VERSION Q TYPE 116 - Digitale camera LEICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis VERSION Q TYPE 116 LEICA in PDF-formaat.

📄 258 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice LEICA VERSION Q TYPE 116 - page 136
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LEICA

Model : VERSION Q TYPE 116

Categorie : Digitale camera

Download de handleiding voor uw Digitale camera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VERSION Q TYPE 116 - LEICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VERSION Q TYPE 116 van het merk LEICA.

GEBRUIKSAANWIJZING VERSION Q TYPE 116 LEICA

LEICA Q Notice d’utilisation | Gebruiksaanwijzing

Leica Q Gebruiksaanwijzing

VOORWOORD LEVERINGSOMVANG Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het fotograferen met uw nieuwe Leica Q. Het objectief Leica Summilux 1:1,7/28mm ASPH. zorgt met zijn hoge optische prestaties voor een superieure opnamekwaliteit. Met de volautomatische programmabesturing ondersteunt de Leica Q onbekommerd fotograferen. Aan de andere kant kunt u altijd met behulp van de handmatige instellingen de beeldvorming zelf ter hand nemen. Zo kunnen door de talrijke speciale functies zelfs kritische opnamesituaties worden beheerst en kan de beeldkwaliteit worden verhoogd. Om het volledige prestatievermogen van uw Leica Q goed te benutten, raden wij u aan deze gebruiksaanwijzing aandachtig te lezen. Voordat u uw Leica Q in gebruik neemt, controleert u de meegeleverde accessoires op volledigheid. a. Batterij Leica BP-DC12 b. Batterij-oplaadapparaat BC-DC12 met verwisselbare netkabels c. USB-kabel d. Draagriem e. Tegenlichtkap f. Objectiefkap g. Afdekking accessoireschoen h. Camera-registratieboek

Dit product is onderdeel van de AVC patent portfolio licentie voor het persoonlijk gebruik door een eindgebruiker evenals andere vormen van gebruik waarvoor de eindgebruiker geen vergoeding (i) voor een codering volgens de AVC norm ("AVC Video") en/of (ii) een decodering van een AVC VideoS die volgens de AVC norm door een eindverbruiker in het kader van een persoonlijk gebruik werd gecodeerd en/of de particuliere eindverbruiker door de aanbieder heeft ontvangen, die op zijn beurt een licentie heeft aangeschaft om AVC Video's aan te bieden. Voor alle andere toepassingen zijn er noch expliciet of impliciet licenties verleend. Meer informatie kunt u van MPEG LA, L.L.C. op HTTP://WWW. MPEGLA.COM ontvangen. Voor alle andere toepassingen, in het bijzonder het aanbieden van AVC Video's tegen betaling, KAN het nodig zijn om een aparte licentieovereenkomst met MPEG LA, LLC af te sluiten. Meer informatie kunt u van MPEG LA, L.L.C. op HTTP://WWW.MPEGLA. COM ontvangen. De productiedatum van uw camera vindt u op de stickers in de garantiekaart ofwel op de verpakking. De schrijfwijze is: Jaar/ maand/dag.

In het menu, bereik Camera information , vindt u voor dit apparaat specifieke vergunningen onder punt Regulatory Information .

Waarschuwingen / Juridische opmerkingen

De CE-markering van onze producten geeft aan dat de basiseisen van de geldende EU-richtlijnen worden nageleefd. WAARSCHUWINGEN

  • Moderne elektronische elementen reageren gevoelig op elektrostatische ontlading. Omdat mensen bijv. bij het lopen over synthetisch tapijt zonder moeite een lading van tienduizenden volt kunnen ontwikkelen, kan het bij aanraking van uw camera tot een ontlading komen, vooral als deze op een gemakkelijk geleidende ondergrond ligt. Wanneer het alleen de camerabehuizing betreft, is deze ontlading voor de elektronica absoluut ongevaarlijk. De naar buiten gebrachte contacten, zoals die in de flitsschoen, moeten echter, ondanks extra ingebouwde veiligheidsschakelingen, om veiligheidsredenen zo mogelijk niet worden aangeraakt.
  • Gebruik voor het schoonmaken van de contacten geen optiek-microvezeldoek (synthetisch), maar een katoenen of linnen doek! Wanneer u van tevoren bewust een verwarmingsbuis of waterleiding (geleidend, met „aarde“ verbonden materiaal) aanraakt, zal een eventuele elektrostatische lading veilig worden ontladen. Vermijd vervuiling en oxidatie van de contacten, ook door uw camera altijd met objectiefkap en afdekking voor flitsschoen/zoekerbussen op de camera droog op te bergen.
  • Gebruik uitsluitend aanbevolen accessoires om storing, kortsluiting of een elektrische schok te vermijden.
  • Probeer nooit onderdelen van de body (afdekkingen) te verwijderen; vakkundige reparaties kunnen alleen door een erkend servicepunt worden uitgevoerd. JURIDISCHE OPMERKINGEN
  • Neem zorgvuldig het auteursrecht in acht. Het kopiëren en publiceren van zelf opgenomen media, zoals banden, cd's, of door anderen uitgegeven of gepubliceerd materiaal kan het auteursrecht schenden.
  • Dit geldt ook voor alle meegeleverde software.
  • De SD-, HDMI- en USB-logo's zijn gedeponeerde merken. Overige namen, firma- en productnamen die in deze gebruiksaanwijzing worden genoemd, zijn handelsmerk, resp. gedeponeerd handelsmerk van de betreffende ondernemingen. BETEKENIS VAN DE VERSCHILLENDE OPMERKINGSCATEGORIEËN IN DEZE GEBRUIKSAANWIJZING (geldt voor de EU en overige Europese landen met gescheiden inzameling) Opmerking: Bijkomende informaties Dit toestel bevat elektrische en/of elektronische onderdelen en mag daarom niet met het normale huisvuil worden meegegeven! In plaats daarvan moet het voor recycling op door de gemeenten beschikbaar gestelde inzamelpunten worden afgegeven. Dit is voor u gratis. Als het toestel zelf verwisselbare batterijen of accu's bevat, moeten deze vooraf worden verwijderd en evt. volgens de voorschriften milieuvriendelijk worden afgevoerd. Meer informatie over dit onderwerp ontvangt u bij uw gemeentelijke instantie, uw afvalverwerkingsbedrijf of de zaak waar u het toestel hebt gekocht. Belangrijk: Niet in acht nemen kan tot beschadigingen van de camera, accessoires, resp. de opnamen leiden. Let op: Niet in acht nemen kan tot lichamelijk letsel leiden.

Milieuvriendelijk afvoeren elektrische en elektronische apparatuur MILIEUVRIENDELIJK AFVOEREN

Wijzigen van de voorgegeven sluitertijddiafragma-combinaties (Shift) .................................................... 183

Aanduiding van de onderdelen

Afbeeldingen op de voorste en achterste omslagpagina's Vooraanzicht 01 Draagriem ogen 02 Zelfontspanner LED/AF-hulplicht 03 Objectief 04 Filterdraad Bovenaanzicht 05 Macro-omschakelring met 05a Index 06 Scherptediepteschaal 07 Index voor afstandsinstelling 08 Afstandsinstelring 09 Diafragma instelring met 09a index 10 Schroefdraad voor tegenlichtkap 11 Schroefdraad beschermring 12 Tegenlichtkap 13 Microfoons 14 Hoofdschakelaar 15 Ontspanknop 16 Video-ontspanknop 17 Duimwiel –– om door de menu- en submenuoptie lijsten te bladeren –– voor het instellen van een waarde voor belichtingscorrecties, belichtingreeksen, flits-belichtingreeksen –– voor het vergroten/verkleinen van de weergegeven opnames –– voor het instellen van lange sluitertijden 18 Sluitertijden wiel 19 Accessoireschoen (afdekking aangebracht) Achteraanzicht 20 MENU -knop –– voor het oproepen van het menu –– voor het opslaan van menu-instellingen en verlaten submenu's en menu's 21 ISO -knop voor het oproepen van de gevoeligheidsmenu's 22 FN -knop –– in opnamemodus voor het oproepen van de ingestelde menufunctie –– in weergavemodus voor het oproepen van de menu's voor –– Beveiligen –– Diavoorstelling –– WLAN 23 DELETE -knop –– voor het oproepen van het wissenmenu 24 PLAY-knop –– voor het activeren van de weergavemodus –– om terug te keren naar de volledige 1:1-weergave van de opname 25 Oculair 26 Dioptrie-instelwiel 27 Duimknop 28 Status-LED a. rood: Lezen/schrijven van de SD-kaart b. groen: WLAN verbinding 29 Klep boven USB- en HDMI-bussen 30 Kruisknop Onderaanzicht 37 Klep voor batterijvak en geheugenkaartensleuf met a. ver-/ontgrendelingshendel 38 Statiefschroefdraad A1⁄4 , DIN 4503 (1⁄4“) (Klep geopend) 39 Batterij-vergrendelingsschuif 40 Batterijvak 41 Geheugenkaartensleuf

Aanduiding van de onderdelen –– om door de menu- en submenuoptie lijsten te bladeren –– voor het bladeren in het opnamegeheugen –– voor het verplaatsen van het AF-meetbereikkader –– voor het oproepen van de menu´s voor belichtingscorrecties, belichtingreeksen en flits-belichtingscorrectie (EV+/-) –– voor het oproepen/instellen van de menu´s voor de flitsmodus/oproepen van submenu's ( ) –– voor het oproepen/instellen van de zelfontspannermenu's/ verlaten van de submenu's en menu's zonder opslaan van de menu-instellingen ( ) 31 Set-knop –– om monitor-weergaven in de opname- en weergavemodus te selecteren –– Monitor op willekeurige plaats dubbel aantikken 32 Luidspreker 33 Monitor Aanzicht van rechts (klep geopend) 34 USB-bus 35 HDMI-bus 36 Vingergreep van de afstand-instelring, met a. autofocus ver-/ontgrendelingsknop

GEBARENREGELING Enkele functies van de Leica Q kunnen ook met de links vermelde gebaren op het aanraakscherm worden uitgevoerd. Opmerking: Lichte aanraking is genoeg, niet drukken. aantikken dubbel aantikken vegen samentrekken

uit elkaar trekken slepen en loslaten BEKNOPTE HANDLEIDING Opmerking: Deze aanbevolen instellingen zorgen voor eenvoudig, snel en betrouwbaar fotograferen voor uw eerste tests met de Leica Q. Voor details over de verschillende modi/functies wordt verwezen naar de relevante paragrafen op de aangegeven pagina's. Voorbereidingen:

1. geschikte netstekker aan het oplaadapparaat bevestigen

2. Batterij laden (z. pagina 145)

3. Hoofdschakelaar op OFF zetten (z. pagina 150)

4. Opgeladen batterij in de camera plaatsen (z. pagina 146)

5. Geheugenkaart plaatsen (z. pagina 148)

6. Objectiefkap verwijderen

7. Hoofdschakelaar op S zetten (z. pagina 150)

8. Gewenste menutaal instellen (z. pagina 152/160)

9. Datum en tijd instellen (z. pagina 152/160)

Sluitertijdwiel en diafragma-instelring op A zetten Belichtings-meetmethode op zetten (z. pagina 152/180) Afstand instelring op AF zetten (z. pagina 152) Afstand meetmethode op Multi Point zetten (z. pagina 172) De ontspanknop tot het eerste drukpunt indrukken om de afstandsinstelling en belichtingsmeting te activeren en op te slaan (z. pagina 151)

6. Ontspanknop voor de opname volledig indrukken

Verkorte handleiding Benodigde delen: –– Camera –– Batterij –– Oplaadapparaat met geschikte netkabel –– Geheugenkaart (niet meegeleverd) Fotograferen: Opnamen bekijken: PLAY-knop indrukken Om andere opnamen te bekijken: Kruisknop links of rechts drukken Opnamen vergroten: Duimwiel draaien of met het gebaar „uit elkaar trekken“ (z. pagina 202) Opnamen wissen: DELETE -knop indrukken en in het daarbij opgeroepen menu de gewenste functie kiezen (z. pagina 212)

UITVOERIGE HANDLEIDING VOORBEREIDINGEN DRAAGRIEM BEVESTIGEN BATTERIJ LADEN De camera wordt door een lithium-ion batterij van de benodigde energie voorzien. Let op:

  • Er mogen uitsluitend de in deze gebruiksaanwijzing genoemde en beschreven resp. de door Leica Camera AG genoemde en beschreven batterijen in de camera worden gebruikt.
  • Deze batterijen mogen uitsluitend met de hiervoor bestemde apparaten en alleen precies zoals hierna beschreven worden opgeladen.
  • Het gebruik van de batterijen tegen de voorschriften en het gebruik van batterijen die niet zijn voorgeschreven, kunnen onder bepaalde omstandigheden tot een explosie leiden.
  • De batterijen mogen niet voor langere tijd aan zonlicht, hitte, luchtvochtigheid of condens worden blootgesteld. Om brand of een explosie te voorkomen mogen batterijen ook niet in een magnetron of in een hoge drukvat worden gelegd.
  • Werp batterijen nooit in vuur omdat ze kunnen exploderen!
  • Vochtige of natte batterijen mogen nooit worden opgeladen of in de camera worden gebruikt.
  • Houd de contacten van de batterijen steeds schoon en vrij toegankelijk. Lithium-ion batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting beveiligd, maar toch mag u de contacten niet in aanraking laten komen met metalen voorwerpen zoals paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan zeer heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken. Eerste hulp:
  • Als batterijvloeistof in contact komt met uw ogen kan blindheid het gevolg zijn. Spoel de ogen onmiddellijk grondig uit met schoon water. Niet in de ogen wrijven. Ga direct naar de dokter.
  • Als gelekte vloeistof op uw huid of kleding komt bestaat er letselgevaar. Was de betreffende bereiken met schoon water. Medische behandeling is niet noodzakelijk. Let op: Zorg ervoor dat de batterijen voor kinderen niet bereikbaar zijn. Het inslikken van batterijen kan verstikking veroorzaken.
  • Als een batterij op de grond valt, dient u onmiddellijk de behuizing en contacten op eventuele schade te controleren. Het plaatsen van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen.
  • Indien de batterij geluiden veroorzaakt, verkleurd, vervormd, oververhit is of lekkages van vloeistof optreden, moet deze onmiddellijk uit de camera of oplaadapparaat worden verwijderd en worden vervangen. Bij voortzetting van het gebruik van de batterij kan dit tot oververhitting met gevaar voor brand en/of explosie leiden.
  • Als er vloeistof lekt of er een brandlucht is, houd dan de batterij uit de buurt van warmtebronnen. De lekkende vloeistof kan gaan branden.
  • Er mogen uitsluitend de in deze gebruiksaanwijzing vermelde en beschreven oplaadapparaten resp. door Leica Camera AG vermelde en beschreven oplaadapparaten worden gebruikt. Het gebruik van andere, niet door Leica Camera AG goedgekeurde oplaadapparaten kan tot schade aan de batterijen leiden en in extreme gevallen ook tot ernstige, levensgevaarlijke verwondingen.
  • Het meegeleverde oplaadapparaat mag uitsluitend voor het opladen van dit type batterij worden gebruikt. Probeer het niet voor andere doeleinden te gebruiken.
  • Zorg ervoor dat het gebruikte stopcontact vrij toegankelijk is.
  • Tijdens het opladen ontstaat warmte. Het opladen mag daarom niet in kleine, gesloten, d.w.z. niet-geventileerde reservoirs plaatsvinden.
  • De batterij en het oplaadapparaat mogen niet worden geopend. Reparaties mogen alleen door erkende werkplaatsen worden uitgevoerd.
  • De batterij kan alleen buiten de camera worden opgeladen.
  • Batterijen moeten worden opgeladen voordat de camera voor de eerste keer wordt gebruikt.
  • De batterij moet een temperatuur tussen 10°C en 30°C hebben om te kunnen worden opgeladen (anders schakelt het oplaadapparaat niet in, resp. weer uit).
  • Lithium-ion batterijen kunnen altijd en onafhankelijk van de actuele laadtoestand worden opgeladen. Als een batterij bij het begin van laden deels is ontladen, wordt volledige lading sneller bereikt.
  • Lithium-ion batterijen moeten alleen in gedeeltelijk opgeladen toestand worden bewaard, d.w.z. niet volledig ontladen, maar ook niet volledig opgeladen. Bij zeer langdurige opslag moeten de batterijen ongeveer tweemaal per jaar gedurende ca. 15 minuten worden opgeladen om diepe ontlading te vermijden.
  • Tijdens het laadproces worden de batterijen warm. Dit is normaal en geen storing.
  • Een nieuwe batterij bereikt zijn volledige capaciteit pas na twee tot drie keer volledig opladen en ontladen door gebruik in de camera. Dit ontlaadproces moet telkens na ca. 25 cycli worden herhaald.
  • De oplaadbare lithium-ion batterijen genereren stroom door interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentemperatuur en luchtvochtigheid beïnvloed. Om een maximale levensduur van de batterij te bereiken moet deze niet voor een langere periode aan extreme (hoge of lage) temperaturen (bijv. 's zomers resp. 's winters in een geparkeerde auto) worden blootgesteld.
  • De levensduur van elke batterij is – zelfs bij optimaal gebruik – begrensd! Na enkele honderden keren opladen wordt dit duidelijk door de korter wordende ontladingstijden.
  • Geef defecte batterijen volgens de desbetreffende voorschriften (z. pagina 135) voor een reglementaire recycling aan een geschikt inzamelpunt af.
  • De verwisselbare batterij voedt een vast in de camera ingebouwde bufferbatterij. Deze bufferbatterij zorgt ervoor, dat de ingevoerde gegevens voor datum en tijd twee dagen lang blijven opgeslagen. Als de bufferbatterij uitgeput is, moet deze door het plaatsen van een opgeladen hoofdbatterij weer worden opgeladen. De volledige capaciteit van de bufferbatterij is – met geplaatste verwisselbare batterij – na ca. 60 uur weer bereikt. De camera moet hiervoor niet zijn ingeschakeld. De datum en tijd hoeven in dit geval niet opnieuw te worden ingevoerd.
  • Verwijder de batterij als u de camera een tijd lang niet gebruikt. Schakel hiervoor van tevoren de camera met de hoofdschakelaar uit. Anders kan de batterij na enkele weken diep worden ontladen, d.w.z. de spanning daalt sterk, omdat de camera, zelfs wanneer deze is uitgeschakeld, een geringe ruststroom verbruikt (bijv. voor de opslag van uw instellingen). OPLAADAPPARAAT VOORBEREIDEN

BATTERIJ IN HET OPLAADAPPARAAT PLAATSEN

Opmerking: Het oplaadapparaat past zich automatisch aan de respectievelijke netspanning aan.

Voorbereidingen Oplaadapparaat met de bijpassende netkabel voor de lokale stopcontacten op het net aansluiten. LAADSTATUS-INDICATOR Het correcte laden wordt door de groen brandende status-LED weergegeven. Als deze uitgaat is de batterij volledig opgeladen.

Batterij plaatsen Voorbereidingen Camera uitschakelen, d.w.z. hoofdschakelaar op OFF zetten Afdekklep van de batterijschacht/ het geheugenkaartvak openen

Batterij verwijderen Indicatie batterijconditie De batterijconditie wordt op de monitor weergegeven (z. pagina 244).

Voorbereidingen Belangrijk: Het verwijderen van de batterij bij ingeschakelde camera kan ertoe leiden dat de instellingen die u in de menu's heeft ingevoerd worden gewist en de geheugenkaart beschadigd kan worden. Opmerkingen:

  • Verwijder de batterij als u de camera een tijd lang niet gebruikt.
  • Uiterlijk nadat een batterij in de camera is uitgeput (na ca. 3 maanden) moeten datum en tijd opnieuw worden ingesteld.

Geheugenkaart plaatsen Geheugenkaart verwijderen In de Leica Q kunnen SD-, SDHC- of SDXC-geheugenkaarten worden gebruikt. ’Klik’

  • Raak de contacten van de geheugenkaart niet aan.
  • Als de geheugenkaart niet te plaatsen is, controleer dan de juiste oriëntatie.
  • Het aanbod van SD/SDHC/SDXC-kaarten is te groot dat Leica Camera AG alle verkrijgbare typen niet volledig op compatibiliteit en kwaliteit kan controleren. Een beschadiging van camera of kaart is weliswaar niet te verwachten, maar omdat vooral zogenoemde „No-Name“-kaarten ten dele niet aan de SD-/ SDHC/SDXC-standaards voldoen, kan Leica Camera AG geen garantie bieden voor een goede werking.
  • Vooral video-opnamen vereisen een hoge schrijfsnelheid.
  • Het vak niet openen en de geheugenkaart noch batterij verwijderen terwijl de status-LED als toegang tot het geheugen van de camera brandt. Anders kunnen de gegevens op de kaart worden vernietigd en bij de camera kunnen storingen optreden.
  • Omdat elektromagnetische velden, elektrostatische lading evenals defecten aan de camera en kaart tot beschadiging of verlies van gegevens op de geheugenkaart kunnen leiden, is het raadzaam de gegevens naar een computer te kopiëren en daar op te slaan. Afdekklep van de batterijschacht/ het geheugenkaartvak sluiten
  • Om dezelfde reden wordt geadviseerd de kaart in principe in een antistatisch foedraal te bewaren.
  • De goede werking van de camera kan niet worden gegarandeerd bij gebruik van WLAN-kaarten.
  • SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten hebben een schakelaar voor schrijfbeveiliging, waarmee de gegevens tegen onopzettelijk opslaan en wissen kunnen worden beschermd. De schakelaar is als schuif op de niet afgeschuinde kant van de kaart uitgevoerd en beveiligt gegevens in zijn onderste stand die met LOCK is gemarkeerd. Let op: Zorg ervoor dat de batterijen voor kinderen niet bereikbaar zijn. Het inslikken van geheugenkaarten kan verstikking veroorzaken. Tegenlichtkap aanbrengen /verwijderen Aanbrengen

1. Schroefdraad-beschermring tegen de wijzers van de klok in

2. Tegenlichtkap met de wijzers van de klok mee tot aan de

aanslag erop schroeven Het verwijderen gebeurt in de omgekeerde volgorde. Opmerking: Zorg ervoor om de schroefdraad-beschermring tegen kwijt raken te bewaren.

DE BELANGRIJKSTE INSTELLINGEN/

BEDIENINGSELEMENTEN HOOFDSCHAKELAAR De Leica Q wordt met de hoofdschakelaar in- en uitgeschakeld: –– OFF = uitgeschakeld –– S = Single (afzonderlijke opnamen) –– C = Continuous (serieopnamen) Serieopname opnamefrequentie Er zijn snelheden Low, Medium of High beschikbaar.

1. In het menu Continuous Shooting kiezen, en

2. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

  • Bij ingeschakelde camera verschijnt het monitorbeeld.
  • Als de hoofdschakelaar op C staat en tegelijkertijd de zelfontspanner wordt gebruikt, vindt slechts een enkele opname plaats.
  • De maximale beeldfrequentie wordt alleen met sluitertijden van ⁄60s en korter bereikt.
  • Ongeacht de hoeveelheid opnamen in een serie, wordt bij de weergave altijd eerst de laatste opname getoond. De overige opnamen van de serie kunnen door indrukken van de rechter resp. linkerkant van de kruisknop worden geselecteerd.
  • Bij de weergave worden opnameseries door gekenmerkt. ONTSPANKNOP Opmerkingen:
  • Via het menusysteem kunnen knopbevestigingen (terugmelding) en sluitergeluiden worden geselecteerd resp. ingesteld en kan hun geluidsvolume worden gewijzigd.
  • Om bewegingsonscherpte te voorkomen moet de ontspanknop gelijkmatig en niet met een schok worden ingedrukt.

Camerabediening De ontspanknop werkt in twee stappen. Door licht indrukken (op drukpunt vasthouden) worden zowel de automatische afstandsinstelling (voor zover ingesteld) alsook de belichtingsmeting- en regeling geactiveerd en de desbetreffende instellingen/waarden opgeslagen. Als de camera eerder in de stand-by modus was, wordt de camera hierdoor weer geactiveerd, en het monitorbeeld verschijnt weer. Let er, voordat u de ontspanknop geheel indrukt, op dat afstandsinstelling/autofocus (voor zover ingeschakeld) en belichtingsmeting uitgevoerd zijn (details over de belichtingsinstelling AF en de bijbehorende weergaven op de monitor, kijk op pagina 180, 248 resp. 244). Als de ontspanknop helemaal wordt ingedrukt, vindt de opname plaats.

MENUBESTURING Het navigeren in het menu gebeurt met de MENU -knop en de kruisknop. Als alternatief voor de kruisknop kan ook het duimwiel worden gebruikt. Bovendien is in sommige submenu's als alternatief ook de touchregeling mogelijk. Op pagina 140 vindt u een lijst van de voor de touchregeling beschikbare gebaren. MENU OPROEPEN MENU -knop indrukken

  • De menulijst verschijnt. De actieve menuoptie is rood onderstreept, zijn schrifttekens zijn wit. Rechts wordt de desbetreffende instelling getoond. Het wit gevulde veld in de schuifbalk aan de linkerkant geeft aan op welke van de vijf pagina's van de menulijst u zich bevindt. PLAY DELETE

OPROEPEN VAN EEN SUBMENU VAN DE MENUOPTIE Bovenste/onderste zijde van de kruisknop drukken of duimwiel draaien Op de rechterkant van de kruisknop of op de set-knop drukken

  • Een submenu verschijnt. Het kan uit de volgende elementen bestaan: – Een lijst van alle instelmogelijkheden – Een verdere lijst met menuopties – Een instelschaal. Het actieve sub-item is rood onderstreept, zijn schrifttekens zijn wit. PLAY DELETE

Keuze van een instelling/waarde in een submenu: Dit „1.-niveau“-submenu kan uit de volgende elementen bestaan: a. Lijst van instelmogelijkheden Verdere procedure: Keuze van de instellingen Kruisknop boven/onder indrukken of duimwiel draaien

  • Het telkens actieve sub-item wisselt. b. Instelschaal Verdere procedure: Keuze van een schaalwaarde, naar keuze – met het duimwiel – door het indrukken van de kruisknop links of rechts – door het aantikken van de gewenste waarde in de reeks – door het trekken van een rechthoek onder de waardenreeks PLAY DELETE PLAY

MENU Lijst submenuopties Verdere procedure (twee stappen): Oproepen van de desbetreffende menuoptie's zoals hierboven bij het "Oproepen van een submenu van de menuoptie" beschreven is, vervolgens als a. PLAY DELETE

  • Het monitorbeeld van de opnamemodus verschijnt weer, half-doorzichtig daarboven de schaal. De ingestelde waarde verschijnt in de rechthoek in het midden van de waardenreeks.

ISO MENU Op de linkerkant van de kruisknop of op de ontspanknop drukken Met de kruisknop

  • De menulijst verschijnt weer, de opgeslagen (vroegere) instelling wordt rechts in de regel met de actieve menuoptie weergegeven.
  • De menulijst verschijnt weer, de bevestigde (nieuwe) instelling wordt rechts in de regel met de actieve menuoptie weergegeven. Verlaten van een submenu zonder bevestiging van een instelling PLAY DELETE
  • Het monitorbeeld van de opnamemodus verschijnt. PLAY DELETE

ISO MENU Opmerking: Worden de schaal-submenu's na het oproepen met de FN -knop weer verlaten, worden de instellingen direct overgenomen. Worden de desbetreffende instellingen niet gebruikt, dan moeten deze in de schaal-submenu's worden teruggezet. Verlaten van het menu met bevestiging van een instelling MENU -knop indrukken

  • Het monitorbeeld van de opnamemodus verschijnt. Ontspanknop indrukken
  • Het monitorbeeld van de opnamemodus verschijnt. PLAY-knop indrukken
  • Het monitorbeeld van de weergavemodus verschijnt. Opmerkingen:
  • Afhankelijk van de overige instellingen zijn sommige functies evt. niet beschikbaar. In dit geval wordt de menuoptie donkergrijs weergegeven en kan niet geselecteerd worden.
  • Het menu wordt gewoonlijk op de positie van de laatst geselecteerde optie geopend.
  • Enkele andere functies worden ook op de in principe gelijke manier geregeld, nadat ze door te drukken op de desbetreffende knoppen zijn opgeroepen: – ISO voor gevoeligheid – DELETE voor het wissen van beeldbestanden/kiezen van de afstandsinstel-meetmethode (alleen in de weergave- resp. opnamemodus) – FN voor het beveiligen van beeldbestanden, resp. opheffen van de wisbescherming (alleen in weergavemodus) In tegenstelling tot de menufuncties kunt u uw instellingen bij deze functies met de ontspanknop bevestigen (door het drukken tot het eerste drukpunt). Meer details hierover vindt u in de betreffende paragrafen.

SNELLE TOEGANG TOT MENUFUNCTIES

Toewijzing van de FN -knop

1. In het menu FN button in LiveView kiezen, en

2. in het submenu de gewenste functie/functiegroep

In de weergavemodus is de functie van de FN -knop daarentegen vastgelegd, deze dient dan voor het oproepen van een menu voor de toegang tot de submenu "Beschermen en diavoorstelling", en de directe toegang tot de menuoptie WLAN. Toepassing van de FN -knop Oproepen van de vastgelegde functie/functiegroep FN -knop indrukken Instellen d.m.v. de met de FN -knop opgeroepen functies/ menuopties De instelling van deze functies, resp. menuopties is verschillend, dat hangt ervan af of het uit de opname- of uit de weergavemodus plaatsvindt, resp. of ze d.m.v. de FN -knop of per menuregeling worden opgeroepen. Verdere details of bijzonderheden vindt u bij de beschrijvingen van de afzonderlijke functies in de betreffende paragrafen.

Camerabediening De FN -knop maakt een bijzonder snelle bediening mogelijk. Hiermee heeft u in opnamemodus een directe toegang tot de menufunctie, waaraan u de knop vooraf hebt toegewezen, bijv. aan die functie, die u het meest gebruikt. Ter keuze staan de volgende functies: –– Witbalans –– Belichtingscorrectie –– Flitsbelichtingscorrectie –– Belichtingsreeks –– Scèneprogramma's/belichtingsmodi –– Foto-bestandsformaat –– Methode belichtingsmeting –– WLAN –– Zelfontspanner In de opnamemodus worden sommige menuopties, bijv. Exposure Compensation , Exposure Bracketing en Flash Exp. Compensation , en submenu's zoals bijv. Color temperature (White Balance) met touchregeling ingesteld, waarbij een stap alternatief ook per knoppenregeling kan worden uitgevoerd. Hetzelfde geldt bijv. voor de menuoptie White Balance , als deze d.m.v. de FN -knop direct wordt opgeroepen (zie hieronder). Voor de weergavemodus met de FN -knop bereikbare Protection -, Slideshow - en WLAN –submenu's geldt hetzelfde: Ook deze kunnen naar keuze touch- of knoppengeregeld worden bediend.

De volgende beschrijving aan hand van het voorbeeld White Balance bij het oproepen d.m.v. de FN -knop geldt in principe voor alle dergelijke menuopties en –sub-items in de opnamemodus. b. D.m.v. trekken Uitgangspositie: Het bijbehorende submenu is al opgeroepen. PLAY DELETE c. D.m.v. kruisknop of duimwiel

PLAY ISO DELETE MENU

De gewenste instelling kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. a. D.m.v. aantikken ISO MENU De ingestelde functie hoeft niet extra te worden bevestigd, deze is onmiddellijk actief. Opmerking: Functies/waarden die in eerste instantie buiten het monitorbeeld liggen, zijn door herhaaldelijk op de functies/waarden te tikken bereikbaar, of, in grotere stappen, door het aantikken van de ,Trek' baan verder buiten.

Protection , Slideshow, WLAN (in de weergavemodus) Uitgangspositie: Het menu is al d.m.v. de FN -knop opgeroepen. b. D.m.v. kruisknop of duimwiel PLAY DELETE

MENU MENU De verdere instellingen, inclusief die in Protection - en Slideshow submenu's, kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd. De verdere bediening van WLAN gebeurt daarentegen weer puur knoppengeregeld in het normale menu. a. D.m.v. aantikken

CAMERA-BASISINSTELLINGEN MENUTAAL In het menu Language en in het submenu gewenste instelling kiezen DATUM/TIJD

1. In het menu Date/Time kiezen

2. in het submenu de gewenste instelling uitvoeren:

–– Waarden/instellingen wijzigen: met duimwiel, resp. kruisknop boven of onder drukken –– tussen instelposities wisselen: Kruisknop links of rechts drukken

3. Set-knop indrukken om submenu te verlaten, inclusief

bevestiging van de instellingen Opmerking: Zelfs als er geen batterij is geplaatst, of als deze leeg is, blijven de instellingen van datum en tijd door een ingebouwde bufferbatterij gedurende circa 3 maanden behouden. Daarna moeten deze echter weer opnieuw worden ingesteld z. pagina 146. AKOESTISCHE SIGNALEN Om de levensduur van de batterij te verhogen kunt u de monitor en/of de camera na een vooraf ingestelde tijd uit laten schakelen.

1. In het menu Power Saving kiezen,

2. in het submenu Auto LCD Off, resp. Auto Power Off, en

3. in de desbetreffende submenu's de gewenste instellingen

Als deze functies geactiveerd zijn, schakelt de camera na de geselecteerde tijd in de energiebesparende stand-by modus, resp. de monitor gaat uit. Met de Leica Q kunt u bepalen of uw instellingen en het verloop van enkele functies door akoestische signalen – er zijn twee volumes selecteerbaar – bevestigd moeten worden of dat het gebruik van de camera en het fotograferen voornamelijk geruisloos verloopt.

1. In het menu Acoustic Signal kiezen,

2. in het submenu Volume , en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

Opmerking: Ook wanneer de camera zich in de stand-by modus bevindt, kan deze altijd door het indrukken van de ontspanknop of door uit- en opnieuw inschakelen met de hoofdschakelaar weer worden geactiveerd. Gewenste signalen instellen

1. In het menu Acoustic Signal kiezen,

2. in het submenu de gewenste vier opties Shutter Sound ,

Keyclick , AF Confirmation en SD Card Full , en

MONITOR-/ZOEKERINSTELLINGEN Camera-basisinstellingen Omschakelen tussen monitor en zoeker De weergaven zijn hetzelfde, ongeacht of ze in de monitor of in de zoeker verschijnen. Of de weergaven in de monitor of in de zoeker plaatsvinden, kunt u in het menu vastleggen. Ook of het omschakelen automatisch plaats moet vinden. Daarnaast kunt u de gevoeligheid van de desbetreffende sensor in het oculair wijzigen om bijv. bij brildragers te garanderen, dat de omschakeling betrouwbaar gebeurt.

1. In het menu Display Settings kiezen,

2. in het submenu EVF-LCD , en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

Omschakelen van de weergaven Naast de weergaven aan de bovenste en onderste rand van het monitorbeeld (z. hiervoor "De weergaven", pagina 244) staan tijdens de opname en weergave meer informatie resp. helpweergaven ter beschikking. Kiezen van de gewenste weergaven Voor de opnamemodus

1. In het menu Photo Live View Setup kiezen,

2. in het submenu Level Gauge , Grid , Clipping of Histogram , en

3. daar de desbetreffende functie in- en uitschakelen

Voor de weergavemodus gebeuren onder de menuoptie Play Mode Setup de desbetreffende instellingen voor Clipping en Histogram net zo. Monitor helderheidsweergave Voor een optimale herkenning en voor het aanpassen aan verschillende lichtomstandigheden kan de helderheid van het monitordisplay worden veranderd.

1. In het menu Display Settings kiezen,

2. in het submenu LCD Brightness , en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

Omschakelen van de weergaven Set-knop indrukken De verschillende varianten zijn in een oneindige lus geschakeld en kunnen daarom door een- of tweemaal indrukken van de knop worden geselecteerd. Histogram In de opnamemodus Foto –– Bovenste en onderste informatieregels –– Raster* –– Waterpas* –– Histogram* –– Clipping* Video –– Bovenste en onderste informatieregels –– Histogram* Foto zonder info –– Raster* –– Onderste informatieregel –– Raster* In de weergavemodus met info

zonder info –– Alleen beeld Bovenste en onderste informatieregels Beeldnummer Histogram* Clipping*

  • Voor zover ingesteld Opmerking: Bij het inschakelen van de opnamemodus verschijnt altijd het laatst gebruikte monitorbeeld. Het histogram geeft de helderheidsverdeling van de opname weer. Daarbij komt de horizontale as overeen met de tinten die van zwart (links) via grijs naar wit (rechts) lopen. De verticale as komt overeen met de hoeveelheid pixels bij de desbetreffende helderheid. Deze grafische weergave maakt – naast de beeldindruk zelf – een extra snelle en eenvoudige beoordeling van de belichtingsinstelling mogelijk. Opmerkingen:
  • In de opnamemodus moet het histogram als "Tendensweergave" worden opgevat en niet als weergave van het precieze aantal pixels.
  • Bij een opname met flits kan het histogram de uiteindelijke belichting niet afbeelden, omdat de flits eerst na de weergave wordt geactiveerd.
  • Het histogram kan bij de weergave van een beeld iets van die bij de opname afwijken.
  • Het histogram is bij de gelijktijdige weergave van meerdere verkleinde, resp. vergrote opnamen niet beschikbaar.

Camera-basisinstellingen Ontspanknop is tot het drukpunt ingedrukt

Clipping Waterpas De Clipping-indicatie kenmerkt heldere beeldgebieden zonder tekening, d.w.z. die, die desbetreffend weergegeven zouden worden (bij de opname), of weergegeven worden (bij de weergave). Dergelijke gebieden knipperen zwart. De Clipping-indicatie maakt daardoor een zeer eenvoudige en nauwkeurige controle en evt. aanpassing van de belichtingsinstelling mogelijk. Dankzij de geïntegreerde sensoren kan de Leica Q uw oriëntatie weergeven. Met de hulp van deze weergaven kunt u bij onderwerpen waarvoor dit van belang is, zoals bijv. architectuur-opnamen met statief, de camera exact op de lengte- en breedte-as uitlijnen.

  • In het monitorbeeld dienen hiervoor voor de lengteas twee lange lijnen links en rechts van het midden van het beeld, die in de nulstand groen, bij een gekantelde positie rood zijn. Voor de breedte-as geven twee groene dubbele lijnen direct links en rechts van het midden van het beeld de nulstand aan. Wanneer de camera gekanteld wordt, zijn deze wit, bovendien verschijnt erboven of eronder een korte rode lijn. PLAY DELETE

ISO MENU Opmerkingen:

  • De Clipping-indicatie is bij video-opnamen niet beschikbaar.
  • De clipping-indicatie is zowel bij de weergave van het volledige beeld, alsook van een uitsnede beschikbaar, maar niet bij gelijktijdige weergave van 12 of 30 verkleinde opnamen.
  • De Clipping-indicator heeft altijd betrekking op de actueel getoonde uitsnede van de opname.
  • De weergavenauwkeurigheid bedraagt ≤1°.
  • De waterpas is bij video-opnamen niet beschikbaar. Raster Opmerking: De raster-weergave is bij video-opnamen niet beschikbaar.

Camera-basisinstellingen Het raster verdeelt het beeldveld in negen gelijk grote velden. Het vergemakkelijkt bijv. de beeldvorming, als ook de precieze oriëntatie van de camera.

OPNAME-BASISINSTELLINGEN JPEG-RESOLUTIE BESTANDFORMAAT Als het JPEG-formaat is gekozen, dan kunnen beelden met vier verschillende resoluties (aantal pixels) worden opgenomen. Dit maakt een precieze afstemming op het voorgenomen gebruik, resp. de capaciteit van de aanwezige geheugenkaart mogelijk. Als opnameformaten staan JPG en DNG + JPG (opname-onbewerkte gegevensformaat) ter beschikking. Instellen van de functie Het oproepen van deze menuoptie kan op twee manieren plaatsvinden, direct met de FN -knop (voor zover het met deze functie bezet is, z. pagina 157), of per menuregeling. De daaropvolgende instelling is ook anders. Met de FN -knop FN -knop (meerdere keren) indrukken De twee varianten zijn als eindeloze lus geschakeld.

  • Het ingestelde formaat verschijnt in een venster onderaan in het midden van het monitorbeeld. Het gaat weer in 4 sec. uit, verdere instelstappen zijn alleen binnen deze tijd mogelijk. Per menuregeling

1. In het menu Photo File Format kiezen, en

2. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

Opmerking: Het opgegeven aantal resterende opnamen of de opnametijd zijn slechts een benaderingswaarde, omdat de bestandsgrootte voor gecomprimeerde beelden sterk kan variëren afhankelijk van het gefotografeerde object.

1. In het menu JPEG Resolution kiezen, en

2. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

Opmerking: De opslag van onbewerkte gegevens (DNG-formaat) gebeurt onafhankelijk van de instellingen voor JPEG-beelden altijd met de hoogste resolutie. De verschillende resoluties van een resolutieniveau hebben betrekken op de geselecteerde beelduitsnede 28/35/50mm Vaste voorinstellingen In de digitale fotografie zorgt de witbalans voor een neutrale, natuurgetrouwe kleurweergave bij elk licht. Dit houdt in dat de camera vooraf erop wordt afgestemd welke kleur als wit moet worden weergegeven. U kunt kiezen uit verschillende voorinstellingen, automatische witbalans, twee vaste handmatige instellingen en directe instelling van de kleurtemperatuur: Instellen van de functie Het oproepen van deze menuoptie kan op twee manieren plaatsvinden, direct met de FN -knop (voor zover het met deze functie bezet is, z. pagina 157), of per menuregeling. De daaropvolgende instelling is ook anders. automatische witbalans voor buitenopnamen in de zon voor buitenopnamen bij bewolkte hemel voor buitenopnamen met het hoofdmotief in de schaduw voor gloeilampbelichting voor belichting met elektronische flits Met de FN -knop

1. FN -knop indrukken, en

2. op de bijbehorende schaal de gewenste functie kiezen

Details over de procedure in de 2de stap vindt u op paginan 157-158. De schaal gaat weer na 4 sec. uit, verdere instelstappen zijn alleen binnen deze tijd mogelijk.

Opname-basisinstellingen Witbalans Per menuregeling

1. In het menu White Balance kiezen, en

2. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

opslaggeheugen voor eigen meetresultaten opslaggeheugen voor eigen meetresultaten

voor de handmatige invoer van een kleurtemperatuur

Handmatige instelling door meting: Menu of set-knop leiden tot afbreken, alleen door het bedienen van de ontspanknop (2de drukpunt) wordt de handmatige meting opgeslagen. Met de FN -knop

1. FN -knop indrukken

1. FN -knop of rechter kant van de kruisknop indrukken

  • In het midden van het monitorbeeld verschijnt een geel kader en daaronder een instructie. PLAY DELETE

2. Met het kader op een uniform wit of grijs voorwerp richten dat

het kader volledig opvult

3. Met MENU -knop meting en opslag uitvoeren

De instellingen kunnen vervolgens met weer worden opgeroepen.

Directe instelling van de kleurtemperatuur Uitgangspositie: K reeds geselecteerd (zie hiervoor de vorige pagina) Bij de instelling van deze functie is er alleen in de 1ste stap een verschil tussen de oproep d.m.v. de FN-knop en per menuregeling. Met de FN -knop

1. FN -knop indrukken

1. FN -knop of rechter kant van de kruisknop indrukken

De verdere bediening is in beide gevallen hetzelfde.

2. Op de bijbehorende schaal de gewenste waarde kiezen

Details over de procedure in de 2de stap vindt u op pagina 158. De schaal gaat weer na 4 sec. uit, verdere instelstappen zijn alleen binnen deze tijd mogelijk. ISO-GEVOELIGHEID Instellen van de functie

1. ISO -knop indrukken, en

  • De lijst met waarden verschijnt.

2. daar de gewenste waarde instellen, naar keuze

–– met het duimwiel –– door het indrukken van de kruisknop links of rechts –– door het aantikken van de gewenste waarde in de lijst –– door het trekken van een rechthoek onder de lijst met waarden

  • De ingestelde waarde verschijnt in de rechthoek in het midden van de lijst met waarden. In de variant AUTO is het mogelijk om het te gebruiken gevoeligheidsbereik te beperken (bijv. de beeldruis te controleren), bovendien kan de langste te gebruiken sluitertijd worden vastgelegd (om bijv. onscherpe opnamen van bewegende objecten te vermijden). Instellen van de functie

1. In het menu Auto ISO Settings kiezen,

2. in het submenu Maximum ISO , resp. Max. exposure time , en

Opname-basisinstellingen De ISO-instelling bepaalt de mogelijke combinaties van sluitertijd en diafragma voor een bepaalde helderheid. Hogere gevoeligheden laten kortere sluitertijden en/of kleinere diafragma's toe (voor "stilzetten" van snelle bewegingen of voor het vergroten van de scherptediepte), waarbij dit echter een hogere beeldruis kan veroorzaken.

JPEG-INSTELLINGEN Opname-basisinstellingen Opmerking: De in de volgende twee paragrafen beschreven functies en instellingen hebben alleen betrekking op opnamen in het JPEG-formaat. Is het DNG-bestandsformaat gekozen, hebben deze instellingen geen effect, omdat de beeldgegevens in dit geval altijd in de oorspronkelijke vorm worden opgeslagen.

Contrast, scherpte, kleurverzadiging Een van de vele voordelen van digitale fotografie is de zeer eenvoudige wijziging van belangrijke, d.w.z. karakter bepalende, doorslaggevende beeldeigenschappen. Bij Leica Q kunt u drie van de belangrijkste beeldeigenschappen al voor de opnamen beïnvloeden: –– Het contrast, d.w.z. het verschil tussen lichte en donkere partijen, bepaalt of een beeld eerder „mat“ of „briljant“ overkomt. Daarom kan het contrast door vergroten of verkleinen van dit verschil worden beïnvloed. –– Een scherpe afbeelding door de juiste afstandsinstelling – tenminste van het hoofdonderwerp - is een voorwaarde voor een gelukte opname. De scherpe indruk van een beeld wordt weer sterk bepaald door de scherpte aan de zijkanten, d.w.z. hoe klein het overgangsgebied van licht naar donker aan de zijkanten van het beeld is. Door het vergroten of verkleinen van dit gebied kan dus ook de indruk van scherpte worden gewijzigd. –– De kleurverzadiging bepaalt of de kleuren op het beeld meer „flets“ en pastelkleurig of „knallend“ en bont overkomen. Terwijl lichtomstandigheden en weersgesteldheid (nevelig/helder) voor de opname gegeven zijn, kan de weergave hier goed worden beïnvloed. Bij alle drie beeldeigenschappen kunt u – onafhankelijk van elkaar – tussen twee stappen kiezen. Instellen van de functie

1. In het menu JPEG Settings kiezen,

2. in het submenu Contrast , resp. Saturation , resp.

3. in de desbetreffende submenu's de gewenste instellingen

In het Saturation -submenu is voor Z/W-opnamen extra de instelling Monochrom beschikbaar. Beeldstabilisatie Voor de verschillende doeleinden van digitale beeldbestanden zijn de eisen die aan de kleurweergave worden gesteld zeer uiteenlopend. Daarom zijn verschillende kleurruimtes ontwikkeld, zoals bijv. Standard-RGB (Rood/Groen/Blauw) dat voor eenvoudige afdrukken volstaat. Voor veeleisende beeldbewerking met programma's, bijv. voor kleurcorrecties, heeft in deze branche Adobe® RGB bekendheid gekregen. In het voorstadium van professioneel afdrukken wordt vaak met ECI gewerkt. De Leica Q kan op een van deze drie kleurruimtes worden ingesteld, d.w.z. sRGB , Adobe RGB of ECI RGB . Hoe slechter het licht voor opnamen, hoe langer zijn de voor een correcte belichting benodigde sluitertijden. Dit leidt al snel tot sluitertijden waarbij bewegingsonscherpte mogelijk is. De optische beeldstabilisatie van de Leica Q kan bij motieven, die niet of slechts langzaam bewegen, tegenwerken. Video-opnamen profiteren ook door een duidelijk rustigere beeldgeleiding. De effectiviteit van het systeem bedraagt meerdere sluitertijd-stappen, d.w.z. er kunnen met navenant langere sluitertijden dan volgens de vuistregel voor de "grens van de vrije hand" nog scherpe opnamen uit de hand worden uitgevoerd. Instellen van de functie

1. In het menu JPEG Settings kiezen,

2. in het submenu Color Management , en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

Instellen van de functie

1. In het menu OIS kiezen, en

2. in het submenu in- en uitschakelen

Opname-basisinstellingen Kleurruimte Opmerkingen:

  • Wanneer u uw afdrukken door een groot fotolaboratorium, een minilab of via internet fotoservice laat maken, dient u de instelling sRGB te kiezen.
  • De instelling op Adobe RGB is alleen raadzaam voor professionele beeldbewerking in een werkomgeving met geijkte kleuren.

OPNAMEMODUS Opnamemodus BEELDUITSNEDE WIJZIGEN Naast de altijd getoonde beelduitsnede van de Summilux 1,7/28mm ASPH. zijn twee verdere grootten voor de beelduitsnede beschikbaar. Ze komen overeen met die u met objectieven met een brandpuntsafstand van 35mm of 50mm zouden krijgen. De in de fabrieksinstelling aan deze functie toegewezen duimknop maakt de directe aanpassing naar één van de drie beelduitsneden mogelijk. Ongeacht daarvan is in het menu de permanente instelling van een beelduitsnede mogelijk. Weergaven/beeldvorming Bij het gebruik van de 35mm en 50mm instellingen verschijnt een kader die de desbetreffende beelduitsnede weergeeft. Plaats de delen van het motief die u wilt afbeelden binnen het desbetreffende kader. F2.8 1/8000 ISO 12500 EV 999-9000 Toewijzing van de duimknop

1. In het menu Zoom/Lock Button kiezen, en

2. in het submenu Digital Zoom

Toepassing van de duimknop Duimknop indrukken De brandpuntsafstanden zijn als eindeloze lus voorbereid, u bereikt ze alle drie door meerdere keren te drukken. INFO 22:45PM 22.02.2012 F2.8 12MP 8234/9999 1/8000 ISO 12500 EV 999-9000 Instellen in het menu

1. In het menu Digital Zoom kiezen, en

2. in het submenu de gewenste brandpuntsafstand

INFO 22:45PM 22.02.2012

Opnamemodus Opmerkingen:

  • De als uitsnede opgenomen DNG-bestanden bevatten ondanks de instellingen altijd het volledige 28mm beeldveld, een aanvullende informatie in het record zorgt voor de weergave van de geselecteerde beelduitsnede. De JPEG-bestanden daarentegen bevatten daadwerkelijk alleen de desbetreffende uitsnede. Als gevolg kan de selectie van de uitsnede bij de beeldverwerking achteraf bij DNG-bestanden ongedaan worden gemaakt, bij JPEG-bestanden echter niet.
  • De resolutie van de uitsnede is zowel in het DNG- als ook in het JPEG-formaat overeenkomstig lager
  • Belichtingsmeting, automatische witbalans, en de op meerveld en gezicht betrekking hebbende AF-modi werken op basis van de geselecteerde uitsnede.

AFSTANDSINSTELLING AFs (Single) scherpe prioriteit Met de Leica Q kan de afstandsinstelling zowel automatisch als ook handmatig gebeuren. Beide modi dekken het afstandsbereik af van 30cm tot oneindig, resp. in het macrobereik van 17cm tot 30cm.

1. AF-ver-/ontgrendelingsknop ingedrukt houden en de

afstand-instelring in de AF -stand draaien

2. Ontspanknop tot het eerste drukpunt indrukken om de

scherpte en daarmee ook de afstand automatisch te bepalen, in te stellen en op te slaan. –– Het beoogde motiefdeel word scherp gesteld. –– Daarna wordt de procedure beëindigd, ook dan, wanneer de ontspanknop verder in het 1ste drukpunt worden gehouden. –– Zolang de ontspanknop in het drukpunt wordt vastgehouden, is de instelling opgeslagen. –– Voordat er scherp gesteld is, kan niet worden geactiveerd, ook niet als de ontspanknop van te voren volledig wordt ingedrukt.

  • Een geslaagde en opgeslagen AF-instelling wordt als volgt weergegeven: –– de kleur van de rechthoek wordt groen –– Met de meerveldsmeting verschijnen evt. meerdere groene rechthoeken –– Een akoestisch signaal wordt gegenereerd (indien geselecteerd). AUTOMATISCHE AFSTANDSINSTELLING/ AUTOFOCUS Er zijn twee autofocus-modi beschikbaar. Bij beiden wordt de instelprocedure door aantikken (1ste drukpunt) van de ontspanknop gestart. Opmerking: Scherpte-instelling en -opslag kunnen ook met de duimknop worden gestart, resp. uitgevoerd, wanneer de knop aan deze functie is toegewezen.

AFc (Continuous) = ontspan prioriteit Opmerkingen:

  • De automatische scherpte-instelling kan ook door aanraking worden geregeld (z. pagina 177).
  • Het opslaan geschiedt samen met de belichtingsinstelling.
  • In bepaalde situaties kan het AF-systeem de afstand niet correct instellen, bijv.: –– de afstand tot het beoogde motief ligt buiten het beschikbare bereik, en/of –– het motief is niet voldoende belicht, (z. volgende paragraaf). Zulke situaties en motieven worden getoond:
  • door verandering van de kleur van de rechthoek in rood
  • met de meerveldsmeting door wissel van de weergave naar een enkele rode rechthoek Belangrijk: De ontspanknop is niet geblokkeerd, onafhankelijk of de afstandsinstelling voor het desbetreffende motief correct is of niet. AF-HULPLICHT Het ingebouwde AF-hulplicht breidt het gebruiksbereik van het AF-systeem ook uit bij slechte lichtomstandigheden. Als de functie is geactiveerd begint de lamp onder dergelijke omstandigheden te branden, zodra de ontspanknop of de duimknop wordt ingedrukt.

1. AF-ver-/ontgrendelingsknop ingedrukt houden en de

afstand-instelring in de AF -stand draaien

2. Ontspanknop tot het eerste drukpunt indrukken

–– Het beoogde motiefdeel word scherp gesteld. –– De procedure wordt voortgezet, zolang de ontspanknop in het drukpunt wordt vastgehouden. Tijdens de vasthoudtijd wordt de instelling gecorrigeerd, altijd wanneer door het meetsysteem andere voorwerpen in andere afstanden worden geregistreerd, of de afstand van het beoogde motiefdeel tot de camera verandert. –– Het opslaan van een instelling is alleen door het indrukken van de duimknop mogelijk, voor zover de knop aan deze functie is toegewezen (z. pagina 186). –– Ook als er geen motiefdeel is scherp gesteld, kan altijd worden geactiveerd. Instellen van de functie

1. In het menu Focus kiezen,

2. in het submenu AF Assist Lamp , en

3. daar de gewenste instelling

Opmerking: Het AF-hulplicht verlicht een bereik van ca. 0,3 tot 5m. Daarom is het AF-gebruik bij slechte lichtomstandigheden op afstanden buiten deze grens niet mogelijk.

AUTOFOCUS-MEETMETHODEN 1-veld-meting Voor de optimale aanpassing van het AF-systeem aan verschillende motieven, situaties en uw verwachtingen voor de beeldvorming kunt u met de Leica Q tussen zes AF-meetmethoden kiezen Deze meetmethode registreert uitsluitend de motiefdelen in het midden van het monitorbeeld. Dankzij het kleine meetbereik van de 1-veld-meting kan deze op kleine motiefdetails worden geconcentreerd. Instellen van de functie

1. In het menu Focus kiezen,

2. in het submenu AF Mode , en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

Meerveldsmeting Deze meetmethode registreert het motief met in totaal 49 velden en biedt zo een maximale zekerheid voor momentopnamen.

  • Een succesvolle scherpte-instelling wordt voor de desbetreffende motiefdelen door de verschijning van een groen kader weergegeven. Indien er echter geen scherpte-instelling mogelijk is, dan wordt dit door een rood kader in het midden van het beeld gesignaleerd. Bij deze meetmethode kunt u het AF-kader naar een willekeurige positie van het monitorbeeld verplaatsen, bijv. voor een eenvoudiger gebruik met motieven die buiten het midden liggen. Dit kan op twee manieren gebeuren. Knoppengeregeld Met de kruisknop het AF-kader in de gewenste positie verplaatsen U kunt het kader altijd weer in de middelste positie terugzetten: Monitor op willekeurige plaats dubbel aantikken Touchgeregeld

1. Meetkader aangeraakt houden tot rode driehoeken verschijnen

2. Meetkader op gewenste positie trekken

Meetkader direct op de middenpositie brengen: Monitor op willekeurige plaats dubbel aantikken Opmerking: Na het uit- en weer inschakelen van de camera is het meetveld eerst altijd in het midden.

Autofocus met touchregeling Deze modus is een variant van de 1-veld-meting, die erbij kan helpen om ook een bewegend motief scherp af te beelden. Daarbij wordt de scherpte-instelling automatisch bijgeregeld, nadat deze het gewenste motief geregistreerd heeft. Met deze AF-modus start u het automatisch scherpstellen door het aantikken van het gewenste motiefdeel in het monitorbeeld. Dit kan op een willekeurige plaats geschieden.

  • AF-meetveld-kaderkleur met deze modus: Werkwijze

1. Meetveld op het gewenste motief richten

2. Ontspanknop tot het 1ste drukpunt indrukken

  • Het meetsysteem registreert en slaat het beoogde motief op.

3. Ontspanknop tot de gewenste opnamesituatie ingedrukt

  • het kader ‚volgt‘ het opgeslagen motief.

4. Ontspanknop voor de opname doordrukken

  • Voor het opslaan van het motief kan het meetveld net zoals bij de 1-veld-meting worden verschoven.
  • De vervolging werkt ongeacht of op AFs of AFc als AF-modus is ingesteld.
  • De vervolging wordt beëindigd wanneer de ontspanknop vóór de opname wordt losgelaten. Het meetveld blijft in dit geval op de als laatst bereikte plaats. Blauw Modus ingeschakeld, scherpstellen nog niet plaatsgevonden Groen Scherpstellen van het aangetikte motiefdeel succesvol, verandert na de opname terug naar blauw, kader blijft op aangetikte plaats Rood Scherpstellen niet succesvol, verandert kort daarna terug naar blauw, kader blijft op aangetikte plaats

Opnamemodus Motief vervolging Opmerkingen:

  • De AF-functie kan met deze modus niet met de ontspanknop worden gestart, maar wel met de duimknop, voor zover deze aan deze functie is toegewezen. Daarbij wordt de als laatst gebruikte positie van het meetkader gebruikt.
  • De door het aantikken vastgelegde positie van het meetkader is volkomen onafhankelijk van een evt. in het kader van de 1-veld-meting verschoven meetkader.
  • Na het uit- en weer inschakelen van de camera is het meetkader altijd in het midden van zijn uitgangspositie.

Activeren met touchregeling Gezichtsherkenning Opnamemodus Met deze AF-modus kunt u een opname activeren door het aantikken van het gewenste motiefdeel in het monitorbeeld. De werkwijze van de AF-functie voor de activering en de weergaven voor en na de activering komen overeen met de beschrijvingen in de vorige paragraaf.

  • Ter onderscheiding van de touchgeregelde autofocus bevat het blauwe meetveldkader bovendien in het midden, een blauw kruis. In deze modus herkent de Leica Q automatisch gezichten in het beeld en stelt scherp op de gezichten op de kortste afstand. Worden er geen gezichten herkend dan wordt meerveldmeting toegepast. Opmerkingen:
  • De functie van de ontspanknop blijft onveranderd, onafhankelijk of de modus ingesteld is of niet.
  • De door het aantikken vastgelegde positie van het meetkader is volkomen onafhankelijk van een evt. in het kader van de 1-veld-meting verschoven meetkader.
  • Wanneer deze modus en de zelfontspanner zijn ingesteld, start het aantikken de voorlooptijd.
  • Zolang deze modus is ingesteld kan de weergavemodus niet touchgeregeld worden opgeroepen. Handmatige afstandsinstelling Bij bepaalde motieven en situaties kan het nuttig zijn de afstandsinstelling zelf uit te voeren in plaats van met autofocus te werken. Bijvoorbeeld als dezelfde instelling voor meerdere opnamen nodig is en het gebruik van de meetwaarde-opslag ingewikkelder zou zijn of als bij landschapsopnamen de instelling op oneindig behouden moet worden of als slechte, d.w.z. zeer donkere lichtomstandigheden geen resp. alleen een langzamere AF-modus toestaan. Omschakelen

1. AF-ver-/ontgrendelingsknop in de vingergreep van het

objectief ingedrukt houden, en

2. afstandsring aan het objectief draaien, tot het gewenste

motiefdeel scherp wordt afgebeeld Opmerking: De instelling van oneindig ligt iets voor de mechanische aanslag. Dit is noodzakelijk om te garanderen dat een optimale scherpte onder alle omstandigheden kan worden bereikt, zoals bijv. bij verschillende temperaturen.

HULPFUNCTIES VOOR HANDMATIGE AFSTANDSINSTELLING

Werkwijze Instellingen

1. In het menu Focus kiezen,

2. in het submenu MF Assist , en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

Als u Focus Peaking gebruikt, kunt u de markeringskleur kiezen.

1. In het menu Focus kiezen,

2. in het submenu Fokus-Peaking Setting , en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

4. Beelduitsnede bepalen

5. De afstand-instelring van het objectief zodanig draaien, dat de

gewenste motiefdelen scherp worden weergegeven, en/of de randen gemarkeerd worden

  • Vergrote weergave: Zodra de afstandsring verdraaid wordt, wisselt het monitorbeeld naar een 3-voudig vergrote uitsnede. Bovendien verschijnt een weergave, die de vergrotingsfactor aangeeft, en op de mogelijkheid wijst deze met de set-knop te veranderen. Door te drukken op de set-knop kan de vergroting naar 6-voudig worden verhoogd resp. tussen de twee vergrotingen worden omgeschakeld. Door te drukken op de duimknop kan altijd weer het normale monitorbeeld worden opgeroepen. Ca 5 sec. na het laatste draaien van de afstandsring verschijnt automatisch het normale monitorbeeld weer. De eerst verschijnende vergrotingsfactor is altijd de laatst gebruikte.
  • Markering scherp afgebeelde motiefdelen: Alle motiefdelen die bij de betreffend ingestelde afstand scherp worden afgebeeld, worden door contouren in de geselecteerde kleur gemarkeerd.

Opnamemodus Om de instelling te vergemakkelijken of om de instelnauwkeurigheid te verhogen zijn met de Leica Q twee hulpmiddelen beschikbaar:

  • De vergrote weergave van een gemiddelde uitsnede. Achtergrond: Des te groter de details van het motief worden afgebeeld, des te beter kan hun scherpte worden beoordeeld en hoe nauwkeuriger de afstand kan worden ingesteld.
  • De markering van scherp afgebeelde motiefdelen U kunt de randen van scherp afgebeelde motiefdelen in kleur markeren, zodat de optimale instelling zeer eenvoudig te herkennen is. Dankzij de beschikbare vier kleuren kunt u de weergave aan elke achtergrond aanpassen. Opmerking: Deze markering van scherp afgebeelde motiefdelen baseert op motiefcontrast, d.w.z. op licht/donker-verschillen.

BELICHTINGSMETING EN -REGELING

Opnamemodus Methoden belichtingsmeting Voor de aanpassing aan de heersende lichtomstandigheden, aan de situatie resp. uw werkwijze en uw creatieve ideeën zijn er met de Leica Q drie belichtingsmeetmethoden beschikbaar. Instellen van de functie Het oproepen van deze menuoptie kan op twee manieren plaatsvinden, direct met de FN -knop (voor zover het met deze functie bezet is, z. pagina 157), of per menuregeling. De daaropvolgende instelling is ook anders. Met de FN -knop FN -knop (meerdere keren) indrukken De drie varianten zijn als eindeloze lus geschakeld.

  • De ingestelde meetmethode verschijnt in een venster onderaan in het midden van het monitorbeeld. Het gaat weer in 4 sec. uit, verdere instelstappen zijn alleen binnen deze tijd mogelijk. Per menuregeling

1. In het menu Exposure Metering , en

2. in het submenu gewenste instelling kiezen

Meerveldsmeting Bij deze meetmethode analyseert de camera automatisch de helderheidsverschillen in het motief en trekt hij op grond van de vergelijking met ingeprogrammeerde helderheidsverdelingspatronen conclusies over de vermoedelijk positie van het hoofdmotief en de beste (compromis-) belichting die daarbij past. Deze methode is daarom bijzonder geschikt voor spontaan, ongecompliceerd en toch zeker fotograferen ook onder lastige omstandigheden en zodoende voor het gebruik in combinatie met de programma-automaat. Midden georiënteerde meting Deze meetmethode weegt het midden van het beeldveld het sterkste mee, maar registreert ook alle andere gedeelten. Zij maakt het mogelijk – met name in combinatie met de meetwaardenopslag – de belichting gericht op bepaalde motiefgedeelten af te stemmen, terwijl tegelijk rekening wordt gehouden met het totale beeldveld. Spotmeting Deze meetmethode is uitsluitend geconcentreerd op een klein bereik in het midden van het beeld. Zij maakt het mogelijk kleine en allerkleinste details voor een precieze belichting exact te meten – bij voorkeur in combinatie met de handmatige instelling. Bij tegenlichtopnamen moet meestal worden voorkomen dat de lichtere omgeving tot onderbelichting van het hoofdmotief leidt. Met het veel kleinere meetveld van de spotmeting kunnen ook zulke motiefdetails doelgericht worden beoordeeld. BELICHTINGSREGELING De scèneprogramma's Hiervoor kunt u onder de menuoptie Scene voor bijzonder eenvoudig en zeker fotograferen tussen tien ‚uitgebreide` programma-automaat varianten kiezen. Een hiervan is de „momentopname“-automaat voor algemeen gebruik, acht zijn op de speciale eisen van vaak voorkomende motieftypen afgestemd, en één - Digiscoping - is voor het fotograferen bij vaste montage van de camera op de telescoop bestemd. Daarnaast zijn er drie verdere programma's: Miniatuureffect Beperking van het focusgebied op een horizontale of verticale lijn binnen het beeldveld Panorama automatisch maken van panoramaopnamen Time lapse Intervalopnamen Details over deze drie functies vindt u in de desbetreffende paragrafen op de pagina's 189, 190 en 192. In al deze gevallen worden naast de sluitertijd en diafragma ook een aantal andere functies automatisch geregeld. Instellen van de functie Het oproepen en het instellen van deze menuoptie kan op twee manieren plaatsvinden, of d.m.v. directe toegang met de FN -knop (voor zover het met deze functie bezet is, z. pagina 157), of per menuregeling. Met de FN -knop

1. FN -knop indrukken, en

2. op de bijbehorende schaal de gewenste functie/programma

kiezen Details over de procedure in de 2de stap vindt u op pagina 158. De schaal gaat weer na 4 sec. uit, verdere instelstappen zijn alleen binnen deze tijd mogelijk.

Opnamemodus Voor een optimale aanpassing aan het desbetreffende motief of uw favoriete werkwijze zijn met de Leica Q de vier belichtingsmodi programma-, tijd- en diafragma-automaat, evenals de volledige handmatige instelling beschikbaar. Per menuregeling

1. In het menu Scene kiezen, en

2. in het submenu PASM , wanneer u met één van de vier in het

begin vermelde belichtingsmodi wilt werken, of het gewenste motiefprogramma Het maken van een opname met de motiefprogramma's geschiedt, met uitzondering van de niet noodzakelijke instelling van sluitertijd en diafragma, zoals bij de programma-automaat op pagina 183 is beschreven. Opmerkingen bij het gebruik van een motiefprogramma:

  • De programma-shift-functie (z. pagina 183), en enkele menuopties zijn niet beschikbaar.
  • Het sluitertijdwiel en de diafragmaring zijn zonder functie, d.w.z. hun instelling is niet van belang.

Belichtingsmodi P, A, S, M Sluitertijd fijne instelling Opnamemodus De keuze van deze vier modi gebeurt met het sluitertijdwiel en/of diafragmaring. Beide hebben handmatige instelbereiken met klikstanden -het sluitertijdwiel in hele stappen, de diafragmaring in 1⁄3-stappen, en beide hebben een A -stand voor de automatische werking. Afhankelijk van de instelling van het sluitertijdwiel zijn met het duimwiel de volgende extra instellingen mogelijk: Per klikstand van het duimwiel wordt de ingestelde sluitertijd met 1⁄3 EV veranderd, het verstelbereik bedraagt maximaal 2⁄3EV. Programma-shift Fijne instelling van de sluitertijd in +- 1⁄3EV stappen -2⁄3 EV tot 30s en T +2⁄3 EV tot 1⁄16000 s Bovendien kunnen bij P, S en A met het duimwiel belichtingscorrecties worden ingesteld (z. hiervoor pagina 158/178)

Voorbeelden: –– ingestelde sluitertijd 1⁄125s + duimwiel met één klikstand naar links draaien = 1⁄100s –– ingestelde sluitertijd 1⁄500s + duimwiel met twee klikstanden naar rechts draaien = 1⁄800s Langere sluitertijden dan 1s instellen

1. Sluitertijdwiel op 1+ zetten

2. Gewenste sluitertijd met duimwiel instellen

Opmerking: Afhankelijk van de heersende lichtomstandigheden kan de helderheid van het monitorbeeld van de werkelijke opnamen afwijken. Met name bij langdurige belichtingen van donkere motieven lijkt het motiefbeeld duidelijk donkerder dan de - correct belichte - opname.

PROGRAMMA-AUTOMAAT - P

Maken van een opname met deze modus

1. Diafragma-instelring en sluitertijdwiel in hun A -standen draaien

2. Ontspanknop tot het drukpunt drukken

Als het automatisch ingestelde waardenpaar voor de bestemde beeldvorming geschikt lijkt:

3. Ontspanknop voor de opname volledig indrukken

Als dat niet het geval is kunt u het waardenpaar vóór het activeren wijzigen. WIJZIGEN VAN DE VOORGEGEVEN SLUITERTIJDDIAFRAGMA-COMBINATIES (SHIFT) Het wijzigen van de voorgegeven waarden met de shift-functie combineert de betrouwbaarheid en snelheid van de volautomatische belichtingsregeling met de mogelijkheid te allen tijde de door de camera gekozen tijd/diafragma-combinatie naar eigen wens te variëren. Instellen van de functie Voor kortere sluitertijden, bijv. bij sportfotografie, duimwiel naar rechts draaien, voor een grotere scherptediepte, bijv. bij opnamen van landschappen, naar links (in de veronderstelling dat u de daaruit voortvloeiende langere sluitertijden accepteert)

  • Geshiftete waardenparen zijn met een sterretje naast de P gekenmerkt.

Opnamemodus Voor snel, volautomatisch fotograferen. De belichting wordt door automatische instelling van sluitertijd en diafragma geregeld. De totale belichting, d.w.z. de helderheid van het beeld, blijft daarbij ongewijzigd. Om een correcte belichting te garanderen is het verstelbereik begrensd. Om onbedoeld gebruik te voorkomen, keren de waarden na elke opname en ook als de belichtingsmeting na 12s automatisch wordt uitgeschakeld, weer naar de door de camera voorgegeven waarden terug.

DIAFRAGMA-AUTOMAAT - S

De automatische tijdsinstelling bestuurt de belichting automatisch bij handmatige instelling van de diafragma. Deze is daarom bijzonder geschikt voor opnamen waarbij scherptediepte het beslissende beeldvormgevingselement is. Met een overeenkomstige kleine diafragmawaarde kunt u het bereik van de scherptediepte verkleinen, bijvoorbeeld om bij een portret het scherp afgebeelde gezicht tegen een onbelangrijke of storende achtergrond "vrijlaten", of omgekeerd met een overeenkomstige grotere diafragmawaarde het bereik van de scherptediepte vergroten om bij een landschapsopname alles van voor- tot achtergrond scherp weer te geven. De diafragma-automaat regelt de belichting automatisch in overeenstemming met de handmatig vooraf ingestelde sluitertijd. Deze is daarom bijzonder geschikt voor opnamen van bewegende motieven, waarbij de scherpte van de afgebeelde beweging het beslissende beeldvormgevingselement is. Met een desbetreffende korte sluitertijd kunt u bijv. ongewenste bewegingsonscherpte vermijden, d.w.z. uw motief "bevriezen", of, omgekeerd, met een overeenkomstige langere sluitertijd de dynamiek van de beweging door gerichte "veegeffecten" tot uiting brengen. Maken van een opname met deze modus

1. Sluitertijdwiel in de A -stand draaien

2. Gewenste diafragmawaarde met bijbehorende ring instellen

3. Ontspanknop tot het drukpunt drukken

Als de automatische ingestelde sluitertijd voor de bestemde beeldvorming geschikt lijkt:

4. Ontspanknop voor de opname volledig indrukken

Als dat niet het geval is kunt u de diafragmawaarde vóór het activeren ook wijzigen. Opmerking: Duimwieltoewijzing zoals op de voorafgaande pagina beschreven.

Maken van een opname met deze modus

1. Diafragma instelring in de A -stand draaien

2. Gewenste sluitertijd instellen

–– met het sluitertijdwiel - voor hele stappen –– evt. extra met het duimwiel voor een fijne instelling in ⁄3-stappen

3. Ontspanknop tot het drukpunt drukken

Als de automatisch ingestelde diafragmawaarde voor de bestemde beeldvorming geschikt lijkt:

4. Ontspanknop voor de opname volledig indrukken

Als dat niet het geval is kunt u de sluitertijd vóór het activeren ook wijzigen.

HANDMATIGE INSTELLING - M

Maken van een opname met deze modus 1. Gewenste sluitertijd-/diafragmawaarden instellen, sluitertijdmet het sluitertijdwiel voor hele stappen, evt. extra met het duimwiel voor een fijne instelling in 1⁄3-stappen, diafragmawaarde met de bijbehorende ring

2. Ontspanknop tot het drukpunt drukken

  • De belichtingsregeling gebeurt met behulp van de schaalverdeling van de lichtschaal: –– Geen witte schaallijnen = correcte belichting –– Witte schaallijnen links of rechts van de middenmarkering = onder-, resp. overbelichting met de getoonde maat, resp. met meer dan ±3EV (Exposure Value = belichtingswaarde)

3. Eventueel voor een correcte belichting de instellingen zo

aanpassen, dat alleen de middelste markering wordt getoond

Opnamemodus Als u bijv. gericht een speciaal beeldeffect wilt verkrijgen die alleen door een heel bepaalde belichting te bereiken is, of bij meerdere opnamen met verschillende beeldfragmenten wilt zorgen voor absoluut identieke belichting, biedt zich de handmatige instelling van sluitertijd en diafragma aan. Als de ingestelde waarden en/of de belichting voor de bestemde beeldvorming geschikt lijkt:

4. Ontspanknop voor de opname volledig indrukken

MEETWAARDENOPSLAG Om reden van beeldvorming kan het van voordeel zijn het hoofdmotief niet in het midden van het beeld te plaatsen. In zulke gevallen maakt het de meetwaardenopslag - met de belichtingsmodi P, S en A evenals de AF -modus 1-veld- en spotmeting mogelijk, eerst het hoofdmotief te meten en deze instelling zolang vast te houden tot u uw definitieve beeldfragment hebt bepaald en wilt activeren. In de fabrieksinstelling vindt het opslaan met de ontspanknop plaats. U kunt de opslagfunctie echter ook tussen de ontspanknop en de duimknop verdelen, of beide met de duimknop uitvoeren. Maken van een opname met deze functie:

1. Het deel van uw motief, waarop de scherpte en belichting

moet worden afgestemd, met het AF-kader viseren

2. Door het drukken op de ontspanknop tot het eerste drukpunt

en/of op de duimknop scherpte en belichting instellen en opslaan

3. Ontspanknop verder half ingedrukt houden of duimknop stevig

vasthouden en door zwenken van de camera de uiteindelijke beelduitsnede bepalen

4. Evt. duimknop verder ingedrukt houden en ontspanknop voor

de opname geheel doordrukken Kiezen van de duimknopfunctie

1. In het menu Zoom/Lock Button -instelling kiezen, en

2. in het submenu AEL / AFL , AFL of AEL

Opmerking: Vóór de opname kan een onbeperkt aantal metingen voor het geheugen worden verricht. Delen van taken Functies Menu-instelling Ontspanknop Duimknop Digitale zoomfunctie* Belichting en scherpte

  • De functies omvatten telkens instelling en opslag

BELICHTINGSCORRECTIES Instellen van de functie Het oproepen van deze menuoptie kan op twee manieren plaatsvinden, direct met de FN -knop (voor zover het met deze functie bezet is, z. pagina 157), of per menuregeling. Met de FN -knop FN -knop (meermaals) indrukken De drie functies Exposure Compensation , Exposure Bracketing en Flash Exp. Compensation zijn als eindeloze lus geschakeld. Per menuregeling

1. In het menu Exposure Compensation kiezen

De verdere bediening is in beide gevallen hetzelfde.

2. Op de bijbehorende schaal de gewenste waarde kiezen

Details voor de procedure vindt u op pagina 158. Ter beschikking staan de waarden van +3 tot -3EV in 1⁄3EV-stappen.

  • Tijdens het instellen kunt u het effect op het desbetreffend donkerder of lichter wordende monitorbeeld observeren. In het normale monitorbeeld wordt de ingestelde correctiewaarde op de lichtschaal weergegeven. Bij het oproepen van het menupunt met de FN -knop gaat de schaal weer na 4s uit, verdere instelstappen zijn alleen binnen deze tijd mogelijk.

Opnamemodus Sommige motieven bestaan hoofdzakelijk uit oppervlakken die onder- of bovengemiddeld lichte oppervlakken, bijvoorbeeld bij grote sneeuwvlakten of, andersom, een zwarte stoomlocomotief die het beeld geheel vult. Met de belichtingsmodi P, S en A kan het in zulke gevallen doelmatiger zijn om een desbetreffende belichtingscorrectie uit te voeren, i.p.v. telkens met de meetwaardeopslag te werken. Hetzelfde geldt in het geval dat u voor meerdere opnamen telkens een identieke belichting wilt garanderen. Opmerkingen:

  • Bij handmatige instelling van de belichting is geen belichtingscorrectie mogelijk.
  • Een ingestelde correctie blijft ook na een willekeurig aantal opnamen en zelfs na het uitschakelen van de camera actief, resp. zolang tot ze op ±0 wordt geschakeld.

AUTOMATISCHE BELICHTINGSREEKSEN Contrastrijke motieven, die zowel zeer lichte als ook zeer donkere bereiken vertonen, kunnen - afhankelijk van de verlichting - tot zeer verschillende beeldeffecten leiden. Met de automatische belichtingsreeks kunt u een serie van drie opnamen met gestaffelde belichting maken. Daarna kunt u de meest succesvolle opname voor verder gebruik selecteren. Instellen van de functie Het oproepen van deze menuoptie kan op twee manieren plaatsvinden, direct met de FN -knop (voor zover het met deze functie bezet is, z. pagina 157), of per menuregeling. Met de FN -knop FN -knop (meermaals) indrukken De drie functies Exposure Compensation , Exposure Bracketing en Flash Exp. Compensation zijn als eindeloze lus geschakeld. Per menuregeling

1. In het menu Exposure Compensation kiezen en

2. Set-knop of rechter kant van de kruisknop indrukken

De volgende stap is in beide gevallen hetzelfde. Op de bijbehorende schaal de gewenste indeling kiezen Details over de procedure is te vinden op pagina 158. Bij het oproepen van het menupunt met de FN -knop gaat de schaal weer na 4s uit, verdere instelstappen zijn alleen binnen deze tijd mogelijk.

  • De ingestelde indelingen op de schaal worden rood gemarkeerd.

Terwijl uw instelling bij het oproepen van de menuoptie met de FN -knop onmiddellijk actief is, moet deze bij het gebruiken van de menuregeling extra worden bevestigd. Set-knop indrukken

  • In het normale monitorbeeld verschijnt links naast de lichtschaal. Opmerkingen:
  • Afhankelijk van de belichtingsmodus worden de indelingen door het veranderen van de sluitertijd (P/A/M ) of het diafragma (S ) gegenereerd.
  • De volgorde van de opnamen is: correcte belichting/onderbelichting/overbelichting.
  • Afhankelijk van de beschikbare combinatie sluitertijd/diafragma kan het werkgebied van de automatische belichtingsreeks beperkt zijn.
  • Een ingestelde belichtingsreeks blijft ook na een willekeurig aantal opnamen en zelfs na het uitschakelen van de camera actief, resp. zolang tot ze op ±0 wordt geschakeld. MINIATUUREFFECT Instellen van de functies

1. In het menu Scene Mode kiezen, en

2. in het submenu Miniature Effect

  • In het monitorbeeld verschijnen –– Twee kleine lijnen, die het scherp af te beelden bereik kenmerken –– Links en rechts boven weergaven, die aangeven hoe de lijn wordt veranderd Oriëntatie van de lijn wijzigen Kruisknop volgens de weergave linksboven 1x indrukken (afhankelijk van de uitgangspositie verschillend) Positie van de lijn wijzigen Kruisknop volgens de weergave rechtsboven evt. meermaals indrukken (afhankelijk van de oriëntatie verschillend) Breedte van de lijn wijzigen Duimwiel draaien, naar links = kleiner, naar rechts = groter

Opnamemodus Met deze functie kunt u doelgericht vastleggen, welke bereiken van het beeldveld scherp worden afgebeeld, en vooral, welke niet. De scherp afgebeelde bereiken kunt u naar keuze op een horizontaleof een verticale lijn beperken. Deze lijn kunt u zowel in zijn breedte wijzigen, als ook in zijn positie binnen het beeldveld. Het beeldeffect is vergelijkbaar met een opname van dichtbij met zijn karakteristieke, zeer geringe scherptediepte. Opmerkingen:

  • De functie is ook voor video-opnamen beschikbaar.
  • De functie blijft ook na een afloop, en na het uit- en inschakelen van de camera geactiveerd. Wilt u weer normale opnamen maken dan moet u in het scene menu de gewenste functie instellen.

PANORAMAFOTO'S Met deze functie is het voor u zeer eenvoudig mogelijk om met de Leica Q panoramaopnamen te maken. Dit kan zowel horizontaal als ook verticaal gebeuren. Opmerkingen:

  • Onafhankelijk van de instellingen van het sluitertijdwiel en de diafragmaring vinden panoramaopnamen principieel met de programma-automaat plaats.
  • De video-ontspanknop is tijdens de panoramaopnamen geblokkeerd.
  • Onafhankelijk van de instelling van de brandpuntsafstand gebeuren panoramaopnamen principieel met 28mm.
  • Onafhankelijk van de desbetreffende instelling van het menu gebeuren panoramaopnamen principieel met bestandsformaat JPG .
  • Panoramaopnamen zijn met flits mogelijk.
  • De resolutie van een panoramabeeld richt zich naar de opnamerichting en het aantal. De maximale resolutie (bij 28mm) bedraagt ca. 8176x1920 pixels. Instellen van de functie

1. In het menu Scene Mode kiezen, en

2. in het submenu Panorama

  • In het monitorbeeld verschijnen –– een horizontale of verticale lijn in het midden van het beeld –– onder en links in het midden een verloopweergave voor de functie

3. Voor de wissel tussen liggend of staand formaat een

willekeurige kant van de kruisknop indrukken

Maken van een panoramabeeld

1. Camera zodanig uitlijnen, dat de voorgeziene linkerkant van de

opname niet geheel links in het monitorbeeld ligt,

2. Ontspanknop indrukken en ingedrukt houden

3. Camera gelijkmatig in de getoonde richting zwenken, daarbij

de witte lijn als hulp gebruiken, om de camera ondertussen zo gering mogelijk naar boven of naar onderen te kantelen Opmerkingen:

  • Wordt de camera te langzaam of te snel gezwenkt, dan onderbreekt de camera de opname en er verschijnt een overeenkomstige aanwijzing.
  • Des te onrustiger de camera bij het zwenken verticaal wordt gehouden, des te geringer wordt de hoogte van het uiteindelijke panoramabeeld.
  • De maximale zwenkhoek bedraagt ca. 180°.

4. Ontspanknop voor het beëindigen van de opnamen loslaten

Na het eerste indrukken van de ontspanknop worden automatisch in snelle volgorde opnamen gemaakt. Na voltooiing van de opnameserie berekent de camera uit de afzonderlijke opnamen een enkele foto.

  • Bij de volgende motieftypen of onder de volgende opnameomstandigheden worden misschien geen panoramafoto's gemaakt, of de afzonderlijke opnamen nicht correct met elkaar verbonden: –– Motieven met één kleur of zulke die een enkel ononderbroken patroon vertonen (hemel, strand enz.) –– Bewegende motieven (personen, huisdieren, voertuigen, golven, in wind heen en weer gaande bloemen enz.) –– Motieven, waarvan kleuren of patroon snel veranderen (bijv. een televisiebeeld) –– Donkere plaatsen –– Motieven onder niet gelijkmatige resp. flikkerende belichting (door fluorescerende lampen, kaarslicht enz.)
  • De functie blijft ook na een afloop, en na het uit- en inschakelen van de camera geactiveerd. Wilt u weer normale opnamen maken, moet u daarom in het Scene Mode -menu de gewenste functie instellen.

Opnamemodus Opmerkingen:

  • Scherpe, witbalans en belichting zijn op de optimale waarden voor de eerste opname ingesteld. Daarom kan de afgeronde panoramafoto eventueel niet de optimale scherpte of helderheid vertonen, wanneer de afstand naar het motief of het omgevingslicht tijdens het opnemen duidelijk verandert.
  • Omdat meerdere foto's worden samengevoegd om één panoramafoto te maken, kan het gebeuren, dat bepaalde motieven vervormd lijken of dat de overgangsplaatsen zichtbaar zijn.
  • In de volgende situaties kunnen geen panoramafoto's worden opgenomen: –– Bij langdurige opnamen (met sluitertijden langer dan 1⁄60s) –– Samen met de Time Lapse -functie

Met Leica Q kunt u bewegingen over een langere periode in vorm van fotoseries automatisch opnemen. Daarbij legt u de starttijd van de serie, de afstanden tussen de opnamen en het aantal foto's vast. Instellen van de functie

1. In het menu Scene Mode kiezen,

2. in het submenu Time Lapse , en

3. in het bijbehorende submenu één van de drie punten

Starttijd/afstand tussen de opnamen instellen (telkens tussen 1s en maximaal 59 uur, 59min, 59s.)

4. In het desbetreffende submenu de gewenste tijd met de

kruisknop en/of duimwiel instellen – Waarden instellen: Kruisknop boven of onder indrukken of duimwiel draaien – tussen waardengroepen wisselen: Kruisknop links of rechts drukken

5. Instelling met set-knop opslaan

Aantal foto's instellen (maximaal 9999)

6. In het Time Lapse Image Count -submenu het gewenste aantal

instellen Het toetsenbord-submenu kan op verschillende manieren worden bediend. – Cijfers- resp. functieknoppen kiezen: – Naar keuze met het duimwiel, of met de kruisknop, of door aantikken – Bevestigingsknop (bevestigen van een waarde/van de voltooide instelling), – Wisknop (wissen van de steeds laatste waarde) – Terugknop (naar het voorafgaande menuniveau, zonder bevestiging): Naar keuze met de set-knop of door aantikken PLAY

DELETE Opmerking: Let erop, dat de afstand tussen de opnamen langer is dan de te verwachten sluitertijden, anders zouden enkele opnamen overgeslagen kunnen worden (zoals bij opnamen in de nacht). ISO MENU

1 Invoerregel 2 Cijferblok 3 Wis’knop‘ 4 Terug’knop‘ 5 Bevestigings’knop‘

  • De opnamen van een serie worden als groep opgeslagen.
  • Is de automatische uitschakeling van de camera ingesteld, en er gebeurt geen bediening, dan gaat de camera tussen de afzonderlijke opnamen evt. uit en weer aan.
  • Deze functie betekent niet, dat de camera als bewakingstoestel geschikt is.
  • Beveilig de camera tijdens een time lapse opname tegen diefstal als deze niet onder toezicht is.
  • Series van time lapse opnamen over een langere periode op een koude plaats of een plaats met hoge temperatuur en luchtvochtigheid kunnen evt. tot storingen leiden.
  • Onder bepaalde opnameomstandigheden zijn afhankelijk van de ingestelde/opname-afstand en -aantal evt. geen time lapse opnamen mogelijk.
  • Gebruikt u een voldoende opgeladen accu.
  • In de volgende situaties wordt een time lapse opname onderbroken of afgebroken: –– Als de accu leeg is –– Wanneer de camera wordt uitgeschakeld Als dit tijdens een serie time lapse opnamen optreedt, kunt u dit voortzetten, door de camera uit te schakelen, accu of geheugenkaart te verwisselen en dan de camera weer in te schakelen. De opnamen die dan worden gemaakt, worden in een eigen groep opgeslagen.
  • Tijdens een time lapse opname mag noch een USB- noch een HDMI-microkabel zijn aangesloten.
  • Time lapse opnamen zijn niet samen met de panoramafunctie mogelijk.
  • De functie blijft ook na een afloop, en na het uit- en inschakelen van de camera geactiveerd. Wilt u weer normale opnamen maken, moet u daarom in het Scene Mode -menu de gewenste functie instellen.
  • Bij de weergave worden time lapse opnamen door gekenmerkt

Opnamemodus Maken van een serie van time lapse opnamen De belichting- en scherpte-instellingen verschillen niet van die voor normale opnamen, maar er moet rekening mee gehouden worden, dat zich de lichtomstandigheden evt. tijdens de afloop kunnen veranderen.

  • Op het monitorbeeld rechtsboven wordt de tijd tot de eerste opname en het aantal opnamen weergegeven. Ontspanknop indrukken om de serie te starten
  • Tussen de opnamen wordt het resterende aantal kort weergegeven, na afloop van de serie een desbetreffende melding.

FLITSMODUS Flitsapparaat aanbrengen: De camera bepaalt het benodigde flitsvermogen door het afgeven van een of meer meetflitsen in fracties van seconden voor de eigenlijke opname. Direct daarna, bij het begin van de belichting, wordt de hoofdflits afgegeven. Met alle factoren die de belichting beïnvloeden (bijv. opnamefilters en wijziging van de diafragmainstelling) worden automatisch rekening gehouden.

1. Camera en flitsapparaat uitschakelen

2. Afdekking, die de accessoireschoen bij niet gebruik beschermt, naar achteren eraf trekken

3. Voet van het flitsapparaat geheel in de accessoireschoen

schuiven en, indien aanwezig, met de klemmoer tegen ongewild eruit vallen beveiligen. Dit is belangrijk omdat wijzigingen van de positie in de flitsschoen de vereiste contacten onderbreken en daardoor storingen kunnen ontstaan. GESCHIKTE FLITSAPPARATEN De volgende flitsapparaten kunnen op de camera worden gebruikt. Ze laten de TTL-flitsmeting toe, en, afhankelijk van de uitrusting, verschillend veel van de in deze handleiding beschreven functies.

  • Het systeemflitsapparaat Leica SF 26 is met zijn compacte afmetingen en zijn op de camera afgestemde design bijzonder geschikt. Het valt ook positief op door zijn bedieningsgemak.
  • Leica systeem-flitsapparaten
  • Flitsapparaten die aan de technische voorwaarden van een System-Camera-Adaption (SCA) van het systeem 3000 voldoen, met de adapter SCA-3502-M51 zijn uitgerust en het richtgetal kunnen regelen. Er kunnen echter ook andere, gebruikelijke flitsapparaten met gestandaardiseerde flitsvoet en ontsteking via het positieve middencontact (X-contact) worden gebruikt. Wij adviseren het gebruik van moderne thyristor-geregelde elektronenflitsapparaten.

Het flitsapparaat moet voor de automatische regeling door de camera op de modus TTL zijn ingesteld. Bij instelling op A worden meer en minder dan gemiddeld lichte motieven evt. niet optimaal belicht. Bij instelling op M moet de flitsbelichting door instelling van een gedeelde flitsstand op de diafragma- en afstandswaarde worden afgestemd die door de camera is ingesteld. Opmerking: Het flitsapparaat moet ook ingeschakeld, d.w.z. klaar voor gebruik zijn, anders kan dit foutieve belichtingen en foutieve meldingen van de camera tot gevolg hebben. FLITSMODI

1. In het menu Flash Settings kiezen,

2. in het submenu Flash Exp. Compensation , en

3. in de schaal in het bijbehorende submenu de gewenste

instelling voornemen Bij tegenlichtopnamen, waarbij het hoofdmotief het beeld niet geheel vult en in de schaduw ligt, of in situaties, waarbij u grote contrasten (bijv. bij direct zonlicht) wilt verzachten (invulflits). Zolang deze modus geactiveerd is, wordt het flitsapparaat onafhankelijk van de heersende lichtomstandigheden voor elke opname ingeschakeld.

Opnamemodus Modus selecteren Handmatige flitsinschakeling - Automatische flitsinschakeling Dit is een standaard modus De flits wordt altijd dan automatisch ingeschakeld, wanneer bij slechte lichtomstandigheden langere belichtingstijden tot onscherpe opnamen zouden kunnen leiden.

Automatische flitsinschakeling met langere sluitertijden - Opnamemodus Voor gelijktijdig aangepaste d.w.z. lichtere weergave van vooral een donkere achtergrond en flitsinvulling van de voorgrond. Om het risico van bewegingen te verminderen, wordt de sluitertijd bij de andere modi met flitsinschakeling met niet meer dan 1⁄30s verlengd. Daarom wordt bij opnamen met flits de achtergrond vaak sterk onderbelicht. Om rekening te houden met het aanwezige omgevingslicht zijn in zulke opnamesituaties langere belichtingstijden (tot 30s) hier toegestaan. Opmerkingen:

  • Afhankelijk van de Auto ISO Settings kan het zijn, dat de camera misschien geen langere sluitertijden ondersteunt, omdat in dergelijke gevallen de verhoging van de ISO-gevoeligheid voorrang heeft.
  • De langste sluitertijd kan met Max exposure time worden vastgelegd. SYNCHRONISATIETIJDSTIP De belichting van flitsopnamen vindt altijd plaats met twee lichtbronnen, de aanwezige omgevingslicht en het flitslicht. Het flitslicht van de flitsactivering bepaalt daarbij over het algemeen waar de uitsluitend of hoofdzakelijk van het flitslicht verlichte motiefdelen in het beeldveld worden afgebeeld. Bij het gebruikelijke tijdstip van de flitsontsteking tot het begin van de belichting kan dit tot schijnbare tegenstellingen leiden, zoals bij de opname van een voertuig dat door zijn eigen lichtsporen wordt ingehaald. De Leica Q stelt u in staat tussen dit gebruikelijke flitsontstekingstijdstip en het einde van de belichting te kiezen: In dit geval volgen in het vermelde voorbeeld de lichtsporen van de achterlichten het voertuig, zoals dit te verwachten is. Deze flitstechniek verleent daarmee een natuurlijkere indruk van beweging en dynamiek. Instellen van de functie

1. In het menu Flash Settings kiezen,

2. in het submenu Flash Sync , en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

Opmerking: Bij het flitsen met de kortere sluitertijden ontstaat behalve bij zeer snelle bewegingen nauwelijks verschil tussen de beide flitstijdstippen.

FLITS-BELICHTINGSCORRECTIES Instellen van de functie Het oproepen van deze menuoptie kan op twee manieren plaatsvinden, direct met de FN -knop (voor zover het met deze functie bezet is, z. pagina 157), of per menuregeling. Met de FN -knop FN- knop (meermaals) indrukken De drie functies Exposure Compensation , Exposure Bracketing en Flash Exp. Compensation zijn als eindeloze lus geschakeld. Opmerking: is alleen met aangebrachte of per accessoireschoen aangesloten flitsapparaat beschikbaar. Flash Exp. Compensation Per menuregeling

1. In het menu Flash Settings kiezen,

2. in het submenu Flash Exp. Compensation , en

3. Set-knop of rechter kant van de kruisknop indrukken

De verdere bediening is in beide gevallen hetzelfde. Op de bijbehorende schaal de gewenste waarde kiezen

  • verschijnt in de kopregel.

Opnamemodus Met deze functie kan de flitsbelichting onafhankelijk van de belichting van het aanwezige licht gericht afgezwakt of versterkt worden, bijv. om bij een buitenopname in de avond het gezicht van een persoon op de voorgrond lichter te maken, terwijl de lichtsfeer behouden moet blijven. Details over de procedure is te vinden op pagina 158. Bij het oproepen van het menupunt met de FN -knop gaat de schaal weer na 4s uit, verdere instelstappen zijn alleen binnen deze tijd mogelijk. Opmerkingen:

  • Een met plus-correctie gekozen heldere flitsverlichting vereist een hoger flitsvermogen en omgekeerd. Daarom beïnvloeden flits-belichtingscorrecties meer of minder sterk de reikwijdte van de flits: Een plus-correctie vermindert de reikwijdte, een minus-correctie verhoogt deze.
  • Een ingestelde correctie blijft ook na een willekeurig aantal opnamen en zelfs na het uitschakelen van de camera actief, resp. zolang tot ze op ±0 wordt geschakeld (zie stap 2.).

OVERIGE FUNCTIES Afstandsinstelling VIDEO-OPNAMEN Alle op de pagina's 174-175 beschreven varianten, bij video-opnamen echter moet voor de autofocus-modus de keuze tussen activeer- en scherpte-prioriteit afzonderlijk plaatsvinden. Met de Leica Q kunt u ook video-opnamen maken. De volgende opties zijn hiervoor beschikbaar: Brandpuntsafstand/beelduitsnede Instellen van de functie

1. In het menu Video Settings kiezen,

2. in het submenu Focus in Video , en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

Alle beschikbare instellingen (z. pagina 172) Methoden belichtingsmeting Resolutie Deze functie moet voor video-opnamen afzonderlijk van die voor foto's worden ingesteld. Instellen van de functie

1. In het menu Video Resolution kiezen, en

2. in het submenu gewenste instelling

Alle op pagina 180 beschreven varianten Belichtingsregeling Diafragma, belichtingstijd en ISO-gevoeligheid gebeurt automatisch. Geluidsregistratie Alle op de pagina 170 beschreven varianten, deze functies voor video-opnamen moeten echter afzonderlijk van die van de foto's worden ingesteld. Video-opnamen vinden in principe met geluid plaats. De geluidsregistratie gebeurt in stereo met de ingebouwde microfoons. Voor het bereiken van het gewenste geluidsvolume resp. ter verbetering van de duidelijkheid kunt u de gevoeligheid van de microfoons aan de opnamesituatie aanpassen. Instellen van de functie

1. In het menu Video Settings kiezen,

2. in het submenu Contrast , resp. Saturation , resp.

3. in de desbetreffende submenu's de gewenste instellingen

Kleurruimte Video-opnamen gebeuren met sRBG. Stabilisatie Deze functie moet voor video-opnamen afzonderlijk van die voor foto's worden ingesteld. Instellen van de functie

1. In het menu Video Settings kiezen,

2. in het submenu Video Stabil. en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

  • In de videomodus verschijnt in de kopregel. Instellen van de functie

1. In het menu Video Settings kiezen,

2. in het submenu Microphone Gain , en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

Opnamemodus Contrast, kleurverzadiging/-weergave, scherpte Ter vermindering van mogelijk windgeruis, veroorzaakt tijdens het opnemen, is er dempingsfunctie beschikbaar. Instellen van de functie

1. In het menu Video Settings kiezen,

2. in het submenu Wind elimination. , en

3. in het bijbehorende submenu de gewenste instelling

  • Zowel de afstandsinstelling als ook de autofocusmodus genereren geluiden die opgenomen worden. Om dit te vermijden moet u tijdens een lopende opname deze beide functies niet uitvoeren.

Starten/stoppen van de opname Fotograferen tijdens een video-opname Starten Videostartknop indrukken

  • Een lopende video-opname wordt in de monitor door een knipperende rode punt weergegeven. Bovendien wordt de resterende opnametijd aangegeven. Gelijktijdig knippert ook de status-LED als teken dat er gegevens worden opgenomen. Met de Leica Q kunt u een lopende video-opname voor het maken van één of meerdere foto's voor korte tijd onderbreken. Het fotograferen gebeurt met de instellingen in de desbetreffende menuopties en net zo als in de betreffende paragrafen is beschreven. Beëindigen Videostartknop opnieuw indrukken Opmerking: Door het indrukken van de set-knop is een verandering van het aanzicht mogelijk.

Instellen van de functie

1. In het menu Video Settings kiezen en,

2. in de menuoptie Photos during video recording , On of Off

ZELFONTSPANNER Instellen van de functie Het oproepen en instellen van deze menuoptie kan op twee manieren plaatsvinden, direct met de FN -knop (voor zover het met deze functie bezet is, z. pagina 157), of per menuregeling. Met de FN -knop

1. FN -knop (meermaals) indrukken

De drie functies (2s voorlooptijd), (12s voorlooptijd) en (uit) zijn als eindeloze lus geschakeld.

  • De ingestelde functie verschijnt in een venster onderaan in het midden van het monitorbeeld. Per menuregeling

1. In het menu Selftimer kiezen, en

2. in het submenu gewenste voorlooptijd, resp. de functie

Terwijl uw instelling bij het oproepen van de menuoptie met de FN -knop onmiddellijk actief is, moet deze bij het gebruiken van de menuregeling extra worden bevestigd. Set-knop indrukken Bediening: Ontspanknop voor de opname volledig indrukken

  • De afloop wordt door de knipperende zelfontspanner-LED weergegeven: –– 12s voorlooptijd: eerste langzaam, in de laatste 2s sneller –– 2s voorlooptijd: zoals hierboven voor de laatste 2s beschreven In de monitor wordt de resterende tijd teruggeteld.

Opnamemodus Met de zelfontspanner kunt u een opname met een vertraging van eventueel 2 of 12s maken. Dit is bijv. bij groepsopnamen heel handig, waarbij u zelf ook in beeld wilt verschijnen of wanneer u bewegingsonscherpte bij het afdrukken wilt vermijden. In zulke gevallen is het raadzaam de camera op een statief te bevestigen. Opmerkingen:

  • Een reeds aflopende voorlooptijd kan altijd door te drukken op de ontspanknop worden onderbroken.
  • Bij geactiveerde zelfontspanner zijn steeds slechts enkele opnamen mogelijk, d.w.z. serieopnamen en automatische belichtingsreeksen en time lapse opnamen kunnen niet met het gebruik van zelfontspanner worden gecombineerd.
  • Tijdens zelfontspanning vindt de instelling van scherpte en belichting niet plaats bij het drukpunt van de ontspanknop of duimknop, maar pas direct voor de opname.

GEHEUGENKAART FORMATTEREN Opnamemodus Gewoonlijk is het niet nodig al gebruikte geheugenkaarten te formatteren. Wanneer echter een ongeformatteerde kaart voor het eerst wordt geplaatst, moet deze worden geformatteerd. In dergelijke gevallen verschijnt automatisch het formatteren–submenu. Het is echter raadzaam regelmatig de geheugenkaart te formatteren omdat bepaalde restbestanden (begeleidende informatie) geheugencapaciteit kunnen opeisen. Instellen van de functie

1. In het menu Format kiezen, en

2. in het submenu gewenste functie

  • Bij het formatteren gaan de gegevens op de kaart niet onherroepelijk verloren. Alleen de directory wordt gewist zodat de aanwezige bestanden niet meer direct toegankelijk zijn. Met de goede software kunnen de gegevens onder bepaalde omstandigheden weer toegankelijk worden gemaakt. Alleen de gegevens die door het opslaan van nieuwe gegevens worden overschreven, zijn echt definitief gewist. Maak er daarom een gewoonte van al uw opnamen altijd zo snel mogelijk op een veilig geheugenmedium, bijv. de harde schijf van uw computer, op te slaan.
  • Schakel de camera niet uit terwijl de geheugenkaart wordt geformatteerd.
  • Als de geheugenkaart in een ander apparaat, bijv. een computer is geformatteerd, moet u deze in de camera opnieuw formatteren.
  • Als de geheugenkaart niet kan worden geformatteerd, vraagt u uw dealer of de Leica productsupport afdeling (adres, z. pagina
  • Bij het formatteren worden zelfs beveiligde opnamen gewist. GEBRUIKERSPROFIELEN De Leica Q slaat de beeldnummers in oplopende volgorde op. Eerste worden de bijbehorende bestanden allemaal in een map opgeslagen. Om de opslag van de opnamen duidelijk te structureren, kunt u te allen tijde een nieuwe map aanmaken, om de volgende opnamen daarin in groepen samen te vatten. Bij Leica Q kunnen willekeurige combinaties van alle menuinstellingen permanent worden opgeslagen, bijv. om ze altijd bij terugkerende situaties/motieven snel en eenvoudig te kunnen oproepen. Voor dergelijke combinaties zijn in totaal vier opslagplaatsen beschikbaar. Natuurlijk kunt u alle menuopties ook weer op de fabrieksinstellingen terugzetten. Instellen van de functie

1. In het menu Reset image numbering kiezen

  • De bestandsnamen (bijv. L1002345.jpg) bestaan uit twee groepen, 100 en 2345. De eerste drie cijfers zijn de nummers voor de desbetreffende map, de cijfers op de 4de – 7de plaats komen overeen met de doorlopende beeldnummers binnen de map. Daarmee wordt gegarandeerd dat na het gebruik van de functie en de overdracht van de gegevens op een computer er geen dubbele bestandsnamen zijn.
  • Wanneer u de mapnummers op 100 wilt terugzetten, formatteert u dan de geheugenkaart en zet onmiddellijk daarna de beeldnummers terug. Daardoor wordt ook het beeldnummer (op 0001) teruggezet.

Opnamemodus BEELDNUMMERS TERUGZETTEN Profiel aanmaken

1. Gewenste functies in het menu instellen

2. In het menu User Profile kiezen

3. In het submenu Save as Profile kiezen

4. In het bijbehorende submenu gewenste geheugenplaats kiezen

5. Instelling met set-knop bevestigen

1. In het menu User Profile kiezen, en in het submenu gewenste

geheugenplaats kiezen Terugzetten van alle menu-instellingen op de fabrieksinstellingen:

1. In het menu RESET kiezen, en

2. in het submenu de gewenste instelling

Opmerking: Bij het terugzetten op de fabrieksinstellingen worden uw instellingen voor tijd, datum en taal niet teruggezet.

WEERGAVEMODUS Zowel het omschakelen tussen opname- en weergavemodus als ook de meeste instellingen daar kunnen op twee verschillende manieren plaatsvinden, naar keuze touch- of knoppengeregeld. Een lijst van de binnen de touchregeling beschikbare gebaren inclusief een nadere beschrijving vindt u op pagina 140.

U kunt echter ook elke foto automatisch direct na de opname laten weergeven. Instellen van de functie

1. In het menu Auto Review kiezen, en

2. in het submenu gewenste tijdsduur, resp. de functie

Indicaties Bij de weergave verschijnen de van de opname bekende informatie in de kop- en voetregels, bovendien rechts boven het beeldnummer. Is de histogramfunctie ingesteld, verschijnt het diagram bovendien linksboven in het beeld. Is de clipping-indicatie ingesteld, dan worden lichte beeldpartijen zonder tekening rood gekenmerkt. Is er geen beeldbestand op de geheugenkaart aanwezig, verschijnt in plaats daarvan No valid picture to play.

OPNAMEN IN STAAND FORMAAT WEERGEVEN

Wanneer de camera bij de opname horizontaal werd gehouden, wordt de opname ook zo afgebeeld. Opnamen in staand formaat, d.w.z. met verticaal gehouden camera worden daarentegen gewoonlijk ook bij het bekijken in horizontale oriëntatie getoond. Dat kan met horizontaal gehouden camera onpraktisch zijn. Leica Q biedt een functie, waarmee u het beeld altijd in de juiste oriëntatie krijgt te zien.

Weergavemodus Opmerkingen:

  • Wanneer met de seriebeeldfunctie, de automatische belichtingsreeks, of de time lapse functie worden gefotografeerd, wordt eerst de laatste, resp. de laatste op de geheugenkaart opgeslagen foto van de serie, getoond – mits op dit tijdstip nog niet alle opnamen van de serie door het interne buffergeheugen van de camera op de tussenopslag zijn overschreven.
  • Bestanden die niet met de camera zijn opgenomen, kunnen misschien niet met deze worden weergegeven.
  • In sommige gevallen heeft het monitorbeeld niet de gebruikelijke kwaliteit, of de monitor blijft zwart en geeft slechts de bestandsnaam aan. Instellen van de functie

1. In het menu Display Settings kiezen,

2. in het submenu Auto Rotate Display, en

3. in het bijbehorende submenu gewenste instelling

  • Wanneer On wordt gekozen, worden staand formaat opnamen automatisch rechtop staand weergegeven. Opmerkingen:
  • Opnamen in het staand formaat, die loodrecht staand worden afgebeeld, zijn noodzakelijkerwijze aanzienlijk kleiner.
  • Met Auto Review weergegeven opnamen in staand formaat worden ook bij ingeschakelde Auto Rotate-functie eerst niet-gedraaid getoond.
  • Ook in staand formaat opgenomen opnamen kunnen in de weergavemodus monitorvullend worden afgebeeld. Hiervoor de camera desbetreffend draaien.

WEERGAVE VAN SERIE-OPNAMEN

Opnamereeksen met de functies seriebeeld en belichtingsreeks, vooral echter zulke, die met de functie time lapse zijn gebeurd, bevatten evt. zeer veel afzonderlijke opnamen. Zouden al deze opnamen altijd worden getoond, dan zou het snel vinden van andere afzonderlijke opnamen in dergelijke gevallen zeer moeilijk worden. Leica Q biedt een functie waarmee zulke opnamereeksen eerst alleen door een afzonderlijke "vertegenwoordiger" opname worden weergegeven. Seriebeelden worden door gekenmerkt en die van een time lapse opnameserie door . Instellen van de functie

1. In het menu Play Mode Setup kiezen,

2. in het submenu Group display mode , en

3. in het bijbehorende submenu gewenste instelling

  • Wanneer On wordt gekozen, worden "vertegenwoordiger‘opnamen getoond, met Off alle van de desbetreffende opnamereeksen.

Bij On worden de opnamen van een serie tot een groep samengevoegd. Voor een dergelijke groep wordt alleen één "vertegenwoordiger"-opname getoond, d.w.z. verdere opnamen van de serie kunnen niet worden opgeroepen. Bij Off kunnen daarentegen alle opnamen van de desbetreffende serie door bladeren worden getoond. Binnen de groep worden de opnamen van 1 tot x genummerd. Onafhankelijk van de menu-instelling On , en zonder dit te veranderen, kunt u bij de weergave altijd tussen beide varianten omschakelen. Kruisknop boven of onder indrukken

  • De ingeschakelde functie wordt door en PLAY gekenmerkt, de uitgeschakelde door

Automatische weergave

1. Monitor op een willekeurige plaats aantikken, of set-knop

ISO Bestaande opnamen afspelen PLAY aantikken, of set-knop indrukken Binnen de automatische weergave kunt u altijd met het duimwiel andere opnamen van de serie oproepen. Bovendien kunt u de volgorde en de verblijftijd per opname vastleggen, en, of de serie extra in een videoformaat opgeslagen moet worden.

Weergavemodus De automatische weergave van serieopnamen kan de vastgelegde aflopen eventueel veel beter, resp. veel duidelijker afbeelden, dan het door handmatig bladeren mogelijk zou zijn. Dit kan zowel met de aanwezige serieopnamen plaatsvinden, als ook met een video, dat met de camera kan worden gemaakt. Voorwaarde is, dat de opnamen met On tot een groep zijn samengevoegd. MENU

1 Telwerk, getoonde opname/totaal aantal 2 Voortgangsbalk 3 Opmerking, met welke knop de weergave kan worden afgebro- ken 4 Symbool voor het oproepen van het submenu

aantikken, of kruisknop links of rechts indrukken, tot rood gemarkeerd is

ISO MENU In het Quality -submenu het gewenste videoformaat kiezen, in het frame rate -submenu hoe lang elke opname getoond moet worden, en in het Sequence -submenu de volgorde (normaal = voorwaarts, of reverse)

3. Start kiezen, om het maken van de video te bevestigen

  • Een tussenbeeldscherm verschijnt. Het omvat de verwerkingsduur en een query.

4. Procedure starten – Yes , of afbreken - No

  • Voor korte tijd (tijdens de gegevensverwerking) verschijnt een desbetreffend scherm met aanwijzing. Het wijst er bovendien op, dat de lopende bewerking te allen tijde door het indrukken van de set-knop kan worden afgebroken. Vervolgens verschijnt het beginbeeldscherm van de nieuwe video. Het afspelen van de video gebeurt zoals vanaf pagina 218 beschreven is.

Touchgeregeld Knoppengeregeld Kruisknop rechts of links drukken Naar rechts vegen, resp. rechts drukken, leidt tot de latere opnamen (met hoge nummers), naar links vegen, resp. links drukken, naar de eerdere (met kleinere nummers). De opnamen worden in een eindeloze lus afgebeeld, d.w.z. is de desbetreffende laatste, resp. eerste opname bereikt, verschijnt daarna weer de eerste, resp. de laatste.

OPNAMEN VERGROTEN/VERKLEINEN

Touchgeregeld Knoppengeregeld Duimwiel naar rechts (vergroten) of links (verkleinen) draaien De vergroting is traploos, maximaal 1:1 (1 opnamepixel = 1 monitorpixel) Door het indrukken van de set-knop kunt u altijd de opname weer in normale grootte oproepen.

Weergavemodus De vergrootte weergave staat een nauwkeurigere beoordeling van de scherpte toe.

Gelijktijdige weergave van 12/30 opnamen Met de weergave van 12, resp. 30 verkleinde opnamen kunt u een overzicht krijgen of een gezochte opname sneller vinden. Touchgeregeld Opmerkingen:

  • Video's kunnen niet vergroot worden.
  • Bij vergrote weergave/weergave met 12/30 opnamen kan de indicatie met extra informatie niet worden opgeroepen.
  • Hoe sterker wordt vergroot, hoe minder – door de naar verhouding kleinere resolutie – de weergavekwaliteit wordt.
  • Met andere cameratypen gemaakte opnamen kunnen evt. niet worden vergroot. Opname in aanzicht van 12-/30 opnamen kiezen Touchgeregeld Knoppengeregeld Duimwiel naar links draaien, een klikstand na normaal aanzicht = aanzicht met 12 opnamen, twee = aanzicht met 30 opnamen
  • De laatst getoonde opname in normale grootte is door een rood kader gekenmerkt.

1. Door het indrukken van de desbetreffende zijde van de

kruisknop de gewenste opname kiezen

  • Geselecteerde opname wordt door een rood kader gekenmerkt.

2. Set-knop indrukken

  • Geselecteerde opname wordt in normale grootte weergegeven. UITSNEDE KIEZEN Touchgeregeld

Weergavemodus Bij de vergrote weergave kunt u de uitsnede vanuit het midden verschuiven om bijv. de weergaven van motiefdetails die niet in het midden liggen te controleren. Knoppengeregeld Kruisknop op de zijde indrukken die met de gewenste verschuifrichting overeenkomt

  • De circa positie van de uitsnede binnen de opname wordt aangegeven.

OPNAMEN WISSEN Opnamen op de geheugenkaart kunnen te allen tijde worden gewist - indien nodig afzonderlijke, meerdere, of gelijktijdig alle opnamen. Belangrijk: Het wissen van de opnamen is definitief. Ze kunnen daarna niet meer worden opgeroepen. Oproepen van de wisfunctie: DELETE -knop indrukken

  • Het menu "wissen" verschijnt. Opmerking: Ook bij het opgeroepen menu "wissen" kunnen andere opnamen te allen tijde door het indrukken van de kruisknop links of rechts worden geselecteerd. Afzonderlijke opnamen wissen Touchgeregeld Touchgeregeld Knoppengeregeld Play -knop indrukken Knoppengeregeld

1. Met kruisknop (boven of onder indrukken) of duimwiel Single

2. Set-knop ter bevestiging indrukken

  • Na het wissen verschijnt de volgende opname. Als de opname beschermd is, wordt ze verder weergegeven en korte tijd verschijnt de melding This file is protected.

Weergavemodus Menu "wissen" verlaten, zonder opnamen te wissen

1. Met kruisknop (boven of onder indrukken) of duimwiel symbool

2. Set-knop ter bevestiging indrukken

Belangrijk: De opnamen worden na de hierboven beschreven stappen onmiddellijk gewist, d.w.z. zonder extra "veiligheidsvraag".

Meerdere opnamen wissen Weergavemodus Touchgeregeld Opmerkingen:

  • Het wissen van markeringen gebeurt net zo als het markeren.
  • Het Multi -submenu kan te allen tijde door het indrukken van de PLAY-knop worden verlaten zonder de markeringen over te nemen.

5. DELETE -knop indrukken

  • Voor korte tijd (tijdens het wissen) verschijnt een desbetreffend aanwijzingsscherm, vervolgens de volgende, niet gewiste opname. Belangrijk: De opnamen worden na de hierboven beschreven stappen onmiddellijk gewist, d.w.z. zonder extra "veiligheidsvraag". Knoppengeregeld

1. Met kruisknop of duimwiel Multi selecteren

2. Set-knop ter bevestiging indrukken

  • Het aanzicht voor 12 opnamen wordt weergegeven.

3. Set-knop voor de markering van de omlijste opname opnieuw

  • De omlijste opname wordt met gekenmerkt.

4. Verdere opnamen die gewist moet worden op dezelfde manier

selecteren en markeren

1. Met kruisknop (boven of onder indrukken) of duimwiel All

  • Ter beveiliging verschijnt een opvraagscherm.

2. Yes of No met kruisknop (links of rechts drukken) of duimwiel

3. Set-knop ter bevestiging indrukken

  • Na het wissen verschijnt een desbetreffende aanwijzingsscherm, No valid picture to play.

De op de geheugenkaart geregistreerde opnamen kunnen tegen onbedoeld wissen worden beschermd. Deze wisbescherming kan altijd weer worden opgeheven. De bediening kan voor elke stap naar keuze d.m.v. de knoppen- of touchregeling gebeuren, zoals hiervoor in de paragraaf beschreven is. Instellen van de functie

MENU De verdere bediening is afhankelijk of u één, meerdere of alle opnamen wilt beschermen, resp. of u de bestaande wisbescherming wilt opheffen.

  • Het Protect -submenu gaat uit. Was de opname vooraf onbeveiligd, verschijnt , was deze reeds beveiligd, verschijnt niet meer. Opmerking: Kiezen van andere opnamen is ook bij geselecteerde Single -functie mogelijk. PLAY

Afzonderlijke opnamen beveiligen/wisbescherming voor een opname opheffen Meerdere opnamen beveiligen/wisbescherming voor meerdere opnamen opheffen

3. Protect all kiezen

  • Het Protect -submenu verdwijnt. Evt. verschijnt voor korte tijd een aanwijzing op de aflopende afwerking, daarna de als laatst bekeken opname met . Wisbescherming voor alle opnamen opheffen

3. Unprotect all kiezen

  • Het Protect -submenu gaat uit. Evt. verschijnt voor korte tijd een aanwijzing op de aflopende afwerking, daarna de als laatst bekeken opname zonder .
  • Het Protect -submenu gaat uit. Het aanzicht met 12 opnamen verschijnt, evt. beveiligde opnamen zijn met gekenmerkt.

4. Te beveiligende opnamen kiezen, resp. die, waarbij de

wisbescherming opgeheven moet worden Het beveiligen, resp. wissen van de gekozen opnamen vinden onmiddellijk plaats.

  • Evt. verschijnt voor korte tijd een aanwijzing op de aflopende afwerking. Daarna verschijnt in de opnamen, die vooraf onbeveiligd waren, resp. verdwijnt in de opnamen, die vooraf beveiligd waren.
  • De als laatst gemarkeerde opname verschijnt met of zonder

Alle opnamen beveiligen Opmerking: Het Multi -submenu kan te allen tijde door het indrukken van de PLAY-knop worden verlaten zonder de markeringen over te nemen.

VIDEOWEERGAVE Is een video-opname geselecteerd, dan verschijnt PLAY > op de monitor. Afspelen starten Oproepen van de video- en audiobedieningssymbolen (alleen bij lopende weergave) Touchgeregeld

DELETE Knoppengeregeld Set-knop of kruisknop indrukken, of duimwiel draaien

ISO MENU Knoppengeregeld Set-knop indrukken

1 Verstreken tijd 2 Voortgangsbalk met touchoppervlak 3 Weergave onderbroken 4 Volume 5 Volume-voortgangsbalk met touchoppervlak 6 Video inkorten 7 Weergave beëindigen Opmerkingen:

  • Het oproepen van de symbolen stopt de weergave.
  • De symbolen gaan na ca. 3s uit.

Afspelen onderbreken Afspelen beëindigen Touchgeregeld (Uitgangspositie: Weergave onderbroken)

Weergavemodus Touchgeregeld Knoppengeregeld Set-knop indrukken Afspelen vanaf een willekeurige plaats voortzetten Touchgeregeld Knoppengeregeld

1. Kruisknop rechts of links indrukken, tot

2. Set-knop indrukken

PLAY-knop indrukken DELETE -knop indrukken rood gemarkeerd is Knoppengeregeld Duimwiel draaien (naar rechts = voorspoelen/ naar links = terugspoelen)

Volume instellen Afsnijden van begin- en/of eindsecties (Uitgangspositie: Weergave onderbroken) (Uitgangspositie: Weergave onderbroken) Touchgeregeld Touchgeregeld Knoppengeregeld

1. Kruisknop boven of onder indrukken

  • De volume-voortgangsbalk verschijnt.

2. Kruisknop boven (harder) of onder (zachter) indrukken

Opmerking: In de onderste positie van de balk is de geluidsweergave uitgeschakeld, het volumesymbool wisselt naar .

De verdere bediening gebeurt door keuze van één van de drie punten van het Video Trimming -submenu, of door touchregeling, of met behulp van de kruisknop voor het selecteren en de set-knop voor het bevestigen. Save as new De nieuwe video wordt extra opgeslagen, het oorspronkelijke blijft behouden. Overwrite De nieuwe video wordt opgeslagen, het oorspronkelijke wordt gewist.

1. Kruisknop rechts of links indrukken, tot

2. Set-knop indrukken

3. Snijposities bepalen door het indrukken van de kruisknop links

  • De gekozen snijpositie wordt rood gemarkeerd.

4. Snijpositie met duimwiel verplaatsen

  • Weergegeven worden tijdens het proces zowel de desbetreffende tijdindicatie als ook het desbetreffende stilstaande beeld van de gekozen begin- en eindpunten.

5. Kruisknop boven, en dan links of rechts indrukken, tot rood

6. Set-knop ter bevestiging indrukken

  • Het Video Trimming -submenu verschijnt. Preview De nieuwe video wordt getoond. Het wordt noch opgeslagen, noch wordt het oorspronkelijke gewist.
  • Evt. verschijnt vanwege de tijd die nodig is voor het verwerken van de gegevens eerst tijdelijk een desbetreffende aanwijzing, en vervolgens de beginscène van de nieuwe video.

DIAVOORSTELLING Weergavemodus De op de geheugenkaart opgenomen opnamen kunt u automatisch achter elkaar laten weergeven. Daarbij kunt u instellen of alle opnamen, of alleen de foto's of video's worden getoond, en voor hoe lang elke foto zichtbaar moet zijn. De bediening kan voor elke stap naar keuze d.m.v. de knoppen- of touchregeling gebeuren, zoals in de paragraaf "Opnamen wissen" beschreven is (z. pagina 212). Instellen van de functie/starten van de diavoorstelling

1. FN -knop indrukken

Opmerking: Opnamen van een serie, die per menu-instelling als fotogroep zijn samengevoegd (z. pagina 206), worden onafhankelijk van de ingestelde tijdsduur getoond. Als alle foto's van de groep net zo lang als ingesteld moeten worden getoond, moet de desbetreffende menu-instelling worden gewijzigd. Video's worden principieel volledig afgespeeld.

5. Play all , Pictures only of Videos only kiezen

  • Voor korte tijd een aanwijzing op de aflopende afwerking. Vervolgens begint automatisch de diavoorstelling. Beëindigen van de diavoorstelling Een diavoorstelling loopt zo lang, totdat u deze uitschakelt. Monitor op een willekeurige plaats aantikken, of een willekeurige knop indrukken

4. Gewenste tijdsduur kiezen

WEERGAVE MET HDMI-APPARATEN

Instellen van de functie

1. In het menu HDMI kiezen, en

2. in het submenu gewenste instelling

Aansluiten/weergeven van de opnamen

1. Stekker van de HMDI-kabel in de HDMI-bus van de camera en

televisietoestel resp. monitor resp. projector steken

2. Televisietoestel resp. projector resp. monitor inschakelen;

wanneer de HDMI-verbinding niet automatisch herkend wordt, de correcte ingang kiezen

3. Camera inschakelen

4. Weergavemodus met PLAY-knop oproepen

  • Voor de verbinding met een televisietoestel, monitor of projector is een HDMI-kabel nodig.
  • Heeft het aangesloten televisietoestel, de monitor of projector slechts een geringe maximale resolutie dan de aan de camera ingestelde, dan schakelt deze automatisch op de maximale resolutie van het aangesloten apparaat. Heeft u bijv. aan de camera 1080p ingesteld, maar het aangesloten apparaat heeft echter een maximale resolutie van 480p , dan schakelt de camera automatisch om.
  • Details over de noodzakelijke instellingen zijn vermeld in de handleiding van het desbetreffende televisietoestel, de projector of monitor.
  • Het op een externe display weergegeven beeld bevat geen in de cameramonitor/-zoeker getoonde informatie.

Weergavemodus De Leica Q biedt u de mogelijkheid om uw opnamen op een televisietoestel, projector of monitor met HDMI-ingang en zodoende in optimale weergavekwaliteit te bekijken. Bovendien kunt u tussen vier resoluties kiezen: 1080p , 1080i , 720p en 480p :

Met Windows-besturingssystemen: De Leica Q is compatibel met de volgende besturingssystemen: Microsoft®: Windows® 7®/8® Apple® Macintosh®: Mac® OS X (10.6) en later Voor de overdracht van de gegevens is de camera met een USB-2.0-highspeed-interface uitgerust. Dit maakt de snelle gegevensoverdracht naar computers met een gelijksoortige interface mogelijk. De camera wordt als extern station door het besturingssysteem herkend en wordt er een stationsletter toegewezen. Breng beeldgegevens met de Windows Verkenner over op uw computer en sla ze daar op.

Met Mac-besturingssystemen: De geheugenkaart verschijnt als geheugenmedium op het bureaublad. Breng beeldgegevens met de Finder over op uw computer en sla ze daar op.

Overige functies Belangrijk:

  • Gebruik uitsluitend de meegeleverde USB-kabel.
  • Zolang gegevens worden overgedragen mag de USB-kabelverbinding nooit worden onderbroken, omdat anders computer en/of camera kunnen "crashen". Evt. kan zelfs de geheugenkaart onherstelbaar worden beschadigd.
  • Zolang gegevens worden overgedragen, mag de camera niet worden uitgeschakeld of zichzelf door afnemende accucapaciteit uitschakelen, omdat anders de computer kan "crashen".
  • Om dezelfde reden mag de accu bij geactiveerde verbinding in geen geval worden verwijderd. Wanneer de capaciteit van de accu tijdens de gegevensoverdracht onvoldoende wordt, verschijnt een scherm met knipperende indicatie van de accucapaciteit. Beëindig in zo'n geval de gegevensoverdracht, schakel de camera uit en laadt de accu op.

DRAADLOZE GEGEVENSOVERDRACHT EN AFSTANDSBEDIENING VAN DE CAMERA Overige functies U kunt de camera met een smartphone/tablet op afstand bedienen resp. de smartphone/tablet als externe geheugenmedium gebruiken. Hiervoor moet eerst de app „ Leica Q“ op uw smartphone worden geïnstalleerd. Deze app is zowel in de Google Play Store™ voor Android™ toestellen als ook in de Apple App Store™ voor iOS™ toestellen beschikbaar. WLAN Host Setup Vanuit de fabriek zijn onder deze menuoptie alle instellingen al voorgegeven. U kunt met de menuoptie SSID/network name de naam van de camera in het netwerk wijzigen. Het wordt aanbevolen om de vooraf ingestelde versleutelingsmethode WPA2 te behouden. U kunt onder de menuoptie Password een persoonlijk wachtwoord verstrekken. Opmerking: In deze paragraaf heeft het begrip „Smartphone“ zowel betrekking op smartphones als ook op tablets. Keuze van de verbindingsmethoden Er zijn twee mogelijkheden van verbindingsopbouw tussen uw camera en uw smartphone. Wanneer u toegang heeft tot een WLAN is het raadzaam om de Client -methode te gebruiken. Bij deze methode zijn camera en smartphone in hetzelfde WLAN-netwerk. Het maken van een directe verbinding (Host) is bijzonder praktisch, wanneer geen WLAN beschikbaar is. Bij deze methode brengt de camera een access point tot stand, waar u zich met uw smartphone aan kunt melden.

Een verbinding maken met een smartphone in de Host -modus Gebruik van een iOS-toestel Maken van een verbinding met QR-code:

Leica Q app op uw iPhone starten, en

3. De op de camera getoonde QR-code met de

4. Het „LEICA Q“-profiel op uw iPhone installeren

5. Eerst Install kiezen, dan Install en vervolgens Done

  • Een melding wordt in de webbrowser op de iPad of iPhone weergegeven.

6. Wanneer een wachtwoord voor het vrijgeven van de iPhone

vereist is, moet deze worden ingevoerd

7. Home-knop indrukken om de webbrowser te sluiten

8. WLAN onder Setting op de iPhone kiezen en activeren. Dan de

op de camera getoonde SSID kiezen (vanuit de fabriek: Leica Q-*******)

9. Naar het Home-scherm terugkeren, en dan de

starten Leica Q app Gebruik van een Android-toestel Maken van een verbinding met QR-code:

Leica Q app op uw Android-toestel starten

3. De op dit toestel weergegeven QR-code met de

Leica Q app aflezen Maken van een verbinding met SSID en wachtwoord:

Leica Q app op uw Android-toestel starten

3. De op dit toestel getoonde SSID kiezen.

4. Het op dit toestel getoonde wachtwoord invoeren (alleen bij

het voor de eerste keer maken van de verbinding)

Overige functies Maken van een verbinding met NFC:

Leica Q app op uw smartphone starten

2. Tijdens het zoeken van de

Leica Q app de smartphone op de in de afbeelding getoonde positie houden

3. Ter bevestiging Yes indrukken

  • Wanneer de verbinding tot stand is gebracht, worden de door de camera opgenomen opnamen in realtime op de smartphone weergegeven. Opmerkingen:
  • Het tot stand brengen van de verbinding kan een langere tijd duren.
  • De verbondene smartphones zijn op de camera geregistreerd.

WLAN FUNCTIEVARIANTEN In de Client -netwerkmodus kunt u onder de menuoptie setup de beschikbare WLAN-netwerken selecteren. Opnamen met afstandsbediening maken (Remote control)

1. Menuoptie WLAN kiezen, en

2. in het submenu WLAN Mode Client

3. In het submenu Setup het gewenste netwerk selecteren en

vervolgens het toegangswachtwoord invoeren Opmerking: Met Add network kunt u de verbinding tot een evt. onzichtbaar netwerk door invoer van de SSID, versleutelingsmethode en de verbindingsmethode tot stand brengen.

kiezen, en In het submenu Connection Remote control Een verbinding met een smartphone tot stand brengen Camera Control in de Leica Q app kiezen Uw opnamen maken

  • De opgenomen beelden worden op de camera opgeslagen.
  • De belangrijkste instellingen staan in de Leica Q app ter beschikking. WLAN Opnamen per WLAN op de smartphone beveiligen (back-up) De met de camera opgenomen JPG-opnamen worden bovendien op de smartphone opgeslagen en weergegeven.

1. Menuoptie WLAN kiezen, en

2. In het submenu Connection Backup

3. Een verbinding met een smartphone tot stand brengen.

Leica Q app op uw smartphone starten.

  • Als u de opname aanraakt, worden ze vergroot weergegeven. Opmerkingen:
  • DNG-bestanden worden uitsluitend op de SD-kaart opgeslagen.
  • Vanuit de fabriek is bij de camera in het bereik WLAN de menuoptie Backup File Settings op JPG ingesteld. Met JPG + MP4 worden ook de video-opnamen op uw smartphone overgedragen.
  • Maak geen verbinding met draadloze netwerken, waar u niet bevoegd bent om deze te gebruiken.
  • Bij geactiveerde WLAN-functie worden draadloze netwerken automatisch gezocht. Wanneer dit gebeurt, kunnen ook dergelijke, waar u niet bevoegd bent om deze te gebruiken (SSID: verwijst naar de naam die wordt gebruikt om een netwerk te identificeren via een WLAN-verbinding), worden weergegeven. Probeert u echter niet om een verbinding tot een dergelijk netwerk tot stand te brengen, omdat dit als onbevoegde toegang zou kunnen worden beschouwd.

Overige functies Opmerkingen:

  • Bij het gebruik van apparaten of computersystemen die een betrouwbaardere beveiliging dan WLAN-apparaten vereisen, moet ervoor worden gezorgd dat de juiste maatregelen voor de beveiliging en bescherming tegen storingen op de gebruikte systemen worden toegepast.
  • Leica Camera AG aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die kan optreden bij gebruik van de camera voor andere doeleinden dan voor het gebruik als een WLAN-apparaat.
  • Aangenomen wordt dat het gebruik van de WLAN-functie in de landen is, waar deze camera wordt verkocht. Er bestaat het gevaar, dat de camera in strijd is met de wetgeving over radiocommunicatie als het wordt gebruikt in andere landen dan waarin het wordt verkocht. Leica Camera AG aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schendingen.
  • Houd er rekening mee dat er gevaar is voor het afluisteren van de via de radiocommunicatie verzonden en ontvangen gegevens door derden. Het wordt ten zeerste aanbevolen om de versleuteling onder de instellingen van de draadloze toegangspunten te activeren om informatieveiligheid te waarborgen.
  • Vermijd het gebruik van de camera in gebieden met magnetische velden, statische elektriciteit of storingen, bijv. in de buurt van magnetrons. Anders bereikt de radiocommunicatie de camera misschien niet.
  • Wanneer de camera in de buurt van apparatuur zoals magnetrons en draadloze telefoons wordt gebruikt, die de 2,4 GHz-frequentieband gebruiken, kan dit op beide apparaten prestatieverlies veroorzaken.

Wanneer u het gestandaardiseerde en toekomst verzekerde DNG (Digital Negativ)-formaat wilt gebruiken, hebt u een gespecialiseerde software nodig, om de opgeslagen onbewerkte gegevens in de hoogste kwaliteit te converteren, bijvoorbeeld de professionele converter voor onbewerkte gegevens Adobe® Photoshop® Lightroom®. Deze biedt kwalitatief geoptimaliseerde algoritmen voor de digitale kleurverwerking, die gelijktijdig bijzonder weinig ruis en een verbazingwekkende beeldresolutie mogelijk maken. Bij de bewerking hebt u de mogelijkheid achteraf parameters zoals gradatie, scherpte enz. in te stellen en op deze wijze een maximale beeldkwaliteit te realiseren.

INSTALLEREN VAN FIRMWARE-UPDATES

Wanneer u vast wilt stellen, welke firmwareversie geïnstalleerd is:

1. In het menu Camera Information kiezen, en

2. In het submenu Firmware Version

In hetzelfde submenu kunt u verdere apparaten-, resp. landspecifieke goedkeuringsmerktekens resp. nummers oproepen.

Overige functies Leica werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling en optimalisering van zijn producten. Voor dit doel biedt Leica Camera AG indien nodig firmware updates, die u van onze homepage kunt downloaden. Wanneer u uw camera hebt geregistreerd, informeert Leica Camera AG u over alle nieuwe updates.

Belangrijk: Er mogen uitsluitend de hier resp. door Leica Camera AG genoemde en beschreven accessoires met de camera worden gebruikt. Tas van hoogwaardig echt leer in traditionele stijl. Het voorste gedeelte kan worden opengeklapt, zodat de camera tijdens het gebruik in het achterste gedeelte van de tas kan blijven. Een klep in de bodem maakt niet alleen de toegang tot het accuvak/de geheugenkaartensleuf mogelijk, maar bevat ook een houder voor een verdere geheugenkaart. (Bestelnummer 19 502)

Met de protector heeft u vrije toegang tot alle bedieningselementen van de camera, die ook tijdens het gebruik in de protector kan blijven. Een klep in de bodem maakt niet alleen de toegang tot het accuvak/de geheugenkaartensleuf mogelijk, maar bevat ook een houder voor een verdere geheugenkaart. Uit hoogwaardig zwart echt leer. (Bestelnummer 19 501)

Halve schaal voor de bevestiging aan de riem. Combineert comfortabel dragen, bescherming en snelle toegang tot de camera. Van zwart leer. (Bestelnummer 19 503)

Ter keuze zijn vijf varianten. 18 837 [leer, bruin]/14 884 [Artisan & Artist, zijde, groen]) HANDLUS

„ARTISAN & ARTIST EDITION FOR LEICA“

Een compacte, bijzonder hoogwaardige systeemtas, die perfect geschikt is voor lichte fotobagage voor korte reizen en stedentrips. Het combineert hoogste materiaalkwaliteit en verwerking. Door de materiaalmix van duurzaam nylon en fijn zwart leer is de tas tegelijkertijd weerbestendig en zeer stijlvol. (Bestelnummer 14 883) Accessoires (Bestelnummer 18 776 [met beschermklep, leer, zwart]/18 777 [met beschermklep, leer, cognac]/18 836 [leer, donkerbruin] / Ter keuze zijn vijf varianten. (Bestelnummer 18 782 [met beschermklep, zwart]/18 783 [met beschermklep, cognac]/18 838 [donkerbruin]/18 839 [bruin]/ 14 885 [Artisan & Artist, zijde, groen])

CREATIVE DAY BAG LEICA Q

Ergonomisch gesneden, van hoogwaardig, zwart echt leer. (Bestelnummer 19 504) GEHEUGENKAART-/CREDITCARDETUI Van leer, naar keuze te gebruiken met de insteekeenheid voor maximaal 3 geheugenkaarten, of zonder insteekeenheid voor maximaal 3 creditcards. Met de achterzijde van de insteekeenheid kunt u de monitor van uw camera reinigen. (Bestelnummer 18 538 [zwart], 18 539 [cognac])

DISPLAY BESCHERMFOLIE Accessoires Met de handgreep kunt u de camera zeker vasthouden en gemakkelijk dragen. De handgreep wordt met een kartelschroef aan de onderzijde van de handgreep op de statiefschroefdraad van de camera bevestigd. In de greep heeft het een schroefdraad voor de bevestiging van de vingerlussen. (Bestelnummer 19 505) Deze zelfklevende folie beschermt het monitoroppervlak tegen krassen en verbetert zelfs de zichtbaarheid en de herkenning van het monitorbeeld omdat het storende reflecties vermindert. (Bestelnummer 19 506) UVA FILTER

VINGERLUSSEN VOOR HANDGREEP Q

De kleine lussen van rubber zijn met hun schroef aan de handgreep bevestigd en zorgen voor een nog zekerder vasthouden van de camera. In drie grootten verkrijgbaar. (Bestelnummer 14 646 [s]/14 647 [m]/14 648 [l])

  • Dit kleurneutrale filter kan worden gebruikt om de frontlens van het objectief te beschermen. Tegelijkertijd kan het onscherpte en blauwzweem verminderen, die door het storende UV in het daglicht worden veroorzaakt, vooral aan het meer en in de bergen. (Bestelnummer 13 328) RESERVEONDERDELEN Het systeemflitsapparaat Leica SF 26 is met zijn compacte afmetingen en zijn op de camera afgestemde design bijzonder goed geschikt. Het valt ook positief op door zijn bedieningsgemak. (Bestelnummer 14 622) Voedingskabel KOR p. 423
  • -114.001-003 Voedingskabel TW p. 423
  • -114.001-004 Voedingskabel EU p. 423
  • -114.001-005 Voedingskabel CHN p. 423
  • -114.001-006 Voedingskabel UK p. 423
  • -114.001-007 Voedingskabel AUS p. 423
  • -114.001-008 Voedingskabel US p. 423
  • -116.001-020 Voedingskabel JP p. 423
  • -116.001-021 Tegenlichtkap p. 423
  • -116.001-015 Li-ion accu BP-DC12 p. 19
  • 500 Oplaadapparaat BC-DC12 p. 423
  • -116.001-032 Objectiefkap p. 423
  • -116.005-000 Draagriem p. 439
  • -612.060-000 Accessoireschoen-afdekking -116.001-013 STATIEVEN/STATIEFKOPPEN Het bevestigen van de camera op een statief garandeert bewegingsscherpe beelden, de voorwaarde voor echt scherpe opnamen met willekeurig lange sluitertijden. Leica biedt verschillende modellen voor de meest uiteenlopende toepassingsgebieden. Statieven Bestelnummer p. 423

Accessoires FLITSAPPARAAT (Bestelnummer 14 100 [klein statief], 14 101 [reisstatief, carbon]) Statiefkoppen (Bestelnummer 14 108 [kogelscharnierkop kort, zilver], 14 109 [kogelscharnierkop kort, zwart], 14 110 [kogelscharnierkop lang, zilver], 14 112 [kogelscharnierkop lang, zwart], 14 113 [kogelscharnierkop 24, zwart]) Voor het garanderen van de energievoorziening bij langer gebruik is het raadzaam om er altijd een tweede accu erbij te hebben.

Voorzorgsmaatregelen en onderhoud ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN

Gebruik uw camera niet in de onmiddellijke nabijheid van apparatuur met sterke magneetvelden en elektrostatische of elektromagnetische velden (zoals inductieovens, magnetrons, monitoren van tv of computer, videogame-consoles, mobiele telefoons, zendapparatuur).

  • Wanneer u de camera op een televisie plaatst, of in de onmiddellijke nabijheid gebruikt, kan het magneetveld ervan de beeldregistratie verstoren.
  • Hetzelfde geldt voor het gebruik in de buurt van mobiele telefoons.
  • Sterke magneetvelden, bijv. van luidsprekers of grote elektromotoren kunnen de opgeslagen gegevens beschadigen of de opnamen verstoren. Als de camera door het effect van elektromagnetische velden niet goed functioneert, deze uitschakelen, de accu verwijderen en de camera weer inschakelen. Gebruik de camera niet in de onmiddellijke nabijheid van radiozenders of hoogspanningsleidingen. Hun elektromagnetische velden kunnen de beeldregistraties eveneens verstoren.
  • Bescherm de camera tegen contact met insectenspray en anderen agressieve chemicaliën. Terpentine (wasbenzine), verdunner en alcohol mogen ook niet voor reiniging worden gebruikt. Bepaalde chemicaliën en vloeistoffen kunnen de behuizing van de camera, resp. het oppervlak beschadigen.
  • Omdat rubber en kunststof soms agressieve chemicaliën afscheiden, mogen ze niet langere tijd met de camera in contact blijven.
  • Zorg ervoor, dat zand of stof niet in de camera kan binnendringen, bijv. aan het strand. Zand en stof kunnen de camera en de geheugenkaart beschadigen. Let hier vooral op bij het plaatsen en verwijderen van de kaart.
  • Zorg ervoor, dat geen water in de camera kan binnendringen, bijv. bij sneeuw, regen of aan het strand. Vocht kan tot storingen leiden en zelfs onherstelbare schade aan de camera en de geheugenkaart veroorzaken.
  • Als er spetters zout water op uw camera zijn gekomen, bevochtigt u een zachte doek eerst met leidingwater, wringt deze stevig uit en wist hiermee de camera af. Daarna met een droge doek goed nawrijven. Belangrijk: Er mogen uitsluitend de in deze handleiding genoemde en beschreven resp. de door Leica Camera AG genoemde en beschreven accessoires met de camera worden gebruikt. Sensor
  • Wanneer de camera aan grote temperatuurschommelingen wordt blootgesteld, kan zich condens op de monitor vormen. Wis deze voorzichtig met een zachte, droge doek af.
  • Als de camera bij het inschakelen zeer koud is, lijkt het monitorbeeld eerst iets donkerder dan normaal. Zodra de monitor warmer wordt, bereikt het weer zijn normale helderheid. De productie van de monitor vindt plaats in een zeer nauwkeurig proces. Zo wordt gegarandeerd dat van de in totaal meer dan

1.040.000 pixels meer dan 99,995% correct werkt en slechts

0,005% donker blijft of altijd helder is. Dit is echter geen storing en beïnvloedt de beeldweergave niet nadelig.

  • Hoogtestraling (bijv. bij vluchten) kan pixeldefecten veroorzaken. Condensatievocht Als er zich condens op of in de camera heeft gevormd, moet u hem uitschakelen en ongeveer één uur bij kamertemperatuur laten liggen. Als kamer- en cameratemperatuur gelijk zijn, verdwijnt de condens vanzelf.

Voorzorgsmaatregelen en onderhoud Monitor

Voorzorgsmaatregelen en onderhoud

ONDERHOUDSINSTRUCTIES Voor het objectief

  • Omdat elke vervuiling tevens een voedingsbodem voor microorganismen vormt, moet de uitrusting zorgvuldig worden schoongehouden.
  • Op de buitenste lenzenoppervlakken is het verwijderen van stof met de zachte haarkwast normaal gesproken voldoende. Bij sterkere vervuiling kunnen deze met een zeer schone, gegarandeerd smetvrije, zachte doek in cirkelvormige bewegingen van binnen naar buiten voorzichtig worden gereinigd. Wij adviseren microvezeldoekjes (verkrijgbaar in de foto- en optiekzaak) die in een beschermende verpakking worden bewaard en bij temperaturen tot 40°C wasbaar zijn (geen wasverzachter, nooit strijken!). Reinigingsdoekjes voor brillen die met chemische middelen zijn geïmpregneerd, mogen niet worden gebruikt omdat ze het objectiefglas kunnen beschadigen.
  • De objectiefkap die bij de levering is inbegrepen beschermt het objectief tegen onbedoelde vingerafdrukken en regen. Voor de camera
  • Reinig de camera uitsluitend met een zachte, droge doek. Hardnekkig vuil moet eerst met een sterk verdund afwasmiddel worden bevochtigd – en vervolgens met een droge doek worden afgeveegd.
  • Om vlekken en vingerafdrukken op de lens te verwijderen wordt de camera met een schone, pluisvrije doek afgeveegd. Grovere verontreinigingen in moeilijk toegankelijke hoeken van de camerabody kunnen met een kleine kwast worden verwijderd.
  • Alle mechanisch bewegende lagers en glijvlakken van uw camera zijn gesmeerd. Denk eraan als u de camera langere tijd niet gebruikt: de camera ongeveer elke drie maanden meerdere keren ontspannen om verharsen van de smeerpunten te voorkomen. Het is ook aanbevolen dat u herhaaldelijk alle andere bedieningselementen versteld en gebruikt. Voor het oplaadapparaat Oplaadbare lithium-ionen accu's genereren stroom door interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentemperatuur en luchtvochtigheid beïnvloed. Zeer hoge en lage temperaturen verkorten de verblijftijd en levensduur van de accu's.
  • Verwijder de accu altijd als u de camera langere tijd niet gebruikt. Anders kan de accu na meerdere weken diep ontladen worden, d.w.z. zijn spanning sterk dalen.
  • Lithium-ionen accu's moeten in gedeeltelijk opgeladen toestand worden bewaard, d.w.z. niet volledig ontladen, maar ook niet volledig opgeladen (zie de indicatie op de monitor). Bij zeer langdurige opslag moet de accu ongeveer tweemaal per jaar gedurende ca. 15 minuten worden opgeladen om diepe ontlading te vermijden.
  • Houd de contacten van de batterijen steeds schoon en vrij toegankelijk. Lithium-ion batterijen zijn weliswaar tegen kortsluiting beveiligd, maar toch mag u de contacten niet in aanraking laten komen met metalen voorwerpen zoals paperclips of sieraden. Een kortgesloten batterij kan zeer heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken.
  • De accu moet een temperatuur tussen 10°C en 30°C hebben om te kunnen worden opgeladen (anders schakelt het oplaadapparaat niet in, resp. weer uit).
  • Als een batterij op de grond valt, dient u onmiddellijk de behuizing en contacten op eventuele schade te controleren. Het plaatsen van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen.
  • Accu's hebben slechts een beperkte levensduur.
  • Geef de schadelijke accu's af aan een verzamelpunt voor correcte recycling.
  • Werp batterijen nooit in vuur, omdat ze anders kunnen exploderen.
  • Wanneer het oplaadapparaat in de buurt van radio-ontvangers wordt gebruikt, kan de ontvangst worden verstoord, zorg voor een afstand van minimaal 1 m tussen de apparaten.
  • Wanneer het oplaadapparaat wordt gebruikt, kan dit geluid (“zoemen“) veroorzaken – dit is normaal en geen storing.
  • Trek de netstekker van het oplaadapparaat eruit als dit niet wordt gebruikt, omdat het ook zonder accu (zeer weinig) stroom verbruikt.
  • Houd de contacten van het oplaadapparaat steeds schoon en maak nooit kortsluiting.

Voorzorgsmaatregelen en onderhoud Voor de batterij

Voorzorgsmaatregelen en onderhoud

  • Zolang een opname wordt opgeslagen of de geheugenkaart wordt uitgelezen, mag deze niet worden verwijderd, ook mag de camera niet worden uitgeschakeld en niet aan trillingen worden blootgesteld.
  • Geheugenkaarten moeten als bescherming in principe uitsluitend in het meegeleverde antistatische foedraal worden bewaard.
  • Bewaar geheugenkaarten niet op plaatsen waar ze aan hoge temperaturen, direct zonlicht, magneetvelden of statische ontlading worden blootgesteld.
  • Laat de geheugenkaarten niet vallen en buig deze niet, omdat deze anders beschadigd kunnen worden en de opgeslagen gegevens verloren kunnen gaan.
  • Verwijder de geheugenkaart in principe als u de camera langere tijd niet gebruikt.
  • Raak de contacten aan de achterzijde van de geheugenkaart niet aan en houd ze vrij van vuil, stof en vocht.
  • Het is raadzaam de geheugenkaart af en toe te formatteren, omdat voor de fragmentering bij het wissen enige geheugencapaciteit nodig kan zijn.
  • Wanneer u de camera langere tijd niet gebruikt, is het volgende raadzaam: a. Camera uitschakelen b. Geheugenkaart verwijderen c. Accu verwijderen
  • Een objectief werkt als een brandglas als het volle zonlicht frontaal op de camera staat. De camera moet daarom in geen geval zonder bescherming tegen de felle zon worden weggelegd. Het plaatsen van een objectiekap en het opbergen van de camera in de schaduw (of gelijk in een tas) kan ertoe bijdragen interne schade aan de camera te voorkomen.
  • Bewaar de camera bij voorkeur in een gesloten en gestoffeerd foedraal, zodat er niets tegenaan kan schuren en stof op afstand wordt gehouden.
  • Bewaar de camera op een droge, voldoende geventileerde plaats, die bescherming biedt tegen hoge temperatuur en vochtigheid. De camera moet bij gebruik in een vochtige omgeving voor de opslag beslist vrij zijn van ieder vocht.
  • Fototassen die bij gebruik nat zijn geworden, moeten worden leeggemaakt om beschadiging van uw uitrusting door vocht en eventueel vrijkomende restanten leerlooimiddel uit te sluiten.

Voorzorgsmaatregelen en onderhoud

  • Ter bescherming tegen schimmelvorming bij gebruik in een vochtig en warm tropisch klimaat moet de camera-uitrusting zo veel mogelijk aan de zon en lucht worden blootgesteld. Het bewaren in afgesloten koffers of tassen is slechts aan te bevelen als bovendien een droogmiddel, bijv. silicagel, wordt gebruikt.
  • Bewaar de camera ter vermijding van schimmelvorming niet voor lange tijd in de leren tas.
  • Noteer het fabricagenummer van uw Leica Q, omdat dat in geval van verlies buitengewoon belangrijk is.

F litsbelichtingsmodus, evt. met indicatie voor flitsbelichtingscorrectie INDICATIES

Stabilisatie geactiveerd

eeldtelwerk (resterende aantal beelden)/verstreken video-opnametijd (bij ontbrekende geheugencapaciteit knippert als waarschuwing de 0)

Belichtingsmodus (*= aanwijzing op gewijzigde tijd-diafragmacombinatie, verschijnt alleen bij programma-automaat en uitgevoerde verplaatsing) / scèneprogramma

Serie-opnamen, belichtingsreeks, time lapse opnamen

Waterpas (lange horizontale strepen geven de schuine stand aan: rood = schuin, groen = horizontaal; korte horizontale streep geeft de kanteling aan: streep zichtbaar = gekanteld, geen streep = niet gekanteld)

Markering scherp afgebeelde randen (Peaking)

BIJ WEERGAVE Weergeven (met/zonder clipping-indicaties)

Time lapse opnamen (gegroepeerd)

Geselecteerde opname

Aanwijzing op wisbeschermde opname

Serie-opnamen (gegroepeerd)

Aanwijzing over de weergave van video-, time lapse- of serie-opnamen

Symbool voor het oproepen van de videomontage functie

Symbool voor het verlaten van de videoweergave

Indicatie voor audioweergave ( = audioweergave gedeactiveerd)

Weergave voortgangsbalk

Verstreken weergavetijd

Symbool voor de onderbreking van de weergave ( = weergave voortzetten)

TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens Cameratype Leica Q (Typ 116), Digitale kleinbeeld compactcamera Opnameformaat/hoogte-breedteverhouding 36mm/2:3 24 x Objectief Leica Summilux 1:1,7/28mm ASPH., 11 lenzen in 9 groepen, 3 asferische lenzen Digitale zoom Naar keuze ca. 1,25x (komt overeen met 35mm) of ca. 1,8x (komt overeen met 50mm) Beeldstabilisatie Optisch compensatiesysteem voor foto- en video-opnamen Diafragmabereik 1,7 tot 16 in 1⁄3EV-stappen Beeldsensor/resolutie CMOS-sensor, 26,3/24,2 miljoen pixels (totaal/effectief) Dynamiekomvang 13 diafragmatrappen Kleurdiepte 14Bit Foto-opnameformaat verkiesbaar: DNG + JPG , JPG DNG-/JPEG-resolutie 24MP (5952x3976 px), 12MP (4256x2832px), 6MP (2976x1984px), 1,7MP (1600x1080px)

ISO bereik Automatisch, ISO 100 tot ISO 50000, Witbalans Automatisch, voorinstellingen voor: Daglicht, bewolkt, schaduw, halogeen verlichting, elektronische flitser, twee handmatige instellingen door te meten, handmatige kleurtemperatuurinstelling Kleurruimte Voor foto's verkiesbaar: sRGB, Adobe® RGB, ECI-RGB Scherpte/intensiteit/contrast Telkens in 5 trappen verkiesbaar, bij intensiteit ook Z/W Scherpte-instelling Werkgebied 30cm tot ∞, bij macro-instelling vanaf 17cm Instelling Automatische- (autofocus) of handmatige afstandsinstelling, bij handmatige instelling naar keuze loepfunctie en randmarkering (Focus-Peaking) als instelhulp beschikbaar Autofocus systeem Op basis van contrastmeting Autofocusmodi AFS (activering alleen bij succesvol scherpstellen), AFC (activeren altijd mogelijk), AF-instelling kan worden opgeslagen Autofocus meetmethoden 1-veld (verschuifbaar), meerveld, gezichtsherkenning, motief vervolging, naar keuze instelling/ activering door het aanraken van de monitor Zoeker Elektronische LCOS -indicatie, resolutie: 1280x960 pixels x 3 kleuren (=3,68MP), hoogte-breedteverhouding: 4:3, instelbaar ±3 dioptr., met oogsensor voor automatische omschakeling tussen zoeker en monitor Monitor 3“-TFT-LCD-monitor met ca. 1.040.000 pixels, touchregeling mogelijk WLAN Voldoet aan de norm IEEE 802.11b/g/n (standaardWLAN-protocol), kanaal 1-11, versleutelingsmethode: WLAN-compatibele WPA™/WPA2™, toegangsmethode: Infrastructuur modus NFC Volgens JIS X 6319-4-standaard/13,56MHz Aansluitingen micro-USB-bus (2.0), HDMI-bus Stroomvoorziening Leica BP-DC12 lithium-ion-accu, nominale spanning 7,2V (7,2V D.C.), capaciteit 1200mAh, fabrikanten: Panasonic Energy (Wuxi) Co.,Ltd. geproduceerd in China Oplaadapparaat Leica BC-DC12 ingang: wisselspanning 100-240V, 50/60Hz, automatische omschakeling; uitgang: Gelijkspanning 8,4V; 0,65A fabrikant: Shin Tech Engineering Ltd. geproduceerd in China Behuizing In het Leica design uit massief, extreem licht magnesium en aluminium, twee ogen voor de draagriem, ISO-accessoireschoen met midden- en stuurcontacten voor de aansluiting van flitsapparaten Objectief filterdraad E49 Statiefschroefdraad A 1⁄4 DIN 4503 (1⁄4“) Afmetingen (BxHxD) ca. 130 x 80 x 93mm Gewicht ca. 590/640g (zonder/met accu)

Technische gegevens Belichtingsmodi Programma-automaat, tijdautomaat, diafragma-automaat en handmatige instelling. Scènemodi Volledig automatisch, sport, portret, landschap, nachtportret, sneeuw/strand, kaarslicht, zonsondergang, digiscoping, miniatuureffect, panorama, time lapse Belichtingsmeetmethoden meerveld, op het midden gericht, spot. Belichtingscorrectie ±3EV in 1⁄3EV-stappen. Automatische belichtingsreeksen Drie opnamen in indelingen tot 3EV, instelbaar in 1⁄3EV -stappen. Sluitertype Mechanisch en elektronisch Sluitertijden 30s tot 1⁄2000s met mech. Sluiter, 1⁄2500s tot 1⁄16000s met elektr. sluiter, in 1⁄3 stappen, flitssynchronisatie tot 1⁄500s Serieopnamen Naar keuze 10/5/3B/s (H/M/L) Zelfontspanner Voorlooptijd naar keuze 2 of 12s

Leveringsomvang Camera, draagriem, tegenlichtkap, objectiefkap, afdekking accessoireschoen, accu (Leica BP-DC12), oplaadapparaat (Leica BC-DC12), voedingskabel (EU, US, lokale voedingskabel), USB-kabel Software Leica App voor iOS® (afstandsbediening en beeldoverdracht, gratis download in de Apple® App-Store®/Google® Play Store®) Wijziging in constructie en uitvoering voorbehouden.

Technische vragen over toepassingen met Leica-producten, ook over de meegeleverde software, worden schriftelijk, telefonisch of per e-mail beantwoord door de Product Support-afdeling van de Leica Camera AG. Ook voor koopadvies en het bestellen van handleidingen is dit uw contactadres. U kunt uw vragen eveneens d.m.v. het contactformulier op de website van Leica Camera AG aan ons richten. Voor het onderhoud van uw Leica-uitrusting en in geval van schade kunt u gebruik maken van de Customer Care van Leica Camera AG of de reparatieservice van een Leica-vertegenwoordiging in uw land (voor adressenlijst zie garantiebewijs). Leica Camera AG Productsupport / softwaresupport Am Leitz-Park 5 D-35578 Wetzlar Telefoon: +49(0)6441-2080-111 /-108 Telefax: +49(0)6441-2080-490 info@leica-camera.com / software-support@leica-camera.com