Speedfight 100cc - Scooter PEUGEOT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Speedfight 100cc PEUGEOT in PDF-formaat.
| Producttype | Scooter |
| Merk | Peugeot |
| Model | Speedfight 100cc |
| Afmetingen (L x B x H) | 1730 x 700 x 1155 mm |
| Wielbasis | 1225 mm |
| Gewicht (met volle tank) | 96 - 101 kg (luchtgekoeld) / 101 kg (watergekoeld) |
| Brandstof | Super Loodvrij RON 98/95, tankinhoud 7 L |
| Motorolie | Halfsynthetische 2-takt olie voor gescheiden smering, olietank 1,3 L |
| Accu | 12V - 4 Ah (onderhoudsvrij of conventioneel) |
| Verlichting | Dim-/Grootlicht: S2 35/35 W; Achter-/Remlicht: P21/5 W; Knipperlicht: RY10 W; Parkeerlicht: W5W (T10) |
| Remmen | Voor schijfrem, achter trommelrem |
| Bandenspanning voor | 1,3 bar (120/70 x 12) |
| Bandenspanning achter | 1,6 bar (130/70 x 12 of 140/70 x 12) |
| Bougie | Ongestoorde bougie (met "R" in de code) |
| Zekering | 5 A |
| Startonderbreker | Transponder in de sleutel, rode master-sleutel |
| Diefstalbeveiliging | Kabelslot (inbegrepen bij levering) |
| Onderhoudsinterval | Zie onderhoudsboekje (regelmatige inspecties) |
| Verzorging | Milde reiniger, geen hogedrukreiniger; kunststofdelen |
| Veiligheidsinstructies | Helm dragen, motor uitzetten voor onderhoud, tanken alleen met uitgeschakelde motor |
Veelgestelde vragen - Speedfight 100cc PEUGEOT
Gebruikersvragen over Speedfight 100cc PEUGEOT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Speedfight 100cc - PEUGEOT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Speedfight 100cc van het merk PEUGEOT.
GEBRUIKSAANWIJZING Speedfight 100cc PEUGEOT
Gebruikershandleiding
SPEEDFIGHT
50/100 cm³



Wij vragen u dan ook de tijd te nemen om deze brochure aandachtig door te lezen.
Informatie
U hebt gekozen voor een PEUGEOT scooter.
Wij danken u voor het vertrouwen, dat u ons door uw aankoop heeft gegeven.
Deze handleiding geeft aanwijzingen over de besturing, de werking en het elementaire onderhoud van uw nieuwe PEUGEOT scooter.
Zoals voor alle technisch geavanceerde machines staan een zorgvuldig gebruik en een nauwgezet onderhoud van uw scooter garant voor optimaal rijplezier en een lange levensduur.
Bij uw PEUGEOT dealer vindt u het antwoord op uw vragen en hij is de aangewezen persoon om het onderhoudsschema uit te voeren om uw machine in perfecte staat te houden.
Uw PEUGEOT dealer kent uw scooter tot in de kleinste details.
Hij heeft oorspronkelijke PEUGEOT onderdelen en gebruikt speciaal gereedschap om het gangbare onderhoud van uw scooter optimaal uit te voeren.
Veiligheid
De veiligheid van het voertuig is in hoge mate afhankelijk van de voorzichtigheid van de bestuurder.
Een te hoge snelheid is een beslissende factor voor veel ongelukken. Het is dan ook nodig de maximumsnelheid aan te houden en uw rijstijl aan de omstandigheden aan te passen. De wegmarkering die op de grond wordt aangebracht kan slipgevaar opleveren.
Voor elk gebruik van de scooter wordt het aangeraden een algemene controle uit te voeren om na te gaan of de machine in alle veiligheid gebruikt kan worden.
De verkeersregels schrijven zowel voor de bestuurder als de passagier het gebruik van een verkeershelm voor. Voor nog grotere veiligheid wordt het tevens aangeraden handschoenen, oogbescherming en fel gekleurde en lichtgevende kleding te dragen.
ledere nieuwe gebruiker van de scooter moet zich vertrouwd maken met de werking van de machine alvorens aan het verkeer deel te nemen.
De bestuurder van de scooter moet zijn aanwezigheid aan de andere verkeersdeelnemers kenbaar maken door :
- Niet daar te rijden waar hij onzichtbaar is voor de andere weggebruikers
- Voorzichtig te rijden
- Extra oplettend te zijn bij kruispunten,
parkeergelegenheden, op- en afritten en verbindingslussen.
De scooter is specifiek ontworpen voor de stad en is uitsluitend geschikt voor het gebruik op de verharde weg.
Als accessoires zijn er de bagagedragers en koffers die kunnen worden geleverd.Zijn ontworpen voor het vervoer
van lichte voorwerpen. Het gewicht moet gelijkmatig worden verdeeld en de last moet stevig worden vastgezet. Gewicht maximum : 3 kg
De scooter voldoet aan de wettelijke eisen en mag geen enkele wijziging ondergaan, met name aan het uitlaatsysteem.
Uitsluitend de door PEUGEOT aanbevolen brandstof, olie en smeermiddelen gebruiken.
Onderhoudsaanwijzingen
Om de veiligheid en betrouwbaarheid van uw voertuig in stand te houden in geen geval wijzigingen aanbrengen en uitsluitend oorspronkelijke Peugeot onderdelen gebruiken voor onderhoud en reparaties. Het gebruik van andere onderdelen kan een nadelige invloed op de goede werking van de machine hebben.
Na een botsing moeten de belangrijkste organen, zoals alle onderdelen van het de ophanging en de besturing, zorgvuldig worden nagekeken. Deze controle heeft tot doel de veiligheid van het voertuig te waarborgen.
Na langdurige stilstand wordt het aangeraden de scooter voor een algemene beurt aan te bieden.
Om lichamelijk letsel te voorkomen moet voor onderhoudswerkzaamheden, van welke aard dan ook, de motor worden gestopt en de scooter goed stevig op de standaard op een vlakke ondergrond worden geplaatst.
Voor reparaties, controlebeurten, afstellingen, onderhoudswerkzaamheden of vragen over het gebruik kunt u een beroep doen op een Peugeot dealer.
De carrosserie heeft kunstof delen die van een speciale laklaag zijn voorzien voor gemakkelijk onderhoud zonder de oorspronkelijke staat aan te tasten.
De vervuilde delen reinigen met water waaraan zeep of een zacht reinigingsmiddel is toegevoegd, overvloedig spoelen met proper water en met een zeem afdrogen.
In het algemeen gesproken wordt 2gebruik van hogedrukreinigers, oplosmiddelen als benzine, petroleum of te sterk alkalische reinigingsmiddelen afgeraden.
U kunt altijd een Peugeot dealer raadplegen, die aanwijzingen kan geven over het gebruik van onderhoudsprodukten en eventueel beschadigde of gekraste delen kan herstellen.
Langdurige stilstand
Wanneer het voertuig gedurende langere tijd (meer dan 1 maand) niet wordt gebruikt, moet u uit voorzorg:
- De accu verwijderen en deze plat neerleggen op een droge plaats met een gematigde temperatuur. Indien nodig de accu opladen voor en na het opslaan.
Starten van de motor na stilstand :
Als het voertuig langer dan 1 maand heeft stil gestaan, moet u de brandstoftank leegmaken en met nieuwe brandstof vullen.
Wanneer de motor is gestart, moet u geleidelijk aan gas geven terwijl u remt tot de motor op toeren komt (de opwarmtijd hangt af van de tijd die het voertuig heeft stil gestaan). De motor werkt pas op volle kracht na een rijtijd die van de buitentemperatuur afhangt.
Inspectiebeurt voor ingebruikname
Wat U als koper moet doen.
Controleer
- Het brandstofniveau
- Het olieniveau
- Mogelijke lekkages
- De conditie van Uw banden alsmede de bandenspanning
- Het peil van de remvloeistof
- De remblokken of -voeringen op slijtage *
- Het nivo van de koelvleoistof*
Controleer de goede werking van
- De voor- en achterremmen
- De gashandle
- De voor- en achterverlichting
- Het remlicht en de indicatorlampjes
- De claxon
* Afhankelijk van het model
Voor de goede werking van de motor uitsluitend de volgende brandstof gebruiken : Ongelode benzine 95 of 98
Peugeot Motocycles streeft naar een voortdurende verbetering van zijn producten en behoudt zich het recht voor alle genoemde onderdelen te wijzigen, te verwijderen of toe te voegen (foto's niet contractueel gebonden)
Reproductie verboden zonder schriftelijke toestemming van Peugeot-Motocycles.
Bescherming van het milieu
Algemeen
- Een versleten bougie, een slecht bevestigd ontstoringssysteem, een vervuilde luchtfilter, een ontregelde carburateur, dit zijn allemaal oorzaken die de levensduur van de katalysator en van de uitlaat aanzienlijk kunnen verkorten.
- Bij demontage moet de afdichting van de cilinderneus na de montage worden gecontroleerd (de dichting moet beslist worden vervangen)
- Elke wijziging aan de specificaties van de motor (ontsteking, carburatie, distributie, ...) kan aanleiding geven tot een snelle slijtage van de uitlaat.
Brandstof / Smering
- Gebruik alleen ongelode brandstof
- Vermijd het leegrijden van de tank tijdens het rijden.
- Gebruik geen toevoegingen aan de brandstof of smeermiddelen.
Ontsteking
- Bij geen vonk of vermogensverlies, gas terugnemen en motor volgens voorschrift uitzetten. Neem contact op met Uw dealer als het probleem blijft bestaan.
Uitzetten van de motor
- Verbreek de ontsteking slechts bij een stationair toerental van de motor.
Het starten van de motor
- Ingeval er zich tijdens het starten van de motor problemen voordoen, gelieve U ter controle contact met Uw dealer op te nemen.
Gebruik
- De temperatuur van de uitlaat bij draaiende motor kan enkele honderden graden bedragen. Wanneer de huid in contact komt met de warme uitlaat, kan dit aanleiding geven tot ernstige brandwonden.
- Rij of parkeer je scooter niet op of in de buurt van ontvlambare materialen (bijv.: droge bladeren, petroleumproducten, ...).
Uitrusting
Ⓐ - De batterij - en zekeringruimte
B - Handvat
© - Zadelslot
(D) - Achterrem
E - Kickpedaal
F- Hefboom van de standaard
© - Centrale standaard met hefboom
H - Schijfrem voor
① - Nivo hydraulische schijfrem : voor
J - Nivo hydraulische schijfrem : achter *
K - Voorremgreep
L - Achterremgreep
M - Sleutelcontact
N - Gashendel
© - Motornummer
Cockpit
① - Controlelampje verlichting
2 - Controlelampje oliepeil
Zie pagina 46
③ - Controlelampje richting-aanwijzers
4 - Anti-diefstal controlelampje *
5 - Benzinmeter
Brandstofpeil.
Van zodra de naald het punt b 5bikt, heeft het voertuig een autonomie van ongeveer 20 km.
6 - Kilometerteller
Geeft het totale aantal verreden kilometers aan.
7 - Snelheidsmeter
De naald geeft de snelheid van het voertuig in km/h - mph aan
⑧ - Koelvloeistoftemperatuurmeter *
Wanneer de wijzer in de rode zone komt, moet de motor worden stilgezet en moet u wachten tot deze is afgekoeld (controleer het niveau zoals aangegeven op pag. 47 en wendt U zich tot Uw dealer)
Controlelampje olie\*
VOERTUIG MET ACCU
Werkt met het controlelampje voor oliepeil
Normale werking
- Het controlelampje gaat branden wanneer er contact wordt gemaakt en blijft branden zolang de motor niet loopt
- Het controlelampje moet uitgaan wanneer de motor loopt
Abnormale werking
Wanneer contact wordt gemaakt en de motor nog niet loopt Het controlelampje gaat niet branden
Ofwel krijgt de elektronische ontsteking geen of onvoldoende stroom
- U mag de motor niet starten, want deze kan hierdoor worden beschadigd. Breng het voertuig naar een dealer.
Ofwel is het controlelampje doorgebrand.
- U mag de motor niet starten, omdat u niet weet of de storing ernstig is. Breng het voertuig naar een dealer.
De motor loopt en
Het controlelampje blijft branden
Zet de motor af en controleer het oliepeil
- Voeg voordat u vertrekt olie toe
Wanneer het oliepeil hoog genoeg staat en het controlelampje nog steeds blijft branden:
- Zet de motor af om deze niet te beschadigen en breng het voertuig met stilstaande motor naar een dealer Tijdens het rijden
Het controlelampje knippert snel (ongeveer 6 keer per seconde)
Dit wijst op een defecte oliepomp
- Stop onmiddellijk voor zover het verkeer en de verkeersregels dit toelaten, zet de motor af om deze niet te beschadigen en breng het voertuig met stilstaande motor naar een dealer
VOERTUIG ZONDER ACCU
Normale werking
- Het controlelampje gaat niet branden wanneer er contact wordt gemaakt
- Het controlelampje moet uit blijven wanneer de motor loopt
Abnormale werking
Bij het starten van de motor
Het controlelampje gaat branden
Zet de motor af en controleer het oliepeil
- Voeg voordat u vertrekt olie toe
Wanneer het oliepeil hoog genoeg staat en het controlelampje nog steeds blijft branden:
- Zet de motor af om deze niet te beschadigen en breng het voertuig met stilstaande motor naar een dealer
Tijdens het rijden
Het controlelampje knippert snel (ongeveer 6 keer per seconde)
Dit wijst op een defecte oliepomp
- Stop onmiddellijk voor zover het verkeer en de verkeersregels dit toelaten, zet de motor af om deze niet te beschadigen en breng het voertuig met stilstaande motor naar een dealer
Opmerking
- Wanneer het controlelampje tijdens het rijden gaat branden of knipperen, moet u het voertuig tot stilstand brengen en de motor afzetten. Controleer steeds of de verkeersomstandigheden u in staat stellen om veilig te stoppen en neem steeds de verkeersregels in acht.
- Wanneer het controlelampje bij normaal gebruik tijdens het rijden af en toe gaat branden en weer uitgaat, wijst dit op een te laag oliepeil (de knipperfrequentie wordt hoger naarmate het oliepeil daalt). Voeg zo snel mogelijk olie toe voordat er een storing optreedt en de motor wordt beschadigd.
Contactsleutels en sloten
Het voertuig wordt met 2 genummerde sleutels geleverd.
Het verdient aanbeveling deze sleutels gescheiden te bewaren en de gegevens te noteren.
Met de sleutel kan :
- Het contact worden aangezet
- Het zadelslot worden ontgrendeld
- Het zadelslot worden vergrendeld
⑨ - Contactslot
A - Motor AF
B - Elektrisch contact
© - Het zadelslot worden vergrendeld
10 - Verlichtings-schakelaar
Volgens de nieuwe Europese wetgeving moeten de lichten van uw voertuig voortaan permanent aanstaan.
11 - Startdrukknop
De startmethode van pagina 48 aanhouden.
12 - Schakelaar dim licht-grootlicht \*
13 - Omzetting richtingaanwijzersschakelaar
Om een wijziging van richting aan te geven :
- Naar rechts, de schakelaar op plaatsen Ⓓ
- Naar links, de schakelaar op plaatsen E
Het knipperen wordt gestopt door op de middelste knop te drukken.
14 - Claxon drukknop
Zadel
Openen
- De contactsleutel in het slot links achter steken, een kwart slag naar rechts draaien en het zadel optillen.
De zadelruimte geeft toegang tot :
15 - De benzinetank
16 - De olietank
17 - Bergruimte voor de valhelm
Geen spuitbussen opbergen in de zadelopbergruimte
Sluiten
de achterzijde van het zadel indrukken
16 - Oliepeil
Het oliepeil regelmatig controleren.
Voor een goede smering van de motor, moet u verplicht de volgende olie gebruiken :
- Halfsynthetische olie voor tweetaktmotoren met aparte smering
Belangrijk
Alleen met aanbevolen olie vullen.
Het gebruik van andere olie kan tot overmatige koolafzetting in de motor en de uitlaat leiden, wat verlies aan vermogen en beschadiging van de motor tot gevolg kan hebben.
De tank niet overvullen. De olie mag niet de hals van de vulopening bereiken. Na het tanken de dop weer goed afsluiten.
Met een volledig leeg oliereservoir verder rijden kan de motor onherstelbaar worden beschadigd. Breng het voertuig naar een PEU-GEOT-dealer om het oliecircuit te ontluchten.
Dit is noodzakelijk.
17 - Brandstof
Voor de goede werking van de mot uitsluitend de volgende brandstof gebruiken :
Tijdens het vullen geen water of vuil in de tank later komen.
Attentie
Benzine is een licht ontvlambare stof die in bepaalde omstandigheden kan ontploffen. Benzine mag alleen worden getankt in een goed geventileerde ruimte en met uitgeschakelde motor. Niet roken, vuur of vonken bij de motor of in de nabijheid van het pompsysteem.
De tank niet overvullen. De benzine mag niet de hals van de vulopening bereiken. Na het tanken de dop weer goed afsluiten.
Benzine is een gevaarlijke stof die bij inname tot de dood kan leiden. Elk herhaald of langdurig contact met de huid en inademen van de dampen vermijden. Buiten bereik van kinderen houden. Als benzine is ingeslikt niet laten overgeven en onmiddelijk een arts waarschuwen.
Controle van het niveau van de koelvloeistof\*
(Periodiciteit: zie onderhoudsboekje)

Gevaar
Nooit de dop van het expansievat nemen terwijl d motor heet is. De koelvloeistof staat onder druk en kan wegspuiten en ernstige brandwonden veroorzaken. De gebruikte koelvloeistof moet worden ingeleverd bij een recyclagedepot.
Opgelet
Het voertuig niet gebruiken :
- Wanneer het niveau van de koelvloeistof onder het minimum
- Wanneer er lekkage is,
- In geval van overmatig
verbruik van koelvloeistof.
In al deze gevallen zult u onherstelbare schade veroorzaken aan het voertuig.
Wendt U zich tot een Peugeot dealer voor onderhoud en reparaties.
De controle van het niveau van de koelvloeistof wordt uitgevoerd met een koude, stilstaande motor.
- Om bij te vullen :
- Plaats het voertuig op de middenstandaard op een horizontale ondergrond,
- Verwijder het beschermdeksel 18
- Draai de dop van het ansievat los,
- Het niveau van de koelvloeistof moet altijd boven het minimum staan,
- Indien nodig koelvloeistof van hetzelfde type bijvoegen, steeds met een zomer- en winterbescherming,
- Draai de dop op het expansievat,
- Plaats het beschermdeksel terug.
Batterij
Onderhoudsvriie accu
Een onderhoudsvrije accu mag nooit worden geopend; er mag geen water of elektroliet worden bijgevuld.
Klassieke accu
Elektrolyt
Het peil controleren en tussen "UPPER" (maximum boven) en "LOWER" (maximum onder) houden.
Tijdens de controle van het elektrolyt, peil of de toevoeging van gedistilleerd water moet worden nagegaan dat de luchtslang goed is aangesloten op de accu.
Uitsluitend gedistilleerd water gebruiken : het gebruik van leidingwater vermindert de levensduur van de accu. Bij overmatig elektrolytverlies een PEUGEOT dealer raadplegen.
Aansluiting van de draden op de accu : - De rode draad op de (+) van de accu aansluiten, - De groene draad op de (-) van de accu aansluiten.
- Lading van de accu
Het vloeistofniveau van de accu altijd controleren voordat deze wordt opgeladen.
De accu moet worden oppeladen met een aangepaste acculader die maximaal 0,4 tot 1 ampère h afgeeft : deze ingreep aan de dealer toevertrouwen.
N.B. : het gebruik van een te sterke acculader kan de accu onherroepelijk beschadigen.

Gevaar
De accu bevat zwavelzuur. Vermijd elk contact met de huid, de ogen of de kleding.
Wat u dan meteen moet doen :
- Uitwendig contact: schoonspoelen met water en onmiddellijk een dokter raadplegen
- Bij inneming : niet drinken en ook niet laten braken. Bel meteen een dokter of het dichtstbijzijnde antigifcentrum op.
- Ogen : schoonspoelen met water en meteen een dokter raadplegen
Niet in de nabijheid van vonken, vlammen of sigaretten gebruiken. Tijdens het laden of het gebruik in een afgesloten ruimte voor goede ventilatie zorgen. Bij werkzaamheden in de buurt van een accu moeten de ogen worden beschermd.
Berg een accu altijd buiten het bereik van kinderen op. Een versleten accu moet hoe dan ook naar een erkend recyclagepark worden gebracht.
Verlichting en lichtsignalen
Een goed werkende lichtinstallatie is een elementaire veiligheidsfactor. Voor vertrek en tijdens gebruik van de scooter moet de bestuurder nagaan dat de verschillende lampen naar behorer functioneren.
- Lampgegevens
Dimlicht / Groot licht * ..... S2 35/35W Achterlicht en remlicht ..... P 21/5W Richtingaanwijzers ..... RY10W Zijlampen * ..... W5W(T10)
Alle lampen zijn 12-volt
Bij een storing in de werking van een van de lampen onmiddelijk een PEUGEOT dealer raadplegen.
- Vervangen van de lampen VOORAAN:
- Verwijder de 6 schroeven 19 van de voorplaat - De kantelen - De lamp vervangen
Afstelling van de koplamp : 20 Richtingaanwijzers :
- De schroef 21 en het glas verwijderen War
ACHTER :
- De 2 schroeven 22 en het glas verwijderen - De lamp vervangen Richtingaanwijzers : - De schroef 23 en het verwijderen
Starten van de motor
Denk aan uw veiligheid
- De scooter op de standaard tsen.
Starten
De gashendel gesloten houden
- Haal de hendel aan de van de
- Met kick
- Draai het contactsleuteltje om: stand
B : ON
- Trap met een snelle en continue beweging op de kick
- Met elektrische starter \*
- Zet het contactsleuteltje op de stand B : ON
- Druk op de startknop - Laat de startknop los zodra de motor start
Voorzorgsmaatregelen
De motor nooit in een afgesloten ruimte laten draaien. Uitlaatgasser bevatten koolmonoxyde en giftige gassen.
Stoppen van de motor en parkeren
Wanneer de motor in vrijloop draait
- De contactsleutel op draaien A
- Het voertuig op de standaard plaatsen
- Draai de sleutel in stand ⓒ (stuurslot) om eventuele diefstal te voorkomen.
glas - De sleutel verwijderen om diefsta te voorkomen
- Plaatsen op de standaard
- Vermijd het rijden of parkeren op gemakkelijk ontvlambare materialen (Bijv.: droge bladeren, ...)
Voor gemakkelijk gebruik is de standaard met een hefboom uitgerust.
- Aan de linkerzijde van de scoote gaan staan
- Met het stuur en de greep achte aan het zadel de scooter vasthouden
- Met de rechtervoet op de hefboor van de standaard drukken en het voertuig met het stuur en de zadelgreep licht na achteren trekken.
Attentie
De op de standaard getrokken sco ter moet goed vlak worden neergeze
: omvallen kan lichamelijk letsel q' schade aan de scooter tot gevolg hebben.
Besturing
- Inrijden
Het inrijden is van doorslaggevende betekenis voor de goede werking, het vermogen en de levensduur van de motor. Tijdens de eerste 500 kilometer mag het voertuig nooit maximaal worden belast, vooral niet met koude motor en bij afdalingen.
- Besturing van de scooter
Met draaiende motor op de standaard :
- De linker remhendel ingedrukt houden
- De gashendel niet openen
- De standaard inklappen
- Op de scooter plaatsnemen
- De remhendel loslaten
- Wegrijden en de snelheid opvoeren (geleidelijk de gashendel opendraaien)
- Om de snelheid te verlagen de gashendel in tegengestelde richting draaien.
Attentie
Als de standaard wordt ingeklapt moet het achterwiel zijn geblokkeerd.
U kunt de controle over het voertuig verliezen als het draaiende achterwiel met de grond in aanraking komt.
- Niet met horten en stoten rijden (door snel de gashendel te openen en weer te sluiten).
- Nooit de scooter met draaiende motor onbeheerd achterlaten.
Onderhoud en afstellingen
(Periodiciteit : zie onderhoudsboekje)
- Bougie resistief
Het is aan te raden daarbij strikt de montagevoorschriften van Peugeot te volgen.
Wanneer u een niet aanbevolen bougie gebruikt of met een onvoldoende vast ingedraaide bougie rijdt, kunnen de motor en de elektronica kapot raken.
a - Laat iedere ingreep door een Peugeot Motocycles-dealer uitvoeren
24 - De zekering
De elektrische installatie wordt door een zekering tegen kortsluiting of overbelasting in het circuit beveiligd.
De zekering is in een houder naast de accu geplaatst.
De zekering smelt en verbreekt de stroomkring zodra een storing in de installatie optreedt.
Voorzorgsmaatregelen
Een gesmolten zekering geeft een storing in het elektrische circuit aan : raadpleeg een PEUGEOT dealer !!!
Uitsluitend standaard zekeringen gebruiken. Een doorgebrande zekering vervangen door een zekering van gelijke stroomsterkte.
Het gebruik van een niet aanbevolen zekering kan onherstelbare schade aan de uitrusting
veroorzaken en zelfs de veiligheid van de motorrijder in het gedrang brengen.
Remmen
Banden
Anti-diefstalsysteem \*
Voor uw VEILIGHEID raadt PEUGEOT aan :
- Controleer het remvloeistofpeil*
- De remblokken of -voeringen op ge*
- De werking van zowel de voor- als de achterremmen regelmatig te controleren
- De afstel- en
onderhoudswerkzaamheden aan een PEU-GEOT dealer toe te vertrouwen zodra dit nodig blijkt te zijn
- Uitsluitend originele PEUGEOT onderdelen te gebruiken.
De spanning regelmatig controleren en eventueel aanpassen.
De volgende gegevens aanhouden :
Air
| BANDEN | Koude spanning | |
| Voor | 120/70 x 12 | 1,3 bar |
| Achter | 130/70 x 12 | 1,6 bar |
- Hysraulische schijfrem\*
Het hydraulische circuit is gevuld met een vloeistof die voldoet aan de normen Peugeot.
- Het vloeistofpeil in het hydraulische circuit,
- De dichtheid van het circuit,
- De toestand van de remblokken+schijven
bepalen de doelmatigheid van het remmen. Indien de remmen te ver moeten worden aangetrokken, moet u het remsysteem zo snel mogelijk door een verdeler van PEUGEOT laten nakijken.
- Regeling van de trommelrem
Afstelling van de speling
Speling : 10 tot 20 mm, gemeten aan het uiteinde van de hevel.
- Stelmoer
25 - Vergroting van de speling : losdraaien
26 - Verkleining van de speling : aandraaien
Slijt indicatie van de achterrem
27 - Referentieteken
28 - Pijl
De remschoenen moeten worden vervangen zodra de pijl bij volledig ingetrokken rem tegenover het teken komt te liggen.
- Remmen en parkeren
Een goede afstemming tussen het gebruik van de gashendel en de handgrepen van de voor- en achterremmen is heel belangrijk.
- De snelheid verkleinen door de gashendel terug te laten komen
- De voor- en achterremmen bedienen.
Attentie
Wanneer u bij het remmen slechts één rem gebruikt, vermindert u de efficiëntie van het systeem.
Wanneer u te sterk op één rem afremt, kan het afgeremde wiel blokkeren, kunt u de controle over het voertuig verliezen en ten val komen.
Bij het afdalen van een steile helling moet u het gas volledig dichtdraaien en de beide remmen gebruiken om uw snelheid af te remmen en de controle over uw voertuig te behouden. Gebruik uw remmen niet te pas en te onpas; door oververhitting verliezen zij immers een deel van hun
doeltreffendheid en kunnen zij een ongeval veroorzaken.
Koelvloeistof
| BANDEN | Koude spanning | |
| Voor | 120/70 x 12 | 1,3 bar |
| Achter | 140/70 x 12 | 1,6 bar |
Een onjuiste bandenspanning geeft abnormale slijtage van het loopvlak en heeft een nadelige invloed op hele rijgedrag.
Met versleten banden rijden is gevaarlijk en een overtreding van de wet. Het gebruik van versleten banden heeft een invloed op het sturen, het remmen, de trekkracht en de wegligging en kan eventueel de oorzaak zijn van een ongeval.
- Wielen
De scooter is met banden tubles uitgerust. De aanduiding Tubeless op het zijvlak van de banden en de velg geeft aan dat dit geheel speciaal is ontworpen voor gebruik zonder binnenband.
De velgen zijn van ventielen voorzien. Bij vervanging uitsluitend banden er velgen met de aanduiding Tubeless gebruiken.
- Laat een verdeler van PEUGEOT of een specialist uw banden herstellen of vervangen!

Let op
Monteer nooit een binnenband in een tubeless-band en ook geen tubeless-band op een klassieke velg. Een gesprongen band of een van de velg gelopen band kan een ongeval veroorzaken.
- Om een optimaal resultaat te bekomen adviseert Peugeot Motocycles de originele banden montage te respecteren.
- Verwijderen van de anti-diefstal
Steek de sleutel in het slot en draai deze zodat U de anti-diefstal kunt verwijderen.
- Vergrendelen van de anti-diefstal
(de sleutel moet in het slot blijven)
Ontgrendel het stuk 29 van de zitting, schuif het over de kabel en bevestig deze rond een vast punt. (metalen paal, boom, ander voertuig,...)
- Draai de sleutel en bevestig stuk29 met stuk 30, draai de sleutel verwijder de sleutel en controleer of beschermklep 31 goed op zijn plaats zit.
- Pbergen van de an-diefstal
- Steek de sleutel in het slot, draai deze en ontkoppel stuck 29 en 30 .
Duw het geheel volledig in 29 achteraan de 30 Scooter.
- Verwijder de sleutel en controleer of de beschermklep 31 goed gesloten is.
Goede raad
- Bij het bevestigen van het anti-diefstal moet men vermijden dat deze de grond raakt.
- Bij het wassen van Uw Scooter, vermijdt U best het rechtstreeks contact met de waterstraal.
- Onderhoud van het plaatwerk : gebruik een reinigingsprodukt voor kunststof op basis van siliconen.
Opgepast
Niet vergeten het an-diefstal zorgvuldig weg te bergen voor het gebruik van het voertuig.
Door het veiligheidsslot rond het achterwiel te plaatsen, kan de nummerplaat worden beschadigd.
- Om diefstal tegen te gaan
Het gebruik van een extra slot van goede kwaliteit wordt aanbevolen.
De startsleutels zijn uitgerust met een
transponder (chip). Dit is een electronisch onderdeeltje, dat in het
zwarte kunstof gedeelte van de sleutel is ingebouwd.
Dit anti-diefstal systeem stelt de berijder in staat de motor te starten, dank zij een
"antenne-systeem", dat de sleutel omringt en het signaal van de transponde electronisch herkent.
Afmetingen (mm)
Totale lengte 1730
Totale breedte (met spiegels) 700
Totale hoogte (met spiegels) 1155
Wielbasis 1225
Gewicht* (kg)
Met volle tanks 96....101(100cc)
Met volle tanks (Koelvloeistof) 101
Alle elementen, die benodigd zijn om de motor te starten, worden bepaald door de
herkenning van een ELECTRONISCHE
CODE, die wordt afgegeven door d
(rode) sleutel. Dit houdt in dat de sco- ter niet eenvoudigweg gestart kan worden
door het simpel verwisselen van ee startsleutel.
nhoudsmaten (L)
Oliereservoir 1,3
Benzinetank 7
Koelvloeistof tank* 1
Motorblok
Boring x slag* 40 x 39,1.....50,6 x 49,7(100cc)
Compressieverhouding* 9,8 tot 1.....11 tot 1(100cc)
Een LED indicator lampje o bedieningspaneel knippert om aan te tonen dat het systeem is geactiveerd (diefstal preventie effect).
Om de battery te sparen, stopt he knipperen van het LED indicator lampje
na 48 uren, hoewel het systeem nog steeds operationeel is.
Cilinderinhoud* (cm³)
Overbrenging door middel van
t V-snaar met dubbele
...... variomaat en eindtransmissie
Herinnering
- Wij raden u dan ook de Master Sleutel (rode sleutel) niet te gebruiken voor dagelijks gebruik maar deze op te bergen op een veilige plaats, samen met het nummer van de sleutels.
- Alleen met deze transponder kan uw antidiefstalsysteem opnieuw worden geprogrammeerd : wanneer u uw transponder verliest, moet het gehele systeem worden vervangen. Dit is niet door de garantie gedekt.
- Nuttig voor de dealer wanneer deze aan het systeem werkt.
Elektrische installatie
Accu 12V-4Ah
Ontsteking ...... Magnetisch wiel
Zekering 5A
* Afhankelijk van het model
Vermijd :
- Geluidsoverlast, elektrische storingen, uitlaat rook en walm, ...
Wijzig bijgevolg niets aan uw voertuig (bijvoorbeeld : de originele uitlaat).
Elke wijziging aan de technische kenmerken zal automatisch de annulering van uw garantie en de niet-naleving van het eenvormigheidsattest (homologatie van het voertuig door de overheid) voor gevolg hebben. Bovendien zult u, in geval van een ongeval, niet langer door uw verzekering gedekt zijn.
En vergeet niet dat een PEUGEOT scooter wordt onderhouden door een PEUGEOT dealer.
Omdat hij een vakman is die de eigenschappen van uw machine door en door kent en de originele onderdelen en het speciale gereedschap van PEUGEOT gebruikt.
Omdat hij net als wij volledig tot uw dienst staat.
Peugeot Motocycles SA
Rue du 17 Novembre
F-25350 Mandeure
Tél. +33 (0)3 81 36 80 00
Fax +33 (0)3 81 36 80 80
Télex PEUMTCM 360519 F
RCS Montbéliard B 875 550 667
www.peugeot-motocycles.fr
www.peugeot-motocycles.com
Bedienungsanleitung
50/100 cm³


