KI77SADEO - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI77SADEO SIEMENS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI77SADEO - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI77SADEO van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING KI77SADEO SIEMENS
Inhoudsopgave 1 Veiligheid 91 1.1 Algemene aanwijzingen 91 1.2 Bestemming van het apparaat 91 1.3 Inperking van de gebruikers .... 91 1.4 Veiliger transport 91 1.5 Veilige installatie 92 1.6 Veilig gebruik 93 1.7 Beschadigd apparaat 95
7.2 Opmerkingen bij het gebruik . 102 7.3 Machine uitschakelen 102 7.4 Temperatuur instellen 102
2 Het voorkomen van materiële schade 97
9 Alarm 104 9.1 Deuralarm 104 9.2 Temperatuuralarm 104
3 Milieubescherming en besparing 97 3.1 Afvoeren van de verpakking .... 97 3.2 Energie besparen 97 4 Opstellen en aansluiten 98 4.1 Leveringsomvang 98 4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 98 4.3 Apparaat monteren 99 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 99 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten 99 5 Uw apparaat leren kennen 99 5.1 Apparaat 99 5.2 Bedieningspaneel 99 6 Uitrusting 100 6.1 Legplateau 100 6.2 Variabel legplateau 100 6.3 Uittrekbaar legplateau 100 6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar 100 6.5 Vlakke diepvrieslade 101 6.6 Boter- en kaasvak 101 6.7 Deurrekken 101 6.8 Accessoires 101
8 Extra functies 102 8.1 Superkoelen 102 8.2 Automatisch Supervriezen 102 8.3 Handmatig Supervriezen 103 8.4 Vakantiemodus 103
10 Koelvak 104 10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak 104 10.2 Koudezones in het koelvak .. 105 10.3 Sticker "OK" 105 11 Vriesvak 105 11.1 Invriescapaciteit 105 11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 106 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 106 11.4 Kleinere hoeveelheid levensmiddelen snel bevriezen 106 11.5 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 106 11.6 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C 107 11.7 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren 107 12 Ontdooien 107 12.1 Ontdooien in het koelvak. .... 107 12.2 Ontdooien in het vriesvak .... 107
7 De Bediening in essentie 101 7.1 Apparaat inschakelen 101 89
13 Reiniging en onderhoud 108 13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 108 13.2 Apparaat schoonmaken 108 13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen 109 13.4 Onderdelen eruit halen 109 14 Storingen verhelpen 110 15 Opslaan en afvoeren 112 15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 112 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat 113 16 Servicedienst 113 16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 114 17 Technische gegevens 114
1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken. ▶ Het apparaat niet alleen optillen. 91
1.5 Veilige installatie WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. ▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje. ▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten. ▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. ▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand. ▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd. ▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen. WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie! Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. ▶ Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk. ▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken. ▶ Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servicedienst. ▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken. 92
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. ▶ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. ▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie! Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de koudekringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekken en exploderen. ▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen. Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen. ▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders. ▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. ▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen. ▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen. WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden. ▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. ▶ Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak. VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid! Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen. ▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat. ▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. ▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt. ▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen. ▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 113 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. ▶ Ventileer de ruimte. ▶ Het apparaat uitschakelen. → Pagina 102 95
▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 113
Het voorkomen van materiële schade Het voorkomen van materiële schade
2 Het voorkomen van materiële schade Het voorkomen van materiële schade
LET OP! Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken. ▶ Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. ▶ Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. ▶ Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren. Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en besparing Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. ▶ De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
¡ Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen: – Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. ¡ Een nisdiepte van 560 mm gebruiken. ¡ Nooit de externe ventilatie-opening afdekken of dicht maken. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat. ¡ Open het apparaat slechts kort. ¡ Nooit de ventilatie-openingen binnenin, of de ventilatieroosters aan de buitenzijde afdekken of dicht maken. ¡ Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ¡ Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand. ¡ Verpak de levensmiddelen luchtdicht. ¡ Ontdooi het vriesvak regelmatig. ¡ Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.
3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatie ¡ Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
nl Opstellen en aansluiten Opstellen en aansluiten
4 Opstellen en aansluiten Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit. Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 113 contact op. De levering bestaat uit: ¡ Inbouw ¡ Uitrusting en accessoires1 ¡ Montagemateriaal ¡ Montagehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenservice overzicht ¡ Garantiebijlage2 ¡ Energielabel ¡ Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstellocatie WAARSCHUWING Kans op explosie! Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan. ▶ Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5 1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 75 bedragen. De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen. Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5 Klimaatklasse
SN N ST T Toegestane ruimtetemperatuur 10 °C…32 °C 16 °C…32 °C 16 °C…38 °C
16 °C…43 °C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur. Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten. Nismaten Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat. Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.
Uw apparaat leren kennen
Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
Uw apparaat leren kennen
5 Uw apparaat leren kennen Uw apparaat leren kennen
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig. Side-by-side-opstelling Als u 2 apparaten naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de apparaten minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden.
4.3 Apparaat monteren ▶ Het apparaat conform meegelever-
5.1 Apparaat Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat. → Fig. 1
de montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
1. Haal het informatiemateriaal er uit. 2. Verwijder de beschermfolie en
transportborgingen, bijv. plakstrips en karton. 3. Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 108
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten 1. De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5 2. De netstekker op vastheid controleren. a Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
Koelvak Vriesvak Bedieningselementen Variabel legplateau → Pagina 100 Uittrekbaar legplateau → Pagina 100 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar → Pagina 100 Typeplaatje Vlakke diepvrieslade → Pagina 101 Diepvrieslade Boter- en kaasvak → Pagina 101 Deurrek voor grote flessen
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand. → Fig. 2
(koelvak) schakelt Superkoelen in of uit. 99
/ (koelvak) stelt de temperatuur van het koelvak in. Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. schakelt de vakantiemodus in of uit. schakelt het alarmsignaal uit. / (vriesvak) stelt de temperatuur van het vriesvak in. Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C. (vriesvak) schakelt Supervriezen in of uit. schakelt het apparaat in of uit.
6 Uitrusting De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk. Uitrusting
6.1 Legplateau Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Plateau verwijderen", Pagina 109
6.2 Variabel legplateau Gebruik het variabel legplateau alleen om op het daaronder liggende plateau hoog koelmateriaal te bewaren, bijv. kannen of flessen. U kunt het voorste deel van het variabele legplateau uittrekken en onder het achterste deel van het variabele legplateau schuiven. → Fig. 3
6.3 Uittrekbaar legplateau Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uitnemen, trekt u het legplateau er uit.
6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar Bewaar vers fruit en groente in de fruit- en groentelade. Met de vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente tot tweemaal zo lang bewaren als bij een conventionele bewaarmethode. → Fig. 4 De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar instellen: ¡ Lage luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van fruit of hoge belading. ¡ Hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groente alsook bij gemengde belading of geringe belading. Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen. Het condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv.
De Bediening in essentie
ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.5 Vlakke diepvrieslade Bewaar vlakke diepvrieswaren, de houder voor ijsblokjes en de ijsschep in de vlakke diepvrieslade.
6.6 Boter- en kaasvak Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.
6.7 Deurrekken Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Deurrek verwijderen", Pagina 109
6.8 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model. Eierplateau Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
De diepvriesproducten gelijkmatig in de diepvriesschaal verdelen en ca. 10 tot 12 uur laten invriezen. Vervolgens in een diepvrieszak of een diepvriesdoos doen. Koude-accu Gebruik de koude-accu voor het tijdelijk koel houden van levensmiddelen, bijv. in een koeltas. Tip: De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken. IJsblokjes maken 1. De ijsblokjesschaal voor ¾ met
water vullen en in het vriesvak plaatsen. Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken. 2. Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden. De Bediening in essentie
Flessenhouder De flessenhouder voorkomt dat flessen bij het openen en sluiten van de apparaatdeur kantelen. → Fig. 5
7 De Bediening in essentie
Diepvriesschaal In de diepvriesladen kunt u kleinere hoeveelheden voedingsmiddelen snel invriezen, bijv. bessen, stukken fruit, kruiden en groenten. → Fig. 6
1. indrukken. a Het apparaat begint te koelen. a Er weerklinkt een waarschuwingssignaal, de temperatuurindicatie (vriesvak) knippert en brandt omdat het vriesvak nog te warm is.
De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
nl Extra functies 2. Het waarschuwingssignaal met
uitschakelen. a gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt. 3. De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 102
7.2 Opmerkingen bij het gebruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Geen levensmiddelen in het apparaat doen voordat de temperatuur is bereikt. ¡ De behuizing rond het vriesvak wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting. ¡ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen ▶
7.4 Temperatuur instellen Koelvaktemperatuur instellen ▶ Zo vaak op / (koelvak) drukken tot de temperatuurindicatie (koelvak) de gewenste temperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C. → "Sticker "OK"", Pagina 105
Vriesvaktemperatuur instellen ▶ Zo vaak op / (vriesvak) drukken tot de temperatuurindicatie (vriesvak) de gewenste temperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18 °C. Extra functies
8 Extra functies Extra functies
8.1 Superkoelen Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk. Schakel Superkoelen vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen in. Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan. Superkoelen inschakelen ▶ (koelvak) indrukken. a (koelvak) brandt. Opmerking: Na ca. 15 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Superkoelen uitschakelen ▶ (koelvak) indrukken. a De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
8.2 Automatisch Supervriezen Het automatisch Supervriezen schakelt bij het inruimen van warme levensmiddelen automatisch in. Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werking.
Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt (vriesvak) en er kunnen meer geluiden ontstaan. Het apparaat schakelt na het verstrijken van het automatisch Supervriezen op normale werking. Automatisch Supervriezen annuleren ▶ (vriesvak) indrukken. a De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
8.3 Handmatig Supervriezen Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk. Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen. → "Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 105 Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan. Handmatig Supervriezen inschakelen ▶ (vriesvak) indrukken. a (vriesvak) brandt.
8.4 Vakantiemodus Als u langere tijd afwezig bent, kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantiemodus schakelen. VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezondheid! Terwijl de vakantiemodus is ingeschakeld, warmt het koelvak op. Door de verhoogde temperatuur kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en de levensmiddelen bederven. ▶ Bij een ingeschakelde vakantiemodus geen levensmiddelen in het koelvak bewaren. Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om. Koelvak Vriesvak
14 °C Temperatuur ongewijzigd
Vakantiemodus inschakelen ▶ indrukken. a brandt. a De temperatuurindicatie (koelvak) toont geen temperatuur. Vakantiemodus uitschakelen ▶ indrukken. a De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
Opmerking: Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Handmatig Supervriezen uitschakelen ▶ (vriesvak) indrukken. a De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
9.1 Deuralarm Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld. Deuralarm uitschakelen ▶ De apparaatdeur sluiten of op drukken. a Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
a Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld. a De temperatuurindicatie (vriesvak) geeft kort de warmste temperatuur weer die in het vriesvak heeft geheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie (vriesvak) opnieuw de ingestelde temperatuur. a Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen. a brandt als de ingestelde temperatuur opnieuw is bereikt. Koelvak
9.2 Temperatuuralarm Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd. VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezondheid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven. ▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. ▶ Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. ▶ De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen: ¡ Het apparaat wordt in gebruik genomen. Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt. ¡ De deur van het vriesvak is te lang geopend. Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid. Temperatuuralarm uitschakelen ▶ indrukken. 104
10 Koelvak In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren. De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C. → "Sticker "OK"", Pagina 105 Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers. Koelvak
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak ¡ Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen. ¡ De door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht nemen. ¡ Levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. ¡ Warme etenswaren en dranken eerst laten afkoelen.
10.2 Koudezones in het koelvak
11 Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur is van −16 °C tot −24 °C instelbaar. Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven. Vriesvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones. Koudste zone De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau. Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees. Warmste zone De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
10.3 Sticker "OK" Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn. De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd. Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen. → "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 102 Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
11.1 Invriescapaciteit Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5
Voorwaarden voor invriesvermogen 1. Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen. → "Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 103 2. Bij apparaten met een vlakke diepvrieslade eerst deze met levensmiddelen vullen. Bij apparaten zonder vlakke diepvrieslade de onderste diepvrieslade eerst met levensmiddelen vullen. Daar bevriezen de levensmiddelen het snelst. 3. Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Correcte instelling 105
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak onderbrengt. 1. Alle uitrustingsdelen verwijderen. → Pagina 109 2. Levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ¡ Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de bovenste diepvrieslade leggen. ¡ De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leggen. ¡ In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen. ¡ Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Kleinere hoeveelheid levensmiddelen snel bevriezen 1. De levensmiddelen in de achter-
aan op de grote driepvrieslade geplaatste driepvriesschaal of van rechts beginnend in de vlakke diepvrieslade leggen. 2. De levensmiddelen over een groot oppervlak verdelen.
11.5 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ¡ Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen. ¡ Levensmiddelen per portie invriezen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten. ¡ Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise. Diepvrieswaren verpakken Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand. 1. De levensmiddelen in de verpakking leggen. 2. De lucht eruit drukken. 3. De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen. 4. De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.6 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C Product Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket Gevogelte, vlees Groente, fruit
Bewaartijd Tot 6 maanden Tot 8 maanden Tot 12 maanden
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C.
11.7 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezondheid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven. ▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. ▶ Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. ▶ De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. ¡ In het koelvak dierlijke levensmiddelen ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. ¡ Bij kamertemperatuur brood ontdooien. ¡ In de magnetron, in de oven of op het fornuis levensmiddelen voor directe consumptie bereiden.
12 Ontdooien Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak. Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch. Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd. Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden: → "De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 109.
12.2 Ontdooien in het vriesvak Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Vriesvak ontdooien Het vriesvak regelmatig ontdooien. 1. Ca. 4 uur voor het ontdooien Supervriezen inschakelen. → "Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 103 De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren. 2. De diepvrieslade met de diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen.
nl Reiniging en onderhoud 3. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 102 4. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. 5. Om het ontdooien te versnellen, een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten. 6. Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen. 7. Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven. 8. Het apparaat elektrisch aansluiten. 9. Het apparaat inschakelen. → Pagina 101 10. De diepvrieslade met de diepvrieswaren opnieuw plaatsen. Reiniging en onderhoud
13 Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn. Reiniging en onderhoud
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 102 2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. 3. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. 108
Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen. 4. Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien. 5. Neem alle uitrustingsdelen uit het apparaat. → Pagina 109 6. De volgende apparaatonderdelen uit het apparaat demonteren: – → "Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen", Pagina 109
13.2 Apparaat schoonmaken WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn. ▶ Het spoelwater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen. ▶ Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken. ▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. ▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen. ▶ Het sop mag niet in het afvoergat komen. Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
Reiniging en onderhoud 1. Apparaat voorbereiden voor reini2.
ging. → Pagina 108 Het apparaat, de uitrustingsdelen en de deurafdichting met een vaatdoek, lauwwarm water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen. Plaats de uitrustingsdelen in het apparaat. Het apparaat elektrisch aansluiten. Het apparaat inschakelen. → Pagina 101 Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen. ▶ Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje. → Fig. 7
13.4 Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Deurrek verwijderen ▶ Het deurrek omhoog tillen en verwijderen. → Fig. 10 Groente- en fruitlade verwijderen 1. De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken. 2. Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op en verwijder deze . → Fig. 11 Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen 1. De fruit- en groentelade uittrekken. 2. Het legplateau verwijderen en omdraaien . → Fig. 12 3. De bevestigingen van de onderste glasplaat naar buiten drukken. → Fig. 13 4. De glasplaat vooraan optillen en achteraan uittrekken . → Fig. 14 Diepvrieslade verwijderen 1. De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken. 2. De diepvrieslade vooraan optillen en eruit halen . → Fig. 15
Plateau verwijderen ▶ Het legplateau uittrekken en verwijderen. → Fig. 8 Uittrekbaar legplateau verwijderen 1. Het uittrekbare legplateau uittrekken tot de grendelnok losklikt. → Fig. 9 2. Het legplateau neerlaten en zijwaarts naar buiten draaien.
nl Storingen verhelpen Storingen verhelpen
14 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. Storingen verhelpen
WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Storing Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. LED-verlichting functioneert niet.
Bodem van het koelvak is nat.
Oorzaak en probleemoplossing Het presentatielicht is ingeschakeld. ▶ Voer de apparaatzelftest uit. → Pagina 112 a Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. ▶ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. → Pagina 109
of verschijnt op het De elektronica heeft een fout geconstateerd. temperatuurdisplay. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 102 2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Sluit het apparaat na 5 minuten weer aan. 4. Verschijnt de melding nog steeds, neem dan contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
Storing Temperatuurindicatie (vriesvak) knippert.
Oorzaak en probleemoplossing Temperatuur in het vriesvak was te hoog. 1. Druk op . a De temperatuurindicatie (vriesvak) geeft kort de warmste temperatuur weer die in het vriesvak heeft geheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie (vriesvak) opnieuw de ingestelde temperatuur. 2. Druk op . a De temperatuurindicatie (vriesvak) knippert niet meer.
Temperatuurindicatie (vriesvak) knippert, waarschuwingssignaal weerklinkt en brandt.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Druk op . a Schakel het alarm uit. Deur van het apparaat is open. ▶ Sluit de deur van het apparaat. Ventilatieroosters aan de buitenkant zijn afgedekt. ▶ Verwijder blokkades voor de externe ventilatieroosters. Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. ▶ Overschrijd het vriesvermogen niet. → "Invriescapaciteit", Pagina 105
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 102 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 101 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt.
Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen inof uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Apparaat produceert geluiden.
Flessen of containers raken elkaar. ▶ Haal flessen of containers van elkaar. Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. 111
nl Opslaan en afvoeren
14.1 Stroomuitval Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert. De opgeslagen diepvriesproducten worden gedurende de stijgingstijd van de temperatuur op het typeplaatje gekoeld. → Fig. 1 / 5 Opmerkingen ¡ Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen. ¡ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren. – Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weggooien. – Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. a Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen weerklinken en (vriesvak) gedurende 10 seconden knippert, contact opnemen met de service. Opslaan en afvoeren
15 Opslaan en afvoeren Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren. Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 102 2. Haal de stekker van het apparaat
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 102 2. Het apparaat na 5 minuten op-
nieuw inschakelen. → Pagina 101 3. Binnen 10 seconden na het in-
schakelen (vriesvak) gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot er een akoestisch signaal weerklinkt. a De apparaatzelftest start. a Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal. a Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. Alle levensmiddelen verwijderen. Het apparaat ontdooien. → Pagina 107 Het apparaat reinigen. → Pagina 108 Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Kans op gevaar voor de gezondheid! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken. ▶ Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen. ▶ Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden. WAARSCHUWING Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen. 1. De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3. Het apparaat milieuvriendelijk af-
voeren. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
16 Servicedienst Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst. Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Servicedienst
nl Technische gegevens
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. → Fig. 1 / 5 Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren. Technische gegevens
17 Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5 Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// energylabel.bsh-group.com1. Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel. Technische gegevens
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
Notice-Facile