KI2422S30 - Inbouwkoelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI2422S30 NEFF in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouwkoelkast |
| Merk | NEFF |
| Model | KI2422S30 |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T |
| Gewicht | Tot 65 kg |
| Stroomvoorziening | 220-240 V, 50 Hz, 10-16 A |
| Koelmiddel | R600a |
| Vakken | Koelkast en vriezer |
| Temperatuurbereik koelkast | +2°C tot +8°C |
| Superfunctie | Ja |
| Verlichting | LED |
| Ontdooiing koelvak | Automatisch |
| Ontdooiing vriesvak | Handmatig |
| Aanbevolen reiniging | Zachte doek, warm water, pH-neutraal afwasmiddel |
| Veiligheidsinstructies | Explosie-, elektrocutie-, letselrisico's, koelmiddel |
| Reserveonderdelen | Alleen origineel |
| Garantie | Afhankelijk van land (zie klantenservice) |
Veelgestelde vragen - KI2422S30 NEFF
Gebruikersvragen over KI2422S30 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Inbouwkoelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI2422S30 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI2422S30 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI2422S30 NEFF
Gebruiksaanwijzing
KI22../KI24..
Veiligheidsvoorschriften 71
Over deze gebruiksaanwijzing.......71
Kans op explosie. 71
Risico van een elektrische schok . . .71
Verbrandingsgevaar door kou.....71
Risico op letsel 72
Gevaren door of van het koelmiddel. 72
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen. 72
Materiële schade. 73
Gewicht 73

Correct gebruik van het apparaat. 73

Milieubescherming. 73
Verpakking 73
Oude apparaten. 73

Installeren en aansluiten. 74
Inhoud van de verpakking. 74
Voor het eerste gebruik. 76
Elektrische aansluiting. 76

Het apparaat leren kennen. 77
Apparaat 77
Bedieningselementen 77
Uitrusting. 77

Apparaat bedienen 77
Apparaat inschakelen 77
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen. 78
Temperatuur instellen 78
Super-functie 78

Koelvak. 79
In acht nemen bij het bewaren.....79
Let op de koudezones in het koelvak. 79
Groentelade 79

Vriesvak. 80
Deur van het vriesvak. 80
Maximale invriescapaciteit. 80
Inkopen van diepvriesproducten . . . 80
Attentie bij het inruimen 80
Verse levensmiddelen invriezen.....81
Ontdooien van diepvrieswaren..... 82

Ontdooien 82
Koelvak 82
Vriesvak 82

Schoonmaken. 83
Schoonmaken van het interieur . . . 83

Luchtjes. 83

Verlichting. 83

Geluiden 84
Normale geluiden. 84
Voorkomen van geluiden 84

Storingen, wat te doen? .84

Servicedienst .85
Zelftest apparaat 85
Verzoek om reparatie en advies bij storingen 85
Garantie 85

Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Over deze gebruiksaanwijzing
Lees de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding en neem deze in acht. U vindt hier belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. - De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer u de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding negeert. Bewaar alle documenten voor later gebruik en voor eventuele volgende eigenaars.
Kans op explosie
- Gebruik nooit elektrische apparaten in het apparaat (bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders).
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
Risico van een elektrische schok
Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Bij een beschadigd aansluitsnoer: Apparaat direct losmaken van het stroomnet. - Het apparaat uitsluitend laten repareren door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruiken. De fabrikant garandeert dat deze onderdelen voldoen aan de veiligheidseisen. - Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Verbrandingsgevaar door kou
Diepvrieswaren nadat u ze uit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diepvrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak.
Risico op letsel
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Gevaren door of van het koelmiddel
De leidingen van het koelcircuit bevatten een kleine hoeveelheid van het milieuvriendelijke, maar brandbare koelmiddel R600a. Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging van de leidingen:
Vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden. De ruimte ventileren. - Het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. - Contact opnemen met de servicedienst.
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen
Er bestaat gevaar voor:
kinderen; personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen; - personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Maatregelen:
Zorg dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. - Een voor de veiligheid verantwoordelijk persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kans op stikken
Bij een apparaat met deurslot: Sleutel buiten bereik van kinderen opbergen.
- Verpakkingsmateriaal en onderdelen van het apparaat zijn geen speelgoed voor kinderen.
Materiële schade
Om materiële schade te voorkomen:
Niet op de sokkel, uitschuifdelen of deuren staan of leunen. Kunststof onderdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij houden. Aan de stekker trekken - Niet aan de aansluitkabel.
Gewicht
Houd er bij plaatsing en transport van het apparaat rekening mee dat het apparaat erg zwaar kan zijn.
→ "De juiste opstelplaats" op pagina 74

Correct gebruik van het apparaat
Gebruik dit apparaat
uitsluitend voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en voor ijsbereiding. uitsluitend voor privégebruik en huishoudelijk gebruik. uitsluitend volgens deze gebruiksaanwijzing.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

Milieubescherming
Verpakking
Alle materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen hergebruikt worden.
Zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. Informatie over het afvoeren van afval en het oude apparaat kunt u opvragen bij uw speciaalzaak of bij de gemeente.
Oude apparaten
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Waarschuwing
Kinderen kunnen zichzelf in het apparaat opsluiten en stikken!
Legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen, om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen. Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
Attentie!
Er kan koelmiddel en schadelijk gas vrijkomen.
Buizen van de koelmiddelkringloop en isolatie niet beschadigen.
- Stekker uit het stopcontact halen.
- Aansluitsnoer doorknippen.
- Apparaat op deskundige wijze afvoeren.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Installeren en aansluiten
Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst.
→ "Servicedienst" op pagina 85
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat, uitrusting (modelafhankelijk), zakje met montagemateriaal, gebruiksaanwijzing, installatievoorschrift, klantenserviceboekje, garantiebijlage, informatie over energieverbruik en geluiden.
Technische gegevens
Koelmiddel, netto inhoud van het apparaat en andere technische gegevens vindt u op het typeplaatje.
→ "Het apparaat leren kennen" op pagina 77
Apparaat installeren
De juiste opstelplaats
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
→ "Het apparaat leren kennen" op pagina 77
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 65 kg bedragen.
Toegestane omgevingstemperatuur
De toegestane binnentemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
Informatie over de klimaatklasse vindt u op het typeplaatje.
→ "Het apparaat leren kennen" op pagina 77
| Klimaatklasse | Toegestane omgevings- temperatuur |
| SN | +10 °C ... 32 °C |
| N | +16 °C ... 32 °C |
| ST | +16 °C ... 38 °C |
| T | +16 °C ... 43 °C |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een binnentemperatuur van +5 °C.
Nisdiepte
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 56 cm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte - minstens 55 cm - wordt het energieverbruik iets hoger.
Energie besparen
Wanneer u de volgende aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Aanwijzing: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
Apparaat installeren
Apparaat niet blootstellen aan direct zonlicht.
Het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen plaatsen:
Naast elektrische of gasfornuizen: 3 cm.
Naast een cv-installatie: 30 cm.
Aanwijzing: Als dat niet mogelijk is, een isolatieplaat aanbrengen tussen het apparaat en de warmtebron.
Een opstelplaats met een binnentemperatuur van ca. 20°C kiezen.
Een nisdiepte van 56 cm aanhouden.
Attentie!
Gevaar voor verbranding!
Sommige onderdelen van het apparaat worden tijdens het gebruik heet. Aanraking van deze onderdelen kan brandwonden veroorzaken.
Ventilatieopeningen niet afdekken of versperren.
De ruimte dagelijks luchten.
Bij een lage omgevingstemperatuur hoeft het apparaat minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom.
De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegtrekken.
Gebruik van het apparaat
Deur van het apparaat slechts kort openen.
Gekochte levensmiddelen in een koeltas transporteren en snel in het apparaat leggen.
Warme levensmiddelen en dranken eerst laten afkoelen en daarna in het apparaat leggen.
Diepvrieswaren ter ontdooiing in het koelvak leggen, om de koude van de diepvrieswaren te benutten.
De lucht in het apparaat wordt niet veel warmer. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom.
| Gebruik van het apparaat | |
| Altijd wat ruimte openlaten:tussen de levensmidde- len en dechterwand. | De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Levensmiddelen luchtdicht verpakken. | |
| Achterkant van het apparaat eenmaal perJAar schoon zuigen. | De lucht bij dechterwand van het apparaat worden niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wonneer de warme lucht kan wegrekken. |
| Ventilatieopeningen Niet afdekken of versperren. | |
| Vriesvak regelmatingetondooien. | Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgithe van koude aan de diepvrieswaren en ver- hoogt het energieverbruik. |
| Deur van het vriesvak zorgvuldig sluiten. | Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op. Het apparaat要去 vaker koelen en verbruiktmeer stroom. |
Voor het eerste gebruik
- Infomateriaal eruit nemen en zowel plankband als beschermfolie verwijderen.
- Apparaat schoonmaken. "Schoonmaken" op pagina 83
Elektrische aansluiting
Attentie!
Het apparaat niet aansluiten op een elektronische energiebesparende stekker.
Aanwijzing: U kunt het apparaat aansluiten op netvoedingsinverters en sinusinverters. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties met rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen dient u sinusinverters te gebruiken. Losstaande systemen, bijv. op schepen of in berghutten, hebben geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet.
- Na plaatsing van het apparaat minstens 1 jaar wachten met aansluiten, om beschadiging van de compressor te voorkomen.
- Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontact moet voldoen aan de volgende voorwaarden: Stopcontact met 220 V ... 240 V, aardleiding, 50 Hz, zekering 10 A ... 16 A. Buiten Europa: controleren of de vermelde stroomsoort van het apparaat overeenkomt met de waarden van uw elektriciteitsnet. De gegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → "Het apparaat leren kennen" op pagina 77
- Het apparaat aansluiten op een stopcontact in de buurt van het apparaat. Het stopcontact moet vrij toegankelijk zijn na de plaatsing van het apparaat.

Het apparaat leren kennen
Klap het laatste blad met afbeeldingen open. Afhankelijk van de uitrusting kunnen er verschillen zijn tussen uw apparaat en de afbeeldingen.

Apparaat
→ Afb. 1
A B
Vriesvak
Koelvak
1...4
Bedieningselementen
5
Verlichting
6
Groentelade
7
Typeplaatje
8
Vak voor grote flessen
Bedieningselementen
→ Afb. 2
1 Toets ①
Schakelt het apparaat in of uit.
2 Indicatie temperatuur koelvak Toont de ingestelde temperatuur in °C
3 Indicatie super
Brandt wanneer de super-functie ingeschakeld is.
4 Toets>
Stelt de temperatuur in.
Uitrusting
Legplateau
→ Afb. 3
U kunt het legplateau variëren:
Legplateau eruit trekken en verwijderen.
Reservoir
→ Afb. 4
U kunt de lade verwijderen:
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Voorraadvakken
→ Afb. 5
U kunt het flessenrek verwijderen:
Flessenrek optillen en verwijderen.

Apparaat bedienen
Apparaat inschakelen
- Toets ① indrukken.
Het apparaat begint te koelen.
- De gewenste temperatuur instellen.
"Temperatuur instellen" op pagina 78
Opmerkingen bij/voor het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Geen levensmiddelen inruimen voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk verwarmd, waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
n! Apparaat bedienen
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Toets ① indrukken. Het apparaat koelt niet meer.
Apparaat buiten werking stellen
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Toets ① indrukken. Het apparaat koelt niet meer.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Apparaat schoonmaken.
- Apparaat open laten.
Temperatuur instellen
Aanbevolen temperatuur
Koelvak: +4 °C
Koelvak
Toets ⇓ meermaals indrukken tot de gewenste temperatuur verschijnt op de display.
Vriesvak
De temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Hoger ingestelde koelruimtetemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
Sticker OK
(niet bij alle modellen)
Met de sticker OK kunt u controleren of de temperatuur in het koelvak +4 °C of kouder wordt.
Als de sticker Niet OK aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.
Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Correcte instelling

Super-functie
Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het kouder in de koelruimte en het vriesvak.
Super-functie inschakelen bijv.:
om levensmiddelen snel tot in de kern in te vriezen: 4 ... 6 uur vóór opslag van een levensmiddelhoeveelheid vanaf 2 kg om het max. vriesvermogen te benutten
Aanwijzing: Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het apparaat iets luider.
Na ca. 1 1/2 dag schakelt het apparaat over op het normale werking.
Super-functie in-/uitschakelen:
- Toets > indrukken. Als de super-functie ingeschakeld is, is de indicatie super verlicht.

Koelvak
Het koelvak is geschikt voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en bakproducten.
De temperatuur is instelbaar van +2 °C ... +8 °C
Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de temperatuur, hoe langzamer de gistingsprocessen, de chemische processen en het bederf door micro-organismen verlopen. Een temperatuur van +4 °C of lager waarborgt een optimale versheid en veiligheid van de levensmiddelen.
In acht nemen bij het bewaren
- Verse, onbeschadigde levensmiddelen inruimen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum niet overschrijden.
- De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma/smaak, kleur en versheid te bewaren. Zo voorkomt u smaakvermenging en verkleuring van de kunststof onderdelen.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, dan in het koelvak zetten.
Let op de koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
De koudste zone
De koudste zone is: tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Afb. 6
Aanwijzing: Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst en vlees).
De warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing: Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zijn aroma/smaak verder ontwikkelen en boter blijft goed smeerbaar.
Groentelade
Afb. 1/6
De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Bij hoge luchtvochtigheid blijft bladgroente langer vers. Groente en fruit kan het beste bij een iets lagere luchtvochtigheid worden bewaard.
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja's en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika's, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op temperaturen van circa +8°C ... +12°C.
Vriesvak
- Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek.

Vriesvak
Het vriesvak is geschikt voor:
bewaren van diepvriesproducten; maken van ijsblokjes; om levensmiddelen in te vriezen.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte.
Door diepvriesopslag kun je bederfelijke levensmiddelen vrijwel zonder kwaliteitsafname langdurig bewaren, omdat de lage temperatuur het bederf sterk vertraagt of stopzet. Het uiterlijk, het aroma en alle belangrijke inhoudsstoffen blijven grotendeels behouden.
De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van de volgende factoren:
ingestelde temperatuur, soort levensmiddel, vulling van het vriesvak, bewaarde hoeveelheid en soort levensmiddelen
Deur van het vriesvak
→ Afb. 7
Neem de volgende punten in acht:
De stand van de handgreep geeft aan of het vriesvak goed gesloten is. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.
- Als de deur van het vriesvak open staat, ontdooien de opgeslagen diepvrieswaren. Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op.
Maximale invriescapaciteit
Het maximum vriesvermogen geeft de hoeveelheid levensmiddelen aan die in 24 uur tot in de kern worden ingevroren.
Gegevens over de maximale invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje.
⟶ "Het apparaat leren kennen" op pagina 77
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
- Voordat u verse waar inruimt: super-functie inschakelen.
- Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Inkopen van diepvriesproducten
Op onbeschadigde verpakking letten. Houdbaarheidsdatum niet overschrijden. - De temperatuur in de supermarktvriezer moet -18 °C of kouder zijn. - De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Attentie bij het inruimen
Levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen. In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen.
De ingevroren levensmiddelen zo nodig anders opstapelen in het vriesvak.
Verse levensmiddelen invriezen
Uitsluitend verse en onberispelijke levensmiddelen invriezen.
Levensmiddelen die gekookt, gebraden of gebakken worden geconsumeerd, zijn geschikter voor invriezen dan levensmiddelen die rauw worden gegeten.
Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, dienen de levensmiddelen voorbereid te worden:
Groente: wassen, kleiner maken, blancheren. Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbaatoplossing toevoegen.
Aanwijzingen hierover vindt u in de desbetreffende literatuur.
Geschikt voor invriezen
brood en banket; vis en zeevruchten; vlees; wild en gevogelte; groente, fruit en kruiden; eieren zonder schaal; melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark; bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen
groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes; ongepelde of hardgekookte eieren; wijndruiven/druiven; hele appels, peren en perziken; yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De juiste verpakking en materiaalkeuze bepalen in belangrijke mate het behoud van de productkwaliteit en het voorkomen van vriesbrand.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Als verpakking geschikt:
kunststoffolie; wrapfolie van polyethyleen (PE); aluminiumfolie; diepvriesdozen.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden
Vlees, gevogelte: tot 8 maanden
Groente, fruit: tot 12 maanden
Ontdooien van diepvrieswaren
De ontdooimethode dient te worden aangepast aan het levensmiddel en het gebruiksdoel, om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden.
Ontdooimethoden:
in het koelvak (vooral geschikt voor dierlijke levensmiddelen zoals vis, vlees, kaas, kwark) - op kamertemperatuur (brood) - magnetron (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding) - oven/fornuis (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding)
Attentie!
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kunt u het opnieuw invriezen.
De maximale opslagduur van de diepvrieswaren niet meer volledig benutten.

Ontdooien
Koelvak
Wanneer de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand. Dit is normaal. U hoeft de dooiwaterdruppels of de rijp niet af te vegen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje.
Afb. 8
Vanuit de dooiwatergoot stroomt het dooiwater naar de verdampingsbak, waar het verdampt.
Aanwijzing: De dooiwatergoot en het afvoergat schoonhouden, zodat het dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt voorkomen.
Vriesvak
Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, wordt het vriesvak niet automatisch ontdooid. Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
De laag rijp of ijs regelmatig verwijderen.
Attentie!
Schade aan de leidingen van het koelcircuit voorkomen.
Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen.
Ga als volgt te werk:
- Ca. 4 uur voor het ontdooien de super-functie inschakelen. De levensmiddelen worden daardoor tot zeer lage temperaturen afgekoeld, zodat u deze langer op kamertemperatuur kunt bewaren.
- Diepvrieswaren verwijderen en tussentijds op een koele plaats bewaren.
- Apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Om het ontdooiproces te versnellen: een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Met een doek of spons het smeltwater opnemen.
- Vriesvak droog wrijven.
- Apparaat inschakelen.
- Diepvrieswaren in het diepvriesvak leggen.

Schoonmaken
Attentie!
Beschadiging van het apparaat en de uitrustingsonderdelen vermijden.
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen.
Ga als volgt te werk:
- Apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren.
De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Indien aanwezig: wachten tot rijplaag in het koelvak is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel.
Attentie!
Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
- Deurafdichting afvegen met schoon water en goed afdrogen.
- Apparaat weer aansluiten, inschakelen en levensmiddelen inruimen.
Schoonmaken van het interieur
De variabele onderdelen uit het apparaat nemen.
"Uitrusting" op pagina 77
Dooiwatergoot
Afb. 8
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.

Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ①.
- Alle levensmiddelen UIT het apparaat halen.
- De binnenruimte reinigen. → "Schoonmaken" op pagina 83
- Alle verpakkingen reinigen.
- Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
- Apparaat weer inschakelen.
- Levensmiddelen inruimen.
- Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes ontstaan.

Verlichting
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Alleen de klantenservice of een geautoriseerde vakman mag de verlichting repareren.

Geluiden
Normale geluiden
Brommen: Er loopt een motor, bijv. koelaggregaat, ventilator.
Borrelen, zoemen of gorgelen: Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden: Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas: Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Indien nodig er iets onderleggen.
Lades, legplateaus of flessenrekken wiebelen of klemmen: Uitneembare uitrustingsonderdelen controleren en eventueel opnieuw aanbrengen.
Flessen of serviesgoed raken elkaar: Flessen of schalen uit elkaar zetten.

Storingen, wat te doen?
Controleer aan de hand van deze tabel of u de storing zelf kunt verhelpen, voordat u de klantenservice belt.
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | |
| Apparaat 5 minuten uitschakelen. → "Apparaat uitschakelen en buiten werkig stellen" op pagina 78 Wanner de temperatuur te hoog is, de temperatuur na eenaar uw opnieuw controleren. Wanner de temperatuur te laag is, de temperatuur de volgende dag opnieuw controleren. | |
| Geen enkeleindicatie brandt. | |
| De stekker zit Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. |
| Dezekering is geactiveerd. | Zekeringen controleren. |
| De stroom isuitgevallen. | Controleren of er stroom is. |
| Het apparaat koelt nicht, deindicatie en verlichting branden. | |
| Het presentatiemodus is ingeschakeld. | Zelftest starten.→ "Servicedienst" op pagina 85 Na afloop van het programma schakelt het apparaat waar over op het normale gebruik. |

Servicedienst
Als het u niet lukt om de storing zelf te verhelpen, neem dan contact op met onze klantenservice. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen.
De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u hier of in de lijst met Servicedienstadressen.
Vermeld bij het telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (E-Nr.) en het productnummer (FD), die u op het typeplaatje vindt.
⟶ "Het apparaat leren kennen" op pagina 77
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Zelftest apparaat
Uw apparaat beschikt over een zelftestprogramma dat fouten aangeeft, die uw klantenservice kan verhelpen.
- Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- Apparaat inschakelen.
- Binnen de eerste 10 seconden na het inschakelen de toets > gedurende 3 ... 5 seconden indrukken en ingedrukt houden totdat 2°C op de indicatie Temperatuur koelruimte worden weergegeven. De zelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.
- Als na afloop van de zelftest de ingestelde temperatuur waar wordt weergegeven: uw apparaat is in orde. ■ Als de indicatie super 10 seconden knippert: contact opnemen met de servicedienst.
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244040
B 070222143
Garantie
Meer informatie over de garantieperiode en de garantievoorwaarden in uw land verkrijgbaar bij uw klantenservice, uw speciaalzaak en op onze website.




3
4
5
6
7
8
