KGN36AW3P - Koel-vriescombinatie BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KGN36AW3P BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Koel-vriescombinatie |
| Merk | BOSCH |
| Model | KGN36AW3P |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz, beschermingsklasse I |
| Aanbevolen zekering | 10 A tot 16 A |
| Koelmiddel | R600a (brandbaar) |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (+10 °C tot +43 °C) |
| Ontdooisysteem (vriezer) | Automatisch NoFrost |
| Supervriezen | Ja, 24 uur van tevoren activeren |
| Deuralarm | Geluidssignaal na 1 minuut openstaan |
| Temperatuuralarm | Ja, bij te hoge temperatuur in de vriezer |
| Eco-modus | Ja, vermindering van energieverbruik |
| Binnenverlichting | LED, onderhoudsvrij (reparatie door klantenservice) |
| Reiniging | Lauwwarm water + neutraal afwasmiddel; geen stoomreiniger gebruiken |
| Deurafdichting | Reinigen met schoon water en goed drogen |
| Functionele reserveonderdelen | Minimaal 10 jaar beschikbaar via de klantenservice |
| Reparaties | Voorbehouden aan klantenservice of gekwalificeerd personeel |
| Fabrieksgarantie (EEE) | 2 jaar (behalve Denemarken en Zweden: 1 jaar) |
Veelgestelde vragen - KGN36AW3P BOSCH
Gebruikersvragen over KGN36AW3P BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koel-vriescombinatie in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGN36AW3P - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGN36AW3P van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KGN36AW3P BOSCH
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 68
Aanwijzingen over de afvoer 71
Omvang van de levering 72
De juiste plaats 72
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 73
Apparaat aansluiten 73
Kennismaking met het apparaat .... 74
Apparaat inschakelen 75
Instellen van de temperatuur 75
eco 76
Alarmfuncties 76
Netto-inhoud 76
De koelruimte 77
Diepvriesruimte 78
Invriescapaciteit 78
Invriezen en opslaan 78
Verse levensmiddelen invriezen .... 79
Supervriezen 80
Ontdooien van diepvrieswaren 80
Uitvoering 80
Sticker "OK" 81
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 82
Schoonmaken van het apparaat .... 82
Verlichting (LED) 83
Energie besparen 83
Bedrijfsgeluiden 83
Kleine storingen zelf verhelpen 84
Servicedienst, product-/ fabricagenummer en technische gegevens 87
es indices
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Door de leidingen van het
koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet.
Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.

Brandgevaar
Draagbare meervoudige
stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsbereiders etc.). Explosiegevaar!
- Ontdooi of reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken!
- Afgezien van de aanbevelingen van de fabrikant geen aanvullende maatregelen nemen om het ontdooien te versnellen. Explosiegevaar!
Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurafdichtingen. Deze kunnen hierdoor poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken of dichtmaken. Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - niet in de diepvriesruimte opslaan. Dergelijke flessen en blikjes kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u deze uit de diepvriesruimte heeft gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor particulier gebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en is radio-ontstoord.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help ons mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen en isolatiegas. Die moeten zorgvuldig worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparaat, uitrusting (modelafhankelijk), zakje met montagemateriaal, gebruiksaanwijzing, montagevoorschrift, klantenserviceboekje, garantiebijlage, informatie over energieverbruik en geluiden.
De juiste plaats
Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht:
Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm. Naast een CV-installatie 30 cm.
De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen.
Afstand tot de wand
Afb. 3
Het apparaat heeft geen wandafstand aan de zijkant nodig. De laden en legplateaus kunnen desondanks volledig worden uitgeschoven.
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 11.
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuar |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5°C
Beluchting
Afb. 4
De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat worden verwarmd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Waarschuwing
Gevaar voor een elektrische schok! Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.
Het apparaat voldoet aan beschermingsklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Controleer bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. 11.

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor deze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat

De bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
Afb. 1
- Niet bij alle modellen.
A Koelruimte B Diepvriesruimte
1-4 Bedieningselementen 5 Voorraadvak voor kleine flesjes 6 Vak voor grote flessen 7 Verlichting 8 Temperatuurregelaar 9 Groentelade 10* Vriestableau Diepvrieslade (klein)
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Temperatuurinsteltoets
Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.
2 Indicatie „super" (diepvriesruimte)
Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld.
3 Temperatuurindicatie Diepvriesruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C
4 Indicatie eco mode
Wordt geaccentueerd wanneer de eco-modus is ingeschakeld.
Apparaat inschakelen
Afb. 2
- Steek de stekker in het stopcontact.
- Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie 3 knippert.
- Druk op de temperatuurinsteltoets 1. Het alarmsignaal gaat UIT.
Zodra de diepvriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 3 branden.
De fabriek adviseert de volgende instellingen:
Koelruimte: gemiddelde instelling Diepvriesruimte: -18 °C
Bewaar gevoelige levensmiddelen in de koelruimte.
Aanwijzingen bij het gebruik
Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd, waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Koelruimte
Temperatuurregelaar, afb. 1/8, op de gewenste instelling draaien.
Wij adviseren de instelling op de markering.
Door de instelling met de klok mee te veranderen, wordt de temperatuur in de koelruimte lager.
Bij een kamertemperatuur onder 16°C het apparaat iets warmer instellen. Bij een kamertemperatuur boven 32°C het apparaat iets kouder instellen.
Een zeer koude instelling alleen kortstondig selecteren als:
de deur vaak wordt geopend, grote hoeveelheden levensmiddelen in de koelruimte worden gelegd.
Diepvriesruimte
De temperatuur is instelbaar van -18 °C tot -24 °C.
Temperatuur-insteltoets 1 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op de temperatuurindicatie 3 aangegeven.
eco
Met de functie "eco" schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om.
Het apparaat wordt automatisch op de volgende temperaturen ingesteld:
Diepvriesruimte: -16 °C
Eco inschakelen
De temperatuurinsteltoets 1 meermaals indrukken tot de indicatie "eco" geaccentueerd is.
Alarmfuncties
Afb. 2
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is, waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.
De temperatuurindicatie, afb. 2/3, knippert.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
■ bij het in gebruik nemen van het apparaat, ■ bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,
als de deur van de diepvriesruimte te lang open is geweest.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Alarm uitschakelen
Afb. 2
Temperatuurinsteltoets 1 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 11
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen de houders worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op het legplateau en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 7
De koelruimte
De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Ontluchtingsopeningen niet blokkeren met levensmiddelen, om te voorkomen dat de luchtcirculatie wordt gehinderd. Levensmiddelen die direct voor de luchtopeningen worden opgeslagen, kunnen door de uitstromende koude lucht bevriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones:
De koudste zone is in het bovenste bereik van de koelruimte.
Aanwijzing
Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees). De warmste zone bevindt zich onderaan in de deur en in de groentelade.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
Groentelade
Afb. 1/9
Bij hoge luchtvochtigheid blijft bladgroente langer vers. Groente en fruit bij een iets lagere temperatuur bewaren. De luchtvochtigheid in de groentelade is afhankelijk van de hoeveelheid opgeslagen levensmiddelen.
Aanwijzing
Een te hoge luchtvochtigheid kan tot de vorming van waterdruppels en hierdoor tot verrotting leiden.
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
hoort het opslaan van diepvriesproducten, om ijsblokjes te maken, om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Invriescapaciteit
Gegevens over de invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje. Afb. 11
Voorwaarden voor invriesvermogen
Supervriezen inschakelen 24 uur voordat er verse levensmiddelen worden aangebracht (zie hoofdstuk Supervriezen). Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het onderste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in de onderste diepvrieslade. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met reeds ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Zo nodig de diepgevroren levensmiddelen in de diepvrieslades omstapelen. Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
Levensmiddelen dienen zo snel mogelijk tot in de kern te bevriezen, om vitaminen, voedingswaarde, uiterlijk en smaak te behouden.
Het apparaat werkt na inschakeling van het supervriezen continu. De temperaturen van de
diepvriescompartimenten liggen duidelijk lager dan tijdens de normale werking.
Schakel enkele uren voordat u verse levensmiddelen invriest het supervriezen in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Als u het invriesvermogen conform het typeplaatje wilt gebruiken, dient u 24 uur voor het invriezen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.
Aanwijzing
Als het supervriessysteem is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
De temperatuurinsteltoets 1 meermaals indrukken, tot de indicatie super 2 brandt.
Het supervriessysteem wordt na 2 1/2 dagen automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur in de koelkast, in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator, in de magnetron

Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Uitvoering
U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen:
Legplateaus naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken. Afb. 6. Vakken in de deur iets optillen en eruit halen. Afb. 5
Speciale uitvoering
(niet bij alle modellen)
Boter- en kaasvak
Door een lichte druk in het midden van de klep gaat het botervak open.
Om het botervak schoon te maken, het iets optillen en eruit halen.
Koude-accu
De koude-accu kan voor het tijdelijk koelen van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.
De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren.
IJsbakje Afb. 8
- IJsbakje voor 3/4 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Ontbijtset
Afb. 9
De bakjes van de ontbijtset kunnen afzonderlijk eruit genomen en gewassen worden.
Flessenrek
Afb. 10
In het flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard.
Sticker "OK"
(niet bij alle modellen)
Met de sticker "OK" kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder zijn bereikt. Als de sticker niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.
Aanwijzing
Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten gebruik stellen
Uitschakelen van het apparaat
Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
Koelmachine wordt uitgeschakeld.
Apparaat buiten gebruik stellen
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Apparaat reinigen.
- Deuren van het apparaat open laten.
Schoonmaken van het apparaat
Attentie
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
Het reinigingswater mag niet in de volgende gedeelten komen:
Bedieningselementen, verlichting, ventilatieopeningen, openingen in de scheidingsplaat.
Ga als volgt te werk:
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een koele plaats. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Het spoelwater mag niet in de bedieningselementen, verlichting, ventilatieopeningen of in de openingen van de scheidingsplaat komen!
Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal afwasmiddel.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken het apparaat weer aansluiten.
- Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Legplateaus uit de lade nemen (Afb. 5)
Legplateaus optillen en verwijderen.
Glasplateaus eruit halen
De glasplateaus naar voren trekken en verwijderen.
Reservoir verwijderen
Afb. 7
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Diepvrieslade verwijderen
Afb. 7
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen, zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Voor een zo laag mogelijk energieverbruik: aan de zijkanten enige afstand tot de wand aanhouden.
De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Aanwijzing
Als het supervriezen is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Knakkende geluiden
Het automatische ontdooisysteem treedt in werking.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gezallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minutes uit te schaken. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Waarschuwingssignaal werkblinkt. Temperatuurindicatie knippert. Afb. 2/3 | Storing - in het vriesvak is het te warm! Gevaar voor de diepvriesproducten. Apparaat is geopend. | Voor het uitschaken van het waarschuwingssignaal de temperatuurinsteltoets aflb. 2/1 indrukken. |
| De be- en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Be- en ontluchtig garanderen. | |
| Er zich teveel levensmiddelen tegelijk in het diepvriesvak gelegd. | Vriesvermogen nicht overschrijden. | |
| Na het verhelpen van de storing stopt de temperatuurindicatie met knipperen. | ||
| De temperatuur in het diepvriescompartment is te hoog. | De deur van het apparaat werk te vaak geopend. | Deur van het apparaat Niet onnodig openen. |
| De be- en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Er zich grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingevroren. | Invriescapaciteit nicht overschrijden. | |
| De bijwanden van het apparaat় warm. | In de bijwanden lopen buizen die tijdens het koelproces warm worden. | Dat is normal voor het apparaat, en geen storing. Meubels die gegen het apparaat staan, worden Niet beschadigd door deze warmte. |
| De verlichting functioneert Niet. | De LED verlichting is kapot. | Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. |
| De deur stond te lang open. De verlichting worden na ca. 10 minuten uitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting waar. | |
| Gedimde verlichting van de bedieningselementen. | Wonneer het apparaat een tijdje Niet worden bediend, worden deindicatie van het bedieningspaneel op de energiespaarmodus gezet. | Zodra het apparaat waar in gebruik is, bijv. bij het openen van de deur, schakelt deindicatie waar op de normale verlichting om. |
| Geen enkele indicatie brandt. | Stroomuitval; dezekering is uitgeschakeld; de stekker zit Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller dezekeringen. |
| Het apparaat koelt Niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Temperatuur-insteltoets afb. 2/1 gedurende 10 seconden ingedrukt honden tot een bevestigingsignaal te horen is. Na een tijdje controlleren of het apparaat koelt. |
| De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt Nieteer. | Er zit zoVEL ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeme Nieteer volautomatisch ontdooit. | Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geisoleerd op een koeleplaats bewaren. Apparaat uitschakelen en van de wandwegschuiven. Deur van het apparat open latent. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan dechterwand van het apparaat te lopen. Om te voorkomen dat de dooiwateropvanschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwatereer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat waar in werkking stellen. |
| Op het oppervlak en de oplegplaten van het apparaat worden condenswater gezormd. | Wärme en vochtige omgevingstemperaturen versterken het effect. | Wis het water met een zachte, droge doekweg. ■ Open het apparaat zo kort möglich ■ Let erop dat het apparaat algijd goed gesloten is. |
Servicedienst, product-/fabrieksnummer en technische gegevens
Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Veel problemen kunt u via de informatie voor het verhelpen van storingen in deze gebruiksaanwijzing of op onze website zelf verhelpen. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met onze servicedienst.
We vinden altijd een passende oplossing en proberen onnodig bezoek van de servicetechnicus te vermijden.
We zorgen ervoor dat het apparaat zowel binnen de garantieperiode als na het verstrijken van de fabrieksgarantie met originele reserveonderdelen door geschoolde servicetechnici wordt gerepareerd.
Om veiligheidsredenen mag alleen geschoold vakpersoneel reparaties aan het apparaat uitvoeren. De garantieclaim vervalt indien reparaties of ingrepen worden uitgevoerd door personen die daartoe niet door ons zijn gemachtigd, dan wel indien onze apparaten worden voorzien van vervangende onderdelen, aanvullende onderdelen of accessoires die geen originele onderdelen zijn en daardoor een defect veroorzaken.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Aanwijzing
Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar (behalve in Denemarken en Zweden waar de duur 1 jaar bedraagt) in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijk recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productienummer (E-Nr.) en het fabricagenummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
nl
Productnummer (E-Nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Afb. 11
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Technische gegevens
Koelmiddel, netto inhoud van het apparaat en andere technische gegevens vindt u op het typeplaatje.
Afb. 11
Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https://www.bsh-group.com/energylabel (geldt alleen voor landen in de Europese economische ruimte). Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op de typeplaat.
Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met
Servicedienstadressen.
NL 0884244010
B 070222141