KI6873F30G - KI6873FE0 - Inbouwkoelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI6873F30G - KI6873FE0 NEFF in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouwkoelkast |
| Merk | NEFF |
| Modellen | KI6873F30G, KI6873FE0 |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T |
| Maximaal gewicht | 70 kg |
| Voeding | 220-240 V ~ 50 Hz |
| Aanbevolen zekering | 10-16 A |
| Koelmiddel | R600a |
| Aanbevolen nisdiepte | 56 cm (minimaal 55 cm) |
| Toegestane omgevingstemperatuur | +10 °C tot +43 °C afhankelijk van klimaatklasse |
| Temperatuurbereik koelkast | +2 °C tot +8 °C |
| Temperatuurbereik vriezer | -16 °C tot -24 °C |
| Speciale functies | Superkoelen, Supervriezen, Vakantiemodus, Deur- en temperatuuralarm |
| Ontdooiing koelkast | Automatisch |
| Ontdooiing vriezer | Handmatig |
| Verlichting | LED (niet vervangbaar door gebruiker) |
| Groentelade met vochtigheidsregelaar | Ja |
| Aanbevolen reiniging | Lauw water en neutraal afwasmiddel |
| Reserveonderdelen | Gebruik uitsluitend originele NEFF onderdelen |
| Klantenservice | Contactgegevens in de handleiding |
Veelgestelde vragen - KI6873F30G - KI6873FE0 NEFF
Gebruikersvragen over KI6873F30G - KI6873FE0 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Inbouwkoelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI6873F30G - KI6873FE0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI6873F30G - KI6873FE0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI6873F30G - KI6873FE0 NEFF
nl Gebruiksaanwijzing
KI67../KI68..
Veiligheidsvoorschriften. 93
Over deze gebruiksaanwijzing. 93
Kans op explosie 93
Risico van een elektrische schok... 93
Verbrandingsgevaar door kou.....93
Risico op letsel. 94
Gevaren door of van het koelmiddel 94
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen . . . 94
Materiële schade 95
Gewicht. 95

Correct gebruik van het apparaat 95

Milieubescherming 95
Verpakking 95
Oude apparaten 96

Installeren en aansluiten 96
Inhoud van de verpakking 96
Voor het eerste gebruik 99
Elektrische aansluiting 99

Het apparaat leren kennen 100
Apparaat 100
Bedieningselementen 100
Uitrusting 100

Apparaat bedienen 102
Apparaat inschakelen 102
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 102
Buiten werking stellen 102
Temperatuur instellen 102
Superkoelen 103
Supervriezen 103
Vakantiemodus 103

Alarm 104
Deuralarm 104
Temperatuuralarm 104

Koelvak 104
In acht nemen bij het bewaren 105
Let op de koudezones
in het koelvak 105
Groentelade met
vochtigheidsregelaar 105

Vriesvak 106
Maximale invriescapaciteit 106
Vriesvermogen volledig benutten 106
Inkopen van diepvriesproducten 106
Attentie bij het inruimen. 107
Verse levensmiddelen invriezen . . . 107
Ontdooien van diepvrieswaren . . . .108

Ontdooien 108
Koelvak. 108
Vriesvak. 109

Schoonmaken 109
Schoonmaken van het interieur. . . . 110

Luchtjes. 110

Verlichting 110

Geluiden 110
Normale geluiden 110
Voorkomen van geluiden. 110

Storingen, wat te doen? 111

Servicedienst 113
Zelftest apparaat 113
Verzoek om reparatie
en advies bij storingen. 113
Garantie. 113

Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Over deze gebruiksaanwijzing
Lees de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding en neem deze in acht. U vindt hierin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. - De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer u de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding negeert. Bewaar alle documenten voor later gebruik en voor eventuele volgende eigenaars.
Kans op explosie
- Gebruik nooit elektrische apparaten in het apparaat (bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders).
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
Risico van een elektrische schok
Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Bij een beschadigd aansluitsnoer: apparaat direct losmaken van het stroomnet. - Het apparaat uitsluitend laten repareren door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruiken. De fabrikant garandeert dat deze onderdelen voldoen aan de veiligheidseisen. Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Verbrandingsgevaar door kou
Diepvrieswaren nadat u ze uit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diepvrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak.
Risico op letsel
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Gevaren door of van het koelmiddel
De leidingen van het koelcircuit bevatten een kleine hoeveelheid van het milieuvriendelijke, maar brandbare koelmiddel R600a. Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging van de leidingen:
Vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden. De ruimte ventileren. - Het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. - Contact opnemen met de servicedienst.
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen
Er bestaat gevaar voor:
kinderen; personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen; - personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Maatregelen:
Zorg dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijk persoon moet zicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kans op stikken
Bij een apparaat met deurslot: Sleutel buiten bereik van kinderen opbergen. Verpakkingsmateriaal en onderdelen van het apparaat zijn geen speelgoed voor kinderen.
Materiële schade
Om materiële schade te voorkomen:
Niet op de sokkel, uitschuifdelen of deuren staan of leunen. Kunststof onderdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij houden. Aan de stekker trekken - Niet aan de aansluitkabel.
Gewicht
Houd er bij plaatsing en transport van het apparaat rekening mee dat het apparaat erg zwaar kan zijn.
⟶ "De juiste opstelplaats" op pagina 97

Correct gebruik van het apparaat
Gebruik dit apparaat
uitsluitend voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en voor ijsbereiding. uitsluitend voor privégebruik en huishoudelijk gebruik. uitsluitend volgens deze gebruiksaanwijzing.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

Milieubescherming
Verpakking
Alle materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen hergebruikt worden.
Zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. Informatie over het afvoeren van afval en het oude apparaat kunt u opvragen bij uw speciaalzaak of bij de gemeente.
Oude apparaten
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Waarschuwing: kinderen kunnen zichzelf in het apparaat opsluiten en stikken!
Legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen, om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen. Houd kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat.
Attentie!
Er kan koelmiddel en schadelijk gas vrijkomen.
Buizen van de koelmiddelkringloop en isolatie niet beschadigen.
- Stekker uit het stopcontact halen.
- Aansluitsnoer doorknippen.
- Apparaat op deskundige wijze laten afvoeren.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Installeren en aansluiten
Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst. → "Servicedienst" op pagina 113
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat, uitrusting (modelafhankelijk), zakje met montagemateriaal, gebruiksaanwijzing, installatievoorschrift, klantenserviceboekje, garantiebijlage, informatie over energieverbruik en geluiden.
Technische gegevens
Koelmiddel, netto inhoud van het apparaat en andere technische gegevens vindt u op het typeplaatje.
Apparaat installeren
De juiste opstelplaats
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 70 kg bedragen.
Toegestane omgevingstemperatuur
De toegestane binnentemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
Informatie over de klimaatklasse vindt u op het typeplaatje.
| Klimaatklasse | Toegestane omgevings-temperatuur |
| SN | +10 °C ... 32 °C |
| N | +16 °C ... 32 °C |
| ST | +16 °C ... 38 °C |
| T | +16 °C ... 43 °C |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een binnentemperatuur van +5°C
Nisdiepte
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 56 cm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte - minstens 55 cm - wordt het energieverbruik iets hoger.
Side-by-side-opstelling
De apparaten mogen slechts met een minimale tussenafstand van 15 cm naast elkaar worden opgesteld.
Energie besparen
Wanneer u de volgende aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Aanwijzing: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
| Apparaat installereren | |
| Apparaat Niet blootstellen aan direct zonlicht. | Bij een lage omgevingstemperatuur hoeft het appa-raat minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Het apparaat zo ver möglichk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnenplaatsen: Naast elektrische of gasfornuizen: 3 cm. Naast een cv-installatie: 30 cm. | |
| Aanwijzing: Als dat Niet möglichk is een isolatie-ptaat aanbrengen:tussen het apparaat en de warmte-bron. | |
| Een opstelplaats met een binnentemperatuur van ca. 20 °C kiezen. | |
| Een nisdiepte van 56 cm aanhonden. Attentie! Gevaar voor verbranding! Sommige onderdelen van het apparaat worden tij-dens het gebruik heet. Aanraking van deze onderden kan brandwonden veroorzaken. | De lucht bij dechterwand van het apparaat worden nicht zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wonneer de warme lucht kan wegrekken. |
| Ventilatieopeneringen Niet afdekken of versperren. | |
| De ruimte dagelijks luchten. | |
| Gebruik van het apparaat | |
| Deur van het apparaat slechts kort openen. | De lucht in het apparaat worden nicht weil warmer. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Gekochtte levensmiddelen in een koeltas transporte- ren en snel in het apparaat leggen. | |
| Wärme gerechten en dranken eerst lately afkoelen,.daarna in het apparaatplaatsen. | |
| Diepvrieswaren ter ontdooijing in het koelvak leggen,om de kou van de diepvrieswaren te benutten. | |
| Altijd wat ruimte openlaten:tussen de levensmidde- len en dechterwand. | De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Levensmiddelen luchtdicht verpakken. | |
| Achterkant van het apparaat eenmaal per一年多 schoon zuigen. | De lucht bij dechychterwand van het apparaat worden nicht zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegrekken. |
| Ventilatieopeningen Niet afdekken of versperren. | |
Voor het eerste gebruik
- Informatiemateriaal eruit nemen en zowel plankband als beschermfolie verwijderen.
- Apparaat schoonmaken. → "Schoonmaken" op pagina 109
Elektrische aansluiting
Attentie!
Het apparaat niet aansluiten op een elektronische energiebesparende stekker.
Aanwijzing: U kunt het apparaat aansluiten op netvoedingsinverters en sinusinverters. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties met rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen dient u sinusinverters te gebruiken. Losstaande systemen, bijv. op schepen of in berghutten, hebben geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet.
- Na plaatsing van het apparaat minstens 1 uur wachten met aansluiten, om beschadiging van de compressor te voorkomen.
- Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontact moet voldoen aan de volgende voorwaarden: Stopcontact met 220 V ... 240 V, aardleiding, 50 Hz, zekering 10 A ... 16 A. Buiten Europa: controleren of de vermelde stroomsoort van het apparaat overeenkomt met de waarden van uw elektriciteitsnet. De gegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.
- Het apparaat aansluiten op een stopcontact in de buurt van het apparaat. Het stopcontact moet vrij toegankelijk zijn na de plaatsing van het apparaat.

Het apparaat leren kennen
Klap het laatste blad met afbeeldingen open. Afhankelijk van de uitrusting kunnen er verschillen zijn tussen uw apparaat en de afbeeldingen.

Apparaat
⟶ Afb. 1 (Niet bij alle modellen) A Koelvak B Vriesvak 19 Bedieningselementen 10 Ventilator 11 Verlichting 12 Uittrekbaar legplateau 13 Groentelade met vochtigheidsregelaar 14 Typeplaatje 15* Bessenlade Diepvrieskalender Diepvrieslade 18 Boter- en kaasvak 19* Flessenrek Vario Vak voor grote flessen
Bedieningselementen
⟶ Afb. 2 1 Toets ① Schakelt het apparaat in of uit. 2 Toets Super vriesvak Schakelt het supervriezen in of uit. 3 Toets ◁ / ▷ vriesvak Stelt de temperatuur van het vriesvak in. 4 Indicatie temperatuur diepvriesvak Toont de ingestelde temperatuur in °C 5 Toets Alarm Schakelt het alarmsignaal uit. 6 Toets Holiday Schakelt de vakantiemodus in of uit. 7 Toets ◁ koelvak Stelt de temperatuur van het koelvak in. 8 Indicatie temperatuur koelvak Toont de ingestelde temperatuur in °C 9 Toets Super koelvak Schakelt het superkoelen in of uit.
Uitrusting
(niet bij alle modellen)
Legplateau
→ Afb. 3
U kunt het legplateau variëren:
Legplateau eruit trekken en verwijderen.
Variplateau
Afb. 4
U kunt hoge voorwerpen koelen (bijv. kannen of flessen):
Het voorste deel van het legplateau verwijderen en onder het achterste deel schuiven.
Uittrekbaar legplateau
→ Afb. 5
U kunt zorgen voor een beter overzicht:
Legplateau eruit trekken.
U kunt het legplateau geheel verwijderen:
- Beide knoppen onder het legplateau indrukken en ingedrukt houden.
- Legplateau eruit trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.
Reservoir
→ Afb. 6
U kunt de lade verwijderen:
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Botervak en kaasvak
→ Afb. 7
U kunt het vak op simpele wijze openen:
- Onderaan in het midden van de klep licht indrukken. Het vak wordt naar onderen geopend. De klep schuift onder het vak.
Voorraadvakken
→ Afb. 8
U kunt het flessenrek verwijderen: Flessenrek optillen en verwijderen.
Flessenrek Vario
→ Afb. 9
U kunt grote flessen bewaren in het onderste flessenrek:
Flessenrek naar rechts of links schuiven.
Flessenhouder
→ Afb. 10
Wanneer u de deur opent en sluit:
Het flessenrek voorkomt dat de flessen kantelen.
Diepvrieskalender
Afb. 1/16
De vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18 °C.
IJsbakje
U kunt ijsblokjes maken:
- Het ijsbakje voor 3/4 met water vullen en in het vriesvak zetten.
Aanwijzing: Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (bijv. steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Koude-accu
Bij stroomuitval of een storing:
Het koelelement zorgt ervoor dat de opgeslagen diepvrieswaren langzamer opwarmen.
Aanwijzing: De bewaartijd is het langst wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.
U kunt het koelelement UIT het vriesvak nemen om er tijdelijk levensmiddelen te koelen, bijv. in een koeltas.

Apparaat bedienen
Apparaat inschakelen
- Toets ① indrukken. Het apparaat begint te koelen. Een alarmsignaal, een knipperende temperatuurindicatie van het diepvriesvak en een brandende toets Alarm geven aan dat het diepvriesvak nog te warm is.
- Toets Alarm indrukken. Het alarmsignaal gaat UIT.
- De gewenste temperatuur instellen. → "Temperatuur instellen" op pagina 102
Opmerkingen bij/voor het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Geen levensmiddelen inruimen voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd, waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Toets ① indrukken. Het apparaat koelt niet meer.
Apparaat buiten werking stellen
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Toets ① indrukken. Het apparaat koelt niet meer.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Apparaat schoonmaken.
- Apparaat open laten.
Temperatuur instellen
Aanbevolen temperatuur
Koelvak: +4 °C
Vriesvak: -18 °C
Koelvak
Toets ◂/▸ herhaaldelijk indrukken tot de gewenste temperatuur op de display verschijnt.
Vriesvak
Toets ◂/▸ herhaaldelijk indrukken tot de gewenste temperatuur op de display verschijnt.
Sticker OK
(niet bij alle modellen)
Met de sticker OK kunt u controleren of de temperatuur in het koelvak +4 °C of kouder wordt.
Als de sticker Niet OK aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.
Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Correcte instelling

Superkoelen
Bij het superkoelen wordt het koelvak zo koud als mogelijk is.
Het superkoelen inschakelen bijv.:
Vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen ■ voor het snelkoelen van dranken
Aanwijzing: Wanneer superkoelen is ingeschakeld, wordt het apparaat iets luider.
Na 15 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Superkoelen in-/uitschakelen:
Toets Super indrukken. De toets brandt als het superkoelsysteem is ingeschakeld.
Supervriezen
Bij het supervriezen wordt het vriesvak zo koud als mogelijk is.
Het supervriezen inschakelen bijv.:
- Om levensmiddelen snel tot in de kern in te vriezen: 4-6 uur voor het inruimen van een levensmiddelhoeveelheid vanaf 2 kg
- Om het max. vriesvermogen te benutten → "Maximale invriescapaciteit" op pagina 106
Aanwijzing: Als het supervriessysteem is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Na ca. 2 1/2 dag schakelt het apparaat over op het normale werkings.
Supervriezen in-/uitschakelen:
Toets Super indrukken. De toets brandt als het supervriessysteem is ingeschakeld.
Vakantiemodus
Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantiemodus zetten.
De temperatuur in het koelvak wordt automatisch op +14 °C omgeschakeld. Gedurende deze tijd geen levensmiddelen in het koelvak opslaan.
De temperatuur in het diepvriesvak blijft ongewijzigd.
Vakantiemodus in-/uitschakelen:
Toets Holiday indrukken. Als de vakantiemodus is ingeschakeld, brandt de toets en geeft de temperatuurindicatie van het koelvak geen temperatuur meer aan.

Alarm
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat.
Deur sluiten of op toets Alarm drukken. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Wanneer het te warm wordt in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm (intervaltoon) geactiveerd.
Attentie!
Bij het ontdooien kan er bacterievorming ontstaan en kunnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Het voedsel pas na het koken of braden opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Aanwijzing: In de volgende gevallen kan een alarmsignaal klinken zonder dat er gevaar voor de diepvrieswaren bestaat:
Het apparaat wordt in gebruik genomen. Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. De deur van het vriesvak staat te lang open.
Hoogste temperatuur weergeven en alarmsignaal uitschakelen:
Toets Alarm indrukken.
De indicatie toont kort de hoogste temperatuur die in het diepvriesvak heeft geheerst. Daarna toont de indicatie weer de ingestelde temperatuur.
Vanaf dit moment worden de warmste temperatuur opnieuw bepaald en opgeslagen.
Aanwijzing: Toets Alarm brandt tot de ingestelde temperatuur weer is bereikt.

Koelvak
Het koelvak is geschikt voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en bakproducten.
De temperatuur is instelbaar van +2°C tot +8°C.
Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de temperatuur, hoe langzamer de gistingsprocessen, de chemische processen en het bederf door micro-organismen verlopen. Een temperatuur van +4°C of lager waarborgt een optimale versheid en veiligheid van de levensmiddelen.
In acht nemen bij het bewaren
- Verse, onbeschadigde levensmiddelen inruimen. Zo blijven de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum niet overschrijden.
- De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma/smaak, kleur en versheid te bewaren. Zo voorkomt u smaakvermenging en verkleuring van de kunststof onderdelen.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, dan in het koelvak zetten.
Let op de koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
De koudste zone
De koudste zone is: tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
→ Afb. 11
Aanwijzing: Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst en vlees).
De warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing: Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zijn aroma/smaak verder ontwikkelen en boter blijft goed smeerbaar.
Groentelade met vochtigheidsregelaar
→ Afb. 12
De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met de vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente tot tweemaal zo lang bewaren als bij een conventionele bewaarmethode.
De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen:
Overwegend fruit en bij hoge belading - lagere luchtvochtigheid instellen. Overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading - hogere luchtvochtigheid instellen.
Aanwijzingen
Voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma/smaak dient u koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja's en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika's, tomaten en aardappels) buiten de koelkast te bewaren op een temperatuur tussen circa +8°C en +12°C. Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.

Vriesvak
Het vriesvak is geschikt voor:
■ bewaren van diepvriesproducten; ■ maken van ijsblokjes; ■ levensmiddelen invriezen.
De temperatuur is instelbaar van -16°C tot -24°C.
Door diepvriesopslag kunt u bederfelijke levensmiddelen vrijwel zonder kwaliteitsafname langdurig bewaren, omdat de lage temperatuur het bederf sterk vertraagt of stopzet. Het uiterlijk, het aroma en alle belangrijke inhoudsstoffen blijven grotendeels behouden.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van -18°C of lager gebeuren.
De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van de volgende factoren:
ingestelde temperatuur, soort levensmiddel, vulling van het vriesvak, bewaarde hoeveelheid en soort levensmiddelen.
Maximale invriescapaciteit
Het maximum vriesvermogen geeft de hoeveelheid levensmiddelen aan die in 24 uur tot in de kern kunnen worden ingevroren.
Gegevens over de maximale invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje.
Om het maximale vriesvermogen te benutten, het supervriezen inschakelen 24 uur voordat de verse levensmiddelen worden ingeruimd.
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
- Circa 24 uur voordat u verse waar inruimt: supervriezen inschakelen. → "Supervriezen" op pagina 103
- Houders uit het vriesvak nemen en de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de vriesvakbodem stapelen.
- Eerst het bovenste vak vullen met levensmiddelen. Daar worden ze het snelst diepgevroren.
- Wanneer het bovenste vak niet groot genoeg is, de resterende hoeveelheid inruimen in het vak eronder, te beginnen rechts vooraan.
- Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren onder te brengen:
Alle uitrustingsdelen verwijderen. Levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van het vriesvak leggen.
Inkopen van diepvriesproducten
Op onbeschadigde verpakking letten. Houdbaarheidsdatum niet overschrijden. - De temperatuur in de supermarktvriezer moet -18°C of kouder zijn. - De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze bijzonder snel en behoedzaam ingevroren. Levensmiddelen uitgespreid in de vakken of diepvrieslades leggen. In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen.
Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in de diepvrieslades omstapelen.
Belangrijk voor een goede luchtcirculatie in het apparaat: Diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
Verse levensmiddelen invriezen
Uitsluitend verse en onberispelijke levensmiddelen invriezen.
Levensmiddelen die gekookt, gebraden of gebakken worden geconsumeerd, zijn geschikter voor invriezen dan levensmiddelen die rauw worden gegeten.
Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, dienen de levensmiddelen voorbereid te worden:
Groente: wassen, kleiner maken, blancheren. Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Aanwijzingen hierover vindt u in de desbetreffende literatuur.
Geschikt voor invriezen
brood en banket; vis en zeevruchten; vlees; wild en gevogelte; groente, fruit en kruiden; eieren zonder schaal; melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark; bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen
groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes; ongepelde of hardgekookte eieren; wijndruiven/druiven; hele appels, peren en perziken; yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De juiste verpakking en materiaalkeuze bepalen in belangrijke mate het behoud van de productkwaliteit en het voorkomen van vriesbrand.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Ontdooien
Als verpakking geschikt:
■ kunststoffolie; - wrapfolie van polyethyleen (PE); aluminiumfolie; diepvriesdozen.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banquet: | tot 6 maanden |
| Vlees, gezogelte: | tot 8 maanden |
| Groente, fruit: | tot 12 maanden |
Ontdooien van diepvrieswaren
De ontdooimethode dient te worden aangepast aan het levensmiddel en het gebruiksdoel, om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden.
Ontdooimethoden:
in het koelvak (vooral geschikt voor dierlijke levensmiddelen zoals vis, vlees, kaas, kwark) op kamertemperatuur (brood) - magnetron (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding) oven/fornuis (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding)
Attentie!
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kunt u het opnieuw invriezen.
De maximale opslagduur van de diepvrieswaren niet meer volledig benutten.

Ontdooien
Koelvak
Wanneer de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand. Dit is normaal. U hoeft de dooiwaterdruppels of de rijp niet af te vegen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje.
Afb. 14
Vanuit de dooiwatergoot stroomt het dooiwater naar de verdampingsbak, waar het verdampt.
Aanwijzing: De dooiwatergoot en het afvoergat schoonhouden, zodat het dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt voorkomen.
Vriesvak
Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, wordt het vriesvak niet automatisch ontdooid. Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
De laag rijp of ijs regelmatig verwijderen.
Attentie! Schade aan de leidingen van het koelcircuit voorkomen.
Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen.
Ga als volgt te werk:
- Ca. 4 uur voor het ontdooien het supervriezen inschakelen. De levensmiddelen worden daardoor tot zeer lage temperaturen afgekoeld, zodat u deze langer op kamertemperatuur kunt bewaren.
- Diepvrieswaren verwijderen en tussentijds op een koele plaats bewaren.
- Apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Om het ontdooiproces te versnellen: een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Met een doek of spons het smeltwater opnemen.
- Vriesvak droog wrijven.
- Apparaat inschakelen.
- Diepvrieswaren in het diepvriesvak leggen.

Schoonmaken
Attentie! Beschadiging van het apparaat en de uitrustingsonderdelen vermijden.
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden.
Ga als volgt te werk:
- Apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Indien aanwezig: wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel.
Attentie!
Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
- Deurafdichting afvegen met schoon water en goed afdrogen.
- Apparaat weer aansluiten, inschakelen en levensmiddelen inruimen.
Schoonmaken van het interieur
De variabele onderdelen uit het apparaat nemen.
"Uitrusting" op pagina 100
Dooiwatergoot
Afb. 14
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.
Legplateau boven de groentelade
Afb. 13
- Groentelade uittrekken.
- Legplateau verwijderen en ter reiniging uit elkaar nemen.

Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ①.
- Alle levensmiddelen UIT het apparaat halen.
- De binnenruimte reinigen. → "Schoonmaken" op pagina 109
- Alle verpakkingen reinigen.
- Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
- Apparaat weer inschakelen.
- Levensmiddelen inruimen.
- Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes ontstaan.

Verlichting
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Alleen de klantenservice of een geautoriseerde vakman mag de verlichting repareren.

Geluiden
Normale geluiden
Brommen: Er loopt een motor, bijv. koelaggregaat, ventilator.
Borrelen, zoemen of gorgelen: Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden: Motor, schakelaar of magnetoventielen schakelen in/uit.
Gekraak: automatische ontdooiing wordt uitgevoerd.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas: Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Indien nodig er iets onderleggen.
Lades, legplateaus of flessenrekken wiebelen of klemmen: Uitneembare uitrustingsonderdelen controleren en eventueel opnieuw aanbrengen.
Flessen of serviesgoed raken elkaar: Flessen of schalen uit elkaar zetten.

Storingen, wat te doen?
Controleer aan de hand van deze tabel of u de storing zelf kunt verhelpen, voordat u de klantenservice belt.
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.
| Apparaat 5 minuten uitschakelen. → "Apparaat uitschakelen en buiten werkig stellen" op pagina 102 Wanner de temperatuur te hoog is, de temperatuur na eenaar uur opnieuw controleren. Wanner de temperatuur te laag is, de temperatuur de volgende dag opnieuw controleren. |
Geen enkele indicatie brandt.
| De stekker zit nicht goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. |
| De zekering is geactiveerd. | Zekeringen controleren. |
| De stroom is UITgevallen. | Controleren of er stroom is. |
De indicatie geeft E... aan.
| De elektronica heeft een fout geconstated. | Contact opnemen met de klantenservice. → "Servicedienst" op pagina 113 |
Er klinkt een alarmsignaal en toets Alarm brandt.
| Toets Alarm indrukken. Het alarm is uitgeschakeld. | |
| De deur van het apparaat is open. | Apparaatdeur sluiten. |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | De beluchtings- en ontluchtingsopeningen vrijma- ken. |
| Erijken groe hoeveelheden verse levensmiddelen opgeslagen. | Maximaal invriesvermogen Niet overschrijden. |
De indicator knippert, het alarmsignaal klinkt en toets Alarm brandt.
| Toets Alarm indrukken. Het alarm isuitgeschakeld. | |
| De deur van het apparaat is open. | Apparaatdeur sluiten. |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | De beluchtings- en ontluchtingsopeningen vrijma- ken. |
| Er zich groe hoeveelheden verse levensmiddelen opgeslagen. | Max. invriescapaciteit Niet overschrijden. |
| Indicatie brandt. | |
| De temperatuur in het vriesvak was te hoog. | Na het indrukken van de toets Alarm worden gedu-rende vrij seconden de warmste temperatuur aange-geven die in het vriesvak heeft geheerst. Toets Alarm indrukken. Deindicatie knippert Nieteer. |
| Het apparaat koelt nicht, deindicatie enverlichting branden. | |
| Presentatielicht ingeschakeld. | Zelftest starten. →"Servicedienst" op pagina 113 Na afloop van hetprogramma schakelt het apparaat weever over op hetnormale gebruik. |

Servicedienst
Als het u niet lukt om de storing zelf te verhelpen, neem dan contact op met onze klantenservice. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen.
De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u hier of in de lijst met Servicedienstadressen.
Vermeld bij het telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (E-Nr.) en het productnummer (FD), die u op het typeplaatje vindt.
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Zelftest apparaat
Uw apparaat beschikt over een zelftestprogramma dat fouten aangeeft, die uw klantenservice kan verhelpen.
- Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- Apparaat inschakelen.
- Binnen de eerste 10 seconden de toets Super Vriesvak gedurende 3 ... 5 seconden indrukken en ingedrukt houden tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal.
- Als na afloop van de zelftest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur wordt weergegeven: uw apparaat is in orde.
- Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de toets Super Vriesvak 10 seconden knippert: contact opnemen met de Servicedienst.
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244040
B 070222143
Garantie
Meer informatie over de garantieperiode en de garantievoorwaarden in uw land verkrijgbaar bij uw klantenservice, uw speciaalzaak en op onze website.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13


