PRO66MA - PRO66MC - Professioneel koffiezetapparaat DELONGHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PRO66MA - PRO66MC DELONGHI in PDF-formaat.
| Producttype | Gaskooktoestel met multifunctionele elektrische oven |
| Merk | De'Longhi |
| Model | PRO66MA / PRO66MC |
| Energietype | Gas (G20/G25/G30/G31) en elektriciteit (220-240 V) |
| Elektrische spanning | 220-240 V ~ 50/60 Hz |
| Aantal branders | 4 (1 hulp-, 2 semi-snelle, 1 drievoudige kroon) |
| Vermogen branders | Hulp: 1,00 kW; Semi-snel: 1,75 kW; Drievoudige kroon: 4,00 kW |
| Multifunctionele oven | Ja, 8 kookfuncties |
| Ovenfuncties | Traditioneel bakken, onderwarmte, bovenwarmte, grill, ventilatorgrill, hetelucht, warme lucht, ontdooien, rijzen, ECO |
| Elektronische programmeur | Ja, met 24-uurs klok, timer, automatisch en semi-automatisch koken |
| Elektronische ontsteking | Ja, geïntegreerd in de knoppen |
| Gasveiligheid | Thermokoppel veiligheidsklep op elke brander |
| Materialen | Roestvrij staal, emaille, glas |
| Meegeleverde accessoires | Rooster, druipbak, vuurvaste steen (afhankelijk van model), anti-kantelbeugel |
| Onderhoud | Regelmatige reiniging van branders, vetfilter, verwijderbare binnenruit |
| Conformiteit | Gasrichtlijn 2016/426, laagspanning 2014/35/EU, EMC 2014/30/EU, RoHS 2011/65/EU |
Veelgestelde vragen - PRO66MA - PRO66MC DELONGHI
Gebruikersvragen over PRO66MA - PRO66MC DELONGHI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Professioneel koffiezetapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PRO66MA - PRO66MC - DELONGHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PRO66MA - PRO66MC van het merk DELONGHI.
GEBRUIKSAANWIJZING PRO66MA - PRO66MC DELONGHI
Gebruiks- en installatievoorschriften
Bladzijde 59
De beschrijvingen en aanduidingen vermeld in de gebruiks- en installatievoorschriften zijn uitsluitend van informatieve aard.
De constructeur behoudt zich het recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving en op elk gewenst moment wijzigingen aan zijn producten aan te brengen.
Nederlands
OPGEPAST: Geef vóór gebruik of installatie van uw toestel hieronder het serienummer van uw toestel te noteren. Dit nummer zal u gevraagd worden bij een aanvraag tot herstelling.
Mevrouw, Juffrouw, Mijnheer,
U heeft onlangs een van onze fornuizen aangekocht en wij danken u voor uw vertrouwen. Uw fornuis is met de grootste zorg ontworpen, vervaardigd en getest met het oog op uw volkomen tevredenheid.
Opdat u het optimaal zou kunnen gebruiken en de gewenste resultaten zou bereiken, bevelen wij aan deze GEBRUIKSHANDLEIDING aandachtig te lezen.
De instructies en wenken in deze handleiding zullen een doeltreffende hulp zijn om alle kwaliteiten van uw nieuwe toestel te ontdekken.
Dit fornuis mag enkel worden gebruikt voor het doel waarvoor het werd ontworpen, met name de bereiding van eetwaren.
Alle ander gebruik dient als onjuist en gevaarlijk te worden beschouwd.
Wij wijzen elke aansprakelijkheid van de hand in geval van schade wegens onjuist, verkeerd of irrationeel gebruik van het toestel.
VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING CE
- Dit fornuis is ontworpen om uitsluitend dienst te doen als kooktoestel. Ieder ander gebruik (bijv. als kachel) is oneigenlijk en dientengevolge gevaarlijk.
- Dit fornuis is ontworpen, gebouwd en op de markt gebracht in overeenstemming met:
- De veiligheidsvoorschriften van "Gas" Verordening (EU) 2016/426;
- De veiligheidsvoorschriften van "Laagspanning" Richtlijn 2014/35/EU;
- De voorschriften van "EMC" Richtlijn 2014/30/EU;
- De voorschriften van Richtlijn 93/68/EEG;
- De voorschriften van Richtlijn 2011/65/EU.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES EN AANBEVELINGEN
BELANGRIJK: Dit toestel is enkel ontworpen en geproduceerd voor het koken van huishoudelijk voedsel en is niet geschikt voor enige niet-huishoudelijke toepassing. Om die reden mag het niet gebruikt worden in een commerciële omgeving.
De garantie van het toestel vervalt wanneer het toestel wordt gebruikt in een niet-huishoudelijke omgeving, d.w.z. in een semi-commerciële, commerciële of gemeenschappelijke omgeving.
Lees aandachtig de instructies vooraleer u het toestel installeert en gebruikt.
- Dit apparaat is ontworpen en geproduceerd in overeenstemming met de geldende normen voor huishoudelijke keukenapparatuur, inclusief de standaarden voor oppervlaktetemperatuur. Mensen met een gevoelige huid kunnen een hoge temperatuur waarnemen, ondanks dat de maximale temperatuur binnen de norm valt. De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van het correct gebruik hiervan. Wij raden daarom aan om extra goed op te letten tijdens het gebruik van het apparaat, vooral in het bijzijn van kinderen.
- Haal het toestel uit de verpakking. Controleer of het beschadigd is en of de ovendeur goed sluit. Gebruik het toestel bij twijfel niet en neem contact op met de producent of met een vakkundig opgeleid technicus.
- Houd onderdelen van de verpakking (bijv. plastic zakken, polystyreenschuim, nagels, bandjes, enz.) buiten het bereik van kinderen, aangezien deze ernstige verwondingen kunnen veroorzaken.
- Op de stalen en aluminium onderdelen van sommige toestellen is een beschermende laag aangebracht. Verwijder deze laag vooraleer u het toestel gebruikt.
- BELANGRIJK: Het is aangeraden geschikte beschermingskleding en -handschoenen te gebruiken voor het hanteren of reinigen van dit toestel.
- Probeer niet om de technische eigenschappen van dit toestel te wijzigen, aangezien dat gevaar bij het gebruik kan veroorzaken. De producent is niet aansprakelijk voor ongemak door niet-naleving van deze instructie.
- OPGELET: Dit toestel mag enkel geplaatst worden in een continu verluchte kamer volgens de desbetreffende bepalingen.
- Gebruik het toestel niet met een externe timer of een afzonderlijk afstandsbedieningssysteem.
- Koppel het toestel los van de elektriciteit vooraleer u het reinigt of onderhoudt. WAARSCHUWING: Vermijd elektrische schokken door het toestel uit te schakelen vooraleer u de ovenlamp vervangt.
- Gebruik geen stoomreiniger. Het vocht kan in het toestel terechtkomen en dat onveilig maken.
- Raak het toestel niet aan met natte of vochtige handen (of voeten).
- Gebruik het toestel niet blootsvoets.
- Wanneer u het toestel niet meer gebruikt (of het wenst te vervangen door een ander model), is het aangeraden om het – voor u het weg doet – op een geschikte manier buiten werking te stellen, in overeenstemming met de gezondheids- en milieubepalingen, en er vooral voor te zorgen dat alle mogelijk gevaarlijke onderdelen onschadelijk worden gemaakt, vooral met het oog op kinderen die met ongebruikte toestellen zouden kunnen spelen.
- De verschillende componenten van het toestel zijn recyclebaar. Verwijder deze als afval conform de geldende bepalingen in uw land. Verwijder de elektriciteitskabel wanneer het toestel wordt afgedankt. Zorg ervoor dat de knoppen na gebruik in de uit-positie staan.
- Houd kinderen onder de 8 jaar uit de buurt van het toestel, tenzij ze continu onder toezicht staan.
- Dit toestel mag gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, sensorische of geestelijke vaardigheden of met een beperkte ervaring en kennis, indien ze onder toezicht staan, na gepaste instructies over het veilige gebruik van dit toestel en indien ze de mogelijke risico's begrijpen. Laat kinderen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen het toestel niet reinigen en onderhouden zonder toezicht.
- De fabrikant is niet aansprakelijk voor letsels van personen of schade aan eigendom door incorrect of ongepast gebruik van het toestel. WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik worden het toestel en de bereikbare onderdelen heet; ook na gebruik blijven deze nog enige tijd heet.
- Wees voorzichtig en raak geen verwarmingselementen aan (zowel aan de kookplaat als in de oven).
- De deur is heet, gebruik de handgreep.
- Houd jonge kinderen uit de buurt om brandwonden te vermijden.
- Zorg ervoor dat de elektriciteitskabels van andere toestellen in de buurt van het fornuis niet in contact kunnen komen met de kookplaten en niet tussen de ovendeur geklemd kunnen raken. WAARSCHUWING: Onbeheerd koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOIT brand te doven met water, maar schakel het toestel uit en dek het vuur af, bijv. met een deksel of een vuurdeken. WAARSCHUWING: Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen op het kookoppervlak.
- WAARSCHUWING: Wanneer dit product correct geplaatst is, voldoet het aan alle veiligheidseisen voor deze productcategorie. Wees extra voorzichtig bij de achter- of onderkant van het toestel, aangezien deze zones niet ontworpen en bedoeld zijn om aan te raken en scherpe of ruwe kanten kunnen hebben, die letsels kunnen veroorzaken.
- EERSTE GEBRUIK VAN DE OVEN - volg deze instructies:
- Richt de binnenkant van de oven in zoals beschreven in het hoofdstuk 'REINIGING EN ONDERHOUD'.
- Zet de lege oven op de maximumstand om vet van de verwarmingselementen te verwijderen.
- Koppel het toestel los van de elektriciteit, laat de oven afkoelen en reinig de binnenkant met een doek, water en een neutraal reinigingsmiddel; droog daarna goed af.
- OPGELET: Gebruik geen ruwe schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers om het glas van de ovendeur te reinigen, aangezien deze krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken waardoor het glas kan barsten.
- Breng geen aluminiumfolie aan op de wanden van de oven. Plaats bakplaten of de druiplaat niet op de bodem van de oven. Bedek de kookplaat niet met aluminiumfolie.
- BRANDGEVAAR! Bewaar geen ontvlambaar materiaal in de oven of in de opslagruimte.
- Gebruik altijd ovenwanten om schotels en bakplaten uit de hete oven te halen.
- Hang geen handdoeken, theedoeken of andere voorwerpen aan het toestel of aan de handgreep – dat kan brandgevaar opleveren.
- Reinig de oven regelmatig en zorg ervoor dat er zich geen vet of olie verzamelt op de bodem van de oven of van de druiplaat. Verwijder gemorste resten meteen.
- Ga niet op het fornuis of op de geopende ovendeur staan. Ga even achteruit wanneer u de ovendeur opent, zodat stoom en hete lucht kunnen ontsnappen voordat u het voedsel eruit haalt.
- VEILIG OMGAAN MET VOEDSEL: Laat het voedsel voor en na het koken zo kort mogelijk in de oven. Op die manier vermijdt u verontreiniging door organismen, die voedselvergiftiging kunnen veroorzaken. Let hier vooral op bij warm weer. WAARSCHUWING: Til het fornuis NIET op met de handgreep. WAARSCHUWING: Houd altijd toezicht op het kookproces. Ook tijdens korte bereidingen dient continu toezicht te worden gehouden.
- Het apparaat mag niet achter een front worden geïnstalleerd om oververhitting te voorkomen.
- De ovenaccessoires (zoals bijvoorbeeld ovenrekken) dienen correct te worden geïnstalleerd zoals aangegeven op pagina 104.
- Indien het aansluitsnoer beschadigd is, mag dit uitsluitend worden vervangen door een geautoriseerde monteur om risico's te voorkomen.
ENERGIE-ETIKETTERING/ECOLOGISCH ONTWERP
Gedelegeerde verordening (EU) Nr. 65/2014 van de commissie (houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad). Verordening (EU) Nr. 66/2014 van de commissie (tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad).
Verwijzing naar de meet- en berekeningsmethoden die gebruikt zijn om de overeenstemming met bovenstaande eisen vast te stellen:
Norm EN 60350-1 (Elektrische ovens). Norm EN30-2-1 (kookplaten: gasbranders).
GEBRUIK VAN HET APPARAAT, ENERGIEBESPARINGSTIPS
OVEN
- Controleer dat de deur van de oven steeds goed sluit en dat de pakking van de deur schoon is en goed werkt. Open de deur van de oven tijdens gebruik alleen wanneer dat strikt noodzakelijk is. Zo voorkomt u warmteverlies (voor sommige functies kan het nodig zijn de oven te gebruiken met de deur half gesloten, raadpleeg de gebruiksinstructies van de oven). Zet de oven 5-10 minuten voor het einde van de theoretische bereidingstijd uit, om de opgeslagen hitte te recupereren.
- We raden aan dat u geschikte ovenschotels gebruikt en de oventemperatuur indien nodig aanpast tijdens de bereiding.
KOOKPLATEN
GASBRANDERS
- Het is belangrijk dat de diameter van de kookpan aangepast is aan het vermogen van de brander teneinde het hoog rendement van de branders zo goed mogelijk te gebruiken en het onnodig gasverbruik te vermijden. Een kleine kookpan op een grote brander plaatsen teneinde het gerecht vlugger aan de kook te brengen, dient tot niets want de warmteabsorptie blijft steeds dezelfde tegenover het volume en de oppervlakte van de braadpan. Zorg dat u geen brander aan laat staan zonder dat er iets op staat (zonder kookpot).
BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE CORRECTE VERWERKING VAN HET PRODUCT IN OVEREENSTEMMING MET DE EUROPESE RICHTLIJN 2002/96/EC.
Aan het einde van zijn nuttig leven mag het product niet samen met het gewone huishoudelijke afval worden verwerkt. Het moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht, of naar een verkooppunt
dat deze service verschaft. Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat voorkomt mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaan en zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen. Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht.

Aanwijzingen voor de installateur
IMPORTANT
- De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften en de aanwijzingen van de fabrikant. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie.
- Het toestel moet overeenkomstig de verordeningen die in uw land van kracht zijn en in acht neming van de instructies van de fabrikant worden geïnstalleerd. Schakel het fornuis altijd uit voordat u onderhoud of reparatie uitvoert.
- Sommige apparaten worden geleverd met de stalen en aluminium delen ervan bedekt door beschermfolie.
U moet de beschermfolie verwijderen voordat u het fornuis in gebruik neemt.
De montagevoorwaarden, wat betreft de bescherming tegen de verhitting van de aan het gasfornuis grenzende oppervlakken, moeten conform zijn aan de figuren 1.1 of 1.2.
Indien het fornuis wordt geïnstalleerd naast een meubel dat hoger is dan het fornuis, moet er minstens 200 mm ruimte tussen de zijkant van het fornuis en het meubel bewaard worden.
Het afdichtingsmateriaal dat het laminaat met de meubelen verbindt, moet temperaturen van min. 90°C kunnen doorstaan om breuk te vermijden.
De afstand tussen het fornuis en een wand (muurkast) aan de zijkant die hoger is dan het
Afb. 1.1

fornuis, moet minstens 500 mm bedragen.
Indien het gasfornuis op een sokkel geplaatst is, moet men de nodige maatregelen treffen om te voorkomen dat het toestel van de sokkel glijdt.
De meubelwanden moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 75°C boven de omgevingstemperatuur.
Installeer het fornuis niet in de buurt van brandbaar materiaal (bijv. gordijnen).
Klasse 1
(afb. 1.1)
Gasaansluiting gerealiseerd met behulp van een caoutchouc slang die zichtbaar moet zijn en die moet nagekeken worden of middels een stijve of flexibele metalen buis.
Klasse 2
Onder-Klasse 1
(afb. 1.2)
Gasaansluiting gerealiseerd met behulp van een stijve of flexibele metalen buis.


DE VERSTELBARE VOETEN MONTEREN
De verstelbare voeten moeten aan de onderkant van het fornuis worden gemonteerd voordat het fornuis in gebruik wordt genomen.
Leg het fornuis met zijn achterkant op een stuk piepschuim van de verpakking, zodat de onderkant toegankelijk is en de voeten gemonteerd kunnen worden.
De 4 poten goed in hun basissupport vastdraaien zoals getoond wordt op figuur 1.3.
HET FORNUIS WATERPAS ZETTEN
Het fornuis kan waterpas geplaatst worden door de uiteinden van zijn voeten IN of UIT te draaien (afb. 1.4).
INSTALLATIE VAN DE SPATPLAAT (NIET OP ALLE MODELLEN AANWEZIG)
Assembleer het achterschem "A" (Afb. 1.5) alvorens het fornuis te installeren.
- Verwijder de beschermfolie en plakband voordat u het achterschem assembleert.
- Verwijder de twee afstandsringen "B" (Afb. 1.5) die aan het werkblad zitten door de schroeven "C" te verwijderen. Verwijder schroef "D".
- Assembleer het achterscherm zoals aangegeven in Afbeelding 1.5:
Zet de spatplaat in positie; - Bevestig schroef "D"; - Plaats de verstevigingshaken "E" en bevestig de afstandsringen "B" aan de hand van de schroeven "C" (Afb. 1.5).
NIET OP ALLE MODELLEN AANWEZIG
WAARSCHUWING
Het rechtop zetten van het fornuis moet altijd door twee personen worden gedaan, om te voorkomen dat de verstelbare voeten schade oplopen tijdens deze manoeuvre (afb. 1.6).

WAARSCHUWING
Pas op: til het fornuis bij het rechtop zetten niet op aan de deurhendel (afb. 1.7).
WAARSCHUWING
SLEEP het fornuis NIET over de vloer wanneer u het naar de plaats van installatie vervoert (afb. 1.8).
Til het fornuis zo ver op dat zijn voeten de vloer niet raken (afb. 1.6).

Afb. 1.8
BEVESTIGINGSSTEUN
Waarschuwing: Om te vermijden dat het apparaat toevallig kantelt, moet het ondersteund worden door een steun aan de achterzijde van het apparaat te plaatsen en het veilig aan de muur te bevestigen.
Om de bevestigingssteun te plaatsen:
- Bepaal de plaats van het fornuis. Duid op de muur de plaats aan waar de twee schroeven van de bevestigingssteun moeten komen. Volg de instructies in afbeelding 1.9.
- Boor twee gaten met een diameter van 8 mm in de wand en steek er de bijgeleverde plastic pluggen in.
Belangrijk! Controleer of er geen leidingen of elektriciteitsdraden beschadigd kunnen worden door de gaten te boren.
- Plaats de bevestigingssteun losjes met de twee bijgeleverde schroeven.
- Zet het fornuis tegen de muur en pas de hoogte van de bevestigingssteun aan, zodat deze in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis past (zie afb. 1.9).
- Draai de schroeven van de bevestigingssteun vast.
- Duw het fornuis tegen de muur zodat de bevestigingssteun zich volledig in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis bevindt.
Afb. 1.9
EISEN VOOR DE VENTILATIE
De installateur dient de plaatselijk geldende regelgeving m.b.t. de ventilatie van het vertrek en de afvoer van verbrandingsproducten in acht te nemen.
Tijdens een intensief en langdurig gebruik kan extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen of door de afzuiginstallatie - indien aanwezig - op een hogere vermogensstand te regelen.
INSTALLATIERUIMTE
De ruimte waarin het gastoestel wordt geplaatst, moet over een natuurlijke luchtstroom beschikken zodat het gas kan branden (in overeenstemming met de geldige plaatselijke regelgeving).
De luchtstroom moet afkomstig zijn van een of meer openingen in de buitenmuren met een vrije ruimte van ten minste 100 cm² (of verwijs naar de geldige lokale regelgeving). De openingen moeten zich bij de bodem bevinden, bij voorkeur aan de kant tegenover de uitlaat voor verbrandingsproducten, en moeten zo gemaakt zijn dat ze noch van binnen, noch van buiten kunnen geblokkeerd worden.
Wanneer het niet mogelijk is om zulke openingen te maken, mag de nodige lucht ook afkomstig zijn uit een aanpalende ruimte die voldoende verlucht is, indien dat geen slaapkamer of gezamenlijke zone is (in overeenstemming met de geldige plaatselijke regelgeving).
In dat geval moet de keukendeur zorgen voor een luchtstroom.
AFVOER VAN DE VERBRANDINGSGASSEN
Er moet een afzuigkap in directe verbinding met de buitenlucht voorzien worden, zodat de verbrandingsproducten van het gastoestel afgevoerd kunnen worden (Afb. 1.10).
Indien dat niet mogelijk is, kan gebruik gemaakt worden van een elektrische ventilator, die aan de buitenmuur of een raam bevestigd is. Deze moet een vermogen hebben zodat per uur 3-5 keer zoveel lucht als het totale volume van de keuken verplaatst wordt (Afb. 1.11). De ventilator kan alleen geplaatst worden indien de ruimte voldoende luchtopeningen heeft waardoor de lucht kan binnenkomen, zoals beschreven in het hoofdstuk 'Keuze van geschikte plaats'.


Voor de installatie moet men verifiëren of het plaatselijk distributienet (type van gas en druk) en de karakteristieken van het toestel compatibel zijn.
De karakteristieken staan aangeduid op de plaat of op het etiket.
De wanden van de naast het fornuis opgestelde meubels moeten uit hittebestendig materiaal vervaardigd zijn.
Afb. 2.1
GASAANSLUITING
De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften.
Het fornuis is bij levering ingesteld voor gebruik met het type gas dat op het etiket op het toestel is vermeld.
Verzeker u ervan dat de ruimte waarin het fornuis geïnstalleerd wordt goed geventileerd is, in overeenstemming met de geldende voorschriften. Ook de aansluiting op de gasaanvoerbuis of gasfles moet aan de geldende voorschriften voldoen.
- Het toestel wordt links- of rechtsachteraan aan de gastoevoer aangesloten (tekening 2.1) op een zodanige manier dat de buis niet onder het toestel loopt.
- Het niet gebruikte uiteinde voor de aansluiting (links of rechts) moet met de dop en de afdichting afgesloten worden.
- De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften.
- De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien in overeenstemming met lokaal geldende voorschriften (norm NBN D 51-003).
- De wanden naast het fornuis moeten uit hittebestendig materiaal vervaardigd zijn, of met zulk materiaal bekleed zijn.
- Ventilatie - gasverbranding is mogelijk door zuurstof in de lucht. Het is dus nodig om deze lucht te vernieuwen en om de brandbare delen te vernieuwen. Het volume van de vernieuwde lucht moet ten minste 2 m³/u per kW zijn.
Het gas dat kan worden gebruikt, kan in 2 families worden verdeeld afhankelijk van hun eigenschappen:
Vloeibaar gas: butaangas (G30) en propaangas (G31) Aardgas (G20/G25)
Het fornuis is bij levering klaar voor het gebruik met het type gas dat op het etiket van het toestel vermeld staat.
Het kan soms nodig zijn om van een type gas op een ander over te schakelen.
U moet als volgt tewerkgaan, ongeacht voor welk type gas het toestel afgesteld is:
gasaansluiting; - vervanging van de inspuiters van het werkblad; regeling van de kleinstand van de branders van het werkblad.
Controleer of het toestel afgesteld is op het type gas dat toegevoerd wordt (zie etiket).
De gasinstallatie moet voldoen aan de lokaal geldende voorschriften.
De aansluiting (afb. 2.2) bestaat uit:
1 buisfitting "A" (cilindrisch buitendraad ISO 228-1) 1 pakkingring "D" 1 kegelvormig verloopstuk "B" (cilindrisch met binnendraad ISO 228-1, kegelvormig met buitendraad ISO 7-1) 1 verloopstuk voor butaan- en propaangas "C".
Afb. 2.2
Het toestel moet worden aangesloten met RHT materiaal op AGB/BGV erkende gaskranen behalve fornuizen met een mono-fase aansluiting.
In het algemeen gebeurt de aansluiting van het product op de gaskraan met behulp van:
- ofwel koperbuizen met aangepaste dikte;
- ofwel stalen buizen;
- ofwel een metalen AGB-slang, zodanig geïnstalleerd dat hij niet samengedrukt is, niet beweegt en geen kleinere kromming heeft dan voorgeschreven door de fabrikant.
Uitzondering voor toestellen met monofase.
- Deze toestellen kunnen aangesloten worden met behulp van een slang in elastomeer aan de vaste mechanische verbinding; gebruik alleen "AGB/BGV" erkende slangen.
- Twee types van elastomeerslangen: tot 1 april 2005 waren er 2 types van flexibele buizen in elastomeer verkrijgbaar:
- het oude type (asymmetrisch) bevat een vast verdeelstuk aan het toestel en een buisfitting met vlak verbindingstuk aan de gaskraan;
- het nieuwe type (symmetrisch) bevat aan elke kant een buisfitting met vlak verbindingstuk; uiteindelijk zal alleen het symmetrische model beschikbaar zijn.
Indien het toestel opnieuw geplaatst wordt of vervangen wordt, moet men altijd het symmetrische type gebruiken.
Aansluiting
Oude toestellen zijn uitgerust met een kegelvormige aansluiting ISO 7-1 - de slang wordt als volgt aangebracht:
- breng een afdichtingsproduct aan op het uiteinde van het toestel: teflon of afdichtingsmix evenals kunstvezelstof;
- breng het tussenstuk (cylindrisch binnendraad ISO 7-1, cylindrisch buitendraad ISO 228-1) met twee sleutels op het toestel aan;
- controleer of het afdichtingstuk goed ingebracht is in het verloopstuk van de elastomeerslang (nieuw model);
- breng de elastomeerslang aan beide kanten met de hand aan;
- geef nog een halve draai met de sleutel;
- open de gaskraan en controleer met behulp van zeepoplossing dat er geen gaslekken (zeepbellen) zijn aan de aansluiting.
De nieuwe toestellen zijn uitgerust met een aansluiting ISO 228-1; voor de aansluiting volg fase 3, 4, 5 en 6 zoals hierboven beschreven.
Voorzorgsmaatregelen:
de flexibele buis moet zo worden aangebracht dat ze niet gewrongen of samengedrukt zit en niet kan bewegen; - de flexibele buis moet worden aangebracht zodat ze niets aanraakt; - de kromming moet ten minste 10 keer de buitendiameter zijn; - ze mag niet in contact komen met warme wanden; - breng ze aan op een gemakkelijk te bereiken plaats zodat u ze over de hele lengte kan controleren; - ze mag niet aan de zon of ultraviolette straling worden blootgesteld of in een verwarmde plaats staan.
Regelmatige controle en vervanging
Minstens eenmaal per jaar moet de slang gecontroleerd worden op elke zichtbare verslechtering; de slang moet uiterlijk op de aangegeven datum vervangen worden.
BELANGRIJK:
Gebruik voor het aanschroeven van de onderdelen twee sleutels (zie afb. 2.3).
Controleer na voltooiing van de aansluiting met behulp van een zeepoplossing en nooit met een vlam of de verbindingen gasdicht zijn.

Nieuwe elastomeerslang AGB/BGV - twee aansluitingsmogelijkheden
Afb. 2.5
| CE BE TABEL VAN DE INSPUITERS Cat: II 2E +3+ | ||||
| BRANDERS | NOMINAL DEBIET [kW] | VERMINDER DEBIET [kW] | G30/G31 28-30/37 mbar | G20/G25 20/25 mbar |
| Ø spuitstuk [1/100 mm] | Ø spuitstuk [1/100 mm] | |||
| Hulpbrander (A) | 1,00 | 0,30 | 50 | 77 |
| Halfsnelle (SR) | 1,75 | 0,45 | 66 | 101 |
| Driedubbele kroon (TC) | 4,00 | 1,50 | 98 | 141 |
| Benodigde luchttoevoer voor de verbranding van gas (2 m3/h x kW) | |
| BRANDERS | Benodigde luchttoevoer [m3/h] |
| Hulpbrander (A) | 2,00 |
| Halfsnelle (SR) | 3,50 |
| Driedubbele kroon (TC) | 8,00 |
GASKRAANBEDIENING
Alleen gespecialiseerde vakmensen mogen de periodieke smering van de gaskranen uitvoeren.
BELANGRIJK
Voor alle operaties met betrekking tot de installatie, het onderhoud en de omschakeling van het toestel, moet men de originele stukken van de constructeur gebruiken.
De constructeur kan niet aansprakelijk gesteld worden indien deze verplichting niet in acht worden genomen.
VERVANGING SPROEIERS VAN DE BRANDERS
Elk fornuis wordt geleverd met een serie sproeiers voor de verschillende gassoorten.
Als er geen spuitstukken zijn meegeleverd, dan zijn deze te verkrijgen bij de servicecentra.
De nieuwe sproeiers moeten gekozen worden op grond van de "Tabel van de inspuiters".
De diameter van de sproeiers, uitgedrukt in honderdste millimeters, is aangegeven op de buitenkant.
VERVANGING VAN DE INSPUITERS VAN HET WERKBLAD
Ga als volgt te werk om de sproeiers te vervangen:
- Verwijder de panroosters en de kapjes van de branders.
- Vervang met behulp van een pijpsleutel de sproeiers "J" (afb. 2.6, 2.7) door nieuwe die geschikt zijn voor het type gas dat gebruikt wordt.
De branders zijn zodanig ontworpen dat er geen afstelling van de primaire lucht nodig is.
REGELING VAN DE KLEINSTAND VAN DE BRANDERS VAN HET WERKBLAD
Een correcte vlam bij kleinstand moet ongeveer 4 mm zijn.
Een bruusk overgaan van volstand naar kleinstand mag nooit het doven van de vlam tot gevolg hebben.
De vlam wordt als volgt geregeld:
De brander aansteken. - De kraan op kleinstand plaatsen. - De knop verwijderen. - Met behulp van een kleine schroevendraaier de vijs (F) in de kraanstift draaien tot een correcte regeling uitgevoerd is (afb. 2.8).
Voor G30/G31 (butaangas/propaangas) gas dient de vijs volledig ingeschroefd te worden.



BELANGRIJK: De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een bevoegd vakman en voldoen aan de geldende voorschriften.
Een foute installatie kan schade aan personen, dieren en zaken ten gevolge hebben waarvoor de fabrikant zich niet aansprakelijk stelt.
AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET
- De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vakman en voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften;
- Het apparaat moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat de netspanning overeenstemt met de voedingsspanning die op het typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorziening de aansluitwaarde van het toestel kan dragen; In het geval dat het toestel zonder stekker is geleverd, moet er worden gezorgd voor een stekker die geschikt is voor het vermogen dat het toestel opneemt;
- Het is mogelijk om het apparaat direct op het elektriciteitsnet aan te sluiten door middel van een lijnschakelaar met een minimumafstand van 3 mm tussen de contacten;
- De voedingskabel mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur nergens boven de 75°C komt;
- Het toestel moet worden geïnstalleerd zodat het stopcontact of de lijnschakelaar altijd bereikbaar is.
N.B. Gebruik geen adapters, verloopstekkers en meervoudige stekkerdozen, want deze kunnen oververhitting en verbrandingen veroorzaken.
Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet worden om het toestel te installeren of als de stekker niet in het stopcontact past, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten door een bevoegd vakman.
Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de bekabeling van het stopcontact groot genoeg is voor het vermogen dat het toestel opneemt.
Trek altijd de stekker uit alvorens werken uit te voeren aan het elektrische gedeelte van het toestel.
De aarding van het toestel is verplicht. De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af wanneer schade veroorzaakt worden door het niet in acht nemen van deze voorwaarde.
AANSLUITING VAN DE ELEKTRISCHE VOEDINGSKABEL
LET OP: Indien de voedingskabel beschadigd is, mag deze uitsluitend vervangen worden door een vertegenwoordigde operator van de Servicedienst om eventuele risico's te vermijden.
- Open het toegangsplaatje door de twee schroeven "A" los te draaien. (afb. 3.1).
- Ontbloot het klemmenbord door schroef "F" los te draaien. Draai de schroeven los.
- Steek de voedingskabel met aangepast lidje (zoals beschreven in het volgende hoofdstuk) in het klemmenbord.
- Verbind de fase- en aardingsdraden met het klemmenbord volgens het diagram in afb. 3.3. Trek aan de voedingskabel en blokkeer het met de klemschroef.
- Sluit het toegangsplaatje (controleer of de twee schroeven goed zijn vastgedraaid).
BELANGRIJK: Om de voedingskabel aan te sluiten, kan u de schroeven van het toegangsplaatje en het klemmenbord NIET LOSDRAAIEN.
DOORMETER VAN DE VOEDINGSDRAAD TYPE H05RR-F
220-240 V ac
3 × 1,5 mm² ( ) (*)
( ) Aansluiting door middel van een stekker in een stopcontact. ( *) Rechtstreekse aansluiting op een elektrische muurdoos.


220-240 V ac PE
Afb. 3.3
Advies voor de gebruikers
Afb. 1.1
ALGEMENE KARAKTERISTIEKEN:
- Hulpbrander (A) 1,00 kW
- Halfsnelle brander (SR) 1,75 kW
- Superbrander met driedubbele krans (TC) 4,00 kW
OPMERKING
- Elektrische ontsteking is ingebouwd in de bedieningsknoppen van de gasbranders. Veiligheidsventielen: is worden de gastoevoer gestopt als de vlam per ongeluk dooft.
WAARSCHUWING:
Als de vlammen van de brander per ongeluk uit gaan, moet u de bedieningsknop dichtdraaien en ten minste een minuut wachten voordat u opnieuw probeert het apparaat aan te steken.
WAARSCHUWING:
Het gebruik van een kookapparaat op gas veroorzaakt warmte en vochtigheid in de ruimte waar het is geïnstalleerd.
Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte door de natuurlijke ventilatieopeningen open te houden of door een afzuigkap met afvoerbuis te installeren.
WAARSCHUWING:
Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen, of een doelmatigere ventilatie, door het mechanische afzuigvermogen te verhogen, als dat er is.
Afb. 2.1
KNOPPENBORD
Beschrijving van de bedieningsknoppen
- Bedieningsknop brander rechts voor
- Bedieningsknop brander rechts achter
- Bedieningsknop brander links achter
- Bedieningsknop brander links voor
- Thermostaatknop
- Regelknop oventhermostaat
- Elektronische programmeur
Controlelampje:
- Controlelampje oventhermostaat
BELANGRIJK:
Dit kooktoestel heeft een ingebouwde koelventilator: het geluid van de koelventilator is te horen wanneer de oven of de grill in werking is.
GEBRUIK VAN DE BRANDERS
De gastoevoer naar de brander wordt bediend door een knop (Afb. 3.1) die inwerkt op de kraan met veiligheidsafsluiting.
Door het merkteken op de knop recht over de verschillende symbolen op het bedieningspaneel te plaatsen, bekomt men:
- merkpunt

gesloten kraan (uitgedoofde brander)
- merkpunt

vol debiet (brander op maximum)
- merkpunt

vertraagd debiet (brander op minimum)
Om de gastoevoer te verminderen draait u de knop verder tegen de klok in, desgewenst tot het aanslagpunt, waar de aanwijzer van de knop op het symbool van de kleine vlam wijst. De maximale gastoevoer gebruikt u om vloeistof snel aan de kook te brengen, de minimale gastoevoer voor het voorzichtig opwarmen en warm houden. Kook altijd met de bedieningsknop op een stand tussen maximaal en minimaal. Nooit tussen maximaal en uitstand. Om te sluiten, de knop rechts draaien tot de inschakeling van de veiligheid.


Voorzichtig! Bedek de kookplaat niet met aluminiumfolie.
Controleer na het koken altijd of u de bedieningsknop naar de gesloten stand heeft teruggedraaid.
Wanneer u het fornuis niet gebruikt, is het verstandig om de kraan op de gastoevoer dicht te draaien.
Let op: Het oppervlak van het fornuis wordt tijdens het koken zeer heet.
Houd kinderen uit de buurt van het fornuis.
ELEKTRISCHE ONTSTEKING
- Om een brander te ontsteken moet u de bijbehorende bedieningsknop indrukken en naar de hoogste stand (grote vlam) draaien; houd de bedieningsknop ingedrukt totdat de brander aan is. (Als de stroom is uitgevallen kunt u de brander ontsteken door er een vlam bij te houden).
- Wacht ongeveer tien seconden na de ontsteking van de brander, alvorens de knop los te laten (tijd om het veiligheidsventiel te bewapenen).
- Regel de gaskraan op de gewenste stand.
Mocht de vlam van de brander om welke reden ook doven, dan zal de veiligheidsklep de gastoevoer automatisch afbreken.
Om de werking te hervatten moet u de knop in de stand "uit" draaien en de brander opnieuw ontsteken volgens bovenstaande instructies.
Indien bijzondere lokale omstandigheden van het gedistribueerde gas de ontsteking van de brander moeizaam maken wanneer de bedieningsknop in de hoogste stand staat, adviseren wij de procedure nogmaals uit te voeren, maar nu met de knop in de minimumstand.

KEUZE VAN BRANDERS
De positie van de branders staat aangeduid op het bedieningsbord. Het symbool met verschillende symbolen duidt de brander aan die bediend wordt door de kraan die zich er net onder bevindt.
De brander dient gekozen te worden in functie van de diameter en de inhoud van de gebruikte kookpan.
De branders en pannen moeten worden gebruikt volgens de onderstaande instructies:
Gebruik geen pannen met een holle of bolle bodem.
| BRANDERS | DIAMETER KOOKPANNEN | |
| Hulpbrander | 6 cm | 14 cm |
| Half-snelle | 16 cm | 24 cm |
| Driedubbele kroon | 26 cm | 28 cm |
Het is belangrijk dat de diameter van de kookpan aangepast is aan het vermogen van de brander teneinde het hoog rendement van de branders zo goed mogelijk te gebruiken en het onnodig gasverbruik te vermijden. Een kleine kookpan op een grote brander plaatsen teneinde het gerecht vlugger aan de kook te brengen, dient tot niets want de warmteabsorptie blijft steeds dezelfde tegenover het volume en de oppervlakte van de braadpan.
LET OP: Zorg ervoor dat de pannen in het midden van de brander staan voor maximale stabiliteit en meer efficiëntie.
Zorg ervoor dat de pannen niet in contact staan met de bedieningsknoppen, anders kan de vlam de knoppen oververhitten en deze permanent beschadigen.
Opgelet:
Tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm.
Houd jonge kinderen op afstand.
ALGEMENE KENMERKEN
Zoals zijn naam al zegt, gaat het hier om een oven die specifieke functionele kenmerken bezit. Het is inderdaad mogelijk 7 verschillende functies te gebruiken om aan elke kookvereiste te voldoen.
Deze 7 functies, met thermostatische controle, worden verwezenlijkt door 4 verwarmingselementen:
- Onderweerstand, Bovenweerstand, Grillweerstand, Ringvormige weerstand
OPMERKING:
Voor het eerste gebruik is het raadzaam om de lege oven 30 minuten op stand te laten werken en vervolgens nogmaals 30 minuten op de maximumtemperatuur (thermostaatknop op 250°C ) in de standen en, om alle sporen van vet van de verwarmingselementen te verwijderen.
Maak de oven en zijn accessoires schoon met warm water en vloeibaar afwasmiddel.
WERKINGSPRINCIPE
Het opwarmen en koken met de MULTIFUNCTIE oven gebeurt als volgt:
a. door natuurlijke convectie
De warmte wordt geproduceerd door de boven- en onderweerstand.
b. door gedwongen convectie
Een turbine zuigt de lucht in de moffel van de oven aan, stuwt deze door de witgloeiende schroefgangen van een elektrische weerstand en stuwt deze weer in de moffel. De warme lucht - alvorens weer aangezogen te worden om dezelfde cyclus te hernemen - omhult de gerechten in de oven waardoor deze vlug en volledig gaargekookt worden.
Bovendien kan men verschillende gerechten tegelijkertijd koken.
c. door semi-gedwongen convectie
De door de boven- en onderweerstand geproduceerde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld.
d. door straling
De warmte wordt door de infraroodstralen van de grillweerstand uitgestraald.
e. door straling en ventilatie
De door de infraroodgrillweerstand uitgestraalde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld.
f. ventilatie
Het voedsel wordt zonder verwarming door de ventilator ontdooid.
Breng geen aluminiumfolie aan op de wanden van de oven. Plaats bakplaten of de druiplaat niet op de bodem van de oven.
WAARSCHUWING:
De deur is heet. Gebruik het handvat.
Gedurende het gebruik wordt het apparaat warm. Wees voorzichtig om de verwarmingselementen in de oven niet aan te raken.

THERMOSTAAT
De verwarmingselementen van de oven worden ingeschakeld door de knop op de gewenste functie te plaatsen en door de thermostaatknop op de gewenste temperatuur in te stellen.
De controle van de werking (ON-OFF) van de verwarmingselementen wordt uitgevoerd door de thermostaat; de werking wordt aangegeven door het lampje op het bedieningspaneel.
BAKSTANDENSCHAKELAAR
Draai de knop met de klok mee om een van de bakstanden in te stellen.

VERLICHTING
Bij het instellen van de knop in deze positie licht het ovenlampje op.
De oven blijft verlicht als de schakelaar op een van de functies is ingesteld.

TRADITIONEEL KOKEN-CONVECTIE
Werking van de onder- en bovenverwarming.
De warmte wordt door natuurlijke convectie verspreid en de temperatuur moet geregeld worden van 40°C tot 250°C met de thermostaatknop. De oven dient voorverwarmd te worden alvorens de gerechten in de oven te plaatsen.
Aanbevolen gebruik:
Voor gerechten die volledig gaargekookt moeten worden.
Bijv.: gebraad, varkensribben, schuimgebak (meringue).

ONDERSTE VERWARMINGSELEMENT
In deze stand worden enkel het onderste verwarmingselement ingeschakeld. De warmte verspreidt zich door natuurlijke convectie.
De temperatuur dient geregeld te worden van 40°C tot 250°C met de thermostaatknop.
Aangeraden gebruik:
Geschikt voor het verhitten van gerechten waarvan de bodem op een
hoge temperatuur moet worden verhit.

RIJZEN - WARMTE VAN BOVENAF
Uitsluitend het bovenste verwarmingselement wordt ingeschakeld.
De warmte wordt verspreid door natuurlijke convectie en de temperatuur kan met de thermostaatknop worden afgesteld tussen 40°C en 250°C.
Aangeraden gebruik:
Snel en gelijkmatig laten rijzen van alle soorten deegwaren en vers gekneed deeg of voor het afronden van bereidingen waarvoor meer warmte aan de bovenkant nodig is.

ROOSTEREN MET DE GRILL
Werking van de elektrische grill met infraroodstraling.
Met de ovendeur open gebruiken en met de thermostaatknop op een stand tussen 40°C en 225°C voor ten hoogste 15 minuten en vervolgens op 175°C.
De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.
Opgelet: tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houd jonge kinderen op afstand.
Voor een correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk "Gebruik van de grill".
Aangeraden gebruik:
Traditioneel roosteren met de grill, braden, bruinen, gratineren, roosteren, enz.

KOKEN MET GEVENTILEERDE GRILL
Werking van de infraroodgrillweerstand en de turbine.
De warmte wordt hoofdzakelijk verspreid door straling en de ventilator verdeelt de warmte over de ganse oven. De temperatuur wordt d.m.v. de thermostaatknop geregeld op een stand tussen 40° en 175° (voor maximaal 30 minuten).
De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten.
Attentie: Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn.
Attentie: Tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.
Houd kinderen weg van de oven.
Voor een correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk "ROOSTEREN EN GRATINEREN".
Aangeraden gebruik:
Voor het roosteren van gerechten waarvan de buitenkant gebruind moet worden om het vleessap binnenin te behouden. Vb: kalfsbiefstuk, entrecôte, hamburger, enz.

BROOD/PIZZA - KOKEN MET CONVECTIE EN VENTILATIE
De bovenste en onderste verwarmingselementen en de ventilator worden ingeschakeld. De warmte afkomstig van boven en onder wordt door convectie met ventilatie verspreid. De temperatuur kan met de thermostaatknop worden afgesteld tussen 40°C en de maximale stand.
Aangeraden gebruik:
Gerechten met groot volume en een grote hoeveelheid die van binnen en buiten dezelfde bereidingsgraad vereisen, zoals: rollades, kalkoen, bouten, taarten, enz.

KOKEN MET WARME LUCHT
Werking van de ringvormige weerstand en van de turbine.
De warmte wordt door gedwongen convectie verspreid en de temperatuur dient geregeld te worden van 40° tot 250 °C d.m.v. de thermostaatknop. De oven hoeft niet voorverwarmd te worden.
Aangeraden gebruik:
Voor gerechten die een goed gebakken korstje moeten hebben en binnen zacht of roze dienen te zijn.
Vb.: lasagne, lamsvlees, rosbif, gehele vissen, enz.

ONTDOOIEN VAN INGEVROREN VOEDINGSMIDDELEN - ECO FUNCTIE
ONTDOOIER VAN INGEVROREN VOEDINGSMIDDELEN:
Enkel werking van de ovenventilator.
Te gebruiken met de thermostaatknop op stand "●" waar elke andere stand geen enkele uitwerking heeft.
ECO-FUNCTIE (ENERGIEBESPARING):
De onderste en bovenste verwarmingselementen en de ventilator zijn ingeschakeld. De warmte die door de boven- en onderweerstand worden geproduceerd, wordt door gedwongen convectie verspreid.
Deze functie vermindert het energieverbruik van het apparaat en is daarom bijzonder geschikt voor het zacht garen van kleine hoeveelheden voedsel op een enkele bakplaat. Het is niet nodig om de oven voor te verwarmen en de ovendeur dient tijdens gebruik gesloten te blijven. De bereidingstijden zijn mogelijk langer dan bij standaardfuncties.
Gebruik deze functie niet om de oven voor te verwarmen.
Aangeraden gebruik:
Voedsel dat zacht koken vereist. Om voedsel warm te houden na het koken. Om al gekookt voedsel langzaam te verwarmen.
KOOKWENKEN
STERILISEREN
Het steriliseren van levensmiddelen in bokalen gebeurt als volgt (volle bokalen, hermetisch gesloten):
a. de schakelaar op stand plaatsen; b. de thermostaatknop op stand 185°C plaatsen en de oven voorverwarmen; c. de druiplaat met warm water vullen; d. de bokalen op de druiplaat zetten en erop letten dat ze elkaar niet raken; de deksels bevochtigen met water; de ovendeur sluiten en de thermostaatknop op stand 135°C plaatsen.
Wanneer het steriliseren begint, t.w. wanneer er luchtbellen in de bokalen gevormd worden, de oven uitschakelen en laten afkoelen.
VERBETEREN
De schakelaar op stand plaatsen en de thermostaatknop op stand 150°C. Brood wordt weer knappend vers als men het ongeveer 10 minuten in de oven laat staan nadat het lichtjes bevochtigd werd.
BRADEN
Om op de klassieke manier te braden (gaar gebakken) volstaat het volgende punten in acht te nemen:
- de oventemperatuur instellen: tussen 180° en 200°C, afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het vlees.
SIMULTAAN KOKEN
De standen en de oven laten toe verschillende heterogene bereidingen simultaan te koken.
Aldus kan men tezelfdertijd verschillende gerechten koken zoals vb. vis, taart en vlees zonder dat de aroma's en smaken zich vermengen.
Dit is mogelijk doordat de dampen en vetten geoxydeerd worden door de elektrische weerstand en zich dus niet kunnen afzetten op de gerechten.
De enige te nemen voorzorgen zijn:
- de kooktemperaturen moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen met een verschil van maximum 20° tot 25 °C tussen de extreem vereiste temperaturen voor de verschillende gerechten;
- de gerechten zullen op verschillende tijdstippen in de oven geplaatst worden, rekening houdend met de verschillende kookduur.
Het resultaat van deze kookwijze is een evidente energie- en tijdbesparing.
ROOSTEREN EN GRATINEREN
Met de schakelaar op stand kan het roosteren zonder braadspit gebeuren, waarbij de lucht volledig rond de gerechten verspreid wordt. De thermostaatknop op stand 200°C plaatsen en na voorverwarming van de oven de gerechten op het rooster plaatsen, de ovendeur sluiten en de oven laten verder verwarmen tot het roosteren voleindigd is.
Voor het einde van de kooktijd enkele boterkrulletjes toevoegen om het mooie grilleffect te bekomen.
Attentie: Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn.
De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.
Attentie: Tijdens het gebruik wordt de ovendeur heet.
Houd kinderen weg van de oven.
KOKEN MET DE GRILL
De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten.
Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn.
Plaats het gerecht op het ovenrooster, zo hoog mogelijk in de oven.
Plaats de ovenschaal onder de grill om het vet en de sappen op te vangen.
Attentie: Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn.
De grill niet langer dan 30 minuten gebruiken.
Attentie: Tijdens het gebruik wordt de ovendeur heet.
Houd kinderen weg van de oven.
KOKEN MET DE OVEN
Verwarm de oven voor op de gewenste temperatuur.
Wanneer de oven de gewenste temperatuur heeft bereikt, plaats het gerecht in de oven en controleer de kooktijd.
Schakel de oven 5 minuten voor het einde van de kooktijd uit om de opgestapelde warmte in de oven te benutten.
Ter informatie geven we in de volgende tabel enkele gerechten met hun bereidingstemperaturen in ° C
Tijd en temperatuur schommelen afhankelijk van de hoeveelheid en de grootte van de stukken.
| GERECHTEN | TEMPERATUUR |
| Lasagna in de oven | 220°C |
| Pasta in de oven | 220°C |
| Pizza | 225°C |
| Creoolse rijst | 225°C |
| Uien in de oven | 200°C |
| Crêpes met spinazie | 225°C |
| Aardappelen met melk | 200°C |
| Gevulde tomaten | 225°C |
| Kaassoufflé | 200°C |
| Kalfsgebraad | 200°C |
| Gegrilde kalfskoteletten | 225°C |
| Kippenwit met tomaat | 200°C |
| Gegrildekip - gebradenkip | 200°C |
| Kalfsgehakt | 225°C |
| Roastbeef | 220°C |
| Tongfilets | 200°C |
| Wijting met kruiden | 200°C |
| Beignets | 180°C |
| Pruimentaart | 200°C |
| Taartjes met confiture | 225°C |
| Biscuit | 225°C |
| Gesuikerd gerezen deeg | 225°C |
| Tompoes | 200°C |
| Taart Marguerite | 220°C |
PIZZA STEEN
ADVIES VOOR EEN OPTIMAAL GEBRUIK EN OM DE HITTEBESTENDIGE BROOD- EN PIZZASTEEN ALTIJD IN PERFECTE STAAT TE HOUDEN
De Pizza Stone is een hittebestendige steen die gemaakt is van 100% natuurlijke mineralen die tegen hoge temperaturen (hoger dan 600°C) bestand zijn en gebruikt kan worden voor het bakken van brood, focaccia's, hartige taarten en elk ander soort deegwaar, met name pizza's, in uw oven, waarbij dezelfde resultaten van bakkers en pizzeria's worden gewaarborgd.
Deze steen heeft twee geheimen:
- Dankzij de miljoenen poriën neemt de steen tijdens het bakken het vocht uit het deeg op, waardoor brood- en pizzadeeg correct kan drogen en, met name de korst, bros en krokant worden.
- De steen houdt de warmte vast tijdens de voorverwarming in de oven en geeft deze vervolgens op intense, gelijkmatige en constante wijze af tijdens het bakken, waardoor de pizza van binnen gelijkmatig kan bakken. Dankzij deze steen behoort halfgaar en niet volledig doorbakken deeg tot het verleden!
ADVIES VOOR DE REINIGING EN DE CONSERVERING VAN DE PIZZA STONE
Het maakt niet uit als de steen gevlekt raakt. Dit is normaal en kan niet worden vermeden aangezien het materiaal poreus is. Probeer de vlek niet weg te wassen, aangezien deze altijd zal blijven zitten. Beschouw de vlek als een "bewijs van uw ervaring", iets dat u kunt tonen om uw kookkunsten te benadrukken. Net als bij bepaald ander keukengerei geldt ook in dit geval dat hoe vaker u de steen gebruikt, hoe beter de resultaten zullen zijn.
Maximale hygiëne en veiligheid. De Pizza Stone is gemaakt van 100% natuurlijke steen die veilig, gecertificeerd en bijzonder hygiënisch is. Dankzij de hoge temperatuur waar deze tijdens elke verwarmingsfase aan wordt blootgesteld, wordt de steen uit zichzelf "gesteriliseerd".
Gebruik, indien nodig, een voorwerp als een metalen spatel of mes om resten (bijv. verbrande mozzarella) van het oppervlak van de steen te verwijderen. Laat in dit geval de steen echter altijd eerst voldoende afkoelen zodat u deze kunt hanteren.
Maak de steen nooit schoon met afwasmiddel. Gebruik hiervoor uitsluitend water. Verwijder etensresten met een schone spons bevochtigd met water van de steen. Probeer vet niet van de steen te verwijderen. Dit geldt ook voor de donkere vlekken die door de verbranding van het deeg worden veroorzaakt, aangezien ze wegens de porositeit van de steen niet kunnen verdwijnen. Door de olie echter op de steen achter te laten, onderwerpt u het oppervlak aan een "antiaanbakbehandeling" waardoor u de steen makkelijker kunt gebruiken.
Laat de steen niet weken. Een enkele passage volstaat. Als de koude steen teveel water opneemt, zou deze kunnen barsten wanneer deze de volgende keer in de oven wordt opgewarmd.
Gebruik nooit boter of ander vet om op de steen te koken. Dergelijke producten kunnen verbranden en rook in de oven veroorzaken.
Bereid een pizza of brood voor door een deeg van water, gist en meel te maken. Laat dit deeg diverse uren in een kom rijzen voordat u het kunt garneren en bakken.
Dankzij de rijsfunctie kunnen de tijden voor het rijzen van deeg worden gehalveerd en wordt het deeg homogeen, soepeler en eenvoudiger verwerkbaar.
Deeg dat met onze specifieke functie in de oven is gerezen in plaats van op een meubel in een ruimte, rijst beter en sneller. Hierdoor bespaart u tijd en kunt u een perfect deeg bereiden dat geschikt is voor het maken van heerlijke, brosse en zachte pizza's.
Stop de deegbal in een glazen of kunststof kom en plaats de kom op een rooster in het midden van de oven.
Selecteer het specifieke pictogram van de functie "rijzen" met de knop en stel tegelijkertijd de temperatuur af op 40 graden door met de andere knop het pictogram van de thermostaat te selecteren.
Laat het deeg minstens 3 uur in de werkende oven rijzen. De duur wordt echter sterk beïnvloed door het type deeg en het type meel dat u heeft gebruikt, maar ook de temperatuur van de ruimte, bijvoorbeeld zomer of winter. Het deeg is gereed als het volume ervan is verdubbeld en het zicht en soepel aanvoelt.

ELEKTRONISCHE DIGITALE PROGRAMMERING
De elektronische programmering is een mechanisme met de volgende functies:
24-uurs klok met lichtgevend display Kookwekker (in te stellen tot aan 23 uur en 59 minuten) Programma voor automatisch bakken in de oven. Programma voor half-automatisch bakken in de oven.
Beschrijving van de drukknoppen:

Kookwekker

Baktijd

Einde baktijd

Handmatige bediening en ongedaan maken van de ingeschakelde programma's.

Vooruit zetten van de cijfers van alle functies

Achteruit zetten van de cijfers van alle functies en instellen van het geluidssignaal.
Beschrijving van de oplichtende tekens:
AUTO - knipperend - Programmering op automatische bediening maar nog niet geprogrammeerd (men kan de oven niet aanzetten).
AUTO - Brandt, maar knippert niet - Programmering op automatische of halfautomatische bediening met ingeschakeld programma.

Programmering op handmatige bediening of automatisch bakken in werking.

Kookwekker in werking

en AUTO - knipperend en met geluidssignaal - Verkeerde programmering (de baktijdinstelling is langer dan de instelling van einde baktijd).
Opmerking: Het programmeren (met een hand) gebeurt door het indrukken van de knop die overeenkomt met de gewenste functie. Nadat men deze heeft losgelaten dient men binnen 5 seconden de tijd in te stellen met de toetsen A of V. Iedere keer dat de stroom uitvalt worden de programmering op nul gezet.













Afb. 5.1













Afb. 5.2
DIGITAALKLOK (afb. 5.2)
De programmeer-eenheid is voorzien van een elektronische klok met lichtgevende cijfers die de uren en de minuten aangeven. Bij de eerste aansluiting van de oven op het elektriciteitsnet of na een stroomstoring zijn er drie knipperende nullen zichtbaar op het display van de programmeer-eenheid. Om de tijd in te stellen dient u het knopje en vervolgens het knopje of ingedrukt te houden totdat de klok op de juiste tijd staat (afb. 5.2).
Er bestaat ook een ander systeem: druk het knopje en gelijktijdig op de knopjes of.
Opmerking: Bij het instellen van de tijd worden eventuele in werking zijnde of ingestelde programma's op nul gezet.
HANDMATIGE BEDIENING VAN DE OVEN ZONDER PROGRAMMERING
Om de oven handmatig te bedienen, zonder gebruik van de programmering, moet het knipperende opschrift AUTO worden uitgezet door op de knop √ te drukken (het opschrift AUTO zal uitgaan, terwijl het symbool √ gaat branden).
Let op: Als het opschrift AUTO niet knippert (hetgeen betekent dat er al een bakprogramma is ingesteld) zorgt het indrukken van de knop voor het wissen van het programma en voor het omschakelen naar de handmatige bediening.
Indien de oven aanstaat dient men hem handmatig uit te zetten.

ELEKTRONISCHE KOOKWEKKER
De kookwekkerfunctie bestaat slechts uit een geluidssignaal dat ingesteld kan worden voor een tijdsbestek van maximaal 23 uur en 59 minuten.
Om de tijd in te stellen moet U op het knopje drukken en vervolgens op het knopje of V totdat het display de gewenste tijd aangeeft (afb. 5.4).
Als de kookwekker is ingesteld verschijnt de tijd van de klok op het display en gaat het symbool branden.
Het terugtellen begint onmiddellijk.
Dit is op elk gewenst moment te zien op het display wanneer U het knopje indrukt.
Als de ingestelde tijd verstreken is gaat het symbool Δ UIT en hoort U een repeterend geluidssignaal dat uitgezet kan worden door op een willekeurige knop te drukken.
INSTELLING VAN DE TOON VAN HET GELUIDSSIGNAAL
Door op de knop V te drukken hoort U na elkaar drie verschillende klanken.
Het als laatste gehoorde geluidssignaal blijft ingesteld.

AUTOMATISCH BAKKEN (afb. 5.5 - 5.6)
Voor het automatisch bakken in de oven moet U:
- De baktijd instellen
- Einde baktijd instellen
- Temperatuur en functie van de oven instellen.
Hiervoor gaat u als volgt te werk:
- Stel de baktijd in door op de knop te drukken en vervolgens op de knop (vooruit) of (achteruit, als men over de gewenste tijd heen is gegaan).
Het opschrift AUTO en het symbool gaan branden.
- Druk op de knop ; de baktijd, reeds opgeteld bij het tijdstip van de klok, verschijnt op het display.
Stel het tijdstip van einde baktijd in door op de knop te drukken; indien men over het gewenste tijdstip heen is gegaan, kan men achteruit gaan door op de knop te drukken.
Na deze instelling zal het symbool doven. Indien na deze instelling het opschrift AUTO op het display knippert en men een geluidssignaal hoort, betekent dat dat er een fout is gemaakt bij het programmeren, dat wil zeggen, dat de baktijd over de tijd van de klok heen is ingesteld. In dit geval dient men het tijdstip einde baktijd of de baktijd te wijzigen op de hierboven aangegeven wijze.

- Stel de temperatuur en de bakfunctie in met behulp van de schakelaar en de thermostaat van de oven (zie de betreffende hoofdstukken).
De oven is nu geprogrammeerd en alles zal automatisch functioneren: de oven zal op het juiste moment worden ingeschakeld en vervolgens, na het verstrijken van de baktijd, op het geprogrammeerde tijdstip uitschakelen.
Tijdens het bakken blijft het symbool branden en door op de knop te drukken kan men op het display aflezen hoe lang het nog duurt tot het einde van de baktijd.
Het bakprogramma kan op ieder gewenst ogenblik worden uitgeschakeld door op de knop te drukken.
Na het verstrijken van de ingestelde baktijd wordt de oven automatisch uitgeschakeld.
Het symbool gaat uit, het opschrift AUTO knippert en men hoort een geluidssignaal dat kan worden afgezet door op een willekeurige knop te drukken. Zet de schakelaar en de thermostaat van de oven op de nulstand, en zet vervolgens de programmeer-eenheid op de "handmatige" bediening door op de knop te drukken.
Let op: Als de stroom uitvalt, springt de klok op nul en worden alle ingestelde programma's gewist. De stroomuitval wordt gesignaleerd door de knipperende cijfers op het display.

HALFAUTOMATISCH BAKKEN
Met deze instelling gaat de oven automatisch uit na de gewenste baktijd. Er zijn twee manieren om half-automatisch te bakken:
1e MANIER: Programmering van de baktijd (afb. 5.7)
Stel de baktijd in door op de knop te drukken en vervolgens op de knop A (vooruit) of de knop V (achteruit, wanneer men over de gewenste tijd heen is gegaan).
Het opschrift AUTO en het symbool gaan branden.
2e MANIER: Programmering van einde baktijd (afb. 5.8)
Stel het tijdstip van einde baktijd in door op de knop te drukken en vervolgens op de knop (vooruit) of de knop V (achteruit, wanneer men over de gewenste tijd heen is gegaan).
Het opschrift AUTO en het symbool gaan branden.
Wanneer men één van deze programmeringen heeft uitgevoerd, dient men de temperatuur en de bakfunctie van de oven in te stellen met behulp van de schakelaar en de thermostaat (zie de betreffende hoofdstukken).
De oven zal onmiddellijk worden
ingeschakeld en na het verstrijken van de ingestelde tijd of bij het bereiken van het als einde baktijd ingestelde tijdstip zal hij automatisch worden uitgeschakeld.
Tijdens het bakken blijft het symbool branden en door op de knop E te drukken kan men van het display aflezen hoe lang het nog duurt voordat de baktijd afgelopen is.
Het bakprogramma kan op ieder gewenst moment ongedaan worden gemaakt door op de knop te drukken.
Als de baktijd verstreken is, wordt de oven uitgeschakeld en dooft het symbool. Het opschrift AUTO knippert en men hoort een geluidssignaal dat uitgezet kan worden door op een willekeurige knop te drukken.
Zet de schakelaar en de thermostaat op de nulstand en zet de programmering op de handmatige bediening door op de knop te drukken.













Afb. 5.7













Afb. 5.8
BELANGRIJK - OVEN WERKT NIET
Als de oven niet werkt, is het mogelijk dat deze per ongeluk op "AUTOMATIC" staat, of dat het apparaat tijdelijk geen stroom heeft gehad. Indien de timer "AUTO" aangeeft, of de pijl aan het knipperen is, kan de oven mogelijk niet worden aangezet of reageert deze vertraagd.

Voordat u vraagt om assistentie van een monteur, verzoeken wij u om de instellingen van de timer, te vinden in deze gebruiksaanwijzing, grondig door te lezen. Zorg dat de timer op "MANUAL" staat. Deze stand is te herkennen aan het symbool dat in de timer verschijnt, te zien in de afbeelding hieronder.

NB. Het resetten van de timer valt niet onder de garantie; een servicebeurt van onze monteur zal kosten met zich mee brengen.
ALGEMENE RAADGEVINGEN
Ga nooit over tot onderhoud of reiniging van het toestel zonder dat u het vooraf van het stroomnet hebt afgekoppeld. - Sluit het fornuis af van het elektriciteitsnet en wacht totdat het is afgekoeld voordat u begint met het schoonmaken. - Wanneer het toestel niet gebruikt wordt, is het raadzaam de gastoevoerkraan te sluiten. - Het smeren van de kranen mag enkel uitgevoerd worden door een vakman. - Wanneer een kraan stroef wordt, deze niet forceren. - Laat geen alkalische of zure stoffen (zoals citroensap of azijn) achter. - Gebruik geen schoonmaakproducten op basis van chloor of azijn. - Belangrijk: Voor het hanteren/gebruik van dit apparaat worden het gebruik van beschermende kleding/handschoenen aanbevolen. Reinig oppervlakken met een vochtige doek en gebruik milde, neutrale reinigingsmiddelen. Droog af met een schone, droge doek. BELANGRIJK: Gebruik geen schurende producten (bijv. bepaalde soorten sponzen) en/of agressieve producten (bijv. caustische soda, producten die bijtende stoffen bevatten), die onherstelbare oppervlaktebeschadiging kunnen veroorzaken.
LET OP
Bij een correcte installatie voldoet uw product aan alle veiligheidsmaatregelen die voor dit type productcategorie voorgeschreven zijn. Niettemin dient u speciale aandacht te besteden aan de achter- of onderzijde van het apparaat, aangezien deze zones niet ontworpen zijn met de bedoeling ze aan te raken. Bovendien bevatten ze scherpe of ruwe randen waaraan u zich zou kunnen verwonden.
De geëmailleerde delen mogen enkel schoongemaakt worden met een spons en zeep of andere niet-schurende middelen.
Bij voorkeur met een zachte doek.
Alkalische of zure vlekken (citroensap, azijn, enz.) moeten onmiddellijk verwijderd worden.
Ook het gebruik van chloor- of zuurhoudende producten dient vermeden te worden.
ONDERDELEN VAN ROESTVRIJ STAAL, ALUMINIUM EN OPPERVLAKKEN MET EEN PRINT
Reinig deze onderdelen en oppervlakken met een hiervoor geschikt reinigingsmiddel. Droog ze daarna zeer zorgvuldig af.
BELANGRIJK: deze onderdelen dienen altijd zeer zorgvuldig gereinigd te worden om beschadigingen te voorkomen. U wordt geadviseerd een zachte doek en een neutraal reinigingsmiddel te gebruiken.
LET OP: Gebruik nooit schurende of bijtende reinigingsmiddelen aangezien deze het oppervlak onherstelbaar beschadigen.
Belangrijk: De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af voor mogelijke schade veroorzaakt door het schoonmaken van het apparaat met ongeschikte producten.
Let op
Het apparaat kan zeer heet worden, vooral rondom de kookzones. Daarom is het belangrijk dat kinderen niet alleen in de keuken worden gelaten wanneer het apparaat in werking is.
Gebruik geen harde schurende poetsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om het glas te poetsen aangezien deze het oppervlak kunnen krassen, dit kan leiden tot het breken van het glas.
GASKRANEN
Wend u tot de Servicedienst als de gaskranen niet goed werken.
OVENRUIMTE
Maak de ovenruimte na iedere kookbeurt schoon. Voor de schoonmaak de rekken aan de zijkanten van de ovenruimte uitnemen en deze terugmonteren als u klaar bent.
Wanneer de oven nog lauw is, de binnenwanden afwassen met een doek die in heet water met zeep of een ander geschikt product gedrenkt is.
De bodem van de oven, de zijdelings rekken, de druipschaal en het rooster zijn uit te nemen en in de gootsteen te wassen.
Opgelet: de vervaardiger van dit product accepteert geen verantwoordelijkheid voor schade toegebracht door chemische of harde schoonmaakmiddelen.
Laat de oven eerst afkoelen en raak geen warme elementen aan in de oven.
BRANDERS EN ROOSTERS
Deze pannen moeten van het komfoor afgenomen worden en in een sopje gewassen worden. Na het schoonmaken moet u de branders goed afdrogen en zorgvuldig op hun plaats terugzetten.
Waarschuwing!
Niet vaatwasmachinebestendig.
Het is zeer belangrijk dat u controleert of u de vlamverdeler goed teruggezet heeft, want een verkeerd geplaatste vlamverdeler kan zware storing veroorzaken.
Zorg ervoor dat de elektrode "S" (afb. 6.1 - 6.3) steeds goed schoon is zodat de vlam probleemloos kan overspringen.
Zorg ervoor dat de sonde "T" (afb. 6.1 - 6.3) in de buurt van elke brander goed schoon blijft, zodat de veiligheidskleppen probleemloos kunnen werken.
Zowel de sonde als de ontsteker moeten heel voorzichtig schoon worden gemaakt.
Opmerking: De elektrische ontsteking kan defect raken als deze wordt gebruikt wanneer de branders zijn verwijderd.
CORRECTE PLAATSING VAN DE HULPBRANDER EN HALFSNELLE BRANDERS
Het is zeer belangrijk dat u de vlamverdeler "F" en de kap "C" van de branders goed op hun plaats terugzet (afb. 6.1 - 6.2). Zorg ervoor dat ze waterpas liggen en niet ronddraaien.
De brander kan niet goed werken als deze onderdelen verkeerd geplaatst zijn.
CORRECTE PLAATSING VAN DE BRANDER MET DRIEDUBBELE KRANS
De brander moet geplaatst worden zoals in afb. 6.5 is aangegeven.
De ribben van de brander moeten in de uitsparingen steken zoals is aangeduid met de pijlen (afb. 6.3).
Als de brander goed geplaatst is kan hij niet draaien (afb. 6.4).
Zet de kap "A" en de ring "B" op hun plaats (afb. 6.4 - 6.5).
NB: Langdurig gebruik kan een verandering in het glazuur rond de branders en roosters veroorzaken bij de gebieden die aan de hitte zijn blootgesteld. Dit is normaal en hindert de werking van de onderdelen niet.
Afb. 6.1


Afb. 6.2
Afb. 6.3


Afb. 6.4
Afb. 6.5
MONTEREN EN DEMONTEREN VAN DE ZIPLATEN
Monteer de zijrekken en bevestig ze met 2 schroeven aan de ovenwanden (afb. 6.6). Schuif de druipbak en het rooster in het frame zoals afgebeeld in afb. 6.7. De staat moet zo geplaatst worden dat de veiligheidsgroef, waardoor de staat er niet uitglijdt, maar de binnenkant van de oven gericht is; de geleiderail bevindt zich aan de achterkant. (afb. 6.7). - Het demonteren geschiedt in omgekeerde volgorde.


SCHOTELWARMHOUDERUIMTE
De schotelwarmhouderuimte is toegankelijk door het opklapbare paneel te openen (afb. 6.8).
Zet geen ontvlambare materialen in het accessoirevak, want die zouden vlam kunnen vatten tijdens de werking van het apparaat.

VERVANGEN VAN HET OVENLAMPJE
LET OP: Wees zeker dat het apparaat uitgeschakeld is alvorens de ovenlamp te verrangen om elektrische schokken te vermijden.
- Laat indien nodig de oven en verwarmingselementen afkoelen. Trek de stekker uit het stopcontact.
- Verwijder het verlichtingskapje “A” (Afb. 6.9).
- Vervang de halogeenlamp "C" door een lamp die bestand is tegen hoge temperaturen (300°C) en die over de volgende specificaties beschikt: 220-240 V, 50/60Hz, en over
hetzelfde vermogen als de vervangen lamp (controleer het vermogen in watt dat op de lamp is aangebracht).
BELANGRIJK: vervang de lamp nooit met uw blote handen; vuil van uw handen kan de levensduur van de lamp verkorten. Gebruik altijd een schone doek of draag handschoenen.
Herplaats het verlichtingskapje "A".
OPMERKING: De vervanging van de lamp valt buiten de garantie.

VETFILTER
- Het vetfilter moet aan de achterkant van de ovenruimte worden vastgehaakt, zoals aangegeven in afbeelding 6.10. Maak het vetfilter na iedere kookbeurt schoon!
Neem het vetfilter UIT de oven en was het met warm water en afwasmiddel.
- Droog het vetfilter goed af voordat u het in de oven terugmonteert.

SCHUIFREKKEN
De schuifrekken vereenvoudigen het inzetten en uitnemen van de roosters wanneer de oven in werking is. Ook de druipschaal en de eventueel aanwezige overige accessoires moeten op de schuifrekken worden geplaatst.
Derekkenblokkeren als zij tot op de uiterste stand worden uitgeschoven.
Belangrijk! Let er bij het monteren van de telescopische rails op dat:
- de rails aan de bovenste draad van een rooster worden bevestigd. Ze passen immers niet op de onderste draad.
- de rails naar buiten glijden in de richting van de ovendeur.
- beide paren rails worden gemonteerd.
- beide op hetzelfde niveau worden gemonteerd.
U bevestigt de telescopische rails aan de zijroosters als volgt:
Schroef het zijrooster tegen de ovenwand (afb. 6.6). - Bevestig de telescopische rail op de bovenste draad van een rooster en druk aan (afb. 6.11). U hoort een klikgeluid wanneer de veiligheidsvergrendelingen over de draad vastklikken.
Afb. 6.11
U verwijdert de telescopische rails als volgt:
- Verwijder de zijroosters door de bevestigingsschroeven los te draaien (afb. 6.12). Leg de telescopische rail en de zijroosters neer met de telescopische rail onderaan.
- Kijk waar de veiligheidsvergrendelingen zitten. Dit zijn de tabs die over de draad van het zijrooster worden geplaatst (pijl 1 in afb. 6.13). Trek de veiligheidsvergrendelingen weg van de draad om deze los te maken (pijl 2 in afb. 6.13).
Veeg de rails schoon met alleen een vochtige doek en een zacht afwasmiddel. Was ze niet mee in de vaatwasser, dompel ze niet in zeepsop, of reinig ze niet met ovenreinigingsmiddel.






VERWIJDEREN VAN DE OVENDEUR
U verwijdert de ovendeur zonder moeite als volgt:
- Open de deur volledig (afb. 6.14).
- Open volledig hefboom “A” aan de linkse en rechtse scharnieren. Houd de deur vast zoals aangeduid in afb. 6.16. Sluit de deur zachtjes (afb. 6.16) totdat de hefbomen "A" van de linkse en rechtse scharnieren vasthangen aan deel "B" van de deur (afb. 6.15). Trek de scharnierhaakjes weg van hun plaats volgens pijl "C" (afb. 6.18). Laat de deur op een zachte ondergrond rusten.

DEUR OVEN LINKS BOVEN HERMONTEREN VAN DE OVENDEUR
Houd de deur stevig vast (afb. 6.19). Steek de scharnierhaakjes in de gleuven. Let erop dat de gleuven overeenkomen zoals aangeduid in afb. 6.20. Open de ovendeur volledig. Sluit de hefbomen A van de linkse en rechtse scharnieren, zoals aangeduid in afb. 6.21. Sluit de ovendeur en controleer of alles juist op zijn plaats zit.



VERWIJDEREN EN VERVANGING VAN DE RUITEN IN DE BINNENDEUREN VOOR REINIGING
Indien u wenst de binnenruiten van de deur te reinigen, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen en instructies nauwkeurig opvolgen.
Indien de glazen ruit en de deur incorrect vervangen worden, kan dit leiden tot schade aan het apparaat en vervolgens uw garantie beëindigen.
BELANGRIJK!
- Let op, de ovendeur is zwaar. Bij twijfel, tracht niet de ovendeur te verwijderen. Wees zeker dat de ovenmoffel en alle onderdelen afgekoeld zijn. Probeer nooit de onderdelen van een warme oven aan te raken.
- Besteed extra aandacht wanneer u de glazen ruit hanteert. Vermijd enige aanraking van de glaswanden tegen het oppervlak. Dit kan leiden tot glasbreuk.
OPGEPAST:
Gebruik geen bijtende reinigingsproducten of harde metalen krabbers om de glazen ovendeur te reinigen. Dit kan het glas beschadigen en leiden tot glasbreuk.
- Indien u enige vorm van schade opmerkt aan de glazen ruiten (zoals scherven of barsten), gebruik de oven niet. Neem contact op met uw servicedienst.
- Let erop dat u de glazen ruit correct vervangt. Gebruik de oven niet zonder dat de glazen ruit correct geïnstalleerd is.
- Wanneer u met moeite de glazen ruit kan vervangen of verwijderen, forceer niet. Neem contact op met uw servicedienst voor hulp.
AANDACHT: Onderhoudsbijstand of algemeen gebruik van de oven door een vertegenwoordiger van de servicedienst vallen niet onder uw garantie.
DEUR OVEN LINKS BOVEN REINGEN VAN DE GLASPLATEN.
De ovendeur beschikt over 2 ruiten:
nr 1: buitenzijde nr 1: binnenzijde
Om beide zijdes te kunnen reinigen, moet u de binnenruit als volgt verwijderen:
- vergrendel de deur in de "open" positie:
- Open de deur volledig (afb. 6.22).
- Open volledig hefboom “A” aan de linkse en rechtse scharnieren. (afb. 6.23). Houd de deur vast zoals aangeduid in afb. 6.17. Sluit de deur zachtjes totdat de hefbomen "A" van de linkse en rechtse scharnieren vasthangen aan deel "B" van de deur (afb. 6.23, 6.24).
- verwijder de binnenste glasplaat:
- Druk op de lipjes aan de zijkanten van de glasplaathouder die zich bevindt aan de bovenkant van de ovendeur (pijltjes in afb. 6.25). en verwijder vervolgens voorzichtig de houder (pijl 1 in afb. 6.26). Trek de binnenste ruit er voorzichtig uit (pijl 2 in fig. 6.26).
BELANGRIJK: Het is aan te raden om, bij het verwijderen van het glas, om de vier rubbertjes "D" (afb. 6.27) opzij te drukken met een vinger zodat deze niet defect raken.
Reinig het glas met een geschikt reinigingsmiddel.
Droog grondig af en plaats op een zacht oppervlak.
Nu kunt u ook de binnenkant van de buitenste ruit schoonmaken.





NA HET REINIGEN, ZET DE BINNENSTE GLASPLAAT TERUG.
Wanneer u de glazen binnenruit terugplaatst, moet u ervoor zorgen dat:
- De glasplaat dient op de juiste manier teruggezet te worden, zoals afgebeeld. De plaat moet zich in de positie bevinden die hieronder beschreven wordt om in de deur te passen en ervoor te zorgen dat de oven op een veilige en correcte manier gebruikt kan worden.
Om de binnenste plaat van de ovendeur weer terug te plaatsen doet u het volgende:
- Zorg ervoor dat de deur in de "open" positie vergrendeld is (zie afb. 6.24).
- De binnenste glasplaat terugzetten:
- Controleer of de vier rubber blokjes aangebracht zijn ("D" in afb. 6.27).
BELANGRIJK: Het is aan te raden om, bij het verwijderen van het glas, om de vier rubbertjes "D" (afb. 6.28) opzij te drukken met een vinger zodat ze niet defect raken.
- Controleer of u de ruit op de juiste manier vasthoudt. De woorden die erop staan moeten leesbaar zijn wanneer de ruit naar u gekeerd is. Schuif de ruit in de linker- en rechterglijlatten "E" en "F" (afb. 6.28), en schuif hem voorzichtig waar de opsluitbeugels "H" (afb. 6.29).
- Duw de lipjes van de glashouder voorzichtig terug op hun plaats. U moet het klikken horen als de lipjes aan beide kanten klikken terwijl ze de glashouder vergrendelen (afb. 6.30).
- Ontgrendel de ovendeur door hem helemaal open te zetten en de hefboom "A" op de linker- en rechterscharnieren dicht te kantelen (afb. 6.31).




