KI2422S30 - Inbouwkoelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI2422S30 NEFF in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KI2422S30 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Inbouwkoelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI2422S30 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI2422S30 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI2422S30 NEFF
nl Gebruiksaanwijzing
KI22../KI24..
Veiligheidsvoorschriften 71
Over deze gebruiksaanwijzing.......71
Kans op explosie. 71
Risico van een elektrische schok . . .71
Verbrandingsgevaardoorkou.....71
Risico op letsel 72
Gevaren door of van het koelmiddel. 72
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare Personen. 72
Materielle schade. 73
Gewicht 73

Correct gebruik van het apparaat. 73

Milieubescherming. 73
Verpakking 73
Oude apparaten. 73

Installeren en aansluten .74
Inhoud van de verpakking. 74
Voor het eerste gebruik. 76
Elektrische aansluiting. 76

Het apparaat leren kennen.... 77
Apparaat 77
Bedieningselementen 77
Uitrusting. 77

Apparaat bedieren 77
Apparaat inschakelen 77
Apparaat uitschakelen en buiten werkig stellen. 78
Temperatur instellen 78
Super-functie 78

Koelvak .79
Inacht nemen bij hetbewaren.....79
Let op de koudezones in het koelvak. 79
Groentelade 79

Vriesvak. 80
Deur van het vriesvak. 80
Maximaleinvriescapaciteit. 80
Inkopen van diepvriesproducten . . . 80
Attentie bij het inruimen 80
Verse levensmiddelen invriezen.....81
Ontdooien van diepvrieswaren..... 82

Ontdooien 82
Koelvak 82
Vriesvak 82

Schoonmaken. 83
Schoonmaken van het interieur . . . 83

Luchtjes. 83

Verlichting. 83

Geluiden 84
Normale geluiden. 84
Voorkomen van geluiden 84

Storingen, wat te doeon? .84

Servicedienst .85
Zelftest apparatus 85
Verzoek om reparatie en advies bij storingen 85
Garantie 85

Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Over deze gebruiksaanwijzing
Lees de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding en neem.Deze in acht.U vindt waar belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparatusat.
- De fabrikant is nicht aansprakelijk wonneer u de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding negeert.
Bewaar alle documenten voor later gebruik en voor eventuele volgende eigenaars.
Kans op explosie
- Gebruik nooit elektrische apparaten in het apparaat (bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders).
-
Geen producten met brandbare vrijfussen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan.
-
Dranken met een hoog alcoholpercentage alsijd goed afgesloten en staand bewaren.
Risico van een elektrische schok
Onvakkundige installment en reparations können groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Bij een beschadigd aansluitsnoer: Apparaat direct losmaken van het stroomnet.
- Het apparaat uitsluitend laten repareren door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruiken. De fabrikant garandeert dat deze onderdelen voldoen aan de veiligheidseisen.
- Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Verbrandingsgevaar door kou
Diepvrieswaren nadat u zeuit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddelijk in demond nemen.
Voorkom dat de huid langdurig in contact kommt met diepvrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak.
Risico op letsel
Flessen of blikjes met
koolzuurhoudende drank
kunnen barsten.
Geen flessen of blikjes met
koolzuurhoudende drank in het
vriesvak bewaren.
Gevaren door of van het koelmiddel
De leidingen van het koelcircuit bevatten eenkleine hoeveelheid van het milieuvriendelijkke, maar brandbare koelmiddel R600a. Dit is Niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect Niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletselveroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging van de leidingen:
Vuur en ontstekingsbronnenuit de buurt van het apparaat houden.
De ruimte ventileren.
- Het apparaat uitschakelen en de stekkeruit het stopcontact trekken.
- Contact opnemen met de servicedienst.
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare Personen
Erbestaatgevaar voor:
kinderen;
personen met lichamelijke, geestelijkke of zintuiglijke beperkingen;
- personen die onvoldoende kennis haben over de veilige bediening van het apparaat.
Maatregelen:
Zorg dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gezaren zich.
- Een voor de veriligheid verantwoordelijkke persoon要去 zicht houden op kinderen en kwetsbare Personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8aar het apparaat lately gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kans op stikken
Bij een apparaat met deurslot: Sleutel buiten bereik van kinderen opbergen.
- Verpakkingsmaterial en onderdelen van het apparaat zichn geen spelgoed voor kinderen.
Materièle schade
Om materièle schade te voorkomen:
Niet op de sokkel, uitschuifdelen of deuren staan of leunen.
Kunststof onderdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij houden.
Aan de stekker trekken - Niet aan de aansluitkabel.
Gewicht
Houd er bij plaatsing en transport van het apparaat rekening mee dat het apparaat erg zwaar kan zich.
"De juiste opstelplaats" op pagina 74

Correct gebruik van het apparaat
Gebruik dit apparaat
uitsluitend voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en voor ijsbereiding.
uitsluitend voor privilegebruik en huishoudelijk gebruik.
uitsluitend volgens deze gebruiksaanwijzing.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeiniveau.

Milieubescherming
Verpakking
Alle materialen zijn onschadelijk voor het milieu en{kunnen hergebruikt worden.
Zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
Informatie over het afvoeren van afval en het oude apparaat kutu opvragen bij uw specialzaak of bij de gemeente.
Oude apparaten
Door een milieuvriendelijkke afvoer kuren waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Waarschuwing
Kinderen konnen zichzelf in het apparaat opsluiten en stikken!.
Legplateaus en lades nicht uit het apparaat nemen, om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen.
Kinderenuitdebuurtvaneen afgedanktapparaat houlden.
Attentie!
Er kan koelmiddel en schadelijk gas vrijkomen.
Buizen van de koelmiddelkringloop en isolatie Niet beschadigen.
- Stekker uit het stopcontact halen.
- Aansluitsnoer doorknippen.
- Apparaat op deskundige wijze lately afvoeren.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtig geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Installeren en aansluiten
Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kut u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebtaangeschaf of bij once servicedienst.
"Servicedienst" op pagina 85
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat
Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagematerialial
Gebruiksaanwijzing
Installatievoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
Informatie over energieverbruik engeluiden
Technische gegevens
Koelmiddel, netto inhoud van het apparaat en andere technische gegevens vindt u op het typeplaatje.
"Het apparaat /eren kennen" op pagina 77
Apparaat installeren
De juiste opstelplaats
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat,des te groter moet de ruimte+zijn waarin het apparaat worden opgesteld. In een tekleine ruimte kan bij eenlek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1m^3 groot়n. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
"Het apparaat /eren kennen" op pagina 77
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 65kg bedragen.
Toegestane omgevingstemperatuur
De toegestane binnentemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparatus.
Informatie over de klimaatklasse vindt u op het typeplaatje.
"Het apparaat leren kennen" op pagina 77
| Klimaatklasse | Toegestane omgevings- temperatuur |
| SN | +10 °C ... 32 °C |
| N | +16 °C ... 32 °C |
| ST | +16 °C ... 38 °C |
| T | +16 °C ... 43 °C |
Het apparatus is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wonneer een apparaat uit klimaatklassen SN worden gebruikt bij een lagere binnentemperatuur,uron beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een binnentemperatuur van +5^
Nisdiepte
Voor het apparaat worden een nisdiepte van 56 cm aanbevolen. Bij een Kleinere nisdiepte - minstens 55~cm - wordt het energieverbruikients hoger.
Energie bespare
Wanner u de volgende aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Aanwijzing: Deplaatsing van de uitrustingsonderdelen hebft geen invloed op het energieverbruik van het apparatus.
Apparaat installeren
Apparaat Niet bloatstellen aan direct zonlicht.
Het apparaat zo ver möglichk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen plaatsen:
Naast elektrische of gasfornuizen: 3 cm.
Naast een cv-installatie: 30 cm.
Aanwijzing: Als dat nicht möglichk is een isolatieplaat aanbrengen:tussen het apparaat en de warmte-bron.
Een opstelplaats met een binnentemperatuur van ca. 20^ kiezen.
Een nisdiepte van 56 cm aanhouden.
Attentie!
Gevaar voor verbranding!
Sommige onderdelen van het apparaat worden tijdens het gebruik heet. Aanraking van deze onderden kan brandwonden veroorzaken.
Ventilateopeningenietafdekkenofversperren.
De ruimte dagelijks luchten.
Bij een lage omgevingstemperatuur hoeft het apparaat minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom.
De lucht bij de weiterwand van het apparaat worden nicht zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanner de warme lucht kan wegtrekken.
Gebruik van het apparaat
Deur van het apparaat slechts kort openen.
Gekochte levensmiddelen in een koeltas transporte- ren en snel in het apparaat leggen.
Warme levensmiddelen en dranken eerst lien afkoelen en daarna in het apparaat leggen.
Diepvrieswaren ter ontdooiing in het koelvak leggen, om de koude van de diepvrieswaren te benutten.
De lustt in het apparaat worden nicht weil warmer. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom.
| Gebruik van het apparaat | |
| Altijd wat ruimte openlaten:tussen de levensmidde- len en dechterwand. | De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Levensmiddelen luchtdicht verpakken. | |
| Achterkant van het apparaat eenmaal perJAar schoon zuigen. | De lucht bij dechterwand van het apparaat worden niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wonneer de warme lucht kan wegrekken. |
| Ventilatieopeningen Niet afdekken of versperren. | |
| Vriesvak regelmatingetondooien. | Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgithe van koude aan de diepvrieswaren en ver- hoogt het energieverbruik. |
| Deur van het vriesvak zorgvuldig sluiten. | Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op. Het apparaat要去 vaker koelen en verbruiktmeer stroom. |
Voor het eerste gebruik
- Infomateriaal eruit nemen en zowel plankband als beschemfolie verwijderen.
- Apparaat schoonmaken. "Schoonmaken" op pagina 83
Elektrische aansluiting
Attentie!
Het apparaat Niet aansluiten op een elektronische electronische energiebesparende stekker.
Aanwijzing: U kunt het apparaat aansluiten op netvoedingsinverters en sinusinverters. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaische installaties metrechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen dient u sinusinverters gebruiken. Losstaande systemen, bijv. op schepen of in berghutten, hebben geenrechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet.
- Na plaatsing van het apparaat minstens 1aar wachten met aansluiten, om beschadiging van de compressor te voorkomen.
- Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geinstalleerd stopcontact. Het stopcontact要去 voldoen aan de volgende voorwaarden: Stopcontact met 220 V ... 240 V Aardleiding 50 Hz Zekering 10A ... 16 A Buiten Europa: controlleren of de vermelse stroomsoort van het apparaat overeenkomt met de waarden van uw elektriciteitsnet. De gegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. "Het apparaat leren kennen" op pagina 77
- Het apparaat aansluiten op een stopcontact in de buurt van het apparaat. Het stopcontact要去 vrij toegankelijk zijn na de plaatsing van het apparaat.

Het apparaat lerenkennen
Klap het LASTe blad met afbeeldingen open. Afhankelijk van de uitrusting kuren er verschillen zijn:tussen uw apparaat en de afbeeldingen.

Apparaat
Afb. 1
A B
Vriesvak
Koelvak
1...4
Bedieningselementen
5
Verlichting
6
Groentelade
7
Typeplaatje
8
Vak voor große flessen
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets ①
Schakelt het apparaat in ofuit.
2 Indicatie temperatuur koelvak Toont de ingestelde temperatuur in ^ C
3 Indicatie super
Brandt wanneer de super-functie ingeschakeld is.
4 Toets>
Stelt de temperatuur in.
Ultrusting
Legplateau
Afb. 3
U kunt het legplateau variëren:
Legplateau eruit trekken en verwijderen.
Reservoir
Afb. 4
U kunt de lade verwijdersen:
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Voorraadvakken
Afb. 5
UCNT het flessenrek verwijdersen:
Flessenrek optillen en verwijderen.

Apparaat bedienen
Apparaat inschakelen
- Toets ① indrukken.
Het apparaat begint te koelen.
- De gewenste temperatuur instellen.
"Temperatuur instellen" op pagina 78
Opmerkingen bij/voor het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Geen levensmiddelen inruimen voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
De voorzijde van het apparaat achefter de deur worden gedeelteklicht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting worden voorkomen.
n! Apparaat bedieren
Apparaat uitschakelen en buiten werkung stellen
Apparaat uitschakelen
Toets ① indrukken.
Het apparaat koelt nicht meer.
Apparaat buiten werkig stellen
Als u het apparaat langere vrij nicht gebruikt:
- Toets ① indrukken. Het apparaat koelt nicht meer.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Apparaat schoonmake.
- Apparat open laten.
Temperatuur instellen
Aanbevolen temperatuur
Koelvak: +4^ C
Koelvak
Toets meermaals indrukken tot de gewenste temperatuur verschijnt op de display.
Vriesvak
De temperatuur in de koelruimte beinvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Hoger ingestelde koelruimtetemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
Sticker OK
(niet bij alle modellen)
Met de sticker OKkest u controleren of de temperatuur in het koelvak +4^ of kouder worden.
Als de sticker Niet OK aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.
Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Correcte instelling

Super-functie
Als de super-functie ingeschakeld is,
wordt het kouder in de koelruimte en
het vriesvak.
Super-functie inschakelen bijv.:
om levensmiddlesen snel tot in de kern in te vriezen:
4 ... 6 ihr vór opslag van een levensmiddelhoeveelheid vanaf 2 kg
om het max. vriesvermogen te benutten
Aanwijzing: Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het apparaat iets luider.
Na ca. 112 dag schakelt het apparaat over op het normale werking.
Super-functie in-/uitschakelen:
- Toets > indrukken.
Als de super-functie ingeschakeld is,
is de individatie super verlicht.

Koelvak
Het koelvak is geschikt voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en bakproducten.
De temperatuur is instelbaar van +2^ ... +8^
Door de koelopslag kutu ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de temperatuur, hoe langzamer de gistingsprocessen, de chemische processen en het bederf doormicro-organismen verloopt. Eentemperatureur van +4^ oflager waarborgt een optimale versheid en veiligheid van de levensmiddelen.
In acht nemen bij het bewaren
- Verse, onbeschadigde levensmiddelen inruimen. Zo blijf de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum nicht overschrijden. - De levensmiddlesen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma/smaak, kleur en versheid te bewaren. Zo voorkomt u smaakvermenging en verkleuring van de kunststof onderdelen.
- Warme gerechten en dranken eerst latenten afkoelen, dan in het koelvak zetten.
Let op de koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculation in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
De koudste zone
De koudste zone is:tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Afb. 6
Aanwijzing: Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst en vlees).
De warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing: Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan+zijn aroma/smaak verder ontwikkelen en boter blijft goed smeerbaar.
Groentelade
Afb. 1/6
De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Bij hoge luchtvochtigheid blijft bladgroente langer vers. Groente en fruit kan het beste bij een ieis lagere luchtvochtigheid worden bewaard.
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja's en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika's, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op temperaturen van circa +8^ ... +12^ .
n Vriesvak
- Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doeK.

Vriesvak
Het vriesvak is geschikt voor:
bewaren van diepvriesproducten;
make van ijsblokjes;
om levensmiddelen in te vriezen.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte.
Door diepvriesopslag kutu bederfelijke levensmiddelen vrijwel zonder kwaliteitsafname langdurig bewaren, odomat de lage temperatuur het bederf sterk vertraagt of stopzet. Het uiterlijk, het aroma en alle belangrijke inhoudsstoffen blijven grotendeels behouden.
De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van de volgende factoren:
ingesteldetemperatuur
soort levensmiddel
vulling van het vriesvak
bewaarde hoeveelheid en soort levensmiddelen
Deur van het vriesvak
Afb. 7
Neem de volgende punten in acht:
De stand van de handgreep geeft aan of het vriesvak goed gesloten is.
De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.
- Als de deur van het vriesvak open staat, ontdooien de opgeslagen diepvrieswaren. Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op.
Maximale invriescapaciteit
Het maximum vriesvermogen geeft de hoeveelheid levensmiddelen aan die in 24aar tot in de Kern kuren worden ingevroren.
Gegevens over de maximale invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje.
"Het apparaat leren kennen" op pagina 77
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
- Voordat u verse waar inruimt: super-functie inschakelen.
- Verse levensmiddelen zo zich mogelijk bij de zichwanden invriezen.
Inkopen van diepvriesproducten
Op onbeschadigde verpakking letten.
Houdbaarheidsdatum nicht overschrijden.
- De temperatuur in de supermarktvriezer moet -18^ of kouder zich.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Attentie bij het inruimen
Levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen.
In te vriezen levensmiddelen Niet in aanraking brengen met ingevroen levensmiddelen.
De ingevroren levensmiddelen zo nodig anders opstapelen in het vriesvak.
Verse levensmiddelen invriezen
Uitsluitend verse en onberispelijke levenmiddelen invriezen.
Levensmiddelen die gekookt, gebraden of gebakken worden geconsumeerd, zich geschikter voor invriezen dan levensmiddelen die rauw worden gegeten.
Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed möglich te behouden, dienen de levensmiddelen voorbereid te worden:
Groente: wassen, kleiner make, blancheren.
Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascombinezuuroplossing toevoegen.
Aanwijzingen waarover vindt u in de desbetreffende literatuur.
Geschikt voor invriezen
brood en banket;
vis en zeevruchten;
VLEES;
■ wild en gezogelte;
groente, fruit en kruiden;
eieren zonder schaal;
■ melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark;
bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels,kaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschickt om in te vriezen
groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes;
ongepelde of hardgekooke eieren;
■ wijndruiven/druiven;
hele appels, peren en perziken;
yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De juiste verpakking en materiaalkeuze bepalen in belangrijke mate het behoud van de productkwaliteit en het voorkomen van vriesbrand.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Verpakking luchtdicht aflsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smoak verliezen of uitdrogen.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Als verpakking geschikt:
■ kunststoffolie;
- wrapfolie van polyethyleen (PE);
aluminiumfolie;
diepvriesdozen.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en basket: tot 6 maanden
Vlees,gevogelte: tot 8 maanden
Groente, fruit: tot 12 maanden
Ontdooien van diepvrieswaren
De ontdooimethode dient te worden aangepast aan het levensmiddel en het gebruiksdoel, om de productkwaliteit zo goed möglich te behouden.
Ontdooimethoden:
in het koelvak (vooral geschikt voor dierlijke levensmiddelen zoals vis, vlees, kaas, kwark)
op kamertemperatuur (brood)
- magnetron (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding)
oven/fornuis (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding)
Attentie!
Half of geheel ontdoide diepvrieswaren nicht opniew invriezen.
Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kurz u het opniew invriezen.
De maximale opsglądtijd van het diepvrieswaren Niet meer volledig benutten.

Ontdooien
Koelvak
Wanner de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op dechterwand. Dit is normalaal. U hoeft de dooiwaterdruppels of de rijp Niet af tevegen. De hinterwand worden automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje.
Afb. 8
Vanuit de dooiwatergoot stroomt het dooiwater maar de verdampingsbak, waar het verdampt.
Aanwijzing: De dooiwatergoot en het afvoergat schoonhonden, zDat het dooiwater kan weglopen en geurvorming worden voorkomen.
Vriesvak
Omdat de diepvrieswaren nicht mogen ontdooien, worden het vriesvak Niet automatisch ontdooid. Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgithe van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
De laag rijp of ijs regelmatig verwijderen.
Attentie!
Schade aan de leidingen van het koelcircuit voorkomen.
Vrijkomend koelmiddel kan oogletselveroorzaken of vlam vatten.
Een laag rijp of ijs Niet met een mes of een scherp voorwerp afterschapen.
Ga als volgt te werk:
- Ca. 4aar voor het ontdooien de super-functie inschakelen. De levensmiddelen worden daardoor tot zeer lage temperaturen afgekoeld, zodat u deze langer op kamertemperatuur kutn bewaren.
- Diepvrieswaren verwijderen en tussentijds op een koeleplaats bewaren.
- Apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Om het ontdooiprocesse te versnellen: een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Met een doeck of spons het smeltwater opnemen.
- Vriesvak droog wrijven.
- Apparaat inschakelen.
- Diepvrieswaren in het diepvriesvak leggen.

Schoonmaken
Attentie!
Beschadiging van het apparaat en de uitrustingsonderdelen vermijden.
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en Voorraadvakken mogen Niet in de afwasautomaat gereinigd worden.
Ze können verrormen.
Ga als volgt te werk:
- Apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren.
De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Indien aanwezig: wachten tot rijplaag in het koelvak is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en laww water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel.
Attentie!
Het afwaswater mag nicht in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte verechtkommen.
- Deurafdichting afvegen met schoon water en goed afdrogen.
- Apparaat wee aansluiten, inschakelen en levensmiddelen inruimen.
Schoonmaken van het interieur
De variabile onderdelen uit het apparaat nemen.
"Uitrusting" op pagina 77
Dooiwatergoot
Afb. 8
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodate het dooiwater goed kan weglopen.

Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ①.
- Alle levensmiddelen UIT het apparaat halen.
- De binnenruimte reinigen. "Schoonmaken" op pagina 83
- Alle verpakkingen reinigen.
- Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
- Apparaat weer inschakelen.
- Levensmiddelen inruimen.
- Na 24 eer controlleren of er opniew luchtjes zich ontstaan.

Verlichting
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Alleen de klantenservice of een geauthoriseerde vakman mag de verlichting repareren.

Geluiden
Normale geluiden
Brommen: Er loopt een motor, bijv. koelaggregaat, ventilator.
Borrelen, zoemen of gorgelen: Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden: Motor, schakelaar of magneeventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas: Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Indien nodig er iets onderleggen.
Lades, legplateaus of flessenrekken wiebelen of klemmen: Uitneembare uitrustingsonderdelen controleren en eventueel opniewa anbrengen.
Flessen of serviesgoed raken elkaar:
Flessen of schalen uit elkaar zetten.

Storingen, wat te doeon?
Controller aan de hand van deze tabel of u de storing zich verwelveen, voordat u de klantenservice belt.
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | |
| Apparaat 5 minuten uitschakelen. → "Apparaat uitschakelen en buiten werkig stellen" op pagina 78 Wanner de temperatuur te hoog is, de temperatuur na eenaar uw opnieuw controleren. Wanner de temperatuur te laag is, de temperatuur de volgende dag opnieuw controleren. | |
| Geen enkeleindicatie brandt. | |
| De stekker zit Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. |
| Dezekering is geactiveerd. | Zekeringen controleren. |
| De stroom isuitgevallen. | Controleren of er stroom is. |
| Het apparaat koelt nicht, deindicatie en verlichting branden. | |
| Het presentatiemodus is ingeschakeld. | Zelftest starten.→ "Servicedienst" op pagina 85 Na afloop van het programma schakelt het apparaat waar over op het normale gebruik. |

Servicedienst
Als het u Niet lukt om de storing zich te verhelpen,kest u contact opnemen met once klantenservice. Wij vinden alkijd een passende oplossing,ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen.
De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u hier of in de lijst met Servicedienstadressen.
Vermeld bij het telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (E-Nr.) en het productnummer (FD), die u op het typeplaatje vindt.
"Het apparaat leren kennen" op pagina 77
Vertrouv op de competentie van de fabrikant. U bent er dan van verzekererd dat de reparatie door ervaren technici worden uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Zelftest apparatus
Uw apparaat beschikt over eenzfeltestprogramma dat fouten aangeeft, die uw klantenservice kan verhelpen.
- Apparaat uitschakelen en 5 Minutes wachten.
- Apparaat inschakelen.
-
Binnen de eerste 10 seconden na het inschaken de toets > gedurende 3 ... 5 seconden indrukken en ingedrukt honden totdat 2^ op de indicateie Temperatuur koelruimte worden weergegeven. De zelftest start wanner de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.
-
Als na afloop van de zichtest de ingestelde temperatuur waar wordt weergegeven: uw apparaat is in orde.
■ Als de indicate tie super 10 seconden knippert: contact opnemen met de servicedienst.
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weever op het normale gebruik.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgeevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244040
B 070222143
Garantie
Meer informatatie over de garantieperiode en de garantievoorwaarden in uw land waarverkrijgbaar bij uw klantenservice, uw speciaalzaak en op once website.





3

4

5

6

7

8
