T 16 A2 D/HA - Koelkast HOTPOINT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis T 16 A2 D/HA HOTPOINT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding T 16 A2 D/HA - HOTPOINT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. T 16 A2 D/HA van het merk HOTPOINT.
GEBRUIKSAANWIJZING T 16 A2 D/HA HOTPOINT
GEBRUIK VAN HET KOELVAK
Ingebruikneming van het apparaat
1. Steek de stekker in het stopcontact
2. Wanneer de stekker in het stopcontact
wordt gestoken is het apparaat gewoonlijk van te voren in de fabriek afgesteld op een temperatuur van 5 °C. Regeling van de temperatuur Raadpleeg het bijgeleverde productinformatieblad voor de regeling van de temperatuur. Opmerking: De omgevingstemperatuur, de frequentie waarmee de deur geopend wordt, het plaatsen van warme gerechten en een verkeerde plaatsing van het apparaat kunnen van invloed zijn op de interne temperatuur van de koelkast die af kan wijken van de temperatuur die aangegeven is op het paneel. Bewaren van levensmiddelen in het koelvak:
- De levensmiddelen moeten worden afgedekt om te voorkomen dat ze uitdrogen
- De afstand tussen de schappen en de achterwand van de koelkast zorgt voor een vrije luchtcirculatie
- Zet de levensmiddelen niet tegen de achterwand van het koelvak
- Zet geen levensmiddelen in de koelkast die nog warm zijn
- Bewaar vloeistoffen in gesloten houders Let op: Het bewaren van groenten met een hoog watergehalte kan condensvorming veroorzaken op de glazen schappen; dit heeft geen invloed op het correct functioneren van het apparaat.
VAK VOOR VLEES & VIS (afhankelijk van het model) Het Vak voor Vlees & Vis is speciaal ontwikkeld om een langduriger conservering van deze verse levensmiddelen te garanderen, zonder de voedingswaarde en de oorspronkelijke versheid ervan te wijzigen. Het wordt afgeraden om in dit vak fruit of groenten te leggen, aangezien de temperatuur ook onder 0 °C kan zakken, en het vocht dat in de levensmiddelen zit zou kunnen bevriezen. Temperatuurinstelling De temperatuur in het Vak voor Vlees & Vis wordt aangegeven door de stand van het wijzertje op de deur van het vak zelf en is afhankelijk van de algemene temperatuur van het koelvak. Wij adviseren u de temperatuur van het koelvak in te stellen op tussen +2° en +6°. Om de temperatuur in het Vak voor Vlees & Vis te weten te komen, de hierna volgende afbeeldingen raadplegen: Wanneer het wijzertje in het linker gebied staat, moet de temperatuur van het koelvak verhoogd worden. Wanneer het wijzertje in het midden staat, is de temperatuur precies goed. Wanneer het wijzertje in het rechter gebied staat, moet de temperatuur van het koelvak verlaagd worden. Belangrijk: als de functie geactiveerd is en er levensmiddelen met een hoog watergehalte aanwezig zijn, kan zich condens vormen op de schappen. Schakel de functie in dat geval tijdelijk uit. Verwijderen van het vlees- en visvak: Als het symbool niet wordt weergegeven op het bedieningspaneel (zie Beknopte Handleiding), wordt geadviseerd het vlees- en visvak niet te verwijderen, teneinde een correcte werking van het apparaat, een geschikte conservering van de levensmiddelen en een optimaal energieverbruik te garanderen. Voor meer ruimte in de koelkast kan in alle andere gevallen het vlees- en visvak worden verwijderd. Ga als volgt te werk:
1. Verwijder de lade van het vak (Afbeelding 1).
2. Verwijder de afdekking van de lade met behulp van de
koppelingen op de onderkant van de afdekking (Afbeelding 2) Om het vlees- en visvak weer in gebruik te nemen, dient u ervoor te zorgen dat de afdekplaat van de lade weer geplaatst wordt, voordat u de lade zelf terugzet en de functie weer in werking stelt.
3. Druk drie seconden op de knop ‘Vlees- en visvak’ op het
bedieningspaneel totdat het gele lampje uitgaat. Om het energieverbruik zo laag mogelijk te houden, wordt aangeraden om het vlees- en visvak uit te schakelen en om de onderdelen eruit te verwijderen (behalve het schap boven de groente- en fruitladen).
Afb. 1 Afb. 2 “NULGRADENVAK” (afhankelijk van het model) Het ‘nulgradenvak’ is speciaal ontwikkeld om een lage temperatuur en een juiste vochtigheidsgraad te behouden teneinde verse levensmiddelen langer te kunnen bewaren (bijvoorbeeld vlees, vis, winterfruit en -groenten). In- en uitschakelen van het vak De temperatuur in het vak is ongeveer 0° als het vak ingeschakeld is. Druk voor de inschakeling van het vak langer dan één seconde op de knop die in de afbeelding is weergegeven totdat het symbool gaat branden. Het brandende symbool geeft aan dat het vak ingeschakeld is. Druk opnieuw langer dan een seconden op de knop om het vak uit te schakelen Voor een correcte werking van het ‘nulgradenvak’ is het volgende noodzakelijk: - het koelvak moet ingeschakeld zijn - de temperatuur in het koelvak moet tussen de +2 °C en +6 °C zijn - de lade moet geplaatst zijn om de inschakeling mogelijk te maken - er mogen geen speciale functies zijn geselecteerd (Stand-by, Cooling-Off, Vacation - indien aanwezig). Als één van deze speciale functies is geselecteerd, dan moet het ‘nulgradenvak’ handmatig worden uitgeschakeld en moeten de verse levensmiddelen uit het vak worden verwijderd. Als het vak niet handmatig wordt uitgeschakeld, zal het na ongeveer 8 uur automatisch worden uitgeschakeld. Opmerking: - als het symbool bij inschakeling van het vak niet gaat branden, dient u te controleren of de lade goed geplaatst is; neem contact op met een erkende klantenservice, als het probleem aanhoudt - als het vak is ingeschakeld en de lade is geopend, dan kan het symbool van het bedieningspaneel automatisch uitgaan. Als de lade weer wordt geplaatst, wordt het symbool weer ingeschakeld - ongeacht de status van het vak is een zacht geluid hoorbaar. Dit is normaal - als het vak niet in werking is, is de temperatuur in het vak afhankelijk van de algemene temperatuur in het koelvak. In dit geval wordt geadviseerd om fruit en groenten te bewaren die niet gevoelig zijn voor koude (bosvruchten, appels, abrikozen, wortels, spinazie, sla, enz.). Belangrijk: als de functie geactiveerd is en er levensmiddelen met een hoog watergehalte aanwezig zijn, kan zich condens op de schappen vormen. Schakel in dat geval de functie tijdelijk uit. Let goed op bij het plaatsen van kleine levensmiddelen en houders op het bovenste schap van het ‘nulgradenvak’ om te voorkomen dat ze tussen de lade en de achterwand van het koelvak kunnen vallen.
Verwijderen van het ‘nulgradenvak’: Voor meer ruimte in de koelkast kan het ‘nulgradenvak’ worden verwijderd. Ga in dat geval als volgt te werk: - wij adviseren om de twee onderste deurvakken leeg te maken (en eventueel te verwijderen) om de lade gemakkelijker naar buiten te kunnen trekken. - schakel het vak uit - neem de lade en het witte plastic schap onder het vak weg. Opmerking: het bovenste schap en de zijsteunen kunnen niet worden verwijderd. Om het ‘nulgradenvak’ weer in gebruik te nemen, dient u ervoor te zorgen dat het witte plastic schap onder het vak weer geplaatst wordt, voordat u de lade zelf terugzet en de functie weer in werking stelt. Om het energieverbruik te optimaliseren wordt geadviseerd om het ‘nulgradenvak’ uit te schakelen en om het vak te verwijderen. Reinig het vak en zijn onderdelen regelmatig met een doek en een oplossing van lauw water en specifieke neutrale schoonmaakmiddelen die speciaal bestemd zijn voor het reinigen van de binnenkant van een koelkast (zorg ervoor om het witte plastic schap onder de lade niet in het water onder te dompelen). Voordat u het vak schoonmaakt (ook de buitenkant), moet de lade zodanig worden verwijderd dat het vak van het elektriciteitsnet is losgekoppeld. Gebruik nooit schuurmiddelen.
HET GEBRUIK VAN HET VRIESVAK
(indien aanwezig) In het vriesvak kunnen ook verse levensmiddelen ingevroren worden. De hoeveelheid verse levensmiddelen die in 24 uur kan worden ingevroren staat aangegeven op het typeplaatje. Invriezen van verse levensmiddelen
- In Fig. 1 is de aanbevolen plaats aangegeven voor levensmiddelen die ingevroren moeten worden, als er een rooster aanwezig is, als er geen rooster is bijgeleverd is de aanbevolen plaats aangegeven in Fig. 2.
- Plaats de levensmiddelen in het midden van het vak zonder dat ze in aanraking komen met de reeds ingevroren levensmiddelen, houd ze op een afstand van ongeveer 20 mm (fig. 1 en 2). Fig. 1 In de tabel hiernaast kunt u zien hoeveel maanden verse, ingevroren levensmiddelen bewaard kunnen worden. Bij de aankoop van diepvriesproducten moet u op de volgende punten letten:
- de verpakking of het pak moet onbeschadigd zijn, omdat het product anders kan bederven. Als een pakje bol staat of als er vochtplekken op zitten, is het niet onder optimale omstandigheden bewaard en kan het al gedeeltelijk zijn ontdooid.
- De diepvriesproducten moeten als laatste worden gekocht en in isolerende tassen worden vervoerd.
- Leg de diepvriesproducten bij thuiskomst meteen in het vriesvak.
- De gedeeltelijk ontdooide diepvriesproducten mogen niet opnieuw worden ingevroren, maar moeten binnen 24 uur worden geconsumeerd.
- Variaties in temperatuur moeten vermeden worden of tot een minimum worden beperkt. De uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking moet worden gerespecteerd.
- De instructies op de verpakking voor het conserveren van diepvriesproducten dienen altijd te worden opgevolgd. Fig. 2 IJsblokjes maken
- Vul het ijsbakje voor 2/3 met water en zet het in vak
- Gebruik, indien het ijsbakje aan de bodem van het is vastgevroren, geen puntige of vriesvak scherpe voorwerpen om het los te maken.
- Om de ijsblokjes eenvoudig te verwijderen buigt u het bakje om.
ONTDOOIEN VAN HET APPARAAT
Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de stroomtoevoer af voordat u met het ontdooien begint. Het koelvak wordt geheel automatisch ontdooid. De aanwezigheid van waterdruppels op de achterwand aan de binnenkant van de koelkast duidt erop dat het apparaat bezig is automatisch te ontdooien. Het dooiwater wordt automatisch via een afvoeropening in een opvangbak geleid, waar het verdampt. Reinig regelmatig de afvoeropening van het dooiwater met behulp van het bijgeleverde gereedschap om een constante afvoer van het dooiwater zeker te stellen. (Fig. 1) Ontdooien van het vak (indien aanwezig) Wij raden u aan het vak een of twee maal per jaar te ontdooien, of wanneer de ijslaag te dik is geworden. IJsvorming is een normaal verschijnsel. De hoeveelheid en de snelheid waarmee zich het ijs vormt, hangt af van de omgeving waarin het apparaat zich bevindt en van de frequentie waarmee de deur van het vriesvak wordt geopend. De ijsvorming is het grootst op het bovenste gedeelte van het vak. Dit is normaal en heeft geen invloed op het correct functioneren van het apparaat. Het is raadzaam het vak te ontdooien wanneer u weinig voorraad heeft.
- Open de deur en haal alle levensmiddelen uit het vriesvak, en zet ze op een heel koele plaats of in een koeltas.
- Laat de deur open zodat het ijs kan smelten.
- Reinig de binnenkant van de vriezer met een vochtige spons met lauw water en/of een neutraal schoonmaakmiddel. Gebruik geen schuurmiddelen.
- Spoel goed en droog zorgvuldig af.
- Plaats de levensmiddelen weer in het vak.
- Sluit de deur. Steek de stekker weer in het stopcontact en start het apparaat volgens de aanwijzingen uit hoofdstuk “In werking stellen van het koelvak”. De instellingen en keuzes die gemaakt werden voordat het apparaat ontdooid werd worden hersteld. Fig. 1
Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de stroomtoevoer af, alvorens onderhouds- en reinigingswerkzaamheden te gaan verrichten.
- Reinig de binnenkant van de koelkast met een vochtige spons met lauw water en/of een neutraal schoonmaakmiddel. Spoel en droog het apparaat met een zachte doek. Gebruik geen schuurmiddelen.
- De scheidingselementen mogen niet in water worden ondergedompeld, maar moeten worden afgewassen met een niet al te vochtige spons.
- Reinig de binnenkant van het vriesvak tijdens het ontdooien.
- Maak de ventilatieroosters en de condensor op de achterkant van het apparaat regelmatig schoon met een stofzuiger of een borstel.
- Reinig de buitenkant met een met water bevochtigde zachte doek. Gebruik geen schuurmiddelen of schuursponsjes, noch vlekkenmiddelen (bijv. aceton en trichloorethyleen) of azijn. Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt
1. Maak de koelkast helemaal leeg.
2. Haal de stekker uit het stopcontact.
3. Ontdooi het apparaat en reinig de
4. Om de vorming van schimmel,
onaangename luchtjes en roest te voorkomen moet de deur van het apparaat open blijven staan als het gedurende langere tijd niet gebruikt wordt.
5. Het apparaat schoonmaken.
- Maak de binnenkant van het lage temperatuurvak (bij modellen waar dit aanwezig is) schoon tijdens het ontdooien.
- Reinig de binnenkant van de koelkast met een vochtige spons met lauw water en/of een neutraal schoonmaakmiddel. Spoel en droog het apparaat met een zachte doek. Gebruik geen schuurmiddelen.
- het servicenummer (nummer achter het woord SERVICE op het typeplaatje binnenin het apparaat)
- uw telefoonnummer Voordat u contact opneemt met de klantenservice:
1. Ga na of u de storingen zelf kunt verhelpen
(zie “Storingen opsporen”).
2. Zet het apparaat opnieuw aan om te zien of
het ongemak is verholpen. Als dit niet het geval is, schakel het apparaat dan opnieuw uit en herhaal de handeling na een uur.
3. Als ook dat niet helpt, wend u dan tot onze
klantenservice. Opmerking: Het omkeren van de deur van het apparaat door onze klantenservice wordt niet beschouwd als een ingreep die onder de garantie valt. Vermeld de volgende gegevens:
- de aard van de storing
- het model INSTALLATIE
- De gegevens met betrekking tot de spanning en het opgenomen vermogen staan op het typeplaatje in het apparaat.
- Installeer het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen. Installatie in een warme omgeving, rechtstreekse blootstelling aan de zon of opstelling van het apparaat in de buurt van een warmtebron (kachel, fornuis) verhogen het stroomverbruik en dienen te worden vermeden.
- Indien dit niet mogelijk is, moeten de volgende minimumafstanden worden aangehouden:
- 30 cm vanaf fornuizen die werken op kolen of petroleum;
- 3 cm vanaf elektrische fornuizen en/of gasfornuizen.
- Monteer de afstandstukken (indien bijgeleverd) op de achterkant van de condensator die op de achterkant van het apparaat zit.
- Installeer het apparaat op een droge en goed geventileerde plaats, zorg dat het op een vlakke ondergrond staat en stel indien nodig de poten aan de voorkant bij.
- De binnenkant schoonmaken.
- Breng de bijgeleverde accessoires aan.
- De aarding van het apparaat is wettelijk verplicht. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventueel letsel aan personen, dieren of voor schade aan voorwerpen die veroorzaakt is door het niet in acht nemen van deze voorschriften.
- Als de stekker en het stopcontact niet van hetzelfde type zijn, laat het stopcontact dan vervangen door een gekwalificeerd technicus.
- Gebruik geen verlengsnoeren of meervoudige adapters. Afkoppeling van het elektriciteitsnet Het moet mogelijk zijn het apparaat van het elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker uit het stopcontact te halen of via een tweepolige netschakelaar die bovenstrooms van het stopcontact is geplaatst. Elektrische aansluiting
- Houd u aan de plaatselijke voorschriften voor de elektrische aansluiting.
Het apparaat dat u net gekocht hebt, aangeduid met het symbool , kan gebruikt worden voor het invriezen van verse of gekookte voedingswaren, het maken van ijsblokjes en het bewaren van diepvriesvoedsel. Lees deze instructies aandachtig, ze bevatten een beschrijving van uw apparaat en nuttige tips zodat de beste resultaten kunt halen om verse voedingswaren in te vriezen en al ingevroren voedsel te bewaren.
BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT (Afb. 1) Bedieningspaneel A) Bedieningscontrolelampje (groen licht) B) Temperatuurcontrolelampje (rood alarmlicht) C) Temperatuurknop (thermostaat) D) Open deur alarmschakelaar (indien aanwezig) E) Mandjes (invriezen en opslagmandjes) F) Alleen opslagmandje. G) Eutectisch systeem: verwijder uit lade F en breng aan in het hoge compartiment E om het energieverbruik van het product te optimaliseren. Sommige modellen worden geleverd met bakken die gevuld zijn met koelvloeistof (eutectica). INSTALLATIE Zorg ervoor dat het apparaat niet is beschadigd. Rapporteer transportschade binnen de 24 uur na ontvangst van het apparaat aan uw verdeler. Het apparaat mag niet geplaatst worden in de buurt van warmtebronnen zoals fornuizen, centrale verwarming, boilers, enz. Het dient echter in een goed verluchte droge ruimte geplaatst te worden. Let op: U moet steeds bij de stekker kunnen, zelfs na de installatie van het apparaat, zodat u de stekker steeds kunt loskoppelen, indien nodig. Of sluit het apparaat aan op de netvoeding met een tweepolig schakelapparaat met contactscheiding van 3 mm op een toegankelijke plaats.
Controleer of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de netspanning in uw woning. De aarding van het apparaat is wettelijk verplicht. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel aan personen of schade aan voorwerpen als het gevolg van niet-naleving van deze vereiste. Wanneer het apparaat op het stopcontact wordt aangesloten en de thermostaatknop niet is ingesteld op het symbool •, branden de groene en de rode lamp (A) en (B) (Afb. 1). Het groene controlelampje blijft altijd branden en geeft de werking van het apparaat aan. Het rode controlelampje blijft branden totdat de ingestelde bedrijfstemperatuur werd bereikt. Het gaat opnieuw branden wanneer de temperatuur binnenin de diepvriezer stijgt omwille van regelmatig of langdurig openen van de deur en wanneer vers in te vriezen voedsel in het apparaat werd geplaatst.
REGELEN VAN DE TEMPERATUUR
De thermostaat (Afb. 1) regelt de temperatuur binnenin het apparaat. Positie • wijst erop dat de werking van het apparaat werd onderbroken. De ideale opslagtemperatuur voor bevroren voedsel gedurende een lange tijd is -18 °C. In normale omgevingsomstandigheden (temperatuur tussen +20 °C en +25 °C), raden we aan dat u de regelknop van de thermostaat op de middenstand zet. Om koudere of warmere temperaturen dan -18 °C te verkrijgen, draait u de regelknop van de thermostaat respectievelijk op de hoogste of laagste instelling. We herinneren u eraan dat de inwendige temperaturen beïnvloed worden door de locatie van het apparaat, de temperatuur van de omliggende lucht, de frequentie van het openen van de deur. De instelling van de thermostaat moet mogelijk gewijzigd worden om rekening te houden met deze factoren. Om de temperatuur van het bewaarde voedsel te controleren plaatst u de thermometer (indien meegeleverd) onder het voedsel; indien het op voedsel wordt geplaatst, geeft het de temperatuur aan van de lucht, die niet overeenkomt met de temperatuur van het bewaarde voedsel.
GEBRUIK VAN HET DIEPVRIESVAK
Dit apparaat beschikt over een akoestisch alarm dat weerklinkt wanneer de deur open blijft staan (indien aanwezig). INVRIEZEN (Afb. 2) De hoeveelheid verse levensmiddelen die in 24 uur kan worden ingevroren, bij een omgevingstemperatuur van +25 °C, is aangegeven op het serienummerplaatje. Plaats nooit warm voedsel in de vriezer. Gedeeltelijk of geheel ontdooide levensmiddelen mag u nooit opnieuw invriezen.
501960000918.indb 17 2/20/2014 8:52:11 AM In te vriezen levensmiddelen dient u voor te bereiden en in aluminium of plastic folie te wikkelen of plaats deze in gepaste diepvriesbakken. Label de pakketten met vermelding van de invriesdatum en de inhoud. Het diepvriezervak behoudt de opslagtemperatuur gedurende circa 15 uur, zelfs in het geval van een stroomstoring. We raden echter aan dat u de deur gesloten houdt. Frisdranken mogen niet worden ingevroren en sommige producten, zoals waterijs met smaak, mogen niet te koud geconsumeerd worden. Opmerking: Omwille van de efficiëntie van de deurverzegeling is het niet altijd mogelijk om de diepvriezerdeur onmiddelijk na het sluiten te openen. Wacht enkele minuten voordat u deze probeert te openen.
PRODUCTIE VAN IJSBLOKJES
Vul het ijsbakje voor 3/4 met water en zet het in het lagetemperatuurvak. Indien de bakjes aan de onderkant van het vak blijven kleven, mag u het niet trachten los te maken met scherpe of snijvoorwerpen, die het apparaat kunnen beschadigen. Gebruik, indien noodzakelijk, het handvat van een lepel. Om de ijsblokjes uit de plastic bakjes te halen dient u ze lichtjes te buigen. Let op: U mag ijsblokjes of ijslolly's niet onmiddellijk na verwijdering uit het lagetemperatuurvak opeten, aangezien ze koude brandwonden kunnen veroorzaken.
OPSLAG VAN BEVROREN LEVENSMIDDELEN
Wanneer u bevroren levensmiddelen koopt, wordt het aanbevolen om koelzakken of koelbakken te gebruiken. Dit dienen de laatste aankopen te zijn en ze moeten goed verpakt worden in krantenpapier. Zodra u thuiskomt dient u ze zo snel mogelijk in het vak te bewaren. In elk geval dienen deze levensmiddelen gebruikt te worden binnen de datum die op de verpakking staat. ONTDOOIEN Hier volgen een aantal basissuggesties: Rauwe groenten: niet ontdooien, maar gelijk in kokend water leggen en koken op de gebruikelijke manier. Vlees (grote stukken): ontdooien in het koelvak zonder het uit de verpakking te halen. Alvorens het te bereiden, een paar uur op omgevingstemperatuur laten rusten. (kleine stukken): ontdooien op kamertemperatuur of onmiddellijk bereiden. Vis: ontdooien in de koelkast zonder de vis uit de verpakking te halen of direct bereiden zonder dat de vis volledig is ontdooid. Kant-en-klare voedingsmiddelen: in de oven verwarmen zonder deze uit het aluminium bakje te halen. Fruit: ontdooien in de koelkast. ONTDOOIEN Gewoonlijk moet u de diepvriezer twee of drie keer per jaar ontdooien wanneer de laag ijs 3 mm dik is. We raden aan dat u regelmatig het ijs van de vriesplaat verwijdert met een plastic schraper. Vermijd het gebruik van scherpe of snij-instrumenten. Het ontdooien dient te gebeuren wanneer de hoeveelheid bewaard voedsel minimaal is. Wikkel de bevroren levensmiddelen in verschillende laagjes krantenpapier (of in een hoes) en plaats ze in de koelkast of op een koele plaats. Zet de regelknop van de thermostaat op de stand •, koppel het apparaat los van de netvoeding en laat de deur open. Verwijder de mandjes door ze voorwaarts en omhoog te trekken. Gebruik geen in de handel verkrijgbaar dooiproducten aangezien deze gevaarlijke componenten kunnen bevatten. Maak het apparaat zorgvuldig schoon en droog het na volledige ontdooiing. Steek de stekker van de vriezer weer in het stopcontact Plaats de bevroren levensmiddelen opnieuw in de vriezer.
Een regelmatig en correct onderhoud garandeert een langere levensduur voor uw apparaat. Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt. Reinig regelmatig de binnenkant met een oplossing van water en azijn. Goed afspoelen en afdrogen. Gebruik nooit schuurmiddelen of detergenten. Maak regelmatig de deurafdichting schoon met water en droog zorgvuldig. Zorg dat de deurafdichting niet vervuild wordt met olie of andere smeermiddelen die deze kunnen beschadigen. Steek, na het schoonmaken van het apparaat, de stekker weer in het stopcontact.
Indien u gedurende langere tijd weg zal zijn, dient u het apparaat los te koppelen van de netvoeding, het leeg te maken en de binnenkant schoon te maken. Laat de deur open om te verhinderen dat het apparaat muf gaat ruiken. Indien u gedurende korte tijd weg bent, laat u het apparaat normaal draaien. ONDERHOUD De verkeerde werking van het apparaat is niet altijd te wijten aan een defect, maar kan ook het gevolg zijn van slechte installatie of gebruik. Om overbodige (en dure) onderhoudsbezoeken te voorkomen, raden we aan dat u deze probleemoplossingsgids raadpleegt. De inwendige temperatuur is te hoog indien het rode lampje constant brandt of knippert. Controleer of:
- de deur is niet goed gesloten;
- de regelknop van de thermostaat is correct ingesteld (zie hoofdstuk “Regelen van de temperatuur”);
- het apparaat niet geïnstalleerd is in de buurt van een warmtebron;
- er veel ijs op de binnenwanden zit;
- de luchtstroom wordt niet beperkt. Wanneer de compressor voortdurend functioneert. Controleer of:
- de omgevingstemperatuur is te warm;
- de deur wordt niet te regelmatig geopend. Het apparaat maakt veel lawaai. Controleer of:
- het apparaat horizontaal staat. Het apparaat werkt helemaal niet. Controleer of:
- de regelknop van de thermostaat niet op de volgende stand staat •;
- of er geen stroomstoring is;
- de stekker goed contact maakt met het stopcontact;
- eventueel automatische circuitonderbrekers zijn doorgeslagen of zekeringen zijn doorgebrand;
- de netkabel intact is (zie ook Opmerking). Opmerking: Bij het vervangen van een beschadigde netkabel, dient u ervoor te zorgen dat de nieuwe kabel correct geklemd is. Indien deze probleemoplossingsgids hebt gevolg en uw diepvriezer werkt nog steeds niet correct, dient u contact op te nemen met uw Retailer of Onderhoudsagent. Vermeld duidelijk wat er aan de hand is en het type en serienummer van uw vriezer.
Notice-Facile