CG92IXT9 - Overige Keukenapparaten SMEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CG92IXT9 SMEG in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CG92IXT9 SMEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Overige Keukenapparaten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CG92IXT9 - SMEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CG92IXT9 van het merk SMEG.
GEBRUIKSAANWIJZING CG92IXT9 SMEG
Inhoudsopgave
1 Gebruiksaanwijzing 4
1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen 4
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant 7
1.3 Beoogd gebruik 8
1.4 Identificatieplaatje 8
1.5 Deze gebruiksaanwijzing 8
1.6 Verwerking 8
1.7 De gebruikershandleiding raadplegen 9
1.8 Om energie te besparen 9
2 Beschrijving 10
2.1 Algemene beschrijving 10
2.2 Kookplaat 11
2.3 Bedieningspaneel 12
2.4 Andere onderdelen 12
2.5 Beschikbare accessoires 13
3 Gebruik 15
3.1 De accessoires gebruiken 17
3.2 De kookplaat gebruiken 17
3.3 Gebruik van de ovens 24
3.4 Kooktips 26
3.5 Klok programmeereenheid 28
4 Reiniging en onderhoud 34
4.1 Reiniging van de kookplaat 34
4.2 Reiniging van de deur 35
4.3 Reiniging van de ovenruimtes 37
4.4 Vapor Clean 38
4.5 Buitengewoon onderhoud 40
5 Installatie 42
5.1 Plaatsing 42
5.2 Elektrische aansluiting 47
5.3 Aanwijzingen voor de installateur 48
VERTALING VAN DE ORIGINELE INSTRUCTIES
We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.
Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
1 Gebruiksaanwijzing
1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen
Persoonlijk letsel
- Het toestel en de bereikbare delen ervan worden heel warm tijdens het gebruik. Raak geen verwarmde delen aan tijdens gebruik van het apparaat.
- Bescherm de handen met behulp van ovenwanten bij het hanteren van voedsel in de oven.
- Probeer geen vlammen/brand te doven met water: Schakel het apparaat uit en bedek de vlam met een deksel of een brandwerende deken.
- Gebruik door kinderen vanaf 8 jaar, personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring of kennis is alleen toegestaan indien onder begeleiding en geïnstrueerd over het veilige gebruik van het apparaat en de gevaren die ermee verbonden zijn.
- Laat kinderen niet spelen met het apparaat.
- Houd kinderen jonger dan 8 jaar die niet onder toezicht staan verwijderd van het apparaat.
-
Houd kinderen jonger dan 8 jaar buiten bereik van het werkende apparaat.
-
Werkzaamheden voor schoonmaak en onderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan.
- Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct zijn aangebracht in de zittingen.
- Let op voor de snelle verwarming van de kookzones. Plaats geen lege potten of pannen op de ingeschakelde plaat. Gevaar op oververhitting.
- Vetten en oliën kunnen vlam vatten als ze oververhit raken. Het is aanbevolen bij het apparaat te blijven tijdens de voorbereiding van voedsel dat olie of vet bevat. Als de oliën of vetten vlam zouden vatten, mag geen water gebruikt worden om te blussen. Plaats het deksel op de pan en schakel de kookzone uit.
- Het kookproces moet altijd bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.
- Tijdens het gebruik geen metalen voorwerpen zoals vaatwerk of bestek op het oppervlak van de kookplaat plaatsen omdat deze oververhit zouden kunnen raken.
- Plaats geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of gereedschappen) in de spleten van het toestel.
- Giet geen water rechtstreeks op hete schalen.
-
Houd de deur dicht tijdens gebruik.
-
Als u voedsel in de oven moet plaatsen of aan het einde van de bereiding, open de deur een aantal seconden lang 5 cm, laat de stoom ontsnappen en open de deur vervolgens helemaal.
- De bergruimte (indien aanwezig) niet openen als de oven functioneert en nog heet is.
- De voorwerpen in de bergruimte kunnen na het gebruik van de oven erg heet zijn.
- ONTVLAMBARE MATERIALEN NIET IN DE BUURT VAN HET APPARAAT GEBRUIKEN OF IN DE BERGRUIMTE (INDIEN AANWEZIG) BEWAREN.
- GEBRUIK GEEN SPUITBUSSEN IN DE BUURT VAN HET APPARAAT TERWIJL HET WERKT.
- Schakel het apparaat uit na gebruik ervan.
• VOER GEEN WIJZIGINGEN UIT OP HET APPARAAT. - Voorafgaand op iedere ingreep op het apparaat (installatie, onderhoud, plaatsing of verplaatsing) moet u altijd zorgen voor persoonlijke beschermingsmiddelen.
- Voorafgaand op iedere ingreep op het apparaat moet de algemene elektrische voeding gedeactiveerd worden.
- Laat de installatie en technische interventies uitvoeren door gekwalificeerd personeel
overeenkomstig de geldende normen.
- Probeer nooit om zelf het apparaat te repareren, zonder tussenkomst van een gekwalificeerde technicus.
- Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.
- Om gevaren te vermijden, moet men onmiddellijk contact opnemen met de technische dienst die voor de vervanging van de kabel zal zorgen als de stroomkabel beschadigd is.
Risico op beschadiging van het apparaat
- Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).
- Gebruik eventueel houten of plastic gereedschappen.
- Roosters en ovenschalen moeten in de zijgeleiders worden geplaatst tot ze niet verder kunnen. De mechanische veiligheidsblokkeringen die de verwijdering van de roosters voorkomen moeten naar beneden en naar de achterzijde van de ovenruimte gericht zijn.


• Ga niet op het apparaat zitten.
- Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.
- Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.
- Laat het apparaat niet onbeheerd tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën vrijkomen die heet worden en vlam kunnen vatten. Besteed de grootst mogelijke aandacht.
- Laat geen voorwerpen achter op de kookoppervlakken.
• GEBRUIK HET APPARAAT NOOIT OM DE RUIMTE TE VERWARMEN. - Sproei geen spuitbussen in de nabijheid van de oven.
- Gebruik geen vaatwerk of plastic houders om voedsel te bereiden.
- Plaats geen dichte schotels of houders in de oven.
- Verwijder alle ongebruikte ovenschalen en roosters uit te oven tijdens gebruik.
- Bedek de bodem van de ovenruimte niet met aluminiumfolie.
- Plaats geen potten of ovenschalen rechtstreeks op de bodem van de ovenruimte.
- Bij gebruik van bakpapier moet u er voor zorgen dat de circulatie van de warme lucht in de oven er niet door wordt verhinderd.
-
Gebruik de open deur niet als steun voor potten of schalen door deze te plaatsen op het binnenglas.
-
Recipiënten en de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.
- Alle pannen moeten een effen en regelmatige bodem hebben.
- In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.
- Geen bijtende stoffen zoals citroensap of azijn op de kookplaat morsen.
- Als barsten of scheuren opgemerkt worden, of als het oppervlak van de glaskeramische plaat breekt, moet het apparaat onmiddellijk uitgeschakeld worden. Schakel de voeding uit en neem contact op met de Technische Dienst.
- Personen met een pacemaker of een gelijkaardig apparaat moeten zich ervan vergewissen dat de werking van deze apparaten niet wordt beïnvloed door het inductieveld, waarvan het frequentiebereik tussen 20 en 50 kHz ligt.
- Conform de voorschriften inzake elektromagnetische compatibiliteit valt de elektromagnetisch inductiekookplaat onder groep 2 en klasse B (EN 55011).
- Plaats geen lege potten of pannen op ingeschakelde kookzones.
- Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.
- Gebruik geen ruw, schurend of
scherp materiaal.
- Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.
- Stop verwijderbare onderdelen, zoals de ondersteuningsroosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.
- Gebruik de deur niet als hefboom om het apparaat in het meubel te plaatsen.
- Oefen niet te veel kracht uit op de geopende deur.
- Til dit apparaat niet op door de handgreep beet te pakken.
Installatie
• DIT APPARAAT MAG NIET GEÏnstALLEERD WORDEN IN BOTEN OF CARAVANS.
- Het apparaat mag niet geïnstalleerd worden op een voetstuk.
- Plaats het apparaat met behulp van een tweede persoon in het meubel.
- Om de mogelijke oververhitting van het apparaat te vermijden moet het niet achter een decoratieve deur of een paneel geïnstalleerd worden.
- Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.
- De aarding moet verplicht aangebracht worden volgens de
voorziene veiligheidsnormen van de elektrische installatie.
- Gebruik kabels die een temperatuur van minstens 90°C kunnen verdragen.
- Zet de aansluitklem van de voedingskabel vast met een aandraaimoment van 1,5 - 2 Nm.
Voor dit apparaat
- Voordat de lamp wordt vervangen, moet gecontroleerd worden dat het toestel is uitgeschakeld.
- Ga niet steunen of zitten op de geopende deur van het apparaat.
- Controleer of er geen voorwerpen in de deur vastzitten.
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen en voorwerpen tengevolge:
- een ander gebruik van het apparaat dan wordt voorzien;
- het niet in acht nemen van de voorschriften van de gebruiksaanwijzing;
- het forceren van ook slechts één deel van het apparaat;
- het gebruik van niet-originele reserveonderdelen.
1.3 Beoogd gebruik
- Dit apparaat is bedoeld voor het bereiden van voedsel in de huiselijke omgeving. Elk ander gebruik is oneigenlijk.
- Het apparaat is niet ontworpen om te functioneren met externe timers of systemen voor afstandsbediening.
1.4 Identificatieplaatje
Het identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de markering. Het plaatje mag in geen geval worden verwijderd.
1.5 Deze gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is een integrerend deel van het apparaat en moet gedurende de volledige levensduur intact en op een voor de gebruiker makkelijk bereikbare plaats worden bewaard. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig vóór installatie.
1.6 Verwerking

In overeenstemming met de Europese richtlijn AEEA (2012/19/EU) moet dit apparaat aan het einde van de levensduur gescheiden van het andere vuil verwijderd worden. Het product bevat geen delen die als
gevaarlijk voor de gezondheid en het milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen.
Verwijdering van het apparaat:
- Snijd de voedingskabel af en verwijder de elektrische kabel en de stekker.

Elektrische spanning Gevaar voor elektrische schok
• Schakel de stroomtoevoer uit.
• Koppel het apparaat af.
- Ken de apparatuur op het einde van de gebruiksduur toe aan geschikte centra voor de recycling van elektrisch en elektronisch afval, of overhandigen aan de verkoper wanneer een nieuw gelijkaardig apparaat wordt gekocht.
Het apparaat zit verpakt in milieuvriendelijke en recyclebaar materialen.
- Breng het verpakkingsmateriaal naar geschikte centra voor de recycling.

Plastic verpakking Gevaar voor verstikking
- Laat de verpakking, of delen ervan, niet onbewaakt achter.
- Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken van de verpakking.
1.7 De gebruikershandleiding raadplegen
In deze gebruikershandleiding worden de volgende symbolen gebruikt:
Gebruiksaanwijzing

Algemeen informatie over de handleiding, de veiligheid en de verwijdering.
Beschrijving

Beschrijving van het apparaat en de accessoires.
Gebruik

Informatie over het gebruik van het apparaat en de accessoires.
Reiniging en onderhoud

Informatie over de reiniging en het onderhoud van het apparaat.
Installatie

Informatie voor de gekwalificeerde technicus: Installatie, werking en inspectie.

Veiligheidsaanwijzingen

Informatie

Advies
- Volgorde van de gebruiksaanwijzingen.
- Enkele gebruiksaanwijzing.
1.8 Om energie te besparen
- Verwarm het apparaat uitsluitend voor als dit in het recept is aangegeven.
- Ontdooi bevroren levensmiddelen voordat u ze in de ovenruimte plaatst, tenzij anders op de verpakking is aangegeven.
- Bij meerdere bereidingen wordt geadviseerd om de levensmiddelen achtereenvolgens te bereiden zodat u de reeds opgewarmde ovenruimte het beste kunt benutten.
- Gebruik bij voorkeur metalen en donkerkleurige bakvormen: deze helpen de warmte beter te absorberen.
- Verwijder alle ongebruikte ovenschalen en roosters uit te oven tijdens gebruik.
- Stop de bereiding enkele minuten voordat de normale kooktijd verstrijkt. De bereiding zal voortgezet worden door de warmte die zich in de oven heeft opgehoopt.
- Open de deur van de oven zo weinig mogelijk, zodat de warmte niet verloren gaat.
- Houd de binnenkant van het toestel constant rein.
2 Beschrijving
2.1 Algemene beschrijving

1 Kookplaat
2 Bedieningspaneel
3 Lamp
4 Pakking
5 Deur hoofdoven
6 Deur hulpoven
7 Ventilator
1,2,3... Frame voor roosters/ovenschalen
2.2 Kookplaat

| Zone | Afmetingen (H x L - mm) | Max. geabsorbeerd vermogen (W)* | Geabsorbeerd vermogen in Booster-functie (W) * |
| 1 | 210 x 210 | 2300 | 3000 |
| 2 | 180 x 180 | 1300 | 1400 |
| 3 | 210 x 210 | 2300 | 3000 |
| 4 | 180 x 180 | 1300 | 1400 |
* De waarden zijn slechts een benadering en kunnen variëren naargelang de gebruikte pan of verrichte instellingen.
Voordelen van inductiekoken

Het apparaat is voorzien van een inductiegenerator voor elke bereidingszone. Elke generator onder het glaskeramische oppervlak heeft een elektromagnetisch veld dat een thermische stroom veroorzaakt op de onderkant van de pan. De warmte wordt niet aan de bereidingszone overgedragen, maar wordt direct door de inductieve stromen in het recipiënt gecreëerd.
- Energiebesparing, dankzij de rechtstreekse overdracht van energie naar de pan (u moet daarvoor bestemde pannen in magnetiseerbaar materiaal gebruiken) in vergelijking met het traditioneel elektrisch koken.
- Grotere veiligheid dankzij de zending van energie naar enkel het recipiënt dat op de kookplaat geplaatst is.
- Hoog rendement bij de zending van energie van de bereidingszone met inductie naar de basis van de pan.
- Snelle verwarming.
- Kleinere kans op brandwonden, omdat het kookoppervlak enkel wordt verwarmd door de onderkant van de pan; overgekookt voedsel bakt niet aan.
2.3 Bedieningspaneel

1 Functieknop hoofdoven
De diverse functies van de oven zijn geschikt voor verschillende bereidingswijzen. Kies de gewenste functie en stel de temperatuur in met de temperatuurknop.
2 Klok programmeereenheid
Handig om het huidige uur te zien, geprogrammeerde bereidingen te programmeren en de kookwekker in te stellen.
3 Temperatuurknop hoofdoven
Met deze knop kunt u de bereidingstemperatuur kiezen. Draai de knop rechtsom op de gewenste waarde tussen de laagste en de hoogste stand.
4 Controlelamp hoofdoven
Het controlelampje gaat branden om aan te geven dat de oven wordt opgewarmd. Het gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt. Het knippert regelmatig om aan te geven dat de ingestelde temperatuur binnen de oven behouden blijft.
5 Functieknop hulpoven
De diverse functies van de oven zijn geschikt voor verschillende bereidingswijzen. Kies de gewenste functie en stel de temperatuur in met de temperatuurknop.
6 Temperatuurknop hulpoven
Met deze knop kunt u de bereidingstemperatuur kiezen. Draai de knop rechtsom op de gewenste waarde tussen de laagste en de hoogste stand.
7 Controlelamp hulpoven
Het controlelampje gaat branden om aan te geven dat de oven wordt opgewarmd. Het gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt. Het knippert regelmatig om aan te geven dat de ingestelde temperatuur binnen de oven behouden blijft.
2.4 Andere onderdelen
Plaatsbare vlakken
Het apparaat beschikt over vlakken om roosters en ovenschalen op verschillende hoogtes te plaatsen. De plaatsbare hoogtes worden begrepen van laag naar hoog (zie 2.1 Algemene beschrijving).
Koelventilator
De ventilator koelt de oven en treedt in werking tijdens de bereiding.
De ventilator produceert een regelmatige luchtstroom die aan de achterkant van het apparaat naar buiten stroomt. De ventilator blijft ook nadat het apparaat is uitgeschakeld nog korte tijd functionering.


Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.
Interne verlichting
De interne verlichting van het apparaat wordt ingeschakeld:
(hoofdoven)
• als de deur wordt geopend;
- als een willekeurige functie wordt gekozen, met uitzondering van de
functie
ECO.

Het is niet mogelijk om de binnenverlichting uit te schakelen als de deur is geopend.
(hulpoven)
• als de temperatuur-/functieknop van de
hulpoven op het symbool of op een willekeurige functie wordt gedraaid.
2.5 Beschikbare accessoires
Ovenschaal

Nuttig voor het opvangen van vet dat afkomstig is van het voedsel op het rooster erboven.
Diepe ovenschaal


Nuttig om vet op te vangen afkomstig van voedsel op het bovenstaande rooster, of om taarten, pizza's en gebak te bakken.
Rooster voor ovenschaal

Om op een ovenschaal te zetten, voor het bereiden van voedsel dat kan lekken.
Rooster

Nuttig voor het plaatsen van recipienten met voedsel in bereiding.

De ovenaccessoires die in contact kunnen komen met het voedsel zijn gemaakt van materialen conform de van kracht zijnde wetsbepalingen.
3 Gebruik

De temperatuur in de oven is hoog tijdens gebruik Gevaar op verbranding
• Houd de deur dicht tijdens gebruik.
- Bescherm de handen met ovenwanten bij het hanteren van voedsel in de oven.
- Let op dat u de warmte-elementen in de oven niet aanraakt.
- Giet geen water rechtstreeks op hete ovenschalen.
- Houd kinderen van jonger dan 8 jaar uit de buurt wanneer de oven in werking is.
- Als u voedsel in de oven moet plaatsen of aan het einde van de bereiding, open de deur een aantal seconden lang 5 cm, laat de stoom ontsnappen en open de deur vervolgens helemaal.

Hoge temperatuur in de bergruimte Gevaar op verbranding
- Open de bergruimte niet wanneer het apparaat ingeschakeld of warm is.
- De voorwerpen in de bergruimte kunnen zeer heet zijn na het gebruik van het apparaat.
- Bewaar geen ontvlambare materialen, doeken of papier in de bergruimte.

Incorrect gebruik Beschadiging van de oppervlakken
- Bedek de bodem van de ovenruimte niet met aluminiumfolie.
- Als er bakpapier gebruikt wordt, moet dit zo geplaatst worden dat de interne circulatie van hete lucht in de ovenruimte niet belemmerd wordt.
- Plaats geen potten of ovenschalen rechtstreeks op de bodem van de ovenruimte.
- Gebruik de open deur niet als steun door pannen of schalen direct op het binnenglas te plaatsen.
- Giet geen water rechtstreeks op hete ovenschalen.
- De pannen of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.
- Alle pannen moeten een effen en regelmatige bodem hebben.
- In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.

Hoge temperatuur in de bergruimte Brand- en ontploffingsgevaar
- Sproei niet met sprays in de nabijheid van het apparaat.
- Gebruik of laat geen ontvlambare materialen achter in de nabijheid van het apparaat of de bergruimte.
- Gebruik geen plastic vaatwerk of pannen om voedsel te bereiden.
- Plaats geen blikken of gesloten pannen in de ovenruimte.
- Laat het apparaat niet onbeheerd tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën kunnen vrijkomen.
- Verwijder alle ongebruikte ovenschalen en roosters uit te oven tijdens gebruik.
Lekkend gas kan een explosie veroorzaken.
Wanneer u gas ruikt of als de gasinstallatie lekt:
- De gastoevoer onmiddellijk sluiten of het ventiel van de gasfles onmiddellijk dichtdraaien.
- Open vuur en sigaretten onmiddellijk uitdoven.
- Geen schakelaars of apparaten inschakelen en geen enkele stekker uit het stopcontact verwijderen. Binnen het gebouw geen (mobiele) telefoons gebruiken.
- Ramen openen en het vertrek luchten.
- Contact opnemen met het servicecentrum of uw gasbedrijf.
Onregelmatige werking
Elke van de volgende omstandigheden moet als een onregelmatige werking worden beschouwd en vereist een ingreep:
- De branderplaat kleurt geel.
- Beschadiging van het keukengerei.
- Verkeerde ontsteking van de branders.
- Branders blijven met moeite branden.
- Uitschakeling van de branders tijdens de werking.
- De gaskranen kunnen moeilijk open of dicht worden gedraaid.
Neem contact op met het erkende servicecentrum bij u in de buurt als het apparaat niet correct werkt.
Eerste gebruik
- Verwijder eventueel aanwezige beschermende folie aan de binnen- en buitenzijde van het apparaat en de accessoires.
- Verwijder eventuele etiketten (behalve het plaatje met de technische gegevens) van de accessoires en uit de ovenruimte.
- Verwijder en was alle accessoires van het apparaat (zie 4 Reiniging en onderhoud).
- Verwarm de oven op de maximale temperatuur om eventuele productieresten te verwijderen.
3.1 De accessoires gebruiken
Rooster voor ovenschaal
Het rooster voor de ovenschaal wordt in de schaal geplaatst. Op deze manier kan vet van het bereide voedsel worden gescheiden.

Roosters en ovenschalen
Roosters en ovenschalen moeten in de zijgeleiders worden geplaatst tot aan het eindpunt.
- De mechanische veiligheidsvergrendelingen die vermijden dat het rooster ongewenst kan worden verwijderd, moeten naar beneden en naar de achterkant van de oven zijn gedraaid.



Breng de roosters en ovenschalen voorzichtig helemaal in de oven aan.

Maak de ovenschalen voor het eerste gebruik schoon om eventuele productieresten te verwijderen.
3.2 De kookplaat gebruiken

Bij de eerste aansluiting op het elektriciteitsnet zal automatisch een werkingstest worden uitgevoerd, en zullen alle controlelampjes enkele seconden oplichten.
De bedieningen en controle-inrichtingen van het apparaat zijn aangebracht op het voorpaneel. Het gebruik van de inductieplaat gebeurt door middel van sensortoetsen Touch-Control. Raak het symbool op het oppervlak van glaskeramiek lichtjes aan. Elke aanraking wordt bevestigd door een geluidssignaal.

On/Off: voor de in- of uitschakeling de kookplaat.

Toename: vergroot het vermogensniveau erlengt de bereidingsduur.

Afname: verlaagt het vermogensniveau erkort de bereidingsduur.

Zone links vooraan

Zone links achteraan

Zone rechts achteraan

Zone rechts vooraan
Recipiënten die geschikt zijn voor inductiekoken
De pannen en potten die op de inductiekookplaat worden gebruikt, moeten van metaal zijn en over magnetische kenmerken en een voldoende grote bodem beschikken.
Geschikte recipienten:
- Recipiënten van geëmailleerd staal met dikke bodem.
- Recipiënten van gietijzer met geëmailleerde bodem.
- Recipiënten van meerlagig roestvrij staal, roestvrij ferritisch staal en aluminium met speciale bodem.
Niet geschikte recipienten:
- Recipiënten van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek en terracotta.
Om na te gaan of een pot of pan geschikt is, volstaat het om een magneet tegen de onderkant te houden: als de magneet wordt aangetrokken is de pan of pot geschikt voor een inductiekookplaat.
Als u niet over een magneet beschikt, kunt u in het houder een kleine hoeveelheid water gieten, het op een kookzone plaatsen en de plaat inschakelen. Als op het display in
plaats van het vermogen het symbool verschijnt, is de pan niet geschikt.



Gebruik uitsluitend pannen met een perfect vlakke onderkant, die geschikt zijn voor inductiekookplaten. Het gebruik van pannen met een onregelmatige bodem kan er voor zorgen dat het systeem niet goed werkt of dat het systeem de pan niet herkent.
Herkenning van de pan
Wanneer geen pan op een bereidingszone staat of als de pan te klein is, wordt geen energie verzonden en
verschijnt het symbool 8 op het display.
Als een geschikte pan op de bereidingszone staat, detecteert het herkenningssysteem de aanwezigheid van de pan en schakelt het systeem de plaat in op het ingestelde vermogen. Het zenden van energie wordt ook onderbroken wanneer de pan wordt verwijderd van de bereidingszone (op het display wordt het
symbool 8 weergegeven).
Wanneer de panherkenningsfunctie geactiveerd wordt, ondanks de beperkte afmetingen van de pannen of de potten die zich op de bereidingszone bevinden, wordt enkel de noodzakelijke energie verzonden. Limieten bij de herkenning van de pan: de minimale diameter van de onderkant van de pan wordt aangeduid door een interne cirkel op de bereidingszone. Pannen met een kleinere diameter worden misschien niet herkend, waardoor de inductiestroom niet wordt ingeschakeld.
Beperking van de bereidingsduur
De kookplaat is voorzien van een automatisch systeem dat de werkingsduur beperkt.
De maximale werkingsduur van elke zone hangt af van het geselecteerde vermogensniveau als de instellingen van de bereidingszone niet worden gewijzigd.
Wanneer het mechanisme voor de beperking van de werkingsduur wordt geactiveerd, wordt de bereidingszone uitgeschakeld, hoort u een kort
geluidssignaal en wordt het symbool weergegeven op het display.

| Ingesteld vermogensniveau | Maximale bereidingsduur in uren |
| 1 | 8 |
| 2 | 6 |
| 3 - 4 | 5 |
| 5 | 4 |
| 6 - 7 - 8 - 9 | 1 1/2 |
Bescherming tegen oververhitting
Wanneer de kookplaat voor een lange periode op het maximale vermogen wordt gebruikt, kan de elektronica moeite hebben om af te koelen als de
omgevingstemperatuur hoog is. Het vermogen van de bereidingszone wordt automatisch verlaagd om te vermijden dat in de elektronica een te hoge temperatuur ontstaat.
Advies om energie te besparen
- De diameter van de basis van de pan moet overeenkomen met de diameter van de bereidingszone.

- Tijdens de aankoop van een pan moet u controleren of de aangeduide diameter de bodem of de bovenkant van het recipiënt betreft, omdat deze laatste bijna altijd groter is dan de bodem.
- Wanneer u gerechten maakt waarvoor lange bereidingstijden noodzakelijk zijn, kunt u tijd en energie besparen door gebruik te maken van een snelkookpan waardoor bovendien de vitamines die het voedsel bevat bewaard blijven.
- Controleer of de snelkookpan voldoende vloeistof bevat, omdat een oververhitting, die veroorzaakt wordt door gebrek aan vloeistof, de pan en de bereidingszone zou kunnen beschadigen.
- Bedek indien mogelijk de pannen steeds met een gepast deksel.
- Kies een pan die geschikt is voor de hoeveelheid voedsel die klaargemaakt moet worden. Wanneer u een grote pan gebruikt die half leeg is, wordt energie verspild.

Als de bereidingszone en de oven tegelijk worden gebruikt, kan in bepaalde omstandigheden het maximale nuttige vermogen van uw elektrische installatie worden overschreden.
Vermogensniveaus
Het vermogen van de bereidingszone kan op verschillende niveaus geregeld worden. In de tabel vindt u de relatieve aanduidingen betreffende de verschillende types van bereidingen.
| Ingesteld vermogensniveau | Maximale bereidingsduur in uren |
| 1 - 2 | 8 |
| 3 - 4 | 6 |
| 5 - 6 | 5 |
| 7 | 3 |
| 8 | 2 |
| 9 | 1 1/2 |
* zie powerfunctie
Inschakeling/uitschakeling van de plaat
Om de plaat te activeren, moet de toets On/Off minstens 1 seconde ingedrukt gehouden worden; om ze te deactiveren, moet de toets minstens 2 seconden ingedrukt gehouden worden.

De kookplaat wordt automatisch binnen enkele seconde uitgeschakeld als geen enkel vermogen is gekozen.
Inschakeling van de bereidingszone
Nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld:
-
Selecteer de te activeren bereidingszone met de daarvoor bestemde zone
selectietoetsen (bijv. bereidingszone rechts achteraan). -
Met de toetsen + en - kan het
vermogen van 1 tot 9 geselecteerd worden, of kan de powerfunctie geactiveerd worden, zie „Powerfunctie“.
Uitschakeling van de bereidingszone
-
Selecteer de uit te schakelen bereidingszone met de daarvoor bestemde zone selectietoetsen.
-
Stel met behulp van de toets — het vermogen weer in op 0 (nul).

Als u alle zones tegelijkertijd wilt uitschakelen, houd dan de toets On/Off minstens 2 seconden ingedrukt.
Restwarmte

Incorrect gebruik Gevaar op verbranding
- Let goed op voor kinderen omdat ze de aanduiding van de restwarmte waarschijnlijk niet kunnen zien. De bereidingszones blijven na gebruik voor een bepaalde periode zeer warm, ook al zijn ze uitgeschakeld. Houd kinderen dus uit de buurt, zodat ze hun handen niet verbranden.
Als de bereidingszone na uitschakeling nog warm is, wordt het symbool H op het display weergegeven. Als de temperatuur 60°C of minder bedraagt, verdwijnt het symbool.
Powerfunctie

Met deze functie kan het maximum leverbare vermogen van de bereidingszone gebruikt worden.
Nadat u de desbetreffende zone hebt ingeschakeld:
- Bereik vermogen 9 door op de toets te drukken.
- Druk opnieuw op toets +, op het
display wordt het symbool weergegeven.

Druk op de toets Ⓐ om de functie Power te deactiveren.

Enkel voor de bereidingszones vooraan links en achteraan rechts:
De functie Power blijft maximum 10 minuten actief; na deze tijdsduur wordt het vermogen automatisch op niveau 9 gesteld.
Kookwekker

Met deze functie kan een kookwekker geprogrammeerd worden, die na de ingestelde tijdsduur (van 1 tot 99 minuten) een geluidssignaal zal produceren.
Nadat u de kookplaat hebt geactiveerd:
- Druk tegelijkertijd op de toetsen + en
Het symbool 0.0 wordt
weergegeven.

- Stel de gewenste tijdsduur in minuten in
met de toetsen

en

(houd de
toetsen ingedrukt om sneller vooruit te gaan). Er zullen knipperende stippen verschijnen om het aantal aan te geven.

Het gebruik van de kookwekker onderbreekt de werking van de bereidingszones niet, maar waarschuwt de gebruiker dat de ingestelde tijdsduur verstreken is.

De kookwekker kan gebruiktworden wanneer de bereidingszones in- en uitgeschakeld zijn.
- Na de eerder ingestelde tijdsduur zal de bereidingszone de gebruiker gewaarschuwd worden met een reeks geluidssignalen. Druk op eender welke toets om het geluidssignaal te stoppen.

Om de kookwekker te deactiveren tijdens het aftellen, stel de tijd in op nul met behulp van de sleutel.
Wanneer het display 0.0 toont, zal de kookwekker worden gedeactiveerd.
Timer automatische uitschakeling bereidingszone

Met deze functie kan de automatische uitschakeling van elke bereidingszone na een bepaalde tijdsduur (van 1 tot 99 minuten) geprogrammeerd worden.
- Indien de bereidingszone niet is geselecteerd, moet gelijktijdig op de
toetsen
en
gedrukt worden
zodat het opschrift
verschijnt.



-
Druk opnieuw op de toetsen + en - (als er minstens één bereidingszone geactiveerd is). Een lichtpuntje licht op en geeft aan voor welke zone de tijd wordt ingesteld.
-
De tijd voor de automatische uitschakeling kan geselecteerd worden
met behulp van de toetsen + en -
(houd de toetsen ingedrukt om sneller vooruit te gaan), of kan nog een plaat geselecteerd worden met de toetsen


Als de timer wordt geactiveerd zonder dat een bereidingszone geactiveerd is, gedraagt de timer zich als een gewone kookwekker.
- Druk gelijktijdig op de toetsen + en
-
tot het verlichte puntje verschijnt onder het display van de zone waarvoor de ingestelde tijd moet gewijzigd worden. Nadat de gewenste zone werd geselecteerd met de toetsen + en - kan de eerder geselecteerde tijdsduur gewijzigd worden.
-
Na de eerder ingestelde tijdsduur zal de bereidingszone uitgeschakeld worden en zal de gebruiker gewaarschuwd worden met een reeks geluidssignalen. Druk op eender welke toets om het geluidssignaal te stoppen.
Vermogensbeheer
Het apparaat is voorzien van een vermogensbeheermodule die het verbruik optimaliseert/beperkt. Als de gezamenlijk ingestelde vermogensniveaus de maximale
toegelaten limiet overschrijden, beheert de elektronische kaart automatisch het door de kookplaten afgegeven vermogen.
De module probeert het maximale leverbare vermogensniveau te behouden.
Op het display worden de niveaus weergegeven die door het automatische beheer zijn ingesteld.
Een knipperend vermogensniveau duidt op automatische beperking door de vermogensbeheermodule.

De prioriteit van het vermogensbeheer wordt bepaald door de ingestelde eerste zone.

De module voor vermogensbeheer heeft geen invloed op het totale opgenomen vermogen van het apparaat.
Toetsblokkering
Nadat u de kookplaat hebt geactiveerd:
- druk tegelijkertijd op de toetsen — en
- druk na het bevestigende geluidssignaal op de toets

Nu zijn de bedieningen geblokkeerd en wordt 8 op het display weergegeven.

Door een stroomuitval wordt de toetsenblokkering gedeactiveerd.
De toetsen deblokkeren:
- druk tegelijkertijd op de toetsen — en

2. druk na het bevestigende
geluidssignaal op de toets

Tabel voor de bereidingen
In de onderstaande tabel worden vermogenswaarden weergegeven die ingesteld kunnen worden, en bij iedere waarde wordt het type van het te bereiden voedsel vermeld. De waarden kunnen variëren afhankelijk van de hoeveelheid voedsel en de smaak van de consument.
| Vermogensnive au | Geschikt voor: |
| 1 - 2 | Voedsel opwarmen, kleine hoeveelheden water aan de kook te houden, sauzen met eidooiers of boter loskloppen. |
| 3 - 4 | Vaste en vloeibare voedingsmiddelen bereiden, water aan de kook houden, diepvriesproducten te ontdooien, omeletten van 2- 3 eieren, fruit- en groentegerechten bereiden, verschillende bereidingen. |
| 5 - 7 | Bereiden van vlees, vis, groenten, gerechten met meer of minder water, bereiding van jam enz. |
| 8-9 | Gebraden vlees of vis, biefstukken, lever, stoven van vlees en vis, eieren, enz. |
| P | Bakken van aardappelen in olie enz., het snel aan de kook brengen van water. |
Instelling van de vermogensbeperking van de kookplaat

De inductieplaat is geconfigureerd voor de werking met een vermogen van 7,4 kW. Deze beperking kan echter worden verwijderd, zodat de kookplaat kan werken met een vermogen van 4,5 kW of 3 kW.
- Koppel de kookplaat van het elektriciteitsnet af en wacht 10 seconden alvorens de voeding weer in te schakelen.

Stel het vermogen van de kookplaat in binnen 2 minuten na de aansluiting op het elektriciteitsnet.
- Houd tegelijkertijd de 4
zonekeuzetoetsen




minstens 3 seconden lang ingedrukt. U hoort een geluidssignaal. Het display van de kookplaat toont het actuele vermogen (7,4 kW).
- Stel de gewenste waarde van het
vermogen in met de toetsen

en

(3,0 kW of 4,5 kW).
- Druk binnen 60 seconden tegelijkertijd
op de 4 zonekeuzetoetsen




en houd ze minstens
3 seconden lang ingedrukt. U hoort een geluidssignaal dat de ingestelde selectie bevestigt.
Voorbeelden van mogelijke combinaties op basis van ingesteld vermogen
| Vermogen (kW) | Plaat 210 L | Plaat 180 L | Plaat 210 R | Plaat 180 R |
| 7,4 | P | 7 | P | 7 |
| 9 | P | 9 | P | |
| 4,5 | 8 | 8 | 8 | 8 |
| 0 | P | 8 | P | |
| P | 7 | 0 | 8 | |
| 3,0 | 8 | 0 | 8 | 0 |
| 0 | P | 0 | P | |
| 7 | 8 | 0 | 8 | |
| 0 | 8 | 7 | 8 |
3.3 Gebruik van de ovens
Inschakeling van de hoofdoven

- Selecteer de gewenste bereidingsfunctie met de functieknop.
- Selecteer de gewenste temperatuur met de temperatuurknop.

Controleer of op de klok van de programmeereenheid het symbool
van de bereidingsduur wordt weergegeven. De oven kan niet worden ingeschakeld als dit niet het geval is.
Druk tegelijkertijd op de toetsen

Functies van de hoofdoven

Statisch
De warmte wordt gelijktijdig bovenaan en onderaan afgegeven, en maakt dit systeem geschikt voor het bereiden van speciale types van voedsel. De traditionele bereiding, die ook statisch wordt genoemd, is geschikt voor het klaarmaken van één gerecht per keer. Het is ideaal voor alle types van gebraden, brood en gevulde taarten, en het is vooral geschikt voor vet vlees zoals gans en eend.

Geventileerde onderwarmte
Met de combinatie van de ventilator en enkel de onderwarmte zal de bereiding sneller klaar zijn. Dit systeem wordt aanbevolen voor het steriliseren of voor het voltooien van voedsel dat reeds goed oppervlakkig gaar is, maar nog niet binnenin, en waarvoor dus een gematigde bovenwarmte nodig is. Ideaal voor elk type van voedsel.

Grill
Met de warmte die van het grill element komt kunnen uitstekende resultaten bereikt worden, zoals het roosteren van dun en iets dikker vlees, en in combinatie met het draaispit (waar voorzien) wordt aan het einde van de bereiding een uniforme goudbruine kleur verkregen. Ideaal voor worsten, ribbetjes en bacon. Met deze functie kan een grote hoeveelheid voedsel, en vooral vlees, uniform gegrild worden.

Statisch+ventilator
De werking van de ventilator, gecombineerd met de traditionele bereiding, verzekert ook voor ingewikkelde recepten homogene bereidingen. Ideaal voor koekjes en taarten, die ook gelijktijdig op meerdere niveaus bereid kunnen worden. (Voor bereidingen op meerdere niveaus wordt aanbevolen om het 2de en het 4de vlak te gebruiken).

Circulatie + ventilator
De combinatie van de ventilator en het luchtcirculatie-element (ingebouwd op de achterzijde van de oven) maakt het koken van voedsel over meerdere steunhoogtes mogelijk, mits hiervoor dezelfde temperatuur en hetzelfde kookproces vereist is. De warmeluchtcirculatie verzekert een onmiddellijke en uniforme verdeling van de warmte. Het zal bijvoorbeeld mogelijk zijn om gelijktijdig (op meerdere vlakken) vis, groenten en koekjes klaar te maken, zonder dat de geur en de smaak gemengd zullen worden.
ECO
Eco
Deze functie wordt aanbevolen voor de bereiding op één vlak, met een laag energieverbruik.
Aanbevolen voor alle soorten voedsel, behalve voedsel waarbij veel vocht vrijkomt (bijvoorbeeld groenten).
Voor een maximale besparing van de energie en een kortere bereidingstijd wordt het aanbevolen om de levensmiddelen in te ovenruimte te plaatsen zonder deze voor te verwarmen.

In de ECO-functie tijdens de bereiding de deur niet openen.

In de ECO-functie duren de bereidingstijden (en de eventuele voorverwarming) langer.

De ECO-functie is een delicate bereidingsfunctie en wordt aanbevolen voor bereidingen waarbij geen temperaturen van hoger dan 210 °C nodig zijn; voor bereidingen met hogere temperaturen wordt geadviseerd om een andere functie te kiezen.

Vapor Clean
Deze functie vergemakkelijkt het schoonmaken aan de hand van stoom afkomstig van een kleine hoeveelheid water in de daartoe voorziene houder op de bodem. (zie hoofdstuk „Reiniging en onderhoud”).
Inschakeling van de hulpoven

- Selecteer de gewenste bereidingsfunctie met de functieknop.
- Selecteer de gewenste temperatuur met de temperatuurknop.
Functies van de hulpoven

Lamp
Schakelt de lamp in de ovenruimte in.

Statisch
De warmte wordt gelijktijdig bovenaan en onderaan afgegeven, en maakt dit systeem geschikt voor het bereiden van speciale types van voedsel. De traditionele bereiding, die ook statisch wordt genoemd, is geschikt voor het klaarmaken van één gerecht per keer. Het is ideaal voor alle types van gebraden, brood en gevulde taarten, en het is vooral geschikt voor vet vlees zoals gans en eend.

Bodem
De warmte die enkel van onderaan komt, eindigt de bereiding van voedsel dat een hogere basistemperatuur nodig heeft, zonder gevolgen voor het bruineren ervan. Ideaal voor gebak of hartige taarten, vlaaien en pizza.

Grill
Met de warmte die van het grill element komt, kunnen uitstekende resultaten bereikt worden zoals het roosteren van dun en iets dikker vlees, en op het einde van de bereiding wordt een uniforme goudbruine kleur verkregen. Ideaal voor worsten, ribbetjes en bacon. Met deze functie kan een grote hoeveelheid voedsel, en vooral vlees, uniform gegrild worden.
3.4 Kooktips
Algemeen advies
- Gebruik de geventileerde functie om een gelijkmatige bereiding te bekomen op verschillende niveaus.
- Het is niet mogelijk om de kooktijden te verkorten door de temperatuur te verhogen (het voedsel zou aan de buitenkant goed gebakken kunnen zijn, maar binnenin minder).
Advies voor het bereiden van vleesgerechten
- De kooktijden hangen af van de dikte en van de kwaliteit van het voedsel, en van de smaak van de consument.
- Gebruik een vleesthermometer voor gebraad, of druk met een lepel op het gebraad. Als het gebraad stevig aanvoelt is het klaar, anders moet de bereiding nog een aantal minuten doorgaan.
Advies voor bereidingen met de grill en de geventileerde grill
- Het grillen van vlees kan zowel uitgevoerd worden bij koude als bij voorverwarmde oven, als het resultaat van de bereiding moet gewijzigd worden.
- Bij de functie van de geventileerde grill wordt daarentegen aanbevolen om de oven eerst voor te verwarmen.
- Er wordt aanbevolen om het voedsel in het midden van het rooster te plaatsen.
- In de grillfunctie is het aanbevolen om de temperatuurknop op de hoogste waarde in te stellen (symbool 📄), voor een optimale bereiding.
- Het voedsel moet gekruid worden voordat het wordt bereid. Ook olie of vloeibare boter moet vóór de bereiding toegevoegd worden.
- Gebruik de ovenschaal op het eerste vlak onderaan om de vloeistoffen afkomstig van het grillen op te vangen.
Advies voor het bereiden van gebak en koekjes
- Gebruik bij voorkeur metalen en donkerkleurige bakvormen: deze helpen de warmte beter te absorberen.
- De temperatuur en de tijdsduur van de bereiding hangen af van de kwaliteit en de dikte van het deeg.
- U kunt nagaan of het gebak van binnen voldoende gebakken is: prik aan het einde van de bereiding een tandenstoker in het hoogste deel van het gebak. Wanneer het deeg niet aan de tandenstoker blijft plakken, is het gebak klaar.
- Wanneer het gebak verslapt wanneer
het uit de oven wordt gehaald, moet bij de volgende bereiding de temperatuur ongeveer 10°C lager worden ingesteld, en moet eventueel een langere kooktijd geselecteerd worden.
- Tijdens het bereiden van gebak of groenten kan excessief condens op de ruit gevormd worden. Om dit te vermijden, opent u de deur enkele keren zeer voorzichtig tijdens de bereiding.
Advies voor het ontdooien en het rijzen
- Plaats het ingevroren voedsel zonder de verpakking in een recipiënt zonder deksel op het eerste niveau van de oven.
- Vermijd opeenstapeling van voedingsmiddelen.
- Om vlees te ontdooien kunt u een rooster gebruiken op het tweede niveau, en een ovenschaal op het eerste niveau. Op deze manier blijft het voedsel niet in contact met de vloeistof van de ontdooiing.
- De meest delicate delen kunnen bedekt worden met aluminiumfolie.
- Voor het rijzen wordt aanbevolen om onderin de oven een bakje met water te zetten.
Om energie te besparen
- Stop de bereiding enkele minuten voordat de normale kooktijd verstrijkt. De bereiding zal voortgezet worden door de warmte die zich in de oven heeft opgehoopt.
- Open de deur van de oven zo weinig mogelijk, zodat de warmte niet verloren gaat.
- Houd de binnenkant van het toestel constant rein.
3.5 Klok programmeereenheid


Toets waarde lager

Toets klok

Toets waarde hoger

Controleer of op de klok van de programmeereenheid het symbool van de bereidingsduur wordt weergegeven. De oven kan niet worden ingeschakeld als dit niet het geval is.
Druk op de toets 📊 om de klok van de programmeereenheid te resetten.
Instelling van de tijd

De oven kan niet worden ingeschakeld als de tijd niet is ingesteld.
Bij het eerste gebruik of na een stroomonderbreking zullen de cijfers

zal op de display van het knipperen.
- Houd de toets klok 📊 twee seconden ingedrukt. De stip tussen de uren en de minuten knippert.
- Met de toetsen waarde hoger + of waarde lager - kan de tijd ingesteld worden. Houd de toets ingedrukt om snel vooruit te gaan.
- Wacht 7 seconden. De stip tussen de uren en de minuten stopt met knipperen.
- Het symbool op het display duidt aan dat het apparaat klaar is om de bereiding te starten.

Houd de toetsen waarde hoger

tegelijkertijd twee seconden ingedrukt om de tijd te wijzigen. Vervolgens kunt u de tijd regelen.
Bereiding met tijdinstelling

Met bereiding met tijdinstelling wordt de functie bedoeld waarmee u met de bereiding kunt beginnen, en deze na een ingestelde tijd kan doen eindigen.
- Houd de kloktoets ingedrukt tot het symbool wordt weergegeven.
- Druk nogmaals op de kloktoets 📊. Op het display verschijnen het symbool A en de tekst A dur 78, afgewisseld met de huidige tijd.
- Druk op de toetsen hoger + en lager — om de gewenste minuten voor de bereiding in te stellen.
- Selecteer een bereidingsfunctie en temperatuur.
- Wacht ongeveer 5 seconden zonder op een toets te drukken om de functie te activeren. Op het display verschijnt de actuele tijd samen met de symbolen en A.
Na de bereiding worden de verwarmingselementen gedeactiveerd. Op het display wordt het symbool uitgeschakeld, knippert het symbool en wordt een geluidssignaal geactiveerd.
-
Om het geluidssignaal uit te schakelen, moet op een willekeurige toets van de klok van de programmeereenheid gedrukt worden.
-
Druk op de kloktoets Ⓤ om de klok vande programmeereenheid te resetten.

Het is niet mogelijk om een bereidingsduur van meer dan 10 uur in te stellen.

Om de ingestelde programmering te resetten moet gelijktijdig op de toetsen hoger + en lager - gedrukt worden, en moet de oven handmatig uitgeschakeld worden.
Geprogrammeerde bereiding

Met geprogrammeerde bereiding wordt de functie bedoeld waarmee u op een vooraf bepaalde tijd met de bereiding kan beginnen, om ze na een vooraf ingestelde periode te doen eindigen.
- Stel de bereidingsduur in zoals beschreven werd in de vorige paragraaf „Bereiding met tijdinstelling“.
- Houd de toets menu 2 seconden ingedrukt.
-
Druk nogmaals op de toets menu Ⓤ. Het display toont afwisselend de cijfers ⚠ 0:00 en de tekst ⚠ dur, terwijl het symbool ⚠ knippert. (bijvoorbeeld het huidige tijdstip is 17.30)
-
Druk op de toetsen — of — om de gewenste minuten in te stellen. (bijvoorbeeld 1 uur)
-
Druk op de toets menu 📊. Op het display verschijnt End, afgewisseld door de huidige tijd plus de eerder ingestelde bereidingsduur (bijvoorbeeld het weergegeven tijdstip waarop de bereiding eindigt is 18.30).
-
Met de toets — of + stelt u het einde van de bereidingstijd in. (bijvoorbeeld 19.30).

Houd er daarbij rekening mee dat aan de duur van de bereiding een enkele minuut voor de voorverwarming van de oven dien te worden toegevoegd.
-
Wacht ongeveer 7 seconden zonder op een toets te drukken om de functie te activeren. Op het display verschijnt de
huidige tijd en worden de symbolen en 4 weergegeven. -
Selecteer een bereidingsfunctie en - temperatuur.
-
Na de bereiding worden de verwarmingselementen gedeactiveerd. Op het display wordt het symbool uitgeschakeld, knippert het symbool en wordt een geluidssignaal gactiveerd.
-
Draai de functie- en temperatuurknop op 0.
- Om het geluidssignaal uit te schakelen, moet op eender welke toets van de klok van de programmeereenheid gedrukt worden.
- Druk tegelijkertijd op de toetsen — en
- om de ingestelde programmering op nul te stellen.

Het is niet mogelijk om een bereidingsduur van meer dan 10 uur in te stellen.

Het is niet mogelijk om een geprogrammeerde bereiding die langer dan 24 uur duurt in te stellen.

Wanneer u na de instelling de resterende bereidingstijd wilt weergeven, moet u 2 seconden lang op de toets menu drukken. Druk nogmaals op de toets menu . Het display toont aafgewisseld door de resterende bereidingstijd.
Kookwekker

De kookwekker onderbreekt de bereiding niet, maar waarschuwt de gebruiker wanneer de ingestelde minuten verstreken zijn.
De kookwekker kan op eender welk ogenblik geactiveerd worden.
-
Houd de kloktoets gedurende enkele seconden ingedrukt. Het display toont de cijfers 0:00 en het knipperende symbool tussen de uren en de minuten.
-
Druk op de toetsen hoger + en lager
-
om de gewenste minuten in te stellen.
-
Wacht ongeveer 5 seconden zonder een toets in te drukken om de instelling van de kookwekker te beëindigen. Op het display verschijnt de actuele tijd samen met de symbolen en.
Aan het einde van de ingestelde tijd wordt een geluidssignaal ingeschakeld. 4. Druk op de toets lager — om het geluidssignaal uit te schakelen.

U kunt de kookwekker vanaf 1 minuut tot maximaal 23 uur en 59 minuten instellen.
Wijziging van de ingestelde gegevens
- Druk op de kloktoets Ⓤ.
- Druk op de toetsen hoger + en lager — om de gewenste minuten in te stellen.
Het annuleren van de ingestelde gegevens
- Druk op de kloktoets
- Houd de toetsen hoger + en lager — tegelijkertijd ingedrukt.
- Schakel de oven daarna manueel uit als geen bereiding bezig is.
Selectie geluidssignaal
Het geluidssignaal kan op 3 verschillende tonen worden ingesteld.
- Houd de toetsen hoger + en lager
-
tegelijkertijd ingedrukt.
-
Druk op de kloktoets
-
Druk op de toets lager — om een ander geluidssignaal te selecteren.
Belangrijkste kooktabel voor oven
| Voedsel | Gewicht (kg) | Functie | Vlak | Temperatuur (°C) | Tijd (minuten) | |
| Lasagne | 3 - 4 | Statisch | 1 | 220 - 230 | 45 - 50 | |
| Pasta uit de oven | 3 - 4 | Statisch | 1 | 220 - 230 | 45 - 50 | |
| Kalfsgebraad | 2 | Turbo/Circulatie | 2 | 180 - 190 | 90 - 100 | |
| Varkenslende | 2 | Turbo/Circulatie | 2 | 180 - 190 | 70 - 80 | |
| Worstjes | 1,5 | Geventileerde grill | 4 | 260 | 15 | |
| Rosbief | 1 | Turbo/Circulatie | 2 | 200 | 40 - 45 | |
| Gebraden konijn | 1,5 | Circulatie | 2 | 180 - 190 | 70 - 80 | |
| Kalkoenborst | 3 | Turbo/Circulatie | 2 | 180 - 190 | 110 - 120 | |
| Gebraden | 2 - 3 | Turbo/Circulatie | 2 | 180 - 190 | 170 - 180 | |
| Gebraden kip | 1,2 | Turbo/Circulatie | 2 | 180 - 190 | 65 - 70 | |
| Zijde 1 | Zijde 2 | |||||
| Varkenskoteletten | 1,5 | Geventileerde grill | 4 | 260 | 15 | 5 |
| Varkensribben | 1,5 | Geventileerde grill | 4 | 260 | 10 | 10 |
| Varkensspek | 0,7 | Grill | 5 | 260 | 7 | 8 |
| Varkensfilet | 1,5 | Geventileerde grill | 4 | 260 | 10 | 5 |
| Runderfilet | 1 | Grill | 5 | 260 | 10 | 7 |
| Zalmforel | 1,2 | Turbo/Circulatie | 2 | 150 - 160 | 35 - 40 | |
| Zeeduivel | 1,5 | Turbo/Circulatie | 2 | 160 | 60 - 65 | |
| Tarbot | 1,5 | Turbo/Circulatie | 2 | 160 | 45 - 50 | |
| Pizza | 1 | Turbo/Circulatie | 2 | 260 | 8 - 9 | |
| Brood | 1 | Circulatie | 2 | 190 - 200 | 25 - 30 | |
| Focaccia | 1 | Turbo/Circulatie | 2 | 180 - 190 | 20 - 25 | |
| Tulband | 1 | Circulatie | 2 | 160 | 55 - 60 | |
| Confituurtaart | 1 | Circulatie | 2 | 160 | 35 - 40 | |
| Ricottataart | 1 | Circulatie | 2 | 160 - 170 | 55 - 60 | |
| Confituurtaartjes | 1 | Turbo/Circulatie | 2 | 160 | 20 - 25 | |
| Paradijstaart | 1,2 | Circulatie | 2 | 160 | 55 - 60 | |
| Soezen/beignets | 1,2 | Turbo/Circulatie | 2 | 180 | 80 - 90 | |
| Cake | 1 | Circulatie | 2 | 150 - 160 | 55 - 60 | |
| Rijstpudding | 1 | Turbo/Circulatie | 2 | 160 | 55 - 60 | |
| Rijsttaart | 0,6 | Circulatie | 2 | 160 | 30 - 35 | |
Indicatieve tabel bereidingen (hulpoven)
| Voedsel | Gewicht (kg) | Functie | Vlak | Temperatuur (°C) | Tijd (minuten) | |
| Gebraden konijn | 1 | Statisch | 2 | 190 - 200 | 85 - 90 | |
| Gebraden kip | 1 | Statisch | 2 | 190 - 200 | 80 - 85 | |
| Zijde 1 | Zijde 2 | |||||
| Karbonades | 0,8 | Grill | 4 | 250 | 13 | 5 |
| Hamburgers | 0,6 | Grill | 4 | 250 | 7 | 3 |
| Varkensworst | 0,6 | Grill | 4 | 250 | 15 | - |
| Varkensribben | 0,7 | Grill | 4 | 250 | 30 - 35 | - |
| Varkensspek | 0,6 | Grill | 4 | 250 | 10 | 3 |
De tijden die aangeduid worden in de tabel zijn exclusief de voorverwarmingstijden, en zijn indicatief.
4 Reiniging en onderhoud

Incorrect gebruik Beschadiging van de oppervlakken
- Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.
- Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.
- Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).
- Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.
- Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.

We raden het gebruik aan van de reinigingsmiddelen die door de fabrikant worden verkocht.
Reiniging van de oppervlakken
Om de oppervlakken in goede staat te houden, moeten ze na elk gebruik gereinigd worden. nadat de oven afgekoeld is.
Dagelijkse gewone reiniging
Gebruik steeds en uitsluitend specifieke producten, die geen schurende of zure stoffen op chloorbasis bevatten.
Giet het product op een vochtige doek en wrijf het over het oppervlak, spoel zorgvuldig, en droog met een zachte doek of met een doek in microfiber.
Voedselvlekken of -resten
Gebruik absoluut geen metalen sponzen of scherpe krabbers zodat de oppervlakken niet worden beschadigd.
Gebruik normale en niet-schurende producten, en eventueel houten of plastic gerei. Spoel zorgvuldig, en droog met een zachte doek of met een microvezeldoek. Vermijd om etensresten op basis van suiker (bijv. marmelade) te laten drogen, dit kan het email binnenin aantasten.

Na de reinigingshandelingen moet het apparaat zorgvuldig gedroogd worden omdat eventueel druipend reinigingsmiddel en water de correcte werking en het esthetische aspect kunnen aantasten.
4.1 Reiniging van de kookplaat
Reiniging van de glaskeramische kookplaat
Eventuele lichtgekleurde sporen, veroorzaakt door pannen met een aluminium bodem, kunnen worden verwijderd met een met azijn bevochtigde doek. Als er na het gebruik van de kookplaat verbrande resten achterblijven, spoel met water en droog goed met een schone doek.
Zandkorrels die eventueel op de kookplaat gevallen zijn tijdens het wassen van sla of aardappelen zouden de plaat kunnen krassen wanneer de pannen verschoven worden.
Verwijder deze zandkorrels dus onmiddellijk van het oppervlak van de kookplaat.
Kleurwijzigingen zijn niet van invloed op de werking en de stabiliteit van het glas. Het
betreft geen wijzigingen van het materiaal van de kookplaat, maar eenvoudige resten die niet verwijderd werden en die dus zijn verbrand.
Er kan een glanzend oppervlak gevormd worden door het schuiven van de bodems van de pannen, vooral indien ze van aluminium zijn, en indien niet geschikte reinigingsmiddelen gebruikt worden. Het is moeilijk om deze te verwijderen met behulp van gewone reinigingsproducten. Het kan zijn dat de reiniging meerdere keren herhaald moet worden. Het gebruik van bijtende reinigingsmiddelen, of de wrijving met de bodem van de pannen, kan de decoratie van de kookplaat mettertijd polijsten zodat dus donkere vlekken gevormd kunnen worden.
Wekelijkse reiniging
Reinig en verzorg de kookplaat wekelijks met een gewoon product voor de reiniging van glaskeramiek. Respecteer steeds de aanwijzingen van de producent. Het silicone dat aanwezig is in deze producten produceert een beschermend waterafstotend en vuilbestendig laagje. Alle vlekken blijven achter op dat laagje, en kunnen dus makkelijk verwijderd worden. Droog daarna het oppervlak met een reine doek. Let op dat geen resten van reinigingsmiddel achterblijven op de kookplaat, omdat ze een bijtende reactie zouden kunnen hebben wanneer de plaat verwarmd wordt, en dus de structuur zouden kunnen wijzigen.
Knoppen

Gebruik voor de reiniging van de knoppen geen agressieve producten die alcohol bevatten of producten voor de reiniging van staal en van glas, omdat deze permanente schade kunnen veroorzaken.
De knoppen moeten gereinigd worden met een zachte doek en lauw water, en moeten daarna goed gedroogd worden. De knoppen kunnen verwijderd worden door ze uit hun zitting te trekken.
4.2 Reiniging van de deur
De deur demonteren
Om de reinigingswerkzaamheden te vergemakkelijken, is het raadzaam de ovendeur te verwijderen en op een theedoek te leggen.
Voor een correcte demontage moet als volgt gehandeld worden:
- Open de deur volledig en breng de twee pinnen aan in de scharnieren, zie de afbeelding.

- Pak de deur aan beide kanten met beide handen vast, til de deur met een hoek van ongeveer 30° omhoog en verwijder de deur.

- Om de deur te hermonteren moeten de scharnieren in de daarvoor bestemde openingen in de oven worden aangebracht, zodat de gleuven A helemaal in de openingen steunen. Laat de deur zakken zodat ze geplaatst wordt, en verwijder de pinnetjes uit de openingen in de scharnieren.

Reiniging van de ruiten van de deur
Het is raadzaam de ruiten van de deur altijd schoon te houden. Gebruik absorberend keukenpapier. Verwijder hardnekkig vuil met een vochtige spons en een neutraal reinigingsmiddel.
De binnenruiten demonteren
Voor een gemakkelijke schoonmaak, kunnen de binnenruiten van de deur worden gedemonteerd.
-
Demonteer de binnenruit door de achterkant voorzichtig op te tillen volgens de beweging van de pijlen (1). Op deze manier komen de 4 pinnenpinnen, die op de ruit bevestigd zijn, los uit hun zitting op de ovendeur.
-
Trek de voorkant vervolgens omhoog (2).

- Verwijder de tussenruit door ze op te heffen. Volg dezelfde werkwijze voor de binnenruit; let er echter op dat u het voorste gedeelte van de ruit (2) in de richting van de binnenkant van het apparaat duwt.

- Maak de buitenste ruit schoon, evenals de eerder verwijderde ruiten. Gebruik absorberend keukenpapier. Verwijder hardnekkig vuil met een vochtige spons en een neutraal reinigingsmiddel.

- Plaats de ruiten weer door de verwijdering in omgekeerde volgorde uit te voeren.
- Plaats de binnenruit. Breng de 4 pinnen aan op hun plaats in de ovendeur en druk voorzichtig aan.

4.3 Reiniging van de ovenruimtes
Om de ovenruimte in goede staat te houden, moet deze na afkoeling regelmatig gereinigd worden.
Laat geen voedselresten in de ovenruimte opdrogen aangezien daardoor de lak beschadigd kan raken.
Verwijder alle verwijderbare delen.


Voor een eenvoudige reiniging wordt aanbevolen om het volgende te demonteren:
- de deur;
- de frames voor roosters/ovenschalen;
- de pakking van de oven

Er wordt aangeraden om de oven ongeveer 15/20 minuten maximaal te verwarmen nadat specifieke producten gebruikt werden, om eventuele resten in de oven te elimineren.
Verwijdering van de geleiderframes voor de roosters/ovenschalen
Demonteer de geleiderframes om de binnenzijden gemakkelijker schoon te kunnen maken. Deze handeling moet uitgevoerd worden wanneer de automatische reinigingscyclus wordt gebruikt (alleen op sommige modellen). De geleiderframes verwijderen: Trek het frame omhoog naar de binnenkant van de oven om deze uit de gleuf A te halen en schuif hem uit de zittingen B aan de achterkant.
Herhaal na de reiniging de beschreven handelingen in de geleiderframes weer aan te brengen.

4.4 Vapor Clean

Vapor Clean is een reinigingsprocedure die de verwijdering van vuil vergemakkelijkt. Met deze procedure kan de binnenzijde van de oven zeer eenvoudig gereinigd worden. De vuilresten worden verzacht door de warmte en door de waterdamp, zodat ze makkelijker kunnen verwijderd worden.

Incorrect gebruik Beschadiging van de oppervlakken
- Verwijder voedselresten of grote vlekken van vorige bereidingen uit de oven.
- Voer deze reinigingsprocedure enkel uit als de oven afgekoeld is.
Voorbereiding
Voordat de reinigingscyclus Vapor Clean wordt gestart:
- Verwijder alle accessoires uit de oven.
- Giet ongeveer 40cc water op de bodem van de ovenruimte. Let op dat het water niet uit de uitsparing komt. Let op dat het water niet uit de insnijding komt.

- Sproei met een spray een oplossing van water en afwasmiddel op de binnenzijde van de oven. Sproei op de zijwanden, de bovenwand, het bodemvlak en de deflector.


Er wordt aanbevolen om maximaal 20 maal te sproeien.
- Sluit de deur.
- Tijdens de geassisteerde reinigingscyclus moeten de zelfreinigende panelen (indien aanwezig), die eerder verwijderd werden, apart met lauw water en weinig reinigingsmiddel gereinigd worden.
Instelling van de reinigingscyclus Vapor Clean
- Draai de functieknop op het symbool
en draai de temperatuurknop op
het symbool - Stel een bereidingsduur van 18 minuten in met de digitale programmeereenheid.
- Draai de functieknop op het symbool
en draai de temperatuurknop op het
symbol 0.



Einde van de reinigingscyclus Vapor Clean
- Open de deur en verwijder het minst hardnekkige vuil met een microvezeldoek.
- Gebruik een sponsje met messingdraden voor het hardnekkige vuil.
- Voor vetresten kunt u een specifiek ovenreinigingsproduct gebruiken.
- Verwijder het resterende water uit de oven.
Voor een betere hygiène en om te vermijden dat het voedsel een onaangename geur krijgt, wordt aanbevolen om de oven te drogen door een geventileerde functie ongeveer 10 minuten in te schakelen op 160 °C.

Draag rubberen handschoenen tijdens deze bewerkingen.

Om de handmatige reiniging van moeilijk bereikbare delen te vereenvoudigen, is het raadzaam de deur te verwijderen.
Reiniging en onderhoud
4.5 Buitengewoon onderhoud
Vervanging van de lamp (hoofdoven)

Onderdelen onder spanning Gevaar voor elektrische schok
- Schakel de stroomtoevoer naar het apparaat uit.
- Verwijder alle accessoires uit de oven.
- Verwijder de geleiderframes voor roosters/ovenschalen.
- Verwijder de kap van de lamp met gereedschap (bijv. Een schroevendraaier).

Zorg ervoor dat het email op de wanden van de ovenruimte geen krassen oplopen.

- Trek de lamp naar buiten en demonteer hem.


Raak de halogeenlamp niet direct met uw vingers aan, gebruik altijd isolerend materiaal.
- Vervang de lamp met een soortgelijke (40W).
- Hermonteer het deksel. Keer de geprofileerde binnenkant van het glas (A) naar de deur.

- Druk de kap stevig aan zodat deze perfect op de fitting aansluit.
Vervanging van de lamp (hulpoven)
- Draai de beschermkap A linksom los.
- Vervang de lamp B met een soortgelijke (25W). Gebruik uitsluitend lampen voor ovens (T 300 °C).


- Hermonteer de beschermkap A.
Demontage en hermontage van de pakking
De pakking demonteren:
- Haak de haken in de 4 hoeken en in het midden los en trek de pakking naar buiten.

De pakking hermonteren:
- Haak de haken in de 4 hoeken los en trek de pakking naar buiten.
Advies voor het onderhoud van de pakking
De pakking moet elastisch en zacht zijn.
- Gebruik een niet-schurende spons en lauwwarm water om de pakking schoon te houden.
5 Installatie
5.1 Plaatsing

Zwaar apparaat Pletgevaar
- Plaats het apparaat met behulp van een tweede persoon in het meubel.

Druk op de open deur Gevaar voor beschadiging van het apparaat
- Gebruik de deur niet als hefboom om het apparaat in het meubel te plaatsen.
- Oefen niet te veel kracht uit op de geopende deur.

Warmteontwikkeling tijdens werking van het apparaat Brandgevaar
- Fineerbewerkingen, kleefstoffen of plastic bekledingen van aangrenzende meubels moeten warmtebestendig zijn (minstens 90°C).
Het apparaat kan geïnstalleerd worden tegen wanden die hoger zijn dan het werkblad, op een minimum afstand van X mm van de zijkant van het apparaat, zoals wordt aangeduid in de afbeeldingen „A“ en „C“ betreffende de installatieklassen.
Keukenkasten die zich boven het werkblad bevinden, moeten zich op een afstand van minstens Y mm bevinden. Bij gebruik van een afzuigkap boven de kookplaat moet de gebruiksaanwijzing van de afzuigkap geraadpleegd worden om de correcte afstand te bepalen.
| X | 150 mm |
| Y | 750 mm |
Dit apparaat behoort naargelang het installatietype tot de klasse:

A - Klasse 1
(Apparaat vrije installatie)

B - Klasse 2 subklasse 1 (Ingebouwd apparaat)

C - Klasse 2 subklasse 1 (Ingebouwd apparaat)

Het apparaat moet volgens de van kracht zijnde normen geïnstalleerd worden door een gekwalificeerd technicus.
Afmetingen van het apparaat

| A | 900 mm |
| B | 600 mm |
| C1 | min. 150 mm |
| D | 900 - 915 mm. |
| H | 750 mm |
| I | 450 mm |
| L2 | 900 mm |
1 Minimumafstand tot zijwanden of andere ontvlambare materialen.
2 Minimumbreedte inbouwkast (=A).
Afmetingen van het apparaat: locatie van de aansluitingen elektriciteit (mm)

| A | 124 |
| B | 38 |
| F | min. 105 - max. 160 |
| H | 776 |
| L | 898 |
E = Elektrische aansluiting
Plaatsing en nivellering

Zwaar apparaat Gevaar voor beschadiging van het apparaat
- Plaats eerst de voorste en daarna de achterste pootjes.
- Nadat de gas- en de elektrische aansluiting is uitgevoerd, moeten de vier bijgeleverde voetjes van het apparaat vastgedraaid worden.

Voor de stabiliteit is het absoluut noodzakelijk dat het apparaat correct op de ondergrond genivelleerd wordt.
- Schroef de pootjes aan de onderkant los of vast tot het apparaat stabiel staat en genivelleerd is.

Bevestiging aan de wand

Om omvallen van het apparaat te voorkomen, moeten de stabilisatoren worden geïnstalleerd.
- Schroef het bevestigingsplaatje aan de achterkant van het apparaat aan de muur vast.

- Regel de hoogte van de 4 pootjes.

- Assembleer de bevestigingsbeugel.

- Lijn de onderkant van de haak van de bevestigingsbeugel uit met de onderkant van de rand van het bevestigingsplaatje aan de muur.

- Lijn de onderkant van de bevestigingsbeugel uit met de grond en draai de schroeven op de vastgestelde punten vast.

- Houd tussen de zijkant van het apparaat en de gaten van de beugel 50 mm vrij.

- Plaats de beugel op de muur en geef de punten aan waar gaten in de muur moeten worden geboord.

- Boor de gaten. Zet de beugel met pluggen en schroeven aan de muur vast.
- Duw het fornuis naar de muur en breng tegelijkertijd de beugel aan in het plaatje dat aan de achterkant van het apparaat is aangebracht.

5.2 Elektrische aansluiting

Elektrische spanning Gevaar voor elektrische schok
- Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.
- Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen.
- De aardverbinding van het elektrische systeem is verplicht en moet in overeenstemming met de geldende veiligheidsnormen worden uitgevoerd.
• Schakel de stroomtoevoer uit. - Verwijder de stekker niet uit het stopcontact door aan de kabel te trekken.
- Gebruik kabels van het type H05V2V2-F die bestand zijn tegen een temperatuur van ten minste 90 °C.
- Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.
Algemene informatie
Controleer of de kenmerken van het stroomnet overeenstemmen met de gegevens op het identificatieplaatje.
Het identificatieplaatje met de technische gegevens, het serienummer en de markering is zichtbaar op het apparaat aangebracht.
Dit plaatje mag nooit verwijderd worden. Voorzie de aarding met een kabel van minimaal 20 mm langer dan de andere.
Het apparaat kan op de volgende manieren functioneren:
- 220-240 V 2\~

Met een driepolige kabel 3 x 6 mm².
- 3220-240 V 3\~

Met een vierpolige kabel 4 x 6mm².
- 220-240 V 1N\~

Met een driepolige kabel 3 x 6 mm².
- 380-415 V 2N\~

Met een vierpolige kabel 4 x 6mm².
- 380-415 V 3N\~

Met een vijfpolige kabel 5 x 2,5 mm².

De waarden verwijzen naar de diameter van de interne geleider.

De genoemde voedingskabels hebben afmetingen die rekening houden met de gelijktijdigheidsfactor (conform de norm EN 60335-2-6).
Vaste aansluiting
Breng op de lijn een alpolige scheidingsschakelaar aan met een contactopening die, overeenkomstig de installatievoorschriften, de volledige scheiding volgens overspanningscategorie III mogelijk maakt.
Toegang tot het klemmenbord
Om de voedingskabel te kunnen aansluiten is toegang tot het klemmenbord op de achterste plaat vereist:
- Verwijder de schroeven die het klepje op de achterste plaat vastzetten.

- Laat het klepje een stukje draaien en verwijder het van diens plaats.

- Installeer de voedingskabel


Draai de schroef van het kabelbevestigingsplaatje los, alvorens de voedingskabel te installeren.
- Breng aan het einde van de handelingen het klepje weer aan op de achterste plaat en zet het met de eerder verwijderde schroeven vast.

5.3 Aanwijzingen voor de installateur
- De stekker moet na de installatie toegankelijk blijven. De kabel voor de verbinding met het stroomnet mag niet verbogen of vastgeklemd worden.
- Het apparaat moet volgens de installatieschema's worden geïnstalleerd.
- In geval het apparaat, na het verrichten van alle controles, niet correct werkt, neem dan contact op met het plaatselijke erkende servicecentrum.
- Na de correcte installatie van het apparaat wordt u verzocht de gebruiker te informeren over de correcte werkwijze.