KI7862FE0 - KI7862FE0 - Inbouwkoelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI7862FE0 - KI7862FE0 NEFF in PDF-formaat.
| Productsoort | Inbouwcombinatiekoelkast (koelkast + vriezer) |
| Merk | NEFF |
| Model | KI7862FE0 |
| Maximaal gewicht | 65 kg |
| Elektrische voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (10 °C tot 43 °C) |
| NoFrost-systeem | Ja (vriezer) |
| Superfunctie | Ja (intensieve koeling en vriezen) |
| Deuralarm | Ja (gaat af na 10 minuten openen) |
| Ventilatoralarm | Ja (bij defecte vriezerventilator) |
| Binnenverlichting | LED |
| Ontdooien koelkast | Automatisch (condenswater wordt afgevoerd) |
| Ontdooien vriezer | Automatisch (NoFrost) |
| Nisafmetingen (min. breedte) | 560 mm |
| Nisafmetingen (min. diepte) | 550 mm |
| Aanbevolen nisdiepte | 560 mm |
| Minimale afstand tussen twee apparaten naast elkaar | 150 mm |
| Afstand tot elektrisch/gasfornuis | 30 mm |
| Afstand tot olie-/kolenverwarming | 300 mm |
| Temperatuurbereik koelkast | 2 °C tot 8 °C |
| Aanbevolen temperatuur koelkast | 4 °C |
| Lange termijn opslagtemperatuur vriezer | -18 °C |
| Vriescapaciteit | Zie typeplaatje |
Veelgestelde vragen - KI7862FE0 - KI7862FE0 NEFF
Gebruikersvragen over KI7862FE0 - KI7862FE0 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Inbouwkoelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI7862FE0 - KI7862FE0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI7862FE0 - KI7862FE0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI7862FE0 - KI7862FE0 NEFF
1.1 Algemene aanwijzingen 72 1.2 Bestemming van het apparaat 72 1.3 Beperking van de gebruikers .... 72 1.4 Veilig transport 72 1.5 Veilige installatie 73 1.6 Veilig gebruik 74 1.7 Beschadigd apparaat......... 76
2 Het voorkomen van materiële schade 77
3 Milieubescherming en besparing 77
3.1 Afvoeren van de verpakking .... 77 3.2 Energie besparen 77
4 Opstellen en aansluiten 77
4.1 Leveringsomvang 77 4.2 Criteria voor de opstellocatie... 78 4.3 Apparaat monteren 79 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 79 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten 79
5 Uw apparaat leren kennen. 79
5.1 Apparaat 79 5.2 Bedieningspaneel 79
6 Uitrusting 80
6.1 Legplateau 80 6.2 Groente- en fruitlade 80 6.3 Deurrekken 80 6.4 Accessoires 80
7 De bediening in essentie 80
7.1 Apparaat inschakelen 80 7.2 Opmerkingen bij het gebruik ... 80 7.3 Machine uitschakelen 81 7.4 Temperatuur instellen 81
8 Extra functies 81
8.1 Super-functie 81
9 Alarm. 81
9.1 Deuralarm 81 9.2 Ventilatorialarm 81
10 Koelvak 82
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak 82 10.2 Koudezones in het koelvak 82 10.3 Sticker "OK" 82
11 Vriesvak 83
11.1 Invriescapaciteit 83 11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 83 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 83 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 83 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C 84 11.6 Ontdooimethoden voor diepvrieswaren 84
12 Ontdooien 84
12.1 Ontdooien in het koelvak 84 12.2 Ontdooien in het vriesvak 85
13 Reiniging en onderhoud 85
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 85 13.2 Apparaat schoonmaken 85 13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen 86 13.4 Onderdelen eruit halen 86
14 Storingen verhelpen 87 15 Opslaan en afvoeren 88 15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 88 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat 89 16 Servicedienst 89 16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 90 17 Technische gegevens 90

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
- om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
- voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
- tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Beperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien zij niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veilig transport
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
Til het apparaat niet alleen op.
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje. Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten. Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand. Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd. Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken. Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servicedienst. Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van het apparaat plaatsen.
1.6 Veilig gebruik
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant worden aanbevolen. Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare gassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare gassen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
WAARSCHUWING - Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG - Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat. Maak de oppervlakken die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. ▶ Bewaar rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast, dusdanig dat ze niet in contact komen met andere levensmiddelen of erop druppen. Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.
▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING - Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. ▶ Ventileer de ruimte. ▶ Het apparaat uitschakelen. → Pagina 81 - De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 89
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
Niet op de plint, laden of deuren staan of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. - Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
- Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen.
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
- Nooit de externe ventilatie-opening afdekken of afsluiten.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
- Nooit de ventilatie-openingen binnenin, of de ventilatieroosters aan de buitenzijde afdekken of zichmake.
- Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst (zie pagina 89) contact op.
De levering bestaat uit:
Inbouw
nl Opstellen en aansluiten
- Uitrusting en accessoires Montagemateriaal Montagehandleiding
- Gebruiksaanwijzing Klantenservice overzicht Garantiebijlage Energielabel
- Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstellocatie
WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte die ten minste een volume heeft van 1 m³ per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1/3
Het gewicht van het apparaat kan, afhankelijk van het model, tot 65 kg bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/3
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN | 10 °C...32 °C |
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| N | 16 °C...32 °C |
| ST | 16 °C...38 °C |
| T | 16 °C...43 °C |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Nismaten
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.
Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.
Als u 2 apparaten naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de apparaten minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform de meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal eruit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 85
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
- De apparaatstekker van het aansluitsnoer aan het apparaat aansluiten.
- De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1/3
- De netstekker op vastheid controleren. Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→ Fig. 1
A
Koelvak → Pagina 82
B
Vriesvak → Pagina 83
| 1 | Bedieningspaneel → Pagina 79 |
| 2 | Groente- en fruitlade → Pagina 80 |
| 3 | Typeplaatje → Pagina 90 |
| 4 | Diepvrieslade → Pagina 86 |
| 5 | Deurrek voor große flessen → Pagina 80 |
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Fig. 2
| 1 | super schakelt de Super-function in of uit. |
| 2 | > stelt de temperatuur van het koelvak in. |
| 3 | > brandt wanner het alarm is ingeschakeld. |
| 4 | Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. |
| 5 | ① 3 sec. schakelt het apparaat in of uit. |
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Plateau verwijderen", Pagina 86
6.2 Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente verpakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Verwijder het condenswater met een droge doek.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8°C tot 12°C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.3 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren, kunt u het deurrek eruit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 86
6.4 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
- De ijsblokjesschaal voor 3/4 met water vullen en in het vriesvak plaatsen.
Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
- Om de ijsblokjesschaal los te maken, de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 79
Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, ① 3 sec. 3 seconden ingedrukt houden.
✓ Het apparaat begint te koelen.
- De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 81
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
- Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
- De behuizing rond het vriesvak wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
- Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen
① 3 sec. 3 seconden ingedrukt houden.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Zo vaak op > drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
→ "Sticker "OK"", Pagina 82
Vriesvaktemperatuur instellen
- Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wijzigen → Pagina 81.
De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
8 Extra functies
8.1 Super-functie
Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker.
Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie. → "Invriescapaciteit", Pagina 83
Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Super-functie inschakelen
▸ super indrukken. ν super brandt.
Opmerking: Na ca. 50 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Super-functie uitschakelen
Op super drukken.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat, wordt het deuralarm ingeschakeld.
Na 10 minuten knippert de binnenverlichting.
Deuralarm uitschakelen
De apparaatdeur sluiten of op > drukken. ν Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Ventilatoralarm
Als de ventilator van het vriesvak uitvalt, schakelt het ventilatorialarm in. >brandt, alle LED's van de temperatuurindicatie knipperen en er klinkt een waarschuwingssignaal.
Ventilatoralarm uitschakelen
- indrukken. Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
Koelvak
De temperatuurindicatie toont opnieuw de ingestelde temperatuur. 2. Neem contact op met de service-afdeling.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2°C tot 8°C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen. Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt. Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen. Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in het koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone bevindt zich tussen het legplateau boven de groentelade en het legplateau dat zich daarboven bevindt.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
10.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt worden.
De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.
Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
→ "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 81
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet gebeuren bij een temperatuur van -18°C of lager.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel tijd tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/
3
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen Super-functie inschakelen. → "Super-functie inschakelen", Pagina 81
- De levensmiddelen eerst in de bovenste diepvrieslade leggen.
- Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
- Tot op de onderste diepvrieslade alle uitrustingsdelen uit het vriesvak verwijderen. → Pagina 86
- Begin met het stapelen van de levensmiddelen in de onderste diepvrieslade.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt. Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. Leg de levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen. Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, leg deze in de bovenste diepvrieslade. Schuif voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag in.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen. Vries levensmiddelen per portie in. Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen. Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. Fruit voor het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
nl Ontdooien
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
| Product | Bewaartijd |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maan-den |
| Gevogelte, vlees | Tot 8 maan-den |
| Groente, fruit | Tot 12 maan-den |
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18 °C.
11.6 Ontdooimethoden voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. - Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. In het koelvak dierlijke levensmiddelen ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. Bij kamertemperatuur brood ontdooien. In de magnetron, in de oven of op het fornuis levensmiddelen voor directe consumptie bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch. Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd.
Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming worden vermeden:
→ "De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 86.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Door het volledig automatische "NoFrost"-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om ervoor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 81
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Haal alle levensmiddelen eruit en bewaar ze op een koele plaats. Leg indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat. → Pagina 86
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Gebruik geen stoomreiniger of hogedrukreiniger om het apparaat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het spoelwater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Gebruik geen harde schuur- of afwassponsjes.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingschaal overstromen.
- Het sop mag niet in het afvoergat komen.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reiniging. → Pagina 85
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten.
Reiniging en onderhoud
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
→ Fig. 3
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen de onderdelen uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Til het plateau op ① en verwijder het ②.
→ Fig. 4
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen. → Fig. 6
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op ① en verwijder deze ②.
→ Fig. 6
Diepvrieslade verwijderen
- De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- De diepvrieslade vooraan optillen ① en eruit halen ②
→ Fig. 7
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
| Apparaat koelt nicht, in-dicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. • Voer de apparaatzelftest uit. → Page 88 • Na het verstreijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weever op normale werkung. |
| LED-verlichting functi-oneert nicht. | Verschillende oorzaken zijn möglich. • Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn möglich. 1. Schakel het apparaat uit. → Page 81 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Page 80 - Als de temperatuur te hoog is, controller dan de temperatuur na eenaar uuopnieuw. - Als de temperatuur te laag is, controller de tem-peratuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koel-vak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. • De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. → Page 86 |
| Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakge-luiden. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit. Het automatische ontdoosystem treedt in werk-king. Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. |
| Apparaat producerert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. • Controller de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. • Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld. Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. |
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
Opmerkingen
- Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
- De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5°C zijn, weggooien. - Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 81
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Het apparaat na 5 minuten opnieuw elektrisch aansluiten.
- Binnen 10 seconden na het inschakelen van de elektrische aansluiting > gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot een akoestisch signaal klinkt. ν Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen klinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Wanneer na het einde van de zelftest van het apparaat 5 akoestische signalen klinken en de leds van de temperatuuraanwijzing met verschillende helderheid branden, neem dan contact op met de servicedienst. De leds geven de servicedienst aanwijzingen omtrent de actuele storing.
15 Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 81
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat reinigen.
→ Pagina 85
- Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen, legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.

WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontbranden.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gemarkeerd in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijk recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→Fig.1/3
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→Fig.1/3
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-product-databank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
