MEM965TBA - Koffiemachine DELONGHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MEM965TBA DELONGHI in PDF-formaat.

Page 3
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DELONGHI

Model : MEM965TBA

Categorie : Koffiemachine

Download de handleiding voor uw Koffiemachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MEM965TBA - DELONGHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MEM965TBA van het merk DELONGHI.

GEBRUIKSAANWIJZING MEM965TBA DELONGHI

DE’LONGHI COOKING GEBRUIKS-EN INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN MODE D'EMPLOI CONSEILS POUR L'INSTALLATION GEBRAUCHSANWEISUNG INSTALLATIONSANLEITUNG MEM 965T .. BE DUBBELE OVEN MET DUBBELE BRANDSTOFFORNUIS CUISINIERE MAXI AVEC DOUBLE FOUR CE“ CTI Nederlands Bladzijde 3

De beschrivingen en aanduidingen vermeld in de gebruiks-en installatievoorschriften zijn enkel van informatieve aard.

De constructeur behoudt zich het recht voor om zonder verwitti ogenblik wijzigingen aan zijn produkten aan te brengen.

Le fabricant n'est pas responsable des erreurs éventuelles, dues à des fautes de frappe ou d'impression, susceptibles de se trouver dans cette notice.

ng en op gelijk welk

NOTICE: Before installing or using your new device, please register, here below, the serial number of your appliance. This will be required for troubleshooting.

ATTENTION: Avant toute installation ou utilisation de votre appareil, veuillez inscrire ci- dessous le numéro de série de votre appareil. Celui-ci vous sera demandé en cas de dépannage.

OPGEPAST: Gelieve voor gebruik of installatie van uw toestel, hier onder het serie nummer van uw toestel te noteren. Dit nummer zal u gevraagd worden bij een aanvraag herstelling.

Nederlands Gebrauchsanweisung Installationsanleitung

Mevrouw, Juffrouw, Mijnheer,

U heeft onlangs een van onze fornuizen aangekocht en wij danken u voor uw vertrouwen. Uw fornuis werd met de grootste zorg ontworpen, vervaardigd en getest met het oog op uw volkomen tevredenheid. Opdat u het optimaal zou kunnen gebruiken en de gewenste resultaten zou bereiken, bevelen wi aan deze GEBRUIKSHANDLEIDING aandachtig te lezen.

Deinstructies en wenken in deze handleiding zullen een doeltreffende hulp zijn om alle kwaliteiten van uw nieuwe toestel te ontdekken.

Dit fornuis mag enkel worden gebruikt voor het doel waartoe het werd ontworpen, met name de bereiding van eetwaren.

Alle ander gebruik dient als onjuist en gevaarlijk te worden beschouwd.

Wij wijzen elke aansprakelijkhid van de hand in geval van schade wegens onjuist, verkeerd of irrationnel gebruik van het toestel.

VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING CE Dit fornuis is ontworpen, gebouwd en op de markt gebracht in overeenstemming met: De veiligheidsvoorschriften van “Gas” Richtlijn 2009/142/EG;

De veiligheidsvoorschriften van “Laagspanning” Richtlin 2006/95/EG;

De voorschriften van “EMC” Richtlijn 2004/108/EG;

De voorschriften van Richtlijn 93/68/EEG;

De voorschriften van Richtlijn 2011/65/EU. C €

BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE CORRECTE VERWERKING VAN HET PRODUCT IN OVEREENSTEMMING MET DE EUROPESE RICHTLIJN 2012/19/EC.

Aan het einde van zijn nuttig leven mag het product niet samen met het gewone huishoudelijke afval worden verwerkt. Het moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht, of naar een verkooppunt dat deze service verschaft. Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat voorkomt mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaan en zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen. Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijkke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. DL _ |

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES EN AANBEVELINGEN BELANGRIJK: Dit toestel is enkel ontworpen en geproduceerd voor het koken van huishoudelijk voedsel en is niet geschikt voor enige niet-huishoudelijke toepassing. Om die reden mag het niet gebruikt worden in een commerciëéle omgeving.

De garantie van het toestel vervalt wanneer het toestel wordt

gebruikt in een niet-huishoudelijke omgeving, d.w.z. in een semi-commerciële, commerciëéle of gemeenschappelijke omgeving.

Lees aandachtig de instructies vooraleer u hettoestel installeert en gebruikt.

+ __ Haal het toestel uit de verpakking. Controleer of het beschadigd is en of de ovendeur goed sluit.

Gebruik het toestel bij twijfel niet en neem contact op met de producent of met een vakkundig opgeleid technicus.

+ Houd onderdelen van de verpakking (bijv. plastic zakken, polystyreenschuim, nagels, bandjes, enz.) buiten het bereik van kinderen, aangezien deze ernstige verwondingen kunnen veroorzaken.

+ _ Op de stalen en aluminium onderdelen van sommige toestellen is een beschermende laag aangebracht. Verwijder deze laag vooraleer u het toestel gebruikt.

+ BELANGRIHK: Het is aangeraden geschikte beschermingskleding en -handschoenen te gebruiken voor het hanteren of reinigen van dit toestel.

+ Probeer niet om de technische eigenschappen van dit toestel te wijzigen, aangezien dat gevaar bij het gebruik kan veroorzaken. De producent is niet aansprakelijk voor ongemak door niet-naleving van deze instructie.

+ OPGELET: Dit toestel mag enkel geplaatst worden in een continu verluchte kamer volgens de desbetreffende bepalingen.

+ Gebruik het toestel niet met een externe timer of een afzonderlijk afstandsbedieningssysteem

+ _ Koppel het toestel los van de elektriciteit vooraleer u het reinigt of onderhoudi.

+ WAARSCHUWING: Vermijd elektrische schokken door het toestel uit te schakelen vooraleer u de ovenlamp vervangt.

*__Gebruik geen stoomreiniger. Het vocht kan in het toestel terechtkomen en dat onveilig maken.

Raak het toestel niet aan met natte of bedampte handen (of voeten). Gebruik het toestel niet blootsvoets.

Wanneer u het toestel niet meer gebruikt (of het wenst te vervangen door een ander model), is het aangeraden om het — voor u het weg doet — op een geschikte manier buiten werking te stellen, in overeenstemming met de gezondheids- en milieubepalingen, en er vooral voor te zorgen dat alle mogelijk gevaarlike onderdelen onschadelijk worden gemaakt, vooral met het oog op kinderen die met ongebruikte toestellen zouden kunnen spelen.

De verschillende componenten van het toestel zijn recyclebaar. Verwijder deze als afval conform de geldende bepalingen in uw land. Verwijder de elektriciteitskabel wanneer het toestel wordt afgedankt.

Zorg ervoor dat de knoppen na gebruik in de uit-positie staan.

Houd kinderen onder de 8 jaar uit de buurt van het toestel, tenzij ze continu onder toezicht staan.

Dit toestel mag gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, sensorische of geestelikke vaardigheden of met een beperkte ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan, na gepaste instructies over het veilige gebruik van dit toestel en indien zi de mogelike risico's begrijpen. Laat kinderen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen het toestel niet reinigen en onderhouden zonder toezicht.

De producent is niet aansprakelijk voor letsels van personen of schade aan eigendom door incorrect of ongepast gebruik van het toestel. WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik worden het toestel en de bereikbare onderdelen heet; ook na gebruik blijven deze nog enige tijd heet.

Wees voorzichtig en raak geen verwarmingselementen aan (zowel aan de kookplaat als in de oven).

De deur is heet, gebruik de handgreep.

Houd jonge kinderen uit de buurt om brandwonden te vermijden.

Zorg ervoor dat de elektriciteitskabels van andere toestellen in de buurt van het fornuis niet in contact kunnen komen met de kookplaten en niet tussen de ovendeur geklemd kunnen raken.

WAARSCHUWING: Onbeheerd koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOIT brand te doven met water, maar schakel het toestel uit en dek het vuur af, bijv.

met een deksel of een vuurdeken. 5

WAARSCHUWING: Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen op het kookopperviak.

WAARSCHUWING: Wanneer dit product correct geplaatst is, voldoet het aan alle veiligheidseisen voor deze productcategorie. Wees echter extra voorzichtig bij de achter- of onderkant van het toestel, aangezien deze zones niet ontworpen en bedoeld zijn om aan te raken en scherpe of ruwe kanten kunnen hebben, die letsels kunnen veroorzaken. ÉERSTE GEBRUIK VAN DE OVEN - volg deze instructies:

Richt de binnenkant van de oven in zoals beschreven in het hoofdstuk ‘REINIGING EN ONDERHOUD".

Zet de lege oven op de maximumstand om vet van de verwarmingselementen te verwijderen.

Koppel het toestel los van de elektriciteit, laat de oven afkoelen en reinig de binnenkant met een doek, water en een neutraal reinigingsmiddel; droog daarna goed af.

OPGELET: Gebruik geen ruwe schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers om het glas van de ovendeur te reinigen, aangezien deze krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken waardoor het glas kan barsten.

Breng geen aluminiumfolie aan op de wanden van de oven. Plaats bakplaten of de druipplaat niet op de bodem van de oven. BRANDGEVAARI! Bewaar geen ontvlambaar materiaal in de oven of in de opslagruimte.

Gebruik altijd ovenwanten om schotels en bakplaten uit de hete oven te halen.

Hang geen handdoeken, theedoeken of andere voorwerpen aan het toestel of aan de handgreep -— dat kan brandgevaar opleveren.

Reinig de oven regelmatig en zorg ervoor dat er zich geen vet of olie verzamelt op de bodem van de oven of van de druipplaat. Verwijder gemorste resten meteen.

Sta niet op het fornuis of op de geopende ovendeur.

Ga even achteruit wanneer u de ovendeur opent, zodat stoom en hete lucht kunnen ontsnappen vooraleer u het voedsel eruit haalt.

VEILIG OMGAAN MET VOEDSEL: Laat het voedsel voor en na het koken zo kort mogelijk in de oven. Op die manier vermijdt u verontreiniging door organismen, die voedselvergiftiging kunnen veroorzaken. Let hier vooral voor op bij warm weer.

WAARSCHUWING: Til het fornuis NIET op met de handgreep.

OPGELET — HÉEL BELANGRIJK !

BRAND-/OVERVERHITTINGSGEVAAR:

+ Geen servetten, lappen of andere voorwerpen op de kookplaatbescherming of de handgreep/handgrepen van de ovendeur aanbrengen terwijl het apparaat werkt of warm is.

OM SCHADE AAN HET APPARAAT TE VOORKOMEN:

+ Het beschermende blad of de handgreep/handgrepen van de ovendeur niet gebruiken om het fornuis op te heffen/te verplaatsen.

+ Niet op de kookplaatbescherming blad of de handgreep/ handgrepen van de ovendeur steunen.

Kookplaatbe- scherming

handgrepen Deze tekening is slechts deur indicatief

ALGEMENE KARAKTERISTIEKEN:

1. Snelkookplaat (A) 1,00 KW 2. Halfsnelle brander (SR) 1,75 KW 3. Snelle brander (R) 3,00 kW 4. Superbrander met driedubbele krans (TC) 3,50 kW OPMERKING

+ Elektrische ontsteking is ingebouwd in de bedieningsknoppen van de gasbranders. + Veiligheidsventielen: is wordt de gastoevoer gestopt als de vlam per ongeluk dooft.

Als de vlammen van de brander per ongeluk uit gaan, moet u de bedieningsknop dichtdraaien en tenminste een minuut wachten voordat u opnieuw probeert het apparaat aan te steken.

Het gebruik van een kookapparaat op gas veroorzaakt warmte en vochtigheid in de ruimte waar het is geïnstalleerd.

Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte door de natuurlijke ventilatieopeningen open te houden of door een afzuigkap met afvoerbuis te installeren.

Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan een extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen, of een doelmatigere ventilatie, door het mechanische afzuigvermogen te verhogen, als dat er is.

‘7 BÉDIENINGSPANEEL BESCHRIJVING VAN DE BEDIENINGSKNOPPEN Thermostaatknop van de traditionele oven (oven rechts) Schakelaar van de traditionele oven (oven rechts) Bedieningsknop brander rechts voor

Bedieningsknop brander rechts achter Bedieningshendel centrale brander

Bedieningsknop brander links achter

Bedieningsknop brander links voor

Schakelaar van de multifunctionele oven (oven links) Thermostaatknop van de multifunctionele (oven links) 0. Elektronische klok/programmeur (alleen de grote oven links)

SLPNPHEHNR ER Controlelampje: 11. Temperatuurcontrolelampje van de multifunctionele oven (oven links) 12. Temperatuurcontrolelampje van de traditionele oven (oven rechts)

Ventilatiemotor voor koeling

Dit toestel beschikt over een veilige koeling dankzÿ de ventilatiemotor, waardoor een optimale efficièntie van het controlepaneel wordt bereikt, de opperviaktetemperatuur lager blift en de interne componenten worden afgekoeld.

De ventilatiemotor voor koeling wordt automatisch ingeschakeld wanneer de oven of de grillbrander worden aangezet.

Deze kan (enkele minuten) blijven werken, ook nadat de oven of grillbrander werden uitgeschakeld.

Deze periode hangt af van de baktemperatuur en -duur.

GEBRUIK VAN DE BRANDERS De gastoevoer naar de brander wordt bediend door een knop (afb. 3.1) die inwerkt op de kraan met veiligheidsafsluiting.

Door de knop zo te draaien dat zin aanwijzer wijst op de symbolen die om de knop heen op het paneel staan krijgt u de volgende standen:

gesloten kraan (uitgedoofde brander)

vol debiet (brander = merkpunt d* op maximum)

vertraagd debiet - merkpunt è (brander op minimum)

V Om de gastoevoer te verminderen draait u de knop verder tegen de klok in, desgewenst tot het aanslagpunt, waar de aanwijzer van de knop op het symbool kleine vlam wijst.

V De maximale gastoevoer gebruikt u om vloeistof snel aan de kook te brengen, de minimale gastoevoer voor het voorzichtig opwarmen en warm houden.

V Kook altijd met de bedieningsknop op een stand tussen maximaal en minimaal. Nooit tussen maximaal en uitstand. Om te sluiten, de knop rechts draaien tot de inschakeling van de veiligheid.

Controleer na het koken altijd of u de bedieningsknop naar de gesloten stand heeft teruggedraaid.

Wanneer u het fornuis niet gebruikt is het verstandig om de kraan op de gastoevoer dicht te draaien.

OOKTAFEL BEDIENINGSVOORSCHRIFT

Let op: Het opperviak van het fornuis wordt tijdens het koken zeer heet. Houd kinderen uit de buurt van het fornuis.

ELEKTRISCHE ONTSTEKING

1. Om een brander te ontsteken moet u de bijbehorende bedieningsknop indrukken en naar de hoogste stand

grote viam À*) draaien: houd de bedieningsknop ingedrukt totdat de brander aan is. (Als de stroom is uitgevallen kunt u de brander ontsteken door er een vlam bij te houden).

2. Wacht ongeveer tien seconden na de ontsteking van de brander, alvorens de knop weer los te laten (de tijd om het veiligheidsventiel te bewapenen).

3. Regel de gaskraan op de gewenste stand.

Mocht de vlam van de brander om welke reden ook doven, dan zal de veiligheidsklep de gastoevoer automatisch afbreken.

Om de werking weer te hervatten moet u de knop in de stand “@” draaien en de brander opnieuw ontsteken volgens bovenstaande instructies.

Indien bijzondere lokale omstandigheden van het gedistribueerde gas de ontsteking van de brander moeizaam maken wanneer de bedieningsknop in de hoogste stand staat, adviseren wij de procedure nogmaals uit te voeren, maar nu met de knop in de minimumstand.

KEUZE VAN BRANDERS De positie van de branders staat aangeduid op het bedieningsbord. Het symbool met verschillende symbolen duidt de brander aan die bediend wordt door de kraan die zich er net onder bevindt.

De brander dient gekozen te worden in funktie van de diameter en de inhoud van de gebruikte kookpan.

Ter inlichting: de branders en kookpannen

moeten volgens de hiernavolgende aanduidingen gebruikt te worden: BRANDERS DIAMETER KOOKPANNEN Hulpbrander 12cm 14cm Half-snelle 16cm 24 cm Snelle 24 cm 26cm Driedubbele kroon 26 cm 28 cm Wok max. 36 cm

Gebruik geen pannen met een holle of bolle bodem

Het is belangrijk dat de diameter van de kookpan aangepast is aan het vermogen van de brander teneinde het hoog rendement van de branders zo goed mogelijk te gebruiken en het onnodig gasverbruik te vermijden. Een kleine kookpan op een grote brander plaatsen teneinde het gerecht vlugger aan de kook te brengen, dient tot niets want de warmteabsorptie blift steeds dezelfde tegenover volume en de opperviakte van de braadpan.

SPECIAAL ONDERSTEL VOOR DE “WOK” (afb. 3.4a - 3.4b) Zet het speciale wokrooster op het rooster van de brander met driedubbele krans. LET OP:

+ Het gebruik van een wok zonder het speciale onderstel kan de werking van de brander zwaar storen.

+ Zet geen pan met een platte bodem op het speciale onderstel.

BELANGRIJK De speciale wokrooster kan alleen op de brander met driedubbele krans geplaatst worden.

ELEKTRISCHE TIFUNKTIE OVEN (oven links)

Tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm.

Houdt de jonge kinderen op afstand.

ALGEMENE KENMERKEN Zoals zijn naam het zegt, gaat het hier om een oven die specifieke funktionele kenmerken bezit Het is inderdaad mogelijk 7 verschillende funkties te gebruiken om aan elke kookvereiste te voldoen.

Deze 7 funkties, met thermostatische controle, worden verwezenlijkt door 4 verwarmingselementen:

— Onderweerstand 1200 W — Bovenweerstand 1000 W — Grillweerstand 2000 W

— Ringvormige weerstand 2200 W OPMERING:

Voor het eerste gebruik is het raadzaam om de lege oven 30 minuten op stand © te laten werken en vervolgens nogmaals 30 minuten op de maximumtemperatuur (thermostaatknop op 250°C) in de standen en (T], om alle sporen van vet van de verwarmingselementen te verwijderen.

Maak de oven en zijn accessoires schoon met warm water en vloeibaar afwasmiddel.

WAARSCHUWING: De deur is heet. Gebruik het handvat.

Gedurende het gebruik wordt het apparaat warm. Opletten om niet de warme elementen binnen de oven te treffen.

WERKINGSPRINCIPE Het opwarmen en koken met de MULTIFUNKTIE oven gebeurt als volgt:

a. door natuurlijke convectie De warmte wordt produceerd door de boven- en onderweerstand.

b. door gedwongen convectie Een turbine zuigt de lucht in de moffel van de oven aan, stuwt deze door de Witgloeiende schroefgangen van een elektrische weerstand en stuwt deze weer in de moffel. De warme lucht - alvorens weer aangezogen te worden om dezelfde cyc/us te hernemen - omhult de gerechten in de oven waardoor deze vlug en volledig gaargekookt worden. Bovendien kan men verschillende gerechten tegelijkertijd koken.

. door semi-gedwongen convectie

De door de boven- en onderweerstand geproduceerde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld.

d. door straling De warmte wordt door de infra- roodstralen van de grillweerstand uitgestraald.

e. door straling en ventilatie De door de infra-roodgrillweerstand uitgestraalde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld.

Het voedsel wordt zonder verwarming door de ventilator ontdooid.

200 abat 150 Afb. 4.2 THERMOSTAAT (Afb. 4.1)

De verwarmingselementen van de oven worden ingeschakeld door de knop op de gewenste funktie te plaatsen en door de thermostaatknop op de gewenste temperatuur in te stellen.

De controle van de werking (ON-OFF) van de verwarmingselementen wordt uitgevoerd door de thermostaat; zijn werking wordt aangegeven door het lampje op het knoppenbord.

BAKSTANDENSCHAKELAAR (Ab. 4.2) Draai de knop met de klok mee om één van de bakstanden in te stellen.

VERLICHTING Bij het instellen van de knop in deze positie, licht het ovenlampje op. De oven blijft verlicht als de schakelaar op één van de funkties is ingesteld.

TRADITIONEEL KOKEN-CONVECTIE Werking van de onder- en bovenweerstand.

De warmte wordt door natuurlijke convectie verspreid en de temperatuur moet geregeld worden van 50° tot 250 °C met de thermostaatknop. De oven dient voorverwarmd te worden alvorens de gerechten in de oven te plaatsen.

Aangeraden Gebruik: Voor gerechten die volledig gaargekookt moeten worden. Vb: gebraad, varkensribben, schuimgebak (meringue).

ROOSTEREN MET DE GRILL Werking van de elektrische weerstand met infra-roodstraling.

Met de ovendeur dicht gebruiken en met de thermostaatknop op een stand tussen 50° en 225°C voor ten hoogste 15 minuten en vervolgens op 175°C.

De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.

Opgelet : tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houdt de jonge kinderen op afstand. Voor een correct gebruik verwijzen wi naar het hoofdstuk “Gebruik van de grill”

Aangeraden Gebruik: Traditioneel roosteren met de grill, braden, bruinen, gratineren, roosteren, enz.

ONTVRIEZEN VAN INGEVRO REN VOEDINGSMIDDELEN Enkel werking van de ovenventilator.

Te gebruiken met de thermostaatknop op stand “@” daar elke andere stand geen enkele uitwerking heeft.

Het ontvriezen gebeurt door de ventilatie, zonder verwarming.

Om snel de ingevroren gerechten te ontvriezen.

Ongeveer één uur per kilo.

De duur variéert in funktie van de kwaliteit en het soort te ontvriezen voedingsmiddelen.

CS] KOKEN MET WARME LUCHT Werking van de ringvormige weerstand en van de turbine.

De warmte wordt door gedwongen convectie verspreid en de temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 °C d.m.v. de thermostaatknop. De oven moet niet voorverwarmd worden.

Voor gerechten die een goedgebakken korstje moeten hebben en binnen zacht of roze dienen te zijn.

KOKEN MET GEVENTILEERDE GRILL Werking van de infra-roodgrillweerstand en de turbine.

De warmte wordt hoofdzakelijk verspreid door straling en de ventilator verdeelt de warmte over de ganse oven. De temperatuur moet d.m.v. de thermostaatknop worden geregeld op een stand tussen 50° en 175° (voor maximaal 30 minuten).

De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten.

Attentie: Voor gebruik moet de deut-van de oven gesloten zijn.

Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.

Houd kinderen weg van de oven.

Voor een correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk “ROOSTEREN EN GRATINEREN" .

Aangeraden Gebruik: Voor het roosteren van gerechten waarvan de buitenkant gebruind moet worden om het vleessap binnenin te behouden. Vb: kalfsbiefstuk, entre-côte, hamburger, enz.

a) WARMHOUDEN VAN GEKOOKTE GERECHTEN OF ZACHTJES OPWARMEN VAN GERECHTEM Werking van de bovenweerstand, van de ringvormige weerstand en de turbine.

De warmte wordt verspreid door gedwongen convectie, met meer intensiteit op het niveau van de bovenweerstand.

De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 140°C met de thermostaatknop.

Aangeraden Gebruik: Om vooraf gekookte gerechten warm te houden. Om zachtjes de reeds gekookte gerechten op te warmen.

Eu KOKEN MET GEDWONGEN CONVECTIE Werking van de onder- en bovenweerstand en van de turbine. De boven-en onderwarmte wordt in de oven verdeeld door semi gedwongen convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 ° C met de thermostaatknop.

Voor grote hoeveelheden en grotere volumes die gelijkmatig moeten gebakken of gebraden worden.

Vb.: roulades, kalkoen, lamsbout, taart, enz.

KOOKWENKEN STERILISEREN Het steriliseren van levensmiddelen in bokalen gebeurt als volgt (volle bokalen, hermetisch gesloten):

a. de schakelaar op stand ©) plaatsen;

b. de thermostaatknop op stand 185 °C plaatsen en de oven voorverwarmen:;

c. de druipplaat met warm water vullen:;

d. de bokalen op de druipplaat zetten en erop letten dat ze elkaar niet raken; de deksels bevochtigen met water; de ovendeur sluiten en de thermostaatknop op stand 135 °C plaatsen.

Wanneer het steriliseren begint, t.w.

wanneer er luchtbellen in de bokalen

gevormd wor den, de oven uitschakelen en laten afkoelen.

VERBETEREN De schakelaar op stan thermostaatknop op stand 150 °C.

Brood wordt weer knappend vers als men het ongeveer 10 minuten in de oven plaatst nadat het lichtjes bevochtigd werd.

BRADEN Om op de klassieke manier te braden

(gaar gebakken) volstaat het volgende

punten in acht te nemen:

— de oventemperatuurinstellen tussen 180° en 200 ° C.

— de hoeveelheid en de kwaliteit van het vlees.

SIMULTAAN KOKEN De standen E3 en (5 de MULTIFUNKTIE oven laten toe verschillende heterogene bereidingen simultaan te koken. Aldus kan men tezelfdertijd verschillende gerechten koken zoals vb. vis, taart en vlees zonder dat de aroma's en smaken zich vermengen.

Dit is mogelijk omdat de dampen en vetten

geoxydeerd worden door de elektrische

weerstand en zich dus niet kunnen afzetten op de gerechten.

De enige te nemen voorzorgen zijn:

_— de kooktemperaturen moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen met een verschil van maximum 20° tot 25 °C tussen de extreem vereiste temperaturen voor de verschillende gerechten;

— de gerechten zullen op verschillende tijdstippen in de oven geplaast worden, rekening houdend met de verschillende kookduur.

Het resultaat van deze kookwijze is een evidente energie en tijdbesparing.

ROOSTEREN EN GRATINEREN Met de schakelaar op stand kan het roosteren zonder braadspit gbeuren, daar delucht volledig rond de gerechten verspreid wordt. De thermostaatknop op stand 175°C plaatsen en na voorverwarming van de oven de gerechten op het rooster plaatsen, de ovendeur sluiten en de oven laten verder verwarmen tot het roosteren voleindigd is. Voor het eind van de kooktijd enkele boterkrulletjes toevoegen om het mooie gravneffekt te bekomen.

De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.

Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.

Houd kinderen weg van de oven.

KOKEN MET DE GRILL De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten.

Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn.

Het gerecht op het ovenroosterplaatsen dat zo hoog mogelijk in de oven wordt geschoven.

Breng de ovenschaal onder de grill aan, om het vet en de sappen op te vangen.

Attentie: Voor gebruik moet de deur

van de oven gesloten A De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.

Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.

Houd kinderen weg van de oven.

KOKEN MET DE OVEN De oven voorverwarmen op de gewenste temperatuur.

Wanneer de oven de gewenste temperatuur bereikt heeft, het gerecht in de oven plaatsen en de kooktijd nakijken. De oven 5 min. voor het eind van de kooktijd uitschakelen om de in de oven opgestapelde warmte te benutten.

Ter informatie geven we in volgende tabel enkele gerechten met hun bereidingstemperauren in °C.

Tijd en temperatuur schommelen afhankelijk van de hoeveelheid en de grootte van de stukken.

GERECHTEN TEMPERATUUR Savoiegebakjes 150°C Chocoladecake 150°C Rijst in de oven 150°C Konijnepastei 175°C Kaassoufflé 175°C Rundsvlees met uitjes 175°C Macaronikrans 175°C Vier-vierde gebak 175°C Karamelvia 175°C Gevulde tomaten 200°C Pizza 200°C Zeebrasem met uitjes 200°C Forel met amandelen 200°C Wijting in de oven 200°C Eend 200°C Aardappelen in de oven 200°C Appeltaart 200°C Soezendeeg 200°C Geroosterde paprika's 200°C Kalfskotelet 200°C Varkenskotelet 200°C Lamskotelet 225°C Kalfsgebraad 225°C Kippegebraad 225°C Appelen in de oven 225°C Eieren in vuurvaste schoteltjes 225°C Omelet 225°C Rundsgebraad 225°C Lamsbout 225°C Lamsschouder 225°C Gegratineerde macaroni 225°C ELEKTRISCHE OVEN MET NATUURLIJKE CONVECTIE (oven rechts)]

Opgelet: Tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm.

Houdt de jonge kinderen op afstand. WAARSCHUWING:

De deur is heet. Gebruik het handvat.

Tijdens gebruik wordt het toestel heet. De zorg zou moeten worden genomen

vermijden ontroerend het verwarmen elementen binnen de oven.

ALGEMENE KENMERKEN De aangegeven modellen zijn multifunktionele ovens. Zoals de naam al aangeeft, zijn deze ovens uitgevoerd met 4 speciale funkties.

Deze funkties voldoen aan al uw kookwensen.

De 4 functies met temperatuurregeling maken gebruik van 3

verwarmingselementen, in het bijzonder:

+ Bovenweerstand 643 W + Onderweerstand 735W

+ Grillweerstand 1332W Deze oven is uitgerust met een special bordenrek dat gebruikt kan worden met de speciale functie: “bordenverwarming”. Met deze functie kan u uw convectie-oven gebruiken om de borden te verwarmen (op ongeveer 60°C) voordat u het diner serveert.

Voor het correct gebruik van deze functie, zie het hoofdstuk ‘BORDEN VERWARMEN’ en ‘GEBRUIK VAN HET SPECIALE BORDENREK.

Alvorens de oven voor de eerste keer te gebruiken, de oven leeg aanzetten. Stel de hoogste stand in en zet de temperatuurknop op 250°C.

Laat de oven gedurende een uur in functie © anstaan en daarna nog 15 minuten in functie O .

Hierdoor worden eventuele vetresten van de verwarmingselomenten verwijderd.

WERKINGSPRINCIPE Het opwarmen en koken met de NATUURLIKE CONVECTIE oven gebeurt als volgt: a. door natuurlijke convectie De warmte wordt produceerd door de boven- en onderweerstand. b. doorstraling De warmte wordt door de infra- roodstralen van de grillweerstand uitgestraald (Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn). 19

THERMOSTAAT (Ab. 5.2)

De verwarmingselementen van de oven worden ingeschakeld door de knop op de gewenste funktie te plaatsen en door de thermostaatknop op de gewenste temperatuur in te stellen. De controle van de werking (ON-OFF) van de verwarmingselementen wordt uitgevoerd door de thermostaat; zijn werking wordt aangegeven door het lampje op het knoppenbord.

BAKSTANDENSCHAKELAAR (Afb. 5.1) Draai de knop met de klok mee om één van de bakstanden in te stellen.

VERLICHTING Bij het instellen van de knop in deze positie, licht het ovenlampje op. De oven blijft verlicht als de schakelaar op één van de funkties is ingesteld.

TRADITIONEEL KOKEN-CONVECTIE Werking van de onder- en bovenweerstand. De warmte wordt door natuurlijke convectie verspreid en de temperatuur moet geregeld worden van 50° tot 250 °C met de thermostaatknop. De oven dient voorverwarmd te worden alvorens de gerechten in de oven te plaatsen.

Aangeraden Gebruik: Voor gerechten die volledig gaargekookt moeten worden. Vb: gebraad, varkensribben, schuimgebak (meringue).

(=) dl BORDEN VERWARMEN De onder- en bovenweerstand worden ingeschakeld. De warmte wordt verspreid door natuurlijke convectie.

De thermostaatknop op ongeveer 60°C.

Deze funktie kan ook gebruikt worden voor het traditioneel bakken. Hiervoor met de thermostaatknop ingesteld worden tussen 50 en 250°C.

Aangeraden Gebruik: Het verwarmen van borden met gebruik van het speciale bordenrek. Voor het correct gebruik zie het hoofdstuk “GEBRUIK VAN HET SPECIALE BORDENREK".

Æ+] KOKEN MET DE BRAADSPIT De infrarode elektrische weerstand en de draaispitmotor worden ingesteld. De warmte wordt verspreid door radiatie. Gebruik de oven met de deur gesloten en zet de thermostaatknop op stand 225°C gedurende 15 minuten en dan op stand 175°C.

Voor kooktips, zie het hoofdstuk ‘KOKEN MET DE GRILL’ en “HET GEBRUIK VAN HET BRAADSPIT”.

Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.

Houd kinderen weg van de oven.

Aangeraden Gebruik: Intens grillen, bruinen, gratineren, roosteren enz.

ROOSTEREN MET DE GRILL Werking van de elektrische weerstand met infra-roodstraling.

Met de ovendeur dicht gebruiken en met de thermostaatknop op een stand tussen 50° en 225°C voor ten hoogste 15 minuten en vervolgens op 175°C.

Voor een correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk*“ROOSTEREN EN GRATINEREN". De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.

Opgelet : tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houdt de jonge kinderen op afstand.

Aangeraden Gebruik: Traditioneel roosteren met de grill, braden, bruinen, gratineren, roosteren, enz.

KOKEN MET DE OVEN De oven voorverwarmen op de gewenste temperatuur.

Wanneer de oven de gewenste temperatuur bereikt heeft, het gerecht in de oven plaatsen en de kooktijd nakijken.

De oven 5 min. voor het eind van de kooktijd uitschakelen om de in de oven opgestapelde warmte te benutten.

Ter informatie geven we in volgende tabel enkele gerechten met hun bereidingstemperauren in °C.

Tijd en temperatuur schommelen afhankelijk van de hoeveelheid en de grootte van de stukken.

GERECHTEN TEMPERATUUR Savoiegebakjes 150°C Chocoladecake 150°C Rijst in de oven 150°C Konijnepastei 175°C Kaassoufflé 175°C Rundsvlees met uitjes 175°C Macaronikrans 175°C Vier-vierde gebak 175°C Karamelvla 175°C Gevulde tomaten 200°C Pizza 200°C Zeebrasem met uitjes 200°C Forel met amandelen 200°C Wijting in de oven 200°C Eend 200°C Aardappelen in de oven 200°C Appeltaart 200°C Soezendeeg 200°C Geroosterde paprika's 200°C Kalfskotelet 200°C Varkenskotelet 200°C Lamskotelet 225°C Kalfsgebraad 225°C Kippegebraad 225°C Appelen in de oven 225°C Eieren in vuurvaste schoteltjes 225°C Omelet 225°C Rundsgebraad 225°C Lamsbout 225°C Lamsschouder 225°C Gegratineerde macaroni 225°C

KOKEN MET DE GRILL De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten.

Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn.

Het gerecht op het ovenroosterplaatsen dat zo hoog mogelijk in de oven wordt geschoven.

Breng de ovenschaal onder de grill aan, om het vet en de sappen op te vangen. Attentie: Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn. De grill niet langer dan 30 min.

Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.

Houd kinderen weg van de oven.

BRAADSPIT (4f». 5.3)

De fornuizen uitgerust met een braad-

Dit dient om de gerechten aan het spit le

braden door middel van het gebruik van

Dit onderdeel bestaat uit:

+ 1 elektrische motor, in de achterwand van de oven geplaatst.

+ 1 spit uit roestvri) handvat en twee regelbare vorken.

+ 1 steun voor het spit dat men op de midden richel van de oven plaatst.

Het braadspit wordt ingesteld doo! bak-

standenschakelaar op positie (afb. 5.1.) in te stellen.

GEBRUIK VAN HET BRAADSPIT

+ __ De braadslee op de onderste richel

van de oven plaatsen en de steun op de middenrichel.

+ Het spit in het braadstuk rijgen en het met de vorken vastleggen.

+ Het spit in het gat van de motor plaatsen en op de steun leggen. Het handvat naar links draaien en het wegnemen.

De draairichting van de hendel is van links

naar rechts, of omgekeerd.

Attentie: Voor gebruik moet de deur

van de oven gesloten

De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.

Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.

Houd kinderen weg van de oven.

GEBRUIK VAN HET SPECIALE BORDENREK Dit speciaal rek kan gebruikt worden als bordenrek of, als u het omdraait, als een normal rooster voor het koken in de oven. Het rek moet tussen de middenrichels van het zijrek geplaatst worden.

Gebruik van het speciaal rooster als bordenrek:

Plaats het rek tussen de middenrichels onderaan aan het zijrek. Plaats het rek met de bordsteunen omhoog (afb. 5.4).

Het rek moet geplaatst worden met de veiligheidspal naar beneden. De

veiligheidspal zorgt ervoor dat het rek niet uit de oven schuïft (afb. 5.4). OPMERKING: de borden zijn heet na het opwarmen. Gebruik ovenwanten voor de borden.

Gebruik van het speciaal rek voor normal koken:

Plaats het rooster tussen de middenrichels van het zijrek. De veiligheidspal moet naar beneden wijzen (afb. 5.5).

Het vlakke oppervlak kan gebruikt worden om potten of voedsel rechtstreeks op het rooster te plaatsen. In het laatste geval plaats een ovenschotel onder het rooster om sappen en vetten op te vangen.

= ELEKTRONISCHE DIGI E PROGRAMMERING De elektronische programmering is een mechanisme met de volgende functies:

+ 24-uurs klok met lichtgevend display

+ Kookwekker (in te stellen tot aan 23 uur en 59 minuten) + Programma voor automatisch bakken in de oven. + Programma voor half-automatisch bakken in de oven.

Beschrijving van de drukknoppen:

(=) Handmatige bediening en ongedaan maken van de ingeschakelde programma's.

Vooruit zetten van de cijfers van alle functies

Achteruit zetten van de cijfers van alle functies en instellen van het geluidssignaal.

AUTO - knipperend - Programmering op automatische bediening maar nog niet geprogrammeerd (men kan de oven niet aan zetten).

AUTO - Brandt, maar knippert niet - Programmering op automatische of halfautomatische bediening met ingeschakeld programma.

ing van de oplichtende

si Programmering op handmatige D bediening of automatisch bakken in werking.

[a Kookwekker in werking

en AUTO - knipperend en met geluidssignaal - Verkeerde pro- grammering (de baktijdinstel-

ling is langer dan de instelling van einde baktijd).

Opmerking: Het programmeren (met één hand) gebeurt door het indrukken van de knop die overeenkomt met de gewenste functie. Nadat men deze weer heeft losgelaten dient men binnen 5 seconden de tijd in te stellen met de toetsen ++ of — edere keer dat de stroom uitvalt wordt de programmering op nul gezet.

DIGITAALKLOK (afb. 6.2) De programmeer-eenheid is voorzien van een elektronische klok met lichtgevende cijfers die de uren en de minuten aangeven. Bij de eerste aansluiting van de oven op het elektriciteitsnet of na een stroomstoring zijn er drie knipperende nullen zichtbaar op het display van de programmeer-eenheid. Om de tijd in te stellen dient U het knopje en vervolgens het knopje + of — ingedrukt houden totdat de klok op de juiste tijd staat (afb. 6.2). Er bestaat ook een ander systeem: druk de knopje AA a egelijk in en druk tegelijkertijd op de knopjes Æ of — . Opmerking: Bij het instellen van de tijd worden eventuele in werking zijnde of ingestelde programma's op nul gezet.

HANDMATIGE BEDIENING VAN DE OVEN ZONDER PROGRAMMERING Om de oven handmatig te bedienen, zonder gebruik van de programmering, moet het knipperende opschrift AUTO worden uitgezet door op de knop ® te drukken (het opschrift AUTO zal uitgaan, terwijl het symbool ds gaat branden).

Let op: Als het opschrift AUTO niet knippert (hetgeen betekent dat er al een bakprogramma is ingesteld) zorgt het indrukken van de knop voor het wissen van het programma en voor het omschakelen naar de handmatige bediening.

Indien de oven aanstaat dient men hem handmatig uit te zetten.

ELEKTRONISCHE KOOKWEKKER De kookwekkerfunctie bestaat slechts uit een geluidssignaal dat ingesteld kan worden voor een tijdsbestek van maximaal 23 uur en 59 minuten.

Om de tijd in te stellen moet U op het knopje {\ drukken en vervolgens op het knopje + of — totdat het display de gewenste tijd aangeeft (afb. 6.4).

Als de kookwekker is ingesteld verschijnt de tijd van de klok weer op het display en gaat het symbool ja) branden.

Het terugtellen begint onmiddellijk.

Dit is op elk gewenst moment te zien op het display wanneer U het knopje A indrukt. Als de ingestelde tijd verstreken is gaat het

symbool fa) uit en hoort U een repeterend geluidssignaal dat uitgezet kan worden door op een willekeurige knop te drukken.

INSTELLING VAN DE TOON VAN HET GELUIDSSIGNAAL Door op de knop — te drukken hoort U na elkaar drie verschillende klanken.

Het als laatste gehoorde geluidssignaal blijft ingesteld.

AUTOMATISCH BAKKEN (ab. 6.5 - 6.6) Voor het automatisch bakken in de oven moet U:

1... De baktid instellen

2. Einde baktidinstellen

3. Temperatuur en functie van de oven instellen.

Hiervoor gaat U als volgt te werk:

1. Stel de baktijd in door op de knop un te drukken en vervolgens op de knop (vooruit) of — (achteruit, als men over de gewenste tijd heen is gegaan).

Het opschrift AUTO en het symboo! {'!! gaan branden.

2. Druk op de knop X ; de baktid, reeds opgeteld bij het tidstip van de klok

verschijnt op het display. Stel het tijdstip van einde baktid in door op de knop ; te drukken:; indien men

over het gewenste tijdstip heen gaat kan men achteruit gaan door op de knop — te drukken.

Na deze instelling zal het symbool An doven. Indien na deze instelling het opschrift AUTO op het display knippert en men een geluidssignaal hoort, betekent dat dat er een fout is gemaakt bij het programmeren, dat wil zeggen, dat de baktijd over de tijd van de klok heen is ingesteld. in dit geval dient men het tidstip einde baktijd of de baktijd te wijzigen op de hierboven aangegeven Wijze.

3. Stel de temperatuur en de bakfunctie in met behulp van de schakelaar en de thermostaat van de oven (zie de betreffende hoofdstukken).

De oven is nu geprogrammeerd en alle zal automatisch functioneren: de oven zal op het juiste moment worden ingeschakeld en vervolgens, na het verstrijken van de baktijd op het geprogrammeerde tijdstip weer uit te gaan.

Tijdens het bakken blijft het symbool Ru branden en door op de knop ut, te drukken kan men op het display aflezen hoe lang het nog duurt tot het einde van de baktijd. Het bakprogramma kan op ieder gewenst ogenblik worden uitgeschakeld door op de knop | te drukken.

Na het verstrijken van de ingestelde baktijd wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Het symbool on gaat uit, het opschrift AUTO knippert en men hoort een geluidssignaal dat kan worden afgeze t door op een willekeurige knop te drukken. Zet de schakelaar en de thermostaat van de oven op de nulstand, en zet vervolgens de programmeer-eenheid op de “handmatige” bediening door op de knop # te drukken.

Let op: Als de stroom uitvalt springt de klok op nul en worden alle ingestelde programma's gewist. De stroomuitval wordt gesignaleerd door het de

knipperende cijfers op het display.

HALFAUTOMATISCH BAKKEN Met deze instelling gaat de oven

automatisch uit na de gewenste baktijd. Er

zijn twee manieren om half-automatisch te

1e MANIER: Programmering van de

— Stel de baktijd in door op de knop AA te drukken en vervolgens op de knop + (vooruit) of de knop — (achteruit, wanneer men over de gewenste tijd heen is gegaan).

Het opschrift AUTO en het symbool di gaan branden.

2e MANIER: Programmering van einde

— Stel het tijdstip van einde baktijd in door op de knop Pat te drukken en vervolgens op de knop + (vooruit) of de knop — (achteruit, wanneer men over de gewenste tijd heen is gegaan).

Het opschrift AUTO en het symbool An gaan branden.

Wanneer men één van deze programmeringen heeft uitgevoerd dient men de temperatuur en de bakfunctie van de oven in te stellen met behulp van de schakelaar en de thermostaat (zie de betreffende hoofdstukken).

De oven Zzal onmiddelljk worden ingeschakeld en na het verstrijken van de ingestelde tijd of bij het bereiken van het als einde baktijd ingestelde tijdstip zal hij automatisch weer worden uitgeschakeld.

Tijdens het bakken blijft het symbool ww,

branden en door op de knop ut, e drukken kan men van het display aflezen hoe lang het nog duurt voordat de baktijd afgelopen is.

Het bakprogramma kan op ieder gewenst moment ongedaan worden gemaakt door op de knop Û te drukken.

Als de baktijd verstreken is wordt de oven uitgeschakeld en dooft het symbool Ru het opschrift AUTO knippert en men hoort een geluidssignaal dat uitgezet kan worden door op een willekeurige knop te drukken.

Zet de schakelaar en de thermostaat op de nulstand en zet de programmering op de handmatige bediening door op de knop

ONDERHOUD ALGEMENE RAADGEVINGEN

+ Ga nooïit over tot onderhoud of reiniging van het toestel zonder dat u het vooraf van het stroomnet heeft afgekoppeld.

+ Sluit het komfoor af van het elektriciteitsnet en wacht totdat het is afgekoeld voordat u begint met het schoonmaken.

+ Wanneer het toestel niet gebruikt wordt is het raadzaam de gastoevoerkraan te sluiten.

+ Het smeren van de kranen mag enkel uitgevoerd worden door een vakman.

+ Wanneer een kraan stram wordt, deze niet forceren.

+ Laat geen alkalische of zure stoffen (zoals citroensap of azijn).

+ Gebruik geen schoonmaakprodukten op basis van chlorine of azijn.

+ Belangrijk: Voor het hanteren/ gebruik van dit apparaat wordt het gebruik van beschermende kleding/ handschoenen aanbevolen.

LET OP Bij een correcte installatie, voldoet uw product aan alle veiligheidsmaatregelen die voor dit type van productcategorie voorgeschreven zijn. Niettemin moet u speciale aandacht besteden aan de achter- of onderzijde van het apparaat aangezien deze zones niet ontworpen zijn met de bedoeling ze aan te raken. Bovendien bevatten ze scherpe of ruwe randen waar u zich zou kunnen aan verwonden.

EMAIL De geëmailleerde delen mogen enkel scho- ongemaakt worden met een spons en zeep of andere nietschurende middelen.

Bij voorkeur met een zachte doek. Alkalische of zure viekken (citroensap, azijn, enz...) moeten onmiddellik verwijderd worden.

Ook het gebruik van chloor- of zuurhouden- de producten dient vermeden te worden.

ONDERDELEN VAN ROESTVRIJ STAAL, ALUMINIUM EN OPPERVLAKKEN MET EEN PRINT Reinig deze onderdelen en opperviakken met een hiervoor geschikt reinigingsmidel. Droog ze daarna zeer zorgvuldig af. BELANGRIJK: deze onderdelen dienen altijd zeer zorgvuldig gereinigd te worden om beschadigingen te voorkomen. U wordt geadviseerd een zachte doek en een neutraal reinigingsmiddel te gebruiken. LET OP: Gebruik nooïit schurende of bijtende reinigingsmiddelen aangezien deze het opperviak onherstelbaar beschadigen.

Het apparaat kan zeer heet worden, vooral rondom de kookzones. Daarom is het belangrijk dat kinderen niet alleen in de keuken worden gelaten wanneer het apparaat in werking Geen machine met stoomstralen gebruiken want het vocht zou in het apparaat kunnen binnendringen en het gebruik ervan gevaarlijk maken.

Gebruik geen ruwe schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen krabbers om het glas van de ovendeur te reinigen (uitsluitend modellen met glazen deur), omdat die het oppervlak krassen en daardoor het glas kunnen doen barsten.

DE MODELLEN VAN HET ROESTVRIHE STAAL - DE OPPERVLAKTEN VAN HET ROESTVRIHE STAAL Schoonmaken met een speciaal - in de handel verkrijgbaar - middel.

Afdrogen met een zachte doek, liefst met een zeem.

Opmerking: Bij een ononderbroken gebruik kan de voortdurend hoge temperatuur verkleuringen om de branders veroorzaken.

DE DELEN VAN HET ROESTVRIJE STAAL EN VAN HET ALUMINIUM

- GESCHILDERDE EN GEDRUKTE OPPERVLAKTE Reinig deze onderdelen en oppervlakken met een hiervoor geschikt reinigingsmiddel. Droog ze daarna zeer zorgvuldig af.

BELANGRIJK: deze onderdelen dienen altijd zeer zorgvuldig gereinigd te worden om beschadigingen te voorkomen. U wordt geadviseerd een zachte doek en een neutraal reinigingsmiddel te gebruiken.

LET OP: Gebruik nooit schurende of bijtende reinigingsmiddelen aangezien deze het beschermende opperviak onherstelbaar beschadigen.

VERVANGEN VAN HET OVENLAMPJE LET OP: Wees zeker dat het apparaat uitgeschakeld is alvorens de oventamp te vervangen om elektrische schokken te vermijden.

Laat indien nodig de oven en verwarmingselementen afkoelen. Trek de stekker uit het stopcontact. Schroef lamp los en vervang ze met een nieuwe die bestendig is aan hoge temperaturen (300°C) met de volgende kenmerken: 220-240V, E14 en identieke kracht als de vorige lamp (controleer de Watt kracht aangeduid op de lamp).

OPMERKING: De vervanging van de lamp valt buiten de garantie.

GASKRANEN Wend u tot de Servicedienst als de gaskranen niet goed werken.

OVENRUIMTE Maak de ovenruimte na iedere kookbeurt schoon. Voor de schoonmaak de rekken aan de zikanten van de oventuimte uitnemen en deze terugmonteren als u klaar bent.

Wanneer de oven nog lauw is, de binnenwanden afwassen met een doek die in heet water met zeep of een ander geschikt product gedrenkt is.

De bodem van de oven, de zijdelingse rekken, de druipschaal en het rooster zijn uit te nemen en in de gootsteen te wassen. Opgelet: de vervaardiger of dit product accepteert geen verantwoordelijkheid voor schade toegebracht door chemische of harde schoonmaakmiddelen.

Laat de oven eerst afkoelen en raak geen warme elementen aan in de oven.

BRANDERS EN ROOSTERS Deze kunnen van het komfoor afgenomen worden en in een sopje gewassen worden. Na het schoonmaken moet u de branders goed afdrogen en zorgvuldig op hun plaats terugzetten.

Hetis zeer belangrijk dat u controleert ofu de vlamverdeler goed teruggezet heeft, omdat een verkeerd geplaatste vlamverdeler zware storing kan veroorzaken.

Zorg ervoor dat de elektrode “S” (afb. 7.1 - 7.3)steeds goed schoon is zodat de vonken probleemloos weg kunnen springen.

Zorg ervoor dat de sonde “T” (afb. 7.1 - 7.3) in de buurt van elke brander goed schoon blijft, zodat de veiligheidskleppen probleemloos kunnen werken.

Zowel de sonde als de ontsteker moeten heel voorzichtig schoon worden gemaakt.

Opmerking: De elektrische ontsteking kan defect raken als deze wordt gebruikt wanneer de branders zijn verwijderd.

CORRECTE PLAATSING VAN DE HULPBRANDER EN HALFSNELLE BRANDERS Hetis zeer belangrijk dat u de vlamverdeler “F' en de kap “C” van de branders goed op hun plaats teruggezet (afb. 7.1 - 7.2). Zorg ervoor dat ze waterpas liggen en niet ronddraaien.

De brander kan niet goed werken als deze onderdelen verkeerd geplaatst zijn.

CORRECTE PLAATSING VAN DE BRANDER MET DRIEDUBBELE KRANS De brander moet geplaatst worden zoals in afb. 7.5 is aangegeven.

De ribben van de brander moeten in de uitsparingen steken zoals is aangeduid met de pijlen (afb. 7.3).

Als de brander goed geplaatst is kan hij niet draaien (afb. 7.4).

Zet de kap “A” en de ring “B” op hun plaats (afb. 7.4 - 7.5).

MONTEREN EN DEMONTEREN VAN DE ZIJPLATEN Bevestig de uitneembare zijplaten aan de gaten van de zijwanden in de oven (Afb. 7.6a)

De plaat moet zo geplaatst worden dat de veiligheidsgroef, waardoor de plaat er niet uitglijdt, naar de binnenkant van de oven gericht is; de geleiderail bevindt zich aan de achterkant.

Het demonteren geschiedt in omgekeerde volgorde.

VETFILTER (alleen de grote oven links)

hetvetfilter moet aan de achterkant van de ovenruimte worden vastgehaakt, zoals aangegeven in afbeelding 7.7. Maak het vetfilter na iedere kookbeurt schoon!

Neem het vetfilter uit de oven en was het met warm water en afwasmiddel. Droog het vetfilter goed af voordat u het in de oven terugmonteert.

SCHOTELWARMHOUDRUIMTE De schotelwarmhoudruimte is toegankelijk door het opklapbare paneel te openen (Afb. 7.8).

Zet geen ontvlambare materialen in de accessoirevak, want die zouden vlam kunnen vatten tijdens de werking van het apparaat.

VERWIJDEREN VAN DE OVENDEUR U verwijdert de ovendeur zonder moeite als volgte:

Open de deur volledig (afb. 7.9a). Open volledig hefboom “A” aan de linkse en rechtse scharnieren (afb. 7.9b).

Houd de deur vast zoals aangeduid in afb. 7.9d.

Sluit de deur zachtjes (afb. 7.9c) totdat de hefbomen “A” van de linkse en rechtse scharnieren vasthangen aan deel “B” van de deur (afb. 7.9b).

Trek de scharnierhaakjes weg van hun plaats volgens pijl “C” (afb. 7.9e).

Laat de deur op een zachte ondergrond rusten.

BELANGRIJK Hou steeds een veilige afstand van de scharnieren van de ovendeur, vooral uw handen.

Als de scharnieren niet in correcte positie

Zitten, dan zouden deze kunnen loskomen en zou de deur plots en onverwacht kunnen sluiten met het risico op blessures.

OVENDEUREN - HET REINIGEN VAN DE RUITEN De ovendeur heeft twee ruiten. Om deze te reinigen verwijder de binnenste ruit.

VERWIJDER DE BINNENSTE RUIT

+ Open de deur volledig (afb. 7.9a).

+ Open volledig hefboom “A” aan de linkse en rechtse scharnieren (afb. 7.9b).

Houd de deur vast zoals aangeduid in afb. 7.9d.

Sluit de deur zachtjes (afb. 7.9c) totdat de hefbomen “A” van de linkse en rechtse scharnieren vasthangen aan deel “B” van de deur (afb. 7.9b).

Trek de binnenste ruit er voorzichtig uit (Abf. 7.10a)

Reinig het glas met een geschikt reini- gingsmiddel.

Droog grondig af en plaats op een zacht oppervlak.

Nu kunt u ook de binnenkant van de bui- tenste ruit schoonmaken.

Gebruik geen ruwe schurende reinigings- middelen of scherpe metalen krabbers om het glas van de ovendeur te reinigen, omdat die het opperviak krassen en daardoor het glas kunnen doen barsten.

PLAATS DE BINNENSTE RUIT TERUG

+ Controleer of de vier rubber blokjes aange- bracht zijn (“D” in abf. 7.10b).

+ Controleer of u de ruit op de juiste manier vasthoudt. De woorden die erop staan moeten leesbaar zijn wanneer de ruit naar u gekeerd is.

+ Schuif de ruit in de linker- en rechterglij-

latten “E” en “F” (abf. 7.10c), en schuif

hem voorzichtig naar de opsluitbeugels

Ontgrendel de ovendeur door hem hele-

maal open te zetten en de hefboom “A” op

de linker- en rechterscharnieren dicht te kantelen (afb. 7.9a).

De opening bovenaan tussen de binnenste ruit en de deur is normal. Dit is om de gekoelde lucht te laten circuleren.

voor de installateur

BELANGRIJK De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften en de aanwijzingen van de fabrikant. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie.

Het toestel moet overeenkomstig verordeningen van kracht in uw land en in observatie van de instructies van de fabrikant worden geïnstalleerd.

Schakel het komfoor altijd uit, voordat u onderhoud of reparatie uitvoert.

Sommige apparaten worden geleverd met de stalen en aluminium delen ervan bedekt

door beschermfolie. U moet de beschermfolie verwijderen voordat u het fornuis in gebruik neemt.

De condities van montage, voor wat betreft de bescherming tegen de verhitting van de aan het gasfornuis grenzende opperviakken , moeten conform zijn de figuren 8.1a of 8.1b. Indien het fornuis wordt geïnstalleerd naast een meubel dat hoger is dan het fornuis, moet er minstens 200 mm ruimte tussen de zijkant van het fornuis en het meubel bewaard worden.

Het afdichtingsmateriaal die het laminaat met de meubelen linkt, moet temperaturen van min. 90°C kunnen doorstaan om breking te vermijden.

De afstand tussen het fornuis en een wand (muur kast) aan de zijkant die hoger is dan het fornuis, moet minstens 500 mm bedragen

Indien het gasfornuis op een sokkel geplaatst is, moet men de nodige maatregelen treffen om te voorkomen dat het toestel van de sokkel glijdt.

De meubelwanden moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 75 °C boven de omgevingstemperatuur.

Installeer het komfoor niet in de buurt van brandbaar materiaal (bijv. gordijnen).

0) Klasse 1 (afb. 8.1a)

Gasaansluiting gerealiseerd met behulp van een caoutchouc slang die zichtbaar moet zijn en die moet nagekeken kunnen worden of middels een stijve of flexibele metalen buis.

0) Klasse 2 0) Onder-Klasse 1

(afb. 8.1b) Gasaansluiting gerealiseerd met behulp van een stijve of flexibele metalen buis.

ACHTERSCHERM Assembleer het achterscherm “C” (afb. 8.2) alvorens het fornuis te installeren. + Verwijder de beschermfolie en plakband voordat u het achterscherm assembleert.

+ Verwijder de twee afstandsringen “A” en de schroef “B” van de achterkant van de kookplaat.

+ Assembleer het achterscherm zoals aangegeven in afbeelding 8.2 en bevestig het door de schroef “B” en de afstandsringen “A” vast te draaien.

DE VERSTELBARE VOETEN MONTEREN De verstelbare voeten moeten aan de onderkant van het fornuis worden gemonteerd voordat het fornuis in gebruik wordt genomen (afb. 8.3).

BEWEGINGSSYSTEEM VAN HET FORNUIS WAARSCHUWING Het rechtop zetten van het fornuis moet altijd door twee personen worden gedaan, om te voorkomen dat de verstelbare voeten schade oplopen tijdens deze manœuvre (añb. 8.4)

WAARSCHUWING Pas op: til het fornuis bij het rechtop zetten niet op aan de deurhendel (afb. 8.5).

WAARSCHUWING SLEEP het fornuis NIET over de vloer wanneer u het naar de plaats van installatie vervoert (afb. 8.6).

Til het fornuis zo ver op dat zijn voeten de vloer niet raken (afb. 8.4).

HET FORNUIS WATERPAS ZETTEN Het fornuis kan waterpas geplaats worden door de uiteinden van zijn voeten IN of UIT te draaien (afb. 8.7)

BEVESTIGINGSSTEUN Waarschuwing: Om te vermijden dat het apparaat toevallig kantelt, moet het ondersteund worden door een steun aan de achterzijde van het apparaat te plaatsen en het veilig aan de muur te bevestigen.

Om de bevestigingssteun te plaatsen:

S Bepaal de plaats van het fornuis. Duid op de muur de plaats aan waar de twee schroeven van de bevestigingssteun moeten komen. Volg de instructies in afbeelding 8.8.

Boor twee gaten met een diameter van 8 mm in de wand en steek er de bijgeleverde plastieken pluggen in.

Belangrijk! Controleer of er geen lei kunnen worden door de gaten te boren.

Plaats de bevestigingssteun losjes met de twee bijgeleverde schroeven.

Zet het fornuis tegen de muur en pas de hoogte van de bevestigingssteun aan, zodat deze in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis past (zie afb. 8.8).

Draai de schroeven van de bevestigingssteun vast.

Duw het fornuis tegen de muur zodat de bevestigingssteun zich volledig in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis bevindt.

Let goed op wanneer u het fornuis op zijn plaats schuift om te voorkomen dat de voedingskabel in de steunbeugel wordt vastgeklemd.

Let extra goed op de gasslang.

gen of elektriciteitsdraden beschadigd

EISEN VOOR DE VENTILATIE De installateur dient de plaatselijk geldende regelgeving m.b.t. de ventilatie van het vertrek en de afvoer van verbrandingsproducten in acht te nemen.

Tijdens een intensief en langdurig gebruik kan extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen of door de afzuiginstallatie - indien aanwezig - op een hogere vermogensstand te regelen.

INSTALLATIERUIMTE De ruimte waarin het gastoestel wordt geplaatst, moet over een natuurlijke luchtstroom beschikken zodat het gas kan branden (in overeenstemming met de geldige plaatselijke regelgeving).

De luchtstroom moet afkomstig zijn van een of meer openingen in de buitenmuren met een vrije ruimte van ten minste 100 cm? (of verwijzen naar de geldige lokale regelgeving). De openingen moeten dicht bij de bodem zijn, bij voorkeur aan de kant tegenover de uitlaat voor verbrandingsproducten, en moeten zo gemaakt zijn dat ze noch van binnen, noch van buiten kunnen geblokkeerd worden.

Wanneer het niet mogelijk is om zulke openingen te maken, mag de nodige lucht ook afkomstig zijn uit een aanpalende ruimte die voldoende verlucht is, indien dat geen slaapkamer of gevarenzone is (in overeenstemming met de geldige plaatselike regelgeving).

In dat geval moet de keukendeur zorgen voor een luchtstroom.

AFVOER VAN DE VERBRANDINGSGASSEN Er moet een afzuigkap in directe verbinding met de buitenlucht voorzien worden zodat verbrandingsproducten van het gastoestel afgevoerd kunnen worden (afb. 8.9).

Indien dat niet mogelijk is, kan gebruik gemaakt worden van een elektrische ventilator, die aan de buitenmuur of een raam bevestigd is. Deze moet een vermogen hebben zodat per uur 3-5 keer zoveel lucht als het totale volume van de keuken verplaatst wordt (afb. 8.10). De ventilator kan alleen geplaatst worden indien de ruimte voldoende luchtopeningen heeft waardoor de lucht kan binnenkomen, zoals beschreven in het hoofdstuk ‘Keuze van geschikte plaats’.

Dampkap voor afzuiging verbrandingsgassen

Elektrische ventilator voor afzuiging

Opening voor Opening voor luchttoevoer Afb. 8.9 luchttoevoer Afb. 8.10

D GASGEDEELTE Vôér de installatie moet men verifiéren of het plaatselijk distributienet (type van gas en druk) en de karakteristieken van het toestel compatibel zijn. De karakteristieken staan aangeduid op de plaat of op het etiket.

De wanden van de naast het fornuis opgestelde de meubels moeten uit ittebestendig materiaal vervaardigd zjin.

GASAANSLUITING De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften. Het fornuis is bij levering klaar voor gebruik met het type gas dat op het etiket op het toestel is vermeld. Verzeker u ervan dat de ruimte waarin het fornuis geïnstalleerd wordt goed geventileerd is, in overeenstemming met de geldende voorschriften. Ook de aansluiting op de gasaanvoerbuis of gasfles moet aan de geldende voorschriften voldoen.

+ Het toestel wordt links- of rechtsachteraan aan de gastoevoer aangesloten (tekening 9.1) op een zodanige manier dat de buis nooit achter het toestel loopt.

+ Het niet gebruikte uiteinde voor de aansluiting (links of rechts) moet met de dop en de afdichting afgesloten worden.

+ De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften.

AANSLUITING AAN DE GAS Cat: II 2E+ 3+

+ De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien in overeenstemming met lokaal geldende voorschriften (norm NBN D 51-003).

+ De wanden naast het fornuis moeten uit hittebestendig materiaal vervaardigd zijn, of met zulk materiaal bekleed zijn.

+ Ventilatie - gasverbranding is mogelijk door zuurstof in de lucht. Het is dus nodig om deze lucht te vernieuwen en om de brandbare delen te vernieuwen. Het volume van de vernieuwde lucht moet ten minste 2m°/u per KW.

Het gas dat kan worden gebruikt, kan in 2

families worden verdeeld afhankelijk van

* _ Vloeibaar gas: butaangas (G30) en propaangas (G31)

Het fornuis is bij levering klaar voor het gebruik met het type gas dat op het etiket van het toestel vermeld staat.

Het kan soms nodig zijn om van een type

gas op een ander over te schakelen.

U moet als volgt tewerkgaan, ongeacht

voor welk type gas het toestel afgesteld is:

+ vervanging van de inspuiters van het werkblad;

+ regeling van de kleinstand van de branders van het werkblad.

Controleer of het toestel afgesteld is op het type gas dat toegevoerd wordt (zie etiket).

De gasinstallatie moet voldoen aan de lokaal geldende voorschriften.

De aansluiting (afb. 9.2) bestaat uit:

+ 1 buisfitting “A” (cilindrisch buitendraad ISO 228-1)

+ 1 kegelvormig verloopstuk “B” (cilindrisch met binnendraad ISO 228-

1, kegelvormig met buitendraad ISO 7-1)

+ 1 verloopstuk voor butaan- en propaangas “C”. A

Het toestel moet worden aangesloten met R,, materiaal op AGB/BGV erkende gaskranen behalve fornuizen met een mono-fase aansluiting.

In het algemeen gebeurt de aansluiting van het product op de gaskraan met behulp van:

+ ofwel koperbuizen met aangepaste dikte; + ofwel stalen buizen;

+ ofwel een metalen R,; slang AGB erkend en zodanig geinstalleerd dat hi niet samengedrukt is, niet kan bewegen en geen kleinere kromming heeft dan voorgeschreven door de fabrikant.

Ultzondering voor toestellen met mono-fase.

+ Deze toestellen kunnen aangesloten worden met behulp van een slang in elastomeer aan de vaste mechanische verbinding; gebruik alleen “AGB/BGV” erkende slangen.

+ Twee types van elastomeerslangen: tot 1 april 2005 waren er 2 types van flexibele buizen in elastomeer verkrijgbaar:

— het oude type (asymmetrisch) bevat een vast verdeelstuk aan het toestel en een buisfitting met vlak verbindingstuk aan de gaskraan;

— het nieuwe type (symmetrisch) bevat aan elke kant een buisfitting met vlak verbindingstuk; uiteindelijk zal alleen het symmetrische model beschikbaar zijn.

Indien het toestel nieuw geplaatst wordt

of vervangen wordt, moet men altid het

symmetrische type gebruiken.

Oude toestellen zijn uitgerust met een

kegelvormige aansluiting ISO 7-1 - de

slang wordt als volgt aangebracht:

1. breng een afdichtingsproduct aan op het net van het toestel: teflon of afdichtingsmix evenals kunstvezelstof;

2. breng het tussenstuk (cylindrisch binnendraad ISO 7-1 cylindrisch buitendraad ISO 228-1) met twee sleutels op het toestel aan:

3. controleer of het afdichtingstuk goed ingebracht is in het verloopstuk van de elastmeerslang (nieuw model);

4. breng de elastomeerslang aan beide kanten met de hand aan;

5. geef nog een halve draai met de sleutel;

6. open de gaskraan en controleer met behulp van zeepproducten dat er geen gaslekken (zeepbellen) zijn aan de aansluiting.

De nieuwe toestellen zijn uitgerust met een

aansluiting ISO 228-1; voor de aansluiting

volg fase 3, 4, 5, en 6 zoals hierboven beschreven.

Voorzorgsmaatregelen:

+ de flexibele buis moet zo worden aangebracht dat ze niet gewrongen, samengedrukt zit en niet kan bewegen:;

+ de flexibele buis moet zo worden aangebracht dat ze niets aanraakt;

+ de kromming moet tenminste 10 keer de buitendiameter zijn;

+ ze mag niet in contact komen met warme wanden;

+ breng ze aan op een gemakkelijk te bereiken plaats zodat u ze over heel de lengte kan controleren;

+ ze mag niet aan de zon of ultraviolet stralen blootgesteld worden of in een verwarmde plaats staan.

Regelmatige controle en vervanging

Minstens eenmaal per jaar moet de slang gecontroleerd worden op elke zichtbare verslechtering; de slang moet uiterlik op de aangegeven datum vervangen worden.

Gebruik voor het aanschroeven van de onderdelen twee sleutels (zie afb. 9.3). Controleer na voltooïing van de aansluiting met behulp van een

zeepoplossing en nooïit met een vlam of de verbindingen gasdicht zijn.

Nieuwe elastomeerslang AGB/BGV - twee aansluitingsmogelijkheden

derhoud van de gasbranders

Benodigde luchttoevoer voor de verbranding van gas (2 m°/h x KW)

GASKRANEN Alleen gespecialiseerde vakmensen mogen de periodieke smering van de gaskranen

BELANGRIK Voor alle operaties m.b.t. de installatie, het onderhoud en de omschakeling van het toestel, moet men de originele stukken van de constructeur gebruiken. De constructeur kan niet aansprakelijk gesteld worden indien deze verplichting niet

in acht wordt genomen.

VERVANGING SPROEIERS VAN DE BRANDERS Elk fornuis wordt geleverd met een serie sproeiers voor de verschillende gassoorten. Als er geen spuitstukken zijn meegeleverd, dan zijn deze te verkrijgen bij de Servicecentra.

De nieuwe sproeiers moeten gekozen worden op grond van de “Tabel van de inspuiters”

De diameter van de sproeiers, uitgedrukt in honderdste millimeters, is aangegeven op de buitenkant.

VERVANGING VAN DE INSPUITERS VAN HET WERKBLAD Ga als volgt te werk om de sproeiers te

+ Verwijder de panroosters en de kapjes van de branders.

+ Vervang m.b.v. een pipsleutel de sproeiers “ (afb. 9.6, 9.7) door nieuwe die geschikt zijn voor het type gas dat gebruikt wordt.

De branders zijn zodanig ontworpen dat

er geen afstelling van de primaire lucht nodig is.

REGELING VAN DE KLEINSTAND VAN DE BRANDERS VAN HET WERKBLAD Een correcte vlam bi kleinstand moet

Een bruusk overgaan van volstand naar

kleinstand mag nooit het doven van de

vlam tot gevolg hebben.

De vlam wordt als volgt geregeld:

+ De brander aansteken.

+ De kraan op kleinstand plaatsen.

+ Met behulp van een kleine schroevendraaier de vijs (F) in de kraanstift draaien tot een correcte regeling uitgevoerd (afb. 9.8).

Vorr G30/G31 (butaangas/propaangas)

gas dient de vijs volledig ingeschroefd te

F7" ELEKTRISCH GEDEELTE BELANGRIJK: De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een bevoegd vakman en voldoen aan de geldende voorschriften.

Een foute installatie kan schade aan personen, dieren en zaken ten gevolge hebben waarvoor de fabrikant zich niet aansprakelijk stelt.

AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET

+ __ De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vakman en voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften;

+ het apparaat moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat de netspanning overeenstemt met de voedingsspanning die op het typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorziening de aansluitwaarde van het toestel kan dragen;

+___hetis mogelik om het apparaat direct op het elektriciteitsnet aan te sluiten door middel van een lijnschakelaar met een minimumafstand van 3 mm tussen de contacten:;

+ de voedingskabel magnietin aanraking komen met hete opperviakken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur nergens boven de 75°C komt;

+ het toestel @moet zo worden geïnstalleerd dat het stopcontact of de linschakelaar altijd bereikbaar zijn.

NB. Gebruik geen adapters, verloopstekkers en meervoudige Stekkerdozen omdat deze oververhitting en verbrandingen kunnen veroorzaken.

Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet worden om het toestel te installeren of als de stekker niet in het stopcontact past, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten door een bevoegd vakman.

Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de bekabeling van het stopcontact groot genoeg is voor het vermogen dat het toestel opneemt.

BELANGRIJK: dit kooktoestel moet worden aangesloten op een geschikte tweepolige schakelaar die in de buurt van het toestel is gemonteerd.

Het is verplicht het apparaat te aarden.

De aarding van het toestel is verplicht. De fabrikant wijst alle verantwoor- delijkheid af wanneer schade veroorzaakt wordt door het niet in acht nemen van deze voorwaarde.

AANSLUITEN VAN HET AANSLU-

ITSNOER Het aansluitsnoer wordt als volgt op het fornuis aangesloten:

+ Schroef de bevestigingsschroeven van het beveiligingspaneel “A” aan de achterkant van het fornuis los (afb. 10.1).

+ Verbind het goed geïsoleerde aanslu- itsnoer met klem “D”.

+ Verbind de fase-aansluitingen met klembouder “B” volgens het schema in afbeelding afb. 10.2 en verbind de aarddraad met klem “PE” (Afb. 10.1).

+ Span het aansluitsnoer en zet het vast in klem “D”.

+ Bevestig het beveiligingspaneel “A” opnieuw.

Trek altijd de stekker uit alvorens werken uit te voeren aan het elektrische gedeelte van het toestel.

DOORMETER VAN DE VOEDINGSDRAAD - TYPE HO5RR-F 220-240 Vac 3x 2,5 mm? (*)

(‘*) Rechtstreekse aansluiting op een elektrische muurdoos