MCCULLOCH

EUROMAC D380 - Bosmaaier MCCULLOCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EUROMAC D380 MCCULLOCH in PDF-formaat.

📄 96 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 🔧 SAV 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice MCCULLOCH EUROMAC D380 - page 44
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MCCULLOCH

Model : EUROMAC D380

Categorie : Bosmaaier

Download de handleiding voor uw Bosmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EUROMAC D380 - MCCULLOCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EUROMAC D380 van het merk MCCULLOCH.

GEBRUIKSAANWIJZING EUROMAC D380 MCCULLOCH

1) Zorg er voor dat alle gebruikers deze

voorschriften zorgvuldig gelezen hebben voordat zj met de machine gaan werken. Gebruik de machine alleen waarvoor ze bestemd is. Laat nooit Kinderen met de machine werken.

2) Werk uitsluitend met de machine in gepaste

Keding: a) nauw sluitende kleding (geen short of wide kleding), b) veligheidsschoenen (geen sandalen en nooit blootvoets), c) werkhandschoenen, d) gezichtsbeschermer of veiligheidsbri. Verwijder eventuele beschermfoli, e) gehoorbeschermer, 1) bij gebruik van zaagbladen: helm. Zorg er voor dat u weet hoe de machine te stoppen in geval van nood (zie het hoofdstuk STARTEN EN UITZETTEN VAN MOTOR). In geen geval gebruiken bij oververmoeidheid, Ziekte, onder invioed van alcohol of bepaalde medicinen. Kik uit voor de draaiende onderdelen en voor de_hete delen van de machine.

3) Het langduring gebruik van de machine of

ander gereedschap onderwerpt de gebruiker aan trilingen die het “witte vinger verschinsel" kunnen veroorzaken (Raynaud's Phenomenon). Dit kan een verminderde gevoeligheid van de handen voor warmteverschil tot gevolg hebben en tot een gehele verstiving leicen. De gebruiker moet daarom goed op z'n handen en vingers letten wanneer hi dit produkt lang of vaak gebruikt. Mocht één van de symptomen toch optreden, consulter dan meteen een arts. Houd de machine altjd met twee handen vast en zorg er voor dat u stevig op de grond staat. De machine moet uitsluitend bediend worden zoals aangegeven in het hoofdstuk VEILIG GEBRUIK.

4) Loop nooît met een draaiende motor naar het

volgende werkobject. Schakel de machine uit, plaats de beschermer op het maai-of zaagblad en draag de machine met de aandrifas naar achteren gericht. Bi vervoer in een auto de machine goed vastzetten zodat er geen brandstof kan ontsnappen. Het is raadzaam de brandstoftank te ledigen alvorens de machine te vervoeren. OPGELET: Voor uw veligheid is het verplicht tiidens transport en opslag het mes met de bijgeleverde hoes te beschermen.Start de machine uitsluitend op een viakke ondergrond en zorg er voor dat u stevig staat. Het maaiblad of de_draadkop mogen de grond of een ander obstakel niet raken

5) VOORKOMING VAN BRAND: Werk niet met de

machine in de buurt van vuur of op plekken waar brandstof gemorst is. Start noch laat de motor ooit in werking in een dichte of slecht geventileerde ruimte. UITLAATGASSEN ZIJN

GIFTIG EN KUNNEN VERSTIKKING OF DOOD

VEROORZAKEN Bi INADEMING. Na het vullen van de brandstoftank gemorste brandstof goed afvegen. Nooit roken tidens het vullen en de machine starten op minstens 8 meter afstand van de vulplaats en de voorraadtank. Nooit vullen met draaiende motor.

6) Laat geen omstanders of dieren tos in de buurt

van de werkplek (minimum afstand 15 meter). As iemand nadert, de machine stoppen en het maaiblad of draadkop tot stilstand brengen (ie: STARTEN EN UITZETTEN VAN MOTOR) Ean draaiend maaiblad of draadkop kan stenen, gras of andere voorwerpen wegslingeren. Het blad is zeer scherp, wees dus voorzichtig ook wanneer de machine niet in werking is. Draag ltd werkhandschoenen. Doe de motor uit en wacht tot de draaiende onderdelen stil staan voordat men de machine controleert of voordat men het maaiblad of draadkop aanraakt, vooral als men vaststekende materialen moet verwideren.

GEBRUIK DE MACHINE NOOIT ZONDER DAT

MAAIBLAD EN NYLON DRAADKOP). Schenk veel aandacht aan de veligheidsvoorschriften daar bi niet_opvolgen hiervan uw elgen leven of dat van anderen gevaar loopt door: &) mogelik kontakt met maai-en/of zaagblad. b) wegslingerende voorwerpen. UIK Dit produkt moët aan de rechterkant van de gebruiker gehouden worden, zodat de uitlaatgassen van de gebruiker afgaan en de Kleding geen obstakel vormt. Als u voor het eerst een trimmer gebruikt, neem dan de tjd om er vertrouwd mee om te gaan. Kontroleer de machine alvorens deze te gebruiken op loszittende bouten of moeren, beschadigde onderdelen en eventuele brandstoflekken. Vervang versleten of beschadigde accessoires (maai/zaagblad, draadkop en beschermkap). Laat reparaties of onderhoud uitsluitend verrichten door officiele servicedealers: NB. Om een goede functionering maar ook de veligheid van de machine te behouden, verzeker ü ervan dat elk deel door originele reserveonderdelen of accessoires wordt vervangen. Vermid langdurig gebruik van de trimmer. Overmatige vibratie Kan pin veroorzaken

1) Maak de werkplek vrij van obstakels zoals:

stenen, touw, metaal of andere voorwerpen die rond de as kunnen draaien of weggeslingerd kunnen worden. Men moët enkel maaien wat voor het type maai-onderdeel geschikt is, en vermiden dat het in aanraking komt met rotsen of metaal enz. Zet uw haar 20 vast dat het maximaal tot de schouders reikt. Alorens te gaan werken moët de steungordel omgedaan worden en in hoogte zodanig gekorrigeerd dat de machine goed in evenwicht hangt aan de rechterzide van het lichaam. Het maai/zaagblad of draadkop moet parallel met het grondopperviak lopen. De machine niet gebruiken als men niet stevig op de grond staat; men moet altijd in goed evenwicht staan. Maai of snoei altjd met de werkplek voor u: naar achteren toe maaien is gevaarijk omdat men eventuele gevaren niet Kan zien. Op de uitvoeringen die een delta handgreep hebben en van metalen maaiblad voorzien zin, is een veligheidshandvat aan de zikant verplicht. Het veiligheidsshandvat aan de zikant voorkomt dat het apparaat te veel zwaaït en zodoende dat het metalen blad in aanraking Komen met de ledematen.

2) De steunring (B) moet in de aanvankeljke

positie bljven om het uit evenwicht raken van de machine te voorkomen. Bi modellen die voorzien zin van een delta handgreep kan men 31-55 cabrio 320-380-248729 29-11-2001 : 41 Pagina 9 ATTENTIE: Start de machine nooit als de motor en de aandrifas los van ekaar zin. De koppeling kan dan uiteenspatten. Bij machines die van een koppeling voorzien zin, moet men er zich van verzekeren dat het maai-onderdeel stil staat wanneer de motor op minimum draait. het stuur verstellen om een soepeler gebruik te verkrigen.

3) De volgende accessoires kunnen gemonteerd

worden: a) Maai-of zaagblad, b) Nylon draadkop. Nooit een blad monteren zonder daarbij alle onderdelen op de juiste manier te monteren, anders kan het blad los komen en de gebruiker of andere personen verwonden: a) NOOIT HET MAAIBLAD LATEN WERKEN

ZONDER EERST DE BESCHERMKAP TE

HEBBEN GEMONTEERD. b) NOOIT DE DRAADKOP LATEN WERKEN

HEBBEN GEMONTEERD. Tijdens het werken het maai-zaagblad of draadkop van de machine nooit boven de middel uit laten komen. NYLON DRAADKOP: Zorg er voor dat de draadkop op de juiste wize gemonteerd is. De draadkop kan gebruikt worden voor het maaien van het grasveld, langs muren, rond bomen of andere plekken waar planten of struiken niet beschadig mogen worden. Voor de draadkop alleen draden van elastisch materiaal gebruiken die door de fabrikant aanbevolen worden. Nooit bivoorbeeld draad van metaal gebruiken, dat kapot zou kunnen gaan en heel gevaarijk kan worden als het weg viiegt. MAAIBLAD: Zorg er voor dat het maaiblad op de juiste wize gemonteerd is (zie hoofdstuk MONTAGE MAAIBLAD EN NYLON DRAADKOP). Wanneer men een metalen blad of maaikop vervangt, moet men all onderdelen gebruiken in de juiste volgorce.

4) MAAIBLADEN kunnen gebruikt worden voor

alle grassoorten, zwaar onkruid of licht strukgewas. Gebruik de machine als een zeis en houd de gashendel geheel ingedrukt.

5) ATTENTIE: Werk uitsluitend met een scherp

maaiblad. Een versieten of bot maaiblad maait niet goed en kan een plotselinge terugslag veroorzaken, Deze terugslag treed op als een stuk hout of een ander zwaar voonwerp geraakt word. Deze terugslag kan zo sterk zin dat men de kontrole over de machine verliest. Nooit een metalen blad scherpen, maar wel —b—

vervangen door een nieuw blad. REACTIE TERUGSLAG: Deze kan ook optreden bi gebruik van elk type circuleer blad in de risico sektor. Daarvoor is het aan te raden de overgebleven sektor te gebruiken ZAAGBLADEN kunnen gebruikt worden voor het zagen van houtopslag, bomen tot een doorsnee 7 cm en zwaar struikgewas.

VERDERE VEILIGHEIDS-MAATREGELINGEN BD} BRANDSTOFMENGSEL Aleen brandstof gebruiken als aanbevolen in deze handeiding. Dit produkt is uitgerust met een tweetakt motor en moet daarom worden gevoed met een tweetakt benzine en ollemengsel. Loodvrije benzine gebruiken met een minimum octaangehalte van 90. Alleen olie gebruiken uit verzegelde containers. Om een goed brandstofmengsel te verkrigen, eerst de olie in de container gieten en daarna de benzine toevoegen. Het gebruik van een tweederangs olie of benzine kan de prestatie beinvloeden of de levensduur van bepaalde onderdelen reduceren. LOODVRIJE BENZINE Indien men loodvrie benzine gebruikt dient men te mengen met een volledig Synthetische 2-takt motorolle of 2-takt motoroli, zie tabel BELANGRIJK Altjd het mengsel voor gebruik goed schudden. Mengsmering heeft de eigenschap na verloop van tid in kwaïteit achteruit te gaan en dient dan o0k binnen 2 maanden gebruikt te worden. Wij raden u derhalve aan alleen de hoeveelheid mengsmering aan te maken die op dat moment nodig is. Nooït een brandstofmengsel gebruiken

PERSONEN EN/OF VOORWERPEN. van meer dan 2 maanden oud aangezien dit de motor kan beschadigen. ATTENTIE Rook niet als u aan het vullen bent. De tankdop altid langzaam los draaien, om te vermijden dat eventuale interne druk ontsnapt. Bivullen op open plaatsen, Kom niet te dicht in de buurt van open vuur of vonken. Bewaar de mengsmering altid in een daarvoor bestemde jerry-can

VEILIGE OPSLAG VAN BRANDSTOF

Benzine is licht ontvambaar. Doof altjd eerst open vuur voordat u met benzine gaat werken. Voorkom morsen met benzine. Sla de brandstof op in een goed geventileerde ruimte, in een daarvoor bestemde jerry-can. Zet nooît een motor weg met nog benzine in de tank, in slecht geventileerde ruimten, of waar benzine damp in &anraking kan Komen met openvuur, vonken of een waakvlam van bivoorbeeld een cv-ketel Benzine dampen kunnen een explosie of brand veroorzaken. Sla geen grote hoeveelheden benzine op. Het is ten zeerste af te raden de brandstof geheel op te verbruiken. Dit om problemen bij het starten te voorkomen. BEMONTAGE BESCHERMKAP

1) Om velligheidsredenen is het noodzakelik dat

het apparaat gebruikt wordt met de juiste kap (P/N 247208) indien gebruikt met een mes of nylon spoelkop, m.uv. het 24-80-tands blad. Draadbegrenzer (L): monteren als afgebeeld

2) Wanneer men een zaagblad gebruikt (optionele

accessoire) dient de correcte kap aangebracht te worden (P/N 240553). Tevens dient men de dubbele steungordel te gebruiken! Aleen messen of nylon spoelkoppen gebruiken duideljk gemarkeerd met een maximum snelheïd van tenminste 10.500 min”. Montage instructies zorgvuldig opvolgen. NB. Zaagbladen (24 of 80 tanden) hebben een voetdiameter van 20 mm en vereisen dan ook het gebruik van een bovenflens van toepasselike afmeting om een correcte passing te verzekeren. Het onderdeelnummer wordt aangegeven in de samenvattingstabel voor sni-onderdelen. —b—

In verband met de veiligheid, altid: de beschermkap monteren die behoort bi het te gebruiken maaiblad of nylon draadkop (zie hoofdstuk MONTAGE BÉSCHERMKAP).

1) Monteer het maaiblad conform de tekening:

a) Beschermkap vulring, b) Bovenplaat met centerning, c) maaiblad met de tekst en draairichtingpil naar boven, d) onderplaat, e) vaste afstandhouder, 1 bladbevestigingsbout (engte 16 mm).

2) Bi gebruik van een draaiende afstandhouder is

de montage als volgt: a) Beschermkap vulring, b) Bovenplaat met centrerring, c) Maaiblad met de tekst en draairichtingpif naar boven, d) Onderplaat, e) Vuling, 1 Draaiende afstandhouder, g) Bladbevestigingsbout (engte 34,5 mm). Vervang tidig de bladbevestigingsbout wanneer deze beschadigd is.

3) Zorg er voor dat de centerning op de

bovenplaat goed in het gat van het maaiblad past. Tegen de klok in vastdraaien. Tijdens het vastdraaien kan het maaiblac geblokkeerd worden door de bigeleverde sleutel of een schroevedraaier door de gaten van de bovenplaat en de transmissiekop te steken. De gaten kunnen in lin gebracht worden door de bovenplaat te draaien

4) Monteer de nylon draadkop conform de

tekening: a) Beschermkap vuling, b) Bovenplaat, c) Beschermkap, d) Nylon draadkop. Tegen de klok in vastdraaien.

5) De draadkop kan geblokkeerd worden op

dezelfde manier zoals beschreven onder 8. WAARSCHUWING: Gebruik de beschermkap t als het maaiblad worot gebruikt (item C 4F).

EGMONTAGE MOTOR/AANDRIJFAS

ATTENTIE: Start de motor nooit als de aandrifas niet aan de motor bevestigd is. De koppeling zal dan uiteenspatten.

1) Bevestig de motor aan de aandrifas.

Zoorg er voor dat het koppelingshuis goed rond de koppelng past. Draai dan de 2 bouten (A) kruislings vast

2) Bevestig het uiteinde van de gaskabel (B) in de

opening van het draaiende asje (C). BAMONTAGE HANDGREPEN

1) DUBBELE HANDGREEP

Voor uw velligheid, reguleer de klem van de dubbele handgreep en zet deze op een 40 cm afstand van de motorkoppeling/stang vast.

2) DELTA HANDGREEP AAN VOORKANT

Voor uw velligheid de handgreep voor de sticker op de stang monteren op een afstand van minstens 11 cm van de achterhandgreep

3) Regel stelschroef (D) dusdanig af zodat kabel

(B) gemakkelik in de opening van het draaiende asje (C) geplaats kan worden. Zet het geheel vast met kontramoer (E). 4A) Schuif de verbindingen van de stopkabel in ekaar. 4B) Aarde aansluiting. Bevestigen als aangegeven op de tekening. wanneer u de draadkop monteert, en op een afstand van minstens 36 cm wanneer u de metalen bladen monteert. De handgreep moet altid loodrecht ten opzichte van de stang gemonteerd worden, Zoals in afbeelding 2. Het voorste veiligheidshandvat moet worden gemonteerd door gebruik van de bijgesloten accessoires en volgens het agebeelde figuur.

1) De knop helemaal omdraaien vanaf de positie

2) De velligheidsknop (S) naar beneden drukken,

aan de gashendel (À) trekken en op de voorgasgever (B) drukken, vervolgens (A) los laten, en dan (B). ATTENTIE: Als knop (B) ingedrukt is, draait het blad

3) Breng de chokehendel (E) naar gesloten stand

4) Pomp zolang met balgje (C) totdat men de

brandstof naar de tank ziet lopen via pijpie (D). Aan de startkabel trekken totdat men de motor hoort opstarten:

5) Breng de chokehendel (E) naar open stand |+|

31-55 cabrio 320-380-248729 29-11-2001 : 41 Pagina 12 en trek weer aan de startkabel totdat de motor gaat lopen. Laat de machine even lopen terwi] ü de timmer stihoudt. Trek nu aan de gashendel om de voorgasgever te ontkoppelen. De motor draait nu op minimum toeren.

STARTEN VAN WARME MOTOR

Zet de stopschakelaar in positie START 1. Gashendel in positie stationair. Chokehendel naar rechts OPEN |+[. Pomp zolang met balgje (C) totdat men de brandstof naar de tank ziet lopen via pipje (D). Trek aan het aandriftouw. ATTENTIE: Als knop (B) ingedrukt is, draait het e blad.

6) UITZETTEN VAN DE MOTOR

Druk op de stopschakelaar en schuif deze in de positie STOP 0. ATTENTIE: Als de motor gestopt is zullen maaiblad of draadkop nog even doordraaien. Houd de machine zolang stevig vast totdat alles stilstaat. NB. In geval van nood kan men de onderdelen eerder tot stilstand brengen door het blad over de grond te striken.

BDAFREGELEN VAN DE CARBURATEUR

Wij adviseren het afregelen bij voorkeur door een officièle dealer te laten verrichten. De carburateur is uitgerust met een drietal afregelschroeven: ze naald regelt de brandstoftoevoer voor het stationair toerental en de acceleratie naar het maximum toerental. De afregeling van naald (L): draai (L) vaorzichtig met de wizers van de Kiok mee Q totdat ze stopt. Draaï nu de naald een volle slag open tegen de wizers van de klok in). Wanneer de zaag niet goed accellereert moet de naald 1/8 slag verder opengedraaicl worden. Men krigt dan meer brandstoftoevoer. H: Deze naald regelt de brandstoftoevoer voor het maximale toerental (gasklep geheel geopend). Kontroleer regelmatig alle bouten en moeren en Zorg er voor dat deze goed aangedraaid zin. Vervang beschadigde, versieten of kromme maaibladen. Zie erop toe dat de nylon draadkop of het maaiblad op de juiste manier gemonteerd is (zie hoofdstuk MONTAGE MAAIBLAD EN NYLON DRAADKOP) en de bevestigingsbout goed aangedraaid is.

1) REINIGEN VAN HET LUCHTFILTER

{minstens elke 25 bedrifsuren). Een vervuild luchtfiter veroorzaakt problemen met de afsteling van de carburateur. De motor kan geen maximaal vermogen leveren, het brandstofverbruik stigt en het starten wordt bemoeiljkt. Verwijder het fiter (zie Afb.1). Maak het flter en de binnenzide van het flterhuis goed schoon. Het fiter kan ook met persucht gereinigd worden.

2) Pers vet in het transmissiehuis door nippel (C)

IDERHOUD De afregeling van naald (H): draai (H) voorzichtig in de richting van de kiok CVtotdat 2e stopt. Draai nu de naald een volle slag open tegen de richting van de kiok in.) Wanneer het toerental van de motor te hoog oploopt moet de naald 1/8 slag verder opengedraaid worden. : De () naald regelt de stand van de gaskiep voor het stationair lopen van de motor (2.800 min). ATTENTIE: Bi een te hoog stationair toerental kan het maai-onderdeel gaan lopen.De carburateur is tidens produktie afgesteld voor normaal gebruik. Indien grote wizigingen voor het gebruik noodzakelik zin, neem dan Kontakt op met een officiële dealer die over originele onderdelen, de juiste gereedschappen en de laatste fabrieksgegevens beschikt.

Verwider de bougie regelmatig (uiterlik iedere 50 bedrifsuren) om deze schoon te maken en de electrodeafstand (0,5/0,6 mm) te kontroleren. Vervang de bougie na 100 bedrjfsuren of eerder indien deze sterk ingebrand is. Sterk inbranden kan optreden indien een mindere kwaliteit mengolie gebruikt is of een verkeerde mengverhouding aangehouden is.

Het filter kan verwiderd worden door de tankdop los te draaien en het filter met een gebogen izerdraad of een tang uit de tank te nemen Het is aan te bevelen eenmaal per jaar uw machine door een servicedealer géheel na te laten zien. Onvenwachte storingen worden dan —b—

voorkomen en de levensduur en prestaties van de machine worden verhoogt ZEER REGELMATIG: De koelvinnen van de motor en de openingen in kappen schoonmaken met een houten krabber DEMONTAGE

1) Borgmoer aan de onderzide van de spoelkop

losdraaien door het met de wizers van de klok mee te draaien

2) Neem het onderste deksel weg. Neem de lege

spoel van z'n plaats en haal elk draadstukje Weg.

HET OPWINDEN VAN EEN NIEUW KOORD

8) Bereid twee stukken nylonkoord van elk

ongeveer 2,5 mt lengte met een diameter van 2,4 mm. Steek beide draden in de twee tegenover elkaar liggende openingen van de spoel. Zet de uiteinden van de draden met een tang vast om te voorkomen dat deze er weer uit Schieten.

4) Wind de twee draden in dezelfde richting op de

spoel BSTORINGZOEKINGSTABEL 31-55 cabrio 320-380-248729 29-11-2001 : 41 Pagina 13 voorkomt oververhiting LANG BUITEN GEBRUIK: Maak de brandstoftank leeg, start de motor en laten lopen tot deze vanzelf stopt. Berg de machine op in een droge ruimte. RESERVEDRAAD MONTAGE

5) Zet de uiteinden van de twee draden in de

twee tegenover elkaar liggende openingen vast.

6) Plaats de spoel terug en rig de draaduiteinden

door de daarvoor bestemde ringen.

7) Trek aan de draden tot er aan elk uiteinde circa

8) Spoelkop assembleren als afgebeeld:

dieptestop veer en borgmoer aanbrengen {tegen de wizers van de klok in draaien).

9) Om de nylon draad door te voeren naarmate

het atsiit, de dieptestop naar beneden trekken en met de wizers van de kiok mee draaien om: de gewenste lengte door te vosren. Motor start niet De machine start maar zaagt slecht De motor draait slecht of verliest vermogen Ga na of de stopschakelaar in positie | staat. Controleer het brandstofpeil min. 25% inhoud tank. Ga na of het luchtfilter niet vervuild is. De bougie demonteren, afdrogen, reinigen, bistellen en zonodig vervangen. De carburateur nakijken, en eventueel de schroeven aandraaien. Vervang het brandstoffilter. Neem contact op met uw dealer. De montage aanwizingen van de maai-onderdelen nauwkeurig opvolgen. Controleer of de maai-onderdelen geslepen zijn, zo niet wendt u zich tot uw winkelier. Motor veroorzaakt nog altijd moeilijkheden: Neem contact op met uw dealer. —b—