IAE64411XB - IAE64411FB - Inductiekookplaat AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IAE64411XB - IAE64411FB AEG in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw inductiekookplaat |
| Merk | AEG |
| Modellen | IAE64411XB / IAE64411FB |
| Aantal kookzones | 4 inductiezones |
| Afmetingen (B x D x H) geschat | 59 cm x 52 cm x 5 cm |
| Geschat gewicht | ~10 kg |
| Elektrische aansluiting | 220-240 V / 400 V 2N, 50-60 Hz |
| Totaal vermogen | 7,35 kW |
| Hoofdfuncties | SenseBoil, PowerBoost, Pauze, Toetsenblokkering, Kinderbeveiliging, Hob²Hood, Timer, Automatische uitschakeling, Vermogensbeheer |
| SenseBoil | Past automatisch de temperatuur aan om overkoken te voorkomen |
| PowerBoost | Verhoogt het vermogen op een zone voor snel opwarmen (beperkte duur) |
| Hob²Hood | Automatische verbinding met compatibele afzuigkap om de ventilatorsnelheid aan te passen |
| Timer | Afteltimer, CountUp timer, Onafhankelijke timer |
| Automatische uitschakeling | Schakelt de plaat uit bij inactiviteit, oververhitting of niet-geschikte pannen |
| Restwarmte-indicator | OptiHeat Control met 3 niveaus (verder koken / warm houden / restwarmte) |
| Onderhoud en reiniging | Reinig na elk gebruik met een vochtige doek en neutraal middel; gebruik een speciale krabber voor hardnekkig vuil (suiker, gesmolten plastic) |
| Veiligheid | Kinderbeveiliging, Toetsenblokkering, panherkenning, automatische uitschakeling, resistent keramisch glasoppervlak |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Gebruik alleen originele reserveonderdelen; neem contact op met de erkende klantenservice |
| Algemene informatie | Garantie: raadpleeg het meegeleverde document; onder voorbehoud van wijzigingen |
Veelgestelde vragen - IAE64411XB - IAE64411FB AEG
Gebruikersvragen over IAE64411XB - IAE64411FB AEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Inductiekookplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IAE64411XB - IAE64411FB - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IAE64411XB - IAE64411FB van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING IAE64411XB - IAE64411FB AEG
Bedankt dat je voor dit AEG-product hebt gekozen. We hebben het gecreëerd om jarenlang onberispelijke prestaties te leveren, met innovatieve technologieën die het leven eenvoudiger maken - functies die je wellicht niet op gewone apparaten aantreft. Neem een paar minuten de tijd om het beste uit het apparaat te halen.
Ga naar onze website voor:

Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:
www.aeg.com/support

Registreer je product voor een betere service:
www.registeraeg.com

Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor je apparaat: www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE EN SERVICE
Gebruik altijd originele onderdelen.
Als u contact opneemt met onze erkende servicedienst, zorg er dan voor dat u de volgende gegevens tot uw beschikking hebt: Model, PNC, serienummer.
De informatie vindt u op het typeplaatje.
⚠ Waarschuwingen en veiligheidsinformatie ① Algemene informatie en tips Milieu-informatie
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE 2 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 5 3. INSTALLATIE 7 4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT 8 5. DAGELIJKS GEBRUIK 10 6. AANWIJZINGEN EN TIPS 15 7. ONDERHOUD EN REINIGING 18 8. PROBLEEMOPLOSSING 18 9. TECHNISCHE GEGEVENS 20 10. ENERGIEZUINIGHEID 21 11. MILIEUBESCHERMING 22
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit
uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij met het apparaat gaan spelen.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg. WAARSCHUWING: Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als het in werking is of afkoelt. Makkelijk toegankelijke onderdelen worden heet tijdens het gebruik.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken. WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden. - Probeer NOOIT om een brand te blussen met water. Schakel het apparaat uit en bedek vervolgens de vlam, bv. met een deksel of een vuurdeken.
WAARSCHUWING: Het apparaat mag niet van stroom worden voorzien door een extern schakelapparaat, zoals een tijdschakelaar, of aangesloten worden op een circuit dat door het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordt geschakeld. - LET OP: Het kookproces moet bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden. WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken. - Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden. - Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert. - Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken. - Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met de bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector. - Als de glaskeramische / glazen oppervlakte gebarsten is, schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit het stopcontact. In het geval het apparaat rechtstreeks op de stroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert u de zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neem altijd contact op met de erkende servicedienst. - Indien het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, een erkende service of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen. WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpen of door de fabrikant van het apparaat in de gebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven of kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn geïntegreerd. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installeren

WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Houd de minimumafstand tot andere apparaten en units in acht.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Dicht de oppervlakken af met kit om te voorkomen dat ze gaan opzetten door vocht.
- Bescherm de bodem van het apparaat tegen stoom en vocht.
- Installeer het apparaat niet naast een deur of onder een raam. Dit voorkomt dat heet kookgerei van het apparaat valt als de deur of het raam worden geopend.
- Elk apparaat heeft koelventilatoren op de bodem.
- Als het apparaat gemonteerd wordt boven een lade:
- Leg geen kleine dingen of papier die kunnen binnengezogen worden, omdat ze de koelventilatoren kunnen beschadigen of het koelsysteem kunnen belemmeren.
- Houd een minimumafstand van 2 cm tussen de bodem van het apparaat en de voorwerpen die u in de lade opbergt.
- Verwijder de afscheidingspanelen die in de kast onder het apparaat zijn geïnstalleerd.
2.2 Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Verzeker uzelf ervan dat de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u welke werkzaamheden dan ook uitvoert. Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met het elektrische vermogen van de netstroom.
- Controleer of het apparaat correct geïnstalleerd is. Losse en onjuiste stroomkabels of stekkers (indien van toepassing) kunnen ertoe leiden dat de contactklem te heet wordt.
- Gebruik het juiste netsnoer. Zorg dat de stroomkabel niet verstrikt raakt.
- Controleer of er een aardlekschakelaar is geïnstalleerd.
- Gebruik de trekontlastingsklem op de kabel. Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker (indien van toepassing) het apparaat of heet kookgerei niet aanraakt als je het apparaat op een nabijgelegen contactdoos aansluit.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels. Zorg ervoor dat je de stekker (indien van toepassing) of het netsnoer niet beschadigt. Neem contact op met ons erkende servicecentrum of een elektricien om een beschadigde stroomkabel te vervangen.
- De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor
dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
- De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
2.3 Gebruik

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.
- Verwijder voor het eerste gebruik alle verpakking, etikettering en beschermfolie (indien van toepassing).
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor (binnenshuis) huishoudelijk gebruik.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen. Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
- Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
- Zet de kookzone op "uit" na ieder gebruik.
- Plaats geen bestek of deksels van steelpannen op de kookzones. Ze kunnen heet worden.
- Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
- Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak.
- Als het oppervlak van het apparaat gebarsten is, haal dan onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt elektrische schokken.
- Gebruikers met een pacemaker moeten een afstand van minimaal 30 cm bewaren
van de inductiekookzones als het apparaat in werking is.
- Als u voedsel in hete olie plaatst, kan het spatten.

WAARSCHUWING!
Risico op brand en explosie
- Wanneer ze verwarmd worden, kunnen vetten en oliën ontvlambare dampen afgeven. Houd vlammen of verwarmde voorwerpen uit de buurt van vetten en oliën als u ermee kookt.
- De dampen die erg hete olie vrijkomen, kunnen spontane ontbranding veroorzaken.
- Gebruikte olie die voedselresten kan bevatten, kan brand veroorzaken bij een lagere temperatuur dan olie die voor de eerste keer wordt gebruikt.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.

WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het apparaat.
- Laat geen heet kookgerei op het bedieningspaneel staan. Leg geen hete deksel op het glazen oppervlak van de kookplaat.
- Laat kookgerei niet droogkoken. Zorg ervoor dat je geen voorwerpen of kookgerei op het apparaat laat vallen. Het oppervlak kan beschadigd raken. Schakel de kookzones niet in met leeg kookgerei of zonder kookgerei.
- Plaats geen aluminiumfolie op het apparaat.
- Kookgerei gemaakt van gietijzer, aluminium of met een beschadigde bodem kan krassen op het glas/glaskeramiek veroorzaken. Til deze voorwerpen altijd op als je ze op de kookplaat wilt verplaatsen.
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken. Het mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden, bijvoorbeeld het verwarmen van de ruimte.
2.4 Onderhoud en reiniging
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat. Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen voordat u het schoonmaakt.
- Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen. Maak het apparaat schoon met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
2.5 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk
worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
2.6 Verwijdering

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat. Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
3. INSTALLATIE

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
3.1 Voor montage
Voordat u de kookplaat installeert, dient u de onderstaande informatie van het typeplaatje te noteren. Het typeplaatje bevindt zich onderop de kookplaat.
Serienummer
3.2 Ingebouwde kookplaten
Inbouwkookplaten mogen alleen worden gebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikte inbouwunits of werkbladen die aan de normen voldoen.
3.3 Aansluitsnoer
- De kookplaat wordt geleverd met een aansluitkabel.
- Gebruik als vervanging van het beschadigde netsnoer het volgende snoertype: H05V2V2-F dat bestand is tegen een temperatuur van 90 °C of
hoger. Neem contact op met een erkend servicecentrum. Het aansluitsnoer mag alleen worden vervangen door een gekwalificeerde elektricien.
3.4 Montage
Als je de kookplaat onder een kap installeert, raadpleeg je de installatie-instructies van de afzuigkap voor de minimumafstand tussen de apparaten.

Als het apparaat boven een lade wordt geïnstalleerd, kan de ventilatie van de kookplaat de artikelen die zich in de lade bevinden tijdens het bereidingsproces opwarmen.

Zoek de videotutorial "Hoe installeert u uw AEG inductiekookplaat - installatie op het aanrecht" door de volledige naam die in de onderstaande afbeelding staat in te typen.

YouTube
www.youtube.com/electrolux
www.youtube.com/aeg
1 Inductiekookzone 2 Bedieningspaneel
i Raadpleeg 'Technische gegevens' voor gedetailleerde informatie over de maten van de kookzones.
4.2 Bedieningspaneel lay-out

Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluiden tonen welke functies worden gebruikt.
| Tip- toets | Functie | Opmerking | |
| 1 | ① | AAN / UIT | De kookplaat in- en uitschakelen. |
| 2 | Blokkering / Kinderbeveiligingsin-richting | Het bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen. | |
| 3 | SenseBoil® | De functie in- en uitschakelen. De individuten boven het symbool geleven de voortgang van de functie aan. | |
| 4 | || | Pauze | De functie in- en uitschakelen. |
| 5 | - | Kookstanddisplay | De kookstand weergeven. |
| 6 | - | Timerindicatie voor de kookzones | Geeft aan voor welke zone u deijd instelt. |
| 7 | - | Timerdisplay | Deijd in minuten weergeven. |
| 8 | Hob®Hood | De handmatige modus van functie in- en uitschakelen. | |
| 9 | ① | - | Om de kookzone te selecteren. |
| 10 | +/- | - | Deijd verlungen of verdorkten. |
| 11 | P | PowerBoost | Het inschakelen van de functie. |
| 12 | - | Bedieningsstrip | Het instellen van de kookstand. |
4.3 Kookstanddisplays
| Schem | Beschrijving |
| ® | De kookzone is uitgeschakeld. |
| 1 - 14 | De kookzone worden gebrukt. |
| Scherm | Beschrijving |
| u | Pauze is in werking. |
| u | SenseBoil® is in werking. |
| R | Automatisch opwarmen is in werking. |
| P | PowerBoost is in werking. |
| E + cijfer | Er is een storing. |
| E/ E/ E | OptiHeat Control (3-staps restwarmte-indicator): doorgaan met koken / warmhoud-stand / restwarmte. |
| L | Blokkering / Kinderbeveiligingsinrichting werkt. |
| F | Het kookgerei is nicht geschikt of te Klein, of er is geen kookgerei op de kookzone ge-ptaatst. |
| - | Automatische uitschakeling is in werking. |
Zolang het indicatielampje aanstaat, bestaat er een risico op brandwonden door restwarmte.
De inductiekookzones creëren de voor het kookproces benodigde warmte rechtstreeks in de bodem van het kookgerei. Het glaskeramiek wordt verwarmd door de warmte van het kookgerei.
De indicatielampjes verschijnen als een kookzone heet is. De aanduidingen
tonen het niveau van de restwarmte voor de kookzones die je momenteel gebruikt.
Het indicatielampje kan ook verschijnen:
- voor de aangrenzende kookzones, zelfs als je ze niet gebruikt, als er heet kookgerei op de koude kookzone wordt geplaatst,
- als de kookplaat is uitgeschakeld, maar de kookzone nog heet is.
Het indicatielampje verdwijnt als de kookzone is afgekoeld.
5. DAGELIJKS GEBRUIK

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 In- of uitschakelen
Raak ① 1 seconde aan om de kookplaat in of uit te schakelen.
5.2 Automatische uitschakeling
De functie schakelt de kookplaat automatisch uit als:
- alle kookzones zijn uitgeschakeld,
- u de kookstand niet instelt nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld,
- u iets hebt gemorst of iets langer dan 10 seconden op het bedieningspaneel hebt gelegd (een pan, doek, etc.). Er klinkt een
geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Verwijder het voorwerp of reinig het bedieningspaneel.
- De kookplaat te heet wordt (bijvoorbeeld als een steelpan droog kookt). De kookzone moet afgekoeld zijn voordat u de kookplaat weer kunt gebruiken.
- u ongeschikte pannen gebruikt. Het symbool gaat branden en na 2 minuten schakelt de kookzone automatisch UIT.
- u een kookzone niet uitschakelt of de kookstand verandert. Na een tijdje gaat [het symbool] aan en schakelt de kookplaat UIT.
De verhouding tussen kookstand en de tijd waarna de kookplaat uitschakelt:
| Warmte-instelling | De kookplaat wordenuitgeschakeld na |
| 11, 1 - 3 | 6 uur |
| 4 - 7 | 5IRR |
| 8 - 9 | 4IRR |
| 10 - 14 | 1,5IRR |
5.3 De kookstand
Voor het instellen of wijzigen van de kookstand:
Raak de bedieningsstrip aan bij de juiste kookstand of beweeg uw vinger langs de bedieningsstrip totdat u de juiste kookstand hebt bereikt.

5.4 SenseBoil®
De functie past de temperatuur van het water automatisch aan zodat de pan niet overkookt zodra het kookpunt is bereikt.
Wanneer er nog restwarmte (□/Ξ/Ξ) op de kookzone die u wilt gebruiken aanwezig is, worden een akoestisch signaal uitgezonden en zal de functie niet starten.
- Tik op ① om de kookplaat te activeren.
- Tik op het symbool om de functie in te schakelen. Er verschijnt een knipperend pictogram voor kookzones waarop u de functie momenteel kunt gebruiken.
- Raak de bedieningsbalk van een beschikbare kookzone aan waarvoor u de functie wilt starten (tussen de kookstand 1-14).
De functie start.
Als u niet binnen 5 seconden een kookzone kiest, wordt de functie niet geactiveerd.
Zodra de functie start, gaan de indicatoren boven het symbool één voor één aan totdat het water het kookpunt bereikt.
Wanneer de functie het kookpunt detecteert, geeft de kookplaat een akoestisch signaal en verandert het verwarmingsniveau automatisch in 8.
Wanneer alle kookzones al in gebruik zijn of er zich restwarmte op alle kookzones bevindt, laat de kookplaat een pieptoon horen, knipperen de indicatoren boven 1 en start de functie niet.
Voor het uitschakelen van de functie raakt u het symbool aan. De functie wordt gedeactiveerd en de warmte-instelling daalt tot 0, of raak de bedieningsbalk aan en pas de kookstand handmatig aan.
De functie Pauze en het optillen van de pan schakelen SenseBoil® uit.
5.5 Het gebruik van de kookzones
Plaats het kookgerei in het midden van de gekozen kookzone. Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte
automatisch aan de afmeting van het kookgerei aan.
Activeer deze functie om in een kortere tijd de gewenste kookstand te krijgen. Als het aan staat, werkt de zone in het begin op de hoogste kookstand en gaat daarna verder met koken op de gewenste kookstand.

Om de functie in werking te stellen moet de kookzone koud zijn.
Om de functie voor een kookzone in te schakelen: raak P aan (P gaat aan). Raak meteen de gewenste kookstand aan. Na 3 seconden gaat R branden.
De functie uitschakelen: wijzig de kookstand.
5.7 PowerBoost
Deze functie maakt meer vermogen beschikbaar voor de inductiekookzones. De functie kan voor een beperkte tijdsduur voor uitsluitend de inductiekookzone worden geactiveerd. Daarna worden de inductiekookzone automatisch teruggeschakeld naar de hoogste kookstand.

Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'.
Om de functie voor een kookzone in te schakelen: raak P aan. P gaat aan.
De functie uitschakelen: wijzig de kookstand.
5.8 Timer
- Timer met aftelfunctie
U kunt deze functie gebruiken om de lengte van een kooksessie in te stellen.
Stel eerst de warmtestand voor de kookzone in en dan de functie.
Om de kookzone in te stellen: tik
herhaaldelijk op ① totdat het lampje van een kookzone verschijnt.
Om de functie te activeren: tik op + van de timer om de tijd in te stellen (00 - 99 minuten). Als het lampje van de kookzone gaat knipperen, wordt de tijd afgeteld.
Om de resterende tijd te zien: tik op om de kookzone in te stellen. Het indicatielampje van de kookzone begint te knipperen. Op het display worden de resterende tijd weergegeven.
Om de tijd te wijzigen: tik op ① om de kookzone in te stellen. Tik op + of -
Om de functie te deactiveren: tik op ① om de kookzone in te stellen en tik vervolgens op —. De resterende tijd telt terug tot 00. Het indicatielampje van de kookzone verdwijnt.

Als de aftelling beëindigd is, klinkt er een geluidssignaal en knippert 00. De kookzone wordt uitgeschakeld.
Om de functie te stoppen: tik op ①.
- CountUp Timer
Gebruik deze functie om in de gaten te houden hoe lang de kookzone werkt.
Om de kookzone in te stellen: tik
herhaaldelijk op ① totdat het lampje van een kookzone verschijnt.
Om de functie te activeren: tik op — van de timer. UP verschijnt. Als het lampje van de kookzone gaat knipperen, wordt de tijd opgeteld. Het display schakelt tussen UP en de getelde tijd (in minuten).
Om in de gaten te houden hoelang de
kookzone werkt: tik op ① om de kookzone in te stellen. Het indicatielampje van de kookzone begint te knipperen. De display geeft aan hoe lang de zone werkt.
Om de functie te deactiveren: tik op ① en tik vervolgens op + of -. Het indicatielampje van de kookzone verdwijnt.
- Kookwekker
U kunt deze functie gebruiken wanneer de kookplaat is ingeschakeld maar de
kookzones niet werken. De warmtestand op het display toont 0 .
Om de functie te activeren: tik op ① en tik vervolgens op + of - van de timer om de tijd in te stellen. Als de tijd verstreken is, klinkt er een geluidssignaal en knippert 00.
Om de functie te stoppen: tik op ①.

De functie heeft geen invloed op de werking van de kookzones.
5.9 Pauze
Deze functie stelt alle kookzones die in werking zijn in op de laagste kookstand.
Als de functie in werking is, zijn alle andere symbolen op de bedieningspanelen vergrendeld.
De functie stopt de timerfunctie niet.
Tik op | om de functie in te schakelen.
gaat aan. De kookstand wordt verlaagd. naar 1.
Voor het uitschakelen van de functie raakt u aan. De vorige kookstand gaat aan.
5.10 Blokkering
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookzones in werking zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de kookstand per ongeluk wordt veranderd.
De functie inschakelen: raak 1 aan. gaat gedurende 4 seconden aan. De timer blijft aan.
De functie uitschakelen: Raak aan. De vorige kookstand gaat aan.

Als u de kookplaat uitzet, stopt u deze functie ook.
5.11 Kinderbeveiligingsinrichting
Deze functie voorkomt dat de kookplaat onbedoeld wordt gebruikt.
Om de functie te activeren: activeer de kookplaat met ①. Stel geen warmte-instelling in.
Raak 4 seconden aan. Het symbool L gaat aan. Schakel de kookplaat uit met ①.
Om de functie te deactiveren: activeer de kookplaat met ①. Stel geen warmte-instelling in. Raak 4 seconden aan. Het symbool gaat uit. Schakel de kookplaat uit met ①.
Om de functie voor slechts een kooksessie te onderdrukken: activeer de kookplaat met ①. Het symbool ④ gaat aan. Raak 4 seconden aan. Stel de kookstand in binnen 10 seconden. U kunt de kookplaat bedienen. Als u de kookplaat uitschakelt met ①, treedt de functie weer in werking.
5.12 OffSound Control (De geluiden in- en uitschakelen)
Schakel de kookplaat UIT. Raak ① 3 seconden aan. Het display gaat aan en uit.
Raak 3 seconden aan. Het symbool gaat branden. Raak + van de timer aan om een van het volgende te kiezen:
- de signalen uit
- de signalen aan
Om uw keuze te bevestigen moet u wachten tot de kookplaat automatisch uitschakelt.
Als de functie op b staat, kunt u de geluiden alleen horen als:
u ① aanraakt - Kookwekker beneden komt - Timer met aftelfunctie beneden komt - u iets op het bedieningspaneel plaatst.
Als er meerdere zones actief zijn en het verbruikte vermogen de limiet van de stroomtoevoer overschrijdt, verdeelt deze functie het beschikbare vermogen tussen alle kookzones. De kookplaat regelt de warmte-instellingen om de zekeringen van de installatie in het huis te beschermen.
- Kookzones zijn gegroepeerd volgens de locatie en het aantal fasen van de kookplaat. Elke fase heeft een maximale elektriciteitslading van 3700 W. Als de kookplaat de limiet van het maximaal
beschikbare vermogen bereikt binnen een fase, worden het vermogen van de kookzones automatisch verlaagd.
- De warmte-instelling van de gekozen kookzone heeft altijd prioriteit. Het resterende vermogen zal tussen de eerder geactiveerde kookzones worden verdeeld, in omgekeerde volgorde van selectie.
- De weergave van de warmte-instelling van de verlaagde zones wisselt tussen de aanvankelijk gekozen warmte-instelling en de verlaagde warmte-instelling.
- Wacht totdat het display stopt met knipperen of verlaag de kookstand van de laatst geselecteerde kookzone. De kookzones blijven werken met de verlaagde warmte-instelling. Wijzig indien nodig handmatig de warmte-instellingen van de kookzones.
Zie de afbeelding voor mogelijke combinaties waarin vermogen over de kookzones kan worden verdeeld.

5.14 Hob²Hood
Het is een geavanceerde automatische functie die de kookplaat op een speciale afzuigkap aansluit. Zowel de kookplaat als de afzuigkap heeft een infraroodontvanger. De snelheid en de ventilator worden automatisch bepaald op basis van de modusinstelling en de temperatuur van de heetste pan op de kookplaat. U kunt de ventilator van de kookplaat handmatig bedienen.
Voor de meeste afzuigkappen wordt het afstandsbedieningssysteem uitgeschakeld. Schakel het in voordat u de functie gebruikt. Zie voor meer informatie de gebruikershandleiding van de afzuigkap.
De functie automatisch bedienen
Stel de automatische modus in op H1 - H6 om de functie automatisch te bedienen. De kookplaat wordt oorspronkelijk ingesteld op H5. De afzuigkap reageert als u de kookplaat in gebruik neemt. De kookplaat herkent de temperatuur van de pannen automatisch en stelt de snelheid van de ventilator erop af.
Automatische modi
| Automatische verlich-ting | Koken1) | Bakken2) | |
| Modus H0 | Uit | Uit | Uit |
| Modus H1 | Aan | Uit | Uit |
| Modus H2 3) | Aan | Ventilator-snelheid 1 | Ventilator-snelheid 1 |
| Modus H3 | Aan | Uit | Ventilator-snelheid 1 |
| Modus H4 | Aan | Ventilator-snelheid 1 | Ventilator-snelheid 1 |
| Modus H5 | Aan | Ventilator-snelheid 1 | Ventilator-snelheid 2 |
| Modus H6 | Aan | Ventilator-snelheid 2 | Ventilator-snelheid 3 |
1) De kookplaat detecteert het kookproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus. 2) De kookplaat detecteert het bakproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus. 3) Deze modus activeert de ventilator en de verlichting en reageert niet op de temperatuur.
- Schakel het apparaat UIT.
- Raak ① 3 seconden aan. Het display gaat aan en uit.
- Raak 3 seconden aan.
- Raak ① een paar keer aan tot H aan gaat.
- Raak + van de timer aan om een automatische modus te selecteren.

Schakel de automatische modus van de functie uit om de kookplaat direct te bedienen op het kookplaatpaneel.

Als u stopt met koken en de kookplaat uitschakelt, kan de ventilator nog even blijven werken. Daarna schakelt het systeem de ventilator automatisch uit en wordt voorkomen dat u de ventilator per ongeluk de komende 30 seconden activeert.
De ventilatorsnelheid handmatig bedienen. U kunt de functie ook handmatig bedienen. Raak daartoe aan als de kookplaat actief is. Dit schakelt de automatische bediening
van de functie uit zodat u de ventilatorsnelheid handmatig kunt veranderen. Als u op drukt, wordt de ventilatorsnelheid met een verhoogd. Als u een intensief niveau bereikt en weer op drukt, stelt u de ventilatorsnelheid in op 0 waardoor de afzuigkapventilator uitschakelt. Om de ventilator weer te starten met ventilatorsnelheid 1, raakt u aan.

Schakel de kookplaat uit en weer aan om de automatische bediening van de functie te activeren.
De verlichting activeren
U kunt de kookplaat instellen om de verlichting automatisch te activeren als u de kookplaat aan zet. Zet daarvoor de automatische modus op H1 - H6.

De verlichting van de afzuigkap gaat uit 2 minuten nadat u de kookplaat hebt uitgeschakeld.
6. AANWIJZINGEN EN TIPS

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Pannen

Voor inductiekookzones creëert een sterk elektromagnetisch veld de hitte in de pannen zeer snel.
Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen.
- De bodem van de pannen moet zo dik en vlak mogelijk zijn. Zorg ervoor dat bodems schoon en droog zijn voordat de pannen op de kookplaat worden gezet. Schuif of wrijf de pan niet over het keramische glas, om krassen te voorkomen.
Panmaterialen
- Goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt door de fabrikant).
- Niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein.
Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd, - een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt.
Afmetingen van pannen
- Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan.
- De efficiëntie van de kookzone hangt samen met de diameter van de pan. Pannen met een diameter kleiner dan het minimum ontvangen slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd.
- Gebruik zowel om veiligheidsredenen als voor optimale kookresultaten geen pannen groter dan aangegeven in de kookzonespecificaties. Zorg ervoor dat pannen tijdens het koken niet bij het bedieningspaneel blijven. Dit kan invloed hebben op de werking van het bedieningspaneel of onbedoeld de kookplaatfuncties activeren.

Raadpleeg de technische gegevens.
6.2 Lawaai tijdens gebruik
Als u dit hoort:
- kraakgeluid: de pan is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich-constructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich-constructie).
- zoemend geluid: als u hoge kookstanden gebruikt.
- klikken: er treedt elektrische schakeling op.
- sissend, brommend: de ventilator werkt. Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect te maken.
6.3 Praktische tips voor SenseBoil®
De functie werkt het beste voor kokend water en het bereiden van aardappelen.

Het werkt niet met kookgerei van gietijzer of met anti-aanbaklaag, bijvoorbeeld met een keramische coating. Geëmailleerde stalen pannen worden aanbevolen voor het beste resultaat bij het koken van aardappelen.
Controleer of de pan geschikt is voor SenseBoil® door de eerste kooksessie te monitoren.
Voor efficiënt gebruik van SenseBoil® volgt u onderstaand advies:
Vul de helft tot drie vierde van de pan met koud leidingwater, en laat 4 cm vanaf de rand van de pan leeg. Gebruik niet minder dan 1 en niet meer dan 5 liter water. Zorg ervoor dat het totale volume van het water (of het water en de aardappelen) tussen 1 - 5 kg ligt. - Als u aardappelen wilt koken, zorg dan dat ze volledig bedekt zijn met water, maar vergeet niet om minstens een kwart van de pan leeg te laten. Voor het beste resultaat kookt u hele, ongeschilde, middelgrote aardappelen. Zorg ervoor dat u de aardappelen niet te strak verpakt. Vermijd externe trillingen (bijvoorbeeld door een blender te gebruiken of een mobiele telefoon naast het apparaat te plaatsen) wanneer de functie actief is. - Als u zout wilt gebruiken, voegt u het toe nadat het water het kookpunt heeft bereikt. - De functie werkt mogelijk niet goed voor waterkokers en espressopotten.
Om energie te besparen schakelt het verwarmingselement van de kookzone eerder uit dan het signaal van de timer met aftelfunctie klinkt. Het verschil in werktijd hangt af van het niveau van de kookstand en de tijd dat u kookt.
6.5 Voorbeelden van kooktoepassingen
De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat een kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt.

De gegevens in de volgende tabel dienen slechts als richtlijn.
| Warmte-instel- ling | Gebruik om: | Tijd (min) | Tips |
| || -1 | Bereide gerechten warmhouden. | zoals no-dig | Een deksel op het kookgerei doeen. |
| 1 - 3 | Hollandaisesaus, smelten: boter, cho- colade, gelatine. | 5 - 25 | Vanijd totijdMMCgenen. |
| 1 - 3 | Stollen: luchtige omeletten, gebakken eieren. | 10 - 40 | Met deksel bereiden. |
| 3 - 5 | Zachtjes aan de kook brengen van rijst en gerechten op melkbasis, reeds be- reide gerechten opwarmen. | 25 - 50 | Voeg minimaal tweekee zo veel vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de procedure door. |
| 5 - 7 | Stomen van groenten, vis en vlees. | 20 - 45 | Voeg een paar eetlepels vocht toe. |
| 7 - 9 | Aardappelen stomen. | 20 - 60 | Gebruik max. ¼I water voor 750 g aardappelen. |
| 7 - 9 | Bereiden van grotere hoeveelheden voedsel, stoofschotels en soepen. | 60 - 150 | Tot 3 I vloeistof plus ingredienten. |
| 9 - 12 | Lichtjes braden: kalfsoester, cordon bleu van kalfsvlees, koteletten, risso- les, worstjes, lever, roux, eieren, pan- nenkoeken, donuts. | zoals no-dig | Halverwege de vereidingsstijd omdraai- en. |
| 12 - 13 | Door-en-door gebraden, opgebakken aardappelen, lendenbiefstukken, steaks. | 5 - 15 | Halverwege de vereidingsstijd omdraai- en. |
| 14 | Aan de kook brengen van water, pasta koken, aanbraden van vlees (goulash, stoovlees), frituren van friet. | ||
| P | Aan de kook brengen van grote hoeveelheden water. PowerBoost is geactiveerd. | ||
6.6 Praktische tips voor Hob²Hood
Wanneer je de kookplaat gebruikt met de functie:
- Bescherm het paneel van de afzuigkap tegen direct zonlicht.
- Plaats geen halogeenlicht op het paneel van de afzuigkap.
- Dek het bedieningspaneel van de afzuigkap niet af.
- Onderbreek het signaal tussen de kookplaat en de afzuigkap niet (bijvoorbeeld met een hand, een handgreep van een pan of een grote pan). Zie de afbeelding.
De afzuigkap in de afbeelding is slechts een voorbeeld.


Andere op afstand bediende apparaten kunnen het signaal hinderen. Gebruik dergelijke apparaten niet in de buurt van de kookplaat terwijl Hob²Hood ingeschakeld is.
Afzuigkappen met de Hob²Hood-functie. Voor het volledige assortiment afzuigkappen dat met deze functie werkt, raadpleeg je onze website van de consument. De AEG-afzuigkappen die met deze functie werken en het symbool hebben
7. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
7.1 Algemene informatie
- Reinig de kookplaat na elk gebruik.
- Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op het oppervlak hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik een speciale schraper voor het glas.
7.2 De kookplaat schoonmaken
- Verwijder direct: gesmolten kunststof, plastic folie, suiker en suikerhoudend
voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder nadat de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalk- en waterkringen, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleuringen. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel. Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek. Verkleuring van glanzende metalen verwijderen: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.
8. PROBLEEMOPLOSSING

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
8.1 Wat moet je doen als ...
| Probleem | Mogelijk oorzaak | Oplossing |
| Je kunt de kookplaat Niet inscha-kelen of bedieren. | De kookplaat is Niet aangesloten op een stopcontact of Niet goed gein-stalleerd. | Controleer of de kookplaat goed aan-gesloten is op hetlichtnet. |
| De zekering is doorgeslagen. | Verzeker je ervan dat de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zeke-ringen koer op keer doorslaan, neem je contact op met een erkende installa-teur. | |
| Stel gedurende 10 seconden geen kookstand in. | Schakel de kookplaat opnieuw in en stel de kookstand binnen 10 seconden in. | |
| Je heb 2 ofmeer sensorvelden te-gelifiekertijd aangeraakt. | Raak slechts één sensorveld aan. | |
| Pauze is in werking. | Raadpleeg 'Dagelijks gelebruik'. | |
| Water of vetlekken op het bedie-ningspaneel. | Reinig het bedieningspaneel. | |
| Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordenuitgeschakeld. Als de kookplaat wordenuitge-schakeld, klinkt er een geluids-signaal. | Je heb iets op een ofmeer sensor- velden geplaatst. | Verwijder het voorwerp van de sensor- velden. |
| De kookplaat wordenuitgeschac-keld. | Je heb iets op het sensorveld ge- plaatst ①. | Verwijder het voorwerp van het sen-sorveld. |
| De restwarmte-indicator gaat Niet aan. | De zone is Niet heet waar dat deze slechts kortstondig is gelebruikt, of de sensor is beschadigd. | Als de zone voldoende lang gelebruikt is om heet teijken, neem je contact op met een erkende servicedienst. |
| Hob²Hood werkdt Niet. | Je heb het bedieningspaneel afge- dekt. | Verwijder het voorwerp van het bedie-ningspaneel. |
| Je maakt gelebruik van een—hele hove pan die het signaal blokkeert. | Gebruik eenkleiner pan, verander van kookzone of bedien de afzuigkap handmatig. | |
| Automatisch opwarmen werkdt Niet. | De zone is heet. | Laat de zone voldoende afkoelen. |
| De hoogste kookstand is ingesteld. | De hoogste kookstand heeft hetzelfde vermogen als de functie. | |
| De kookstand schakelt+tussen twee niveaus. | Stroommanagement is in werking. | Raadpleeg 'Dagelijks gelebruik'. |
| De sensorvelden worden heet. | De pan is te groot of je plaatst deze te zich bij de bedieningsknoppen. | Plaats grotere pannen indien möglich op dechychterste kookzones. |
| Er klinkt geen geluidssignaal wan-neer je de tiptoetsen van het be-dieningspaneel aanraakt. | De signalen zijn uit. | Schakel de geluiden in. Raadpleeg 'Dagelijks gelebruik'. |
| Lgaat aan. | Kinderbeveiligingsnichting of Blok- kering werkct. | Raadpleeg 'Dagelijks gelebruik'. |
| Fgaat aan. | Er staat geen pan op de zone. | Plaats een pan op de zone. |
| De pan is Niet geschikt. | Gebruik geschikte pannen. Zie 'Aan- wijzingen en tips'. | |
| De diameter van de bodem van de pan is te Klein voor de zone. | Gebruik pannen met de juiste afmetin-gen. Raadpleeg de technische gege- vens. | |
| F en I verschijnen afwisse-lend. | Het vermogen is te laag vanwege een ongeschiedte of lege pan. | Gebruik het geschikte type pannen. Zie 'Aanwijzingen en tips' en 'Techni-sche gegevens'. Activeer geen zones waarop een lege pan is geplaatst. |
| F en 2 verschijnen afwisse-lend. | De pan is leeg of bevat andere vloei-stof dan water, bijvoorbeeld olie. | Vermijd gebruik van deze functie met andere vloeistoffen dan water. |
| F en 3 verschijnen afwisse-lend. | Er bevindt zich te veel of te weinig water in de pan. Je hebt ander voedsel gekookit dan water en aardappelen. Het kookpunt werk verplaatst in de tijd, en Sense-Boil® kon Niet goed werken. | Kook alleen water en aardappelen met SenseBoil®. Zie 'Aanwijzingen en tips'. |
| Je hoor een piepgeluid. De indi-catoren boven têr knipperen en SenseBoil® start nicht. | Geen van de kookzones is:kaar voor gebruik met SenseBoil®. Er is wat restwarmte op de kookzones die je wilt kiezen of die nog in gebruikarend. | Rond je vorige kookactiviteiten af en kies een vrijke kookzone zonder eenige restwarmte. |
| E en een getal gaan branden. | Er is een fout opgetreden in de kookplaat. | Schakel de kookplaatuit en schakel.Deze na 30 seconden wee in. Wan-neer E一周 verschijnt, trek je de stekker van de kookplaatuit het stop-contact. Steek de stekker van de kook-plaat er na 30 seconden wee in. Als het probleem zich blijft voordoen, neem je contact op met een erkende servicedienst. |
| Je kunt een constant piepgeluid horen. | De elektrische aansluiting is ver-keerd. | Trek de stekker van de kookplaatuit het stopcontact. Laat de installmentie controlleren door een erkende elektricien. |
8.2 Als je geen oplossing kunt vinden...
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. Geef de gegevens op het typeplaatje. Geef ook de driecijferige code voor het glaskeramiek (bevindt zich in de hoek van het glazen oppervlak) en een
foutmelding die gaat branden. Zorg ervoor dat je de kookplaat correct gebruikt. Als dit niet het geval is, is het onderhoud van een servicemonteur of dealer niet gratis, ook tijdens de garantieperiode. De informatie over garantieperiode en geautoriseerde servicecentra vind je in het garantieboekje.
9.2 Specificatie kookzones
| Kookzone | Nominal vermo-gen (max warmte-instelling) [W] | PowerBoost [W] | PowerBoost maximale duur [min] | Diameter kook-gerei [mm] |
| Links voor | 2300 | 3700 | 10 | 180 - 210 |
| Linksijken | 1800 | 2800 | 10 | 145 - 180 |
| Rechtsvoor | 1400 | 2500 | 4 | 125 - 145 |
| Rechtsachter | 1800 | 2800 | 10 | 145 - 180 |
Het vermogen van de kookzones kan binnen een bepaalde kleine marge verschillen van de gegevens in de tabel. Dit kan veranderen afhankelijk van het materiaal en de afmetingen van het kookgerei.
Gebruik voor optimale kookresultaten alleen kookgerei met een diameter die niet groter is dan vermeld in de tabel.
10. ENERGIEZUINIGHEID
10.1 Productinformatie*
| Modelnummer | IAE64411XB | |
| Type kookplaat | Inbouwkookplaat | |
| Aantal kookzones | 4 | |
| Verwarmingstechnologie | Inductie | |
| Diameter van Ronde kookzones (Ø) | Links voor | 21,0 cm |
| Links,after | 18,0 cm | |
| Rechtsvoor | 14,5 cm | |
| Rechtsachter | 18,0 cm | |
| Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking) | Links voor | 178,4 Wh / kg |
| Links,after | 174,4 Wh / kg | |
| Rechtsvoor | 183,2 Wh / kg | |
| Rechtsachter | 184,9 Wh / kg | |
| Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) | 180,2 Wh / kg |
- Voor de Europese Unie overeenkomstig EU 66/2014. Voor Belarus volgens STB 2477-2017, Annex A. Voor Oekraïne volgens 742/2019.
EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische kookapparaten - Deel 2: Kookplaten - Methoden voor het meten van prestaties.
De energiemetingen betreffende het kookgebied worden geïdentificeerd door de markeringen van de respectievelijke kookzones.
10.2 Energiebesparing
U kunt elke dag energie besparen tijdens het koken door de onderstaande tips te volgen.
Warm alleen de hoeveelheid water op die u nodig heeft. - Doe indien mogelijk een deksel op de pan. Zet uw kookgerei op de kookzone voordat u deze activeert.
Zet kleiner kookgerei op kleinere kookzones. - Plaats het kookgerei precies in het midden van de kookzone. - Gebruik de restwarmte om het eten warm te houden of te smelten.
11. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool
Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool Niet weg met het huishoudelijk afval.
Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.