SY - Naaimachine IKEA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SY IKEA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SY IKEA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SY - IKEA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SY van het merk IKEA.
GEBRUIKSAANWIJZING SY IKEA
Waarschuwing/Veiligheid
Veiligheidsmaatregelen 57
Voor een veilige werking 58
Om de levensduur van de naaimachine te verlengen 58
Reparatie of afstellen 58
Onderdelen van de naaimachine 59
Naaimachineaccessoires 60
Verklaring symbolen 61
Voorbereidingen
Aan de slag 62
Onderdraad opspoelen 63
Het spoeltje plaatsen 64
De bovendraad inrijgen 65
Ophalen van de onderdraad 66
Beginnen met naaien
Rechte steek 67
Zigzagsteek 68
Siersteek 69
Blinde zoom 70
Knoopsgat 71
Ritsen 72
Onderhoud
Naaivoet verwijderen 73
Een naaivoet plaatsen 73
Naald verwisselen 74
De draadspanning wijzigen 75
De spoeleenheid reinigen 77
Lokaliseren van storingen 79
Gefeliciteerd met de aankoop van je nieuwe naaimachine.
Deze naaimachine is een van de nieuwste huishoudnaaimachines en beschikt over veel verschillende functies. Een volledige beschrijving van de functies en aanwijzingen voor gebruik vind je in dit handboek. Lees het zorgvuldig door voordat je de machine gebruikt.
Bewaar de aanwijzingen voor later gebruik.
Veiligheidsmaatregelen:
Om het risico op brandwonden, brand, een elektrische schok of persoonlijk letsel te voorkomen, is het belangrijk onderstaande veiligheidsmaatregelen door te lezen en te volgen:
- Laat de naaimachine niet onbeheerd achter wanneer de stekker in het stopcontact zit. Trek de stekker direct na gebruik en wanneer de machine wordt schoongemaakt uit het stopcontact.
- De naaimachine is uitsluitend bedoeld voor gebruik volgens de beschrijving in dit handboek.
- Gebruik uitsluitend accessoires die in dit handboek worden aanbevolen.
- De naaimachine is geen speelgoed.
- De naaimachine is niet geschikt voor personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij onder toezicht staan of aanwijzingen hebben gekregen m.b.t. het gebruik van dit apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd kinderen in de gaten om ervoor te zorgen dat ze niet met de machine gaan spelen.
-
Gebruik de naaimachine nooit wanneer het snoer of het contact beschadigd is, wanneer de machine niet naar behoren werkt, wanneer hij is gevallen, beschadigd of is ondergedompeld in water. Gebruik de naaimachine niet wanneer een ventilatieopening geblokkeerd is. Zorg dat er geen stof, pluisjes of restjes stof in de ventilatieopeningen en het voetpedaal komen.
-
Laat de naaimachine niet vallen en stop geen voorwerpen in de openingen van de naaimachine.
- Gebruik de naaimachine niet buitenshuis.
- Gebruik de naaimachine niet in ruimtes waar aerosolproducten (spuitbussen) worden gebruikt of waar zuurstof wordt opgeslagen of toegediend.
- Zet de naaimachine uit door de schakelaar op "OFF" te zetten en de stekker uit het stopcontact te halen.
- Pak altijd de stekker beet en trek niet aan het snoer wanneer je de stekker uit het stopcontact haalt.
- Houd vingers uit de buurt van alle bewegende delen, wees vooral voorzichtig in de buurt van de naald.
- Gebruik de juiste naaldplaat. De verkeerde plaat kan ertoe leiden dat de naald breekt.
- Gebruik geen kromme naald. Inspecteer de naald altijd voordat hij wordt gebruikt.
- Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof omdat de naald daardoor kan worden kromgebogen of kan breken.
- Schakel de naaimachine uit door de schakelaar op "OFF" te zetten voordat je de draad door de naald rijgt, het spoeltje opspoelt of een naald of naaivoetje verwisselt.
- Trek de stekker van de naaimachine uit het stopcontact wanneer je de afdekkap opent, de machine met naaimachineolie smeert of onderhoud pleegt/aanpassingen doet die de gebruiker zelf kan doen.
NEDERLANDS
Voor een veilige werking:
- Kijk tijdens het naaien altijd naar de naald. En raak het handwiel, de naaivoethendel, de naald of andere bewegende delen niet aan.
- Zet de stroomschakelaar uit en trek de stekker uit het stofcontact wanneer:
- Je klaar bent met de naaimachine
- Je de naald of een ander onderdeel moet verwisselen of verwijderen
- De stroom tijdens het naaien uitvalt
- Je de naaimachine schoonmaakt
- Je de naaimachine onbeheerd achterlaat
- Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal.
- Steek de stekker van het elektriciteitssnoer rechtstreeks in het stopcontact. Gebruik geen verlengsnoer.
Om de levensduur van de naaimachine te verlengen:
- Bewaar de naaimachine niet in direct zonlicht, in een vochtige ruimte of een ruimte met een hoge luchtvochtigheid. Gebruik en bewaar de machine niet in zeer warme ruimtes, b.v. in de buurt van een draagbaar verwarmingselement, een strijkijzer of een halogeenlamp.
- Gebruik alleen neutrale zeep of een mild schoonmaakmiddel bij het schoonmaken van de kap. Gebruik nooit benzine, verfverdunner of krassende schoonmaakmiddelen - ze kunnen de kap en de naaimachine beschadigen.
- Wees voorzichtig zodat je de naaimachine niet laat vallen of ertegenaan stoot.
- Controleer of de montage correct en volgens de aanwijzingen in dit handboek plaatsvindt wanneer je onderdelen, zoals naaivoetjes, naalden of andere onderdelen vervangt of monteert.
Reparatie of afstellen
Wanneer de naaimachine niet naar behoren werkt, volg dan de tabel voor problemen oplossen aan het eind van het handboek.
De inhoud van het instructieboek en de productspecificaties voor dit product kunnen zonder mededeling vooraf worden gewijzigd.
ONDERDELEN VAN DE NAAIMACHINE
NEDERLANDS
Voorkant

- Accessoirevak
- Spoelhuis
- Draadspanningsknop
- Hendel
- Garenmesje.
- Bovendraadgeleider
- Draadgeleider voor opspoelen
-
Steekkeuzeknop
-
Garenpen
- Handvat
- Spoelas
- Spoelstop
- Achteruitknop
- Voetpedaal
- Naaivoet
-
Naaivoetschroef
-
Naold
- Onderdraadgeleider
- Naaldhouderschroef
- Naaldplaat
- Handwiel
- Schakelaar
- Contact
- Persvoetlichter
NEDERLANDS

Naaivoet (zit bij levering op de machine)
Voor het naaien van rechte steken, zigzagsteken, siersteken en een blinde zoom (zie pag. 67, 68, 69 en 70).

Ritsvoetje
Wordt gebruikt voor het inzetten van ritsen (zie pag. 72).

Knoopsgatvoet
Gebruik je bij het naaien van knoopsgaten (zie pag. 71).

Naalden
Hoe je een naald verwisselt zie je op pag. 74.

Garenpen
Extra garenpen om op de bestaande te plaatsen.

Viltlapjes
Leg deze onder een garenklosje om het soepeler en stiller te laten lopen.

Tornmesje
Wordt gebruikt voor het loshalen van steken.


Spoeltjes
Worden gebruikt voor het opspoelen van de onderdraad.

Schroevendraaiers
Voor bijstellen en onderhoud.
VERKLARING SYMBOLLEN

Draadspanning
Voor het wijzigen van de draadspanning zie pag. 75.

Achteruitknop
Als je deze knop ingedrukt houdt en vervolgens op het voetpedaal drukt, kan je achteruit nacien en op die manier de draad vastzetten.

Rechte steek
A, B, C. Hoe je een rechte steek naait, zie je op pag. 67.

Zigzagsteek
D, E, F, K. Hoe je een zigzagsteek naait, zie je op pag. 68.

Siersteek
G, H, I, J. Op pag. 69 zie je hoe je siersteken naait.



Blinde zoom
L, M. Zie pag. 70 voor het naaien van een blinde zoom.
Knoopsgat
Voor het naaien van knoopsgaten zie pag. 71.
NEDERLANDS
VOORBEREIDINGEN
Aan de slag
Sluit de machine aan op de voeding.
Controleer eerst of het voltage en de frequentie van de naaimachine overeenkomen met die van de netvoeding. Sluit dan de machine aan. Het voltage en de frequentie staan aangegeven aan de onderkant van de machine.
- Zet de naaimachine uit door de hoofdschakelaar op "OFF" te zetten.
- Steek het netsnoer in de aansluiting op de machine.
- Steek het netsnoer in het stopcontact.
- Druk op de hoofdschakelaar.
- Trek de garenpen uit en plaats de extra garenpen erbovenop.
Zo gebruik je het voetpedaal
Je kan de naaisnelheid variëren door harder of minder hard op het voetpedaal te drukken. Hoe harder je drukt, hoe sneller de machine naait. Als je je voet van het pedaal haalt, stopt de machine automatisch met naaien.

TIP! Om alvast een idee van de naaisnelheid te krijgen, kan je het voetpedaal uitproberen voordat je de draad inrijgt.

Onderdraad opspoelen
- Trek het handwiel uit.
- Rol een stukje draad af. Steek de draad door de draadgeleider en om de draadgeleider voor opspoelen.
- Leid de draad van binnen naar buiten door een van de gaten in de spoel en plaats de spoel daarna op de spoelas.
- Schuif de spoelas naar rechts tegen de spoelstop.
- Hou het losse uiteinde van de draad vast. Druk op het voetpedaal. Laat het uiteinde los wanneer de draad "pakt". Laat het voetpedaal los wanneer het spoeltje helemaal is opgewonden.
- Druk het handwiel weer op zijn plaats. Schuif de spoelas terug op zijn oorspronkelijke plek en knip de draad af.

text_image
5 1/2 1/2
NEDERLANDS
Het spoeltje plaatsen
- Verwijder het accessoirevak door het naar links te schuiven. Open daarna het spoelhuis door de vergrendeling linksboven op het klepje in te drukken. Klap het lipje op het spoelhuis naar buiten en trek het spoelhuis recht uit de machine.
- Plaats het spoeltje in het spoelhuis.
- Trek de draad in de groef van het spoelhuis.
- Trek nu de draad onder de spanveer door in de opening. Laat ongeveer 15 cm draad uit het spoelhuis hangen. Wanneer je nu aan de draad trekt, moet het spoeltje met de klok mee draaien.
- Plaats het spoelhuis zodanig terug in de naaimachine dat de pin in het gaatje past. Sluit het klepje en schuif het accessoirevak terug.
1

De bovendraad inrijgen
- Zet eerst de hendel in de hoogste positie door het handwiel naar je toe te draaien. Zet ook de naaivoet omhoog.
- Plaats het klosje zo op de garenpen dat de draad van de achterkant van het klosje komt.
- Trek de draad door het gat op de bovendraadgeleider.
- Trek de draad vervolgens door de draadspanner (piijtje 1) omlaag en daarna rond de draadspanningsboog en omhoog (piijtje 2).
- Leid de draad daarna van links naar rechts door de hendel (piijtje 3).
- Leid de draad weer naar beneden en trek hem door de onderdraadgeleider. Steek de draad tenslotte van voren naar achter door de naald.
1

Ophalen van de onderdraad
- Doe het naaivoetje omhoog en hou de bovendraad met je linkerhand vast.
- Draai het handwiel nu langzaam naar je toe tot de naald op het laagste punt is. Blijf aan het handwiel draaien tot de naald op het hoogste punt is.
- Trek de bovendraad voorzichtig met je linkerhand omhoog. Hij moet nu de onderdraad in een lus omhoogtrekken.
- Trek beide draden recht naar achteren (van je af) tot ze ca. 15 cm lang zijn.

BEGINNEN MET NAAIEN
Rechte steek
Kies een rechte steek door de steekkeuzetoets op A, B of C te zetten. Door een stand tussen A, B of C op de steekkeuzetoets te kiezen, kan je de steeklengte nog verder aanpassen. De draadspanning moet 2-6 bedragen. Zorg dat het naaivoetje correct is geplaatst (pag. 73).
- Doe de naald omhoog door het handwiel naar je toe te draaien. Zet de naaivoet omhoog en leid de stof eronderdoor. Draai het handwiel naar je toe om de naald naar beneden te zetten op de plek waar je met naaien wilt beginnen. Zet de naaivoet weer omlaag. Zorg dat de boven- en onderdraad onder het naaivoetje door naar achteren worden getrokken.
- Druk het voetpedaal voorzichtig in en begin met naaien. Zet de draad vast door de achteruitknop in te drukken terwijl je op het voetpedaal drukt en naai zo enkele steken achteruit. Laat dan de knop los en ga weer verder met vooruit naaien.
- Als je een andere richting wilt kiezen, bijvoorbeeld bij een hoek, laat dan de naald in de stof zitten. Zet de naaivoet omhoog en draai de stof rond de naald. Doe de naaivoet weer omlaag en ga verder met naaien.
- Zet het eind van de steek vast als je klaar bent (zie punt 2). Til de stof op en trek de draden ca. 15 cm naar achteren, dan hebben ze de juiste lengte voor het naaien van de volgende steek. Snij ze af met het garenmesje.

TIP! Naai eerst een proeflapje. Je kan de instellingen dan nog aanpassen voordat je in de "echte" stof naait. Gebruik de markeringen op de naaldplaat om een rechte steek te naaien.

2-6
1

Kies een zigzagsteek door de steekkeuzetoets op D, E of F te zetten. Door een stand tussen D, E of F op de steekkeuzetoets te kiezen, kan je de steeklengte nog verder aanpassen. De draadspanning moet 1-5 bedragen. Zorg dat het naaivoetje correct is geplaatst (pag. 73).
- Doe de naald omhoog door het handwiel naar je toe te draaien. Zet de naaivoet omhoog en leid de stof eronderdoor. Draai het handwiel naar je toe om de naald naar beneden te zetten op de plek waar je met naaien wilt beginnen. Zet de naaivoet weer omlaag. Zorg dat de boven- en onderdraad onder het naaivoetje door naar achteren worden getrokken.
- Druk het voetpedaal voorzichtig in en begin met naaien.
- Als je een andere richting wilt kiezen, bijvoorbeeld bij een hoek, laat dan de naald in de stof zitten. Zet de naaivoet omhoog en draai de stof rond de naald. Doe de naaivoet weer omlaag en ga verder met naaien.
- Als je klaar bent, til dan de stof op en trek de draden ca. 15 cm naar achteren, dan hebben ze de juiste lengte voor het naaien van de volgende steek. Snij ze af met het garenmesje.
Voetje Steek Draadspanning

1

TIP! Naai eerst een proeflapje. Je kan de instellingen dan nog aanpassen voordat je in de "echte" stof naait.
Siersteek
Kies een siersteek door de steekkeuzeknop op G, H, I of J te zetten. De draadspanning moet tussen 6-8 zitten. Zorg ervoor dat het naaivoetje correct is bevestigd (pag. 73).
- Doe de naald omhoog door het handwiel naar je toe te draaien. Doe het naaivoetje omhoog en leg de stof eronder. Draai het handwiel naar je toe en doe de naald omlaag op de plek waar je wilt beginnen met naaien. Doe het naaivoetje weer omlaag. Zorg ervoor dat de boven- en onderdraad onder het naaivoetje naar achteren zijn getrokken.
- Druk het voetpedaal voorzichtig omlaag en begin met naaien.
- Als je van richting moet veranderen, bijvoorbeeld in een hoek, laat je de naald in de stof zitten. Doe het naaivoetje omhoog en draai de stof rond de naald. Doe het naaivoetje omlaag en ga door met naaien.
- Als je klaar bent, til de stof op en trek de draden naar achteren. Snij de draden met het garenmesje af op ca. 15 cm, dan zijn ze lang genoeg als je met de volgende steek begint.


TIP! Naai eerst een proeflapje. Je kan de instellingen dan nog aanpassen voordat je in de "echte" stof naait.
Voetje Steek Draadspanning


6-8
1

Kies een blinde zoom door de steekkeuzeknop op L of M te zetten. De draadspanning moet tussen 1-4 zitten. Zorg ervoor dat het naaivoetje correct is bevestigd (pag. 73).
- Doe de naald omhoog door het handwieltje naar je toe te draaien. Vouw de stof zoals op de afbeelding. Doe het naaivoetje omhoog en leg de stof eronder. Draai het handwieltje naar je toe en doe de naald omlaag zodat deze exact links van het gevouwen deel van de stof naait. Doe het naaivoetje weer omlaag. Zorg ervoor dat de boven- en onderdraad onder het naaivoetje naar achteren zijn getrokken.
- Druk het voetpedaal voorzichtig omlaag en begin met naaien.
- Als je klaar bent, til de stof dan op en trek de draden naar achteren. Snij de draden op ca. 15 cm met het garenmesje af, dan zijn ze lang genoeg als je met de volgende steek begint.

TIP! Naai eerst een proeflapje. Je kan de instellingen dan nog aanpassen voordat je in de "echte" stof naait.
Voetje Steek Draadspanning


Plaats de knoopsgatvoet (zie pag. 73). Draai de steekkeuzeknop naar en trek de boven- en onderdraad naar links.

- Schuif de knoopsgatvoet naar voren om te meten hoe lang het knoopsgat moet worden. Maak gebruik van de markeringen op de knoopsgatvoet. Doe de naaivoet en de naald omlaag. Naai langzaam de ene kant van het knoopsgat tot je aan het eind van de knoopsgatvoet komt. Eindig met de naald in de linkerpositie.
- Zet de steekkeuzeknop op 4 en naai een paar steken. Eindig met de naald in de rechterpositie.
- Zet de steekkeuzeknop op 3 en naai de hele weg terug. Maak gebruik van de markeringen op de knoopsgatvoet. Eindig met de naald in de rechterpositie (D).
-
Zet de steekkeuzeknop op een naai een paar steken. Eindig met de naald in de linkerpositie.
-
Als je klaar bent, til de stof op en trek de draden ca. 15 cm naar achteren. Snij ze af met het garenmesje, dan hebben ze de juiste lengte voor het naaien van de volgende steek. Snij het knoopsgat met het tornmesje open.

TIP! Naai eerst een proeflapje. Je kan de instellingen dan nog aanpassen voordat je in de "echte" stof naait.
Voetje Steek


1

Kies een rechte steek door de steekkeuzetoets op A, B of C te zetten. De draadspanning moet op 1-4 staan. Zorg dat het ritsvoetje correct is geplaatst (pag. 73).
- Zet de ritsvoet zodanig vast dat de naald alleen links van de voet kan naaien.
- Speld of rijg de rits aan de stof vast. Leg de stof onder de ritsvoet. Trek de boven- en onderdraad naar achteren en doe vervolgens de ritsvoet omlaag.
- Wanneer je de rechterkant van de rits op de stof naait, laat je de tandjes van de rits langs de rand van de ritsvoet lopen. Voordat je bij de bovenkant van de rits bent, doe je de ritsvoet omhoog en trek je de ritssluiting open. Laat hierbij de naald in de stof zitten. Doe de ritsvoet weer omlaag en naai de rest van de rechterkant. Zet de steek vast: druk op de achteruitknop, naai enkele steken achteruit, laat dan de knop los en naai enkele steken vooruit.
- Zet nu de ritsvoet in een dusdanige positie dat de naald alleen rechts van de voet kan naaien. Naai de linkerkant van de rits, net als bij punt 3.

TIP! Naai eerst een proeflapje. Je kan de instellingen dan nog aanpassen voordat je in de "echte" stof naait.
Voetje Steek Draadspanning

1-4
1

Naaivoet verwijderen
- Draai het handwiel naar je toe zodat de naald in de hoogste positie komt. Zet de naaivoet omhoog.
- Druk op de hendel achterop de naaivoethouder, dan zal het naaivoetje loslaten. Gebruik hierbij geen kracht.
1

Een naaivoet plaatsen
- Plaats de naaivoet zodanig dat de pin op de voet precies onder de inkeping op de houder staat. Zet de naaivoethouder naar beneden.
- Wanneer je de houder weer omhoog doet, zit de voet stevig vast.
1

- Draai het handwiel naar je toe om de naald omhoog te zetten. Doe daarna de naaivoet omlaag.
- Maak de naald los door de naaldhouderschroef tegen de klok in te draaien. Wanneer je de schroef de eerste keer losdraait, zit deze mogelijk erg vast. Haal de naald uit de naaldhouder.
- Plaats de nieuwe naald in de naaldhouder met de platte kant van je af. Duw de naald zo ver mogelijk in de naaldhouder omhoog.
- Draai de naaldhouderschroef weer goed vast.
Gebruik geen gebogen of botte naalden, deze kunnen de stof beschadigen. Deze naaimachine wordt geleverd met een standardnaald maat 90/14.
1-2

De draadspanning wijzigen
Als je de draadspanning moet aanpassen, geldt dat meestal alleen voor de bovendraad. De spanning van de onderdraad wordt in de fabriek ingesteld en hoeft alleen bij speciale draden en stoffen te worden gewijzigd.
- In een perfecte naad zitten de draden vast tussen de lagen stof.
- Als de bovendraad te strak gespannen is, wordt de spoeldraad aan de goede kant van de stof zichtbaar. Dit probleem los je op door de draadspanning enigszins te verlagen.
- Als de bovendraad niet strak genoeg gespannen is, wordt de bovendraad achterop de stof zichtbaar. Dit probleem los je op door de draadspanning enigszins te verhogen.

De onderdraadspanning wijzigen
In het onwaarschijnlijke geval dat je de spanning van de onderdraad moet verhogen, kan je dit doen door de stelschroef van het spoelhuis naar rechts te draaien. Als je de spanning wilt verminderen, draai je de schroef naar links. Je kan de spanning van de onderdraad testen door de draad uit het spoelhuis te trekken. Als je een lichte weerstand voelt, is de spanning correct.

TIP! Voor de meeste stoffen is een draadspanning tussen 3 en 5 nodig. Naai eerst een proeflapje. Je kan de instellingen dan nog aanpassen voordat je in de "echte" stof naait.
1
GOED

text_image
Bovendraad Onderdraad2
FOUT OPLOSSING

text_image
Bovendraad Onderdraad
3
FOUT OPLOSSING

text_image
Bovendraad Onderdraad
NEDERLANDS
Voor een optimale werking van de naaimachine is het belangrijk dat je de transporteur regelmatig reinigt.*
- Verwijder de naald en de naaivoet (zie pag. 73 en 74). Schroef de naaldplaat aan de onderkant los.
- Veeg draadjes en stof op de tanden van de transporteur met het borsteltje weg.
- Plaats de naaldplaat, de naaivoet en de naald terug op de machine.


* WAARSCHUWING! Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat je bij de machine wegloopt of machineonderdelen vervangt.
De spoeleenheid reinigen
De spoeleenheid demonteren
- Zet de naald in de hoogste stand, verwijder het accessoirevak en open het klepje.*
- Klap het lipje van het spoelhuis omlaag en trek het spoelhuis uit de machine.
- Draai de grijperarmen opzij. Til de dekring en de spoel naar buiten door aan de pin in het midden van de spoel te trekken.
- Verwijder stof en draadjes met behulp van het borsteltje.

* WAARSCHUWING! Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat je bij de machine wegloopt of machineonderdelen vervangt.

NEDERLANDS
De spoeleenheid monteren
- Hou het spoeltje vast bij het lipje en plaats het voorzichtig in het spoelhuis. Het moet een cirkel met de aandrijfring vormen.
- Plaats de dekring zo dat de onderste pen in de groef aan de onderkant past.
- Borg de dekring met de grijperarmen.
- Plaats tenslotte de spoelcapsule weer terug. Sluit het spoelhuis en plaats het accessoirevak terug.
1

LOKALISEREN VAN STORINGEN Waarschuwing! Draai het handwiel altijd naar je toe (tegen de klok in). Als je het de andere kant opdraait, kan de naald of de stof beschadigen, en kan je je bezeren.
| PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING | ||
| De steken vormen lusjes. | • De bovendraad is niet correct in de naald geregen.• De onderdraad is niet correct in het spoelhuis geregen. | • Rijg de draad van voren naar achteren door de naald.• Rijg de onderdraad correct in het spoelhuis (zie pag. 64). |
| De steken trekken of de stof rimpelt. | • De naald is te groot voor de stof.• De draad is te strak gespannen. | • Gebruik een kleinere naald.• Wijzig de spanning van de bovendraad (zie pag. 75). |
| De stof wordt niet gelijkmatig door de machine gevoerd. | • De draad is van onvoldoende kwaliteit.• De onderdraad is niet correct in het spoelhuis geregen.• Je trekt tijdens het naaien aan de stof. | • Gebruik een betere draad.• Rijg de onderdraad correct in het spoelhuis (zie pag. 64).• Laat de machine de stof automatisch doorvoeren. |
| De machine maakt lawaai en werkt moeizaam. | • Er zitten pluisjes en olie in de transporteurs of de naaldhouder.• De naald is beschadigd. | • Maak de transporteurs en de naaldhouder schoon (zie pag. 76).• Plaats een nieuwe naald. |
| De naald komt tegen het spoelhuis aan en breekt. | • De dekring zit niet goed en de grijperarmen zijn niet vergrendeld.• De spoelcapsule zit niet goed.• De naald kan buigen of afbreken als je aan de stof trekt. | • Monteer de dekring en de spoelcapsule volgens de instructies (zie pag. 77 en 78).• Laat de machine de stof tijdens het naaien automatisch doorvoeren in plaats van eraan te trekken. |
NEDERLANDS
LOKALISEREN VAN STORINGEN Waarschuwing! Draai het handwiel altijd naar je toe (tegen de klok in). Als je het de andere kant opdraait, kan de naald of de stof beschadigen, en kan je je bezeren.
| PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING | ||
| De onderdraad breekt. | • De spoel is onjuist in het spoelhuis geplaatst.• De spoeldraad is niet correct ingeregen.• De spoeldraad is te strak gespannen. | • Plaats de spoel correct in het spoelhuis (zie pag. 64).• Rijg de onderdraad correct in (zie pag. 64).• Verminder de spanning van de onderdraad (zie pag. 75). |
| De bovendraad breekt. | • De bovendraad is onjuist ingeregen.• De bovendraad is te strak gespannen.• De draad is te dik of te dun voor de naald.• De naald is onjuist geplaatst.• De draad is vast komen te zitten op de garenpen.• De naald is beschadigd. | • Rijg de machine en de naald opnieuw in (zie pag. 65).• Verminder de spanning (zie pag. 75).• Gebruik een andere draad.• Plaats de naald opnieuw (zie pag. 74).• Verwijder de bovendraadklos, draai hem om zodat de draad van achteren uit de klos komt en gebruik de viltlapjes.• Plaats een nieuwe naald (zie pag. 74). |
| Er worden steken overgeslagen. | • De naald is beschadigd of onjuist geplaatst.• Je gebruikt de verkeerde naaivoet. | • Maak de naald los en plaats hem opnieuw of plaats een nieuwe naald (zie pag. 74).• Plaats het juiste naaivoetje. |
| De naald breekt. | • De naald is onjuist geplaatst of beschadigd.• Je trekt tijdens het naaien aan de stof.• Het naaigaren is te dik.• De dekring zit niet goed en de grijperarmen zijn niet vergrendeld. | • Maak de naald los en plaats een nieuwe (zie pag. 74).• Laat de machine de stof tijdens het naaien automatisch doorvoeren in plaats van eraan te trekken.• Gebruik dun naaigaren.• Monteer de dekring en de spoelcapsule volgens de instructies (zie pag. 77 en 78). |
| Garen in de war. | • Je naait terwijl het naaivoetje omhoog staat.• Je draait het handwiel de verkeerde kant op.• De machine is foutief ingeregen.• Je naait zonder stof. | • Verwijder het garen dat in de war zit door de bovendraad af te knippen en de spoelcapsule, de dekring en de schietspoel te verwijderen (zie pag. 77).• Plaats de schietspoel, de dekring en de spoelcapsule terug volgens de instructies (zie pag. 78). |
| De draad is niet gespannen. | • Er heeft zich stof in de bovendraadspanner opgehoopt. | • Rijg de machine opnieuw in. |
NEDERLANDS
© Inter IKEA Systems B.V. 2011 AA-516806-4