OE6P46Z - Oven ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis OE6P46Z ELECTROLUX in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding OE6P46Z - ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. OE6P46Z van het merk ELECTROLUX.
GEBRUIKSAANWIJZING OE6P46Z ELECTROLUX
WIJ DENKEN AAN JOU Bedankt voor je aankoop van een Electrolux-apparaat. Je hebt voor een product gekozen dat decennia aan professionele ervaring en innovatie met zich meebrengt. Ingenieus en stijlvol en ontworpen met jou in het achterhoofd. Dus wanneer je het gebruikt, kan je erop rekenen dat je telkens weer geweldige resultaten krijgt. Welkom bij Electrolux. Ga naar onze website voor: Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatieinformatie: www.electrolux.com/support Registreer je product voor een betere service: www.registerelectrolux.com Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor je apparaat: www.electrolux.com/shop Voor meer recepten, tips, probleemoplossing My Electrolux Kitchen app.
KLANTENSERVICE EN SERVICE Gebruik altijd originele onderdelen. Als u contact opneemt met onze erkende servicedienst, zorg er dan voor dat u de volgende gegevens tot uw beschikking hebt: Model, PNC, serienummer. De informatie vindt u op het typeplaatje. Waarschuwingen en veiligheidsinformatie Algemene informatie en tips Milieu-informatie Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE 3 3. MONTAGE 10 1.1 De veiligheid van kinderen en kwetsbare personen 3 1.2 Algemene veiligheid4
3.1 Inbouwen 10 3.2 Bevestiging van de oven aan de kast 11
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN5 4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT 12 2.1 Installeren 5 4.1 Algemeen overzicht 12 2.2 Elektrische aansluiting 6 4.2 Accessoires 12 2.3 Gebruik 7 5. HET IN- EN UITSCHAKELEN VAN DE 2.4 Onderhoud en reiniging 8 OVEN 12 2.5 Pyrolytische reiniging8 5.1 Verzonken knoppen12 2.6 Binnenverlichting 9 5.2 Bedieningspaneel 13 2.7 Service9 2.8 Verwijdering 10 2/164
VEILIGHEIDSINFORMATIE 6. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK 14
11.2 Warmelucht (vochtig) – aanbevolen accessoires 29 11.3 Kooktafels voor testinstituten29
6.1 Eerste reiniging14 6.2 Eerste voorverwarming14 12. ONDERHOUD EN REINIGING 31 7. DAGELIJKS GEBRUIK 14 7.1 Instellen: Verwarmingsfuncties 15 7.2 Verwarmingsfuncties 15 7.3 Notities over: Warmelucht (vochtig) 16 7.4 Instellen: Kook- En Bakassistent... 16 7.5 Kook- En Bakassistent met recepten17 8. KLOKFUNCTIES 22
12.1 Opmerkingen over schoonmaken 31 12.2 Hoe te verwijderen: Inschuifrails/32 12.3 Hoe gebruikt u: Pyrolytische reiniging32 12.4 Reinigingsherinnering 33 12.5 Hoe te verwijderen en installeren: Deur33 12.6 Hoe te vervangen: Lamp 35
8.1 Klokfuncties 22 13. PROBLEEMOPLOSSING36 8.2 Instellen: Klokfuncties 22 13.1 Wat te doen als36 9. GA ALS VOLGT TE WERK VOOR 13.2 Servicegegevens 37 GEBRUIK: ACCESSOIRES24 14. ENERGIEZUINIGHEID37 9.1 Accessoires plaatsen24 14.1 Productinformatie en 9.2 Voedselsensor 24 productinformatieblad*37 10. EXTRA FUNCTIES 26 14.2 Energiebesparing38 10.1 Blokkering 26 15. MENUSTRUCTUUR39 10.2 Automatische uitschakeling 26 15.1 Menu39 10.3 Koelventilator 27 16. MILIEUBESCHERMING 40 11. AANWIJZINGEN EN TIPS27 11.1 Warmelucht (vochtig)27
VEILIGHEIDSINFORMATIE Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 De veiligheid van kinderen en kwetsbare personen •
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of 3/164
VEILIGHEIDSINFORMATIE
instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan. Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij met het apparaat gaan spelen.. Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg. WAARSCHUWING: Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als die in werking is of afkoelt. Makkelijk toegankelijke onderdelen worden heet tijdens het gebruik. Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd. Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid • • •
Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken. Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik in een binnenomgeving. Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgastenhuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik niet hoger is dan (gemiddeld) huishoudelijk gebruik. Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren en de kabel vervangen. Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert. Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u welke soort onderhoud dan ook gaat uitvoeren. Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant, een erkend servicecentrum of een gekwalificeerde persoon deze
vervangen teneinde gevaarlijke situaties met elektriciteit te voorkomen. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om elektrische schokken te voorkomen. WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken. Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires of ovenschalen te verwijderen of erin te plaatsen. Gebruik alleen de voedselsensor (kerntemperatuursensor) die voor dit apparaat wordt aangeraden. Om de inschuifrailen te verwijderen trek eerst de voorkant van de inschuifrail en dan de achterkant uit de zijwanden. Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde. Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpe metalen schrapers om de glazen deur schoon te maken. Deze kunnen krassen veroorzaken op het oppervlak, waardoor het glas zou kunnen breken. Verwijder vóór pyrolytische reiniging alle accessoires en overmatige afzettingen/morsingen uit de ovenruimte.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 2.1 Installeren WAARSCHUWING! Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren. • • • • • • •
Verwijder alle verpakkingsmaterialen. Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat. Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat. Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel. Trek het apparaat nooit aan de handgreep van zijn plaats. Installeer het apparaat op een veilige en geschikte plaats die aan alle installatie-eisen voldoet. Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht. 5/164
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN • •
Controleer, voordat u het apparaat monteert, of de ovendeur onbelemmerd opengaat. Het apparaat is uitgerust met een elektrisch koelsysteem. Het moet worden gebruikt met de elektrische voeding. Minimumhoogte kast (Minimumhoogte kast onder werkblad) Kastbreedte Kastdiepte
Hoogte van de voorkant van het apparaat
Hoogte van de achterkant van het apparaat
Breedte van de voorkant van het apparaat
Breedte van de achterkant van het apparaat
Diepte van het apparaat
Ingebouwde diepte van het apparaat
Diepte met open deur
Minimumgrootte ventilatieopening. Opening ge‐ plaatst aan de onderkant van de achterzijde
Lengte netvoedingskabel. Kabel wordt in de rech‐ terhoek van de achterzijde geplaatst
Bevestigingsschroeven
2.2 Elektrische aansluiting WAARSCHUWING! Gevaar voor brand en elektrische schokken. • • • • • •
Alle elektrische aansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt. Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact. Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom. Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact. Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels. Zorg dat u de netstekker en het netsnoer niet beschadigt. Indien de voedingskabel moet worden vervangen, dan moet dit gebeuren door onze Klantenservice.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN • • • • • • • • •
Laat de stroomkabel niet in aanraking komen met de deur van het apparaat of de niche onder het apparaat, met name niet als deze werkt of als de deur heet is. De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst. Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is. Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken. Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker. Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers. De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm. Sluit de deur van het apparaat volledig voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Dit apparaat wordt geleverd met een stekker en een netsnoer. Kabeltypes die van toepassing zijn op de installatie of vervanging voor Europa:
H07 RN-F, H05 RN-F, H05 RRF, H05 VV-F, H05 V2V2-F (T90), H05 BB-F Raadpleeg voor het gedeelte van de kabel het totale vermogen op het typeplaatje. U kunt ook de tabel raadplegen: Totaal vermogen (W)
Sectie van de kabel (mm²)
Het aardesnoer (groene/gele kabel) moet 2 cm langer zijn dan de fase- en neutrale kabels (blauwe en bruine kabels).
2.3 Gebruik WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel, brandwonden, elektrische schokken of een explosie. • • • • • • • •
De specificatie van dit apparaat niet wijzigen. Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden. Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter. Schakel het apparaat na elk gebruik uit. Wees voorzichtig met het openen van de deur van het apparaat wanneer het apparaat in werking is. Er kan hete lucht vrijkomen. Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water. Oefen geen druk uit op de open deur. Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak. 7/164
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN • • •
Open de deur van het apparaat voorzichtig. Het gebruik van ingrediënten met alcohol kan een mengsel van alcohol en lucht veroorzaken. Laat geen vonken of open vlammen in contact met het apparaat komen wanneer u de deur opent. Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat. WAARSCHUWING! Risico op schade aan het apparaat.
Om schade of verkleuring van het email te voorkomen: – plaats ovenschalen of andere voorwerpen niet rechtstreeks op de bodem van het apparaat. – leg geen aluminiumfolie op de bodem van de ruimte in het apparaat. – plaats geen water direct in het hete apparaat. – bewaar geen vochtige gerechten en voedsel in het apparaat nadat u klaar bent met koken. – wees voorzichtig bij het verwijderen of bevestigen van accessoires. Verkleuring van het email of roestvrij staal is niet van invloed op de werking van het apparaat. Gebruik een diepe pan voor vochtige taarten. Vruchtensappen veroorzaken vlekken die permanent kunnen zijn. Kook altijd met de deur van het apparaat gesloten. Als het apparaat achter een meubelpaneel gemonteerd is (bijv. een deur), zorg er dan voor dat de deur nooit gesloten is als het apparaat in werking is. Warmte en vocht kunnen achter een gesloten meubelpaneel ophopen en schade aan het apparaat, de behuizing of de vloer veroorzaken. Sluit het meubelpaneel niet tot het apparaat compleet is afgekoeld na gebruik.
2.4 Onderhoud en reiniging WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel, brand en schade aan het apparaat. • • • • • • •
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht. Zorg ervoor dat het apparaat is afgekoeld. Er bestaat een risico dat de glasplaten kunnen breken. Vervang direct de glazen deurpanelen als deze beschadigd zijn. Neem contact op met een erkend servicecentrum. Wees voorzichtig als u de deur van het apparaat verwijdert. De deur is zwaar! Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat. Maak het apparaat schoon met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen. Volg als u een ovenspray gebruikt de aanwijzingen op de verpakking.
2.5 Pyrolytische reiniging WAARSCHUWING! Risico op letsel / Brand / Chemische uitstoot (dampen) in pyrolitische modus.
Voordat u de pyrolytische zelfsreinigingsfunctie of de functie Het eerste gebruik uitvoert, moet u eerst de volgende items uit de binnenkant oven verwijderen: – eventueel grote hoeveelheden etensresten, olie of gemorst vet / afzetttingen. – eventueel verwijderbare objecten (inclusief plateaus, zijrails, etc., die met het product zijn meegeleverd), in het bijzonder potten en pannen met antiaanbaklaag, ovenroosters, kookgerei, etc. Lees zorgvuldig alle instructies voor pyrolytische reiniging. Houd kinderen uit de buurt van het apparaat als de pyrolytische reiniging in werking is. Het apparaat wordt erg heet en er komt hete lucht uit de ventilatieopeningen aan de voorkant. Pyrolytische reiniging wordt uitgevoerd onder hoge temperaturen waarbij er rook van kookresten en constructiematerialen kan komen. Daarom gelden de volgende aanbevelingen voor consumenten: – zorg voor goede ventilatie tijdens en na elke pyrolytische reiniging. – zorg tijdens en na het eerste gebruik bij maximumtemperatuur voor voldoende verluchting. In tegenstelling tot mensen, kunnen bepaalde vogels en reptielen zeer gevoelig zijn voor mogelijke rookgassen die tijdens het reinigingsproces van alle pyrolytische ovens worden uitgestoten. – Houd huisdieren (met name vogels) uit de buurt van het apparaat tijdens en na de pyrolytische reiniging en gebruik eerst een programma bij maximale temperatuur in een goed geventileerde ruimte. Kleine huisdieren kunnen ook zeer gevoelig zijn voor de plaatselijke temperatuurwijzigingen in de nabijheid van alle pyrolytische ovens wanneer de pyrolytische reiniging in werking is. Anti-aanbaklagen in potten en pannen, schalen, keukengerei, enz. kunnen worden beschadigd door de hoge temperatuur van het pyrolytische reinigingsproces van alle pyrolytische ovens en kunnen mogelijk ook kleine hoeveelheden schadelijke gassen veroorzaken. Rookgassen die vrijkomen uit alle pyrolytische ovens / kookresten zoals beschreven, zijn niet schadelijk voor mensen, inclusief kinderen of personen met medische aandoeningen.
2.6 Binnenverlichting WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken. •
Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten. Dit product bevat een lichtbron van energie-efficiëntieklasse G. Gebruik alleen lampjes met dezelfde specificaties.
Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
MONTAGE 2.8 Verwijdering WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of verstikking. • • • •
Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat. Haal de stekker uit het stopcontact. Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg. Verwijder de deurvergrendeling om te voorkomen dat kinderen of huisdieren binnen in het apparaat vast komen te zitten.
3. MONTAGE WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
3.1 Inbouwen www.youtube.com/electrolux www.youtube.com/aeg
3.2 Bevestiging van de oven aan de kast
1 Bedieningspaneel 2 Knop voor verwarmingsfuncties 3 Display 4 Bedieningsknop 5 Verwarmingselement 6 Opening voor de voedselsensor 7 Lamp 8 Ventilator 9 Inschuifrails, verwijderbaar 10 Inzetniveaus
4.2 Accessoires • • •
Bakrooster Voor kookgerei, bak- en braadvormen. Grill-/braadpan Om te bakken en braden of als pan om vet in op te vangen. Voedselsensor Om te meten hoever het voedsel is bereid.
5. HET IN- EN UITSCHAKELEN VAN DE OVEN 5.1 Verzonken knoppen Om het apparaat te bedienen, moet u de bedieningsknop indrukken. De knop komt dan naar buiten.
Selecteer een verwarmingsfunctie om de oven in te schakelen. Draai de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand om de oven uit te schakelen. Wanneer de knop voor de verwarmingsfuncties in de uit-stand staat, gaat het display naar stand-by.
Wanneer je kookt, toont het display de inge‐ stelde temperatuur, de dagtijd en andere be‐ schikbare opties.
De display met het maximumaantal ingestelde functies.
Indicatielampjes op de display
Indicatie‐ lampjes ti‐ mer:
VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK Voortgangsbalk - voor temperatuur of tijd.
Voedselsensor indicatielampje
6. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Eerste reiniging Maak de lege oven eerst schoon en stel de tijd in:
00:00 Stel de tijd in. Druk op
6.2 Eerste voorverwarming Warm de lege oven voor het eerste gebruik voor. Stap 1
Verwijder alle accessoires en verwijderbare inschuifrails uit de oven.
Stel de maximale temperatuur in voor de functie: Laat de oven één uur werken.
Stel de maximale temperatuur in voor de functie: Laat de oven 15 minuten werken.
De oven kan een vreemde geur en rook afgeven tijdens het voorverwarmen. Zorg ervoor dat de kamer wordt verlucht.
7. DAGELIJKS GEBRUIK WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
DAGELIJKS GEBRUIK 7.1 Instellen: Verwarmingsfuncties Begin met koken Stap 1
Stel een verwarmingsfunctie in.
Stel de temperatuur in.
7.2 Verwarmingsfuncties Standaardverwarmingsfuncties Verwarmingsfunc‐ tie
Bakken op maximaal drie rekstanden tegelijkertijd en voedsel drogen. Stel de temperatuur 20 - 40 °C lager in dan voor Boven + onderwarmte. Hetelucht Voor het bakken en roosteren op één ovenniveau. Boven + onder‐ warmte Om kant-en-klaar-gerechten (bijv. patat, aardappelpartjes of loempia's) krokant te maken. Bevroren gerech‐ ten Voor het bakken van pizza. Voor intensieve bruining en een krokante bo‐ dem. Pizza-functie Voor het bakken van taarten met een krokante bodem en het bewaren van voedsel. Onderwarmte
DAGELIJKS GEBRUIK Verwarmingsfunc‐ tie
Om voedsel te ontdooien (groenten en fruit). De ontdooitijd is afhankelijk van de hoeveelheid ingevroren voedsel en de grootte daarvan. Ontdooien
Warmelucht (voch‐ tig)
Deze functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Bij het gebruik van deze functie kan de temperatuur in de ruimte verschil‐ len van de ingestelde temperatuur. De restwarmte wordt gebruikt. Het ver‐ warmingsvermogen kan worden verminderd. Raadpleeg voor meer infor‐ matie het hoofdstuk "Dagelijks gebruik", opmerkingen op: Warmelucht (vochtig). Om dunne stukken voedsel te grillen en brood te roosteren.
Grillen Voor het braden van grote stukken vlees of gevogelte met bot op één ni‐ veau. Voor gratineren en bruinen. Circulatiegrill Het menu openen: Kook- En Bakassistent, Reinigen, Instellingen. Menu
7.3 Notities over: Warmelucht (vochtig) Deze functie wordt gebruikt om te voldoen aan de energie-efficiëntieklasse en ecodesignvereisten overeenkomstig EU 65/2014 en EU 66/2014. Testen volgens EN 60350-1. De ovendeur dient tijdens de bereiding gesloten te zijn zodat de functie niet wordt onderbroken en de oven werkt op de hoogst mogelijke energie-efficiëntie. Bij gebruik van deze functie gaat de verlichting na 30 seconden automatisch uit. Zie voor bereidingsinstructies het hoofdstuk 'Aanwijzingen en tips', Warmelucht (vochtig). Kijk voor algemene aanbevelingen voor energiebesparing in het hoofdstuk 'Energie-efficiëntie', Energiebesparing.
7.4 Instellen: Kook- En Bakassistent Elk gerecht in dit submenu heeft een aanbevolen functie en temperatuur. Je kunt de tijd en de temperatuur tijdens het koken aanpassen. Voor sommige gerechten kunt u ook koken met:
Tot hoeverre een gerecht wordt gekookt:
DAGELIJKS GEBRUIK Kook- En Bakassistent - gebruik het om een gerecht snel te bereiden met de standaardin‐ stellingen: Stap 1
1 - 45 Open het menu.
Selecteer Kook- En Bakassistent. Druk op .
Selecteer het ge‐ recht. Druk op
Plaats het gerecht in de oven. Bevestig de instelling.
7.5 Kook- En Bakassistent met recepten Legenda Voedselsensor beschikbaar. Plaats de Voedselsensor in het dikste deel van het gerecht. De oven gaat uit als de instelling Voedselsensor temperatuur bereikt. Verwarm de oven voor voordat u begint met koken. Inzetniveau.
Als de functie eindigt, controleer dan of het voedsel klaar is. Gerecht
2; bakplaat Bak het vlees een paar minuten op een hete pan. Plaats het in de oven.
3 braadschaal op bakrooster Bak het vlees een paar minuten op een hete pan. Plaats het in de oven.
2 braadschaal op bakrooster Bak het vlees een paar minuten op een hete pan. Voeg vloeistof toe. Plaats het in de oven.
Biefstuk, rauw (lang‐ zaam koken)
Biefstuk, me‐ dium (lang‐ zaam koken)
Biefstuk, gaar (langzaam ko‐ ken)
2; bakplaat Gebruik uw favoriete kruiden of gewoon zout en verse gemalen peper. Bak het vlees een paar minuten op een hete pan. Plaats het in de oven.
2; bakplaat Gebruik uw favoriete kruiden of gewoon zout en verse gemalen peper. Bak het vlees een paar minuten op een hete pan. Plaats het in de oven.
Geroosterd kalfsvlees (bijv. schou‐ der)
2 braadschaal op bakrooster Gebruik je favoriete kruiden. Voeg vloei‐ stof toe. Geroosterd vlees.
Varkens‐ braadstuk of schouderstuk
2 braadschaal op bakrooster Draai na de helft van de bereidingstijd het vlees om.
2; bakplaat Gebruik je favoriete kruiden. Draai het vlees na de helft van de bereidingstijd om, om een gelijkmatige bruining te krij‐ gen.
2 braadschaal op bakrooster Gebruik je favoriete kruiden.
3; diepe pan Voeg vloeistof toe om de bodem van een gerecht te bedekken. Draai na de helft van de bereidingstijd het vlees om.
1,5 - 2 kg; 7 - 9 cm dik stukken
2 braadschaal op bakplaat Voeg vloeistof toe. Draai na de helft van de bereidingstijd het vlees om.
2; casserole dish op bakplaat Gebruik je favoriete kruiden. Draai de kip na de helft van de bereidingstijd om een gelijkmatige bruining.
3 ; bakplaat Gebruik je favoriete kruiden. 2 stoofschotel op bakrooster Gebruik je favoriete kruiden. Bak het vlees een paar minuten op een hete pan.
3; bakplaat Als u eerst gemarineerde kippenpoten hebt gegeten, stel dan lagere tempera‐ tuur in en kook ze langer.
2 braadschaal op bakrooster Gebruik je favoriete kruiden. Plaats het vlees op een braadschaal. Draai de eend halverwege de bereidingstijd.
2; diepe pan Gebruik je favoriete kruiden. Plaats het vlees op een diepe bakplaat. Draai het gans halverwege de bereidingstijd om.
2; bakrooster Gebruik je favoriete kruiden.
2 ; bakplaat Vul de vis met boter en gebruik uw favor‐ iete kruiden en kruiden.
3 stoofschotel op bakrooster Gebruik je favoriete kruiden.
2 taartvorm op bakrooster
springvorm van 28 cm op bak‐
22 cm taartvorm op bakroos‐
3 muffinbakplaat op bakrooster
2 broodvorm op bakrooster
Groenten/bijgerechten P34
Gebakken aardappelen
2; bakplaat Leg de hele aardappelen met de huid op de bakplaat.
3; bakplaat bedekt met bakpapier Gebruik je favoriete kruiden. Snijd de aardappelen in stukken.
3; bakplaat bedekt met bakpapier Gebruik je favoriete kruiden. Snijd de groenten in stukken.
2 stoofschotel op bakrooster
1 stoofschotel op bakrooster
2; bakplaat bedekt met bakpapier
2; bakplaat bedekt met bakpapier
2 bakblik op rooster
3; bakplaat bedekt met bakpapier Meer tijd nodig voor witbrood.
2; bakplaat bedekt met bakpa‐ pier / bakrooster
8. KLOKFUNCTIES 8.1 Klokfuncties Klokfunctie
Toepassing Kookwekker. Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssig‐ naal. Kooktijd. Wanneer de timer stopt, klinkt het signaal en stopt de verwar‐ mingsfunctie. Uitsteltijd. Om het begin en/of het einde van het koken uit te stellen. Uptimer. Maximum is 23 uur 59 min. Deze functie heeft geen invloed op de werking van de oven. Om de Uptimer in en uit te schakelen, selecteer: Menu, Instellingen.
8.2 Instellen: Klokfuncties Instellen: Dagtijd Stap 1
Om de dagtijd te wijzigen, gaat u naar het menu en selecteert u Instellingen, Tijd.
Op het dis‐ play ver‐ schijnt: 00:00 Druk op:
De timer begint onmiddellijk af te tellen. Instellen: Kooktijd Stap 1
Op het display verschijnt: 00:00 Kies een verwar‐ mingsfunctie en stel de tempera‐ tuur in.
Stel de berei‐ dingstijd in.
De timer begint onmiddellijk af te tellen. Instellen: Uitsteltijd Stap 1
Het dis‐ play toont: de dag‐ tijd Selec‐ teer de verwar‐ mings‐ functie.
Druk her‐ haaldelijk .
Op het display ver‐ schijnt: --:-Stel de starttijd in.
PEN Stel de eindtijd in.
Timer begint af te tellen op een ingestelde starttijd. 23/164
GA ALS VOLGT TE WERK VOOR GEBRUIK: ACCESSOIRES 9. GA ALS VOLGT TE WERK VOOR GEBRUIK: ACCESSOIRES 9.1 Accessoires plaatsen Een kleine inkeping bovenaan verhoogt de veiligheid. De inkepingen zijn ook antikantelmechanismen. De hoge rand rond het rooster voorkomt dat het kookgerei van het rooster afglijdt. Bakrooster: Plaats het rooster tussen de geleidestan‐ gen van de roostersteun en zorg ervoor dat de pootjes omlaag staan.
Diepe schaal: Schuif de plaat tussen de geleidestangen van de inschuifrail.
Bakrooster, Diepe schaal: Plaats de plaat tussen de geleiders van de inschuifrails en het bakrooster op de gelei‐ ders erboven.
9.2 Voedselsensor Voedselsensor- meet de temperatuur binnenin het voedsel.
Voor de beste kookresultaten: Ingrediënten moeten op ka‐ mertemperatuur zijn.
Niet gebruiken voor vloei‐ bare gerechten.
Tijdens het koken moet het in de schaal blijven.
Hoe gebruikt u: Voedselsensor Stap 1
Selecteer de verwarmfunctie en, indien nodig, de oventemperatuur.
Invoegen: Voedselsensor.
Vlees, gevogelte en vis Steek de punt van de Voedselsensor indien mogelijk in het midden van het vlees, de vis, in het dikste deel. Zorg ervoor dat ten minste 3/4 van de Voedselsensor in het gerecht zit.
Stoofschotel Steek de punt van de Voedselsensor precies in het midden van de stoofschotel. Voedselsensor moet stevig op zijn plaats blijven tijdens het bak‐ proces. Gebruik een solide ingrediënt om dit voor elkaar te krijgen. Gebruik de rand van de oven‐ schaal om de siliconen handgreep van de Voed‐ selsensor te ondersteunen. De punt van Voedsel‐ sensor mag de bodem van een ovenschaal niet raken.
Steek de Voedselsensor in de aansluiting op de voorkant van de oven. Het display toont de huidige temperatuur van: Voedselsensor.
EXTRA FUNCTIES Stap 5
- druk om de kerntemperatuur van de sensor in te stellen.
- druk hierop om te bevestigen. Wanneer het voedsel de ingestelde temperatuur bereikt, klinkt het signaal. U kunt er‐ voor kiezen om te stoppen of door te gaan met koken, om er zeker van te zijn dat het voedsel goed gaar is.
Haal de stekker van de Voedselsensor uit het stopcontact en haal het gerecht uit de oven.
WAARSCHUWING! Er bestaat een risico op verbrandingsgevaar aangezien de Voedsel‐ sensor heet wordt. Wees voorzichtig wanneer u de stekker eruit haalt en de voedingssensor uit het gerecht haalt.
10. EXTRA FUNCTIES 10.1 Blokkering Deze functie voorkomt dat de ovenfunctie per ongeluk wordt ingeschakeld. Schakel het in wanneer de oven werkt - de ingestelde bereiding gaat verder, het bedieningspa‐ neel is vergrendeld. Schakel het in als de oven uit staat - de oven kan niet worden ingeschakeld, het bedieningspaneel is vergrendeld. - houd ingedrukt om de functie in te schakelen. Er klinkt een signaal.
- houd ingedrukt om het uit te schakelen.
- knippert als het slot is ingeschakeld.
10.2 Automatische uitschakeling Om veiligheidsredenen schakelt de oven na bepaalde tijd uit als er een ovenfunctie in werking is en u geen instellingen wijzigt.
AANWIJZINGEN EN TIPS
De automatische uitschakeling werkt niet met de functies: Binnenverlichting, Voedselsensor, Uitsteltijd.
10.3 Koelventilator Als de oven in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van de oven koel te houden. Als u de oven uitschakelt, kan de koelventilator blijven werken totdat de oven is afgekoeld.
11. AANWIJZINGEN EN TIPS 11.1 Warmelucht (vochtig) Volg voor de beste resultaten de volgende aanwijzingen op die hieronder in de tabel staan.
bakplaat of lekschaal
bakplaat of lekschaal
bakplaat of lekschaal
bakplaat of lekschaal
keramieken vormpjes op rooster
AANWIJZINGEN EN TIPS
Victoriataart met jamvulling
ovenschaal op rooster
Gepocheerde vis, 0,3 kg
bakplaat of lekschaal
bakplaat of lekschaal
Gepocheerd vlees, 0,25 kg
bakplaat of lekschaal
bakplaat of lekschaal
bakplaat of lekschaal
Bitterkoekjes, 24 stuks
bakplaat of lekschaal
bakplaat of lekschaal
bakplaat of lekschaal
Zandkoekjes, 20 stuks
bakplaat of lekschaal
bakplaat of lekschaal
Groenten, gepo‐ cheerd, 0,4 kg
bakplaat of lekschaal
bakplaat of lekschaal
AANWIJZINGEN EN TIPS 11.2 Warmelucht (vochtig) – aanbevolen accessoires Gebruik de donkere en niet-reflecterende bakjes en schalen. Ze nemen de warmte beter op dan licht en reflecterend servies.
Donker, niet-reflecte‐ rend Diameter van 28 cm
Donker, niet-reflecterend Diameter van 26 cm
Keramiek 8 cm diameter, 5 cm hoog
Donker, niet-reflecte‐ rend Diameter van 28 cm
11.3 Kooktafels voor testinstituten Informatie voor testinstituten Testen volgens IEC 60350-1.
Kleine cakes, 20 stuks per bak‐ plaat
Kleine cakes, 20 stuks per bak‐ plaat
Kleine cakes, 20 stuks per bak‐ plaat
Appel‐ taart, 2 blikken Ø20 cm
AANWIJZINGEN EN TIPS
Appel‐ taart, 2 blikken Ø20 cm
Biscuit‐ gebak, taart‐ vorm Ø26 cm
Warm de oven 10 minuten voor.
Biscuit‐ gebak, taart‐ vorm Ø26 cm
Warm de oven 10 minuten voor.
Biscuit‐ gebak, taart‐ vorm Ø26 cm
Warm de oven 10 minuten voor.
2 - 3 mi‐ nuten eerste kant; 2 - 3 minuten tweede kant
Warm de oven 3 minuten voor.
Plaats het rooster op het vierde ni‐ veau en de lekbak op het derde ni‐ veau in de oven. Draai het voedsel halverwege de bereidingstijd om. Warm de oven 3 minuten voor.
12. ONDERHOUD EN REINIGING WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Opmerkingen over schoonmaken Maak de voorkant van de oven schoon met een zachte doek, warm water en een mild reinigingsmiddel. Gebruik een reinigingsoplossing om metalen oppervlakken te reinigen. Reinigings‐ middelen
Reinig vlekken met een mild reinigingsmiddel. Reinig de uitsparing telkens na gebruik. Vetophoping of andere resten kunnen brand veroorzaken.
Vocht kan in de oven of op de glazen deurpanelen condenseren. Om de con‐ dens te verminderen, dient u de oven 10 minuten te laten werken voordat u er iets in plaatst. Bewaar het voedsel niet langer dan 20 minuten in de oven. Droog de uitsparing na elk gebruik met een zachte doek. Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik een zachte doek met warm water en een mild reinigingsmiddel. De accessoires niet in de afwasmachine reinigen.
Reinig de antiaanbakaccessoires niet met agressieve reinigingsmiddelen of scherpe voorwerpen. 31/164
ONDERHOUD EN REINIGING 12.2 Hoe te verwijderen: Inschuifrails/ Verwijder de inschuifrails om de oven te reinigen. Stap 1
Schakel de oven uit en wacht totdat deze is afgekoeld.
Trek de inschuifrail bij de voor‐ kant uit de zijwand.
Trek de geleider bij de achter‐ kant uit de zijwand en verwijder het.
Plaats de inschuifrails in omge‐ keerde volgorde.
12.3 Hoe gebruikt u: Pyrolytische reiniging Maak de oven schoon met Pyrolytische reiniging. WAARSCHUWING! Er bestaat gevaar voor brandwonden. LET OP! Als er andere apparaten in dezelfde kast zijn geïnstalleerd, gebruik deze dan niet tijdens deze functie. Dit kan de oven beschadigen. Vóór de Pyrolytische reiniging: Schakel de oven uit en wacht totdat deze is afge‐ koeld.
Verwijder alle accessoires uit de oven.
Reinig de onderkant van de oven en de glazen deur aan de bin‐ nenkant met warm water, een zachte doek en een mild reini‐ gingsmiddel.
Pyrolytische reiniging Stap 1
Ga naar het menu: Reinigen Optie
- druk hierop om het reinigingsprogramma te selecteren.
- druk hierop om het reinigen te starten.
Draai na de reiniging de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand.
Tijdens het reinigen is de ovenlamp uit. Wanneer de oven de ingestelde temperatuur heeft bereikt, wordt de deur vergrendeld. Totdat de deur wordt ontgrendeld, toont het display:
Na afloop van het reinigen: Schakel de oven uit en wacht totdat deze is afge‐ koeld.
Maak de ruimte schoon met een zachte doek.
Verwijder het residu van de bo‐ dem van de ruimte.
12.4 Reinigingsherinnering De oven herinnert je eraan wanneer je hem moet schoonmaken met pyrolytische reiniging. knippert 5 sec. na elke kooksessie in het display.
Om de herinnering uit te schakelen, gaat u naar de Menu en selecteer Instellingen, Reini‐ gingsherinnering.
12.5 Hoe te verwijderen en installeren: Deur De ovendeur beschikt over drie glasplaten. U kunt de ovendeur en de interne glasplaat verwijderen om het schoon te maken. Lees de volledige instructie 'Verwijderen van installatiedeur' voordat u de glasplaten verwijdert. LET OP! Gebruik de oven nooit zonder de glasplaten.
Til de hendel op beide scharnieren volledig omhoog en draai het.
Sluit de ovendeur halverwege tot de eerste openingsstand. Til hem daarna op en trek hem naar voren en verwij‐ der hem van zijn plek.
Leg de deur op een zachte doek op een stabiele ondergrond.
Deurafdekking (B) aan de bovenkant van de deur aan beide kanten vast‐ pakken en naar binnen drukken om de klemsluiting te ontgrendelen.
Trek de deurlijst naar voren om hem te verwijderen.
Houd de glasplaten van de deur bij de bovenkant vast en trek ze er voor‐ zichtig een voor een uit. Start bij de bovenste plaat. Zorg dat het glas vol‐ ledig uit de geleiders schuift.
Reinig de glasplaten met een sopje. Droog de glasplaten voorzichtig af. Reinig de glasplaten niet in de vaat‐ wasser.
Installeer na het reinigen de glaspla‐ ten en de ovendeur.
ONDERHOUD EN REINIGING Zorg ervoor dat u de glasplaten (A en B) weer in de juiste volgorde terugplaatst. Controleer het symbool/de print op de zijkant van de glasplaat. Iedere glasplaat is anders om het uit elkaar halen en in elkaar zetten eenvoudi‐ ger te maken. Als de deur correct wordt geïnstalleerd, klikt de rand van de deur. Zorg ervoor dat u de middelste glasplaat cor‐ rect in de uitsparingen plaatst.
12.6 Hoe te vervangen: Lamp WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken. Het lampje kan heet zijn. Houd de halogeenlamp altijd met een doek vast om te voorkomen dat er vetrestjes op de ovenlamp verbranden. Voordat u de lamp vervangt: Stap 1
Schakel de oven uit. Wacht tot de oven afgekoeld is.
Trek de oven uit het stopcon‐ tact.
Plaats een doek op de bodem van de holte.
Draai de glazen afdekking om die te verwijderen.
Reinig de glasafdekking.
Vervang de lamp door een geschikte 300 °C hittebestendige lamp.
Installeer het glazen deksel.
PROBLEEMOPLOSSING 13. PROBLEEMOPLOSSING WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
13.1 Wat te doen als... Neem in alle gevallen die niet in deze tabel zijn opgenomen contact op met een erkend servicecentrum. De oven gaat niet aan of warmt niet op Probleem
Controleer of de volgende zaken van toe‐ passing zijn...
Je kunt de oven niet inschakelen of bedienen.
De oven is juist op een elektrische toevoer aangesloten.
De oven wordt niet warm.
De automatische uitschakeling is gedeacti‐ veerd.
De oven wordt niet warm.
De ovendeur is gesloten.
De oven wordt niet warm.
De zekering is doorgeslagen.
De oven wordt niet warm.
Het kinderslot staat uit.
Controleer of de volgende zaken van toe‐ passing zijn...
Warmelucht (vochtig) - wordt ingeschakeld.
De verlichting werkt niet.
De lamp is opgebrand.
De Voedselsensor werkt niet.
De stekker van de Voedselsensor is volledig in het stopcontact gestoken.
Foutcodes Op het display verschijnt…
Controleer of de volgende zaken van toe‐ passing zijn...
Je hebt de Voedselsensor stekker uit het stop‐ contact verwijderd.
ENERGIEZUINIGHEID Foutcodes Err C3
De ovendeur is gesloten of het deurslot is niet kapot.
De ovendeur is gesloten.
Het deurslot is niet kapot.
Er is een stroomstoring opgetreden. Stel de dagtijd in.
Als het display een foutcode weergeeft die niet in deze tabel staat, schakelt u de zekering van het huis uit en weer in om de oven opnieuw te starten. Als de foutcode opnieuw optreedt, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.
13.2 Servicegegevens Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje. Het typeplaatje bevindt zich aan de voorkant van de ovenruimte. Verwijder het typeplaatje niet uit de ovenruimte. Wij raden je aan om de gegevens hier te noteren: Model (MOD.)
Energie-efficiëntie-index
Energie-efficiëntieklasse
ENERGIEZUINIGHEID Energieverbruik met een standaard belading, conventio‐ nele modus
Energieverbruik met een standaard belasting, hetelucht‐ modus
* Voor de Europese Unie overeenkomstig EU-verordeningen 65/2014 en 66/2014. Voor de Republiek Belarus overeenkomstig STB 2478-2017, aanhangsel G; STB 2477-2017, bij‐ lagen A en B. Voor Oekraïne overeenkomstig 568/32020. De energie-efficiëntieklasse is niet van toepassing op Rusland. EN 60350-1 - Huishoudelijke elektrische kooktoestellen - Deel 1: Fornuizen, ovens, stoomovens en grills - Methoden voor het meten van prestaties.
14.2 Energiebesparing Deze oven bevat functies die u helpen energie te besparen tijdens het dagelijks koken. Zorg ervoor dat de ovendeur gesloten is als u de oven in werking stelt. Open de ovendeur niet te vaak tijdens gebruik. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit. Gebruik metalen kookgerei om meer energie te besparen. Verwarm de oven niet voor als het niet hoeft. Houd onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als je een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt. Koken met hete lucht Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen. Restwarmte De ventilator en lamp blijven werken. Wanneer u de oven uitschakelt, geeft het display de restwarmte aan. U kunt die warmte gebruiken om het eten warm te houden. Wanneer de kookduur langer is dan 30 minuten, verlaag dan de oventemperatuur tot minimaal 3-10 minuten voor het einde van het koken. De restwarmte in de oven blijft koken. Je kunt de restwarmte gebruiken om andere maaltijden op te warmen.
MENUSTRUCTUUR Eten warm houden Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en een maaltijd warm te houden. Het indicatielampje van de restwarmte of temperatuur verschijnt op het display. Koken met de verlichting uitgeschakeld Schakel de verlichting tijdens het koken uit. Doe het aan als je het nodig hebt. Warmelucht (vochtig) Functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Als je deze functie gebruikt, gaat de verlichting na 30 seconden automatisch uit. Je kunt de verlichting weer inschakelen, maar deze handeling vermindert de verwachte energiebesparingen.
Pas de waarde aan en druk op .
1 - Geluids‐ signaal 2 - Klikken 3 - Geluid uit
Terug naar fabrieks‐ instellingen
16. MILIEUBESCHERMING Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
Notice-Facile