KENWOOD CMOS320 - Dashcam

CMOS320 - Dashcam KENWOOD - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CMOS320 KENWOOD in PDF-formaat.

📄 60 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice KENWOOD CMOS320 - page 44
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : KENWOOD

Model : CMOS320

Categorie : Dashcam

Download de handleiding voor uw Dashcam in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CMOS320 - KENWOOD en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CMOS320 van het merk KENWOOD.

GEBRUIKSAANWIJZING CMOS320 KENWOOD

  • Bijhetmonterenvandezecameramoetuervoorzorgendater geenkabelstussendecameraenhetomringendemetaalofde aansluitingenbekneldraken.
  • Monteerdecameranietindebuurtvandeverwarmingsuitlaat, waardezebeschadigdkanrakendoordewarmteofbijde portieren,waarregenwateropdecamerakanspatten.(Installeer decameranooitopdebovengenoemdelocatiesvanwegehet gevaarvanstoringentengevolgevanhogetemperaturen.)
  • Controleer,voordatumontagegatengaatboren,altijdde plekachterdelocatiewaaruwiltgaanboren.Boornietinde brandstoeiding,remleiding,elektrischebedradingofandere belangrijkeonderdelen.
  • Alsdecamerawordtgeïnstalleerdinhetinterieur,verankert udezestevigzodathetapparaatnietkanlosrakenterwijlhet voertuiginbewegingisenletselofeenongevalkanveroorzaken.
  • Alsdecameraondereenvandevoorstoelenwordtgemonteerd, controleertuofdezestoelnogvooruitofachteruitkanworden verplaatst.Leidallekabelsensnoerenzorgvuldigrondhet schuifmechanismezodatzijnietbekneldkunnenrakeninhet mechanismeenkortsluitingveroorzaken. Verzorging en onderhoud
  • Alshetproductvuilwordt,neemtuhetafmeteensiliconendoek ofeenzachtedoek.Alsheternstigvervuildis,verwijdertu devlekmeteendoekjedatbevochtigdismeteenneutraal reinigingsmiddelenneemtuhetreinigingsmiddelvervolgens af.Gebruikgeenhardedoekenen/ofvluchtigevloeistof,zoals verdunnerofalcohol.Dezekunnenkrassen,vervormingen, aantastingenen/ofschadeveroorzaken.
  • Wanneereenlensonderdeelvuilwordt,neemtudezevoorzichtig afmeteenzachtedoek,bevochtigdmetwater.Nietmeteendroge doekwrijvenomkrassenopdelenstevermijden. Installatieprocedure 1 Voorkomkortsluitingdoordesleuteluithet contactslottehalenende-acculostekoppelen. 2 Verbinddejuistein-enuitgangskabelsvanelk toestel. 3 Sluitdedradenindekabelboomaan.Doeditin deonderstaandevolgorde:massa,ontstekingen cameratoestel. 4 Installeerhettoestelinuwauto. 5 Sluitde-accuweeraan. WAARSCHUWING
  • Alsudeontstekingsdraad(rood)aansluitophetautochassis (aarde),kanerkortsluitingenvervolgensbrandontstaan.Sluit dezekabelsaltijdaanopdevoedingsbrondiedoordezekeringkast loopt.
  • Knipdezekeringnietlosvandeontstekingsdraad(rood).De voedingmoetviadezekeringwordenaangeslotenopdedraden. WAARSCHUWING Voorkom persoonlijk letsel en/of brand en neem derhalve de volgende voorzorgsmaatregelen:
  • Voorkomkortsluitingensteekderhalvenooitmetalenvoorwerpen (zoalsmuntenengereedschap)inhettoestel.
  • Deinstallatieenbedradingvanditproductmoetworden uitgevoerddooreendeskundigpersoon.Laateengespecialiseerd technicushetapparaatinstallerenzodatuwveiligheidnietin gevaarkomt.
  • Controleer,voordatueengatboortomdecamerateinstalleren, delocatievanbuizen,tanksenbekabelingenzorgervoordatu dezenietraakt.Anderskanhierdoorbrandontstaan.
  • Draageenveiligheidsbrilalsueengatboort. OPGELET Neem de volgende voorzorgsmaatregelen om schade aan het product te voorkomen:
  • Zorgdathettoestelopeennegatieve12V-gelijkstroomvoedingis geaard.
  • Gebruik,bijhetvervangenvaneenzekering,alleeneennieuwe zekeringmetdevoorgeschrevenwaarde.Alsueenverkeerde zekeringgebruikt,kanermogelijkeenstoringoptredeninhet apparaat.
  • Gebruikbijhetinstallerenuitsluitenddebijgeleverdeschroeven. Gebruikuitsluitenddebijhettoestelgeleverdeschroeven.Het toestelwordtmogelijkbeschadigddoorgebruikvanandere schroeven. OPMERKING
  • Eenachteruitrijcameraiseencameradiesymmetrischebeelden levertopdezelfdewijzealsachteruitkijk-enzijspiegels.
  • AansluitingopeentelevisiemeteenRCA-video-ingangis mogelijk,maarcontroleereerstofdetelevisiedieugebruikteen functievoorinschakelingbijachteruitrijdenheeft.
  • Ditproductisontworpenomdechaueurteondersteunen bijhetachteruitrijden,maardecamerabeeldenlatennietalle gevarenenobstakelszien.Kijkvoordezekerheidachterubijhet achteruitrijden.
  • Ditproductisuitgerustmeteengroothoeklens,dushetbeeld dichtbijisbreedenhetbeeldverafissmal,waardooreenonjuist gevoelvoorafstandkanontstaan.Kijkvoordezekerheidachteru bijhetachteruitrijden.
  • Laatuwautonietwassenindeautowasinstallatieofmetwater onderhogedrukaangezienditertoekanleidendatwaterde camerabinnendringtofdecameraopde grondvalt.
  • Controleerofdecamerabeugelgoedisbevestigdvoordatugaat rijden. Zittendeschroevenlos? -Zitdecamerabeugelstevigvast? -Wanneerdeachteruitrijcameralosraakttijdenshetrijdenkanhij eenongevalveroorzaken.
  • Voordatuhetapparaatdenitiefinstalleert,sluitueersttijdelijk dedradenaanomtecontrolerenofallesgoedisbevestigdenofde cameraenhetsysteemwerken. Voor gebruik/Installatieprocedure LVT2720-001A.indb 44 14/02/14 15:12CMOS-320/CMOS-220
  • Legdesnoerendusdanigaandatgebiedenmethoge temperaturenwordenvermeden.Gebruikribbelbuizenvoor bedradingindemotorruimte.Wanneereendraadcontactmaakt meteenheetgedeeltevandeauto,kandemantelsmeltenen kortsluitingveroorzaken,watkanleidentoteenbrandofgevaar vanelektrischeschokken. Accessoires Voor gebruik/Installatieprocedure OPGELET
  • AlshetcontactslotvanuwautogeenACC-standheeft,sluit udeontstekingsdraadaanopeenvoedingsbrondiemetde contactsleutelkanwordenin-enuitgeschakeld.Alsude ontstekingsdraadaansluitopeenvoedingsbronmeteenconstante spanningsbron,zoalsbijaccukabels,raaktdeaccumogelijk uitgeput.
  • Alsdezekeringisdoorgebrand,controleertueerstofdekabels elkaarnietrakenenzoeenkortsluitingveroorzakenenvervangt uvervolgensdeoudezekeringdooreennieuwemetdezelfde stroomsterkte.
  • Isoleerniet-aangeslotenkabelsmetisolatiebandofander geschiktmateriaal.Voorkomkortsluitingdoordekapjesopde uiteindenvandeniet-aangeslotenkabelsofaansluitingenniette verwijderen.
  • Controleernahetinstallerenvanhettoestelofderemlichten, richtingaanwijzers,ruitenwissersenz.vandeautojuist functioneren.
  • Installeerdecamerazodanigdathetzichtdoordeachterruitniet wordtbelemmerd.
  • Installeerdecamerazodanigdatdezenietaandezijkantvande autouitsteekt.
  • Installeerdecameranietalshetregentofmistigis.
  • Alsdeluchtvochtigheidhoogis,droogtuhetoppervlakafwaarop decameramoetwordenbevestigd,voordatutotinstallatie overgaat.
  • Vochtophetbevestigingsoppervlakvermindertdekleefkracht, waardoordecamerakanlosschieten.
  • Bevestigdecamerabeugelnietoponderdelenvandecarrosserie diezijnbehandeldmet uorkoolstofharsofopglas.
  • Ditkantotgevolghebbendatdeachteruitrijcameraerafvalt. - Gietgeenwateroverdecamera. - Steldecameranietblootaanregen. - Ganietonnodigruwommetdecamera. - Maakdecameragrondigschoonbijgebruikvantapeomhet apparaatvasttezetten.
  • Raadpleegdeinstructiehandleidingvoornaderedetailsoverhet aansluitenvananderecamera'senvoervervolgensdeaansluiting opcorrectewijzeuit.
  • Bevestigdedradenmetkabelklemmenofkleefband.Bescherm debedradingdoorerkleefbandomheentewikkelenopplaatsen waardebedradingmetalenonderdelenraakt.
  • Leidalledradenzodanigdatzijgeenbewegendedelen,zoalsde versnellingspook,handremofstoelrails,kunnenrakenenzetze vast.
  • Leiddedradennietlangsplekkendieheetworden,zoalsonder deverwarmingsuitlaat.Alsdeisolatievandebedradingsmelt ofbeschadigdraakt,bestaaterhetgevaardatdebedrading kortsluitingmaakttegenhetchassis.
  • Zorgerbijhetvervangenvandezekeringvoordatualleen zekeringengebruiktmetdewaardediestaataangegevenopde zekeringhouder.
  • Ukuntdehoeveelheidruistoteenminimumbeperkendoorde kabelvoordetelevisieantenne,dekabelvoorderadioantenneen deRCA-kabelzovermogelijkuitelkaarteplaatsen. Camera(metcamerabeugel)..........1 Schakeleenheid..........1 Dubbelzijdigplakband..........1 CMOS-320 uitsluitend Voedingskabel..........1 CMOS-320 CMOS-220 Doorvoerrubber..........1 Klemschroefcamerabeugel..........1 LVT2720-001A.indb 45 14/02/14 15:1246
  • Deinbouwpositievandecamerakaneenbelemmering vormenvoordeafstellingentijdenshetinstellenvandecamera.Bouwdecameranognietdefinitiefin,maar bevestigdezetijdelijk,tothetinstellenvandecamera voltooidis. Aanbevolen inbouwpositie Voorbeelden van een correcte camera-installatie aan de achterkant van het voertuigInbouwpositieDe CMOS-320 moet worden geïnstalleerd op een hoogte van 50 cm of meer.Monteer de camera dusdanig, dat het "KENWOOD”-logo aan de bovenkant zichtbaar is.Voorbeelden van een correcte camera-installatie aan de voorkant van het voertuig (uitsluitend CMOS-320)De CMOS-320 moet worden geïnstalleerd op een hoogte van 30 tot 80 cm of meer.Monteer de camera dusdanig, dat het "KENWOOD”-logo aan de bovenkant zichtbaar is.Inbouwpositie (standaard)Inbouwpositie (onder) De camera inbouwen/de camerahoek afstellen 1 Bepaal de inbouwpositie van de camera. 2 Maak de inbouwpositie van de camera schoon. Met behulp van een in de handel verkrijgbaar reinigingsmiddel verwijdert u vuil, vocht en olie van het oppervlak waarop de camerabeugel moet worden bevestigd. 3 Draai de bevestigingsschroeven van de camerabeugel los.Met behulp van een normale kruiskopschroevendraaier draait u de twee bevestigingsschroeven los.Voer stappen 4 en 5 alleen uit wanneer ze nodig zijn. 4 Indien noodzakelijk, maakt u de camerabeugel los van de camera en past u de vorm aan het oppervlak aan waarop de beugel moet worden gemonteerd.BuigenBuigenCamerabeugelPas de vorm van de camerabeugel aan, zodat hij afgesteld is op de inbouwpositie van de camera. 5 Monteer de camera op de camerabeugel. Monteer de camera dusdanig, dat het "KENWOOD”-logo aan de bovenkant zichtbaar is. 6 Zet de camera tijdelijk vast met tape o.i.d. Zet de camera tijdelijk vast met plakband o.i.d. Installeer de camera in het midden van het voertuig en zonder de kentekenplaat te bedekken. En installeer hem ook recht in de rijrichting vooruit/achteruit van het voertuig. Voorkom dat de camera in de andere richtingen van de auto enz. wordt gebogen. Installatie LVT2720-001A.indb 46 14/02/14 15:12CMOS-320/CMOS-220

NEDERLANDS De camera inbouwen/de camerahoek afstellen 1 Bepaal de inbouwpositie van de camera. 2 Maak de inbouwpositie van de camera schoon. Met behulp van een in de handel verkrijgbaar reinigingsmiddel verwijdert u vuil, vocht en olie van het oppervlak waarop de camerabeugel moet worden bevestigd. 3 Draai de bevestigingsschroeven van de camerabeugel los. Met behulp van een normale kruiskopschroevendraaier draait u de twee bevestigingsschroeven los. Voer stappen 4 en 5 alleen uit wanneer ze nodig zijn. 4 Indien noodzakelijk, maakt u de camerabeugel los van de camera en past u de vorm aan het oppervlak aan waarop de beugel moet worden gemonteerd. Buigen Buigen Camerabeugel Pas de vorm van de camerabeugel aan, zodat hij afgesteld is op de inbouwpositie van de camera. 5 Monteer de camera op de camerabeugel. Monteer de camera dusdanig, dat het "KENWOOD”-logo aan de bovenkant zichtbaar is. 6 Zet de camera tijdelijk vast met tape o.i.d. Zet de camera tijdelijk vast met plakband o.i.d.

Installeer de camera in het midden van het voertuig en zonder de kentekenplaat te bedekken. En installeer hem ook recht in de rijrichting vooruit/achteruit van het voertuig. Voorkom dat de camera in de andere richtingen van de auto enz. wordt gebogen. 7 Voer alle noodzakelijke aansluitingen uit. 8 Geef het videobeeld van de camera weer. Voordat u de camera gaat bekijken, trekt u de handrem aan en blokkeert u de wielen, zodat de auto niet kan bewegen. Anders kan er een onverwacht ongeluk gebeuren.Voor het weergeven van het camerabeeld raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van uw videomonitor. Als de camera is geïnstalleerd als een achteruitzichtcamera: Zet de transmissiehendel in de R-stand (achteruit) om het beeld aan de achterkant van de auto te laten weergeven. Als de camera is geïnstalleerd als een vooruitzichtcamera (uitsluitend CMOS-320): Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de unit waarop de camera is aangesloten, om het beeld aan de voorkant van de auto te laten weergeven. 9 De camerahoek afstellen Tijdens het afstellen van de camerahoek moet u voorzichtig zijn om het camerasnoer niet uit te rekken. Bij het installeren van de CMOS-220 als achteruitzichtcamera: Stel de hoek zodanig af dat achterzijde van de auto of de bumper zichtbaar is aan de onderkant van de monitor.Achterkant of achterbumper van de auto Bij het installeren van de CMOS-320 als achteruitzichtcamera: Raadpleeg “Displayweergave schakelen” (pagina 56) en schakel het beeld op [Bovenaanzicht]. Stel de camerahoek zodanig af dat de richtlijn en de parkeerlijnen verticaal zijn. Installatie Richtlijn Bij het installeren van de CMOS-320 als vooruitzichtcamera: Voordat u de camerahoek afstelt, moet u “Camera-identificatie instellen” (pagina 55) en “Camera-instellingsprocedure” (pagina 52) uitvoeren. Als u [Standard] (Standaard) selecteert voor “Montagepositie instelling”, schakelt u het beeld op [Bovenaanzicht] (pagina 56) en stelt u de camerahoek zodanig af dat de richtlijn en de parkeerlijnen verticaal zijn. Als u [Lower] (Onder) selecteert voor “Montagepositie instelling”, schakelt u het beeld op [Hoekweergave] (pagina 56) en stelt u de camerahoek zodanig af dat de grondlijnen in de linker en rechter schermen recht zijn. 10 De camera instellen Bij het gebruik van de CMOS-320 als achteruitzichtcamera: Raadpleeg pagina 51 tot 55 voor het uitvoeren van “Voorbereiding voor het instellen van de camera”, “Bovenkant beeld beeldaanpassing” en “Afstelling begeleidingslijn groothoekbeeld”. Bij het gebruik van de CMOS-320 als vooruitzichtcamera: Als u [Standard] (Standaard) selecteert voor “Montagepositie instelling”, raadpleeg dan pagina 51 tot 55 voor het uitvoeren van “Voorbereiding voor het instellen van de camera”, “Beeldafstelling bovenaanzicht” en “Afstelling begeleidingslijn groothoekbeeld”.Volgende pagina 3LVT2720-001A.indb 47 14/02/14 15:1248

CMOS-320/CMOS-220 Installatie Contactsleutel Camera De schakeleenheid inbouwen (uitsluitend CMOS-320) 1 Maak het inbouwoppervlak van de schakeleenheid schoon. Met behulp van een in de handel verkrijgbaar reinigingsmiddel verwijdert u vuil, vocht en olie van het oppervlak waarop de schakeleenheid moet worden bevestigd. 2 Bevestig dubbelzijdig klevende tape aan de onderkant van de schakeleenheid en bevestig die vervolgens op een gemakkelijk te bedienen plaats, bijv. vlakbij het dashboard aan bestuurderszijde.

Als u de camera gebruikt als een vooruitzichtcamera en met een Kenwood navigatiesysteem, dan wordt deze schakeleenheid alleen gebruikt voor het instellen van de identificatie van de CMOS-320 unit. U hoeft de schakeleenheid dus niet met dubbelzijdig plakband vast te maken. Voor het instellen van de identificatie raadpleegt u “Camera-identificatie instellen” (pagina 55) Als u [Lower] (Onder) selecteert voor “Montagepositie instelling”, raadpleeg dan pagina 51 tot 55 voor het uitvoeren van “Voorbereiding voor het instellen van de camera” en “Bovenkant beeld beeldaanpassing”. “Afstelling begeleidingslijn groothoekbeeld” is niet mogelijk. 11 Na het afstellen van de camerahoek draait u de bevestigingsschroeven stevig vast. Controleer de bevestigingsschroeven periodiek. Als ze loszitten, draait u ze stevig vast. 12 Zet de camera stevig vast op zijn plaats. Verwijder de papieren beschermstrook van de dubbelzijdig klevende tape op de camerabeugel en bevestig hem. Na bevestiging drukt u de camerabeugel met uw vingers aan zodat een goede hechting is gegarandeerd.Raak het lijmoppervlak niet met uw handen aan en trek de bevestigde tape niet los en bevestig deze weer, omdat hierdoor de hechtkracht wordt verminderd en de camerabeugel los kan raken. Indien noodzakelijk, bevestigt u de beugel op de carrosserie met behulp van de klemschroef voor de camerabeugel.De camerabeugel heeft twee gaten voor de schroef. Kies een ervan voor de positie van de bevestiging.Klemschroef camerabeugel(M3 x 8 mm)LVT2720-001A.indb 48 14/02/14 15:12CMOS-320/CMOS-220

NEDERLANDS Videosnoer Navigatiesysteem/videomonitor(afzonderlijkleverbaar) Massakabel(zwart) Accessoirekabel(rood) MASSA Accu Hoofdzekering Zekering Contactsleutel Aansluitenopeenmetalendeelvandeauto(eenonderdeelvanhetchassis dataangeslotenisopdenegatievezijdevandevoeding). OPGELET

  • WanneerhetcontactslotvanuwautogeenACC-standkent,taktudedraadafdievanspanningwordtvoorzienwanneerhet contactslotindestandONstaatensluitudezeaanopdeaccessoirevoedingsdraad.
  • Voordatuverdergaat,controleertuofdecontactsleutelnietinhetcontactslotisgestokenenkoppeltudemassakabel(-)los bijdeaccuomkortsluitingentevermijden.AansluitenopdeIN/UIT-schakelbarevoeding.Nietaansluitenopeenpermanentingeschakeldevoeding. Zekering(2A) Camera Sluitdecameraaanophetcamera-aansluitsnoer. Aansluitenopdevideo-ingangvandeachteruitrijcameraofdeexternevideo-ingangvandevideomonitor. Voedingskabel Accessoirevoeding(ACC) Schakeleenheid(uitsluitendCMOS-320):1m Basisaansluitingen Lengtecamerakabel:1,5m,voedingskabel:7,5m Aansluitingen CAM+(groen/rood)CAM-(groen/wit)LVT2720-001A.indb 49 14/02/14 15:1250

CMOS-320/CMOS-220 Videosnoer Videosnoer Camera1(gebruiktalsachteruitrijcamera) Camera2(gebruiktalsvooruitcamera) Aansluitenopdespecialevideo-ingangvoordeachteruitrijcamera.Aansluitenopdeexternevideo-ingang.Selecteerdeexternevideo-ingangomhetcamerabeeldtecontroleren.Aansluitenopdecamerabedieningsaansluitingenvanhetbedieningstoestel.CAM+(groen/rood)CAM-(groen/wit) Aansluiten van 2 camera’s Voedingskabel Aansluiten op het systeem (uitsluitend CMOS-320) Voedingskabel Naardevoeding

  • TijdenshetaansluitenvandecameraopeenKenwood-navigatiesysteemenz.(bedieningstoestel)uitgerustmetde camerabedieningsfunctie,gebruiktudemeegeleverdeverbindingskabelvoorhetbedieningstoestel.Hiermeekanhet bedieningstoesteldedisplayweergaveschakelenentevensdecameraverstellendoorhetaanrakenvanhetschermvanhet bedieningstoestel.
  • WanneertweeCMOS-320-camera’swordengebruikt(voordevoor-endeachterkant),moetereenidentificatiewordeningesteld voordecameraaandevoorkant.Voordedetailsraadpleegtu“Camera-identificatieinstellen”(pagina55).
  • Sluitdevoedingopdezelfdewijzeaanalsin“Basisaansluitingen”.
  • Demeegeleverdeschakeleenheidwordtnietgebruiktvooraansluitingophetsysteem.LVT2720-001A.indb 50 14/02/14 15:12CMOS-320/CMOS-220

NEDERLANDS Bediening schakeleenheid Deschakeleenheidkanwordengebruiktomdebeeldweergavemodusteschakelen,deweergavevandebegeleidingslijnentetonen/verbergenendecamerateverstellen.Weergavetoets•Schakelttussendebeeldweergavemodi.•Selecteerteenitemindeinstellingsmodus.

  • Ingedrukthoudenomdebegeleidingslijnenweerte gevenofteverbergen.+/− toetsBeweegtlangsdeitemsvandeinstellingsmodusofstelteenafstellingswaardein. Voorbereiding voor het instellen van de camera Als de camera is geïnstalleerd als een achteruitzichtcamera: 1 Breng de auto tot stilstand. In een parkeervak met witte lijnen en wielblokkeringen parkeert u de auto in het midden van het wit omlijnde kader. 2 Rij de auto naar voren.
  • Rij de auto naar voren tot het volledig parkeervak in het camerabeeld zichtbaar is.• Zorg ervoor dat de handrem aangetrokken is en trap het rempedaal in zodat de auto volledig stilstaat. Voer de instelling uit op een plek waar dit geen overlast voor andere mensen vormt. Bij het installeren van de vooruitzichtcamera op een hoogte van 50 cm of meer: Ga te werk op dezelfde manier als bij de achteruitzichtcamera. Bij het installeren van de vooruitzichtcamera op een hoogte van minder dan 50 cm: 1 Installeer de camera in het midden van het voertuig (pagina 46).
  • Als dit niet zo is, dan is het beeld mogelijk niet symmetrisch in de “Hoekbeeld”. 2 Zet de auto op het midden van de parkeerlijn.
  • In plaats van de parkeerlijn kunt u ook een lange stok gebruiken als u niet 2 parkeervakken, enz. kunt gebruiken.• Zorg ervoor dat de handrem aangetrokken is en trap het rempedaal in zodat de auto volledig stilstaat. Voer de instelling uit op een plek waar dit geen overlast voor andere mensen vormt. 3 Stel de camera in. Stel de “Beeldafstelling bovenaanzicht”(pagina 52,53) zo in dat de parkeerlijn verticaal in het midden wordt weergegeven. Camera instellen (uitsluitend CMOS-320) LVT2720-001A.indb 51 14/02/14 15:1252

Voer vooraf alle noodzakelijke aansluitingen uit. 2 Geef het videobeeld van de camera weer. Voor het weergeven van het camerabeeld raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van uw videomonitor. 3 Houd de weergave- en de + toets van de schakeleenheid tegelijkertijd ingedrukt om de camera-instellingsmodus te activeren. 4 Selecteer eerst de positionering van de camera. Gebruik de + of - toets om een item te selecteren en druk op de weergavetoets om de selectie in te voeren.

  • Wanneerdecameraalsachteruitrijcamerawordt gebruikt,druktuop[OK].Engadannaarstap6.
  • Wanneerdecameraalsvooruitcamerawordtgebruikt, selecteertu[ToNormal](Naarnormaal)enselecteert uvervolgens[OK].Engadannaarstap5.
  • Door[ResetAll]teselecteren,wordenallecamera- instellingenteruggezetnaardestandaardwaarden. 5 Stel de cameramontagepositie af met de knoppen + of - van de schakeleenheid. Selecteer [Standard] (Standaard) als u de camera installeert op een hoogte van 50 cm tot 80 cm.Selecteer [Lower] (Onder) als u de camera installeert op een hoogte van 30 cm tot onder 50 cm. 6 Selecteer een camera-instelitem en stel het in. De volgende items zijn beschikbaar voor het instellen van de camera.

1. Beeldafstellingen bovenaanzicht

(centreren, linker- en rechterhoek, hoek omhoog en omlaag)2. Afstellingen begeleidingslijn groothoekbeeld (grootte, horizontale richting, positie-instelling rode lijn)Een item selecteren:Druk op de + of - toets om een item te selecteren en druk op de weergavetoets om de selectie in te voeren. Wanneer een item voor aanpassing geselecteerd is, verandert het kader van diens pictogram van blauw in geel.Het item aanpassen:Nadat een item is geselecteerd, drukt u op de + of - toets om het aan te passen en drukt u op de weergavetoets om de aangepaste waarde in te voeren. 7 Sluit de instelling af. Beeldafstelling bovenaanzicht (centreren) Metdititemsteltuhetmiddenvandeinbouwpositievandecameraaf. 1 Selecteer “OVERHEAD VIEW IMAGE ADJUSTMENT (CENTERING)”. 2 Druk op de + of - toets van de schakeleenheid, tot de twee witte lijnen op de positie verschijnen die overeenkomt met de middenlijn van de auto. Afstelling is met twee stappen naar links of naar rechts mogelijk. Wanneer de afstelling in het huidige, beschikbare Camera instellen (uitsluitend CMOS-320) LVT2720-001A.indb 52 14/02/14 15:12CMOS-320/CMOS-220

NEDERLANDSbereik niet mogelijk is, verandert u de camerapositie voordat u het opnieuw probeert

  • Selecteer[Back]omterugtegaannaarhetvorige instelitem.
  • Selecteer[Next]omnaarhetvolgendeinstelitemte gaan.
  • Door[Reset]binneneenafzonderlijkinstelitemte selecteren,wordtdecamera-instellingvandatitem teruggezetnaardestandaardwaarde.
  • Selecteer[ ]omhetpictogramonderstebovente draaien. 3 Na het voltooien van de afstelling drukt u op de weergavetoets. Hiermee gaat u verder naar “OVERHEAD VIEW IMAGE ADJUSTMENT (Right-and-Left ANGLE)”. Beeldafstelling bovenaanzicht (linker- en rechterhoek) Metdititemsteltudehorizontalehoek(ineendraaiendebeweging)afvandeinbouwpositievandecamera. 1 Selecteer “OVERHEAD VIEW IMAGE ADJUSTMENT (Right-and-Left ANGLE)”. 2 Druk op de + of - toets van de schakeleenheid tot het midden van het parkeervak verticaal wordt weergegeven. Afstelling is met een stap naar links of naar rechts mogelijk. Wanneer de afstelling in het huidige, beschikbare bereik niet mogelijk is, verandert u de camerapositie voordat u het opnieuw probeert. 3 Na het voltooien van de afstelling drukt u op de weergavetoets. Hiermee gaat u verder naar “OVERHEAD VIEW IMAGE ADJUSTMENT (Up-and-Down ANGLE)”. Beeldafstelling bovenaanzicht (hoek omhoog en omlaag) Metdititemsteltudeverticalehoek(nijging)vandeinbouwpositievandecameraaf. 1 Selecteer “OVERHEAD VIEW IMAGE ADJUSTMENT (Up-and-Down ANGLE)”. 2 Druk op de + of - toets van de schakeleenheid tot de lijnen die de breedte van de auto aangeven, verticaal worden weergegeven. Afstelling is met een stap naar boven of naar beneden mogelijk. Wanneer de afstelling in het huidige, beschikbare bereik niet mogelijk is, verandert u de camerapositie voordat u het opnieuw probeert. 3 Na het voltooien van de afstelling drukt u op de weergavetoets. 4 Selecteer [Next]. Hiermee gaat u verder naar “GUIDELINE ADJUSTMENT (Size)”. Camera instellen (uitsluitend CMOS-320) LVT2720-001A.indb 53 14/02/14 15:1254

CMOS-320/CMOS-220 Voor afstellen van begeleidingslijnen

  • De hierna volgende afstellingen stellen de afmetingen, lengtes en posities van de begeleidingslijnen af die in het groothoekbeeld en het bovenaanzicht worden getoond. Standaard worden de drie hieronder getoonde begeleidingslijnen weergegeven, ervan uitgaande dat de camera-installatiehoogte 80 cm is en dat de afstand tussen de linker- en rechterlijn van het parkeervak 2,2 meter is.• De rode lijn wordt gebruikt om de parkeerpositie aan te geven en kan onafhankelijk van de andere begeleidingslijnen worden ingesteld.Groen Rood 2.7m2.2m Afstelling begeleidingslijn groothoekbeeld (grootte) Metdititemkandeglobalegroottewordenafgesteldvandebegeleidingslijnendieinhetgroothoekbeeldwordenweergegeven. 1 Selecteer “GUIDELINE ADJUSTMENT (Size)”. 2 Druk op de + of - toets van de schakeleenheid om de grootte af te stellen. 3 Na het voltooien van de afstelling drukt u op de weergavetoets. Hiermee gaat u verder naar “GUIDELINE ADJUSTMENT (Horizontal direction)”. Aanpassing begeleidingslijn groothoekbeeld (horizontale richting) Metdititemkandepositioneringlinks-rechtswordenafgesteldvandebegeleidingslijnendieinhetgroothoekbeeldwordenweergegeven. 1 Selecteer “WIDE VIEW GUIDELINE ADJUSTMENT (Horizontal direction)”. 2 Druk op de + of - toets van de schakeleenheid om de positionering links-rechts af te stellen. 3 Na het voltooien van de afstelling drukt u op de weergavetoets. Hiermee gaat u verder naar “GUIDELINE ADJUSTMENT (Red Line Position Setting)”. Camera instellen (uitsluitend CMOS-320) LVT2720-001A.indb 54 14/02/14 15:12CMOS-320/CMOS-220

NEDERLANDS Afstelling begeleidingslijn groothoekbeeld

(Positie-instelling rode lijn) Metdititemkandepositiewordenafgesteldvanderodelijndieinhetgroothoekbeeldwordtweergegeven.Derodelijnkanonafhankelijkwordengebruiktomdereferentielijnintestellenvoordeparkeerpositievandeauto. 1 Selecteer “GUIDELINE ADJUSTMENT (Red Line Position Setting)”. 2 Druk op de + of - toets van de schakeleenheid om de positie van de rode lijn af te stellen. Beweeg de rode lijn tot aan de rand van de bumper van uw auto. Als de rand van de bumper van uw voertuig niet zichtbaar is op de monitor, verplaats dan de rode lijn rondom de rand van uw voertuig. 3 Na het voltooien van de afstelling drukt u op de weergavetoets. 4 Selecteer [Next]. Hiermee gaat u verder naar “SETTING COMPLETE”. Het instellen van de camera voltooien Camera instellen (uitsluitend CMOS-320) 1 Druk op de + of - toets van de schakeleenheid om [Finish] te selecteren en druk op de weergavetoets. Camera-identicatie instellen AlsueenCMOS-320aansluitalseenvooruitzichtcameraopeenKenwoodnavigatiesysteemmetdecamerabedieningsfunctie,moetudeidentificatietoewijzenaan[FrontCamera](Voor). 1 Installeer de schakeleenheid. Raadpleeg “Basisaansluitinge” (pagina 49) voor de aansluiting. 2 Geef het beeld van de vooruitzichtcamera weer op de monitor van het Kenwood navigatiesysteem. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing hiervan voor het weergeven van het beeld. 3 Houd de + toets van de schakeleenheid gedurende meer dan 2 seconden ingedrukt en druk vervolgens de - toets gedurende meer dan 2 seconden in. 4 Druk op de + of - toets van de schakeleenheid om de camera-identificatie te selecteren en druk op de weergavetoets. 5 Na het instellen drukt u op de + of - toets van de schakeleenheid om [Finish] te selecteren en drukt u op de weergavetoets. 6 Zet ACC uit. 7 Maak de schakeleenheid los. 8 Sluit de CAM+/CAM- aan op het Kenwood autonavigatiesysteem. 9 Zet ACC aan. LVT2720-001A.indb 55 14/02/14 15:1256

CMOS-320/CMOS-220 Displayweergave schakelen (uitsluitend CMOS-320) Displayweergave schakelen HetCMOS-320-camerasysteemkan4verschillendecamerabeeldenweergeven. 1 Terwijl een beeld wordt weergegeven op de monitor, drukt u op de weergavetoets van de schakeleenheid. Met elke druk op de weergavetoets wordt de beeldweergavemodi in de onderstaande volgorde geschakeld.UltragroothoekbeeldGroothoekbeeld met een horizontale hoek van ongeveer 195°.GroothoekbeeldCamerabeeld met een horizontale hoek van ongeveer 135°.BovenaanzichtBeeld gezien vanuit een standpunt recht boven de auto.Afhankelijk van de inbouwpositie van de camera, is het mogelijk dat het overzichtsbeeld niet correct wordt weergegeven.• Bovenkant beeld kan twee keer verschijnen, afhankelijk van het aangesloten navigatiesysteem.HoekweergaveDe beelden gezien vanaf de twee hoeken van de auto worden weergegeven op de linker- en de rechterhelft van het scherm.Voor het aansluiten van de camera op een Kenwood-navigatiesysteem enz. (bedieningstoestel) uitgerust met de camerabedieningsfunctie, gebruikt u de meegeleverde verbindingskabel voor het bedieningstoestel. Hiermee kan het bedieningstoestel tevens de displayweergave schakelen door het aanraken van het scherm van het bedieningstoestel (pagina 50).LVT2720-001A.indb 56 14/02/14 15:12CMOS-320/CMOS-220

NEDERLANDS Camera-eenheidCMOS-320) Uitvoervideo : Gespiegeld groothoekbeeld (voor achteruitbeeld)/ normaal groothoekbeeld (voor vooruitbeeld) Sensor:1/3,6”-kleuren-CMOS-sensor Aantalpixels: Ongev. 330.000 pixels Lens : Groothoek, brandpuntsafstand f = 1,05 mm, F-waarde 2,0 Gezichtshoeken : Horizontaal: Ongev. 195° : Verticaal: Ongev. 145° Video-uitgang: 1,0 Vp-p/ 75 Ω Verlichtingsbereik: Ongev. 0,9 tot 100.000 lux Irissysteem: Elektronische iris Scansysteem: Interlace Synchronisatiesysteem: Interne synchronisatie Afmetingen(bxhxd): 23,4 x 23,4 x 26,1 mm Gewicht:Ongev. 23 g (zonder kabel) Camera-eenheidCMOS-220) Uitvoervideo : Gespiegeld groothoekbeeld (voor achteruitbeeld) Sensor:1/3,6”-kleuren-CMOS-sensor Aantalpixels: Ongev. 330.000 pixels Lens : groothoek, brandpuntsafstand f = 1,12 mm, F-waarde 2,2 Gezichtshoeken : Horizontaal: Ongev. 128° : Verticaal: Ongev. 103° Video-uitgang: 1,0 Vp-p/ 75 Ω Verlichtingsbereik: Ongev. 0,9 tot 100.000 lux Irissysteem: Elektronische iris Scansysteem: Interlace Synchronisatiesysteem: Interne synchronisatie Afmetingen(bxhxd): 23,4 x 23,4 x 23,9 mm Gewicht:Ongev. 22 g (zonder kabel) Schakeleenheid (uitsluitend CMOS-320) Afmetingen(bxhxd): 27,5 x 32,8 x 12 mm Gewicht:Ongev. 10 g (zonder kabel) Algemeen Werkspanning: 14,4 V (9,0 V — 16,0 V) Max.stroomverbruik(CMOS-320): 100 mA Max.stroomverbruik(CMOS-220): 20 mA

  • Gespiegeldbeeldhoudtindathetvideobeeldlinksen rechtsomdraait,netzoalshetbeelddatgezienwordtin eenachteruitkijk-ofeenzijspiegel.