KAN62A75 - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KAN62A75 BOSCH in PDF-formaat.
| Type product | Koel-vriescombinatie |
| Merk | Bosch |
| Model | KAN62A75 |
| Hoogte (mm) | 1860 |
| Breedte (mm) | 700 |
| Diepte (mm) | 650 |
| Netto gewicht (kg) | 78 |
| Netto inhoud koelgedeelte (L) | 380 |
| Netto inhoud vriesgedeelte (L) | 120 |
| Energieklasse | A++ |
| Jaarlijks energieverbruik (kWh) | 290 |
| Geluidsniveau (dB) | 38 |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Hoofdfuncties | SuperCool, SuperFreeze, Eco-modus, elektronisch display |
| Binnenverlichting | LED |
| Aantal legplanken | 5 (waarvan 2 verstelbaar) |
| Vriestype | 4 sterren, autonomie 10 uur |
| Waterdispenser | Nee |
| Onderhoud en reiniging | Reinig de oppervlakken met een zachte doek en zeepwater; handmatig ontdooien van de vriezer |
| Veiligheid | Deuralarm, kinderveiligheid, automatische uitschakeling bij oververhitting |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Repareerbaarheidsindex 8/10; onderdelen beschikbaar op de Bosch-website |
Veelgestelde vragen - KAN62A75 BOSCH
Gebruikersvragen over KAN62A75 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KAN62A75 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KAN62A75 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KAN62A75 BOSCH
Montage- en gebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen . 81
Aanwijzingen over de afvoer 82
Omvang van de levering 82
Opstellen van het apparaat 82
Opstellingsafmetingen 84
Apparaat horizontaal zetten 85
Apparaat aansluiten 85
Deuren van het apparaat en deurgrepen demonteren 86
Kennismaking met het apparaat 87
Inschakelen van het apparaat 89
Instellen van de temperatuur 89
Alarmfunctie 90
Netto-inhoud 90
Maximale invriescapaciteit 90
Verse levensmiddelen invriezen 90
Supervriezen 91
Ontdooien van diepvrieswaren 92
De koelruimte 92
Super-koelen 92
Uitvoering van de diepvriesruimte 93
Variabele indeling van de binnenruimte ..... 94
Apparaat uitschakelen en buiten
werking stellen 94
Ontdooien 94
Schoonmaken van het apparaat 95
Verlichting 95
Energie besparen 96
Bedrijfsgeluiden 96
Kleine storingen zelf verhelpen 97
Zelftest apparaat 98
Servicedienst 98
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ■ Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
■ Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie! ■ Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Kans op een elektrische schok!
■ Gebruik geen puntige en scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. - Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie! ■ Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ■ Om schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken of zekering losdraaien resp. uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ■ Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. - Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. ■ De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. ■ Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt. ■ Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen! ■ Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! ■ Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! ■ Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! - Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
■ voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
■ voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens
EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.
⚠️ Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
■ Vrijstaand apparaat ■ Uitrusting (modelafhankelijk) ■ Gebruiksaanwijzing ■ Montagevoorschrift ■ Klantenserviceboekje Garantiebijlage ■ Informatie over energieverbruik en geluiden ■ Zakje met montagemateriaal
Opstellen van het apparaat
Transport
De apparaten zijn zwaar en moeten tijdens het transport en de montage beveiligd worden.
Vanwege het gewicht en de afmetingen van het apparaat en om het risico van verwondingen en beschadiging van het apparaat te minimaliseren, zijn ten minste twee personen nodig voor de veilige plaatsing van het apparaat.
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:
■ Naast elektrische- of gasfornuizen: 3 cm. ■ Naast een CV-installatie 30 cm.
Bij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 25 mm ruimte worden opengelaten om het ontstaan van condenswater te vermijden.
Wanneer er boven het apparaat een plank of een kast wordt gemonteerd, dient men een opening van 30 mm aan te houden, zodat het apparaat desgewenst uit de nis kan worden getrokken.
De verwarmde lucht aan de achterkant van het apparaat moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden.
Ondergrond

Attentie
Het apparaat is zwaar.
Uitvoering: 119 kg
De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen.
Bij het plaatsen in een hoek of nis de minimumafstanden aan de zijkanten in acht nemen (zie Afmetingen van het apparaat) zodat de deuren tot de aanslag geopend kunnen worden (zie het hoofdstuk „Opstellingsafmetingen").
Als de keukenmeubelen ernaast dieper zijn dan 60 cm, dan moeten aan de zijkant minimumafstanden in acht worden genomen om de openingshoek van de deur ten volle te benutten (zie hoofdstuk „Openingshoek deur”).
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. Deze geeft aan binnen welke omgevingstemperaturen het apparaat gebruikt kan worden. Het typeplaatje bevindt zich rechts onderaan in de koelruimte.
| Klimaatklasse Toelaatbare | omgevingstemperatuur |
| SN +10 °C tot 32 °C | |
| N +16 °C tot 32 °C | |
| ST +16 °C tot 38 °C | |
| T +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
De beluchtings- en ontluchtingsopeningen in de achterzijde van het apparaat in geen geval afdekken. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. Steek de afstandshouder op de daartoe bestemde houder op de achterzijde van het apparaat. Hierdoor wordt de minimumafstand tot de wand in acht genomen.

Opstellingsafmetingen



Openingshoek deur

Apparaat horizontaal zetten
Om het apparaat perfect te laten functioneren moet het waterpas staan.
Als het apparaat scheef staat, dan kan dit ertoe leiden dat het water uit de ijsbereider loopt, dat er ongelijke ijsblokjes geproduceerd worden of dat de deuren niet goed sluiten.

Voor het stellen van het apparaat:
- Apparaat op de ervoor bestemde plaats zetten.
- Voorste voetjes met een steeksleutel stellen.
- Achterste voetjes met een inbussleutel stellen.
Apparaat aansluiten
Het apparaat door een vakman volgens bijgesloten montagehandleiding laten plaatsen en aansluiten.
De transportbeveiligingen van de legplateaus en de voorraadvakken pas na plaatsing van het apparaat verwijderen.
Het apparaat eerst op de waterleiding aansluiten, daarna pas op het elektriciteitsnet.
Naast de wettelijk voorgeschreven nationale voorschriften moeten ook de aansluitvoorwaarden van het plaatselijke elektriciteits- en waterleidingbedrijf in acht worden genomen.
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Geen verlengsnoer of verdeler gebruiken. Voor de aansluiting van dit apparaat is een vast geïnstalleerd stopcontact nodig.
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet met een zekering van 10 tot 16 A of meer beveiligd zijn.
Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich rechtsonder in het apparaat. Een eventueel noodzakelijke vervanging van de aansluitkabel mag alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd.
⚠ Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Deuren van het apparaat en deurgrepen demonteren
Als het apparaat niet door de deur van de woning past, kunnen de deuren van het apparaat en de deurgrepen er worden afgeschroefd.

Attentie
Het afschroeven van de deuren mag uitsluitend worden uitgevoerd door de klantenservice.

Kennismaking met het apparaat
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

* Niet bij alle modellen.
A Diepvriesruimte
| B | K | o | e | l | r | u | i | m | t |
| 1 | Toets Aan/Uit | ||||||||
| 2 | Lichtschakelaars koel- en diepvriesruimte | ||||||||
| 3 | Bedieningspaneel en display | ||||||||
| 4 | Verlichting diepvriesruimte | ||||||||
| 5 | Voorraadvak in de deur | ||||||||
| 6 | I | J | s | b | e | r | e | i | d |
| 7 | L | u | c | h | t | o | p | e | n |
| 8 | Glasplateau in de diepvriesruimte | ||||||||
| 9 | Diepvrieslade | ||||||||
| 10 | Diepvrieskalender | ||||||||
11 Deurvak (2-sterenvak) voor kortstondig bewaren van levensmiddelen en consumptie-ijs. 12 Verlichting koelruimte 13 Boter en kaasvak 14 Luchtopening 15 Flessenrek * 16 Voorraadvak in de deur 17 Glasplateau in de koelruimte 18 Vak voor grote flessen 19 Groentelade 20 Schroefvoetjes
nl
Bedieningspaneel en display
Het bedieningspaneel en display op de deur bestaat uit een aanrakingspaneel.
Door een toetsenveld aan te raken wordt de betreffende functie ingeschakeld.

A Display diepvriesruimte B Display koelruimte
1 Toets „freezer”
Om instellingen voor de vriesruimte te kunnen uitvoeren: toets indrukken tot op het display vriesruimte „freezer” brandt.
2 „super” Toets
Om de functies superkoelen (koelruimte) of supervriezen (diepvriesruimte) in te schakelen.
Zie hoofdstuk „Superkoelen“ of „Supervriezen“.
3 Insteltoetsen +/-
De toetsen dienen voor het instellen van de temperaturen in de koel- en diepvriesruimte.
■ Het alarmsignaal uitschakelen (zie het hoofdstuk Alarmfunctie). ■ De toetsenblokkering in- en uitschakelen. Om de toetsenblokkering in- en uit te schakelen: toets 5 seconden indrukken. Bij ingeschakelde functie brandt op het display „lock”.
5 Toets „fridge”
Om instellingen voor de koelruimte te kunnen uitvoeren: toets indrukken tot op het display koelruimte „fridge” brandt.
Inschakelen van het apparaat
Het apparaat met de insteltoets inschakelen. Er is een alarmsignaal te horen.
De toets „alarm off/lock“ indrukken. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.
De indicatie „alarm“ gaat uit als in het apparaat de ingestelde temperatuur is bereikt.
De vooraf ingestelde temperaturen worden na enkele uren bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
De fabriek adviseert de volgende temperaturen:
■ Diepvriesruimte: -18 °C ■ Koelruimte: +4 °C
Instellen van de temperatuur
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte is van -14 °C tot -24 °C instelbaar. Wij raden een instelling van -18 °C aan.
De laatst aangegeven waarde wordt in het geheugen opgeslagen.
- De „freezer"-toets meermaals indrukken tot op de display van de diepvriesruimte „freezer" gaat branden.
- Met de insteltoetsen + (warmer) of - (kouder) de temperatuur instellen.

Koelruimte
De koelruimte is van +2 °C tot +8 °C instelbaar.
De temperatuur wordt in stappen van 1 °C ingesteld.
De laatst aangegeven waarde wordt in het geheugen opgeslagen.
Wij raden een instelling van +4 °C aan.
Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren.
- De „fridge“-toets meermaals indrukken tot op de display van de koelruimte „fridge“ gaat branden.
- Met de insteltoetsen + (warmer) of - (kouder) de temperatuur instellen.

Door indrukken van de „alarm off/lock“-toets wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.
In de volgende gevallen kan het alarm afgaan:
Deuralarm
Het deuralarm wordt ingeschakeld als een deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat.
Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvries- en koelruimte te warm is en de levensmiddelen gevaar lopen.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het akoestische en optische signaal worden ingeschakeld bij:
■ Ingebruikname van het apparaat. - Bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen.
Diepvriesruimte
Op de display knippert de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte en wordt „alarm” weergegeven.

De temperatuurindicatie geeft gedurende 10 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt de ingestelde temperatuur weer aangegeven.
De indicatie „alarm“ gaat uit zodra de ingestelde temperatuur weer is bereikt.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Koelruimte
Op het display worden „alarm“ aangegeven.
⚠️ Attentie
Als het in de koelruimte te warm is geworden: de verwarmde koelwaren vóór het consumeren verhitten. Rauwe levensmiddelen in geval van twijfel niet meer gebruiken.
Netto-inhoud
De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst").
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren aan te brengen, kan de bovenste diepvrieslade uit het apparaat worden genomen. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en in de onderste diepvrieslade worden gestapeld.
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”).
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
■ Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
■ Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
Deze hangt af van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:
tot 6 maanden.
■ Kaas, gevogelte, vlees:
tot 8 maanden.
■ Groente, fruit:
tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmiddelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelen het supervriessysteem inschakelen. Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het snelvriessysteem worden ingevroren.
Supervriezen inschakelen
- De „freezer"-toets meermaals indrukken tot op de display van de diepvriesruimte „freezer" gaat branden.
- Toets „super" indrukken.
Wanneer het supervriezen is ingeschakeld, geeft de display „super" weer.

Supervriezen uitschakelen
- De „freezer"-toets meermaals indrukken tot op de display van de diepvriesruimte „freezer" gaat branden.
- Toets „super" indrukken.
Wanneer het supervriezen is uitgeschakeld, gaat de indicatie „super” op de display uit.
Aanwijzing
Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur ■ in de koelkast ■ in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator ■ in de magnetron

Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor klaargemaakte gerechten, brood en banket, conserven, gecondenseerde melk, harde kaas, koudegevoelig fruit en groente en voor zuidvruchten.
Attentie bij het inruimen van levensmiddelen
■ De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren. ■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. ■ Ontluchtingsopeningen niet blokkeren met levensmiddelen, om te voorkomen dat de luchtcirculatie wordt gehinderd. Levensmiddelen die direct voor de luchtopeningen worden opgeslagen, kunnen door de uitstromende koude lucht bevriezen. - Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. ■ Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
Super-koelen
Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.
Het superkoelsysteem inschakelen bijv.:
■ Vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen. ■ Om dranken snel te koelen.
Superkoelen inschakelen
- De „fridge“-toets meermaals indrukken tot op de display van de koelruimte „fridge“ gaat branden.
- Toets „super“ indrukken.
Wanneer het superkoelen is ingeschakeld, geeft de display „super” weer.

Superkoelen uitschakelen
- De „fridge“-toets meermaals indrukken tot op de display van de koelruimte „fridge“ gaat branden.
- Toets „super“ indrukken.
Wanneer het superkoelen is uitgeschakeld, gaat de indicatie „super” op de display uit.
Uitvoering van de diepvriesruimte
(niet bij alle modellen)
Diepvrieskalender
Om vermindering van de kwaliteit van de diepvrieswaren te voorkomen, is het belangrijk dat de toelaatbare bewaartijd niet wordt overschreden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Bij kant en klaar gekochte diepvriesproducten altijd letten op de op de verpakking aangegeven invriesdatum of de houdbaarheidsdatum.
IJsbereider
- Het ijsbakje eruit halen, voor 3/4 met water vullen en weer in de diepvriesruimte zetten.
- Als de ijsblokjes bevroren zijn, de draaigrepen van de ijsbakjes een aantal keren naar rechts draaien en loslaten. De ijsblokjes laten los en vallen in het voorraadbakje.
- IJsblokjes uit het voorraadbakje halen.
Variabele indeling van de binnenruimte
U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen.
Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken.

Vakken in de deur iets optillen en eruit halen.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Uitschakelen van het apparaat
Toets Aan/Uit indrukken.
Stekker uit het stopcontact trekken.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
- Apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Binnenkant van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
- De deuren van het apparaat open laten om geurvorming te voorkomen.
Ontdooien
Diepvriesruimte
Door het volledig automatische No Frost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
Koelruimte
Het apparaat wordt automatisch ontdooid.
Het dooiwater loopt via het afvoergaatje naar een verdampingsschaal aan de achterkant van het apparaat.
Schoonmaken van het apparaat
⚠ Waarschuwing
Het apparaat nooit met een stoomreiniger reinigen!
Attentie
■ Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. ■ Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. ■ De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!
- De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele delen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Variabele indeling van de binnenruimte).
Aanwijzing
Open de deuren volledig (90°) om de lades te verwijderen en te reinigen.
Lade verwijderen
De lade geheel uittrekken, door optillen losmaken van de houder en verwijderen.

Bij het aanbrengen de lade op de rails plaatsen en naar binnen schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken.
Verlichting
Gloeilampen in de koel- en diepvriesruimte vervangen
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-knop.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Lampenkapje eraf halen.

- Lampje vervangen (Reservelamp, 220-240 V wisselstroom, fitting E14, voor wattage zie het kapotte lampje).
- Afdekplaatje weer monteren.
Energie besparen
■ Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
■ De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. ■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen! ■ De diepvrieswaren om te ontdooien in de koelruimte leggen. Hierdoor benut u de koude van de diepvrieswaren voor het koelen van de levensmiddelen. ■ Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen! - Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is. - Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie „Opstellen van het apparaat”, „Beluchting“). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. De energieopname kan dan wel iets veranderen. ■ De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Voer een zelftest van het apparaat uit (zie hoofdstuk „Zelftest apparaat”).
U moet de kosten voor advies van de monteur van de Servicedienst zelf betalen – ook in de garantietijd!
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | ||
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Geen enkele indicatie brandt. | Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. |
| Display geeft „E..” aan. De elektronica heeft een fout geconstateerd. | Inschakelen van de Servicedienst. | |
| Het alarmsignaal is te horen, de temperatuurindicatie van de diepvriesruimte knippert.In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren! | Druk op de alarm off/lock-toets om het alarmsignaal uit te schakelen. De indicatie knippert niet meer.De temperatuurindicatie 10 geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. | |
| Deur van het diepvriesruimte is geopend. | Deur sluiten. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitiet niet overschrijden. | |
| AanwijzingHalf en geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw worden ingevroren als vlees en vis niet langer dan een dag, andere diepvrieswaren niet langer dan drie dagen warmer dan +3 °C waren. | ||
| De verlichting functioneert niet. | De lichtschakelaar klemt. | Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit. |
| De verlichting is defect. (Zie hoofdstuk „Verlichting".) | ||
| Het apparaat wordt tijdelijk iets luider. | Niets aan de hand! Het apparaat is op energiebesparend gebruik ingesteld. Onder bepaalde omstandigheden (bijv. bij het activeren van de functies superkoelen of supervriezen) moet het apparaat kortstondig meer vermogen leveren en wordt daardoor iets luider. | |
| Het apparaat koelt niet. | Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit indrukken. | |
| De verlichting functioneert niet. | Stroomuitval. Controleren of er stroom is. | |
| De indicatie brandt niet | De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. | |
| De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. | |
| De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat werd te vaak geopend. | Deur van het apparaat niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitiet niet overschrijden. | |
| In de koel- of diepvriesruimte is het te koud. | De temperatuur is te koud ingesteld. | Temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk „Instellen van de temperatuur"). |
| Diepvrieswaren zijn vastgevroren. | De diepvrieswaren met een bot voorwerp losmaken. Niet met een mes of een scherp voorwerp losmaken. | |
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- Apparaat weer inschakelen.
- De insteltoetsen + en - tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt houden.
Het zelftestprogramma start. Als op het display „E...“ verschijnt, dan gaat het om een storing. Neem contact op met de klantenservice wanneer deze foutmelding verschijnt.
Zelftest apparaat beëindigen
De insteltoetsen + en - opnieuw tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt houden.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.

Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 088 424 4010
B 070 222 141