AEG-ELECTROLUX

Santo U 960404 I - Koelkast AEG-ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Santo U 960404 I AEG-ELECTROLUX in PDF-formaat.

📄 88 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 🔧 SAV 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice AEG-ELECTROLUX Santo U 960404 I - page 46
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Español ES Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AEG-ELECTROLUX

Model : Santo U 960404 I

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Santo U 960404 I - AEG-ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Santo U 960404 I van het merk AEG-ELECTROLUX.

GEBRUIKSAANWIJZING Santo U 960404 I AEG-ELECTROLUX

Geachte klant, Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieu- we koelapparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatie over een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud van het apparaat. De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren om later nog eens iets na te kun- nen lezen. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorge- ven. Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbare modellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwij- zingen letten die op uw apparaat betrekking hebben. Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden (Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigd op aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juist functioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.

1. Dit symbool leidt u stap voor stap door de bediening van het apparaat.

  • Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschikt voor het koelen, invriezen en diepgevroren bewaren van levensmid- delen en voor het maken van ijs. Als het apparaat voor andere doel- einden gebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemen voor eventuele schade.
  • Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het apparaat zijn uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.
  • Als het apparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor het koelen, diepgevroren bewaren en invriezen van levensmiddelen gebruikt wordt, s.v.p. letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelij- ke bepalingen. Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt
  • Controleer het apparaat op transportschade. Een beschadigd appa- raat in geen geval aansluiten! Wend u in geval van schade tot de leverancier.
  • Overtuig u er van dat het apparaat na de installatie niet op het aan- sluitsnoer staat. Belangrijk: De netaansluiting mag alleen door gekwalificeerd personeel verwisseld worden. Wend u in geval van reparaties tot onze service-afdeling. Koelmiddelen Het apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof isobu- taan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel brandbaar is.
  • Waarschuwing - Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit bescha- digd worden.
  • Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit: – open vuur en brandhaarden absoluut vermijden; – het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren. Veiligheid van kinderen
  • Verpakkingsdelen (bijv. folies, piepschuim) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal van kinderen weghouden!
  • Oude apparaten voor het weggooien onbruikbaar maken. Stekker uit47 Veiligheid het stopcontact trekken, aansluitsnoer doorknippen, eventueel aanwe- zige snap– of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Daardoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten raken (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terecht komen.
  • Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijke apparaten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor het nodi- ge toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen. In het dagelijks gebruik
  • Bussen of flessen met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen bussen of flessen met brandbare stoffen zoals spuitbussen, aanstekers, navullingen voor aanstekers etc. in het koelapparaat.
  • Flessen en blikken mogen niet in het vriesvak. Ze kunnen springen als de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in het vries- vak. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcohol-percenta- ge kan in het vriesvak gelegd worden.
  • Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in de mond steken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken.
  • Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen.
  • Waarschuwing - Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsma- chines, mixers etc.) in het koelapparaat gebruiken.
  • Waarschuwing - Om het functioneren van het apparaat niet nadelig te beïnvloeden, mogen de ventilatie-openingen van het apparaat of het inbouwmeubel niet worden afgedekt of versperd.
  • Waarschuwing - Gebruik m.u.v. de in deze gebruiksaanwijzing aan- bevolen hulpmiddelen geen mechanische of kunstmatige hulpmidde- len om het ontdooiproces te bespoedigen.
  • Waarschuwing - Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitscha- kelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
  • De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken, nooit aan het snoer. Bij storing
  • Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaan- wijzing kijken onder “Wat te doen als ...”. Als de daar gegeven aan- wijzingen niet verder helpen zelf verder geen werkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
  • Koelapparaten mogen alleen door vakmensen gerepareerd worden.48 Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Wend u bij reparaties tot uw vakhandel of tot onze service-afdeling. Weggooien Informatie over de verpakking van het apparaat Gooi het verpakkingsmateriaal van uw apparaat op de juiste wijze weg. Alle gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en kun- nen hergebruikt worden! De materialen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt worden en hebben de volgende aanduidingen: >PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken binnenin. >PS< voor schuimpolystyreen, bijv. bij de bekledingsdelen, volkomen CFK-vrij. De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en moeten ook weer in een container voor oud papier gedeponeerd worden. Weggooien van oude apparaten Wegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te worden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan ver- vanging toe is - ook voor uw nieuwe apparaat. Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden. Stekker uit het stopcontact trekken, aansluitsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen. Aanwijzingen voor het weggooien:
  • Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.
  • Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de achterkant, mag niet beschadigd worden.
  • Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektro- nische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit pro- duct op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen49 Transportbescherming verwijderen Het apparaat en de onderdelen van het interieur zijn voor het trans- port beschermd.

1. Plakband links en rechts aan de buitenkant van de deur er af trekken.

2. Alle plakband en bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.

voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best con- tact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht. Opstellen Opstelplaats Het apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten. De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik. Het apparaat daarom – niet aan directe straling van de zon blootstellen; – niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaatsen; – alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is ontworpen. De klimaatklasse staat op het typeplaatje dat zich links aan de binnen- kant van het apparaat bevindt. De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke klimaatklasse behoort: Klimaatklasse voor een omgevingstemperatuur van SN +10 tot +32 °C N +16 tot +32 °C ST +18 tot +38 °C T +18 tot +43 °C50 Opstellen Inbouw Zie meegeleverde montage-aanwijzing. Controleer na het inbouwen van het apparaat, vooral na overzetten van het deurscharnier, of de deurafdichting rondom goed afdicht. Een ondichte deurafdichting kan tot versterkte rijpvorming en daardoor tot hoger energieverbruik leiden (zie ook hoofdstuk „Wat te doen als ...“). Elektrische aansluiting Voor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïn- stalleerd stopcontact met randaarde vereist. Het stopcontact moet zodanig worden geïnstalleerd, dat de stekker altijd uit het stopcontact kan worden getrokken. Het voor de aansluiting van het apparaat benodigde stopcontact moet zich links of rechts naast de inbouwnis bevinden. De elektrische zekering dient minstens 10/16 ampère te zijn. Indien het stopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijk is, dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dat het apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering, beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm). Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controleren of de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden van het lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan. Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of 220 ... 240 V ~50 Hz (d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 hertz) Het typeplaatje bevindt zich rechts aan de binnenkant van het apparaat. Montage direct onder een kookplaat is niet toegestaan. De temperatu- ren van de kookplaat, die op sommige plaatsen hoog zijn, kunnen het apparaat beschadigen. Indien een kookplaat in de buurt van het apparaat geïnstalleerd wordt, dienen de betreffende montage- en veiligheidsvoorschriften in acht genomen te worden. Gezien de veelzijdigheid van de mogelijke inbouwsituaties is het onmogelijk hier gedetailleerde informatie te ver- schaffen. Men dient te voorkomen dat de koelkast warm wordt, door voldoende afstand van de warmtebron aan te houden en door middel van het gebruik van een geschikte isolatieplaat. Een correcte ventilatie van het apparaat dient gegarandeerd te worden.51 1 = Boter-/kaasvak met klep 2 = Variabele box (uitvoering afhankelijk van model) 3 = Flessenhouder 4 = Fruit-/groentelade 5 = Legvlakken 6 = Temperatuurregelaar en binnenverlichting 7 = Vriesvak (voor bewaren en invriezen) 8 = Typeplaatje Beschrijving van het apparaat Vooraanzicht Voor ingebruikname Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voor het eerste gebruik (zie hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”).

➇➇52 In gebruik nemen en temperatuurregeling Attentie! Het apparaat alleen gebruiken als het ingebouwd is! De temperatuurregelaar bevindt zich in de koelruimte rechts boven. Hij dient tegelijkertijd als AAN/UIT-scha- kelaar. Stand "0" = koeling uit Stand "1" = warmste binnentempera- tuur Stand "6" = koudste binnentemperatuur

1. Stekker in het stopcontact steken.

2. Gewenste temperatuur instellen door de temperatuurregelaar te draai-

en. De binnenverlichting gaat aan. De compressor start en werkt dan automatisch. Aanwijzing: als de instelling veranderd wordt, start de compressor niet direct als op dat ogenblik automatisch ontdooid wordt. Aangezien de bewaartemperatuur in de koelruimte snel bereikt wordt, kunnen direct na inschakeling producten opgeborgen worden. Belangrijk! Wacht met het opbergen van diepvriesartikelen tot de temperatuur in het vriesvak -18°C bereikt heeft. Aanwijzing: Uit voedingswetenschappelijk oogpunt is een bewaartem- peratuur van ca. +5°C in de koelruimte en -18°C in het diepvriesvak in de regel koud genoeg. De temperaturen in koelruimte en vriesvak kunnen niet gescheiden geregeld worden. De volgende zaken zijn van invloed op de binnentemperatuur: – omgevingstemperatuur; – hoeveelheid en temperatuur van de opgeslagen levensmiddelen; – vaak of lang openen van de deur; – een storing in aan apparaat. Daarom moet de instelling van de temperatuurregelaar eventueel aan de omstandigheden van dat moment aangepast worden. Tips m.b.t. de instelling: Voorbeelden: AEG62 omgevingstemperatuur stand van de temperatuurregelaar ca. 10°C tot 1 ca. 16°C rond 253 omgevingstemperatuur stand van de temperatuurregelaar ca. 25°C rond 2 ca. 32°C 2 tot 3 ca. 38°C 1 tot 2 Aanwijzing: Bij instelling volgens de tabel heerst een gemiddelde koel- ruimtetemperatuur van ca. +5°C. De gemiddelde temperatuur in het vriesvak bedraagt dan -18°C of kouder. Dit geldt voor omgevingstem- peraturen van +10°C tot +38°C. Bij hoge omgevingstemperatuur wor- den bij een stand van de temperatuurregelaar rond "2" verse levens- middelen op betrouwbare wijze ingevroren, zonder dat het in de koel- ruimte te koud wordt.

3. Als u een hogere of lagere temperatuur wenst, draait u de tempera-

tuurregelaar op een warmere resp. koudere stand. Belangrijk! Hoge omgevingstemperatuur (bijv. op hete zomerdagen) en koude instelling van de temperatuurregelaar (stand “5” tot “6”) kunnen er voor zorgen dat de compressor continu werkt. Reden: De compressor moet ononderbroken lopen om bij een hogere omgevingstemperatuur de lage temperatuur van het apparaat te kun- nen handhaven. De koelruimte ontdooit dan niet meer – automatisch ontdooien van de koelruimte is alleen bij stilstaande compressor moge- lijk (zie hoofdstuk “Ontdooien”). Sterke rijpvorming aan de achterwand van de koelruimte is dan het gevolg. Zet in dat geval de temperatuurregelaar op een warmere stand (stand “4” tot “5”). Bij deze instelling wordt de compressor geregeld en begint het ontdooien weer automatisch. Apparaat uitschakelen

1. Om het apparaat uit te schakelen de temperatuurregelaar op stand “0”

draaien. Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:

1. Levensmiddelen uit koelruimte en vriesvak nemen.

2. Apparaat uitschakelen, daartoe de temperatuurregelaar op stand “0”

draaien. De binnenverlichting gaat uit.

3. Stekker uit het stopcontact trekken of zekering in de huisinstallatie

4. Vriesvak ontdooien en grondig reinigen (zie hoofdstuk “Reiniging en

5. Deuren daarna open laten om geurvorming te voorkomen.54

Interieur Legvlakken Afhankelijk van model en uitrusting zijn legvlakken van glas of roos- ters meegeleverd. Het glazen legvlak boven de groente- en fruitbakken moet altijd blij- ven liggen, opdat fruit en groente langer vers blijven. De overige legvlakken zijn in hoogte verstelbaar:

1. Daartoe het legvlak zover naar voren

trekken tot het naar boven of onde- ren bewogen kan worden en eruit gehaald kan worden.

2. Om de legvlakken op een andere

hoogte te zetten in omgekeerde volgorde te werk gaan. Plaatsen van grote verpakkingen (niet bij alle modellen): De voorste helft van het tweedelige glazen legvlak eruit halen en op een andere hoogte erin schuiven. Hierdoor wordt ruimte gewonnen om op het daaronder gelegen legvlak grote verpakkingen te plaatsen. Flessenhouder Sommige modellen hebben een flessenhou- der in het flessenvak. Hij dient als bescher- ming tegen het omvallen van losse flessen en kan aan de zijkant verschoven worden worden.55 Variabele box (uitvoering afhankelijk van model) Sommige modellen hebben een variabele box die naar de zijkant ver- schoven kan worden en onder het deurvak is aangebracht.

1. Voor het omzetten het deurvak met de varia-

bele box naar boven uit de houders in de deur tillen en de beugel uit de geleider onder het deurvak nemen. De variabele box kan ook in de koelruimte aan de zijkant van een leg- vlak gehangen worden:

1. Trek daartoe het legvlak zo ver naar

voren tot het naar boven of naar bene- den weggedraaid en er uit gehaald kan worden.

2. De beugel aan de zijkant aan het leg-

vlak hangen en het legvlak weer in de geleiders schuiven. Juist bewaren In de koelruimte heersen, fysisch bepaald, diverse temperaturen. De laagste temperatuur heerst op de onderste legvlakken. Warmer is het op de bovenste legvlakken en in de vakken in de deur. Waar in de koel- ruimte de juiste tempera- tuur heerst voor de diverse soorten levensmiddelen laat het voorbeeld hiernaast zien. Tip: Levensmiddelen dienen altijd afgedekt of verpakt in de koelruimte gezet te worden om uitdrogen en geur- of smaakoverdracht op andere artikelen te voorkomen. Voor het verpakken zijn geschikt: – vershoudzakken en -folies van polyethyleen;56 – kunststof dozen met deksel; – speciale kappen van kunststof met rubber band; – aluminiumfolie. Invriezen en diepvriesproducten bewaren Het vriesvak dient voor het invriezen en diepgevroren bewaren van levensmiddelen. Attentie!

  • Voor het invriezen van levensmiddelen alsmede voor het bewaren van reeds bevroren diepvriesartikelen dient de temperatuur in het vriesvak –18°C of lager te zijn (zie de tabel in hoofdstuk "In gebruik nemen en temperatuurregeling").
  • Let op het op het typeplaatje aangegeven invriesvermogen. Het invriesvermogen is de maximale hoeveelheid verse waren die binnen 24 uur ingevroren kan worden. Als er gedurende meerdere dagen achter elkaar ingevroren wordt, neem dan slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid aangegeven op het typeplaatje.
  • Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmte leidt tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.
  • Let op de bewaartijd resp. houdbaarheidsdatum van de diepvriespro- ducten.
  • Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking (bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer invriezen.
  • Niet te grote hoeveelheden, maximaal 2 kg per 24 uur, invriezen. De kwaliteit is beter, als de levensmiddelen snel tot in de kern bevriezen.

1. Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze

niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op ande- re diepvriesproducten overgebracht wordt. Voorzichtig! Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. De handen kunnen daaraan vast vriezen.

2. De verpakte levensmiddelen op de bodem van het vriesvak leggen.

Niet-bevroren artikelen mogen niet in aanraking komen met reeds bevroren waren omdat anders de bevroren artikelen kunnen ontdooien.

3. Deur van het vriesvak goed sluiten.57

  • Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn: – diepvrieszakken en -folie van polyethyleen; – speciale diepvriesdozen; – aluminiumfolie, extra sterk.
  • Voor het sluiten van zakken en folies zijn geschikt: plastic klemmen, elastiekjes of plakband.
  • Voor het sluiten de lucht uit de zakjes en folies strijken omdat lucht het uitdrogen van bevroren artikelen bevordert.
  • Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.
  • Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibare diepvriesproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet. IJsblokjes maken

1. IJsbakje voor 3/4 met koud water vullen, in het vriesvak plaatsen en

2. Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje verdraaien of kort onder

stromend water houden. Attentie! Een eventueel vastgevroren ijsbakje nooit met spitse of scherpe voorwerpen losmaken. Gebruik daarvoor een lepelsteel of iets dergelijks. Ontdooien De koelruimte wordt automatisch ontdooid Het ontdooien van de verdamper in de achterwand van de koelruimte geschiedt automatisch. Het dooiwater wordt in het afvoergootje aan de achterwand van de koelruimte opgevangen, door het afvoergat naar een bakje aan de compressor gevoerd en verdampt daar. Het dooiwaterafvoergat moet regelmatig worden gereinigd (zie hoofd- stuk "Reiniging en onderhoud").58 Ontdooien Vriesvak ontdooien Tijdens het gebruik en bij het openen van de deur slaat vocht als rijp neer in het vriesvak. Verwijder deze rijp van tijd tot tijd met een zachte kunststof schraper. Gebruik in geen geval harde of spitse voorwerpen. Het vriesvak dient in ieder geval ontdooid te worden als de rijplaag ca. 4 mm dik is: echter minimaal eenmaal per jaar. Een geschikt moment voor het ontdooien is als het apparaat leeg is of als er nog maar wei- nig artikelen in liggen. Waarschuwing!

  • Geen elektrische verwarmingsapparaten en geen andere mechanische of kunstmatige hulpmiddelen gebruiken om het ontdooien te ver- snellen, met uitzondering van de hulpmiddelen die in deze gebruiks- aanwijzing aanbevolen worden.
  • Geen ontdooisprays gebruiken, deze kunnen gevaarlijk voor de gezondheid zijn en/of stoffen bevatten die kunststof aantasten. Voorzichtig! Niet met natte handen aan bevroren artikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen.

1. Enkele uren vóór het ontdooien de temperatuurregelaar op stand 6

draaien, om te zorgen voor een koudereserve in de diepvriesproducten.

2. Bevroren artikelen er uitnemen, in meerdere lagen krantenpapier wik-

kelen en op een koele plaats leggen, bijv. in de koelkast.

3. Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de

zekering in de huisinstallatie uitschakelen.

4. Afsluitstopje uit de dooiwateruitloop

verwijderen. Bakje eronder zetten om het dooiwater op te vangen. Attentie! Na het ontdooien de afsluit- stop weer in de dooiwaterafvoer zet- ten. Tip: Het ontdooien kan versneld wor- den door een pan met heet water in het vriesvak te zetten en de deur te sluiten. Verwijder stukken ijs die er afvallen voor ze geheel ontdooid zijn.

5. Na het ontdooien apparaat incl. accessoires grondig reinigen (zie

hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").

6. Levensmiddelen terugplaatsen en apparaat weer in gebruik nemen.

AEG4759 Reiniging en onderhoud Om hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant incl. toebehoren geregeld gereinigd te worden. Waarschuwing!

  • Het apparaat mag tijdens het schoonmaken niet op het elektriciteits- net aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Schakel voor het schoonmaken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering uit.
  • Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Er kan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schok- ken! Hete damp kan kunststof onderdelen beschadigen.
  • Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik geno- men wordt. Let op!
  • Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof onderdelen aantasten, bijv. - sap van citroen– of sinaasappelschillen; - boterzuur; - schoonmaakmiddelen die azijnzuur bevatten. Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonder- delen.
  • Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.

1. Koel– en diepvriesartikelen er uit halen. Diepvriesartikelen in meerdere

lagen kranten verpakken. Alles afgedekt op een koele plaats leggen.

2. Vriesvak voor het schoonmaken ontdooien (zie hoofdstuk “Ontdooien”)

3. Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de

zekering in de huisinstallatie uitschakelen.

4. Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken.

Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.

5. Daarna met schoon water afnemen en droogwrijven.

6. Het dooiwater afvoergat (F), dat zich onder

de groentelade bevindt, controleren. Een ver- stopt dooiwater afvoergat met behulp van het groene stopje (P) dat met het toestel is meegeleverd de opening schoonmaken.

7. Als alles droog is, de levensmiddelen er weer

in doen en het apparaat weer in bedrijf nemen. S.I.011

  • Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen of andere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstempera- tuur werkt de compressor vaker en langer.
  • Zorgen voor voldoende ventilatie van het apparaat. Ventilatieopeningen nooit afdekken.
  • Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen.
  • Deur slechts zo lang open laten als nodig is.
  • De temperatuur niet lager dan nodig instellen.
  • Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelruimte leggen. De koude in de diepvriesartikelen wordt zo voor koeling van de koel- ruimte gebruikt. Het apparaat is zo gebouwd dat u de achterzijde bij de muur kunt rei- nigen, eventueel met een borstel of stofzuiger met borstel. Stof belem- mert de warmte-afgifte en verhoogt zodoende het energieverbruik.

1. De sokkel (1) verwijderen;

2. het ventilatierooster (2) demonteren;

3. het carter (3) voorzichtig verwijderen,

let erop dat er geen druppels dooiwa- ter aanwezig zijn. S.I.013

Wat te doen als ... Hulp bij storingen Het kan bij een storing om kleine defecten gaan die u zelf aan de hand van de volgende aanwijzingen kunt oplossen. Voer zelf geen verdere werkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallen niet verder helpt. Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door vakmensen uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wend u bij reparatie altijd tot onze service-afdeling. Storing Mogelijke oorzaken Oplossing Apparaat werkt niet. Het apparaat is niet inge- schakeld. De stekker zit niet of niet goed in het stopcontact. De zekering is doorgesla- gen of defect. Het stopcontact is defect. Een elektricien het defect aan het stroomnet laten verhelpen. Het apparaat inschakelen. De stekker in het stopcon- tact steken. De zekering controleren en eventueel vervangen. Het apparaat koelt te sterk. Temperatuur is te koud ingesteld. Temperatuurregelaar tijde- lijk op warmere instelling draaien. De levensmiddelen zijn te warm. Temperatuur is niet juist ingesteld. Zie hoofdstuk “In gebruik nemen en temperatuurre- geling”. Deur heeft te lang openge- staan. Deur slechts zo lang open laten als nodig is. In de laatste 24 uur zijn grotere hoeveelheden warme levensmiddelen opgeslagen. Temperatuurregelaar tijde- lijk op een koudere stand zetten. Het apparaat staat naast een warmtebron. Zie hoofdstuk “Opstel- plaats”. Lamp is defect. Zie hoofdstuk “Lamp ver- vangen”. Binnenverlichting werkt niet.62 Wat te doen als ... Lamp vervangen Waarschuwing! Gevaar voor elektrische schok! Voor het vervangen van de lamp het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcon- tact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen. Lampgegevens: 220-240 V, max. 15 W, fitting: E 14

1. Om het apparaat uit te schakelen de temperatuurregelaar op stand “O”

2. Stekker uit het stopcontact trekken.

3. Voor het vervangen van de lamp de

bevestigingsschroef eruit draaien.

4. Volgens de afbeelding op de lampaf-

dekking drukken en deze naar achte- ren wegschuiven.

5. Defecte lamp vervangen.

6. Lampafdekking weer monteren en de bevestigingsschroef aandraaien.

7. Apparaat weer in gebruik nemen.

AEG65 Storing Mogelijke oorzaken Oplossing Water op de bodem van de koelruimte of op de legvlakken. Dooiwaterafvoer is ver- stopt. Zie hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”. Dit is normaal, het betreft geen storing. De compressor start na enige tijd automatisch. Na het wijzigen van de temperatuurinstelling start de compressor niet direct. Op de ondichte plaatsen de deurafdichting voor- zichtig met een haardroger verwarmen (niet heter dan ca. 50 °C). Tegelijkertijd de verwarm- de deurafdichting met de hand zo in vorm trekken dat hij weer helemaal sluit. Deurafdichting is ondicht (eventueel na het overzet- ten van het deurscharnier). Sterke rijpvorming in het apparaat, eventueel ook aan de deurafdichting.63 Geluiden tijdens de werking De volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten:

  • Klikken Elke keer als de compressor in- of uitschakelt, hoort u een klik.
  • Zoemen Zodra de compressor functioneert, hoort u gezoem.
  • Borrelen/klotsen Wanneer het koelmiddel door smalle leidingen stroomt, kunt u een borrelend of klotsend geluid horen. Ook na het uitschakelen van de compressor is dit geluid nog korte tijd te horen. Bepalingen, normen, richtlijnen Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is met inachtneming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt. Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijn volgens de Duitse wet op de veiligheid van apparaten (GSG), de Duitse voorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties (VBG 20) en de bepalingen van de vereniging van Duitse elektrotechni- ci (VDE). De koudecirculatie is op dichtheid getest. Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen: – 73/23/EG van 19.2.1973 - laagspanningsrichtlijn – 89/336/EG van 3.5.1989 (met inbegrip van wijzigingsrichtlijn 92/31/EG) - EMC-richtlijn. – 94/2/EG van 21. 01. 1994 - richtlijn voor energie-etikettering – 96/57 EG van 3. 9. 1996 - vereiste met betrekking tot de energie- efficiëntie van elektrische huishoudelijke koel- en vriesapparaten en de betreffende combinaties.64 Vaktermen
  • Koelmiddel Vloeistoffen die gebruikt kunnen worden voor koudeproductie, wor- den koelmiddelen genoemd. Deze stoffen hebben verhoudingsgewijs een laag kookpunt, zo laag dat de warmte van de aanwezige levens- middelen in het koelapparaat, het koelmiddel tot koken ofwel tot verdampen kan brengen.
  • Koelmiddelkringloop Gesloten kringloopsysteem waarin het koelmiddel zich bevindt. De koelmiddelkringloop bestaat hoofdzakelijk uit verdamper, compressor, condensor en leidingen.
  • Verdamper In de verdamper verdampt het koelmiddel. Net als alle vloeistof, heeft het koelmiddel warmte nodig om te kunnen verdampen. Deze warmte wordt onttrokken aan de binnenruimte van het koelappa- raat, de ruimte koelt daardoor af. Daarom is de verdamper in de bin- nenruimte geplaatst of direct achter de binnenwand ingeschuimd en daardoor niet zichtbaar.
  • Compressor De compressor ziet eruit als een tonnetje. Hij wordt aangedreven door een ingebouwde elektromotor en is achter, aan de onderkant van het apparaat geplaatst. De compressor zorgt ervoor dat het dampvormige koelmiddel aan de verdamper onttrokken wordt en vervolgens verdicht en naar de condensor geleid wordt.