C1APG64N0 - C1APG64N0 - Magnetrons NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C1APG64N0 - C1APG64N0 NEFF in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouwcombinatie magnetron met stoom |
| Merk | NEFF |
| Model | C1APG64N0 |
| Magnetronvermogen | 900 W (max 1000 W, geleidelijk afnemend tot 600 W) |
| Grillvermogen | 3 niveaus (laag, gemiddeld, hoog) |
| Hetelucht | Ja, 40 °C en 100-230 °C |
| Heteluchtgrill | Ja, 100-190 °C |
| Stoomfunctie | 3 stoomniveaus |
| Automatische programma's | 30 programma's (ontdooien, garen, opwarmen) |
| Waterreservoirinhoud | Ongeveer 1,2 L (tot aan de MAX-markering) |
| Bedieningstype | Touchstrip met draaiknop |
| Display | Digitaal scherm met indicatoren |
| Afmetingen (H x B x D) bij benadering | 45 cm x 59 cm x 55 cm (inbouw) |
| Gewicht bij benadering | 30 kg |
| Elektrische aansluiting | 230 V / 50 Hz, stopcontact met beschermingsleiding |
| Verbruik in stand-by | Max 1 W (scherm aan), max 0,5 W (scherm uit) |
| Magnetronvermogensniveaus | 90, 180, 360, 600, 1000 W |
| Tijdfuncties | Timer, duur, klok |
| Veiligheid | Automatische uitschakeling, deurvergrendeling, bescherming tegen magnetronstraling |
| Reiniging | Ontkalkings- en spoelfunctie, handmatige reiniging van de binnenruimte |
| Inbegrepen accessoires | Gecombineerd rooster, glazen bakplaat, stoomkookschaal |
| Repareerbaarheidsindex | Niet vermeld (schatting: hoog) |
| Reserveonderdelen | Beschikbaar via NEFF-klantenservice (vermeld in de handleiding) |
Veelgestelde vragen - C1APG64N0 - C1APG64N0 NEFF
Gebruikersvragen over C1APG64N0 - C1APG64N0 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Magnetrons in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C1APG64N0 - C1APG64N0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C1APG64N0 - C1APG64N0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING C1APG64N0 - C1APG64N0 NEFF
1 Veiligheid 111
2 Materielle schade vermijden 115
3 Milieubescherming en besparing 116
4 Uw apparatusl leren kennen 117
5 Accessoires 121
6 Voor het eerste gebruik 122
7 De Bediening in essentie 123
8 Magnetron 124
9 CombiSpeed 126
10 Grill 127
11Stoom 127
12 Automatischeprogrammas. 131
13 Tijdfuncties 135
14 Basisinstellingen 136
15 Reiniging en onderhoud 137
16 Reinigingsfunctie 139
17 Storingen verhelpen 140
18 Afvoeren 142
19 Servicedienst 142
20 Zo lukt het 143
21 MONTAGEHANDLEIDING 159
21.1 Veilige montage 159

1 Veiligkeit
Neem de volgende verilgheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade nicht aan.
1.2 Bestemming van het apparatus
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installmentevoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kut u geen aanspraak make np garantie.
De verilgheit is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installmenter is verantwoordelijk voor een goede werkung op deplaats van opstelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden.
- onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog.
In het huishouden en soortgelijke toepassingen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor medewerkers in winkels, Kantoren en andere commerciele omgevingen, in boerderijen; van klanten in hotels en andere verblijven, in bed and breakfasts.
- tot een hoogte van 2000 m boven zeeni-veau.
Gebruik het apparaat Niet:
- met een externe timer of een separate afstandsbediening.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8aar en door personen met fysiek, sensorische of geestelijkke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zich onder toezicht staan of+zijn geinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de waaruit resulterende bevaren hebben begrepen.
Kinderenmightnetmethetapparaatspelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen nicht worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15aar of ouder zich en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen diejonger+zijn dan 8\ aar Niet bij het apparaat of de aansluitkabel\ kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
"Accessoires", Pagina 121
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard konnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte.
- Wonneer er rook worden geproducederd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehalden moet de deur gesloten worden gehonden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap{kunnen in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te make n van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaater een luchtstroom. Het bakpapier kan dan deverwarmingselementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen enijdens het bereiden los op het accessoire.
Bakpapier algijd op maat make n en verzwa- ren met een vorm.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderenjonger dan 8aar要去enuit debuurt worden gehonden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en vormen algid met behulp van een pannenlap UIT de binnenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. De apparaatdeur kan openspringen. Er kunden hete dampen en steekvlammen maar buiten treden.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15% vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijkke onderdelen heet.
Deheteonderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zich.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur Niet altijd zichtaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zich.
Door water in de hete binnenruimte kan heterewaterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING-Kans op letsel!
Wanner er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reingingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur komt dit het oppervlak kan beschadigen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en{kennen zeklem komen te zitten. - Kom nicht met uw handen bij de scharnie- ren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparations zijn gevaarllijk.
Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Ermightuitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden verrangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificierde persoon.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoor met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend�回t kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hopedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit een apparaat met gescheurd of破裂 opppervlak gebruiken.
Contact opnemen met de servicedienst. Pagina 142
WAARSCHUWING - Gevaar: magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze{kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinpompen beinvloeden.
- Dragers van elektronische implantaten die-nen een afstand van minstens 10~cm tohet bedieningspaneel aan te houden.
Kinderen können verpakkingsmaterialial over het hoofd trekken en hierin verstrikt rakeen en stikken.
- Verpakkingsmaterialuiit de buurt van kinderen honden.
- Laat kinderen nicht met verpakkingsmateriaal spelEN.
Kinderen können keine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen honden.
- Kinderen nicht met keine onderdelen latent spelen.
1.5 Magnetron
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDERE GEBRUIK BEWAREN
Oneigenlijk gebruik van het apparaat is gelevaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarmde pantoffels, granen- pittenkussens+kennen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.
- Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kuren ontbranden.
- Nooit levensmiddelen opwarmen in verpakkingen die bestemd zichn om ze warm te houden.
Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpen van kunststof, papier of ander brandaar materiaal.
Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijsdsduur instellen. Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwij- zing. - Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron.
Levensmiddelen die weinig water bevatten, zoals bijv. brood, nooit met een te hoog magnetronvermögen of gedurende een te langeijd ontdooien of verwarmen.
- Nooituitsluitend spijsolie opwarmen met de magnetron.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Vloeistof of andere voedingsmiddelen in zich afgesloten vormen können gemakkelijk exploderen.
- Nooit vloeistof andere voedingsmiddelen verhitten in dicht aufgesloten vormen.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwar-men, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekooke te eieren in de eierschaal opwarmen.
- Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te priken.
Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte worden nicht gelijkmatig verdoeffeld in de babyvoeding.
Warm nooit babyvoeding op in gesloten verpakkingen.
- Verwijder algint het deksel of de speen.
- Na het verwarmen goed roeren of schudden.
Voordat de voeding aan het kind worden gegeven dient de temperatuur te worden ge-controlled.
- Neem vormen en accessoires.altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen.
Houd alsijd de opgaven op de verpakking aan.
- Neem gerechten alsijd met een pannenlapuit de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijkke onderdelen heet.
Deheteonderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zich.
Het onjuiste gebruik van het apparaat is gevaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantoffels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. können verbranding tot gevolg hebben.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.
- Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur worden bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij eenkleine schok van hetrecipient is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen alsijd een lepel in de vorm staat. Zo worden kookvertraging voorkomen.

Ongeschikte vormen können barsten. Vormen van porselein en keramiek können kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holieruimte. Als er vocht in deze ruimte kommt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen.
Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie{kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat worden dan beschadigd.
- Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik van uitsluitend de magnetron.
Alleen vormen die geschikt zijn voor de magnetron in combinatie met een verwarmingsmethode gebruiken.
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning.
Nooit de behuizing verwijderen.
WAARSCHUWING - Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situatuies leiden, zoals bijvoorbeeld maar buiten komende magnetronenergie.
- Het apparaat regelmatig schoonmaken en resten van voedingsmiddelen direct verwijderen.
Houd de binnenruimte, deurafdichting, deur en deuraanslag alsijd schoon.
"Reiniging en onderhoud", Pagina 137
Het apparaat nooit gebruiken wanner de deur van de binnenruimte of deurdichting beschadigd is. Er kan energia van de microgolven maar buitenkommen.
- Het apparaat nooit gebruiken wanner de deur van de binnenruimte, de deurafdichting of de kunststof omlijsting van de deur beschadigd is.
- Alleen door de servicedienstCTX repareren.
Bij apparaten waarvan de behuizing Niet is afgedekt komt energia van microgolven vrij.
De afdekking van de behuizing nooit verwijderen.
- Neem voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden contact op met de klantenservice.
1.6 Stoom
Houd deze instructie aan wanner een een stoomfunctie gezruikt.
WAARSCHUWING-Kans op brandwonden!
Wanneer het apparaat de volgende keer wordt gebruikt kan het water in de tank sterk worden verhit.
- Na gebruik van de stoomfunctie要去 detank altijd worden leeggemaakt.
Er ontstaat hetedampindebinnenruimte.
Tijdens het gebruik van de stoomfunctie mag u Niet met uw handen in de binnenruimtekommen.
Tijdens het uitenemen van de accessoires kan hete vloeistof over de rand stromen.
Hete accessoires voorzichtig verwijderen, met de ovenwant.
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kuren dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kuren hetedampen en steekvammen maar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcohohuldende dranken) in de watertank.
Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
2 Materièle schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen können in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen können kapot gaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte waar binnen sterk verrormen.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15% vol.) in on-verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu- ren boven de 120^ leidt tot schade aan het@email.
- Geen programma starten wanner zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Wanner de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Wanner er langerearend vocht aanwezig is in de binnenuimte ontstaat er corrosie.
Veeg het condenswater na elk bereiding af.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanner er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
Na een bereiding met hoge temperatures de binnenruimte alleen met gesloten deur lately afkoelen.
Zorg ervoor dat er niets:tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur latent drogen.
Is de affichting sterk verruild, dan sluit de deur tijdens het gebruik Niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten können dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de ajdichting alsijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afldichting of zonder afldichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur worden gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of latent steunen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Afhankelijk van het apparaatype kuren de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanner deze gesloten worden.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanner u de magnetron gebruikt.
LET OP!
Als het metaal gegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,要去en minstens 2 cm van de wanden van de binnenuimte en de binnenkant van de deur verwijderd�.
Aluminium schalen in het apparaat hunnen vonden verzoorzaken. Door de vonden die ontstaan worden het apparaat beschadigd.
- Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat.
Het gebruik van het apparaat zichere gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte befindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.

De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direc t na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte.
- Laat:tussen de bereidingen het apparaat meerdere minutes afkoelen.
Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in. - Gebruik maximaal 600 Watt.
- Het popcornnzakje alsigtijd op een glazen bord leggen. Ongeschikte vormen können schade veroorzaken.
Bij het gebruik van de grill, de gecombineerde magnetronwerking of de hete lucht alleen kookgerei gebruiken dat bestand is gegen hoge temperatures.
2.3 Stoom
Volg deze aanwijzingen op wanner u de stoomfunctie gebruikt.
LET OP!
Bakvormen van silicone zichn nicht geschikt voor gecom-bineerd gebruik met stoom.
- De vormen dieren hitte- en stoombestendig te zich. Vormen met roestplekken können corrosie veroorzaken in de binnenruimte. Dekleiste plekken können al corrosie in de binnenruimte veroorzaken.
- Gebruik geen vormen die roestplekken vertonen. Door afdruipende vloeistof raakt de bodem van de binnenruimte verruild.
- Plaats bij het stomen met een bak met gaatjes alsijde bakplaat, de braadslede of de bak zonder gaatjes eronder. Lekkende vloeistof worden opgevangen. Heet water in de watertank kan het stoomsystem beschadigen.
Vul de watertank uitsluitend met koud water.
Wanner er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken verechtkommen raken deze beschadigd.
▶ Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen. Wanner de watertank in de vaatwasser worden gereinigd veroorzaakt dit schade.
De watertank nicht reinigen in de vaatwasmachine. - Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kūnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort geschienen afvoeren.
3.2 Energie bespare
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanner het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Wonneer u het apparaat Niet voorverwarmt, dan bespaart u tot 20% energia.
Gebruik donkere,zwart gelakte of geemailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig möglichk.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft nicht na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct anschter elkaar of parallel bakken.
- De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewärmed. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat verwolgens worden gebakken korter.
Bij langere bereidingsstijden het apparaat 10 Minutes voor het einde van de bereidingsstijd uitschakelen.
- De restwärme is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder nicht gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
Laat diepgevroren producten voor de bereiding ontdooien.
- Hierdoor worden bespaard op de energia om het voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparatus verbruikt:
in stand-by met ingeschakeld display max. 1 W
in stand-by met uitgeschakeld display max. 0,5 W
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld(Int)kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Afhankelijk van het apparaatype{kunnen details op de afbeeldingverschillen,bijv.dekleur en de vorm.
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en overige functies in. Bij vele apparaatuitvoeringen kan de functiekeuzeknop worden verzonken. Als u de functiekeuzeknop van de nulstand maar een functie draait, duurt het enkele seconden tot de betreffende functie beschikbaar is.
| Symbool | Instelling | Gebruik |
| ○ | Nulstand | Het apparaat is uitgeschakeld en be-vindt zich in de energiebesparings-modus. |
| XXX | Magnetron | De magnetronfunctie kiezen. |
| ♀ | Stoom | Er kommt hete stoom in de binnen-ruimte. |
| ♂ | Hete lucht | De ventilator verdweit de warmte van het Ronde verwarmingselement aan dechterkant gelijkmatig in de bin-nenruimte. |
| *** | Grill | Het hele oppervlak onder de grillelementen worden heet. |
| ♀♀ | Circulatiegrill | De ventilator wervelt de hare lucht van de grillelementen rond het ge-recht. |
| ×× | Ontkalken | Deze functie ontkalkt de verdamper en houdt deze in functionerende staat. |
| © | Spoelen | De buizen van de stoomeenheid worden met water gespoeld. We adviseren om na het gebruik van de stoom-functie altijd te spoelen. |
| P | Programma's | Voor veel gerechten vindt u al voor-geprogrammeerde instelleningen. |
Touchvelden
Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren.
| Symbool | Tiptoets | Gebruik |
| XXX | Magnetron | Vermogensstunden van de magneto-tronkiezen of magnetronfunctie sa-men met de grillfunctie of stoomfunc-tie inschakelen. |
| © | Stoom | Stoomstandkiezen of stoomfunctie sa-men met een verwarmingsmetho-de inschakelen. |
| P | Programma's | Programmakeuze opvragen en met de draaiknop het gewenste program-manummer instellen. |
| Ø | Tijdfuncties | Tijdfunctieskiezen en instellen met de draaiknop. |
| ‡ | Snel voorverwarmen | Snel voorverwarmen activeren of de-activeren. |
| °C/kg | Temperatuur/Gewicht | Temperatuur of gewichtkiezen en met de draaiknop instellen. |
| || | Start/Stop | Werking starten of onderbreken. |
Display
Op het display ziet u de actuèle instelwaarden of keuzemogelijkheden.
De waarde die u kunt instellen staat in de focus.
De focus worden weergegeven door een rode balk onder de instelwaarde.
De waarde in de focus=kunt u direct met de draaiknop wijzigen.
Display-Elementen
Hierna vindt u een korte uitleg bij de verschillende display-elementen.
| Symbool | Naam | Betekenis |
| ♀ | Timer | Wanner het symbool is gemarkeeerd, dan geeft het display de timertijd aan. |
| I→I | Tijdsduur | Wanner het symbool is gemarkeeerd, dan geeft het display de tijdsduur aan. |
| ✕ | Tijd | Wanner het symbool is gemarkeeerd, dan geeft het display deijd aan. |
| h:min | Uren/minute | De duur worden in uren en minuteen weergegeven. |
| min:s | Minuten/seconden | De duur worden in minutes en secon-den weergegeven. |
| 6 | Opvangbakje | Het symbool toont de status van het opvangbakje.Het symbool brandt en de pij knip-pert:■ Het opvangbakje bevindt zich in de tankschacht.■ Het opvangbakje is vol.■ Het opvangbakje leegmaken.Het symbool knippert en de pij knip-pert zich:■ Het opvangbakje bevindt zich in de tankschacht.■ Het opvangbakje in de tank-schacht schuiven.Het symbool brandt en de pij knip-pert zich:■ Het opvangbakje bevindt zich in de tankschacht.■ Geen verdere actie nodig. |
| 7 | Watertank | Het symbool toont de status van de watertank.Het symbool brandt en de pij knip-pert:■ De watertank bevindt zich in de tankschacht.■ De watertank is leeg.■ De watertank vullen.Het symbool knippert en de pij knip-pert zich:■ De watertank bevindt zich nicht in de tankschacht.■ De watertank in de tankschacht schuiven.Het symbool brandt en de pij knip-pert zich:■ De watertank bevindt zich in de tankschacht.■ Geen verdere actie nodig. |
| 8 | Snel voorverwarmen | Als het symbool brandt, is het snel voorverwarmen geactiveerd. |
| 9 | Ontkalken | Als het symbool brandt, moet het ap-paraat ontkalkt worden. |
Temperatuurindicatie
De temperatuurindicatie geeft de voortgang van het opwarmen aan.

De rode thermometer rechtsboven in het display geeft aan dat het apparaat opwarmt. Is er een verwarmingsmethode ingesteld, dan raken de balken van onderen
haar boven rood gezuld, naarmate de binnenruimte verder opwarmt. Bij de grill- en stoomfunctie zich de balken direct volledig verlicht. Bij de magnetronfunctie zich de balken Niet verlicht. Wanner u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra alle vrij balken rood verlicht zich. Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijkke temperatuur in de binnenruimte.
Nachtmodus
Om energia te besparen worden de displayhelderheid van 22.00 tot 5.59aar automatisch gereduceerd.
Draaiknop
Met de draaiknop wijzigt u de instelwaarden die het display toont.
Bij de meeste keuzelijsten, bijv. programma's, begint na het LASTe punt het eerste weer. Bij enkele keuzelijsten, bijv. tijdsduur, moet u de draaiknop wee terugdraaien wonneer de minimale of maximale waarde bereikt is.
4.2 Functies
Het menu is onderverdeeld in verschillende functies.
| Functie | Gebruik |
| Verwarmings-methoden | Er zijn verschillendearendijnafgestemdeverwarmingsmethoden voor een opti-malebereiding van uwerechten. |
| Magnetron | Met de magnetronkunt u de gerech-ten snellerbereiden,verwarmen ofontdooien. |
| Functie | Gebruik |
| Stoom | Gerechten bereiden met stoom. Erijken verschillendearendaftestemdestoomstandenvoor een optimalebe-reiding van uwgerechten. |
| Magnetron-combi | Naast de stooffunctie of grillfunctiekunt u de magnetron inschakelen. |
| Stoom-combi-functie | Naast de magnetronfunctie of grill-functiekunt u de stooffunctie inschakelen. |
| Reinigen | Erijken verschillende functies voor de reining: Ontkalken en Spoelen |
| Basisinstellin-gen | De basisinstellungen aanpassen.→"Basisinstellengen", Page 136 |
4.3 Verwarmingsmethoden
Hier vindt u een overzicht van de verwarmingsmethoden. U krijgt aanbevelingen over het gebruik van de verwarmingsmethoden.
| Symbool | Naam | Temperatuur / standen | Gebruik |
| *** | Grill | Grillstanden: ■ 1 = zwak ■ 2 = gemid-deld ■ 3 = sterk | Platte grill-producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerech-ten gratineren. |
| ◇ | Hete lucht | 40°C 100-230°C | Gistdeeg latent rijzen, slagroomtaarten ontdooien. Op=eéniveau bakken of braden. |
| ◇ | Circulatiegrill | 100-190°C | Voor het bakken van gezogelte, volledige vissen en grotere stukken vlees. |
Opmerking: Bij elke verwarmingsmethode geeft het apparaat een voorgestelde temperatuur wee. De voorgestelde temperatuur kunt u overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
4.4 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Verlichting van de binnenruimte
De verlichting van de binnenruimte is tijdens het gebruik algtd aan. Als het apparaat de functie beeindigt, schakelt het apparaat uit.
Wanner u de apparaatdeur opent, gaat de verlichting van de binnenruimte aan. Dit helpt u bijv. bij de reining van uw apparaat. Na ca. 15 minuten gaat de verlichting van de binnenruimte automatischuit.
Koelventilator
De koelventilator worden zo nodig in- en uitgeschakeld.
Warme lucht kommt vrij via de ventilatiesleuven boven de
apparaatdeur.
LET OP!
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.
Dek de ventilatiesleuven Niet af.
De koelventilator loopt een bepaaldeijd na, zodate de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanner het apparaat in de magnetronfunctie worden gebruikt, blijft het apparaat koud, de koelventilator schakelt niettemin in. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanner het gebruik van de magnetron reeds is beeindigd.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normal en heeft geen invloed op de werkking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
4.5 Tankafdekking
De tankafdekking zit onder de apparaatdeur en maakt toegang tot het opvangbakje en de watertank möglichk.

4.6 Watertank
De watertank befindt zich rechts darüber de tankafdekking.

Voor gebruik met stoom vult u de watertank met water. "Watertank vullen", Pagina 129

1 Handgreep voor het verwijdersen en inschuiven
2 Opening voor het vullen en leegmaken
3 Tankdeksel
4.7 Opvangbakje
Het opvangbakje zit links ache ter de tankafdekking.

Maak voor en na het UITvoeren van de reinigingsfuncties het opvangbakje leeg.

1 Handgreep voor het verwijdersen en inschuiven
2 Opvangopeningen
3 Tankdeksel
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparatusaat afgestemd.
De meegeleverde accessoires{kunnen varieren, afhankelijk van het type apparatus.
| Accessoires | Gebruik |
| Rooster | Rooster voor het bak-ken en braden bij ovenmodus.Rooster voor het gril-len, bijv. van steaks, worstjes of toastRooster als opstelvlak, bijv. voor ovenschotels |
| Glazen braadslede | Voor het garen van ge-rechtenSpatbescherming bij het grillen direct op het roosterGeschikt voor de mag-netron |
| Vormen voor de bereiding met stoom | Voor het bereiden van rijst, aardappels en groenteDe stoombak in de glazen braadslede zet-ten voor de bereiding met de functies stoom of stoom met magne-tron.De voedingsmiddelen direct in de stoombak leggen |
5.1 Extra accessoires
Afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat+kennen extra accessoires meegeleverd zich.
| Accessoires | Gebruik |
| Inzetrooster | Rooster om te bakken Met de voetjes maar beneden in de glazen braadsledeplaatsen Zorgtervoordat vet en vleessappen in de glaZen braadslede drup-pelen Niet geschikt voor ge-bruik met magnetron of met stoom. |
5.2 Meer accessoires
Meer accessoires=kunt u kopen bij de servicedienst, in specialzaken of op het internet.
U vindt een uitgebrecht aanbod voor uw apparaat in on-ze folders of op internet:
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop algijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,(Intertenservice.
Glazen braadpan
Gebruik
Stoogerechten
Ovenschotels
5.3 Inschuifhoogtes
De binnenruimte heeft 4 inschuifhoogtes.
De inschuifhoogtes telt u van beneden maar boven. Zet de accessoires in de geleiding en schuif ze volledig in. De bodem van de binnenruimte op hoogte 0 is vooral voor het gebruik met magnetron geschikt. Op de bodem van de binnenruimte zijn de prestaties van de magnetronvermögen het best. Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.

6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
6.1 Tijd instellen
Bij ingebruikname staat de tijdsweergave in de focus.
Op het display knippert 12:00 en brandt.
- Met de draaiknop detijd instellen.
- Druk op
De tijd is ingesteld.
6.2 Waterhardheid instellen
Vereisten
- Informeer voordat u de waterhardheid instelt bij uw waterbedrijf wat de waterhardheid is van uw leiding-water.
-
Het apparatus isuitgeschakeld.
-
enkele seconden lang ingedrukt honden.
Op het display verschijnt de eerste basisinstelling. - Zo vaak op ⊙ drukken tot c05 verschijnt.
- Met de draaiknop de waterhardheid kiezen.
Opmerking: Wanneer uw leidingwater in het water-hardheidsbereik van 3 of 4 ligt, dan adviseren wij u onthard water te gebruiken.
Tip: Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhard-heid op "zeer hard" in. Gebruikt u mineraalwater, gebruik dan uitsluitend mineraalwater zonder kool-zuur.
| Waterhardheitsbereik | Instelling |
| 0 | 0 onthard |
| 1 (tot 1,3 mmol/l) | 1 zacht |
| 2 (1,3 - 2,5 mmol/l) | 2Gemiddeld |
| 3 (2,5 - 3,8 mmol/l) | 3hard |
| 4 (meer dan 3,8 mmol/l) | 4zeer hard |
- Om de wijzigingen op te slaan, enkele seconden lang ingedrukt honden.
6.3 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
Vereiste: In de binnenruimte bevinden sich geen verpakkingsresten, accessoires of andere voorwerpen.
- Vór het verwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afvegen.
- Sluit de apparaatdeur.
- Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
- Met de functiekeuzeknop instellen.
- Met de draaiknop 180^ instellen.
- Druk op II.
Het apparaat begint op te warmen. - Na een uur het apparaat met Dll uitschakelen.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
- Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
6.4 Accessoires reinigen
- Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- Draai aan de functiekeuzeknop om het apparaat in te schakelen.
Het apparaat is maar voor gebruik.
Op het display verschijnt een voorgestelde waarde.
Opmerking: Schakel het apparaat uit wanner u het Niet nodig heeft. Wanner er langereijd niets worden ingesteld, gaat het apparaat automatisch uit.
7.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat UIT wanner u het Niet gebruikt. Wanner er langereijd niets worden ingesteld,.gaat het apparaat automatisch UIT.
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Het apparaat breekt de lopende functies af.
Het display geeft deijd weer.
Sommige indications blijven ook te zien op het display wanner het apparaat UITgeschakeld is.
Opmerking: Of dearend bij een uitgeschakeld apparaat要去 worden weergegeven of Niet, kunt u in de
"Basisinstallingen", Pagina 136 vastleggen.
7.3 Functie instellen
Vereiste: Het apparaat要去 ingeschakeld zichn.
- Met de functiekeuzeknop de functie kiezen.
Voer nodig andere instellingen UIT. Hiervoor op het betreffende veld tippen en met de draaiknop de waarde veranderen.
- Druk op II.
Hetprogramma wordt gestart.
7.4 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
Op het display verschijnt een voorgestelde tempera-tuur. - Met de draaiknop de temperatuur instellen.
- Druk op II.
Het apparaat begint op te warmen.
De LED brandt.
De temperatuurindicatie worden gevuld.
Opmerking: U=kunt op elk moment met de draaiknop de temperatuur veranderen.
Na het opwarmen zijn geringe temperatuurschommelingen normalaal, afhankelijk van de verwarmingsmethode.
Bij lopend bedrijf(Int)kunt u de temperatuur nicht op 40^ instellen.
7.5 Tijdsduur instellen
- Een functie instellen.
- Druk op ⊙ totdat I→I is benadrukt.
- Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
- Druk op II.
Het apparaat begint op te warmen.
Dl brandt.
UCNT het verloop van de tijsdsduur aflezen.
7.6 Werking onderbreken
- Druk op of open de deur van het apparatusat.
Het apparatusatstopt de werking.
Dll knippert. - Sluit de apparaatdeur.
- Druk op II.
Het apparatusat zet de functie voort.
DII brandt.
7.7 Bedrijf afbreken
U sunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programme onderbroken of afgebrozen is, kan hetijken dat de koelventilator blijft draaien.
Het apparatusat breekt de lopende functies af.
7.8 Snel voorverwarmen
Met de functie Snel voorverwarmen bereikt uw appar-. raat de ingestelde temperatuur bijzonder snel. Gebruik de Snel voorverwarmen bij een ingestelde temperatuur boven 100^
Bij deze verwarmingsmethodes is het snel voorverwarmen möglichk:
Hete lucht
Circulatiegrill
Opmerking: Voor hete lucht 40^ is de functie snel voorverwarmen Niet möglichk.
Snel voorverwarmen activeren
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen,\ plaatst u het gerecht pas in de binnenruimte wonneer\ het snel voorverwarmen beeindig is.
- De verwarmingsmethode en de temperatuur instellen.
- Druk op
Op het display brandt 且 - Druk op II.
Het apparatus begint op te warmen.
DII brandt.
Wanner het snel voorverwarmen beeindig is, klinkt er een signaal. 且 verdwijnt. - Het gerecht in de ovenruimte plaatsen.
Het apparaat loopt met de ingestelde verwarmingsmethode en de ingestelde temperatuur verdter.
Snelvoorverwarming afbreken
Druk op
8op het display gaat UIT.
Het apparaat loopt met de ingestelde verwarmingsmethode en de ingestelde temperatuur verder.
Opmerking: Het snel voorverwarmen worden na ten LASTe 15 minute automatisch gedeactiveerd.
7.9 Automatische verilgheidsuitschakeling
De automatische veiligheidsuitschakeling worden geactiveerd wanner het apparaat gedurende langere tijd zonder ingestelde tijdsduur in gebruik is.
Na 9 ihr schakelt het apparaat automatisch uit.
8 Magnetron
Met de magnetron kurz u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien. U kurz de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.
8.1 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat Niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Opmerking: Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest UIT.
Geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Toelichting |
| Vormen van hitte- en magnetronbestendig ma- teriaal: ■ Glas ■ Glaskeramiek ■ Porselein ■ Temperatuurbestendi- ge kunststof ■ Volledig geglazeerd keramiek zonder bar- sten | Deze materialen latent mi-crogolven door. Microgol- ven beschadigen hittebe-stendige vormen nicht. |
| Bestek van metaal | Opmerking: Om kookver-traging te voorkomen-kunt u metalen bestek ge-bruiken, bijv. een lepel in een glas. |
LET OP!
Als het metaal gegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonden waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,要去en minstens 2 cm van de wanden van de binnenuimte en de binnenkant van de deur verwijderd�.
Niet geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Toelichting |
| Vormen van metaal | Metaal maar geen micro-golven door. De gerech-ten warmen nauwelijks op. |
| Servies met goud- of zil-verdecor | Microgolven{kennen gouddecor en zilverdecor beschadigen.Tip: Wanner de door de fabrikant worden gegaran-deerd dat de vom geschikt is voor de magne-tron,(Int u de vorm ge-bruiken. |
8.2 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Controller m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zich voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gelebruikt.

WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijkke onderden heet.
Dehete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zich.
1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
2. Het apparaat gedurende 12 - 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
3. In werkung stellen met Dll.
4. De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wannēer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan nicht geschikt voor de magnetron.
8.3 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.
| Magnetronvermögen in watt | Gebruk |
| 90 | Gevoelige gerechten ontdooi-en. |
| 180 | Gerechten ontdooien en verder bereiden. |
| 360 | Vlees en vis klaarmaken of ge-voelige gerechten opwarmen. |
| 600 | Gerechten verwarmen en bereiden. |
| 1000 | Verwarmen van vloeistoffen. |
Opmerkingen
Bij elke magnetronstand stelt het apparaat een duur voor. U kunt deze overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
- Het maximale magnetronvermögen is alleen voor het verwarmen van vloeistoffen bestemd. Ter bescherming van het apparaat worden het maximale
vermögen van de magnetron gedurende de eerste minuten trapsgewijs tot 600 W gereduceerd. Het maximale vermogen is na een afkoelperiode beschikkaar.
Voorgestelde waarden
Bij elk magnetronvermogen stelt het apparaat een tijdsduur voor. U(Intj)kunt de voorgestelde waarde overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
8.4 Intervallen van deijdinstellingen
Het interval bij het instellen van een tijsdsuur bij magnetronfunctie wijzigt zich met de lenghte van de tijsdsuur.
| Gebruiksduur | Interval |
| 0-1 minuten | 5 seconden |
| 1-3 minutes | 10 seconden |
| 3-15 minutes | 30 seconden |
| 15 minutes - 1 uw | 1 minuut |
| 1 uw - 1 uw 30 minutes | 5 minutes |
8.5 Magnetron instellen
LET OP!
Het gebruik van het apparaat zichere gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte befindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.

- De Veiligheidsinstrumentes Pagina 113 en de aanwijzingen ter voorkoming van materiele schade Pagina 116 in acht nemen.
- Zet de functiekeuzeknop op ^w
Het apparatusaat is klaar voor gebruik. Op het display wordt als voorgestelde waarde het maximale magnetronvermogen 空 weergegeven.
3. Druk op 密密 om het gewenste magnetronvermogen in te stellen.
Op het display worden de magnetronstand gemarkeerd en worden een voorgestelde duur weergegeven.
4. Met de draaiknop de gewenste tijsdsuur instellen.
5. In werkung stellen met II. U kurz de tijsdsduur te allen tjnde tijdens het bedrijf met de draaiknop wijzigen.
De tijdsduur loopt af en de magnetronfunctie start.
DeLEDIIbrandt.
Opmerking: Als de duur verstreten is, beeindigt het apparaat de magnetronfunctie en er klinkt een signaal.
8.6 Tijdsduur instellen
- Een functie instellen.
-
Druk op totdat | | is benadrukt.
-
Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
- Druk op II.
Het apparaat begint op te warmen.
brandt.
U kunt het verloop van de tijsdsduur aflezen.
- Op drukken tot de gewenste stand op het display is gekozen.
Opmerking: Door meerdere keren te tippen worden de vermogensstanden van de hoogste maar de laagste doorlopen.
Als u de magnetronfunctie pas na het starten toevoegt, pauzeert het apparaat. Start de werking met DII.
8.8 Werking onderbreken
- Druk op of open de deur van het apparatusat.
Het apparaat stopt de werkinq.
Dll knippert. - Sluit de apparaatdeur.
- Druk op
Het apparaat zet de functie voort.
Dl brandt.
8.9 Bedrijf afbreken
U kunth het bedrijf te allen tjnde afbreken.
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Nadat het programme onderbroken of afgebrozen is, kan hetijken dat de koelventilator blijdt draaien.
Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.10 Binnenruimte verwarmen en drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodate er geen vocht hinterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder direct grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Het vocht van de bodem van de binnenruimte afnemen.
- Kies met de functiekeuzeknop.
- Druk tweeemaal op
is in het display gemarkeerd. - Stel met de draaiknop een tijsduur van 15 Minutes in.
- Start de werkung met Dll.
Het drogen start en eindigt na 15 minutes. - De apparaatdeur gedurende 1 tot 2 Minutes openen, zodat de waterdamp ontsnapt.
8.11 Droog de binnenruimte handmatig
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodate er geen vocht hinterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Droog de binnenruimte met een spons.
- Laat de deur van het apparaat een uur geopend, zDat de binnenruimte helemaal droog worden.
9 CombiSpeed
U kurz de magnetronfunctie combineren met alle verwarmingsmethoden en de stoomfunctie.
De functie CombiSpeed is möglichk met de volgende functies:
Stoom
Hete lucht
Grill
Circulatiegrill
Uitzonderingen:
Magnetronstand 1000 watt
Hete lucht 40^
9.1 CombiSpeed instellen
Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in.
- Zet de functiekeuzeknop op een combineerbare verwarmingsmethode.
Het display toont een voorgestelde waarde voor de temperatuur. - Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- Druk op om het gewenste magnetronvermogen in te stellen.
Het display toont een voorgestelde waarde voor de duur. - Stel de tijsdsduur in met de draaiknop.
- Start de werkking met DII.
De duur loopt af en de functie start.
Ukunt het verloop van de tijsdsduur aflezen.
Dll brandt.
Als de duur is verstreten, beeindigt het apparaat de functie en er klinkt een signaal.
9.2 Magnetronvermögen wijdigen
- Op wdrukken tot de gewenste stand op het display is gekozen.
Opmerking: Door meerdere keren te tippen worden de vermogensstanden van de hoogste maar de laagste doorlopen.
Als u de magnetronfunctie pas na het starten toevoegt, pauzeert het apparaat. Start de werkung met DII.
9.3 Werking onderbreken
- Druk op of open de deur van het apparatusat.
Het apparatusatstopt de werking.
Dll knippert. - Sluit de apparaatdeur.
- Druk op II.
Het apparaat zet de functie voort.
DII brandt.
9.4 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Nadat het programme onderbroken of afgebrozen is, kan hetijken dat de koelventilator blijdt draaien.
Het apparatusat breekt de lopende functies af.
10 Grill
Met de grill kurz u uw gerechten roosteren of gratineren. U kurz de grill alleen of in combinatie met de magnetron gebruiken.
10.1 Grill instellen
- Zet de functiekeuzeknop op
- Met de draaiknop een grillstand instellen.
Het display toont de grillstand. - Met de draaiknop de gewenste tjidsduur instellen.
- Start de werkung met DII.
Het apparatusaat begint op te warmen. Na het opwarmen zichn geringe temperatuurschommelingen normal.
De temperatuurindicatie is volledig verlicht.
Opmerking: Wanner de tijdsduur is verstreten, klinkt er een geluidssignaal.
Grillstanden
U kuntkiezenuit de volgendegrillstanden.
| Grillstand | Voedsel |
| 1 (zwak) | Hoge ovenschotels Soufflees |
| 2 (gemiddeld) | Platte ovenschotels Vis |
| 3 (sterk) | Worstjes Toast |
10.2 Tijdsduur instellen
- Een functie instellen.
11 Stoom
De stoomfunctie kunt u alleen of gecombineerd met de grillfunctie en de magnetronfunctie gebruiken. Om optimaal gebruik te konnen makev van de stoomfunctiedient u het rooster te verwijderen. Plaats de glazen braadslede op inschuifhoogte 3 en zet de stoombakerin.

- Druk op ⊙ totdat I→I is benadrukt.
- Met de draaiknop de gewenste tjidsduur instellen.
- Druk op II.
Het apparatus begint op te warmen.
DII brandt.
U kunth het verloop van de tijsdsduur aflezen.
10.3 Grillstand wijdigen
Als de grillfunctie is gekozen of de functie al is gestart, kurz u de grillstand als wijzigen.
De grillstand met de draaiknop wijzigen.
De tijdsduur blijft ongewijzigd.
10.4 Werking onderbreken
- Druk op of open de deur van het apparatusat.
Het apparatusatstopt de werking.
Dll knippert. - Sluit de apparaatdeur.
- Druk op II.
Het apparaat zet de functie voort.
DII brandt.
10.5 Bedrijf afbreken
U sunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programme onderbroken of afgebrozen is, kan hetijken dat de koelventilator blijft draaien.
Het apparatusat breekt de lopende functies af.
Opmerking: Tijdens het gebruik hoort u een brommend geluid. Het geluid ontstaat door de werkking van de pomp. Dit is normalaal.
11.1 Stoomstanden
Bij de stoomfunctie(Int)kunt u kiezen uit verschillende intensiteiten.
De stoomstanden kiest u via . Het display toont de gekozen stoomstand.
| Stoomstand | Gerechten |
| 1 (gering) | Voor het ontdooien van groen-te, vlees, vis en fruit |
| 2 (gemiddeld) | Voor het klaarmaken van des-serts, vis en worstjes |
| 3 (sterk) | Voor het bereiden van groente, vis, bijgerechten, voor het uit-persen van fruit en om te blan-cheren |
11.2 Stoom instellen
Opmerking: Als u het apparaat langereijd Niet hebt gezbruikt, voer dan eerst een spoelcyclus uit.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hare stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur Niet altijd zichtaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zich.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
-
Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
Neem de watertank uit de tankschacht. -
Kies met de functiekeuzeknop.
Het apparaat is klaar voor gebruik.
De maximale stoomstand en een duur van 20 minutes zijn als standardwaarden ingesteld.
De pij bij knippert. - De watertank verwijderen, tot de marketing MAX vullen met vers water en volledig in de tankschacht schuiven.
"Watertank vullen", Pagina 129
- indrukken tot de gewenste vermogensstand is bereikt.
Het display toont de gekozen stoomstand. - Met de draaiknop de gewenste tijsdsduur instellen.
U=knt ook eerst de duur en dan de stoomstand instellen. - Start de werkung met II.
De pijl bij gaat uit en het symbol zonder pijl brandt.
DlI brandt,
De temperatuurindicatie is volledig verlicht.
Op het display loopt de tijdsduur af. Hetijdstip waarop de watertank leegraakt, is afhankelijk van de stoomstand.
Opmerkingen
Wanner de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geldissignaal.
- Wanner de watertank tijdens het gebruik leegraakt, worden het programma onderbroken en knippert de pijl van het watertanksymbol . De watertank tot de marketing MAX vullen met vers water en de werkking met voortzetten.
U kunt de stoomstandijdens het gebruik.altijd met wijzigen.
- Na de bereiding met stoom de druipgoot en de binnenruimte afnemen.
"Na elk gelebruik met stoom", Pagina 130
11.3 Stoom-combifunctie
Bij enkele verwarmingsmethoden(Int)kunt u de stoomfunctie erblij inschakelen. Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen en intensiteiten stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt u een beter vereidingsresultaat.
Uw gerecht
krijgt een knapperig korstje.
- krijgt een glanzend oppervlak.
- wordt van binnen sappig en zacht.
en het volume wordt slechts minimaal gereduceerd.
De stoom-combifunctie is met volgende functies.".
mögelijk:
Magnetron
Hete lucht
Grill
Circulatiegrill
Uitzonderingen:
Magnetronstand 1000 watt
Hete lucht 40^
Stoom-combifunctie instellen
Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in.
- Zet de functiekeuzeknop op een combineerbare verwarmingsmethode.
Het display toont een voorgestelde waarde voor de temperatuur. - Met de draaiknop de gewenste stand instellen.
- indrukken tot de gewenste stand op het display is gekozen.
Op het display verschijnt het watertanksymbool - De watertank vullen.
- Start de werkung met Dll.
De duur loopt af en de functie start.
U kunt het verloop van de tijsdsduur aflezen.
Dll brandt.
Als de duur is verstreten, beeindigt het apparaat de functie en er klinkt een signaal.
Opmerkingen
- Als de watertank leeg is, worden de werkung zonder de stoomfunctie voortgezet. Er verschijnt geen indicate op het display.
- Het openen van de apparaatdeur beinvloedt het kookresultaat. Houd de deur van het apparaatijdens de bereiding gesloten.
Stoomstand wijzigen
indrukken tot de gewenste stand op het display versuschijnt.
Opmerking: Door meerere keren indrukken worden de standen van de hoogste tot de laagste doorlopen. Na de laagste stand worden de stoomfunctie gedeactiveerd. Door het opnieuw indrukken activeert u de stoomfunctie, beginnend bij de hoogste stand.
11.4 Werking onderbreken
- Druk op of open de deur van het apparatusat.
Het apparatusatstopt de werking.
Dll knippert.
2. Sluit de apparaatdeur.
3. Druk op II.
Het apparaat zet de functie voort.
Dl brandt.
11.5 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebrozen is, kan hetijken dat de koelventilator blijft draaien.
Het apparaat breekt de lopende functies af.
11.6 Watertank vullen
De watertank befindt sich rechts darüber de tankafdekking onder de apparaatdeur. Voordat u de stoomfunctie.gaat gebruiken dient u de tankafdekking te openen en water in de watertank te doeon.
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kennend dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kuren hete dampen en steekvlammenaar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld.
"Waterhardheid instellen", Pagina 122
1. Op het midden van de tankafdekking drukken.

De tankafdekking gaat open.
2. De watertank uit de tankschacht trekken.

- De watertank tot de markings "MAX" vullen met koud water.

- De watertank in de tankschacht plaatsen en deze volledig inschuiven.

- De tankafdekking sluiten.

11.7 Watertank bijvullen
Opmerkingen
- Wanner de watertank tijdens gebruik leegloopt, is de reactie van het apparaat afhankelijk van de functie:
Stoomfunctie: het apparaat onderbreekt de werk. Het display geeft een melding weeR. Bij de hoogste stoomstand is een tankvulling vo- doende voor ca. 30-40 minuten en bij lagere stoomstanden voor een duidelijk langereijd.
Stoom met magnetron: het apparaat onderbreekt de werkking. Eén tankvulling is voldoende voor ca. 50 minutes.
- Grill met stoom: het apparaatzet de werking met grill voort: het display toont geen melding. Bij de hoogste stoomstand is eén tankvulling voloende voor ca. 3 uur en bij lagere stoomstan den voor een duidelijk langereijd.
De aangegevenijdnen können variieren.
- Open het bedieningspaneel.
- De watertank eruit nemen.
- De watertank tot aan de marketing MAX vullen.
- DeGVulde watertank inzetten en het bedieningspaneel sluiten.
11.8 Na elk gebruik met stoom
In de binnenruimte blijv ocht après. Neem de druip-goot en de binnenruimte voorzichtig af. Het worden aanbevolen om na gebruik algijd de functie spoelen te gebruiken. Vervolgens de watertank en het opvangbakje leegmaken en drogen.
Opmerking: Kalkvlekken verwijderen met een in azijn gedrenkte doek, afnemen met helder water en drogen met een zachte doek.
Apparaat spoelen
Om uw apparaat schoon te houden, kutu water door het buissystemeem pompen. Het apparaat LAST Vervolgens het water in het opvangbakje lopen.
Opmerking: Na het spoelen kuren er zich opgeloste kalkdeeltjes in het opvangbakje bevinden. Dit is normal en beinvloedt de werkung nicht.
- Kies met de functiekeuzeknop.
Het display geeft de duur van het programma wee. U kutn de tijsduur nicht wijzigen. - De tankafdekking openen.
- Het opvangbakje verwijderen en leegmaken.
- Het lege opvangbakje er volledig inschuiven.
- De watertank verwijderen en eventuele restwater verwijderen.
- De watertank grondig uitspoelen en met vers water vullen.
- De watertank volledig inschuiven.
- De tankafdekking sluiten.
- Druk op II.
Het apparaat pomp water door de buizen.
De tijdsduur loopt af op het display.
Zodra de tijdsduur beeindigd is, klinkt er een signaal. - Het opvangbakje leegmaken.
Watertank legend
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP!
Wanneer de watertank in de vaatwasser worden gerei-nigdveroorzaakt dit schade.
De watertank nicht reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
- In het midden op de tankafdekking drukken.
De tankafdekking klapt maar boven. - De watertank eruitrekken.
- Verwijder het deksel van de watertank voorzichtig.
-
De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
-
Droog alle onderdelen met een zachte doek.
- Wrijf de afdichting van het deksel droog.
- Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- Plaats het deksel op de watertank en druk het aan.
- De watertank volledig inschuiven.
- De tankafdekking sluiten en kort in het midden drukken.
Detankafdekking is vergrendeld.
Lekgoot droogmaken
WAARSCHUWING-Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heetijdens het gebruik.
Het apparaat voor het schoonmaeken lately afkoelen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- Open de apparaatdeur.
- De tankafdekking openen.
- De watertank en het opvangbakje verwijdersen.
- Opmerking:
De druipgoot bevindt zich onder de binnenruimte.

Het water in de druipgooit met een sponsdoekje opzuigen en voorzichtig opnemen.
Binnenruimte verwarmen en drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht hinterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder direct grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Het vocht van de bodem van de binnenruimte afnemen.
- Kies met de functiekeuzeknop.
- Druk tweeemaal op
is in het display gemarkeerd. - Stel met de draaiknop een tijsdsduur van 15 minutes in.
- Start de werkung met DII.
Het drogen start en eindhoven na 15 minutes. - De apparaatdeur gedurende 1 tot 2 minutes openen, zodat de waterdamp ontsnapt.
Droog de binnenruimte handmatig
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodate er geen vocht hinterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Droog de binnenruimte met een spons.
- Laat de deur van het apparaat een uur geopend, zDat de binnenruimte helemaal droog worden.
12 Automatische programma's
De automatische programma's ondersteunen u bij het bereiden van verschillende gerechten en kiest automatisch de optimale instelleningen.
12.1 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten
Volg deze aanwijzingen op om een optimaal bereidingsresultaat te krijgen.
- Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit.
12.2 Overzicht van de gerechten
Het apparaat vraagt u het gewicht op te gehen. U=kunt alleen gewichten binnen het betreffende gewichtsgebied instellen.
Ontdooien
Tip: Plak de programmasticker op uw apparaat. Zo kurz u gemakkelijker en sneller terugvallen op de programma's.
- Gebruik alleen vlees dat op koelkasttemperatuur is.
- Gebruik alleen diepvriesgerechten die direct uit de diepvries kommt.
- Neem de levensmiddelen uit hun verpakking en weeg de levensmiddelen af. Wanner u het exacte gewicht op het apparatusaat Niet=kunt instellen, dan rondt u het gewicht maar boven af.
Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte. - Gebruik uitsluitend vormen voor magnetrongschikt krasbestendige vormen, bijv. van glas of keramiek.
| Nr. | Gerechten | Toebehoren | Inschuifhoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| P01 | Gehakt van rund-, lams- of varkensvlees1,2 | Vlakke open vorm | 0 | 0,10 - 1,20 | Verwijder vlees dat al is ontdooid na het keren. |
| P02 | Visfilet1,2 | Vlakke open vorm | 0 | 0,10 - 1,00 | Filet van snoek, kabeljauw, rood-baars, koolvis, snoekbaars |
| P03 | Stukkenkip met been1,2 | Vlakke open vorm | 0 | 0,15 - 1,20 | Leg de stukkenkip met de kant van het vel maar anderen. |
| P04 | Sneetjes brood1,2 | Vlakke open vorm | 0 | 0,10 - 0,50 | Tarwebrood, gek参加会议, burgdien u alleen in de benodigde hoeveelheid te ontdooven. Het board wordt snel oudbakken. Maak indien möglich de sleetjes brood los van el-kaar. |
1 Let op het keersignaal.
2 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.
Gevogelte, vlees, vis
| Nr. | Gerechten | Toebehoren | Inschuifhoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| POS | Stukkenkip, vers1,2 | Rooster + glazen braadslede | 3 + 2 | 0,15 - 1,00 | Kippenpoten, hal-ve kippenLeg de stukkenkip met de kantvan het vel maar onderen. |
| POS | Rosbief, kort ge-bakken | Glazen braadsle-de | 1 | 0,50 - 2,00 | |
| POS | Rosbief, rosé | Glazen braadsle-de | 1 | 0,50 - 2,00 | |
| POS | Rosbief, doorbak-ken | Glazen braadsle-de | 1 | 0,50 - 2,00 | |
| POS | Lamsbout metbeen, rosé | Glazen braadsle-de | 1 | 1,00 - 2,00 | |
| P10 | Lamsbout metbeen, doorbak-ken | Glazen braadsle-de | 1 | 1,00 - 2,00 | |
| P11 | Vis, heel, vers3 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 | 0,20 - 1,20 | Citroensap aan de binnenkant druppelen. |
| P12 | Visfilet, vers3 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 | 0,20 - 0,50 | |
| P13 | Visfilet, diepvries3 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 | 0,20 - 0,50 | Gebruik gelijkmataglikkma-tig vlakke visfilets. |
| P14 | Eenpansgerecht met verse ingrediënten4,2 | Vorm met deksel | 0 | 0,20 - 2,00 | Gebruik gelijke delen vlees, groente en bouil-lon en geef het totaalgewicht aan. |
1 Let op het keersignaal.
2 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.
3 Vul de watertank.
4 Let op het roersignaal.
Groente, bijgerechten
| Nr. | Gerechten | Toebehoren | Inschuifhoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| P15 | Broccoli, vers1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 | 0,10 - 1,00 | |
| P15 | Erwten, diepvries1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 | 0,10 - 1,00 |
1 Vul de watertank.
2 Let op het roersignaal.
3 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.
| Nr. | Gerechten | Toebehoren | Inschuifhoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| P1 | Plakjes wortel, vers1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 | 0,10 - 0,75 | Hoe dikker de plankken, des te beetvaster het re-sultaat. Als u de gerechten heb-e maal gaar wilt, voert u een hoger gewicht in. Hier-door worden de programmaduur verlangd. |
| P18 | Groene asperges, vers1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 | 0,10 - 0,70 | Niet over elkaar hebent even leggen. |
| P19 | Eieren, zachtgekooke1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 | 2 - 10 stuks | Kippeneieren, ge-koeld |
| P20 | Rijst2, 3 | hoge vom met deksen | 0 | 0,10 - 0,50 | Gebruik alleen rijst met lange korrel. Gebruik geen rijst in kook-zakjes. Doe 2-3keer zoveel water bij de rijst. Laat de rijst na het ein-de van het pro-gramma 5 - 10 min rusten. |
| P21 | Aardappels in de oven | Rooster | 2 | 0,20 - 1,50 | Middelgrote aard-appelen, ca. 250 g. Was en droog de aardappelen. Prik meerere ke- ren met een vork in de pel. |
| P22 | Gekookeaardappelen3, 1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 | 0,20 - 0,50 | Schil de aardap-pelen en snijd de aardappelen in blokjes. Hoe gro-ter de stukken, hoe beetvaster het resultaat. |
| P23 | Vruchtencompote3, 1, 2 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 | 0,30 - 0,80 | Doe wat suiker en Kaneel bij de vruchten. Bij een compote vanklein fruit frambo-zen en aardbeien pas toevoegen na het roersignaal. |
1 Vul de watertank.
2 Let op het roersignaal.
3 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.
Convenience
| Nr. | Gerechten | Toebehoren | Inschuifhoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| P24 | Frites, diepvries1 | Glazen braadsle-de | 2 | 0,20 - 0,80 | Niet over elkaar—heen leggen. |
1 Let op het keersignaal.
| Nr. | Gerechten | Toebehoren | Inschuifhoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| P25 | Krokten, diepvries1 | Glazen braadsle-de | 2 | 0,25 - 0,80 | Niet over elkaar Been leggen. |
| P26 | Pizza, voergebakken, gekoeld | Rooster | 2 | 0,10 - 0,60 | Pizza met dunne bodem. |
| P27 | Pizza, voergebakken, diepvries | Rooster | 1 | 0,10 - 0,50 | Pizza, dunne bodem, pizza-ba-guette. |
| P28 | Pastaschotel, voergekookt en gekoeld | Vorm op de gla-zen braadslede | 2 | 0,30 - 1,00 | Lasagne, cannel-loni of pastascho-tels met voorge-gaarde pasta. |
| P29 | Bordgerecht op-warmen, gekoeld | vlakke vom op de glazen braad-slede | 3 | 0,20 - 0,50 | |
| P30 | Bordgerecht op-warmen, diepvries | vlakke vom op de glazen braad-slede | 3 | 0,20 - 0,50 |
1 Let op het keersignaal.
12.3 Gerecht instellen
- De functiekeuzeknop op P zetten.
Het display toont het eerste gerechtnummer en een gewichtsvoorstel. - Stel met de draaiknop het gewenste gerecht in.
- Druk op ^ C / kg
Op het display staat de gewichtsinstelling in de focus. - Stel met de draaiknop het gewicht in.
Vóor het starten=kunt u met P en °C/kg:tussen het ge-recht en het gewicht wisselen.
Het apparatus stelt automatische de bijpassende tijsdsduur in. - Druk op II. Na de start kurz u het gerecht en het gewicht nicht meer wijzigigen. Met ^ / kurz u het ingestelde gewicht weergeven.
Hetprogramma wordt gestart.
Dl brandt.
Ukunt het verloop van de tijsdsduur aflezen.
Wanner de tijdsduur is verstreten, klinkt er een geluidssignaal. - De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Opmerking: Vóör de start kurz u met P en °C/kg:tussen de programme's en het gewicht wisselen.
Na de start=kunt u het programmanummer en het gewicht Niet meer wijzigigen. Met ^ / kunt u het ingestelde gewicht opvragen.
12.4 Gerecht wijdzigen
- Gedurende 4 seconden op Dl drukken of de apparaatdeur openen.
Het gerecht worden teruggezet - Een{niew gerecht kiezen.
12.5 Bedrijf onderbreken
U knot het bedrijf te allen tjnde stoppen.
- Druk op of open de deur van het apparatusat.
De Werking wordt onderbroken.
Dll knippert. - Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op
De werkung worden voortgezet.
DII brandt.
12.6 Bedrijf afbreken
U sunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programme onderbroken of afgebrozen is, kan hetijken dat de koelventilator blijft draaien.
Het apparaat breekt de lopende functies af.
13 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u de tijdsduur alsmede de timer kurz instellen.
13.1 Overzicht van de tijdfuncties
Uw apparaat heeft verschillende tijdfuncties Met roept u het menu op en gaat u van de ene maar de andere functie. Op het display+zijn de symbolen van de beschikbare functies verlicht. De zojuist gekozen functie staat in de focus.
| Tijdfunctie | Gebruik |
| Timer Ⓒ | De timer kurz u onafhankelijk van de werkung instellen. Hij beïnvloedt het apparaat Niet. Na het verstrijken van een wekkertijd klinkt een signalaal. |
| Tijdsduur | ➔ | | Na afloop van een ingestelde tjids-duur eindigt de werkung automatisch. Pas na het instellen van een verwar-mingsmethode, kutunt de tjdsduur met ⊙ opvragen. Na het verstrijken van een duur klinkt een signalaal. |
| Tijd Ⓒ | Zolang er geen andere functie op de voorgrund loopt, worden de tijd op het display aangegeven. |
Opmerking: U kunt het signala voortijdigbeeindigen door op 念 te drukken. Hoe lang een signala klinkt, cunt u in de Basisinstellungen Pagina 136 wijzigen.
13.2 Tijdfuncties opvragen
Vereiste: Wanner er meerere tijdfuncties zich ingesteld, zich de bijbehorende symbolen op het display verlicht. U kunt het verloop van de tijsdsduur aflezen. Tijdens de werkking zich timer en tijsdsduur beschikbaar. Tijdens sluimerstand zich timer enijd beschikbaar.
Druk op , totdat , of | | is benadrukt.
Op het display worden de betreffende waarde weergegeven.
13.3 Timer instellen
- Druk op .
Op het display branden 日 en de tijdsymbolen. - Met de draaiknop de wekkertijd instellen.
Na enkele seconden worden de ingesteldeijd overgenomen.
De timer start.
Op het display brandt 圆 en de wekkertijd loopt zichtaar af. De andere tijdsymbolen verdwijnen.
Na het einde van de wekkertijd klinkt een signaal. Op het display staat ------. - Met een willekeurig veld kunt u de wekker uitschakelen.
13.4 Timer wijdigen
Wijzig de timertijd met behulp van de draaiknop.
Na enkele seconden toont het apparaat de ingestel-de timertijd.
13.5 Timer wissen
Zet met de draaiknop de timertijd op -----.
De timer isuitgeschakeld.
13.6 Tijdsduur instellen
- Twee keer op drukken.
Het display toont --:-- en de tijdsymbolen branden. - Met de draaiknop een tijdsduur instellen.
- Druk op II.
Hetprogrammawordstgestart.
Op het display loopt de duur zichtaar af en brandt. De andere tijdsymbolen verdwijnen.
Na het aflopen van de duur klinkt een signaal. Het apparaat warmt Niet meer op. Op het display staat --- - Met het signaal beeindigen.
- Om het apparaat uit te schakelen, de functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
13.7 Tijdsduur wijzigen
- Met de draaiknop de tijsdsduur veranderen.
Naar enkele seconden verschijnt de gewijzigde tijdsduur op het display.
U kunth het verloop van de tijsdsduur aflezen.
13.8 Tijdsduur wissen
Opmerking: Bij een ingestelde wekkerfunctie要去 eerst op ⑤ drukken om de duur te wijzigen.
Zet met de draaiknop de tijsduur op -----.
- Na enkele seconden worden de wijziging door het apparaat overgenomen.
13.9 Tijd instellen
Bij ingebruikname staat de tijdsweergave in de focus.
Op het display knippert 12:00 en brandt.
- Met de draaiknop de hijd instellen.
- Druk op .
De tijd is ingesteld.
13.10 Tijd wijzigen
Vereiste: Het apparatus isuitgeschakeld.
- Twee keer op drukken.
Het display geeft en deijd weir. - Met de draaiknop de hijd instellen.
- Druk op .
De tijd is ingesteld.
Opmerking: Als u na het instellen van deijd Niet op ① drukt, neemt het apparaat de ingestelde waarde na enkele seconden automatisch over.
Als uijdens deinstallingen de positie van de functiekeuzeknop hebte veranderd,kestu het apparaat pas gebruiken als u de functiekeuzeknop op de nulstand draait.
Om het stand-byverbruik van uw apparaat te verminderen kut u de tijdsweergave uitschakelen.
14 Basisinstallingen
U=knt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
14.1 Overzicht van de basisinstellungen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstelleningen. De basisinstelleningen zijn afhankelijk van deuitvoering van uw apparaat.
| Indicatie | Basisinstalling | Keuze | Beschrijving |
| c01 | Signaalduur | I = kort = 10 seconden 2 = gemiddeld = 30 seconden1 3 = lang = 2 minutes | Signaalduur van het verstij-ken van een tijdsduur of de timer instellen. |
| c02 | Toetssignaal | Ø = UIT I = aan1 | Toetssignalen in- of uitscha-kelen. |
| c03 | Displayhelderheid | I = laag 2 = gemiddeld1 3 = hoog | Helderheid van display in-stellen. |
| c04 | Tijdsweergave | Ø = UIT I = aan1 | Tijd op het display weerge-ven. |
| c05 | Verlichting van de binnen-ruimte | Ø = UIT I = aan1 | Verlichting van de binnen-ruimte in- of uitschakelen. |
| c06 | Waterhardheid | Ø = onthard I = zacht 2 = gemiddeld 3 = hard 4 = zeer hard1 | Waterhardheid instellen → Pagina 122. |
| c07 | Fabrieksinstelling | Ø = UIT1 I = aan | Gewijzigde instellenen te-rugzetten maar de fabrieks-instellen. |
| c08 | Demonstratiemodus | Ø = UIT1 I = aan | Demomodus in- of uitscha-kelen. Opmerking: De demonstra-tiemodus is alleen zich-haarijdens de eerste 5 minuten na aansluiting van het apparaat. |
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaatype afwijken)
14.2 Basisinstallingen wijdigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- Houd enkele seconden ingedrukt.
Het display geeft de eerste basisinstellungen weeR. - Wijzig de basisinstelling met de draaiknop.
- Druk op .
Het display geeft de volgende basisinstelling wee. -
Met alle gewenste basisinstellungen selecteren en de waarden wijzigen.
-
Houd om de wijzigingen op te slaan, enkele se-
conden ingedrukt honden.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de gewijzigde basisinstellungen behouden.
14.3 Het wijzigen van de basisinstellungen afbreken
Draai de functiekeuzeknop.
Alle wijzigingen werden verworpen en nicht opgesla-gen.
15 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
15.1 Tips voor apparaatonderhoud
Neem de tips voor apparaatonderhoud in acheit om de werkking van het apparatusat lang in stand te houden.
| Maatregel | Voordeel |
| Het apparaat algijd schoon houden en vuil di-rect verwijderen. Maak de binnenruimte na elk ge-bruik schoon. | Dan zet het vuil zich nicht vast en brandt het Niet in. |
| Vlekken van kalk, vet,zet-meel en eiwit onmiddelijk verwijderen. | Corrosie voorkomen. |
| Bij erg vochtig gebak de glazen braadslede gebrui-ken. | De binnenruimte worden dan Niet zo vuil. |
| Gebruik voor het braden een geschikte vom, bijv. een braadslede. | De binnenruimte worden dan Niet zo vuil. |
| Indien möglich hete lucht gebruiken. | Verontreiniging is gerin-ger |
15.2 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Binnendringend�回tikaneenschokveroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hopedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
- Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanner deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zichn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
15.3 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreveen, zDat de verschillende onderdelen en oppervlakken Niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat enhaar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderenjonger dan 8aar moeten uit de buurt worden gehonden.
Losse voedselresten, vet en vleessap können in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te makes van grove verontreiniging.
WAARSCHUWING-Kans op letsel!
Wanner er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur odomat dit het oppervlak kan beschaden.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- De aanwijzingen voor de reiniging van de onderden en oppervlakken van het apparaat in acht nemen.
-
Indien nicht anders vermeld:
-
De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Droog na met een zachte doek.
15.4 Voorzijde van het apparaat reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen.
- Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken.
-
Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddelijk verwijderen.
Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigungsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken. -
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en een vaatdoek reinigen.
Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en meetaal.
-
Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel.
-
Met een zachte doek nadrogen.
15.5 Bedieningspaneel reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen.
-
Het bedieningspaneel nooit nat afnemen.
-
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen.
- Met een zachte doek nadrogen.
15.6 Ruiten van de deur schoonmaken
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadi-gen.
-
Geen schraper gebruiken.
-
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek een glasreiniger.
Opmerking: Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen,+zijn Lichtreflecties van de verlichting van de binnenruimte.
- Met een zachte doek nadrogen.
15.7 Deurgreep reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- De deurgreep met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje reinigen.
Opmerking: Als er ontkalkingsmiddel op de deur-greep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die nicht meer verwijderd können worden.
- Met een zachte doek nadrogen.
15.8 Deurafdichting reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting beschadigen.
- Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vitrokeramische kookplaat voor het reinigen.
-
Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
-
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en een zachte vaatdoek.
- Met een zachte doek nadrogen.
15.9 Roestvrijstalen oppervlakken reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- Met een schoonmaakdoekje en warm zeepsop reini-gen.
- Met een zachte doek nadrogen.
- Na de reiniging de positie van de deurdichting controeren.
15.10 Binnenruimte reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschäigen.
- Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- Met warm zeepsop of azijnwater reinigen.
- Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermögen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden alsijd een lepel er inplaatsen.
- De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- De binnenruimte met geopende deur latent drogen.
15.11 Accessoires reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- Ingebrande etensresten met een vochtige vaatdoek en heet zeepsop losweken.
- De accessoires met heet zeepsop en een vaatdoek of een afwasborstel reinigen.
- De roest met RVS-reiniger of in de vaatwasser reinigen.
Gebruik bij sterke verontreiniging een RVS-spiraalspons of ovenreiniger.
- Met een zachte doek nadrogen.
15.12 Zelfreinigende oppervlakken schoonmaken
De achechterkant van de binnenruimte beschikt over een zelfreinigende katalytische laag. Spatten van het bakken en braden worden door deze laag opgezogen en afgeb broken terwijl het apparaat in gebruik is. Daarom hoeft u dit gedeelte Niet te reinigen.
LET OP!
Ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken beschadigt de oppervlakken.
- Geen ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken gebruiken. Wanner er toch ovenspray op deze oppervlakkenterechtkomt, direct afnemen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende reinigingshulp gebruiken.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
Bruine of witte resten dan met water en een zachte spons verwijderen.
Opmerking: Tijdens het gebruik kuren er roodachtige vlekken op de oppervlakken ontstaan. Hierbij gaat het Niet om roest, maar om vlekken van levensmiddelen. Deze vlekken zijn nicht schadelijk voor de gezondheid en hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
15.13 Opvangbakje reinigen
LET OP!
Hitte kan het opvangbakje beschaden.
- Het opvangbakje Niet in de hete binnenruimte dro-gen.
-
Het opvangbakje Niet in de vaatwasmachine reinigen.
-
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- Het opvangbakje met een schoonmaakdoekje en warm zeepsop reinigen.
- Grondig met helder water uitspoelen.
- Met een zachte doek nadrogen.
- Het opvangbakje met geopend deksel latent drogen.
- Wrijf de afdichting van het deksel droog.
15.14 Watertank reinigen
-
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
-
De watertank met een schoonmaakdoekje en warm zeepsop reinigen.
- Grondig met helder water uitspoelen.
- Met een zachte doek nadrogen.
- Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- Wrijf de afdichting van het deksel droog.
15.15 Tankschacht reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- De tankschacht na elk gebruik droogwrijven.
15.16 Stoomuitlaat in de binnenruimte reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- De stoomuitlaat in de binnenruimte met warm zeep-sop en een schoonmaakdoekje of een zachte af-wasborstel reinigen.
16 Reinigingsfunctie
Gebruik de reinigingsfunctie om het apparaat te reinigen.
16.1 Ontkalken
Voor een goede werkung dient u het apparaat regelmatig te ontkalken.
Hoe vaak het ontkalkt moet worden is afhankelijk van de waterhardheid en het aantalKaren dat er stoom is gebruikt. Het apparaat toont u via op het display als de stoomfunctie nog 5 keer of minder kan worden gebruikt. Als u het ontkalken Niet uitvoert,kest u geen werkking met stoomeer instellen.
Het ontkalken duurt in het totaal ca. 32 minutes. Het ontkalken gebeurt in twee automatische stappen.
- Ontkalking, duur ca. 31 minutes
- Spoelcyclus na ontkalking, duur ca. 1 minuit
Voer om hygienische redenen het ontkalken vollediguit.
Als u het ontkalken onderbreekt,kest u geen werkig met stoomeer instellen.Omervoortzorgendat het apparaat weeer klaar is voor gebruik dient u een spoelcycclusuit te voeren.
Ontkalken starten
Het ontkalken van uw apparaat duurt ca. 31 minutes.
LET OP!
Niet aanbevolen ontkalkingsmiddelen konnen schade aan het apparaat veroorzaken
- Gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons aanbevolen ontkalkingsmiddel. De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afgestemd op het ontkalkingsmiddel.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakkenterechtkommen raken\ deze beschadigd.
▶ Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijdersen. -
Kies met de functiekeuzeknop.
Op het display wordt de duur van het ontkalken weergegeven. U(Intt te tijdsduur Niet wijzigen. -
De afdekking van het reservoir openen.
- Het opvangbakje verwijderen en leegmakern.
- Het lege opvangbakje er volledig inschuiven.
- Het waterreservoir eruit nemen.
-
Water en ontkalkingsmiddel(AP) mengen tot een ontkalkingsoplossing.
-
250 ml water en 50 ml vloeijaar ontkalkingsmiddel tot een ontkalkingsoplossing(OPen of eenontkalkingstablet, gewicht 18 g, 5 minuten lang in 250 ml water oplossen.
-
De ontkalkingsoplossing in het waterreservoir doen en het waterreservoir geheel inschuiven.
- De reservoirafdekking sluiten.
- Druk op II
Het apparatus wordt ontkalkt.
De resterende tijdsduur loopt af op het display.
Zodra het ontkalken beeindigd is, klinkt er een signalaal. Het apparaat pauzeert.
10. De afdekking van het reservoir openen.
11. Het opvangbakje verwijderen, leegmaken en erin schuiven.
12. Het waterreservoir verwijderen, grondig omspoelen, vullen met koud water en erin schuiven.
13. De reservoirafdekking sluiten.
14. Druk op
Het apparatus spoelt twee keer automatisch. Zodra het spoelen beeingidig is, klinkt er een signaal.
Opmerking: Neem de mengverhouding van het ontkalkingsmiddel in acht.
Ontkalkingsmiddel, vloeijaar (bestelnummer 00311680): mengverholding 1:5, 50 ml ontkalker met 250 ml water(AP)
Ontkalkingstabetten (bestelnummer 00311975): een ontkalkingstabet, gewicht 36 g, 5 minutes lang in 500 ml water oplossen.
16.2 Spoelen
Als u de stoomfunctie langere tijd Niet hebt gebruikt, ontkalk en spoel dan het apparatus.
Om uw apparaat schoon te houden, kutu water door het buissystemeem pompen. Het apparaat LAST vervolgens het water in het opvangbakje lopen.
Opmerking: Na het spoelen kuren er zich opgeloste kalkdeeltjes in het opvangbakje bevinden. Dit is normal en beinvloedt de werkung nicht.
Spoelcyclus uitvoeren
-
Kies met de functiekeuzeknop.
Het display geeft de duur van het programma wee. U kutn de duur van het programma Niet wijzigen. -
De tankafdekking openen.
- Het opvangbakje verwijderen en leegmake.
- Het lege opvangbakje er volledig inschuiven.
- De watertank verwijderen en eventueel restwater verwijderen.
- De watertank grondig uitspoelen en met vers water vullen.
- De watertank volledig inschuiven.
- De tankafdekking sluiten.
- Druk op II.
Water wordt door de buizen gespompt.
De tijdsduur loopt af op het display.
Zodra de tijdsduur beeindigd is, klinkt er een signaal.
17 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaatkest u zichverhopen.Raadpleeg voordat u contact opneemt met deklantenservice de informatie over het verhopen van storingen.Zo voorkomt u onnodige kosten.
Ondeskundige reparations zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparations zijn gevaarlijk.
Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gezruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoor van dit apparaat beschadigd raakt,要去 het ter vermijding van risico's worden verrangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificierde persoon.
17.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
| Apparaat werkt nicht. | Netstekker van de stroomkabel is nicht ingestoken. ► Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werkig getreden. ► Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ► Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden waar inschakelen. ► Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geefijdens het telefoongesprek de exacte foulmelding door. → "Servicedienst", Page 142 | |
| Deur is nicht hebelaal gesloten. ► Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpenussen de deur klem zitten. | |
| Verlichting van de binnenruimte werkt nicht. | LED-lampje is defect. ► Als deze storing zich meerdereKaren voordoet, neem dan contact op met de service-dienst. |
| Op het display knip-pert 12:00 en het symbool ⊙ brandt. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ► Stel dearend opnieuw in. → "Tijd instellen", Page 135 |
| Het toestel is nicht in gebruik. Op het dis-play worden een tijds-duur weergegeven. | IlIWord Niet ingedrukt. ► Druk opIlI. |
| De magnetron werknetiet. | Deur is Niet—helemaal gesloten. ► Controller of er resten van een gerecht of vreeimde voorwerpen tussen de deur klem zitten. |
| DIIWORD not ingedrukt. ► Druk op DII. | |
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Magnetronvermogen is te laag ingesteld. ► Stel een hoger magnetronvermogen in. → Page 125 |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het apparaat gedaan. ► Stel een langere tjidsduur in. Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveelijd nodig. | |
| Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ► Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om. | |
| Magnetonfunctie bredkt af. | Apparaat heeft een storing. ► Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de service-dienst. |
| Het apparaat warmt Niet op, op het dis-play knippert de dubbe-punt. | De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstelleningen. 1. Haal de stroom van het apparaat door de zekering in de meterkast kortuit te schakenen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 3 minutes in de basisinstelleningen → Page 136. |
| Symbolen voor water-tank en opvangbakje knipperen voortdu-rend. | Technisch probleem 1. Zorg ervoor dat de watertank en het opvangbakje volledig in de betreffende tankschacht着眼 geschoven. 2. Blijven de symbolen knipperen, bel dan de servicedienst. Opmerking: U Aunt het apparaat verder gebruiken, behalte de stoomfunctie. |
| De warme lucht of stroom ontsnapt via de deur. | Geen storing. Koelventilator van het apparaat draait. ► Geen handeling vereist. Ventilator draait ook na het gebruik nog een korteperiode na. Het apparaat worden door de ventilator beschermd gegen oververhitting. |
| Koelventilator draait ook na het gebruik na. | Apparaat要去 na het gebruik worden gekoeld. ► Geen handeling vereist. Ventilator draait ook na het gebruik nog een korteperiode na. Het apparaat worden door de ventilator beschermd gegen oververhitting. |
| Koelventilator draait bij geopende deur. | Apparaat要去ijdens en na het gebruik worden gekoeld. ► Geen handeling vereist. Alle kookfuncties worden bij het openen van de deur gestopt. |
| Stoom is Niet zich-baar in de hetelucht-functionie en grill-combi-natiefunctie. | Stoom is Niet in elk temperatuurbereik zichtaar. Hoe heter de stoom is, des te minder deze zichtaar is. ► Geen handeling vereist. |
| Opvangbakje is na stoomfunctie leeg. | Bij normale stoomfunctie en stoomcombifunctie wordt het condenswater van de glasplaat op de bodem en in de grijze drupgoot in de bodemplaat opgevangen. Dit komt nicht in het opvangbakje. ► Geen handeling vereist. Het opvangbakje diest alleen voor de spoelprocedure en de ontkalkingsprocedure, nicht voor de gewone stoomfunctie en stoomcombifunctie. |
| Er zitten witte kalk-deeljtes in het op-vangbakje. | Tijdens het speelen of ontkalken komenkleine kalkdeeltjes uitt de boiler los. 1. Controller de instelling van de waterhardheid. 2. Voer de ontkalking in de opgegeven intervallen uitt. ► Ontkalk het apparaat zoals beschreiben in de gebruksaanwijzing van het apparaat. |
| Laag waterverbruik in de combatiefunctie. In het bijzonder bij combatiefunctie met 3 functies. | In de stoom combatiefunctie, met name bij combatiefunctie met 3 functies, kan het voor-komen dat er deels slechts weinig stoom worden gebruikt. Zodoende worden er slechts weinig water uitt de schoonwatertank verbruikt. ► Geen handeling vereist. |
17.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
| Melding E0532 versuschijnt op het display | Door vuil op het bedieningspaneel is het touchveld voortdurend actief.1. Schakel het apparaat UIT.2. Reinig het bedieningspaneel.3. Schakel het apparaat wee in.► Als deze fout onmiddelijk na het inschakelen werk opttreedt, neem dan contact op met de servicedienst. |
| Melding E5005 versuschijnt op het display | De stoomfunctie werk bij het legen van de watertank meerere malen geactiveerd.Zorg er voordat u het apparaat waar gaat gebruiken voor dat de watertank met koud water bevuld is en volledig in de tankschacht is geschoven.► Als deze storing zich meerere keren voordoet, neem dan contact op met de servicedienst. |
18 Afvoeren
18.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijkke afvoer{kunnen waardevolle grondstoffen opniew worden gebruikt.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoorn kurz u informatie verkrijgen over de actuèle afvoer-methoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verworking van oude apparaten.
19 Servicedienst
Gedetailleerde informatatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kurz u opvragen bij once servicedienst, uw dealer of op once website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgeveens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op unsere website.
Dit product bevat lichtbronnen van de energieklasse D. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden verrangen.
19.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanner u de apparaatdeur opent.

Om uw apparaatgeevens en de servicedienst-telefoonnummers nsel terug te kunnen vinden, kurz u de geevens noteren.
20 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellungen alsmede de Beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
20.1 Zo kurz u het best te werk gaan
Hier vertellen we u hoe u als Beste stap voor stap optimaal kutn profiteren van het insteladvies. U krijgt informatie over vele gerechten met informatie en tips, zoals hoe u het apparaat handmatig ideaal kutn gebruiken en instellen.
Opmerking: Voor een selectie van gerechten beschikt uw apparaat geprogrammeerde instelleningen. Wanner u zich door het apparaat wilt lately leiden, gebruik dan de automatische programma's.
"Automatischeprogramma's",Pagina131
- Vóor het gebruik Niet benodigde vormen uit de binnenuimte verwijderen.
- Een gerechtuit de insteladviezen kiezen.
- Doe het gerecht in een geschikte vorm.
Gebruik de vormen en accessoires welke in het insteladvies zijn aangegeven.
Gebruik kookgerei en accessoires die geschikt zich voor het type bereiding.
"Vormen en accessoires die geschikt zich voordemagnetron", Pagina 124
Gebruik de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze+zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
- Tip: Als u van de tabellen afwijkende hoeveelheden wilt bereiden, stel dan voor de dubbele hoeveelheid ongeveer de dubbele tijsdsduur in.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het Voorverwarmen in de binnenruimte.
Sommige gerechten lukken het best wanner ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Maakt u iets klaar volgens eigén recept, neem dan soortgelijke gerechten als basis. Aanvullende informatie vindt u onder de tips na de insteltabellen.
Bij de magnetronfunctie stelt u de langsteijd in die aangegeven staat en contrôleert u het gerecht na de kortsteijd.
Zorg er bij het begin voor dat de watertank bij toepassingen met stoom bevuld is.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
De temperatuurgegevens en de tijdsopgaven in de tabellen zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Daarom�in instelbereiken aangegeven.Probeer het eerst met de lagere waarden.Stel de volgende koer zo nodig een hogere waarde in.
-
Het gerecht overeenkomstig de inschuifhoogte in de binnenruimte plaatsen.
-
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan harestoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur Niet altiijd zichtaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zich.
WAARSCHUWING-Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geben warmte af. De vormen können heet worden.
- Neem vormen en accessoires.altijd met behulp van een pannenlapuit de binnenruimte.
Schakel het apparaat UIT wonneer het gerechtCLAAR is.
20.2 Algemene aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatatie aan bij het bereiden van allegerechten.
Condensvorming
Bij de bereiding van levensmiddelen kan er veel water-damp ontstaan in de binnenruimte.
Omdat het apparaat zeer energia-efficiën is, komt er tijdens het gebruik slechts weinig warmte maar buiten.
Door de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenuimte van het apparaat en de buitenste apparaatonderdelen kan condensvorming optreden bij de apparaatdeur, het bedieningspaneel of aangrenzende meubelfronten. De vorming van condens is een normala nataurkundig verschijnsel.
Als u het apparaat voorverwarmt of de deur voorzichtig opent, vermindert u de condensvorming.
Bereiding met gebruik van stoom of met een stoomverwarmingsmethode leidt tot veel waterdamp in de binnenruimte. Veeg de binnenruimte droog nadat het apparaat is afgekoeld.
Bakvormen
Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en de producten bruinen nicht gegelijkmatig.
Wilt u vormen van silicone gebruiken, raadpleeg dan de informatatie van de fabrikant om te zien of ze geschikt zich voor gebruik met stoom en de magnetron. Zie ook de opgaven en recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zich vaakkleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens konnen afwijken.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier algijd op maat.
WAARSCHUWING-Kans op brand!
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmings-elementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
Bakpapier algid op maat make n en verzwaren met een vorm.
20.3 Tips voor een acrylamide-armebereiding
Acrylamide is schadelijk voor de gezondheid en ontstaat wanner u graanproducten en aardappelproducten bij zeer groote hitte bereidt.
| Gerecht | Tip |
| Algemeen | ■ Houd de bereidingstijden zo kort möglichn ■ Gerechten goudbruineniet een te donkerekleur latent krijgen. ■ Gebruik große,.dkkeproducten. Deze bevatten minder acrylamide. |
| Gebak en koekjes | ■ De temperatuur bijhete lucht op max.180°C instellen. ■ Gebak en koekjes metei of eigeel bestrijken.Dit vermindert de vor-ming van acrylamide. |
| Oven-frites | ■ Frites gelijkmatig en inéén laag over deplaatverdelen. ■ Minstens 400 g perplaat bakken, zodat defrites nicht uitdrogen. |
20.4 Tips om te ontdooien en op te warmen
Neem deze tips in acheit voor goede resultaten bij het ontdooien en opwarmen.
| Vraag | Tip |
| Het gerecht moet na het verstreijken van de tijsduur ontdooid, heet of waar্তn. | Stel een langere tijsduur in. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten ismeerijd nodig. |
| Het gerecht mag na het verstreijken van de tijsduur aan de rand Niet oververhit+zijn en in moet in het midden.gaar+zijn. | ■ Het gerecht tussendooroeren.■ Een lager magnetron-verbogen en een langere tijsduur instellen. |
| Gevogelte of vlees mag na het ontdooien Niet al-leen van buiten gebak-ken, maar in het midden nog bevroren+zijn. | ■ Een lager magnetron-verbogen instellen.■ Het te ontdooien ge-recht bij große hoeveel-heden meerdere mal-en keren. |
| Het gerecht mag Niet te droogzoijn. | ■ Een lager magnetron-verbogen instellen.■ Een kortere tijsduur instellen.■ Gerecht afdekken.■ Meer vloeistof toevee-gen. |
20.5 Tips om te ontdooien en op te warmen met magnetron
Als bij het ontdooien of opwarmen met de magnetron iets nicht lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag | Tip |
| U vindt geen instellege-vens voor de Voorbereide hoeveelheid voedsel. | De bereidingsstijd verlen-gen of verkorten. Vuistregel: dubbele hoe-veelheid = bijna dubbel tijd, halve hoeveelheid = halve tijd |
| Uw gerecht is te droog geworden. | ■ De bereidingsstijd ver-korten. Of: ■ Een lager magnetron-vermogen selecteren. ■ Het gerecht afdekken en meer vloeistof toe-voegen. |
| Uw gerecht is na afloop van de tijd nog Niet ont-doodid, Niet warm of nicht gaar. | De bereidingsstijd verlen-gen. |
| Na afloop van de berei-dingsstijd is uw gerecht aan de rand oververhit, maar in het midden nog Niet gaar. | ■ Roer het gerecht tus-sendoor om. ■ De volgende keer een lager vermogen en een langere duur ins-tellen. |
| Na het ontdooien is uw gezogelte of vlees van buiten gebakken maar in het midden nog Niet ont-dooid. | ■ De volgende keer een lager magnetron-ver-mogen kiezen. ■ Het te ontdooien ge-recht bij große hoeveel-heden meerere mal-en keren. |
20.6 Ontdooien
Met uw apparaatkestu diepvriesproducten ontdooien.
Gerechten ontdooien
- De bevroren levensmiddelen in een open vorm op de bodem van de binnenruimteplaatsen. Gevoelige delen kunt u met eenklein stuk alumi-umfolie afdekken, bijv. kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken. De folie mag de wanden van het apparaat Niet raken.
- In werkung stellen. Halverwege het ontdooien kurz u de aluminiumfolie verwijderen.
- Opmerking: Als u vlees en gezogelte ontdooit, ontstaat vloeistof. De vloeistofijdens het keren verwijderen en in geen geval verder gebruiken of met andere levensmidde-len in aanraking latent komen.
- De gerechten tussendoor eén tot twee keer omroeren of keren. Grote stukken meertere malen keren.
- Om ervoor te zorgen dat de temperatuur geglmatig worden verdoeffeld, de ontdooide gerechten ca. 10 tot 60 minutes bij kamertemperatuur latenten rusten.
Bij gevogelte=kunt u de ingewanden verwijderen.
Het vlees sunt u ook met eenkleine bevroren Kern verder verweken.
Insteladviezen voor het ontdooien
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. |
| Vlees in+zijn geheel, met en zonderbeen, 800 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.151 |
| 2.90 | 2.15-251 | ||||
| Vlees in+zijn geheel, met en zonderbeen, 1000 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.151 |
| 2.90 | 2.25-351 | ||||
| Vlees in+zijn geheel, met en zonderbeen, 1500 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.201 |
| 2.90 | 2.25-351 | ||||
| Vlees in stukken of plakken, 200 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.52 |
| 2.90 | 2.4-62 | ||||
| Vlees in stukken of plakken, 500 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.102 |
| 2.90 | 2.5-102 | ||||
| Vlees in stukken of plakken, 800 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.102 |
| 2.90 | 2.10-152 | ||||
| Gehakt, gemengd, 200 g3 | Open vorm | 0 | ∞∞ | 90 | 151,4 |
| Gehakt, gemengd, 500 g3 | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.51,5 |
| 2.90 | 2.10-151,5 | ||||
| Gehakt, gemengd, 800 g3 | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.101,5 |
| 2.90 | 2.15-201,5 | ||||
| Gevogelte of stukken gevogelte, 600 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.56 |
| 2.90 | 2.10-156 | ||||
| Gevogelte of stukken gevogelte, 1200 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.106 |
| 2.90 | 2.20-256 | ||||
| Eend, 2000 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.201,6 |
| 2.90 | 2.30-401,6 | ||||
| Gans, 4500 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.307,6 |
| 2.90 | 2.60-807,6 | ||||
| Visfilet, viskotelet of plakken, 400 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.58 |
| 2.90 | 2.10-158 | ||||
| Hele vis, 300 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.3 |
| 2.90 | 2.10-15 | ||||
| Hele vis, 600 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.8 |
| 2.90 | 2.15-25 | ||||
| Groente, bijv. erwten, 300 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 180 | 10-159 |
| Groente, bijv. erwten, 600 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.109 |
| 2.90 | 2.9-159 | ||||
| Fruit, bijv. frambozen, 300 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 180 | 7-109,8 |
| Fruit, bijv. frambozen, 500 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1.180 | 1.89,8 |
| 2.90 | 2.5-109,8 | ||||
| Boter ontdooven, 125 g10 | Open vorm | 0 | ∞∞ | 90 | 6-8 |
1 Het voedsel herhaaldelijk keren.
2 Maak bij het keren de stukken vlees van elkaar los.
3 Het voedsel vlak invriezen.
4 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
5 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
6 Verwijder de ontdooivloeistof.
7 Keer de voedingswaar elke 20 minutes.
Maak de ontdoide delen van elkaar los.
9 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
10 De verpakking volledig verwijdersen.
11 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
12 De stukken gebak van elkaar scheiden.
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. |
| Boter ontdooien, 250 g10 | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1. 180 | 1. 2 |
| 2. 90 | 2. 3-5 | ||||
| Brood, heel, 500 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1. 180 | 1. 3 |
| 2. 90 | 2. 10-15 | ||||
| Brood, heel, 1000 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1. 180 | 1. 5 |
| 2. 90 | 2. 15-25 | ||||
| Gebak, droog, bijv. cake, 500 g11, 12 | Open vorm | 0 | ∞∞ | 90 | 10-15 |
| Gebak, droog, bijv. cake, 750 g11, 12 | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1. 180 | 1. 3 |
| 2. 90 | 2. 10-15 | ||||
| Gebak, vochtig, bijv. vruchten-taart, kwarktaart, 500 g11 | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1. 180 | 1. 5 |
| 2. 90 | 2. 15-25 | ||||
| Gebak, vochtig, bijv. vruchten-taart, kwarktaart, 750 g11 | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1. 180 | 1. 7 |
| 2. 90 | 2. 15-25 |
1 Het voedsel herhaaldelijk keren.
2 Maak bij het keren de stukken vlees van elkaar los.
3 Het voedsel vlak invriezen.
4 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
5 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
6 Verwijder de ontdooivloeistof
7 Keer de voedingswaar elke 20 minutes.
Maak de ontdooide delen van elkaar los.
9 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
10 De verpakking volledig verwijdersen.
11 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
12 De stukken gebak van elkaar scheiden.
20.7 Opwarmen
Met uw apparaat=kunt u gerechten opwarmen.
Diepgevroren gerechten opwarmen
WAARSCHUWING-Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geben warmte af. De vormen knen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
-
De kant-en-klaargerechten uit de verpakking nemen en in een vorm doein die geschikt is voor de magnetron.
-
De gerechten vlak in de vorm verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. Levensmiddelen nicht over elkaar heb een leggen.
- De gerechten met een passend deksel, een bord of speciale folie voor de magnetron afdekken.
- Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.
- In working stellen.
- Tussendoor de gerechten 2-3 keer keren of omroeren. De snugelid waarme de verschillende componenten van de gerechten warm worden kan verschillen.
- Om ervoor te zorgen dat de temperatuur geleijkmatig worden verd'eau, de opgewarmde gerechten 2-5 minuten bij kamertemperatuur latenten rusten.
Insteladviezen voor het opwarmen van diepgevroyen gerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. |
| Soep, diepvries, 400 g | Gesloten servies | 0 | ∞ | 600 | 8-15 |
| Eenpansgerecht, diepvries, 500 g | Gesloten servies | 0 | ∞ | 600 | 8-13 |
| Eenpansgerecht, diepvries, 1000 g | Gesloten servies | 0 | ∞ | 600 | 20-25 |
1 Bij het doorroeren de stukken vlees van elkaar losmaken.
Een beetje vloeistof bij het voedsel doein.
3 Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm worden bedekt.
4 Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
Roer het gerecht tussendoor om.
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. |
| Menu, bordgerecht, Kant-en-klaar-gerecht met 2-3 componenten, diepvries, 300-400 g | Gesloten servies | 0 | ∞∞ | 600 | 11-15 |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, diepvries, 500 g | Gesloten servies | 0 | ∞∞ | 600 | 12-171 |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, diepvries, 1000 g | Gesloten servies | 0 | ∞∞ | 600 | 25-301 |
| Ovenschotels, bijv. lasagne of cannelloni, diepvries, 450 g | Gesloten servies | 0 | ∞∞ | 600 | 10-15 |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, diepvries, 250 g2 | Gesloten servies | 0 | ∞∞ | 600 | 2-5 |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, diepvries, 500 g2 | Gesloten servies | 0 | ∞∞ | 600 | 8-10 |
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortelen, diepvries, 300 g3 | Gesloten servies | 0 | ∞∞ | 600 | 8-10 |
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortelen, diepvries, 600 g3 | Gesloten servies | 0 | ∞∞ | 600 | 14-17 |
| Spinazie à la crème, diepvries, 500 g4 | Gesloten servies | 0 | ∞∞ | 600 | 11-165 |
1 Bij het doorroeren de stukken vlees van elkaar losmaken.
2 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
3 Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm worden bedekt.
4 Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
Roer het gerecht tussendoor om.
Gerechten opwarmen

WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geben warmte af. De vormen knen heet worden.
- Neem vormen en accessoires.altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.

WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur worden bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij eenkleine schok van hetrecipient is voorzichtigheid geboden. De hare vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen alsijd een lepel in de vorm staat. Zo worden kookvertraging voorkomen.

LET OP!
Als het metaal gegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonden waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,要去en minstens 2 cm van de wanden van de binnenuimte en de binnenkant van de deur verwijderd�.
- De kant-en-klaargerechten uit de verpakking nemen en in een vorm doein die geschikt is voor de magnetron.
- De gerechten vlak in de vom verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. Levensmiddelen nicht over elkaar heb een leggen.
- De gerechten met een passend deksel, een bord of speciale folie voor de magnetron afdekken als dit in de tabel is vermeld.
- Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. Als u de stoomfunctie inschakelt, dan het kookgerei op de glazen braadslede in inschuifhoogte 3plaatsen en de watertank vullen.
- In werkung stellen.
- De gerechten tussendoor meerere malen keren of omroeren. De snugelheid waarmee de verschillende componenten van de gerechten warm worden kan verschillen.
- Controller de temperatuur.
- Om ervoor te zorgen dat de temperatuur geleijkmatig worden verdelijk, de opgewarmde gerechten 2-5 minuten bij kamertemperatuur lately rusten.
Insteladviezen voor het opwarmen
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mings-methode | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk, 150 ml1 | Open vorm | 0 | XXX | 360 | - | 0,5-1,52,3 |
| Dranken, 200 ml4 | Open vorm | 0 | XXX | 1000 | - | 1-25,6 |
| Dranken, 500 ml4 | Open vorm | 0 | XXX | 1000 | - | 4-55,6 |
| Soep, 2 koppen à 175 g | Open vorm | 0 | XXX | 600 | - | 3-4 |
| Soep, 4 koppen à 175 g | Open vorm | 0 | XXX | 600 | - | 6-8 |
| Stukken vis of vlees in saus, 500 g7 | Gesloten servies | 0 | XXX | 600 | - | 7-10 |
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met 2-3 componenten, 400 g | Open vorm | 0 | XXX+XXX | 360 | 3 | 9-14 |
| Eenpansgerecht, 400 g | Gesloten servies | 3 | XXX | 600 | - | 6-8 |
| Eenpansgerecht, 800 g | Gesloten servies | 0 | XXX | 600 | - | 8-11 |
| Groente, 150 g | Open vorm | 3 | XXX+XXX | 360 | 3 | 3-5 |
| Groente, 300 g | Open vorm | 3 | XXX+XXX | 360 | 3 | 4-7 |
| 1 Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen.2 Na het verwarmen het voedsel alsijd goed schudden.3 Beslist de temperatuur controleren.4 Doe een lepel in het glas.5 Alcoholische dranken nicht verwarmen.6 Het voedsel tussendoor controleren.7 De lapjes vlees van elkaar scheiden. | ||||||
20.8 Gebak, Klein gebak en brood
Met uw apparaat=kunt u gebak, Klein gebak en brood bakken.
Om het deeg te latent rijzen, dient u de deegkom met folie of een doek af te dekken. Plaats hem op de bodem van de oven en stel hete lucht 40^ in.
Bereidingsadviezen voor het bakken in combinatie met magnetron
- Wanner u bakt in combinatie met de magnetron, kurz u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
- Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
In de combistandkestu doorgaansnormalebakvormen van metaal gebruiken.
Aanwijzingen voor het bakken met stoom
- Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger. Zij krijgen een glanzend oppervlak en droger minder UIT.
Vul de watertank tot de markering "MAX" met water. Als het water opgebruikt is, worden het gerecht met de ingestelde verwarmingsmethode zonder toevee- ging van stoom verdier gegaard.
Bereidingsadviezen voor diepvriesproducten
- Neem het gerecht volledig uit de verpakking.
- Verwijder het ijjs van het gerecht. Gebruik geen sterk met ijjs bedekte diepvriesproducten.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Bereidingsadviezen voor brood en broodjes
LET OP!
Wanner de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Schakel de stoomfunctie voor hete lucht erbij in.
- De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Insteladviezen voor gebak in vormen
| Voedingswaar | Accessoires / vor-men | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. |
| Cake, eenvoudig | Napvorm, kransvorm of rechthoekige vorm | 1 | ♀ | 160-170 | - | 60-801 |
| Cake, fijn bijv. zand-gebak | Napvorm, kransvorm of rechthoekige vorm | 1 | ♀ | 150-160 | - | 60-701 |
| Notentaart | Springvorm Ø 26 cm | 1 | ♀+♀ | 170-180 | 90 | 30-35 |
| Taarbodem van be-slag | Taarbodemvorm | 1 | ♀ | 160-170 | - | 35-45 |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 1 | ♀ | 160-170 | - | 40-50 |
| Vruchten- of kwark-taart van zandtaart-deeg | Springvorm Ø 26 cm | 2 | ♀+♀ | 150-160 | 360 | 40-501 |
| Vruchtentaart, fijn, van roerdeeg | Springvorm/tulband-vorm | 1 | ♀+♀ | 170-190 | 90 | 30-45 |
| Hartig gebak, bijv. quiche of uientaart | Springvorm Ø 26 cm | 2 | ♀+♀ | 160-180 | 90 | 50-70 |
1 Het gebak ca. 20 minutes in de oven lately afkoelen.
Insteladviezen voor gebak op de plaat
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Cake met dro-ge bedekking | Glazen braad-slede | 2 | ♀ | 160-170 | - | - | 30-40 |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking, bijv. gistdeeg met appelkruimel | Glazen braad-slede | 1 | ♀ | 160-1701 | - | - | 30-45 |
| Broodvlecht van 500 g bloem | Glazen braad-slede | 1 | ♀+♀ | 170-1801 | - | 3 | 35-45 |
| Strudel met vruchtenvulling, voorgebakken, diepvries | Glazen braad-slede | 1 | ♀+♀ | 180-200 | - | 2 | 40-50 |
| Pizza | Glazen braad-slede | 2 | ♀ | 210-230 | - | - | 25-35 |
| Pizza, voorge-bakken, diepvries | Rooster | 2 | ♀+♀ | 180-190 | 180 | - | 8-15 |
| Pizza-baguette, voorgebakken, diepvries | Rooster | 2 | ♀+♀ | 190-210 | 180 | - | 12-15 |
1 Het apparaat voorverwarmen.
Insteladviezen voor Klein gebak en koekjes
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Koekjes | Glazen braadslede | 2 | ♀ | 150-170 | 20-35 |
| Schuimgebak | Glazen braadslede | 2 | ♀ | 100 | 90-120 |
| Macarons | Glazen braadslede | 2 | ♀ | 110 | 35-45 |
| Bladerdeeggebak | Glazen braadslede | 2 | ♀ | 170-180 | 35-45 |
Insteladviezen voor brood en broodjes
| Voedingswaar | Accessoires / vor-men | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Grill-stand | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Brood, 1 kg | Glazen braadslede | 1 | ♀+♂ | 1.2301 | 1. - | 1. 3 | 1. 10-15 |
| 2. 190-2001 | 2. - | 2. - | 2. 30-45 | ||||
| Brood, 1,5 kg | Langwerpige bak-vorm | 0 | ♀+♂ | 1.2301 | 1. - | 1. 3 | 1. 10-15 |
| 2. 200-2101 | 2. - | 2. - | 2. 40-50 | ||||
| Broodjes, bijv. tarwebroodjes | Glazen braadslede | 1 | ♀+♂ | 200-2101 | - | 3 | 25-35 |
| Geroosterd brood, 12 snee-tjes | Rooster | 3 | *** | - | 3 | - | 3-6 |
| Geroosterd brood, 4 snee-tjes | Rooster | 3 | *** | - | 3 | - | 3-6 |
| Toast gegrati-neerd, 2-4 sneejtjes | Rooster + Glazen braadslede | 3+1 | *** | - | 3 | - | 8-10 |
1 Het apparaat voorverwarmen.
Tips voor het bakken
Wanner er bij het bakken iets nicht lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag | Tip |
| Tussen vom en rooster ontstaan vonden. | ■ Controller of de vom van buiten schoon is. ■ De positie van de vom in de binnen-ruimte wijzigien. ■ Bak zonder magnétronfunctie verder en verleng de bakduur. |
| U wilt vaststellen of het gebak doorbakken is. | ■ Met een houten prikker op de hoogsteplaats in het gebak prikker. Zit er geen deeg meer aan de prikker, dan is het gebak klaar. |
| Uw gebak stort in. | ■ Houd de opgegeven ingredienten en bereidingsaanwijzingen in het recept aan. ■ Gebruik minder vloeis-tof. Of: ■ Verlaag de baktempe-ratuur met 10°C en verleng de baktijd. |
| Vraag | Tip |
| Uw gebak is in het midden hoog gerezen en la-ger bij de randen. | ■ Vet alleen de bodem van de springvorm in. ■ Het gebak na het bak-ken voorzichtig met een mes losmaken. |
| Uwklein gebak plakt bij het bakken aan elkaar. | ■ Rond elk stuk gebak een afstand van ca. 2 cm vrijhonden. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te lately rijzen en—helemaal bruin te lately worden. |
| Uw gebak is over het ge-heel telicht. | ■ Controller de inschuif-hoogte en de acces-soires. ■ De baktemperatuur ver-hrogen. Of: ■ Verleng de baktijd. |
| Uw gebak in een (lang-werpige) vom wordt te donker aan dechter-kant. | ■ Plaats de bakvorm in het midden. |
| Uw gebak is te donker. | ■ Verlaag de baktempe-ratuur en verleng de baktijd. |
| Uw gebak is onregelmatig gebruind. | ■ Verlaag de baktempe-ratuur. ■ Knip het bakpapier in de juiste afmetingen. ■ Plaats de bakvorm in het midden. ■ Kleine stukken gebak qua grootte en dikte zoveel möglichelijk een-vormig makeen. |
| Uw gebak is van binnen nog Niet doorbakken. | ■ Verlaag de baktempe-ratuur en verleng de baktijd. ■ Minder vloeistof toe-voegen. Bij gebak met vochtige bedekking: ■ De bodem voorbak-ken. ■ Bestrooi de gebakken bodem met amande-len of paneermeel. ■ Leg de bedekking op de bodem. |
| Uw gebak LAST Niet los wonneer u het uit de vom wilt storten. | ■ Laat het gebak na het bakken 5 - 10 minutes afkoelen. ■ Maak de rand van het gebak voorzichtig los met een mes. ■ Stort het gebak op-nieuw en bedek de vomm越ere keren met een natte, koude doek. ■ Vet de vom de vol-gende keer in en bestroi deze met paneer-meel. |
20.9 Ovenschotels en gegratineerde gerechten
Met uw apparaat=kunt u ovenschotels en gegratineerde gerechten bereiden.
Bereidingsadviezen voor overschotels en gegratineerde gerechten
- De bereidingstoestand van een overschotel is afhankelijk van de groote van het kookgerei en de hoogte van de overschotel. Gebruik voor overschotels en gegratineerde gerechten een 4 tot 5 cm hoge ovenvorm. In een smalle, hoche vorm hebben de gerechten meerijd nodig en worden ze donkerder aan de bovenkant.
- Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
- Neem de opgegeven inschuifhoogtes in acht.
- Laat ovenschotels en gegratineerde gerechten nog 5 Minutes in de uitgeschakelde oven nagaren.
Insteladviezen voor overschotels en gegratineerde gerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vor-men | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. |
| Ovenschotels zoet, bijv. kwarkschotel met fruit 1,5 kg | Ovenschaal | 0 | 2+3 | 130-150 | 180 | 25-35 |
| Ovenschotel hartig, van gegaarde ingredi-ënten, bijv. noe-delsoufflé, 1 kg | Ovenschaal | 0 | 2+3 | 180-190 | 600 | 12-17 |
| Ovenschotel hartig, van rauwe ingrediën, bijv. gegratineer-de aardappels, 1,1 kg | Ovenschaal | 0 | 2+3 | 170-180 | 600 | 20-30 |
20.10 Gevogelte, vlees en vis
Met uw apparaat=kunt u gevogelte, vlees en vis bereiden.
Bereidingsadviezen voor het bereiden in de vorm
WAARSCHUWING-Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
- Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter.
- Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor uw toe-passing.
Het meest geschikt zichn vormen van glas.
Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
- Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium zichn Niet geschikt voor gebruik met de magnetron.
Bij conventioneel gebruik reflecteren glanzende braadsledes de warmte als een spiegel en zijn daardoor slechts in beperkte mate geschikt.
Gevogelte, vlees en vis garen langzamer en bruinen minder.
Houd bij de conventionele bereiding een hogere temperatuur en een langere bereidingsstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw vormen.
Open vorm
Voor het klaarmaken van bevogelte, vlees en vis kunt u het best een hoge vorm gebruiken.
- Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.
- Als u de stoomfunctie gebruikt, neem dan een open vorm.
- Wanner u geen geschikte vorm heeft,kest u de glazen braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
Let erop dat het deksel past en goed sluit.
- Plaats de vom op het rooster.
Bereidingsadviezen voor het bereiden in combinatie met magnetron
- Wanner u bereidt in combinatie met de magnetron, kurz u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
- De bereidingsduur bij gebruik van de magnetron is gebaseerd op het totaalgewicht.
Wilt u een andere dan de opgegeven hoeveelheid klaarmaken, dan helpt de basisregel: "Bij een dubbele hoeveelheid is bijna de dubbele bereidingsduur nodig".
- Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
- Braadvormen van metaal en een Römertopf় aan alleen geschikt voor het braden zonder magnetron.
Adviezen voor het bereiden met stoorn
- Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger. Zij krijgen een glanzend oppervlak en droger minder UIT.
- Gebruik een open vorm.
- Gebruik een hittebestendige en stoombestandige vorm.
Schakel de stoomfunctie in zoals aangegeven in de insteltabel.
Vul de watertank tot de markings "MAX" met water. Als het water opgebruikt is, worden het gerecht met de ingestelde verwarmingsmethode zonder toevee- ging van stoom verder gegaard.
Bereidingsadviezen voor het stomen op de stoombak
In gegenstelling tot de bereiding met stoom worden het vlees met de functie stomen behoedzamer bereid en krijgt het geen korstje. Het blijft bijzonder mals.
- Als smoakvariantkestuukkenvlees voor het stoenkortbakkenomdebereidingsduurteverkorten.Voor grotere stukkenis een langerebereidingsduurnodig.Stukkenvleeshoeftu Niet te keren.
Voor het stomen van bevogelte, vlees of vis legt u het product in de stoombak in de glazen braad-slede. Plaats deze verrolgens op inschuifhoogte 3.
Vul de watertank tot de markings "MAX" met water. Wanner de watertankijdens het gebruik leegraakt, worden de werkking onderbroken. Op het display worden u hierop opmerkzaam gemaakt.
Bereidingsadviezen voor het grillen
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen können het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten nicht direct op het rooster.
- Laat de deur van het apparaatijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
- Leg het product direct op het rooster. Plaats ook de glazen braadslede onder het rooster. Zo worden afdruipend vet opgevangen.
- Neem indien möglichng grillstukken van ongeveer de-zelfde dikte en hetzelfde gewicht. Zo worden ze geleijkmatig bruin en blijven ze lekker mals.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanner u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Zoute het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Opmerking: De grillverwarmingsstaven schakelen steeds wee in en uit. Dit is normalaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand. Bij het grillen kan rook ontstaan.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame geallen können geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
Aanbevolen instelwaarden
-
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gezogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
In de tabel vindt u gegevens voor bevogelte, vlees en vis en voorgestelde gewichten. Wilt u zwaarder bevogelte, vlees of vis bereiden, gebruik dan in elk geval de lagere temperatuur. Ga bij meerdere stukkenuit van het gewicht van het zwaarste stuk om de vereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveeer even groot te zich. -
Neem indien möglichng grillstukken van ongeveer de-zelfde dikte en hetzelfde gewicht. Zo worden ze gegilmatig bruin en blijven ze lekker mals.
Hoe groter het gezogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Keer gezogelte, vlees of de vis wanner dit in de insteltabel is aangegeven.
Bereidingsadviezen voor gezogelte
- Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
- Snijd bij eendenborst het vel in.
Keer de eendenborst nicht. - Let er bij het keren van bevogelte op dat eerst de borstzieje de de kant van het vel onder ligt.
Bereidingsadviezen voor vlees
- Bestrijk mager vlees maar wens met vet of leg er reepjes spek op.
Voeg aan braadstukken van mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen要去 de bodem van de vorm net bedekt zijn. - Snij een zwoerd kruisgewijs in.
- Als het braadstuk klaar is, LaTeX u het nog 10 Minutes in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het
braadvlees in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd Niet inbegrepen.
- Het braden en stoven in een vorm is handiger. Ukteunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit debinnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.
- De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees, het materiaal van de vormen en het gebruik van een deksel. Wanner u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe. - De afstand:tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Voor het stoven, braadt u het vlees waar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm hoog bedekt teijken.
Bereidingsadviezen voor vis
Een vis op+zijn geheel hoeft u Niet te keren.
Wilt u vis klaarmaken op het rooster, bestrijk dit dan van tevoren met wat olie, dan kut u de vis later gemakkelijk losmaken.
- De vis is.gaar wonneer de rugvin gemakkelijk los-laat.
Insteladviezen voor gevogelte
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Grill-stand | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Kip, heel, ge-kookt, 1,3 kg | Gesloten servies | 0 | ∞ | - | - | 600 | - | 25-351 |
| Kip, heel, ge-braden, 1,3 kg | Open vorm | 0 | +∞+∞ | 190 | - | 360 | 3 | 40-452,3,4 |
| Stukkenkip, bijv. kwartkip,800 g | Open vorm | 0 | ∞+∞ | 190 | - | 180 | - | 20-355,6,3 |
| Eendenborst,500 g | Rooster+Glazen braadsle-de | 3+2 | +∞+∞ | - | 3 | 180 | 3 | 10-126,3 |
| Ganzenborst,ganzenboute,n700-900 g | Open vorm | 0 | +∞ | - | 2 | 180 | - | 30-407,3 |
1 Keer het gerecht van 1/2 van de totaleijd.
2 Met de borstzieje waar boven leggen.
3 Keer het voedsel Niet.
4 Laat 5 minutes nasudderen.
5 Prik gaatjes in het vel.
6 Leg het met de kant van het vel maar boven.
7 Gebruik een hoge en open vorm.
Insteladviezen voor vlees
| Voodingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Grill-stand | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Gestoofd rundvlees, 1 kg | Gesloten servies | 0 | + | 160-170 | - | 180 | - | 80-90 |
| Rosbief, kort gebakken, 1,5 kg | Open vorm | 0 | + | 180-190 | - | 180 | - | 30-401,2 |
| Rindersteaks, 2-3 cm dik, 2-3 stucks, à 200 g | Rooster + Glazen braadsle-de | 3+1 | 1. - 2. - | 1. 3 2. 3 | 1. - 2. - | 1. - 2. - | 1. 10-15 2. 5-10 | |
| Varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 750 g | Open vorm | 0 | + | 170-180 | - | 360 | 3 | 25-352 |
| Varkensvlees met zwoerd, bijv. schouder, 1 kg3 | Open vorm | 0 | + | 170-80 | - | 180 | 3 | 60-804,2 |
| Varkenslende 500-600 g | Open vorm | 0 | + | 180-190 | - | 180 | - | 35-402 |
| Steaks van varkensnek, 2-3 cm dik, 2-3 stucks, à 120 g | Rooster + Glazen braadsle-de | 3+1 | 1. - 2. - | 1. 2 2. 2 | 1. - 2. - | 1. - 2. - | 1. 15-20 2. 10-15 | |
| Grillworsten, 4-6 stucks, à 150 g | Rooster + Glazen braadsle-de | 3+1 | 1. - 2. - | 1. 3 2. 3 | 1. - 2. - | 1. - 2. - | 1. 10-15 2. 5-10 | |
| Gehakt, 750 g | Open vorm | 0 | + | 190 | - | 360 | 3 | 15-202 |
| 1 Keer het gerecht van 1/2 van de totaleijd. | ||||||||
| 2 Laat het tot slot 10 minuten rusten. | ||||||||
| 3 Snij het zoord in. | ||||||||
| 4 Keer het voedsel Niet. | ||||||||
Insteladviezen voor vis
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Grill-stand | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Visfilet, vers 400 g | Glazen braadsle-de+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | - | 3 | 15-17 |
| Stukken visfi-let, diepvries, 400 g | Gesloten servies | 3 | ♀ | - | - | - | 3 | 18-20 |
| Stukken visfi-let, diepvries, 800 g | Glazen braadsle-de+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | - | 3 | 23-25 |
| Visfilet, gegra-tineerd, 500 g | Open vorm | 0 | ~+♀ | - | 3 | 600 | - | 10-15 |
| Viskoteletten, 2-3 stuks, à 150 g | Rooster + Glazen braadsle-de | 3+1 | *** | - | 3 | - | - | 8-12 |
| Vis, heel, bijv. forellen, 2-3 stuks, à 300 g | Glazen braadsle-de + Stoombak | 3 | ¶ | - | - | - | 3 | 18-22 |
Tips voor het braden en stoven
Wanner er bij het braden en stoven een keer iets nicht lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag | Tip |
| Uw braadstuk is te don-ker en de korst op som-mige plekken verbrand. | ■ Controleer of de juiste inschuifhoogte is geko-zen. ■ Kies een lagere tem-peratuur. ■ Verkort de braadduur. |
| Uw braadstuk is te droog. | ■ Controleer of de juiste inschuifhoogte is geko-zen. ■ Kies een lagere tem-peratuur. ■ Verkort de braadduur. |
| De korst van uw braad-stuk is te dun. | ■ Verhoog de tempera-tuur. Of: ■ Schakel na het einde van de braadduur kort de grill in. |
| Uw braadsaus is aange-brand. | ■ Kies een Kleinere vorm. ■ Bij het braden meer vloeistof toevoegen. |
| Uw braadsaus is telicht en te waterig. | ■ Kies een grotere vorm om ervoor te zorgen dat er meer vloeistof verdampt. ■ Bij het braden minder vloeistof toevoegen. |
| Wonneer u vlees stooft, brandt het vlees aan. | ■ Controleer of de vorm en het deksel bij el-kaar passen en goed sluiten. ■ Verlaag de tempera-tuur. ■ Bij het stoven vloeistof toevoegen. |
20.11 Groente en bijgerechten
Met uw apparaat=kunt u groente en bijgerechten bereiden.
Bereidingsadviezen voor de magnetron
- Gebruik gesloten vormen die geschikt zijn voor de magnetron.
- Gebruik een hoge vorm met deksel voor het koken van rijst en voeg water toe zoals in de tabel aangegeven.
Bereidingsadviezen voor het stomen
- Gebruik voor het stomen de glazen braadslede en de stoombak.
Houd u aan de stuksgrootten die in de insteltabel worden aangegeven. Bijkleinere stukken is de bereidingstijd korter en bij grotere stukken langer.
Kwaliteit en rijpheid beinvloeden de bereidingsstijd ook. Daaromংn de aangegeven instelwaarden slechts richtlijnen.
Verspreid de levensmiddelen.altijd gelijkmatig in de vormen. Als de hoogte van de lagen verschillend is, wordt het bereidingsresultaat ongelijkmatig. - Leg drukgevoelige levensmiddelen nicht in te veel laagjes in de stoombak.
Vul de watertank tot de markings "MAX" met water. Wanner de watertankijdens het gebruik leegraakt, worden de werkking onderbroken. Op het display worden u hierop opmerkzaam gemaakt.
Bereidingsadviezen voor couscous
Voeg water of vloeistof in de aangegeven verhouding toe. Voeg bijv. 200 ml vloeistof bij een verhouding van 1:2 per 100 g couscous toe.
Insteladviezen voor groente en bijgerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Artisjokken, heel, vers | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 35-40 |
| Bladspinazie, vers, 250 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 5-7 |
| Bloemkool, heel, vers | Glazen braad-slede+Stoombak | 2 | ♀ | - | - | 3 | 28-35 |
| Broccoli, heel, vers, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 2 | ♀ | - | - | 3 | 20-23 |
| Broccolirosues, diepvries, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 14-16 |
| Groente, vers, 250 g | Gesloten ser-vies | 0 | ♀♀ | - | 600 | - | 6-101 |
| Groente, vers, 500 g | Gesloten ser-vies | 0 | ♀♀ | - | 600 | - | 10-151 |
| Maiskolven, vers, 2 stuks | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 25-35 |
| Gemengde groente, diep-vries 250 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 12-15 |
| Wortelen, in plakjes ge-stoomd, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 18-20 |
| Preiringen, vers, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 10-12 |
| Groene bonen vers, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 18-20 |
| Rode bietjes, heel, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 50-60 |
| Asperges, groen, 250 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 10-15 |
1 Roer het gerecht tussendoor om.
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Courgettes in plakken, ge-stoomd, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 12-14 |
| Aardappels, in vieren gesne-den, 250 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 28-30 |
| Aardappels, in vieren gesne-den, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 30-32 |
| Aardappels, in vieren gesne-den, 750 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 | ♀ | - | - | 3 | 32-35 |
| Frites, diepvries | Glazen braad-slede | 2 | ♀ | 190-210 | - | - | 30-40 |
| Rösti, diepvries | Glazen braad-slede | 2 | ♀ | 190-210 | - | - | 25-35 |
| Kroketten, diep-vries | Glazen braad-slede | 2 | ♀ | 190-210 | - | - | 25-35 |
| Rijst 125 g + 300 ml water | Gesloten ser-vies | 0 | ♀ | - | 1. 600 | 1. - | 1. 4-6 |
| 2. 180 | 2. - | 2. 12-15 | |||||
| Rijst, 250 g + 500 ml water | Gesloten ser-vies | 0 | ♀ | - | 1. 600 | 1. - | 1. 6-8 |
| 2. 180 | 2. - | 2. 15-18 | |||||
| Couscous, 1:2 | Glazen braad-slede | 3 | ♀ | - | - | 3 | 3-10 |
1 Roer het gerecht tussendoor om.
20.12 Desserts
Met uw apparaat=kunt u desserts bereiden.
Bereidingsadviezen voor rijstepap
Voeg melk toe in de aangegeven verhouding. Voeg bijv. 250 ml melk met een verhouding van 1:2,5 per 100 g rijstepap toe.
Insteladviezen voor desserts
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mings-methode | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Flan Caramel | Glazen braadslede+Soufflé-vormpjes | 3 | ♀♀ | - | 3 | 40-50 |
| Gestoomde pasta | Glazen braadslede | 3 | ♀♀ | - | 2 | 20-25 |
| Rijstepap 1:2,51 | Glazen braadslede | 3 | ♀♀ | - | 3 | 30-40 |
| Fruit, compote, 500 g | Glazen braadslede | 3 | ♀♀ | - | 3 | 9-12 |
| Popcorn voor de magne-tron, 1 zak à 100 g | Gesloten servies | 0 | ♀♀ | 600 | - | 3-5 |
| Zoete gerechten, bijv.pudding, instant, 500 ml | Gesloten servies | 0 | ♀♀ | 600 | - | 6-82 |
| 1 Voeg melk toe in de aangegeven verhoudng.2 Roer het gerecht tussendoor om. | ||||||
20.13 Testgerechten
Deze overzachten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatatie aan bij het bereiden van testgerechten.
Insteladviezen voor het bakken
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Spritskoekjes | Glazen braadslede | 2 | ♀ | 160-170 | 30-35 |
| Kleine cakes | Glazen braadslede | 2 | ♀ | 160-1701 | 20-25 |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 1 | ♀ | 160-170 | 40-50 |
| Bedekte appeltaart | Springvorm Ø 20 cm | 2 | ♀ | 170-190 | 80-100 |
1 Warm het apparaat 5 minuten voor.
Bereiding met magnetron
Houd deze informatatie aan bij het bereiden van testgerechten met de magnetron.
Insteladviezen voor het ontdooien met magnetron
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. |
| Ontdooien van vlees, 500 g | Open vom | 0 | ∞∞ | 1. 180 | 1. 7 |
| 2. 90 | 2. 8-12 |
Insteladviezen voor het bereiden met magnetron
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. |
| Eiercrème, 1000 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 1. 360 | 1. 18-20 |
| 2. 180 | 2. 18-22 | ||||
| Sponge cake, 475 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 600 | 8-10 |
| Vleesballetjes, 900 g | Open vorm | 0 | ∞∞ | 600 | 20-25 |
Insteladviezen voor het bereiden met magnetron gecombineerd
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Grillstand | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. |
| Aardappelgratin | Open vom | 0 | +∞ | - | 1 | 360 | 25-32 |
| Gebak, 700 g | Open vom | 1 | 2+∞ | 190-200 | - | 180 | 20-27 |
| Kip | Open vom | 0 | 2+∞ | 190 | - | 360 | 30-451,2,3 |
1 Met de borstzieje waar onder leggen.
2 Gebruik een hoge vorm zonder deksel.
3 Keer het gerecht van 1/2 van de totaleijd.
Stomen
Houd deze informatie aan bij het stomen van testgerechten.
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het Niet voorverwarmde apparaat.
- Neem de aanwijzingen voor het Voorverwarmen in het insteladvies inucht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
- Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
- Plaats de bakvormen op het rooster.
Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
Plaats de glazen braadslede met de stoombak op in-schuifhoogte 3.
Insteladviezen voor het stomen
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Erwten, diepvries, 1000 g | Glazen braadslede+Stoombak | 3 | ♀ | 3 | - |
| Broccoli, vers, 300 g | Glazen braadslede+Stoombak | 3 | ♀ | 3 | 10-12 |
| Broccoli, vers, een bak | Glazen braadslede+Stoombak | 3 | ♀ | 3 | 16-18 |
Grillen
Houd deze informatatie aan bij het grillen van testgerechten.
- Plaats de glazen braadslede onder het rooster. De vloeistof worden opgevangen en de binnenruimte blijtschoner.
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het Niet voorverwarmde apparaat.
Insteladviezen bij het grillen
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Grillstand | Tijdsduur in min. |
| Toast, gebruind | Rooster | 3 | *** | 3 | 4-5 |
| Beef burgers, 12 stucks | Rooster + Glazen braadslede | 3+1 | *** | 3 | 35-451 |
1 Keer het gerecht van 1/2 van de totalearend.
21 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.


21.1 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat deveiligheidsaanwijzingen in acht.
- De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installmenter is verantwoordelijk voor een goede werkung op deplaats van opstelling.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de monta- gebladen.
Inbouwmeubels dienen bestand te zich te gen een temperatuur van maximaal 90^ C , aangrenzende voorzijden van meubels tegen een temperatuur van maximaal 65^ C .
- Het apparaat Niet inbouwen achefter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
Voer uitsnjiddingswerkzaamheden aan het meubeluit voordat het apparaat worden geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werkung van elektrische componenten.
- Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, können scherp+zijn en tot snijletsels leiden.
Veiligheidshandschoenen dragen.
Het gebruik van een verlengd netsnoer en Niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
21.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.

21.3 Inbouwmeubel
Dit apparaat is uitsluitend voor inbouw bedoeld. Dit apparaat is Niet bedoeld voor gebruik op tafel of in een kast.
Controleren of de inbouwkast anschter het apparaat geen hinterwand heeft. Tussen de wand en de bodem van de kast of dechterwand van de kast erboven een afstand van minstens 35mm in acht nemen.
Ervoor zorgen dat de inbouwkast aan de voorkant over een ventilatieopening van 50~cm^2 beschikt. Voor de ventilatieopening de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatiooster aanbrengen.
Ervoor zorgen dat ombouwmeubels zonder ventilatieuitsparing in het achechterste deel van de zichwanden een ventilatieopening van 200~cm^2 hebben.
De ventilatiesleuven en de aanzuigopeningen nicht afdekken.
Erfoor zorgen dat het stopcontact zich in het bereik van het geardeer vlak of buiten het inbouwframe bevindt.
Niet-bevestigde meubels met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagehoek [b] aan de wand bevestigen.

21.4 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de veiligheidsafstanden bij de inbouw onder een werkblad in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.

Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.
21.5 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan要去en de minimale afmetingen in acheit worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.

Op basis van de vereiste minimale afstand [b] wordt de minimaal vereiste dikte van het werkblad [a] berekend.
| Type kookplaat | a opbouw in mm | a vlak ge-monteerd in mm | b in mm |
| Inductiekookplaat | 48 | 49 | 5 |
| Inductiekookplaat met doorlopend kookoppervlak | 58 | 59 | 5 |
De montagehandleiding van de kookplaat in acht nemen.
Opmerking: Niet geschikt voor de inbouw onder een gaskookplaat of een elektrische kookplaat.
21.6 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat die-nen de tussenschotten te beschikken over een ventilatie-opening.

Wanner de bovenkast naast de element-achterwanden nog een hinterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
Het apparaat slechts zo hoog inbouwen, dat de accessoires er zonder probleem uitgehaald+kennen worden.
21.7 Combinatie met een warmhoudlade
Eerst de warmhoudlade inbouwen. Houd het het instal-. latievoorschrift van de warmhoudlade aan.
Het apparaat op de warmhoudlade in de inbouwkast schuiven. Beschadig de planta van de warmhoudladeniet bij het inschuiven.
21.8 Hoekinbouw
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden bij hoekinbouw in acht.


Houd om ervoor te zorgen dat de ovendeur kan worden geopend, bij de hoekinbouw de minimum afmetingen aan. De maat is afhankelijk van de ditke van het meubelfront en de greed.
21.9 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kennen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in ache te nemen.
WAARSCHUWING - Gevaar: magnetisme!
Het apparaat bevat permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beinvloeden.
- Personen met elektronische implantaten dieren minimaal een afstand van 10cm tot het apparaat aan te houden.
- Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gelebruikt.
- De zekering dient in overeenstemming teijken met de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka-le voorschriften.
- Het apparaat要去 bij alle montagewerkzaamheden spanningsloosং.
- Een beschadigde aansluitkabel要去 door de fabrikant, de servicedienst of een vergelijkbaar gekwalificierde persoon worden verrangen om gevaar te vermijden.
- De bescherming gegen aanraking dient door de inbouw teল gewaarborgd.
Apparaat elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geinstalleer.
- De apparaatstekker van het aansluitsnoer aan het apparaat aansluiten. De apparaatstekker op vastheid controleren.
- De stekker van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. Na het inbouwen van het apparaat ervoor zorgen dat de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk is. Als de netstekker van de netaansluitkabel Niet vrij toegankelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installmentie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installmentevoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting(Intu geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installmentie要去 een scheidingsinrichting volgens de installmentevoorschriften zich ingebouwd.
- Fase- en neutraal- ("nul-" ) leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd. - Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje. - De aders van de elektrische aansluitleiding dienen overeenkomstig de kleurcodering te worden aangesloten:
- groen-geel = aarddraad 当
- blauw = neutral- ("nul-) leiding
bruin = fase (buitendraad)
21.10 Apparaat inbouwen
- Het apparaat met de waterpas exact horizontal uit-lijinen.
- Schuif het apparaat er helemaal in.
- Het apparaat horizontaal en centraal uittijnen.
- Schroef het apparaat op het meubel vast.

- Verwijder verpakkingsmaterial en plakfolie uit de binnenruimte en van de deur.
Opmerking: De spreetussen het werkblad en het apparaat Niet met extra deklatten aflsuien.
Aan de zichwanden van de ombouwkast geen isolatieprofielen aanbrengen.
21.11 Apparaat demonteren
- Maak het apparaat spanningsloos.
- Draai de bevestigsschroeven los.
- Het apparaatients optillen en volledig aan buiten trekken.
Πνακας περιεχομένων
EΓXEIP'ΔIO XPHΣTH
1 AoiAeia 163
2 Anofoyn ulikow znuiw 168
3 PpOoTaOia IeP1BαλIoVToC KAI OIKovoiα ... 169
4 Tvωριμα 169
5 EeapTnHuaTα 174
6 Pniv Tnv npwtn Xpno 175
7 Baoikoc xEipioooc 176
8ΦoupvoC μIKpOKuμαTωv 177
9 Mikrokombi 179
10 KpIa 180
11 ATooc 180
12 AutoTo OoTnua npoypaumaw 184
13 Aetoupyiec xpovou 188
14 Baoikéç puθμioεic 189
15 Kαθαρισμός καί φροντιδα 190
16 Λειουργία καθαρισμού 193
17 AnokataoTaaon v 194
18 Anooupon 196
19 Yπηρεσια εξυπηρετηος πελατών 196
20 EToI nEtuXaivei 197
21 ODHIEZ SYNAPMOA'OrHEH
21.1 AospaalnC ouvapmoIoynon 216

1 AσφacuteXεια
PooeEe TIC aKoAouOec uioBcIeic aOaAeI- aC.