. 4 uur voor het reinigen de supervriesfunctie inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en daardoor langere tijd op omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden. U gaat als volgt te werk:

1. Vóór het schoonmaken het apparaat

2. Stekker uit het stopcontact trekken of

de zekering losdraaien resp. uitschakelen!

3. De diepvrieswaren eruit halen en op

een koele plaats bewaren. Koude- accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.

4. Het apparaat schoonmaken met een

zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel.

5. Deurafdichting alleen met schoon

water schoonmaken en grondig droogwrijven.

6. Na het schoonmaken apparaat weer

aansluiten en inschakelen.

Energie besparen ■ Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. ■ De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. ■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ■ Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. ■ Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. ■ Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is. ■ Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd. ■ Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montage- handleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden. ■ De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat. Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit. Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat. Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.nl

Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! Storing Eventuele oorzaak Oplossing De temperatuur wijkt erg af van de instelling. In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie knippert. Afb. "/2 Storing - in de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren. Druk op de temperatuurinsteltoets, afb. "/4, om het alarmsignaal uit te schakelen. De deur is geopend. Deur sluiten. De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekking verwijderen. Er zijn teveel levensmiddelen tegelijk in het diepvriesvak gelegd. Max. invriescapaciteit niet overschrijden. Nadat de storing is verholpen, stopt de temperatuurindicatie met knipperen. Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld. Temperatuur-insteltoets afb. "/4 gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is. Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.nl

Zelftest apparaat Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden. Zelftest starten

1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten

2. Apparaat inschakelen en binnen de

eerste 10 seconden de temperatuurin- steltoets, afb. "/4, gedurende 3–5 seconden ingedrukt houden, tot de temperatuurindicatie -26 °C gaat branden. Het zelftestprogramma start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden. Wanneer het apparaat na korte tijd de voor de zelftest ingestelde temperatuur aangeeft, is het in orde. Als de indicatie super gedurende 10 seconden knippert, is er sprake van een fout. Neem contact op met de klantenservice. Zelftest apparaat beëindigen Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik. Servicedienst Adres en telefoonnummer van de Ser- vicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegele- verde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. * Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten. Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL 088 424 4080 B 070 222 145!