EKS16174 AMICA

EKS16174 - Koelkast AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EKS16174 AMICA in PDF-formaat.

Page 77
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AMICA

Model : EKS16174

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EKS16174 - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EKS16174 van het merk AMICA.

GEBRUIKSAANWIJZING EKS16174 AMICA

AANWIJZINGEN BETREFFENDE VEILIGHEID VAN GEBRUIK 78

NL - Inhoudsopgave- 7 -

Vanaf vandaag zijn de dagelijkse klusjes eenvoudiger

dan ooit tevoren. Het apparaat is een combi-

nae van uitzonderlijk bedieningsgemak en perfecte

eecviteit. Na het lezen van de gebruiksaanwijzing

kent de bediening voor u geen geheimen meer.

Ieder apparaat dat de fabriek verlaat is vóór het in-

pakken op controleplekken grondig gecontroleerd op

veiligheid en funconaliteit.

Wij vragen u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door

te lezen voordat u het apparaat inschakelt. Naleving

van de aanwijzingen die erin zijn opgenomen be-

schermt u tegen onjuist gebruik. Bewaar de gebruiks-

aanwijzing en zorg dat u hem aljd binnen handbereik

Volg de gebruiksaanwijzing nauwkeurig op om onge-

vallen te voorkomen.

AANWIJZINGEN BETREF-

FENDE VEILIGHEID VAN GE-

• Het apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ge-

• De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen

aan te brengen die het gebruik van het apparaat niet beïn-

• Sommige opmerkingen in deze gebruiksaanwijzing zijn

hetzelfde voor de verschillende typen koelapparatuur, (voor

koelkasten, koel-vrieskasten of diepvriezers). U vindt infor-

matie over het type van uw apparaat op de productkaart die

is meegeleverd met het product.

• Producent steelt zich niet verantwoordelijk voor de schade

die uit het niet nagaan van de aanwijzingen van deze ge-

bruiksaanwijzing voortvloeit.

• Wij adviseren deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig te bewa-

ren om te kunnen raadplegen in de toekomst of doorgeven

aan de volgende gebruiker.

• Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen met

een beperkte fysieke, somatische of psychische vaardighe-

den (waaronder kinderen) en personen die geen ervaring

ermee of kennis ervan hebben, tenzij dit onder toezicht of

volgens gebruiksaanwijzing gebeurt, die door personen die

voor de veiligheid verantwoordelijk zijn doorgegeven wordt.

• Wees u bijzonder attent op het zelfstandig gebruik van het

apparaat door kinderen. Het apparaat is geen speelgoed.

Het is verboden om op de uitschuifbare elementen te zitten

en aan de deur hangen.

• De koelvries combinatie werkt correct in de omgevingstem-

peratuur welke aangegeven staat op de tabel met techni-

sche gegevens. Plaats het apparaat niet in een kelder, een

gang of een niet verwarmde chalet in de herfst en in de win-

• Tijdens het opstellen, schuiven en optillen is het verboden

om aan de deurhandgrepen te grijpen, aan de gleuf aan de

achterkant van de koelkast te trekken of compressor aan te

• Tijdens het transport, het optillen of opstellen dient de- 79 -

koel-vriescombinatie zich niet meer dan 40° van de vertica-

le positie bevinden. Indien dit wel plaatshad, kan het appa-

raat pas na 2 uur na de opstelling aangezet worden (tek. 2).

• Voordat u aan onderhoudswerkzaamheden begint haal al-

tijd de stekker uit het stopcontact. Trek nooit aan het net-

snoer, maar aan de stekker.

• De ongewone of sterkere geluiden ontstaan door het uit-

breiden en verkleinen van de onderdelen door de tempera-

• Vanwege de veiligheid is het niet aangeraden om het appa-

raat zelf te herstellen. De herstellingswerkzaamheden, die

door niet bevoegde personen zijn uitgevoerd, kunnen ge-

vaarlijk voor de gebruikers van het apparaat zijn.

• Ingeval van storing van het koelsysteem is het aangeraden

om de ruimte, waarin het apparaat geplaatst werd door en-

kele minuten te ventileren (deze ruimte dient ten minste 4

hebben; voor het product met isobutaan/R600a)

• Gedeeltelijk ontdooide producten dient u niet nog een keer

• Bewaar dranken in blikken en essen, in het bijzonder kool-

zuurhoudende dranken, niet in de diepvriezer. Blikken en

essen kunnen barsten.

• Plaats geen pas van de diepvriezer genomen producten di-

rect in de mond (ijs, ijsblokken, ezv.), hun lage temperatuur

kan ernstige letsels veroorzaken.

• Let op om het koelsysteem niet te beschadigen, bv. door

het prikken in de kanalen van de koelvloeistof in de verdam-

per, het breken van pijpen. Het ingespoten koelvloeistof is

brandbaar. Ingeval van contact met het oog, dient u het met

schoon water afspoelen en onmiddellijk met arts contacte-

• Als de voedingskabel beschadigd raakt, dan moet deze

vervangen worden bij een specialistische service.

• Het apparaat is bestemd voor het bewaren van voedings-

middelen. Gebruik het niet voor andere doeleinden.

• Koppel het apparaat volledig los van het lichtnet (door de

stekker uit het stopcontact te trekken) tijdens werkzaamhe-

den als schoonmaken, onderhoud of verplaatsen.

• Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar

en ouder, door personen met een lichamelijke, zintuiglijke of

verstandelijke beperkingen en personen zonder ervaring of- 80 -

kennis van het apparaat wanneer op hen gelet wordt of ze

geïnstrueerd zijn over het veilig gebruik van het apparaat en

ze de gevaren kennen in verband met het gebruik van het

apparaat. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen gedaan

worden tenzij ze 8 jaar zijn of ouder en er toezicht wordt ge-

houden door een juiste persoon.

• Om meer ruimte te creëren in de diepvriezer, kunt u de la-

den verwijderen en de producten direct op de legplanken

plaatsen. Dit heeft geen invloed op de thermische en me-

chanische eigenschappen van het apparaat. De opgege-

ven inhoud van de diepvriezer is berekend bij afwezigheid

WAARSCHUWING: Brandgevaar / brand-

• Kinderen van 3 tot 8 jaar mogen producten in het koelappa-

raat zetten en eruit halen.

Om verontreiniging van de voedingsmiddelen te voorkomen,

moet u zich houden aan de volgende regels:

• Als u de deur lange tijd opent, kan de temperatuur in de ver-

schillende ruimten van het apparaat aanzienlijk stijgen.

• Maak de oppervlakken die in contact komen met voedings-

middelen regelmatig schoon evenals, indien aanwezig, de

waterafvoersystemen.

• Bewaar rauw vlees en vis in geschikte containers in de

koelkast, zodat ze niet in contact kunnen komen met ande-

re voedingsmiddelen en niet op andere voedingsmiddelen

• Vriesruimten met twee sterren zijn bestemd voor het bewa-

ren van eerder ingevroren voedingsmiddelen, het bewaren

of bevriezen van ijs of het bevriezen van ijsblokjes.

• Ruimtes met één ster, twee sterren en drie sterren zijn niet

bestemd voor het invriezen van verse voedingsmiddelen.- 81 -

Geschikte voedingsmiddelen

Eieren, gekookte voedingsmiddelen, verpakte voe-

dingsmiddelen, vruchten en groenten, zuivel, gebak,

dranken en overige producten die niet geschikt zijn

ducten en vleesproducten (aanbevolen 3 maanden,

hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en

voedzaam het product zal zijn), geschikt voor inge-

vroren verse producten.

ducten en vleesproducten (aanbevolen 3 maanden,

hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en

voedzaam het product zal zijn), niet geschikt voor

bevroren verse producten.

ducten en vleesproducten (aanbevolen 2 maanden,

hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en

voedzaam het product zal zijn), niet geschikt voor

bevroren verse producten.

producten en vleesproducten (aanbevolen 1 maand,

hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en

voedzaam het product zal zijn), niet geschikt voor

bevroren verse producten.

Vers varkensvlees, rundvlees, vis, kip, sommige ver-

pakte, verwerkte producten etc. (aanbevolen wordt

deze dezelfde dag nog te eten, maar uiterlijk binnen

3 dagen). Gedeeltelijk verpakte, verwerkte producten

(producten die niet geschikt zijn om in te vriezen)

Vers/bevroren varkensvlees, rundvlees, kip, zoet-

waterproducten etc. (7 dagen onder 0°C, boven 0°C

wordt aanbevolen deze nog dezelfde dag te eten,

maar uiterlijk binnen 2 dagen). Zeevruchten (onder

0°C gedurende 15 dagen, bij voorkeur niet bewaren

bij temperaturen hoger dan 0°C)

Vers varkensvlees, rundvlees, vis, kip, gekookte pro-

ducten etc. (aanbevolen wordt deze dezelfde dag nog

te eten, maar uiterlijk binnen 3 dagen).

+5≤+20 Rode, witte, mousserende wijnen etc.- 82 -

• Opgelet: bewaar de producten in overeenstemming met de

aanbevelingen voor de verschillende ruimten en de aanbe-

volen bewaartemperatuur van het product.

• Als u het koelapparaat niet gebruikt en het langere tijd leeg

zal staan, moet u het uitschakelen, ontdooien, schoonma-

ken, drogen en de deur open laten staan om te voorkomen

dat er in het apparaat schimmel ontstaat.

• Reinigen van de waterdispenser (voor producten met wa-

terdispenser): Reinig de watertanks als ze 48 uur niet zijn

gebruikt; als het water gedurende 5 dagen niet is afgetapt,

spoel dan het watersysteem dat op de waterleiding is aan-

• De minimumperiode waarin reserveonderdelen die nodig

zijn om het apparaat te repareren beschikbaar blijven, be-

draagt 7 of 10 jaar, afhankelijk van het type en het doel van

het reserveonderdeel, en is in overeenstemming met Veror-

dening (EU) 2019/2019 van de Commissie.

• De lijst met reserveonderdelen en de bestelprocedure zijn

beschikbaar op de websites van de fabrikant, importeur of

de ociële vertegenwoordiger.

• Meer informatie over het product vindt u in de Europese pro-

ductdatabase voor energie-etikettering EPREL op de web-

site https://eprel.ec.europa.eu. U kunt de informatie verkrij-

gen door de QR-code op het energie-etiket te scannen of

door het productmodel in te voeren in de zoekmachine van

EPREL https://eprel.ec.europa.eu/- 83 -

INSTALLATIE EN WERKOM-

STANDIGHEDEN VAN HET APPARAAT Dit koelapparaat is bedoeld voor gebruik als inbouwapparaat.

Installatie voor de eerste ingebruikname

• Pak het product uit en verwijder de veiligheidsbanden van de deur en

uitrusting (Tek. 4). De restanten van het lijm kunt u met een zacht

reinigingsmiddel verwijderen.

• Gooi de piepschuim elementen van de verpakking niet weg. Ingeval

van een toekomstig transport, dient de koel-vriescombinatie nog een

keer met behulp van piepschuim elementen, folie en plakband bevei-

• Was de binnenkant van de koelkast en de diepvriezer met een zacht

warm water met een afwasmiddel en daarna droog het met een doek

en wacht tot het droog wordt.

• Plaats de koel-vriescombinatie op een ondergrond, die vlak, water-

pas en stabiel is, in een droge en regelmatig ventileerde ruimte, niet

in direct zonlicht of naast andere warmtebronnen, zoals een gasfor-

nuis, CV-radiator, CV-buis of warme water installatie ezv.

• Op de buiten oppervlakken van het product kan zich beschermende

folie bevinden welke verwijderd dient te worden.

• Het apparaat moet waterpas geplaatst zijn, wat kunt u bereiken door

op een juiste manier 2 voorvoetjes op te schuiven (tek. 3).

• Om de deur vrijuit te kunnen openen, dient de afstand tussen de

zijwand van het product (aan de kant van de deurscharnieren) en de

muur in overeenstemming te zijn met afbeelding 5*.

• De ruimte dient regelmatig geventileerd te worden en het lucht dient

onbelemmerd van alle zijden van het apparaat circuleren (tek. 6*).

Minimale afstanden van warmtebronnen

• van elektrische fornuizen, gasfornuizen en andere fornuizen - 30 mm,

• van olie- of steenkoolkachels - 300 mm,

• van ingebouwde fornuizen - 50 mm

Indien het behouden van deze afstanden niet mogelijk is, dient u een

juiste isolatieplaat te gebruiken.

• De achterwand van de koelkast en in het bijzonder de condensor en

andere elementen van het koelingssysteem mogen de andere ele-

menten niet aan te rakken, in het bijzonder elementen die defecten

kunnen veroorzaken (CV-buis en wateraanvoerbuis).

• Het is verboden om aan de onderdelen van het aggregaat te manipu-

leren. In het bijzonder mag het capillair niet defect te zijn, die u bij

de compressor ziet. Het capillair mag niet gevouwen, getrokken nog

• Het beschadigen van het capillair door de gebruiker maakt de garan-

tie ongeldig (tek. 8).

• In geselecteerde modellen bevindt zich de deurhendel aan de bin-

nenkant van het product en dient het vastgeschroeft te worden met

een schroevendraaier.- 84 -

Aansluiten op het electriciteitsnet

• Zet de temperatuurregelaar in de positie „OFF” of een andere positie

die het apparaat uitschakelt (zie de pagina met de beschrijving van

de besturing) voordat u het aansluit.

• Suit het apparaat op het electriciteitsnet met wisselstroom 220-240V,

50Hz aan, met gebruik van een correct geïnstalleerd stopcontact-

doos, die geaard is en over een zekering van 10A beschikt.

• De aansluiting op het electriciteitsnet met een aarding moet volgens

de wettelijke voorschriften uitgevoerd zijn. De producent stelt zich

niet verantwoordelijk voor de schade, die door de personen of voor-

werpen geleden kan worden als gevolg van het niet nagaan van de

verplichting van dit voorschrift.

• Het is verboden om verloopstekkers, verdeelstekkers en verleng-

snoeren te gebruiken. Indien u wel een verlengsnoer moet gebrui-

ken, het dient over een beschermring te beschikken, alleen één con-

tactdoos hebben en over een veiligheidsatest VDE/GS te beschikken.

• Ingeval van het gebruik van een verlengsnoer (met een bescherm-

ring en veiligheidsmarkering), moet zijn nest zich in een veilige af-

stand van waterbakken bevinden en kan niet het gevaar oplopen om

met het water en ander afvalwater in aanraking te komen..

• De gegevens staan op de typeplaatje, dat zich beneden aan de bin-

nenwand van de koelkast bevindt**.

Het apparaat dient in elk moment van het electriciteitsnet te kunnen

worden uitgeschakeld door de stekker eruit te halen of de dubbelpolige

schakelaar uit te zetten (tek. 9).

Informatie over de klimaatklasse staat op de typeplaatje. Deze geeft

aan in welke omgevingstemperatuur (dwz. ruimte, waarin hij staat) het

product optimaal (correct) werkt.

Toelaatbare omgevingstemperatuur

SN uitgebreid gematigd

Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij

omgevingstemperaturen binnen een bereik

van 10°C tot 32°C N gematigd

Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij

omgevingstemperaturen binnen een bereik

van 16°C tot 32°C ST subtropisch

Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij

omgevingstemperaturen binnen een bereik

van 16°C tot 38°C T tropisch

Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij

omgevingstemperaturen binnen een bereik

* Geldt niet voor inbouwapparatuur

**Toegepast afhankelijk van het model- 85 -

UITPAKKEN Het apparaat is beveiligd tegen

transportschade. Na het uitpakken

moet het verpakkingsmateriaal zo

verwerkt worden dat er geen risi-

co voor het milieu ontstaat. Al het

materiaal dat voor de verpakking

is gebruikt is milieuvriendelijk, het

kan voor 100% hergebruikt worden

en het is gelabeld met het bijbehorende symbool.

Attentie! Het verpakkingsmateriaal (polyethyleenzak-

jes, stukken polystyreen etc.) bij het uitpakken buiten

het bereik van kinderen houden.

VERWIJDERING VAN GEBRUIKTE APPARATUUR Dit product is overeenkomstig met de

Europese richtlijn 2012/19/EG. Dit

merkteken informeert dat dit appa-

raat na aoop van zijn levensduur niet

samen met ander huishoudelijk afval

verwijderd mag worden. De gebruiker

is verplicht om het aan te bieden bij een

inzamelpunt voor gebruikte elektrische

en elektronische apparatuur.

De inzamelende instanties, waaronder lokale inzam-

elpunten, winkels en gemeentelijke instanties vormen

een geschikt systeem voor de inzameling van deze

apparatuur. De juiste behandeling van gebruikte ele-

ktrische en elektronische apparatuur leidt tot het ver-

mijden van consequenties die schadelijk zijn voor de

menselijke gezondheid en de natuurlijke omgeving en

voortkomen uit de aanwezigheid van gevaarlijke be-

standdelen en verkeerde opslag en verwerking van

dergelijke apparatuur.- 86 -

BEDIENING Bediening van het apparaat

Het bedieningspaneel staat weergegeven op afbeelding 10. Om het u

makkelijk te maken staat hij ook hieronder:

Regelen van de temperatuur in het apparaat

1. Om de temperatuur in de ruimte te regelen drukt u op de knop

Adjust en kiest u een niveau van 1 tot 5. 1 – hoogste temperatuur;

5 – laagste temperatuur.

2. Druk 3 seconden op de knop Power om het apparaat uit te scha-

kelen. De knop wordt verlicht en de voeding wordt uitgeschakeld.

De verlichting in de ruimte en de compressor schakelen uit. Druk

3 seconden op de knop om het apparaat in te schakelen. Het icoon

gaat branden en de voeding is ingeschakeld.

Aanvullende informatie betreende de temperatuur

• Er zijn veel factoren die invloed hebben op de temperatuur in het

apparaat. De instelling van de draaiknop is onder andere afhankelijk

van de omgevingstemperatuur, de hoeveelheid zonlicht, de frequen-

tie waarmee het apparaat wordt geopend, de hoeveelheid levensmid-

delen. De middelste positie van de draaiknop is in de meeste gevallen

• De cellen dienen met levensmiddelen pas na het afkoelen opgevuld

worden min. na 4 uur werking van het apparaat.

• Het is niet aangeraden om de temperatuur vanwege de verandering

van seizoenen in te stellen. De stijging van de omgevingstemperatuur

wordt door de sensor ontdekt en gaat de compressor automatisch

langer werken om de gewenste binnentemperatuur te behouden.

• Geringe veranderingen van de temperatur zijn normaal en kunnen

ontstaan door bv. een groot aantal verse producten in de koelkast te

bewaren of wanneer de deur door een langere periode open stond.

Het heeft geen invloed op de levensmiddelen en de temperatuur gaat

snel terug naar de normale waarde.- 87 -

BEDIENING EN FUNCTIES Het bewaren van producten in de koelkast

• Bewaar de producten op borden, in dozen of in voedselfolie verpakt.

Plaats ze gelijkmatig op de oppervlakte van de platen.

• Levensmiddelen mogen niet met de achterwand in aanraking komen,

indien het wel gebeurt kunnen ze verrijpen of vochtig worden.

• Het is verboden om warme voedsel in de koelkast te plaatsen.

• Producten, die makkelijk geuren opnemen, bv. boter, melk, kwark

en producten die een sterk geur hebben, bv. vlees, vissen en kazen

dienen verpakt met folie of in goed gesloten dozen geplaatst worden.

• Groenten die rijk aan water zijn, veroorzaken verdamping over de

groentelade; dit verstoort de correcte werking van de koelkast niet.

• Droog de groenten voor het plaatsen ervan in de koelkast.

• Te grote hoeveelheid vocht verkort de tijd van het bewaren, in het

bijzonder met betrekking tot groenten met bladeren.

• Bewaar de groenten zonder wassen. Het wassen verwijderd hun be-

schermingslaag, daarom is het aangeraden om ze net voor het eten

• De producten in korven (laden) 1, 2, 3* plaats (zie tek. 11).**

• Het is toegestaan om producten op de draadroosters van de verdam-

per van de diepvriezer te plaatsen*

• Het is toegestaan dat producten 20-30 mm voorbij de natuurlijke

laadgrens worden geschoven.**

• U kunt de onderste mand verwijderen om meer laadruimte te creë-

ren. U stapelt de producten op de bodem van de diepvriezer tot de

Het invriezen van producten**

• Bijna alle levensmiddelen kunnen worden ingevroren, met uitzonde-

ring van groenten die rauw worden gegeten, bv. sla.

• Alleen producten van uitstekende kwaliteit kunnen worden ingevro-

ren, verpakt in afgemeten porties die op een keer kunnen worden

• Gebruik materialen zonder geur om producten te verpakken, die geen

lucht nog vocht toelaten en vet niet doorlaten. Het meest geschikt

zijn: zakjes, platen van polyetheenfolie, aluminiumfolie.

• De verpakking dient goed worden gesloten en bij het product passen.

Glazen verpakkingen zijn verboden.

• Breng verse en warme levensmiddelen (in de omgevingstempera-

tuur) die gaan worden ingevroren, niet in contact met reeds ingevro-

• Aanbevolen wordt om per etmaal eenmalig niet meer dan de aanbe-

volen hoeveelheid verse levensmiddelen in de diepvriezer te plaatsen

die staat vermeld in de technische specicatie van het apparaat.- 88 -

• Om de goede kwaliteit van de ingevroren producten te garanderen,

is het aangeraden om de reeds ingevroren producten te verplaatsen

opdat ze niet in contact met verse producten komen.

• De ingevroren producten dienen op de ene kant van de diepvriezer

geplaatst worden en de verse producten aan de andere kant, zo dicht

mogelijk bij de achter- en zijwand.

• Gebruik voor het invriezen van producten de ruimte die is aangeduid

• De temperatuur in de koelkast wordt onder andere bepaald door:

omgevingstemperatuur, het aantal geplaatste levensmiddelen, fre-

quentie van deuropening, de hoeveelheid rijp, de stand van de ther-

• Indien na het sluiten van de koelkast de deur niet direct opnieuw

opengaat, wacht 1 tot 2 minuten, zodat de ontstane onder druk ge-

De bewaartijd van ingevroren producten is afhankelijk van hun kwaliteit

voor het invriezen en de bewaringstemperatuur. Bij een bewaringstem-

peratuur van -18°C zijn de volgende bewaartijden aanbevolen:

De ruimte voor snelkoeling is niet geschikt voor het bewaren van bevro-

ren voedsel. In deze ruimte kunt u ijsblokjes maken en bewaren.

Opgelet: Als het apparaat geen ruimte met

dat dit koelapparaat niet geschikt is voor het invriezen van voedingsmid-

* Betreft apparaten met een vriesruimte in het onderste gedeelte van het apparaat

** Betreft apparaten met een vriesruimte

*** Geldt niet voor apparaten met een vriesruimte met de aanduiding

• Plaats de koelkast of de vrieskast niet in de nabijheid van radiatoren,

ovens en stel ze niet rechtstreeks bloot aan zonnestralen.

• Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet bedekt zijn. Ze moeten

een- tot tweemaal per jaar gereinigd en ontstoft worden.

• De gepaste temperatuur kiezen: een temperatuur van 6 tot 8 °C in

de koelkast en -18 °C in de vrieskast is voldoende.

• Als u op vakantie vertrekt, dient u de temperatuur in de koelkast te

• Open de deur van de koelkast of de vrieskast enkel als dit noodzake-

lijk is. Het is goed om te weten welke levensmiddelen er in de koel-

kast bewaard worden en waar ze zich precies bevinden. Ongebruikte

levensmiddelen dienen zo snel mogelijk terug in de koelkast of de

vrieskast geplaatst worden, voordat ze opwarmen.

• Reinig de binnenkant van de koelkast regelmatig met een doekje met

zacht detergent. Toestellen zonder automatische ontdooifunctie die-

nen regelmatig ontdooid te worden. Vermijd dat er een rijmlaag van

meer dan 10 mm dik gevormd wordt.

• De afdichting rond de deur moet rein gehouden worden. Anders zal

de deur niet meer volledig sluiten. Een beschadigde afdichting moet

altijd vervangen worden.

Wat betekenen de sterretjes?

Een temperatuur van niet meer dan -6 °C volstaat om in-

gevroren levensmiddelen gedurende ongeveer een week te

bewaren. Lades of vakken die aangeduid zijn met één ster-

retje vindt men (meestal) in goedkopere koelkasten.

Bij een temperatuur van minder dan -12 °C kan men gedu-

rende één tot twee weken levensmiddelen bewaren zonder

dat ze hun smaak verliezen. Dit is niet voldoende om le-

vensmiddelen in te vriezen.

Hoofdzakelijk gebruikt om levensmiddelen in te vriezen bij

een temperatuur van minder dan -18 °C. Laat toe om verse

levensmiddelen met een gewicht tot 1 kg in te vriezen.

Zo’n toestel laat toe om levensmiddelen bij een tempera-

tuur van minder dan -18 °C te bewaren en grotere hoeveel-

heden levensmiddelen in te vriezen.- 90 -

Zones in de koelkast

Door de natuurlijke luchtcirculatie ontstaan er in het koelvak verschil-

lende temperatuurzones.

• De koudste zone bevindt zich rechtstreeks boven de groentelades.

In deze zone dienen delicate en snel bederfbare levensmiddelen be-

waard te worden zoals:

- vis, vlees, gevogelte,

- vleeswaren, kant-en-klare maaltijden,

- gerechten of gebak met eieren of room,

- vers deeg, cakemengsels,

- verpakte groenten en andere verse levensmiddelen waarvan het etiket

een bewaartemperatuur van ongeveer 4 °C aangeeft.

• De warmste zone bevindt zich bovenaan in de deur. Hier dient boter

en kaas bewaard te worden.

Levensmiddelen die niet in de koelkast bewaard mogen worden

• Niet alle levensmiddelen mogen in de koelkast bewaard worden. Dit

- groenten en fruit die gevoelig zijn voor lage temperaturen, bijvoorbeeld

Voorbeeld van producten plaatsing in het apparaat (Tek. 12).

Om voedingsmiddelen zo lang mogelijk te kunnen bewaren en verspil-

ling te voorkomen, plaatst u de producten zoals weergegeven op Afb.

12. Bovendien toont deze afbeelding de verdeling van laden, manden

en planken die zorgt voor het meest eciënte energiegebruik van het

Het bewaren van voedingsmiddelen onder de juiste omstandigheden en

bij de juiste temperatuur verlengt de houdbaarheid en optimaliseert het

elektriciteitsverbruik. Het juiste temperatuurbereik moet op de verpak-

king of etiketten van voedselproducten zijn vermeld.- 91 -

ONTDOOIEN, WASSEN EN ONDERHOUD Gebruik nooit oplosmiddelen of agressieve, schurende schoonmaakmid-

delen (bv. schuurpoeders of reinigingsmelk) voor het schoonmaken van

de behuizing en de plastic onderdelen van het product! Gebruik alleen

milde vloeibare schoonmaakmiddelen en een zacht doekje. Gebruik geen

Ontdooien van de koelkast***

• Aan de achterwand van de koelkast ontstaat rijp, die automatisch

ontdooit. Tijdens het ontdooien van de rijp, tezamen met de drup-

peltjes kunnen ook ontreinigingen door de opening voortvloeien. Dit

kan het verstoppen van de opening veroorzaken. In zo’n geval moet

de opening met plunjer gereinigd worden (tek. 13).

• Het apparaat werkt in cyclusfazen: eerst koelen (aan de achterwand

ontstaat rijp) en daarna ontdooien van de rijp (druppeltjes aan de

• Voor het beginnen met reinigen dient het apparaat van het elec-

triciteitsnet uitgeschakeld worden, door de stekker eruit te halen,

uitschakeling of losdraaien van de zekering. Het water mag niet in

contact met het bedieningspaneel of verlichting komen.

• Gebruik bij het ontdooien geen ontdooisprays. Ze kunnen explosieve

mengsels vormen en oplossers bevatten die de kunststof onderdelen

van het apparaat beschadigen en zelfs voor de gezondheid schadelijk

• Het water die bij het wassen gebruikt wordt mag niet door de ope-

ning naar de verdamper vloeien.

• Was het apparaat met een zachte detergent, behoudens de dichting

in de deur. De dichting in de deur was met schoon water en droog

• Reinig nauwkeurig alle elementen van de uitrusting (groentevakken,

rekken, glazen platen ezv.).

Ontdooien van de diepvriezer**

• Het is aangeraden om het ontdooien van de diepvriezer tezamen met

het wassen van het product uit te voeren.

• Grote hoeveelheid ijs op de vriesoppervlakten verstoort de werking

van het apparaat en vergroot het energieverbruik.

• Het is aangeraden om het apparaat ten minste een of twee keer per

jaar te ontdooien. Wanneer er veel ijs ontstaat, moet u het apparaat

• Indien in de diepvriezer bevinden zich ingevroren levensmiddelen,

stel de draaiknop op max. ong. 4 uur voor het geplande ontdooien

in. Daardoor gaat het mogelijk zijn om de ingevroren producten in de

kamertemperatuur te bewaren.

• Plaats de ingevroren producten in een kan, omgevouwen met kran-

tenpapier en deken en houd ze in een koele plek.

• Het ontdooien van de diepvriezer dient zo snel mogelijk uitgevoerd

worden. Het te lange bewaren van de producten in de kamertempe-

ratuur verkort hun houdbaarheid.- 92 -

Om de vriesruimte te ontdooien handelt u als volgt:**

• Schakel het apparaat uit met behulp van het bedieningspaneel en

trek vervolgens de stekker uit het stopcontact.

• Open de deur en haal de producten eruit.

• Afhankelijk van het model trekt u het afvoerkanaaltje naar buiten

dat zich in het onderste gedeelte van de diepvries in de basis van het

• Laat de deur openstaan, hierdoor versnelt u het ontdooiproces. U

kunt ook een schaal met heet (geen kokend) water in de vriesruimte

• Maak de binnenkant van de diepvriezer schoon en droog hem af.

• Schakel het apparaat in volgens de gebruiksaanwijzing.

Automatisch ontdooien van de koelkast****

De koelkast werd in de functie van automatisch

ontdooien voorzien. Toch kan het aan de achterwand van de koelkast

rijp verzamelen. Deze ontstaat als veel verse producten in de koelkast

Automatisch ontdooien van de diepvriezer****

De diepvriezer werd in de functie van automatisch

ontdooien voorzien (no-frost). Voedsel wordt met gebruik van koud, cir-

celend lucht ingevroren en de vocht van de diepvriezer wordt naar buiten

afgevoerd. Daardoor in de diepvriezer ontstaan er geen grote hoeveel-

heden ijs en rijp en de producten vriezen niet samen.

Handwassen van de koelkast en diepvriezer****

Het wordt aangeraden om de koelkast en diepvriezer ten minste een

keer per jaar te wassen.

Het voorkomt het ontstaan van bacteriën en onprettige geuren. Schakel

het apparaat met de knop (1) uit, maak het leeg van producten en was

met water met zachte detergent. Daarna droog met een doek.

Uithalen en inzetten van de legplateaus*****

Til het legplateau op en schuif het uit, schuif het daarna in totdat u niet

meer verder kunt en de sluiting van het legplateau zich in de geleider

Plaatsen en verplaatsen van de opbergvak*****

Druk het opbergvak omhoog en neem het naar voren en zet op de ge-

wenste hoogte terug (Afb. 16).

Ten alle tijde is het verboden om de diepvriezer met gebruik van een

electrische radiator of haardroger te ontdooien.

** Betreft apparaten met een vriesruimte (*/***).

Geldt niet voor apparaten met een Antirijpsysteem

*** Betreft apparaten met een koelruimte.

Geldt niet voor apparaten met een Antirijpsysteem

**** Betreft apparaten met een Antirijpsysteem

***** Niet van toepassing voor diepvriezers- 93 -

STORINGEN VINDEN EN VERHELPEN Verschijnselen Mogelijke redenen Herstellings wijze

Het apparaat werkt niet

Onderbreking in de electri-

goed in het stopcontact zit

- controleer of de span-

ningskabel niet beschadigt

- controleer of er spanning

op het stopcontact staat

door bv. een ander toe-

stel aan te sluiten bv. een

- controleer of het apparaat

aan staat door de ther-

mostaat op meer dan 0 te

Binnenverlichting werkt niet

gebrand ( In apparaten met

gloeilampen verlichting).

- Controleer het vorige punt

„Het apparaat werkt niet”-

draai de gloeilamp aan of

vervang de doorgebrande

(In apparaten met gloei-

lampen verlichting).

Het apparaat werkt conti-

Slechte instelling van de

- temperatuur met de

draaiknop naar beneden

Andere redenen in het punt

„Vries-/koeltemperatuur is

- controleren volgens punt

„Vries-/koeltemperatuur is

Er ontstaat water in de on-

derste deel van de koelkast

- maak de verstopte ope-

ning schoon (zie hoofd-

stuk - „Ontdooien van de

De ventilatie binnen de cel

- controleer of de levens-

achterwand van de koelkast

Ongewone of sterkere

Het apparaat staat niet

- het apparaat waterpas

Het apparaat raakt aan

wanden, meubels of andere

- het apparaat zo opstellen,

dat er geen andere elemen-

ten aanraakt en zelfstandig

Verschijnselen Mogelijke redenen Herstellings wijze

Vries-/koeltemperatuur is

Slechte instelling van de

- draai de draaiknop op een

De omgevingstemperatuur

is hoger of lager dan de

temperatuur welke aan-

gegeven staat op de tabel

met technische gegevens

Het apparaat is bestemd

voor werking in een tempe-

ratuur welke aangegeven is

op de tabel met technische

gegevens van het apparaat.

Het apparaat staat in de

zon of te dicht bij een

- verander de opstelling

van het apparaat volgens

de gebruiksaanwijzing

In het apparaat werd te

grote hoeveelheid warme

levensmiddelen per een

- 72 uur wachten tot de

producten gekoeld (in-

gevroren) worden en de

temperatuur terug naar het

gewenste niveau gaat

De ventilatie binnen de cel

- controleer of de levens-

achterwand van de koelkast

De ventilatie aan de ach-

terkant van het apparaat is

- van de wand schuiven

voor de afstand van min.

De deur van de koelkast/

vriezer wordt te vaak geo-

pend of blijft te lang open

- de deur minder vaak ope-

nen en/of de tijd van open

De deur is niet goed ge-

- levensmiddelen en vak-

ken zo leggen, dat ze het

sluiten van de deur niet

De compressor werkt niet

- controleer of de omge-

vingstemperatuur niet lager

is dan het bereik van de

De dichting van de deur

- dichting vastmaken

Bij het normale gebruik van het koeltoestel kunnen er verschillende

soorten geluiden ontstaan, die geen enkele invloed hebben op de correc-

te werking van de koelkast.

Geluiden die gemakkelijk verholpen kunnen worden:

• Lawaai doordat de koelkast niet waterpas staat – regel de opstelling

met behulp van de regelvoetjes vooraan. Leg eventueel zacht mate-

riaal onder de wieltjes achteraan, in het bijzonder bij een tegelvloer.

• Wrijving tegen de aanpalende meubelen – verschuif de koelkast.

• Knarsen van schuiven of schappen – neem de schuif of het schap

weg en plaats het daarna terug.

• Geluid van tegen elkaar stotende essen – plaats de essen uit el-

Geluiden die hoorbaar zijn tijdens het normale gebruik van het toestel,

worden veroorzaakt door de werking van de thermostaat, de compressor

(aanslaan), het koelsysteem (krimpen en uitzetten van het materiaal

onder invloed van temperatuurverschillen en doorstroom van koelvloei-

WIJZIGEN VAN DE OPE-

NINGSRICHTING VAN DE DEUR VAN HET LAGETEMPE-

RATUURVAK Wijzigen van de openingsrichting van de deur van het lagetem-

peratuurvak (Afb. 21).

1. Schroef het scharnier dat de deur ondersteunt los en verwijder

het. Houd bij het verwijderen van het scharnier de deur vast en leg

deze opzij (Afb. 21, g. 2).

2. Verwijder de schroef waarmee het deurslot (blokkade) is beves-

tigd. Verwijder de afdekdopjes van de schroefopeningen voor het

deurscharnier (Afb. 21, g. 3).

3. Verplaats het slot (blokkade) van de deur naar de andere kant van

het vak en schroef het vast. Monteer ook de afdekdopjes van de

schroefopeningen voor het deurscharnier (Afb. 21, g. 4).

4. Draai de deur 180 o en monteer hem aan de andere kant.

5. Monteer het onderste scharnier dat de deur ondersteunt aan de

andere kant en schroef het vast (Afb.. 21, g. 5).

6. Open en sluit de deur na de installatie om te controleren of de

deur goed werkt.- 96 -

OMDRAAIEN VAN DE DRAAI-

RICHTING VAN DE DEUR OMDRAAIEN VAN DE DRAAIRICHTING VAN DE DEUR (Afb. 20)

1. Om de draairichting van de deur te veranderen het apparaat los-

koppelen van het lichtnet en alle levensmiddelen eruit halen.

2. Demonteer de afsluitdopjes met een platte schroevendraaier.

3. Demonteer het bovenste scharnier met een kruiskopschroeven-

draaier en houd tegelijkertijd de deur tegen (Afb. 20.1).

4. Demonteer het middelste scharnier met een kruiskopschroeven-

draaier en houd tegelijkertijd de bovendeur tegen*.

5. Zet de deur op een veilige plaats.

6. Kantel het apparaat (maximaal 40 graden) zodanig, dat u toegang

heeft tot het onderste scharnier (Afb. 20.2).

7. Demonteer het onderste scharnier met een kruiskopschroeven-

8. Monteer het onderste scharnier aan de andere kant van het appa-

9. Plaats de deur zodanig dat de pin van het onderste scharnier zich

in de bijbehorende opening van de deur bevindt.

10. Bevestig het middelste scharnier aan de andere kant van apparaat,

zodanig dat de onderste pin van het middelste scharnier zich in

de bijbehorende opening van de bovenkant van de deur bevindt.

Plaats de tweede deur zodanig, dat de bovenste pin van het mid-

delste scharnier zich in de bijbehorende opening van de onderkant

van de tweede deur bevindt*.

11. Bevestig het bovenste scharnier aan de andere kant van apparaat,

zodanig dat de pin van het bovenste scharnier zich in de bijbeho-

rende opening van de bovenkant van de deur bevindt (Afb. 20.4).

12. Controleer of de deur juist in het apparaat is geplaatst.

13. Monteer de afsluitdopjes van de scharnieren.

14. Schakel het apparaat in volgens de gebruiksaanwijzing.

* Deze stap betreft alleen apparaten met twee ruimten, een koel- en

een vriesruimte.- 97 -

GARANTIE, SERVICE Garantie

De garantieverplichtingen blijken uit het garantiebewijs. De producent

is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk

gebruik van het product.

• De producent van het apparaat raadt aan om alle reparaties en

afstelwerkzaamheden uit te laten voeren door de fabrieksservice of

de geautoriseerde service van de producent. Om veiligheidsredenen

mag u het apparaat niet zelf repareren.

• Reparaties die zijn uitgevoerd door personen die niet over de ver-

eiste kwalicaties beschikken, kunnen een ernstig gevaar opleveren

voor de gebruiker van het apparaat.

• De minimale garantieperiode voor het apparaat die door de fabri-

kant, importeur of gevolmachtigde wordt aangeboden, staat ver-

meld op het garantiebewijs.

• Het apparaat verliest zijn garantie als gevolg van eigenhandige

aanpassingen, wijzigingen, schending van de verzegeling of andere

beveiligingen van het apparaat of onderdelen daarvan, en andere

eigenhandige interventie in de apparatuur die niet in overeenstem-

ming is met de gebruiksaanwijzing.

Reparatiemelding en assistentie bij storingen

Als het apparaat gerepareerd moet worden, moet u contact opnemen

met de klantenservice. De adresgegevens en het telefoonnummer van

de klantenservice vindt op het garantiebewijs. Als u contact opneemt,

zorg er dan voor dat u het serienummer van het apparaat bij de hand

heeft, dit staat op het typeplaatje. Voor uw gemak kunt u het hieronder

Verklaring van de producent

Hierbij verklaart de producent, dat het product aan de eisen van de

onderstaande Europese richtlijnen voldoet:

• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC

• Richtlijn elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC

• Richtlijn 2009/125/EC

• Richtlijn RoHS 2011/65/EC

en over de certi cering en de conformiteitsverklaring voor orga-

nen die toezicht op de markt houden beschikt.- 98 -