PS3410TH-30 - Zaag DOLMAR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PS3410TH-30 DOLMAR in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PS3410TH-30 DOLMAR
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PS3410TH-30 - DOLMAR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PS3410TH-30 van het merk DOLMAR.
GEBRUIKSAANWIJZING PS3410TH-30 DOLMAR
Voordat u de machine de eerste keer in gebruik neemt moet u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig doornemen. U dient er vooral op te letten dat u alle veiligheidsvoorschriften goed heeft begrepen zodat u die strikt in acht kunt nemen! Deze motorzaag mag uitsluitend door „motorzaagbestuurders met extra scholing voor het werken in hef- of ladderkooien, resp. bekend zijn met de touwklimtechniek“ worden bediend. Berg de gebruiksaanwijzing goed op!
Obs:
Hartelijk dank voor uw aankoop van dit DOLMAR-product!
Gefeliciteerd met uw keuze voor deze DOLMAR-kettingzaag! Wij hebben er alle vertrouwen in dat u tevreden zult zijn uw aankoop.
Het model PS-3410 TH (Top Handle) is een uiterst lichte en handige kettingzaag met een handvat dat bovenop de zaag gemonteerd is. De PS-3410 TH-modellen zijn speciaal voor boomchirurgie en boomverzorging ontwikkeld. Daarom moeten deze motorzagen uitsluitend door „motorzaagbestuurders met extra scholing voor het werken in hef- of ladderkooien, resp. bekend zijn met de touw-klimtechniek“ worden bediend.

De kettingzaag kan gemakkelijk en met weinig inspanning bediend worden omdat: het debiet van de smeerolie voor de ketting automatisch geregeld wordt, de elektronische ontsteking onderhoudsarm is, de zaag uitgerust is met een trillingabsorberend systeem voor de bescherming van de polsgewrichten en ook omdat de zaag voorzien is van ergonomische hendels en bedieningselementen. Deze voorzieningen maken het werk eenvoudig en ze verhogen de werkveiligheid.
Het model PS-3410 TH is voorzien van de modernste veiligheids- voorzieningen in overeenstemming met de huidige stand van de techniek en het voldoet aan alle wettelijke nationale en internationale veiligheidsvoorschriften m.b.t. deze klasse van werktuigen.
De beschermende maatregelen omvatten: handbeschermers aan de beide handgrepen, handgrepen met een goede grip, veiligheidszaaggeleider en -ketting met automatische kettingrem. De kettingrem kan met de hand bediend worden of automatisch in werking treden, door de terugslagkracht (inertie), in het geval van een „kickback“ (terugslag) tijdens een verkeerd zaagmanoeuvre. Om uw persoonlijke veiligheid te waarborgen en een optimaal functioneren en optimale beschikbaarheid van uw nieuwe motorkettingzaag te garanderen, verzoeken wij u het volgende:

Leest u voor de eerste ingebruikname van de motorzaag deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neembeslist alle veiligheidsvoor schriften in acht!
Nietinacht neming kan levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken!
EU-conformiteitsverklaring
De ondergetekenden Shigeharu Kominami en Rainer Bergfeld gemachtigd door DOLMAR GmbH, verklaren hiermede, dat de apparaten van het merk DOLMAR,
vervaardigd door DOLMAR GmbH, Jenfelder Str. 38, D-22045 Hamburg, aan de fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen van de desbetreffende, EU-richtlijnen voldoen:
EU-machinerichtlijn 98/37/ EG,
EU-EMV-richtlijn 89/336/ EEG (gewijzigd door 91/263 EWG, 92/31 EEG en 93/68 EEG),
Geluidsemissie 2000/14/EG.
Ter vakkundige realisering van de in deze EU-richtlijnen vervatte eisen zijn doorslaggevend de volgende normen als grondslag genomen: EN 14982, EN ISO 11681-2, EN 61000-4-2, EN 61000-4-3, CISPR 12.
Het conformiteitsbeoordelingsprocédé 2000/14/EG is volgens appendix V doorgevoerd. Het gemeten peil van geluidsvermogen (Lwa) bedraagt 106 dB(A). Het gegarandeerde peil van geluidsvermogen (Ld) is 108 dB(A).
De EU-bouwmodelkeuring conform 98/37/EG geschiedde door: TÜV Product Service GmbH, Zertifizierstelle, Ridlerstr. 31, D-80339 München.
Inhoudsopgave Pagina
EU-conformiteitsverklaring ....28
Verpakking 28
Omvang van de levering 29
Symbolen 29
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Algemene voorzorgsmaatregelen 30
Beschermingsuitrusting 30
Brandstoffen en bijtanken ....31
Ingebruikneming 31
Terugslag ("Kickback") 32
Werkomstandigheden en -technieken 32-33
Transport en opslag ....34
Onderhoud 34
Eerste hulp (EHBO) 34
Technische specificaties ....35
Benaming van de onderdelen 35
INGEBRUIKNEMING
Montage van de zaaggeleider en zaagketting ..... 36-37
Zaagketting spannen 37-38
Kettingrem 38
Brandstoffen/ Bijtanken 39-40
Zaagkettingsmering afstellen 41
Zaagkettingsmering controlleren 41
Motor starten 42
Koude start 42
Warme start 42
Afzetten van de motor 42
Kettingrem controlleren 43
Carburator afstellen 43
ONDERHOUD
Zaagketting slijpen 44-45
Remband en kettingwielkast schoonmaken ....46
Vervangen van de beschermhuls voor de kettingvanger 46
Zaaggeleider schoonmaken, het kettingwiel smeren .....46
Zaagketting vervangen 47
Vervangen van het kettingwiel 47
Brandstofffilter vervangen 47
Luchtfilter schoonmaken 47
Bougie vervangen 48
Starterkabel vervangen 48
Terughaalveer-cassette vernieuwen 49
Uitlaat en knalpot schoonmaken 49
Cilindermotorruimte schoonmaken 49
Instructies voor periodiek onderhoud ....50
Service, onderdelen en garantie 50-51
Problemen oplosseni 51
Uittreksel uit de lijst met onderdelen 52
Accessoires ....52
Service Centers (zie bijlage)
Verpakking
Ter bescherming tegen transportschade wordt uw DOLMARKettingzaag in een doos uit versterkt karton geleverd.
Karton is een basisgrondstof. De doos is geschikt om, bijvoorbeeld via de oud-papierhandel, gerecycled te worden. De doos is ook geschikt om opnieuw als verpakking gebruikt te worden.


Omvang van de levering

text_image
DOLMAR 1 2 3 4 5- Motorkettingzaag
- Geleiding voor de zaagketting
- Zaagketting
- Beschermkap voor de geleiding
- Montagesleutel
- Gebruiksaanwijzing (niet afgebeeld)
Als een van de hier afgebeelde onderdelen bij de levering ontbreekt, dan moet u zich tot uw leverancier wenden.
Symbolen
De kettingzaag is voorzien van stickers met symbolen die ook in de handleiding gebruikt worden. Hier volgt de lijst van symbolen die voor dit apparaat gebruikt worden:

text_image
Lees de handleiding en volg de waarschuwings- en veiligheidsinstructies op! Waarschuwing! Deze zaag mag uitsluitend door geschoolde motorzaagbestuurders worden bediend! Pas heel goed op! Verboden! Veiligheidshelm, ogen- en gehoorbescherming dragen! Draag veiligheidshand - schoenen! Verboden te roken! Verboden vuur te maken! Start/stopschakelaar (Kortsluitschakelaar) Stop de motor! Motor starten Hendel voor de choke Instellen van de carburator OPPASSEN: Gevaar voor „Kickback“ Houd de kettingzaag tijdens het zagen met beide handen vast! Met één hand werken is uiterst gevaarlijk! Kettingrem Olie en brandstofmengsel Kettingolie Schroef voor het afstellen van het oliedebiet voor de zaagketting Draairichting van de zaagketting Eerste hulp (EHBO) Recycling CE-markeringVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Beoogd gebruik
Motorzagen
De motorzaag mag uitsluitend worden gebruikt voor het zagen van hout in openlucht. Al naargelang de motorzaagklasse geschikt voor volgende toepassingen:
- midden-en professionele klasse: gebruik in dun, middelmatig dik en dik hout, vellen, onttakken, inkorten, uitdunnen van bossen.
- hobbyklasse: occasioneel gebruik in dun hout, onderhoud van fruitbomen, vellen, onttakken, inkorten.
Niet toegestane gebruikers
Personen die niet vertrouwd zijn met de handleiding, kinderen, jongeren en personen onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen mogen het apparaat niet bedienen.
Algemene voorschriften
- Om een veilig gebruik te garanderen moet de gebruiker om te beginnen deze handleiding doornemen zodat hij zich met de werking van het apparaat vertrouwd kan maken. Onvoldoende geïnstrueerde gebruikers zijn een gevaar voor zichzelf en voor anderen.
- U mag de kettingzaag alleen uitlenen aan personen die ervaring hebben met kettingzagen. Zorg ervoor dat u steeds de gebruiksaanwijzing meegeeft als u het apparaat uitleent.
- Het gebruik van de motorzaag door kinderen of personen onder de 18 jaar is verboden. Jeugdigen boven de 16 jaar mogen de kettingzaag bedienen in het kader van een opleiding, echter uitsluitend onder toezicht van een bevoegde leerkracht.
- Het werken met een kettingzaag vereist een hoge mate van voorzichtigheid en concentratie.
- Werk alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. Bij vermoeidheid verslapt de aandacht. Wees vooral alert tegen het eind van een dag hard werken zodat de vermoeidheid niet ongemerkt kan toeslaan. Voer alle werkzaamheden rustig en zorgvuldig uit. Als gebruiker bent u namelijk verantwoordelijk voor schade toegebracht aan derden.
- Gebruik nooit medicijnen, drugs of alcohol bij het werken met de kettingzaag.
- Als het al geruime tijd niet meer geregend heeft en u moet in de buurt van droge en gemakkelijk ontvlambare vegetatie werken, dan moet u ervoor zorgen dat u een brandblusser bij de hand heeft.
Beschermingsuitrusting
- Om tijdens het werken met de kettingzaag verwondingen aan hoofd, ogen, handen of voeten en beschadigingen van het gehoor te vermijden moeten de hieronder opgesomde beschermende uitrusting en beschermende kleding gedragen worden:
- Uw kleding moet aangepast zijn, d.w.z. goed aansluitend maar zonder te hinderen. Draag geen sieraden of kleding die aan takken of struiken kunnen haken. Als u lang haar heeft, dan is een haarnetje verplicht!
- Als u met de kettingzaag werkt, dan moet u een veiligheidshelm dragen. De veiligheidshelm (1) moet regelmatig op beschadigingen gecontroleerd worden. Als een helm 5 jaar in gebruik is geweest, dan moet hij vervangen worden. Het gebruik van niet goedgekeurde helmen is verboden.
- De doorzichtige beschermkap (2) aan de helm (eventueel een veiligheidsbril) moet verhinderen dat rondvliegend zaagsel en houtsplinters verwondingen in het aangezicht kunnen veroorzaken. Draag bij het werken met de kettingzaag steeds een beschermkap of een veiligheidsbril om oogletsel te voorkomen.
- Draag altijd gepaste gehoorbescherming, zoals oorbeschermers (3) of oordoppen, etc. Een dempingsanalyse van deze beschermers is mogelijk op aanvraag.
- Het veiligheidsvest ter bescherming tegen snijdvoorvallen (4) heeft 22 lagen Nylonweefsel en biedt bescherming tegen snijverwondingen. Het moet bij werken vanuit hef- en ladderkooien en bij touwklimtechniek steeds worden gedragen.
- De veiligheidsgordel en het beschermende werkpak (5) zijn ge- maakt uit een nylonsoort die opgebouwd is uit 22 lagen. Het pak beschermt tegen eventuele snijwonden. Het dragen van deze beschermende kleding wordt u ten zeerste aangeraden.
- De werkhandschoenen (6) van zware lederkwaliteit behoren tot de verplicht voorgeschreven uitrusting bij het werken met de kettingzaag.
- Tijdens het werken met de kettingzaag is het dragen van veiligheids- schoenen of veiligheidslaarzen (7) met antislip profielzolen en met stalen neus of beenbeschermers verplicht. Dit soort veilig- heidsschoeisel biedt de gebruiker effectieve bescherming tegen eventuele snijwonden, tevens biedt het de mogelijkheid dat een stabiele zaaghouding ingenomen kan worden. Bij het werken in boomkruinen dient het schoeisel eveneens aangepast te zijn voor het nodige klimwerk.
OPPASSEN: Deze kettingzaag is speciaal ontworpen om in boomkruinen te werken. Alle werkzaamheden met deze motorzaag mogen uitsluitend door geschoolde motorzaagbestuurders worden uitgevoerd! Volg de van toepassing zijnde procedures op en neem kennis van de relevante literatuur ter zake. Neem de raadgevingen van de betreffende beroepsorganisaties in acht. Als u dat niet doet, dan loopt u een verhoogd risico op ongevallen! Wij raden u aan om steeds vanaf een horizontaal platform te werken (een hoog- tewerker bijvoorbeeld) als u in boomkruinen moet werken. Werken in een hangende positie (bergbeklimmerstechniek) is een uiterst riskante onderneming en vereist een speciale opleiding! Als er op deze manier gewerkt moet worden, dan moet de persoon die de kettingzaag bedient zowel getraind zijn in het gebruik van veiligheidsmaterieel bij klimsporten als in klimsporttechnieken! Gebruik steeds de juiste riemen, touwen en beschermstukken als er in boomkruinen gewerkt moet worden. Zorg ervoor dat diegene die de kettingzaag moet bedienen opgevangen kan worden en zorg er ook voor dat de kettingzaag zelf opgevangen kan worden!

Brandstoffen en bijtanken
- Zet de motor uit als u de kettingzaag bijtankt.
- Rook niet en tank niet bij in de buurt van een open vuur (5).
- Laat de motor afkoelen alvorens te tanken.
- Brandstoffen kunnen oplosmiddelen bevatten. Huid-en oogcontact met minerale oliën moet vermeden worden. Tijdens het bijtanken moet u steeds beschermende handschoenen dragen. Zorg ervoor dat u uw beschermende kleding regelmatig vervangt. Adem geen brandstofdampen in.
- Mors geen brandstof of kettingolie. Als u toch brandstof of olie gemorst heeft, dan moet u de kettingzaag onmiddellijk schoonmaken. Zorg dat er geen brandstof op uw kleding terechtkomt. Als dat toch gebeurd is, kleed u dan onmiddellijk om.
- Zorg ervoor dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt (bescherming van het milieu). Zorg dat u een passend reservoir beschikbaar heeft.
- Het bijtanken in een gesloten ruimte is niet toegestaan. De brandstofdampen verzamelen zich bij de bodem waardoor er explosiegevaar ontstaat.
- Sluit de doppen van brandstof- en olietank goed af na het bijtanken.
- Start de kettingzaag niet op dezelfde plaats waar u getankt heeft. Doe dit op een plaats die tenminste 3 meter verwijderd is van de plaats van bijtanken (6).
- Brandstoffen zijn maar beperkt houdbaar. Koop daarom nooit meer dan uw geschatte verbruik voor een redelijke periode.
- Vervoer en bewaar de brandstof en de kettingolie alleen in goedgekeurde en gewaarmerkte jerrycans. Sla brandstof en kettingolie buiten het bereik van kinderen op.
Ingebruikneming
- Zorg ervoor dat u nooit alleen werkt. In geval van nood moet er iemand in de buurt zijn.
- Zorg er ook voor dat er zich geen kinderen of andere personen binnen het werkbereik van de kettingzaag bevinden. Let ook op dat er zich geen dieren binnen het werkbereik ophouden (7).
- Voordat u met werken begint moet u nagaan of de kettingzaag goed functioneert en of alles conform is met de veiligheidsvoorschriften.
Ga na of de kettingrem goed remt, of de zaaggeleider juist gemonteerd is, of de zaagketting volgens voorschrift geslepen en gespannen is, of de bescherming van de kettingwielkast stevig vastzit, of de gashendel soepel beweegt en of de sperknop het doet, of de handgrepen droog en schoon zijn en of de start-/stopschakelaar functioneert.
- De kettingzaag mag nooit in gebruik genomen worden voordat alles wat erbij hoort op de voorgeschreven wijze gemonteerd is.
- Voordat u begint met zagen moet u zich ervan vergewissen dat u een stabiele houding ingenomen heeft.
- Start de kettingzaag zoals het in deze handleiding (8) beschreven wordt. Het is verboden om de machine op een andere manier, dan deze beschreven in deze handleiding, te starten.
- Om de kettingzaag te starten moet de machine goed en stevig ondersteund vastgehouden worden. De ketting moeten helemaal vrij kunnen lopen en de zaaggeleider mag geen contact hebben met eender welk voorwerp.
- Tijdens het zagen moet u de kettingzaag met beide handen stevig vasthouden. U doet dit door tijdens het zagen de remhendelgreep in de rechterhand en de beugelgreep in de linkerhand te nemen. Houd de handgrepen stevig vast en houd de duimen eromheen in de richting van de vingers. Het werken met één hand is uiterst gevaarlijk. De zaag kan dan namelijk op het ogenblik dat een tak doorgezaagd is, vrijdraaiend doorzwaaien waarbij het gevaar van zware verwondingen voor de hand ligt. Overigens is het niet mogelijk om het altijd aanwezige gevaar van terugslag („Kickback“) met één hand op te vangen.
- OPPASSEN: Als u de gashendel loslaat, dan loopt de ketting nog enige tijd vrij door.
- Vergewis u ervan dat u stevig op beide voeten staat.
- Zorg er ook voor dat u geen uitlaatgassen moet inademen tijdens het zagen. Het werken in niet geventileerde ruimten houdt vergiftigingsgevaar in.
- Zet de kettingzaag onmiddellijk uit als u een verdachte verandering merkt in het machinegedrag.
- Als u de kettingspanning controleert, naspant, de ketting vervangt of als u storingen (9) opspoort zet dan altijd eerst de motor uit.
- Als de kettingzaag onverwacht met harde voorwerpen in aanraking gekomen is (stenen, spijkers, etc.), dan moet u de motor onmiddellijk uitzetten om vervolgens na te gaan of er schade ontstaan is aan het apparaat.
- Als het werk onderbroken wordt, dan moet u de kettingzaag uitzetten (9) voordat u die achterlaat. U moet de kettingzaag op een dusdanige manier opbergen dat niemand gevaar kan lopen.
- Laat de warme kettingzaag nooit in droog gras of op een brandbare ondergrond achter. De motoruitlaat is nl. zeer heet en deze kan gemakkelijk aanleiding geven tot brand.
- OPPASSEN: Nadat de kettingzaag uitgezet is kan er olie van de ketting en zaaggeleider druppelen met als gevolg bodemverontreiniging. Zorg voor een gepaste opvangmogelijkheid.

● Onderhoud ● Afzetten van de arbet
- Bijtanken
- Transport
● Zaagketting slijpen ● Bij het opbergen
Terugslag ("Kickback")
- Het gevaar van een gevaarlijke terugslag („Kickback“) tijdens het zagen met de kettingzaag is reëel.
- Terugslag („Kickback“) ontstaat als het bovenste uiteinde van de zaaggeleiding (zaagblad) door onoplettendheid in aanraking komt met hout of andere harde voorwerpen (10).
- Voordat de zaag „de snede inzet“ kan hij ongewild zijwaarts een weg zoeken of wegspringen (OPPASSEN: in deze situatie ontstaat een verhoogd risico op terugslag).
- In beide situaties kan de zaag ongecontroleerd en met grote kracht in de richting van de persoon die zaagt teruggeslagen worden. Gevaar voor lichamelijk letsel!
Om terugslag („Kickback“) te voorkomen moet u de volgende regels in acht nemen:
- Insteekwerk, d.w.z. het rechtstreeks met het uiteinde van de zaaggeleider in het hout aanzetten, mag uitsluitend door speciaal daarvoor opgeleid personeel uitgevoerd worden!
- Houd de punt van de zaaggeleiding altijd in het oog en wees uiterst voorzichtig als u een reeds aangezette snede verder wilt zetten.
- Als u een snede in wilt zetten doe dat dan altijd met lopende ketting.
- Zorg ervoor dat de zaagketting altijd correct geslepen is. Let daarbij vooral op de juiste maat van de dieptebegrenzing.
- Probeer nooit meerdere takken tegelijk door te zagen! Let op dat u bij het zagen van een tak niet per ongeval een andere tak raakt.
- Bij het inkorten moet u op in de buurt liggende takken letten.
Werkomstandigheden en -technieken
- Werk alleen bij goed zicht en goede verlichting. Let in het bijzonder op gladheid, nattigheid, ijs en sneeuw (slipgevaar). Er bestaat verhoogd slipgevaar op de schors van vers ontbast hout.
- Werk nooit op een onstabiele ondergrond. Zorg ervoor dat er zich geen obstakels op de werkplek bevinden (gevaar voor struikelen). Wees steeds alert dat u met beide benen in evenwicht bent.
- Zaag nooit boven schouderhoogte (11).
- Zaag nooit vanaf een ladder (11).
- Klim nooit in een boom om er werkzaamheden uit te voeren zonder de speciale persoonlijke veiligheidsvoorzieningen en de nodige veiligheidsvoorzieningen voor de kettingzaag. Wij raden u aan om steeds vanaf een hoogtewerker te werken.
- Zaag nooit vanuit een voorovergebogen houding.
- Blijf er voortdurend alert op dat alle lichaamsdelen zich tijdens het zagen buiten het „zwenkbereik“ van de zaagketting bevinden (12).
- Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor het zagen van hout.
- Zorg ervoor dat de zaag de grond niet raakt als de ketting nog loopt.
- Gebruik de kettingzaag nooit als hefboom of iets dergelijks, voor het optillen en/of verwijderen van stukken hout of van andere voorwerpen.
- Verwijder vreemde voorwerpen zoals zand, stenen, spijkers etc. die in het werkbereik liggen. Vreemde voorwerpen beschadigen de zaag en zijn de oorzaak van een gevaarlijke terugslag („Kickback“).
- Bij het inkorten van reeds gezaagde stukken moet u een stevige en stabiele bok gebruiken (gebruik daarvoor een speciale zaagbok 13). Het is verboden om het hout met de voet proberen te klemmen of om het te laten vasthouden door een tweede persoon.
- Ronde stukken hout moeten tegen verdraaien tijdens het zagen geborgd worden.
- Tijdens het inkorten moet de getande beugel (13, Z) in het te zagen stuk hout gezet worden. Overigens raden wij eveneens aan om deze techniek bij het doorzagen van dikke takken of stammen te gebruiken.
- Om in te korten (dwarssneden) moet de getande beugel eerst stevig in de te zagen tak (of stam) geduwd worden. Pas daarna mag u, met lopende zaagketting, de snede inzetten. U doet dit door de achterste handgreep omhoog te halen terwijl u met de beugelgreep leidt. De getande beugel doet dienst als scharnierpunt. Met een lichte druk op de beugelgreep zaagt u nu dieper terwijl u gelijktijdig de kettingzaag met de andere greep een weinig achteruit trekt. Zet vervolgens de getande beugel iets dieper aan en herhaal de gecombineerde draaibeweging met de beide handgrepen.
- Vanwege het verhoogde terugslaggevaar („Kickback“) mo-gen insteek- en langssneden alleen door speciaal geschoold personeel uitgevoerd worden.
Langssneden (14) moeten onder de kleinst mogelijke hoek ingezet worden. Gezien de getande beugel niet kan ingrijpen moet er bij dit soort sneden uiterst behoedzaam te werk gegaan worden.
- De zaag mag slechts met lopende zaagketting uit het hout gehaald worden.
- Als er meerdere zaagsneden nodig zijn, dan moet de gashendel tussendoor losgelaten worden.

text_image
10
- Let op bij het zagen van gesplinterd hout. Er kunnen rondvliegende houtsplinters meegetrokken worden (mogelijk gevaar voor lichamelijk letsel).
- Als er gezaagd wordt met de bovenkant van de zaaggeleider en de zaagketting komt klem te zitten, dan kan de kettingzaag teruggestoten worden in de richting van de persoon die zaagt. Dit is de reden waarom er, in de mate van het mogelijke, met de onderkant van de zaaggeleider gezaagd moet worden. Als in dat geval de zaagketting klem komt te zitten, dan zal de zaag altijd van het lichaam weg gestoten worden in de richting van het hout (15).
- Bij hout dat onder spanning (16) staat moet er altijd eerst ingezet worden aan de zijde (A) waar de drukspanning zich bevindt. Pas daarna kan er doorgezaagd worden vanaf de zijde (B) waar de trekspanning zich bevindt. Op deze manier wordt voorkomen dat de zaaggeleider ingeklemd raakt.
OPPASSEN: De personen die bomen vellen of die takken uit boomkruinen moeten verwijderen moeten, voordat zij met dat werk mogen beginnen, een speciale training gevolgd hebben, e.e.a. vanwege het grote gevaar op persoonlijk letsel dat bij dat soort werk bestaat. - Zet bij het verwijderen van takken altijd de getande beugel van de kettingzaag zo dicht mogelijk op de stam. Gebruik bij dit werk nooit de voorzijde van de zaaggeleider omwille van het terugslaggevaar („Kickback“).
- Let vooral goed op bij het zagen van takken die onder spanning staan. Zaag nooit vrijhangende takken van de onderkant door.
- Ga nooit op een zijtak staan om takken te verwijderen.
- Met het vellen van een boom mag er pas begonnen worden nadat men zich ervan verzekerd heeft dat:
a) alleen die personen, die bij het vellen betrokken zijn, zich op de werkplek bevinden,
b) ongehinderd uitwijken mogelijk is voor iedereen die betrokken is bij het vellen d.w.z. dat de uitwijkruimte schuin naar achteren, onder een hoek van ongeveer 45°, dient te lopen,
c) de voet van de stam vrij is van alle vreemde voorwerpen, truikgewas en takken. Zorg dat u een stabiele werkpositie heeft (struikelgevaar).
d) de dichtstbijzijnde werkplek tenminste twee en een halve boomlengtes verwijderd is (17). Voordat u de boom gaat vellen moet u de valrichting bepalen en ervoor zorgen dat er zich geen personen of voorwerpen binnen een afstand van 2 1/2 maal de boomlengte (17) kunnen bevinden.
- Beoordeling van de boom:
Is er een bestaande overhelling, zijn er losse of dorre takken, hoe hoog is de boom, is er natuurlijke overhanging of is de boom rot?
- Observeer de windrichting en windsnelheid. Bij zware windstoten mogen er geen bomen geveld worden. Vermijd dat het zaagsel meegenomen wordt door de wind. Houd dus rekening met de windrichting!
- Inzagen van de worteluitlopers:
Begin bij de grootste worteluitlopers. Breng eerst de zaagsnede in verticale en vervolgens in horizontale richting aan.
- De valkerf (18, A) aanbrengen:
De valkerf bepaalt de gewenste valrichting voor de boom en dwingt de boom in de gewenste richting. De valkerf wordt haaks op de valrichting aangebracht tot op een zaagdiepte van 1/3 à 1/5 van de stamdoorsnede. De valkerf dient zo dicht mogelijk bij de grond aangebracht te worden.
- Eventuele correcties van de valkerf moeten over de gehele breedte van de stam aangebracht worden.
- De valzaagsnede (19, B) moet hoger dan de valkerfspie (D) aangebracht worden. De valzaagsnede moet loodrecht op de stam aangebracht worden. Het breukvlak d.w.z. het nog niet doorgezaagde deel tussen beide zaagsneden, moet ongeveer 1/10 van de stamdiameter bedragen.
- Het breukvlak (C) werkt als valscharnier. Dit gedeelte mag in geen geval doorgezaagd worden, daar dit het ongecontroleerd vallen van de boom kan veroorzaken. Breng dus tijdig velspieën aan.
- Gebruik uitsluitend kunststof of aluminium spieën om de valzaagsnede te borgen. Het gebruik van ijzeren spieën is verboden daar deze, bij een eventueel contact, de kettingzaag zwaar kunnen beschadigen of de kettinggeleiding kunnen verbuigen.
- Als u bomen velt, houd u dan altijd op buiten het vlak waarin de boom gaat kantelen.
- Wanneer de boom valt en u zich terugtrekt, moet u ook uitkijken dat u niet getroffen wordt door eventueel loskomende vallende takken.
- Als de te vellen boom op een helling staat, dan moeten diegenen die vellen zich bergopwaarts of zijwaarts van de te vellen boomstam ophouden.
- Bij een reeds gevelde boomstam is de veiligste plaats bergopwaarts.

text_image
15
text_image
B A B 16
text_image
2½ 45° 45° = Velbereik 17
text_image
45° A A 18
text_image
B C D B C 19 → → !Transport en opslag
- Als u tijdens het werken van werkplek verandert, dan moet u de kettingzaag afzetten en de kettingrem aanzetten om ongewild starten van de kettingzaag te voorkomen.
- Het is verboden om de kettingzaag met lopende zaagketting te vervoeren.
- Als u de kettingzaag over een lange afstand vervoert, dan moet u de meegeleverde beschermkap over de zaaggeleider aanbrengen.
- Draag de kettingzaag altijd aan de beugelgreep met de zaaggeleider naar achteren (20). Pas op dat u de uitlaat niet aanraakt zolang die heet is. U kunt dan nl. zware brandwonden oplopen!
- Bij het transport met de wagen moet het apparaat op een dusdanige manier vastgezet worden dat er geen lekkage van brandstof of kettingolie plaats kan vinden.
- Als de kettingzaag niet gebruikt wordt, dan moet hij op een veilige en droge plaats bewaard worden. De kettingzaag mag niet in de buitenlucht bewaard worden. Houd de kettingzaag buiten het bereik van kinderen.
- Als de kettingzaag gedurende langere tijd opgeslagen wordt, dan moet u ervoor zorgen dat de olietank en de brandstoftank helemaal leeg zijn. Dit geldt ook als de kettingzaag met een vervoerfirma meegegeven wordt.
Onderhoud
- Voordat u met onderhoudswerkzaamheden begint moet u de kettingzaag (21) uitzetten en het bougiecontact afkoppelen!
- Voordat u met de kettingzaag begint te werken moet u eerst controleren of de zaagketting veilig functioneert. Let vooral op het perfect functioneren van de kettingrem. Controleer ook of de zaagketting volgens voorschrift geslepen en gespannen is (22).
- Tijdens het werken met de kettingzaag moet u erop letten dat het apparaat de wettelijke voorschriften inzake geluids- en emissienormen niet overschrijdt. U kunt dit bereiken door een juiste afstelling van de carburator.
- Maak de kettingzaag regelmatig schoon.
- Controleer regelmatig of de tankdoppen goed sluiten.
Volg de veiligheidsvoorschriften van de betreffende arbeidsinspectie en van de eventuele verzekeringsmaatschappijen nauwkeurig op. Breng in geen geval zelf veranderingen aan in de constructie van de kettingzaag. Als u dat toch doet, dan brengt u daarmee uw eigen veiligheid en die van anderen in gevaar.
Onderhouds- en montagewerkzaamheden mogen alleen uitgevoerd worden voorzover ze in deze gebruiksaanwijzing beschreven zijn. Alle overige werkzaamheden moeten door een DOLMAR Service Center uitgevoerd worden.
Gebruik uitsluitend originele fabrieksonderdelen en accessoires van DOLMAR.
Het gebruik van niet door DOLMAR goedgekeurde accessoires of zaaggeleider/ketting-combinaties en -lengtes verhoogt het risico op ongevallen. Bij ongelukken of schade naar aanleiding van het gebruik van niet goedgekeurde onderdelen of accessoires kan DOLMAR geen aansprakelijkheid aanvaarden en wijst derhalve nu reeds iedere aansprakelijkheid af.
Eerste hulp (EHBO)
Omdat er zich bij het werken met kettingzagen altijd ongelukken kunnen voordoen moet er steeds een verbandtrommel op de werkplek aanwezig zijn. Eventueel gebruikt materiaal moet onmiddellijk aangevuld worden.
Als u om hulp vraagt, dan moet u de volgende informatie beschikbaar houden:
- de precieze plaats van het ongeluk,
- wat is er precies is gebeurd,
- hoeveel gewonden er zijn en
- om welke verwondingen het gaat.
- Geef ook uw naam op!
OPGELET!
Personen met bloedcirculatiestoornissen kunnen door herhaalde vibraties beschadiging van de bloedvaten of van het zenuwstelsel oplopen.
Overdreven vibraties kunnen aan vingers, handen of polsen de volgende symptomen veroorzaken: gevoelloosheid, tintelen, pijn of pijnlijke steken, veranderen van de huidskleur of van de huid. Als u een van deze symptomen waarneemt, dan moet u een dokter raadplegen!
20

| Technische specifi caties | PS-3410 TH | |
| Cilinderinhoud | cm3 | 34 |
| Boring | mm | 38 |
| Slag | mm | 30 |
| Maximaal vermogen bij toerental | kW / 1/min | 1,4 / 8.500 |
| Maximale koppel bij toerental | Nm / 1/min | 1,6 / 6.500 |
| Stationair toerental / max. motor toerental met zaaggeleider / ketting | 1/min 3.000 / 11.500 | |
| Koppel toerental | 1/min | 4.500 |
| Geluidsdruk (op de werkplek) LpAv vlgs. ISO/CD 22868 1) | dB (A) | 93,8 |
| Geluidsniveau LwAv vlgs. ISO/CD 22868 1) | dB (A) | 103,1 |
| Trillingen ahwav vlgs. ISO 7505 1) | ||
| - Beugelgreep | m/s2 | 4,0 |
| - Handgreep | m/s2 | 9,8 |
| Carburator (membraancarburator) | Type | WALBRO WT-778 |
| Ontsteking | Type | electronisch |
| Bougie | Type | NGK BPMR 7A |
| Elektrodenafstand | mm | 0,5 |
| Brandstofverbruik bij max. vermogen vlgs. ISO 7293 | kg/h | 0,65 |
| Specifiek verbruik bij max. vermogen vlgs. ISO 7293 | g/kWh | 463 |
| Inhoud brandstoftank | l | 0,28 |
| Inhoud olietank | l | 0,22 |
| Mengverhouding (brandstof : 2-taktolie) | ||
| - bij gebruik van DOLMAR olie | 50 : 1 | |
| - bij gebruik van andere olie | 40 : 1 | |
| Kettingrem | inwerkingstelling met de hand of door terugslag (kickback) | |
| Kettingsnelheid 2) | m/s | 21 |
| Kettingwielverdeling | inch | 3/8 |
| Aantal tanden | Z | 6 |
| Kettingtype zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijst | ||
| Verdeling / Schakeldikte | inch | 3/8 / .050 |
| Zaaggeleider snijlengte | cm | 30 / 35 |
| Zaagggeleidertype zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijst | ||
| Gewicht van de motorzaag (tanks leeg, zonder geleider en ketting) kg | 3,3 | |
1) Opgaves houden in gelijke delen rekening met de bedrijfstoestanden stationair, volle belasting en maximum toerental.
21 Bij max. vermogen
Benaming van de onderdelen
1 Handgreep (achter)
2 Veiligheidsschakelaar (gashendel)
3 Gashendel
4 Handbescherming
(tevens inertieschakelaar voor de automatische rem)
5 Getande beugel (klauwgreep, accessoire)
6 Zaagketting
7 Geleiding (voor de zaagketting)
8 Beschermkap
9 Bevestigingsmoeren
10 Kettingmeenemer (veiligheidsvoorziening)
11 Tandwielbescherming
12 Knaldemper
13 Bougie
14 Serienummer
15 Instelschroef voor de oliepomp
16 Beugelgreep (voorste greep)
17 Starterhendel
18 START/STOP-schakelaar (kortsluitschakelaar)
19 Bevestigingsoog voor een veiligheidstouw of veiligheidshaak
20 Tankdop olietank
21 Ventilatorkast met starterblok
22 Tankdop brandstoftank
23 Luchtfi Iterdeksel
24 Chokehendel
25 Afstelschroef voor de carburator
26 Brandstofpomp (primer)

Bij alle werkzaamheden aan zaaggeleider en zaagketting te allen tijde de motor afzetten, de bougiestekker eraf trekken (zie Bougie ver vangen) en beschermende handschoenen dragen!
ATTENTIE:
De motorkettingzaag mag pas gestart worden na volledig te zijn samengebouwd en controle!

text_image
1 2 3 4 BMontage van de zaaggeleiding en zaagketting
Gebruik de bijgeleverde combisleutel voor de hierna ge - noemde werkzaamheden.
Plaats de motorkettingzaag op een stabiele ondergrond en voer de volgende stappen uit voor de montage van de zaagketting en de zaaggeleider uit:
Ontkoppel de kettingrem door aan de beschermingshendel (1) te trekken, in de richting van de pijl.
Bevestigingsmoeren (2) eraf draaien.
Kettingwielbeschermer (3) licht zijwaards strekken, uit de houder (4) trekken en afnemen.

text_image
A 5 6 C CKunststof transportbescherming A verwijderen en weggooien. Kettingspanner (5) linksom (tegen de klok in) draaien tot astap (6) aan de linker aanslag staat.

text_image
7 8 DZet nu de kettinggeleiding (7) op z'n plaats. Zie erop toe dat de pin (8) van de kettingspanner zich nu in de uitsparing van de kettinggeleider bevindt.
De zaagketting (9) op kettingwiel (10) leggen. De zaagketting met de rechter hand in de bovenste geleidegroef van de zaaggeleider (11) voeren.
De snijkanten van de zaagketting moeten aan de geleiderbovenkant in de richting van de pijl wijzen!

text_image
9 10 11 EVoer de zaagketting (9) om de omlegschijf (12) van de zaaggeleider, en trek daarbij de zaagketting licht in de richting van de pijl.

text_image
9 12 FAls eerste de kettingwielbeschemer (3) in de houder (B/4) drukken en daarna over de bevestigingsbout schuiven, daarbij de zaagketting (9) over de kettingvanger (13) tillen. Bevestigingsmoer (2) handvast aandraaien.

text_image
2 3 13 9 GZaagketting spannen
Draai de schroef (C/5) waarmee de ketting aangespannen wordt naar rechts (met de wijzers van de klok mee) tot de zaagketting de sponning van de zaaggeleiding „aan de onderkant“ begint te raken (zie detail in de cirkel).
Til de voorzijde van de zaaggeleider iets op en draai de kettingspanschroef (C/5) rechtsom (met de klok mee), tot de zaagketting weer tegen de onderzijde van de zaaggeleider aanligt.
Het voorste einde van de zaaggeleider verder omhoog tillen en de bevestigingsmoeren (2) met de combisleutel vast aandraaien.

text_image
2 H
text_image
STOPA
Controle van de kettingspanning
De zaagketting is juist gespannen wanneer de zaagketting tegen de onderzijde van de zaaggeleider aanligt en de zaagketting nog gemakkelijk met de hand bewogen kan worden over de zaaggeleider.
Hierbij moet de kettingrem gelost zijn.
Controleer regelmatig de kettingspanning, omdat nieuwe zaagkettingen na verloop van tijd uitrekken en langer worden!
Daarom de kettingspanning regelmatig bij afgezette motor controleren.
ADVIES:
Iln de praktijk wordt geadviseerd 2-3 zaagkettingen afwissel end te gebruiken.
Voor een gelijkmatige slijtage van de zaaggeleidergroef moet bij het verwisselen van een ketting de zaaggeleider omgekeerd worden (onderzijde boven en bovenzijde onder).

De DOLMAR motorzagen PS-3410 zijn standaard met een vertragings veroor zakende kettingrem uitgerust. Ontstaat er een terugslag (kickback) doordat de punt van de zaaggeleider met het hout in aanraking komt (zie hoofdstuk „VEILIGHEIDSVOOR-SCHRIF TEN", blz. 32), wordt bij voldoende terugslag de kettingrem door massatraagheid in werking gesteld. In een fractie van een seconde wordt de zaagketting stilgezet.
De kettingrem is bedoeld voor noodgevallen en voor het blokkeren van de zaagketting voor het starten.
ATTENTIE: In geen geval (behalve bij de controle, zie hoofdstuk „Kettingrem controleren“) de motorzaag bij ingeschakelde kettingrem bedienen, daar anders in zeer korte tijd aanzienlijke schade aan de motorzaag kan optreden!

Vóór het begin van de werkzaamheden on-
voorwaardelijk de kettingrem vrijzetten!
ADVIES:
De kettingrem is een zeer belangrijke veiligheids voorziening en is zoals ieder onderdeel onderhevig aan slijtage.
Regelmatige controle en onderhoud is in het belang van uw eigen veiligheid en dient door een DOLMAR servicewerkplaats te worden uitgevoerd.
B

Als de terugslagkracht sterk genoeg is, dan zal de plotselinge versnelling van de beugelgreep in combinatie met de inertie van de handbescherming (1) de rem automatisch aanzetten.
Druk voor handbediening de handbeschermer (1) met de linker hand in de richting van de voorzijde van de zaaggeleider (pijl 1).
Kettingrem lossen
De handbeschermer (1) in de richting van de beugelgreep (pijl 2) trekken tot deze voelbaar aangrijpt. De kettingrem is gelost.
Brandstoffen
LET OP:
De machine wordt met mineraalolieproducten (benzine en olie) bedreven!
Bij de omgang met benzine is verhoogde waakzaamheid geboden.
Roken en open vuur zijn ontoelaatbaar (ontploffi ngsgevaar).
Brandstofmengsel
De motor van de motorkettingzaag is een tweetaktmotor met een groot vermogen die werkt op een mengsel van benzine en tweetaktolie.
De motor is ontworpen voor gebruik van normale loodvrije benzine met een minimaal octaangetal van 91 ROZ. Is deze brandstof niet beschikbaar, dan kunnen ook brandstoffen met een hoger octaangetal gebruikt worden. Hierdoor ontstaat geen schade aan de motor.
Gebruik voor een optimale motorwerking en ter be -scher ming van gezondheid en leefmilieu alleen loodvrije brandstof !
Voor de smering van de motor wordt tweetaktmotorolie (kwaliteitsklasse JASO FC of ISO EGD) gebruikt; deze wordt bij de benzine gemengd. De motor is ontworpen voor DOLMAR tweetaktolie met een milieuvriendelijke mengverhouding van 50:1. Hierdoor wordt een lange levensduur en een betrouwbare, rookarme werking van de motor gewaarborgd.
DOLMAR kwaliteitstwee-takt olie is afhankelijk van het ver bruik leverbaar in de volgende verpakkingen:
1 | Bestelnummer 980 008 107
100 ml Bestelnummer 980 008 106
Indien er geen DOLMAR tweetaktolie beschikbaar is moet een mengverhouding van 40:1 bij gebruik van andere tweetaktoliën aangehouden worden, aan anders problemen kunnen optreden.

ntie: geen kant en klaar mengsel van benzine- stations gebruiken!
Het verkrijgen van de juiste mengverhouding:
50:1 Bij gebruik van DOLMAR tweetaktolie, d.w.z. 50 delen brandstof mengen met 1 deel olie.
40:1 Bij gebruik van andere tweetaktoliën, d.w.z. 40 delen brandstof mengen met 1 deel olie.
ADVIES: Voor het verkrijgen van het juiste benzine/olie mengsel wordt de olie voorgemengd met de helft van de totaal benodigde hoeveelheid benzine, waarna de rest van de brandstof wordt toegevoegd. Voor het vullen van de tank van de motorkettingzaag eerst het mengsel goed schudden.




text_image
Brandstof +| 1000 cm3 | (1 liter) | 20 cm | 3 |
| 5000 cm3 | (5 liter) | 100 cm | 3 |
| 10000 cm3 | (10 liter) | 200 cm | 3 |


25 3
125 cm ^3
250 cm ^3
Het is niet zinvol uit overdreven veiligheidsbewustzijn het olie-aandeel in het tweetaktmengsel te vergroten ten opzichte van de aangegeven mengverhouding. Dit veroorzaakt nl. meer verbrandingsresten. Deze belasten het milieu en verstoppen het uitlaatkanaal in de cilinder evenals de geluidsdemper. Ook stijgt hierdoor het brandstofverbruik en neemt het vermogen af.
Opslag van brandstof
Brandstoffen zijn slechts in beperkte mate geschikt voor opslag. Brandstof en brandstofmengsels verouderen. Te lang opgeslagen brandstof en brandstofmengsels kunnen daardoor leiden tot startproblemen. Koop niet meer brandstof in dan in enkele maanden wordt verbruikt.
Brandstof uitsluitend in toegelaten containers droog en veilig opslaan!
HUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN!
Minerale olieprodukten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij her haaldelijk en langdurig contact droogt de huid uit. Diverse huidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Bovendien zijn allergische reacties bekend. Contact van de ogen met olie veroorzaakt irritaties. Bij oogcontact direct het betreffende oog met schoon water uitspoelen.
Bij aanhoudende irritatie direct een arts bezoeken!
D
Zaagkettingolie

Voor het smeren van de zaagketting en de zaaggeleider moet zaagkettingolie met een hechtmiddeltoevoeging gebruikt worden. De hechtmiddeltoevoeging in de zaagkettingolie voor -komt een te snel wegslingeren van de olie.
Om het milieu te sparen wordt het gebruik van biologisch af -breek bare zaagkettingolie aangeraden. In sommige plaatselijke verordeningen wordt het gebruik van biologisch afbreekbare olie verplicht gesteld.
De door DOLMAR aangeboden zaagkettingolie BIOTOP wordt op basis van geselecteerde plantenoliën vervaardigd en is 100% biologisch afbreekbaar. BIOTOP is bekroond met de blauwe milieu-engel (RAL UZ 48).

BIOTOP zaagkettingolie is leverbaar in de volgende verpak kingsgroottes:
1 I Bestelnummer 980 008 210
5 | Bestelnummer 980 008 211
20 I Bestelnummer 980 008 213
Biologisch afbreekbare kettingolie is slechts beperkt houdbaar en dient binnen 2 jaar na de fabricagedatum die op de ver pakking staat gedrukt te worden opgemaakt.
E
Belangrijke aanwijzing aangaande bio-olie voor zaag kettingen
Bij een bultenbedrijfsstelling op langere duur moet de olietank worden leeggemaakt, waama er een kleine hoeveelheid motorolie (SAE 30) moet worden ingegoten. Daarop de zaag enige tijd laten lopen, om alle resten bio-olie uit de tank, het olieleidingssysteem en de zaaginrichting te spoelen. Deze maatregel is noodzakelijk, omdat verschillende bio-olies ertoo noigen plakkerig te
worden, waardoor schade aan de oliepomp of aan oliegeleidende machinedelen kan optreden. Bij hernieuwde ingebruikname weer met BIOTOP-zaagkettingolie vullen. Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte of ongeschikte zaagkettingoliën vervalt iedere aanspraak op garantie.
Uw vakhandelaar informeert u graag over gebruik en toepassing van zaagkettingolie.

text_image
Afgewerkte olie
Afgewerkte olie is zeer schadelijk voor het milieu ! Afgewerkte olie bevat hoge concentraties van stoffen waarvan bewezen is dat ze kankerverwekkend zijn. De vervuiling in afgewerkte olie veroorzaakt verhoogde slijtage aan de oliepomp en het zaagmechaniek.
Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte of ongeschikte zaagkettingoliën vervalt iedere aanspraak op garantie.
Uw vakhandelaar informeert u graag over gebruik en toepassing van zaagkettingolie.
HUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN!
Minerale olieprodukten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij herhaaldelijk en langdurig contact droogt de huid uit. Diverse huidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Bovendien zijn allergische reacties bekend.
Contact van de ogen met olie veroorzaakt irritaties. Bij oogcontact direct het betreffende oog met schoon water uitspoelen.
Bij aanhoudende irritatie direct een arts bezoeken!
A

De omgang met brandstoffen vereist een voorzichtige en zorgvuldige handelwijze.
Uitsluitend bij uitgeschakelde motor!
Rondom de vulopeningen goed schoonmaken, zodat er geen vuil in de tanks komt.
Tankdop erafschroeven en tot aan de onderkant van de vulpijp opvullen. Voorzichtig gieten om morsen van brandstof of zaagkettingolie te vermijden.
De tankdop weer tot de aanslag vastdraaien.
De tankdop en zijn omgeving na het tanken schoonmaken en op dichtheid controleren!
Smering van de zaagketting

Om de zaagketting voldoende te kunnen smeren moet de tank voldoende gevuld zijn. De tankinhoud is genoeg voor onze veer een half uur continu bedrijf. Tijdens het werk controleren, of voldoende kettingolie in de tank is, zo nodig navullen. Uitsluitend bij uitgeschakelde motor!
B
Kettingsmering afstellen
Uitsluitend bij uitgeschakelde motor!

De olietoevoerhoeveelheid kan met de afstelschroef (1) worden geregeld. De toevoer kan met de combinatiesleutel worden veranderd.
Aanbevolen instelling:
- bij zaaggeleider met 25 cm snijlengte
- bij zaaggeleider met 30 cm snijlengte
- bij zaaggeleider met 35 cm snijlengte
- bij zaaggeleider met 40 cm snijlengte


Voor een probleemloze werking van de oliepomp moeten de olietoevoergroef in het krukashuis (2) en de olietoevoerboring in de zaaggeleider (3) regelmatig gereinigd worden.

Zaag nooit met onvoldoende kettingsmering. Hiermee verkort u de levensduur van de zaaginrichting!
Controleer vóór het begin van de werkzaamheden altijd het oliepeil in de tank en de controleer ook de olietoevoer.
De olietoevoer kan op als volgt gecontroleerd worden:
Start de motorkettingzaag (zie hoofdstuk „Motor starten“).
Houd de lopende zaagketting ongeveer 15 cm boven een boomstam of de grond (leg er iets onder als bescherming).
Bij voldoende smering vormt zich een licht oliespoor door de afgeslingerde olie. Bij voldoende smering ontstaat door afspattende olie een geringe oliespoor. Let op de windrichting en stelt u zich niet onnodig aan de smeeroliemist bloot!
Aanwijzing:
Na het buitenbedrijfstellen van het apparaat is het normaal, dat gedurende enige tijd nog resten van kettingolie eruitlopen, die nog in het olieleidingssysteem en aan de zaaggeleider en de ketting voorhanden zijn. Hierbij is geen sprake van een defect!
Gebruik een geschikte onderlegger.

De motorkettingzaag mag pas gestart worden na volledig te zijn samengebouwd en controle!
Op minstens 3 m afstand van de plek waar getankt wordt.
Zorg dat u stabiel staat en leg de motorkettingzaag zo op de grond leggen dat de zaaginrichting vrij van de grond blijft.
Kettingrem inschakelen (blokkeren).
Pak de achterste handgreep goed beet en druk de kettingzaag stevig tegen de grond. Zet daarbij ook nog uw knie op diezelfde handgreep.
BELANGRIJKE WENK: De chokehendel (5) is aan de gashendel (1) gekoppeld. Deze springt in zijn uitgangspositie zodra de gashendel wordt ingedrukt.
Als op de gashendel vóór het aanspringen van de motor wordt gedrukt, moet de chokehendel (5) weer in de overeenkomstige positie worden gedraaid.
Koudstart



Brandstofpomp (6) door meermaals drukken in gang brengen tot de brandstof in de pomp zichtbaar wordt.
De kortsluitschakelaar (3) naar voren in de richting van de pijl duwen.
De chokehendel (5) naar boven draaien (zie afbeelding "Koudstart"). Hierbij wordt tegelijkertijd de halvegasvergrendeling geactiveerd.
De starchendel (4) langzaam tot aan de voelbare weerstand uittrekken (de plunjer staat dan juist vóór het bovenste dode punt).
Trek de kabel nu snel en krachtig verder uit tot er een eerste hoorbare ontsteking volgt.
ATTENTIE: De starterkabel niet meer dan ca. 50 cm uittrek ken en altijd langzaam met de hand terugbrengen. Voor een goede start is het belangrijk, dat de startsnoer snel en stevig wordt doorgetrokken.
De chokehendel (5) naar beneden draaien (zie afbeelding "Warme start") en opnieuw aan de startkabel trekken. Van zodra de motor loopt, de handgreep vastnemen (veiligheidsschakelaar (2) wordt door de handpalm ingedrukt) en de gashendel (1) bedienen. De halvegasvergrendeling wordt opgeheven en de motor loopt in vrijloop.
Attentie: De motor moet na de start onmiddelijk in de vrijloop worden gezet, daar anders schade aan de kettingrem kan optreden.
Nu de kettingrem lossen.
Warme start

Zoals onder koudstart beschreven, maar alvorens aan de starterkabel te trekken, de chokehendel (5) eenmaal kort in de stand "koudstart" draaien en vervolgens meteen in de stand "warme start" terugdraaien (hierbij wordt de halvegasvergren- deling geactiveerd).
Belangrijke opmerking: Indien de brandstoftank volledig werd opgebruikt en de motor door een gebrek aan brandstof tot stilstand is gekomen, dient u na het bijtanken de brandstofpomp (6) meermaals in te drukken, tot er brandstof in de pomp te zien is.
Afzetten van de motor

Zet de kortsluitschakelaar (3) in de STOP-stand.
B
Kettingrem controleren
De kettingrem moet elke keer vóór werkbegin worden gecontroleerd.
De motor zoals beschreven starten (een vellige stand innemen en de motorzaag zodanig op de grond zetten, dat het zaagwerk vrij staat).
De beugelgreep met één hand stovig omvatten, de andere hand aan de handgreep.
De motor op halve toeren laten lopen en met de rug van de hand de handbeschermer (7) in de richting van de pijl drukken tot de kettingrem blokkeert. Nu moet de zaagketting onmiddel- lijk tot staan komen.
De motor onmiddellijk in zijn vrij zetten en de kettingrem weer loszetten.
Attentie: Indien de zaagketting na deze controle niet onmiddellijk tot stilstand komt, mag men in geen geval met het werk beginnen. U moet dan de hulp van een DOLMAR servicewerkplaats inroepen.

Het instellen van de carburateur mag pas gebeuren na de volledige montage en controle van het apparaat! Instellingen zonder toerenteller zijn niet toegestaan!
Het instellen van de carburateur dient ter verkrijging van een optimaal functioneren, een zuinig verbruik en bedrijfsveiligheid. De instelling moet gebeuren bij een warme motor, zuivere luchtfi Iter en correcte montage van het snijgereedschap. U dient de instelling van de carburateur in elk geval door een DOLMAR-servicedienst te laten uitvoeren, daar verkeerde instellingen tot motorschade kunnen leiden.
Omwille van nieuwe emissienormen worden de instelschroeven (H) en (L) van de carburateur van begrenzingen voorzien. Door de zo beperkte instelmogelijkheid (ca. 180 graden) wordt een te vette carburateurinstelling verhinderd. Dit garandeert dat de emissienormen worden aangehouden en tevens een optimaal motorvermogen en zuinig brandstofverbruik.
Voor een optimale instelling is een toerenteller (8, Bestelnr. 950 233 210) benodigd, daar een overschrijden van het hoogst toelaatbare toerental tot overhitting en tekort aan smeerolie leidt. Gevaar van motorschade!
Fabrieksinstelling van de instelschroeven (H) en (L): tot kort voor de aanslag (tegen de klok in) uitgedraaid.
Het instellen van de carburateur gebeurt met een schroevendraaier (9, kopbreedte 4 mm, bestelnummer 944 340 001).
Voor een juiste instelling zijn de volgende arbeidsstappen nodig:
Controle van de instelschroef (H)

Alvorens te starten, dient u zich ervan te vergewissen dat de instelschroef (H) tegen de klok in tot de voelbare aanslag is uitgedraaid. De begrenzingen beschermen de motor niet tegen verarming (te weinig smeermiddel)!
- Motor starten en warm laten lopen (3-5 minuten)
- Stationairgang instellen
- Acceleratie controleren
- Het hoogst toelaatbaar toerental instellen
- Stationairgangstoerental controleren

Het stationairgangstoerental overeenkomstig de technische gegevens instellen.
Draaien naar rechts van de instelschroef (S): het stationairgangstoerental stijgt aan. Naar links draaien (tegen de wijzers van de klok in): het stationairgangstoerental neemt af. Het snijgereedschap mag niet meelopen!
3. Controleren van de acceleratie

Bij bediening van de gashendel moet de motor zonder overgang van stationairgang op hoge toerentallen accelereren. De instelschroef (L) in kleine stappen tegen de klok in uitdraaien, tot de goede acceleratie gegeven is.
4. Instellen van het hoogste toerental

Het hoogste toerental instellen door minimaal regelen van instelschroef (H) volgens de technische gegevens. Erin draaien van instelschroef (H) met de wijzers van de klok mee (rechtsom): het toerental neemt toe. In geen geval het maximaal toelaatbare toerental overschrijden!
5. Controleren van het stationairgangstoerental

Na het instellen van het hoogst toelaatbare toerental het stationairgangstoerental controleren (Het snijgereedschap mag niet meelopen!).
Het instelproces vanaf punt 2 herhalen totdat het stationairgangstoerental, goede acceleratie en het hoogst toelaatbare toerental bereikt zijn.

ATTENTIE: Bij alle werkzaamheden aan zaaggeleider en zaagketting te allen tijde de motor afzetten, de bougiestekker eraf trekken (zie Bougie vervangen) en beschermende handschoenen dragen!
De zaagketting moet worden geslepen, wanneer:
zaagselachtige spaanders ontstaan bij het zagen van vochtig hout.
de ketting ook bij grote druk slechts met moeite in het hout trekt. de snijkant zichtbaar beschadigd is.
Het zaagmechaniek in het hout eenzijdig naar links of rechts verloopt. De oorzaak hiervan is een ongelijkmatige scherpte van de zaagketting.
Belangrijk: vaak slijpen, weinig materiaal afslijpen!
Voor eenvoudig naslijpen zijn in de meeste gevallen twee tot drie streken van de vijl voldoende.
Nadat men de ketting meerdere malen zelf nageslepen heeft moet de zaagketting in de servicewerkplaats nageslepen worden.

text_image
0,65 mm (.025") 0,65 mm (.025") a a min. 3 mm (0.11") aB
Slijpkriteria:
ATTENTIE: Uitsluitend voor deze motorzaag toegelaten kettingen en zaaggeleiders gebruiken (zie uittreksel uit de reserve onder delenlijst)!
Alle zaagtanden moeten even lang zijn (maat a). Verschillen in hoogte van de zaagtanden betekenen een ongelijkmatige loop van de ketting en kunnen kettingbreuk veroorzaken!
Minimumlengte zaagtand = 3 mm. Wanneer de minimum lengte bereikt is, de kettingzaag niet meer slijpen. Er moet dan een nieuwe kettingzaag worden opgelegd (zie uittreksel uit de reserveonderdelenlijst en het Hoofdstuk „Nieuwe zaagketting“).
De afstand tussen de dieptebegrenzers (ronde neus) en de snijkant bepaalt de spaandikte.
De beste zaagresultaten worden bereikt met een afstand van 0,65 (.025") tussen de dieptebegrenzers.
ATTENTIE: Een te grote afstand vergroot het gevaar van terugslag!

De slijphoek van 30° moet bij alle zaagtanden zonder uitzondering dezelfde zijn. Verschil in de hoeken veroorzaakt een ruwe en onregelmatige kettingloop, vergroot de slijtage en kan leiden tot kettingbreuk!
De snijhoek van de zaagtand van 85° volgt uit de indringdiepte van de rondvijl. Als de voorgeschreven vijl op een juiste wijze gebruikt wordt ontstaat de correcte snij hoek vanzelf.

text_image
30° 30°
text_image
85° 85°C
Welke vijl en hoe deze te gebruiken
Gebruik een speciale ronde vijl, met een diameter van 4 mm, om de zaagtanden aan te scherpen. Normale rondvijlen zijn ongeschikt. Zie de accessoirelijst voor het bestelnummer.
De vijl mag alleen bij de voorwaartse streek (pijl) vijlen. De vijl moet bij het terughalen vrij van het materiaal gehouden worden.
De kortste snijtand wordt als eerste geslepen. De lengte van deze tand is dan de uitgangsmaat voor alle andere snijtanden van de zaagketting.
Vijl haaks houden (90° ten opzichte van zaaggeleider).

text_image
90°D
De vijlhouder vergemakkelijkt de vijlgeleiding, hij is voorzien van markeringen voor de korrekte slijphoek van 30° (de markeringen parallel aan de zaagketting laten lopen) en begrenst de insteekdiepte (4/5 van de vijl doorsnee). Zie de accessoirelijst voor het bestelnummer.

text_image
4/5 EE
Aansluitend op het naslijpen de hoogte van de diepte begrenzers controleren met de kettingmaatlat. Zie de acces soirelijst voor het bestelnummer.
Ook de geringste uitsteekhoogte met een speciale vlakke vijl verwijderen (12). Zie de accessoirelijst voor het bestel nummer.
Dieptebegrenzer aan de voorzijde opnieuw afronden (13).

De binnenruimte van het kettingwiel schoonmaken, beschermhuls van de kettingvanger controleren en zo nodig vervangen
ATTENTIE: Bij alle werkzaamheden aan zaaggeleider en zaagketting te allen tijde de motor afzetten, de bougiestekker eraf trekken (zie Bougie vervangen) en beschermende handschoenen dragen!
ATTENTIE: De motorkettingzaag mag pas gestart worden na volledig te zijn samengebouwd en controle!
Kettingwielbeschermer (4) afnemen (zie Hoofdstuk „INBE-DRIJFNAME“ A-B) en binnenruimte met een kwast of zachte borstel schoonmaken.
Zaagketting (3) en zaaggeleider (2) eraf nemen.
ADVIES:
Erop letten, dat er geen vuilresten in de oliegeleidingsgleuf (1) en aan de kettingspanner (6) blijven hangen.
Voor montage van zaaggeleider, zaagketting en kettingwielbeschermer zie Hoofdstuk „INBEDRIJFNAME“.
Beschermhuls van de kettingvanger:
De beschermhuls (5) van de kettingvanger op zichtbare beschadigingen controleren en zo nodig vervangen.
De beschermhuls stevig naar boven eraf trekken en daarna een nieuwe huls aanbrengen.
A

Zaaggeleider schoonmaken, het kettingwiel smeren
ATTENTIE: Beslist werkhandschoenen dragen.
De loopvlakken van de zaaggeleider moeten regelmatig op beschadigingen worden gecontroleerd en met daartoe geschikt gereedschap worden schoongemaakt.
Als de kettingzaag intensief gebruikt wordt dan is het absoluut noodzakelijk om het voorste tandwiel regelmatig (eens per week) te smeren. U doet dit door de kleine opening, met een diameter van ca. 2 mm, aan de voorkant van de kettinggeleiding door te prikken en helemaal vrij en schoon te maken. Daarna drukt u er een kleine hoeveelheid universeel vet in.
Universele vetten en vetpompen zijn beschikbaar als accessoire.
ATTENTIE: Uitsluitend voor deze motorzaag toegelaten kettingen en zaaggeleiders gebruiken (zie uittreksel uit de reserveonder delenlijst)!
Voordat een nieuwe zaagketting omgelegd wordt moet aller eerst de staat van het kettingwiel (7) gecontroleerd worden.
Kettingwielbeschermer afnemen (zie Hoofdstuk „INBEDRIJF-NAME“ A - H)
ATTENTIE: Ingelopen kettingwielen (8) kunnen beschadigingen van de nieuwe zaagketting veroorzaken en moeten vervangen te worden.
Vervangen van koppelingstrommel met kettingwiel
Zo nodig de kettingrem ontspannen.
Borgring (11) met combisleutel losmaken, revet (10) eraf nehmen.
Koppelingstrommel met kettingwiel (9) aftrekken en nieuwe koppelingstrommel met kettingwiel in omgekeerde volgorde aanbrengen.

text_image
7 8 9 10 11 CBenzine fi Iter vervangen
Het filtervilt (12) van de benzine filter kan tijdens het gebruik uitzetten. Om een probleemloze brandstoftoevoer naar de carburator te garanderen moet het filtervilt ongeveer eens per drie maanden vervangen worden.
De benzine fi Iter voor het wisselen met een draadhaak door de tankvulopening trekken.

text_image
12 DLuchtfi Iter schoonmaken STOP
Haal het filterdeksel (14) eraf nadat u de schroef (13) heeft losgedraaid.
BELANGRIJK: Dek de carburatoropening af met een schone doek om te vermijden dat er vuildeeltjes in kunnen vallen.
Luchtfi Iterinzet wegnemen.
OPPASSEN: Om verwondingen aan de ogen te voorkomen is het verboden om vuildeeltjes uit de carburator te verwijderen, door ze eruit te blazen. U mag het luchtfilter ook niet met brandstof schoonmaken.
Maak het luchtfi Iter met een kwast of zachte borstel schoon.
Een sterk vervuild luchtfi Iter in lauwwarm zeepsop zoals in gewone vaatwasmachines gebruikt, uitwassen.
Luchtfi Iter goed droogmaken.
Bij grove vervuiling vaker schoonmaken (meermaals per dag), daar alleen een zuivere luchtfi Iter het volle motorvermogen garanderen.
ATTENTIE: Beschadigte lucht onmiddelijk vervangen!
Afgescheurde stukken weefsel en grof vuil kunnen de motor onherstelbaar beschadigen.

text_image
13 14E

text_image
1 A 0,5 mmBougie vervangen


ATTENTIE:
Bougie of bougiedop mogen niet bij lopende motor aangeraakt worden (hoogspanning!).
Onderhoudswerkzaamheden uitsluitend bij uitgeschakelde motor uitvoeren. Bij hete motor gevaar van verbranding. Beschermhand schoenen dragen!
Bij beschadiging van de isolator, sterke verbranding van de elektroden, of sterk vervuilde electroden, moet de bougie vervangen worden.
Bougiestekker (1) van de bougie af trekken. De bougie uitsluitend met de meegeleverde combisleutel eruitnemen.
ATTENTIE: Bij vervanging uitsluitend de bougie NGK BPMR 7A gebruiken.
Elektroden afstand
De elektrodenafstand moet 0,5 mm zijn.

Maak de vier schroeven (2) los. Het ventilatorhuis (3) wegnemen.
Resten van de oude kabel verwijderen.
De schroef (4) uitdraaien. Kabeltrommel (7) vasthouden en de meenemer (5) en veer (6) afnemen.
LET OP! Gevaar van letsel! De terughaalveercassette (9) is niet geborgd en kan uit het ventilatorhuis vallen. De terughaalveer staat onder voorspanning en kan daarbij uit de cassette springen! Een uitgesprongen voor kan overeenkomstig de tekening weer worden ingezet (op de draairichting letten!).
De terughaalveercassette (9) tegen naar buiten glijden beveiligen en de kabeltrommel (7) voorzichtig aftrekken.
Een nieuwe kabel (ø 3 mm, 900 mm lang) inrijgen zoals op de afbeelding getoond (let op schijf (11)) en de beide uiteinden van een knoop voorzien.
De knoop (12) in de kabeltrommel (7) en in de startgreep (10) trekken.
De kabeltrommel opzetten, deze daarbij iets draaien tot de terughaalveer grijpt.
De meenemer (5) en veer (6) monteren, de schroef (4) indraaien en vastschroeven.
De kabel in de uitsparing (8) naar de kabeltrommel voeren en de kabeltrommel mét de kabel twee maal rechtsom (met de wijzers van de klok mee) draaien.
De kabeltrommel met de linker hand vasthouden en met de rechter hand de verdraaïng van de kabel opheffen, de kabel strak trekken en vasthouden.
De kabeltrommel voorzichtig los laten. De kabel wordt door de veerkracht op de kabeltrommel gewikkeld.
Dit proces drie- tot vier keer herhalen. De startgreep moet nu rechtop op het ventilatorhuis staan.
ATTENTIE: Gevaar van letsel! De uitgetrokken startgreep vastmaken, daar deze terugschiet als de kabeltrommel per ongeluk losgelaten wordt.
OPMERKING: Bij geheel uitgetrokken startkabel moet de kabeltrommel minstens 1/4 toer tegen de veerkracht in verder kunnen worden gedraaid.
Bij het terugplaatsen van de ventilatorkast kan het nodig zijn om de starterkabel lichtjes aan te trekken om de kabeltrommel te laten „aanslaan“.
B
Terughaalveer-cassette vernieuwen

Het ventilatorhuis en de kabeltrommel demonteren en monteren (zie „Vervangen van de starterkabel“).
De terughaalveer-cassette (9) voorzichtig uit de ventilatorkast nemen.
ATTENTIE:
Gevaar van letsel! Een gebroken veer kan eruit springen.
Voorzichtig een nieuwe terughaalveer-cassette inbouwen.

text_image
9 CUitlaat maken
en
knalpot


s

ATTENTIE: Zolang de motor nog heet is bestaat er verbrandingsgevaar. Draag veiligheidshandschoenen!
Verwijder de tandwielkast (zie hoofdstuk „INGEBRUIKNEMING“ fi guur B).
Uit de uitlaatopeningen (13) van de geluidsdemper de roetafzetsels verwijderen.
Cilindermotorruimte schoonmaken
Verwijder de tandwielkettingbescherming (zie „INGEBRUIK-NEMING“ fi guur B).
Zo nodig de geluidsdemper demonteren door losdraaien en verwijderen van 3 schroeven (16).
Met een lap de cilinderopening (17) afsluiten.
De cilinderruimte (18), in het bijzonder de cilindervleugels, met een geschikt werktuig (houtschraper) schoonmaken.
De lap uit de de cilinderopening verwijderen en de geluidsdemper zoals op de afbeelding getoond weer aanbrengen.
De pakking (15) en de warmtegeleiplaat (14) zo nodig door nieuwe delen vervangen. Resten van de oude pakking voorzichtig van de geluidsdemper verwijderen.
Op de inbouwligging letten! De warmtegeleiplaat moet tegen de cilinder liggen, om de warmteovergang te verzekeren.
De schroeven (16) bij koude motor met 10 Nm vastdraaien.

Periodieke onderhouds- en reingingsvoorschriften
Voor een lange levensduur alsook ter voorkoming van schades en ter waarborging van het volledig functioneren van de veiligheidsvoorzieningen moeten de hierna beschreven onderhoudstaken regelmatig uitgevoerd worden. Garantieclaims worden alleen dan toegelaten, indien deze taken regelmatig en zoals voorgeschreven uitgevoerd zijn. Bij niet-inachtneming bestaat er gevaar voor ongelukken!
Gebruikers van motorkettingzagen mogen alleen de onderhouds- en reinigingswerkzaamheden uitvoeren die beschreven zijn in deze gebruiksaanwijzing. Alle overige werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door een DOLMAR service werkplaats.
Bladzijde
| Algemeen Gehele motorzaag Van buiten schoonmaken en op beschadigingen controleren.Bij beschadigingen direct een vakkundige reparatie latenuitvoeren.Zaagketting Regelmatig naslijpen, tijdig vernieuwen. 44-45Kettingrem Regelmatig in de servicewerkplaats laten controleren.Zaaggeleider Omdraaien, opdat de belaste loopvlakken gelijkmatig ver-slijten. Tijdig | |||
| Voor iedereinbedrijfnameKettingsmeringlaar, gashendelOlietankdop | ZaagkettingZaaggeleiderWerking controleren.KettingremSTOP-schakelaar,veiligheidsWerking controleren.Brandstof-Controleren op goede afsluiting. | Op beschadigingen en scherpte controleren.Kettingspanner controleren.Controleren op beschadigingen.41Werking controleren.sperschake-en | 44-4538 |
| DagelijksZaaggeleider Controloren op beschadigingen, Olietoevoerboring reinigen. 41Zaaggeleider montagevlakReinigen, in het bijzonder de olietoevoergroef. Stationair toerental Controleren (ketting mag niet meelopen). 43-44 | 4741, 46 | ||
| WekelijksGeluidsdemper | VentilatorhuisCilinderruimteBougieOp slijtage (aanvreten)Beschermhulskettingvanger | Schoonmaken, om een ongehinderde toevoer van koellucht te waarborgen.SchoonmakenWerking en staat controleren, indien nodig vervangen.controleren, 49 voorOp beschadigingen controleren, zo nodig vernieuwen | 494846 |
| ledere 3 maandenBrandstof- en olietank | Benzine filterSchoonmaken | Vervangen | 47 |
| OpslagBij beschadigingen direct een vakkundige reparatie latenuitvoeren.Zaagketting enzaaggeleiderGeleidingsgroef van de zaaggeleider reinigen. 46Brandstof- en olietank | Gehele motorzaagDirect een vakkundige reparatie latentDemonteren, reinigen en licht inoliënLeegmaken en reinigenCarburator | Van buiten schoonmaken en op beschadigingen controleren. | |
WERKPLAATSSERVICE, RESERVEDELEN EN GARANTIE
Onderhoud en reparaties
Onderhoud en reparatie van moderne motorkettingzagen evenals de veiligheidsgevoelige hoofdonderdelen vereisen een gekwalificeerde vakopleiding en een van speciaal gereedschap en testapparatuur voorziene gespecialiseerde werkplaats.
DOLMAR adviseert daarom alle niet in deze gebruiksaanwijzing omschreven werkzaamheden door een DOLMAR servicewerkplaats uit te laten voeren. De vakman beschikt over de noodzakelijke opleiding, ervaring en uitrusting om u steeds met zo weinig mogelijk kosten een oplossing te bieden en helpt u met raad en daad.
In de bijgeleverde lijst vindt u de dichtstbijgelegen servicewerkplaats.
Reserveonderdelen
Betrouwbaarheid, levensduur en veiligheid van uw machine is ook afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte reserveonderdelen.
Alleen originele DOLMAR-reserveonderdelen gebruiken, die door het teken


zijn gekenmerkt.
Alleen de originele onderdelen komen uit dezelfde fabriek als de machine en garanderen daarom de beste kwaliteit van materiaal, maatvastheid, werking and veiligheid.
Originele reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij uw vakhandelaar. Deze beschikt over de noodzakelijke reserveonderdelenlijsten en wordt doorlopend op de hoogte gehouden van verbeteringen en veranderingen in het aanbod van reserveonderdelen.
Houdt u ook rekening met het feit dat, bij gebruik van niet originele DOLMAR onderdelen, het verlenen van garantie door de DOLMAR-organisatie niet mogelijk is.
Garantie
DOLMAR garandeert een uitstekende kwaliteit en vergoedt de kosten van verbeteringen door vervanging van de beschadigde onderdelen in geval van materiaal- of fabricagefouten die binnen de garantie na de datum van aankoop optreden.
Houdt u er rekening mee dat in sommige landen specifieke garantievoorwaarden gelden. Vraagt u dit na bij de verkoper in geval van twijfel. Deze is als verkoper van het produkt verantwoordelijk voor de garantie.
De volgende schadeoorzaken vallen buiten de garantie. Wij vragen hiervoor uw begrip:
- Niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing.
- Achterwege laten van noodzakelijke onderhouds- en reinigingswerkzaamheden.
- Schade als gevolg van een onjuiste carburatorinstelling.
- Normale slijtage.
- Duidelijke overbelasting door aanhoudende overschrijding van de maximaal toegestane belasting.
- Gebruik van niet goedgekeurde zaaggeleiders en zaagkettingen.
- Gebruik van niet goedgekeurde zaaggeleider- en zaagkettinglengten.
- Gebruik van geweld, onoordeelkundige behandeling, misbruik of ongevallen.
- Schade door oververhitting als gevolg van vervuiling van het ventilatorhuis.
- Ingrepen door ondeskundige personen of ondeskundige reparatiepogingen.
- Gebruik van ongeschikte reserveonderdelen, resp. niet-originele DOLMAR onderdelen, voorzover deze schade kunnen veroorzaken.
- Gebruik van ongeschikte of te lang opgeslagen brandstoffen.
- Schade die terug te voeren is tot voorwaarden bij verhuur.
Reinigings-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden vallen niet onder de garantie. Alle voorkomende garantiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een DOLMAR vakhandelaar.
Storingzoeken
| Storing | Systeem Constatering | Oorzaak | |
| Ketting loopt niet Kettingrem | Motor loopt Kettingrem ingeschakeld | ||
| Motor start niet Ontstekings of zeer onwillig | Ontstekingsvonk installatie | fout in de brandstoftoevoer, aanwezigGeen ontstekingsvonk | compressiesysteem, mechanisch defect.STOP-schakelaar bediend, fout of kortsluiting in de bedrading, bougiestekker, bougie defect. |
| Brandstof toevoer | Brandstoftank is vol | Choke in een onjuiste stand, carburator defect, benzine filter vervuild, brandstofleiding geknikt of onderbroken. | |
| Compressie systeem | Binnenin de motorkettingzaag beschadigd.Buitenzijde van de motorkettingzaag | Dichting van de krukkast defect, beschadigde radiale afdichtringen, cilinder- of zuigerringen | |
| Mechanisch | Starter grijpt niet aan | Bougie dicht niet goed afVeer in de starter gebroken, kapotte onderdelen binnenin de motor. | |
| Problemen bij warme start | Carburator | Brandstof in de tank en ontstekingsvonk aanwezig | Foute carburatorafstelling. |
| Motor slaat aan maar slaat diect weer af | Brandstoffoevoer | Brandstof in de tank | Stationaire toerental fout afgesteld, benzine filter of carburator vervuild.Tankbeluchting defect, brandstofleiding onderbroken, kabel beschadigd, STOP-schakelaar defect |
| Onvoldoende vermogen | Er kunnen meerdere systemen tegelijkertijd betrokken zijn | Motorkettingzaag loopt stationair | Luchtfilter vervuild, foute carburatorafstelling geluiddemper verstopt, uitlaatkanaal in de cilinder vernauwd |
| Geen kettingsmering | Olietank, Oliepomp | Geen kettingolie op de | Olietank leeg zaagketting Olietoevoerboring vervuild |
Uittreksel uit de reserve-onderdelenlijst
Alleen originele DOLMAR-reserveonderdelen gebruiken. Voor reparaties en vervanging van andere onderdelen is uw DOLMAR service-werkplaats verantwoordelijk.
PS-3410 TH
DOLMAR


3 952 100 133 1 Kettingbeschermer voor 35-40 cm
4 941 719 131 1 Combisleutel SW 13/19
5 963 601 120 1 Benzine fi Iter
6 170 114 060 1 Tankdop kompleet
7 963 225 030 1 O-Ring ø 25 mm
8 021 164 010 1 Startkabel 3x900 mm
9 170 163 100 1 Terughaalveer-cassette
10 170 223 100 1 Kettingwiel 3/8" kompleet
11 965 603 021 1 Bougie
12 170 173 020 1 Luchtfi Iter
- 923 208 004 2 Zeskante moer M8
(voor de tandwielkastbevestiging)
- 170 213 100 1 Beschermhuls voor kettingvanger
Typeplaatje
Bij bestellen van reserveonderdelen opgeven!

text_image
DOLMAR PS-3410 TH 2005 123456 SERienummer Bouwjaar CE DOLMAR GmbH, 22045 Hamburg, Germany 170,100, XXXTec 129
text_image
(voor de tandwielkastbevest - 170 213 100 1 Beschermhuls voor kettingvan 3 10 5, 6, 7 8, 9 6, 7 11
Accessoires (niet meegeleverd)
15 953 100 090 1 Kettingmeetkaliber
16 953 004 010 1 Vijlheft
17 953 003 090 1 Rondvijl ø 4,0 mm
18 953 003 060 1 Vlakke vijl
19 953 030 010 1 Vijlhouder (med rondvijl ø 4 mm)
20 944 340 001 1 Carburatorschroevendraaier
- 980 008 107 1 tweetaktmotorolie (1 l)
- 980 008 106 1 tweetaktmotorolie (100 ml)
- 980 008 112 1 tweetaktmotorolie (1 l) Doseringsfl es
- 980 008 210 1 BIOTOP kettingolie (1 l)
- 980 008 211 1 BIOTOP kettingolie (5 l)
- 980 008 213 1 BIOTOP kettingolie (20 l)
- 949 000 035 1 Combi-jerrycan (voor 5l brandstof, 2,5l
zaagkettingolie)
Vi takker for din tillid!
Multifedt (best. nr. 944 360 000)