KGF56SB40 - Combinatiekoelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KGF56SB40 BOSCH in PDF-formaat.

📄 158 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BOSCH KGF56SB40 - page 96
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Ελληνικά EL Español ES Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : KGF56SB40

Categorie : Combinatiekoelkast

Download de handleiding voor uw Combinatiekoelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGF56SB40 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGF56SB40 van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING KGF56SB40 BOSCH

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheid Brandgevaar Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.

Bij beschadiging = Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; = Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten:; =“ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; # Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m$ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters. Brandgevaar Draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.

Bij het gebruik = Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsbereiders etc.). Explosiegevaar! = Ontdooi of reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken! = Afgezien van de aanbevelingen van de fabrikant geen aanvullende maatregelen nemen om het ontdooien te versnellen. Explosiegevaar! = Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. = Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar! = Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.

= Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooïit met het apparaat spelen. = Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. « Flessen en blikjes met vloeistoffen — vooral koolzuurhoudende dranken - niet in de diepvriesruimte opslaan.Dergelijke flessen en blikjes kunnen barsten!

= Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. = Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurafdichtingen. Deze kunnen hierdoor poreus worden. = De be-en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken of dichtmaken. = Diepvrieswaren nadat u deze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! = Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden! Kinderen in het huishouden = Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! = Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! = Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!

Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt = voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, = voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord. Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau. Aanvwijzingen over de afvoer < Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelike verwerking. < Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Dit apparaat is gekenmerkt in X overeenstemming met de — Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. VAN Waarschuwing Bij afgedankte apparaten

1. Stekker uit het stopcontact trekken.

2. Aansluitkabel doorknippen en samen

met de stekker verwijderen.

8. Legplateaus en voorraadvakken niet

eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimment!

4. Laat kinderen niet met het afgedankte

apparaat spelen. Verstikkingsgevaar! Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcirouit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaîft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: Vrijstaand apparaat Uitrusting (modelafhankelijk) Zakje met montagemateriaal Gebruiksaanwijzing Montagevoorschrift Klantenserviceboekje Garantiebijlage Informatie over energieverbruik en geluiden De juiste plaats Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht: m Naast elektrische- of gasfornuizen 8 cm. m Naast een CV-installatie 30 cm. De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen.

Afstand tot de wand Het apparaat zodanig opstellen dat de deur 90° kan worden geopend. Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting Omgevingstemperatuur Het apparaat is Voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. FA. Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur SN +10 °C tot 32 °C N +16 °C tot 32 °C ST +16 °C tot 38 °C T +16 °Ctot43 °C Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Beluchting Atb. A De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemit. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt! Apparaat aansluiten Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komi. Voér het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk ,Schoonmaken van het apparaat”). Elektrische aansluiting Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. VAN Waarschuwing Gevaar voor een elektrische schok! Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen. Het apparaat voldoet aan beschermklasse |. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. I. VAN Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaische installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen {bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

Kennismaking met het apparaat De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variëren. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. Atb. EI

  • Niet bij alle modellen. A Koelruimte B VitaFresh-compartiment C Diepvriesruimte 1-18 Bedieningselementen 19* Boter en kaasvak 20 Voorraadvak voor kleine flesjes 21 Vak voor grote flessen 22 Verlichting (LED) 23* Flessenrek 24* Ontbijtset 25 Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar 26 Groentelade 27 Verskoellade 28 Diepvrieslade

Bedieningselementen Ab. El 1 Temperatuurindicatie Diepvriesruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C. 2 Indicatie ALARM Wordt gemarkeerd als het te warm is in het diepvriescompartiment of als de deur van het diepvriescompartiment te lang openstaat. 3 Indicatie superfreeze Wordt gemarkeerd wanneer het supervriezen actief is. 4 Temperatuurindicatie VitaFresh Geeft de ingestelde temperatuur van het VitaFresh-vak aan. 5 Indicatie sabbath Wordt gemarkeerd wanneer de Sabbath-modus is ingeschakeld. 6 Indicatie alarm Brandt als de deur van het koelcompartiment te lang openstaat. 7 Temperatuurindicatie koelruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C. 8 Indicatie supercool Wordt gemarkeerd wanneer het superkoelen actief is. 9 Indicatie vacation mode Wordt gemarkeerd wanneer de vakantie-modus is ingeschakeld. 10 Functie toetsenblokkering lock” Wanneer deze functie is ingeschakeld, is instellen met de bedieningselementen niet mogelijk.

Toets lock/alarm off De toets dient voor het m uitschakelen van het alarmsignaal (zie het hoofdstuk Alarmfunctie) m in- en uitschakelen van de toetsblokkering. Indicatie eco mode Wordt geaccentueerd wanneer de eco-modus ingeschakeld is. Keuzetoets Apparaatzone Herhaaldelijk op de keuzetoets drukken om instellingen voor een apparaatzone te kunnen opgeven. Indicatie ALARM Wordt geaccentueerd als het te warm is in het apparaat. Insteltoetsen +/- De toetsen dienen voor het instellen van de temperaturen in de koel- en diepvriesruimte. Toets super” Dient voor het inschakelen van de functies superkoelen (koelruimte) en supervriezen (vriesvak) (zie het hoofdstuk Superkoelen resp. het hoofdstuk Supervriezen). Toets ,mode” Om speciale functies te kiezen. Zie hoofdstuk ,Speciale functies”. Indicatie freshness mode Wordt gemarkeerd wanneer de vers-modus is ingeschakeld. Apparaat inschakelen

1. Steek eerst de stekker in de

aansluiting aan de achterzijde van het apparaat. Controleer of de stekker goed is aangesloten.

2. Steek dan het andere uiteinde van de

kabel in het stopcontact. Het apparaat is nu ingeschakeld en er klinkt een alarmsignaal. Om het alarmsignaal uit te schakelen, drukt u de lock/alarm off-toets in. De indicatie ALARM verdwijnt zodra het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt. De vooringestelde temperaturen worden na meerdere uren bereikt. Leg pas daarna levensmiddelen in het apparaat. De fabriek adviseert de volgende temperaturen: = Diepvriescompartiment: -18 °C = VitaFresh-compartiment: O0 °C tot 2 °C = Koelcompartiment: +4 °C Opmerkingen bij/voor het gebruik m Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. m Door het volledig automatische NoFrost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig. m Als de deur na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de ontstane onderdruk is opgeheven. = De voorzijden en zijwanden van de behuizing worden deels licht verwarmd.Dit voorkomt vorming van condenswater.

Instellen van de temperatuur Atb. El Koelruimte De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.

1. Keuzetoets 13 net zo lang indrukken

tot de indicatie koelruimte 7 geactiveerd is.

2. Toetsen ,+/-" 14 net zo vaak

indrukken tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren. VitaFresh-compartiment De temperatuur is instelbaar van -1 °C tot 3 °C.

1. Keuzetoets 13 net zo lang indrukken

tot de indicatie VitaFresh 4 is geactiveerd.

2. Toetsen +/- net zo vaak indrukken tot

de gewenste temperatuur wordt aangegeven. Vriescompartiment De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C.

1. Selecteer het vriescompartiment met

2. Druk de toetsen +/- net zo vaak in tot

de gewenste temperatuur wordt aangegeven.

Speciale functies Afb. EI Vers-modus Met de vers-modus blijven levensmiddelen nog langer houdbaar. Inschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets tot de indicatie freshness mode verschijnt. Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: = Koelcompartiment: + 2 °C = VitaFresh-compartiment: O °C m Vriescompartiment: blift ongewijzigd Uitschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets, tot de indicatie freshness mode verdwijnt. eco-modus Met de eco-modus schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om. Inschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets tot de indicatie “eco mode” verschijnt. Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: = Koelcompartiment: +8 °C = VitaFresh-compartiment: +3 °C = Diepvriescompartiment: -16 °C Uitschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets tot de indicatie “eco mode” verdwijnt. Vakantie-modus Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantie-modus schakelen.

Bij het inschakelen van de vakantie- modus wordt het automatische supervriezen uitgeschakeld. De temperatuur in de koelruimte wordt automatisch op +14 °C gezet. Bewaar in deze tijd geen levensmiddelen in het koelcompartiment. Inschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets tot de indicatie vacation mode verschijnt. Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: = Koelcompartiment: +14 °C m VitaFresh-compartiment: +14 °C m Vriescompartiment: blijft ongewijzigd Aanwijzing Op het VitaFresh-display verschijnt “-”. Uitschakelen: Druk net zo vaak op de mode-toets tot de indicatie vacation mode verdwijnt. Sabbath-modus Bij het inschakelen van de Sabbath- modus worden de volgende instellingen uitgeschakeld: m Geluidssignalen m Binnenverlichting m Meldingen op de display

De achtergrondverlichting van de display wordt verminderd m De toetsen worden geblokkeerd m Automatisch supervriezen Sabbath-modus inschakelen en uitschakelen: De toets super gedurende 15 seconden indrukken. Functie toetsenblokkering Lock Om de toetsenblokkering in en uit te schakelen: de lock/alarm off-toets 5 seconden indrukken. Bij ingeschakelde functie wordt de indicatie > geaccentueerd. Het bedieningspaneel is nu tegen ongewenste bediening beveiligd. Uitzondering op de toetsblokkering: Voor het uitschakelen van de toetsblokkering en bij een alarmsignaal kan de lock/alarm off-toets worden ingedrukt. Alarm function In de volgende gevallen kan het alarm afgaan. Deuralarm Het deuralarm wordt ingeschakeld en in de temperatuurindicatie van het koelcompartiment 7 of in de temperatuurindicatie van het diepvriescompartiment 1 verschijnt ALARM, wanneer de deur ervan te lang openstaat. Wanneer de betreffende deur wordt gesloten, wordt het deuralarm weer uitgeschakeld.

Temperatuuralarm Er klinkt een intervaltoon, in de temperatuurindicatie vriescompartiment 1 verschijnt ALARM. Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in het vriescompartiment te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien. Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen bij: m Hetin gebruik nemen van het apparaat. m Het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen. Aanwijzing Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. De temperatuurindicatie geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt de ingestelde temperatuur weer aangegeven. Alarm uitschakelen Toets lock/alarm off indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.

Home Connect Dit apparaat is voorzien van Wi-Fi en kan via een mobiel eindapparaat op afstand worden bediend. Aanwijzing Wi-Fi is een geregistreerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance. Als het apparaat niet met het thuisnetwerk wordt verbonden, werkt het als een koelapparaat zonder netwerkaansluiting en kan het nog steeds via de bedieningselementen handmatig worden bediend. Om de Home Connect functies te gebruiken, verbindt u het apparaat met een Home Connect Wi-Fi dongle. Als er geen Home Connect Wi-Fi dongle met uw apparaat is meegeleverd, kunt u deze bij de servicedienst bestellen. Aanwijzing Het aansluiten en loskoppelen van de stekker op de achterzijde van het apparaat gaat moeilijker dan verwacht. Controleer of de stekker goed is aangesloten. Breng de Home Connect Wi-Fi dongle aan op 1 meter hoogte. Aanwijzingen = Houd u aan de veiligheidsbepalingen en waarschuwingen in deze gebruiksaanwijzing. Zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u niet thuis bent en u het apparaat bedient via de Home Connect app. Neem ook de aanwijzingen in de Home Connect app in acht. m De bediening op het apparaat heeft altijd voorrang boven de bediening via de Home Connect app. In deze tijd is bediening via de app niet mogelijk.

Home Connect instellen Aanwijzingen m Houd rekening met de Home Connect bijlage, die onder http://www.bosch- home.com bij de handleidingen gedownload kan worden. Hiervoor voert u in het zoekveld het E-nummer van uw apparaat in. # Na het inschakelen van het apparaat ten minste twee minuten wachten tot de interne initialisatie van het apparaat is voltooid. Pas daarna Home Connect instellen. m Ominstellingen via Home Connect te kunnen uitvoeren, moet de Home Connect app op uw mobiele eindapparaat zijn geïnstalleerd. Zie hiervoor de meegeleverde documentatie van Home Connect.Volg de door de app aangegeven stappen om de instellingen aan te brengen. m Het menu Home Connect wordt automatisch gesloten wanneer het apparaat langere tijd niet wordt bediend. Aanwijzingen voor het openen van het menu Home Connect vindt u aan het begin van het desbetreffende hoofdstuk. Automatische verbinding met het thuisnetwerk (WLAN) Wanneer er een WLAN-router met WPS- functie beschikbaar is, kunt u het koelapparaat automatisch met het thuisnetwerk verbinden.

1. De super-toets en lock/alarm off-toets

tegelijkertijd indrukken om het menu Home Connect te openen. De indicatie geeft Cn aan. Aanwijzing Beide toetsen exact tegelijkertijd indrukken.De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer langere tijd alleen de lock/alarm off-toets wordt ingedrukt. De lock/alarm off-toets opnieuw zo lang indrukken tot de blokkering wordt opgeheven.

2. De °C -toets net zo vaak indrukken tot

de indicaties AC en oF aangeven.

8. Toets + indrukken.

Het apparaat is klaar voor de automatische verbinding. De indicatie geeft 2 minuten een animatie weer. Gedurende deze periode de volgende stappen uitvoeren.

4. De WPS-functie op de

thuisnetwerkrouter activeren (bijv. via de WPS-/WLAN-toets, informatie daarover is te vinden in de documentatie van de router). m Bij een geslaagde verbinding knippert on in de indicatie van het koelapparaat. U kunt het koelapparaat nu verbinden met de app. m Als de indicatie oF aangeeft, kon er geen verbinding worden gemaakt. Controleren of het koelapparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk (WLAN) bevindt. Het proces herhalen of handmatig verbinding maken. Handmatige verbinding met het thuisnetwerk (WLAN) Wanneer de beschikbare WLAN-router niet over een WPS-functie beschikt of als dit niet bekend is, kunt u het koelapparaat handmatig verbinden met het thuisnetwerk.

. De super-toets en lock/alarm off-toets tegelijkertijd indrukken om het menu Home Connect te openen. De indicatie geeft Cn aan. Aanwijzing Beide toetsen exact tegelijkertijd indrukken.De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer langere tijd alleen de lock/alarm off-toets wordt ingedrukt. De lock/alarm off-toets opnieuw zo lang indrukken tot de blokkering wordt opgeheven.

2. De °C -toets net zo vaak indrukken tot

de indicaties SA en oF aangeven.

3. Toets + indrukken.

Het apparaat is klaar voor de handmatige verbinding. De indicatie geeft 5 minuten een animatie weer. Gedurende deze periode de volgende stappen uitvoeren.

4. Het koelapparaat heeft nu een eigen

WLAN-netwerk met de netwerknaam HomeConnect ingesteld. Tot dit netwerk kunt u nu toegang krijgen met het mobiele eindapparaat.

5. Het instellingsmenu van het mobiele

eindapparaat openen en de WLAN- instellingen oproepen.

6. Het mobiele eindapparaat met het

WLAN-netwerk HomeConnect verbinden. Wachtwoord: HomeConnect Het tot stand brengen van de verbinding kan tot 60 minuten duren.

7. Als er een verbinding is gemaakt, de

Home Connect app op het mobiele eindapparaat openen. De app zoekt naar het koelapparaat.

8. Zodra het koelapparaat is gevonden,

de netwerknaam (SSID) en het wachtwoord (Key) van het eigen thuisnetwerk (WLAN) in de daarvoor bestemde velden invoeren.

9. Bevestigen met de knop Naar

huishoudelijke apparaten sturen. m Bij een geslaagde verbinding knippert on in de indicatie van het koelapparaat. U kunt het koelapparaat nu verbinden met de app. m Als de indicatie oF aangeeft, kon er geen verbinding worden gemaakt. Het wachtwoord opnieuw invoeren en op de juiste schrijfwijze letten. Controleren of het koelapparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk (WLAN) bevindt. De procedure herhalen. Koelapparaat verbinden met app Home Connect Het koelapparaat kan pas met de app worden verbonden als er een verbinding tussen het koelapparaat en thuisnetwerk is gemaakt.

1. De super-toets en lock/alarm off-toets

tegelijkertijd indrukken om het menu Home Connect te openen. De indicatie geeft Cn aan. Aanwijzing Beide toetsen exact tegelijkertijd indrukken.De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer langere tijd alleen de lock/alarm off-toets wordt ingedrukt. De lock/alarm off-toets opnieuw zo lang indrukken tot de blokkering wordt opgeheven.

2. De °C <oets net zo vaak indrukken tot

de indicaties PA (Pairing = met app verbinden) en oF aangeven.

8. Toets + indrukken om het apparaat

met de app te verbinden. De indicatie geeft een animatie weer. Zodra het koelapparaat en de app verbonden zijn, geeft de indicatie on aan.

4. De app openen en wachten tot het

koelapparaat wordt aangegeven. Met Toevoegen de verbinding tussen app en koelapparaat bevestigen. Als het koelapparaat niet automatisch wordt weergegeven, in de app op Apparaat toevoegen klikken en de instructies volgen. Zodra uw koelapparaat wordt weergegeven, voegt u het toe met +.

5. De instructies van de app volgen tot

het proces is voltooid. m De indicaties geven PA en on aan. Het koelapparaat is met de app verbonden. m Als er geen verbinding kan worden gemaakt, controleren of het mobiele eindapparaat met het thuisnetwerk (WLAN) is verbonden. Vervolgens het koelapparaat opnieuw met de app verbinden. m Als de indicatie Er aangeeft, de Home Connect instellingen terugzetten en het instellen vanaf het begin opnieuw uitvoeren. Signaalsterkte controleren AIS er geen verbinding kan worden gemaakt, kunt u het beste de signaalsterkte controleren.

1. De super-toets en lock/alarm off-toets

tegelijkertijd indrukken om het menu Home Connect te openen. De indicatie geeft Cn aan. Aanwijzing Beide toetsen exact tegelijkertijd indrukken.De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer langere tijd alleen de lock/alarm off-toets wordt ingedrukt. De lock/alarm off-toets opnieuw zo lang indrukken tot de blokkering wordt opgeheven.

2. De °C “toets net zo vaak indrukken tot

de indicatie SI aangeeft. In de tweede indicatie verschijnt een waarde tussen 0 (geen ontvangst) en 3 (volledige ontvangst). Aanwijzing De signaalsterkte moet minimaal 2 bedragen. Als de signaalsterke te laag is, kan de verbinding worden onderbroken. De router en het koelapparaat dichter bij elkaar plaatsen, ervoor zorgen dat de verbinding niet door afschermende wanden wordt verstoord of een repeater installeren om het signaal te versterken. Home Connect Instellingen terugzetten Als het niet lukt een verbinding te maken of als u het koelapparaat in een ander thuisnetwerk (WLAN) wilt aanmelden, kunnen de Home Connect instellingen worden teruggezet:

1. De super-toets en lock/alarm off-toets

tegelijkertijd indrukken om het menu Home Connect te openen. De indicatie geeft Cn aan. Aanwijzing Beide toetsen exact tegelijkertijd indrukken. De toetsbediening wordt geblokkeerd wanneer langere tijd alleen de lock/alarm off-toets wordt ingedrukt. De lock/alarm off-toets opnieuw zo lang indrukken tot de blokkering wordt opgeheven.

2. De °C -toets net zo vaak indrukken tot

de indicaties rE en oF aangeven.

3. Toets + indrukken.

= De indicatie geeft een korte animatie weer en vervolgens weer OF. De Home Connect instellingen zijn teruggezet. m Als de indicatie Er aangeeft, dan het terugzetten opnieuw uitvoeren of de Servicedienst bellen. Toegang servicedienst Wanneer u contact opneemt met de servicedienst, kan deze na uw toestemming toegang tot uw apparaat verkrijgen en de status ervan bepalen. Hiervoor moet u uw apparaat met het thuisnetwerk hebben verbonden. Meer informatie over de toegang van de servicedienst en de beschikbaarheid hiervan in uw land vindt u onder www.home-connect.com in de sectie Help & Support.

1. Contact opnemen met de

2. Start van de toegang van de

servicedienst in de app bevestigen. Tijdens de toegang van de servicedienst verschijnt het symbool CS op het bedieningspaneel.

8. Zodra de servicedienst de

noodzakelijke informatie heeft verzameld, wordt de toegang gestopt. Aanwijzing U kunt de diagnose op afstand vroegtijdig afbreken door de toegang van de servicedienst in de Home Connect app uit te schakelen.

Aanwijzing over gegevensbescherming Wanneer uw Home Connect koelapparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een WLAN-netwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het koelapparaat de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie): m Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde Wi- Fi communicatiemodule). m Veiligheidscertificaat van de Wi- Fi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding). m De actuele software- en hardwareversie van uw koelapparaat. m Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen. Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie hoeft pas te worden uitgevoerd wanneer u Home Connect voor het eerst wilt gebruiken. Aanwijzing Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.

Verklaring van overeenstemming Hierbij verklaart Robert Bosch Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU. Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder http://www.bosch- home.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.

2,4 GHz band: max. 100 mW Netto-inhoud De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. Vriesvermogen volledig benutten Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen de houders worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op het legplateau en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld. Aanwijzing Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchicirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vasivriezen. Onderdelen eruit halen Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. EI De koelruimte De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket. In acht nemen bij het bewaren = Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. = Bi kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. m De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. = Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. Aanwijzing Ontluchtingsopeningen niet blokkeren met levensmiddelen, om te voorkomen dat de luchtcirculatie wordt gehinderd. Levensmiddelen die direct voor de luchtopeningen worden opgeslagen, kunnen door de uitstromende koude lucht bevriezen.

Let op de koudezones in de koelruimte Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones: # De koudste zones bevinden zich voor de ontluchtingsopeningen en in de chiller, afb. H/26. Aanwijzing In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees. # De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Harde kaas kan Zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar. Superkoelen Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de véér het superkoelen ingestelde temperatuur. Het superkoelsysteem inschakelen bijv. m voér het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen. # om dranken snel te koelen. In- en uitschakelen Ab. E

1. Selecteer het koelvak met de °C-toets.

2. Druk op de Super-toets.

De indicatie supercool is verlicht.

U hoeft het superkoelen niet uit te schakelen.Na 6 uur wordt automatisch omgeschakeld naar de temperatuur die eerder was ingesteld. Aanwijzing Als het superkoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Het VitaFresh- compartiment De temperatuur in het verskoelcompartiment wordt rond de 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen. In het verskoelcompartiment kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale Kkoelzone - voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak. Groentelade Afb. De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast. De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen: m overwegend fruit en bij hoge belading — lagere luchtvochtigheid m overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading - hogere luchtvochtigheid

Aanwijzingen ms Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C. = Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar. Verskoellade Aïb. E/26 Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk. Bewaartijden (bij 0 °C) Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop Verse vis, zeevruchten max. 3 dagen Gevogelte, viees (gekookt/ max. 5 dagen gebraden) Rundvlees, varkensvlees, max. 7 dagen lamsvlees, worstwaren {broodbeleg) Gerookte vis, broccoli Sla, venkel, abrikozen, pruimen Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkoo! max. 14 dagen max. 21 dagen max. 30 dagen Diepvriesruimte De diepvriesruimte gebruiken # voor het opslaan van diepvriesproducten, = omijsblokjes te maken, m om levensmiddelen in te vriezen. Aanwijzing Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik! Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. Voorwaarden voor max. invriesvermogen = Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk ,Supervriezen”). = Houders eruit nemen, levensmiddelen rechtstreeks op het legplateau en de bodem van het vriesvak stapelen. m Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.

Invriezen en opslaan Inkopen van diepvriesproducten m De verpakking mag niet beschadigd zijn. m Neem de houdbaarheidsdatum in acht. = De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. = De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Attentie bij het inruimen m Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in de bovenste diepvrieslade invriezen. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. m De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leggen. Aanwijzing De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met reeds ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Zo nodig de diepgevroren levensmiddelen in de diepvrieslades omstapelen. m Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen invriezen In het hoofdstuk Automatisch supervriezen leest u hoe u kleinere hoeveelheden levensmiddelen op de snelste manier in kunt vriezen.

Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bi) aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. m Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. m Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsies, ongepelde eieren, Wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise. Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

2. Lucht eruit drukken.

3. Het geheel van een goede sluiting

4. Vermeld op de pakjes inhoud en

invriesdatum. Voor verpakking geschikt: Kunststof., polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer. Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: m Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. m Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. = Groente, fruit: tot 12 maanden. Supervriezen Levensmiddelen dienen zo snel mogelijk tot in de kern te bevriezen, om vitaminen, voedingswaarde, uiterlik en smaak te behouden. Het apparaat werkt na inschakeling van het supervriezen continu. De temperaturen van de diepvriescompartimenten liggen duidelijk lager dan tidens de normale werking. Supervriezen inschakelen Afhankelijk van de in te vriezen hoeveelheid levensmiddelen kunt u het supervriezen op verschillende manieren gebruiken. Aanwijzing Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Automatisch supervriezen Kleinere hoeveelheden levensmiddelen bevriezen het snelst als u ze als volgt invriest: # in de onderste diepvrieslade m links Het automatisch supervriezen schakelt bij het invriezen van warme levensmiddelen automatisch in. Handmatig supervriezen Afb. EI Vries grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. Schakel enkele uren voordat u verse levensmiddelen invriest het supervriezen in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.

Als u het max. invriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur véér het invriezen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

1. Met de °C-toets de zone

diepvriescompartiment selecteren.

2. Druk op de Super-toets.

De indicatie superfreeze is verlicht. Supervriezen uitschakelen Ab. E

1. Met de °C-toets de zone

diepvriescompartiment selecteren.

2. Druk op de Super-toets.

De indicatie superfreeze verdwijnt. Het supervriezen is nu uitgeschakeld. Na afloop van het supervriezen schakelt het apparaat automatisch over op de normale werking. m Bij het automatisch supervriezen: zodra de in te vriezen kleinere hoeveelheid levensmiddelen bevroren IS. m Bij het handmatig supervriezen: na ca. 2 2 dag. Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: = bij omgevingstemperatuur m in de koelkast = in de elektrische oven, met/zonder heteluchiventilator m in de magnetron

À Attentie Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Uitvoering Legplateaus en voorraadvakken U kunt de legplateaus en de voorraadvakken in de deur naar wens verplaatsen. Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken. Voorraadvak iets optillen en eruit halen. Speciale uitvoering (niet bij alle modellen) Boter en kaasvak Door een lichte druk in het midden van de klep gaat het botervak open. Om schoon te maken het botervak van onderen iets optillen en eruit halen. Ontbijtset Afb. É] De bakjes van de ontbijtset kunnen afzonderlijk eruit genomen en gevuld worden. U kunt de ontbijtset eruit nemen om deze te vullen of leeg te maken. Daartoe de ontbijtset optillen en eruit trekken. De houder van de bakjes kunt u verschuiven. Flessenrek Afb. E In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard.

1. Usbakje voor % met drinkwater vullen

en in de diepvriesruimte zetten.

2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met

een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).

3. Om de ijsblokjes los te maken:

het ijsbakije iets verbuigen of kort onder stromend water houden. Diepvrieskalender Afb. Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht. Koude-accu De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt. De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden. Sticker "OK" (niet bij alle modellen) Met de sticker "OK" kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temepratuurbereiken +4 °C of kouder bereikt zijn. Als de sticker niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd. Aanwijzing Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Apparaat uitschakelen Toets "+" 10 seconden ingedrukt houden. Koelmachine wordt uitgeschakeld. Apparaat buiten werking stellen Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

1. De stekker uit het stopcontact trekken

of de zekering uitschakelen.

2. Apparaat reinigen.

8. Deuren van het apparaat open laten.

Aanwijzing Om schade aan het apparaat te voorkomen, moeten de deuren van het apparaat zo ver zijn geopend, dat ze vanzelf open blijven staan. Klem geen voorwerpen in de deur om deze open te houden. Ontdooien Koelcompartiment Wanneer het apparaat in bedrijf is, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand van de koelruimte. Omdat de achterwand automatisch ontdooit, is het niet nodig om de rijp of de dooiwaterdruppels te verwijderen.

Diepvriesruimte Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig. Schoonmaken van het apparaat VAN Attentie m Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. m Geen schurende of krassende sponsjies gebruiken. Op de metalen opperviakken kan corrosie ontstaan. = De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervorment! Het reinigingswater mag niet in de volgende gedeelten komen: m Bedieningselementen m Verlichting m Ventilatieopeningen m Openingen in de scheidingsplaat Ga als volgt te werk:

1. De stekker uit het stopcontact trekken

of de zekering uitschakelen.

2. Diepvrieswaren verwijderen en

bewaren op een koele plaats. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.

3. Het spoelwater mag niet in de

bedieningselementen, verlichting, ventilatieopeningen of in de openingen van de scheidingsplaat komen! Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal afwasmiddel.

4. Deurafdichting alleen met schoon

water schoonmaken en grondig droogwrijven.

5. Na het schoonmaken het apparaat

6. Diepvrieswaren opnieuw in het

diepvriesvak leggen. Uitrusting Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd. Aanwijzing De scheidingsplaat tussen koelcompartiment en VitaFresh- compartiment is vast ingebouwd. Om te voorkomen dat het apparaat wordt beschadigd, mag deze plaat alleen door de servicedienst of geautoriseerde vaklui worden verwijderd. Legplateaus uit de deur nemen Ab. Legplateaus optillen en verwijderen. Glasplateaus eruit halen De glasplateaus naar voren trekken en verwijderen. Reservoir verwijderen Ab. E De lade geheel uittrekken en door optillen losmaken van de bevestiging. Aanbrengen door de lade op de rails te plaatsen en in te schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken.

Diepvrieslade verwijderen Afb. El Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Verlichting (LED) Het apparaat is Voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd. Energie besparen = Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. = Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. = Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. # Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. m Voor een zo laag mogelijk energieverbruik: aan de zijkanten enige afstand tot de wand aanhouden. = De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.

Bedrijfsgeluiden Aanwijzing Als het supervriezen is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Heel normale geluiden Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Bij hogere omgevingstemperaturen kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit. Knakkende geluiden Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat. Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten. Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! Storing Eventuele oorzaak Oplossing De temperatuur wijkt erg af van de instelling. In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.

Storing Eventuele oorzaak Oplossing De verlichting functioneert De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk ,Verlichting (LED)”. niet. De deur stond te lang open. Na het sluiten en openen van de deur brandt De verlichting wordt na de verlichting weer. ca. 10 minuten uitgeschakeld. Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is Stekker in het stopcontact steken. Controleer uitgeschakeld: de stekker zit of er stroom is. Controleer de zekeringen. niet goed in het stopcontact. In het koelcompartiment of Stel een hogere temperatuur voor het het VitaFresh-compartiment koelcompartiment in. is het te koud. Stel een hogere temperatuur voor het VitaFresh-compartiment in. De temperatuur in De deur van het apparaat Deur van het apparaat niet onnodig openen. de diepvriesruimte is werd te vaak geopend. te warm De be en Afdekkingen verwijderen. ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Invriezen van grotere Max. invriescapacitiet niet overschrijden. hoeveelheden verse levensmiddelen. Het apparaat koelt niet, de Het presentatielicht is De °C-toets en insteltoets + 5 seconden temperatuurindicatie en de ingeschakeld. ingedrukt houden tot er een verlichting branden. bevestigingssignaal klinkt. Bij het loslaten van de toetsen wordt een andere bevestigingstoon weergegeven. Controleer na enige tijd of het apparaat koelt. De zijwanden van het In de zijwanden lopen buizen Dat is normaal voor het apparaat, en geen apparaat zijn warm. die tijdens het koelproces storing, warm worden. Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door deze warmte.

Storing Eventuele oorzaak Oplossing De deur van Er zit zo veel ijs op Om de verdamper te ontdooien: de laden met de diepvriesruimte stond de verdamper dat het diepvrieswaren eruit halen en goed geisoleerd te langopen: de temperatuur NoFrost-systeem niet meer op een koele plaats bewaren. wordt niet meer bereikt volautomatisch ontdooit. Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achtenwand van het apparaat te lopen. Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen Als er geen dooivater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen. Automatisch supervriezen Het apparaat beslist zelfstandig of het schakelt niet in. automatische supervriezen nodig is en schakelt deze functie automatisch in of uit. Volgende instellingen zijn Sabbath-modus is De toets super gedurende 15 seconden uitgeschakeld: ingeschakeld. indrukken. m Akoestische signalen æm Binnenverlichting m Meldingen op de display m Automatisch supervriezen De achtergrondverlichting van de display is verminderd Toetsen zijn geblokkeerd.

Zelftest apparaat Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden. Zelftest starten

1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten

2. Apparaat inschakelen en binnen de

eerste 10 seconden de °C-toets en de insteltoets “-” gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Wanneer de zelftest is voltooid en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde. Als er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout. Neem contact op met de servicedienst. Zelftest apparaat beëindigen Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik. Klantenservice Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten. Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL 0884244010 B 070 222 141

4. Avoiëre rnv ebapuioyr (App) Kai