AGB 195 - Ketel Ariston Thermo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AGB 195 Ariston Thermo in PDF-formaat.

📄 24 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Ariston Thermo AGB 195 - page 10
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Ariston Thermo

Model : AGB 195

Categorie : Ketel

Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AGB 195 - Ariston Thermo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AGB 195 van het merk Ariston Thermo.

GEBRUIKSAANWIJZING AGB 195 Ariston Thermo

  • De installatie van het toestel moet worden uitgevoerd door een gespecialiseerde installateur.• Teneinde de correcte werking van het toestel te garanderen, moet men zich strikt houden aan deze instructies.• Het instructieboekje in uw bezit bevat de instructies voor het gebruik, de installatie en het onderhoud.• De onderhoudsingrepen behoren uitsluitend tot de competentie van het gespecialiseerd personeel.
  • een tank die aan de binnenkant beschermd is door eenlaag glasemail, voorzien van een beschermende anodetegen de corrosie van lange duur;• een buitenbekleding met geverfde metalen platen;• een isolering in polyurethaanschuim met een grotedensiteit (zonder CFC) die de thermische lekken beperkt;• een rookkap tegen de reflux van de verbrandingsgassen;• een gasklep met een regelbare thermostaat met meer- TECHNISCHE KARAKTERISTIEKEN TECHNISCHE GEGEVENS 1. Onmiddellijk het gaskraantje sluiten.2. De vensters openen.3. Geen elektrische schakelaars of geen enkele andere elektrische apparatuur activeren.4. De waakvlam doven.5. Onmiddellijk de ingreep vragen van een technicus van de GasmaatschappijOPGELET!Het opslaan engebruiken vanontvlambarematerialen envloeistoffen in denabijheid van hettoestel is verbodenVermogenMax druk waterNominaal thermisch vermogenNuttig vermogenTijd van verwarming op 45°CWarmteverspreiding op 60°CVermogen warm water op 45°CVermogen warm water op 60°C

RUK VAN AANSLUITING GAS Natuurlijk gas G20Natuurlijk gas G25Vloeibaar gas (butaan) G30Vloeibaar gas (propaan) G31

ASVERBRUIK Natuurlijk gas G20Natuurlijk gas G25Vloeibaar gas (butaan) G30Vloeibaar gas (propaan) G31

AARDE VERBRANDINGSGASSEN TrekdrukMax hoeveelheid rookTemperatuur afvoergas

dere standen, een veiligheidssysteem met thermokop-pel, een temperatuurbegrenzer die de gasvoeding on-derbreekt in geval van anomale werking;• een cirkelvormige stille brander in roestvrij staal, die aanalle soorten van gas kan worden aangepast;• een piëzo-elektrische aansteking;• een veiligheidsinrichting tegen de reflux van deverbrandingsgassen. Het is aangewezen, alvorens het toestel te installeren, na te gaan of de voorwaarden voor de lokale verdeling (gassoort, druk) overeenstemmend zijn met de regeling van het toestel.BE-NL

1.1 Het toestel naast de gekozen wand plaatsen zodanig dat de twee buizen van in- en uitvoer er parallel naast

1.2 Ingeval men de geiser in een hoek tussen twee wanden moet plaatsen, moet men tussen de wand en het toestel

voldoende afstand houden voor de installatie en de demontage van de componenten. AFMETINGEN PLAATSINNAME

Catégorie I 2E+ Voor toestellen vooringesteld voor de werking met natuurlijk gas G20-G25 Catégorie I

Voor toestellen vooringesteld voor de werking met vloeibar gas G30-G31 NOTE: Voor de toestellen van catégorie I 2E+ en I

is et niet toegelaten gas tip te veranderen! CATÉGORIE I 2E+ Type B11 BS10 BE-NL 2.1 De aansluiting op de waterleiding moet uitgevoerd worden middels eenbuis van _”G. De invoer van het koud water bevindt zich aan derechterkant terwijl de uitvoer zich aan de linkerkant bevindt (wanneermen naar de voorkant van het toestel kijkt).2.2 Op het toestel moet verplichtend een hydraulische smoorklep voor deveiligheid gemonteerd zijn (in dotatie bij elk toestel) op de buizen vande watertoevoer. Deze klep mag op geen enkele wijze geforceerdworden.2.3 Terwijl men het water gedurende een bepaalde tijd laat lopen,controleren of er zich geen vreemde voorwerpen in de buizen bevindenzoals metaalsplinters, zand, hennep en dergelijke. Indien dezevoorwerpen in de hydraulische smoorklep voor de veiligheid geraken,zou dit de werking ervan nadelig beïnvloeden en in sommige gevallenzelfs de breuk ervan veroorzaken.2.4 Controleren of de druk van de installatie van de waterverdeling dewaarde van 8 bar niet overschrijdt. In geval van een hogere druk is hetgebruik van een drukreduceermof van optimale kwaliteit verplicht diever van het toestel moet gemonteerd worden.In dit geval moet de hydraulische klep noodzakelijkerwijze druppelenin de fase van verwarming.Het druppelen moet zich ook voordoen wanneer voor de klep eenstopkraantje met één enkele richting aangebracht werd.2.5 Vermijden dat het druppelen van de klep op de geiser valt.Daarom moet men de klep aanbrengen zoals op fig.3 en hierbij eenkleine trechter voorzien voor het opvangen van de druppels,aangesloten op de afvoer.2.6 AfvoerHet toestel leegmaken indien dit inactief blijft in niet verwarmde lokalen,met een kamertemperatuur onder nul.Op het ogenblik van de installatie rekening houden met deze eventualiteiten een afvoerkraantje verbinden met de aansluiting R (fig.4).Om de geiser leeg te maken, moet men:• de brander uitschakelen en de gasvoeding afsluiten;• het interceptiekraantje voor het toestel sluiten;• de gebruikskraantjes na de geiser openen;

  • het afvoerkraantje verbonden met de aansluiting R openen. OPGELET! Tijdens de leegmaakoperatie kan er ook kokend water naar buiten vloeien!

LE04037-0303.1 RECIRCULATIEWanneer de verbruiksinstallatie ook een circuitvoor de recirculatie van het sanitair water bevat,kan men dezelfde afvoer R gebruiken diegebruikt wordt voor de afvoer.Het hiernaast afgebeeld circuit geeft eenschematische voorstelling van de aansluiting diein dit geval moet uitgevoerd worden.

Opmerking: De volledige leegmaking wordt uitgevoerd middels leeghevelen. Een slang verbinden met het afvoerkraantje zoals wordt afgebeeld op fig.2.

enkelrichting klepveiligheidsklepvoedinggebruikrecirculatieafvoer 4032/G 20 cm. 3BE-NL

5.1 De aansluiting van de gasbuizen op de klep moetuitgevoerd worden met een buis van 1/2”G.5.2 Men raadt de inschakeling van een stopkraantje aanvoor de gasgroep.Opmerking: voor de installatie zich houden aan dereglementen in voege.4.1 Het is noodzakelijk dat de verbrandingsgassen aande buitenkant worden afgevoerd middels een buismet een diameter aangepast aan de diameter L int(tabel afmetingen van plaatsinname fig.1)ingeschakeld op de kap van het toestel.4.2 Het is belangrijk dat de schouw een goede trek heeft.4.3 In de evacuatieleiding lange horizontale gedeelten,tegenhellingen en verstoppingen vermijden wantdeze kunnen een slechte verbranding veroorzaken.4.4 Indien de afvoerbuis door koude, niet verwarmdelokalen loopt, zorgen voor een thermische isoleringom de vorming van condens te vermijden.

4.5 De rookkap mag in geen enkel geval geëlimineerd,

gewijzigd of vervangen worden want ze maaktintegraal deel uit van heel het verbrandingssysteemvan de gasgeiser.4.6 De correcte installatie van de afvoerbuis van de rookis uitsluitend op verantwoordelijkheid van de instal-lateur.OPGELET!Voor een correcte werking van de gastoestellen, is eenperfecte plaatsing van de rookkap gevraagd.Strikt alle andere soorten van installatie vermijden, zoalsde voorbeelden die hiernaast worden afgebeeld.

4. AANSLUITING OP DE SCHOUW

LE04037-060LE04037-070LE04037-080LE04037-090De geisers zijn uitgerust met een inrichting die de functieheeft de gasinvoer naar de brander te blokkeren en dusde werking van het toestel te onderbreken wanneer derookafvoerpijp gedeeltelijk of volledig verstopt is.Deze inrichting bestaat uit een thermostaat A (fig.6) geijktop 85°C ± 3 vastgehecht op de boord van de rookkap Cen verbonden met het thermokoppel en met de veiligheids-thermostaat voor boventemperatuur van de gasklep.Het geheel maakt deel uit van de kit van de kap in dotatiebij het toestel, dat geïnstalleerd moet worden volgens devolgende instructies.De thermostaat rook A is van het type met manuelereactivering (fig.6.1). Indien het toestel geblokkeerd ge-raakt, moet het terug op werking worden gebracht op devolgende wijze:• 10 minuten wachten na het voordoen van de blokkering;

  • de drukknop P voor de reactivering op de thermostaat tot op het einde toe indrukken;• de geiser terug activeren volgens de instructies voorde normale activering.Indien het defect herhaald wordt, niet aandringen met hetreactiveren van het toestel, maar de ingreep vragen vaneen gekwalificeerd technicus om de oorzaak van hetinconveniënt te elimineren.De inrichting mag om geen enkele reden verwijderdworden; in geval van een slechte werking van derookafvoerpijp, kunnen de producten van de ver-branding en dus ook de koolstofoxide terugkerenin het lokaal en een ernstig gevaar voor de bewo-ners betekenen.Omwille van dezelfde reden moet, ingeval van de-fecten, de vervanging met originele reserve onder-delen alleen en uitsluitend worden uitgevoerd doorgekwalificeerd personeel dat er zorg moet voor dra-gen dat alle componenten op correcte wijze wor-den geplaatst.

6- WERKING EN VERBINDING

P12 BE-NL N.B Voor de correcte installatie van de dampkap en bijhorende accessoires het specifiek instructieblad raadplegen in dotatie bij het toestel. 7BE-NL

AANSTEKING De knop 1 van de stand (uit) naar de stand (waak)brengen.1. knop thermostaat2. piëzo-elektrische aansteker3. opening zicht vlamGedurende circa 20 seconden de knop 1 tot op het einde toeindrukken en meerdere keren handelen op de piëzo-elektri-sche drukknop 2 om de waakvlam aan te steken (controlerenvanuit de opening 3).Indien, wanneer men de knop 1 loslaat, de waakvlam uitgaat,de operatie herhalen en de knop langer ingedrukt houden tothet vlammetje blijft branden. De meerdere tijd is nodig om deuitlaat van de lucht mogelijk te maken die eventueel in de gas-leiding aanwezig is.De knop 1 tegen de richting van de klok draaien van de standvan aansteken van de waakvlam naar de stand die over- eenstemt met de gewenste temperatuur van 1 (circa 40°C) naar 7 (circa 70°C). UITSCHAKELING De knop 1 naar de stand (uit) draaien. Het doven van dewaakvlam controleren. Na het uitgaan van de waakvlam 10minuten wachten vooraleer het toestel terug aan te zetten. Teneinde de correcte werking van het toestel te garan-deren, werd dit uitgerust met de volgende beveiligingen: Controle van vlam naar thermokoppel (5 fig.10):onderbreekt de gastoevoer in geval van afwezigheidvan de waakvlam. De herhaalde, niet toevallige, in-greep van deze beveiliging duidt op een niet correctewerking van het toestel waarvoor de ingreep van ge-kwalificeerd personeel vereist is. BEVEILIGINGEN

Thermostaat van boventemperatuur: handelt volgens de-zelfde werkwijze van het thermokoppel ingeval de tempera-tuur van het water de 90°C overschrijdt; in dit geval kan hettoestel niet terug geactiveerd worden zolang het warm waterniet werd afgevoerd.De ingreep van gekwalificeerd personeel is noodzakelijkvoor de verwijdering van de defecten vooraleer het toe-stel terug wordt geactiveerd.

Op de sproeiers worden de voornoemde waarden aangegeven in honderdsten van een millimeter.

BE-NL RAADGEVINGEN VOOR HET GEBRUIK EN HET ONDERHOUD Om gas te besparen en een beter rendement van het toestel te bekomen, raadt men aan de thermostaat in de stand te laten die overeenstemt met nr. 5 van de knop 1 (fig. 8) (circa 60°C). Boven deze temperatuur en indien het water bijzonder hard is (water met een excessief kalkgehalte), worden aan de binnenkant van de geiser de kalkafzettingen beperkt.

  • Erop letten dat de kraantjes van het warm water van de installatie een perfecte dichtheid hebben omdat elk buitendruppelen wordt omgezet in een gasverbruik en een verhoging van de temperatuur van het water met consequente dampvorming.
  • Het is noodzakelijk het toestel leeg te maken indien dit ongebruikt wordt gelaten in een lokaal onderhavig aan vorst.
  • De geiser is uitgerust met een magnesiumanode gemon- teerd in de ketel. De duur van de anode is proportioneel met de gemiddelde temperatuur, de chemische samen- stelling van het water en de hoeveelheid van de afna- mes. De anode die in de fabriek gemonteerd wordt is voorzien voor een efficiëntie van ongeveer vijf jaar in gemiddelde gebruiksomstandigheden. Het is in ieder geval beter elke 18-24 maanden een nazicht van de anode uit te voeren, rekening houdend met het feit dat deze een tamelijk homogene oppervlakte moet hebben. Wanneer de diameter beneden de 10-12 mm afdaalt, raadt men aan de anode met een originele te vervangen. N.B.: De anode is gemonteerd onder het wit metalen be- slag geplaatst in het bovenste gedeelte van het toestel. Voor een correct onderhoud (regelmatig en minstens één keer per jaar uit te voeren), raadt men aan:
  • de dichtheid van het gasgedeelte te controleren en de dichtingen eventueel te vervangen;
  • visueel de algemene staat van het toestel en van de verbranding te controleren;
  • de verbrandingskamer te controleren en eventueel de brander, de sproeiers en het thermokoppel schoon te maken;
  • het correct gasvermogen te verifiëren;
  • de werking van de veiligheidssystemen van het water te verifiëren (temperatuur- en druklimieten, hydraulische klep);
  • de werking van de veiligheidssystemen van het gas te verifiëren (gasklep, gebrek aan gas of vlam, enz…);
  • de staat van de schermplaten van de rook te verifiëren;
  • de ventilatiekarakteristieken van het lokaal en de eva- cuatie van de verbrandingsproducten te verifiëren;
  • de rookleidingen schoon te maken VEILIGHEID Het toestel is uitgerust met een inrichting om te vermijden dat de temperatuur van het water een in de fabriek voorin- gestelde maximum waarde overschrijdt. Deze beveiliging handelt zodanig dat er een onderbre- king in de gasstroom wordt uitgevoerd of dat het toestel volledig wordt afgezet. Het terug aansteken moet uitgevoerd worden zoals be- schreven wordt in de paragraaf “AANSTEKING”, nadat de oorzaken werden geëlimineerd die het uitgaan ervan hadden veroorzaakt. Vooraleer deze operaties uit te voeren, moet men de gas- groep wegnemen en de schermplaat voor de rook weg- trekken. Na deze operatie, de dichtheid van het gascircuit en de ijking van heel de groep controleren. N.B.: De hele body van de geiser mag tijdens deze operatie geen stoten ondergaan die de beschermende binnenbekleding zouden kunnen beschadigen. Ontkalking: deze operatie wordt aangeraden in de zo- nes waar het water een hoog hardheidsgehalte heeft en indien nodig (kleinere hoeveelheid warm water geleverd door het toestel). Men raadt het gebruik aan van een oplossing met 10- 20% chloride- en fosforzuur en in ieder geval het gebruik van speciale producten voor de ontkalking van de ketels in gegalvaniseerd staal; men raadt alleszins aan de gebruiksinstructies in bijlage bij deze producten strikt op te volgen. Als volgt tewerk gaan:
  • het toestel loskoppelen van het voedingsnet en leeg- maken gebruik makend van het afvoerkraantje (fig.2);
  • de accumulatie opvullen met een oplossing met water en zuur conform met de gebruiksinstructies;
  • de oplossing laten inwerken en indien mogelijk met een pomp het water terug laten circuleren tussen de afvoer- buis van het warm water en het afvoerkraantje;
  • de accumulatie leegmaken en een verlengde passiveerwasbeurt uitvoeren door het water van de lei- ding te doen circuleren. Opgelet op de kwaliteit van het water! Teneinde een maximum duurzaamheid van uw toestel te kunnen garanderen, moet men enkele regels in acht ne- men: KALKWATER: zorgen voor een efficiënte ontkalkinrichting op basis van polyfosfaat kristallen. ZOET WATER: moet een Th hebben begrepen tussen 12° en 15° en een PH hoger dan 7. In geval van schade, onregelmatige werking of controles in het algemeen, zich wenden tot het geautoriseerd en gekwalificeerd CENTRUM TECHNISCHE SERVICE van de zone, voor de ingrepen op dit toestel. TECHNISCHE SERVICE Eventuele vervangingen mogen alleen uitgevoerd wor- den door gekwalificeerd personeel, waarbij uitsluitend gebruik mag gemaakt worden van originele reserve on- derdelen.