HKI62401CB - Kookplaat AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HKI62401CB AEG in PDF-formaat.
| Merk | AEG |
| Model | HKI62401CB |
| Producttype | Inbouw inductiekookplaat |
| Voeding | 220-240 V ~ 50-60 Hz |
| Totaal vermogen | 6.6 kW |
| Aantal kookzones | 4 |
| Verwarmingstechnologie | Inductie |
| Diameter linksvoor | 21.0 cm (tot 21 cm) |
| Diameter linksachter | 14.5 cm |
| Diameter rechtsvoor | 14.5 cm |
| Diameter rechtsachter | 18.0 cm |
| Boosterfunctie | Ja (tijdelijk verhoogd vermogen) |
| Vermogensbeheer | Ja (verdeling van belasting over fases) |
| Bedieningspaneel vergrendelen | Ja (tijdelijk of permanent) |
| Kinderslot | Ja |
| Automatische uitschakeling | Ja (na inactiviteit of oververhitting) |
| Restwarmte-indicator | Ja (H-indicator) |
| Pannendetectie | Ja (toont F bij afwezigheid of incompatibel) |
| Compatibele pannensoorten | Gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (met magnetische bodem) |
| Reiniging | Vochtige zachte doek en neutraal schoonmaakmiddel; krabber voor suikerresten |
| Oververhittingsbeveiliging | Ja (automatische uitschakeling) |
| Installatie | Inbouw, vereist een uitgezaagd werkblad en meegeleverde afdichting |
| Gewicht | Ongeveer 8 kg (schatting) |
Veelgestelde vragen - HKI62401CB AEG
Gebruikersvragen over HKI62401CB AEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Kookplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HKI62401CB - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HKI62401CB van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING HKI62401CB AEG
NL Gebruiksaanwijzing 2
Kookplaat
Bedankt dat u voor dit AEG-product heeft gekozen. Dit apparaat is ontworpen om vele jaren uitstekend te presteren, met innovatieve technologieën die het leven gemakkelijker maken, met functies die gewone apparaten wellicht niet hebben. Neem een paar minuten de tijd om het door te lezen zodat u er optimaal van kunt profiteren.
Ga naar onze website voor:

Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen en onderhoudsinformatie:
Registreer uw product voor een betere service:
www.registeraeg.com


Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor uw apparaat:
www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE
Gebruik altijd originele onderdelen.
Als u contact opneemt met de klantenservice, zorg dat u de volgende gegevens bij de hand hebt: model, productnummer, serienummer.
Deze informatie wordt vermeld op het typeplaatje.

Waarschuwing / Belangrijke veiligheidsinformatie

Algemene informatie en tips

Milieu-informatie
Wijzigingen voorbehouden.
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor letsel en schade veroorzaakt door een foutieve installatie. Bewaar de instructies van het apparaat voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare mensen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de eventuele gevaren begrijpen.
- Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
- Houd alle verpakkingsmaterialen uit de buurt van kinderen.
- Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als het in werking is of afkoelt. Het apparaat is heet.
- Als het apparaat is uitgerust met een kinderbeveiliging, raden wij aan dit te activeren.
- Reiniging en onderhoud mag niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.
- Houd kinderen jonger dan 3 jaar uit de buurt of onder permanent toezicht.
- Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens gebruik. De verwarmingselementen niet aanraken.
- Bedien het apparaat niet met een externe timer of een apart afstandsbedieningssysteem.
- Zonder toezicht koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk en brandgevaar opleveren.
- Probeer brand nooit met water te blussen, maar schakel in plaats daarvan het apparaat uit en bedek de vlam, d.w.z. met een deksel of blusdeken.
- Bewaar geen voorwerpen op de kookplaten.
- Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Schakel het kookplaatelement uit na elk gebruik met de bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.
- Als het glaskeramische / glazen oppervlak gebarsten is, schakel het apparaat dan uit om het risico op elektrische schokken te voorkomen.
- Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant, een erkende serviceverlener of een gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Montage

WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies op die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Houd de minimumafstand tot andere apparaten en units in acht.
- Wees voorzichtig met het verplaatsen van het apparaat, het is zwaar. Draag altijd veiligheidshandschoenen.
- Dicht de oppervlakken af met kit om te voorkomen dat ze gaan opzetten door vocht.
- Bescherm de bodem van het apparaat tegen stoom en vocht.
- Installeer het apparaat niet naast een deur of onder een raam. Dit voorkomt dat heet kookgerei van het apparaat
valt als de deur of het raam wordt geopend.
- Als het apparaat geïnstalleerd is boven lades, zorg er dan voor dat de ruimte tussen de onderkant van het apparaat en de bovenste lade voldoende is voor luchtcirculatie.
- De onderkant van het apparaat kan heet worden. Wij raden aan om een onbrandbaar scheidingspaneel te plaatsen onder het apparaat om te voorkomen dat de onderkant kan worden aangeraakt.
- Zorg ervoor dat er een ventilatieruimte van 2 mm vrij is tussen het werkblad en de voorkant van de onderste unit. De garantie dekt geen schade veroorzaakt door het gebrek aan een adequate ventilatieruimte.
2.2 Aansluiting aan het elektriciteitsnet

WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Verzeker u ervan dat de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u welke werkzaamheden dan ook uitvoert.
- Controleer of de elektrische informatie op het typeplaatje overeenkomt met de stroomvoorziening. Zo niet, neem dan contact op met een elektromonteur.
- Zorg ervoor dat het apparaat correct is geïnstalleerd. Losse en onjuiste stroomkabels of stekkers (indien van toepassing) kunnen ervoor zorgen dat de contactklemmen te heet worden.
- Gebruik de juiste stroomkabel.
- Voorkom dat de stroomkabels verstrikt raken. Zorg ervoor dat er een schokbescherming wordt geïnstalleerd.
- Gebruik de klem om spanning op het snoer te voorkomen. Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker (indien van toepassing) het hete apparaat of heet kookgerei niet aanraakt als u het apparaat op de nabijgelegen contactdozen aansluit.
- Gebruik geen meerwegstekkers en verlengsnoeren. Zorg dat u de hoofdstekker (indien van toepassing) of kabel niet beschadigt. Neem contact op met onze service-afdeling of een elektromonteur om een beschadigde hoofdkabel te vervangen.
- De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is
voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Sluit de stroomstekker niet aan op een losse stroomaansluiting.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Gebruik alleen de juiste isolatie-apparaten: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
- De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3mm.
2.3 Gebruik

WAARSCHUWING!
Gevaar op letsel, brandwonden of elektrische schokken.
- Verwijder voor gebruik (indien van toepassing) de verpakking, labels en beschermfolie.
- Gebruik dit apparaat in een huishoudelijke omgeving.
- De specificatie van het apparaat mag niet worden veranderd. Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd zijn.
- Laat het apparaat tijdens het gebruik niet onbeheerd achter. Zet de kookzone op "uit" na elk gebruik.
- Vertrouw niet alleen op de pandetector.
- Leg geen bestek of pannendeksels op de kookzones. Deze kunnen heet worden. Bedien het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
- Het apparaat mag niet worden gebruikt als werkblad of aanrecht.
- Sluit het apparaat direct af van de stroomtoevoer als het oppervlak van het apparaat gebroken is. Dit om elektrische schokken te voorkomen.
- Gebruikers met een pacemaker moeten een afstand van minimaal 30 cm bewaren van de inductiekookzones als het apparaat in werking is.
- Als u eten in de hete olie doet, kan het spatten.

WAARSCHUWING!
Risico op brand en explosie
- Verhitte vetten en olie kunnen ontvlambare damp afgeven. Houd vlammen of verwarmde voorwerpen uit de buurt van vet en olie als u ermee kookt.
- De dampen die hete olie afgeeft kunnen spontane ontbranding veroorzaken.
- Gebruikte olie die voedselresten bevat kan brand veroorzaken bij een lagere temperatuur dan olie die voor de eerste keer wordt gebruikt.
- Plaats geen ontvlambare producten of items die vochtig zijn door ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.

WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het apparaat.
Zet geen heet kookgerei op het bedieningspaneel. Laat kookgerei niet droogkoken. Laat geen voorwerpen of kookgerei op het apparaat vallen. Het oppervlak kan beschadigen. Activeer de kookzones niet met lege pannen of zonder pannen erop. Leg geen aluminiumfolie op het apparaat. Pannen van gietijzer, aluminium of met beschadigde bodems kunnen krassen veroorzaken in het glas/glaskeramiek. Til deze voorwerpen altijd op als u ze wilt verplaatsen op het kookoppervlak.
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken. Het mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden, zoals het verwarmen van een kamer.
2.4 Onderhoud en reiniging
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat. Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen voordat u het schoonmaakt.
- Trek voor onderhoudswerkzaamheden de stekker uit het stopcontact.
- Gebruik geen waterstralen of stoom om het apparaat te reinigen. Maak het apparaat schoon met een vochtige, zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
2.5 Verwijdering

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over de correcte afvalverwerking van het apparaat. Haal de stekker uit het stopcontact.
- Knip het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg.
2.6 Servicedienst
- Neem contact op met een erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat.
- Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
3.1 Indeling kookplaat

1 Inductiekookzone 2 Bedieningspaneel
3.2 Lay-out van het bedieningspaneel

Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluiden tonen welke functies worden gebruikt.
| Tip- toets | Functie | Opmerking | |
| 1 | ① | AAN/UIT | De kookplaat in- en uitschakelen. |
| 2 | ® | Toetsblokkering / Het kin- derslot | Het bedieningsspaneel vergrendelen/ ontgrendelen. |
| 3 | ●○○○ | - | Kookzone selecteren: |
| 4 | - | Kookstanddisplay | De kookstand weergeven. |
| 5 | ∧/∨ | - | Het instellen van de kookstand. |
3.3 Kookstanddisplays
| Weergave | Beschrijving |
| 0 | De kookzone is uitgeschakeld. |
| 1 - 9 | De kookzone worden gebrukt. |
| P | Powerfunctie is in werkung. |
| E + cijfer | Er is een storing. |
| H | Er is nog een kookzone heet (restwarmte). |
| L | Toetsblokkering / Het kinderslot functie is in werkung. |
| F | Het kookgerei is nicht geschikt of teklein, of er is geen kookgerei op de kookzone geplaatst. |
| - | Automatisch uitschakelen -functie is in werkung. |
3.4 Restwarmte-indicatie

WAARSCHUWING!
Er bestaat verbrandingsgevaar door restwarmte.
De inductiekookzones creëren de voor het kookproces benodigde warmte direct in de bodem van de pan. Het glaskeramiek wordt verwarmd door de warmte van de pannen.
4. DAGELIJKS GEBRUIK

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
4.1 In- of uitschakelen
Raak 1 seconde aan om de kookplaat in- of uit te schakelen.
4.2 Automatisch uitschakelen
De functie schakelt de kookplaat automatisch uit als:
- alle kookzones zijn uitgeschakeld.
- u de kookstand niet instelt nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld.
- u iets hebt gemorst of iets langer dan 10 seconden op het bedieningspaneel hebt gelegd (een pan, doek, etc.). Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Verwijder het voorwerp of reinig het bedieningspaneel.
- De kookplaat te heet wordt (b.v. als een pan droogkookt). De kookzone moet afgekoeld zijn voordat u de kookplaat weer kunt gebruiken.
- u ongeschikte pannen gebruikt. Het symbool [F] gaat branden en na 2 minuten schakelt de kookzone automatisch UIT.
- Als u een kookzone niet uitschakelt of de kookstand niet verandert, gaat na enige tijd de aanduiding branden en wordt de kookplaat uitgeschakeld.
De verhouding tussen de warmte-instelling en de tijd waarna de kookplaat uitschakelt:
| Temperatuurinstel- ling | De kookplaat scha- kelt UIT na |
| u, 1 - 2 | 6=uur |
| 3 - 4 | 5=uur |
| 5 | 4=uur |
| 6 - 9 | 1,5=uur |
4.3 De kookzone selecteren
Raak om de kookzone in te stellen het sensorveld aan dat bij de zone hoort.
Het display toont de aanduiding van de kookstand (0).
4.4 De kookstand
Stel de kookzone in.
Aanraken om te verhogen, aanraken om te verlagen. Raak A en V tegelijkertijd aan om de kookzone uit te schakelen.
4.5 Powerfunctie
Deze functie maakt meer vermogen beschikbaar voor de inductiekookzones. De functie kan slechts een beperkte tijd voor de inductiekookzone worden ingeschakeld. Daarna wordt de inductiekookzone automatisch teruggeschakeld naar de hoogste kookstand.
Zie het hoofdstuk 'Technische informatie'.
Om de functie voor een kookzone te activeren: stel eerst de kookzone in en stel dan de maximale warmte-instelling in. Raak ∧ aan tot P gaat branden.
Om de functie uit te schakelen: raak V aan.
4.6 Toetsblokkering
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookzones in werking zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de kookstand per ongeluk wordt veranderd.
Om de functie in te schakelen: raak aan. L gaat gedurende 4 seconden aan.
Om de functie uit te schakelen: raak aan. De vorige kookstand gaat aan.
i Als u de kookplaat uitzet, stopt deze functie ook.
4.7 Het kinderslot
Deze functie voorkomt dat het kooktoestel onbedoeld wordt gebruikt.
Om de functie in te schakelen: zet de kookplaat aan met ①. Stel geen kookstand in. Raak 4 seconden aan. L gaat aan. Zet de kookplaat uit met ①.
Om de functie uit te schakelen: zet de kookplaat aan met ①. Stel geen kookstand in. Raak 4 seconden aan. ② gaat aan. Zet de kookplaat uit met ①.
Het opheffen van de functie voor maar een kooktijd: zet de kookplaat aan met ①. L gaat aan. Raak 4 seconden aan. Stel de kookstand in binnen 10 seconden. U kunt het kooktoestel bedienen. Als u de kookplaat met ① uitzet, werkt de functie weer.
4.8 Vermogensbeheer-functie
- De kookzones zijn gegroepeerd volgens locatie en aantal fasen van de kookplaat. Zie afbeelding.
- Elke fase heeft een maximale elektriciteitslading van 3700 W.
- De functie verdeelt het vermogen tussen de kookzones aangesloten op dezelfde fase.
- De functie wordt geactiveerd als de totale elektriciteitslading van de kookzones aangesloten op een enkele fase de 3700 W overschrijdt.
- De functie verlaagt het vermogen van de andere kookzones aangesloten op dezelfde fase.
- Het warmte-instellingsdisplay van de verlaagde zone verandert tussen twee niveaus.

5. AANWIJZINGEN EN TIPS

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 Kookgerei

Bij een inductiekookzone zorgt een sterk elektromagnetisch veld ervoor dat het kookgerei erg snel heet wordt.

Gebruik de inductiekookzones met geschikt kookgerei.
Materiaal van het kookgerei
- correct: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt voor inductie door de fabrikant).
- Niet correct: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein.
Het kookgerei is geschikt voor een inductiekookplaat als:
- een beetje water op een zone met de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd.
- een magneet vast blijft zitten aan de bodem van het kookgerei.

De bodem van het kookgerei moet zo dik en vlak mogelijk zijn.
Afmetingen van de pannen
Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de grootte van de bodem van de pan aan.
De efficiëntie van de kookzone heeft betrekking op de diameter van het kookgerei. Kookgerei met een diameter
die kleiner is dan het minimum, ontvangt slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd.

Zie het hoofdstuk 'Technische informatie'.
5.2 Lawaai tijdens gebruik
Als u dit hoort:
- krakend geluid: de pan is gemaakt van verschillende materialen (sandwich-constructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van de kookzone met een hoge kookstand en als de pan is gemaakt van verschillende materialen (sandwich-constructie).
- zoemen: als u hoge kookstanden gebruikt.
- klikken: er treedt elektrische schakeling op.
- sissen, zoemen: de ventilator werkt.
Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect van de kookplaat te maken.
5.3 Voorbeelden van kooktoepassingen
De relatie tussen het stroomverbruik van de warmte-instelling en de kookzone is niet lineair. Wanneer u de warmte-instelling verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat de kookzone met de medium warmte-instelling minder dan de helft van het vermogen gebruikt.

De gegevens in de volgende tabel dienen slechts als richtlijn.
| Verwarmings-stand | Gebruik om: | Tijd(min) | Tips |
| u - 1 | Bereide gerechten warmhou-den. | zoalsnodig | Een deksel op het kookgerei做完. |
| 1 - 2 | Hollandaisesaus, smelten: boter, chocolde, gelatine. | 5 - 25 | Vanijd totijdMMCen. |
| 1 - 2 | Stollen: luchtige omeletten,gebakken eieren. | 10 - 40 | Met deksel bereiden. |
| 2 - 3 | Zachtjes aan de kook brengen van rijst en gerechten op melkbasis, reeds vereide gerechten opwarmen. | 25 - 50 | Voeg minstens tweeemaal zo-veel vloeistof toe als rijst,melkgerechten tijdens het be-reiden tussendoor roeren. |
| 3 - 4 | Stomen van groenten, vis en vlees. | 20 - 45 | Eenpeer eetleps vocht toe-voegen. |
| 4 - 5 | Aardappelen stomen. | 20 - 60 | Gebruik max. ¼l water voor 750 g aardappelen. |
| 4 - 5 | Bereiden van grotere hoeveel-heden voedsel, stoofschotels en soepen. | 60 - 150 | Tot 3 I vloeistof plus ingre-diën. |
| 6 - 7 | Lichtjes braden: kalfsoester,cordon bleu van kalfsvlees, ko-teletten, rissoles, worstjes, le-ver, roux, eieren, pannenkoe-ken, donuts. | zoalsnodig | Halverwege de bereidingstijddomdraaien. |
| 7 - 8 | Door-en-door gebraden, op-gebakken aardappelen, len-denbiefstukken, steaks. | 5 - 15 | Halverwege de bereidingstijddomdraaien. |
| 9 | Aan de kook brengen van water, pasta koken, aanbraden van vlees (gou-lash, stoofvlees), frituren van friet. | ||
| p | Aan de kook brengen van grote hoeveelheden water. Powerfunctie is ge-activeerd. |
6. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
6.1 Algemene informatie
- Reinig de kookplaat na elk gebruik.
- Gebruik altijd pannen met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op de oppervlakte hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik een speciale schraper voor de glazen plaat.
6.2 De kookplaat schoonmaken
- Verwijder direct: gesmolten plastic, gesmolten folie en suikerhoudende gerechten. Anders kan het vuil de kookplaat beschadigen. Plaats de speciale schraper schuin op de glazen
plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder nadat de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalk- en waterkringen, vetspatten en metaalachtig glanzende
verkleuringen. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel. Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek.
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 Wat moet u doen als...
| Probleem | Mogelijk oorzaak | Oplossing |
| U kunt de kookplaat Niet in-schakelen of bedieren. | De kookplaat is Niet aange-sloten op een stopcontact of is Niet goed geinstalleerd. | Controler of de kookplaat goed is aangesloten op het lichtnet. Raadpleeg het aan-suitdiagram. |
| De zekering is uitgeschakeld. | Controler of de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen koer op koer doorslaan, neemt u contact op met een erkende elektricien. | |
| Schakel de kookplaat op-nieuw in en stel de kook-stand binnen 10 seconden in. | ||
| U hebt 2 of meer tiptoetsen tegelijk aangeraakt. | Raak slechts=eén tiptoets te-gelijk aan. | |
| Er bevindt zich water of vet-spatten op het bedienings-panelel. | Reinig het bedieningspa-neel. | |
| Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat worden uit-geschakeld. Er werkblinkt een geluidssignaal als de kookplaat worden uitgeschakeld. | U hebt een of meer tiptoet-sen afgedekt. | Verwijder het voorwerp van de tiptoetsen. |
| De kookplaat schakelt uit. | U hebt iets op de tiptoets ①geplaatst. | Verwijder het object van de tiptoets. |
| Probleem | Mogelijkke oorzaak | Oplossing |
| Restwarmte-indicatie gaat Niet branden. | De zone is Niet heet, omdat hij slechts kortstondig is be-diend. | Als de kookzone lang ge-noeg in werkung is geweest om heet teijken, neemt u contact op met de klantenservice. |
| De kookstand schakelt tus- Sen twee kookstanden. | Vermogensbeheer-functie werkt. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gelebruik'. |
| De tiptoetsen worden warm. | Het kookgerei is te groot of staat te zich bij het bedie-ningspaneel. | Plaats groter kookgerei op de achterste kookzones in-dien nodig. |
| - gaat branden. | Automatisch uitschakelen werkt. | Schakel de kookplaat uit en weer in. |
| L gaat branden. | Het kinderslot of de Toets-blokkering-functie werkt. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gelebruik'. |
| F gaat branden. | Er staat geen kookgerei op de zone. | Zet kookgerei op de zone. |
| Het kookgerei is Niet goed. | Gebruik het juiste kookgerei. Zie het hoofdstuk 'Nuttige aanwijzingen en tips'. | |
| De diameter aan de bodem van het kookgerei is te Klein voor de zone. | Gebruik kookgerei met de juiste afmetingen. Zie het hoofdstuk 'Techni-sche informatatie'. | |
| E en een getal gaat bran-den. | Er heeft zich een fouit in de kookplaat voorgedaan. | Ontkoppel de kookplaat eni-geijd van de stroomtoe-voer. Maak dezekering los in de meterkast van het huis. Sluit het apparaat opnieuw aan. Als E weer gaat bran-den, neem dan contact op met de klantenservice. |
| Probleem | Mogelijk oorzaak | Oplossing |
| E4gaat branden. | Er is een storing in de kook-plaat opgetreden,,ondat het kookgerei is droog ge-kookit Automatisch uitscha-kelen en de oververhittings-bescherming van de zones in werkking is getreden. | Schakel de kookplaat UIT. Verwijder het hare kookge-rei. Schakel na ongeveer 30 seconden de kookzone op-nieuw in. Als het kookgerei het probleem was, dan要去 het foutbericht van het dis-play verdwijnen, maar Rest-warmte-indicatie kan aan blijven. Laat het kookgerei voldoende afkoelen. Contro-leer of uw kookerei geschikt is voor de kookplaat. Zie het hoofdstuk 'Nuttige aanwijzingen en tips'. |
7.2 Als u het probleem niet kunt oplossen...
Als u het probleem niet kunt verhelpen, neem dan contact op met uw verkoper of de serviceafdeling. Zie voor deze gegevens het typeplaatje. Geef ook de driecijferige code voor het glaskeramiek (bevindt zich op de hoek van het glazen oppervlak) en de foutmelding die wordt weergegeven.
Verzeker u ervan dat u de kookplaat correct gebruikt heeft. Bij onjuist gebruik van het apparaat worden het bezoek van de onderhoudstechnicus van de klantenservice of de vakhandelaar in rekening gebracht, zelfs tijdens de garantieperiode. De instructies over het service center en de garantiebepalingen vindt u in het garantieboekje.
8. MONTAGE

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Voor montage
Voordat u de kookplaat installeert, dient u de onderstaande informatie van het typeplaatje te noteren. Het typeplaatje bevindt zich onderop de kookplaat.
Serienummer
8.2 Ingebouwde kookplaten
Inbouwkookplaten mogen alleen worden gebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikte inbouwunits of werkbladen die aan de normen voldoen.
8.3 Aansluitkabel
- De kookplaat is voorzien van een aansluitsnoer.
- Vervang de beschadigde voedingskabel door het volgende netsnoer (of hoger): H05BB-F T min 90°C. Neem contact op met een klantenservice bij u in de buurt.
8.4 De afdichting bevestigen
- Reinig het werkblad rond de plek waar het gat moet worden uitgezaagd.
- Bevestig de meegeleverde afdichtstrip tegen de onderrand van de kookplaat langs de buitenrand van de keramische plaat. Rek het afdichtband waar nodig uit. Zorg dat de uiteinden van de afdichtstrip zich
in het midden van een van de zijkanten van de kookplaat bevinden.
- Tel een paar mm bij de af te knippen lengte van de afdichtstrip.
8.5 Montage

- Duw de twee uiteinden van de afdichtstrip samen.






8.6 Beveiligingsdoos

Als u een beveiligingsdoos (een additioneel toebehoren) gebruikt, zorg dan voor een ruimte van 2 mm op de vloer voor de luchtstroom en de beschermingsvloer direct onder het fornuis. Dit is niet noodzakelijk. De beveiligingsdoos is als toebehoren niet in elk land verkrijgbaar. Neem contact op met uw plaatselijke leverancier.

U kunt de beveiligingsdoos niet gebruiken als u de kookplaat boven een oven installeert.
Vervaardigd in Roemenië
6.6 kW

9.2 Specificatie kookzones
| Kookzone | Nominal ver-mogen (maxi-male kook-stand) [W] | Powerfunctie [W] | Powerfunctie maximale duur [min] | Diameter van het kookgerei [mm] |
| Linksvoor | 2300 | 2800 | 10 | 180 - 210 |
| Linksachter | 1200 | - | - | 125 - 145 |
| Rechtsvoor | 1200 | 1800 | 4 | 125 - 145 |
| Rechtsachter | 1800 | - | - | 145 - 180 |
Het vermogen van de kookzones kan enigszins afwijken van de gegevens in de tabel. Het verandert met het materiaal en de afmetingen van het kookgerei.
Gebruik voor optimale kookresultaten alleen kookgerei met een diameter niet groter dan vermeld in de tabel.
10. ENERGIEZUINIGHEID
10.1 Productinformatie volgens EU-richtlijn 66/2014
| Modelidentificatie | HKI62401CB | |
| Type kooktoestel | Ingebouwde kookplaat | |
| Aantal kookzones | 4 | |
| Verwarmingstechnologie | Inductie | |
| Diameter Ronde kookzones (Ø) | Linksvoor | 21,0 cm |
| Linksachter | 14,5 cm | |
| Rechtsvoor | 14,5 cm | |
| Rechtsachter | 18,0 cm | |
| Energieverbruik per kook-zone (EC electric cooking) | Linksvoor | 168,0 Wh / kg |
| Linksachter | 195,0 Wh / kg | |
| Rechtsvoor | 182,0 Wh / kg | |
| Rechtsachter | 198,0 Wh / kg | |
| Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) | 185,8 Wh / kg | |
EN 60350-2 - Elektrische huishoudelijke kookapparaten - deel 2: Kookplaten - Methodes voor het meten van de prestatie
10.2 Energiebesparing
U kunt elke dag energie besparen tijdens het koken door de onderstaande tips te volgen.
- Warm alleen de hoeveelheid water op die u nodig heeft.
- Doe indien mogelijk altijd een deksel op het kookgerei. Zet uw kookgerei op de kookzone voordat u deze activeert.
- Zet kleiner kookgerei op kleinere kookzones.
- Plaats het kookgerei precies in het midden van de kookzone.
- Gebruik de restwarmte om het eten warm te houden of te smelten.
11. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbool. Gooi de verpakking in een geschikte verzamelcontainer om het te recyclen. Help om het milieu en de volksgezondheid te beschermen en recycle het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten
gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.