EKGC36167 - Koelkast AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EKGC36167 AMICA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EKGC36167 - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EKGC36167 van het merk AMICA.
GEBRUIKSAANWIJZING EKGC36167 AMICA
NL GEBRUIKSAANWIJZING 70
* Ceci concerne les produits avec deux chambres, réfrigérateur et congélateur.70
Eenkoel-vrieskastvanPremierecombineertuitzonderlijkgebruiksgemakmetperfecte
efciëntie.Elkapparaat,voordathetdefabriekuitgaat,wordtnauwkeuriggecontroleerdophet
gebiedvanveiligheidenfunctionaliteit.
Wijadviserenomdezehandleidingaandachtigtelezen,voordatuhetapparaatingebruikneemt.
GEFELICITEERD MET UW KEUZE VOOR EEN PRODUCT VAN PREMIERE Hieronder vindt u de verklaring van de symbolen die voorkomen in deze gebruiksaanwijzing:
Verbod op het uitvoeren van bepaalde
handelingen door de gebruiker.
Gevaren die voortkomen uit onjuist gebruik
van het apparaat en handelingen die alle-
en mogen worden verricht door competen-
te personen, bijvoorbeeld van de service
Het apparaat is uitsluitend bestemd voor
huishoudelijk gebruik.
De producent behoudt zich het recht voor
om wijzigingen aan te brengen die het
gebruik van het apparaat niet beïnvloeden.
Belangrijke informatie voor de veiligheid
van de gebruiker en de juiste exploitatie
Aanwijzingen voor het gebruik van het
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwij-
zing hebben een informatief karakter. De
volledige uitrusting van het apparaat vindt
u in het desbetreffende hoofdstuk.
AANWIJZINGEN BETREFFENDE VEILIGHEID VAN GEBRUIK
l Sommigeopmerkingenindezegebru-
iksaanwijzingzijnhetzelfdevoor de
verschillende typen koelapparatuur,
(voorkoelkasten,koel-vrieskasten of
typevanuwapparaatopdeproductka-
artdieismeegeleverdmethetproduct.
l Producentsteeltzichniet verantwo-
ordelijkvoor de schade die uit het
nietnagaan van de aanwijzingen van
deze gebruiksaanwijzing voortvloeit.
l Wijadviserendezegebruiksaanwij-
zingzorgvuldig te bewaren om te
kunnenraadplegenindetoekomstof
doorgevenaandevolgendegebruiker.
l Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik
door personen met een beperkte fysieke,
somatische of psychische vaardigheden
(waaronder kinderen) en personen die
geen ervaring ermee of kennis ervan
hebben, tenzij dit onder toezicht of vol-
gens gebruiksaanwijzing gebeurt, die
door personen die voor de veiligheid
verantwoordelijk zijn doorgegeven wordt.
l Weesu bijzonder attent op het ze-
lfstandiggebruik van het appara-
atdoor kinderen. Het apparaat is
geenspeelgoed.Hetis verboden
omop de uitschuifbare elementen
te zitten en aan dedeur hangen.
l De koelvries combinatie werkt correct in
de omgevingstemperatuur welke aange-
geven staat op de tabel met technische
gegevens. Plaats het apparaat niet in een
kelder, een gang of een niet verwarm-
de chalet in de herfst en in de winter.
l Tijdens het opstellen, schuiven en
optillen is het verboden om aan de
deurhandgrepen te grijpen, aan de gleuf
aan de achterkant van de koelkast te
trekken of compressor aan te rakken.
lTijdenshet transport, het optillen of
opstellendientdekoel-vriescombinatie
deopstellingaangezetworden(tek.2).
l Voordat u aan onderhoudswerkza-
amheden begint haal altijd de stekker
uit het stopcontact. Trek nooit aan
het netsnoer, maar aan de stekker.
l De ongewone of sterkere gelu-
iden ontstaan door het uitbre-
iden en verkleinen van de onderde-
len door de temperatuurwijzigingen.
l Vanwege de veiligheid is het niet aan-
geraden om het apparaat zelf te her-
stellen. De herstellingswerkzaamheden,
die door niet bevoegde personen zijn
uitgevoerd, kunnen gevaarlijk voor
de gebruikers van het apparaat zijn.
l Ingeval van storing van het koelsyste-
em is het aangeraden om de ruimte,
waarin het apparaat geplaatst werd
door enkele minuten te ventileren (deze
ruimte dient ten minste 4 m
voor het product met isobutaan/R600a).
l Gedeeltelijk ontdooide producten
dient u niet nog een keer in te vriezen.
l Bewaar dranken in blikken en fles-
sen, in het bijzonder koolzuurhouden-
de dranken, niet in de diepvriezer.
Blikken en flessen kunnen barsten.
l Plaats geen pas van de diepvriezer
genomenproductendirectindemond
(ijs,ijsblokken,ezv.),hunlagetempera-
tuurkanernstigeletselsveroorzaken.
l Let op om het koelsysteem niet te
beschadigen, bv. door het prikken in
de kanalen van de koelvloeistof in de
verdamper, het breken van pijpen. Het
ingespoten koelvloeistof is brandbaar.
Ingeval van contact met het oog, dient
u het met schoon water afspoelen
en onmiddellijk met arts contacteren.
l Als de voedingskabel beschadigd ra-
akt, dan moet deze vervangen wor-
den bij een specialistische service.
l Het apparaat is bestemd voor het
bewaren van voedingsmiddelen. Ge-
bruik het niet voor andere doeleinden.
l Koppel het apparaat volledig los van het
lichtnet (door de stekker uit het stopcon-
tact te trekken) tijdens werkzaamheden als
schoonmaken, onderhoud of verplaatsen.
Anti-bacteriaSystem
We hebben een speciaal antibacterie-
el middel toegevoegd aan het materiaal
waarvan de binnenzijde van de koel-
kast is gemaakt. Dit beschermt de pro-
ducten tegen schimmels, bacteriën en
micro-organismen en voorkomt het ont-
staan van onaangename geurtjes. Hier-
door blijven de producten langer vers.
Installatievoordeeersteingebruik-
l Pak het product uit en verwijder de veili-
gheidsbanden van de deur en uitrusting
(Tek. 4). De restanten van het lijm kunt
u met een zacht reinigingsmiddel verwij-
l Gooi de piepschuim elementen van
de verpakking niet weg. Ingeval van
een toekomstig transport, dient de
koel-vriescombinatie nog een keer met
behulp van piepschuim elementen, folie
en plakband beveiligt te worden.
l Was de binnenkant van de koelkast en
de diepvriezer met een zacht warm water
met een afwasmiddel en daarna droog
het met een doek en wacht tot het droog
l Plaats de koel-vriescombinatie op een
ondergrond, die vlak, waterpas en
stabiel is, in een droge en regelmatig
ventileerde ruimte, niet in direct zonlicht
of naast andere warmtebronnen, zoals
een gasfornuis, CV-radiator, CV-buis of
warme water installatie ezv.
l Op de buiten oppervlakken van het pro-
duct kan zich beschermende folie bevin-
den welke verwijderd dient te worden.
l Het apparaat moet waterpas geplaatst
zijn, wat kunt u bereiken door op een
juiste manier 2 voorvoetjes op te schuiven
l Om de deur vrijuit te kunnen openen,
dient de afstand tussen de zijwand van
het product (aan de kant van de deur-
scharnieren) en de muur in overeenstem-
ming te zijn met afbeelding 5.
l De ruimte dient regelmatig geventileerd te
worden en het lucht dient onbelemmerd
van alle zijden van het apparaat circule-
Minimaleafstandenvanwarmtebronnen:
- van elektrische fornuizen, gasfornuizen
en andere fornuizen - 30 mm,
- van olie- of steenkoolkachels - 300
- van ingebouwde fornuizen - 50 mm
Indien het behouden van deze afstanden
niet mogelijk is, dient u een juiste isola-
tieplaat te gebruiken.
l De achterwand van de koelkast en in
het bijzonder de condensor en andere
elementen van het koelingssysteem
mogen de andere elementen niet aan
te rakken, in het bijzonder elementen die
defecten kunnen veroorzaken (CV-buis
en wateraanvoerbuis).
l Het is verboden om aan de onderdelen
van het aggregaat te manipuleren. In het
bijzonder mag het capillair niet defect
te zijn, die u bij de compressor ziet. Het
capillair mag niet gevouwen, getrokken
l Het beschadigen van het capillair door
de gebruiker maakt de garantie ongeldig
l In geselecteerde modellen bevindt zich
de deurhendel aan de binnenkant van
het product en dient het vastgeschroeft
te worden met een schroevendraaier.
Aansluitenophetelectriciteitsnet
l Zet de temperatuurregelaar in de positie
„OFF” of een andere positie die het ap-
paraat uitschakelt (zie de pagina met de
beschrijving van de besturing) voordat u
l Suit het apparaat op het electriciteitsnet
met wisselstroom 230V, 50 Hz aan, met
gebruik van een correct geïnstalleerd
stopcontactdoos, die geaard is en over
een zekering van 10A beschikt.
l De aansluiting op het electriciteitsnet
met een aarding moet volgens de wet-
telijke voorschriften uitgevoerd zijn. De
producent stelt zich niet verantwoordelijk
voor de schade, die door de personen
of voorwerpen geleden kan worden als
gevolg van het niet nagaan van de ver-
plichting van dit voorschrift.
l Het is verboden om verloopstekkers,
verdeelstekkers en verlengsnoeren te
gebruiken. Indien u wel een verlengsno-
er moet gebruiken, het dient over een
beschermring te beschikken, alleen één
contactdoos hebben en over een veili-
gheidsatest VDE/GS te beschikken.
l Ingeval van het gebruik van een verleng-
snoer (met een beschermring en veili-
gheidsmarkering), moet zijn nest zich
in een veilige afstand van waterbakken
bevinden en kan niet het gevaar oplopen
om met het water en ander afvalwater in
aanraking te komen..
l De gegevens staan op de typeplaatje, dat
zich beneden aan de binnenwand van de
l Het apparaat dient in elk moment van
het electriciteitsnet te kunnen worden
uitgeschakeld door de stekker eruit te
halen of de dubbelpolige schakelaar uit
* Geldt niet voor inbouwapparatuur73
BEDIENING EN FUNCTIES NL Bedieningspaneel(tek.10)
thermostaat draaiknop
Temperatuurinstellen
Met gebruik van de draaiknop kunt u de temperatuur in de koel-vriescombinatie veranderen. De mogelijke standen van
Apparaat uit – positie OFF/0
Maximale temperatuur – positie 1
Optimale temperatuur – positie 2-6
Minimale temperatuur – positie 7
Decellendienenmetlevensmiddelenpas
nahetafkoelenopgevuldworden(min.na
4uurwerkingvanhetapparaat).
Binnentemperatuurvandekoelkast/diepvriezer
Het is niet aangeraden om de temperatuur vanwege de verandering van seizoenen in te stellen. De stij-
ging van de omgevingstemperatuur wordt door de sensor ontdekt en gaat de compressor automatisch
langer werken om de gewenste binnentemperatuur te behouden.
Geringeveranderingenvandetemperatuur
Geringe veranderingen van de temperatur zijn normaal en kunnen ontstaan door bv. een groot aantal
verse producten in de koelkast te bewaren of wanneer de deur door een langere periode open stond.
Het heeft geen invloed op de levensmiddelen en de temperatuur gaat snel terug naar de normale waar-
Vervangingvandeverlichting*
l Zet de draaiknop in de positie „OFF” en haal vervolgens de stekker uit het stopcontact.
l Demonteer het beschermkapje van het lampje en haal het lampje eruit (Afb. 18).
l Vervang het lampje door een werkend lampje met identieke parameters als het fabrieksmatig
geïnstalleerde lampje (220-240 V, max. 10 W, E14, maximale afmetingen van het bolletje: doorsnede
- 26 mm, lengte 55 mm).
l Bevestig het beschermkapje van het lampje.
Gebruikgeenlampjesmeteenkleinerofgrotervermogen.Pasuitsluitendlampjestoemetde
parametersdiehierbovenstaanvermeld.
Gebruikteverlichtingmagnietwordengebruiktvoorhetverlichtenvanwoonruimten.
* Betreft apparaten die fabrieksmatig zijn uitgerust met gloeilampen en bepaalde apparaten met led-
-verlichting in de vorm van lampjes met een E14-tting.74
BEDIENING EN FUNCTIES Hetbewarenvanproductenindekoelkast
Tijdenshetbewarenvanlevensmiddelenin
hetapparaathandelvolgensdeonderstaande
lBewaar de producten op borden, in dozen of in
voedselfolie verpakt. Plaats ze gelijkmatig op de
oppervlakte van de platen.
lLevensmiddelen mogen niet met de achterwand
in aanraking komen, indien het wel gebeurt kun-
nen ze verrijpen of vochtig worden.
lHet is verboden om warme voedsel in de koel-
lProducten, die makkelijk geuren opnemen, bv.
boter, melk, kwark en producten die een sterk
geur hebben, bv. vlees, vissen en kazen dienen
verpakt met folie of in goed gesloten dozen ge-
lGroenten die rijk aan water zijn, veroorzaken
verdamping over de groentelade; dit verstoort
de correcte werking van de koelkast niet.
lDroog de groenten voor het plaatsen ervan in de
lTe grote hoeveelheid vocht verkort de tijd van
het bewaren, in het bijzonder met betrekking tot
groenten met bladeren.
lBewaar de groenten zonder wassen. Het was-
sen verwijderd hun beschermingslaag, daarom
is het aangeraden om ze net voor het eten te
lDe producten in korven (laden) 1, 2, 3* plaats
lHet is toegestaan om producten op de draadro-
osters van de verdamper van de diepvriezer te
lHet is toegestaan dat producten 20-30 mm vo-
orbij de natuurlijke laadgrens worden gescho-
lU kunt de onderste mand verwijderen om meer
laadruimte te creëren. U stapelt de producten op
de bodem van de diepvriezer tot de maximale
Hetinvriezenvanproducten**
lBijna alle levensmiddelen kunnen worden inge-
vroren, met uitzondering van groenten die rauw
worden gegeten, bv. sla.
lAlleen producten van uitstekende kwaliteit kunnen
worden ingevroren, verpakt in afgemeten porties
die op een keer kunnen worden gebruikt.
lGebruik materialen zonder geur om producten te
verpakken, die geen lucht nog vocht toelaten en
vet niet doorlaten. Het meest geschikt zijn: zakjes,
platen van polyetheenfolie, aluminiumfolie.
lDe verpakking dient goed worden gesloten en
bij het product passen. Glazen verpakkingen zijn
lBreng verse en warme levensmiddelen (in de
omgevingstemperatuur) die gaan worden in-
gevroren, niet in contact met reeds ingevroren
lAanbevolen wordt om per etmaal eenmalig niet
meer dan de aanbevolen hoeveelheid verse
levensmiddelen in de diepvriezer te plaatsen die
staat vermeld in de technische specicatie van
lOm de goede kwaliteit van de ingevroren pro-
ducten te garanderen, is het aangeraden om de
reeds ingevroren producten te verplaatsen opdat
ze niet in contact met verse producten komen.
lDe ingevroren producten dienen op de ene kant
van de diepvriezer geplaatst worden en de verse
producten aan de andere kant, zo dicht mogelijk
bij de achter- en zijwand.
lGebruik voor het invriezen van producten de
ruimte die is aangeduid met (*/***).
lDe temperatuur in de koelkast wordt onder an-
dere bepaald door: omgevingstemperatuur, het
aantal geplaatste levensmiddelen, frequentie van
deuropening, de hoeveelheid rijp, de stand van
lIndien na het sluiten van de koelkast de deur niet
direct opnieuw opengaat, wacht 1 tot 2 minuten,
zodat de ontstane onder druk gecompreseerd
De bewaartijd van ingevroren producten is afhan-
kelijk van hun kwaliteit voor het invriezen en de
bewaringstemperatuur. Bij een bewaringstempe-
ratuur van -18°C zijn de volgende bewaartijden
NL De ruimte voor snelkoeling is niet geschikt voor
het bewaren van bevroren voedsel. In deze ruimte
kunt u ijsblokjes maken en bewaren.***
* Betreft apparaten met een vriesruimte in het
onderste gedeelte van het apparaat
** Betreft apparaten met een vriesruimte (*/***)
*** Geldt niet voor apparaten met een vriesruimte
met de aanduiding (*/***)75
HOEKANDEKOELKASTECONOMISCHGEBRUIKTWORDEN?
l Plaats de koelkast of de vrieskast niet in de
nabijheid van radiatoren, ovens en stel ze niet
rechtstreeks bloot aan zonnestralen.
l Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet
bedekt zijn. Ze moeten een- tot tweemaal per
jaar gereinigd en ontstoft worden.
l De gepaste temperatuur kiezen: een tempera-
tuur van 6 tot 8 °C in de koelkast en -18 °C in
de vrieskast is voldoende.
l Als u op vakantie vertrekt, dient u de temperatuur
in de koelkast te verhogen.
l Open de deur van de koelkast of de vrieskast
enkel als dit noodzakelijk is. Het is goed om te
weten welke levensmiddelen er in de koelkast
bewaard worden en waar ze zich precies be-
vinden. Ongebruikte levensmiddelen dienen zo
snel mogelijk terug in de koelkast of de vrieskast
geplaatst worden, voordat ze opwarmen.
l Reinig de binnenkant van de koelkast regelmatig
met een doekje met zacht detergent. Toestellen
zonder automatische ontdooifunctie dienen
regelmatig ontdooid te worden. Vermijd dat er
een rijmlaag van meer dan 10 mm dik gevormd
l De afdichting rond de deur moet rein gehouden
worden. Anders zal de deur niet meer volledig
sluiten. Een beschadigde afdichting moet altijd
Watbetekenendesterretjes?
*Een temperatuur van niet meer dan -6 °C vol-
staat om ingevroren levensmiddelen gedurende
ongeveer een week te bewaren. Lades of vak-
ken die aangeduid zijn met één sterretje vindt
men (meestal) in goedkopere koelkasten.
** Bij een temperatuur van minder dan -12 °C kan
men gedurende één tot twee weken levensmid-
delen bewaren zonder dat ze hun smaak verlie-
zen. Dit is niet voldoende om levensmiddelen
***Hoofdzakelijk gebruikt om levensmiddelen in
te vriezen bij een temperatuur van minder dan
-18 °C. Laat toe om verse levensmiddelen met
een gewicht tot 1 kg in te vriezen.
****Zo’n toestel laat toe om levensmiddelen bij een
temperatuur van minder dan -18 °C te bewaren
en grotere hoeveelheden levensmiddelen in te
Zonesindekoelkast
l Door de natuurlijke luchtcirculatie ontstaan er in het
koelvak verschillende temperatuurzones.
l De koudste zone bevindt zich rechtstreeks boven de
groentelades. In deze zone dienen delicate en snel
bederfbare levensmiddelen bewaard te worden zoals
- vis, vlees, gevogelte,
- vleeswaren, kant-en-klare maaltijden,
- gerechten of gebak met eieren of room,
- vers deeg, cakemengsels,
waarvan het etiket een bewaartemperatuur van onge-
l De warmste zone bevindt zich bovenaan in de deur.
Hier dient boter en kaas bewaard te worden.
Levensmiddelendienietindekoelkastbe-
l Niet alle levensmiddelen mogen in de koelkast
bewaard worden. Dit zijn onder andere:
- groenten en fruit die gevoelig zijn voor lage
temperaturen, bijvoorbeeld bananen, avocado,
papaja, passievrucht, aubergine, paprika, tomaat
Voorbeeldvanproductenplaatsinginhetapparaat
ONTDOOIEN,WASSENENONDERHOUD
l Gebruik bij het ontdooien geen ontdooisprays.
Ze kunnen explosieve mengsels vormen en
oplossers bevatten die de kunststof onderdelen
van het apparaat beschadigen en zelfs voor de
gezondheid schadelijk zijn.
l Het water die bij het wassen gebruikt wordt
mag niet door de opening naar de verdamper
l Was het apparaat met een zachte detergent,
behoudens de dichting in de deur. De dichting
in de deur was met schoon water en droog met
l Reinig nauwkeurig alle elementen van de uitru-
apparaat vanhetelectriciteitsnet uitge-
schakeldworden,doordestekkereruit
tehalen,uitschakelingoflosdraaienvan
Uithaleneninzettenvandelegplateaus
Til het legplateau op en schuif het uit, schuif het
daarna in totdat u niet meer verder kunt en de slu-
iting van het legplateau zich in de geleider bevindt
Uithaleneninzettenvanderekjes
Uithalen en inzetten van de rekjes
Tenalletijdeishetverbodenom
dediepvriezermetgebruikvaneen
electrischeradiatorofhaardrogerte
Gebruik nooit oplosmiddelen of agressieve, schu-
rende schoonmaakmiddelen (bv. schuurpoeders of
reinigingsmelk) voor het schoonmaken van de be-
huizing en de plastic onderdelen van het product!
Gebruik alleen milde vloeibare schoonmaakmidde-
len en een zacht doekje. Gebruik geen sponsjes.
Ontdooienvandediepvriezer**
l Het is aangeraden om het ontdooien van de
diepvriezer tezamen met het wassen van het
product uit te voeren.
l Grote hoeveelheid ijs op de vriesoppervlakten
verstoort de werking van het apparaat en ver-
groot het energieverbruik.
l Het is aangeraden om het apparaat ten minste
een of twee keer per jaar te ontdooien. Wanneer
er veel ijs ontstaat, moet u het apparaat vaker
l Indien in de diepvriezer bevinden zich ingevroren
levensmiddelen, stel de draaiknop op max. ong.
4 uur voor het geplande ontdooien in. Daardoor
gaat het mogelijk zijn om de ingevroren produc-
ten in de kamertemperatuur te bewaren.
l Plaats de ingevroren producten in een kan,
omgevouwen met krantenpapier en deken en
houd ze in een koele plek.
l Het ontdooien van de diepvriezer dient zo snel
mogelijk uitgevoerd worden. Het te lange bewa-
ren van de producten in de kamertemperatuur
verkort hun houdbaarheid.
Omdevriesruimteteontdooienhandeltuals
l Schakel het apparaat uit met behulp van het
bedieningspaneel en trek vervolgens de stek-
ker uit het stopcontact.
l Open de deur en haal de producten eruit.
l Afhankelijk van het model trekt u het afvoer-
kanaaltje naar buiten dat zich in het onderste
gedeelte van de diepvries in de basis van het
l Laat de deur openstaan, hierdoor versnelt u het
ontdooiproces. U kunt ook een schaal met heet
(geen kokend) water in de vriesruimte plaatsen.
l Maak de binnenkant van de diepvriezer schoon
l Schakel het apparaat in volgens de gebruiksa-
Ontdooienvandekoelkast***
l Aan de achterwand van de koelkast ontstaat rijp,
die automatisch ontdooit. Tijdens het ontdooien
van de rijp, tezamen met de druppeltjes kunnen
ook ontreinigingen door de opening voortvloeien.
Dit kan het verstoppen van de opening veroorza-
ken. In zo’n geval moet de opening met plunjer
gereinigd worden (tek. 13).
l Het apparaat werkt in cyclusfazen: eerst koelen
(aan de achterwand ontstaat rijp) en daarna ontdo-
oien van de rijp (druppeltjes aan de achterwand).
** Betreft apparaten met een vriesruimte (*/***).
Geldt niet voor apparaten met een Antirijpsy-
*** Betreft apparaten met een koelruimte. Geldt
niet voor apparaten met een Antirijpsysteem
**** Betreft apparaten met een Antirijpsysteem
Automatischontdooienvandekoelkast****
De koelkast werd in de functie van automatisch
ontdooien voorzien. Toch kan het aan de ach-
terwand van de koelkast rijp verzamelen. Deze
ontstaat als veel verse producten in de koelkast
Automatischontdooienvandediepvriezer****
De diepvriezer werd in de functie van automatisch
ontdooien voorzien (no-frost). Voedsel wordt met
gebruik van koud, circelend lucht ingevroren en de
vocht van de diepvriezer wordt naar buiten afgevo-
erd. Daardoor in de diepvriezer ontstaan er geen
grote hoeveelheden ijs en rijp en de producten
Handwassenvandekoelkastendiepvriezer****
Het wordt aangeraden om de koelkast en diepvrie-
zer ten minste een keer per jaar te wassen.
Het voorkomt het ontstaan van bacteriën en
onprettige geuren. Schakel het apparaat met de
knop (1) uit, maak het leeg van producten en was
met water met zachte detergent. Daarna droog
STORINGEN VINDEN EN VERHELPEN Verschijnselen Mogelijkeredenen Herstellingswijze
Onderbreking in de electrische installatie
- controleer of de stekker goed in het stopcontact
- controleer of de spanningskabel niet beschadigt
- controleer of er spanning op het stopcontact
staat door bv. een ander toestel aan te sluiten bv.
- controleer of het apparaat aan staat door de
thermostaat op meer dan 0 te zetten
De gloeilamp is los of doorgebrand ( In
apparaten met gloeilampen verlichting).
- Controleer het vorige punt „Het apparaat werkt niet”-
draai de gloeilamp aan of vervang de doorgebrande
(In apparaten met gloeilampen verlichting).
Slechte instelling van de temperatuurre-
- draai de draaiknop op een hogere positie
De omgevingstemperatuur is hoger of
lager dan de temperatuur welke aange-
geven staat op de tabel met technische
gegevens van het apparaat.
Het apparaat is bestemd voor werking in een
temperatuur welke aangegeven is op de tabel met
technische gegevens van het apparaat.
Het apparaat staat in de zon of te dicht bij
- verander de opstelling van het apparaat volgens
de gebruiksaanwijzing
In het apparaat werd te grote hoeveelhe-
id warme levensmiddelen per een keer
- 72 uur wachten tot de producten gekoeld (inge-
vroren) worden en de temperatuur terug naar het
gewenste niveau gaat
De ventilatie binnen de cel is belemmerd
- controleer of de levensmiddelen en dozen de
achterwand van de koelkast niet aanraken
De ventilatie aan de achterkant van het
apparaat is belemmerd
- van de wand schuiven voor de afstand van min.
De deur van de koelkast/vriezer wordt te
vaak geopend of blijft te lang open staan
- de deur minder vaak openen en/of de tijd van
open staan verkorten
De deur is niet goed gesloten
- levensmiddelen en vakken zo leggen, dat ze het
sluiten van de deur niet belemmeren
De compressor werkt niet vaak genoeg
- controleer of de omgevingstemperatuur niet
lager is dan het bereik van de klimaatklasse.
De dichting van de deur zit los - dichting vastmaken
Slechte instelling van de temperatuurre-
- temperatuur met de draaiknop naar beneden
Andere redenen in het punt „Vries-/koel-
temperatuur is niet laag genoeg”
- controleren volgens punt „Vries-/koeltemperatuur
is niet laag genoeg”
De waterafvoeropening is verstopt
- maak de verstopte opening schoon (zie hoofd-
stuk - „Ontdooien van de koelkast”)
De ventilatie binnen de cel is belemmerd
- controleer of de levensmiddelen en dozen de
achterwand van de koelkast niet aanraken
Het apparaat staat niet waterpas en
- het apparaat waterpas opstellen
Het apparaat raakt aan wanden, meubels
- het apparaat zo opstellen, dat er geen andere
elementen aanraakt en zelfstandig staat
Bij het normale gebruik van het koeltoestel kunnen er verschillende soorten geluiden ontstaan, die geen enkele invloed
hebben op de correcte werking van de koelkast.
Geluidendiegemakkelijkverholpenkunnenworden:
lLawaai doordat de koelkast niet waterpas staat – regel de opstelling met behulp van de regelvoetjes vooraan. Leg
eventueel zacht materiaal onder de wieltjes achteraan, in het bijzonder bij een tegelvloer.
lWrijving tegen de aanpalende meubelen – verschuif de koelkast.
lKnarsen van schuiven of schappen – neem de schuif of het schap weg en plaats het daarna terug.
lGeluid van tegen elkaar stotende essen – plaats de essen uit elkaar.
Geluiden die hoorbaar zijn tijdens het normale gebruik van het toestel, worden veroorzaakt door de werking van de
thermostaat, de compressor (aanslaan), het koelsysteem (krimpen en uitzetten van het materiaal onder invloed van
temperatuurverschillen en doorstroom van koelvloeistof).
MILIEUBESCHERMING Beschermingvandeozonlaag
Voor de productie van ons
product zijn materialen
gebruikt, die 100% vrij van
FCKW en FKW zijn, wat
voordelig voor de bescher-
ming van de ozonlaag en
vermindering van broeika-
seffect is. De moderne tech-
nologie en milieuvriendelijke
isolatie zorgt voor klein energieverbruik.
Recyclingvandeverpakking
Onze verpakkingen bestaan
uit milieuvriendelijk, recycleer-
lBuiten verpakking van golfkarton / folie
lGevormde delen van geschuimd polystyreen
lFolies en zaken van polyetheen (PE)
LIQUIDATIE/AFDANKENVANHETAP-
PARAAT Indien u van het product
geen gebruik meer wenst
te maken, voor het afdan-
ken snijd het netsnoer
door. Tevens verwijder
of zet de sluiting buiten
werking zodat kinderen
zich niet in het oude
apparaat kunnen opsluiten. Het apparaat
wordt voorzien van het symbool volgens
de Europese Richtlijn 2002/96/EC. Deze
symbolen wijzen erop dat dit product na de
periode van gebruik niet als huisafval mag
worden behandeld. De gebruiker moet het
echter naar een plaats brengenwaar elek-
trische en elektronische apparatuur wordt
gerecycled. Voor meer details in verband
met het recyclen van dit product, neemt u
het best contact op met de gemeentelijke
instanties, bedrijven of winkels, die met
het verzamelen van afgedankte apparaten
Als u ervoor zorgt dat afgedankte electro-
nische en electrische apparaten op de cor-
recte manier worden verwijderd, voorkomt
u mogelijke voor mens en milieu nega-
tieve gevolgen die zich zouden kunnen
voordoen in geval van aanwezigheid van
gevaarlijke onderdelen en het verkeerd
bewaren en afvalbehandeling.
KLIMAATKLASSE Klimaatklasse Toegelatenomgeving-
SN van +10°C tot +32°C N van +16°C tot +32°C ST van +16°C tot +38°C T van +16°C tot +43°C Informatie over de klimaatklasse staat op de typeplaatje. Deze geeft aan in welke omgevingstemperatuur (dwz. ruimte,
waarin hij staat) het product optimaal (correct) werkt.
Verklaringvandeproducent
Hierbij verklaart de producent, dat het product aan de eisen van de onderstaande Europese richtlijnen
l Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EC,
l Richtlijn elektromagnetische compatibiliteit 2004/108/EC,
l Richtlijn 2009/125/EC.
en over de certicering en de conformiteitsverklaring voor organen die toezicht op de markt houden
GARANTIE,SERVICE Garantie
De garantieverplichtingen blijken uit het garantiebewijs.
De producent is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk gebruik van het pro-
NL OMDRAAIEN VAN DE DRAAIRICHTING VAN DE DEUR
1. Om de draairichting van de deur te veranderen het apparaat loskoppelen van het lichtnet en alle
levensmiddelen eruit halen.
2. Demonteer de afsluitdopjes met een platte schroevendraaier.
3. Demonteer het bovenste scharnier met een kruiskopschroevendraaier en houd tegelijkertijd de deur
4. Demonteer het middelste scharnier met een kruiskopschroevendraaier en houd tegelijkertijd de
4. Zet de deur op een veilige plaats.
5. Kantel het apparaat (maximaal 40 graden) zodanig, dat u toegang heeft tot het onderste scharnier
6. Demonteer het onderste scharnier met een kruiskopschroevendraaier.
7. Monteer het onderste scharnier aan de andere kant van het apparaat (Afb. 4).
8. Plaats de deur zodanig dat de pin van het onderste scharnier zich in de bijbehorende opening van
9. Bevestig het middelste scharnier aan de andere kant van apparaat, zodanig dat de onderste pin
van het middelste scharnier zich in de bijbehorende opening van de bovenkant van de deur bevindt.
Plaats de tweede deur zodanig, dat de bovenste pin van het middelste scharnier zich in de bijbeho-
rende opening van de onderkant van de tweede deur bevindt*.
10. Bevestig het bovenste scharnier aan de andere kant van apparaat, zodanig dat de pin van het
bovenste scharnier zich in de bijbehorende opening van de bovenkant van de deur bevindt (Afb. 5).
11. Controleer of de deur juist in het apparaat is geplaatst.
12. Monteer de afsluitdopjes van de scharnieren.
13. Schakel het apparaat in volgens de gebruiksaanwijzing.
* Deze stap betreft alleen apparaten met twee ruimten, een koel- en een vriesruimte.80
Denhärkombineradekyl/frysenförenaranvändarvänlighetmedutmärktprestanda.Innan
Glazen plaat over groentelade 1
Soort verlichting LED
1 Signalisatiepaneel 7 Klein opbergvak
2 Glazen plaat 8 Groot deurvak
3 Glazen plaat over groentelade 9 Eieren vak
4 Groentelade 10 Schoonmaakstop
Notice-Facile