STR-K 790 - Audio/video-ontvanger SONY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis STR-K 790 SONY in PDF-formaat.

Page 114
Bekijk de handleiding : Français FR English EN Nederlands NL Svenska SV
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SONY

Model : STR-K 790

Categorie : Audio/video-ontvanger

Download de handleiding voor uw Audio/video-ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding STR-K 790 - SONY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. STR-K 790 van het merk SONY.

GEBRUIKSAANWIJZING STR-K 790 SONY

FR Gebruiksaanwijzing

WAARSCHUWING Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht, om gevaar voor brand of een elektrische schok te voorkomen. Open nooit de behuizing, om gevaar voor elektrische schokken te vermijden. Laat reparaties aan de erkende vakhandel over. Plaats het apparaat niet in een gesloten ruimte, zoals een boekenrek of ingebouwde kast. Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.

Voorzorgsmaatregelen Veiligheid Mocht er vloeistof of een voorwerp in de tuner/versterker terechtkomen, trek dan de stekker uit het stopcontact en laat het apparaat eerst nakijken door een deskundige, alvorens het weer in gebruik te nemen.

Stroomvoorziening • Controleer voor het aansluiten van de tuner/versterker eerst of de bedrijfspanning ervan wel overeenkomt met de plaatselijke netspanning. De bedrijfsspanning staat aangegeven op het naamplaatje aan de achterzijde van het apparaat. • Zolang het netsnoer op het stopcontact is aangesloten, blijft er spanning op het apparaat staan, zelfs nadat het apparaat is uitgeschakeld. • Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wanneer u denkt de tuner/ versterker geruime tijd niet te zullen gebruiken. Om de aansluiting op het stopcontact te verbreken, mag u uitsluitend aan de stekker trekken; trek nooit aan het snoer. • Indien het netsnoer vervangen moet worden, mag dit alleen uitgevoerd worden door een erkend onderhoudscentrum.

Opstelling • Zet de tuner/versterker op een goed geventileerde plaats, met rondom vrije luchtdoorstroming, om oververhitting van de inwendige onderdelen te voorkomen, in het belang van een langdurige betrouwbare werking. • Plaats de tuner/versterker niet in de buurt van een warmtebron of in direct zonlicht. Vermijd tevens plaatsen met veel stof, vocht en mechanische trillingen of schokken. • Zet niets bovenop de tuner/versterker. De ventilatie-openingen aan de bovenzijde mogen niet geblokkeerd worden, in het belang van een juist functioneren van het apparaat en een langere levensduur van de componenten.

Bediening Zorg ervoor dat de stekkers van de netsnoeren van de apparatuur niet in het stopcontact zitten, alvorens de aansluitingen te maken. Sluit de netsnoeren pas als allerlaatste aan.

2NL Gebruik voor het reinigen van de ombouw, het voorpaneel en de bedieningsorganen een zachte doek, licht bevochtigd met wat milde vloeibare zeep. Gebruik geen schuurspons, schuurmiddelen of vluchtige stoffen zoals spiritus of benzine.

Mocht u na het doorlezen van de gebruiksaanwijzing nog vragen over of problemen met de tuner/versterker hebben, aarzel dan niet contact op te nemen met de dichtstbijzijnde Sony handelaar.

Omtrent deze handleiding De aanwijzingen in deze handleiding gelden voor het models STR-DE545, STR-DE445 en STR-SE501. Controleer het modelnummer rechtsboven op het voorpaneel of rechtsonder op de afstandsbediening. In deze gebruiksaanwijzing zijn telkens de STR-DE545 en de afstandsbediening RM-U304 afgebeeld. Verschillen in de bediening zijn duidelijk aangegeven in de tekst, bijvoorbeeld met “alleen op de STR-DE545”.

Verschillen tussen de modellen

Algemene opzet • Alle aanwijzingen in de tekst beschrijven de bediening met de toetsen op de tuner/versterker zelf. U kunt echter ook de toetsen van de afstandsbediening gebruiken met dezelfde of soortgelijke namen als die op de tuner/ versterker. Details betreffende het gebruik van de afstandsbediening RM-PP404 (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501) vindt u in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing van de afstandsbediening. • Op een aantal plaatsen in deze gebruiksaanwijzing treft u het onderstaande symbool aan: z Dit symbool vestigt uw aandacht op handige tips, die de bediening vergemakkelijken. Deze tuner/versterker is uitgerust met Dolby* Digital en Pro Logic Surround akoestiek en het DTS** Digital Surround akoestieksysteem. * Vervaardigd in licentie van Dolby Laboratories. “Dolby”, “AC-3”, “Pro Logic” en het dubbele D-symbool ; zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. ** Vervaardigd onder licentie van Digital Theater Systems, Inc. Patentnummer 5.451.942 in de Verenigde Staten. Patenten in andere landen zijn aangevraagd. “DTS” en “DTS Digital Surround” zijn de handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc. © 1996 Digital Theater Systems, Inc. Alle rechten voorbehouden. Demonstratiefunctie De demonstratiefunctie wordt automatisch geactiveerd wanneer u het apparaat de eerste maal inschakelt. Wanneer de demonstratie begint, verschijnt in het uitleesvenster de volgende mededeling: “NOW DEMONSTRATION MODE IF YOU FINISH DEMONSTRATION PLEASE PRESS POWER KEY WHILE THIS MESSAGE APPEARS IN THE DISPLAY THANK YOU”

INHOUDSOPGAVE Aansluiten van de apparatuur 4 Uitpakken 4 Aansluiten van de antennes 5 Aansluiten van audio-apparatuur 6 Aansluiten van video-apparatuur 7 Aansluiten van digitale apparatuur 8 5.1CH ingangsaansluitingen 9 Andere aansluitingen 10

Aansluiten en opstellen van de luidsprekers 12 Aansluiten van de luidsprekers 13 Voorbereidingen treffen voor weergave 15 Opstelling voor meerkanaals Surround akoestiek 16 Alvorens uw tuner/versterker in gebruik te nemen 20

Bedieningsorganen en basisbediening van de tuner/versterker 22 Bedieningsorganen op het voorpaneel 22

Genieten van Surround Sound akoestiek 27 Keuze van een klankbeeld 28 Uitleg van de meerkanaals-akoestiekaanduidingen 31 Bijregelen van de klankbeelden 33

Radio-ontvangst 37 Automatische FM zenderopslag in alfabetische volgorde (“Autobetical select”) 39 Directe afstemming 39 Automatische zoekafstemming 40 Geheugenafstemming 40 Gebruik van het Radio Data Systeem (RDS) 41

Overige bedieningsfuncties 44 Naamgeving van voorkeurzenders en beeld/ geluidsbronnen 45 Opnemen 45 Automatisch uitschakelen met de sluimerfunctie 46 Instellingen met de SET UP toets 47

Annuleren van de demonstratiefunctie Druk op +/1 om de tuner/versterker uit te schakelen terwijl bovenstaande mededeling in het uitleesvenster wordt getoond. De volgende keer dat u het apparaat inschakelt, zal de demonstratiefunctie niet geactiveerd worden.

Activeren van de demonstratiefunctie Houd de SET UP toets ingedrukt en druk dan op de +/1 toets om de tuner/versterker in te schakelen.

Opmerkingenen • Wanneer de tuner/versterker een demonstratie geeft, wordt het geheugen gewist. Zie “Het geheugen van de tuner/versterker wissen” op blz. 15 voor nadere bijzonderheden betreffende hetgeen er gewist wordt. • El sonido no se oye mientras el modo de demostración está activado.

Aanvullende informatie 48 Verhelpen van storingen 48 Technische gegevens 50 Verklarende woordenlijst 52 Instellingen waarvoor de SUR, LEVEL, BASS/ TREBLE, en SET UP toetsen worden gebruikt 53 Beschrijving van de afstandsbediening (alleen op de STR-DE445) 54 Index 57

3NL NL Aansluiten van de apparatuur In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u diverse audio- en videoapparatuur kunt aansluiten op de tuner/versterker. Lees vooral de relevante paragrafen voor uw apparatuur alvorens u enig apparaat op de tuner/versterker gaat aansluiten.

Uitpakken Kontroleer of het onderstaande bijgeleverd toebehoren inderdaad in de verpakking van de tuner/versterker aanwezig is: • FM draadantenne (1) • AM kaderantenne (1) • R6 (AA-formaat) batterijen (2) • Alleen op de STR-DE545 en STR-SE501 • Afstandsbediening RM-PP404 (1) • Gebruiksaanwijzing voor de afstandsbediening (1) • Gebruiksaanwijzing voor CONTROL A1 II (1) • Alleen op de STR-DE445 • Afstandsbediening RM-U304 (1)

Aanbrengen van batterijen in de afstandsbediening Leg de R6 (AA-formaat) batterijen in de afstandsbediening, met de juiste polariteit van (+) en (–), zoals aangegeven in het batterijvak. Voor gebruik van de afstandsbediening richt u deze op de g afstandsbedieningssensor voorop de tuner/versterker.

Zie voor een gedetailleerde beschrijving van de afstandsbediening de daarbij geleverde afzonderlijke gebruiksaanwijzing. (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501)

z Wanneer de batterijen te vervangen Bij normaal gebruik zal een stel batterijen ongeveer 6 maanden meegaan. Als de tuner/versterker niet meer naar behoren op de afstandsbediening reageert, is het tijd alle batterijen door nieuwe te vervangen.

Opmerkingen • Leg de afstandsbediening niet op een al te warme of vochtige plaats. • Gebruik geen oude en nieuwe batterijen naast elkaar. • Let op dat de afstandsbedieningssensor van de tuner/ versterker niet wordt blootgesteld aan directe zonnestraling of fel lamplicht, anders zal de afstandsbediening niet naar behoren functioneren. • Wanneer u denkt de afstandsbediening geruime tijd niet te gebruiken, kunt u de batterijen er beter uit verwijderen, om eventuele beschadiging door batterijlekkage en corrosie te voorkomen.

Alvorens met aansluiten te beginnen

• Schakel eerst alle betrokken apparatuur uit, alvorens u begint met het aansluiten ervan. • Sluit de netsnoeren van de apparatuur pas op het stopcontact aan nadat alle andere aansluitingen in orde zijn. • Zorg dat alle aansluitingen stevig vast zitten, om brom en andere bijgeluiden te voorkomen. • Let bij het aansluiten van de audio/videosnoeren op dat u links en rechts niet verwisselt: sluit de gele stekkers aan op de gele stekkerbussen (voor het videosignaal); witte stekkers op witte stekkerbussen (voor het linker audiokanaal) en rode stekkers op rode stekkerbussen (voor het rechter kanaal).

Aansluiten van de antennes

Aansluiten van de apparatuur

AM kaderantenne (bijgeleverd) FM draadantenne (bijgeleverd)

FM 75Ω COAXIAL stekkerbus

z Op plaatsen met een problematische FM-ontvangst Sluit via een 75-ohm coaxiaalkabel (niet bijgeleverd) een FM buitenantenne aan op de tuner/versterker, zoals hieronder aangegeven. FM buitenantenne Tuner/versterker

Na het aansluiten van de antennes • Om het oppikken van stoorsignalen te voorkomen, mag u de AM kaderantenne niet te dicht bij de tuner/ versterker andere apparatuur zetten. • Strek de FM draadantenne zo ver mogelijk uit. • Na het aansluiten van de FM draadantenne legt of hangt u deze zo horizontaal mogelijk.

COAXIAL Aardleiding (niet bijgeleverd)

Belangrijk Als u de tuner/versterker aansluit op een buitenantenne, dient deze geaard te worden, ter bescherming tegen blikseminslag. Sluit de aardingsdraad nooit aan op een gasleiding; gezien de kans op een gasexplosie is dit uiterst gevaarlijk.

5NL Aansluiten van audio-apparatuur Vereiste aansluitsnoeren Aansluiten van de apparatuur

Audio-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)

Minidisc-recorder/ cassettedeck

Sluit bij alle snoeren de stekkers van een bepaalde kleur aan op de stekkerbussen met dezelfde kleur, op de betreffende apparaten.

Audio-aansluitingen Verbind een

6NL L AC OUTLET AUDIO OUT AUDIO IN B FRONT A R L CENTER FRONT CENTER L S-VIDEO OUT L R L R L Aansluiten van video-apparatuur Vereiste aansluitsnoeren Sluit bij alle snoeren de stekkers van een bepaalde kleur aan op de stekkerbussen met dezelfde kleur, op de betreffende apparaten. TV of satelliet-tuner

Videosnoer voor het aansluiten van een TV of videomonitor (niet bijgeleverd) geel

Betreffende de video-aansluitingen

MONITOR VIDEO OUT stekkerbus

U kunt de audio-uitgangsaansluitingen van uw TV-toestel verbinden met de TV/SAT AUDIO IN stekkerbussen van de tuner/versterker, om het geluid van de TV weer te geven met een akoestiekeffect naar keuze. In dit geval mag u de video-uitgangsaansluiting van het TV-toestel niet verbinden met de TV/SAT VIDEO IN stekkerbus van de tuner/versterker. Als u een aparte TV-afstemeenheid (of een satelliet-ontvanger) aansluit, verbind dan de audio- en video-uitgangen daarvan met de tuner/ versterker zoals aangegeven in bovenstaand aansluitschema.

z Bij gebruik van de S-video stekkerbussen in plaats van de gewone video-aansluitingen (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501) In dit geval zult u het TV-toestel of de videomonitor ook moeten aansluiten op de S-video stekkerbus. De S-video signalen worden alleen uitgestuurd via de S-video stekkerbussen, dus u zult via de gewone video-aansluitingen geen signaal kunnen weergeven. NL

Aansluiten van de apparatuur

Audio/video-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)

Aansluiten van digitale apparatuur Aansluiten van de apparatuur

U kunt de digitale uitgangsaansluitingen van uw DVD videospeler (enz.) en satelliet-ontvanger verbinden met de digitale ingangsaansluitingen van deze tuner/versterker, om thuis te genieten van een indrukwekkend bioscoopgeluid met meerkanaals Surround akoestiek. Om deze meerkanaals Surround Sound op zijn best te horen, zijn er vijf gewone luidsprekers nodig (twee voorluidsprekers, twee achterluidsprekers en een middenluidspreker) plus een speciale lagetonenluidspreker. Daarnaast kunt u tevens een laserdisc-speler met een RF OUT stekkerbus aansluiten via een RF demodulator, zoals de Sony MOD-RF1 (niet bijgeleverd). TV of satelliettuner

OUTPUT Vereiste aansluitsnoeren Optisch digitaal aansluitsnoer (niet bijgeleverd) zwart

Coaxiaal digitaal aansluitsnoer (niet bijgeleverd) geel

OUTPUT VIDEO OUT VIDEO OUT AUDIO OUT AUDIO OUT L DIGITAL OPTICAL OUTPUT OUTPUT DIGITAL OPTICAL DIGITAL COAXIAL

Audio/video-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd) Sluit bij alle snoeren de stekkers van een bepaalde kleur aan op de stekkerbussen met dezelfde kleur, op de betreffende apparaten.

Opmerking De optische en coaxiale digitale ingangsaansluitingen van dit apparaat zijn geschikt voor bemonsteringsfrequenties van 32 kHz, 44,1 kHz en 48 kHz.

L SUB IMPEDANCE WOOFER SELECTOR

* Om digitale audio-aansluitingen te maken voor een DVD videospeler, sluit u deze aan op de coaxiale OF de optische digitale aansluitbus, NIET op allebei. Het is aanbevolen voor de digitale audio-aansluitingen de coaxiale aansluitbus te gebruiken. ** alleen op de STR-DE545 en STR-SE501.

Voorbeeld voor het aansluiten van een laserdisc-speler via een RF demodulator U kunt de AC-3 RF OUT stekkerbus van een laserdisc-speler niet rechtstreeks aansluiten op de digitale ingangen van deze tuner/versterker. De RF uitgangssignalen moeten eerst worden omgezet in optische of coaxiale digitale signalen. Hiervoor sluit u de laserdisc-speler aan op een RF demodulator en dan verbindt u de optische of coaxiale digitale uitgang van de RF demodulator met de OPTICAL of COAXIAL DVD/LD IN aansluiting van de tuner/versterker. Zie voor nadere bijzonderheden over de AC-3 RF aansluitingen de gebruiksaanwijzing van de RF demodulator.

VIDEO OUT Laserdisc-speler

TREBLE ENTER Opmerking Bij het aansluiten op de hierboven getoonde wijze dient u de INPUT MODE schakelaar (3 op blz. 23) handmatig in de juiste stand te zetten. Dit apparaat kan niet naar behoren werken als de INPUT MODE schakelaar in de “AUTO” stand staat.

8NL PRESET/ – PTY SELECT +

DISPLAY INPUT MODE SPEAKERS R ON r OFF MUTING BASS BOOST TONE

5.1CH ingangsaansluitingen Alhoewel deze tuner/versterker is uitgerust met een eigen meerkanaals-decodeertrap, is hij tevens voorzien van een compleet stel 5.1CH INPUT meerkanaals-ingangsaansluitingen die u kunt gebruiken voor weergave van meerkanaals-software gecodeerd in andere formaten dan Dolby Digital (AC-3) en DTS. Als uw DVD videospeler beschikt over 5.1CH OUTPUT meerkanaals-uitgangen, kunt u deze rechtstreeks aansluiten op dit apparaat om te luisteren naar de geluidsweergave via de meerkanaals-decodeertrap van de DVD videospeler. Bovendien kunt u op de 5.1CH INPUT desgewenst ook een externe meerkanaals-decodeereenheid aansluiten. Om de meerkanaals Surround Sound op zijn best te horen, zijn er vijf gewone luidsprekers nodig (twee voorluidsprekers, twee achterluidsprekers en een middenluidspreker) plus een speciale lagetonenluidspreker. Zie de gebruiksaanwijzing van uw DVD videospeler, meerkanaals-decodeereenheid e.d. voor nadere bijzonderheden over de benodigde 5.1 meerkanaals ingangsaansluitingen.

Vereiste aansluitsnoeren Twee stuks, voor de 5.1CH INPUT FRONT en REAR aansluitingen wit (L)

Mono-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd) Twee stuks, voor de 5.1CH INPUT CENTER en SUB WOOFER aansluitingen zwart

Videosnoer (niet bijgeleverd) Eén snoer, voor de DVD/LD VIDEO IN aansluiting (enz.) geel

Opmerking Bij het maken van de hieronder beschreven aansluitingen, dient u de geluidssterkte van de akoestiekluidsprekers en de lagetonenluidspreker in te stellen op uw DVD videospeler of meerkanaals-decodeerapparaat.

DVD videospeler, meerkanaalsdecodeereenheid, enz.

5.1 CH OUTPUT REAR FRONT CENTER WOOFER FM 75Ω

R AUDIO OUT AUDIO IN VIDEO R L R L R L SUB IMPEDANCE WOOFER SELECTOR Voorbeeld voor het aansluiten van een DVD videospeler met behulp van de 5.1CH INPUT stekkerbussen Linker voorluidspreker Rechter voorluidspreker

ENTER MUTING BASS BOOST TONE SPEAKERS REAR/CENTER SUB WOOFER Linker achterluidspreker Rechter achterluidspreker Middenluidspreker Actieve lagetonenluidspreker

Zie blz. 13 e.v. voor nadere details over het aansluiten van de luidsprekers.

9NL Aansluiten van de apparatuur

Audio-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)

Andere aansluitingen Vereiste aansluitsnoeren Aansluiten van de apparatuur

Audio-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)

Sluit bij alle snoeren de stekkers van een bepaalde kleur aan op de stekkerbussen met dezelfde kleur, op de betreffende apparaten. wit (L)

CONTROL A1 aansluitsnoer (niet bijgeleverd) (alleen op de STRDE545 en STR-SE501) zwart

naar een stopcontact

• Als u beschikt over een voor CONTROL A1 geschikte Sony CD-speler, cassettedeck of minidisc-recorder Gebruik een CONTROL A1 snoer (niet bijgeleverd) om de CONTROL A1 stekkerbus van een CD-speler, cassettedeck of minidisc-recorder te verbinden met de CONTROL A1 stekkerbus van de tuner/versterker. Zie voor nadere bijzonderheden de aparte handleiding “CONTROL-A1 Control System” en de gebruiksaanwijzingen bijgeleverd bij uw CD-speler, cassettedeck of minidisc-recorder. Opmerking Als u een CONTROL A1 verbinding maakt tussen de tuner/ versterker en een minidisc-recorder welke tevens op een computer is aangesloten, mag u de tuner/versterker niet bedienen terwijl de “Sony MD Editor” software wordt gebruikt. Dit kan namelijk resulteren in een foutieve werking van de apparatuur.

• Als u beschikt over een Sony CD-wisselaar met een COMMAND MODE schakelaar Als de COMMAND MODE schakelaar van uw CDwisselaar kan worden ingesteld op CD 1, CD 2 of CD 3, zet deze dan in de “CD 1” stand en sluit de CDwisselaar aan op de CD ingangen van de tuner/ versterker. Als u echter een Sony CD-wisselaar met VIDEO OUT aansluitingen heeft, zet de COMMAND MODE schakelaar dan in de “CD 2” stand en sluit de CDwisselaar aan op de VIDEO IN ingangen van de tuner/ versterker.

Aansluiten van het netsnoer Alvorens u de netsnoerstekker van deze tuner/versterker in het stopcontact steekt: • Sluit eerst alle luidsprekers op de tuner/versterker aan (zie blz. 13). Sluit de netsnoeren van uw audio/video-apparatuur aan op een gewoon wandstopcontact. Alleen op de STR-DE545 en STR-SE501 Als u het netsnoer van een ander audio/video-apparaat aansluit op de AC OUTLET netstroomuitgang(en) achterop de tuner/versterker, zal de tuner/versterker zorgen voor de stroomvoorziening van de andere component(en), zodat u de bijbehorende apparatuur allemaal tegelijk met de tuner/versterker kunt in- en uitschakelen. Waarschuwing Let op dat het totale stroomverbruik van de apparatuur aangesloten op de AC OUTLET netstroomuitgang(en) achterop de tuner/versterker het bij deze uitgang aangegeven vermogen niet overschrijdt. Sluit op de netuitgang(en) in geen geval huishoudelijke apparatuur aan zoals een strijkijzer, een ventilator, een TV-toestel of andere apparatuur met een hoog stroomverbruik. (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501)

Opmerking Als de stekker ongeveer twee weken lang uit het stopcontact blijft, zal het geheugen van de tuner/versterker geheel gewist worden en dan zal bij het volgende gebruik weer een demonstratie van de functies worden gegeven.

AUX AUDIO IN aansluiting • Als u beschikt over een individuele audiocomponent (behalve PHONO) Gebruik de audiosnoeren om de LINE OUT aansluitingen van de CD-speler, cassettedeck, of minidisc-recorder te verbinden met de AUX AUDIO IN aansluiting op de tuner/versterker, zodat u stereo geluidsbronnen kunt beluisteren in Surround Sound.

11NL Aansluiten van de apparatuur

CONTROL A1 aansluiting (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501)

Aansluiten en opstellen van de luidsprekers

SET UP Cursortoetsen

TREBLE ENTER Instelknop

In dit hoofdstuk volgt een beschrijving voor het aansluiten van de luidsprekers op de tuner/ versterker, het opstellen van de luidsprekers en het afregelen ervan voor de beste meerkanaals Surround Sound kwaliteit.

Kort overzicht van de toetsen en regelaars die u gebruikt voor het instellen van de luidsprekers Insteltoets (SET UP): Druk op deze toets wanneer u instellingen wilt maken voor het soort luidsprekers en de luidsprekerafstanden. Cursortoetsen ( / ): Voor het kiezen van de parameters na indrukken van de SET UP toets. Instelknop: Draai hieraan om de gekozen parameters naar wens in te stellen.

12NL Aansluiten van de luidsprekers Vereiste aansluitsnoeren Luidsprekersnoeren (niet bijgeleverd) Eén voor elke voorluidspreker, achterluidspreker en middenluidspreker (+)

Linker voorluidspreker

Mono-aansluitsnoer (niet bijgeleverd) Eén, voor de actieve lagetonenluidspreker zwart

Rechter achterluidspreker

Linker achterluidspreker

Luidspreker-aansluitingen Verbind de

Voorluidsprekers (8 ohm)

*Extra stel voorluidsprekers (8 ohm)

Actieve lagetonenluidspreker

Opmerkingen over het aansluiten van de luidsprekers • Aan de luidsprekerkant stript u ongeveer 10 mm van de isolatie van het snoer en draait u de kerndraden ineen. Let bij elk snoer op dat u de draden niet verwisselt: sluit + aan op + en – op –. Als de draden verwisseld worden, zal bij weergave de positie van de muziekinstrumenten onduidelijk zijn, terwijl de lage tonen grotendeels zullen ontbreken. • Als u voorluidsprekers gebruikt met een relatief gering maximaal ingangsvermogen, stel dan de geluidssterkte erg voorzichtig in, om overbelasting van de luidsprekers te vermijden. • U kunt ook een microsatellietluidspreker (b.v. SAVE230) aansluiten op de receiver. Een microsatelleitluidspreker iseen 5.1-kanaals luidsprekersysteem bestaande uit twee voorluidsprekers, twee achterluidsprekers, een middenluidsprekers en een subwoofer.

13NL Aansluiten en opstellen van de luidsprekers

Rechter voorluidspreker

Aansluiten van de luidsprekers

Om kortsluiting van de luidsprekers te voorkomen

Aansluiten en opstellen van de luidsprekers

Kortsluiting in de luidsprekercircuits kan schade aan de tuner/versterker veroorzaken. Om dit te voorkomen, dient u bij het aansluiten van de luidsprekers de volgende aanwijzingen in acht te nemen. Zorg dat de gestripte uiteinden van de luidsprekerdraden elkaar niet raken; laat ze niet zover uitsteken dat ze kortsluiting met andere aansluitpunten kunnen maken. Onjuist aangesloten luidsprekersnoeren

De draad van een luidsprekersnoer raakt een andere aansluitklem.

De gestripte uiteinden van de luidsprekerdraden raken elkaar, omdat er teveel van de isolatie is verwijderd.

Na het aansluiten van alle geluidsbronnen, luidsprekers en het netsnoer dient u voor het gebruik eerst een testtoon weer te geven om te controleren of alle luidsprekers naar behoren zijn aangesloten. Nadere aanwijzingen voor het weergeven van een testtoon vindt u op bladzijde 19. Als een van de luidsprekers geen geluid geeft bij weergave van de testtoon of als het geluid klinkt via een andere luidspreker dan er op de tuner/versterker wordt aangegeven, kan er kortsluiting zijn in de luidsprekeraansluitingen. In dat geval dient u de aansluitingen van de luidsprekers nog eens te controleren.

14NL Voorkom beschadiging van de luidsprekers Zorg ervoor dat u het volume dicht zet alvorens de tuner/ versterker af te zetten. Bij het afzetten van de tuner/ versterker blijft de volume-instelling immers behouden.

Voorbereidingen treffen voor weergave Nadat u de luidsprekers hebt aangesloten en de tuner/ versterker voor het eerst hebt ingeschakeld, dient u het geheugen van het apparaat te wissen. Vervolgens kiest u het luidsprekerformaat en de luidspreker-opstelling en treft u de andere voorbereidingen die nodig zijn voor weergave.

Zorg eerst dat de: • Juiste voorluidsprekers zijn gekozen (zie onder “7 Luidspreker-keuzeschakelaar (SPEAKERS) op blz. 23). (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501)

Voor het eerste gebruik van de de tuner/versterker dient u met de SET UP toets bepaalde instellingen aan te passen aan de configuratie van uw stereo-installatie. Het gaat om de onderste instellingen. Zie voor nadere aanwijzingen over het instellen de tussen haakjes aangegeven bladzijden. • Luidsprekerformaat (blz. 16). • Luidsprekerafstanden (blz. 18). • Keuze van het videosignaal voor 5.1CH INPUT meerkanaals-weergave (blz. 47).

Het geheugen van de tuner/versterker wissen Voor het eerste gebruik van de tuner/versterker of wanneer u het geheugen van het apparaat wilt wissen, gaat u als volgt te werk. Als er automatisch een demonstratie begint wanneer u het apparaat inschakelt, hoeft u het geheugen niet te wissen. 1/u

MULTI CHANNEL DECODING

Schakel de tuner/versterker uit.

Houd de ?/1 aan/uit-schakelaar vier seconden lang ingedrukt. Nu toont het uitleesvenster eerst de gekozen geluidsbron en dan een aankondiging van de demonstratie, terwijl de volgende onderdelen worden gewist of teruggesteld in de uitgangsstand: • Alle vastgelegde voorkeurzenders verdwijnen uit het geheugen. • Alle klankbeeldparameters worden teruggesteld op de oorspronkelijke fabrieksinstellingen. • Alle vastgelegde namen (van de voorkeurzenders en andere geluidsbronnen) worden gewist. • Alle instellingen die zijn gemaakt met de SET UP toets keren terug naar de fabrieksinstellingen. • De klankbeelden die zijn gekozen voor afzonderlijke weergavebronnen en voorkeurzenders verdwijnen uit het geheugen.

15NL Aansluiten en opstellen van de luidsprekers

Alvorens de tuner/versterker in te schakelen

Voorbereiden van de tuner/versterker voor weergave

Opstelling voor meerkanaals Surround akoestiek

Aansluiten en opstellen van de luidsprekers

Voor de beste, ruimtelijk klinkende akoestiekweergave zouden alle luidsprekers in principe op gelijke afstand van uw luisterplaats (A) moeten staan. (Deze tuner/versterker biedt u echter de mogelijkheid de middenluidspreker tot ongeveer 1,5 meter dichterbij te zetten (B) en de achterluidsprekers tot ongeveer 4,5 meter dichterbij uw luisterplaats (C). Bovendien kunnen de voorluidsprekers zowel dichterbij als verderaf gezet worden, van 1,0 tot 12,0 meter van uw luisterplaats (A).) U kunt kiezen of u de achterluidsprekers achter uw luisterplaats wilt zetten of aan weerszijden er naast, afhankelijk van de vorm van uw kamer (enz.). Met de akoestiekluidsprekers naast u B

Druk op de +/1 toets om de tuner/versterker in te schakelen.

Druk op de SET UP toets.

Druk op de cursortoetsen ( of ) om in te stellen op de parameter die u wilt bijregelen.

Draai aan de instelknop om de gewenste stand te kiezen. De gekozen instelling wordt automatisch vastgelegd.

Herhaal de stappen 3 en 4 tot u alle hieronder genoemde parameters hebt ingesteld.

z Gewone luidspreker en microsatellietluidspreker

A Kies NORM. SP met gewone luidsprekers en MICRO SP met microsatellietluidsprekers. Als u NORM. SP kiest, kunt u luidsprekergrootte en subwoofer kiezen zoals hieronder aangegeven. Als u echter MICRO SP kiest, zijn luidsprekergrootte en subwoofer als volgt geconfigureerd:

Met de akoestiekluidsprekers achter u

U kunt de configuratie niet wijzigen als u MICRO SP kiest. Bij de STR-SE501 zijn luidsprekergrootte en subwoofer vooringesteld op MICRO SP afhankelijk van het meegeleverde luidsprekersysteem. Als u verandert van luidsprekersysteem, kies dan NORM. SP om luidsprekergrootte en subwoofer te kiezen.

Opmerking Zet de middenluidspreker of de achterluidsprekers niet verder van uw luisterplaats dan de voorluidsprekers.

16NL Vaststellen van het type luidsprekers

R ) x Formaat van de voorluidsprekers ( L Oorspronkelijke instelling: LARGE (STR-DE545/DE445) SMALL (STR-SE501) • Zijn er grote voorluidsprekers aangesloten die alle lage tonen zonder problemen kunnen weergeven, dan kiest u de stand “LARGE”. Gewoonlijk zal de stand “LARGE” het best voldoen. • Klinkt het geluid vervormd, of is de ruimtelijke weergave van meerkanaals Surround Sound niet naar wens, met te weinig basweergave, dan kiest u de stand “SMALL” om de basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de laagste frequenties van de voorkanalen worden overgeheveld naar de aparte lagetonen-luidspreker. • Als u voor de voorluidsprekers de stand “SMALL” kiest, worden de middenluidspreker en de achterluidsprekers ook automatisch ingesteld op “SMALL” (tenzij u eerder de stand “NO” hebt gekozen).

x Formaat van de achterluidsprekers ( LS RS ) Oorspronkelijke instelling: LARGE (STR-DE545/DE445) SMALL (STR-SE501) • Zijn er grote achterluidsprekers aangesloten die alle lage tonen zonder problemen kunnen weergeven, dan kiest u de stand “LARGE”. Gewoonlijk zal de stand “LARGE” het best voldoen. Als de voorluidsprekers echter zijn ingesteld op “SMALL”, kunt u de achterluidsprekers niet instellen op “LARGE”. • Klinkt het geluid vervormd, of is de ruimtelijke weergave van meerkanaals Surround Sound niet naar wens, met te weinig basweergave, dan kiest u de stand “SMALL” om de basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de laagste frequenties van de achterkanalen worden overgeheveld naar de aparte lagetonen-luidspreker of naar een ander stel “LARGE” luidsprekers die hier beter op zijn berekend. • Sluit u geen achterluidsprekers aan, kies dan de stand “NO”.*3

zBetreffende de luidsprekerformaten (LARGE en SMALL) Bij de interne signaalverwerking bepaalt de keuze van het LARGE of SMALL luidsprekerformaat voor elk stel luidsprekers of de ingebouwde akoestiekprocessor de laagste frequenties al dan niet naar de betreffende luidspreker(s) zal uitsturen. Als de lage tonen uit een bepaald kanaal worden verwijderd, zullen de basverdelingscircuits die frequenties overbrengen naar de aparte lagetonen-luidspreker of naar een ander stel “LARGE” luidsprekers die er beter op zijn berekend. Aangezien echter ook de lage tonen een zekere mate van richtingsgevoeligheid hebben, is het beter het gehele frequentiespectrum van de verschillende kanalen intact te laten, indien mogelijk. Daarom kunt u zelfs met een stel kleine luidsprekers toch de stand “LARGE” kiezen als u de lage tonen ook door die luidsprekers wilt laten weergeven. En andersom, als u grote luidsprekers aansluit maar niet wilt dat ze de laagste tonen weergeven, kunt u voor die luidsprekers best “SMALL” kiezen. Als de totale geluidsindruk minder is dan gewenst, kiest u dan voor alle luidsprekers de stand “LARGE”. Als de lage tonen niet genoeg tot uiting komen, kunt u de lage-/hogetonenregeling gebruiken om de lage tonen te versterken. Voor het regelen van de lage/hoge tonen, zie blz. 35.

x Opstelling van de achterluidsprekers (REAR PL.)* Oorspronkelijke instelling: BEHIND Met deze parameter kunt u de plaats van uw achterluidsprekers invoeren, voor een juiste werking van de Digital Cinema Sound klankbeelden in het VIRTUAL genre. Zie de onderstaande afbeelding. • Stel in op “SIDE” als de plaats van uw achterluidsprekers binnen het zijgebied A valt. • Stel in op “BEHIND” als uw achterluidsprekers helemaal achteraan staan, in het gebied B. Deze instelling is alleen van invloed op de klankbeelden in het VIRTUAL genre.

z *1~*3 komen overeen met de volgende Dolby Pro Logic standen voor de middenkanaal-aanpassing *1 NORMAL *2 PHANTOM *3 3 STEREO

* Deze parameters zijn niet beschikbaar als er eerder voor de achterluidsprekers (REAR) “NO” is gekozen.

17NL Aansluiten en opstellen van de luidsprekers

x Formaat van de middenluidspreker ( C ) Oorspronkelijke instelling: LARGE (STR-DE545/DE445) SMALL (STR-SE501) • Is er een grote middenluidspreker aangesloten die alle lage tonen zonder problemen kan weergeven, dan kiest u de stand “LARGE”. Gewoonlijk zal de stand “LARGE” het best voldoen. Als de voorluidsprekers echter zijn ingesteld op “SMALL”, kunt u de middenluidspreker niet instellen op “LARGE”. • Klinkt het geluid vervormd, of is de ruimtelijke weergave van meerkanaals Surround Sound niet naar wens, met te weinig basweergave, dan kiest u de stand “SMALL” om de basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de laagste frequenties van het middenkanaal worden overgeheveld naar de voorluidsprekers (als die op “LARGE” zijn ingesteld) of naar de aparte lagetonen-luidspreker.*1 • Sluit u geen middenluidspreker aan, kies dan de stand “NO”. Al het geluid van het middenkanaal wordt dan weergegeven door de voorluidsprekers.*2

Opstelling voor meerkanaals Surround akoestiek

Aansluiten en opstellen van de luidsprekers

x Hoogte van de achterluidsprekers (REAR HGT.)* Oorspronkelijke instelling: LOW Met deze parameter kiest u de hoogte van uw achterluidsprekers, voor een juiste werking van de Digital Cinema Sound klankbeelden in het VIRTUAL genre. Zie de onderstaande afbeelding. • Stel in op “LOW” als uw achterluidsprekers op de grond staan of vrij laag zijn opgehangen, in het gebied A. • Stel in op “HIGH” als uw achterluidsprekers relatief hoog aan de wand hangen, in het gebied B. Deze instelling is alleen van invloed op de klankbeelden in het VIRTUAL genre.

* Deze parameters zijn niet beschikbaar als er eerder voor de achterluidsprekers (REAR) “NO” is gekozen.

z Betreffende de opstelling van de achterluidsprekers (SIDE, en BEHIND) Deze instelling is speciaal bestemd voor de Digital Cinema Sound klankbeelden in het VIRTUAL genre. Bij deze klankbeelden is de luidspreker-opstelling niet zo’n overheersende factor als bij de andere akoestiekfuncties. Al de VIRTUAL klankbeelden zijn gebaseerd op de veronderstelling dat de achterluidsprekers geheel achter de luisterplaats zouden staan of hangen, maar het klankbeeld blijft grotendeels zoals bedoeld, ook wanneer de achterluidsprekers nogal opzij en ver uiteen staan. Als de achterluidsprekers echter pal naast de luisteraar hangen en recht op oorhoogte gericht zijn, zullen de VIRTUAL klankbeelden alleen klinken zoals bedoeld wanneer u voor de opstelling van de achterluidsprekers de stand “SIDE” hebt gekozen. Ook dat geldt echter niet in alle gevallen, aangezien de akoestiek van elke luisterruimte wordt bepaald door een heel stel variabelen, zodat u misschien wel betere resultaten bereikt met de “BEHIND” opstelling als de luidsprekers hoog boven uw luisterplaats hangen, ook al is dat pal ter weerszijden ervan. Daarom kunt u wellicht het best een favoriete geluidsbron met meerkanaals Surround Sound afspelen en dan goed luisteren welk effect elke instelling op de uiteindelijke klank heeft, ook al kan dit wel eens leiden tot een andere instelling dan hierboven aangegeven onder “Opstelling van de achterluidsprekers (REAR PL.)”. Kies de stand die een fraai open, ruimtelijk gevoel oplevert, met een zo hecht mogelijke samenhang tussen het geluid van de voorluidsprekers en dat van de achterluidsprekers. Als u geen duidelijke voorkeur kunt uitspreken tussen de verschillende instellingen, kies dan de stand “BEHIND” en gebruik dan de luidsprekerafstand-parameter en de geluidssterkte-instellingen om de weergave optimaal af te regelen.

x Aanwezigheid van een lagetonen-luidspreker (SUB WOOFER) Oorspronkelijke instelling: YES • Als u een lagetonen-luidspreker hebt aangesloten, stelt u hierbij in op “YES”. • Gebruikt u geen aparte lagetonen-luidspreker, dan stelt u in op “NO”. Hiermee schakelt u de basverdelingscircuits in, zodat de LFE laagfrequente signalen worden overgenomen door de andere luidsprekers. • Om volledig profijt te trekken van de Dolby Digital (AC-3) basverdelingscircuits willen wij u aanbevelen om de bovengrensfrequentie voor de lagetonenluidspreker zo hoog mogelijk in te stellen. x Afstand van de voorluidsprekers (FRONT) Oorspronkelijke instelling: 5,0 meter Stel hier de afstand in van uw luisterplaats tot de linker of rechter voorluidspreker (afstand A op blz. 16). • De afstand van de voorluidsprekers is instelbaar in stapjes van 0,1 meter, van minimaal 1,0 meter tot maximaal 12,0 meter van uw luisterplaats. • Als de beide voorluidsprekers niet precies even ver van uw luisterplaats staan, kiest u hier de afstand van de dichtstbijzijnde luidspreker. x Afstand van de middenluidspreker (CENTER) Oorspronkelijke instelling: 5,0 meter Stel hier de afstand in van uw luisterplaats tot de middenluidspreker. • De afstand van de middenluidspreker is instelbaar in stapjes van 0,1 meter, van (maximaal) dezelfde afstand als de voorluidsprekers (afstand A op blz. 16) tot 1,5 meter dichter bij uw luisterplaats (afstand B op blz. 16). • Plaats de middenluidspreker niet op grotere afstand van uw luisterplaats dan de voorluidsprekers. x Afstand van de achterluidsprekers (REAR) Oorspronkelijke instelling: 3,5 meter Stel hier de afstand in van uw luisterplaats tot de linker of rechter achterluidspreker. • De afstand van de achterluidsprekers is instelbaar in stapjes van 0,1 meter, van (maximaal) dezelfde afstand als de voorluidsprekers (afstand A op blz. 16) tot 4,5 meter dichter bij uw luisterplaats (afstand C op blz. 16). • Plaats de achterluidsprekers niet op grotere afstand van uw luisterplaats dan de voorluidsprekers. • Als de beide achterluidsprekers niet precies even ver van uw luisterplaats verwijderd zijn, kiest u hier de afstand van de dichtstbijzijnde luidspreker.

z Betreffende de afstand van de luidsprekers

Bijregelen van de geluidssterkte van de luidsprekers Stel alle luidsprekers op een evenredige geluidssterkte in vanaf uw luisterplaats, met de afstandsbediening. Opmerking Dit apparaat is voorzien van een nieuwe testtoon in de frequentieband rond 800 Hz, om het instellen van de luidsprekers te vergemakkelijken.

Druk op de ?/1 toets om de tuner/versterker in te schakelen.

Druk op de TEST TONE toets van de bijgeleverde afstandsbediening. Nu zult u een testtoon horen die achtereenvolgens door elk van de luidsprekers wordt weergegeven.

Stel de geluidssterkte zo in dat de testtoon op uw luisterplaats voor uw gehoor via alle luidsprekers even luid doorkomt. • Voor het bijregelen van de balans van de linker en rechter voorluidsprekers gebruikt u de voorbalansparameter (FRONT BALANCE) in het LEVEL menu (zie blz. 35). • Voor het bijregelen van de balans van de linker en rechter achterluidsprekers gebruikt u de achterbalans-parameter (REAR BALANCE) in het LEVEL menu (zie blz. 35). • Om de geluidssterkte van de middenluidspreker in te stellen, drukt u op MENU </> om de parameter “center” te kiezen. Gebruik +/– op de afstandsbediening om de geluidssterkte te regelen. • Om de geluidssterkte van de achterluidspreker in te stellen, drukt u op MENU </> om de parameter “rear” te kiezen. Gebruik +/– op de afstandsbediening om de geluidssterkte te regelen.

Druk weer op de TEST TONE toets van de afstandsbediening om de testtoon uit te schakelen.

Opmerking Er kan geen testtoon worden weergegeven wanneer de tuner/ versterker staat ingesteld op 5.1CH INPUT meerkanaalsweergave.

z U kunt ook alle luidsprekers tegelijk harder of zachter zetten: Draai aan de MASTER VOLUME knop van de tuner/versterker of druk op de MASTER VOL +/– toetsen van de afstandsbediening.

19NL Aansluiten en opstellen van de luidsprekers

U kunt de weergave van dit apparaat aanpassen aan de plaats van de aangesloten luidsprekers, door de luidsprekerafstand in te stellen. Het is echter niet mogelijk de middenluidspreker verder af te zetten dan de linker en rechter voorluidsprekers. Bovendien kunt u de middenluidspreker niet meer dan 1,5 meter dichter bij uw luisterplaats zetten dan de voorluidsprekers. Evenmin kunt u de achterluidsprekers verder van uw luisterplaats zetten dan de voorluidsprekers. En ook weer niet meer dan 4,5 meter dichterbij. Deze beperkingen gelden omdat een onevenwichtige opstelling van de luidsprekers niet geschikt is voor de weergave van akoestiekeffecten. Wanneer u de luidsprekerafstand dichterbij kiest dan de feitelijke afstand, zal het geluid via die luidspreker(s) met een grotere vertraging worden weergegeven. Met andere wooden, de luidsprekers klinken dan verder weg. Als u bijvoorbeeld de afstand van de middenluidspreker 1 tot 2 meter dichterbij instelt dan de feitelijke afstand, zal dit een vrij natuurgetrouw effect geven, alsof u zich “in” de actie op het beeldscherm bevindt. En als u geen goed akoestiekeffect verkrijgt omdat de achterluidsprekers te dichtbij staan, kunt u door het verminderen van de luidsprekerafstand (dichterbij kiezen dan de werkelijke afstand) een dieper ruimtelijk effect creëren. (1 voet komt overeen met 1 milliseconde vertragingstijd.) Door deze parameter bij te regelen terwijl u aandachtig naar een geluidsbron luistert, kunt u vaak een aanzienlijke verbetering in akoestiek bewerkstelligen. Probeer het maar eens!

Opstelling voor meerkanaals Surround akoestiek Opmerkingen

Aansluiten en opstellen van de luidsprekers

• Tijdens het bijregelen toont het uitleesvenster de balans van de voorluidsprekers, de achterluidsprekers, de geluidssterkte van de middenluidspreker en die van de achterluidsprekers. • Alhoewel u deze instellingen via het LEVEL menu ook kunt maken met de toetsen op het voorpaneel (bij weergave van de testtoon schakelt de tuner/versterker automatisch over naar het LEVEL menu), is het aanbevolen de hierboven beschreven werkwijze te volgen en het instellen van de diverse luidsprekers te verrichten vanaf uw luisterplaats met de afstandsbediening.

z Bijregelen van de geluidssterkte voor elke luidspreker afzonderlijk Laten we eens aannemen dat u de geluidssterkte van alle luidsprekers via de testtoon gelijkmatig hebt ingesteld. Daarmee is dan voldaan aan een van de hoofdvoorwaarden voor een uitstekende akoestiekweergave, maar er kan toch nog wel eens een extra aanpassing nodig blijken wanneer u luistert naar de weergave van een stuk muziek of een film. Dit komt omdat veel beeld- en geluidsmateriaal wordt geleverd met een middenkanaal en achterkanalen die iets zachter zijn opgenomen dan de beide voorkanalen. Bij het afspelen van een dergelijke geluidsbron met meerkanaals Surround Sound zult u merken dat het verhogen van de geluidssterkte van het middenkanaal en de achterluidsprekers vaak een betere samenhang geeft tussen de voorluidsprekers en de middenluidspreker en een natuurlijker balans van het klankbeeld voor en achter. Ongeveer 1 dB luider zetten van de middenluidspreker en ongeveer 1 - 2 dB extra voor de achterluidsprekers geeft vaak het beste resultaat. Anders gezegd, voor een beter geïntegreerd klankbeeld met een natuurlijk klinkende dialoog is het aanbevolen de nodige aanpassingen te maken tijdens het luisteren naar uw favoriete muziek of speelfilms. Een geringe aanpassing van slechts 1 dB kan vaak een enorm verschil maken in de klank van uw thuistheater.

Alvorens uw tuner/versterker in gebruik te nemen Voor inschakelen van de tuner/versterker Zorg eerst dat: • Er is ingesteld op het juiste paar voorluidsprekers (zie onder “7 Luidspreker-keuzeschakelaar (SPEAKERS)” op blz. 23). (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501)

Controleren van de aansluitingen Na het aansluiten van al uw audio/video-apparatuur op de tuner/versterker volgt u de onderstaande aanwijzingen om te controleren of alle aansluitingen in orde zijn. Weergavebronkeuzetoetsen

Druk op de ?/1 toets om de tuner/versterker in te schakelen.

Druk op een van de weergavebron-keuzetoetsen om in te stellen op een component (beeld/ geluidsbron) die u hebt aangesloten (bijvoorbeeld de CD-speler of het cassettedeck).

Schakel het betreffende apparaat in en start de weergave van de geluidsbron.

Draai aan de MASTER VOLUME regelaar om de geluidssterkte naar wens in te stellen.

Als u na de bovenstaande handelingen geen normale geluidsweergave verkrijgt, zoek de oorzaak dan op aan de hand van de hierna volgende controlelijst en neem de vereiste maatregelen om het probleem te verhelpen.

20NL Aansluiten en opstellen van de luidsprekers

Er klinkt geen geluid, ongeacht welke geluidsbron wordt gekozen. , Controleer of de tuner/versterker en de aangesloten apparatuur naar behoren zijn ingeschakeld. , Controleer met MASTER VOLUME of het volume in het uitleesvenster niet op VOL MIN staat. , Controleer of de SPEAKERS luidsprekerkeuzeschakelaar niet in de OFF stand staat of in de stand voor een luidsprekerpaar dat niet op de tuner/versterker is aangesloten (zie onder “7 Luidspreker-keuzeschakelaar (SPEAKERS)” op blz. 23). (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501) , Controleer of alle luidsprekersnoeren naar behoren zijn aangesloten. , Druk op de MUTING toets om het indicatorlampje te doven. Een bepaalde geluidsbron is niet te horen. , Controleer of de component correct is aangesloten op de audio-ingangen voor die component. , Controleer of de stekkers van het aansluitsnoer aan beide zijden, op de tuner/versterker en het weergave-apparaat zelf, stevig in de stekkerbussen zijn gestoken. Eén van de voorluidsprekers geeft geen geluid. , Sluit een hoofdtelefoon aan op de PHONES stekkerbus en zet de SPEAKERS schakelaar in de OFF stand om te controleren of de hoofdtelefoon wel goed geluid geeft (zie onder “7 Luidsprekerkeuzeschakelaar (SPEAKERS)” en “Hoofdtelefoonaansluiting (PHONES)” op blz. 23). Als ook bij de aangesloten hoofdtelefoon slechts via één kanaal geluid te horen is, kan er iets mis zijn met de aansluitingen van het weergaveapparaat op de tuner/versterker. Controleer dan of de stekkers van het aansluitsnoer aan beide einden, op de tuner/versterker en de geluidsbron zelf, stevig in de stekkerbussen zijn gestoken. Als de hoofdtelefoon wel via beide kanalen geluid geeft, kan er iets mis zijn met de aansluiting van de niet werkende voorluidspreker op de tuner/ versterker. Controleer dan de aansluitingen van de voorluidspreker die geen geluid geeft. Doet zich een probleem voor dat hierboven niet vermeld staat, zie dan het hoofdstuk “Verhelpen van storingen” op blz. 48.

21NL Bedieningsorganen en basisbediening van de tuner/ versterker In dit hoofdstuk wordt de plaats en functie van de toetsen en regelaars op het voorpaneel beschreven, met een uitleg van de voornaamste bedieningshandelingen van de tuner/ versterker.

Bedieningsorganen op het voorpaneel

1 ?/1 aan/uit-schakelaar Druk hierop om de tuner/versterker in te schakelen. 2 Weergavebron-keuzetoetsen Druk op een van deze toetsen om in te stellen op het apparaat dat u wilt gebruiken. Voor keuze van de

AUX Na het kiezen van het weergave-apparaat schakelt u dat apparaat in en start u de weergave van de geluidsbron. • Na het kiezen van een videorecorder, DVD videospeler of laserdisc-speler schakelt u ook het TV-toestel in en stelt u dit in op weergave van de gekozen component/beeldbron.

7 3 Ingangssignaal-keuzetoets (INPUT MODE) Druk hierop om het gewenste audiosignaal te kiezen voor uw digitale apparatuur (DVD/LD en TV/SAT). Bij elke druk op de toets wordt omgeschakeld tussen de ingangssignalen van de ingestelde component. Kies de stand

AUTO Voorrang te geven aan de digitale signalen wanneer er zowel digitale als analoge signalen beschikbaar zijn. Als er geen digitale signalen zijn, worden de analoge signalen gekozen. In te stellen op de digitale audiosignalen die via de DIGITAL OPTICAL ingangsaansluiting binnenkomen.

LEVEL In te stellen op de analoge audiosignalen die via de AUDIO IN (L en R) aansluitingen binnenkomen.

4 Meerkanaals-ingangskeuzetoets (5.1CH INPUT) Druk hierop om het geluid van de apparatuur aangesloten op de 5.1CH INPUT aansluitingen te horen, samen met de beeldweergave van de gekozen videocomponent. • Wanneer de 5.1CH INPUT geluidsbron is gekozen, zullen de toonregeling, basversterking en klankbeeld-effecten niet werken. • Om over te schakelen op een andere videobron wanneer er is gekozen voor 5.1CH INPUT meerkanaals-weergave, drukt u op de SET UP toets (ws) en dan enkele malen op de cursortoetsen (w;) om in te stellen op “5.1 V. IN” (zie voor nadere bijzonderheden blz. 47).

5 Totaalvolumeregelaar (MASTER VOLUME) Na instellen op de gewenste geluidsbron draait u aan deze knop om de geluidssterkte naar wens in te stellen. 6 Geluiddempingstoets (MUTING) Druk hierop om de geluidsweergave te dempen. Het indicatorlampje licht op wanneer het geluid gedempt is. 7 Luidspreker-keuzeschakelaar (SPEAKERS) (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501) Indrukken volgens de voorluidsprekers die u wilt aansturen. Drukt u op

A De luidsprekers aangesloten op de FRONT SPEAKERS A stekkerbussen

B De luidsprekers aangesloten op de FRONT SPEAKERS B stekkerbussen

De luidsprekers aangesloten op de FRONT SPEAKERS A zowel als B stekkerbussen (parallelle aansluiting)

* Sluit alleen voorluidsprekers aan met een nominale impedantie van 8 ohm of meer als u twee stel voorluidsprekers (A + B) tegelijk wilt gebruiken.

Alleen op de STR-DE445 Zet de SPEAKERS op ON. Hoofdtelefoon-aansluiting (PHONES) Hierop kunt u een hoofdtelefoon aansluiten. • Om een hoofdtelefoon te gebruiken, zet u de SPEAKERS toets op OFF om het geluid via de hoofdtelefoon te kunnen beluisteren. • Wanneer u via een hoofdtelefoon luistert, zet het klankbeeld dan op 2CH om de juiste geluidsweergave te krijgen.

23NL Bedieningsorganen en basisbediening van de tuner/versterker

MD/TAPE FM MODE MASTER VOLUME Bedieningsorganen op het voorpaneel

q; 8 Aanduidingskeuzetoets (DISPLAY) Druk meermalen op deze toets om de aanduidingen in het uitleesvenster als volgt om te schakelen: v Zelf ingevoerde naam van de beeld/geluidsbron v Stand van de FUNCTION knop v Klankbeeld dat vast is gekozen voor dit weergave-apparaat

Bij keuze van de tuner voor radio-ontvangst v Ingevoerde naam van de voorkeurzender* of vaste zendernaam** v Afstemfrequentie v Programmatype-aanduiding** v Radiotekst** v Juiste tijd v Klankbeeld dat vast is gekozen voor deze afstemband of voorkeurzender

* De gekozen “index” naam verschijnt alleen als u zelf een naam voor deze beeld/geluidsbron of voorkeurzender hebt ingevoerd (zie blz. 45). De gekozen naam verschijnt niet als er alleen spaties zijn ingevoerd of als de naam gelijk is aan die van de functietoets. ** Deze aanduidingen verschijnen alleen tijdens RDS ontvangst (zie blz. 41).

9 Uitleesvenster-verlichtingstoets (DIMMER) Druk enkele malen op deze toets om de helderheid van het uitleesvenster naar wens in te stellen. q; Gebruik de klankbeeldtoetsen (SOUND FIELD) voor weergave met een akoestiekeffect. Zie voor nadere bijzonderheden het hoofdstuk “Genieten van Surround Sound akoestiek” vanaf blz. 27. Decodeertoets/indicator (A.F.D.) Druk deze toets in om de tuner/versterker automatisch te laten waarnemen wat voor geluidssignaal er binnenkomt en de vereiste decodering toe te passen (indien nodig). Stereo-weergavetoets/indicator (2CH) Druk hierop om alleen geluid te horen via de linker en rechter voorluidsprekers. Klankbeeld-keuzetoets/indicator (MODE) Druk hierop om het gewenste klankbeeld te gaan kiezen (zie blz. 28). qa Meerkanaals-decodeerlampje (MULTI CHANNEL DECODING) Dit indicatorlampje licht op wanneer het apparaat signalen in een meerkanaals-formaat aan het decoderen is.

qs Gebruik de CINEMA STUDIO toetsen om te genieten van CINEMA STUDIO geluidseffecten. A/B/C toetsen Indrukken om de klankbeelden CINEMA STUDIO A, B of C in te stellen (blz 29).

Afstemtoetsen (TUNING +/–) Voor het afstemmen via het doorzoeken van alle beschikbare radiozenders. Afstemband-keuzetoets (FM/AM) Hiermee kiest u de FM of AM afstemband. FM stereo/mono-keuzetoets (FM MODE) Als de aanduiding “STEREO” in het uitleesvenster knippert en de FM stereo uitzending niet erg goed klinkt, drukt u op deze toets. Dan zal er geen stereoeffect meer zijn, maar de ontvangst zal beter klinken.

qf Toonregelingstoets (TONE) Indrukken om de toonregeling aan of uit te zetten. Hete TONE indicatorlampje licht op wanneer de toonregeling wordt aangezet. Als u de toon regelt met de BASS/TREBLE parameters (blz 35), worden de instellingen automatisch opgeslagen en kunnen ze worden gereproduceerd telkens wanneer u de toonregeling aanzet.

Informatie-paraattoets (RDS EON) Druk hierop om automatisch over te schakelen op een informatiezender wanneer die begint met uitzenden van verkeersinformatie, nieuws e.d. De RDS EON toets werkt niet tijdens AM ontvangst.

z Voor de zuiverste weergave van een analoge geluidsbron zonder digitale bijregeling Verricht de onderstaande stappen om de basversterking, de akoestiekeffecten en alle toonregeling uit te schakelen. 1 Druk op de 2CH toets. 2 Druk op de BASS BOOST toets zodat het BASS BOOST lampje dooft. 3 Druk op de TONE toets zodat het TONE lampje dooft. Het resultaat is een weergave zonder bijregeling, om de klank van de geluidsbron zo zuiver mogelijk te horen.

qg De volgende toetsen zijn voor de bediening van de ingebouwde tuner. Zie voor nadere bijzonderheden het hoofdstuk “Radio-ontvangst” vanaf blz. 37. Geheugengroep-keuzetoets (SHIFT) Hiermee kiest u een groep voorkeurzenders in het afstemgeheugen. Geheugentoets (MEMORY) Druk hierop om een radiozender in het geheugen vast te leggen als voorkeurzender. qh De volgende toetsen zijn voor de bediening van de ingebouwde tuner. Zie voor nadere bijzonderheden het hoofdstuk “Radio-ontvangst” vanaf blz. 37.

Programmatype-keuzetoets (RDS PTY) Druk hierop om radiozenders op te zoeken aan de hand van het programmatype dat ze uitzenden. Deze RDS PTY toets werkt niet tijdens AM ontvangst. qj Luidsprekermenu-keuzetoets (LEVEL) Druk hierop voor keuze van de luidsprekerniveauparameters (zie blz. 34). De indicator van de toets licht op en dan kunt u de verschillende luidsprekerniveauparameters (voorbalans, achterbalans e.d.) instellen. Bij nogmaals drukken dooft het indicatorlampje. qk Akoestiekmenu-keuzetoets (SUR) Druk hierop voor keuze van de akoestiekparameters (zie blz. 33). De indicator van de toets licht op en dan kunt u de verschillende akoestiekparameters (effectniveau, wandbekleding e.d.) gaan instellen. Bij nogmaals drukken dooft het indicatorlampje. ql Lage/hoge tonen-toets (BASS/TREBLE) Druk hierop om de toon te regelen (blz 35). w; Cursortoetsen ( / ) Druk hierop om diverse parameters voor luidsprekerniveau, akoestiek en hoge/lage tonen (enz) te kiezen.

Voorkeurzender/programmatype-toestsen PRESET/PTY SELECT +/– Druk hierop om alle te ontvangen radiozenders te doorzoeken. Met deze toets kiest u tevens de programmatypen bij gebruik van de PTY afstemming.

25NL Bedieningsorganen en basisbediening van de tuner/versterker

qd Basversterkingstoets (BASS BOOST) Druk hierop om de lagetonenweergave via de voorluidsprekers extra te versterken. De BASS BOOST indicator licht op wanneer de basversterking is ingeschakeld.

Bedieningsorganen op het voorpaneel

wa Instelknop Druk hierop om de gekozen parameters voor luidsprekerniveau, akoestiek en hoge/lage tonen (enz) te regelen.

Bedieningsorganen en basisbediening van de tuner/versterker

ws Insteltoets (SET UP) Druk hierop om de voorbereidingsstand in te schakelen en druk dan op de cursortoetsen (w;) om in te stellen op een van de onderstaande voorbereidingsfuncties te kiezen. Vervolgens maakt u de gewenste instellingen met de instelknop (wa). Door keuze van de

Luidsprekertype opgeven. (pagina 16)

Luidsprekerinstellingen

Het luidsprekerformaat kiezen voor de voor-, midden- en achterluidsprekers, de plaats van de achterluidsprekers instellen en de aan- of afwezigheid van een aparte lagetonen-luidspreker (zie blz. 16).

Luidspreker-afstanden De afstand van de voor-, midden- en achterluidsprekers kiezen (zie blz. 18). 5.1CH videobron

Kiezen welke videobron u wilt weergeven samen met het geluid dat binnenkomt via de 5.1CH INPUT aansluitingen (zie blz. 47).

wd Naamgevingstoets (NAME) Druk hierop om de naamgevingsfunctie in te schakelen en namen in te voeren voor de voorkeurzenders en andere weergavebronnen (zie blz. 45). wf Invoertoets (ENTER) Druk hierop om de gekozen lettertekens vast te leggen bij naamgeving van de voorkeurzenders en andere weergavebronnen.

26NL Genieten van Surround Sound akoestiek

A.F.D. decodering Dit “Auto Format Decoding” klankbeeld presenteert het geluid precies zo als het is gecodeerd, zonder enige bijregeling, nagalm e.d. Voor een optimaal gebruik van de Surround akoestiekfuncties zult u het aantal en de opstelling van uw luidsprekers in de tuner/versterker moeten vastleggen. Zie het hoofdstuk “Opstelling voor meerkanaals Surround akoestiek” vanaf blz. 16 voor de nodige instellingen van de luidspreker-parameters om ten volle te kunnen genieten van de Surround Sound akoestiek.

27NL Genieten van Surround Sound akoestiek

Dit hoofdstuk geeft aan hoe u de tuner/versterker kunt instellen voor geluidsweergave met akoestiekeffecten en vaste klankbeelden. Hiermee kunt u genieten van meerkanaals Surround Sound bij het afspelen van Dolby Digital of DTS of videomateriaal.

U kunt genieten van een fraaie ruimtelijke geluidsweergave door eenvoudigweg een van de voorgeprogrammeerde “klankbeelden” te kiezen die de tuner/versterker biedt. Zo kunt u uw luisterkamer laten klinken als een bioscoopzaal of een concertzaal. U kunt de klankbeelden ook naar eigen inzicht aanpassen door de diverse akoestiekparameters bij te stellen. Deze tuner/versterker beschikt over een aantal verschillende klankbeeldfuncties. De “cinema” klankbeelden zijn bedoeld voor de weergave van video- of filmgeluid (van DVD discs of laserdiscs) met meerkanaals-geluidssporen of Dolby Pro Logic geluid. Naast het decoderen van de diverse kanalen, bieden enkele van deze klankbeelden ook akoestiekeffecten zoals u die in de bioscoop kunt horen. De “virtuele” klankbeelden bieden enkele indrukwekkende toepassingen van de Sony Digital Cinema Sound technologie voor digitale signaalverwerking. Deze kunnen het geluid weg verplaatsen van de feitelijke luidspreker-opstelling om de aanwezigheid van een aantal “virtuele” luidsprekers te simuleren. De klankbeelden voor muziek (enz.) zijn bedoeld voor weergave van gewone muziekbronnen en TVuitzendingen. Hierbij wordt er aan het signaal van de geluidsbron een nagalm toegevoegd om het ruimtelijk effect van een concertzaal of een stadion (enz.) te simuleren. Gebruik deze klankbeelden voor de weergave van gewone stereo geluidsbronnen zoals muziek-CD’s of stereo radio-uitzendingen van muziek of sportevenementen e.d. Zie voor nadere bijzonderheden over de diverse klankbeelden de beschrijving op blz. 29 t/m 30.

Keuze van een klankbeeld

Cursortoetsen Klankbeeldtoetsen LEVEL (SOUND FIELD)

TONE MULTI CHANNEL DECODING

Druk op de MODE toets. Het laatst gekozen klankbeeld wordt in het uitleesvenster aangegeven.

Draai aan de instelknop of druk op een cursortoets ( of ) om het gewenste klankbeeld te kiezen. Zie het overzicht op blz. 29 en verder voor nadere informatie over de beschikbare klankbeelden.

BASS/TREBLE Kort overzicht van de toetsen die u gebruikt voor de klankbeeld-akoestiek Genieten van Surround Sound akoestiek

Luidsprekermenu-keuzetoets (LEVEL): Druk hierop om de niveauparameters te personaliseren. Akoestiekmenu-keuzetoets (SUR): Druk hierop om de akoestiek-parameters in het huidige klankbeeld naar wens aan te passen. Lage/hoge tonen-toets (BASS/TREBLE): Druk hierop om de toon te regelen. Cursortoetsen ( / ): Druk hierop om de gewenste parameters te kiezen na indrukken van de LEVEL, SUR, BASS/TREBLE of SET UP toets. Instelknop: Draai hieraan om de gekozen parameter in te stellen of het gewenste klankbeeld te kiezen (enz.). Klankbeeldtoetsen (SOUND FIELD) Decodeertoets (A.F.D.): Druk deze toets in om de tuner/versterker automatisch te laten waarnemen wat voor geluidssignaal er binnenkomt en de vereiste decodering toe te passen (indien nodig). Klankbeeld-keuzetoets (MODE): Druk hierop om de klankbeeld-keuzestand in te schakelen. Stereo-weergavetoets (2CH): Druk hierop om alleen geluid te horen via de linker en rechter voorluidsprekers. Toonregelingstoets (TONE): Voor in- en uitschakelen van de toonregeling.

28NL U kunt genieten van een fraaie ruimtelijke geluidsweergave door eenvoudigweg uit de voorgeprogrammeerde klankbeelden datgene te kiezen dat het best past bij de geluidsbron die u wilt horen.

Uitschakelen van het klankbeeld Druk op de A.F.D. decodeertoets of de 2CH stereoweergavetoets (zie blz. 24).

z De tuner/versterker onthoudt het laatst gekozen klankbeeld van iedere weergavebron (Sound Field Link) Wanneer u een bepaalde weergavebron kiest, wordt automatisch het klankbeeld ingesteld dat het laatst bij deze bron werd gebruikt. Als u bijvoorbeeld naar een compact disc luistert met HALL ingesteld als klankbeeld, vervolgens naar een andere weergavebron overschakelt en dan weer terug naar de compact disc, zal weer automatisch het HALL klankbeeld worden ingesteld. Bij de tuner worden er afzonderlijke klankbeelden onthouden voor AM, FM en alle voorkeurzenders.

z Aan de verpakking kunt u zien of de video e.d. is opgenomen met Dolby Surround geluid. Alle officiële Dolby Digital discs zijn voorzien van het beeldmerk en Dolby Surround discs zijn voorzien van het A beeldmerk.

Informatie over klankbeelden Effect op de geluidsweergave

NORM. SUR (NORMAL SURROUND)

Geluidsmateriaal met meerkanaals akoestieksignalen wordt weergegeven zoals het is opgenomen. Standaard tweekanaals geluid wordt gedecodeerd volgens het Dolby Pro Logic systeem om er een akoestiekeffect aan toe te voegen.

C. STUDIO A (CINEMA STUDIO A)

Geeft de herkenbare akoestiek van de Sony Pictures Entertainment “Cary Grant Theater” filmstudio.

Een fraaie standaard akoestiek, geschikt voor alle soorten speelfilms.

C. STUDIO B (CINEMA STUDIO B)

Geeft de herkenbare akoestiek van de Sony Pictures Entertainment “Kim Novak Theater” filmstudio.

Ideaal voor science-fiction of actiefilms met veel speciale geluidseffecten.

C. STUDIO C (CINEMA STUDIO C)

Geeft de herkenbare akoestiek van de Sony Pictures Entertainment filmorkest-opnamestudio.

Ideaal voor musicals en klassieke films met veel achtergrondmuziek.

V. MULTI* (VIRTUAL MULTI DIMENSION) (Virtuele luidsprekers overal rondom)

Creëert met 3D geluidsverwerking een heel stel “virtuele achterluidsprekers” boven normale luisterhoogte, op basis van slechts twee werkelijke achterluidsprekers. Dit klankbeeld omvat vier paar virtuele luidsprekers rondom en in een hoek van ongeveer 30° boven de luisteraar.

C R LS RS LS RS LS L BEHIND**

Creëert met 3D geluidsverwerking een aantal virtuele achterluidsprekers uit het geluid van de voorkanalen, zonder werkelijke achterluidsprekers te gebruiken. Dit klankbeeld omvat vijf paar virtuele luidsprekers rondom en in een hoek van ongeveer 30° boven de luisteraar.

* “VIRTUAL” klankbeeld: Klankbeeld met gesimuleerde extra luidsprekers.

29NL Genieten van Surround Sound akoestiek

Keuze van een klankbeeld

Informatie over klankbeelden Naam klankbeeld

Effect op de geluidsweergave

HALL Geeft de akoestiek van een rechthoekige concertzaal.

Ideaal voor zachtere akoestische muziek.

Geeft de akoestiek van een jazz-club.

Geeft de akoestiek van een muziektheater met 300 zitplaatsen.

Ideaal voor rock en popmuziek.

GAME Geeft de meest treffende geluids- en akoestiekeffecten van videospelletjes.

Zet hierbij uw videospel-apparaat in de stereo stand voor een spel met stereo geluidsspoor.

Genieten van Surround Sound akoestiek

• De effecten van de gesimuleerde virtuele luidsprekers kunnen soms bijgeluiden in de weergave veroorzaken. • Bij weergave van klankbeelden met gesimuleerde virtuele luidsprekers zal er geen direct geluid van de achterluidsprekers te horen zijn.

Gebruik de toetsen op het voorpaneel om de volgende weergavefuncties in te schakelen AUTO FORMAT DECODING (Druk op de A.F.D. decodeertoets)

Neemt automatisch waar welk soort geluidssignaal er binnenkomt (Dolby Digital, Dolby Pro Logic of standaard twee-kanaals stereo) en zorgt voor een juiste decodering waar nodig. Deze functie neemt het geluidsspoor zoals het is opgenomen/gecodeerd, en presenteert het zonder enige bijregeling, nagalm of effecten.

Deze functie kunt u gebruiken ter referentie. Zet hierbij de toonregeling op OFF, dan hoort u het geluid precies zoals het werd opgenomen.

2 CHANNEL (Druk op de 2CH stereoweergavetoets)

Hierbij wordt het geluid alleen weergegeven door de linker en rechter voorluidsprekers. Gewoon tweekanaals stereo geluid wordt weergegeven zonder door de klankbeeld-circuits te passeren. Meerkanaals-geluid wordt ook samengemengd tot gewone stereo weergave.

Met deze functie kunt u elke geluidsbron weergeven via alleen de linker en rechter voorluidsprekers.

Opmerking Bij instellen op de 2 CHANNEL tweekanaals-weergave zal de lagetonenluidspreker geen geluid weergeven. Om gewoon twee-kanaals stereo geluid weer te geven via de linker en rechter voorluidsprekers plus een lagetonenluidspreker, gebruikt u de AUTO FORMAT DECODING functie.

30NL Uitleg van de meerkanaals-akoestiekaanduidingen 1

1 ; DIGITAL Deze aanduiding licht op wanneer er een ander klankbeeld dan 2 CHANNEL is gekozen en het apparaat signalen decodeert die zijn opgenomen in het Dolby Digital (AC-3) formaat.*

2 PRO LOGIC Deze aanduiding licht op wanneer het apparaat een twee-kanaals signaal verwerkt met Pro Logic technieken om zo een middenkanaal en akoestiekachterkanalen samen te stellen.** ** Deze indicator licht echter niet op als de midden- en achterluidsprekers zijn ingesteld op “NO” of de SPEAKER toets op “OFF” staat en het A.F.D. of NORMAL SURROUND geluidsveld is geselecteerd.

3 OPT Deze aanduiding licht op bij weergave van een digitaal signaal dat binnenkomt via de OPT aansluiting. 4 COAX Deze aanduiding licht op bij weergave van een digitaal signaal dat binnenkomt via de COAX aansluiting. 5; Deze aanduiding licht op wanneer er Dolby Digital (AC-3) signalen binnenkomen.

8 Afstemaanduidingen Deze aanduidingen lichten op bij gebruik van de tuner voor het afstemmen op radiozenders e.d. Zie blz. 37 t/m 43 voor de bediening van de tuner voor radio-ontvangst. 9 Weergavekanaal-aanduidingen Aan de oplichtende letters kunt u zien welke geluidskanalen er worden weergegeven. L: linksvoor R: rechtsvoor C: midden (mono) LS: linksachter RS: rechtsachter S: achterluidsprekers (mono of alleen de achterweergave na Pro Logic verwerking) Aan de oplichtende vakjes rond de letters kunt u zien via welke luidsprekers het geluid wordt weergegeven. Zie het overzicht op de volgende pagina voor nadere bijzonderheden over de weergavekanaalaanduidingen. q;

LFE LFE lichten op wanneer de disc die speelt een LFE (Low Frequency Effect) kanaal bevat en het geluid van het LFE kanaal effectief wordt weergegeven.

6 dts Licht op wanneer DTS-signalen binnenkomen. Opmerking

Bij het afspelen van een disc in DTS formaat moet u erop toezien dat u digitale aansluitingen heeft gemaakt en dat “INPUT MODE” NIET op ANALOG staat (zie 3 op blz 23).

31NL Genieten van Surround Sound akoestiek

* Deze aanduiding licht echter niet op bij weergave van opnamen met 2/0 of 2/0 Pro Logic geluid.

7 D. RANGE Deze aanduiding licht op wanneer de compressiefunctie voor het dynamisch bereik is ingeschakeld. Zie blz. 35 voor het instellen van de dynamiek-compressie.

Uitleg van de meerkanaals-akoestiekaanduidingen

Overzicht van de geluidsbronkanaal-aanduidingen De oplichtende letters (L, C, R, enz.) geven aan welke geluidsbronkanalen er worden weergegeven. De vakjes lichten op om aan te geven hoe de tuner/versterker het geluid mengt, voor weergave via welke luidsprekers (afhankelijk van de luidspreker-instellingen). Bij de klankbeelden voor muziek, zoals HALL of JAZZ CLUB, voegt de tuner/versterker nagalm toe op basis van het inkomende geluid. De volgende tabel geeft aan welke indicators oplichten bij gebruik van de AUTO FORMAT DECODING functie. Deze tabel toont vrijwel alle mogelijke configuraties voor meerkanaals Surround Sound weergave, maar de met een “ ” sterretje gemarkeerde configuraties zijn het meest gebruikelijk. Opnamekanalen (voor/achter)

Geluidsbron-kanalen en gebruikte weergavekanalen Aantal ingangskanalen

a DIGITAL C Zonder middenluidspreker

Zonder achterluidsprekers

Alle luidsprekers aangesloten

a DIGITAL C Zonder midden/ achterluidsprekers

Genieten van Surround Sound akoestiek

* Signalen met de Dolby Surround aanduiding OFF ** Signalen met de Dolby Surround aanduiding ON *** Hierbij wordt de bemonsteringsfrequentie aangegeven.

Opmerkingen • De tuner/versterker decodeert volgens het Pro Logic systeem en de aanduidingen geven de 2/0** ingangskanalen aan bij de volgende filmgeluid-klankbeelden met 2/0* of STEREO PCM ingangssignalen. (C. STUDIO A, B, C, V. MULTI en V. SEMI-M.) • Bij gebruik van de klankbeelden voor muziek, zoals HALL of JAZZ CLUB met standaard audio-systemen zoals PCM, creëert de tuner/versterker signalen voor de achterkanalen op basis van de linker en rechter voorkanaal-signalen. In dit geval geven de achterluidsprekers wel geluid weer, maar de uitgangsaanduidingen voor de achterluidsprekers lichten niet op.

32NL Bijregelen van de klankbeelden U kunt de klankbeelden naar wens aanpassen door de akoestiekparameters en de klankkleur van de voorluidsprekers zo in te stellen dat het geluid in uw luisterruimte optimaal klinkt. Wanneer u een klankbeeld bijgeregeld heeft, zullen de nieuwe instellingen in het geheugen bewaard blijven (tenzij de tuner/versterker langer dan ongeveer twee weken niet op een stopcontact aangesloten is). Om een bijgeregeld klankbeeld opnieuw te wijzigen, hoeft u enkel de gewenste veranderingen aan te brengen. Zie het overzicht op blz. 36 voor de parameters waarmee u een bepaald klankbeeld kunt bijregelen.

Zorg voor een juiste luidspreker-opstelling en volg de aanwijzingen onder “Opstelling voor meerkanaals Surround akoestiek” vanaf blz. 16, alvorens u een klankbeeld gaat aanpassen.

Aanpassen van de akoestiekparameters Het SUR menu biedt een aantal parameters waarmee u allerlei verschillende aspecten van het gekozen klankbeeld kunt aanpassen. De instellingen die u in dit menu kiest worden voor elk klankbeeld afzonderlijk vastgelegd.

Start de weergave van een geluidsbron die is gecodeerd met een meerkanaals Surround geluidsspoor.

Druk op de SUR toets. De toets licht op en de eerste parameter wordt aangegeven.

Druk op de cursortoetsen ( of ) om in te stellen op de parameter die u wilt bijregelen.

Draai aan de instelknop om de gewenste stand te kiezen. De gekozen instelling wordt automatisch vastgelegd.

Weerkaatsing (REVB.) Oorspronkelijke instelling: gemiddeld Bij een muziekuitvoering zal het geluid altijd een aantal malen heen en weer kaatsen tussen de linker en rechter wanden, het plafond en de vloer, vóór het onze oren bereikt. Hoe groter de ruimte, des te langer zullen de weerkaatsingen duren. Met deze parameter kunt u de tijdsduur van de vroege weerkaatsingen bijregelen om zo een grotere (L) of een kleinere (S) ruimte te simuleren. • De weerkaatsingen zijn instelbaar van REVB. S. 1 ~ REVB. S. 8 (short - kort) tot REVB. L. 1 ~ REVB. L. 8 (lang) in 17 stappen. • De gemiddelde stand (REVB. MID) geeft een standaard ruimte, zonder bijregeling.

Effectniveau (EFFECT) Oorspronkelijke instelling: (afhankelijk van het klankbeeld) Met deze parameter kunt u de sterkte of nadruk van het gekozen klankbeeld naar wens instellen.

33NL Genieten van Surround Sound akoestiek

Voor de beste weergave van meerkanaals Surround Sound

Wandbekleding (WALL) Oorspronkelijke instelling: gemiddeld Wanneer geluid weerkaatst wordt door een wand die bekleed is met relatief zacht materiaal of door gordijnen, worden de hoge tonen verzwakt. Een hardere wandbekleding daarentegen reflecteert het geluid meer gelijkmatig en zal de frequentiekarakteristiek van het geluid daarom minder sterk beïnvloeden. Deze “WALL” parameter simuleert de hardheid van de wandbekleding, door het variëren van de hoeveelheid hoge tonen. De S (soft) instelling geeft een zachte wandbekleding aan en de H (hard) instelling een harde wandbekleding. De gemiddelde stand geldt voor een standaard halfharde wand (van hout).

Bijregelen van de klankbeelden

Bijregelen van de luidspreker-instelparameters Het LEVEL luidspreker-instelmenu biedt een aantal parameters waarmee u de balans en de geluidssterkte van elke luidspreker naar wens kunt instellen. De instellingen die u in dit menu maakt, zijn van toepassing op alle klankbeelden.

Start de weergave van een geluidsbron die is gecodeerd met een meerkanaals Surround geluidsspoor.

Druk op de LEVEL toets. De toets licht op en de eerste parameter wordt aangegeven.

Genieten van Surround Sound akoestiek

Druk op de cursortoetsen ( of ) om in te stellen op de parameter die u wilt bijregelen.

Draai aan de instelknop om de gewenste stand te kiezen. De gekozen instelling wordt automatisch vastgelegd.

R ) * Voorluidspreker-balans ( L Oorspronkelijke instelling: balance Hiermee kunt u de onderlinge geluidsbalans van de linker en rechter luidsprekers naar wens bijregelen. • De balans kan in ±8 stappen worden geregeld. • Deze instelling is ook direct regelbaar met de bijgeleverde afstandsbediening. Zie “Bijregelen van de geluidssterkte van de luidsprekers” (op blz. 19).

* Balans van de achterluidsprekers ( LS RS ) Oorspronkelijke instelling: balance Hiermee kunt u de balans van de linker en rechter achterluidsprekers bijregelen. • De balans kan in ±8 stappen worden geregeld. • Deze instelling is ook regelbaar met de bijgeleverde afstandsbediening. Zie “Bijregelen van de geluidssterkte van de luidsprekers” (op blz. 19). * Niveau van de achterluidsprekers (REAR) Oorspronkelijke instelling: 0 dB Hiermee kunt u de geluidssterkte van beide achterluidsprekers (links en rechts) instellen. • De geluidssterkte is instelbaar in stapjes van 1 dB, van –10 dB tot + 6 dB. • Deze instelling is ook direct regelbaar met de bijgeleverde afstandsbediening. Zie “Bijregelen van de geluidssterkte van de luidsprekers” (op blz. 19).

* Niveau van de middenluidspreker (CTR) Oorspronkelijke instelling: 0 dB Hiermee kunt u de geluidssterkte van de middenluidspreker instellen. • De geluidssterkte is instelbaar in stapjes van 1 dB, van –10 dB tot + 6 dB. * Niveau van de lagetonen-luidspreker (S.W. xx) Oorspronkelijke instelling: 0 dB Hiermee kunt u de geluidssterkte van de lagetonenluidspreker instellen. • De geluidssterkte is instelbaar in stapjes van 1 dB, van –10 dB tot + 6 dB. * De parameters kunnen afzonderlijk worden geregeld voor 5.1 CH INPUT.

Laagfrequent Effect mengniveau (LFE ; xx) Oorspronkelijke instelling: 0 dB Met deze parameter kunt u de geluidssterkte bijregelen van het afzonderlijke LFE (Low Frequency Effect) kanaal dat wordt weergegeven via de lagetonen-luidspreker, zonder hierbij de gewone lage tonen te beïnvloeden die door de basverdelingscircuits van de voor-, midden- en achterkanalen worden overgeheveld naar de aparte lagetonen-luidspreker. • Het LFE niveau is instelbaar in stapjes van 1 dB, van – 20.0 dB tot 0 dB (lijnniveau). Bij 0 dB wordt het volledige LFE signaal weergegeven met het mengniveau gekozen door de opnametechnicus. • Bij instellen op OFF wordt het geluid van het LFE kanaal door de lagetonen-luidspreker gedempt. De lage tonen van de voor-, midden- en achterkanalen die door de basverdelingscircuits worden overgeheveld naar de lagetonen-luidspreker worden echter wel weergegeven, volgens de keuze gemaakt voor elk luidsprekerpaar bij de luidspreker-instellingen (zie blz. 16). dts LaagFrequent Effect mengniveau (LFE dts xx) Oorspronkelijke instelling: 0 dB Met deze parameter kunt u de geluidssterkte bijregelen van het afzonderlijke LFE (Low Frequency Effect) kanaal dat wordt weergegeven via de lagetonen-luidspreker, zonder hierbij de gewone lage tonen te beïnvloeden, die door de “dts” basverdelingscircuits van de voor-, middenen achterkanalen worden overgeheveld naar de aparte lagetonen-luidspreker. • Het LFE niveau is instelbaar in stapjes van 1 dB, van –20,0 dB tot +10,0 dB (lijnniveau). • Bij instellen op OFF wordt het geluid van het LFE kanaal door de lagetonen-luidspreker gedempt. De lage tonen van de voor-, midden- en achterkanalen die door de basverdelingscircuits worden overgeheveld naar de lagetonen-luidspreker worden echter wel weergegeven, volgens de keuze gemaakt voor elk luidsprekerpaar bij de luidspreker-instellingen (Nadere details vindt u onder “Opstelling voor meerkanaals Surround akoestiek”).

z Betreffende het niveauverschil tussen de LFE MIX instellingen Het “dts LFE MIX” niveau staat oorspronkelijk ingesteld op +10,0 dB en het “LFE MIX” (Dolby Digital) niveau op 0 dB. Dit is omdat er vast verschil van 10 dB bestaat tussen het totale geluidsniveau van de Dolby Digital en de dts LFE kanalen. Met het “dts LFE MIX” niveau ingesteld op +10 dB en het “LFE MIX (Dolby Digital)” niveau ingesteld op 0 dB, wordt ongeveer dezelfde hoeveelheid van het LFE-kanaal signaal naar de andere audiokanalen overgeheveld in de totale menginstelling.

Opmerking De dynamiekcompressie is niet te gebruiken voor DTS geluidsbronnen.

z Betreffende de dynamiekcompressie Met deze parameter wordt het dynamisch bereik van een speelfilm-geluidsspoor gecomprimeerd volgens de dynamiekinformatie in het Dolby Digital signaal. “STD” geeft de standaard compressie, maar omdat de meeste geluidsbronnen slechts een geringe compressie hebben, zult u waarschijnlijk weinig verschil bemerken met de standen 0.1 - 0.9. Daarom kunnen we u aanbevelen de “MAX” compressie te gebruiken. Hiermee wordt het dynamisch bereik drastisch beperkt, zodat u zonder bezwaar ook ‘s avonds laat kunt genieten van een speelfilm met zacht ingesteld geluid. In tegenstelling tot analoge compressiefuncties zijn de niveaus hierbij vooraf bepaald, voor een natuurlijk klinkende compressie.

Met de BASS/TREBLE toets kunt u de toon (lage of hoge tonen) van de voorluidsprekers regelen voor een optimale geluidsweergave. U kunt de toon regelen voor elk afzonderlijk klankbeeld.

Start de weergave van een geluidsbron die is gecodeerd met een meerkanaals Surround geluidsspoor.

Druk enkele malen op de BASS/TREBLE toets. De toets licht op en de eerste parameter wordt aangegeven.

Druk op de cursortoetsen ( of ) om in te stellen op de parameter die u wilt bijregelen.

Draai aan de instelknop om de gewenste stand te kiezen. De gekozen instelling wordt automatisch vastgelegd. De toonregeling is instelbaar van –6 dB tot +6 dB in stapjes van 2 dB tegelizk.

Druk op de TONE toets zodat het TONE indicatorlampje oplicht.

z U kunt de toonregeling uitschakelen zonder de gemaakte instellingen te verliezen De toonregeling instellingen worden voor elk klankbeeld afzonderlijk vastgehouden. Druk op de TONE toets zodat het TONE indicatorlampje dooft als u de toonregeling wilt uitschakelen.

Terugstellen van de bijgeregelde klankbeelden op de oorspronkelijke fabrieksinstelling

Als de tuner/versterker aan staat, drukt u op de ?/1 toets om het apparaat uit te schakelen.

Houd de MODE toets ingedrukt en schakel het apparaat weer in met de ?/1 toets. De aanduiding “SUR CLR” verschijnt in het uitleesvenster en dan zijn alle klankbeelden tegelijk teruggesteld op de fabrieksinstellingen.

35NL Genieten van Surround Sound akoestiek

Dynamiekcompressie (COMP. D. RANGE xx) Oorspronkelijke instelling: OFF (uit) Hiermee kunt u het dynamisch bereik van een speelfilmgeluidsspoor comprimeren, dus verkleinen. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn als u ‘s avonds laat een speelfilm wilt bekijken; dan kunt u het geluid zacht zetten en toch een rijke, volle klank behouden. • In de OFF stand wordt het geluidsspoor normaal weergegeven, zonder compressie. • In de STD stand wordt het geluidsspoor weergegeven met het volledig dynamisch bereik, zoals gekozen door de opnamestudio-technicus. • Met de standen 0,1 - 0,9 kunt u het dynamisch bereik geleidelijk steeds meer comprimeren, om precies het gewenste effect te bereiken. • In de MAX stand wordt het dynamisch bereik drastisch beperkt.

De lage/hoge tonen regelen

Bijregelen van de klankbeelden

Instelbare parameters voor de verschillende klankbeelden

EFFECT LEVEL WALL TYPE REVERB TIME FRONT BAL.

Genieten van Surround Sound akoestiek

36NL Radioontvangst In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u op FM of AM radiozenders afstemt en hoe u voorkeurzenders in het geheugen vastlegt.

Met deze tuner/versterker kunt u op radiozenders afstemmen op de volgende manieren: Automatische FM zenderopslag in alfabetische volgorde (“Autobetical select”) U kunt de tuner/versterker automatisch 30 van de best doorkomende FM radiozenders en FM RDS zenders in het afstemgeheugen laten vastleggen (zie blz. 39). Directe afstemming Als u de zendfrequentie van de gewenste radiozender kent, kunt u deze direct kiezen met de cijfertoetsen (zie blz. 39). Automatische zoekafstemming Als u de zendfrequentie van de afstandsbediening van de gewenste radiozender niet kent, kunt u de tuner/ versterker alle beschikbare zenders in uw gebied laten doorzoeken (zie blz. 40).

RDS informatiezenders RDS (Radio Data Systeem) is een radio-informatiesysteem waarmee radiozenders naast de gewone radio-uitzending allerlei nuttige informatie kunnen uitzenden. Deze tuner biedt u drie handige RDS funkties: — Aangeven van RDS informatie in het uitleesvenster (zie blz. 41) — Automatisch afstemmen op doorkomende nieuwsberichten, verkeersinformatie enz. (EON) (zie blz. 42) — Opzoeken van een radiozender aan de hand van het programmatype (PTY) (zie blz. 42) De RDS informatie wordt alleen uitgezonden door FM zenders.* * Niet alle FM radiozenders bieden de RDS informatie en niet alle RDS zenders bieden dezelfde functies. Als u niet bekend bent met de plaatselijk beschikbare RDS functies, kunt u voor nadere bijzonderheden het best contact opnemen met de plaatselijke radiozenders.

Alvorens u begint, dient u te zorgen dat: • Er een FM en een AM antenne op de tuner/versterker zijn aangesloten (zie blz. 5). • Het juiste luidsprekerpaar is gekozen (zie blz. 23). (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501)

37NL Radio-ontvangst

Geheugenafstemming Na het afstemmen op een zender met de directe afstemming of de automatische zoekafstemming kunt u de zender, als die goed klinkt, vastleggen in het afstemgeheugen van de tuner/versterker (zie blz. 40). Dan kunt u voortaan die zogenoemde voorkeurzender rechtstreeks kiezen, door de letter-en-cijfer code ervan in te voeren (zie blz. 41). Zo kunt u tot 30 voorkeurzenders voor de FM en AM voorinstellen. U kunt de tuner/ versterker ook alle vastgelegde voorkeurzenders laten doorzoeken (zie blz. 41).

PRESET/PTY SELECT +/– TUNING +/–

DISPLAY Kort overzicht van de toetsen die u gebruikt voor radio-ontvangst

Geheugentoets (MEMORY): Gebruik deze om radiozenders in het geheugen vast te leggen als voorkeurzenders.

Informatie-paraattoets (RDS EON): Druk hierop om automatisch over te schakelen op een informatiezender.

5.1CH TV/SAT TUNER F

Programmatype-keuzetoets (RDS PTY): Hiermee kunt u radiozenders opzoeken aan de hand van het programmatype dat ze uitzenden.

Aanduidingskeuzetoets (DISPLAY): Druk hierop om de RDS informatie in het uitleesvenster te zien.

Voorkeurzender/programmatype-toetsen (PRESET/PTY SELECT +/–): Druk hierop om alle vastgelegde voorkeurzenders te overlopen of om programmatypes te kiezen.

Alleen op de STR-DE445

SLEEP TONE NAME MODE EQ/TONE BASS BOOST TEST TONE CURSOR MODE MENU MUTING D.TUNING FM stereo/mono-keuzetoets (FM MODE): Als de aanduiding “STEREO” in het uitleesvenster knippert en de FM stereo uitzending niet erg goed klinkt, drukt u op deze toets. Dan zal er geen stereo-effect meer zijn, maar de ontvangst zal beter klinken. Opmerking Als de “STEREO” aanduiding helemaal niet oplicht bij normale ontvangst van een FM radio-uitzending, drukt u op deze toets zodat de “STEREO” aanduiding gaat branden.

MASTER VOL Afstemband-keuzetoets (FM/AM): Druk hierop om de FM of AM afstemband te kiezen. Geheugengroep-keuzetoets (SHIFT): Hiermee kiest u een geheugengroep (A, B of C) voor het vastleggen van of afstemmen op een voorkeurzender in het afstemgeheugen. Radio-ontvangst-keuzetoets (TUNER): Druk hierop om in te stellen op de tuner, voor-ontvangst. Op de afstandsbediening (alleen op de STR-DE445): D. TUNING: Druk op deze toets om rechtstreeks een frequentie in te voeren met behulp van de cijfertoetsen. Cijfertoetsen: Hiermee voert u een cijferwaarde in om de frequentie rechtstreeks in te voeren, radiozenders vast te leggen of af te stemmen op voorkeurzenders.

38NL Automatische FM zenderopslag in alfabetische volgorde (“Autobetical select”) Met deze automatische zenderopslag functie kunt u maximaal 30 FM radiozenders en FM RDS zenders in het afstemgeheugen van de tuner/versterker vastleggen, zonder doublures. Hierbij kiest de tuner/versterker automatisch alleen de best doorkomende zenders. Als u bepaalde FM of AM zenders handmatig in het afstemgeheugen wilt vastleggen, volg dan de aanwijzingen onder “Voorinstellen van radiozenders” op blz. 40. Zie voor nadere bijzonderheden over de hierbij gebruikte toetsen het “Kort overzicht van de toetsen die u gebruikt voor de radio-ontvangst” op blz. 38.

Directe afstemming Zie voor nadere bijzonderheden over de hierbij gebruikte toetsen het “Kort overzicht van de toetsen die u gebruikt voor radio-ontvangst” op blz. 38.

Druk op de TUNER toets. Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender.

Kies met de FM/AM toets de FM of AM afstemband.

Druk op de D. TUNING toets van de afstandsbediening.

Voer met de cijfertoetsen de gewenste afstemfrequentie in van de afstandsbediening. Voorbeeld 1: FM 102,50 MHz

Druk op de ?/1 toets om de tuner/versterker uit te schakelen.

Voorbeeld 2: AM 1350 kHz

Houd de MEMORY toets ingedrukt en druk nogmaals op de ?/1 toets om de tuner/versterker weer in te schakelen. De aanduiding “Autobetical select” verschijnt en de tuner/versterker gaat op zoek naar alle plaatselijk te ontvangen FM radiozenders en FM RDS zenders en legt deze in het afstemgeheugen vast. Bij elke RDS informatiezender controleert de tuner/ versterker eerst of er andere zenders zijn die hetzelfde programma uitzenden, om daarvan dan alleen de duidelijkst doorkomende zender vast te leggen. De gekozen RDS informatiezenders worden gesorteerd op alfabetische volgorde van hun officiële Program Service zendernaam, en krijgen dan elk een letterplus-cijfer voorinstelcode toegewezen. Zie voor nadere bijzonderheden betreffende de RDS informatiezenders blz. 41. De gewone FM radiozenders krijgen ook een letterplus-cijfer code en worden dan na de RDS zenders vastgelegd. Na afloop van het vastleggen verschijnt de aanduiding “Autobetical finish” even in het uitleesvenster en dan keert de tuner/versterker terug naar de normale bedieningsfuncties.

Als u niet op een bepaalde zender kunt afstemmen en de ingevoerde cijfers knipperen Controleer of u de juiste frequentie hebt ingevoerd. Bij een vergissing herhaalt u de stappen 3 en 4. Als de ingevoerde cijfers nog steeds knipperen, wordt deze frequentie in uw ontvangstgebied niet gebruikt.

Bij afstemmen op een AM radiozender verstelt u de richting van de AM kaderantenne zo dat de ontvangst optimaal klinkt.

Herhaal stappen 2 tot 5 om af te stemmen op andere zenders.

z Als u voor de frekwentie een getal invoert dat niet deelbaar is door het geldende afsteminterval De ingevoerde waarde zal automatisch naar boven of beneden worden afgerond. Het interval van de afstemschaal is: FM: 50 kHz AM: 9 kHz

Opmerkingen • Druk niet op enige toets tot de tuner/versterker klaar is met het doorzoeken van de beschikbare zenders. • Als u verhuist naar een andere streek, kan het nodig zijn deze procedure opnieuw uit te voeren, om de best te ontvangen zenders in uw nieuwe woongebied vast te leggen. • Zie voor het afstemmen op de vastgelegde voorkeurzenders de aanwijzingen op blz. 40. • De FM MODE stereo/mono instelling wordt ook samen met elke zender vastgelegd. • Als u na het opslaan van zenders met deze functie uw FM antenne verplaatst, kunnen de vastgelegde instellingen niet meer geldig zijn. In dat geval volgt u weer de bovenstaande aanwijzingen om de FM zenders opnieuw vast te leggen.

39NL Radio-ontvangst

Automatische zoekafstemming Zie voor nadere bijzonderheden over de hierbij gebruikte toetsen het “Kort overzicht van de toetsen die u gebruikt voor de radio-ontvangst ” op blz. 38.

Druk op de TUNER toets. Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender.

Kies met de FM/AM toets de FM of AM afstemband.

Druk op de TUNING + of TUNING – toets. Druk op de + toets om de afstemband in oplopende volgorde te doorzoeken; op de – toets om van hoog naar laag te zoeken.

Wanneer de tuner/versterker het einde van de afstemschaal bereikt Dan wordt de zoekafstemming vanaf het andere einde herhaald in dezelfde richting. Telkens wanneer er een zender wordt gevonden, stopt de tuner/versterker met zoeken.

Geheugenafstemming Zie voor nadere bijzonderheden over de hierbij gebruikte toetsen het “Kort overzicht van de toetsen die u gebruikt voor de radio-ontvangst” op blz. 38. Voor u kunt afstemmen op een voorkeurzender, dient u eerst het “Voorinstellen van radiozenders” te verrichten volgens de onderstaande aanwijzingen.

Voorinstellen van radiozenders

Druk op de TUNER toets. Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender.

Stem af op de radiozender die u wilt voorinstellen, met de directe afstemming (zie blz. 39) of de automatische zoekafstemming (deze pagina).

Druk op de MEMORY toets. In het uitleesvenster licht enkele seconden lang de aanduiding “MEMORY” op. Verricht de stappen 4 t/m 6 voordat deze aanduiding dooft.

Druk op de SHIFT toets om een geheugengroep (A, B of C) te kiezen. Telkens wanneer u op de SHIFT toets drukt, verschijnt de volgende groepsletter, “A”, “B” of “C” in het uitleesvenster.

Kies een zendernummer door op PRESET/PTY SELECT + of PRESET/PTY SELECT – te drukken. Als de “MEMORY” aanduiding dooft voordat u de zender hebt kunnen vastleggen, gaat u terug naar stap 3.

Druk nogmaals op de MEMORY toets om de ontvangen radiozender in het geheugen vast te leggen. Als de “MEMORY” aanduiding dooft voordat u de zender hebt kunnen vastleggen, gaat u terug naar stap 3.

Herhaal de stappen 2 t/m 6 voor elk van de voorkeurzenders die u wilt vastleggen.

Om door te gaan met zoeken, drukt u nogmaals op de TUNING + of TUNING – toets.

Een andere zender voorinstellen onder een reeds gebruikt nummer Herhaal de stappen 1 t/m 6 om een nieuwe zender onder hetzelfde nummer vast te leggen. Opmerking Als de stekker langer dan ongeveer twee weken uit het stopcontact is, worden alle voorkeurzenders uit het afstemgeheugen van de tuner/versterker gewist en dan zult u de gewenste zenders opnieuw moeten vastleggen.

40NL Gebruik van het Radio Data Systeem (RDS) Afstemmen op vastgelegde voorkeurzenders Op radiozenders die in het afstemgeheugen zijn vastgelegd, kunt u afstemmen op een van de volgende twee manieren.

Ontvangst van RDS informatieuitzendingen Kies eenvoudigweg een radiozender uit de FM band. Bij afstemming op een zender die RDS informatie uitzendt, verschijnt de zendernaam in het uitleesvenster.

Afstemmen door alle voorkeurzenders te doorlopen

Druk op de TUNER toets. Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender.

De RDS informatie zal niet altijd goed te ontvangen zijn, als de zender waarop u hebt afgestemd de RDS signalen niet duidelijk genoeg uitzendt of als de signaalsterkte onvoldoende is.

Druk enkele malen op de PRESET/PTY SELECT + of PRESET/PTY SELECT – toets om te zoeken naar de gewenste zender. Telkens wanneer u op deze toets drukt, gaat de tuner/ versterker één voorkeurzender verder in de gekozen richting en de onderstaande volgorde:

nA1˜A2˜...˜A0˜B1˜B2˜...˜B0N Aangeven van RDS informatie in het uitleesvenster Druk op de DISPLAY toets. Iedere keer dat u op de DISPLAY toets drukt, verspringen de aanduidingen in het uitleesvenster stap voor stap, om de volgende informatie aan te geven. Hiermee kunt u:

De zender aan de hand van de zendernaam (bijv. WDR) in plaats van via de frekwentie opzoeken.

De zender aan de hand van de frekwentie opzoeken.

Een bepaald programmatype opsporen. (Zie bladzijde 43 voor de programmatypes waaruit u kunt kiezen.)

De tekstberichten aangeven die door de RDS zender worden uitgezonden.

Juiste tijd (24-uurs cyclus)

De huidige tijd aangeven.

Actief geluidsveld**

Het actieve geluidsveld aangeven.

z U kunt de voorkeurzenders automatisch doornemen op zoek naar een bepaald programmatype. Zie blz. 42.

Afstemmen op een voorkeurzender waarvan u het nummer kent

Druk op de TUNER toets. Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender. Druk op de SHIFT toets om een geheugengroep (A, B of C) te kiezen en kies dan het nummer van de gewenste voorkeurzender met de cijfertoetsen.

** Deze informatie wordt ook aangegeven voor FM radiozenders die geen RDS informatie uitzenden.

Opmerkingen • Als er een speciale mededeling of waarschuwingsbericht van overheidswege doorkomt, zal in het uitleesvenster de aanduiding “ALARM” gaan knipperen. • Als een aanduiding uit 9 of meer letters bestaat, zal de tekst over het scherm lopen. • De volgende aanduidingen kunnen verschijnen als een zender een bepaald type RDS informatie niet uitzendt: “NO PTY” (er wordt geen programmatype-informatie uitgezonden); “NO TEXT” (er wordt geen radiotekst uitgezonden); “NO TIME” (de juiste tijd wordt niet uitgezonden). • Afhankelijk van de methode die door de radiozender wordt gebruikt om de tekst door te sturen, is het mogelijk dat bepaalde tekstboodschappen onvolledig zijn.

41NL Radio-ontvangst

Aangegeven informatie

nC0˜...C2˜C1N Gebruik van het Radio Data Systeem (RDS)

Automatisch afstemmen op doorkomende nieuwsberichten, verkeersinformatie enz.(EON) Met de EON (Enhanced Other Network) functie kunt u de tuner/versterker automatisch laten overschakelen naar een zender die op dat moment verkeersinformatie, nieuws e.d. uitzendt. Wanneer een dergelijke uitzending begint op een radiozender die behoort tot hetzelfde zendernetwerk als de vooringestelde FM RDS zender, stemt de tuner/versterker automatisch af op die andere zender. Na afloop van de informatie-uitzending keert de tuner/ versterker automatisch terug naar de eerder ontvangen voorkeurzender of de oorspronkelijk beluisterde geluidsbron.

Stem af op een FM radiozender.

Druk op de RDS EON toets om in te stellen op het soort programma dat u wilt volgen. Telkens wanneer u op de RDS EON toets drukt, verspringt de aanduiding in het uitleesvenster als volgt:

Als u een bepaalde radio-uitzending ongestoord wilt opnemen, let er dan op dat de EON funktie uitgeschakeld is; dit geldt vooral ook als u het opnemen met een schakelklok wilt starten. Opmerkingen • Deze funktie kan alleen gebruikt worden als van te voren RDS zenders in het geheugen zijn opgeslagen. • Als de gevonden zender niet krachtig genoeg doorkomt, verschijnt de aanduiding “WEAK SIG” en dan keert de tuner/ versterker terug naar de vorige radiozender of geluidsbron.

Opzoeken van een radiozender aan de hand van het programmatype (PTY) U kunt een radiozender van uw keuze opzoeken door in te stellen op het gewenste programmatype. De tuner stemt dan af op een uitzending van het gekozen type, verzorgd door een van de RDS zenders die zijn vastgelegd in het afstemgeheugen van de tuner.

Druk op RDS PTY om het huidige PTY type weer te geven. Druk op PRESET/PTY SELECT + of – tot het gewenste programmatype in het uitleesvenster verschijnt. Hieronder vindt u een overzicht van de beschikbare programmatypes.

Druk op de RDS PTY toets terwijl het programmatype in het uitleesvenster wordt aangegeven. De tuner doorloopt dan de vooringestelde RDS radiozenders op zoek naar het gekozen soort programma. (De aanduiding “SEARCH” en het programmatype verschijnen afwisselend in het uitleesvenster.) Wanneer de tuner/versterker een programma van het door u gekozen type vindt, stopt het apparaat met zoeken. Dan knippert het voorinstelnummer van de radiozender die het gekozen soort programma uitzendt, en vervolgens schakelt de tuner/versterker over op ontvangst en weergave van de betreffende uitzending.

/ TA (Verkeersinformatie)

m NEWS (Nieuws) m INFO (Informatie) m OFF (Er licht geen enkele aanduiding op)

Na uw keuze komt de tuner in de EON paraatstand te staan. De aanduidingen “NO TA”, “NO NEWS” of “NO INFO” kunnen verschijnen als u op de RDS EON toets drukt voordat er is afgestemd op een FM radiozender die RDS informatie uitzendt. Wanneer een radiozender begint een programma van het door u gekozen type uit te zenden, schakelt de tuner/ versterker over naar die zender, verschijnt er een mededeling (bijv. “NOW TA”) in het uitleesvenster en gaat de bijbehorende aanduiding (bijv “TA”) knipperen. Na afloop van de speciale uitzending schakelt de tuner weer automatisch terug naar de radiozender waar u oorspronkelijk naar luisterde (of naar de gebruikte geluidsbron). Stoppen met volgen van speciale uitzendingen Druk eenmaal op de RDS EON toets.

42NL Opmerking De aanduiding “NO PTY” verschijnt wanneer het door u gekozen programmatype niet wordt uitgezonden; de tuner keert dan terug naar de oorspronkelijke zender.

Overzicht van de beschikbare programmatypen

CLASSICS Uitvoeringen van klassieke muziek door grote orkesten, kamermuziek, opera, enz.

OTHER M Muziek die in geen enkele van de bovenstaande categorieën thuishoort, zoals bijvoorbeeld rhythm & blues en reggae.

NONE Ieder type uitzending dat niet onder een van de volgende categorieën valt.

NEWS Nieuwsberichten.

AFFAIRS Aktualiteitenprogramma’s over onderwerpen die recentelijk in het nieuws zijn.

WEATHER Weerberichten.

SOCIAL SPORT Sportuitzendingen.

EDUCATE Educatieve programma’s en uitzendingen met advies op verschillende gebieden.

Programma's over sociologie, geschiedenis, aardrijkskunde, psychologie, en maatschappijwetenschappen.

RELIGION Programma's over religieuze aangelegenheden.

Hoorspelen en radioseries.

PHONE IN Meningsuiting via telefoon of panelgesprekken.

TRAVEL Informatieprogramma's over reizen.

LEISURE Vrijetijdsprogramma's waar luisteraars aan kunnen deelnemen.

JAZZ Polyfonische, gesyncopeerde muziek.

COUNTRY Muziek uit het zuiden van de VS.

NATION M Hedendaagse populaire muziek uit land of streek.

DRAMA CULTURE Radio-uitzendingen over nationale of regionale culturele aangelegenheden, zoals religie, taal en sociale vraagstukken.

SCIENCE Programma’s over natuurwetenschappen en technologie.

VARIED Gevarieerd amusement, zoals interviews met bekende persoonlijkheden, quizprogramma's en komedies.

POP M Populaire muziek.

“Golden age” muziek.

EASY M Easy listening ("middle of the road" muziek).

FOLK M LIGHT M Lichte klassieke muziek, zowel instrumentaal als vokaal.

Muziek die stamt uit de muziekcultuur van een bepaald land.

DOCUMENT Duidingsprogramma's.

43NL Radio-ontvangst

Overige bedieningsfuncties

ENTER SET UP Instelknop

NAME ENTER Kort overzicht van de toetsen en regelaars die u in dit hoofdstuk tegenkomt Naamgevingstoets (NAME): Druk hierop om uw voorkeurzenders en andere weergavebronnen elk een eigen naam te geven. Instelknop: Kies hiermee de lettertekens bij de naamgeving van voorkeurzenders en andere weergavebronnen. Cursortoetsen ( / ): Zet hiermee de cursor op de gewenste plaats bij het invoeren van namen voor de voorkeurzenders en andere weergavebronnen. Radio-ontvangst keuzetoets (TUNER): Druk hierop om in te stellen op de tuner, voor radio-ontvangst. Insteltoets (SET UP): Druk hierop om de bedieningsinstelling te maken. Invoertoets (ENTER): Druk hierop om de ingevoerde naam voor een voorkeurzender of andere weergavebron in het geheugen vast te leggen.

44NL U kunt een naam (indexnaam) van maximum 8 tekens invoeren voor voorkeurzenders en beeld/geluidsbronnen. Deze “index” namen (zoals bijvoorbeeld “VHS”) worden dan in het uitleesvenster aangegeven wanneer u instelt op weergave van de betreffende beeld/geluidsbron. U kunt niet meer dan één naam tegelijk invoeren voor elke voorkeurzender of beeld/geluidsbron. Deze functie kan handig zijn voor het uit elkaar houden van soortgelijke apparatuur. Zo kunt u bijvoorbeeld twee videorecorders onderscheiden met de typenamen “VHS” en “8MM”. Bovendien kunt u hiermee componenten benoemen die zijn aangesloten op stekkerbussen bedoeld voor andere apparatuur, zoals een tweede CD-speler die is aangesloten op de MD/TAPE aansluitingen.

DIMMER BASS BOOST Voer de gewenste naam in met de instelknop en de cursortoetsen, als volgt: Draai aan de instelknop om een letterteken te kiezen en druk dan op de toets om de cursor op de plaats van de volgende letter te zetten.

Bij een vergissing in de letterkeuze Druk net zovaak op de of cursortoets tot de foute letter gaat knipperen en kies dan met de instelknop het juiste letterteken. Druk op de ENTER toets.

Invoeren van “index” namen voor nog andere voorkeurzenders Herhaal de stappen 2 t/m 5.

Opnemen op een audiocassette of minidisc Via deze tuner/versterker kunt u opnamen maken op een cassette of een minidisc. Zie voor nadere details van de bediening de gebruiksaanwijzing van uw cassettedeck of minidisc-recorder.

Stel in op de geluidsbron die u wilt opnemen.

Breng het weergave-apparaat in gereedheid voor afspelen. Plaats bijvoorbeeld de op te nemen compact disc in de CD-speler.

Plaats een voor opnemen geschikte cassette of minidisc in het opname-apparaat en stel zo nodig het opnameniveau in.

Start het opnemen op het opname-apparaat en start dan de weergave van de geluidsbron.

Opmerkingen • U kunt geen digitale geluidssignalen opnemen met een opname-apparaat dat is aangesloten op de analoge MD/TAPE REC OUT aansluitingen. • De instellingen die u voor weergave maakt zijn niet van invloed op de signalen die worden doorgegeven via de MD/ TAPE REC OUT aansluitingen.

Opmerking U kunt geen andere naam kiezen voor een RDS zender.

45NL Overige bedieningsfuncties

Druk op de NAME toets.

PRESET/ – PTY SELECT + DISPLAY

Stem af op de voorkeurzender die u van een “index” naam wilt voorzien. Als u niet weet hoe u kunt afstemmen op een voorkeurzender, volgt u de aanwijzingen onder “Afstemmen op vastgelegde voorkeurzenders” op blz. 41.

Invoegen van een spatie Draai aan de instelknop tot er een spatie in het uitleesvenster verschijnt (de spatie bevindt zich tussen de “ ] ” en de letter “A”).

Voor u begint dient u te controleren of alle apparaten naar behoren zijn aangesloten.

Om een naam te geven aan een voorkeurzender Druk op de TUNER toets om in te stellen op de tuner. Dan wordt er afgestemd op de laatst ontvangen zender. Om een naam te geven aan een beeld/ geluidsbron Stel in op de beeld/geluidsbron (component) die u een naam wilt geven en ga dan door naar stap 3.

Deze tuner/versterker maakt het opnemen vanaf en op de aangesloten apparatuur bijzonder eenvoudig. U hoeft de apparaten voor weergave en voor opname niet afzonderlijk op elkaar aan te sluiten; na het kiezen van een weergavebron op de tuner/versterker kunt u gewoon gaan opnemen met behulp van de bedieningsorganen op de betrokken apparatuur.

Naamgeving van voorkeurzenders en beeld/ geluidsbronnen

Automatisch uitschakelen met de sluimerfunctie

Opnemen op een videocassette Met deze tuner/versterker kunt u beelden opnemen vanaf een TV of laserdisc-speler. Ook bestaat de mogelijkheid om tijdens kopiëren of monteren van video-opnamen een nieuw geluidsspoor in te voegen vanaf een geluidsbron naar keuze. Zie voor nadere bijzonderheden de gebruiksaanwijzing van uw laserdisc-speler.

Stel in op de beeld/geluidsbron die u wilt opnemen.

Breng het weergave-apparaat in gereedheid voor afspelen. Plaats bijvoorbeeld de op te nemen laserdisc in de laserdisc-speler.

Plaats een voor opnemen geschikte videocassette in de videorecorder die u voor opnemen gebruikt.

Start het opnemen op de opname-videorecorder en start dan de weergave van de laserdisc die u wilt opnemen.

U kunt de tuner/versterker automatisch laten uitschakelen na een tijdsduur die u zelf kiest, zodat u gerust met muziek in slaap kunt vallen. Druk op de SLEEP toets van de afstandsbediening wanneer de tuner/versterker staat ingeschakeld. Telkens wanneer u op de SLEEP toets drukt, verspringt de sluimertijd als volgt.

n 2:00:00 n 1:30:00n 1:00:00 n 0:30:00 n OFF Het uitleesvenster dooft nadat u de sluimertijd hebt ingesteld.

z U kunt de sluimertijd precies naar wens instellen Druk eerst op de SLEEP toets van de afstandsbediening en stel dan de gewenste sluimertijd in met de instelknop van de tuner/ versterker. Daarmee kunt u de tijd precies tot op de minuut instellen. De maximaal instelbare tijdsduur is 5 uur lang.

Overige bedieningsfuncties

z U kunt het geluid van om het even welke geluidsbron opnemen op videocassette bij opname vanaf een laser disc

z U kunt de resterende sluimertijd totdat de tuner/versterker uitschakelt controleren

Zoek op de videoband het punt op waar u het nieuwe geluid wilt invoegen, stel in op de geluidsbron en start de weergave daarvan. Het geluid van het gekozen weergave-apparaat zal op het geluidsspoor van de videoband worden opgenomen, in plaats van het oorspronkelijke geluidsspoor.

Druk op de SLEEP toets van de afstandsbediening. De resterende tijd tot het uitschakelen verschijnt in het uitleesvenster.

Om terug te keren naar het oorspronkelijke geluidsspoor voor de rest van de video-opnamen, stelt u weer in op de videogeluidsbron.

Opmerking Zorg dat er zowel digitale als analoge aansluitingen zijn gemaakt op de DVD/LD ingangen. Het is niet mogelijk analoge opnamen te maken als er alleen digitale aansluitingen zijn gemaakt.

46NL Instellingen met de SET UP toets Met de SET UP toets kunt u de volgende instellingen maken.

Keuze van de 5.1CH videoweergavebron Met deze instelling kunt u kiezen welke videobron er moet worden weergegeven, samen met het geluid dat binnenkomt via de 5.1CH INPUT aansluitingen. Bij aflevering staat de 5.1CH videobron ingesteld op de DVD/LD videospeler.

Druk op de SET UP toets.

Druk op de cursortoetsen ( of onderdeel “5.1 V. IN” te kiezen.

Draai aan de instelknop om in te stellen op de gewenste videoweergavebron.

Overige bedieningsfuncties

47NL Aanvullende informatie

Verhelpen van storingen Als bij het gebruik van de tuner/versterker een van de volgende problemen zich voordoet, neemt u dan de controlepunten even door om het probleem te verhelpen. Zie ook de paragraaf “Controleren van de aansluitingen” op blz. 20 om zeker te stellen dat alle aansluitingen in orde zijn. Mocht de storing niet zo gemakkelijk te verhelpen zijn, raadpleeg dan a.u.b. de dichtstbijzijnde Sony handelaar. Er klinkt niet of nauwelijks geluid. , Controleer of alle luidsprekers en andere apparaten juist en stevig zijn aangesloten. , Controleer of de tuner/versterker wel is ingesteld op de juiste geluidsbron. , Let op dat de SPEAKERS keuzeschakelaar in de juiste stand staat (zie blz. 23). (alleen op de STRDE545 en STR-SE501) , Druk op de MUTING toets van de afstandsbediening om de geluiddemping uit te schakelen, zodat de “MUTING” aanduiding dooft. , Het beveiligingscircuit van de tuner/versterker is in werking getreden, vanwege een kortsluiting. Schakel de tuner/versterker uit, verhelp de kortsluiting en schakel het apparaat weer in. De weergave van links en rechts klinkt onevenwichtig of de kanalen zijn verwisseld. , Controleer of alle luidsprekers en andere apparaten juist en stevig zijn aangesloten. , Stel de weergave beter in met de voorbalansparameter (FRONT BALANCE) in het LEVEL menu. Er klinkt een storende bromtoon of andere bijgeluiden. , Controleer of alle luidsprekers en andere apparaten juist en stevig zijn aangesloten. , Houd de aansluitsnoeren uit de buurt van een transformator of een motor en ten minste 3 meter van een TV-toestel of tl-verlichting. , Plaats de geluidsapparatuur niet te dicht in de buurt van een ingeschakeld TV-toestel. , Wellicht zijn de stekkers en aansluitbussen vuil. Veeg ze schoon met een doekje met wat spiritus of zuivere alcohol. De middenluidspreker geeft geen geluid. , Zorg dat de klankbeeldfunctie is ingeschakeld (druk op de SOUND FIELD – MODE toets). , Kies een klankbeeld met de term “cinema” of “virtual” in de naam (zie blz. 28 t/m 30). , Stel de geluidssterkte van de luidsprekers evenwichtig in (zie blz. 19). , Zorg dat de formaatparameter voor de middenluidspreker is ingesteld op “SMALL” of “LARGE” (zie blz. 17).

48NL De achterluidsprekers geven niet of nauwelijks geluid. , Zorg dat de klankbeeldfunctie is ingeschakeld (druk op de SOUND FIELD – MODE toets). , Kies een klankbeeld met de term “cinema” of “virtual” in de naam (zie blz. 28 t/m 30). , Stel de geluidssterkte van de luidsprekers evenwichtig in (zie blz. 19). , Zorg dat de formaatparameter voor de achterluidsprekers is ingesteld op “SMALL” of “LARGE” (zie blz. 17). De lagetonen-luidspreker geeft geen geluid. , Controleer of de lagetonen-luidspreker op ON staat (zie blz 18). Het opnemen lukt niet. , Controleer of alle audio/video-apparatuur naar behoren is aangesloten. , Stel met een van de weergavebron-keuzetoetsen in op de gewenste geluidsbron. , Bij het opnemen van een digitale geluidsbron dient u de INPUT MODE ingangssignaal-keuzetoets op ANALOG te zetten (zie blz. 23) voor u gaat opnemen met een opname-apparaat dat is aangesloten op de analoge MD/TAPE aansluitingen.

De RDS informatiefuncties werken niet. , Controleer of de tuner/versterker wel is afgestemd op een RDS informatiezender op de FM afstemband. , Stem af op een krachtiger FM RDS zender. De radio-uitzending wordt onderbroken door een andere zender of de tuner begint automatisch naar zenders te zoeken. , De EON overschakelfunctie is in werking getreden. Zorg dat de EON functie is uitgeschakeld als u niet wilt dat een geluidsbron of uitzending van een gekozen radiozender wordt onderbroken.

Het geluid wordt niet met akoestiekeffect weergegeven. , Zorg dat de klankbeeldfunctie is ingeschakeld (druk op de SOUND FIELD – MODE toets). , Zorg bij gebruik van twee paar voorluidsprekers dat de SPEAKERS keuzeschakelaar is ingesteld op de luidsprekers A of B (niet op A+B, voor beide tegelijk). (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501) “PCM--kHz” verschijnt in het uitleesvenster. , De bemonsteringsfrequentie ligt hoger dan 48 kHz. Zet de DVD instelling op 48 kHz. Er verschijnt niets in het uitleesvenster , Als het uitleesvenster meteen na het aanschakelen van de receiver dooft, druk dan op DIMMER om de weergavestand te wijzigen. Op het TV-scherm is geen beeld of slechts een onduidelijk beeld zichtbaar. , Stel de tuner/versterker op de juiste beeld/ geluidsbron in. , Stel het TV-toestel in op de gewenste beeldweergave. , Zet het TV-toestel iets verder van de audioapparatuur vandaan. De afstandsbediening werkt niet. , Richt de afstandsbediening recht op de afstandsbedieningssensor voorop de tuner/ versterker. , Verwijder eventuele obstakels tussen de afstandsbediening en de tuner/versterker. , Als de batterijen in de afstandsbediening leeg kunnen zijn, vervangt u ze dan beide door nieuwe. , Controleer of u wel de juiste toets op de afstandsbediening hebt ingedrukt. , Als de afstandsbediening staat ingesteld op bediening van alleen het TV-toestel, kies dan eerst met de component-keuzetoets op de afstandsbediening een andere beeld/geluidsbron dan de TV, dan kunt u daarna het gewenste apparaat bedienen.

Pagina’s met aanwijzingen voor het wissen van het geheugen van de tuner/versterker Voor wissen van

De zelf aangepaste klankbeelden

49NL Aanvullende informatie

Het afstemmen op een radiozender lukt niet. , Controleer of de antennes goed zijn aangesloten. Verstel zonodig de stand van de antennes en sluit een buitenantenne aan. , Mogelijk is de signaalsterkte te gering voor ontvangst (bij gebruik van de automatische zoekafstemming). Gebruik de directe afstemming. , Er zijn nog geen zenders vooringesteld of de vastgelegde voorkeurzenders zijn uit het geheugen gewist (bij gebruik van de geheugenafstemming). Leg de gewenste zenders in het afstemgeheugen vast (zie blz. 40). , Druk op de DISPLAY toets zodat de afstemfrequentie in het uitleesvenster verschijnt.

De gewenste RDS informatie verschijnt niet in het uitleesvenster. , Neem contact op met de radiozender en informeer of deze wel of geen RDS signalen uitzendt. Ook zenders die gewoonlijk wel RDS informatie uitzenden kunnen deze soms tijdelijk buiten werking stellen.

Technische gegevens Versterker-gedeelte UITGANGSVERMOGEN Nominaal uitgangsvermogen in Stereo Mode STR-DE545/SE501: (aan 8 ohm, 1 kHz, THD 0.7%) 100 watt + 100 watt STR-DE445: (aan 8 ohm, 1 kHz, THD 0.7%) 60 watt + 60 watt Referentie-uitgangsvermogen STR-DE545/SE501: (aan 8 ohm,1 kHz, THD 0.7%) Voor: 100 watt + 100 watt Midden: 100 watt Achter: 100 watt + 100 watt

Aanvullende informatie

STR-DE445: (aan 8 ohm,1 kHz, THD 0.7%) Voor: 60 watt + 60 watt Midden: 60 watt Achter: 60 watt + 60 watt

Frequentiebereik CD, MD/TAPE, DVD/LD, TV/SAT, VIDEO, AUX: 10 Hz - 50 kHz +0,5/–2 dB (zonder klankbeeld, toonregeling of basversterking) Ingangen (analoog) 5.1CH INPUT, CD, DVD/LD, MD/ TAPE, TV/SAT, VIDEO, AUX: Gevoeligheid: 250 mV Impedantie: 50 kOhm Signaal/ ruisverhoudinga): 96 dB (A, 250 mVb)) a) INPUT SHORT b) Netwerk-gewogen, ingangsniveau

Ingangen (digitaal) DVD/LD (coaxiaal): Gevoeligheid: – Impedantie: 75 Ohm Signaal/ ruisverhouding: 100 dB (A, 20 kHz LPF) DVD/LD, TV/SAT*: Gevoeligheid: – Impedantie: – Signaal/ ruisverhouding: 100 dB (A, 20 kHz LPF) * Alleen op de STR-DE545 en STR-SE501.

50NL Uitgangen MD/TAPE (REC OUT); VIDEO (AUDIO OUT): Uitgangsspanning: 250 mV Impedantie: 10 kOhm SUB WOOFER: Uitgangsspanning: 2V Impedantie: 1 kOhm PHONES: Geschikt voor hoogen laagohmige hoofdtelefoons Basversterking +6 dB bij 70 Hz TONE

±6 dB bij 100 Hz en 10 kHz

Bemonsteringsfrequentie 48 kHz

Antenne-aansluitingen 75 ohm, asymmetrisch Gevoeligheid Mono: 18,3 dBf, 2,2 µV/75 ohm Stereo: 38,3 dBf, 22,5 µV/75 ohm Bruikbare gevoeligheid 11,2 dBf, 1µV/75 ohm

Harmonische vervorming bij 1 kHz Mono: 0,3% Stereo: 0,5% Kanaalscheiding 45 dB bij 1 kHz

Bruikbare gevoeligheid 50 dB/meter (bij 999 kHz) Signaal/ruisverhouding 54 dB (bij 50 mV/ meter) Harmonische vervorming 0,5 % (bij 50 mV/ meter, 400 kHz)

Video-gedeelte Ingangsspanning Video: 1 Vt-t, 75 ohm S-video*: Y: 1 Vt-t, 75 ohm C: 0,286 Vt-t, 75 ohm Uitgangsspanning Video: 1 Vt-t, 75 ohm S-video*: Y: 1 Vt-t, 75 ohm C: 0,286 Vt-t, 75 ohm

Selectiviteit 60 dB bij 400 kHz

Tuner-gedeelte: Quartz PLL kwartsen fasegekoppeld digitaal synthesizer afstemsysteem Voorversterkergedeelte: Ruisarme NF-type equalizerversterker Eindversterkergedeelte: Zuiver complementaire SEPP versterker

Stroomvoorziening 230 V wisselstroom, 50/60 Hz Stroomverbruik STR-DE545/SE501: 220 watt STR-DE445: 160 watt Netstroomuitgangen (alleen op de STR-DE545 en STR-SE501) 1 uitschakelbaar, maximaal 100 watt Afmetingen (b/h/d) 430 x 303 x 157 mm, incl. uitstekende onderdelen en knoppen

* Alleen op de STR-DE545 en STR-SE501.

Gewicht (ca.) STR-DE545: 7,9 kg STR-DE445: 7,7 kg STR-SE501: 8,2 kg Bijgeleverd toebehoren Zie blz. 4. Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden, zonder kennisgeving.

51NL Aanvullende informatie

Frequentiebereik 30 Hz – 15 kHz

Selectiviteit bij 9 kHz: 35 dB Signaal/ruisverhouding

Mono: 76 dB Stereo: 70 dB Algemeen

Verklarende woordenlijst Akoestiek-weergave Geluidsweergave die bestaat uit drie geluidscomponenten: direct geluid, rechtstreeks weerkaatst geluid (vroege weerkaatsingen) en een (latere) nagalm. De akoestiek van de ruimte waarin u luistert beïnvloedt de wijze waarop u deze drie geluidscomponenten hoort. De akoestiek-weergavecombineert deze geluidscomponentenop een dusdanige manier dat diverse luisteromgevingen, zoals een concertzaal, kunnen worden nagebootst. • Geluidscomponenten Nagalm

Vroege weerkaatsingen

Dolby Digital (AC-3) Dit is een weergavesysteem voor de bioscoop, meer geavanceerd dan de Dolby Pro Logic Surround. Hierbij geven de achterluidsprekers stereo geluid weer met een breder frequentiebereik, en is tevens voorzien in een afzonderlijk “subwoofer” lagetonenkanaal voor de diepste bassen. Dit systeem wordt ook aangeduid als “5.1”, met vijf gewone voor-, midden- en achterluidsprekers plus het subwooferkanaal dat voor 0.1 telt (aangezien het alleen dient voor de ultralage tonen). Alle zes kanalen worden bij dit systeem afzonderlijk opgenomen, voor een optimale kanaalscheiding. En omdat alle signalen digitaal verwerkt worden, is er minder verlies aan kwaliteit. De naam “AC-3” geeft aan dat dit de derde audio-codeermethode is die ontwikkeld werd door de Dolby Laboratories Licensing Corporation.

Digital Cinema Sound Dit is een algemene term voor de akoestiek-weergave die geboden wordt door de digitale signaalverwerkingstechniek ontwikkeld door Sony. In tegenstelling tot de eerdere akoestische klankbeelden die voornamelijk bedoeld waren voor muziekweergave, is de Digital Cinema Sound specifiek ontworpen voor het weergeven van filmgeluid.

• Weergave van het geluid via de achterluidsprekers Direct geluid

Aanvullende informatie

Vroege weerkaatsingen

Vroege weerkaatsingstijd

Dolby Pro Logic Surround Een van de decodeersystemen voor Dolby Surround geluid, waarmee een twee-kanaals geluidsspoor wordt omgezet in vier gescheiden kanalen. Vergeleken met het eerdere Dolby Surround systeem, zorgt de Dolby Pro Logic Surround voor een meer natuurlijk klankbeeld met vloeiender verlopende bewegingen en precieser gelokaliseerd geluid. Om de voordelen van Dolby Pro Logic Surround optimaal te horen, heeft u een paar achterluidsprekers en een middenluidspreker nodig. De achterluidsprekers geven het geluid in mono weer.

52NL Instellingen waarvoor de SUR, LEVEL, BASS/TREBLE, en SET UP toetsen worden gebruikt U kunt een heel stel geluidsinstellingen zelf naar wens aanpassen met de SUR, LEVEL, BASS/TREBLE, en SET UP toetsen, de instelknop en de cursortoetsen. Hieronder volgt een overzicht van de beschikbare instellingen. Druk op de onderstaande toets zodat deze oplicht:

Druk op de of cursortoets om in te stellen op:

Draai aan de instelknop om een instelling te kiezen:

afhankelijk van het klankbeeld (in 16 stapjes)

van –8 tot +8 (in stapjes van 1 tegelijk)

van –8 tot +8 (in stapjes van 1 tegelijk)

van –8 tot +8 (in stapjes van 1 tegelijk)

van –8 tot +8 (in stapjes van 1 tegelijk)

van –10 dB tot +6 dB (in stapjes van 1 dB)

van –10 dB tot +6 dB (in stapjes van 1 dB)

van –10 dB tot +6 dB (in stapjes van 1 dB)

van –20 dB tot 0 dB (in stapjes van 1 dB) of OFF

van –20 dB tot +10 dB (in stapjes van 1 dB) of

van 0.1 tot 0.9 (in stapjes van 0,1 dB) of STD,

van –6 dB tot +6 dB (in stapjes van 2 dB)

van –6 dB tot +6 dB (in stapjes van 2 dB)

Aanvullende informatie

* Als u op de SET UP toets drukt, kunt u NORM. SP (gewone luidsprekers) of MICRO SP (microsatellietluidsprekers) kiezen. (pagina 16)

53NL Beschrijving van de afstandsbediening (alleen op de STRDE445) De systeemcomponenten kunnen worden bediend met de afstandsbediening. De onderstaande tabellen geven een overzicht van de instellingen van elke toets. Toets

Activateert de sluimerfunctie en de tijdsspanne waarna de receiver automatisch uitschakelt.

D.TUNING Tuner/versterker

Direct invoeren van radiozenders.

CD-speler/ Overslaan van muziekstukken. minidisc-recorder/ DVD-speler/ laserdisc-speler/ VCD-speler/ cassettedeck/ videorecorder/ DAT deck

m/M CD-speler/ DVD-speler/ VCD-speler

TV/VCR/ In/uitschakelen van de stroom. CD-speler/ DVD-speler/ minidisc-recorder/ VCD-speler/ laserdisc-speler/ DAT deck

Om de receiver aan of af te zetten.

Zoeken van muziekstukken (voorwaarts of terugwaarts).

Aanvullende informatie

VIDEO Tuner/versterker

Om videocassettes te bekijken.

DVD/LD Tuner/versterker

Om een DVD of beeldplaat te bekijken.

TV/SAT Tuner/versterker

Om TV-beelden of beelden van een satellietontvanger te bekijken.

MD/TAPE Tuner/versterker

Om een Minidisc of audiocassette te beluisteren.

Om een compact disc te beluisteren.

Om radioprogramma’s te beluisteren.

Om audio-apparatuur te beluisteren.

CD-speler/ Starten van de weergave. cassettedeck/ minidisc-recorder/ videorecorder/ DVD-speler/ VCD-speler/ laserdisc-speler/ DAT deck

5.1CH Tuner/versterker

Om een DVD speler of Dolby Digital te bekijken.

Gebruik de “SHIFT” toets om het voorinstelzendernummer te kiezen tijdens DIRECT TUNING of MEMORY mode.

CD-speler/ Tijdelijk onderbreken van de cassettedeck/ weergave of opname. (Ook voor minidisc-recorder/ het starten van de opname van videorecorder/ apparatuur die in de opnameDVD-speler/ pauzestand staat.) VCD-speler/ laserdisc-speler/ DAT deck

CD-speler/ Stoppen van de weergave. cassettedeck/ minidisc-recorder/ videorecorder/ DVD speler/ VCD-speler/ laserdisc-speler/ DAT deck

TV Veranderen van de plaats van het inzetbeeld.

TV Verwisselen van het inzetbeeld en het gewone beeld.

Discs kiezen. (Enkel Mega StorageCD-speler.)

CD-speler/ Kiezen van muziekstuk-nummers. minidisc-recorder/ Met 0 kiest u muziekstuknummer VCD-speler/ 10. laserdisc-speler/ DAT deck TV/ videorecorder/ SAT >10

Kiezen van kanaalnummers.

CD-speler/ Kiezen van muziekstuk-nummers cassettedeck/ boven de 10. minidisc-recorder/ VCD-speler/ laserdisc-speler TV/ Druk hierop om de waarde in te videorecorder/ voeren na het kiezen van een SAT/ kanaal, disc of muziekstuk. cassettedeck/ laserdisc-speler/ VCD-speler/ minidisc-recorder/ DAT deck Tuner/versterker

cassettedeck/ Vooruitspoelen of terugspoelen. minidisc-recorder/ videorecorder/ laserdisc-speler/ DAT deck

Druk herhaaldelijk om een geheugenpagina te kiezen voor het voorinstellen van radiozenders of het afstemmen op vooringestelde radiozenders. Om met de nummertoetsen kanaalnummers te kunnen kiezen, bestaande uit één of twee cijfers.

Starten van de weergave van de achterkant van de cassette.

SUB CH +/–* TV Om voorinstelkanalen voor het kleine beeld te kiezen.

Doorlopen en kiezen van vooringestelde zenders.

TV/VCR/SAT Kiezen van kanalen.

TV/ videorecorder/ DVD speler/ VCD-speler/ laserdisc-speler

Om informatie op het TV-scherm te selecteren.

* Uitsluitend voor Sony TV’s voorzien van de beeld-in-beeld funktie.

TV In werking stellen van de beeld-inbeeld funktie.

JUMP TV Schakelt om tussen vorige en huidige kanalen.

WIDE TV Kiest de breedbeeldstand.

Overslaan van compact discs (alleen voor een CD-speler met een multi-disc wisselaar).

Kiezen van het uitgangssignaal van de antenne-aansluiting: TV-signaal of videoprogramma.

TV/VIDEO TV/videorecorder Kiezen van het ingangssignaal: TVsignaal of videoprogramma.

Om het geluidsveld uit te schakelen.

MODE Tuner/versterker

Om de geluidsveldstand te kiezen.

EQ/TONE Tuner/versterker

Om het geluidseffect aan of uit te schakelen.

BASS BOOST Tuner/versterker

MUTING Tuner/versterker

Om het geluid van de receiver uit te schakelen. Indrukken om de testtoon te laten horen.

CURSOR MODE Druk deze toets herhaaldelijk in om één van de drie cursorstanden: LEVEL, SURROUND en BASS/ TREBLE te kiezen.

Om het hoofdvolume van de receiver te regelen.

Om een menu item te kiezen.

Om instellingen te verrichten of te wijzigen.

MENU Het is echter niet mogelijk om de fabrieksinstelling van de TUNER toets te veranderen. AV ?/1

Om het DVD menu te tonen.

Om een menu item te kiezen.

Om de selectie in te voeren.

Om terug te keren naar het vorige menu of het menu te verlaten.

EQ/TONE BASS BOOST TEST TONE CURSOR MODE MUTING MASTER VOL MENU MASTER VOL –

* Uitsluitend voor Sony TV’s voorzien van de beeld-in-beeld funktie. Opmerking Bepaalde Sony apparatuur is niet geschikt voor deze afstandsbediening en zal niet reageren op de bovengenoemde bedieningstoetsen.

55NL Aanvullende informatie

MASTER Als de toewijzingen van de FUNCTION toetsen (hierboven) zoals deze in de fabriek zijn ingesteld, niet overeenstemmen met die van uw apparatuur, is het mogelijk om deze instellingen aan te passen. Als u bijvoorbeeld over twee CD-spelers beschikt en u heeft geen cassettedeck of minidisc-recorder, kunt u de MD/ TAPE toets toewijzen aan uw tweede CD-speler.

Om het bass-geluid van de voorluidsprekers te versterken.

TEST TONE Tuner/versterker Tuner/versterker

Veranderen van de toewijzingen van een funktiekeuzetoets

Beschrijving van de afstandsbediening (alleen op de STR-DE445)

Houd de Funktiekeuzetoetsen waarvan u de toewijzing wilt veranderen, ingedrukt (bijvoorbeeld MD/TAPE).

Druk op de betreffende toets van de component die u aan de functietoets wilt toekennen (bijvoorbeeld 1 - CD-speler).

De volgende cijfertoetsen zijn bedoeld om de functies te selecteren: Bedienen

Aanvullende informatie

* Sony videorecorders worden bediend in een VTR 1, 2 of 3 stand. Deze bedieningsstanden komen overeen met resp. Beta, 8mm en VHS.

U kunt nu de MD/TAPE toets gebruiken voor het bedienen van een tweede CD-speler. De AUX functie overschakelen naar een andere functie Hou SLEEP ingedrukt en druk op de toets van de component waaraan u die wilt toekennen.

De 5.1 CH functie overschakelen naar een andere functie Hou AV ?/1 ingedrukt en druk op de toets van de component waaraan u die wilt toekennen.

Een toets in de fabrieksinstelling zetten Voer de bovenstaande procedure opnieuw uit.

Alle functietoetsen in de fabrieksinstelling zetten Druk tegelijk op ?/1, AV ?/1 en MASTER VOL –.

A E, F Aanduidingen in het uitleesvenster 24 Aanpassen van de klankbeelden 33 Aansluiten 5.1CH INPUT component 9 antennes 5 audio-apparatuur 6 CONTROL A1 10, 11 digitale componenten 8 luidsprekersysteem 13 netsnoer 11 video-apparatuur 7 AC-3. Zie Dolby Digital (AC-3) Afstemmen direct 39 doornemen van zenders. Zie Automatische zoekafstemming op voorkeurzenders 40 Akoestiek-weergave 16 - 20, 27 36, 52 Automatische zoekafstemming 40

EON. Zie RDS Monteren. Zie Opnemen

N G, H Geheugenafstemming automatisch voorinstellen 41 voorkeurzender kiezen 41 voorinstellen van zenders 40

Naamgeving geluidsbronnen 45 voorkeurzenders 45

O Ontvangen van zenders. Zie Afstemmen Opnemen audiocassette of minidisc 45 videocassette 46

I, J Indexfunctie. Zie Naamgeving Instellen akoestiekparameters 33 effectniveau 33 toonregeling 35 helderheid van het uitleesvenster 24 klankkleur 36 luidsprekervolume 19

P, Q Parameters 34, 36

R Radio-ontvangst. Zie Afstemmen

K Basisbediening 22 - 26 Batterijen 4 Bijgeleverd toebehoren 4 Bijregelen. Zie Instellen

C CONTROL A1 10, 11 Controleren van de aansluitingen 20

S Sluimerfunctie 46 Surround akoestiek 16 - 20, 27 36, 52

V Voorkeurzenders afstemmen 41 automatisch vastleggen 40 vastleggen 41

L Digital Cinema Sound 52 Directe afstemming 39 Dolby Digital (AC-3) 52 Dolby Pro Logic Surround 52 Doornemen van zenders radiozenders. Zie Automatische zoekafstemming voorkeurzenders. Zie Geheugenafstemming

Luidsprekers aansluiten 13 geluidssterkte 19 impedantie 14 kiezen van de voorluidsprekers A/B 23 opstelling 16 volumeregeling 19

W, X, Y Wissen van het geheugen 15

Z Zendernamen. Zie Naamgeving

57NL Aanvullende informatie

Kiezen beeld/geluidsbron 22 klankbeelden 28 voorluidsprekers 23 weergave-component 22 Klankbeeld aanpassen 33 instelbare parameters 36 kiezen 28 terugstellen 35 voorgeprogrammeerd 28 - 30 Klankkleur 36 Kopiëren. Zie Opnemen

B D M VARNING! Utsätt inte receivern för regn och fukt för att undvika riskerna för brand och/eller elektriska stötar. Öppna inte höljet. Det kan resultera i risk för elektriska stötar. Överlåt allt reparations- och underhållsarbete till fackkunniga tekniker. Placera enheten på en plats med god ventilation. Placera den inte i bokhyllan eller i ett skåp.