5FH5 GSXN - Fornuis FAGOR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 5FH5 GSXN FAGOR in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 5FH5 GSXN - FAGOR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 5FH5 GSXN van het merk FAGOR.
GEBRUIKSAANWIJZING 5FH5 GSXN FAGOR
GEBRUIKSAANWIJZING VAN HET
verwendet werden. Der Anschluss an das Klemmenbrett wird gemäß Abb. 10-10A vorgenommen: Braunes Kabel L (Phase) Blaues Kabel N (Nullleiter) Gelb-grünes Kabel (Erde)10 Beste Klant, Wij bedanken u voor de voorkeur die u ons heeft gegeven, door één van onze producten te kopen. We zijn ervan overtuigd dat dit nieuwe apparaat, dat van kwaliteitsmaterialen is gemaakt, zo goed mogelijk aan uw wensen zal voldoen. Dit nieuwe apparaat is gebruiksvriendelijk, maar we verzoeken u toch deze handleiding aandachtig door te lezen, alvorens tot de installatie en het gebruik van het apparaat over te gaan. Behalve dat er in de handleiding handige tips staan, verschaft ze de juiste aanwijzingen betreffende de installatie, het gebruik en het onderhoud. DE FABRIKANT
NL ALGEMENE WAARSCHUWINGEN
- De installatie moet uitgevoerd worden door deskundig en geschoold personeel overeenkomstig de van kracht zijnde normen. - Dit apparaat is niet bedoeld voor het gebruik (inclusief kinderen) door minder valide personen (psychisch of motorisch) of door personen die geen ervaring hebben of kennis hebben van het product. Een verantwoordelijke persoon moet toezicht houden over het gebruik van het apparaat en verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. - Er moet toezicht zijn op de kinderen en verhinderen dat zij met het product zouden kunnen gaan spelen. - Tijdens de werking van het toestel de kinderen in het oog houden en ervoor zorgen dat zij niet in de nabijheid blijven en dat zij de oppervlakken die nog niet volledig afgekoeld zijn, niet aanraken. - Vooraleer het toestel aan te sluiten, controleren of het juist ingesteld is voor het type gas ter beschikking (zie paragraaf “Installatie”). - Vóór onderhoud en reiniging, de elektriciteit van het toestel uitschakelen en het laten afkoelen. - Ervoor zorgen dat er luchtcirculatie rond het gastoestel is. Lage ventilatie veroorzaakt een tekort aan zuurstof. - Indien het toestel intens of lange tijd gebruikt wordt, kan het noodzakelijk zijn een bijkomende verluchting te voorzien, bij voorbeeld door een venster te openen of door het vermogen van de mechanische afzuiging – indien aanwezig – te verhogen. - De producten van de verbranding moeten naar buiten geëvacueerd worden met een dampkap of een elektrische ventilator (zie paragraaf “Installatie”). - Voor de eventuele interventies of wijzigingen zich wenden tot een erkend Centrum voor Technische Bijstand en originele wisselstukken eisen. LET OP: Het etiket van het product, met het serienummer, is onder het kookvlak geplakt. De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af in geval van schade aan zaken of personen die te wijten is aan een onjuiste installatie of aan een onaangepast, verkeerd of onredelijk gebruik van het toestel. Wij raden u aan deze gebruikershandleiding te lezen vooraleer het toestel te installeren en te gebruiken. Het is zeer belangrijk deze handleiding in de buurt van het toestel te bewaren om ze indien nodig te kunnen raadplegen. Als het toestel aan iemand anders verkocht of gegeven wordt, moet men ervoor zorgen de handleiding tegelijkertijd mee te geven, zodat de nieuwe gebruiker ingelicht wordt over de werking van het toestel en de bijhorende waarschuwingen leert kennen. Dit toestel behoort tot klasse 3. Dit apparaat voldoet aan de volgende richtlijnen: EEG 2009/142/CE (Gas) EEG 2004/108/CE (Elektromagnetische compatibiliteit) EEG 2006/95/CE (Laagspanning) EEC 89/109 (Contact met levensmiddelen) Dit product is in overeenstemming met de EU-richtlijn 2002/96/EG. Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak op het apparaat geeft aan dat het product, wanneer het wordt afgedankt, moet worden afgegeven bij een speciaal inzamelpunt van elektrische en elektronische apparaten of bij de dealer waar u een nieuw, gelijksoortig apparaat aanschaft, aangezien het niet mag worden verwerkt als huishoudelijk afval. De gebruiker is er verantwoordelijk voor dat het apparaat wordt afgegeven bij het juiste inzamelpunt wanneer hij het afdankt, op straffe van de sancties die worden voorzien door de geldende wetgeving inzake afvalverwerking. Een correcte gescheiden inzameling van afgedankte apparaten voor een milieuvriendelijke recycling, behandeling en verwerking draagt bij aan het voorkomen van mogelijke negatieve effecten op het milieu en de gezondheid, en bevordert de recycling van de materialen waaruit het product bestaat. Voor nadere informatie over bestaande inzamelsystemen kunt u zich wenden tot uw plaatselijke afvalophaaldienst, of tot de winkel waar u het apparaat heeft gekocht. De producenten en importeurs nemen hun verantwoordelijkheid voor wat betreft de milieuvrie.11
INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER
Alle handelingen in verband met de installatie, de instelling en de aanpassing aan het beschikbare gastype moeten uitgevoerd worden door geschoold personeel, overeenstemmend de van kracht zijnde normen. De specifieke instructies bevinden zich in het deel van de handleiding dat voor de installateur voorbehouden is.
GEBRUIK VAN DE BRANDERS
Het seriegrafisch aangebrachte symbool naast de knop geeft aan bij welke brander de knop hoort. Automatische ontsteking met veiligheidsventiel De overeenstemmende knop in tegenwijzerszin draaien tot de maximale positie (grote vlam, figuur 1) en de knop indrukken. Eens de ontsteking verkregen, de knop ongeveer 10 seconden ingedrukt houden. Gebruik van de branders Om een optimaal rendement zonder verspilling van gas te verkrijgen, is het belangrijk dat de diameter van de kookpot aangepast is aan het potentieel van de brander (zie tabel hierna), om te vermijden dat de vlam breder wordt dan de onderkant van de kookpot (figuur 2). Het maximale vermogen gebruiken om vloeistoffen snel te laten koken en een verminderd vermogen om voedsel op te warmen of op kookpunt te houden. Alle werkingsposities moeten gekozen worden tussen het maximum en het minimum en nooit tussen de maximumpositie en het sluitingspunt. Om de gastoevoer te onderbreken, de knop in wijzerszin draaien tot aan de sluitingspositie. In geval van afwezigheid van elektrische energie is het mogelijk de branders aan te steken met lucifers door de knop te plaatsen op het ontstekingspunt (grote vlam, figuur 1). Branders Vermogen W Diameter kookpot Hulp 1000 10 - 14 cm Half-snel 1750 16 - 18 cm Snel 3000 20 - 22 cm Triple Kroon 3800 24 - 26 cm Waarschuwingen - Altijd controleren of de knoppen in de positie “gesloten” (zie afbeelding 1) staan wanneer het toestel niet werkt. - Voor de kookvlakken uitgerust met een thermokoppel (veiligheidsventiel), als de vlam per ongeluk uitgaat, onderbreekt het veiligheidsventiel, na enkele seconden, automatisch de gastoevoer van gas. Om de werking te herstellen, de knop terugbrengen naar het ontstekingspunt (grote vlam, afbeelding 1) en indrukken. - Tijdens het koken met vetten en oliën, moet men bijzonder aandachtig zijn want, indien zij oververhit worden, kunnen zij in brand schieten. - Geen verstuivers gebruiken in de buurt van het toestel in werking. - Op de branders mag men geen onstabiele of vervormde braadpannen zetten om ongelukken wegens omstoten of overlopen te vermijden. - Ervoor zorgen dat de handvatten van de braadpannen juist geplaatst zijn. - Wanneer men de brander aansteekt, controleren of de vlam regelmatig is; vooraleer kookpotten te verwijderen, de vlam altijd verminderen of uitdoen. REINIGING Vóór elke schoonmaakbeurt, de verbinding van het toestel met het elektriciteitsnet uitschakelen. Maak het product nooit schoon met reinigingmethodieken door middel van stoom. Het is aangeraden te reinigen als het toestel koud is. Geëmailleerde delen De geëmailleerde delen moeten met een doekje en een sopje of met een licht afwasmiddel worden schoongemaakt. Gebruik geen schuur- of bijtende middelen. Voorkom dat stoffen zoals citroensap, tomaat, zoutwater, azijn, koffie en melk lang in aanraking komen met de geëmailleerde oppervlakken. Roestvrij stalen delen Roestvrij staal kan vlekken als het gedurende lange tijd in aanraking komt met kalkhoudend water of agressieve schoonmaakmiddelen. Aangeraden wordt ze met een sopje schoon te maken en met een zachte doek af te drogen. De glans wordt behouden door regelmatig geschikte chemische producten te gebruiken, die gewoon in de handel verkrijgbaar zijn. Branders en roosters Deze delen mogen verwijderd worden om de reiniging te vergemakkelijken. De branders moeten schoongemaakt worden met een spons, water en zeep of met een lichte detergent, daarna goed afgedroogd worden en terug op de juiste plaats gezet worden. Controleren of de verspreidingskanalen voor de vlammen niet verstopt zitten. Controleren of de sonde van het veiligheidsventiel en de ontstekingselektrode goed proper zijn om een optimale werking te garanderen. De roosters mogen in een vaatwasmachine gewassen worden. Gaskranen Het eventuele smeren van de kranen moet uitsluitend uitgevoerd worden door gespecialiseerd personeel. Als de gaskranen moeilijk beginnen te draaien of een abnormale werking vertonen, contact opnemen met de dienst na verkoop.12
INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER
BELANGRIJKE WAARSCHUWINGDE HIERNA VERMELDE HANDELINGEN MOETEN UITGEVOERD WORDEN VOLGENS DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN, UITSLUITEND DOOR GESCHOOLD PERSONEEL.DE FABRIKANT WIJST ALLE VERANTWOORDELIJKHEID AF VOOR SCHADE AAN MENSEN, DIEREN OF ZAKEN DIE HET GEVOLG IS VAN DE NIET-NALEVING VAN DEZE BEPALINGEN. INSTALLATIE Montage van het kookvlak. Het toestel is vervaardigd om ingebouwd te worden in meubels die warmtebestendig zijn. De wanden van de meubels moeten bestand zijn tegen een temperatuur van minstens 90°C. Het toestel is van het type “Y”, dit wil zeggen dat et geïnstalleerd mag worden met één enkele laterale wand, rechts of links van het kookvlak. Vermijd de installatie van het toestel in de nabijheid van ontvlambare materialen zoals gordijnen, keukenhanddoeken, enz… Een opening maken, in het blad van het meubel, met de afmetingen aangeduid in figuur 3; daarbij moet men een afstand houden van minstens 50 mm tussen de rand van het toestel en de aangrenzende wanden. MODEL L (mm) P (mm) 5FH-5GSXN
In geval van aanwezigheid van een muurkast boven het kookvlak, moet men een minimale afstand van 760 mm tussen het meubel en het werkblad voorzien. Het is aanbevolen het toestel te isoleren van het meubel dat er zich onder bevindt, door middel van een separator en een depressie-ruimte van minstens 10 mm (figuur 4). Indien het toestel wordt aangebracht op een basis met oven moeten de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen worden getroffen, om te garanderen dat de installatie voldoet aan de veiligheidsvoorschriften. Besteed er bijzondere aandacht aan dat de elektriciteitskabel en de toevoerbuis zodanig zijn geplaatst dat deze niet in aanraking komen met de hete delen van de behuizing van de oven. In geval van installatie op een oven zonder geforceerde koelventilatie moet voor een goede ventilatie voor een geschikte luchttoevoer worden gezorgd met een ingang die minstens 200cm
kleiner is en een uitgang die groter is dan minstens 60 cm
Bevestiging van het kookvlak Ieder kookvlak is voorzien van een speciale dichting. Bovendien wordt een reeks haken geleverd, die gebruikt moeten worden om de plaat te bevestigen. Afhankelijk van het type bodem wordt het geschikte type bevestigingshaak geleverd (haak A of haak B). Handel als volgt voor de installatie: - Verwijder de roosters en branders van het kookvlak. - Draai het toestel om en breng dichting S langs de buitenrand aan (fig. 5). - Breng het kookvlak in de opening aan die in het meubel is gemaakt en zet hem vast met de schroeven V van de bevestigingshaken G (fig. 6/6A). Plaats van installatie Dit toestel is niet uitgerust met een evacuatiesysteem voor de producten van de verbranding; het is dus noodzakelijk de rook naar buiten te evacueren met behulp van een dampkap of een elektrische ventilator die geactiveerd wordt telkens men het toestel gebruikt. De ruimte waarin het toestel geïnstalleerd wordt, moet een natuurlijke luchtaanvoer hebben voor de regelmatige verbranding van gas en de ventilatie van de ruimte: het nodige volume lucht mag niet kleiner zijn dan 20 m
De luchttoevoer moet gebeuren door een permanente opening, aangebracht in de muren van de kamer en die voor een verbinding naar buiten zorgt. De ventilatie kan ook afkomstig zijn van een aangrenzende kamer. In dat geval de desbetreffende geldende normen respecteren. De openingen moeten een minimale doorsnede hebben van 200 cm
Gasaansluiting Zich ervan vergewissen dat het toestel geschikt is voor het beschikbare type gas; om dat te weten kijk naar het etiket onderaan op het toestel of naar het etiket op de laatste pagina van deze handleiding. Handel overeenkomstig de instructies vermeld in de paragraaf “gastransformaties en instellingen” voor de eventuele aanpassing aan verschillende gassen. Het toestel moet aangesloten worden op de gasinstallatie met behulp van harde metalen buizen of van stalen flexibele leidingen met continue wand conform de geldende normen. De gasingang-aansluiting van het toestel is van schroefdraad voorzien: gas cilindervorming mannelijk (figuur 7). De aansluiting mag de gasinlaatbuis niet belasten. Eens de installatie voltooid, controleer de dichtheid van de verbindingen met een zeepoplossing.13
INSTRUCTIES VOOR INSTALLATEUR
Elektrische aansluiting De aansluiting op het elektrische net moet uitgevoerd worden door geschoold personeel overeenkomstig de geldende normen. De spanning van de elektrische installatie moet overeenstemmen met die vermeld op het etiket dat zich onderaan op het toestel bevindt. Controleren of de installatie uitgerust is met een doeltreffende massa-aansluiting (“terre”) overeenkomstig de normen en wettelijke bepalingen. De massaaansluiting is verplicht. Als het toestel geen stekker heeft, op de voedingskabel een genormaliseerde stekker aanbrengen. Voor de elektrische aansluiting (in het geval van overbelasting van cat. III) moet conform de installatienormen gebruik worden gemaakt van een schakelaar dat de aansluiting met het elektrische net onderbreekt. Hierbij moet de afstand tussen de contacten groot genoeg zijn om de totale onderbreking met het net te garanderen.
GASTRANSFORMATIES EN INSTELLINGEN
Vervanging van de buisjes Indien het toestel voorzien is voor een gastype dat verschilt van het beschikbare, moet men de buisjes van de branders vervangen. De keuze van de te vervangen buisjes moet gebeuren volgens de tabel met technische kenmerken. Daarna te werk gaan op de volgende manier: - de roosters en de branders verwijderen; - met een rechtse sleutel (L), het buisje (U) (figuur
8) losschroeven en vervangen door het gepaste
buisje; - het buisje krachtig blokkeren. Instelling van de branders De instelling van het minimum moet altijd juist zijn en de vlam moet altijd aan blijven, zelfs in geval van een snelle overgang van de maximumpositie naar de minimumpositie. Als dat niet het geval is, moet men het minimum op de volgende manier regelen: - de brander aansteken; - de kraan draaien tot in de minimumpositie (kleine vlam); - de knop van de stang van de kraan verwijderen; - een schroevendraaier met platte punt in gat (F) van de kraan (figuur 9/9A) steken en de bypass schroef draaien tot de correcte instelling van het minimum. Voor de branders die werken met gas G30, moet de bypass schroef volledig vastgeschroefd worden. ONDERHOUD Vervanging voedingskabel In geval van vervanging van de voedingskabel, moet men een kabel gebruik conform de normen van het type H05VV-F of H05RR-F met een doorsnede 3 x 0,75 mm
De aansluiting op de klem moet gebeuren zoals aangeduid op afbeelding 10-10A. Kabel L bruin (fase) Kabel N blauw (neutraal) Kabel groen-geel (massa)14
Notice-Facile