KI7862S30 - Inbouwkoelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI7862S30 NEFF in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouwkoelkast met vriesvak |
| Merk | NEFF |
| Model | KI7862S30 |
| Afmetingen (H x B x D) | Ongeveer 177 x 54 x 55 cm (aanbevolen nisdiepte 56 cm) |
| Gewicht | Tot 70 kg |
| Elektrische aansluiting | 220-240 V, 50 Hz, zekering 10-16 A |
| Klimaatklasse | SN (10 °C tot 32 °C) |
| Maximale vriescapaciteit | Vermeld op het typeplaatje (in kg/24u) |
| Totaal nuttig volume | Vermeld op het typeplaatje |
| Ontdooisysteem | Automatisch NoFrost (vriesvak); automatisch ontdooien (koelvak) |
| Belangrijkste functies | Temperatuurinstelling, Super-functie, deur- en temperatuuralarm, LED-verlichting |
| Uitrusting | Legplateau, groentelade, ijsblokjesbak, koudeaccumulator, vrieskalender |
| Reiniging | Reinigen met zachte doek, lauw water en neutraal afwasmiddel; regelmatig de afvoergoot reinigen |
| Veiligheid | Kinderslot niet aanwezig; aanwijzingen: geen elektrische apparaten in het apparaat gebruiken, geen explosieve stoffen opslaan |
| Onderdelen | Originele reserveonderdelen verkrijgbaar via de klantendienst |
| Repareerbaarheid | Reparaties door erkende klantendienst; zelfdiagnose mogelijk via het ingebouwde programma |
| Algemene informatie | Huishoudelijk gebruik tot 2000 m hoogte; koelmiddel R600a (brandbaar) |
Veelgestelde vragen - KI7862S30 NEFF
Gebruikersvragen over KI7862S30 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Inbouwkoelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI7862S30 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI7862S30 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI7862S30 NEFF
Gebruiksaanwijzing
KI78..
Veiligheidsvoorschriften 81
Over deze gebruiksaanwijzing 81
Kans op explosie 81
Risico van een elektrische schok 81
Verbrandingsgevaar door kou 81
Risico op letsel 82
Gevaren door of van het koelmiddel 82
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen 82
Materiële schade 83
Gewicht 83

Correct gebruik van het apparaat 83

Milieubescherming 83
Verpakking 83
Oude apparaten. 84

Installeren en aansluiten. 84
Inhoud van de verpakking. 84
Voor het eerste gebruik. 87
Elektrische aansluiting. 87

Het apparaat leren kennen. 88
Apparaat 88
Bedieningselementen 88
Uitrusting. 88

Apparaat bedienen 89
Apparaat inschakelen 89
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen. 90
Temperatuur instellen 90
Super-functie 90

Alarm. 91
Deuralarm. 91
Temperatuuralarm 91

Koelvak. 91
In acht nemen bij het bewaren.....92
Let op de koudezones in het koelvak. 92
Groentelade 92

Vriesvak. 93
Maximale invriescapaciteit. 93
Vriesvermogen volledig benutten . . . 93
Inkopen van diepvriesproducten . . . 93
Attentie bij het inruimen 94
Verse levensmiddelen en invriezen . . . . 94
Ontdooien van diepvrieswaren. 95

Ontdooien. 95
Koelvak 95
Vriesvak 95

Schoonmaken 95
Schoonmaken van het interieur 96

Luchtjes 96

Verlichting 96

Geluiden 96
Normale geluiden 96
Voorkomen van geluiden 97

Storingen, wat te doen? 97

Servicedienst 98
Zelftest apparaat 98
Verzoek om reparatie en advies bij storingen 98
Garantie 98

Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Over deze gebruiksaanwijzing
Lees de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding en neem deze in acht. U vindt hier belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer u de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding negeert. Bewaar alle documenten voor later gebruik en voor eventuele volgende eigenaars.
Kans op explosie
- Gebruik nooit elektrische apparaten in het apparaat (bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders).
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
Risico van een elektrische schok
Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Bij een beschadigd aansluitsnoer: apparaat direct losmaken van het stroomnet. - Het apparaat uitsluitend laten repareren door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruiken. De fabrikant garandeert dat deze onderdelen voldoen aan de veiligheidseisen. - Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Verbrandingsgevaar door kou
Diepvrieswaren nadat u ze uit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diepvrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak.
Risico op letsel
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Gevaren door of van het koelmiddel
De leidingen van het koelcircuit bevatten een kleine hoeveelheid van het milieuvriendelijke, maar brandbare koelmiddel R600a. Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging van de leidingen:
Vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden. De ruimte ventileren. - Het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. - Contact opnemen met de servicedienst.
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen
Er bestaat gevaar voor:
kinderen; personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen; - personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Maatregelen:
Zorg dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. - Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kans op stikken
Bij een apparaat met deurslot: Sleutel buiten bereik van kinderen opbergen. - Verpakkingsmateriaal en onderdelen van het apparaat zijn geen speelgoed voor kinderen.
Materiële schade
Om materiële schade te voorkomen:
Niet op de sokkel, uitschuifdelen of deuren staan of leunen. Kunststof onderdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij houden. Aan de stekker trekken - Niet aan de aansluitkabel.
Gewicht
Houd er bij plaatsing en transport van het apparaat rekening mee dat het apparaat erg zwaar kan zijn.
⟶ "De juiste opstelplaats" op pagina 85

Correct gebruik van het apparaat
Gebruik dit apparaat
uitsluitend voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en voor ijsbereiding. uitsluitend voor privégebruik en huishoudelijk gebruik. uitsluitend volgens deze gebruiksaanwijzing.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

Milieubescherming
Verpakking
Alle materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen hergebruikt worden.
Zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. Informatie over het afvoeren van afval en het oude apparaat kunt u opvragen bij uw speciaalzaak of bij de gemeente.
Oude apparaten
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Waarschuwing: Kinderen kunnen zichzelf in het apparaat opsluiten en stikken!
Legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen, om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen. Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
Attentie!
Er kan koelmiddel en schadelijk gas vrijkomen.
Buizen van de koelmiddelkringloop en isolatie niet beschadigen.
- Stekker uit het stopcontact halen.
- Aansluitsnoer doorknippen.
- Apparaat op deskundige wijze afvoeren.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Installeren en aansluiten
Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst. → "Servicedienst" op pagina 98
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat, uitrusting (modelafhankelijk), montagemateriaal, gebruiksaanwijzing, installatievoorschrift, klantenserviceboekje, garantiebijlage, informatie over energieverbruik en geluiden
Technische gegevens
Koelmiddel, netto inhoud van het apparaat en andere technische gegevens vindt u op het typeplaatje.
→ "Het apparaat leren kennen" op pagina 88
Apparaat installeren
De juiste opstelplaats
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. → "Het apparaat leren kennen" op pagina 88
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 70 kg bedragen.
Toegestane omgevingstemperatuur
De toegestane binnentemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
Informatie over de klimaatklasse vindt u op het typeplaatje.
→ "Het apparaat leren kennen" op pagina 88
| Klimaatklasse | Toegestane omgevings-temperatuur |
| SN | +10 °C ... 32 °C |
| N | +16 °C ... 32 °C |
| ST | +16 °C ... 38 °C |
| T | +16 °C ... 43 °C |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een binnentemperatuur van +5 °C.
Nisdiepte
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 56 cm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte - minstens 55 cm - wordt het energieverbruik iets hoger.
Side-by-side-opstelling
De apparaten mogen slechts met een minimale tussenafstand van 15 cm naast elkaar worden opgesteld.
Energie besparen
Wanneer u de volgende aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Aanwijzing: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
| Apparaat installereren | |
| Apparaat Niet blootstellen aan direct zonlicht. | Bij een lage omgevingstemperatuur hoeft het appa-raat minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Het apparaat zo ver möglichk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnenplaatsen: Naast elektrische of gasfornuizen: 3 cm. Naast een cv-installatie: 30 cm. | |
| Aanwijzing: Als dat Niet möglichk is een isolatie-ptaat aanbrengen:tussen het apparaat en de warmte-bron. | |
| Een opstelplaats met een binnentemperatuur van ca. 20 °C kiezen. | |
| Een nisdiepte van 56 cm aanhonden. | De lucht bij de afterwardsand van het apparaat worden nicht zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wonneer de warme lucht kan wegrekken. |
| Attentie! | |
| Gevaar voor verbranding! | |
| Sommige onderdelen van het apparaat worden tj-dens het gebruik heet. Aanraking van deze onder-den kan brandwonden veroorzaken. | |
| Ventilatieopeneringen Niet afdekken of versperren. | |
| De ruimte dagelijks luchten. | |
| Gebruik van het apparaat | |
| Deur van het apparaat slechts kort openen. | De lucht in het apparaat worden nicht weil warmer. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Gekochtte levensmiddelen in een koeltas transporte- ren en snel in het apparaat leggen. | |
| Wärme gerechten en dranken eerst lately afkoelen,.daarna in het apparaatplaatsen. | |
| Diepvrieswaren ter ontdooijing in het koelvak leggen,om de kou van de diepvrieswaren te benutten. | |
| Altijd wat ruimte openlaten:tussen de levensmidde- len en dechterwand. | De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Levensmiddelen luchtdicht verpakken. | |
| Achterkant van het apparaat eenmaal per一年多 schoon zuigen. | De lucht bij dechychterwand van het apparaat worden nicht zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegrekken. |
| Ventilatieopeningen Niet afdekken of versperren. | |
Voor het eerste gebruik
- Informatiemateriaal eruit nemen en zowel plankband als beschermfolie verwijderen.
- Apparaat schoonmaken. → "Schoonmaken" op pagina 95
Elektrische aansluiting
Attentie!
Het apparaat niet aansluiten op een elektronische energiebesparende stekker.
Aanwijzing: U kunt het apparaat aansluiten op netvoedingsinverters en sinusinverters. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties met rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen dient u sinusinverters te gebruiken. Losstaande systemen, bijv. op schepen of in berghutten, hebben geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet.
- Na plaatsing van het apparaat minstens 1 uur wachten met aansluiten, om beschadiging van de compressor te voorkomen.
- Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontact moet voldoen aan de volgende voorwaarden: Stopcontact met 220 V ... 240 V Aardleiding 50 Hz Zekering 10A ... 16 A Buiten Europa: controleren of de vermelde stroomsoort van het apparaat overeenkomt met de waarden van uw elektriciteitsnet. De gegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → "Het apparaat leren kennen" op pagina 88
- Het apparaat aansluiten op een stopcontact in de buurt van het apparaat. Het stopcontact moet vrij toegankelijk zijn na de plaatsing van het apparaat.

Het apparaat leren kennen
Klap het laatste blad met afbeeldingen open. Afhankelijk van de uitrusting kunnen er verschillen zijn tussen uw apparaat en de afbeeldingen.

Apparaat
→ Afb. 1
A B
Koelvak
Vriesvak
1...5 Bedieningselementen 6 Verlichting 7 Groentelade 8 Typeplaatje 9 Bessenlade Diepvrieskalender Diepvrieslade 12 Vak voor grote flessen
Bedieningselementen
→ Afb. 2
1 Toets ① Schakelt het apparaat in of uit. 2 Toets super Schakelt de super-functie in of uit. 3 Toets ∠/> koelvak Stelt de temperatuur van het koelvak in. 4 Indicatie temperatuur koelvak Toont de ingestelde temperatuur in °C 5 Toets alarm Schakelt het alarmsignaal uit.
Uitrusting
(niet bij alle modellen)
Legplateau
→ Afb. 3
U kunt het legplateau variëren:
Legplateau eruit trekken en verwijderen.
Reservoir
Afb. 4
U kunt de lade verwijderen:
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Voorraadvakken
→ Afb. 5
U kunt het flessenrek verwijderen:
Flessenrek optillen en verwijderen.
Diepvrieskalender
→ Afb. 1/10
De vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18 °C.
IJsbakje
IJsblokjes maken:
- Het ijsbakje voor 3/4 met water vullen en in het vriesvak zetten. Aanwijzing: Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (bijv. steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Koude-accu
Bij stroomuitval of een storing:
Het koelelement zorgt ervoor dat de opgeslagen diepvrieswaren langzamer opwarmen.
Aanwijzing: De bewaartijd is het langst wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.
U kunt het koelelement UIT het vriesvak nemen om er tijdelijk levensmiddelen te koelen, bijv. in een koeltas.

Apparaat bedienen
Apparaat inschakelen
- Toets ① indrukken.
Het apparaat begint te koelen. Een alarmsignaal en verlichte toets alarm geven aan dat het diepvriesvak nog te warm is.
- Toets alarm indrukken.
Het alarmsignaal gaat UIT.
- De gewenste temperatuur instellen.
→ "Temperatuur instellen" op pagina 90
Opmerkingen bij/voor het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Geen levensmiddelen inruimen voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
- Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft het vriesvak ijsvrij. Ontdooien is niet nodig. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk verwarmd, waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Apparaat bedienen
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Toets ① indrukken. Het apparaat koelt niet meer.
Apparaat buiten werking stellen
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Toets ① indrukken. Het apparaat koelt niet meer.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Apparaat schoonmaken.
- Apparaat open laten.
Temperatuur instellen
Aanbevolen temperatuur
Koelvak: +4 °C
Koelvak
Toets ∠/> meermaals indrukken tot de gewenste temperatuur verschijnt op de display.
Vriesvak
De temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Hoger ingestelde koelruimtetemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
Sticker OK
(niet bij alle modellen)
Met de sticker OK kunt u controleren of de temperatuur in het koelvak +4 °C of kouder wordt.
Als de sticker Niet OK aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.
Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Correcte instelling

Super-functie
Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het kouder in het koelvak en het vriesvak.
Super-functie inschakelen bijv.:
Om levensmiddelen snel tot in de kern in te vriezen: 4 tot 6 uur vóór opslag van een levensmiddelhoeveelheid vanaf 2 kg om het maximale vriesvermogen te benutten.
Aanwijzing: Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het apparaat iets luider.
Na ca. 2,5 dag schakelt het apparaat over op het normale werking.
Super-functie in-/uitschakelen:
Toets super indrukken. Als de super-functie ingeschakeld is, wordt de toets verlicht.

Alarm
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat.
Deur sluiten of op toets alarm drukken. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Wanneer het te warm wordt in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm (intervaltoon) geactiveerd.
Attentie!
Bij het ontdooien kan er bacterievorming ontstaan en kunnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Het voedsel pas na het koken of braden opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Aanwijzing: In de volgende gevallen kan een alarmsignaal klinken zonder dat er gevaar voor de diepvrieswaren bestaat:
Het apparaat wordt in gebruik genomen. Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. De deur van het vriesvak staat te lang open.
Hoogste temperatuur weergeven en alarmsignaal uitschakelen:
Toets alarm indrukken.
De indicatie toont kort de hoogste temperatuur die in het diepvriesvak heeft geheerst. Daarna toont de indicatie weer de ingestelde temperatuur.
Vanaf dit moment worden de warmste temperatuur opnieuw bepaald en opgeslagen.
Aanwijzing: Toets alarm brandt tot de ingestelde temperatuur weer is bereikt.

Koelvak
Het koelvak is geschikt voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en bakproducten.
De temperatuur is instelbaar van +2°C tot +8°C.
Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de temperatuur, hoe langzamer de gistingsprocessen, de chemische processen en het bederf door micro-organismen verlopen. Een temperatuur van +4°C of lager waarborgt een optimale versheid en veiligheid van de levensmiddelen.
In acht nemen bij het bewaren
Verse, onbeschadigde levensmiddelen inruimen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum niet overschrijden. - De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma/smaak, kleur en versheid te bewaren. Zo voorkomt u smaakvermenging en verkleuring van de kunststof onderdelen. - Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, dan in het koelvak zetten.
Let op de koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
De koudste zone
De koudste zone is: tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
→ Afb. 6
Aanwijzing: Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst en vlees).
De warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing: Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zijn aroma/smaak verder ontwikkelen en boter blijft goed smeerbaar.
Groentelade
→ Afb. 1/7
De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Bij hoge luchtvochtigheid blijft bladgroente langer vers. Groente en fruit kan het beste bij een iets lagere luchtvochtigheid worden bewaard.
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja's en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika's, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op temperaturen van circa +8°C ... +12°C. - Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek.

Vriesvak
Het vriesvak is geschikt voor:
bewaren van diepvriesproducten; maken van ijsblokjes; om levensmiddelen in te vriezen.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte.
Door diepvriesopslag kunt u bederfelijke levensmiddelen vrijwel zonder kwaliteitsafname langdurig bewaren, omdat de lage temperatuur het bederf sterk vertraagt of stopzet. Het uiterlijk, het aroma en alle belangrijke inhoudsstoffen blijven grotendeels behouden.
De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van de volgende factoren:
ingestelde temperatuur, soort levensmiddel, vulling van het vriesvak, bewaarde hoeveelheid en soort levensmiddelen
Maximale invriescapaciteit
Het maximum vriesvermogen geeft de hoeveelheid levensmiddelen aan die in 24 uur tot in de kern kunnen worden ingevroren.
Gegevens over de maximale invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje.
⟶ "Het apparaat leren kennen" op pagina 88
Om het maximale vriesvermogen te benutten, dient u 24 uur voordat er verse levensmiddelen worden ingevroren de super-functie in te schakelen.
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
- Circa 24 uur voordat u verse waar inruimt: super-functie inschakelen.
- Houders uit het vriesvak nemen en de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de vriesvakbodem stapelen.
- Eerst het bovenste vak vullen met levensmiddelen. Daar worden ze het snelst diepgevroren.
- Wanneer het bovenste vak niet groot genoeg is, de resterende hoeveelheid inruimen in het vak eronder, te beginnen rechts vooraan.
- Verse levensmiddelen zo veel mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren onder te brengen:
Alle uitrustingsdelen verwijderen. Levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van het vriesvak leggen.
Inkopen van diepvriesproducten
Op onbeschadigde verpakking letten. Houdbaarheidsdatum niet overschrijden. De temperatuur in de supermarktvriezer moet -18 °C of kouder zijn. De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze bijzonder snel en behoedzaam ingevroren. Levensmiddelen uitgespreid in de vakken of diepvrieslades leggen. In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen. Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in de diepvrieslades omstapelen. Belangrijk voor een goede luchtcirculatie in het apparaat: diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
Verse levensmiddelen invriezen
Uitsluitend verse en onberispelijke levensmiddelen invriezen.
Levensmiddelen die gekookt, gebraden of gebakken worden geconsumeerd, zijn geschikter voor invriezen dan levensmiddelen die rauw worden gegeten.
Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, dienen de levensmiddelen voorbereid te worden:
Groente: wassen, kleiner maken, blancheren. Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Aanwijzingen hierover vindt u in de desbetreffende literatuur.
Geschikt voor invriezen
brood en banket; vis en zeevruchten; vlees; wild en gevogelte; groente, fruit en kruiden; eieren zonder schaal;
melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark; bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen
groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes; ongepelde of hardgekookte eieren; wijndruiven/druiven; hele appels, peren en perziken; yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De juiste verpakking en materiaalkeuze bepalen in belangrijke mate het behoud van de productkwaliteit en het voorkomen van vriesbrand.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Als verpakking geschikt:
kunststoffolie; wrapfolie van polyethyleen (PE); aluminiumfolie; diepvriesdozen.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: | tot 6 maanden |
| Vlees, gezogelte: | tot 8 maanden |
| Groente, fruit: | tot 12 maanden |
Ontdooien van diepvrieswaren
De ontdooimethode dient te worden aangepast aan het levensmiddel en het gebruiksdoel, om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden.
Ontdooimethoden:
in het koelvak (vooral geschikt voor dierlijke levensmiddelen zoals vis, vlees, kaas, kwark) op kamertemperatuur (brood) - magnetron (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding) oven/fornuis (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding)
Attentie!
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kunt u het opnieuw invriezen.
De maximale opslagduur van de diepvrieswaren niet meer volledig benutten.

Ontdooien
Koelvak
Wanneer de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand. Dit is normaal. U hoeft de dooiwaterdruppels of de rijp niet af te vegen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje.
Afb. 7
Vanuit de dooiwatergoot stroomt het dooiwater naar de verdampingsbak, waar het verdampt.
Aanwijzing: De dooiwatergoot en het afvoergat schoonhouden, zodat het dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt voorkomen.
Vriesvak
Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft het vriesvak ijsvrij. Ontdooien is overbodig.

Schoonmaken
Attentie!
Beschadiging van het apparaat en de uitrustingsonderdelen vermijden.
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Gebruik geen schurende of krassende sponsjes. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen.
Luchtjes
Ga als volgt te werk:
- Apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Indien aanwezig: wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel.
Attentie!
Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
- Deurafdichting afvegen met schoon water en goed afdrogen.
- Apparaat weer aansluiten, inschakelen en levensmiddelen inruimen.
Schoonmaken van het interieur
De variabele onderdelen uit het apparaat nemen.
"Uitrusting" op pagina 88
Dooiwatergoot
Afb. 7
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.
Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ① .
- Alle levensmiddelen UIT het apparaat halen.
- De binnenruimte reinigen. "Schoonmaken" op pagina 95
- Alle verpakkingen reinigen.
- Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
- Apparaat weer inschakelen.
- Levensmiddelen inruimen.
- Na 24 eer controlleren of er opniew luchtjes zich ontstaan.
Verlichting
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Alleen de klantenservice of een geautoriseerde vakman mag de verlichting repareren.
Geluiden
Normale geluiden
Brommen: Er loopt een motor, bijv. koelaggregaat, ventilator.
Borrelen, zoemen of gorgelen:
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden: Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Gekraak: automatische ontdooiing wordt uitgevoerd.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas: Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Indien nodig er iets onderleggen.
Lades, legplateaus of flessenrekken wiebelen of klemmen: Uitneembare uitrustingsonderdelen controleren en eventueel opnieuw aanbrengen.
Flessen of serviesgoed raken elkaar:
Flessen of schalen uit elkaar zetten.

Storingen, wat te doen?
Controller aan de hand van deze tabel of u de storing zelf kunt verhelpen, voordat u de klantenservice belt.
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.
Apparaat 5 minuten uitschakelen.
"Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen" op pagina 90
Wanneer de temperatuur te hoog is, de temperatuur na een uur opnieuw controleren.
Wanneer de temperatuur te laag is, de temperatuur de volgende dag opnieuw controleren.
Geen enkele indicatie brandt.
De stekker zit niet goed in het stopcontact.
Stekker in het stopcontact steken.
De zekering is geactiveerd.
Zekeringen controleren.
De stroom is uitgevallen.
Controleren of er stroom is.
De indicatie geeft E... aan.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
Contact opnemen met de klantenservice.
"Servicedienst" op pagina 98
Het apparaat koelt niet, de indicatie en verlichting branden.
Presentatielicht ingeschakeld.
Zelftest starten.
"Servicedienst" op pagina 98
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.

Servicedienst
Als het u niet lukt om de storing zelf te verhelpen, neem dan contact op met onze klantenservice. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen.
De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u hier of in de lijst met Servicedienstadressen.
Vermeld bij het telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (E-Nr.) en het productnummer (FD), die u op het typeplaatje vindt. "Het apparaat leren kennen" op pagina 88
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Zelftest apparaat
Uw apparaat beschikt over een zelftestprogramma dat fouten aangeeft, die uw klantenservice kan verhelpen.
- Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- Apparaat inschakelen.
- Binnen de eerste 10 seconden na het inschakelen de toets super 3 ... 5 seconden indrukken en ingedrukt houden. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt er af en toe een lang geluidssignaal.
- Als na afloop van de zelftest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur wordt weergegeven: uw apparaat is in orde. Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de toets super 10 seconden knippert: contact opnemen met de Service.
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244040 B 070222143
Garantie
Meer informatie over de garantieperiode en de garantievoorwaarden in uw land zijn verkrijgbaar bij uw klantenservice, uw speciaalzaak en op onze website.
4
5
6
7
