AMICA

EHC 12616 E - Fornuis AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EHC 12616 E AMICA in PDF-formaat.

📄 160 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 🔧 SAV 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice AMICA EHC 12616 E - page 122
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AMICA

Model : EHC 12616 E

Categorie : Fornuis

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EHC 12616 E - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EHC 12616 E van het merk AMICA.

GEBRUIKSAANWIJZING EHC 12616 E AMICA

work. The bulb is loose or damaged. Tighten up or replace the blown bulb (see ‘Cleaning and Maintenance’).39 Voltage rating 230/400V~50 Hz Power rating max. 10,0 kW Cooker dimensions H/W/D 59,5 / 59,5 / 57,5 cm Complies with EU regulations EN 50304, EN 60335-1, EN 60335-2-6 standards TECHNICAL DATA Certicate of compliance CE The Manufacturer hereby declares that this product complies with the general requirements pursuant to the following European Directives: The Low Voltage Directive 2006/95/EC, Electromagnetic Compatibility Directive 2004/108/EC, ErP Directive 2009/125/EC, and therefore the product has been marked with the symbol and the Declaration of Conformity has been issued to the manufacturer and is available to the competent authorities regulating the market.GEACHTE KLANT, De fornuizen van Amica combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreffend- heid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kun- nen bedienen. Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko- men. Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is. Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden. Opgelet! Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft. Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden. De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel.

  • Veiligheidsinstructies p. 42
  • Beschrijving van het toestel p. 47
  • Installatie p. 52
  • Bediening p. 58
  • Bakken in de oven – praktische tips p. 68
  • Reiniging en onderhoud van het fornuis p. 71
  • Technische gegevens INHOUDSTAFEL42 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Attentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzichtig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kun- nen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan. Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden ver- richten. Attentie. Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand. Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken. Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte. Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebar- sten, om elektrische schokken te voorkomen.43 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan. Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen. Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas. Attentie. Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt. Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het fornuis. Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het ope- nen van de deur tijdens of na aoop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur. Vergeet niet dat stoom bij bepaalde temperaturen onzichtbaar kan zijn.44 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ● Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoffen kunnen brandwonden veroorzaken! ● Zorg ervoor dat er geen kleine keukentoestellen of hun kabels in direct contact komen met de hete oven of de kookplaat, want de isolatie van deze toestellen is niet bestand tegen hoge temperaturen. ● Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Olin en vetten kunnen ont- Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Olin en vetten kunnen ont- vlammen als gevolg van oververhitting of overkoken. ● Zorg ervoor dat de kookplaat niet vuil wordt of onderloopt door overlopende spijzen. Eventueel vuil moet onmiddellijk verwijderd worden. ● Plaats geen potten of pannen met een natte bodem op de hete kookvelden, want dit kan onomkeerbare wijzigingen aan de plaat veroorzaken (onverwijderbare vlekken). ● Gebruik enkel potten en pannen die volgens de aanwijzingen van de producent geschikt zijn om te koken op een keramische plaat. ● Als het oppervlak van de kookplaat gebarsten is, moet het toestel van het stroomnet ontkoppeld worden om elektrocutie te vermijden. ● Schakel de kookplaat niet aan zonder er eerst een pot of pan op te plaatsen. ● Het is verboden om potten of pannen met scherpe randen te gebruiken, want die kunnen de keramische plaat beschadigen ● Kijk niet naar de halogene kookvelden terwijl ze opwarmen (als ze niet afgedekt zijn met een pot of pan). ● Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven, en geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 25 kg op de kookplaat. ● Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas. ● Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit. ● Het is verboden om een fornuis met technische defecten te gebruiken. Defecten mogen enkel hersteld worden door een erkend technicus met gepaste kwalicaties. ● Bij problemen veroorzaakt door technische defecten, moet het fornuis van het stroomnet ontkoppeld worden en moet het defect gemeld worden voor herstelling. ● Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen. Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Elke andere toepassing (bv. voor het verwarmen van ruimtes) stemt niet overeen met de bestemming van het toestel en kan gevaar veroorzaken.45 ENERGIEBESPARING Door op verantwoorde wijze energie te gebruiken be- spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie- besparing! Dat kan op de volgende manier: Gebruik goede potten en pannen om te koken. Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander. Dek de potten en pannen steeds af met een deksel. Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn. Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn. Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn. Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren. Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven. Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden. Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis. Gebruik de restwarmte in de oven. Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu- ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit. Sluit de deur van de oven zorgvuldig. Otherwise energy consumption increases unnecessarily. Bouw het fornuis niet in in de onmid- dellijke nabijheid van koelkasten of diep- vriezers. Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig. Opgelet! Hou rekening met de kortere bak- tijd bij het instellen van de programmator.46 Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriende- lijke wijze. Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be- reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKEN Op het einde van de gebruiks- periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen. Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking. De materialen die gebruikt zijn bij de pro- ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia- len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu. Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten. p. 77

1 Draaiknop van de temperatuurregelaar 2 Draaiknop voor de keuze van de functie van de oven 3, 4, 5, 6 Draaiknoppen voor de bediening van de kookplaten 7 Controlelampje van de temperatuurregelaar rood 8 Controlelampje voor de werking van het fornuis geel 9 Greep van de deur van de oven 10 Keramische plaat 11 Elektronische programmator* *Bepaalde modellen

1 Draaiknop van de temperatuurregelaar 2 Draaiknop voor de keuze van de functie van de oven 3, 4, 5, 6 Draaiknoppen voor de bediening van de kookplaten 7 Controlelampje van de temperatuurregelaar rood 8 Controlelampje voor de werking van het fornuis geel 9 Greep van de deur van de oven 10 Keramische plaat

1 Draaiknop van de temperatuurregelaar 2 Draaiknop voor de keuze van de functie van de oven 3, 4, 5, 6 Draaiknoppen voor de bediening van de kookplaten 7 Controlelampje van de temperatuurregelaar rood 8 Controlelampje voor de werking van het fornuis geel 9 Greep van de deur van de oven 10 Keramische plaat

Keramische plaat Verwarmingsindicator van een kookveld

Uitrusting van het fornuis – overzicht: *Bepaalde modellen Bakplaat voor gebak* Grillrooster (droogrekje) Bakplaat voor gebraad Laddertjes52 INSTALLATIE Voorbereiding van het meubelblad om de plaat in te bouwen ● De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ventilatie bezitten. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselemen- ten garanderen. Het fornuis is ontworpen volgens klasse Y, d.w.z. dat het aan één zijde ingebouwd kan worden tegen een hoog meubel of een muur. ● Het meubelblad moet tussen 28 en 40 mm dik en minimum 600 mm diep zijn. Het blad moet vlak zijn en goed waterpas staan. Het blad moet aan de kant van de muur afgedicht en beveiligd zijn tegen insijpelend water en vocht. ● De afstand tussen de rand van de opening en de rand van het blad moet vooraan min. 60 mm en achteraan min. 50 mm bedragen. ● De bekleding en lijm die voor de inbouwmeubelen gebruikt zijn, moeten tegen een tem- peratuur van 100°C bestand zijn. Als deze voorwaarde niet voldaan is, kan het oppervlak vervormd raken of kan de bekleding loskomen. ● De randen van de opening moeten beveiligd worden met vochtbestendig materiaal. ● De opening in het blad moet volgens de afmetingen op g. 1 gemaakt worden.

INSTALLATIE Montage van de plaat in het meubelblad ● Bij een blad met een dikte van 38 mm moet u 4 bevestigingsgrepen „A” gebruiken om de plaat te bevestigen. De montagewijze is opgegeven op g. 2 en 3. Bij een blad met een dikte van 28 mm moet u naast de bevestigingsgrepen “A” nog 4 houten blokjes met een afmeting van 15x15x50 mm gebruiken. De montagewijze is opgegeven op g. 4 en 5. ● Controleer of de pakking goed tegen de plaat aansluit. ● Draai de bevestigingsgrepen lichtjes aan de onderkant van de plaat. ● Reinig het blad, plaats de plaat in de opening en druk ze tegen het blad aan. ● Plaats de bevestigingsgrepen loodrecht op de randen van de plaat en draai ze stevig aan.

INSTALLATIE Montage van de plaat in het meubelblad

INSTALLATIE Fig. B Fig. A Fig. C Montage van de oven: bereid de montageopening voor de oven voor in het meubel volgens de afmetingen die op de guur aangeduid zijn (g.A), sluit de oven aan op het stroomnet terwijl de stroom uitgeschakeld is, schuif de oven gedeeltelijk in de voorbe- reide opening in het meubel en sluit de oven aan op de kookplaat (g.B). de aardkabel van de plaat (geel-groen) moet verbonden worden met de aardklem van de oven (aangeduid met ) die zich bij de aansluiting bevindt. schuif de oven volledig in de opening en beveilig hem tegen uitschuiven met be- hulp van vier schroeven op de plaatsen die op de guur aangeduid zijn (g.C).56 INSTALLATIE Aansluiting van het fornuis op de elektrische installatie Opgelet! De plaat mag enkel op de elektrische instal- latie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie. Instructies voor de installateur Het fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de ver- warmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. Het fornuis kan aangepast worden aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een gepaste overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aansluitschema. Er is ook een aansluitschema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokkeren met een platte sleutel. Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis. De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het for- nuis.Opgelet! Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangege- ven is met het teken . De elektrische instal- latie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen. Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.

INSTALLATIE Opgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PE Aanbevolen soort aansluit- leiding 1 Bij een stroomnet van 230 V eenfa- sige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 2 Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nul- leiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 3 Bij een stroomnet van 400/230 V drie- fasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op . Faseleidingen - L1=R, L2=S, L3=T; N – nulleiding; PE – aardingsleiding H05VV-f3G4 H05VV-f4G2,5 H05VV-f5G1,5

SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGEN

Opgelet! Spanning van de verwarmingselemen- ten 230V

L358 verwijder alle verpakkingsonderdelen, verwijder de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht zijn, uit de kamer van de oven en van de kookplaat, neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel, schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam, warm de oven op (op een temp. van 250ºC, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig. Warm de kookvelden van de plaat ong. 4 minuten op zonder potten of pannen. Voordat u het fornuis voor de eerste maal aanschakelt BEDIENING Attentie! In ovens die zijn uitgerust met de elektronische programmeerfunctie Ts, verschijnt na aansluiting op het lichtnet op het display de pulserende tijdsaanduiding „12:00”. Stel de actuele tijd van de program- meerfunctie in. (Zie bediening van de programmeerfunctie) De oven werkt niet als u de actuele tijd niet instelt. Belangrijk! De elektronische programmeerfunctie Ts is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tip- toetsen). Elke aanraking van een sensor gaat gepaard met een geluidssignaal. Houd de oppervlakte van de sensors schoon. Belangrijk! Was de binnenkant van de oven en- kel met warm water met een kleine hoeveelheid afwasmiddel.59 BEDIENING SLECHTSLECHTSLECHTSLECHT GOED Bediening van de kookvelden van de keramische plaat. Keuze van potten en pannen Goed gekozen potten en pannen hebben een bodemgrootte en vorm die ongeveer over- eenstemt met het gebruiksoppervlak van het kookveld. Voor braadsleden is er een speciaal verbreed kookveld van 140 x 250. Gebruik geen potten en pannen met een holle of bolle bodem. Hou er rekening mee dat de potten en pannen een gepast deksel moeten hebben. Het is aan te raden om potten en pannen met een dikke, gedraaide bodem te gebruiken. Als het oppervlak van de kookvelden en de potten en pannen vuil is, kan de warmte niet volledig benut worden. Keuze van het verwarmingsniveau De kookvelden hebben verschillende verwarmingsvermogens. Het verwarmingsvermogen kan stapsgewijs geregeld worden door de draaiknop naar links of rechts te draaien. Voorbeeldinstellingen van de draaiknop 0 Uitschakelen MIN. Opwarmen 1 Stoven van groenten, langzaam koken Koken van soepen, grotere hoeveelheden 2 Langzaam braden Aanbraden van vlees, vis 3 MAX. Snel opwarmen, snel koken, braden

BEDIENING Aanschakelen van het verbrede kookveld Belangrijk! Het kookveld mag enkel aangescha- keld worden door de draaiknop in wijzerzin te draaien. Als u in de andere richting draait, kunt u de schakelaar beschadigen. Binnen het bereik 0 1 2 3 van de draaiknop werkt het binnenste kookveld en kan de hoeveelheid naar de pot aangevoerde warmte geleidelijk geregeld worden. Door de knop kort door te draaien naar de stand wordt het buitenste kookveld aangescha- keld. Vanaf dat moment kan de hoeveelheid warmte die door de twee kookvelden (bin- nenste en buitenste) naar de pot aangevoerd wordt, geleidelijk geregeld worden, omdat de binnenste schakelaar deze velden pas uitschakelt als de draaiknop op stand 0 ge- plaatst wordt. Verwarmingsindicator van een kookveld Als de temperatuur van een kookveld meer dan 50ºC bedraagt, wordt dit aangegeven door het gepaste veld van de indicator. De verwarmingsindicator van een kookveld waarschuwt de gebruiker zodat hij het aanra- ken van een heet kookveld kan vermijden. Na het uitschakelen van de verwarming van een kookveld, zal het veld nog voor ong. 5-10 minuten de vergaarde warmte behouden, die bv. benut kan worden voor het opwarmen of warm houden van spijzen zonder dat de verwarming van het veld nog moet aange- schakeld worden.

*Bepaalde modellen BEDIENING Elektronische programmator* Ongeveer 5 sec. na het instellen van het uur worden de nieuwe gegevens opgeslagen en het lampje bij gaat uit. U kunt het uur later corrigeren door op knop 1 te drukken totdat het lampje bij begint te knipperen. Daarna kunt u het ingestelde uur corrigeren. Opgelet! De oven kan pas werken als het uur inge- steld is. Timer De timer kan op elk moment geactiveerd wor- den, ongeacht de werkstand van de andere functies van de programmator. Het tijdsbereik gaat van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten. Om de timer in te stellen moet u:

  • knop 1 indrukken totdat het lampje bij begint te knipperen. De display geeft “0.00” aan,
  • de tijd van de timer instellen met knoppen 3 en 2. De display geeft de ingestelde tijd van de timer aan, en het lampje bij brandt. - werkingstijd - einduur - timer - huidige uur

1 - knop voor de keuze van de functies van

Instelling van het uur Nadat het toestel aangesloten is op het stroomnet of opnieuw aangeschakeld werd na een stroompanne, geeft de display het uur 12.00 aan en het lampje bij begint te knipperen.

  • stel het huidige uur in met behulp van knop- pen 2 en 3.

Na het verstrijken van de ingestelde tijd gaat het geluidssignaal aan en begint het lampje bij opnieuw te knipperen.

  • druk op knop 1, 2 of 3 om het signaal uit te schakelen. Het lampje gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aan. Opgelet! Als het geluidssignaal niet handmatig uitge- schakeld wordt, slaat het automatisch af na ongeveer 2 minuten.

BEDIENING Halfautomatische stand Als de oven zichzelf moet uitschakelen op een bepaald uur, moet u:

  • de draaiknop voor de functie van de oven en de draaiknop voor de temperatuurinstel- ling instellen op de standen, waarin de oven moet werken,
  • knop 1 indrukken totdat het lampje bij begint te knipperen. De display geeft “0.00” aan.
  • de gewenste tijd instellen met knoppen 3 en 2, gaande van 1 minuut tot 10 uur. De ingestelde tijd wordt in het geheugen opgeslagen na ongeveer 5 sec. Daarna geeft de display opnieuw het huidige uur aan terwijl het lampje bij brandt. Automatische stand Als de oven aangeschakeld moet worden voor een bepaalde duur en zichzelf op een bepaald uur moet uitschakelen, dan moeten de werkingstijd en het einduur ingesteld worden:
  • druk op knop 1 totdat het lampje bij te knipperen. De display geeft “0.00” aan.
  • stel de gewenste werkingstijd in met knop- pen 3 en 2, gaande van 1 minuut tot 10 uur. De ingestelde tijd wordt in het geheugen opgeslagen na ongeveer 5 sec. Daarna geeft de display opnieuw het huidige uur aan terwijl het lampje bij brandt.
  • druk op knop 1 totdat het lampje bij
  • stel het uur voor het uitschakelen (eind- uur) in met knoppen 3 en 2. Het einduur is beperkt tot een tijdstip binnen 23 uur en 59 minuten. Na het verstrijken van de ingestelde tijd scha- kelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het geluidssignaal aan en begint het lampje bij te knipperen.
  • plaats de draaiknoppen voor de functie van de oven en de temperatuurinstelling in uitstand.
  • druk op knop 1, 2 of 3 om het signaal uit te schakelen. Het lampje gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aan. Opgelet! De ovens zijn uitgerust met één bedie- ningsknop: de draaiknop voor de functie van de oven en de temperatuurregelaar zijn geïntegreerd in één knop.
  • stel de draaiknop voor de functie van de oven en de draaiknop voor de temperatuurin- stelling in op de gewenste standen, waarin de oven moet werken. De lampjes bij en

branden, de oven zal beginnen werken op het moment dat blijkt uit het verschil tussen het ingestelde einduur en de ingestelde werkingstijd (bv. de ingestelde werkingstijd bedraagt 1 uur, het ingestelde einduur is 14.00, dus de oven zal zichzelf automatisch aanschakelen om 13.00).

BEDIENING Nadat het einduur bereikt is, schakelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het geluidssig- naal aan en begint het lampje bij

  • plaats de draaiknoppen voor de functie van de oven en de temperatuurinstelling in uitstand.
  • druk op knop 1, 2 of 3 om het signaal uit te schakelen. Het lampje gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aan. Opgelet! U kunt op elk moment de geprogrammeerde instellingen controleren en corrigeren. De uurinstelling kan niet gewijzigd worden als de programmator op halfautomatische of automatische stand staat.64

BEDIENING Onafhankelijke verlichting van de oven Door de draaiknop op deze stand in te stellen wordt de kamer van de oven verlicht. Deze stand kunt u bv. bij het reinigen van de oven gebrui- ken. De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is). De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen, en met behulp van de draaiknop van de temperatuurregelaar – draai de draaiknop naar de gewenste tem- peratuur om de oven in te stellen De oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “”/“0” te plaatsen. Mogelijke standen van de draaiknop voor de functie van de oven Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeld Als de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven op conventionele manier opgewarmd. Verwarmingselement onderaan aangeschakeld Als de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement onderaan verwarmd. Deze stand kunt u bv. bij het bijbakken van gebak langs onder gebruiken. Verwarmingselement bovenaan aangeschakeld Als de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement bovenaan ver- warmd. Deze stand kunt u bv. voor het bijbakken van gebak langs boven gebruiken. Grill aangeschakeld Door de draaiknop op deze stand in te stellen, worden de gerechten op het rooster gebakken. Oven met natuurlijke convectie (conventionele oven) Functies en bediening van de oven Het aanschakelen van de oven wordt aan- gegeven met twee controlelampjes, een geel en een rood. Het gele controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode contro- lelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde temperatuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het rode controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het rode lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het gele controlelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlich- ting van de oven” plaatst.65 BEDIENING Oven met gestuurde luchtcirculatie (met ventilator) De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is). De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen – en met behulp van de draaiknop van de temperatuurrege- laar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellen De oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “”/“0” te plaatsen. Opgelet! Als er een functie van de oven inge- steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz.) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is. Grill aangeschakeld Oppervlakkig “grillen” wordt toegepast om kleine porties vlees te braden: ste- aks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (het gegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden). 0 Nulstand Onafhankelijke verlichting van de oven Door de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht. Ontdooien Alleen de ventilator is ingeschakeld, er wordt geen enkel verwarmingselement gebruikt. Snel verwarmen Het bovenste verwarmingselement, het broodrooster en de ventilator zijn ingeschakeld. Toegepast voor het vo- orverwarmen van de oven. Ventilator en supergrill Als de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ven- tilator uitgevoerd. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren. Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding. Supergrill Met de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het ver- warmingselement bovenaan ook aangeschakeld is. De functie laat toe om een hogere temperatuur in de bovenlaag van de oven te bere- iken, waardoor de gerechten meer gebruind worden. Dit laat ook toe om grotere porties te braden.

BEDIENING Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeld Door de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven- tionele wijze verwarmd. Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo- orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken. Ventilator en verwarmingselement onderaan en bovenaan aange- schakeld Bij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie gebak uit. Conven- tionele oven met ventilator (functie aangeraden voor gebak). Verwarmingselement onderaan aangeschakeld Bij deze stand wordt de oven enkel met het verwarmingselement onde- raan verwarmd. Bijbakken van gebak onderaan (bv. vochtig gebak en gebak met vruchten). Het aanschakelen van de oven wordt aan- gegeven met twee controlelampjes, een geel en een rood. Het gele controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode contro- lelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde temperatuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het rode controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het rode lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het gele controlelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlich- ting van de oven” plaatst.67 BEDIENING Om de grill aan te schakelen moet u: de draaiknop van de oven op de stand de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur) de bakplaat met het gerecht op het ge- paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat- sen. de deur van de oven sluiten. Gebruik van de grill Tijdens het grillproces ondergaan de gerech- ten de inwerking van infrarood dat uitgezon- den wordt door het verhitte verwarmingsele- ment van de grill. Opgelet! Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn. Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven ko- men. Voor de grillfunctie en supergrill moet de temperatuur ingesteld worden op 250ºC, en voor de functie grill met ventila- tor op maximum 190ºC.68

BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS

Gebak het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis, gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten. we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwar- mingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken. als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voor- verwarmen. Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst, voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft. de baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong. 20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmingselementen bovenaan en onderaan), de parameters voor gebak in tabel geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak, indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding. Vlees braden in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid. bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen. bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst. het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.69

BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS

Belangrijk! De parameters in tabellen geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak.

  • Kleine gebakjes Soort gebak gerecht functies van de oven Temperatuur Niveau Tijd* [min.]

Oven met natuurlijke convectie (conventionele oven)70

BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS

Soort gebak gerecht functies van de oven Temperatuur Niveau Tijd* [min.]

Belangrijk! De parameters in tabellen geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak.

  • Kleine gebakjes Oven met gestuurde luchtcirculatie (met ventilator)71

REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS

De zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking. Voor de reiniging moet de oven uitge- schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Reiniging na elk gebruik

  • Licht, niet aangebrand vuil moet ver- wijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwach- tige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel.
  • Sterk aangekoekt vuil moet verwij- derd worden met een schraper. Daar- na moet het oppervlak gereinigd wor- den met een vochtige doek. Schraper om de kookplaat te reinigen72 REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUIS Vervanging van het verlichtingslampje van de oven Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt. Stel alle draaiknoppen in op stand “”/“0” en schakel de voeding uit, Draai het omhulsel van de lamp uit, was het en wrijf het goed droog, Draai het verlichtingslampje uit en vervang het indien nodig door een nieuw lampje dat bestand is tegen hoge temperaturen (300ºC), met volgende parameters: - spanning 230 V - vermogen 25 W - schroefdraad E14 Draai het lampje in en zorg ervoor dat het goed in de keramische tting zit, Draai het omhulsel van het lampje in. Lampje van de oven Opgelet! Gebruik geen schurende reinigings- middelen voor het reinigen en onder- houden van de glazen voorzijde. De oven moet na elk gebruik gereinigd worden. Bij de reiniging moet de verlichting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden. Stoomreiniging – Steam Clean: - giet 0,25l water (1 glas) in een komme- tje dat u op het eerste niveau van onder in de oven plaatst, - sluit de deur van de oven, - stel de temperatuurknop in op stand 50ºC, en de functieknop op de functie verwarmingselement onderaan , - warm de ovenkamer ongeveer 30 mi- nuten op, - open de deur van de oven, reinig de binnenkant van de oven met een doek of sponsje en was de oven daarna uit met warm water met afwasmiddel. Wrijf na het wassen de ovenkamer droog.73 Demontering van de zijladdertjes Fornuizen die aangeduid zijn met letter D, zijn uitgerust met gemakkelijk uitneembare staaf- geleiders (laddertjes) voor insteekonderdelen van de oven. Om ze te demonteren moet u aan de klem vooraan (Z1) trekken, daarna de geleider wegbuigen en uit de klem achteraan nemen (Z2). Na het reinigen plaats u de ge- leider terug in de montageopeningen en drukt u de klemmen (Z1 en Z2) weer aan.

Z174 REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUIS Wegnemen van de deur Om gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen (g. A). Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terugplaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten. Wegnemen van de deur Verwijderen van de binnenruit

1. Duw met behulp van een platte schroe-

vendraaier de bovenrand van de deur los, terwijl u hem aan de zijkanten voor- zichtig oplicht (g. B).

2. Verwijder de bovenrand van de deur.

3. Trek de binnenruit uit de houder (in het

onderste deel van de deur). Neem de middenruit weg. (Fig. D).

4. Was de ruit met warm water en een klein

beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op- nieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden. Attentie! Druk de bovenlijst van de deur niet gelijktijdig op beide kanten van de deur. Voor een juiste montage van de bovenlijst van de deur drukt u eerst het linker uiteinde tegen de deur en drukt u vervolgens op het rechter uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort. Hierna drukt u op het linker uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort. Verwijderen van de binnenruit

Periodieke controle Naast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook: regelmatig de werking van de bedienings- elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver- strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst, de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer- kende onderdelen van het fornuis uitvoe- ren. Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties. REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUIS

HANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIES

Bij probleemsituaties moet u: de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen de elektrische voeding ontkoppelen een herstelling aanvragen sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert. PROBLEEM

1. de elektrische uitrusting

werkt niet 2.de display van de pro- grammator geeft het uur “12.00” aan

3. de verlichting van de

oven werkt niet OORZAAK Stroompanne Het toestel werd van het stroomnet ontkoppeld of er was een tijdelijke stroom- panne losgekomen of beschadigd lampje HANDELSWIJZE Controleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekering Stel het uur in (zie Gebrui- kershandleiding van de programmator) draai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje (zie hoofdstuk Reini- ging en onderhoud)77 Nominale spanning 230/400V~50 Hz Nominaal vermogen max. 10,0 kW Afmetingen van het fornuis 59,5/59,5/57,5 cm Voldoet aan de vereisten van de Europese voorschriften normen EN 60335-1, EN 60335-2-6 TECHNISCHE GEGEVENS Verklaring van de producent De producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemde Europese richtlijnen: Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EC, Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 2004/108/EC, Richtlijn voor ErP 2009/125/EC, en dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt.7879