KI2421SE0 - Ingebouwde koelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KI2421SE0 NEFF in PDF-formaat.

📄 96 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice NEFF KI2421SE0 - page 76
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : NEFF

Model : KI2421SE0

Categorie : Ingebouwde koelkast

Download de handleiding voor uw Ingebouwde koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI2421SE0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI2421SE0 van het merk NEFF.

GEBRUIKSAANWIJZING KI2421SE0 NEFF

1.1 Algemene aanwijzingen ........... 76

1.2 Bestemming van het apparaat ........................................... 76

1.3 Inperking van de gebruikers .... 76

1.7 Beschadigd apparaat............... 80

2 Het voorkomen van materiële schade ........................................ 82 3 Milieubescherming en besparing.............................................. 82

3.1 Afvoeren van de verpakking .... 82

3.2 Energie besparen ..................... 82

4 Opstellen en aansluiten ............. 82

4.1 Leveringsomvang ..................... 82

4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 83

4.3 Apparaat monteren .................. 83

4.4 Het apparaat voor het eerste

gebruik voorbereiden ............... 83

4.5 Apparaat elektrisch aansluiten............................................. 84

6.2 Klep van het vriesvak ............... 84

7.2 Opmerkingen bij het gebruik ... 85

9.1 Tips voor het bewaren van

levensmiddelen in het koelvak ............................................ 86

9.2 Koudezones in het koelvak ...... 86

9.3 Sticker "OK".............................. 87

10 Vriesvak .................................... 87

10.1 Deur van het vriesvak............. 87

10.2 Invriescapaciteit...................... 87

10.3 Tips voor het bewaren van

levensmiddelen in het vriesvak .......................................... 87

10.4 Tips voor het bevriezen van

verse levensmiddelen ............ 87

10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C ............ 88

10.6 Ontdooimethodes voor

diepvrieswaren ....................... 88 11 Ontdooien ................................. 88

11.1 Ontdooien in het koelvak. ...... 88

11.2 Ontdooien in het vriesvak ...... 89

12 Reiniging en onderhoud .......... 89

12.1 Apparaat voorbereiden

voor reiniging ......................... 89

12.2 Apparaat schoonmaken ......... 90

12.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen...................... 90

13 Storingen verhelpen ................ 91

13.2 Apparaatzelftest uitvoeren...... 93

14 Opslaan en afvoeren................ 93

14.1 Apparaat buiten gebruik

stellen ..................................... 93

14.2 Afvoeren van uw oude apparaat ..................................... 94

nl Veiligheid 1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

1.1 Algemene aanwijzingen

¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.

1.2 Bestemming van het apparaat

Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.

1.3 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.

1.4 Veiliger transport

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken. ▶ Het apparaat niet alleen optillen.

1.5 Veilige installatie

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. ▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje. ▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten. ▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. ▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand. ▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd. ▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen. WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie! Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. ▶ Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk. ▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken. ▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.

nl Veiligheid ▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen. Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. ▶ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. ▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie! Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen. ▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen. ▶ Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.

Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen. ▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders. ▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. ▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen. ▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen. WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden. ▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. ▶ Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak. VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid! Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen. ▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat. ▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. ▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.

nl Veiligheid ▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen. ▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.

1.7 Beschadigd apparaat

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 94 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.

▶ Ventileer de ruimte. ▶ Het apparaat uitschakelen. → Pagina 85 ▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 94

nl Het voorkomen van materiële schade 2 Het voorkomen van materiële schade LET OP! Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken. ▶ Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. ▶ Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. ▶ Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren. 3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. ▶ De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatie ¡ Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.

¡ Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen: – Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. ¡ De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat. ¡ Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig. ¡ De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. ¡ Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ¡ Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand. ¡ Ontdooi het vriesvak regelmatig. ¡ Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig. 4 Opstellen en aansluiten

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 94 contact op. De levering bestaat uit: Opstellen en aansluiten

Inbouw Uitrusting en accessoires1 Montagemateriaal Montagehandleiding Gebruiksaanwijzing Klantenservice overzicht Garantiebijlage2 Energielabel Informatie over energieverbruik en geluiden

4.2 Criteria voor de opstellocatie

WAARSCHUWING Kans op explosie! Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan. ▶ Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1 / 4 Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 45 bedragen. De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen. Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 4 Klimaatklasse

Toegestane ruimtetemperatuur 10 °C…32 °C

Afhankelijk van de apparaatuitvoering

Toegestane ruimtetemperatuur 16 °C…32 °C 16 °C…38 °C 16 °C…43 °C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur. Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten. Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.

4.3 Apparaat monteren

▶ Het apparaat conform meegelever- de montagehandleiding monteren.

4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden

1. Haal het informatiemateriaal er uit.

2. Verwijder de beschermfolie en

transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.

3. Het apparaat voor de eerste keer

nl Uw apparaat leren kennen

4.5 Apparaat elektrisch aansluiten

1. De netstekker van het aansluit-

snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.

2. De netstekker op vastheid controleren.

a Het apparaat is nu gereed voor gebruik.

5.2 Bedieningspaneel

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

stelt de temperatuur van het koelvak in. brandt wanneer de Super-functie ingeschakeld is. Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. 5 Uw apparaat leren kennen 6 Uitrusting

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

  • Fig. 1 Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.
  • "Plateau verwijderen", Pagina 90
  • Pagina 84 Vriesvak → Pagina 87 Groente- en fruitlade
  • Pagina 84 Typeplaatje → Pagina 95 Deurrek voor grote flessen
  • Pagina 85 Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.

De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.

6.2 Klep van het vriesvak

Bewaar op het legplateau achter de klep van het vriesvak vaak gebruikte of kortstondig te bewaren levensmiddelen.

6.3 Groente- en fruitlade

Bewaar vers fruit en groente verpakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt. Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen. Verwijder het condenswater met een droge doek. Bediening Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.

Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.

  • "Deurrek verwijderen", Pagina 90

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model. Eierplateau Bewaar eieren veilig op het eierplateau. IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken. IJsblokjes maken Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.

1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor

¾ met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak. Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.

2. Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water

1. Het apparaat elektrisch aansluiten.

  • Pagina 84 Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, 3 seconden ingedrukt houden. a Het apparaat begint te koelen.

2. De gewenste temperatuur instellen.

7.2 Opmerkingen bij het gebruik

¡ Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. ¡ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.

7.3 Machine uitschakelen

7.4 Temperatuur instellen

Koelvaktemperatuur instellen ▶ Zo vaak op drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.

  • "Sticker "OK"", Pagina 87

nl Extra functies Vriesvaktemperatuur instellen ▶ Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wijzigen → Pagina 85. De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen. 8 Extra functies

Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker. Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.

  • "Invriescapaciteit", Pagina 87 Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan. Super-functie inschakelen ▶ Zo vaak op drukken tot brandt. Opmerking: Na ca. 24 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Super-functie uitschakelen ▶ Op drukken. 9 Koelvak In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren. De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

9.1 Tips voor het bewaren

van levensmiddelen in het koelvak ¡ Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen. ¡ Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt. ¡ Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen. ¡ Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen. ¡ Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.

9.2 Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones. Koudste zone De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau. Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees. Warmste zone De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor Vriesvak komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.

Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn. De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd. Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.

  • "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 85 Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Correcte instelling 10 Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak. Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.

10.1 Deur van het vriesvak

Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten.

10.2 Invriescapaciteit

Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 /

Voorwaarden voor invriesvermogen

1. Bij het inladen van verse levensmiddelen, Super-functie inschakelen.

  • "Super-functie inschakelen", Pagina 86

2. Verse levensmiddelen het best zo

dicht mogelijk achteraan tegen de zijwanden invriezen.

10.3 Tips voor het bewaren

van levensmiddelen in het vriesvak ¡ Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt. ¡ Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. ¡ De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen.

10.4 Tips voor het bevriezen

van verse levensmiddelen ¡ Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.

nl Ontdooien ¡ Levensmiddelen per portie invriezen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten. ¡ Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise. Product Gevogelte, vlees Groente, fruit Bewaartijd Tot 8 maanden Tot 12 maanden

10.6 Ontdooimethodes voor

diepvrieswaren VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezondheid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven. ▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. ▶ Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. ▶ De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Diepvrieswaren verpakken Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

1. De levensmiddelen in de verpakking leggen.

2. De lucht eruit drukken.

3. De verpakking luchtdicht afsluiten

om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.

4. De verpakking met de inhoud van

de invriesdatum voorzien. ¡ Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. ¡ Brood bij kamertemperatuur ontdooien. ¡ Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.

10.5 Houdbaarheid van de

diepvrieswaren bij −18 °C Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.

  • Fig. 3 Product Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket

Bewaartijd Tot 6 maanden 11 Ontdooien

11.1 Ontdooien in het koelvak.

Reiniging en onderhoud Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd. Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden:

  • "De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 90.

11.2 Ontdooien in het vriesvak

Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Vriesvak ontdooien Het vriesvak regelmatig ontdooien.

1. Ca. 4 uur vóór het ontdooien de

Super-functie inschakelen.

  • "Super-functie inschakelen", Pagina 86 De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.

2. De diepvrieswaren verwijderen en

op een koele plaats bewaren. De diepvriesproducten in dekens of krantenpapier met koelelementen, indien voorhanden, wikkelen.

3. Het apparaat uitschakelen.

4. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

5. Om het ontdooien te versnellen,

een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.

6. Het dooiwater met een zachte

doek of een spons opvegen.

7. Het vriesvak met een zachte, dro-

ge doek droogwrijven.

8. Het apparaat elektrisch aansluiten.

  • Pagina 87 12 Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.

12.1 Apparaat voorbereiden

1. Het apparaat uitschakelen.

2. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

3. Alle levensmiddelen eruit halen en

op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.

4. Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien.

5. Verwijder alle uitrustingsdelen en

accessoires uit het apparaat.

nl Reiniging en onderhoud

12.2 Apparaat schoonmaken

5. Het apparaat elektrisch aansluiten.

WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn. ▶ Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.

6. Doe de levensmiddelen in het ap-

LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen. ▶ Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken. ▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. ▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen. ▶ Het sop mag niet in het afvoergat komen. Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.

12.4 Onderdelen eruit halen

1. Apparaat voorbereiden voor reini-

2. Het apparaat, de uitrustingsdelen,

de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.

3. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.

4. De uitrustingsdelen plaatsen.

12.3 De dooiwatergoot en het

afvoergat reinigen. Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen. ▶ Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.

  • Fig. 4 Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat. Plateau verwijderen ▶ Het plateau aan de voorzijde optillen , er uit trekken en verwijderen .
  • Fig. 5 Klep van het vriesvak verwijderen ▶ De klep van het vriesvak openen en van de houder losmaken.
  • Fig. 6 Deurrek verwijderen ▶ Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
  • Fig. 7 Groente- en fruitlade verwijderen

1. De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.

2. Til de fruit- en groentelade aan de

voorzijde op en verwijder deze

13 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Storing Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. LED-verlichting functioneert niet. Oorzaak en probleemoplossing Het presentatielicht is ingeschakeld. ▶ Voer de apparaatzelftest uit. → Pagina 93 a Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. Temperatuur wijkt erg af van de instelling. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.

1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 85

2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.

  • Pagina 85 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. Bodem van het koelvak is nat. De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. ▶ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
  • Pagina 90 Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen inof uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.

nl Storingen verhelpen Storing Apparaat produceert geluiden. Oorzaak en probleemoplossing Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of containers raken elkaar. ▶ Haal flessen of containers van elkaar. Super-functie is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.

Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert. Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing. Opmerkingen ¡ Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen. ¡ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren. – Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weggooien. – Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen. a Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal. a Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en twee keer knippert, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. a Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen weerklinken en gedurende 10 seconden knippert, contact opnemen met de service. 14 Opslaan en afvoeren

14.1 Apparaat buiten gebruik

1. Het apparaat uitschakelen.

2. Haal de stekker van het apparaat

13.2 Apparaatzelftest uitvoeren

1. Het apparaat uitschakelen.

2. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

3. Het apparaat na 5 minuten opnieuw elektrisch aansluiten.

4. Binnen 10 seconden na het realiseren van de elektrische aansluiting gedurende 5 tot 7 seconden

ingedrukt houden, tot een tweede akoestische signaal klinkt. a De apparaatzelftest start.

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. Alle levensmiddelen verwijderen. Het apparaat ontdooien.

  • Pagina 88 Het apparaat reinigen.
  • Pagina 90 Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.

14.2 Afvoeren van uw oude

apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Kans op gevaar voor de gezondheid! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken. ▶ Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen. ▶ Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden. WAARSCHUWING Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.

1. De stekker van het netsnoer uit het

stopcontact trekken.

2. Het netsnoer doorknippen.

3. Voer het apparaat milieuvriendelijk

af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-

sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. 15 Servicedienst Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Technische gegevens

15.1 Productnummer (E-nr.)

en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

  • Fig. 1 / 4 Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren. 16 Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
  • Fig. 1 / 4 Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen. Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/1. Dit webadres verwijst naar de officiële EUproductdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte