5HD31050 - Oven BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 5HD31050 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
| Kenmerken | Details |
|---|---|
| Type oven | Elektrische oven |
| Inhoud | 50 liter |
| Vermogen | 2200 W |
| Kookstanden | Convectie, Grill, Hetelucht |
| Maximale temperatuur | 250 °C |
| Afmetingen (B x D x H) | 60 x 60 x 60 cm |
| Bedieningspaneel | Digitaal scherm met touchknoppen |
| Reinigingssysteem | Katalytische reiniging |
| Energieverbruik | Energieklasse A |
| Inclusief accessoires | Rooster, braadslede, gebruiksaanwijzing |
| Garantie | 2 jaar |
| Veiligheidsmaatregelen | Oververhittingsbeveiliging, koele deur |
| Gewicht | 30 kg |
Veelgestelde vragen - 5HD31050 BLAUPUNKT
Gebruikersvragen over 5HD31050 BLAUPUNKT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 5HD31050 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 5HD31050 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING 5HD31050 BLAUPUNKT
[nl] Gebruiksaanwijzing 54
Einbauherd 5HD310.0
Cuisinière encastrable 5HD310.0
Inbouwformuis 5HD310.0
de
Inhaltsverzeichnis
Belangrijke veiligheidsvoorschriften 54
Oorzaken van schade....55
Uw nieuwe oven 56
Bedieningspaneel 56
Functiekeuzeknop....56
Temperatuurkeuzeknop.... 57
Kookzoneschakelaars....57
Binnenruimte....57
De toebehoren.... 57
Inschuiven van het toebehoren.... 57
Extra toebehoren.... 58
Voor het eerste gebruik.... 58
Oven opwarmen....58
Toebehoren reinigen 58
Kookplaat instellen 58
Oven instellen 59
Verwarmingsmethode en temperatuur instellen 59
Onderhoud en reiniging 59
Reinigingsmiddelen.... 59
Inschuifrails verwijderen en bevestigen.... 60
Ovendeur verwijderen en inbrengen.... 60
Glazen deurplaten uit- en inbouwen.... 61
Wat te doen bij storingen? 62
Storingstabel....62
Ovenlamp aan het plafond vervangen 62
Glazen afscherming....62
Servicedienst 62
E-nummer en FD-nummer....62
Energie- en milieutips 63
Energie besparen 63
Milieuvriendelijk afvoeren 63
Maatregelen tijdens het transport....63
Voor u in onze kookstudio uitgetest. 63
Gebak....63
Tips voor het bakken 65
Vlees, gevogelte, vis....65
Tips voor het braden en grillen.... 67
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast 67
Kant-en-klaar producten 67
Bijzondere gerechten 68
Ontdooien....68
Drogen 68
Inmaak 68
Acrylamide in levensmiddelen 69
Testgerechten....70
Bakken....70
Grillen....70
⚠️ Belangrijke veiligheidsvoorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u uw apparaat goed en veilig bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of om door te geven aan een volgende eigenaar.
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Neem het speciale installatievoorschrift in acht.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Niet aansluiten in geval van transportschade.
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag apparaten zonder stekker aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten en drank. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt. Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte plaatsen. Zie beschrijving toebehoren in de gebruiksaanwijzing.
Risico van brand!
- Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. Bewaar geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte. Open nooit de deur wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Het toestel uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Wanneer de apparaatdeur geopend wordt, ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. Tijdens het voorverwarmen mag er nooit bakpapier los op de toebehoren liggen. Verzwaar het bakpapier altijd met een vorm. Bakpapier alleen op het benodigde oppervlak leggen. Het bakpapier mag niet uitsteken over de toebehoren.
Risico van verbranding!
- Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
■ Toebehoren of vormen worden zeer heet. Neem hete toebehoren en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
■ Alcohol dampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage gebruiken. De deur van het toestel voorzichtig openen.
Kans op verbranding!
- Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. De deur van het toestel voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Door water in de hete binnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
- De kabelisolatie van hete toestelonderdelen kan smelten. Zorg ervoor dat er nooit aansluitkabels van elektrische toestellen in contact komen met hete onderdelen van het apparaat.
- Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
- Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Oorzaken van schade
Attentie!
■ Toebehoren, folie, bakpapier of vormen op de bodem van de binnenruimte: Geen toebehoren op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen bakpapier of folie, van welk type dan ook, op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van meer dan 50 °C ingesteld is. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
■ Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
■ Vochtige levensmiddelen: Geen vochtige levensmiddelen langere tijd in de afgesloten binnenruimte bewaren. Het email raakt dan beschadigd.
Vruchtensap: De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
■ Afkoelen met open apparaatdeur: De binnenruimte alleen laten afkoelen wanneer deze afgesloten is. Ook wanneer de deur slechts op een kier openstaat, kan de voorzijde van aangrenzende meubels op den duur worden beschadigd.
■ Sterk vervuilde deurdichting: is de deurdichting sterk vervuild, dan sluit de apparaatdeur tijdens het gebruik niet meer goed. De voorzijde van aangrenzende meubels kan worden beschadigd.Zorg ervoor dat de deurdichting altijd schoon is.
■ Apparaatdeur als vlak om op iets op te leggen of te plaatsen: niets op de apparaatdeur leggen of plaatsen en er niets aan
hangen. Geen vormen of toebehoren op de apparaatdeur plaatsen.
■ Toebehoren inschuiven: afhankelijk van het type toestel kunnen de toebehoren krassen geven op de deur. Toebehoren altijd tot de aanslag in de binnenruimte schuiven.
■ Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.
Uw nieuwe oven
Hier maakt u kennis met uw nieuwe oven. We leggen u de werking van het bedieningspaneel en de afzonderlijke
bedieningselementen uit. U krijgt informatie over de binnenruimte en de toebehoren.
Bedieningspaneel
Hier krijgt u een overzicht van het bedieningspaneel. De uitvoering hangt van het type apparaat af.

text_image
3 1 2 3Verklaringen
| 1 Functiekiezer |
| 2 Temperatuurkeuzeknop |
| 3 Keuzeschakelaar |
Schakelaars
De schakelaars kunnen in de uit-stand worden ingedrukt. Om in en uit te schakelen op de schakelaar drukken.
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de wijze van verwarmen voor de oven in. De functiekeuzeknop kan naar links en naar rechts draaien.
Wanneer de gewenste wijze van verwarmen is ingesteld, brandt de lamp in de oven.
Instelling Functie
| 0 | Uit De oven is uitgeschakeld. | |
| Boven-/onderwarmte | Het bakken en braden is maar op één niveau mogelijk. Voor gebak en pizza in bakvormen of op de bakplaat alsmede voor magere braadstukken van rund, kalf en wild is deze instelling zeer geschikt. De hitte komt gelijkmatig van boven en onderen. | |
* Wijze van verwarmen conform energie-efficiëntieklasse EN50304.
Instelling Functie
| ☒ | Circulatielucht* Op één niveau kunt u schuimgebak en bladerdeeg bereiden.Klein gebak, koekjes en blader-deeg kunt u op twee niveaus gelijk-tijdig bakken.De ventilator aan de achterzijde van het apparaat verdeelt de warmte die van boven en onder komt gelijk-matig over de gerechten. | |
| ☐ | Onderwarmte | Met onderwarmte kunt van onderen nabakken en rooste-ren. De temperatuur komt van onderen. |
| ☒ | Circulatiegrillen | Circulatiegrillen is bijzonder geschikt voor het grillen van vis, gevogete en grote stukken vlees. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator verdeelt de verwarmde lucht om de gerechten. |
| ☐ | Vlakgrillen, klein oppervlak | Deze wijze van verwarmen is geschikt voor het grillen van steak, worstjes, vis en toasts in kleine hoeveelheden. Het middelste deel van het grillelement wordt ver-warmd. |
| ☐ | Vlakgrillen, groot oppervlak | U kunt meerdere steaks, worstjes, vis en toast grillen. Het gehele oppervlak onder het grillelement wordt verwarmd. |
* Wijze van verwarmen conform energie-efficiëntieklasse EN50304.
Temperatuurkeuzeknop
Met de temperatuurkeuzeknop kunt u de temperatuur en de grillstand instellen.
Standen Functie
| ● | Uit Oven niet heet. | |
| 50-270 | Temperatuurbereik | Temperatuurinstellingen°C. |
| I, II, III Grillstanden Grillstanden voor de gril,klein ☐ en groot ☐oppervlak.I = Stand 1, zwakII = Stand 2, gemiddeldIII = Stand 3, sterk | ||
Als de oven opwarmt, brandt het lampje boven de temperatuurkeuzeknop. Deze gaat uit tijdens de verwarmingspauzes. Bij sommige instellingen brandt het symbool niet.
Grillstanden
Bij het vlakgrillen 📄 stelt u met de temperatuurkeuzeknop een grillstand in.
Kookzoneschakelaars
Met de vier kookzoneschakelaars kunt u het verwarmingsvermogen van de kookzones instellen.
Standen Functie
| ○ | Nulstand Oven uitgeschakeld. |
| 1-8 | Kookstanden 1 = laagste stand9 = hoogste stand |
| ○○ | Activeren Bijschakelen van de braadzone |
| ◎ | Activeren Bijschakelen van de tweekrings-kookzone |
Als u de oven inschakelt, brandt het indicatielampje
Binnenruimte
In de binnenruimte bevindt zich de ovenlamp. Een koelventilator beschermt de oven tegen oververhitting.
Ovenlamp
De ovenlamp brandt tijdens het gebruik van de oven. Door de functiekeuzeknop op een willekeurige stand te draaien, kan de ovenlamp ook worden ingeschakeld zonder dat de oven wordt verwarmd.
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt.
Attentie!
De ventilatiesleuven niet afdekken. Anders raakt de oven oververhit.
De toebehoren
De meegeleverde toebehoren zijn geschikt voor vele gerechten. Let erop dat u de toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte plaatst.
Het grote assortiment speciale toebehoren zorgt ervoor dat vele van uw gerechten nog beter lukken en u de oven nog comfortabler kunt gebruiken.
Inschuiven van het toebehoren
Het toebehoren kan in 4 verschillende hoogtes in de oven worden geschoven. Schuif het toebehoren steeds tot aan de aanslag erin, zodat het deurglas niet wordt geraakt.

Wanneer het toebehoren ongeveer tot aan de helft eruit getrokken is, klikt het vast. Nu kunt u de gerechten gemakkelijk uit de oven nemen.
Bij het inschuiven moet u op de uitstulping aan de achterzijde van het toebehoren letten. Alleen zo klikt het op de juiste manier vast.

Aanwijzing: Het toebehoren kan door de hitte vervormen. Zodra het toebehoren afgekoeld is, neemt het zijn oorspronkelijke vorm weer aan. De functie wordt niet beïnvloed.
Houd de bakplaat aan weerszijden met beide handen vast en schuif de bakplaat recht in het frame. Vermijd bij het inschuiven bewegingen naar links of rechts. Anders kan de bakplaat niet gemakkelijk ingeschoven worden. Het geëmailleerde oppervlak kan beschadigd raken.
De oven beschikt niet over alle toebehoren die hierna worden vermeld.
Toebehoren kunt u kopen bij de servicedienst, in de vakhandel of op internet. Geef hiervoor alstublieft nummer 5Z op.

Rooster
Voor servies, taart- en cakevormen, braadstukken, grillstukken en diepvriesgerechten.
Het rooster met de open kant naar de ovendeur en de welving naar beneden — inschuiven.

Braadslede
Voor vochtig gebak, taarten, diepvriesgerechten en grote braadstukken. Hij kan ook worden gebruikt om het vet op te vangen, als u direct op het rooster grilt.
Plaats de braadslede met de schuine kant naar de ovendeur.
Extra toebehoren
Extra toebehoren kunt u kopen bij de servicedienst of in speciaalzaken. Een omvangrijk aanbod voor uw oven vindt u in onze prospectussen of op het internet. De beschikbaarheid van extra toebehoren en de bestelmogelijkheden via internet zijn van land tot land verschillend. Informatie hierover vindt u in de verkoopdocumenten.
Niet elk accessoire van de extra toebehoren past bij elk apparaat. Geef bij de aankoop steeds de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Extra toebehoren 5Z nummer Gebruik
| Aluminium bakplaat 5Z 11BA11 Voor gebak en koekjes. | |
| Plaats de bakplaat met de schuine kant naar de ovendeur in de oven. | |
| Geëmailleerde bakplaat 5Z 11BE11 Voor gebak en koekjes. | |
| Plaats de bakplaat met de schuine kant naar de ovendeur in de oven. | |
| 2-voudige telescopische uitschuifvoorziening 5Z 11TA12 Met de uitschuifbare rails op hoogte 1 en 3 kunt u de toebehoren helemaal naar buiten trekken, zonder dat ze kantelen. | |
| Ovendeur - aanvullende veiligheidsinstructiesBij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden. | Indien u kinderen hebt, is bij het gebruik van de oven extra voorzichtigheid geboden.Verder is er een beveiligingsvoorziening beschikbaar waarmee directe aanraking van de ovendeur wordt verhinderd. Dit speciale toebehoren (440651) is bij de servicedienst verkrijgbaar. |
Voor het eerste gebruik
Hier vindt u alles wat u moet doen voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met de oven. Lees eerst het hoofdstuk Veiligheidsvoorschriften.
Oven opwarmen
Om de geur van het nieuwe te verwijderen, warmt u de lege, gesloten oven op. Het beste kunt u de oven een uur lang op 240 °C boven-/onderwarmte □ opwarmen. Let erop dat zich geen verpakkingsmateriaal in de oven bevindt.
-
Stel met de functiekeuzeknop boven-/onderwarmte ☐ in.
-
Stel met de temperatuurkeuzeknop 240 °C in.
Schakel de oven na een uur uit. Zet daartoe de functiekeuzeknop op de nulstand.
Toebehoren reinigen
Reinig de toebehoren voor het eerste gebruik grondig met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje.
Kookplaat instellen
Bij de kookplaat hoort een afzonderlijke gebruiksaanwijzing. Hierin vindt u belangrijke instructies over de veiligheid, een uitvoerige handleiding voor het instellen en veel informatie over onderhoud en reiniging.
Oven instellen
U hebt meerdere instelmogelijkheden voor de oven. In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe u de gewenste wijze van verwarmen en de temperatuur of de grillstanden kunt instellen.
Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
Voorbeeld in de afbeelding: boven- en onderwarmte bij 190°C.
- Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethode in.

- Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur of grillstand in.

text_image
190°CDe oven begint op te warmen.
Oven uitschakelen
De functiekiezer in de nulstand zetten.
Instellingen wijzigen
Wijze van verwarmen, temperatuur en grillstand kunnen naar behoefte worden gewijzigd.
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijft hij lang mooi en intact. Hieronder wordt uitgelegd hoe u de oven op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
Aanwijzingen
■ Geringe kleurverschillen op de voorzijde van de oven zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
■ Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Reinigingsmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde reinigingsmiddelen beschadigd raken, moet u zich aan het volgende houden.
Gebruik bij de reiniging van de oven
■ geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen,
- geen reinigingsmiddelen met een hoog alcoholpercentage,
■ geen schuursponsjes,
■ geen hogedrukreiniger of stoomstraler.
■ Reinig losse onderdelen niet in de vaatwasmachine.
Was nieuwe sponsen voor het eerste gebruik goed uit.
| Het bedie-ningspaneel | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreini- ger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken. |
| Roestvrijsta- len oppervlak- ken | Met warm zeepsop en een zachte doek schoonmaken. Veeg bij roestvrijstalen opper- vlakken altijd in de slijprichting. Anders kun- nen er krassen ontstaan. Drogen met een zachte doek. Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlek- ken onmiddellijk verwijderen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of grove rei- nigingsdoeken. De roestvrijstalen oppervlak- ken kunnen met speciale onderhoudsmiddelen gepoetst worden. Neem de instructies van de fabrikant in acht. Speci- ale reinigingsmiddelen voor roestvrij staal zijn bij de servicedienst of in de speciaalzaak ver- krijgbaar. |
| Geëmailleerde en gegla- zuurde opper- vlakken | Schoonmaken met een vochtig doekje en wat afwasmiddel. Drogen met een zachte doek. |
| Draaiknoppen | Schoonmaken met een vochtig doekje en wat afwasmiddel. Drogen met een zachte doek. |
| Deurruit Schoonmaken met glasreiniger. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen. Deze kunnen het glas- oppervlak bekrassen en beschadigen. | |
| Afdichting Met een vochtige doek afnemen. Drogen met een zachte doek. | |
| Binnenkant oven | Warm zeepsop of water met azijn. Bij sterke verontreiniging de ovenreiniger alleen gebruik- ken op afgekoelde oppervlakken. |
| Glazen kapje op de oven- lamp | Schoonmaken met een vochtig doekje en wat afwasmiddel. Drogen met een zachte doek. |
| Toebehoren In warm zeepsop laten inweken. Schoonma-ken met een borstel of spons. | |
| Aluminium bakplaat (opti-oneel) | Niet in de vaatwasmachine reinigen. Gebruik in geen geval ovenreiniger. Om krassen te vermijden mogen de metalen oppervlakken nooit met een mes of soortgelijk scherp voor-werp in aanraking komen. Reinig met een vochtige doek voor glaswerk en wat afwas-middel of met een microvezeldoek in horizon-tale richting, niet te hard wrijven. Drogen met een zachte doek. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of grove reinigingsdoeken. Anders kunnen er krassen ontstaan. |
| Kinderslot (optioneel) | Indien een kinderslot op de ovendeur is aan-gebracht, moet dit voor het reinigen worden verwijderd. Laat alle kunststofonderdelen in warm zeepsop weken en was deze met een spons af. Drogen met een zachte doek. Bij sterke verontreiniging functioneert het kinder-slot niet goed meer. |
| Kookplaat Aanwijzingen voor het onderhoud en de reini-ging vindt u in de gebruiksaanwijzing voor de kookplaat. | |
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Uithangen van het frame
- Frame naar beneden eruit trekken en iets naar voren trekken. De verlengstift aan de onderkant van het frame uit het bevestigingsgaten trekken (afbeelding A).
- Daarna het frame omhoogklappen en voorzichtig uitnemen (afbeelding B).

Reinig het frame met afwasmiddel en een spons. Gebruik op hardnekkig vuil een borstel.
Plaatsen van de rekjes
- Plaats de twee haken voorzichtig in de bovenste gaten. (afbeelding A-B)

Beweeg het rekje nooit, voordat de twee haken volledig en stevig in de bovenste gaten zijn bevestigd. Het email kan beschadigen en breken (afbeelding C).

- De twee haken moeten volledig in de bovenste gaten zijn gehangen. Beweeg het rekje vervolgens langzaam en voorzichtig naar beneden en hang het in de onderste gaten (afbeelding D).
- Beide rekjes in de zijwanden van de oven hangen (afbeelding E).
Wanneer de rekjes op de juiste wijze gemonteerd zijn is de afstand tussen de twee bovenste inschuifhoogtes groter.

Ovendeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendel is dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (Afbeelding B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.

Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.
Deur verwijderen
- Ovendeur helemaal openen.
- Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afbeelding A).
- Ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen (Afbeelding B).

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- Let er bij het inbrengen van de ovendeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afbeelding A).
- De keep op het scharnier dient aan beide kanten in te klikken (Afbeelding B).

- Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afbeelding C). Ovendeur sluiten.

Risico van letsel! Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.
Glazen deurplaten uit- en inbouwen
Om de glazen platen in de ovendeur beter te kunnen reinigen, kunnen deze worden uitgebouwd.
Uitbouw
- Hang de ovendeur uit. Zie de instructies in het hoofdstuk Ovendeur uithangen. Leg de ovendeur met de greep naar onderen op een doek (afbeelding A).
- Draai eerst de onderste twee schroeven en vervolgens de bovenste twee schroeven linksom (afbeelding B).

- Verwijder de afdekking (afbeelding C).

De gedemonteerde onderdelen mogen niet worden gewassen. Reinig de glazen platen met een glasreiniger en een zachte doek.

Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Inbouw
- Plaats de afdekking weer (afbeelding A).
- Draai eerst de onderste twee schroeven en vervolgens de bovenste twee schroeven weer vast (afbeelding B).

- Ovendeur inhangen. Zie de instructies in het hoofdstuk Ovendeur inhangen.
Gebruik de oven pas weer als de glazen platen correct zijn ingebouwd.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees dan het hoofdstuk door. Wij hebben de gerechten voor u in onze kookstudio getest. Hier vindt u nuttige tips en informatie over het koken, bakken en braden.
| Storing Mogelijk oor-zaak | Oplossing/informatie | |
| De oven functio-neert niet. | De zekering is defect. | Kijk in de meterkast na of de zekering defect is. |
| Stroomuitval Controleer of het keuken-licht of andere keukenapparaten functioneren. | ||
| Oven niet heet. | Stof op de contacten. | Draai de schakelaars meer-dere keren heen en weer. |

Gevaar voor elektrische schok!
Ondeskundig uitgevoerde reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend door een servicemonteur van onze servicedienst worden uitgevoerd.
Attentie!
Als de aansluitkabel beschadigd raakt, moet deze door de fabrikant, door de servicedienst of door een erkende monteur worden vervangen.
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.

Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- Glazen afscherming eruit halen door de schroeven naar links te draaien.

-
Lamp vervangen door een van hetzelfde type.
-
Glazen afscherming er weer inschroeven.
-
Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr.
FD-nr.
Servicedienst

Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens voor alle landen vindt u in de bijgaande klantenservicemap.
Energie- en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen
■ De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
- Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
■ Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Maatregelen tijdens het transport
Bevestig alle beweegbare onderdelen in en op het apparaat met plakband, dat zonder sporen verwijderd kan worden. Schuif alle toebehoren (bijv. de bakplaat) met een dunne strook karton aan beide zijden in de vakken om beschadiging van het apparaat te voorkomen. Leg karton of iets dergelijks tussen de voorzijde van de bakplaat en de achterzijde van de deur om te voorkomen dat de bakplaat tegen de binnenzijde van de glazen deur stoot. Bevestig de ovendeur met plakband aan de zijwanden van het apparaat.
Bewaar de originele verpakking van het apparaat. Transporteer het apparaat alleen in de originele verpakking. Let op de transportpijlen op de verpakking.
Als de originele verpakking niet meer beschikbaar is
Verpak het apparaat in een beschermende verpakking om voldoende bescherming tegen eventuele transportschade te garanderen.
Transporteer het apparaat rechtop. Houd het apparaat niet aan de deurgreep of aan aansluitingen op de achterzijde vast, omdat deze dan beschadigd kunnen raken. Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
■ De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
■ Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte. - Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Bij het bakken van cakes en taarten levert boven-/onderwarmte ☐ het beste resultaat op.
Bij het bakken met 2D hete lucht ☒ het toebehoren in de volgende inschuifhoogtes inschuiven:
■ Gebak in bakvorm: Inschuifhoogte 2
■ Gebak op bakplaat: Inschuifhoogte 3
Bakken en braden op meerdere niveaus
Gebruik hetelucht ☒.
Inschuifhoogte voor het bakken en braden op 2 niveaus:
■ Braadslede: Inschuifhoogte 3
■ Bakplaat: Inschuifhoogte 1
Gerechten die tegelijk in de oven worden geschoven, hoeven niet tegelijk klaar te zijn.
In de tabellen vindt u een aantal gerechten.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het
gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
| Gebak in vormen Vorm Hoogte Wijze van | verwarmen | Temperatuur, °C | Bereidingsduu r, minuten |
| Cake eenvoudig Krans-/rechthoekige vorm 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Cake fijn (bijv. zandgebak) Krans-/rechthoekige vorm 2 | 155-175 | 65-75 | |
| Bodem van zandtaartdeeg met rand Springvorm 1 | 160-180 | 30-40 | |
| Taartbodem van roerdeeg Vruchtentaartbodem 2 | 160-180 | 25-35 | |
| Biscuittaart Springvorm 2 | 160-180 | 30-40 | |
| Vruchten- of kwarktaart, zandtaartdeeg* Donkere springvorm 1 | 170-190 | 70-90 | |
| Vruchtentaart fijn, van roerdeeg Springvorm 2 | 150-170 | 55-65 | |
| Hartig gebak* (bijv. quiche/uientaart) Springvorm 1 | 180-200 | 50-60 |
* Gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen.
| Gebak op de plaat | Toebehoren | Hoogte Wijze van verwarmen | Temperatuurin stelling in °C | Bereidingsduur, minuten | |
| Roer- of gistdeeg met een droge vulling | Braadslede | 3 | 160-180 | 25-35 | |
| Roer- of gistdeeg met verse vruchten | Braadslede | 3 | 140-160 | 40-50 | |
| Biscuitrol (voorverwarmen) | Braadslede | 2 | 170-190 | 15-20 | |
| Broodvlecht, 500 g meel | Braadslede | 3 | 150-170 | 25-35 | |
| Kerststol, 500 g meel | Braadslede | 3 | 160-180 | 50-60 | |
| Kerststol, 1 kg meel | Braadslede | 3 | 150-170 | 90-100 | |
| Strudel, zoet | Braadslede | 2 | 180-200 | 55-65 | |
| Pizza | Braadslede | 3 | 180-200 | 20-30 | |
Brood en broodjes
Tenzij anders aangegeven, moet de oven voor het bakken van brood altijd worden voorverwarmd.
Giet nooit water direct in de hete oven.
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte Wijze van verwarmen | Temperatuur, °C | Bereidingsduu r, minuten | |
| Gistbrood, 1,2 kg meel | Braadslede: | 2 | 270 | 8 | |
| 190 | 35-45 | ||||
| Zuurdeegbrood, 1,2 kg meel | Braadslede: | 2 | 270 | 8 | |
| 190 | 35-45 | ||||
| Broodjes (bijv. roggenbroodjes) | Braadslede: | 2 | 200-220 | 20-30 | |
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte Wijze van verwarmen | Temperatuurin stelling in °C | Bereidingsduu r, minuten | |
| Koekjes | Braadslede | 3 | 150-170 | 10-20 | |
| Aluminium bakplaat* + braadslede** | 1+3 | 130-150 | 25-35 | ||
| Schuimgebak | Braadslede | 3 | 70-90 | 125-135 | |
| Soesjes Braadslede | 2 | 200-220 | 30-40 | ||
| Bitterkoekjes | Braadslede | 3 | 110-130 | 30-40 | |
| Aluminium bakplaat* + braadslede** | 1+3 | 100-120 | 35-45 | ||
| Bladerdeeg | Braadslede | 3 | 180-200 | 20-30 | |
| Aluminium bakplaat* + braadslede** | 1+3 | 180-200 | 30-40 | ||
* U kunt extra bakplaten kopen bij de servicedienst of bij de speciaalzaak.
** Wanneer u op twee niveaus bakt, moet u de braadslede altijd op het hogere niveau inschuiven.
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. | |
| Zo stelt u vast of de cake goed door-bakken is: | Prik ca. 10 minuten voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een prikker in het hoogste punt van de cake. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker kleeft, is de cake klaar. |
| De cake zakt in. Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in. Houd u aan de opgegeven omroertijden in het recept. | |
| De cake is in het midden gerezen maar lager aan de randen. | Vet de rand van de springvorm niet in. Na het bakken maakt u de cake voorzichtig met een mes los. |
| De cake wordt te donker aan de boven-kant. | Schuif hem dieper in de oven, kies een lagere temperatuur en bak de cake wat langer. |
| De cake is te droog. Prik met een tandenstoker kleine gaatjes in de gare cake. Vervolgens bedruppelt u de cake met vruchtensap of alcoholische drank. Kies de volgende keer een temperatuur die10 graden hoger is en houd een kortere baktijd aan. | |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer minder vloeistof en bak iets langer op een lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en voeg dan pas de vulling toe. Houd u aan de recepten en baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin gewor-den. | Kies een iets lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Bak gevoelig gebak met boven- onderwarmte op een niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het op de bakplaat past. |
| Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik de volgende keer een diepere braadslede (indien beschikbaar). |
| Bij het bakken van gistbroodjes plakken de delen aan elkaar. | Tussen de broodjes moet een afstand van ongeveer 2 cm worden aangehouden. Zo is er voldoende plaats en kunnen de broodjes rijzen en gelijkmatig worden gebakken. |
| U kunt op twee niveaus bakken. | Gebruik bij het bakken op meerdere niveaus steeds hetelucht. Gerechten die tegelijk in de oven worden geschoven, hoeven niet tegelijk klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak komt er condenswater vrij. | Tijdens het bakken kan er waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De water-damp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op aangrenzend meubilair en als con-dens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Vlees, gevogelte, vis
Vormen
U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit
Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.
Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.
Opgaven in de tabellen:
Vorm zonder deksel = open
Vorm met deksel = gesloten
Zet de vorm altijd midden op het rooster.
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
Aanwijzingen voor het grillen
Altijd grillen in een gesloten oven.
Verwarm de grill ca. 3 minuten voor, voordat u de te grillen stukken op het rooster legt.
Leg de te grillen stukken direct op het rooster. Een enkel te grillen stuk kunt u het beste op het middelste deel van het rooster leggen. Schuif vervolgens de braadslede op hoogte 1 in. Het vleessap wordt opgevangen, en de oven blijft schoner.
Bakplaat of braadslede mogen niet op hoogte 4 worden ingeschoven. Bij hoge temperaturen kunnen zij vervormen en bij het uittrekken de ovenruimte beschadigen.
Neem bij voorkeur te grillen stukken die even groot zijn. Zo bruinen deze gelijkmatig en blijven zij lekker sappig. Bestrooi steaks pas na het grillen met zout.
Keer de te grillen stukken na 23 van de opgegeven tijd om.
De grill schakelt voortdurend in en uit. Dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
| Vlees Gewicht Toebehoren en | vormen | Hoogte Wijze van verwarmen | Temperatuur °C, grillstand | Bereidingsduur, minuten | |
| Rundvlees | |||||
| Gebraden rundvlees 1,0 kg gesloten 2 | 200-220 120 | ||||
| 1,5 kg 2 | 190-210 140 | ||||
| 2,0 kg 2 | 180-200 160 | ||||
| Runderfilet, rosé 1,0 kg open 1 | 210-230 70 | ||||
| 1,5 kg 1 | 200-220 80 | ||||
| Rosbief, rosé 1,0 kg open 1 | ※ | 230-250 50 | |||
| Steaks, 3 cm, rosé Grillrooster + bak-plaat | 4+1 | ※ | 3 15 | ||
| Kalfsvlees | |||||
| Gebraden kalfsvlees 1,0 kg open 1 | 200-220 100 | ||||
| 1,5 kg 1 | 190-210 120 | ||||
| 2,0 kg 1 | 180-200 140 | ||||
| Varkensvlees | |||||
| zonder zwoerd (bijv . halsstuk) | 1,0 kg open 1 | ※ | 190-210 120 | ||
| 1,5 kg 1 | ※ | 180-200 150 | |||
| 2,0 kg 1 | ※ | 170-190 170 | |||
| met zwoerd (bijv . schouder) | 1,0 kg open 1 | ※ | 180-200 130 | ||
| 1,5 kg 1 | ※ | 190-210 160 | |||
| 2,0 kg 1 | ※ | 170-190 190 | |||
| Casselerrib met been | 1,0 kg gesloten 1 | 210-230 80 | |||
| Lamsvlees | |||||
| Lamsbout zonder been, medium | 1,5 kg open 1 | ※ | 170-190 120 | ||
| Gehakt | |||||
| Gebraden gehakt | ca. 750 g open 1 | ※ | 180-200 70 | ||
| Worstjes | |||||
| Worstjes | Grillrooster + bak-plaat | 4+1 | ※ | 3 15 | |
| GevogelteDe waarden in de tabel gelden voor het inschuiven in de koude oven.De gewichtsgegevens in de tabel hebben betrekking op ongevuld gevogete dat gereed is om te worden gebraden.Wanneer u rechtstreeks op het rooster grillt, schuif de braadslede dan op hoogte 1 in de oven. | Bij eend of gans dient u de huid onder de vleugels in te steken, zodat het vet kan weglopen.Leg gevogelte met de borstzijde naar onderen op het rooster. Geheel gevogete na tweederde van de tijd omkeren.Gevogelte wordt vooral knapperig bruin, wanneer u het tegen het einde van de braadtijd met boter, zout water of sinaasappelsap bestrijkt. | ||||
| Gevogelte | Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Wijze van verwarmen | Temperatuur °C, grillstand | Bereidingsduur, minuten |
| Halve kippen, 1-4 stuks | 400 g per stuk | Rooster | 2 | 210-230 40-50 | |
| Kip in stukken | 250 g per stuk | Rooster | 3 | 210-230 30-40 | |
| Kip, heel 1-4 stuks | 1 kg per stuk | Rooster | 2 | 200-220 55-85 | |
| Eend, heel | 1,7 kg | Rooster | 2 | 170-190 80-100 | |
| Gans, heel | 3,0 kg | Rooster | 2 | 160-180 110-130 | |
| Babykalkoen, heel | 3,0 kg | Rooster | 2 | 180-200 80-100 | |
| 2 kalkoenbouten | 800 g per stuk | Rooster | 2 | 180-200 80-100 | |
Vis
Keer de visstukken na 23 van de opgegeven tijd om.
Hele vissen hoeven niet omgekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand met de rugvin naar boven in de oven. Stop
de helft van een aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik zodat de vis stabieler staat.
Schuif bij het rechtstreeks op het rooster grillen ook de braadslede op hoogte 1 in. Het visvocht wordt opgevangen, en de oven blijft schoner.
| Vis Gewicht Toebehoren en vormen | Hoogte Wijze van verwarmen | Temperatuur °C, grillstand | Bereidings- duur, minuten |
| Vis, heel 300 g per stuk Rooster 3 | 2 20-25 | ||
| 1,0 kg Rooster 2 | 190-210 40-50 | ||
| 1,5 kg Rooster 2 | 180-200 60-70 | ||
| Vis in plakken, bijv. koteletten 300 g per stuk Rooster 4 | 2 20-25 |
Tips voor het braden en grillen
| Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. | Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? | Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de "lepeltest". Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. |
| Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. |
| Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp. | Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen. |
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast
Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De oven blijft schoner.
Plaats de vormen altijd op het rooster.
De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De opgaven in de tabellen zijn slechts richtwaarden.
| Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte Wijze van | verwarmen | Temperatuurin-stelling in °C | Bereidings-duur, minuten | ||
| Soufflés | |||||
| Soufflé, zoet | Ovenschaal | 2 | 170-190 50-60 | ||
| Noedelsoufflé | Ovenschaal | 2 | 210-230 25-35 | ||
| Gratin | |||||
| Aardappelgratin met rauwe ingrediënten, Hoogte max. 2 cm | Ovenschaal | 2 | 150-170 50-60 | ||
| Toast | |||||
| Toast roosteren, 4 stuks | Rooster | 4 | 3 6-7 | ||
| Toast roosteren, 12 stuks | Rooster | 4 | 3 4-5 | ||
| Toast, gratineren, 4 stuks | Rooster | 3 | 3 7-10 | ||
| Toast, gratineren, 12 stuks | Rooster | 3 | 3 5-8 | ||
Kant-en-klaar producten
Houd u aan de opgaven van de fabrikant op de verpakking. Wanneer u de toebehoren bekleedt met bakpapier, let er dan op dat het bakpapier geschikt is voor deze temperaturen. Pas de grootte van het papier aan het gerecht aan.
Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op het rauwe product kunnen al bruine plekken en ongelijkmatigheden te zien zijn.
| Gerecht | Toebehoren | Hoogte Wijze van verwarmen | Temperatuurin-stelling in °C | Bereidings-duur, minuten |
| Strudel met vruchtenvulling | Braadslede | 3 | 180-200 40-50 | |
| Patates frites | Braadslede | 3 | 210-230 25-30 | |
| Pizza | Rooster 2 | 200-220 15-20 | ||
| Pizza-Baguette | Rooster 2 | 190-210 15-20 |
Opmerking
Bij het bereiden van diepvriesgerechten kan de braadslede vervormen. De reden daarvan zijn de grote temperatuursverschillen waaraan het toebehoren is blootgesteld. De vervorming verdwijnt weer tijdens het bereidingsproces.
Bijzondere gerechten
Gistdeeg en zelfgemaakte yoghurt kunnen op lage temperaturen zeer goed bereid worden.
Het toebehoren uit de oven verwijderen.
Voorbereiden van de yoghurt
- 1 liter melk (3,5 % vet) aan de kook brengen en tot 40 °C laten afkoelen.
-
150 g yoghurt (uit de koelkast) toevoegen en goed erdoor roeren.
-
In kleine afsluitbare yoghurtglazen doen en met folie afdekken.
- De glazen op het rooster zetten en op hoogte 1 inschuiven.
- De oventemperatuur op 50 °C instellen en vervolgens bereiden zoals aangegeven.
Gistdeeg laten rijzen
- Het gistdeeg zoals gebruikelijk bereiden, in een hittebestendige vorm van keramiek doen en afdekken.
- De oven zoals aangegeven voorverwarmen.
- De ovendeur sluiten en het gistdeeg laten rijzen.
| Gerecht Bereidingsvorm Wijze van | verwarmen | Temperatuur Bereidingstijd | ||
| Yoghurt Afsluitbare yoghurt-glazen | 1 | 50 °C 6-8 uur | ||
| Gistdeeg laten rijzen De hittebestendige vorm | op de bodem van de oven plaatsen | op 50 °C voorverwarmen | 5-10 minuten | |
| Het apparaat uitschakelen en het gistdeeg in de oven plaat-sen | 20-30 minuten | |||
| OntdooienDe ontdooitijd is afhankelijk van de soort en hoeveelheid levensmiddelen.Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking. | Levensmiddelen uit de verpakking nemen en in een geschikte vorm op het rooster plaatsen.Gevogelte met de borstzijde naar beneden op een schaal leggen. | |||
Diepvriesproducten Toebehoren Hoogte Wijze van verwarmen Temperatuur
| Bijv. slagroomtaarten, crèmetaarten, taarten met chocolade- of suikerglazuur, vruchten, kip, worst en vlees, brood, broodjes, cake en ander gebak | Rooster 2 | De temperatuurkeuze-knop blijft uitgeschakeld |
Drogen
Gebruik alleen onbeschadigde vruchten en groenten en was deze grondig.
Laat de vruchten en groenten goed uitdruppelen en droog ze af.
De braadslede moet op hoogte 3, het rooster op hoogte 1 worden ingeschoven. Leg bak- op perkamentpapier op de braadslede en het rooster.
Zeer sappige vruchten en groenten regelmatig omdraaien. De gedroogde producten direct na het drogen losmaken van het papier.
| Vruchten en groenten Hoogte Wijze van | verwarmen | Temperatuurinstel-ling in °C | Duur, uren | |
| 600 g appelringen | 1+3 | ± | 80 | ca. 5 |
| 800 g perenparten | 1+3 | ± | 80 | ca. 8 |
| 1,5 kg kwetsen of pruimen 1+3 | ± | 80 | ca. 8-10 | |
| 200 g keukenkruiden, gerist | 1+3 | ± | 80 | ca. 112 |
Inmaak
Voor het inmaken moeten de potten en rubberen ringen schoon en in orde zijn. Gebruik zo mogelijk potten van gelijke grootte. De gegevens in de tabel hebben betrekking op ronde glazen potten van 1 liter.
Attentie!
Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid en de temperatuur van de inhoud. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen.
Voorbereiden
- De potten vullen, niet te
- De glazen randen schoonmaken.
- Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel.
- Sluit de potten af met klemmen.
Plaats niet meer dan zes potten in de ovenruimte.
Instelling
- De braadslede op hoogte 2 inschuiven. De weckpotten zo neerzetten, dat zij elkaar niet raken.
- 12 liter water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten.
- Sluit de ovendeur.
- Onderwarmte □ instellen.
- De temperatuur op 170 - 180 °C instellen.
Inmaak
Fruit
Na ca. 40 tot 50 minuten stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Schakel de oven uit.
Na 25 tot 35 minuten nawarmen haalt u de weckflessen uit de ovenruimte. Als u ze langer in de ovenruimte laat afkoelen, kunnen zich kiemen vormen waardoor het ingemaakte fruit sneller zuur wordt.
Fruit in glazen potten van één liter Wanneer het borrelen begint Nawarmen
| Appels, rode bessen, aardbeien Uitschakelen Ca. 25 minuten |
| Kersen, abrikozen, perziken, kruisbessen Uitschakelen Ca. 30 minuten |
| Appelmoes, peren, pruimen Uitschakelen Ca. 35 minuten |
Groente
| Zodra er in de potten belletjes opstijgen de temperatuur naar 120 tot 140 °C terugbrengen. Afhankelijk van de soort groente |
| ca. 35 tot 70 m. Schakel vervolgens de oven uit en gebruik de restwarmte. |
Groente met koud vocht in glazen potten van één liter Wanneer het borrelen begint Nawarmen
| Augurken - Ca. 35 minuten | |
| Rode biet Ca. 35 minuten Ca. 30 minuten | |
| Spruitjes ca. 45 minuten Ca. 30 minuten | |
| Bonen, koolrabi, rodekool Ca. 60 minuten Ca. 30 minuten | |
| Erwten | Ca. 70 minuten Ca. 30 minuten |
Glazen potten verwijderen
| Neem de potten na het inkoken uit de binnenruimte. |
Attentie!
| Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond. Ze kunnen knappen. |
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij graan- en aardappelproducten die met grote hitte worden bereid, zoals aardappelchips, frites,
toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
Tips voor het klaarmaken van gerechten met weinig acrylamide
| Algemeen | ■ Bereidingstijden zo kort mogelijk houden.■ De gerechten goudgeel en niet te donker bakken.■ Grote, dikke ingrediënten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte max. 200 °C.Met 3D-hetelucht of hete lucht max.180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte max. 190 °C.Met 3D-hetelucht of hete lucht max. 170 °CEi of eierdooier gaat de vorming van acrylamide tegen. |
| Frites uit de oven | Gelijkmatig en in één laag verdelen over de plaat. Minstens 400 g per plaat bakken,zodat de frites niet uitdrogen |
Testgerechten
Deze tabellen zijn gemaakt voor onderzoeksinstituten om het controleren en testen van verschillende apparaten te vergemakkelijken.
Volgens EN 50304/EN 60350 (2009) resp. IEC 60350.
Bakken
Bakken op 2 niveaus:
De braadslede altijd boven de bakplaat inschuiven.
Spritsgebak (zoals spritskoeken in suikerstroop):
Gerechten die tegelijk in de oven worden geschoven, hoeven niet tegelijk klaar te zijn.
Afgedekte appeltaart, hoogte 1:
De positie van de donkere springvorm wijzigen, diagonaal inschuiven.
Afgedekte appeltaart, hoogte 2:
De positie van de donkere springvorm wijzigen.
Gebak in springvorm van metaal:
Met boven-/onderwarmte □ op hoogte 1 bakken. Gebruik in plaats van het rooster de braadslede en zet daarop de springvorm.
| Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte Wijze van | verwarmen | Temperatuurin-stelling in °C | Bereidings-duur, minuten | ||
| Sprits Braadslede 3 | ☐ | 150-170 20-30 | |||
| Aluminium bakplaat* + braadslede** | 1+3 | ☒ | 140-160 30-40 | ||
| Kleine cakejes Braadslede 3 | ☐ | 150-170 25-35 | |||
| Kleine cakejes, voorverwarmen Aluminium bakplaat* + braadslede** | 1+3 | ☒ | 140-160 25-35 | ||
| Biscuittaart Springvorm 2 | ☐ | 160-180 30-40 | |||
| Bedekte appeltaart Braadslede + 2 springvor-men ∅ 20 cm*** | 1 | ☐ | 190-210 70-80 | ||
| 2 roosters* + 2 springvor-men ∅ 20 cm*** | 1+3 | ☒ | 180-200 70-80 | ||
* U kunt extra bakplaten en roosters kopen als speciale toebehoren bij de servicedienst of bij de speciaalzaak.
** Wanneer u op twee niveaus bakt, moet u de braadslede altijd op het hogere niveau inschuiven.
*** Zet de bakvormen diagonaal verzet op het toebehoren.
Grillen
Wanneer u eten direct op het rooster plaatst, schuif dan ook de braadslede in op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
| Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte Wijze van | verwarmen | Grillstand Bereidings- duur, minuten | ||
| Toast roosteren10 min. voorverwarmen | Rooster 4 | *** | 3 12 -2 | |
| Biefburgers, 12 stuks*zonder voorverwarmen | Rooster + braadslede | 4+1 | *** | 3 25-30 |
* Na 23 van de tijd omkeren

9001001719
HK Appliances GmbH
Werkstrasse 3
32289 Rödinghausen
DEUTSCHLAND
01
(080594)