KI5772F30 - Inbouwkoelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI5772F30 NEFF in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw koel-vries combinatie |
| Merk | NEFF |
| Model | KI5772F30 |
| Afmetingen (H x B x D) | Ongeveer 177,2 x 54,1 x 54,8 cm |
| Gewicht (ca.) | Ongeveer 55 kg |
| Voeding | 220-240 V ~, 50 Hz, 10-16 A |
| Koelmiddel | R600a (brandbaar, hoeveelheid op typeplaatje) |
| Klimaatklassen | SN (10-32 °C), N (16-32 °C), ST (16-38 °C), T (16-43 °C) |
| Instelbereik koelgedeelte | +2 °C tot +8 °C |
| Speciale functies | Superfunctie (snelkoeling), deuralarm, zelfdiagnose |
| Binnenverlichting | LED (niet vervangbaar door gebruiker) |
| Ontdooien | Koelgedeelte: automatisch; vriesgedeelte: handmatig |
| Vriescapaciteit (max/24u) | Vermeld op typeplaatje |
| Inbegrepen accessoires | Glazen legplateaus, groentelade met vochtigheidsregelaar, botervak, flessenrek, Variobewaring |
| Reiniging en onderhoud | Reinigen met zachte doek, lauw water en neutraal afwasmiddel; geen stoomreiniger gebruiken |
| Veiligheid | Kinderbeveiliging (niet vermeld); brandbaar koelmiddel; geen elektrische apparaten binnenin gebruiken |
| Klantenservice | Neem contact op met de klantenservice met de E-Nr. en FD op het typeplaatje |
| Aanbevolen nisdiepte | 560 mm (minimaal 550 mm) |
Veelgestelde vragen - KI5772F30 NEFF
Gebruikersvragen over KI5772F30 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Inbouwkoelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI5772F30 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI5772F30 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI5772F30 NEFF
Koel-/diepvriescombinatie
de Gebrauchsanleitung
en User manual
fr Notice d'utilisation
it Istruzioni per l'uso
nl Gebruiksaanwijzing
K1272// K1282...
Veiligheidsbepalingen
enwaarschuwingen 79
Aanwijzingen over de afvoer 82
Omvang van de levering 82
Omgevingstemperatuur, ventilatie
en nisdiepte 83
Dejuisteplaats 83
Apparaat aansluiten 83
Kennismaking met het apparaat .... 84
Apparaat inschakelen 85
Instellen van de temperatuur 85
Alarm function 86
Super-functie 86
Netto-inhoud 86
De koelruimte 86
Het vriesvak 88
Maximaleinvriescapaciteit 88
Invriezen en opslaan 88
Verse levensmiddelen invriezen 88
Ontdooien van diepvrieswaren 89
Uitvoering 90
Sticker "OK" 90
Apparaat uitschakelen en buiten
werking stellen 90
Ontdooien 91
Schoonmaken van het apparatusat .... 92
Luchtjes 93
Verlichting (LED) 93
Energie bespare 93
Bedrijfsgeluiden 94
Kleine storingen zelf verhelpen 94
Zelftest apparatus 96
Servicedienst 96
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door. U vindtkaarin belangrijke informatatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als
de aanwijzingen
en waarschuwingen
in de gebruiksaanwijzing Niet
in acht worden genomen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing
en het montagevoorschrift voor
later gebruik of voor een
eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijk maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installmentiet nicht beschadigd worden. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat honden;
Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
Apparaat uitschakelen en de stekkeruit het stopcontact trekken; - Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat,des te groter moet de ruimte+zijn waarin het apparaat worden opgesteld. In een tekleine ruimte kan bij eenlek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel要去 het vertrek minstens 1m^3 moot�<|im_start|>assistant De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installmente en reparations hunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
nl
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door defabrikant, de klantenservice ofeen andere gekwalificierde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan deveiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!
Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok!
- Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelledingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.
-
Geen producten met brandbare vrijfussen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
-
Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. nied als opstapje gebruiken of om opte leunen.
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijkke of zintuigelijk beperkingen, evenals Personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare Personen begrijpen wat de gezaren worden.
Een voor de veriligheid verantwoordelijkke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8aar het apparaat lately gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
- Om te ontdooien of schoonte make: stekker uithet stopcontact trekken resp.de zekering uitschakelen oflosdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aande aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage alsijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze können poreus worden.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
Flessen en blinkjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - Niet in de vriesruimte opslaan. Flessen en potten können barsten!
Diepvrieswaren nadat u ze uithet vriesvak hebt gehaald,noonit onmiddelijk in de mond nemen.
Kans op vrieswonden!
Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmaterial en onderdelen ervan zich geen spelegoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
Het apparaat is geen spelelgoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparatus is geschikt
voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privilegedebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparatus is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw(AP)appeaat
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De gebruikte materialen zich onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help waarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmaterial van het neue apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijkke verwerking.

Afvoeren van uw oude paraat
Oude apparaten zich geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijkke afvoer{kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken nicht eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen in de isolatie gas. Die zorgvuldig要去en worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijk afvoer mooten de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport nicht beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten Aunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat
Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagematerialial
Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
Informatie over energieverbruik en geluiden
Omgevingstemperatuur,ventilatie ennisdiepte
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueree. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 16.
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaat uit klimaatklasse SN worden gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, hunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
Beluchting
De lucht aan de achechterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht要去 ongehinderd afgevoerd hunnen worden. Anders要去 de koelmachineeer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Nisdiepte
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een Kleinere nisdiepte - minstens 550 mm - wordt het energieverbruik iehs hoger.
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellen zich droge, ventilierbare vertrekken. Het apparaat liefst Niet in de zon of的那一st een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebronplaatsen. Is plaatsing的那一st een warmtebron Niet te vermiijden, kaak dan gebruik van een isolerende plank of neem de volgende minimumafstanden in acht:
Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.
Naast een CV-installatie 30~cm
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat要去 u minimaal 1 eer wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsystem terecht komt.
Vóor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
nl
Elektrische aansluiting
Het stopcontact要去 zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar�.
Het apparaat voldoet aan beschemklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geinstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact要去en beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in nicht Europese landen
worden gezruikt op het typeplaatje
controleren of de aansluitspanning
en de stroomsoort overeenkomen met
de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens
op het typeplaatje. Afb. 16

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor once apparaten können netvoedingsinverters en sinusinverters worden gezruikt. Netvoedingsinverters worden gezruikt bij fotovoltaische installations die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geenrechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben,要去en sinusinverter worden gezruikt.
Kennismaking met het apparaat

De LaTeX bladzijde met de afbeeldingen uiktlappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variieren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zich mogelijk.
Afb. 1
- Niet bij alle modellen.
A Het vriesvak
B Koelruimte
1-5 Bedieningselementen
6 Ventilator
7 Verlichting
8 Glasplateau in de koelruimte
9 Uittrekbaar glasplateau
10 Groentelade met vochtigheidsregelaar
11 Groentelade
12 Voorraadvak voor tubes en blinkjes
13 Boter en kaasvak
14* Vario-deurplateau
15 Vak voor groe flessen
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Toets super
Dient voor het in- en uitschakelen van de super-functie (zie het hoofdstuk Super-functie).
De toets brandt wanneer de super-functie is ingeschakeld.
3 Temperatuurinsteltoets
Met deze toets worden de temperatuur ingesteld.
4 Temperature display
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in ^ C
5 Alarmtoets
Om het alarmsignaal UIT te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function").
Apparaat inschakelen
Afb. 2
Het apparaat met de toets Aan/Uit 1 inschakelen.
De temperatuurindicatie 4 toont de ingestelde temperatuur.
Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.
Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4^ voor de koelruimte.
Bewaar gevoelige levensmiddelen nicht warmer dan +4^
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen van het apparaat kan het een,aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vór dieijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterruppels of een laagje rijp op dechterwand van de koelruimte. U hoeft de dooiwaterruppels Niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De hinterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje maar de koelmachine, waar het verdampt. Afb. 3
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2^ tot +8^ .
Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
De liaisonist ingestelde waarde worden in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur worden aangegeven op de temperatuurindicatie 4.
nl
Het vriesvak
De temperatuur in de koelruimte beinvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Een hoger ingestelde koelruimtetemperatuurveroorzaakt een hogere vriesvaktemperatuur.
Alarm function
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) worden ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee Minutes openstaat. Door de deur te sluiten worden het alarmsignaal weeuitgeschakeld.
Alarm uitschakelen
Afb. 2
De alarm-toets 5 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.
Super-functie
Wanner de super-functie is ingeschakeld, wordt het kouder in het vriesvak en in de koelruimte.
Aanwijzingen
Het apparaat kan hardere bedrijfsgeluiden gaan make.
Voor het invriezen vankleine hoeveelheden levensmiddelen hebtu de super-functie Niet nodig.
Super functie gebruiken
Bij het aanbrengen van de verse levensmiddelen de super-functie inschakelen.
Snel invriezen van levensmiddelen - vitaminen, voedingswaarde, uiterlijk en smoak blijven behouden.
Snel koelen van dranken
Bewaren van groe hoeveelheden levensmiddelen in de koelruimte.
In- en uitschakelen
Afb. 2
Toets super 2 indrukken.
De toets brandt wanneer de superfunctie is ingeschakeld.
De super-functie schakelt na ca. 112 davon automatisch uit en het apparaat worden op de erder ingestelde temperatuur geschakeld.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 16
De koelruimte
De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijf de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
De levensmiddlesen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.
Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelendechterwand raken. Anders wordtdle luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen können aan de hinterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculation in de koelruimte verschillen de koudezones:
De koelste zone bevindt zich tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder. Afb. 4
Aanwijzing
Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).
De warmste zone bevindt zich bovenaan in de deur en in de onderste groentelade.
Aanwijzing
Bewaar bovenaan in de deur bijv.
harde kaas en boter. Kaas kan zo+zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
Groentelade met vochtigheidsregelaar
Afb. 5
De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met een vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast. Hierdoor+kennen vers fruit en verse groente tot tweemaal zo lang worden bewaard als bij een conventionele bewaarmethode.
De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen:
overwegen fruit en bij hoge belading - lagere luchtvochtigheid
overwegen groente en bij gemengde belading of geringe belading - hogere luchtvochtigheid
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dieren voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8^ tot +12^ .
- Afhankelijk van de soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Het vriesvak
Afb. 1/A
Dient voor:
bewaren van diepvriesproducten,
make van ijsblokjes,
invriezen vankleine hoeveelheden levensmiddelen.
Aanwijzingen
Aan de handgreep kutu zien of de deur van het vriesvak goed zich is. Afb. 6
De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.
Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vomt zich eenDICke laag ijs. Bovendien: energieverspilling doorte hoog stroomverbruik!
De glasplaat is in hoogte verstelhaar. Afb. 7
- Om de glasplaat te verwijderen, deze optillen en een glasplaatdrager verwijderen.
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale
invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op
het typeplaatje. Afb. 16
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
Bij het aanbrengen van de verse levensmiddelen de super-functie inschakelen (zie hoofdstuk Superfunctie).
Glasplateau op de bovenste positie plaatsen.
Grote hoeveelheden verse levensmiddelen worden het snuglste ingevroren op het glasplateau vlakbij dechterwand.
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag nicht beschadigd zich.
Neem de houdbaarheidsdatum inRCT.
De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 ^ C of kouder zich.
De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruikuitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed möglichk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het worden ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren nichtoodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanrakingkommen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gezogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, poter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten,kaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekooke eieren, yoghurt, sekske zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze nicht uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststoff-, polyethene, aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruekte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen+kunnen met een foliLasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Groente, fruit: tot 12 maanden.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en vereidingswijze van de levensmiddelen kut u kiezenuit de volgende möglichkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in de magnetron
Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniewinvriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht konnen ze opniew worden ingevroren.
De maximale bewaartijd worden hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Glasplateaus
Afb. 8
U kunt de plateaus en Voorraadvakken in de binnenruimteaar wens verplaatsen: Daartoe het legplateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Uittrekbaar glasplateau
Afb. 9
Voor een beter overzicht op de levensmiddelen kan het uittrekbare glazen legplateau worden uitgetrokken.
Varioplateau
Afb. 10
Om hoge voorwerpen te koelen (bijv. kannen of flessen), kan het voorste deel van het varioplateau worden verwijderd en onder hetchyterste deel worden geschoven.
Boter en kaasvak
Afb. 11
Door een lichte druk in het midden van de klep gaat het botervak open.
Vario-deurplateau
Afb. 12
Het vario-deurplateau kunt u opzij schuiven om hogere flessen te bergen in het onderste vak.
Flessenhouser
Afb. 13
De flessenhouser voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
Sticker „OK”
(niet bij alle modellen)
Met de „OK“-temperatuurcontrole kuren temperaturen onder +4^ worden geregisteerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker nicht „OK" aangeeft.
Aanwijzing
Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werkinq stellen
Apparaat uitschakelen
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie 4 gaat uit en de koelmachine wordenuitgeschakeld.
Buiten werkung stellen van het apparatus
Als u het apparaat langere vrijd nicht gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparat open lately.
Ontdooien
De koelruimte worden volautomatisch ontdooid
Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterruppels of een laagje rijp op dechterwand van de koelruimte. Dit is normalaal. U hoeft de waterdruppels Niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De hinterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. 3. Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje waar de koelmachine waar het verdampt.
Aanwijzing
Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.
Het vriesvak
Het vriesvak worden nicht automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien.
Attentie
Een laag rijp of ijs Niet met een mes of een scherp voorwerp afterschapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing
Schakel de super-functie ca. 4 uur voor het ontdooien in. Daardoor bereiken de levensmiddelen een zeer lage temperatuur en kuren ze longer op kamertemperatuur worden bewaard.
- Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren. Koude-accu (indien beschikbaar) op de diepvrieswaren leggen.
- Apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.
- Om het ontdooiprocesse te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Dooiwater met een spons of doeke afwissen.
- Wrijf het vriesvak droog.
- Apparaat weer inschakelen.
- Diepvrieswaren wee in het apparaat leggen.
Schoonmake van het apparaat
Attentie
Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
De legplateaus en Voorraadvakken.mogen Niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze{kunnen verrormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp.uitschakelen!
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het afwaswater mag Niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkommen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat wee aansluiten en inschakelen.
- Levensmiddelen weeanbrengen.
Uitvoering
Voor het reinigen konnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen Afb. 8
Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Uittrekbaar glazen legplateu verwijderen
Afb. 9
Hendel aan de onderzijde aan beiden zichden ingedrukt houden, glasplateau waar voren trekken, optillen en zichwaarts waar buiten draaien.
Dooiwatergoot
Afb. 3
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodate het dooiwater goed kan weglopen.
Boter-en kaasvak eruit halen Afb. 11
Om schoon te makeh het botervak van andereen iets optillen en eruit halen.
Legplateausuitde deur nemen Afb. 14
Legplateaus optillen en verwijdersen.
Glasplateau boven de groentelade verwijderen
Afb. 17
Het glasplateau kurz u verwijderen en uit elkaar nemen om het te reinigen.
Aanwijzing
De groentelade uittrekken voordat u het glasplateau verwijderd.
Reservoir verwijderen
Afb. 15
De lade geheel uittrekken en door optillen losmaken van de bevestiging.
Aanbrengen door de lade op de rails teplaatsen en in te schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken.
Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-knop.Afb.2/1
- Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
- Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Schoonmaken van het apparaat).
- Alle verpakkingen schoonmaken.
- Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
- Apparaat weer inschakelen.
- Levensmiddelen inruimen.
- Na 24 eer controeren of er opniew luchtjes zich ontstaan.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkendvakman worden uitgevoerd.
Energie bespare
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
Een nisdiepte van 560 mm aanhouden.
Een Kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.
Warme gerechten en dranken eerst laden afkoelen, daarna in het apparaatplaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
- Deuren van het apparaat zo kort可想而知 openen.
Een laag rijp of ijs in de vriesruimteregelmatig lately ontdooien.
Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is.
Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparatusaat af en toe worden gereinigd.
De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparatus.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomd oor de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magnetoventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nods iets onder.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controller de delen die eruit gehaald\ kunnen worden en zet ze eventueel\ opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicdienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te gezven om de storing te verhelppen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gezallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minutes uit te schaken. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Geen enkeleindicatie brandt. | Stroomuitval; dezekering isuitgeschakeld; de stekker zit Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller dezekeringen. |
| Temperatuurindicatie geeft „E..“ aan. | De elektronica heeft een fou geconstasteerd. | Inschakelen van de Servicedienst. |
| De verlichting functioneert Niet. | De LED verlichting is kapot. | Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. |
| De deur stond te lang open. De verlichting worden na ca. 10 minutenuitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting wee. | |
| Het vriesvak heeft een dikke laag rijp. | Ontdooien van het vriesvak. Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg er altijd voor dat de deur van het vriesvak goed zich is. | |
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. | Het dooiwatergootje en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat“). Afb. 3 |
| In de koelruimte is het te koud. | Deur van het vriesvak is geopend. | Deur van het vriesvak sluiten. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. |
| De temperatuur is te koud ingesteld. | Temperatuur warmer instellen. | |
| De super-functie is ingeschakeld. | Super-functie uitschakelen. | |
| De koelmachine worden steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat werk te vaak geopend. | Deur van het apparaat Niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Het apparaat koelt Niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Alarmtoets, afb 2/5, gedurende 10 seconden ingedrukt honden tot een bevestigingsignaal te horen is. Na eenijdje controlleren of het apparaat koelt. |
Zelftest apparatus
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen können worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen en 5 Minutes wachten.
- Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de supertoets, afb. 2/2, gedurende 3-5 seconden ingedrukt honden, tot er een geluidssignaal klinkt.
Het zelftestprogramma start.
Terwijl de zichtest worden UITgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal.
Wanner de zelftest is afgelopen en er tweeemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde.
Als de super-toets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fouit. Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparatus beeing
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weever op het normale gebruik.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kut u vinden in het telefoonboek of in meegeleverde brochure met serviceadressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op hetypeplaatje. Afb. 16
Door vermeling van het fabrikaat- en productnummer kurz u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbondeneerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244040
B 070222143





3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16




17
