KI18423D30 - Ingebouwde koelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI18423D30 NEFF in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouwkoelkast met vriesvak |
| Merk | NEFF |
| Model | KI18423D30 |
| Klimaatklassen | SN, N, ST, T (van +10 °C tot +43 °C) |
| Instelbare koelkasttemperatuur | +3 °C tot +8 °C |
| Vriezertemperatuur | Tot -18 °C |
| Supervriezen | Ja, 6 uur van tevoren inschakelen voor maximale capaciteit |
| Deuralarm | Ja, na 2 minuten openen |
| Verlichting | LED, alleen vervanging door klantenservice |
| Ontdooiing koelkast | Automatisch |
| Ontdooiing vriezer | Handmatig |
| Maximale vriescapaciteit | Aangegeven op typeplaatje (24 h) |
| Koelvak | Ja, temperatuur nabij 0 °C |
| Vochtigheidsregelaar groentelade | Ja, verstelbaar |
| Elektrische voeding | 220-240 V ~, 50 Hz, zekering 10-16 A |
| Aanbevolen nisdiepte | 560 mm (min. 550 mm) |
| Koelmiddel | R600a (brandbaar, milieuvriendelijk) |
| Reiniging | Zachte doek, lauw water, neutraal afwasmiddel |
| Reserveonderdelen | Gebruik uitsluitend originele NEFF-onderdelen |
| Reparaties | Alleen door fabrikant, klantenservice of gekwalificeerd persoon |
Veelgestelde vragen - KI18423D30 NEFF
Gebruikersvragen over KI18423D30 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ingebouwde koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI18423D30 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI18423D30 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI18423D30 NEFF
Koel-/diepvriescombinatie
de Gebrauchsanleitung en User manual fr Notice d'utilisation it Istruzioni per l'uso nl Gebruiksaanwijzing
K1842../K1852..
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 82 Aanwijzingen over de afvoer 85 Omvang van de levering 85 Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte 86 De juiste plaats 86 Apparaat aansluiten 87 Kennismaking met het apparaat .... 87 Apparaat inschakelen 88 Instellen van de temperatuur 89 Alarmfunctie 89 Supervriezen 89 Netto-inhoud 90 De koelruimte 90 De verskoelruimte 91
Het vriesvak 92 Maximale invriescapaciteit 92 Invriezen en opslaan 92 Verse levensmiddelen invriezen 92 Ontdooien van diepvrieswaren 93 Uitvoering 94 Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 94 Ontdooien 95 Schoonmaken van het apparaat .... 95 Verlichting (LED) 97 Energie besparen 97 Bedrijfsgeluiden 97 Kleine storingen zelf verhelpen 98 Zelftest apparaat 100 Servicedienst 100
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt er belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijk maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmakers etc.). Explosiegevaar! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schok! - Gebruik geen scherpe of puntige voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
nl
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor particulier gebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help ons mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen en isolatiegas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer moeten de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat, uitrusting (modelafhankelijk), zakje met montagemateriaal, gebruiksaanwijzing, montagevoorschrift, klantenserviceboekje, garantiebijlage, informatie over energieverbruik en geluiden.
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 16.
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren, waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Nisdiepte
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte - minstens 550 mm - wordt het energieverbruik iets hoger.
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellen in droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plank of neem de volgende minimumafstanden in acht:
Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm. Naast een CV-installatie 30 cm.
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 jaar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terechtkomt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk "Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz
wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet beveiligd zijn met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 16
Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor deze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat

De uitklapbare pagina met de afbeeldingen openen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
nl
Afb. 1
- Niet bij alle modellen.
A Het vriesvak B Koelruimte C Verskoelruimte
1-5 Bedieningselementen 6 Verlichting koelruimte 7 Glasplaat 8 Varioplateau 9 Uittrekbaar glasplateau 10 Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar 11 Groentelade 12 Verskoellade 13 Boter en kaasvak 14 Voorraadvak in de deur 15 Vario-deurplateau 16* Flessenhouder 17 Vak voor grote flessen
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Toets „super"
Om de supervriesfunctie in en uit te schakelen (zie het hoofdstuk „Supervriezen").
3 Temperatuurinsteltoets
Met deze toets worden de temperatuur ingesteld.
4 Temperatuurdisplay
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C
5 Alarmtoets
Om het alarmsignaal UIT te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function").
Apparaat inschakelen
Afb. 2
Het apparaat met de toets Aan/Uit 1 inschakelen.
De temperatuurindicatie 4 toont de ingestelde temperatuur.
Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.
Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte.
Bewaar gevoelige levensmiddelen niet warmer dan +4 °C.
Aanwijzingen bij het gebruik
Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte. Warmere temperaturen in de koelruimte veroorzaken ook warmere temperaturen in het vriesvak. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd, waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Het vriesvak
De temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Een hoger ingestelde koelruimtetemperatuur veroorzaakt een hogere vriesvaktemperatuur.
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +3 °C tot +8 °C.
Druk de temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak in tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
De eerst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 4.
Verskoelruimte
De temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden.
Aanwijzing
Wanneer zich vorst vormt op het koelgoed in de verskoelruimte, de temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk Kleine storingen zelf verhelpen).
Alarmfunctie
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee minuten openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.
Alarm uitschakelen
Afb. 2
Druk de alarm-toets 5 in om het alarmsignaal uit te schakelen.
Supervriezen
De levensmiddelen zo snel mogelijk diep invriezen, zodat vitamines, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Als u het maximale vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 6 uur voor het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen kunnen zonder Supervriezen worden ingevroren.
Aanwijzing
Als het supervriessysteem is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
Toets "super" 2 indrukken.
Is supervriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.
Het supervriessysteem wordt na 1 1/2 dag automatisch uitgeschakeld.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 16
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas.
In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijven de kwaliteit en de versheid langer behouden. Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het vak voor grote flessen.
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzingen
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar. Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst en vlees in de verskoelruimte (zie het hoofdstuk "De verskoelruimte").
De verskoelruimte
De temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0°C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.
In de verskoelruimte kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone - voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak.
Groentelade met vochtigheidsregelaar
Afb. 3
De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met een vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast.
De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen:
overwegen fruit en bij hoge belading - lagere luchtvochtigheid overwegen groente en bij gemengde belading of geringe belading - hogere luchtvochtigheid
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8°C tot +12°C. - Afhankelijk van de soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Verskoellade
Afb. 1/12
Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk.
Bewaartijden (bij 0 °C)
| Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop | |
| Verse vis, zeevruchten | max. 3ragen |
| Gevogelte, vlees (gekookt/ gebraden) | max. 5ragen |
| Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) | max. 7ragen |
| Geroekte vis, broccoli | max. 14ragen |
| Sla, venkel, abrikozen, pruimen | max. 21ragen |
| Zachté kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool | max. 30ragen |
Het vriesvak
Afb. 4
Dient voor:
bewaren van diepvriesproducten, maken van ijsblokjes, invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen.
Aanwijzingen
Aan de handgreep kunt u zien of de deur van het vriesvak goed gesloten is. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vormt zich een dikke laag ijs.
Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 16
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen. Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen").
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoopkoelkast moet -18 °C of kouder zijn. De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen, aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie lasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. Groente, fruit: tot 12 maanden.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur, in de koelkast, in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator, in de magnetron
Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Glasplateaus
Afb. 5
U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Daartoe het legplateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Uittrekbaar glasplateau
Afb. 6
Voor een beter overzicht op de levensmiddelen kan het uittrekbare glazen legplateau worden uitgetrokken.
Varioplateau
Afb. 7
Om hoge voorwerpen te koelen (bijv. kannen of flessen), kan het voorste deel van het varioplateau worden verwijderd en onder het achterste deel worden geschoven.
Boter en kaasvak
Afb. 8
Door een lichte druk in het midden van de klep gaat het botervak open.
Vario-deurplateau
Afb. 9
Het vario-deurplateau kunt u opzij schuiven om hogere flessen te bergen in het onderste vak.
Flessenhouser
Afb. 10
De flessenhouser voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie 4 gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buitenwerkingstelling van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Schakel het apparaat uit.
- Trek de stekker uit het stopcontact of draai de zekering los, respectievelijk schakel deze uit.
- Maak het apparaat schoon.
- Laat de deur van het apparaat openstaan.
Ontdooien
Koelruimte
Het apparaat wordt automatisch ontdooid.
Het dooiwater loopt via het afvoergaatje naar een verdampingschaal aan de achterkant van het apparaat.
Het vriesvak
Het vriesvak wordt niet automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Ontdooi het vriesvak regelmatig.

Attentie
Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing
Schakel de super-functie ca. 4 uur voor het ontdooien in. Daardoor bereiken de levensmiddelen een zeer lage temperatuur en kunnen ze langer op kamertemperatuur worden bewaard.
- Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren. Koude-accu (indien beschikbaar) op de diepvrieswaren leggen.
- Apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.
- Om het ontdooiproces te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Dooiwater met een spons of doek afwissen.
- Wrijf het vriesvak droog.
- Apparaat weer inschakelen.
- Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.
Schoonmaken van het apparaat

Attentie
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. De legplateaus en voorraadvakken/laden mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Levensmiddelen weer aanbrengen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Uittrekbaar glazen legplateau verwijderen
Afb. 6
Hendel aan de onderzijde aan beide zijden ingedrukt houden, glasplateau naar voren trekken, optillen en zijwaarts naar buiten draaien.
Legplateaus uit de deur nemen
Afb. 11
Legplateaus optillen en verwijderen.
Reservoir verwijderen
Afb. 12
De lade achteraan optillen en van de rails tillen.
De lade aanbrengen door deze op de ingeschoven rails te plaatsen en vast te laten klikken.
Scheidingsplaat verwijderen Afb. 13
Hendel aan de onderzijde aan beide zijden indrukken, scheidingsplaat naar voren trekken, optillen en zijwaarts naar buiten draaien.
Afdekking van de groentelade verwijderen
Afdekking optillen, naar voren trekken en zijwaarts naar buiten draaien.
Afdekking van de groentelade en scheidingsplaat aanbrengen Afb. 14
- Afdekking van de groentelade aanbrengen.
- Scheidingsplaat aanbrengen.
Aanwijzing
Om de scheidingsplaat te kunnen aanbrengen, moet de vochtigheidsregelaar ingesteld zijn op een lage luchtvochtigheid.
Uittrekbare rails demonteren Afb. 15
- Uittrekbare rails uittrekken.
- Vergrendeling in de richting van de pijl schuiven.
- Uittrekbare rails van de achterste pen losmaken.
- Uittrekbare rails in elkaar schuiven, boven de achterste pen naar achteren schuiven en ontgrendelen.
Uittrekbare rails monteren
- Uittrekbare rails in uitgetrokken toestand op de voorste pen zetten.
- Uittrekbare rails om vast te klikken iets naar voren trekken.
- Uittrekbare rails op de achterste pen erin zetten.
- Vergrendeling naar achteren schuiven.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen, zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
Een nisdiepte van 560 mm aanhouden.
Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.
Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatig laten ontdooien.
Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is. Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gezallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minutes uit te schaken. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| In de koelruimte is het te koud. | Deur van het vriesvak is geopend. | Deur van het vriesvak sluiten. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. |
| De temperatuur is te koud ingesteld. | Temperatuur warmer instellen. | |
| De super-functie is ingeschakeld. | Super-functie uitschakelen. | |
| De koelmachine worden steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat werk te vaak geopend. | Deur van het apparaat Niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen zich afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Het apparaat koelt nicht. De verlichting functioneert nicht. De indicate brandt nicht | Het apparaat isuitgeschakeld. | Toets Aan/Uit indrukken. |
| Stroomuitval. | Controleren of er stroom is. | |
| Dezekering isuitgeschakeld. | Zekering controleren. | |
| De stekker zit Niet goed in het stopcontact. | Controler of de stekker goed in het stopcontact zit. | |
| Het vriesvak heeft een dikke laag rijp. | Ontdooien van het vriesvak. Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg er altijd voor dat de deur van het vriesvak goed zich is. | |
| Temperatuirindicatie geeft „E..“ aan. | De elektronica heeft een fou geconstasteerd. | Inschakelen van de Servicedienst. |
| De temperatuur in de verskoelruimte is te koud of te warm. | De standaardinstalling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte). | De temperatuur in de verskoelruimte kan 3 standen warmer of kouder ingesteld worden, afb. 2. Wanneer de temperatuur in de koelruimte is ingesteld op stand 0, heeft de verskoelruimte een temperatuur van ongeveer 0 °C.AanwijzingEen verandering van de standaardinstalling beinvloedt de temperatuur in de koelruimte en het vriesvak.1. Super-toets 2 3 seconden ingedrukt honden tot temperatuurindicatie 4 knippert.2. Met de temperatuurinsteltoets 3 de instelling veranderen. Stand -3 is de koudste instelling Stand +3 is de warmste instelling Na een minuut worden de ingestelde stand opgeslagen. |
| Het apparaat koelt nicht, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Alarmtoets, afb 2/5, gedurende 10 seconden ingedrukt honden tot een bevestigingsignaal te horen is. Na eenijdje controleren of het apparaat koelt. |
| De verlichting functioneert nicht. | De LED verlichting is kapot. | Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. |
| De deur stond te lang open. De verlichting worden na ca. 10 minutenuitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting werk. |
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de supertoets, afb. 2/2, gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt.
Het zelftestprogramma start.
Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal.
Wanneer de zelftest is afgelopen en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde.
Als de supertoets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout. Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparaat beëindigd
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 16
Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244040




3
4
5
6
7
8
9
11
13
10
12
14


15 16
