SEZ-KD60VAL - Airconditioner MITSUBISHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SEZ-KD60VAL MITSUBISHI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SEZ-KD60VAL MITSUBISHI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SEZ-KD60VAL - MITSUBISHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SEZ-KD60VAL van het merk MITSUBISHI.
GEBRUIKSAANWIJZING SEZ-KD60VAL MITSUBISHI
Voor een veilig en juist gebruik moet u deze installmentehandelieing grondig doorlezen voordat u de airconditioner installeet.
INSTALLATIONSMANUAL
FOR INSTALLATÖREN
- Veiligheidsvoerschriften 54
- De installmenteplaats kiezen 54
- De installmenteplaats kiezen en accessoires 55
- De ophangboutev vastzetten 55
- Het apparaat monteren 56
- Koelleidingwerk 56
- Aanleg van kanalen 58
-
Elektrische aansluitingen 58
-
Proefdraien 60
10.Onderhoud 62
Deze installmentehandleiding beschrijft alleen de installmentie van de binnenunit en de verbonden buitenunit van de SUZ-serie.
Wanner een buitenunit is aangesloten die tot de MXZ-serie behoort, moet u de installmenthandleiding voor de MXZ-serie raadplegen.
1. Veiligheidsvoorschriften
- Stel de aanleverende instantie op de hoogte of vraag om toestemming voordat u het systeme aansluit op het elektriciteitsnet.
- Lees "Aandachtspunten voor de veriligheid" voordat u de airconditioner installeert.
- Zorg dat u de waarschuwingen in ache ntnemt,,ondat deze belangrijke informatie over de veiligheid bevatten.
- De symbolen haben de volgende betekenis.
Waarschuwing:
Kan leiden tot de dood, ernstig letsel, enzovoort.
Voorzichtig:
Kan in een bepaalde omgeving bij onjuist gebruik leiden tot ernstig letsel.
- Bewaar deze handleiding na het lezen, samen met de bedieningshandleiding, op een handige plaat bij de klant.
Waarschuwing:
- De installmentie要去 door een vakman worden uitgevoerd.
On volledige installmentie kan leiden tot letset als gevolg van brand, een elektrische schok, het venl van de unit of waterlekkage. Raadpleeg de dealer bij wie u de unit hebt aangenschaft of een gespecialiseerde installeratleur. - Installeer de unit degelijk op een plaat als berekend is op het gewicht van de unit.
Als de unit op een te zwakke plaats worden bevestigd, kan hij vallen en letselveroorzaken.
- Gebruik de aangegeven kabels om de binnen- en buitenunits met elkaar te verbinden. Sluit de draden stevig aan op de aansluitpunten van het klembord, zodat de spanning op de draden Niet worden overgebracht op deze onderdelen.
Onvolledige verbinding of aansluiting kan brand veroorzaken. - Gebruik geen tussenkabel of verlengsnoer bij het aanleggen van de elektricitieit. Sluit Niet meer dan een apparaat aan per stopcontact.
Dit kan leiden tot brand of een elektrische schok als gevolg van een ondeugdelijk contact, ondeugdelijke isolatie, overschrijding van de togetestane belasting, enzovoort.
- Controller of er geen koelgas lekt nadat de unit is geinstalleerd.
Voorzichtig:
Aard de unit.
Verbind de aarddraad Niet met een gasleiding, waterleidingafsluiter of een aarddraad voor een telefoonaansluiting. Ondeugdelijke aarding kan leiden tot een elektrische schok.
- Installee de unit Niet in een ruimte waar een brandaar gas lekt.
Als er gas lekt en dit zich in de ruimte rond de unit ophoopt, kan dit tot een explosie leiden.
- Installeer een aardlekschakelaar als de unit worden geinstalleerd in een vochtige ruimte.
Als er geen aardlekschakelaar is geinstalleerd, kan dit leiden tot een elektrische schok.
:Geeft een handeling aan die u beslist Niet要去uitvoeren.
:Geeft aan dat er belangrijke instructies opgevolgd moeten worden.
: Geeft een onderdeel aan dat geaard moet worden.
A: Betekent dat u voorzichtig moet+zijn met draaiende onderdelen.
:Geeft aan dat het apparaat moet worden uitgezet voor onderhoud.
: Geeeft aan dat er een risico van elektrische schokken bestaat.
:Geeft aan dat u op dient te passen voor hete oppervlakken.
Waarschuwing:
Lees de stickers die op het apparaat zitten zorgvuldig.
- Voer de installmentie veiliguit aan de hand van de installmentehandeliding.
Onvolledige installment kan leiden tot lichamelijk letsel als gevolg van brand, elektrische schokken, het vallen van de unit of waterlekkage. - Voer de elektrische installmentieuit volgens de aanwijzingen in de installmentehandleiding en gebruik een aparte stroomkring.
Als het vermogen van de stroomkring Niet toereikend is of de elektrische installmentie nat welledig is afgewerkt, kan dit leiden tot brand of een elektrische schok. - Bevestig de beschemkap van de schakeldoos stevig aan de binnenunit. Bevestig het onderhoudspaneel stevig aan de buitenunit.
Als de beschemkap van de schakeldoos aan de binnenunit en/of het onderhoudspaneel aan de buitenunit Niet goed+zijn bevestigd, kan dit leiden tot brand,veroorzaakt door stof, water enzovoort.
Zorg dat u bij de installmentie meegeleverde oangegeven onderden gebruikt.
Het gebruik van ondeugdelijke onderdelen kan leiden tot letsel of waterlekkage als gevolg van brand, een elektrische schok, het vallen van de unit, enzoovert. -
Ventileer de kamer als er koelstof lekt wanneer de unit in werking is.
Als de koelstof met vuur in contact komt, komen er giftige gassen vrij. -
Voer de werkzaamheden aan het afvoer- en leidingstelsel zorgvuldiguit volgens de installmentiehandleiding.
Als er een defect optreedt in het afvoer- en leidingstelsel, kan dit leiden tot waterlekkage uit de unit en waterschade aan meubilair en dergelijk. - Draai een optrompmoer aan met een momentsleutel zoals aangegeven in deze handleiding.
Wanner u een optrompmoer te stevig aandraait, kan deze na verloop van vrij breken en koelstoflekkage verooorzaken.
2. De installmentieplaats kiezen
2.1. Binnenunit
- Waar de luchtstroom Niet worden geblokkeerd.
- Waar koele lucht over de gehele ruimte worden verspreid.
- Waar de unit Niet worden blootgesteld aan direct zonlicht.
- Op ten minste 1 m afstand van uw tevisie en radio. De unit kan storen op het beeld of geluid van uw tevisie of radio.
- Zo ver möglichk verwijderd van tl-buizen of gloeilampen, zodate de infrarode afstandsbediening normala kan worden gebruikt.
2.2. Buitenunit
- Waar deze nicht worden blootgesteld aan harde wind.
- Waar de luchtstroom voldoende en stofvrij is.
- Waar de unit Niet worden blootgesteld aan regen en direct zonlicht.
- Waar de buren geen last hebben van het geluid of de warme lucht van de unit.
- Aan een stevige muur of houder, zodat het werkken van de unit geen extra geluid of trillingen veroorzaakt.
- Waar geen gevaar bestaat dat brandbare gassen gaan lekken.
- Bevestig de pootjes van de unit wanner u de unit hoog installeert.
-
Op ten minste 3 m afstand van een antennne voor radio of tevisie. (De unit kan storen op het beeld of geluid van uw tevisie of radio.)
-
Waar u het luchtfilter gemakkelijk kan verwijderen en verrangen.
Waarschuwing:
Installer de binnenunit aan een plafond dat berekend is op het gewicht van de unit. -
Installee de unit horizontal.
Voorzichtig:
Vermijd de volgendeplaatsen, sondern waar möglichk problemen met de airconditioner zullen optreden.
- Ruimten met veel machineolie.
- Een zoute omgeving, zoals aan zee.
- De omgeving van warme bronnen.
- Plaatsen met zwavelgassen.
-
Andereplaatsen met een bijzondere luchtgesteldheid.
-
Kies een plaat voor de constructie sterk genoeg is om het gewicht van het apparaat te konnen dragen.
- Voordat u het apparaat monteert要去 bepalen hoe u het apparaat maar deplaats waar u het wilt monteren krijgt.
- Kies een plaat voor het apparaat geen hinder heeft van binnenkomende lucht.
- Kies een plaat waar de inkomende en uitgaande luchtstroom Niet geblokkeerd worden.
- Kies eenplaats waar vandaan de koelleiding makkelijk maar buiten geleid kan worden.
- Kies een plaat voor de uitgeblazen lucht volledig door de kamer gedistribuerd kan worden.
- Monteer het apparaat Niet op eenplaats met veel oliespatten of stoom.
- Monteer het apparaat Niet op eenplaats waar brandbare gassen zich kunnen ontwikkelen, maar binnen kunnen komen of kunnen blijven hangen, of waar zich gaslekken kunnen voordoen.
- Monteer het apparaat Niet op een plaat voor zich machines bevinden die radiogolven met een hoge freiunte ontwikkelen (zoals bijvoorbeeld een lasapparaat met een hoge freiunte).
- Monteer het apparaat Niet op een plaat waar zich een brandmelder bevindt aan de kant waar de lucht uitgeblazen worden. (De brandmelder kan afgaan als er hare lucht uitgeblazen worden als het apparaat op verwarmen staat.)
- Als de möglichkeid bestaat dat er zich speciale chemische producten in de lucht verspreiden zoals in chemische fabrieken en ziekenhuizen, dan要去 er eerst een volledig onderzoek gedaan worden voordat u het apparaat monteert. (De plastic componenten können schade oplopen afhankelijk van welk chemisch product het betreft.)
- Als het apparaat langdurig moet werkken verwijl de lucht boven het plafond een hogte temperatuur/vochtighieidsgraad heeft (condensatiepunt boven 26^ ), kan er voctt uit de lucht in het binnenapparaat condenseren. Als de apparaten toch onder dergelijkke omstandigheden moeten werkden, dient u een laag isolatemateriaal (10 - 20 mm dik) aan te brengen over het gehele oppervlak van het binnenapparaat, om condensatie gegen te gaan.
3.1. Monteer het binnenapparaat aan een plafond dat sterk genoeg is om het gewicht van het apparaat te kunnen dragen
[Fig. 3-1] (P.2)
Toegangsluik
⑧ Kastje voor elektrische delen
Luchtinlaat
Luchtuiilaat
E Plafondoppervlak
F Ruimte voor onderhoud (gezien vanaf de zijkant)
⑥ Ruimte voor onderhoud (gezien vanaf de richting van de pijl)
① 600mmofmeer
② 100mmofmeer
③ 10mm ofmeer
④ 300mm ofmeer
- Als het optionele filter met extra lange levensduur is geinstalleerd, worden de airconditioner ie's groter.
Inlaat anschter: de diepte worden vergroot met 30mm (^*1)
Inlaat onder: de hoogte worden vergroot met 30mm (^*2)
Waarschuwing:
Het apparaat要去veilig worden geinstalleerd op een structuur die het gewicht van het apparaat kan dragen. Als het apparaat op een structuur wordt geinstalleerd die Niet sterk genoeg is, kan het vallen en verwondingen veroorzaken.
3.2. Montage- en onderhoudsruimte vrijlaten
- Kies de optimale bleasrichting in overeenstemming met de configuratie van de ka-mer en de montagepositie.
- Omdat het leidingwerk en de bedrading aan de onderkant en zijkant van het apparaat worden aangesloten, en ook het onderhoud aan die kanten uitgevoerd worden,要去 u waar voldoende ruimte voor vrijlaten. Om het montagework zo efficien t en veilig möglich te lately verlopen,要去 u zoveel möglich ruimte vrijlaten.
3.3. Buitenunit
Ruinme voor ventilatie en ruimte
SUZ-KA25VA
[Fig. 3-2] (P.2)
A 100mm ofmeer
⑧ 350 mm ofmeer
© Houd aan de voor- en zijkanten van de unit ten minste 100mm vrij zonder belemmering.
⑤ 200 mm ofeer (Houd twee van de zijden aan de zijkant of achterkant vrij.)
Wanner de leidingen aan een muur worden bevestigd die een metalen afdekking of rooster bevat,要去e en geimpregneerde houten lat met een dikte van minimaal 20mm tussen de muur en de leidingenplaatsen of ten minste 7 of 8 lagen vinyl isolatietape om de leiding wikkelen.
De units要去en door een gekwalificeerdvakman worden geinstalleerd, in overeenstemming metplaatselijke regelgeving.
3.4. Onderdelen van het binnenapparaat
Het apparaat worden geleverd met de volgende onderden:
| Nr. | Naam | Aantal |
| ① | Pijpafdekking (voort het verbindingstuk van de koelpijpen)kleine diameter | 1 |
| ② | Pijpafdekking (voort het verbindingstuk van de koelpijpen)grote diameter | 1 |
| ③ | Banden voor hetijdelijk vastmaken van de pijpafdekking en de afvoerslang | 6 |
| ④ | Onderdelen afstandsbediening | 1 |
| ⑤ | Signaalontvangeenheid | 1 |
| ⑥ | Kabel signaalontvangeenheid | 1 |
| ⑦ | Vulplaatje | 8 |
| ⑧ | Afvoerleiding | 1 |
| ⑨ | Pijpafdekking (voort afvoerslang) kort | 1 |
4. De ophangbouten vastzetten
4.1 De ophangbouten vastzetten
[Fig. 4-1] (P.2)
Zwaartepunt
(Zorg ervoor dat de plek waar u het apparaat bevestigt een sterke structuur heeft.)
Ophangconstructie
-
Plafond: De plafondconstructie varieert van het ene gebouw tot het andere. Voor gedetailleerde informatatie moet u contact opnemen met uw aannemersbedrijf.
-
Indien nodig kurz u naast de ophangbouten nog een stel steunbalken aanbrengen, ter beveiliging gegen aardbevingen e.d.
- Gebruik M10 ophangbouten, ook voor de anti-aardbevingssteunbalken (deze zult u zichl moeten aanschaffen).
① Het plafond verstevigen door meer balken te gebruiken (randbalken, enz.) kan nodig zijn om het plafond vlak te houden en om trillingen in het plafond te voorkomen.
② Zaag de plafondbalken af en verwijder ze.
③ Verstevig de plafondbalken en zet ermeer balken in om de plafondplaten vast te zetten.
Zwaartepunt en gewicht product
| Modelnaam | W | L | X | Y | Z | Gewicht product (kg) |
| SEZ-KD25 | 625 | 752 | 263 | 351 | 106 | 18 |
| SEZ-KD35 | 625 | 952 | 286 | 448 | 104 | 21 |
| SEZ-KD50 | 625 | 952 | 280 | 437 | 104 | 24 |
| SEZ-KD60 | 625 | 1152 | 285 | 527 | 104 | 28 |
| SEZ-KD71 | 625 | 1152 | 285 | 527 | 104 | 28 |
5.1. Het apparatus ophangen
Breng het binnenapparaat maar deplaats van montage voordat u het uitpakt.
Om het binnenapparaat op te hangen moet u het apparaat ophijsen met een hefwerktuig en het ophangen door het door de ophangbouteu te voeren.
[Fig. 5-1] (P.2)
Apparaat
⑧ Hefwerktuig
[Fig. 5-2] (P.2)
Moeren (Deze moet u zich kopen)
Vulplaatjes (bijgeleverd)
E M10 ophangbout (Deze moet u zichkopen)
6. Koelleidingwerk
6.1. Koelpijpen
[Fig. 6-1] (P.3)
Binnenapparaat
Buitenapparaat
Zie de gebruiksaanwijzing behorende bij het buitenapparaat voor het togestane hoogteverschil tussen de apparaten en voor de hoeveelheid aanvullend koelmiddel.
Vermijd de volgende plaatsen, waar dat aan mogelijkwerijs problemen met de airconditioner zullen optreden.
- Ruimten met veel olie, bijvoorbeeld machineolie of bakolie.
- Een zoute omgeving, zoals aan zee.
- De omgeving van warme bronnen.
- Plaatsen met zwavelgassen.
Andereplaatsen met een bijzondere luchtgesteldheid. - Deze eenheid heeft getrompte verbindingen aan zowel de binnenunit als de buiten-unit. (Fig. 6-1)
- Koelstofleidingen verbinden de binnenunit en buitenunit, zoals in onderstaande afbeelding worden weergegeven.
- Isoleer zowel de koelstof- als de afvoerleiding volledig om condensvorming te voorkomen.
Vervaardiging van leidingen
- Koelstofleidingen van 3, 5, 7, 10 en 15m können desgewenst worden gezruikt.
(1) Onderstaande babel geeft de specificaties voor leidingen die in de handel verkrijgbaar zijn.
| Model | Leiding | Buitenste diameter | Minimale muurdikte | Dikte van isolatie | Isolatie-materialial | |
| mm | inch | |||||
| SEZ-KD25 | Voor vloeistof | 6,35 | 1/4 | 0,8 mm | 8 mm | Heat resisting foam plastic 0,045 specific gravity |
| Voor gas | 9,52 | 3/8 | 0,8 mm | 8 mm | ||
| SEZ-KD35 | Voor vloeistof | 6,35 | 1/4 | 0,8 mm | 8 mm | |
| Voor gas | 9,52 | 3/8 | 0,8 mm | 8 mm | ||
| SEZ-KD50 | Voor vloeistof | 6,35 | 1/4 | 0,8 mm | 8 mm | |
| Voor gas | 12,7 | 1/2 | 0,8 mm | 8 mm | ||
| SEZ-KD60 | Voor vloeistof | 6,35 | 1/4 | 0,8 mm | 8 mm | |
| Voor gas | 15,88 | 5/8 | 1,0 mm | 8 mm | ||
| SEZ-KD71 | Voor vloeistof | 9,52 | 3/8 | 0,8 mm | 8 mm | |
| Voor gas | 15,88 | 5/8 | 1,0 mm | 8 mm | ||
(2) Controller of de 2 koelleidingen goed geisoleerd+zijn zodate condensvorming worden voorkomen.
(3) De buigzaamheidsradius van de koelleiding moet 10~cm ofmeer zich.
Voorzichtig:
Gebruik isolatie van de juiste dikte. Te ditke isolatie veroorzaakt plaatsgebrek中断de binnenunit en te dunne isolatie kan leiden tot condensvorming.
6.2. Optrompen
- De belangrijksteoorzaak van gaslekken is een fout bij het optrompen. Voer het optrompen op de volgende manier correct UIT.
6.2.1. Leidingen snijden
[Fig. 6-3] (P.3)
@ Koperen leidingen
Goed
© Niet goed
Scheef
Ongelijk
fBramen
- Snijd dme koperen leidingrecht af met een pijpsnijder.
5.2. De juiste positie van het apparaat controleren en de ophangbouten vastzetten
Gebruik het patroon dat met het paneel is meegeleverd om te controleren dat het apparaat en de ophangbouten op de juiste plaats zitten. Als zij Niet op de correcte plaats zitten, kan dit resulteren in dauwdruppels door windlekken. Zorg ervoor dat u de relatieve posities controeert.
Gebruik een waterpas om te controlleren dat het oppervlak aangegeven door vlak is. Zorg ervoor dat de moeren van de ophangbauten goed vastgedraaid zijn om de ophangbauten vast te zetten.
Om ervoor te zorgen dat de afvoer leeg kan lopen, moet u zich er met een waterpas van verzekeren dat het apparaat horizontaal hangt.
[Fig. 5-3] (P.2)
Bodemoppervlak van het binnenapparaat
Voorzichtig:
Zorg ervoor dat u het apparaat horizontally ophangt.
6.2.2. Bramen verwijderen
[Fig. 6-4] (P.3)
⑥ Braam
⑥ Koperen buis/leiding
Opruimer
Pijpsnijder
- Verwijder zorgvuldig alle bramen uit de doorsnede van de buis/leiding.
- Houd het uiteinde van de buis/leiding maar beneden om te voorkomen dat kopervijlsel in de leiding vallen.
6.2.3. Moeren bevestigen
[Fig. 6-5] (P.3)
Optrompmoer
⑤ Koperen leiding
- Verwijder de optrompmoeren die aan de binnen- en buitenunit hij bevestigd en bevestig deze aan de buis/leiding nadat de bramen hij verwijderd.
(Het is nicht möglich deze na het optrompen te bevestigen.)
6.2.4. Optrompen
[Fig. 6-6] (P.3)
Trompgereedschap
包 Matrijs
Koperen leiding
Optropmoer
Span
- Gebruik optrompgereedschap voor het optrompen (zie hieronder).
| Leidingdiameter (mm) | Afmetingen | |
| A (mm) | B *0,4 (mm) | |
| Bij het gebruik van het gereedschap voor R410A | ||
| Type koppeling | ||
| 6,35 | 0 – 0,5 | 9,1 |
| 9,52 | 0 – 0,5 | 13,2 |
| 12,7 | 0 – 0,5 | 16,6 |
| 15,88 | 0 – 0,5 | 19,7 |
Houd de koperen leiding stevig vast in de matrijs met de maat UIT bovenstaande tabel.
6.2.5. Controlleren
[Fig. 6-7] (P.3)
Rondom glad
⑥ Binnenkant glimt overal, zonder krassen.
Random even lang
Teveel
Scheef
① Kras op het opgetrompte vlak
Gebarsten
Ongelijk
① Voorbeelden van ondeugdelijk optrompen
- Vergelijk de opgetrompte leiding met de afbeelding rechts.
- Snijd het opgetrompte stuk af en tromp de leiding opnieuw op wanner deze ondeugdelijk is opgetrompt.
6.3. Leidingen aansluten
[Fig. 6-8] (P.3)
- Breng een dun laagje koelolie aan op het verbindingsvlak van de leiding.
- Voor de aansluiting要去eist het midden uitlijnen. Vervolgens draait u de optrompoer 3 tot 4 slagen aan.
- Gebruik de onderstaande tabel met aandraaimomenten als richtlijn voor het verbindingspunt op de aansluitzijde van de binnenunit en draai de aansluiting vast met twee sleutels. Wanner u een optrompmoer te stevig aandraait, kan dit het getrompte.Deel beschaden.
| Buitendiameter koperen pijp(mm) | Buitendiameter flensmoer(mm) | Aanhaalmoment(N·m) |
| ø6,35 | 17 | 14 – 18 |
| ø9,52 | 22 | 34 – 42 |
| ø12,7 | 26 | 49 – 61 |
| ø15,88 | 29 | 68 – 82 |

Waarschuwing:
De optrompmoer kan er afvliegen! (door interne druk)
Verwijder de optrompmoer als volgt:
- Draai de moer los totdat een sissend geluid horsbaar is.
- Verwijder de moer Niet voordat het gas geheel is vrijgekomen (het sissende geluid is gestopt).
- Controller of het gas geheel is vrijgekomen en verwijderervolgens de moer.
De buitenunit aansluiten
Sluit de leidingen aan op de leidingverbinding van de afsluitkraan van de buitenunit, opdezelfde manier als bij de binnenunit.
- Gebruik een momentsleutel of een moersleutel en gebruik hetzelfde aandraai-moment als bij de binnenunit.
De koelstofleidingen isoleren
- Nadat de koelstofleidingen zijn aangesloten,要去en de verbindingen (knel-koppelingen) worden geisoleerd met een thermische isolatiemof,zoals hieronder aangegeven.
[Fig. 6-9] (P.3)
A Pijpafdekking (klein) (bijgeleverd)
⑧ Voorzichtig:
Trek de thermische isolatie aan het uiteinde van de koelstofleiding terug, stek het uiteinde in de bout van de knelkoppeling en schuivervolgens het isolatiematerialiaal weer terug.
Let op dat er geen condensatie optreedt op het stuk koperen leiding dat nicht is geisoleerd.
Koelstofleiding voor vloeistof
⑥ Koelstofleiding voor gas
E Koelstofleiding buiten apparaat
F Hoofdapparaat
⑥ Pijpafdekking (groot) (bijgeleverd)
Thermisch isolatiematerialiaal (zelf aan te schaffen)
① Trekken
① Flensmoer
Terugschuiven maar oorspronkelijke positie
① Zorg dat er hier geen ruimte:tussen blijft
M Plaat op het hoofdapparaat
Band (bigeleverd)
Zorg dat er hier geen ruimte:tussen blijft. Plaats de verbinding omhoog.
- Verwijder de rubber stop uit het uiteinde van de leiding van het apparatusat.
- Tromp het uiteinde van de koelpijp op de locatie op.
3.Trek de warmte-isolatie uit de koelpijp op de locatie en breng de isolatie weeer op zich oorspronkelijke plaats aan.
Pas op bij koelleidingen
Gebruik Niet-oxyderend soldeersel bij het hardsolderen om er zeker van te zichn dat er geen vremeinde stoffen of vocht de pijk hunnen binnendringen.
Zorg ervoor dat u koelmachine-olie op het zittingsoppervlak van de "flare"-aansluiting doet en dat u de leidingen stevig vastdraait met gebruik van een dubbele steeksleutel.
Gebruik een metalen beugel om de koelleiding te ondersteunen zodate er geen gewicht op de einde van de leiding aan het binnenapparaat komt te staan. Monteer deze steunbeugel op 50~cm afstand van de "flare"-aansluiting van het binnenapparaat.
6.4. Ontluchtingsprocedures en de lektest


6.5. Afvoerleidingwerk
- Zorg ervoor dat de afvoerleiding maar beneden loopt (met een helling van tenminste 1/100), maar buiten (lozing). Monteer geen stankafsluiter of andere onregelmatigheid in de leiding. (①)
- Zorg ervoor dat kruiselings gemonteerde afvoerleiding Niet langer is dan 20m (het hoogteverschil Niet meegerekend). Voor lange afvoerleidingen要去 een steunbeugel monteren om zakken van de leidingen te voorkomen. Monteer nooit een ontluchtingspijp, maar anders het afvalwater eruit kankommen.
- Gebruik een harde PVC-pijp Buitendiameter 32 voor de afvoerleidingen.
- Zorg ervoor dat verzamelleidingen 10 cm lager dan de afvoeruitlaat van het apparaat gemonteerd zich, zoals in (2) worden weergegeven.
- Monteer geen stankafsluiter op de afvoeruitlaatopening.
- Zorg ervoor dat u de uitlaat van de afvoerleiding zo monteert dat deze geen stank veroorzaakt.
- Doe het uiteinde van de afvoerleiding Niet in een afvoer waar zich ionische gassen ontwikkelen.
[Fig. 6-10] (P.3)
Naar beneden lopende helling van 1/100 of groter
⑧ Verbindingsdiameter R1 buitendraad
Binnenapparaat
⑥ Verzamelleiding
E Vergroot deze lenghte tot ongeveer 10 cm
1.Steek de afvoerleiding (accessoire) in de afvoeruitlaat.
(De afvoerleiding mag nicht meer dan 45^ worden verbogen om breken of verstopping te voorkomen.) Het verbindsstukCUSen het binnenapparaat en deafwateringslang kan bij het onderhoud worden losgemaakt. Maak het onderdeel vast met het bijgeleverde stuk band,iet plakkend.
- Bevestig de afvoerleiding (buitendiameter PVC-LEIDING Buitendiameter 032, zich aan te schaffen).
(Bevestig de buis met lijm in het geval van een harde PVC-buis, en zet deze vast met het band (klein, accessoire).)
3.Breng isolatiemateriaal aan op de afvoerleiding (buitendiameter PVC-LEIDING Buitendiameter 032) en op de bus (inclusief kniestuk).
[Fig. 6-11] (P.3)
Binnenapparaat
⑥ Pijpafdekking (kort) (bigeleverd)
© Klemband (accessoire)
Band voor vastmaken van onderdelen
E Insteekmarge
Afvoerleiding (accessoire)
⑥ Afvoerleiding (buitendiameter PVC-LEIDING Buitendiameter 032, zelf aan te schaffen)
Isolatemateriaal (zelf aan te schaffen)
① Max. 145± 5mm
- Wanner u een kanaal op de kast van de airconditioner wilt aansluiten, moet u hiertussen een canvas kanaal bevestigen.
- Gebruik brandbestendige materialen voor de onderdelen voor het kanaal.
Voorlichtig:
- Als u de luchtinaat direct aan de onderzijde van de kast bevestigt, za dit leiden tot een aanzienlijk hoger geluidsniveau. De afstand+tussen inlaat en de kast要去aarom zo groot möglichk+zijn.
Wanner u gebruik wilt makeen van de inlaat aan de onderzijde, is extra voor-zichtigheid geboden. - Gebruik voldoende thermisch isolatiematerialiaal om condensvorming op de kanaalflenzen en kanalen voor de uitlaat te voorkomen.
-
Verbind de kast van de airconditioner met het kanaal, zodat hiertussen geen staatische ladingen können ontstaan.
-
De afstand:tussen het rooster van de luchtinlaat en de ventilator moet minimaal 850~mm bedragen.
Als het Niet möglichk is om minimaal 850~mm vrij te lately, moet u een veiligheidsrooster of-net installeren om te zorgen dat de ventilator Niet per ongeluk kan worden aangeraakt.
[Fig. 7-1] (P.4)
A Luchtinlaat
⑧ Luchtuiat
© Toegangsklep
D Plafond
Canvas kanaal
Luchtfilter
Rooster van luchtinlaat
8. Elektrische aansluitingen
8.1. Stroomtoevoer
| Elektrische specificaties | Ingangscapaciteit | ||||
| Stroomtoevoer (1 fase ~/N, 230 V, 50Hz) | SEZ-KD25 | SEZ-KD35 | SEZ-KD50 | SEZ-KD60 | SEZ-KD71 |
| 10 | 10 | 20 | 20 | 20 | |
Waarschuwing:
- De compressor werkkt Niet tenzij de de fasen voor de stroomvoorziening op de juiste wijze� aangesloten.
- [D] wordt meestal geaard met een Niet op zekerung gebaseerde onderbreker (aardlekschakelaar [ALS]).
- De verbinding:tussen de binnen- en buitenapparaten kan verlngd worden tot een maximum van 50 meter, en de tole maximale verlnging inclusief kuisverbindingen:tussen kamers is 80m
Met de airconditioner zal een schakelaar met ten minste 3mm contactscheiding tussen de polen worden meegeleverd.
- Label jegere onderbreker, afhankelijk van+zijn functie (verwarming, eenheid etc).
[Fig. 8-1] (P.4)
Binnenapparaat
Buitenapparaat
Signaontvangeenheid
Draadloze afstandsbediening
E Hoofdschakelaar/zekering
Aarding
8.2. Binnenbedrading aansluten
Werkprocedure
1.Verwijder 2 schroeven om de kap van de schakeldoos te verwijdersen.
2.Leg elke kabel via de bedravingsinlaat aan hier de schakeldoos. (Schaf de voedingskabel en de verbindskabel tussen binnenunit en buitenunit apart aan en gebruik het meegeleverde snoer voor de afstandsbediening.)
3.Sluit de voedingskabel, de verbindingskabel tussen binnenunit en buitenunit en de kabel van de afstandsbediening stevig aan op de aansluitblokken.
4.Zet de kabels vast met klemmen in de schakeldoos.
5. Plaats de kap van de schakeldoos terug.
- Sluit de voedingskabel en de verbindingskabel:tussen binnenunit en buitenunit aan op de schakeldoos met bufferringen voor spankracht. (PG-aansluiting of gelijkwaardig.)
Waarschuwing:
- Zet de kap van de schakeldoos stevig vast. Als deze Niet goed is bevestigd, kan dit leiden tot brand of een elektrische schok, veroorzaakt door stof, water enzovoort.
- Gebruik de aangegeven verbindingskabel:tussen binnenunit en buitenunit voor de aansluiting van de binnenunit en buitenunit en bevestig de kabel stevig aan het aansluitblok zodate er geen kracht worden uitgeoefend op het aansluitgedeelte van het aansluitblok. Onvolledige aansluiting of bevestiging van de kabel kan brand verroorzaken.
[Fig. 8-2-1] (P.4)
Bevestigingsschoeven voor dekel (2 stuks)
⑧ Deksel
[Fig. 8-2-2] (P.4)
Aansluitingenkast
Uitdrukbare opening
Verwijden
[Fig. 8-2-3] (P.4)
⑥ Gebruik een PG bus om het gewicht van de kabel te dragen, zodat er van buitenaf geen druk op de voedingsstekker worden uitgeoefend. Gebruik een kabelbinder om de kabel vast tezetten.
F Stroomvoorzieningssnoer
Trekkracht
Gebruik een gewone aansluitbus
① Bedrading signaalontvangeenheid
[Fig. 8-2-4] (P.4)
① Aansluitblok voor stroomvoorziening en binnenshuissignaal
Naar de 1-fase voedingsbron
Aansluiten van de signaalontvangeenheid
Sluit de signalontvangengeenheid aan op de CN90 (Aansluten op het regelpaneel voor de draadloze afstandsbediening) van het binnenapparaat met behulp van het bijgeleverde afstandsbedieningsnoer. Sluit de signalontvangeneheden aan op alle binnappenaten.
- Leg de bedrading aan zoals aangegeven in het diagram links onderaan. (Schaf de kabel terplaatse aan.)
Zorg dat er alleen kabels van de juiste polariteit worden gebruikt.
[Fig. 8-3] (P.5)
Aansluitingenblok binnenapparaat
Aardingsdraad (groen/geel)
© Aansluitsnoer binnen/buitenapparaat 3-aderig 1,5mm^2 ofmeer
Aansluitingenblok buitenapparaat
E Stroomvoorzieningssnoer: 2,0 mm² of Meer
F Regelpanele bilnenapparaat
① Aansluitkabel
Kabel, 3-aderig, 1,5mm^2 volgens ontwerp 245 IEC 57.
② Aansluitblok voor binnenunit
③ Aansluitblok voor buitenunit
④ Sluit.altijd een aardingsdraad aan (1-aderig, 1,5mm^2 ) die langer is dan de andere kabels.
⑤ Signaalontvangeenheidkabel (bigeleverd) (draadlente: 5 m)
⑥ Signaontvangeenheid
⑦ Voedingskabel Kabel, 3-aderig, 2,0mm^2 volgens ontwerp 245 IEC 57.
- Sluit de aansluitblokken aan zoals aangegeven in het diagram hieronder.
Voorzichtig:
- Zorg dat de kabels goed worden aangesloten.
- Draai de aansluitblockschroeven stevig vast om te voorkomen dat deze lostrillen.
- Trek na het aandraaien van de schroeven zachtjes aan de kabels om zeker teল dat deze Niet können schuiven.
8.3. Afstandsbediening
8.3.1. Voor de draadloze afstandsbediening
1) Montageprocedure
(1) Kies een plaat waar u de afstandsbediening wilt monteren.
De temperatuursensors bevinden zich zowel op de afstandsbediening als op het binnenapparaat.
Koop de volgende onderdelen zich:
Schakelkastje voor 2 delen
Dunne koperen geleidingsbuis
Borgmoeren en doorvoerbussen
(2) Dicht de opening voor de afstandsbedieningskabel af met stopver om te voorkomen dat er dauwdruppels, water, kakkerlakken of wormen inkomen.
[Fig. 8-4] (P.5)
Voor installmentie in het schakelkastje:
Voor directe montage op de muur kies dan voor een van de volgende methoden:
- Boor een gat door de muur om de afstandsbedieningskabel door heen te halen (om de afstandsbedieningskabel vanaf de achterkant te leiden) en zich daarna het gat af met stopverf.
Leid de afstandsbedieningskabel door het eruit gehaalde bovenste gedeelte en dicht daarna de eruit gehaalde uitsparing af met stopverf, net zoals hierboven is beschreven.
Muur
⑥ Geleidingsbuis
Borgmoer
F Doorvoerbus
Schakelkastje
Afstandsbedieningskabel
① Dicht met stopverf af
B-1. Om de afstandsbedieningskabel vanaf de hinterkant van de afstandsbediening te lately lopen:
B-2. Om de afstandsbedieningskabel door het bovenste gedeelte te lately lopen:
(3) Voor montage direct op de muur
8.3.2. Signaontvangeenheid
1) Voorbeeld systeemaansluiting
[Fig. 8-5] (P.5)
Alleen de bedrading van de signaalontvangeenheid enussen de afstandsbedienings-eenheden worden getoond in Fig. 8-5. De bedrading kan awijken afhankelijk van de eenheid die worden aangesloten of van het system dat worden gebruikt.
Raadpleeg de installmenthandeiding of het servicehandboek bij de eenheid voor informatie over restrictions.
1. Aansluten op Mr. SLIM airconditioner
(1) Standaard 1:1
① De signaalontvangsteenheid aansluten Sluit de signaalontvangsteenheid aan op de CN90 (verbinden met de printplaat van de draadloze afstandsbediening) op het binnenapparaat met behulp van de bijgeleerde afstandsbedingensdraad. Sluit de signaalontvangsteenheden aan op alle binnenapparaten.
Voor het instellen van paarnummers zijn de volgende 4 patronen (A-D) beschikkaar.
| Patroon voor het instellen van paarnummers | Paarnummer aan zijde van afstandsbediening | Zijde van printplaat binnenapparaat Punt waar de in series geschakelde draad worden losgekoppeld |
| A | 0 | Niet losgekoppeld |
| B | 1 | J41 losgekoppeld |
| C | 2 | J42 losgekoppeld |
| D | 3~9 | J41 en J42 losgekoppeld |
2. Voorbeeld voor het instellen
(1) Als u de eenheden indezelfde ruimte wilt gebruiken
[Fig. 8-7] (P.5)
① Afzonderlijke instelling
Wijs aan elk binnenapparaat een ander paarnummer toe om elk binnenapparaat met zich eigendraadloze afstandsbediening te bedieren.
[Fig. 8-8] (P.5)
② Gemeenschappelijkke instelling
Wijs aan elk binnenapparaat hetzelfde paarnummer toe om alle binnenapparaten met een draadloze afstandsbediening te bedieren.
[Fig. 8-9] (P.5)
(2) Als u de eenheden in verschillende ruimten wilt gebruiken
Wijs aan de draadloze afstandsbediening hetzelfde paarnummer toe als dat van het binnenapparaat. (Laat de instelling hetzelfde als ten tjnde van de aanschaf.)
3) Installatiemethode
[Fig. 8-10] (P.6) tot [Fig. 8-19] (P.7)
- Gemeenschappelijk stappen voor "Installatie gegen het plafond" en "Installatie op de schakeldoos of aan de muur"
[Fig. 8-10] (P.6)
Signaontvangeenheid extern
E 6,5mm (1/4 inch)
Midden van de schakelkast
F 70mm (2-3/4 inch)
Schakelkast
⑤ 83,5± 0,4mm (3-9/32 inch)
Installatiehoek
Uitstekend deel (pilaar e.d.)
[Fig. 8-11] (P.6)
Afstandsbedieningsdraad
⑧ Opening (boor een gat in het plafond om de afstandsbedieningsdraad door te leiden.)
Signaalontvangeenheid
(1) Selecteer de installmentielocatie.
Houd rekening met de volgende punten.
① Sluit de signaalontvangsteenheid aan op het binnenapparaat met behulp van de bijgeleverde afstandsbedieningsdraad. De lengte van de afstandsbedieningsdraad is 5m (16 ft). Installer de afstandsbediening binnen het bereik van de afstandsbedieningsdraad.
② Bij het installereren aan de schakelkast of aan de wand, dient u voldoende ruimte rondon de signaalontvangeenheid te lately, zoals getoond in [Fig. 8-10].
③ Wanneer de signaalontvangsteenheid op de schakeldoos worden geinstalleerd, komt de signaalontvangsteenheid 6,5 mm (1/4 inch) lager te zitten, Zoals rechts worden geillustreerd.
④ Onderdelen die op de installmentielocatie benodigd+zijn. Schakeldoos voor een eenheid Elektriciteitsbuis voor dunne koperdraden Borgmoer en kabeldoorvoer
⑤ De dikte van het plafond waartegen de afstandsbediening worden geinstalleerd要去ussen 9 mm (3/8 inch) en 25 mm (1 inch) bedragen.
⑥ Installer de eenheid gegen het plafond of gegen de muur op een plek waar het signalaal van de draadloze afstandsbediening kan worden ontvangen. Het signalaal van de draadloze afstandsbediening kan worden ontvangen tot een hoek van 45 graden en een afstand van 7m (22 ft) gemeten vanaf de voorkant van de signalontvangsteenheid.
⑦ Installer de signalontvangeenheid in de stand die past bij uw model binnen-apparaat.
⑧ Sluit de afstandsbedieningsdraad stevig aan op de dienstlijn. Om de afstandsbedieningsdraad door de huls te leiden, volgt u de aanwijzingen ge-toond in Fig. 8-12.
2) Instellen van de paarnummerschakelaar
[Fig. 8-6] (P.5)
1. Instellingsmethode
Wijs aan de draadloze afstandsbediening hetzelfde paarnummer toe als dat van het binnenapparaat. Wanner u dat Niet doet, kan de afstandsbediening nied worden gebruikt. Raadpleeg de installmentehandleiding bij de draadloze afstandsbediening voor informatie over het instellen van paarnummers voor draadloze afstandsbedieningen.
Positie van in serie geschakelde draad op de printplaat van het binnenapparaat.
[Fig. 8-12] (P.6)
Stevig vastmaken met plakband.
Dienstlijn
Afstandsbedieningsdraad
Opmerking:
- Het punt waar de afstandsbedieningsdraad worden aangesloten, verschilt per binnenapparaatmodel.
Houd er bij het kiezen van de installmentatie reckening mee dat de afstandsbedieningsdraad Niet kan worden verlangd. - Als de signaalontvangsteenheid in de buurt van een tl-lamp met omvormer worden geinstalleer, kan de ontvangst van het signala storing ondvinden. Ga zorgvuldig te werk wonneer u de signaalontvangsteenheid installeert of de lamp verwangt.
2. Installatie op de schakeldoos of aan de muur
(1) Gebruik de afstandsbedieningsdraad om de eenheid aan te sluiten op de aansluiting (CN90) op de printplaat van het binnenapparaat.
Zie onder 2) Instellen van de paarnummerschakelaar voor nadere details over het regelcircuitpaneel op het binnenapparaat.
(2) Dicht de inlaatopening voor het snoer van de signalontvangsteenheid af met stopverf om te voorkomen dat er dauw, waterdruppels, kakkerlakken of andere insecten in hunnen komen.
[Fig. 8-15] (P.6)
A 150mm (5-15/16 inch)
Afstandsbedieningsdraad (bijgeleverd)
Bedrangsbuis
Borgmoer
E Hulbring
F Schakelkast
⑥ Hier rondon met stopverf afdichten
- Bij het installereren aan de schakelkast dient u de verbindingen:tussen de schakel-kast en de bedravingsbuis af te dachten met stopverf.
[Fig. 8-15] (P.6)
Hier rondon met stopverf afdichten
① Afstandsbedieningsdraad
① Hier rondon met stopver aufdichten
- Bij het boren van een opening voor de draad van de signalontvangeenheid (of bij het uitleiden van een draad aan de achterkant van de signalontvangeenheid) dient u de betreffende opening af te dachten met stopverf.
- Bij het leiden van een draad door een opening die is uitgesneden in de bovenkant van de behuizing, dient u ook die opening af te dachten met stopverf.
(3)Installeer de afstandsbedieningsdraad op het aansluitblok. (Fig. 8-16)
(4)Maak een opening wanner de signalontvangsteenheid rechtstreeks op de muur worden geinstalleerd. (Fig. 8-17)
- Snij het dunwandige gedeelte van de onderkast (schuine deel)uit met een mes of een draadschaar.
- Voer de aangesloten afstandsbedieningsdraad via deze ruimte door maar het aansluitblok.
(5)Installeer de onderkast op de schakeldoos ofrechtstreeks op de wand. (Fig. 8-18) Het deksel monteren (Fig. 8-19)
Voorzichtig:
- Het deksel zit pas goed vast wonneer u een klikgeluid hoort.
Als het deksel Niet goed vast zit, kan het omlaag vallen.
8.4. Buitenunit
[Fig. 8-20] (P.7)
- Sluit de kabel van binnenunit goed aan op het aansluitblok.
- Gebruik hetzelfde aansluitblok endezelfde polariteit als die van de binnenunit.
-
Zorg dat de verbindingskabel wat langer is voor later onderhoud.
-
Beide uiteinden van de verbindingskabel (verlengsnoer)要去en worden gestrypt. Zorg dat de voedingskabel net zo lang is als aangegeven in de afbeelding door deze tot de juiste lenghte te strippen.
- Zorg dat de verbindingskabel Niet in contact komt met de leidingen.
[Fig. 8-21] (P.7)
A Draai de aansluitblockschoef los
Aansluitblok
© Stroomdraad
Voorlichtig:
- Zorg dat de kabels goed worden aangesloten. (Fig. 8-21)
- Draai de aansluitblockschroeven stevig vast om te voorkomen dat deze lostrillen.
- Trek na het aandraaien van de schroeven zachtjes aan de kabels om zeker te zijn dat deze Niet können schuiven.
Waarschuwing:
- Zorg dat het onderhoudspaneel van de buitenunit stevig is bevestigd. Als dit Niet goed is bevestigd, kan dit leiden tot brand of een elektrische schok, veroorzaakt door stof, water enzovoort.
- Draai de aansluitblockschroeven stevig vast.
- Zorg bij het aanleggen van de bedrading dat er geen spanning worden uitgeefend op de stroomkabels. Anders kan er ditte worden gegenereerd of brand ontstaan.
8.5. Functie-installingen
8.5.1 Installing van de functies op het apparaat (de functies van het apparaat selecteren)
1) FUNCTIE AUTO RESTART
Alleen voor de draadloze afstandsbediening [Fig. 8-22] (P.8)
Dit model is uitgerust met de functie AUTO RESTART (automatisch opniewu starten). De werkingsmodus, ingestelde temperatuur en de ventilatorsnelheid worden opge-slagen op de besturingskaart van binnenunit als de binnenunit wordt bediend met de afstandsbediening. De functie Auto Restart worden ingeschakenzd zoda der stroomtoevoer na een stroomstoring is hersteld. De unit start dan automatisch opniewu op.
Functietabel
Selecteer eenheidnummer 00
| Modus | Instellingen | Modusnummer | Instellingsnummer | Begininstalling | Installing |
| Automatisch herstel van stroomuitval *1 (functie Auto Restart) | Niet beschikbaar | 01 | 1 | ○ (*1) | |
| Beschikbaar | 2 | ||||
| Binnentemperatuurdetectie | Binnenapparaat gemiddelde werkung | 02 | 1 | ○ | |
| Instellen met afstandsbediening van binnenapparaat | 2 | ||||
| Interne sensor van afstandsbediening | 3 | ||||
| LOSSNAY-verbinding | Niet ondersteund | 03 | 1 | ○ | |
| Ondersteund (binnenapparaat is nicht voorzien van buitenluchttoevoer) | 2 | ||||
| Ondersteund (binnenapparaat is voorzien van buitenluchttoevoer) | 3 | ||||
| Automatisch | De energiebesparingscyclus worden automatisch ingeschakeld | 05 | 1 | ○ | |
| De energiebesparingscyclus worden automatisch uitgeschakeld | 2 |
Selecteer eenheidnummers 01 tot en met 03 of alle nummers (AL [afstandsbediening met snoer]/07 [draadloze afstandsbediening])
| Modus | Instellungen | Modusnummer | Instellingsnummer | Begininstalling | Installing |
| Filterteken | 100 uu | 07 | 1 | ||
| 2500 uu | 2 | ||||
| Geen filtrekenindicator | 3 | ○ | |||
| Externe statische druk | 15 Pa | 08 | 1 | ○ | |
| 35 Pa | 2 | ||||
| 50 Pa | 3 | ||||
| Gekij aan de instelling voor modus nr. 08. | 10 | 1 | ○ | ||
| 5 Pa (stel de contactmodus voor nummer 08 tot 1) | 2 |
*1 Als de voeding terugkeert, zal de airconditioning 3 Minutes later beginnen.
9. Proefdraaien
9.1. Voordat u gaat proefdraaien
Controller nadat u de binnen-en buitenapparaten, inclusief pijpen en bedrading, volledig heeft geinstalleerd het geheel op lekken van koelstof, losse elektrische contacten in voeding of besturingsbedrading en polariteit en controllerer of er geen verbeking van een fase in de voeding is.
Controller met behulp van een megohmmeter van 500 volt of de waarstandussen de netspanningsaansluitpunten en de aarde minimaal 1,0 MΩ bedraagt.
Voer deutsche test nicht uit op de aansluitpunten van de besturingsbedrading (laagspanningscircuit).
8.5.2. Functie-instelling op het apparaat (Keuze van de werkingsfuncties) [Fig. 8-22] (P.8)
Omschaken van de voedingsspanning
- Zorg vooral dat de voedingsspanning juist staat ingesteld op deplaatselijke net-spanning.
① Ga waar de functiekeuzestand
Druk tweemaal achtereen op de CHECK controtoets (F).
(Verricht deze handelingen wanner het scherm van de afstandsbediening is gedoofd.)
De aanduiding CHECK licht op en "00"gaat knipperen.
Druk eenmaal op de TEMP toets © om in te stellen op "50". Richt de draadloze afstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaat en druk op de Urentoets (A).
② Instellen van het apparaatnummer
Druk op de TEMP toets © en © om het apparaatnummer in te stellen op "00". Richt de draadloze afstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaat en druk op de Minutentoets ©.
③ Keuze van de juiste stand
Voer 04 in om de voedingsspanning om te schakelen met behulp van toetsen © en
Richt de draadloze afstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaat en druk op de Urentoets .
Huidig ingesteld nummer: 1 = 1 piepje (een seconde)
2 = 2 piepjes (elk een seconde)
3 = 3 piepjes (elk een seconde)
④ Keuze van het instelnummer
Gebruik de © en © toetsen om de voedingsspanning om te schakelen maar 01 (240 V).
Richt de draadloze afstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaat en druk op de Urentoets .
⑤ Doorlopend kieze van meerde functies achtereen
Herhaal de stappen ③ en ④ om meerdere functies achtereen in te stellen.
⑥ Afronden van de functiekeuze
Richt de draadloze afstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaat en druk op de AAN/UIT toets (E).
Opmerking:
- Telkens wanneer u wijzigingen maakt in de functie-instellenen na installmente of onderhoud, dient u die te noteren met een vinke in de "Instellenen" kolom van de functietabel.
8.5.3 Functie-instelling op de afstandsbediening
Zie de bedieningshandleiding van het binnenapparaat.
Waarschuwing:
U mag de airconditioner Niet gebruiken als de isolatieweerstand minder dan 1,0 MΩ bedraagt.
Isolatieweerstand
Na de installmente of nadat de voeding van het apparaat langereijd is uitgeschakeld, daalt de isolatieweerstand tot onder 1 MΩ door de ophoping van koelstof in de compressor. Dit is geen storing. Volg de onderstaande procedures.
-
Haal de bedrading van de compressor los en meetervolgens de isolatieweerstand van de compressor.
-
Als de isolatieweerstand lager is dan 1 MΩ, is de compressor defect of is de waarstand gedaal door de ophoping van koelstof in de compressor.
-
Sluit de bedrading van de compressoreer aan en schakel de voeding in. De compressor za nu beginnen met warmdraaien. Meet de isolatieweerstand op-nieuw nadat de voeding gedurende hieronder aangegevenperiode is ingeschakeld.
-
De isolatieweerstand daalt door de ophoping van koelstof in de compressor.
De waterd stigt tot boven 1 MΩ nadat de compressor twee tot drie uur heeft warmgedraaid.
(Dearende compressor nodig heeft om warm te draaien varieert afhankelijk van de atmoseferische omstandigheden en de ophoping van koelstof.) -
Bij ophoping van koelstof in de compressor moet deze voor gebruik ten minste 12aar warmdraaien om storingen te voorkomen.
-
Als de isolatieweerstand blijt tot boven 1M , is de compressor Niet defect.
Voorzichtig:
- De compressor werkt uitsluitend als de fase-aansluiting van de netspanning correct is.
- Zet de netspanningschakelaar ruim 12 uur voordat u de airconditioner gaat gebruiken aan.
- Als u het apparaat meteen nadat u de netschakelaar hebts omgedraaid aanzet, hunnen de interne onderdelen ernstig beschadigd worden. Gedurende het seizoen waarin u het apparaat gebruikt, moet u de netschakelaar.altijd aan latent staan.
9.2. Proefdraaien
9.2.1. Met de draadloze afstandsbediening [Fig. 9-1] (P.8)
① De stroomvoorziening van het apparaat要去 tenminste 12 uur voor het eerste proefdraaien zich ingeschakeld.
② Druk tweeemaal achtereen op de TEST RUN proefdraaitoets (Verricht deze handelingen wonneer het scherm van de afstandsbediening is gedoofd.) De aanduiding TESTRUN en de huidige bedieningsstand worden aangegeven.
③ Druk op de MODE toets ⑧ om de COOL koelingsstand in te schakelen en controlleren dan of het apparaat daadwerkelijk koele luchtuitblaast.
④ Druk op de MODE toets ⑧ om de HEAT verwarmingsstand in te schakelen en controlleren dan of het apparaat daadwerkelijk warme lustucht uitblaast.
⑤ Druk op de FAN toets © en controllerer of de ventilatorsnelheid verandert.
⑥ Druk op de VANE toets ① en controller of de automatische jaloezie goed werkt.
⑦ Druk op de ON/OFF toets om het proefdraaien te stoppen.
Opmerking:
- Richt de afstandsbediening op de ontvanger van het binnenapparaat voor de volgende stappen ② tot ⑦.
- Het gebruik hiervan is nicht möglichk bij de FAN, DRY of AUTO functies.
[Ui'toerpatroon A] Fouten gesignaleerd door het binnenapparaat
| Draadloze afstandsbediening | Afstandsbedie- ning met snoer | Symptom | Opmerking |
| Een pieptoon klinkt/het OPERATION INDICATOR lampje knippert (een eenantal malen) | Controlecode | ||
| 1 | P1 | Inlatsensorfout | |
| 2 | P2, P9 | Pijp (vloeistof- of 2-fasen pijp) sensorfout | |
| 3 | E6, E7 | Communicatiefoud binnen/buitenapparaat | |
| 4 | P4 | Afvoersensorfout | |
| 5 | P5 | Afvoerpompfout | |
| 6 | P6 | Beveiligting gegen bevriezen/oververhitting | |
| 7 | EE | Communicatiefoud tussen het binnen- en het buitenapparaat | |
| 8 | P8 | Pijtemperatuurfout | |
| 9 | E4 | Signaalontvangsfout afstandsbediening | |
| 10 | - | - | |
| 11 | - | - | |
| 12 | Fb | Systeermfoud binnenapparaatregeling (geheugenfoud, enz.) | |
| Geen geluid | -- | Geen betekenis |
[Ui'tvoerpatroon B] Fouten gesignaleerd door een andere eenheid dan het binnenapparaat (buitenapparaat enz.)
| Draadloze afstandsbediening | Symptom | Opmerking |
| Een pieptoon klinktet OPERATION INDICATOR lampje knippert (een aantal malen) | ||
| 1 | Communicatiefout binnen/buitenapparaat (Verzendingsfout) (Buitenapparaat) | Voor nadere details controleert u de LED aanduidingen op het buitenapparaat-regelpaneel. |
| 2 | Onderbreking vanwege overstroom compressor | |
| 3 | Onderbreking/kortsluiting in thermistors buitenapparaat | |
| 4 | Onderbreking vanwege overstroom compressor (met compressor geblokkeerd) | |
| 5 | Abnormaal hogeuitsstromtemperatuur/ 49C gewerkt/onvoldoende koelmiddel | |
| 6 | Abnormaal hoge druk (63H gewerkt)/ Beveiliging gegen oververhitting | |
| 7 | Abnormale temperatuur van de koelvinnen | |
| 8 | Ter beveiliging ventilator buitenapparaat gestopt | |
| 9 | Onderbreking vanwege overstroom compressor/ Abnormale voedingstoestand | |
| 10 | Abnormale oververhitting door te lageuitsstromtemperatuur | |
| 11 | Abnormaal verschijnsel zoals te hoge spanning of abnormaal synchroon signaal maar hoofdcircuit/ Stroomsensorfout | |
| 12 | - | |
| 13 | - | |
| 14 | Andere fouten (Zie de technische handleiding voor het buitenapparaat) |
1 Als er na de eerste twee pieptonen om de ontvangst van het zichlcontrole-startsnaal te bevestigen nicht nogmaals een pieptoon klinkt en als het OPERATION INDICATOR lampje Niet oplicht, zich er geen foulmeldingen.
2 Als er na de eerste twee pieptonen om de ontvangst van het zichontrole-startsnaal te bevestigen nog diemaaal achtereen een korte pieptoon klinkt, "piep, piep," (0,4 + 0,4 + 0,4 sec.), is het gekozen koelingsadres nicht juist.
Over de draadloze afstandsbediening
Er klinkt een aanhoudende zoemer van het ontvangstgedeelte van het binnenapparaat.
Knipperen van het werkingslampje
Over de draadloze afstandsbediening
Contolecode aangegeven op het LCD-schemr.
- Als het apparaat Niet maar behoren werkkt nadat het hierboven beschreiben proefdraaien is uitgevoerd, volgt u de aanwijzingen in de volgende tabel om het probleem te verhelpen.
| Symptom | Oorzaak | ||
| Afstandsbediening met snoer | LED 1, 2 (Circuitpaneel in buitenapparaat) | ||
| EVEN GEDULD A.U.B. | Ongeveer 2 minutes lang na het inschaken | Nadat LED 1, 2 oplichtten is LED 2 gedoof en blijft alleen LED 1 branden. (Juiste werking) | • Na inschakenen zal het apparaat ongeveer 2 Minutes lang nog Niet op de afstandsbediening reageren,,ondat het bezig is met de systeemstart. (Juiste werking) |
| EVEN GEDULD A.U.B. → Fout-code | Wanner er na het in-schakenen ongeveer 2 minutes zijn verstreken | Alleen LED 1 brandt. → LED 1, 2 knipperen. | • De aansluiting voor beveiliging van het buitenapparaat is Niet aangesloten. • Omgekeerde fase of open-fase bedrading in het stroom-voorzieningsaansluitblok (L1, L2, L3) van het buitenapparaat. |
| Er verschijnen geen aanduidingen wanneer de hoofdschakelaar AAN worden gezet (en het werkingssta-mpje Licht Niet op). | Alleen LED 1 brandt. → LED 1, 2 knipperen tweemaal en LED 2 knippert eenmaal. | • Onjuiste aansluitingen:tussen het binnenapparaat en het buitenapparaat (onjuiste polariteit van S1, S2, S3) • Kortsluiting in de afstandsbedieningsdraad | |
Onder de bovengenoemde omstandigheden za de draadloze afstandsbediening het volgende te zien gehen.
- Geen enkel signala van de afstandsbediening heeft enig efect.
- Het OPE werkingslampje knippert.
- De zoemer maakt een kort ping-geluid.
Opmerking:
Bediening zal nicht möglichk gedurende ongeveer 30 seconden na het annuleren van de functiekeuze. (Juiste werkig)
Een beschrijving van de LED-lampjes (LED1, 2, 3) op de regeleenheid van het binnenapparaat vindt u in de volgende tabel.
| LED 1 (voeding voor de microcomputer) | Geeft aan of er stroom voor de bediening worden geleverd. Let op dat dit LED-lampje algtd brandt. |
| LED 2 (voeding voor de afstandsbediening) | Geeft aan of er stroom aan de afstandsbediening worden geleverd. Dit LED-lampjelicht enkel op wanner het binnenapparaat is verbonden het het koelingsadres “0” voor het buitenapparaat. |
| LED 3 (communicatieussen het binnen- en het buitenapparaat) | Geeft aan hoe de communicatieussen het binnen- en het buitenapparaat verloopt. Let op dat dit LED-lampje algtd brandt. |
9.3. FUNCTIE AUTO START
Bedieningskaart van binnenunit
Dit model is uitgerust met de functie AUTO START (automatisch opniew starten).
De werkingsmodus, ingestelde temperatuur en de ventilatorsnelheid worden opgeslagen op de besturingskaart van binnenunit als de binnenunit worden bediend met de afstandsbediening. De functie Auto Restart wird ingeschakeld zodia de stroomtoevoer na een stroomstoring is hersteld. De unit start dan automatisch opnieuw op. Stel de functie AUTO RESTART (automatisch opnieuw starten) in met de draadloze afstandsbediening. (Functie nr.1).
10.Onderhoud
10.1. Gas bijvullen
[Fig. 10-1] (P.8)
Binnenunit
⑥ Koppelstuk
© Vloeistofleiding
Gasleiding
E Stopklep
⑤ Buitenunit
⑥ Koelstofgascilinder bedieningsklep
Koelstofgascilinder voor R410A, met siphon
① Koelstof (vloeibaar)
① Elektronische weegschaal voor bijvullen koelstof
Laedslang (R410A)
Meter van spruitstukafsluiter (R410A)
Onderhoudsopening
- Sluit de gascilinder aan op de dienstopening van de afsluitkraan (3 wegafsluiter).
- Ontlucht de leiding (of slang) van de gascilinder met koelstof.
- Vul de aangegeven hoeveelheid koelstof bij verwijl de airconditioner in de koelmodus is ingeschakeld.
Opmerking:
Wanner u koelvloeistof bijvult, dient u zich te houden aan de hoeveelheid die voor het specifieke koelcircuit is opgegeven.
Voorzichtig:
- Laat geen koelgas in de ruimte ontsnappen.
Zorg ervoor dat erijdens installmentie, demontage of reparates aan het koel-circuit geen koelgas in de ruimte ontsnapt. - Maak voor het bijvullen van koelstof gebruik van een gascilinder met vloeibare koelstof.
Indien de koelstof als gas worden bijgevuld, kan er een wijziging optreden in de samenstellung van de koelstof binnen de cilinder en het buitenapparaat. In dit geval neemt het koelvermogen van het apparaat af of de normale werkung worden onmogelijk. Echter, alle vloeibare koelstof in een keer bijvullen kan ervoor zorgen dat de compressor blokkeert. Vul de koelstofaarom langzaam bij.
Voor het behouden van een hoge druk van de cilinders, dient u deze bij koude omstandigheden met warm water (onder 40^ ) te verwarmen. Gebruik echter nooit vuur of stoom.