X-U TYP 113 - Compactcamera LEICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis X-U TYP 113 LEICA in PDF-formaat.

Page 98
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Inhoudsopgave Klik op een titel om naar de pagina te gaan
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LEICA

Model : X-U TYP 113

Categorie : Compactcamera

Download de handleiding voor uw Compactcamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding X-U TYP 113 - LEICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. X-U TYP 113 van het merk LEICA.

GEBRUIKSAANWIJZING X-U TYP 113 LEICA

LEICA X-U Notice d’utilisation | Gebruiksaanwijzing

Leica X-U Gebruiksaanwijzing

NL VOORWOORD LEVERINGSOMVANG Beste klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het fotograferen met uw nieuwe Leica X-U (Typ 113). Deze robuuste outdoorcamera is in het bijzonder bestand tegen vocht en stof, en maakt daarom onbekommerd fotograferen ook mogelijk extreme omstandigheden. Bovendien heeft de camera een speciaal programma om optimale onderwateropnames te maken. Neem in elk geval alle desbetreffende opmerkingen en tips op de pagina's 94-97 in acht, voordat u uw Leica X-U de eerste keer gebruikt voor onderwateropnames! Het objectief Leica Summilux 1:1,7/23mm ASPH garandeert u door zijn hoge optische vermogen ook onder water een uitstekende opnamekwaliteit. Met de volautomatische programmabesturing ondersteunt de Leica X-U onbekommerd fotograferen. Aan de andere kant kunt u altijd met behulp van de handmatige instellingen de beeldvorming zelf ter hand nemen. Zo kunnen door de talrijke speciale functies zelfs kritische opnamesituaties worden beheerst en kan de beeldkwaliteit worden verhoogd. Om het volledige prestatievermogen van uw Leica X-U goed te benutten, raden wij u aan deze gebruiksaanwijzing aandachtig te lezen.

Voordat u uw Leica X-U in gebruik neemt, controleert u de meegeleverde accessoires op volledigheid. a. Batterij Leica BP-DC8 b. Beschermhoes batterij c. Batterij-oplaadapparaat BC-DC8 met vervangbare stekkers d. Draagriem e. Objectiefkap met veiligheidsbandjes f. Accessoireschoenkapje

Dit product is onderdeel van de AVC patent portfolio licentie voor het persoonlijk gebruik door een eindgebruiker evenals andere vormen van gebruik waarvoor de eindgebruiker geen vergoeding (i) voor een codering volgens de AVC norm ("AVC Video") en/of (ii) een decodering van een AVC VideoS die volgens de AVC norm door een eindverbruiker in het kader van een persoonlijk gebruik werd gecodeerd en/of de particuliere eindverbruiker door de aanbieder heeft ontvangen, die op zijn beurt een licentie heeft aangeschaft om AVC Video's aan te bieden. Voor alle andere toepassingen zijn er noch expliciet of impliciet licenties verleend. Meer informatie is verkrijgbaar van MPEG LA, L.L.C. op http://www.mpgegla.com. Voor alle andere toepassingen, in het bijzonder het aanbieden van AVC Video's tegen betaling, kan het nodig zijn om een aparte licentieovereenkomst met MPEG LA, LLC af te sluiten. Meer informatie is verkrijgbaar van MPEG LA, L.L.C. op http://www.mpgegla.com.

Opmerkingen over de water- en stofdichtheid

NL BELANGRIJK Wanneer u uw Leica X-U in of onder water wilt gebruiken, moet u absoluut de opmerkingen op deze en de volgende pagina's lezen. U vindt hier ook beschrijvingen van speciale functies voor dit toepassingsgebied. OPMERKINGEN OVER DE WATER- EN STOFDICHTHEID • De water- en stofdichtheid van de Leica X-U is in overeenstemming met de beschermingsgraad IP68 volgens de door JIS/IEC vastgelegde klassen. Het eerste cijfer geeft de resistentie tegen indringende deeltjes aan, het tweede cijfer de resistentie tegen vocht / water. Meer details over de classificatiecriteria vindt u in de desbetreffende vakliteratuur. • In het geval van de Leica X-U betekent IP68 dat u de camera maximaal 60 minuten lang tot een diepte van 15 meter onder water kunt gebruiken. Voorwaarde hiervoor is dat alle onderstaande opmerkingen steeds in acht genomen en strikt nageleefd worden. Dit betekent nog niet dat de water- en stofdichtheid evenals de hiermee gepaard gaande bescherming tegen schade in alle omstandigheden volledig gegarandeerd is. • De beschermingsgraad IP68 geldt voor zoet of zout water, evenwel niet voor andere vloeistoffen. Hij dekt uitdrukkelijk niet het indringen van water dat met hoge druk op de camera terechtkomt (bijv. als u met de camera in het water springt, onder watervallen, bij waterstralen van waterslangen, hogedruksproeiers etc.).

• De camera behoudt zijn water- en stofdichtheid alleen binnen een temperatuurbereik van 0°C tot 40°C. Zorg dat de camera uitsluitend in deze omstandigheden gebruikt en overeenkomstig opgeborgen wordt, bijv. niet in rechtstreeks zonlicht, op een verwarmingstoestel, op het dashboard van een wagen etc. Ook het gebruik in warm water zoals warmwaterbronnen of -baden is af te raden. • De camera is in bepaalde mate bestand tegen schokken. Hij heeft een valtest conform MIL-STD-810G methode 516.5 doorstaan. Dit betekent nog niet dat de hiermee gepaard gaande bescherming tegen schade in alle omstandigheden volledig gegarandeerd is. • Details over de classificatiecriteria vindt u in de desbetreffende vakliteratuur. • Overmatige druk, laten vallen of schokken kunnen evenwel een invloed hebben op de water- en stofdichtheid. Na een dergelijke val moet u de camera in elk geval door een erkende klantendienst (op eigen kosten) laten controleren. • De binnenzijde van de camera is niet bestand tegen water en moet daarom zorgvuldig worden beschermd. • Storingen die door indringend water als gevolg van ondeskundige omgang zijn veroorzaakt, vallen niet onder de garantie van Leica. • Deze camera drijft niet; maak hem dus vast in diep water!

NL Na het openen van de klep

Deze opmerkingen beschrijven de bijzondere maatregelen die bovenop de andere beschrijvingen in deze handleiding nodig zijn om de water- en stofdichtheid te garanderen.

• Onderwerp de klep, de dichting aan de kleprand, het batterijvak en de geheugenkaartschacht aan een zorgvuldige controle. Veeg achtergebleven water of ondanks alle getroffen maatregelen binnengedrongen vocht / druppels onmiddellijk AF met een zachte, droge doek, verwijder alle partikels zoals zand of haren. De afdichtingsplaat mag niet gebarsten noch vervormd zijn. Vervang regelmatig in geval van twijfel. Dit moet u absoluut bij een erkende klantendienst (op eigen kosten!) gebeuren.

BIJ HET WISSELEN VAN DE BATTERIJ / GEHEUGENKAART Voor het openen van de klep • Zorg dat de camera niet nat of bestoft is en dat er geen ander vuil/ vreemde stoffen zoals vet van zonnebrandolie of -crème aan kleven. Droog of reinig de camera evt. grondig met een zachte, droge doek of met blaasbalg of penseel. • Zorg er ook voor dat uw handen hierbij droog en schoon zijn. • Voer de wissel bij voorkeur door op plaatsen waar niet plots water of stof kan voorkomen. • Houd de camera indien mogelijk rechtop, zodat water dat zich nog aan de kleprand bevindt niet in de camera loopt of dat er geen vuildeeltjes in kunnen vallen. • Open de klep van het batterijvak / de geheugenkaartsleuf pas, als alle vreemde stoffen verwijderd zijn en de camera droog geveegd werd.

Opmerkingen over de water- en stofdichtheid

OMGANG Let erop dat de batterij / de geheugenkaart eveneens droog en schoon is. • Vocht dat aan de binnenzijde van de klep achterblijft, kan condensatie (zie hieronder) of storingen veroorzaken. Na het sluiten van de klep • Zorg dat zowel de vergrendelingshendel als zijn vergrendelingsschuif zijn vastgeklikt, of in hun eindposities staan.

Opmerkingen over de water- en stofdichtheid

NL In/onder wasser • Open of sluit de klep van het batterij vak / de geheugenkaartsleuf niet onder water. • Stel de camera niet bloot aan schokken. Reiniging na gebruik in/onder water • De camera moet binnen het uur na gebruik in/onder water of in de regen/sneeuw gedroogd/gereinigd worden. Niet-naleving hiervan kan aanleiding geven tot diverse soorten schade en/of vermindering van de water- en stofdichtheid. Dit geldt ook als op de camera restanten van zonnebrandmiddelen, badzout, wasmiddelen/zeep, organische oplosmiddelen, olie of andere alcohol-/drankresten achterblijven. Let bij de reiniging erop dat uw handen droog en schoon zijn, en dat u en de camera daarbij niet aan water/ vreemde stoffen blootgesteld zijn. Gebruik in geen geval was- of reinigingsmiddelen of chemicaliën zoals alcohol, verdunningsmiddel, benzine. • Als de camera in zout water of in zanderige/stoffige omgeving gebruikt is, moet u hem eerst in een met zoet-/leidingwater gevuld reservoir, of onder stromend water, ca. 10 minuten spoelen. Schud met de camera om vuildeeltjes, bijv. in de microfoonopeningen te verwijderen, maar gebruik hiervoor evenwel nooit scherpe voorwerpen (water of vuildeeltjes in de openingen kunnen de geluidsopname beïnvloeden). Zorg dat alle toetsen/schakelaars goed bewegen, d.w.z. niet door bijvoorbeeld afzettingen of vuildeeltjes stroef bewegen of zelfs geblokkeerd zijn. • Luchtblaasjes die sporadisch uit de behuizing van de camera ontsnappen, zijn normaal en geen storing.

• Veeg de camera na de reiniging droog en laat hem op een goed verluchte en schaduwrijke plaats drogen. Leg de camera bij voorkeur op een droge doek. Zo kan het water wegvloeien dat zich nog in de diverse openingen bevindt. • Gebruik voor het drogen in geen geval warme lucht (bijv. een haardroger). • Open de klep van het batterijvak / de geheugenkaartsleuf pas, als alle vreemde stoffen verwijderd zijn en de camera droog geveegd werd. • Andere, algemene informatie over reiniging vindt u vanaf pagina 70. Condensatie • Ook als er geen vocht van buitenaf in de camera is gedrongen, kan de in de lucht aanwezige vochtigheid tot condensatie (aanslag) leiden. Dit treedt in het bijzonder bij sterke temperatuurschommelingen tussen de camera en de omgeving op aan het objectief en aan de monitor binnen en buiten, en is onvermijdelijk. • Om de condensatie te verhelpen, doet u de klep van het batterijvak / geheugenkaartsleuf open, bij voorkeur op een plek waar de temperatuur stabiel is. Vermijd plaatsen met hoge temperatuur / luchtvochtigheid of plaatsen met veel zand en stof. • Neem de batterij en de geheugenkaart eruit en laat de klep open, zodat de camera en de lucht in de camera zich aan de omgevingstemperatuur kunnen aanpassen. Op deze wijze verdampt de aanslag. • Als de aanslag niet verdwijnt, neemt u contact op met uw dealer of een Leica Customer Care-afdeling.

FOTOGRAFEREN / VIDEO-OPNAMEN ONDER WATER Onderwaterprogramma Om dit te compenseren, heeft de Leica X-U een onderwatermodus die een aangepaste witbalans omvat (alleen in de opnamemodus). De normale witbalans is daarbij niet beschikbaar. Wanneer u op de toets WB drukt, wordt de overeenkomstige menuregel als inactief gemarkeerd. In- / uitschakelen van de functie Op de onderzijde van de kruisknop drukken • Bij ingeschakelde onderwatermodus verschijnt links in de kopregel en verdwijnt de indicatie voor de ingestelde witbalans.

Opmerking: Wij adviseren het ingebouwde flitsapparaat slechts tot een diepte van 5 m onder water te gebruiken. Op grotere diepte moet u een krachtigere, externe onderwaterflitser gebruiken die draadloos door het apparaat in de camera wordt geactiveerd (in de vakhandel door andere producenten aangeboden).

NL Opmerkingen over de water- en stofdichtheid

De kleurweergave onder water verschilt duidelijk van deze in lucht. Bij toenemende diepte / afstand worden bepaalde delen van het licht uitgefilterd. Zo is er – zonder extra lichtbronnen - al vanaf ca. 5 m geen rood meer, vanaf ca. 15 m geen oranje, vanaf ca. 30 m geen geel.

Alle andere functies van de camera zijn ook bij fotograferen en video-opnamen onder water onveranderd beschikbaar. U moet er verder op letten dat de helderheid bij toenemende diepte / afstand snel afneemt, en dat zwevende stoffen onder omstandigheden de beeldkwaliteit sterk kunnen beïnvloeden. Dit geldt ook voor opnamen met flits, bijv. met betrekking tot het evt. verminderde flitsbereik.

NL De CE-markering van onze producten geeft aan dat de basiseisen van de geldende EU-richtlijnen in acht worden genomen.

WAARSCHUWINGEN • Moderne elektronische elementen reageren gevoelig op elektrostatische ontlading. Omdat mensen bijv. bij het lopen over synthetisch tapijt zonder moeite een lading van tienduizenden volt kunnen ontwikkelen, kan het bij aanraking van uw camera tot een ontlading komen, vooral als deze op een gemakkelijk geleidende ondergrond ligt. Wanneer het alleen om de camerabehuizing gaat, is deze ontlading voor de elektronica geheel ongevaarlijk. De naar buiten gebrachte contacten, zoals die in de flitsschoen, moeten echter, ondanks extra ingebouwde veiligheidsschakelingen, om veiligheidsredenen zo mogelijk niet worden aangeraakt. • Gebruik voor het schoonmaken van de contacten geen optiek-microvezeldoek (synthetisch), maar een katoenen of linnen doek! Wanneer u van tevoren bewust een verwarmingsbuis of waterleiding (geleidend, met „aarde“ verbonden materiaal) aanraakt, zal een eventuele elektrostatische lading veilig worden ontladen. Vermijd vervuiling en oxidatie van de contacten, ook door uw camera altijd met objectiefkap en afdekking voor flitsschoen/ zoekerbussen op de camera droog op te bergen. • Gebruik uitsluitend aanbevolen accessoires om storing, kortsluiting of een elektrische schok te vermijden. • Probeer nooit onderdelen van de body (afdekkingen) te verwijderen; vakkundige reparaties kunnen alleen door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.

JURIDISCHE OPMERKINGEN • Neem het auteursrecht nauwlettend in acht. Het kopiëren en publiceren van zelf opgenomen media, zoals banden, cd's, of door anderen uitgegeven of gepubliceerd materiaal kan het auteursrecht schenden. • Dit geldt ook voor alle meegeleverde software. • Het SD-logo is een gedeponeerd merk. Overige namen, firma- en productnamen die in deze gebruiksaanwijzing worden genoemd, zijn handelsmerk, resp. gedeponeerd handelsmerk van de betreffende ondernemingen.

MILIEUVRIENDELIJK AFVOEREN ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR (Geldt voor de EU en overige Europese landen met gescheiden inzameling.) Dit toestel bevat elektrische en/of elektronische onderdelen en mag daarom niet met het normale huisvuil worden meegegeven! In plaats daarvan moet het voor recycling op door de gemeenten beschikbaar gestelde inzamelpunten worden afgegeven. Dit is voor u gratis. Als het toestel zelf verwisselbare batterijen of accu’s bevat, moeten deze vooraf worden verwijderd en evt. volgens de voorschriften milieuvriendelijk worden afgevoerd. Meer informatie over dit onderwerp ontvangt u bij uw gemeentelijke instantie, uw afvalverwerkingsbedrijf of de zaak waar u het toestel hebt gekocht.

Camera-productiedatum

De schrijfwijze is: jaar / maand / dag

Milieuvriendelijk afvoeren elektrische en elektronische apparatuur

De productiedatum van uw camera vindt u op de stickers in de garantiekaart ofwel op de verpakking.

NL INHOUD Voorwoord92 Omvang van de levering92 Onderwatermodus94 Opmerkingen over de water- en stofdichtheid94 Omgang95 Bij het wisselen van de batterij-/geheugenkaart95 Reiniging na gebruik in/onder water96 Fotograferen / video-opnamen onder water97 Onderwaterprogramma97 Waarschuwingen98 Juridische opmerkingen98 Milieuvriendelijk afvoeren van elektrische en elektronische apparatuur 98 Aanduiding van de onderdelen 102 Verkorte handleiding104 Uitvoerige handleiding Voorbereidingen Draagriem bevestigen106 Batterij laden106 Batterij/geheugenkaart vervangen110 De belangrijkste instellingen / bedieningselementen Hoofdschakelaar114 Opnamefrequentie seriebeeld114 Ontspanknop115 Menubesturing116

Camera-basisinstellingen Menutaal120 Datum / tijd120 Automatische uitschakeling van de camera120 Toets- en sluitergeluiden120 Monitorinstellingen121 Opname-basisinstellingen Bestandsformaat / comprimeerverhouding122 JPEG-resolutie122 Witbalans123 ISO-gevoeligheid125 Beeldeigenschappen126 Opnamemodus Afstandsinstelling128 Automatische afstandsinstelling/ autofocus128 AF-hulplicht128 Autofocus-meetmethoden129 Handmatige afstandsinstelling131 Hulpfunctie voor handmatige afstandsinstelling131 Belichtingsmeting en -regeling Belichtingsmeetmethoden132 Histogram133 Belichtingsregeling134 Programma-automaat135 De ingestelde sluitertijd/diafragma-combinaties wijzigen135

Flitsfotografie Met het ingebouwde flitsapparaat140 Flitsmodi141 Flitsbereik142 Synchronisatietijdstip143 Flitsbelichtingscorrecties143 Overige functies Video-opnamen144 Geluidsopname145 Zelfontspanner146 Geheugenkaart formatteren147 Werkkleurruimte kiezen148 Nieuwe mapnummers aanmaken148 Gebruikersprofielen149 Beeldstabilisatie149 Weergavemodus Weergavemodi150 Normale weergave150 Videoweergave151 Opnamen kiezen152 Opnamen vergroten/gelijktijdige weergave van 16 opnamen152 Uitsnede kiezen153 Opnamen wissen154 Opnamen beschermen / wisbescherming opheffen155 Opnamen in staand formaat weergeven156

Overige zaken Gegevensoverdracht naar een computer157 Draadloze gegevensoverdracht157 Werken met onbewerkte gegevens (DNG)158 Firmware-updates installeren158 Accessoires159 Reserveonderdelen159 Voorzorgsmaatregelen en onderhoud160

Aanduiding van de onderdelen

NL AANDUIDING VAN DE ONDERDELEN Afbeeldingen op de voorste en achterste omslagpagina's Vooraanzicht 1. Ogen voor draagriem 2. Flitsapparaat 3. Objectief 4. Zelfontspannerled / AF-hulplicht Bovenaanzicht 5. Afstandsinstelring a. Index voor afstandsinstelling 6. Ontspanknop 7. Hoofdschakelaar 8. Videostartknop 9. Diafragma-instelwiel 10. Sluitertijdwiel 11. Luidspreker 12. Accessoireschoen 13. Microfoons Achteraanzicht 14. MENU/SET-knop –– voor het oproepen van het menu –– voor het opslaan van menu-instellingen en verlaten submenu's en menu's 15. ISO -knop voor het oproepen van de gevoeligheidsmenu's

16. WB -knop voor het oproepen van de witbalans-instelling 17. DELETE/FOCUS -knop –– voor het oproepen van het wissenmenu –– voor het oproepen van het menu voor de afstandsmeetmethode –– voor het activeren van het AF-meetbereikkader 18. PLAY-knop –– voor het activeren van de (permanente) weergavemodus –– om terug te keren naar de volledige 1:1-weergave van de opname 19. Instelschakelaar –– voor de handmatige afstandsinstelling –– om door de menu- en submenuoptie lijsten te bladeren –– voor het instellen van een waarde voor belichtingscorrectie, belichtingreeksen, flits-belichtingreeksen –– voor het vergroten/verkleinen van de weergegeven opnamen voor het instellen van lange sluitertijden 20. Kruisknoppen –– om door de menu- en submenuoptie lijsten te bladeren –– voor het bladeren in het opnamegeheugen –– voor het verplaatsen van het AF-meetbereikkader –– voor het oproepen van de menu´s voor belichtingscorrectie, belichtingreeksen en flits-belichtingscorrectie (EV+/-) –– voor het oproepen / instellen van de menu´s voor de flitsmodus / oproepen van submenu's ( ) –– voor het oproepen / instellen van de zelfontspannermenu's / verlaten van de submenu's en menu's zonder opslaan van de menu-instellingen ( )

Onderaanzicht 24. Afdekklep voor batterijvak / geheugenkaartsleuf met a. ver-/ontgrendelingshendel b. ver-/ontgrendelingsschuif 25. Statiefschroefdraad A ¼, DIN 4503 (¼") 26. Geheugenkaartensleuf 27. Batterijvak 28. Batterijvergrendelingsschuif

NL Aanduiding van de onderdelen

21. INFO -knop –– voor het selecteren van monitor-weergaven in de opname- en weergavemodus –– voor het opnieuw centreren van het handmatig verschoven autofocusmeetkader –– voor het opslaan van menu-instellingen en verlaten submenu's en menu's 22. Statusled a. Knipperend: afstandsinstelling niet mogelijk / beeldgegevens worden geschreven / gelezen b. Permanent brandend: afstands- en belichtingsinstelling doorgevoerd en opgeslagen 23. Monitor

BEKNOPTE HANDLEIDING NL BEKNOPTE HANDLEIDING Benodigde delen: –– Camera –– Batterij –– Oplaadapparaat met geschikte netstekker –– Geheugenkaart (niet meegeleverd) Opmerking: Deze aanbevolen instellingen zorgen voor eenvoudig, snel en betrouwbaar fotograferen voor uw eerste tests met de Leica X-U. Voor details over de verschillende modi/functies wordt verwezen naar de relevante paragrafen op de aangegeven pagina's.

Voorbereidingen: 1. Geschikte netstekker aan het oplaadapparaat bevestigen (zie pag. 109) 2. Batterij voor het laden in het oplaadapparaat plaatsen (zie pag. 109) 3. Het oplaadapparaat met een stopcontact verbinden 4. Hoofdschakelaar van de camera op OFF instellen (zie pag. 114) 5. Opgeladen batterij in de camera plaatsen (zie pag. 110) 6. Geheugenkaart plaatsen (zie pag. 112) 7. Objectiefkap verwijderen 8. Hoofdschakelaar op S zetten (zie pag. 114) 9. Gewenste menutaal instellen (zie pag. 116/120) 10. Datum en tijd instellen (zie pag. 116/120)

Neem in het bijzonder de opmerkingen over het gebruik in / onder water op pagina 4 in acht.

Instelwielen voor sluitertijd en diafragma op A zetten Belichtingsmeetmethode op zetten (zie pag. 116/132) Afstandinstelring op AF zetten Autofocusmeetmethode op 11 Point (meerdere velden) zetten (zie pag. 130) 5. gewenste beelduitsnede kiezen 6. De ontspanknop tot het eerste drukpunt indrukken om de afstandsinstelling en belichtingsmeting te activeren en op te slaan (zie pag. 115) 7. Ontspanknop voor de opname volledig indrukken

NL BEKNOPTE HANDLEIDING Fotograferen:

Om andere opnamen te bekijken: op rechter- of linkerzijde van de kruisknoppen drukken Opnamen vergroten:

instelschakelaar naar rechts (+) drukken (zie pag. 152) Opnamen wissen: DELETE/FOCUS -knop indrukken en in het daarbij opgeroepen menu

de gewenste functie kiezen (zie pag. 154)

BATTERIJ LADEN De camera X-U wordt door een lithium-ion batterij van de benodigde energie voorzien. Let op: • Er mogen uitsluitend de in deze gebruiksaanwijzing genoemde en beschreven resp. de door Leica Camera AG genoemde en beschreven batterijen in de camera worden gebruikt. • Deze batterijen mogen uitsluitend met de hiervoor bestemde apparaten en alleen precies zoals hierna beschreven worden opgeladen. • Het gebruik van de batterijen tegen de voorschriften en het gebruik van batterijen die niet zijn voorgeschreven, kunnen onder bepaalde omstandigheden tot een explosie leiden. • De batterijen mogen niet voor langere tijd aan zonlicht, hitte, luchtvochtigheid of condens worden blootgesteld. Om brand of een explosie te voorkomen mogen batterijen ook niet in een magnetron of in een hoge drukvat worden gelegd. • Werp batterijen nooit in vuur omdat ze kunnen exploderen! • Vochtige of natte batterijen mogen nooit worden opgeladen of in de camera worden gebruikt. • Houd de contacten van de batterijen steeds schoon en vrij toegankelijk. • Lithium-ion batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting beveiligd, maar toch mag u de contacten niet in aanraking laten komen met metalen voorwerpen zoals paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan zeer heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken.

Eerste hulp: • Als batterijvloeistof in contact komt met uw ogen kan blindheid het gevolg zijn. Spoel de ogen onmiddellijk grondig uit met schoon water. Niet in de ogen wrijven. Ga direct naar de dokter. • Als gelekte vloeistof op uw huid of kleding komt bestaat er letselgevaar. Was de betreffende bereiken met schoon water. Medische behandeling is niet noodzakelijk.

• Als een batterij op de grond valt, dient u onmiddellijk de behuizing en contacten op eventuele schade te controleren. Het plaatsen van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen. • Indien de batterij geluiden veroorzaakt, verkleurd, vervormd, oververhit is of lekkages van vloeistof optreden, moet deze onmiddellijk uit de camera of oplaadapparaat worden verwijderd en worden vervangen. Bij voortzetting van het gebruik van de batterij kan dit tot oververhitting met gevaar voor brand en/of explosie leiden. • Als er vloeistof lekt of er een brandlucht is, houd dan de batterij uit de buurt van warmtebronnen. De lekkende vloeistof kan gaan branden. • Er mogen uitsluitend de in deze gebruiksaanwijzing vermelde en beschreven oplaadapparaten resp. door Leica Camera AG vermelde en beschreven oplaadapparaten worden gebruikt. Het gebruik van andere, niet door Leica Camera AG goedgekeurde oplaadapparaten kan tot schade aan de batterijen leiden en in extreme gevallen ook tot ernstige, levensgevaarlijke verwondingen. • Het meegeleverde oplaadapparaat mag uitsluitend voor het opladen van dit type batterij worden gebruikt. Probeer het niet voor andere doeleinden te gebruiken. • Zorg ervoor dat het gebruikte stopcontact vrij toegankelijk is. • Tijdens het opladen ontstaat warmte. Het opladen mag daarom niet in kleine, gesloten, d.w.z. niet-geventileerde reservoirs plaatsvinden. • De batterij en het oplaadapparaat mogen niet worden geopend. Reparaties mogen alleen door erkende werkplaatsen worden uitgevoerd. • Zorg ervoor dat de batterijen voor kinderen niet bereikbaar zijn. Het inslikken van batterijen kan verstikking veroorzaken.

NL Opmerkingen: • De batterij kan alleen buiten de camera worden opgeladen. • Batterijen moeten worden opgeladen voordat de camera voor de eerste keer wordt gebruikt. • De batterij moet een temperatuur tussen 0°C en 35°C hebben om te kunnen worden opgeladen (anders schakelt het oplaadapparaat niet in, resp. weer uit). • Lithium-ion batterijen kunnen altijd en onafhankelijk van de actuele laadtoestand worden opgeladen. Als een batterij bij het begin van laden deels is ontladen, wordt volledige lading sneller bereikt. • Lithium-ion batterijen moeten alleen in gedeeltelijk opgeladen toestand worden bewaard, d.w.z. niet volledig ontladen, maar ook niet volledig opgeladen. Bij zeer langdurige opslag moeten de batterijen ongeveer tweemaal per jaar gedurende ca. 15 minuten worden opgeladen om diepe ontlading te vermijden. • Tijdens het laadproces worden de batterijen warm. Dit is normaal en geen storing. • Een nieuwe batterij bereikt zijn volledige capaciteit pas na twee tot drie keer volledig opladen en ontladen door gebruik in de camera. Dit ontlaadproces moet telkens na circa 25 cycli worden herhaald. • De oplaadbare lithium-ion batterijen genereren stroom door interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentemperatuur en luchtvochtigheid beïnvloed. Om een maximale levensduur van de batterij te bereiken moet deze niet voor een langere periode aan extreme (hoge of lage) temperaturen (bijv. 's zomers resp. 's winters in een geparkeerde auto) worden blootgesteld.

• De levensduur van elke batterij is – zelfs bij optimaal gebruik –begrensd! Na enkele honderden oplaadcycli is dit duidelijk te zien aan de korter wordende gebruiksperioden. • Geef defecte batterijen volgens de desbetreffende voorschriften voor een reglementaire recycling aan een geschikt inzamelpunt af. • De verwisselbare batterij voedt een vast in de camera ingebouwde bufferbatterij. Deze bufferbatterij zorgt ervoor, dat de ingevoerde gegevens voor datum en tijd twee dagen lang blijven opgeslagen. Als de bufferbatterij uitgeput is, moet deze door het plaatsen van een opgeladen hoofdbatterij weer worden opgeladen. De volledige capaciteit van de bufferbatterij is – met geplaatste verwisselbare batterij – na ca. 60 uur weer bereikt. De camera moet hiervoor niet zijn ingeschakeld. De datum en tijd hoeven in dit geval niet opnieuw te worden ingevoerd. • Verwijder de batterij als u de camera een tijd lang niet gebruikt. Schakel hiervoor van tevoren de camera met de hoofdschakelaar uit. Anders kan de batterij na enkele weken diep worden ontladen, d.w.z. de spanning daalt sterk, omdat de camera, zelfs wanneer deze is uitgeschakeld, een geringe ruststroom verbruikt (bijv. voor de opslag van uw instellingen).

Het oplaadapparaat moet zijn uitgerust met de stekker die in de lokale stopcontacten past.

2 1 LAADSTATUS-INDICATOR Het correcte laden wordt door de rood brandende status-LED weergegeven. Als deze groen brandt, is de batterij volledig opgeladen. Opmerking: Het oplaadapparaat past zich automatisch aan de respectieve netspanning aan.

NL BATTERIJ / GEHEUGENKAART VERWISSELEN Batterij plaatsen

Camera uitschakelen, d.w.z. hoofdschakelaar op OFF zetten Afdekklep van de batterijschacht / het geheugenkaartvak openen Belangrijk: Open of sluit de klep van het batterij vak / de geheugenkaartsleuf niet onder water.

NL Laadstatus-indicator

Batterij verwijderen

De batterijconditie wordt op de monitor weergegeven (zie pag. 168).

Opmerkingen: • Verwijder de batterij als u de camera een tijd lang niet gebruikt. • Uiterlijk twee dagen nadat een batterij in de camera is uitgeput moeten datum en tijd opnieuw worden ingesteld.

1 Opmerking: Het verwijderen van de batterij bij ingeschakelde camera kan ertoe leiden dat de instellingen die u in de menu's heeft ingevoerd worden gewist en de geheugenkaart beschadigd kan worden.

NL Geheugenkaart plaatsen

Geheugenkaart verwijderen

In de Leica X-U kunnen SD-, SDHC- of SDXC-geheugenkaarten worden gebruikt.

Afdekklep van de batterijschacht / het geheugenkaartvak sluiten

Opmerkingen: • Raak de contacten van de geheugenkaart niet aan. • Als de geheugenkaart niet te plaatsen is, controleer dan de juiste oriëntatie. • Het aanbod van SD/SDHC/SDXC-kaarten is te groot dat Leica Camera AG alle verkrijgbare typen niet volledig op compatibiliteit en kwaliteit kan controleren. Een beschadiging van camera of kaart is weliswaar niet te verwachten, maar omdat vooral zogenoemde „No-Name“-kaarten ten dele niet aan de SD-/SDHC/SDXC-standaards voldoen, kan Leica Camera AG geen garantie bieden voor een goede werking. • Vooral video-opnamen vereisen een hoge schrijfsnelheid. • Het vak niet openen en de geheugenkaart noch batterij verwijderen terwijl de status-LED als toegang tot het geheugen van de camera brandt. Anders kunnen de gegevens op de kaart worden vernietigd en bij de camera kunnen storingen optreden. • Omdat elektromagnetische velden, elektrostatische lading evenals defecten aan de camera en kaart tot beschadiging of verlies van gegevens op de geheugenkaart kunnen leiden, is het raadzaam de gegevens naar een computer te kopiëren en daar op te slaan. • Om dezelfde reden wordt geadviseerd de kaart in principe in een antistatisch foedraal te bewaren.

NL DE BELANGRIJKSTE INSTELLINGEN / BEDIENINGSELEMENTEN HOOFDSCHAKELAAR Opmerkingen: • Bij serieopnamen kan het flitsapparaat niet worden gebruikt. Als de flitsfunctie toch geactiveerd is, wordt enkel een opname gemaakt. • Als de hoofdschakelaar op C staat en tegelijkertijd de zelfontspanner wordt gebruikt, vindt slechts een enkele opname plaats. • De maximale beeldfrequentie wordt alleen met sluitertijden 1⁄60s en sneller bereikt (1⁄4s bij 3 beelden/s). • Na een serie van maximaal zeven opnamen vertraagt de opnamefrequentie lichtjes. Dit is te wijten aan tijd die nodig is om de data van het buffergeheugen naar de kaart. • Ongeacht de hoeveelheid opnamen in een serie, wordt bij de weergave altijd eerst de laatste opname getoond. De overige opnamen van de serie kunnen door indrukken van de rechter resp. linkerkant van de kruisknoppen worden geselecteerd.

De Leica X-U wordt met de hoofdschakelaar in- en uitgeschakeld: –– OFF = uitgeschakeld –– S = Single (afzonderlijke opnamen) –– C = Continuous (serieopnamen) Opnamefrequentie seriebeeld Er zijn frequenties van 3 beelden/s (Low ) of 5 beelden/s (High ) beschikbaar: In het menu Continuous Shooting kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen • Bij ingeschakelde camera verschijnt het monitorbeeld.

ONTSPANKNOP NL Camerabediening

De ontspanknop werkt in twee stappen. Door licht indrukken (op drukpunt vasthouden) wordt zowel de autofocus (voor zover ingesteld) alsook de belichtingsmeting- en regeling geactiveerd en de desbetreffende instellingen/waarden opgeslagen. Als de camera eerder in de stand-by modus was, wordt de camera hierdoor weer geactiveerd, en het monitorbeeld verschijnt weer. Let er, voordat u de ontspanknop geheel indrukt, op dat afstandsinstelling/autofocus (voor zover ingeschakeld) en belichtingsmeting uitgevoerd zijn (details over de belichtingsinstelling, AF en de bijbehorende weergaven op de monitor, kijk op pagina 132, 128 resp. 168). Als de ontspanknop helemaal wordt ingedrukt, vindt de opname plaats.

Opmerkingen: • Via het menusysteem kunnen knopbevestigingen (terugmelding) en sluitergeluiden worden geselecteerd resp. ingesteld en kan hun geluidsvolume worden gewijzigd. • Om bewegingsonscherpte te voorkomen moet de ontspanknop gelijkmatig en niet met een schok worden ingedrukt.

NL MENUBESTURING BLADEREN IN DE MENULIJST:

Het navigeren in het menu gebeurt met de MENU -knop en de kruisknoppen. In de plaats van de kruisknoppen kunt u ook de instelschakelaar gebruiken.

op de boven- of onderzijde van de kruisknoppen of instelschakelaar drukken

MENU OPROEPEN: MENU/SET-knop indrukken

• De menulijst verschijnt. De actieve menuoptie is rood onderstreept, zijn schrifttekens zijn wit. Rechts wordt de desbetreffende huidige instelling getoond. Het wit gevulde veld in de schuifbalk aan de linkerkant geeft aan op welke van de vijf pagina's van de menulijst u zich bevindt.

OPROEPEN VAN EEN SUBMENU VAN DE MENUOPTIE: Op de rechterkruisknop drukken • De submenulijst verschijnt. Het actieve sub-item is rood onderstreept, zijn schrifttekens zijn wit.

Verlaten van een submenu zonder bevestiging van een instelling:

op de boven- of onderzijde van de kruisknoppen of instelschakelaar drukken • Het telkens actieve sub-item wisselt.

op de linkerkruisknop of op de ontspanknop drukken Met de kruisknoppen: • De menulijst verschijnt weer, de opgeslagen (vroegere) instelling wordt rechts in de regel met de actieve menuoptie weergegeven.

Bevestiging van een instelling: MENU/SET of INFO -knop indrukken • De menulijst verschijnt weer, de bevestigde (nieuwe) instelling wordt rechts in de regel met de actieve menuoptie weergegeven.

Keuze van een instelling/waarde in een submenu:

Met de ontspanknop: • Het monitorbeeld van de opnamemodus verschijnt.

NL Het menu verlaten:

Camera-basisinstellingen

MENU/SET-knop opnieuw indrukken

• Het monitorbeeld van de opnamemodus verschijnt. Of

Opmerkingen: • Het menu wordt gewoonlijk op de positie van de laatst geselecteerde optie geopend. • Voor sommige menu-opties zijn er instellingen in submenu's van een tweede niveau. De instellingen in deze submenu's worden net zoals hierboven beschreven geopend en doorgevoerd.

Ontspanknop indrukken • Het monitorbeeld van de opnamemodus verschijnt. Of PLAY-knop indrukken

• Het monitorbeeld van de weergavemodus verschijnt.

• Een reeks andere functies worden ook op de in principe gelijke manier geregeld, nadat ze door te drukken op de desbetreffende knoppen of de desbetreffende zijden van de kruisknoppen zijn opgeroepen: –– ISO voor gevoeligheid –– WB voor witbalans –– DELETE/FOCUS voor het wissen van beeldbestanden/kiezen van de afstandsinstel-meetmethode (alleen in de weergaveresp. opnamemodus) –– EV+/- (bovenzijde van de kruisknoppen) voor instellingen van belichtingscorrecties, belichtingsreeksen en flits-belichtingscorrecties –– (rechterzijde van de kruisknoppen) voor het kiezen van de flitsmodi –– (linkerzijde van de kruisknoppen) voor het inschakelen van de zelfontspanner en voor het kiezen van de voorlooptijd In tegenstelling tot de menufuncties kunt u uw instellingen bij deze functies ook met de ontspanknop bevestigen (door het drukken tot het eerste drukpunt). Meer details hierover vindt u in de betreffende paragrafen.

NL CAMERA-BASISINSTELLINGEN AUTOMATISCHE UITSCHAKELING VAN DE CAMERA Opname-basisinstellingen

MENUTAAL In het menu Auto Power Off en in het submenu de gewenste instelling kiezen Als deze functie geactiveerd is, schakelt de camera na de geselecteerde tijd in de energiebesparende stand-bymodus.

In het menu Language kiezen en in het submenu gewenste instelling kiezen DATUM/TIJD 1. In het menu Date/Time kiezen 2. In het eerste submenu Date of Time kiezen 3. In het respectieve submenu van het tweede niveau Setting of Format (bij Date) resp. Setting of Format (bij Time) kiezen 4. In de respectieve submenu's van het derde niveau de gewenste instellingen doorvoeren In de submenu's Setting:

Met de boven- / onderzijde van de kruisknoppen of met de instelschakelaar de cijfers en de maand wijzigen, met de linker- of rechterzijde van de kruisknoppen tussen de groepen wisselen Opmerking: Zelfs als er geen batterij is geplaatst, of als deze leeg is, blijven de instellingen van datum en tijd door een ingebouwde bufferbatterij gedurende circa twee dagen behouden. Daarna moeten deze echter weer opnieuw worden ingesteld.

Opmerking: Ook wanneer de camera zich in de stand-by modus bevindt, kan deze altijd door het indrukken van de ontspanknop of door uit- en opnieuw inschakelen met de hoofdschakelaar weer worden geactiveerd. TOETS- EN SLUITERGELUIDEN Met de Leica X-U kunt u bepalen of uw instellingen en het verloop van enkele functies door akoestische signalen – er zijn twee volumes selecteerbaar – bevestigd moeten worden of dat het gebruik van de camera en het fotograferen voornamelijk geruisloos verloopt. Voor sluitergeluiden:

In het menu Shutter Volume en in het submenu gewenste instelling kiezen Voor toetsgeluiden en de weergave van geheugenkaart-capaciteitsgrens:

In het menu Acoustic Signal en in het submenu in de drie subitems de gewenste instellingen kiezen

NL Helderheids- en kleurweergave

Omschakelen van de weergaven

Voor een optimale herkenning en voor het aanpassen aan verschillende lichtomstandigheden kunnen de helderheid en de kleurweergave van het monitordisplay worden veranderd.

Met de INFO -knop de verschillende indicaties kiezen (zie hiervoor ook pagina 168) De verschillende varianten zijn in een oneindige lus geschakeld en kunnen daarom door een of meerdere keren indrukken van de knop worden geselecteerd: In de opnamemodus a. Alleen belichtings-basisinstellingen evenals AF- en belichtingsmeetbereiken b. met rooster plus histogram, voor zover ingesteld c. met extra indicaties plus histogram, voor zover ingesteld In de weergavemodus a. Alleen belichtings-basisinstellingen b. Met aanvullende informatie

Helderheidsinstellingen:

In het menu Monitor Brightness en in het submenu gewenste instelling kiezen Kleurinstellingen: 1. In het menu Monitor Color Adjustment selecteren • Er verschijnt een beeld met een dradenkruis. De uiteinden van het kruis vertonen kleurmarkeringen voor de mogelijke instellingen – geel, groen, blauw en magenta. 2. De aanvankelijk in het midden geplaatste cursor met de kruisknoppen naar de gewenste positie bewegen • De kleurweergave van het monitor-/zoekerbeeld verandert volgens uw instelling.

Opname-basisinstellingen

MONITORINSTELLINGEN Automatische uitschakeling van de monitor Als deze functie geactiveerd is, schakelt de monitor na een geselecteerde tijd uit. Dat spaart niet alleen stroom, maar garandeert ook dat de camera na een hernieuwde activering weer sneller gebruiksklaar is. In het menu Auto LCD Off kiezen en in het submenu gewenste instelling kiezen

NL OPNAME-BASISINSTELLINGEN Opname-basisinstellingen

BESTANDSFORMAAT / COMPRIMEERVERHOUDING Er zijn twee verschillende JPEG-comprimeerverhoudingen beschikbaar: JPG Fine en JPG Super Fine. Beide kunnen met gelijktijdige registratie in het formaat DNG (opnameformaat onbewerkte gegevens) worden gecombineerd. In het menu File Format en in het submenu gewenste instelling kiezen Opmerking: Het opgegeven aantal resterende opnamen of de opnametijd zijn slechts een benaderingswaarde, omdat de bestandsgrootte voor gecomprimeerde beelden sterk kan variëren afhankelijk van het gefotografeerde object.

JPEG-RESOLUTIE Als een van de JPG -formaten is gekozen, dan kunnen beelden met vijf verschillende resoluties (aantal pixels) worden opgenomen. Dit maakt een precieze afstemming op het voorgenomen gebruik, resp. de capaciteit van de aanwezige geheugenkaart mogelijk. In het menu JPEG Resolution kiezen en in het submenu de gewenste geheugenplaats kiezen Opmerking: De opslag van onbewerkte gegevens (DNG-formaat) gebeurt onafhankelijk van de instellingen voor JPEG-beelden altijd met de hoogste resolutie.

In de digitale fotografie zorgt de witbalans voor een neutrale, natuurgetrouwe kleurweergave bij elk licht. Dit houdt in dat de camera vooraf erop wordt afgestemd welke kleur als wit moet worden weergegeven. U kunt kiezen uit verschillende voorinstellingen, automatische witbalans, twee vaste handmatige instellingen en directe instelling van de kleurtemperatuur. Bovendien kunt u de instellingen exact afstemmen op de respectieve opnamecondities en/of uw persoonlijke voorkeur.

Pagina 1: 1. Automatic 2. (voor gloeilampbelichting) 3. (voor buitenopnamen in de zon) 4. (voor belichting met elektronische flits)

Opmerking: Bij ingeschakelde onderwatermodus is deze instelling niet beschikbaar. Vaste voorinstellingen: 1. WB -knop indrukken 2. Met boven- / onderzijde van de kruisknoppen of de instelschakelaar de gewenste instelling kiezen 3. Met MENU/SET- of INFO -knop de instelling opslaan

NL Pagina 2: (voor buitenopnamen bij bewolkte hemel) 5. 6. (voor buitenopnamen met het hoofdmotief in de schaduw) 7. (opslaggeheugen voor eigen meetresultaten) 8. (opslaggeheugen voor eigen meetresultaten)

Opname-basisinstellingen

WITBALANS Pagina 3: 9. Color temperature (opslaggeheugen voor vast ingestelde waarde) 10. SET (voor de doelgerichte meting en opslag) 11. SET (voor de doelgerichte meting en opslag) 12. Set Color temperature (voor de handmatige invoer van een kleurtemperatuur)

Opname-basisinstellingen

NL Handmatige instelling door meting:

Fijnafstemming van de witbalansinstellingen

1. WB -knop indrukken 2. SET of SET kiezen 3. Op de rechterkruisknop drukken • In het midden van het monitorbeeld verschijnt een geel kader en daaronder een instructie.

Bij alle instellingen is een handmatige fijninstelling beschikbaar: 1. WB -knop indrukken 2. Op de rechterkruisknop drukken • Er verschijnt een beeld met een dradenkruis. De uiteinden van het kruis vertonen kleurmarkeringen voor de mogelijke instellingen – geel, groen, blauw en magenta.

4. Met het kader op een uniform wit of grijs voorwerp richten dat het kader volledig opvult 5. Met MENU/SET-knop meting en opslag uitvoeren De instellingen kunnen vervolgens met of weer worden opgeroepen. Directe instelling van de kleurtemperatuur: 1. WB -knop indrukken 2. Set Color temperature kiezen 3. Met linker- of rechterzijde van de kruisknoppen de gewenste instelling kiezen 4. Met MENU/SET- of INFO -knop de instelling opslaan De instellingen kunnen vervolgens met Color temperature weer opgeroepen worden.

3. Met de kruisknoppen de aanvankelijk in het midden geplaatste cursor naar de positie bewegen, die de gewenste kleurweergave in het monitorbeeld oplevert, d.w.z. in de richting van de overeenkomstig gekleurde vierkanten aan de randen • De kleurweergave van het monitorbeeld verandert volgens uw instelling. 4. Met MENU/SET- of INFO -knop de instelling opslaan

De ISO-instelling bepaalt de mogelijke combinaties van sluitertijd en diafragma voor een bepaalde helderheid. Hogere gevoeligheden laten kortere sluitertijden en/of kleinere diafragma's toe (voor "stilzetten" van snelle bewegingen of voor het vergroten van de scherptediepte), waarbij dit echter een hogere beeldruis kan veroorzaken. ISO -knop indrukken en in de lijst (twee pagina's) de gewenste instelling kiezen (d.w.z. AUTO ISO voor de automatische instelling of een van de acht vaste instellingen) In de variant AUTO ISO is het mogelijk om het te gebruiken gevoeligheidsbereik te beperken (bijv. de beeldruis te controleren), bovendien kan de langste te gebruiken sluitertijd worden vastgelegd (om bijv. onscherpe opnamen van bewegende objecten te vermijden): 1. In het menu Auto ISO Settings kiezen 2. In het eerste submenu Slowest Speed of Max ISO kiezen 3. In de respectieve submenu's van het tweede niveau de gewenste waarden kiezen

NL BEELDEIGENSCHAPPEN Beeldeigenschappen

Opmerking: De in de volgende twee alinea's beschreven functies en instellingen hebben alleen betrekking op opnamen in een van beide JPEG-formaten. Is het DNG-bestandsformaat gekozen, hebben deze instellingen geen effect, omdat de beeldgegevens in dit geval altijd in de oorspronkelijke vorm worden opgeslagen.

–– De kleurverzadiging bepaalt of de kleuren op het beeld meer „fiets“ en pastelkleurig of „knallend“ en bont overkomen. Bij alle drie beeldeigenschappen kunt u – onafhankelijk van elkaar – tussen twee stappen kiezen: In het menu Sharpness resp. Saturation resp. Contrast en in de betreffende submenu's de gewenste instellingen kiezen

Contrast, scherpte, kleurverzadiging Een van de vele voordelen van digitale fotografie is de zeer eenvoudige wijziging van belangrijke, d.w.z. karakter bepalende, doorslaggevende beeldeigenschappen. Bij Leica X-U kunt u drie van de belangrijkste beeldeigenschappen al voor de opnamen beïnvloeden: –– Het contrast, d.w.z. het verschil tussen lichte en donkere partijen, bepaalt of een beeld eerder „mat“ of „briljant“ overkomt. Daarom kan het contrast door vergroten of verkleinen van dit verschil worden beïnvloed. –– Een scherpe afbeelding door de juiste afstandsinstelling – tenminste van het hoofdonderwerp - is een voorwaarde voor een gelukte opname. De scherpe indruk van een beeld wordt weer sterk bepaald door de scherpte aan de zijkanten, d.w.z. hoe klein het overgangsgebied van licht naar donker aan de zijkanten van het beeld is. Door het vergroten of verkleinen van dit gebied kan dus ook de indruk van scherpte worden gewijzigd.

Opmerkingen: • De instellingen bij Film Mode kunnen met de in het vorige hoofdstuk beschreven varianten voor beeldeigenschappen nog verder afgestemd worden. In deze gevallen zijn de kleurweergavevarianten door een bijkomend sterretje, bijv. Standard*, gekenmerkt. • De instellingen bij Sharpness , Saturation , Contrast en Film Mode hebben alleen effect op JPG -bestanden, DNG -bestanden blijven ongewijzigd.

Behalve instellingen voor scherpte, verzadiging en contrast kunt u ook de basisvarianten van de kleurweergave bepalen: In het menu Film Mode kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen U kunt kiezen tussen Standard , Vivid – voor hoogverzadigde kleuren – en Natural – voor iets zwakker verzadigde kleuren en iets zachter contrast –, daarnaast zijn er twee zwart-witinstellingen B&W Natural (natuurlijk) en B&W High Contrast (veel contrast).

NL OPNAMEMODUS Opnamemodus

AFSTANDSINSTELLING Met de Leica X-U kan de afstandsinstelling zowel automatisch als ook handmatig gebeuren. Beide modi dekken het afstandsbereik van 20 cm tot oneindig. AUTOMATISCHE AFSTANDSINSTELLING / AUTOFOCUS 1. Afstandsinstelring voorbij de lichte weerstand – in de AF -stand draaien 2. Ontspanknop tot het eerste drukpunt indrukken om de scherpte en daarmee ook de afstand automatisch te bepalen, in te stellen en op te slaan • Een geslaagde en opgeslagen AF-instelling wordt als volgt weergegeven: –– de kleur van de rechthoek wordt groen –– Met de 11-veldmeting verschijnen tot 9 groene rechthoeken –– Een akoestisch signaal wordt gegenereerd (indien geselecteerd).

Belangrijk: De ontspanknop is niet geblokkeerd, ongeacht of de afstandsinstelling voor het desbetreffende motief correct is of niet. AF-HULPLICHT Het ingebouwde AF-hulplicht breidt het gebruiksbereik van het AF-systeem ook uit bij slechte lichtomstandigheden. Als de functie is geactiveerd begint de lamp onder dergelijke omstandigheden te branden, zodra de ontspanknop wordt ingedrukt. In het menu AF Assist Lamp kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen Opmerking: Het AF-hulplicht verlicht een bereik van ca. 4m. Daarom is het AF-gebruik bij slechte lichtomstandigheden op afstanden buiten deze grens niet mogelijk.

Opmerkingen: • Het opslaan geschiedt samen met de belichtingsinstelling. • In bepaalde situaties kan het AF-systeem de afstand niet correct instellen, bijv.: –– de afstand tot het beoogde motief ligt buiten het beschikbare bereik, en/of –– het motief is niet voldoende belicht, (z. volgende paragraaf). Zulke situaties en motieven worden getoond: –– door verandering van de kleur van de rechthoek in rood –– met de 11-veldmeting door wissel van de weergave naar een enkele rode rechthoek 128

AUTOFOCUS-MEETMETHODEN Spot-/1-veldmeting Beide meetmethoden registreren uitsluitend de motiefdelen in het midden van het monitorbeeld. De respectieve velden zijn door een klein AF-kader gemarkeerd. Dankzij het bijzonder kleine meetbereik van de spotmeting kan deze op kleine motiefdetails worden geconcentreerd. Bij portretopnamen moeten de ogen normaalgezien volledig scherp worden weergegeven. Het iets grotere meetbereik van de 1-veldmeting is bij het mikken op het motief minder kritisch, en dus makkelijker in gebruik. Een selectieve meting blijft evenwel mogelijk.

Voor de optimale aanpassing van het AF-systeem aan verschillende motieven, situaties en uw verwachtingen voor de beeldvorming kunt u met de Leica X-U tussen vier AF-meetmethoden kiezen: 1. DELETE/FOCUS -knop indrukken en in het submenu de gewenste instelling kiezen 2. Met MENU/SET- of INFO -knop de instelling opslaan

Bij beide meetmethoden kunt u het AF-kader naar een willekeurige positie van het monitorbeeld verplaatsen, bijv. voor een eenvoudiger gebruik met motieven die buiten het midden liggen: 1. DELETE/FOCUS -knop ≥1s indrukken • Alle indicaties behalve het AF-kader gaan uit. De rode driehoeken aan elke zijde van het kader geven de mogelijke bewegingsrichtingen aan. 2. Met de kruisknoppen het AF-kader in de gewenste positie verplaatsen • Om de schuifgrenzen aan te geven, gaan de betreffende driehoeken tegen de randen uit. U kunt het kader altijd weer in de middelste positie terugzetten: INFO -knop indrukken

11-VELDMETING Deze meetmethode registreert het motief in niet minder dan 11 door het AF-kader aangegeven velden. De scherpstelling gebeurt automatisch op de dichtstbijzijnde motiefdelen en biedt zo een maximale zekerheid voor snapshots. Normaalgezien worden 9 van de 11 velden gebruikt, die zo verspreid zijn dat ze een groot deel van het beeldmidden dekken.

Desgewenst kunt u de meting op een willekeurige zijde van het beeld concentreren door groepen uit de drie bovenste of onderste ofwel uit de vier linker of rechter AF-velden te kiezen: 1. DELETE/FOCUS -knop ≥1s indrukken • Alle indicaties behalve de 11 AF-kaders gaan uit. Aanvankelijk hebben alleen de 9 kaders van de middengroep rode contouren. De rode driehoeken aan elke zijde geven de mogelijke instellingen aan.

2. Met de kruisknoppen de gewenste kadergroep selecteren • De betreffende keuzemogelijkheden worden door de driehoeken aangegeven.

Om naar het normale monitorbeeld terug te keren: Ofwel ontspanner of DELETE/FOCUS -knop indrukken Gezichtsherkenning In deze modus herkent de Leica X-U automatisch gezichten in het beeld en stelt scherp op de gezichten op de kortste afstand. Worden er geen gezichten herkend dan wordt 11-veldmeting toegepast.

NL Hulpfunctie voor handmatige afstandsinstelling

Bij bepaalde motieven en situaties kan het nuttig zijn de afstandsinstelling zelf uit te voeren in plaats van met autofocus te werken. Bijvoorbeeld als dezelfde instelling voor meerdere opnamen nodig is en het gebruik van de meetwaarde-opslag ingewikkelder zou zijn of als bij landschapsopnamen de instelling op oneindig behouden moet worden.

Om de instelling te vergemakkelijken of om de instelnauwkeurigheid te verhogen, is de Leica X-U uitgerust met een hulpmiddel: de vergrote weergave van een uitsnede uit het midden. Achtergrond: Hoe groter de details van het motief op de monitor worden afgebeeld, des te beter kan hun scherpte worden beoordeeld en hoe nauwkeuriger de afstand kan worden ingesteld. Deze „loepfunctie“ vergroot een middenuitsnede van het monitorbeeld: 1. In het menu MF Assist kiezen en in het submenu gewenste instelling kiezen 2. Beelduitsnede bepalen 3. Afstandsinstelring van het objectief zo draaien dat de gewenste motiefdelen optimaal scherp zijn • Als de functie geactiveerd is, verschijnt een ca. 6 keer vergrote uitsnede van het beeld boven de schaal. Ze gaat ca. 5s na de laatste afstandsinstelling uit.

Afstandsring op het objectief draaien Vanuit de AF -positie voelt u eerst een lichte weerstand; blijf doordraaien. De optimale instelling is bereikt, als het monitorbeeld het belangrijkste deel / de belangrijkste delen van uw motief met de gewenste scherpte weergeeft.

HANDMATIGE AFSTANDSINSTELLING De uitsnede kunt u met de kruisknoppen naar een willekeurige plaats op het monitorbeeld verschuiven, bijv. voor motieven die niet in het midden liggen of om te zorgen dat andere delen van het beeld zichtbaar blijven. Opmerking: U kunt de vergrote uitsnede ook op elk moment laten weergeven door op de DELETE/ FOCUS -knop te drukken, bijv. om de instelling nogmaals te controleren en zo elk gevaar van een onbedoelde wijziging uit te sluiten.

NL BELICHTINGSMETING EN -REGELING Belichtingsmeetmethoden Voor de aanpassing aan de heersende lichtomstandigheden, aan de situatie resp. uw werkwijze en uw creatieve ideeën zijn er met de Leica X-U drie belichtingsmeetmethoden beschikbaar: In het menu Exposure Metering kiezen en in het submenu gewenste instelling kiezen Meerveldmeting Bij deze meetmethode analyseert de camera automatisch de helderheidsverschillen in het motief en trekt hij op grond van de vergelijking met ingeprogrammeerde helderheidsverdelingspatronen conclusies over de vermoedelijk positie van het hoofdmotief en de beste (compromis-) belichting die daarbij past. Deze methode is daarom bijzonder geschikt voor spontaan, ongecompliceerd en toch zeker fotograferen ook onder lastige omstandigheden en zodoende voor het gebruik in combinatie met de programma-automaat.

Centraal georiënteerde meting Deze meetmethode weegt het midden van het beeldveld het sterkste mee, maar registreert ook alle andere gedeelten. Zij maakt het mogelijk – met name in combinatie met de meetwaardenopslag – de belichting gericht op bepaalde motiefgedeelten af te stemmen, terwijl tegelijk rekening wordt gehouden met het totale beeldveld. Spotmeting Deze meetmethode is uitsluitend geconcentreerd op een klein bereik in het midden van het beeld. Zij maakt het mogelijk kleine en allerkleinste details voor een precieze belichting exact te meten – bij voorkeur in combinatie met de handmatige instelling. Bij tegenlichtopnamen moet meestal worden voorkomen dat de lichtere omgeving tot onderbelichting van het hoofdmotief leidt. Met het veel kleinere meetveld van de spotmeting kunnen ook zulke motiefdetails doelgericht worden beoordeeld.

Deze grafische weergave maakt – naast de beeldindruk zelf – een extra snelle en eenvoudige beoordeling van de belichtingsinstelling mogelijk. Het histogram is zowel in de opname- als in de weergavemodus beschikbaar. Voor de opnamemodus: In het menu Rec. Histogram kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen

Het histogram geeft de helderheidsverdeling van de opname weer. Daarbij komt de horizontale as overeen met de tinten die van zwart (links) via grijs naar wit (rechts) lopen. De verticale as komt overeen met de hoeveelheid pixels bij de desbetreffende helderheid.

Voor de normale weergavemodus (PLAY ): In het menu Play Histogram kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen Kies een variant met clippingfunctie, als te sterk belichte delen van de opnamen moeten worden aangeduid.

Opmerkingen: • In de opnamemodus moet het histogram als "Tendensweergave" worden opgevat en niet als weergave van het precieze aantal pixels. • Het histogram is bij de gelijktijdige weergave van meerdere verkleinde, resp. vergrote opnamen niet beschikbaar. • Het histogram kan bij de weergave van een beeld iets van die bij de opname afwijken.

Opmerking: Bij een opname met flits kan het histogram de uiteindelijke belichting niet afbeelden, omdat de flits eerst na de weergave wordt geactiveerd.

NL BELICHTINGSREGELING Voor de optimale aanpassing aan het betreffende motief of uw favoriete werkwijze beschikt de Leica X-U over vier belichtingsmodi. Zowel de keuze van deze vier belichtingsmodi als de handmatige instelling van sluitertijd en diafragma gebeurt met de respectieve instelwielen. Beide hebben handmatige instelbereiken met klikstanden - het sluitertijdwiel in hele stappen, de diafragmaring in 1 ⁄3-stappen, en beide hebben een A -stand voor de automatische werking. Instellen van sluitertijden van 1s en langer: 1. Sluitertijdwiel op 1+ -positie zetten • Als opmerking verschijnt . 2. Gewenste sluitertijd met instelschakelaar instellen Opmerkingen: • Afhankelijk van de heersende lichtomstandigheden kan de helderheid van het monitorbeeld van de werkelijke opnamen afwijken. Met name bij langdurige belichtingen van donkere motieven lijkt het monitorbeeld duidelijk donkerder dan de - correct belichte - opname.

• Voor de hoogst mogelijke beeldkwaliteit wijzigt de camera zelfstandig de ingestelde, resp. door de automaat gekozen sluitertijd-/diafragma-/ISO-waarden. Dit dient met name voor een zo gering mogelijke verduistering van de beeldhoeken, zoals zou kunnen gebeuren bij het combineren van een sluitertijd van 1⁄2000s met diafragmawaarden van minder dan 3,5. Mocht de belichtingsmeting een dergelijke instelling opleveren, dan reageert de camera hierop als volgt: –– Programma-automaat P, de correctie gebeurt door een automatische shift. –– Tijdautomaat A, diafragma-automaat T, handmatige instelling Mo: De correctie gebeurt door automatisch instellen van maximaal 1 ⁄1000s (bij T en M onafhankelijk van de handmatig ingestelde sluitertijd. Als basisregel geldt: –– De sluitertijd 1⁄2000s wordt alleen gebruikt bij diafragmawaarden tussen open diafragma (= 1,7) en 3,5 –– Evt. wordt ook de ISO-waarde verlaagd. De gecorrigeerde waarden worden bij normale weergave getoond, maar niet tijdens de opname of tijdens de automatische weergave. De EXIF-gegevens bevatten eveneens de effectief gebruikte waarden. • Wat betreft de beeldkwaliteit wordt ook in de onmiddellijke omgeving, d.w.z. bij motiefafstanden tussen 0,2 - 1,2m, een automatische correctie doorgevoerd van de diafragma-instelling tussen 2,8 en 1,7.

PROGRAMMA-AUTOMAAT - P Een opname maken 1. Diafragma- en sluitertijdwielen in hun A -standen draaien 2. Ontspanknop tot het drukpunt drukken • Sluitertijd en diafragma worden wit weergegeven. Aanvullend wordt op de programma-shiftfunctie gewezen . Als zelfs de volledig geopende resp. gesloten diafragma in combinatie met de langste of kortste sluitertijd in een onderof overbelichting resulteert, dan worden beide waarden rood weergegeven. Als het automatisch ingestelde waardenpaar voor de voorziene beeldvorming geschikt lijkt: 3. Ontspanknop voor de opname volledig indrukken Als dat niet het geval is kunt u het waardenpaar vóór het activeren wijzigen:

Het wijzigen van de voorgegeven waarden met de shift-functie combineert de betrouwbaarheid en snelheid van de volautomatische belichtingsregeling met de mogelijkheid te allen tijde de door de camera gekozen tijd/diafragma-combinatie naar eigen wens te variëren. Voor kortere sluitertijden, bijv. bij sportfotografie, instelschakelaar naar links (-) duwen, voor een grotere scherptediepte, bijv. bij opnamen van landschappen, naar rechts draaien (in de veronderstelling dat u de daaruit voortvloeiende langere sluitertijden accepteert) • Geshifte waardenparen zijn met een sterretje naast de sluitertijd resp. de diafragmawaarde gekenmerkt. De totale belichting, d.w.z. de helderheid van het beeld, blijft daarbij ongewijzigd. Om een correcte belichting te garanderen is het verstelbereik begrensd. Om onbedoeld gebruik te voorkomen, keren de waarden na elke opname en ook als de belichtingsmeting na 12s automatisch wordt uitgeschakeld, weer naar de door de camera voorgegeven waarden terug.

Voor snel, volautomatisch fotograferen. De belichting wordt door automatische instelling van sluitertijd en diafragma geregeld.

NL TIJDAUTOMAAT - A DIAFRAGMA-AUTOMAAT - T De automatische tijdsinstelling bestuurt de belichting automatisch bij handmatige instelling van de diafragma. Deze is daarom bijzonder geschikt voor opnamen waarbij scherptediepte het beslissende beeldvormgevingselement is. Met een overeenkomstige kleine diafragmawaarde kunt u het bereik van de scherptediepte verkleinen, bijvoorbeeld om bij een portret het scherp afgebeelde gezicht tegen een onbelangrijke of storende achtergrond "vrijlaten", of omgekeerd met een overeenkomstige grotere diafragmawaarde het bereik van de scherptediepte vergroten om bij een landschapsopname alles van voor- tot achtergrond scherp weer te geven.

De diafragma-automaat regelt de belichting automatisch in overeenstemming met de handmatig vooraf ingestelde sluitertijd. Deze is daarom bijzonder geschikt voor opnamen van bewegende motieven, waarbij de scherpte van de afgebeelde beweging het beslissende beeldvormgevingselement is. Met een desbetreffende korte sluitertijd kunt u bijv. ongewenste bewegingsonscherpte vermijden, d.w.z. uw motief "bevriezen", of, omgekeerd, met een overeenkomstige langere sluitertijd de dynamiek van de beweging door gerichte "veegeffecten" tot uiting brengen. Een opname maken

1. Sluitertijd-instelwiel in de A -stand draaien • De ingestelde diafragmawaarde wordt wit weergegeven. 2. Gewenste diafragmawaarde met bijbehorend wiel instellen 3. Ontspanknop tot het drukpunt drukken • De automatisch bijgeregelde sluitertijd wordt wit weergegeven. Als zelfs de langste resp. kortste sluitertijd in combinatie met het ingestelde diafragma in een onder- of overbelichting resulteert, worden beide waarden rood weergegeven.

1. Diafragma-instelwiel in de A -stand draaien • De ingestelde sluitertijd wordt wit weergegeven. 2. Gewenste sluitertijd met bijbehorend wiel instellen 3. Ontspanknop tot het drukpunt drukken • De automatisch bijgeregelde diafragmawaarde wordt wit weergegeven. Als zelfs de kleinste resp. grootste diafragmawaarde in combinatie met de ingestelde sluitertijd in een onder- of overbelichting resulteert, worden beide waarden rood weergegeven.

Als de automatische ingestelde sluitertijd voor de bestemde beeldvorming geschikt lijkt: 4. Ontspanknop voor de opname volledig indrukken

Als de automatisch ingestelde diafragmawaarde voor de bestemde beeldvorming geschikt lijkt: 4. Ontspanknop voor de opname volledig indrukken

NL MEETWAARDENOPSLAG Als u bijv. gericht een speciaal beeldeffect wilt verkrijgen die alleen door een heel bepaalde belichting te bereiken is, of bij meerdere opnamen met verschillende beeldfragmenten wilt zorgen voor absoluut identieke belichting, biedt zich de handmatige instelling van sluitertijd en diafragma aan.

Om reden van beeldvorming kan het van voordeel zijn het hoofd-motief niet in het midden van het beeld te plaatsen. In zulke gevallen maakt het de meetwaardenopslag - met de belichtingsmodi P, T en A evenals de AF -modi 1-veld- en spotmeting mogelijk, eerst het hoofdmotief te meten en deze instelling zolang vast te houden tot u uw definitieve beeldfragment hebt bepaald en wilt activeren.

Een opname maken 1. Gewenste sluitertijd-/diafragmawaarden met bijbehorende wielen instellen 2. Ontspanknop tot het drukpunt drukken • Sluitertijd en diafragma worden wit weergegeven. Bovendien wordt de lichtschaal weergegeven. Deze heeft een bereik van ±3EV (belichtingswaarde) in 1⁄3EV-stappen. Instellingen binnen ±3EV worden door rode schaalmarkeringen weergegeven, buiten ±3EV door rode – resp. + markeringen op de schaaluiteinden. 3. Eventueel voor een correcte belichting de instellingen zo aanpassen, dat alleen de middelste markering rood wordt weergegeven

HANDMATIGE INSTELLING - M Maken van een opname met deze functie 1. Het deel van uw motief, waarop de scherpte en belichting moet worden afgestemd, met het betreffende AF-kader viseren 2. Door het drukken op de ontspanknop tot het eerste drukpunt scherpte en belichting instellen en opslaan 3. Ontspanknop verder half ingedrukt houden en door zwenken van de camera de uiteindelijke beelduitsnede bepalen 4. Ontspanknop voor de opname volledig indrukken

Als de ingestelde waarden en/of de belichting voor de bestemde beeldvorming geschikt lijkt: 4. Ontspanknop voor de opname volledig indrukken

NL BELICHTINGSCORRECTIES Opnamemodus

Sommige motieven bestaan hoofdzakelijk uit oppervlakken die onder- of bovengemiddeld lichte oppervlakken, bijvoorbeeld bij grote sneeuwvlakten of, andersom, een zwarte stoomlocomotief die het beeld geheel vult. Met de belichtingsmodi P, T en A kan het in zulke gevallen doelmatiger zijn om een desbetreffende belichtingscorrectie uit te voeren, i.p.v. telkens met de meetwaardeopslag te werken. Hetzelfde geldt in het geval dat u voor meerdere opnamen telkens een identieke belichting wilt garanderen. 1. Bovenste kruisknop (EV+/-) eenmaal indrukken • De overeenkomstige schaal wordt weergegeven. 2. Gewenste correctiewaarde met linker-/rechterzijde van de kruisknoppen of de instelschakelaar (-/+) instellen Beschikbaar zijn waarden van +3 tot -3EV in 1⁄3EV-stappen. • De ingestelde correctiewaarde wordt op de schaal rood weergegeven. Tijdens het instellen kunt u het effect op het desbetreffend donkerder of lichter wordende monitorbeeld observeren.

3. Instelling met MENU/SET-knop, INFO -knop of ontspanknop opslaan • Het belichtingscorrectiesymbool en de ingestelde waarde worden weergegeven. Opmerkingen: • Bij de tijds- en diafragma-automaat (A/T) kunnen belichtingscorrecties steeds direct, d.w.z. zonder de „omweg“ via de menubesturing, met het instelwiel worden ingevoerd. • Bij handmatige instelling van de belichting is geen belichtingscorrectie mogelijk. • Met de bovenzijde van de kruisknop resp. (EV+/-) worden ook de menu's voor belichtingsreeksen en flits-belichtingscorrecties opgeroepen. Ze zijn in een oneindige lus geschakeld en kunnen daarom door herhaald indrukken van de knop worden geselecteerd. • Een ingestelde correctie blijft actief tot ze op ±0 wordt gezet (zie 2de stap), d.w.z. ook na een willekeurig aantal opnamen en ook na uitschakelen van de camera.

1. Bovenzijde van de kruisknop resp. (EV+/-) tweemaal indrukken • De overeenkomstige schaal wordt weergegeven. 2. Gewenste stop met linker-/rechterzijde van de kruisknoppen of instelschakelaar (-/+) instellen Beschikbaar zijn waarden van +3 tot -3EV in 1⁄3EV-stappen. • De ingestelde stops op de schaal worden rood gemarkeerd.

Contrastrijke motieven, die zowel zeer lichte als ook zeer donkere bereiken vertonen, kunnen - afhankelijk van de verlichting - tot zeer verschillende beeldeffecten leiden. Met de automatische belichtingsreeks kunt u een serie van drie opnamen met gestaffelde belichting maken. Daarna kunt u de meest succesvolle opname voor verder gebruik selecteren.

Opmerkingen: • Afhankelijk van de belichtingsmodus worden de indelingen door het veranderen van de sluitertijd (P/A/M ) of het diafragma (T ) gegenereerd. • De volgorde van de opnamen is: correcte belichting/onderbelichting/overbelichting. • Afhankelijk van de beschikbare combinatie sluitertijd/diafragma kan het werkgebied van de automatische belichtingsreeks beperkt zijn. • Met de bovenzijde van de kruisknop resp. (EV+/-) worden ook de menu's voor belichtingscorrectie en flits-belichtingscorrecties opgeroepen. Ze zijn in een oneindige lus geschakeld en kunnen daarom door herhaald indrukken van de knop worden geselecteerd. • Een ingestelde belichtingsreeks blijft actief tot ze op ±0 wordt geschakeld (zie stap 2.), ook na een willekeurig aantal opnamen en zelfs na het uitschakelen van de camera.

3. Instelling met MENU/SET, INFO -knop of ontspanknop opslaan • Het belichtingsreekssymbool wordt weergegeven.

NL FLITSFOTOGRAFIE De Leica X-U is uitgerust met een in de frontafscherming van het objectief ingebouwd flitsapparaat.

Opmerkingen: • Het gebruik van externe flitsapparaten is niet mogelijk resp. alleen bij van de camera los opgestelde apparaten die een draadloze flitsontsteking toelaten. • Om de flitsbelichting te bereken, flitst direct voor de opname - en de hoofdflits - een meetflits. • Seriebeeldopnamen en automatische verlichtingsreeksen met flits zijn niet mogelijk. In dergelijke gevallen verschijnt geen flitsindicatie, en de flits werkt niet. • Omwille van het evt. kleinere flitsbereik onder water adviseren we om het ingebouwde flitsapparaat slechts tot een diepte van 5m onder water te gebruiken. Op grotere diepte moet u een krachtigere, externe onderwaterflitser gebruiken die draadloos door het apparaat in de camera wordt geactiveerd (in de vakhandel door andere producenten aangeboden).

• De indicatie voor de ingestelde flitsmodus is wit. Als het flitsapparaat nog niet volledig is geladen en daarom niet gebruiksklaar is, knippert de indicatie kort rood.

1. Rechter kruisknop ( ) indrukken 2. In het submenu met boven- / onder- / rechterzijde van de kruisknoppen of de instelschakelaar de gewenste instelling kiezen 3. Instelling met MENU/SET-knop, INFO -knop of ontspanknop opslaan • De indicatie van de flitsmodus wijzigt overeenkomstig. Automatische inschakeling van de flits Dit is een standaard modus. De flits wordt altijd dan automatisch ingeschakeld, wanneer bij slechte lichtomstandigheden langere belichtingstijden tot onscherpe opnamen zouden kunnen leiden. Automatische inschakeling van flits en voorflits -

Handmatige inschakeling van de flits Bij tegenlichtopnamen, waarbij het hoofdmotief het beeld niet geheel vult en in de schaduw ligt, of in situaties, waarbij u grote contrasten (bijv. bij direct zonlicht) wilt verzachten (invulflits). Zolang deze modus geactiveerd is, wordt het flitsapparaat onafhankelijk van de heersende lichtomstandigheden voor elke opname ingeschakeld. Het flitsvermogen wordt afhankelijk van de gemeten externe lichtsterkte gestuurd: bij slecht licht zoals bij de automatische modus, bij toenemende helderheid met gering vermogen (tot maximaal -12⁄3 EV). De flits werkt dan als invullicht, om bijv. donkere schaduwen op de voorgrond of motieven in tegenlicht lichter te maken en om samen een uitgebalanceerde te genereren. Handmatige inschakeling van flits en voorflits Voor de combinatie van de hierboven beschreven situaties resp. functies.

Om het „Rode ogen“-effect bij persoonsopnamen met flits te verminderen. De personen kijken best niet direct in de camera. Omdat dit effect bij weinig licht bovendien nog wordt versterkt door wijd geopende pupillen, moet bij binnenopnamen zo veel mogelijk binnenverlichting worden ingeschakeld. Door de voorflits die bij het indrukken van de ontspanner kort voor de hoofdflits wordt geactiveerd, verkleinen de pupillen van de personen die naar de camera kijken, zodat het effect wordt verminderd.

NL Automatische flitsinschakeling met langere sluitertijden -

FLITSBEREIK Opnamemodus

Voor gelijktijdig aangepaste d.w.z. lichtere weergave van vooral een donkere achtergrond en flitsinvulling van de voorgrond. Om het risico van bewegingen te verminderen, wordt de sluitertijd bij de andere modi met flitsinschakeling met niet meer dan 1⁄30s verlengd. Daarom wordt bij opnamen met flits de achtergrond vaak sterk onderbelicht. Om rekening te houden met het aanwezige omgevingslicht zijn in zulke opnamesituaties langere belichtingstijden (tot 30s) hier toegestaan.

Het bruikbare flitsbereik hangt af van de handmatige ingestelde resp. door de camera bijgeregelde diafragma- en gevoeligheidswaarden. Voor een voldoende belichting door het flitslicht is het doorslaggevend dat het hoofdmotief binnen het respectieve flitsbereik ligt. Denk er bij gebruik onder water aan dat het bereik aanzienlijk geringer is en dat zwevende deeltjes in het water evt. voor sterke reflecties kunnen zorgen. Details hierover vindt u terug in de technische gegevens op pag. 178.

Opmerkingen: • Afhankelijk van de Auto ISO Settings kan het zijn, dat de camera misschien geen langere sluitertijden ondersteunt, omdat in dergelijke gevallen de verhoging van de ISO-gevoeligheid voorrang heeft. • De langste sluitertijd kan met Slowest Speed worden vastgelegd. Automatische inschakeling van flits en voorflits met langere sluitertijden Voor de combinatie van de laatst beschreven situaties resp. functies. Flits uitgeschakeld - OFF

NL FLITS-BELICHTINGSCORRECTIES De belichting van flitsopnamen vindt altijd plaats met twee lichtbronnen, de aanwezige omgevingslicht en het flitslicht. Het flitslicht van de flitsactivering bepaalt daarbij over het algemeen waar de uitsluitend of hoofdzakelijk van het flitslicht verlichte motiefdelen in het beeldveld worden afgebeeld. Bij het gebruikelijke tijdstip van de flitsontsteking tot het begin van de belichting kan dit tot schijnbare tegenstellingen leiden, zoals bij de opname van een voertuig dat door zijn eigen lichtsporen wordt ingehaald. De Leica X-U stelt u in staat tussen dit gebruikelijke flitsontstekingstijdstip en het einde van de belichting te kiezen:

Met deze functie kan de flitsbelichting onafhankelijk van de belichting van het aanwezige licht gericht afgezwakt of versterkt worden, bijv. om bij een buitenopname in de avond het gezicht van een persoon op de voorgrond lichter te maken, terwijl de lichtsfeer behouden moet blijven.

In het menu Flash Sync kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen In dit geval volgen in het vermelde voorbeeld de lichtsporen van de achterlichten het voertuig, zoals dit te verwachten is. Deze flitstechniek verleent daarmee een natuurlijkere indruk van beweging en dynamiek. Opmerking: Bij het flitsen met de kortere sluitertijden ontstaat behalve bij zeer snelle bewegingen nauwelijks verschil tussen de beide flitstijdstippen.

1. Driemaal op de bovenzijde resp.EV+/- -zijde van de kruisknoppen drukken • De overeenkomstige schaal wordt weergegeven. 2. Gewenste correctiewaarde met linker-/rechterzijde van de kruisknoppen of instelschakelaar instellen Beschikbaar zijn waarden van +3 tot -3EV in 1⁄3EV-stappen. • De ingestelde correctiewaarde wordt op de schaal rood weergegeven. 3. Instelling met MENU/SET-knop, INFO -knop of ontspanner opslaan • De ingestelde correctiewaarde verschijnt.

SYNCHRONISATIETIJDSTIP Opmerkingen: • Flitsbelichtingscorrecties veranderen de reikwijdte van het flitsapparaat. • Met de bovenzijde resp. EV+/- -zijde van de kruisknoppen worden ook de menu's voor belichtingsreeksen en belichtingscorrecties opgeroe-pen. Ze zijn in een oneindige lus geschakeld en kunnen daarom door herhaald indrukken van de knop worden geselecteerd. • Een ingestelde correctie blijft actief tot ze op ±0 wordt gezet (2de stap), d.w.z. ook na een willekeurig aantal opnamen en ook na uitschakelen van de camera.

NL OVERIGE FUNCTIES Belichtingsregeling:

VIDEO-OPNAMEN Dit gebeurt volledig afhankelijk van de instellingen van het sluitertijden diafragmawiel. –– Sluitertijd: naargelang het geselecteerde videoformaat 1⁄50s of 1⁄60s –– Als een correcte belichting zelfs met het grootste diafragma niet mogelijk is, wordt de ISO-gevoeligheid automatisch verhoogd, onafhankelijk van een eventuele handmatige instelling.

Met de Leica X-U kunt u ook video-opnamen maken. De volgende opties zijn hiervoor beschikbaar: Resolutie:

In het menu Video Resolution en in het submenu gewenste instelling kiezen Witbalans: Alle op pagina 31 beschreven varianten ISO-gevoeligheid: Alle in het menu beschikbare instellingen

Kleurruimte: Video-opnamen zijn alleen mogelijk met sRGB. Contrast, scherpte, kleurverzadiging, kleurweergave: Alle vanaf pagina 126beschreven varianten Beeldstabilisatie:

In het menu Video Stabilization kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen

Afstandsinstelling: Alle op de pagina's 128-131 beschreven varianten Belichtingsmeetmethoden: Alle op de pagina 132 beschreven varianten

De opname starten / stoppen

Beëindigen: Videostartknop opnieuw indrukken

Starten: Video-ontspanknop indrukken • Een lopende video-opname wordt door een knipperende rode punt weergegeven. Bovendien wordt de resterende opnametijd aangegeven.

Opmerkingen: • Zowel de afstandsinstelling als ook de verandering van de brandpuntsafstand genereren geluiden die opgenomen worden. Om dit te vermijden moet u tijdens een lopende opname deze beide functies niet uitvoeren. • Op grond van de geluidsvoortplantingseigenschappen onder water zijn geluidsopnamen in dergelijke situaties niet zinvol.

GELUIDSOPNAME De geluidsopname gebeurt in stereo met de ingebouwde microfoons. Ter vermindering van mogelijk windgeruis, veroorzaakt tijdens het opnemen, is er een dempingsfunctie beschikbaar: In het menu Wind noise cancellation kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen

NL ZELFONTSPANNER Opmerkingen:

Met de zelfontspanner kunt u een opname met een vertraging van eventueel 2 of 12s maken. Dit is bijv. bij groepsopnamen heel handig, waarbij u zelf ook in beeld wilt verschijnen of wanneer u bewegingsonscherpte bij het afdrukken wilt vermijden. In zulke gevallen is het raadzaam de camera op een statief te bevestigen.

• Een reeds aflopende voorlooptijd kan steeds opnieuw worden gestart door nogmaals op de ontspanknop te drukken. • Het afbreken van een reeds aflopende voorlooptijd is alleen mogelijk door de camera uit te schakelen of een andere belichtingsmodus te kiezen. • Bij geactiveerde zelfontspanner zijn steeds slechts enkele opnamen mogelijk, d.w.z. serieopnamen en automatische belichtingsreeksen kunnen niet met het gebruik van zelfontspanner worden gecombineerd. • Tijdens zelfontspanning vindt de instelling van scherpte en belichting niet plaats bij het drukpunt van de ontspanknop, maar pas direct voor de opname.

Instellen: 1. Linker-/ -zijde van de kruisknoppen indrukken • Het respectieve submenu verschijnt. 2. De gewenste voorlooptijd met boven-/onder-/linkerzijde van de kruisknoppen of instelschakelaar instellen 3. Instelling met MENU/SET-knop, INFO -knop of ontspanknop opslaan Bediening:

Ontspanknop voor de opname volledig indrukken • De afloop wordt door de knipperende zelfontspanner-LED weergegeven: –– 12s voorlooptijd: eerste langzaam, in de laatste 2s sneller –– 2s voorlooptijd: zoals hierboven beschreven voor de laatste 2s • In de monitor telt de resterende tijd af.

GEHEUGENKAART FORMATTEREN NL Opnamemodus

Gewoonlijk is het niet nodig al gebruikte geheugenkaarten te formatteren. Wanneer echter een niet-geformatteerde kaart voor het eerst wordt geplaatst, moet deze worden geformatteerd. In dergelijke gevallen verschijnt automatisch het Format -submenu. Het is echter raadzaam regelmatig de geheugenkaart te formatteren omdat bepaalde restbestanden (begeleidende informatie) geheugencapaciteit kunnen opeisen. In het menu Format kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen

• Schakel de camera niet uit terwijl de geheugenkaart wordt geformatteerd. • Als de geheugenkaart in een ander apparaat, bijv. een computer is geformatteerd, moet u deze in de camera opnieuw formatteren. • Als de geheugenkaart niet kan worden geformatteerd, vraagt u uw dealer of de Leica klantendienst (adres zie pag. 180) om advies. • Het formatteren wordt niet verhinderd door de wisbescherming van overeenkomstig gemarkeerde opnamen.

Opmerkingen: • Bij het formatteren gaan de gegevens op de kaart onherroepelijk verloren. • Maak er daarom een gewoonte van al uw opnamen altijd zo snel mogelijk op een veilig geheugenmedium, bijv. de harde schijf van uw computer, op te slaan.

NL WERKKLEURRUIMTE KIEZEN NIEUWE MAPNUMMERS AANMAKEN Opnamemodus

Voor de verschillende doeleinden van digitale beeldbestanden zijn de eisen die aan de kleurweergave worden gesteld zeer uiteenlopend. Daarom zijn er verschillende kleurruimten zoals Standard-RGB (Rood/ Groen/Blauw) dat voor eenvoudige afdrukken ruimschoots volstaat. Voor veeleisende beeldbewerking met programma's, bijv. voor kleurcorrecties, heeft in deze branche Adobe© RGB bekendheid gekregen. In het menu Color Space kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen

De Leica X-U slaat de beeldnummers in oplopende volgorde op. Eerste worden de bijbehorende bestanden allemaal in een map opgeslagen. Om de opslag van de opnamen duidelijk te structureren, kunt u te allen tijde een nieuwe map aanmaken, om de volgende opnamen daarin in groepen samen te vatten. In het menu Reset Image Numbering kiezen en in het submenu resetprocedure bevestigen / annuleren

Opmerkingen: • Wanneer u uw afdrukken door een groot fotolaboratorium, een minilab of via internet fotoservice laat maken, dient u in elk geval sRGB te kiezen. • De instelling Adobe RGB is alleen raadzaam voor professionele beeldbewerking in een werkomgeving met volledig geijkte kleuren.

Opmerkingen: • De bestandsnamen (bijv. L1002345.jpg) bestaan uit twee groepen, 100 en 2345. De eerste drie cijfers zijn de nummers voor de desbetreffende map, de cijfers op de 4de – 7de plaats komen overeen met de doorlopende beeldnummers binnen de map. Daarmee wordt gegarandeerd dat na het gebruik van de functie en de overdracht van de gegevens op een computer er geen dubbele bestandsnamen zijn. • Wanneer u de mapnummers op 100 wilt terugzetten, formatteert u dan de geheugenkaart of het interne geheugen en zet u onmiddellijk daarna de beeldnummers terug. Daardoor wordt ook het beeldnummer (op 0001) teruggezet.

Gewenste functies in het menu instellen In het menu User Profile kiezen In het submenu Save as profile kiezen In het submenu van het tweede niveau de gewenste geheugenplaats selecteren 5. Instelling met MENU/SET- of INFO -knop bevestigen 1. 2. 3. 4.

In het menu User Profile kiezen en in het submenu de gewenste geheugenplaats kiezen Terugzetten van alle menu-instellingen op de fabrieksinstellingen

Bij Leica X-U kunnen willekeurige combinaties van alle menu-instellingen permanent worden opgeslagen, bijv. om ze altijd bij terugkerende situaties/motieven snel en eenvoudig te kunnen oproepen. Voor dergelijke combinaties zijn in totaal vier opslagplaatsen beschikbaar. Natuurlijk kunt u alle menuopties ook weer op de fabrieksinstellingen terugzetten.

BEELDSTABILISATIE Met name bij slechte lichtomstandigheden is de vereiste sluitertijd zelfs bij ingeschakelde AUTO ISO -functie mogelijk te lang om scherpe opnamen mogelijk te maken. De Leica X-U komt met een functie die zelfs bij zeer lange sluitertijden vaak nog scherpe opnamen doet slagen: In het menu Image Stabilization kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen Opmerkingen: • Met deze functie maakt de camera zelfstandig twee opnamen na elkaar (het ontspannergeluid is tweemaal te horen). Daarna combineert de functie beide opnamen met digitale beeldverwerking tot één opname. • Houd de camera stil tot na de tweede ontspanning. • Omdat de functie twee opnamen gebruikt, kan ze alleen bij statische motieven worden gebruikt. • De beeldstabilisatie is alleen mogelijk bij sluitertijden in het bereik van 1s tot 1⁄2000s en gevoeligheden tot ISO 6400. Ze is niet beschikbaar in combinatie met seriebeeldopnamen, de automatische belichtingsreeks, de zelfontspanner, de flitsmodus en het DNG-dataformaat.

In het menu User Profile kiezen en in het submenu Default profile kiezen Opmerking: Bij het terugzetten op de fabrieksinstellingen worden uw instellingen voor tijd, datum en taal niet teruggezet.

NL WEERGAVEMODUS NORMALE WEERGAVE Weergavemodus

WEERGAVEMODI Om de opnamen goed te kunnen bekijken, verschijnt er bij normale weergave alleen informatie in de kopregel en als indicatie van de vergrotingsfunctie.

Met de PLAY-knop kunt u te allen tijde van de opname- of menu-instelmodus naar weergave omschakelen. U kunt echter ook elke foto automatisch direct na de opname laten weergeven: 1. In het menu Auto Review kiezen 2. In het submenu Duration en hierin gewenste functie of duur kiezen 3. In het submenu Histogram en hierin gewenste instelling kiezen Opmerkingen: • Wanneer met de seriebeeldfunctie of de automatische belichtingsreeks gefotografeerd is, wordt eerst de laatste foto getoond resp. de laatste op de geheugenkaart opgeslagen foto van de serie – op voorwaarde dat op dit tijdstip nog niet alle opnamen van de serie door het interne buffergeheugen van de camera zijn overschreven. • Deze camera slaat opnamen volgens de DCF-standaard op (Design Rule for Camera File System). • Bestanden die niet met de camera zijn opgenomen, kunnen misschien niet met deze worden weergegeven. • In sommige gevallen heeft het monitorbeeld niet de gebruikelijke kwaliteit, of de monitor blijft zwart en geeft slechts de bestandsnaam aan.

• Als een van beide Histogram -functies met clipping-indicatie is in gesteld, worden lichte beeldpartijen zonder tekening rood gekenmerkt.

VIDEOWEERGAVE Als er video-opname is geselecteerd, verschijnt als indicatie

1. Met INFO -knop volgende scherm openen • De betreffende besturingspictogrammen worden weergegeven.

Opmerking: Vanuit dit scherm kan het menu voor beveiliging niet worden opgeroepen. Wissel hiervoor met de knop INFO naar een ander scherm.

2. De gewenste voorlooptijd met rechter-/linkerzijde van de kruisknoppen of instelschakelaar instellen • Het op dat moment actieve pictogram is wit en is rood onderstreept 3. Geselecteerde functie met MENU/SET-knop activeren • Het afspelen begint in slow motion en gaat dan steeds sneller, naarmate u de knop langer ingedrukt houdt.

Behalve de normale weergave is er zowel bij individuele opnamen als bij video-opnamen een andere variant met verschillende aanvullende informatie beschikbaar: INFO -knop indrukken

Terug naar het begin Snelle terugloop Afspelen/pauze Snelle voorloop Vooruit tot aan het einde Volume

Op de illustratie ziet u een voorbeeld van deze weergavevariant voor een individuele opname

Met linker- of rechterzijde van de kruisknoppen Links drukken voor opnamen met lagere nummers, rechts drukken voor opnamen met hogere nummers. Lang indrukken voor doorlopen met ca. 2s per opname. Na de hoogste en laagste nummers beginnen de in een oneindige lus geschakelde opnamen weer van voren af aan. • De opname- en bestandsnummers wisselen.

OPNAMEN VERGROTEN / GELIJKTIJDIGE WEERGAVE VAN 16 OPNAMEN:

Instelschakelaar naar rechts drukken om een uitsnede van de opname tot max. 16 keer te vergroten, bijv. voor een betere beoordeling Instelschakelaar naar links (-) drukken, vanuit de normale grootte, voor de gelijktijdige weergave van 16 verkleinde opnamen, bijv. om een overzicht te hebben of de gezochte opname sneller te vinden Oproepen aanvullende indicaties bij vergrote weergave INFO -knop indrukken

• Weergegeven wordt: – de vergrotingsfactor – de benaderende grootte van de uitsnede – de huidige functie van de instelschakelaar Bij weergave van de 16 opnamen wordt de voordien in normale grootte weergegeven opname door een rood kader gekenmerkt.

Markeren van andere opnamen bij de weergave van 16 opnamen

Gemarkeerde opname op normale grootte brengen

Instelschakelaar naar rechts (+) resp. MENU/SET-knop indrukken Opmerkingen: • Bij vergrote/verkleinde weergave kan de indicatie met extra informatie niet worden opgeroepen. • Hoe sterker wordt vergroot, hoe meer de weergavekwaliteit afneemt – door de naar verhouding kleinere resolutie. • Met andere cameratypen gemaakte opnamen kunnen eventueel niet worden vergroot. • Video-opnamen kunnen niet vergroot worden.

Bij een vergrote opname kunt u de vergrote uit–snede vanuit het midden verschuiven om bijv. de weergaven van motiefdetails die niet in het midden liggen te controleren: desbetreffende zijden van de kruisknoppen indrukken • De circa positie van de uitsnede binnen de opname wordt aangegeven.

Met linker- of rechterzijde van de kruisknoppen Langer indrukken voor snel bladeren.

NL OPNAMEN WISSEN Opnamen op de geheugenkaart kunnen te allen tijde worden gewist - indien nodig afzonderlijke, meerdere, of gelijktijdig alle opnamen. Ze kunnen echter ook tegen onbedoeld wissen worden beschermd. Opmerking: Bij beschermde opnamen moet de wisbescherming eerst worden opgeheven voordat ze kunnen worden gewist. Belangrijk: Het wissen van de opnamen is definitief. Ze kunnen daarna niet meer worden opgeroepen. Oproepen van de wisfunctie DELETE/FOCUS -knop indrukken

• Het menu "wissen" verschijnt.

De onderstaande stappen worden bepaald door de keuze of u een afzonderlijke of alle opnamen tegelijk wilt wissen. Afzonderlijke opnamen wissen 1. In het wissenmenu Single kiezen 2. MENU/SET-knop indrukken • Na het wissen verschijnt de volgende opname. Als de opname beschermd is, wordt ze verder weergegeven en korte tijd verschijnt de melding This is protected. Alle opnamen wissen 1. In het wissenmenu All kiezen 2. MENU/SET-knop indrukken • Een submenu verschijnt. 3. Gewenste optie kiezen 4. Met MENU/SET-knop of INFO -bevestigen • Na succesvol wissen verschijnt de melding No valid image to play, of wordt opnieuw de oorspronkelijke opname weergegeven, als het wissen toch niet heeft plaatsgevonden. Mocht de selectie echter opnamen met wisbescherming bevatten, verschijnt korte tijde de melding Protected images were not deletedt in de plaats. Vervolgens wordt de eerste van deze beschermde opnamen weergeven. Het wissenmenu vóór uitvoering verlaten DELETE/FOCUS -knop opnieuw indrukken

OPNAMEN BESCHERMEN / WISBESCHERMING OPHEFFEN:

In het menu Beschermen / Wisbescherming opheffen andere opnamen kiezen

Linker- of rechterzijde van de kruisknoppen indrukken

1. In het menu Protect kiezen • De eerder getoonde opname verschijnt opnieuw met ingeschakeld menu.

2. Gewenste optie kiezen 3. Met MENU/SET-knop of INFO -knop bevestigen • Beschermde opnamen worden met gekenmerkt. Al naargelang de opname beschermd is of niet, bevat het menu de opties Unprotect resp. Protect .

Het menu Beschermen / Wisbescherming opheffen vóór activering verlaten en naar de normale weergavemodus terugkeren: PLAY-knop drukken

Opmerkingen: • Als u beschermde opnamen probeert te wissen, worden er waarschuwingen weergegeven. Wanneer u deze opnamen toch wilt wissen, heft u de bescherming op zoals hierboven beschreven. • De wisbescherming functioneert alleen in deze camera. • Zelf beschermde opnamen worden bij het formatteren van de geheugenkaart gewist. • U kunt onbedoeld wissen ook verhinderen, door de schakelaar voor schrijfbeveiliging van de kaart in de met LOCK gemarkeerde stand te schuiven.

NL OPNAMEN IN STAAND FORMAAT WEERGEVEN Wanneer de camera bij de opname horizontaal werd gehouden, wordt de opname normaalgezien ook zo afgebeeld. Bij opnamen in staand formaat, d.w.z. opnamen gemaakt met verticaal gehouden camera, kan het bekijken met horizontaal gehouden camera onpraktisch zijn, als het monitorbeeld niet als rechtopstaande opnamen wordt getoond. De Leica X-U verhelpt dit probleem: In het menu Auto Rotate Display kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen • Wanneer On wordt gekozen, worden opnamen in staand formaat automatisch rechtopstaand weergegeven. Opmerkingen: • Opnamen in het staand formaat, die loodrecht staand worden afgebeeld, zijn noodzakelijkerwijze aanzienlijk kleiner. • Deze functie is niet beschikbaar voor Auto Review.

OVERIGE ZAKEN De overdracht van de beeldgegevens van de geheugenkaart naar een computer gebeurt met behulp van een kaartlezer. U kunt zowel een in de computer geïntegreerd als een extern via de USB-kabel aangesloten leesapparaat gebruiken. Opmerking: De Leica X-U is uitgerust met een geïntegreerde sensor die de positie van de camera – horizontaal of verticaal (beide richtingen) – bij elke opname herkent. Op basis van deze informatie kunnen de opnamen bij een aansluitende weergave middels de nodige programma's op een computer steeds automatisch rechtopstaand worden getoond.

De Leica X-U laat het gebruik toe van WiFi-geheugenkaarten zoals bijv. de FlashAir™-kaart van Toshiba. Deze kaarten kunnen als WLAN-hotspot fungeren en maken zo via WiFi en een internetbrowser de draadloze gegevensoverdacht mogelijke van de camera naar alle WLAN-compatibele apparaten zoals notebooks, tablets, smartphones en andere camera's, maar ook met sociale netwerken „Cloud“-geheugendiensten.

GEGEVENSOVERDRACHT NAAR EEN COMPUTER NL DRAADLOZE GEGEVENSOVERDRACHT In- / uitschakelen van de functie: In het menu FlashAir kiezen en in het submenu de gewenste instelling kiezen Opmerkingen: • Houd er rekening mee dat de WiFi-functie, omwille van het nodige zendvermogen voor de overdracht van de gegevens, door de camera-accu wordt gevoed. Schakel de functie in het menu steeds uit, als ze niet wordt gebruikt. • Overige details voor gebruik van de WiFi-kaart vindt u in de respectieve handleiding. Belangrijk: Let in de handleiding van de WiFi-kaart op de stappen ter beveiliging van uw gegevens tegen toegang door onbevoegden.

NL MET ONBEWERKTE GEGEVENS DNG WERKEN INSTALLEREN VAN FIRMWARE-UPDATES Als u het DNG-formaat wilt bewerken, hebt u de juiste software nodig, bijvoorbeeld de converter voor onbewerkte (RAW) gegevens Adobe® Photoshop® Lightroom®. Met het programma kunt u de opgeslagen onbewerkte gegevens in de hoogste kwaliteit converteren, en biedt het kwalitatief geoptimaliseerde algoritmen voor de digitale kleurverwerking, die gelijktijdig bijzonder weinig ruis en een verbazingwekkende resolutie mogelijk maakt. Bij de bewerking hebt u de mogelijkheid achteraf parameters zoals gradatie, scherpte enz. in te stellen en op deze wijze een maximale beeldkwaliteit te realiseren.

Leica werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling en optimalisering van zijn producten. Omdat bij digitale camera’s zeer veel functies uitsluitend zuiver elektronisch worden gestuurd, kunnen enkele van deze verbeteringen en uitbreidingen van functies naderhand in de camera worden geïnstalleerd. Om deze reden biedt Leica op onregelmatige tijdstippen zogenaamde firmware-updates aan die u zelf makkelijk van onze homepage op uw camera kunt downloaden. Wanneer u uw camera hebt geregistreerd, informeert Leica u over alle nieuwe updates. Wanneer u vast wilt stellen, welke firmwareversie geïnstalleerd is: In het menu Firmware-Version kiezen • Het huidige versienummer wordt weergegeven.

ACCESSOIRES Leica systeemtas, maat S Kleine systeemtas van hoogwaardig, waterdicht nylon (zwart). Biedt plaats aan de camera en enkele kleine accessoires. (bestelnr. 18 746) Leica systeemtas, maat M (bestelnr. 18 748)

Objectiefkap423-117.001-024 Flitsschoenafdekking423-117.001-010 Draagriem423-117.001-014 Li-ionaccu Leica BP-DC 8118 706 Accubeschermhoes423-089.003-012 Leica BC-DC8 oplaadapparaat (incl. wisselstekkers)423-089.003-008 Netstekker EU423-089.003-014 Netstekker USA/Japan423-089.003-016 Netstekker GB/Hongkong423-089.003-018 Netstekker China423-089.003-020 Netstekker Korea423-089.003-028 Netstekker Australië423-089.003-030

Belangrijk: Er mogen uitsluitend de hier resp. door Leica Camera AG genoemde en beschreven accessoires met de camera worden gebruikt.

RESERVEONDERDELEN Leica zwemdraagriem (bestelnr. 18 840)

1 Voor het garanderen van de energievoorziening bij langer gebruik is het raadzaam om er altijd een tweede accu erbij te hebben.

NL VOORZORGSMAATREGELEN EN ONDERHOUD Voorzorgsmaatregelen en onderhoud

ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN

• Neem in elk geval alle desbetreffende opmerkingen en tips op de pagina's 4-6 in acht, voordat u uw camera de eerste keer gebruikt voor onderwateropnames! • Gebruik uw camera niet in de onmiddellijke nabijheid van apparatuur met sterke magneetvelden en elektrostatische of elektromagnetische velden (zoals inductieovens, magnetrons, monitoren van tv of computer, videogame-consoles, mobiele telefoons, zendapparatuur). • Wanneer u de camera op een televisie plaatst, of in de onmiddellijke nabijheid gebruikt, kan het magneetveld ervan de beeldregistratie verstoren. • Hetzelfde geldt voor het gebruik in de buurt van mobiele telefoons. • Sterke magneetvelden, bijv. van luidsprekers of grote elektromotoren kunnen de opgeslagen gegevens beschadigen of de opnamen verstoren. Als de camera door het effect van elektromagnetische velden niet goed functioneert, deze uitschakelen, de accu verwijderen en de camera weer inschakelen. Gebruik de camera niet in de onmiddellijke nabijheid van radiozenders of hoogspanningsleidingen. Hun elektromagnetische velden kunnen de beeldregistraties eveneens verstoren. • Bescherm de camera tegen contact met insectenspray en anderen agressieve chemicaliën. Terpentine (wasbenzine), verdunner en alcohol mogen ook niet voor reiniging worden gebruikt. Bepaalde chemicaliën en vloeistoffen kunnen de behuizing van de camera, resp. het oppervlak beschadigen. • Omdat rubber en kunststof soms agressieve chemicaliën afscheiden, mogen ze niet langere tijd met de camera in contact blijven.

Belangrijk: Er mogen uitsluitend de in deze handleiding genoemde en beschreven resp. de door Leica Camera AG genoemde en beschreven accessoires met de camera worden gebruikt. Monitor • Als de camera bij het inschakelen zeer koud is, is het monitorbeeld eerst iets donkerder dan normaal. Zodra de monitor warmer wordt, bereikt het weer zijn normale helderheid. De productie van de monitor vindt plaats in een zeer nauwkeurig proces. Zo wordt gegarandeerd dat van de in totaal meer dan 920.000 pixels meer dan 99,995% correct werkt en slechts 0,005% hetzij donker blijft hetzij altijd helder is. Dit is echter geen storing en beïnvloedt de beeldweergave niet nadelig.

Condensatievocht Als er zich condens op of in de camera heeft gevormd, moet u hem uitschakelen en ongeveer één uur bij kamertemperatuur laten liggen. Als kamer- en cameratemperatuur gelijk zijn, verdwijnt de condens vanzelf. • Wanneer de camera aan grote temperatuurschommelingen wordt blootgesteld, kan zich condens op de monitor vormen. Wis deze voorzichtig met een zachte, droge doek af

Voorzorgsmaatregelen en onderhoud

• Hoogtestraling (bijvoorbeeld bij vluchten) kan pixeldefecten veroorzaken.

Voorzorgsmaatregelen en onderhoud

NL ONDERHOUDSINSTRUCTIES Voor het objectief

• Omdat elke vervuiling tevens een voedingsbodem voor micro-organismen vormt, moet de uitrusting zorgvuldig worden schoongehouden.

• Op de buitenlenzen van het objectief is het verwijderen van stof met de zachte haarkwast normaal gesproken voldoende. Bij sterkere vervuiling kunnen de lenzen met een zeer schone, gegarandeerd smetvrije, zachte doek in cirkelvormige bewegingen van binnen naar buiten voorzichtig worden gereinigd. Wij adviseren microvezeldoekjes (verkrijgbaar in de foto- en optiekzaak) die in een beschermende verpakking worden bewaard en bij temperaturen tot 40°C wasbaar zijn (geen wasverzachter, nooit strijken!). Reinigingsdoekjes voor brillen die met chemische middelen zijn geïmpregneerd, mogen niet worden gebruikt omdat ze het objectiefglas kunnen beschadigen. • De objectiefkap die bij de levering is inbegrepen beschermt het objectief eveneens tegen onbedoelde vingerafdrukken en regen.

Voor de camera • Reinig de camera uitsluitend met een zachte, droge doek. Hardnekkig vuil moet eerst met een sterk verdund afwasmiddel worden bevochtigd – en vervolgens met een droge doek worden afgeveegd. • Om vlekken en vingerafdrukken op de lens te verwijderen wordt de camera met een schone, pluisvrije doek afgeveegd. Grovere verontreinigingen in moeilijk toegankelijke hoeken van de camerabody kunnen met een kleine kwast worden verwijderd. • Alle mechanisch bewegende lagers en glijvlakken van uw camera zijn gesmeerd. Denk eraan als u de camera langere tijd niet gebruikt: de camera ongeveer elke drie maanden meerdere keren ontspannen om verharsen van de smeerpunten te voorkomen. Het is ook aanbevolen dat u herhaaldelijk alle andere bedieningselementen versteld en gebruikt.

NL Voor het oplaadapparaat

Oplaadbare lithium-ionen accu's genereren stroom door interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentemperatuur en luchtvochtigheid beïnvloed. Zeer hoge en lage temperaturen verkorten de verblijftijd en levensduur van de accu's. • Verwijder de accu altijd als u de camera langere tijd niet gebruikt. Anders kan de accu na meerdere weken diep ontladen worden, d.w.z. zijn spanning sterk dalen. • Lithium-ionen accu's moeten in gedeeltelijk opgeladen toestand worden bewaard, d.w.z. niet volledig ontladen, maar ook niet volledig opgeladen (zie de indicatie op de monitor). Bij zeer langdurige opslag moet de accu ongeveer tweemaal per jaar gedurende ca. 15 minuten worden opgeladen om diepe ontlading te vermijden. • Houd de contacten van de batterijen steeds schoon en vrij toegankelijk. Lithium-ion batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting beveiligd, maar toch mag u de contacten niet in aanraking laten komen met metalen voorwerpen zoals paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan zeer heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken. • De batterij moet een temperatuur tussen 0°C en 35°C hebben om te kunnen worden opgeladen (anders schakelt het oplaadapparaat niet in, resp. weer uit). • Als een batterij op de grond valt, dient u onmiddellijk de behuizing en contacten op eventuele schade te controleren. Het plaatsen van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen. • Accu's hebben slechts een beperkte levensduur. • Geef de schadelijke accu's af aan een verzamelpunt voor correcte recycling. • Werp batterijen nooit in vuur, omdat ze anders kunnen exploderen.

• Wanneer het oplaadapparaat in de buurt van radio-ontvangers wordt gebruikt, kan de ontvangst worden verstoord, zorg voor een afstand van minimaal 1 m tussen de apparaten. • Wanneer het oplaadapparaat wordt gebruikt, kan dit geluid (“zoemen“) veroorzaken – dit is normaal en geen storing. • Trek de netstekker van het oplaadapparaat eruit als dit niet wordt gebruikt, omdat het ook zonder accu (zeer weinig) stroom verbruikt. • Houd de contacten van het oplaadapparaat steeds schoon en maak nooit kortsluiting.

Voorzorgsmaatregelen en onderhoud

Voorzorgsmaatregelen en onderhoud

NL Voor geheugenkaarten

• Zolang een opname wordt opgeslagen of de geheugenkaart wordt uitgelezen, mag deze niet worden verwijderd, ook mag de camera niet worden uitgeschakeld en niet aan trillingen worden blootgesteld. • Geheugenkaarten moeten als bescherming in principe uitsluitend in het meegeleverde antistatische foedraal worden bewaard. • Bewaar geheugenkaarten niet op plaatsen waar ze aan hoge temperaturen, direct zonlicht, magneetvelden of statische ontlading worden blootgesteld. • Laat de geheugenkaarten niet vallen en buig deze niet, omdat deze anders beschadigd kunnen worden en de opgeslagen gegevens verloren kunnen gaan. • Verwijder de geheugenkaart in principe als u de camera langere tijd niet gebruikt. • Raak de aansluitingen aan de achterzijde van de geheugenkaart niet aan en houd ze vrij van vuil, stof en vocht. • Het is raadzaam de geheugenkaart af en toe te formatteren, omdat voor de fragmentering bij het wissen enige geheugencapaciteit nodig kan zijn.

• Wanneer u de camera langere tijd niet gebruikt, is het volgende raadzaam: a. Camera uitschakelen, b. geheugenkaart verwijderen en c. accu verwijderen (uiterlijk na drie dagen gaan tijd en datum verloren). • Een objectief werkt als een brandglas als het volle zonlicht frontaal op de camera staat. De camera moet daarom in geen geval zonder bescherming tegen de felle zon worden weggelegd. Het plaatsen van een objectiefkap en het opbergen van de camera in de schaduw (of gelijk in de tas) kan ertoe bijdragen interne schade aan de camera te voorkomen. • Bewaar de camera bij voorkeur in een gesloten en gestoffeerd foedraal, zodat er niets tegenaan kan schuren. • Bewaar de camera op een droge, voldoende geventileerde plaats, die bescherming biedt tegen hoge temperatuur en vochtigheid. • Fototassen die bij gebruik nat zijn geworden, moeten worden leeggemaakt om beschadiging van uw uitrusting door eventueel vrijkomende restanten leerlooimiddel uit te sluiten.

NL Voorzorgsmaatregelen en onderhoud

• Ter bescherming tegen schimmelvorming bij gebruik in een vochtig en warm tropisch klimaat moet de camera-uitrusting zo veel mogelijk aan de zon en lucht worden blootgesteld. Het bewaren in afgesloten koffers of tassen is slechts aan te bevelen als bovendien een droogmiddel, bijv. silicagel, wordt gebruikt. • Bewaar de camera ter vermijding van schimmelvorming niet voor lange tijd in de leren tas. • Noteer het fabricagenummer van uw Leica X-U, omdat dat in geval van verlies buitengewoon belangrijk is.

TREFWOORDENREGISTER NL TREFWOORDENREGISTER Accessoires 159 Afstandsinstelling 128 AF-hulplicht 128 Autofocus 128 Handmatige instelling 131 Meetveld 129 Scherpte instellingshulpjes 131 Batterij, plaatsen en verwijderen 110 Beeldfrequentie, zie hoofdschakelaar Beeldnummering 148 Bekijken van de opnamen, zie weergavemodus Belichtingsregeling 132 Belichtingscorrecties 138 Belichtingsreeks, automatische 139 Diafragma-automaat 136 Handmatige instelling 137 Meetveld 132 Programma-automaat 135 Tijdautomaat 136 Bestandsformaat 122 Bewaren 164 Comprimeerverhouding 122 Contrast 126

Datum en tijd 120 DNG122/158 Draagriem 106 Filmstijlen 127 Firmware-updates 158 Flitsmodus 140 Formatteren van de geheugenkaart 147 Gegevensoverdracht naar een computer 157 Geheugenkaart, plaatsen en verwijderen 110 Geluiden (knopbevestigingstonen, terugmeldingstonen) 120 Geluidsopname 145 Geluidsvolume120/151 Histogram 133 Hoofdschakelaar 114 ISO-gevoeligheid125/144 Klantenservice / Leica Customer Care 180 Klantenservice, Leica Product Support 180 Kleurruimte144/158 Kleurverzadiging 126

Technische gegevens 178 Terugzetten van alle individuele menu-instellingen 149 Uitschakeling, automatische 120 Uitsnede, kiezen van, zie weergavemodus Vergroten van de opnamen bij de weergave 152 Video-opnamen 144 Voorzorgsmaatregelen 160 Waarschuwingen 98 Weergavemodus 150 Weergeven 168 Weergeven 168 Wissen van opnames 154 Witbalans123/144 Zelfontspanner 146

NL TREFWOORDENREGISTER Menubesturing 116 Menuopties 176 Menutaal 120 Monitor 121 Omvang van de levering 92 ON/OFF, zie hoofdschakelaar Onbewerkte gegevens122/158 Onderdelen, benaming van de 102 Onderhoud 162 Onderwatermodus 94 Ontspanknop, zie ook technische gegevens 115 Opnamefrequentie, zie hoofdschakelaar Opnamen beschermen / wisbescherming opheffen 155 Profielen 149 Reparaties / Leica Customer Care 180 Reserveonderdelen 159 Resolutie122/144 Scherpte 126 Serieopnamen, zie hoofdschakelaar Software 158 Stabilisatie149/144

Belichtingsmodus : Onderwatermodus P : Programma-automaat A : Tijdautomaat T: Diafragma-automaat M : handmatige instelling van sluitertijd en diafragma

Sluitertijd (verschijnt bij handmatige instelling direct, d.w.z. bij diafragmaautomaat en handmatig; bij automatische instelling, d.w.z. bij programma- en tijdautomaat, alleen na aantippen van de ontspanner; na drukpunt van de ontspanner rood bij over- of onderschrijding van het instelbereik met programma-, tijd- en diafragma-automaat, anders wit)

Indicatie gewijzigde tijd-diafragmacombinatie (verschijnt alleen bij programma-automaat en succesvolle verschuiving)

Indicatie mogelijkheid van programma-shift (wijziging van de tijd-diafragmacombinatie) / op de instelling van lange sluitertijden met de instelschakelaar (verschijnt alleen bij programma-automaat / alleen bij instelling van het sluitertijdinstelwiel op de stand 1+)

Belichtingsmeetmethode : Centraal georiënteerde meting : Meerveldmeting : Spotmeting

INDICATIES Bij opname 3 1

Diafragmawaarde (verschijnt bij handmatige instelling direct, d.w.z. bij tijdautomaat en handmatig; bij automatische instelling, d.w.z. bij programmaen diafragma-automaat, alleen na aantippen van de ontspanner; na drukpunt van de ontspanner rood bij over- of onderschrijding van het instelbereik met programma-, tijd- en diafragma-automaat, anders wit)

Belichtingscorrectie ingesteld, inclusief correctiewaarde (niet bij handmatige instelling van sluitertijd en diafragma)

Laadtoestand accu : voldoende capaciteit : afnemende capaciteit : onvoldoende capaciteit : Vervanging of opnieuw opladen vereist

Normaal autofocus-meetveld (alternatief voor 10)

Spot-autofocus-meetveld (alternatief voor 9 )

Vergroot middenuitsnede van het beeld (alternatief voor 9 /10, verschijnt alleen bij handmatige afstandsinstelling)

Lichtschaal (verschijnt alleen bij handmatige instelling van sluitertijd en diafragma)

Automatische belichtingsreeks geactiveerd

ISO-gevoeligheid (alleen bij handmatige belichtingsinstelling) AUTO ISO 100 200 400 800 1600 3200 6400 12500

door indrukken van de INFO -knop:

Witbalans (Verschijnt niet bij gebruik van de onderwatermodi)

Histogram (RGB, verschijnt alleen bij activering, in het geel bij ingeschakeld flitsapparaat en/of met langere sluitertijden als 1/2s, anders in het wit)

Flits-belichtingscorrectie ingesteld, inclusief correctiewaarde

Zelfontspanner geactiveerd / aflopend : 2 seconden voorlooptijd : 12 seconden voorlooptijd

eeldtelwerk (resterend aantal beelden) / verstreken video-opB nametijd (bij ontbrekende geheugencapaciteit knippert als waarschuwing de 0)

Indicatie ingestoken geheugenkaart

Flitsmodus (rood knipperend bij ontbrekende flitsparaatstatus, anders wit, verschijnt niet bij ingestelde belichtingsreeks) : Automatische inschakeling van de flits : Automatische inschakeling van de flits met voorflits : Handmatige inschakeling van de flits : Handmatige inschakeling van de flits met voorflits : Automatische inschakeling van de flits met langere sluitertijden : Automatische inschakeling van de flits met voorflits en langere sluitertijden

door opnieuw indrukken van de INFO -knop:

Belichtingsmodus (zie 1 )

Sluitertijd (zie 2 , niet bij video-opnamen)

(met/zonder clipping-indicaties)

Belichtingsmeetmethode , niet bij video-opnamen)

Diafragmawaarde (zie 6 , niet bij video-opnamen)

Belichtingscorrectie (zie 7 , niet bij video-opnamen)

Laadtoestand accu (zie 8 )

Indicatie mogelijkheid om een uitsnede te vergroten (niet bij video-opnamen)

Pictogram voor video-opname

Pictogram voor wissen beveiligde opname

Bij verkleinde weergave van 16 opnamen: 34

Geselecteerde opname

Aanvullend op 25-33 bij video-opnamen, door indrukken van de INFO -knop: Videopictogrammen

Verstreken afspeeltijd / voortgangsbalk

Indicatie gebruik van de instelschakelaar voor de uitsnedevergroting / -verkleining, inclusief vergrotingsfactor

Weergave van uitsnedegrootte en -positie

Aanvullend op 25-33, alleen bij uitsnedevergroting, door indrukken op van de INFO -knop:

Aanvullend op 25-31, alleen vanuit 100%-beeld, door indrukken van de INFO -knop:

Datum en tijd van de getoonde opname

Beeldtelwerk (opnamenummer/totaal aantal)

Scherpstelmodus (zie 15)

Bestandsformaat / comprimeerverhouding

JPEG-resolutie / video-opnameformaat

ISO-gevoeligheid (gebruikte waarde, zie 16)

Histogram (niet bij video-opnamen)

Flits-belichtingscorrectie, inclusief correctiewaarde

Flitsmodus (zie 21, verschijnt zonder flits-belichtingscorrectie op zijn plaats) a. Geen indicatie: Opname zonder flits b. / / / : Opname zonder voorflits c. / / : Opname met voorflits

NL TECHNISCHE GEGEVENS TECHNISCHE GEGEVENS Cameratype Leica X-U (Typ 113) Sensor CMOS-sensor, grootte APS-C (23,6 x 15,7mm) met 16,5/16,2 mln. pixels (totaal/effectief), formaat-paginaverhouding 3:2 Resolutie Kiesbaar voor JPEG-formaat: 16M - 4928 x 3264 pixels, 12.2M - 4272 x 2856 pixels, 7M - 3264 x 2160 pixels, 3M - 2144 x 1424 pixels, 1.8M - 1632 x 1080 pixels, DNG : 4944 x 3278 pixels Video-opnameformaat MP4 Videoresolutie/snelheid beeldsequentie te kiezen 1920 x 1080p, 30B/s of 1280 x 720p, 30B/s Objectief Leica Summilux 1:1,7/23mm ASPH. (stemt overeen met 35mm bij kleinbeeldformaat), 10 lenzen in 8 groepen, 4 asferisch lensoppervlakken, UW-veiligheidsglas Diafragma-instelling Van f/1,7 tot f/16 in 1⁄3EV-stappen Beeldgegevens-betandsformaten / comprimeerverhoudingen

Kiesbaar: JPG SuperFine , JPG Fine , DNG + JPG Superf. , DNG + JPG Autofocussysteem Contrastgebaseerd autofocussysteem Afstandsinstelbereik Van 20cm tot oneindig, automatische (autofocus) of handmatige afstandsinstelling, naar keuze loepfunctie als afstandsinstelhulp Autofocus-meetmethoden 1-veld, 11-veld, spot, gezichtsherkenning Belichtingsmodi Programma-automaat, tijdautomaat, diafragmaautomaat en handmatige instelling Belichtungsmessung Meerveld, centraal georiënteerd, spot Belichtingscorrectie ±3EV in ⁄ EV-stappen Automatische belichtingsreeksen Drie opnamen in indelingen tot 3EV, instelbaar in 1⁄3EV-stappen Sluitertijdbereik 30s tot 1⁄2000s Serieopnamen 3B/s of 5B/s, max. zeven opnamen bij gelijkblijvende opnamefrequentie met DNG + JPG Fine 1

Opslagmedia SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten, multimediakaarten ISO-bereik Automatisch, ISO 100, ISO 200, ISO 400, ISO 800, ISO 1600, ISO 3200, ISO 6400, ISO 12500 Witbalans automatisch, voorinstellingen voor daglicht, bewolkt, halogeenverlichting, schaduwen, flits, twee handmatige instellingen, handmatige kleurtemperatuur-instelling UW-modus Met afzonderlijke toets op te roepen, past witbalans en vertekeningscorrectie aan de omstandigheden onder water aan

Voedingsspanning Li-ionaccu, nominale spanning 3,7V, capaciteit 1600mAh (volgens CIPA-norm): ca. 450 opnamen, laadtijd (na volledige ontlading): ca. 200 min., modelnr. BP-DC8, fabrikant: PT SANYO Energy Batam, geproduceerd in Indonesië Oplaadapparaat Ingang: Wisselspanning 100 - 240V, 50/60Hz, 0,2A, automatische omschakeling. Uitgang: Gelijkspanning 4,2V, 0,65A, modelnummer BC-DC8, bedrijfsomstandigheden: 0 tot 35°C Fabrikant: Phihong (Dongguan) Electronics Co.,Ltd, geproduceerd in China Behuizing kunststofkern, bovenste en onderste afdekkappen van aluminium, flexibele TPE-wapening Statiefschroefdraad A 1⁄4 DIN 4503 (1⁄4“) Afmetingen (BxHxD) Ca. 140 x 79 x 88mm Gewicht Ca. 600/635g (zonder/met accu)

NL TECHNISCHE GEGEVENS Flitsmodi Automatisch, Automatisch/Rode-ogenreductie, Steeds aan, Steeds aan / Rode-ogenreductie, Langetermijnsynchronisatie, Langetermijnsynchronisatie / Rode-ogenreductie, Uit Flits-belichtingscorrectie ±3EV in 1⁄3EV-stappen Werkbereik van het ingebouwde flitsapparaat (voor ISO 100/21°) ca. 0,3 - 2,0m, index 5 Flitsvolgtijd van het ingebouwde flitsapparaat Ca. 5s met volledig geladen accu Monitor 3“-TFT-LCD-monitor met ca. 920.000 pixels Zelfontspanner Voorlooptijd naar keuze 2 of 12s Bedrijfsomstandigheden Omgevingstemperatuur: –10°C tot +40°C / 0°C tot 40°C (op land / onder water), luchtvochtigheid: maximaal 85% (niet condenserend) Water-/stofdichtheid In overeenstemming met JIS/IEC beschermingsgraad 68 (IP68) (Volgens Leica Camera AG testomstandigheden1), laat opnamen toe onder water tot een diepte van 15m voor een duur van maximaal 60 minuten Schokvastheid In overeenstemming met MIL-STD 810G, methode 516.52 (Volgens Leica Camera AG testomstandigheden1)

eze testomstandigheden zijn geen allesomvattende garantie voor resistentie D tegen schade of vernieling; zo zijn louter externe gevolgen van de schoktest zoals afgebarsten verf of vervormingen, of ook de waterdichtheid na de schoktest geen onderdeel van de waterdichtheidstesten. Deze testen betreffen geen andere vloeistoffen behalve zoet of zout water, evenals geen stromings- of straaldruk. 2 Bij deze test valt de camera van een hoogte van 1,22m op een 5cm dikke houten plaat. 1

Wijziging in constructie en uitvoering voorbehouden.

NL LEICA PRODUCT SUPPORT LEICA CUSTOMER CARE Technische vragen over toepassingen met Leica-producten, ook over de meegeleverde software, worden schriftelijk, telefonisch of per e-mail beantwoord door de afdeling Product Support van Leica Camera AG. Ook voor koopadvies en het bestellen van handleidingen is dit uw contactadres. U kunt uw vragen eveneens via het contactformulier op de website van Leica Camera AG aan ons richten.

Voor het onderhoud van uw Leica-uitrusting en in geval van schade kunt u gebruik maken van de Customer Care van Leica Camera AG of de reparatieservice van een Leica-vertegenwoordiging in uw land (voor adressenlijst zie garantiebewijs).

Leica Camera AG Product Support / Software Support Am Leitz-Park 5 D-35578 Wetzlar Telefoon: +49(0)6441-2080-111 /-108 Fax: +49(0)6441-2080-490 info@leica-camera.com / software-support@leica-camera.com