PRIVILEG

PRC 331I A - Koelkast PRIVILEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PRC 331I A PRIVILEG in PDF-formaat.

📄 116 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice PRIVILEG PRC 331I A - page 34
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PRIVILEG

Model : PRC 331I A

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PRC 331I A - PRIVILEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PRC 331I A van het merk PRIVILEG.

GEBRUIKSAANWIJZING PRC 331I A PRIVILEG

  • Het door u aangeschafte apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik Voor een optimaal gebruik van uw apparaat is het raadzaam de gebruiksaanwijzing aandachtig door te lezen, hierin vindt u een beschrijving van het apparaat en adviezen voor het conserveren van voedingsmiddelen. Bewaar dit boekje zodat u het naderhand nog eens kunt raadplegen. 1.Controleer na het uitpakken van het apparaat of het niet beschadigd is en of de deur goed sluit. Uw leverancier dient binnen 24 uur vanaf de levering van het product van eventuele schade op de hoogte te worden gesteld.

2. Het is raadzaam minstens twee uur te wachten

alvorens het apparaat in werking te stellen, om het koelcircuit perfect te kunnen laten functioneren. 3.Zorg ervoor dat de installatie en de elektrische aansluiting door een gekwalificeerd technicus worden verricht overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant en de plaatselijke veiligheidsvoorschriften. 4.Reinig de binnenkant van het product alvorens het in gebruik te nemen. 1.Verpakking Het verpakkingsmateriaal is voor 100% recyclebaar en draagt het recyclingssymbool. Voor de verwerking moeten de plaatselijke voorschriften worden nageleefd. Het verpakkingsmateriaal (plastic zakken, stukken polystyreen enz.) moet buiten het bereik van kinderen worden gehouden, omdat het een bron van gevaar kan vormen. 2.Afdanken van het apparaat Het product is vervaardigd van materiaal dat kan worden gerecycled. Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA). Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier als afval wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve consequenties voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen die anders zouden kunnen worden veroorzaakt door onjuiste verwerking van dit product als afval. Het symbool op het product of op de bijbehorende documentatie geeft aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. In plaats daarvan moet het worden afgegeven bij een verzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparaten. Maak het apparaat op het moment dat het wordt afgedankt, onbruikbaar door de deuren te verwijderen en de voedingskabel door te snijden. Volg de plaatselijke voorschriften voor afvalverwerking op wanneer u het apparaat afdankt en breng het naar een speciaal verwerkingsbedrijf. Laat het apparaat zelfs niet voor enkele dagen onbewaakt achter, omdat het een bron van gevaar voor kinderen is. Voor nadere informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product wordt u verzocht contact op te nemen met het stadskantoor in uw woonplaats, uw afvalophaaldienst of de winkel waar u het product heeft aangeschaft. Informatie: Dit apparaat bevat geen CFK (het koelcircuit bevat R134a) of HFC (het koelcircuit bevat R600a). Voor apparaten met isobutaan (R600a): isobutaan is een natuurlijk gas dat geen schadelijke invloed heeft op het milieu, maar wel ontvlambaar is. Het is daarom noodzakelijk om te controleren of de leidingen van het koelcircuit niet beschadigd zijn. Conformiteitsverklaring

  • Dit apparaat is bestemd voor het conserveren van voedingsmiddelen en is vervaardigd in overeenstemming met de Europese Richtlijn 89/109/EEG, 90/128/EEG en 02/72/EEG.
  • Dit product is ontwikkeld, gefabriceerd en op de markt gebracht in overeenstemming met: - de veiligheidsvereisten van de Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG; - de veiligheidsvereisten van de “EMC”-richtlijn 89/336/EEG gewijzigd door de Richtlijn 93/68/CEE;
  • De elektrische veiligheid is alleen gewaarborgd wanneer het op de juiste wijze op een efficiënte werkende installatie is aangesloten, die volgens de wettelijke voorschriften is geaard.35
  • Gebruik het koelvak uitsluitend voor het bewaren van verse levensmiddelen en het vriesvak uitsluitend voor het bewaren van diepvriesproducten, het invriezen van verse levensmiddelen en het maken van ijsblokjes.
  • Zorg ervoor dat het product na de installatie niet op de voedingskabel staat.
  • Bewaar geen dranken in glas in het vriesvak want deze kunnen barsten.
  • Eet geen ijsblokjes of waterijsjes die net uit de vriezer komen, aangezien deze zo koud zijn dat ze brandwonden kunnen veroorzaken.
  • Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de stroomtoevoer af voordat u met reinigings- of onderhoudswerkzaamheden begint.
  • Installeer het product niet in de buurt van een warmtebron.
  • Bewaar of gebruik geen benzine of andere gassen en licht ontvlambare stoffen in de buurt van het product of andere elektrische huishoudelijke apparatuur. De dampen die hieruit voortkomen kunnen brand of explosies veroorzaken.
  • Laat voor een goede ventilatie een ruimte van 1 cm aan beide zijkanten en boven het apparaat vrij.
  • Houd de ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de omkasting vrij van enige obstructies.
  • Alle apparaten met ijsmakers en waterdispensers moeten op een waterleidingnet aangesloten worden dat uitsluitend drinkwater levert (met een waterleidingdruk van tussen de 1,7 en 8,1 bar (25 en 117 PSI)). De ijsmakers en/of waterdispensers die niet rechtstreeks op het waterleidingnet zijn aangesloten, mogen uitsluitend met drinkwater worden gevuld.
  • Installeer het product waterpas op een vloer die het gewicht kan dragen en in een ruimte die geschikt is voor de afmetingen en het gebruik van het product.
  • Plaats het apparaat in een droge en goed geventileerde ruimte. Het apparaat is afgesteld om te werken in ruimten waarin de temperatuur binnen de volgende waarden ligt, die op hun beurt weer afhankelijk zijn van de klimaatklasse die op het typeplaatje staat aangegeven: Het is mogelijk dat het apparaat niet goed functioneert als het voor een lange tijd in een ruimte wordt gelaten met een hogere of lagere temperatuur dan het genoemde bereik.
  • Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het apparaat om te voorkomen dat de vloer beschadigd raakt (b.v. parket).
  • Gebruik geen mechanische systemen of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve dan die door de fabrikant zijn aanbevolen.
  • Beschadig het interne vloeistofcircuit van de koelkast niet.
  • Gebruik geen elektrische apparaten aan de binnenkant van de vriesvakken voor diepvriesproducten, als die van een ander type zijn dan aanbevolen door de fabrikant.
  • Het apparaat is niet bestemd om gebruikt te worden door jonge kinderen of zieke personen zonder lichamelijke controle.
  • Om het risico te vermijden dat kinderen in de koelkast opgesloten raken en stikken, mag hen niet worden toegestaan in het product te spelen of zich erin te verstoppen.
  • De voedingskabel mag uitsluitend worden vervangen door een bevoegd technicus.
  • Gebruik geen verlengsnoeren of meervoudige adapters.
  • Het moet mogelijk zijn het apparaat van het elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker uit het stopcontact te halen of via een tweepolige netschakelaar die bovenstrooms van het stopcontact is geplaatst.
  • Controleer of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de spanning in uw woning
  • Slik de (niet-giftige) vloeistof uit de vrieselementen niet in (indien bijgeleverd. Klimaatklasse Omg. temp. (°C) Omg. temp. (°F) SN Van 10 tot 32 Van 50 tot 90 N Van 16 tot 32 Van 61 tot 90 ST Van 18 tot 38 Van 64 tot 100 T Van 18 tot 43 Van 64 tot 11036

GEBRUIK VAN HET KOELVAK

Ingebruikneming van het apparaat Inschakelen van het apparaat Afhankelijk van het model heeft het apparaat externe bedieningen of interne bedieningen. Steek de stekker in het stopcontact. Voor apparaten met externe bedieningen:

  • De verlichting, onder het bedieningspaneel of aan de binnenkant van het product (afhankelijk van het model), gaat aan als de deur wordt geopend.
  • Het groene lampje gaat branden om aan te geven dat het apparaat in werking is. Voor apparaten met interne bedieningen zal, indien het apparaat is aangesloten, de binnenverlichting gaan branden als de koelkastdeur geopend wordt en de thermostaatknop niet op het symbool

staat. In het koelvak of op het paneel aan de voorkant van het apparaat bevindt zich de thermostaat waarmee u de temperatuur in het koelvak en in het lagetemperatuurvak (indien aanwezig) kunt regelen. Temperatuurinstelling

1. Voor een goede werking en voor een optimale

conservering van het voedsel adviseren wij de thermostaat in te stellen volgens de aanwijzingen die op de bijgaande kaart te vinden zijn.

2. Als u de temperatuur in het vak wilt wijzigen, draait u de

  • op de lagere stand 1-2/MIN wanneer u wilt dat de temperatuur in het vak MINDER KOUD wordt;
  • op de stand 3-4/MED om een GEMIDDELDE temperatuur te bereiken;
  • op de hogere stand 5-7/MAX om een KOUDERE temperatuur te bereiken. Thermostaat op

: de functies van het apparaat en de verlichting worden onderbroken. Opmerking: De omgevingstemperatuur, de frequentie waarmee de deur wordt geopend en de plaats van het apparaat kunnen van invloed zijn op de binnentemperatuur van de koelkast. De thermostaatstand dient op grond van deze factoren te worden aangepast. Bewaren van levensmiddelen in het koelvak Plaats de levensmiddelen zoals in de afbeelding. A Gekookt voedsel B Vis, vlees C Groente en fruit D Flessen EKaas Opmerkingen:

  • De afstand tussen de schappen en de achterste binnenwand van de koelkast zorgen voor een vrije luchtcirculatie.
  • Zet de levensmiddelen niet tegen de achterwand van het koelvak.
  • Zet geen levensmiddelen in de koelkast die nog warm zijn.
  • Bewaar vloeistoffen in gesloten houders. Let op Het bewaren van groente met een hoog watergehalte kan condensvorming veroorzaken op de glazen schappen van de groenten- en fruitlade: dit beïnvloedt het correct functioneren van het apparaat niet.37

GEBRUIK VAN HET LAGETEMPERATUURVAK

Het lagetemperatuurvak heeft , of . In de vakken met of kunnen diepvriesproducten worden bewaard gedurende de periode die op de verpakking vermeld wordt. Als het lagetemperatuurvak heeft, kunnen ook verse voedingsmiddelen worden ingevroren. De hoeveelheid verse levensmiddelen die in 24 uur kan worden ingevroren is aangegeven op het typeplaatje. Opmerking: Ook ingeval van stroomuitval behoudt het lagetemperatuurvak de correcte temperatuur voor conservering van het voedsel. Het wordt geadviseerd om gedurende een dergelijke periode de deur van het vak niet te openen. Invriezen van vers voedsel (alleen in het vak ) Belangrijk

  • Wikkel en verzegel de in te vriezen verse levensmiddelen in: aluminiumfolie, plastic folie, waterdichte plastic verpakking, polyethyleen bakjes met deksel, diepvriesbakken die geschikt zijn voor invriezen.
  • Zet het in te vriezen voedsel in het bovenste vak, laat rondom de pakjes voldoende ruimte vrij, zodat de lucht goed kan circuleren.
  • Draai de thermostaatknop een half teken naar de lagere cijfers wanneer u de voedingsmiddelen in het vriesvak zet, om een optimale invriesprocedure te bewerkstelligen.
  • Na 24 uur is het invriezen voltooid. Apparaten met een vak In de tabel hiernaast kunt u zien hoeveel maanden verse ingevroren levensmiddelen bewaard kunnen worden. Bij de aankoop van diepvriesproducten moet u op de volgende punten letten:
  • de verpakking of het pak moet onbeschadigd zijn, omdat het product anders kan bederven. Als een pakje bol staat of als er vochtplekken op zitten, is het niet onder optimale omstandigheden bewaard en kan het al gedeeltelijk zijn ontdooid.
  • De diepvriesproducten moeten als laatste worden gekocht en in isolerende tassen worden vervoerd.
  • Zet de diepvriesproducten bij thuiskomst meteen in het lagetemperatuurvak.
  • De gedeeltelijk ontdooide diepvriesproducten mogen niet opnieuw worden ingevroren, maar moeten binnen 24 uur worden geconsumeerd.
  • Variaties in temperatuur moeten vermeden worden of tot een minimum worden beperkt. De uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking moet worden gerespecteerd.
  • De instructies op de verpakking voor het conserveren van diepvriesproducten moeten altijd worden opgevolgd. MAANDEN VOEDSEL38

Vul het ijsbakje voor 2/3 met water en zet het in het lagetemperatuurvak.

Gebruik, indien het ijsbakje aan de bodem van het vriesvak is vastgevroren, geen puntige of scherpe voorwerpen om het los te maken.

Om de ijsblokjes eenvoudig te verwijderen, het bakje ombuigen. Verwijder altijd de stekker uit het stopcontact of koppel hoe dan ook het apparaat van de stroomtoevoer af, alvorens onderhouds- en reinigingswerkzaamheden te gaan verrichten. Het koelvak wordt geheel automatisch ontdooid. De aanwezigheid van waterdruppels op de achterwand aan de binnenkant van het koelvak duidt erop dat het apparaat bezig is automatisch te ontdooien. Het dooiwater wordt automatisch via een afvoeropening naar een opvangbak geleid, waar het verdampt. Reinig regelmatig de afvoeropening van het dooiwater, met behulp van het bijgeleverde gereedschap, om een constante afvoer van het dooiwater zeker te stellen. Ontdooien van het lagetemperatuurvak Wij raden u aan het lagetemperatuurvak 1 of 2 maal per jaar te ontdooien, of wanneer de ijsvorming te dik is geworden. IJsvorming is een normaal verschijnsel. De hoeveelheid en de snelheid waarmee zich het ijs vormt, hangt af van de omgeving waarin het apparaat zich bevindt en van de frequentie waarmee de deur wordt geopend. De ijsvorming is het grootst op het bovenste gedeelte van het vak. Dit is normaal en heeft geen invloed op het correct functioneren van het apparaat. Het is raadzaam het vak te ontdooien wanneer u weinig voorraad heeft.

Open de deur en haal alle levensmiddelen uit de vriezer, wikkel ze dicht tegen elkaar in krantenpapier en bewaar ze op een koele plaats of in een koeltas.

Laat de deur open zodat het ijs kan smelten.

Reinig de binnenkant met een vochtige spons met lauw water en/of een neutraal schoonmaakmiddel. Gebruik geen schuurmiddelen.

Spoel goed en droog zorgvuldig af.

Plaats de levensmiddelen weer in het vak.

Zet het apparaat aan.39

REINIGING EN ONDERHOUD

  • Reinig regelmatig de ventilatieroosters en de condensator aan de achterkant van het apparaat met een stofzuiger of een borstel.
  • Reinig de buitenkant met een zachte doek. Als u de koelkast langere tijd niet gebruikt

1. Maak de koelkast helemaal leeg.

2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.

3. Ontdooi het apparaat en reinig de binnenwanden.

4. Om te voorkomen dat er schimmel, onaangename

geuren en oxidaties ontstaan, dient de deur open te worden gelaten wanneer het apparaat niet in werking is.

5. Het apparaat reinigen.

  • Reinig de binnenkant van het lagetemperatuurvak (op de modellen waar dit aanwezig is) tijdens het ontdooien.
  • Reinig het koelvak geregeld met een vochtige spons met lauw water en/of een neutraal schoonmaakmiddel. Spoel en droog met een zachte doek. Gebruik geen schuurmiddelen.
  • Reinig de buitenkant met een met water bevochtigde zachte doek. Gebruik geen schuurpasta's of schuursponsjes, noch vlekkenmiddelen (b.v. aceton en trichloorethyleen) of azijn.40 STORINGEN OPSPOREN

1. Het apparaat werkt niet.

  • Is de stroom uitgevallen?
  • Zit de stekker goed in het stopcontact?
  • Is de tweepolige netschakelaar ingeschakeld?
  • Is de zekering doorgebrand?
  • Is de voedingskabel beschadigd?
  • Staat de thermostaat misschien op de stand

2. De temperatuur in de vakken is te

  • Wordt de deur bij het sluiten gehinderd door de voedingsmiddelen?
  • Staat het apparaat dicht bij een warmtebron?
  • Staat de thermostaat op de goede stand?
  • Wordt de luchtcirculatie door de ventilatieopeningen gehinderd?

3. De temperatuur in het koelvak is te laag.

  • Staat de thermostaat op de goede stand?

4. Het apparaat maakt te veel lawaai.

  • Is het apparaat correct geïnstalleerd?
  • Raken de buizen aan de achterkant elkaar of trillen ze?

5. Er staat water op de bodem van het

  • Is de afvoer van het dooiwater misschien verstopt?

6. Te veel ijsvorming in het

  • Verhindert het voedsel dat de deur gesloten wordt? Opmerkingen: Het koelcircuit kan borrelen of expansiegeluiden maken; dat is normaal. KLANTENSERVICE Voordat u contact opneemt met de Klantenservice:

1. Ga na of u de storingen niet zelf kunt verhelpen

(zie “Storingen opsporen”).

2. Zet het apparaat opnieuw aan om te zien of het

ongemak is verholpen. Als dit niet het geval is, schakel het apparaat dan opnieuw uit en herhaal de handeling na een uur.

3. Als ook dat niet helpt, wend u dan tot onze

Klantenservice. Vermeld de volgende gegevens:

  • de aard van de storing,
  • het servicenummer (nummer achter het woord SERVICE op het typeplaatje binnenin het apparaat),
  • uw telefoonnummer en netnummer. Opmerking: Het omkeren van de deur van het apparaat door onze Klantenservice wordt niet beschouwd als een ingreep die onder de garantie valt.41 INSTALLATIE
  • Installeer het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen. Installatie in een warme omgeving, rechtstreekse blootstelling aan de zon of opstelling van het apparaat in de buurt van een warmtebron (kachel, fornuis) verhogen het stroomverbruik en dienen te worden vermeden.
  • Indien dit niet mogelijk is, moeten de volgende minimumafstanden worden aangehouden: - 30 cm vanaf fornuizen die werken op kolen of petroleum; - 3 cm vanaf elektrische fornuizen en/of gasfornuizen.
  • Laat voor een optimale werking - tenminste 5 cm vrije ruimte boven het apparaat; - tenminste 4 cm afstand van de achterwand; - plaats andere meubels of apparaten op een voldoende grote afstand zodat de lucht kan circuleren.
  • Installeer het apparaat op een droge en goed geventileerde plaats, zorg dat het op een vlakke ondergrond staat en stel indien nodig de pootjes aan de voorkant bij.
  • De binnenkant schoonmaken.
  • Breng de bijgeleverde accessoires aan. Elektrische aansluiting
  • Houdt u aan de plaatselijke voorschriften voor de elektrische aansluiting.
  • De gegevens met betrekking tot de spanning en het opgenomen vermogen staan op het typeplaatje in het apparaat.
  • De aarding van het apparaat is wettelijk verplicht. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventueel letsel aan personen, dieren of voor schade aan voorwerpen die veroorzaakt is door het niet in acht nemen van deze voorschriften.
  • Als de stekker en het stopcontact niet van hetzelfde type zijn, laat het stopcontact dan vervangen door een gekwalificeerd technicus.
  • Gebruik geen verlengsnoeren of meervoudige adapters. Afkoppeling van het elektriciteitsnet Het moet mogelijk zijn het apparaat van het elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker uit het stopcontact te halen of via een tweepolige netschakelaar die bovenstrooms van het stopcontact is geplaatst.42