BF523LMB3 - BF523LMS0 - Inbouwoven SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BF523LMB3 - BF523LMS0 SIEMENS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Inbouwoven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BF523LMB3 - BF523LMS0 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BF523LMB3 - BF523LMS0 van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING BF523LMB3 - BF523LMS0 SIEMENS
Materiële schade vermijden 72
Voor het eerste gebruik 74
Reiniging en onderhoud 79
Storingen verhelpen 80
1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog. ¡ In het huishouden en soortgelijke toepassingen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor medewerkers in winkels, kantoren en andere commerciële omgevingen, in boerderijen; van klanten in hotels en andere verblijven, in bed and breakfasts. ¡ tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau. Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. ▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte. ▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. ▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. Oververhitting van het apparaat kan een brand veroorzaken. ▶ Bouw het apparaat niet in achter een decor- of meubeldeur. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Accessoires of vormen worden zeer heet. ▶ Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. ▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage. ▶ Open de apparaatdeur voorzichtig. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar. ▶ Apparaatdeur voorzichtig openen. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan. ▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten. ▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen. Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. ▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Barsten, splinters of breuken in het glazen draaiplateau zijn gevaarlijk. ▶ Nooit met harde voorwerpen tegen het draaiplateau stoten. ▶ Het draaiplateau zorgvuldig behandelen. WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen. ▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen. ▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen. WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
1.5 Magnetron BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDERE GEBRUIK BEWAREN WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Oneigenlijk gebruik van het apparaat is gevaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarmde pantoffels, granen- pittenkussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten. ▶ Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat. ▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen. ▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken. Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden. ▶ Nooit levensmiddelen opwarmen in verpakkingen die bestemd zijn om ze warm te houden. ▶ Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpen van kunststof, papier of ander brandbaar materiaal. ▶ Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijdsduur instellen. Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwijzing. ▶ Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron. ▶ Levensmiddelen die weinig water bevatten, zoals bijv. brood, nooit met een te hoog magnetronvermogen of gedurende een te lange tijd ontdooien of verwarmen. Spijsolie kan vlam vatten. ▶ Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de magnetron. WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie! Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen gemakkelijk exploderen. ▶ Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen verhitten in dicht afgesloten vormen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen. ▶ Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen. ▶ Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken. ▶ Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken. ▶ Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel. De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in de babyvoeding. ▶ Warm nooit babyvoeding op in gesloten verpakkingen. ▶ Verwijder altijd het deksel of de speen. ▶ Na het verwarmen goed roeren of schudden. ▶ Voordat de voeding aan het kind wordt gegeven dient de temperatuur te worden gecontroleerd. Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden. ▶ Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen. ▶ Houd altijd de opgaven op de verpakking aan. ▶ Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte. Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Het onjuiste gebruik van het apparaat is gevaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantoffels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding tot gevolg hebben. ▶ Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat. ▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen. ▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten. ▶ Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen. ▶ Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd. ▶ Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik van uitsluitend de magnetron. ▶ Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron. WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Het apparaat werkt met hoogspanning. ▶ Nooit de behuizing verwijderen. WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid! Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetronenergie. ▶ Het apparaat regelmatig schoonmaken en resten van voedingsmiddelen direct verwijderen. ▶ Houd de binnenruimte, deur en deuraanslag altijd schoon. → "Reiniging en onderhoud", Pagina 79 Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte beschadigd is. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen. ▶ Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of de kunststof omlijsting van de deur beschadigd is. ▶ Alleen door de servicedienst laten repareren. Bij apparaten waarvan de behuizing niet is afgedekt komt energie van microgolven vrij. ▶ De afdekking van de behuizing nooit verwijderen. ▶ Neem voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden contact op met de klantenservice.
nl Materiële schade vermijden
2 Materiële schade vermijden 2.1 Algemeen LET OP! Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie. ▶ Veeg het condenswater na elk bereiding af. ▶ Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren. ▶ Geen eten in de binnenruimte bewaren. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken. ▶ Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
2.2 Magnetron Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt. LET OP! Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast. ▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd. ▶ Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat.
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting. ▶ Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direct na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte. ▶ Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere minuten afkoelen. ▶ Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in. ▶ Gebruik maximaal 600 Watt. ▶ Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen. Door het verwijderen van de afdekking wordt de magnetronvoeding beschadigd. ▶ Verwijder nooit de afdekking van de magnetron in de binnenruimte. Het verwijderen van de transparante folie van de binnenkant van de deur beschadigt de apparaatdeur. ▶ De transparante folie aan de binnenkant van de deur nooit verwijderen. Vloeistof die in het apparaat dringt kan de aandrijving van het draaiplateau beschadigen. ▶ Het bereidingsproces in de gaten houden. ▶ Eerst een kortere duur instellen en indien nodig de duur verlengen. ▶ Het apparaat nooit zonder draaiplateau gebruiken.
3 Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpakking
3.2 Energie besparen
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. ▶ De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom. De tijd in stand-bystand verbergen. ¡ Het apparaat spaart energie in stand-by. Opmerking: Het apparaat verbruikt: ¡ in gebruik met ingeschakeld display max. 1 W ¡ in gebruik met uitgeschakeld display max. 0,5 W
Uw apparaat leren kennen
4 Uw apparaat leren kennen 4.1 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand. Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
Functies selecteren.
Tijd, tijdsduur of automatische programma's instellen.
Tijd of tijdsduur weergeven.
Automatische deuropener
Met het instelbereik wijzigt u de instelwaarden die het display toont. Het instelgebied werkt als een wiel. Veeg met uw vinger naar links of rechts om een instelling te veranderen. Hoe sneller u veegt, des te sneller het wiel loopt. Om het instelbereik te onderbreken en de exacte instelling over te nemen, erop tikken.
Als u de automatische deuropening indrukt, springt de apparaatdeur open. U kunt de apparaatdeur volledig met de hand openen. Opmerkingen ¡ Bij een stroomonderbreking werkt de automatische deuropening niet. U kunt de deur met de hand openen. 73
nl Voor het eerste gebruik ¡ Als u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, wordt de werking onderbroken. ¡ Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking niet automatisch voortgezet. U moet de werking starten.
¡ Als het apparaat langere tijd is uitgeschakeld, dan gaat de apparaatdeur open met een vertraging.
4.2 Verwarmingsmethoden Hier vindt u een overzicht van de verwarmingsmethoden. U krijgt aanbevelingen over het gebruik van de verwarmingsmethoden. Symbool 90-800
Gebruik Gerechten en vloeistoffen ontdooien, bereiden of verwarmen.
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Bij het gebruik van de magnetronfunctie blijft de binnenruimte koud. De koelventilator wordt echter toch ingeschakeld. Opmerking: De koelventilator kan doorlopen, ook wanneer het apparaat al uitgeschakeld is.
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
5 Voor het eerste gebruik Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
5.1 Eerste keer in gebruik nemen Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires. Opmerking: Na de stroomaansluiting of een stroomuitval klinkt een signaal en op het display zijn meerdere nullen zichtbaar. Het kan enkele seconden duren tot er nog een signaal te horen is en u de tijd kunt instellen.
3. Om de geur van het nieuwe te verwijderen, neemt u
de lege, gesloten binnenruimte af met warm zeepsop. → "Binnenruimte reinigen", Pagina 79
5.3 Draaischijf Gebruik uw apparaat alleen met draaischijf. 1. De rolring in het verlaagde deel van de binnenruimte leggen.
Vereisten ¡ Er klinkt een signaal. ¡ Op het display is 12:00 zichtbaar. ¡ Het indicatielampje boven brandt. 1. In het instelgebied de tijd instellen. 2. indrukken.
5.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen. 1. Zorg ervoor dat er zich in de binnenruimte geen verpakkingsresten, toebehoren of andere voorwerpen bevinden. 2. De gladde oppervlakken in de binnenruimte met een zachte, vochtige doek reinigen.
in de aandrijving in het midden van de bodem van de binnenruimte vergrendelen. 3. Controleren of de draaischijf correct is vergrendeld. Opmerking: De draaischijf kan naar links of rechts draaien.
De Bediening in essentie
6 De Bediening in essentie 6.1 Magnetronvermogen Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan. Magnetronvermogen in watt 90 180 360 600 800
Gebruik Gevoelige gerechten ontdooien. Gerechten ontdooien en verder bereiden. Vlees en vis klaarmaken of gevoelige gerechten opwarmen. Gerechten verwarmen en bereiden. Verwarmen van vloeistoffen.
Opmerking: U kunt het magnetronvermogen voor een bepaalde tijdsduur instellen: ¡ 800 W gedurende 30 minuten ¡ 600 W gedurende 60 minuten ¡ 90 W, 180 W en 360 W gedurende 99 minuten
6.2 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken. Opmerking: Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit. Geschikt voor de magnetron Vormen en accessoires Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: ¡ Glas ¡ Glaskeramiek ¡ Porselein ¡ Temperatuurbestendige kunststof ¡ Volledig geglaceerd keramiek zonder barsten Bestek van metaal
Toelichting Deze materialen laten microgolven door. Microgolven beschadigen hittebestendige vormen niet.
LET OP! Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast. ▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Niet geschikt voor de magnetron Vormen en accessoires Vormen van metaal
Servies met goud- of zilverdecor
Toelichting Metaal laat geen microgolven door. De gerechten warmen nauwelijks op. Microgolven kunnen gouddecor en zilverdecor beschadigen. Tip: Wanneer door de fabrikant wordt gegarandeerd dat de vorm geschikt is voor de magnetron, kunt u de vorm gebruiken.
6.3 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen. 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut op het maxi-
male magnetronvermogen instellen.
3. In werking stellen. 4. De vorm meerdere keren controleren:
Opmerking: Om kookvertraging te voorkomen kunt u metalen bestek gebruiken, bijv. een lepel in een glas.
– Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron. – Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
6.4 Magnetron instellen
3. De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormen
LET OP! Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting. ▶ Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
4. Met de toetsen het gewenste magnetronvermogen
en accessoires in acht nemen. → Pagina 75
5. Met het instelbereik de gewenste tijdsduur instellen.
Opmerking: Als u tijdens de werking de deur van de binnenruimte opent, onderbreekt de magnetron de werking en het ingestelde tijdsverloop. Als u de deur van de binnenruimte sluit, wordt de werking hervat.
6.5 Tijdsduur wijzigen U kunt de tijdsduur altijd wijzigen. ▶ Met het instelbereik de gewenste tijdsduur instellen.
6.6 Werking onderbreken Tip: Om uw apparaat optimaal te gebruiken, kunt u zich aan de informatie in de insteladviezen oriënteren. → "Zo lukt het", Pagina 82 1. De veiligheidsaanwijzingen in acht nemen. → Pagina 70 2. De aanwijzingen voor het vermijden van materiële schade in acht nemen. → Pagina 72
1. Druk op of open de deur van het apparaat. a Het indicatielampje boven brandt. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
6.7 Werking afbreken ▶ Twee keer op
drukken of de deur openen en een keer indrukken.
Met de functie Memory kunt u de instelling voor een gerecht opslaan en op elk moment weer opvragen. Tip: Als u een gerecht vaak bereidt, gebruikt u de functie Memory.
Om Memory op te slaan en niet te starten, op drukken. a Als het apparaat niet start, verschijnt op het display de tijd en het apparaat slaat de instelling op.
Opmerking: ¡ U kunt meerdere magnetronvermogens niet na elkaar opslaan. ¡ U kunt geen automatische programma's opslaan.
U kunt het opgeslagen programma eenvoudig starten. Plaats uw gerecht in het apparaat en sluit de deur van het apparaat. 1. indrukken. a De opgeslagen instellingen verschijnen. 2. indrukken.
1. indrukken. a Het indicatielampje boven brandt. 2. Met de toetsen het gewenste magnetronvermogen instellen. a Het indicatielampje boven de toets brandt en het display toont 1:00 min. 3. Met het instelbereik de gewenste tijdsduur instellen. 4. Zo nodig een van de volgende opties kiezen: ‒ Om Memory op te slaan en onmiddellijk te starten, op drukken.
7.3 Werking onderbreken 1. Druk op of open de deur van het apparaat. a Het indicatielampje boven brandt. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
7.4 Werking afbreken ▶ Twee keer op
drukken of de deur openen en een keer indrukken.
8 Programma's Met de programma's helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
8.1 Programma instellen 1. Programma kiezen. 2. Net zo vaak op drukken tot het display het ge-
wenste programmanummer aangeeft. a Het indicatielampje boven brandt. 3. indrukken. a Het indicatielampje boven brandt en het display toont een voorgesteld gewicht. 4. Met het instelgebied het gewicht van het gerecht instellen. Kunt u het exacte gewicht niet invoeren, rond het dan naar boven of beneden af.
5. Druk op om de werking te starten. a U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen. 6. Als tijdens het programma een signaal klinkt, de deur van het apparaat openen. ‒ Het gerecht verdelen, omroeren of keren. ‒ Sluit de apparaatdeur. ‒ indrukken.
8.2 Werking onderbreken 1. Druk op of open de deur van het apparaat. a Het indicatielampje boven brandt. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
8.3 Werking afbreken ▶ Twee keer op
drukken of de deur openen en een keer indrukken.
8.4 Ontdooien met de automatische programma's Met de 4 ontdooiprogramma's kunt u vlees, gevogelte en brood ontdooien. Programma P01 P02 P03 P04
Gerecht Gehakt Vleesstukken Kip, stukken kip Brood
Gerechten met de automatische programma's ontdooien 1. Het product uit de verpakking nemen.
Gebruik producten die plat en per portie bij -18 °C bewaren. 2. Het product wegen. Het gewicht hebt u nodig om het programma in te stellen. 3. Leg de levensmiddelen op een platte vorm die geschikt is voor de magnetron bijv. een schaal of bord van glas of porselein. Geen deksel erop leggen. 4. Het programma instellen. → Pagina 77
Vormen open open open open
Gewichtsbereik in kg 0,20-1,00 0,20-1,00 0,40-1,80 0,20-1,00
5. Opmerking: Als u vlees en gevogelte ontdooit, ont-
staat vloeistof. De vloeistof tijdens het keren verwijderen en in geen geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen in aanraking laten komen. 6. Platte stukken en gehakt vóór de rusttijd uit elkaar halen. 7. Laat het ontdooide product nog 10 tot 30 minuten rusten voor een gelijkmatige temperatuurverdeling. Grote stukken vlees hebben een langere rusttijd nodig dan kleine. Bij gevogelte na de rusttijd de ingewanden verwijderen. 8. Levensmiddelen verder verwerken, ook als dikke vleesstukken in de kern nog bevroren zijn.
8.5 Garen met de automatische programma's Met de 3 bereidingsprogramma's kunt u rijst, aardappels of groente garen. Programma Gerecht
Aanwijzingen ¡ Voor rijst een grote, hoge vorm gebruiken. ¡ Geen rijst in kookzakjes gebruiken. ¡ Per 100 g rijst de dubbele of driedubbele hoeveelheid water toevoegen.
Gerechten met de automatische programma's bereiden 1. Het product wegen.
Het gewicht hebt u nodig om het programma in te stellen. 2. De levensmiddelen op een vorm leggen die geschikt is voor de magnetron en met een deksel afsluiten.
Aanwijzingen ¡ Voor gekookte aardappels de verse aardappels in kleine, gelijkmatige stukken snijden. ¡ Per 100 g aardappels een el water en wat zou toevoegen. ¡ Verse, gereinigde groente wegen. ¡ De groente in kleine, gelijkmatige stukken snijden. ¡ Per 100 g groente een el water toevoegen. 3. Waterhoeveelheid volgens aanwijzingen van de fa-
brikant op de verpakking toevoegen.
4. Het programma instellen. → Pagina 77 5. Wanneer het programma afgelopen is, de levens-
middelen nog eens omroeren.
6. De ontdooide levensmiddelen nog 5 tot 10 minuten
laten rusten voor een gelijkmatige temperatuurverdeling. De bereidingsresultaten zijn afhankelijk van de kwaliteit en de toestand van de levensmiddelen.
9 Basisinstellingen U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
9.1 Overzicht van de basisinstellingen Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat. Instelling Toetssignaal
Betekenis Toetssignaal inschakelen en uitschakelen. Opmerking: Het toetssignaal blijft bij en actief. Demomodus Demomodus activeren of deactiveren. Opmerking: Het apparaat is uitgeschakeld. U kunt de toetsen en de weergave gebruiken, de toetsen functioneren niet. De demomodus is hoofdzakelijk voor dealers nuttig. 1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
9.2 Basisinstelling wijzigen
9.3 Signaalduur veranderen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld. 1. en enkele seconden lang ingedrukt houden. a Het display geeft de eerste basisinstelling weer. 2. Druk op . a Op het display knippert de actuele waarde. 3. Met het instelbereik de gewenste waarde instellen. 4. Om de basisinstelling over te nemen, op drukken. 5. Om de basisinstelling te verlaten, op drukken. 6. Met het instelbereik naar de basisinstelling wisselen. 7. Om de basisinstelling te bewerken, op drukken. a Op het display licht de ingestelde selectie op. 8. Met het instelbereik de gewenste waarde instellen. 9. Om de basisinstelling over te nemen, op drukken. 10. Om de basisinstelling te verlaten, op drukken. 11. Om het basisinstellingsmenu te verlaten, opnieuw op drukken. Tip: U kunt de instelling op elk moment veranderen.
Als u uw apparaat uitschakelt, hoort u een signaal. U kunt de tijdsduur van het signaal wijzigen. ▶ Ca. 6 seconden lang indrukken. a De signaalduur wisselt tussen kort en lang. a Het apparaat neemt de signaalduur over en toont de tijd.
9.4 Tijd instellen Opmerking: Na de stroomaansluiting of een stroomuitval klinkt een signaal en op het display zijn meerdere nullen zichtbaar. Het kan enkele seconden duren tot er nog een signaal te horen is en u de tijd kunt instellen. Vereisten ¡ Er klinkt een signaal. ¡ Op het display is 12:00 zichtbaar. ¡ Het indicatielampje boven brandt. 1. In het instelgebied de tijd instellen. 2. indrukken.
Reiniging en onderhoud
9.5 Tijdsweergave uit Om het stand-byverbruik van uw apparaat te verminderen kunt u de tijdsweergave uitschakelen.
indrukken. indrukken. Om de tijd opnieuw weer te geven, opnieuw op drukken.
10 Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
10.1 Reinigingsmiddelen Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen. WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat. ▶ Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen. ▶ Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen. ▶ Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes. ▶ Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging. ▶ Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen. Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie. ▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen. In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
10.2 Apparaat reinigen Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. ▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
2. De aanwijzingen voor de reiniging van de onderde-
len en oppervlakken van het apparaat in acht nemen. 3. Indien niet anders vermeld: ‒ De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje. ‒ Droog na met een zachte doek.
10.3 Binnenruimte reinigen LET OP! Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadigen. ▶ Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
2. Met warm zeepsop of azijnwater reinigen. 3. Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken. Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een lepel er in plaatsen. 4. De binnenruimte met een zachte doek afnemen. 5. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
Draaischijf reinigen 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
2. De draaischijf verwijderen. 3. De draaischijf met warm zeepsop en een zacht
schoonmaakdoekje reinigen.
4. Met een zachte doek nadrogen. 5. De draaischijf weer plaatsen.
Erop letten dat de draaischijf juist vastklikt.
10.4 Voorzijde van het apparaat reinigen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten. ▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
LET OP! Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen. ▶ Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken. ▶ Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. ▶ Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken.
1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
nl Storingen verhelpen 2. De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en
een vaatdoek reinigen. Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal. 3. Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel. 4. Met een zachte doek nadrogen.
10.5 Bedieningspaneel reinigen LET OP! Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen. ▶ Het bedieningspaneel nooit nat afnemen. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
nemen. → Pagina 79 2. Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen. 3. Met een zachte doek nadrogen.
10.6 Ruiten van de deur schoonmaken LET OP! Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadigen. ▶ Geen schraper gebruiken.
1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
2. Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek een
glasreiniger. Opmerking: Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de verlichting van de binnenruimte. 3. Met een zachte doek nadrogen.
10.7 humidClean De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Reinigingsfunctie instellen 1. Doe een paar druppels afwasmiddel in een kopje
2. Doe er ook een lepel in, om kookvertraging te voor-
komen. Zet het kopje in het midden van de binnenruimte. Magnetronvermogen op 600 W instellen. Tijdsduur op 3 minuten instellen. Magnetron starten. Na het verstrijken van de tijdsduur de deur nog 3 minuten gesloten laten. 8. De binnenruimte met een zachte doek afnemen. 9. De binnenruimte met geopende deur laten drogen. 3. 4. 5. 6. 7.
11 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
11.1 Functiestoringen Storing Apparaat werkt niet.
Oorzaak en probleemoplossing Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 81
Afvoeren Storing Apparaat werkt niet.
Oorzaak en probleemoplossing Deur is niet helemaal gesloten. ▶ Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de deur klem zitten. De gerechten worden Magnetronvermogen is te laag ingesteld. langzamer warm dan ▶ Stel een hoger magnetronvermogen in. → Pagina 76 voorheen. Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het toestel gedaan. ▶ Stel een langere tijdsduur in. Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveel tijd nodig. Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ▶ Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om. Draaischijf krast of Vuil of vreemde voorwerpen bevinden zich in het bereik van de aandrijving van de draaischuurt. schijf. ▶ Reinig de rolring en het verlaagde deel in de binnenruimte. Magnetronfunctie Apparaat heeft een storing. breekt af. ▶ Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de servicedienst. Het toestel is niet in Instelgebied is per ongeluk aangeraakt. gebruik. Op het dis▶ Druk op . play wordt een tijdsNa het instellen werd niet op gedrukt. duur weergegeven. ▶ Druk op of wis de instelling door op te drukken. Op het display bran- Stroomvoorziening is uitgevallen. den drie nullen. ▶ Stel de tijd opnieuw in. → "Eerste keer in gebruik nemen", Pagina 74 Op het display staat Demomodus is geactiveerd. een . ▶ Demonstratiemodus deactiveren. → "Basisinstellingen", Pagina 78 Melding verschijnt Fout in het automatische deuropeningssysteem. op het display. 1. Apparaat uitschakelen. 2. 10 minuten wachten. 3. Apparaat weer inschakelen. ▶ Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de servicedienst.
12 Afvoeren 12.1 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt. ▶ Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
13 Servicedienst Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur worden vervangen.
13.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
14 Zo lukt het Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
14.1 Zo kunt u het best te werk gaan Hier vertellen we u hoe u als beste stap voor stap optimaal kunt profiteren van het insteladvies. U krijgt informatie over vele gerechten met informatie en tips, zoals hoe u het apparaat handmatig ideaal kunt gebruiken en instellen. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden. ▶ Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. Opmerking: De tijdsopgaven in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. 1. Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de binnenruimte verwijderen. 2. Een gerecht uit de insteladviezen kiezen. 3. De gerechten in een geschikte vorm doen. → "Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron", Pagina 75 4. De vorm op de draaischijf plaatsen. 5. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies. In de insteladviezen is vaak een tijdsduur aangegeven. Eerst de kortste tijdsduur instellen. Indien nodig de tijdsduur verlengen. Als in de tabellen 2 magnetronvermogens en tijdsduren zijn aangegeven, eerst het eerste magnetronvermogen en de eerste tijdsduur instellen en na het signaal het het tweede magnetronvermogen en de tweede tijdsduur. Tip: Als u van de tabellen afwijkende hoeveelheden wilt bereiden, stel dan voor de dubbele hoeveelheid ongeveer de dubbele tijdsduur in.
14.2 Tips om te ontdooien en op te warmen Neem deze tips in acht voor goede resultaten bij het ontdooien en opwarmen. Vraag Het gerecht moet na het verstrijken van de tijdsduur ontdooid, heet of gaar zijn.
Tip Stel een langere tijdsduur in. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig.
Vraag Het gerecht mag na het verstrijken van de tijdsduur aan de rand niet oververhit zijn en in moet in het midden gaar zijn. Gevogelte of vlees mag na het ontdooien niet alleen van buiten gebakken, maar in het midden nog bevroren zijn. Het gerecht mag niet te droog zijn.
Tip ¡ Het gerecht tussendoor omroeren. ¡ Een lager magnetronvermogen en een langere tijdsduur instellen. ¡ Een lager magnetronvermogen instellen. ¡ Het te ontdooien gerecht bij grote hoeveelheden meerdere malen keren. ¡ Een lager magnetronvermogen instellen. ¡ Een kortere tijdsduur instellen. ¡ Gerecht afdekken. ¡ Meer vloeistof toevoegen.
14.3 Ontdooien Met uw apparaat kunt u diepvriesproducten ontdooien.
Gerechten ontdooien 1. De bevroren levensmiddelen in een open vorm op
de draaischijf plaatsen. Gevoelige delen kunt u met kleine stukken aluminiumfolie afdekken, bijv. kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken. De folie mag de ovenwanden niet raken. In werking stellen. Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen. Opmerking: Als u vlees en gevogelte ontdooit, ontstaat vloeistof. De vloeistof tijdens het keren verwijderen en in geen geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen in aanraking laten komen. De gerechten tussendoor één tot twee keer omroeren of keren. Grote stukken meerdere malen keren. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de ontdooide gerechten ca. 10 tot 20 minuten bij kamertemperatuur laten rusten. Bij gevogelte kunt u de ingewanden verwijderen. Het vlees kunt u ook met een kleine bevroren kern verder verwerken.
Ontdooien met de magnetron Neem de insteladviezen voor het ontdooien van diepgevroren gerechten met de magnetron in acht. Gerecht
Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken Gehakt, gemengd2, 3 Gehakt, gemengd2, 3
Groente, bijv. erwten Fruit, bijv. frambozen5 Fruit, bijv. frambozen5
Gebak, droog, bijv. cake8, 9 Gebak, droog, bijv. cake8, 9
1000 1500 200 500 800 200 500
Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, 500 kwarktaart8 Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, 750 kwarktaart8 1 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden. 2 Het voedsel vlak invriezen. 3 Het reeds ontdooide vlees verwijderen. 4 Het voedsel herhaaldelijk keren. 5 De ontdooide delen van elkaar losmaken. 6 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren. 7 De verpakking volledig verwijderen. 8 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien. 9 De stukken gebak van elkaar scheiden.
14.4 Opwarmen Met uw apparaat kunt u gerechten opwarmen.
Gerechten opwarmen WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden. ▶ Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten. ▶ Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
LET OP! Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast. ▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. 1. De kant-en-klaargerechten uit de verpakking nemen 2. 3. 4. 5.
en in een vorm doen die geschikt is voor de magnetron. De gerechten vlak in de vorm verdelen. De gerechten met een passend deksel, een bord of speciale folie voor de magnetron afdekken. In werking stellen. De gerechten tussendoor meerdere malen keren of omroeren. De snelheid waarmee de verschillende componenten van de gerechten warm worden kan verschillen. Controleer de temperatuur. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de opgewarmde gerechten 2-5 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Opwarmen van diepgevroren gerechten met magnetron Neem de insteladviezen voor het opwarmen van diepgevroren gerechten met de magnetron in acht. Gerecht
Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met 300 - 400 2-3 componenten Soep 400 Eenpansgerecht 500 Plakken of stukken vlees in saus, bijv. gou500 lash Ovenschotels, bijv. lasagne of cannelloni 450 2 Bijgerechten, bijv. rijst, pasta 250 2 Bijgerechten, bijv. rijst, pasta 500 Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels3 300 3 Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels 600 Spinazie a la crème4 450 1 Bij het doorroeren de stukken vlees van elkaar losmaken. 2 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen. 3 Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt. 4 Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
Magnetronvermogen Tijdsduur in min in W 600 8 - 11 600 600 600
Opwarmen met de magnetron Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht. Gerecht
Dranken1 200 ml Dranken1 500 ml 4 Babyvoeding, bijv. flesjes melk 50 ml 4 Babyvoeding, bijv. flesjes melk 100 ml Babyvoeding, bijv. flesjes melk4 200 ml Soep 1 kop 200 g Soep 2 koppen 400 g Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met 350 - 500 g 2-3 componenten Vlees in saus7 500 g Eenpansgerecht 400 g Eenpansgerecht 800 g 8 Groente, 1 portie 150 g 8 Groente, 2 porties 300 g 1 Doe een lepel in het glas. 2 Alcoholische dranken niet verwarmen. 3 Het voedsel tussendoor controleren. 4 Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen. 5 Na het verwarmen het voedsel altijd goed schudden. 6 Beslist de temperatuur controleren. 7 De lapjes vlees van elkaar scheiden. 8 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
14.5 Testgerechten Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakkelijken.
Bereiden met magnetron Gerecht
Pyrexvorm 20 x 25 cm op de draaischijf plaatsen. Pyrexvorm Ø 22 cm op de draaischijf plaatsen. Pyrexvorm op de draaischijf plaatsen.
Ontdooien met de magnetron Insteladvies voor het ontdooien met de magnetron. Gerecht Vlees
Magnetronvermogen Tijdsduur in min in W 1. 180 1. 5 - 7 2. 90 2. 10 - 15
Aanwijzing Pyrexvorm Ø 22 cm op de draaischijf plaatsen.
15 Montagehandleiding Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat. 85
nl Montagehandleiding
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk. ▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken. 15.1 Veilige montage Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht. ¡ De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling. ¡ Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade. ¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur. ¡ De transparante folie aan de binnenkant van de deur nooit verwijderen. ¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen. ¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur van maximaal 90 °C, aangrenzende voorzijden van meubels tegen een temperatuur van maximaal 65 °C. ¡ Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting. ¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten. ¡ Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden. ▶ Draag veiligheidshandschoenen
15.2 Elektrische aansluiting Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen. WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen een elektricien mag rekening houdende met de desbetreffende voorschriften een stopcontact plaatsen of een aansluitkabel vervangen. ▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact aansluiten. ▶ Wanneer de stekker na het inbouwen niet meer toegankelijk is, moet een schakelaar met een contactafstand van minstens 3 mm worden geïnstalleerd. De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
15.3 Inhoud van de verpakking Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
15.4 Inbouwmeubel Hier vindt u aanwijzingen voor de veilige inbouw. LET OP! Spanen kunnen de werking van elektrische componenten hinderen. ▶ De uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uitvoeren voordat het apparaat wordt geplaatst. ▶ De spanen verwijderen. ¡ De minimale inbouwhoogte bedraagt 850 mm. ¡ De inbouwkast mag achter het apparaat geen achterwand hebben. ¡ De ventilatiesleuven en de aanzuigopeningen mogen niet afgedekt zijn. ¡ Inbouwmeubels moeten tot 90 °C hittebestendig zijn, aangrenzende meubelfronten tot 65 °C.
15.5 Inbouwafmetingen in de bovenkast Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de bovenkast in acht.
Aan de wanddikte is een x-waarde toegewezen.
2. Opmerking: De x-waarde komt overeen met de af-
stand van het onderste gat van de aansluitplaat tot aan de bodem van het inbouwmeubel. De aansluitplaat aan de hoge kast vastschroeven. Hierbij de vastgestelde x-waarde in acht nemen.
15.6 Bovenkast voorbereiden 1. De wanddikte van het meubel bepalen.
Aan de wanddikte is een x-waarde toegewezen. 2. Opmerking: De x-waarde komt overeen met de afstand van het onderste gat van de aansluitplaat tot aan de bodem van het inbouwmeubel. De aansluitplaat aan de bovenkant vastschroeven. Hierbij de vastgestelde x-waarde in acht nemen.
15.9 Apparaat voorbereiden Als u uw apparaat in een hoge kast inbouwt, moet u het apparaat voorbereiden. 1. De middelste schroef aan de bodem van de magnetron losdraaien.
2. De afdekking aan de bodem van de magnetron ver-
15.7 Inbouwafmetingen in hoge kast Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
15.8 Hoge kast voorbereiden 1. De wanddikte van het meubel bepalen.
nl Montagehandleiding 3. De middelste schroef aan de bodem van de magne-
15.10 Apparaat monteren 1. De afstandshouders overeenkomstig de wanddikte
aan het apparaat bevestigen.
4. De 2 buitenste schroeven aan de bodem van de
magnetron losdraaien.
De aansluitkabel niet inklemmen of knikken.
5. Het inbouwframe aan de bodem van de magnetron
met de beide buitenste schroeven bevestigen.
Het apparaat in de kast plaatsen en naar rechts schuiven.
6. De 4 pootjes aan de bodem van de magnetron be-
3. Het apparaat zo lang vastschroeven tot het appa-
raat in het midden is uitgelijnd.
4. De afstand tot de aanliggende apparaten controle-
De afstand tot de aanliggende apparaten moet minstens 3 mm bedragen. 5. Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie uit de binnenruimte en van de deur verwijderen.
Notice-Facile