SPL-2TS - Audioapparatuur Dateq - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SPL-2TS Dateq in PDF-formaat.
| Type product | Geluidsdruksluis (SPL) met timer |
| Model | SPL-2TS |
| Merk | Dateq |
| Frontafmetingen (B x H) | 483 x 45 mm (19", 1HE) |
| Diepte | 175 mm |
| Nettogewicht | 3,5 kg |
| Voedingsspanning | 220-240 VAC / 50 Hz |
| Stroomverbruik | 20 W |
| Audio-ingangen | Gebalanceerde stereo links/rechts (XLR-3 female), Microfooningang (XLR-3 female) voor meetmicrofoon (alleen SPL3/3TS) |
| Audio-uitgangen | Gebalanceerde stereo links/rechts (XLR-3 male) |
| Frequentiebereik | 20 Hz - 20 kHz |
| Signaal-ruisverhouding | > 80 dB |
| THD+N | < 0,05% (CCIR-RMS) |
| Limiterdrempel (zonder microfoon) | -14 .. +6 dBu (instelbaar) |
| Limiterdrempel (met microfoon) | 80 .. 120 dBA (instelbaar) |
| Uitgangsreductie (zonder microfoon) | 0 .. -40 dB (instelbaar) |
| Externe demping | 0 .. -20 dB via 10 kΩ variabele weerstand |
| Timer | Ingebouwd, verdeelt dag in 3 tijdsloten, automatische zomer/wintertijd aanpassing |
| Signaleringsuitgangen | Reductie, Overbelasting (20V/10mA DC) |
| Veiligheid | Lees alle instructies, vermijd water en hitte, sluit alleen aan op geaarde netspanning, gebruik originele kabels |
| Reiniging | Gebruik de door de fabrikant aanbevolen methode (handleiding niet gespecificeerd, maar meestal droge doek) |
| Reserveonderdelen / Repareerbaarheid | Alleen gekwalificeerd personeel mag onderhoud uitvoeren; zelferstellende zekering; neem contact op met Dateq voor onderdelen |
| Inbegrepen accessoires | USB-stick met interfacesoftware, meetmicrofoon (voor SPL3/3TS) |
| Montage | 19" rek, 1U |
Veelgestelde vragen - SPL-2TS Dateq
Gebruikersvragen over SPL-2TS Dateq
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Audioapparatuur in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SPL-2TS - Dateq en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SPL-2TS van het merk Dateq.
GEBRUIKSAANWIJZING SPL-2TS Dateq
Veiligheidsinstructies
1 Alle veiligheidsinstructies, waarschuwingen en gebruiksaanwijzingen moeten als eerste gelezen worden.
2 Alle op het apparaat aanwezige waarschuwingen dienen opgevolgd te worden.
3 De gebruiksaanwijzing dient opgevolgd te worden.
4 Bewaar de gebruiksaanwijzing voor toekomstig gebruik.
5 Het apparaat mag nooit in de onmiddellijke nabijheid van water worden gebruikt; voorkom de mogelijkheid van binnentreden van water en vocht.
6 Het apparaat mag alleen geplaatst of gemonteerd worden op de door de fabrikant aanbevolen wijze.
7 Het apparaat moet zo geplaatst of gemonteerd worden, dat niets een goede ventilatie in de weg staat.
8 Het apparaat mag nooit in de onmiddellijke nabijheid van warmtebronnen zoals verwarming installatie delen, kachels, en andere warmte producerende apparatuur (onder andere versterkers) worden geplaatst.
9 Sluit het apparaat alleen aan op de juiste netspanning door middel van de door de fabrikant aanbevolen kabels, zoals beschreven in de gebruiksaanwijzing en/of vermeld op de aansluitzijde van het apparaat.
10 Het apparaat mag alleen worden aangesloten op een wettelijk goedgekeurde (rand)geaarde netspanningaansluiting.
11 De netspanningkabel of het netspanningsnoer dient zo gelegd, dat er redelijkerwijs niet overheen gelopen kan worden of geen voorwerpen op of tegenaan geplaatst kunnen worden welke de kabel kunnen beschadigen. Speciaal moet rekening gehouden worden met het punt waar de kabel vast zit aan het apparaat en waar de kabel vastzit aan de netspanningaansluiting.
12 Voorkom dat vreemde voorwerpen en vloeistoffen in het apparaat kunnen binnendringen.
13 Het apparaat dient op de door de fabrikant aanbevolen wijze gereinigd te worden.
14 De netspanningkabel of het netspanningsnoer dient, indien voor langere tijd het apparaat niet gebruikt wordt uit de netspanningaansluiting gehaald te worden.
15 In alle gevallen, wanneer er na een gebeurtenis gevaar ontstaat voor onveilige werking van het apparaat, zoals:
• na het beschadigd raken van de netspanningkabel of het netspanningsnoer
- na het binnendringen in het apparaat van vreemde voorwerpen of vloeistoffen (onder andere water)
• na een val van het apparaat of een beschadiging van de behuizing
- na het opmerken van een verandering in de werking van het apparaat moet het gecontroleerd worden door daarvoor bevoegd technisch personeel.
16 De gebruiker moet geen werkzaamheden aan het apparaat uitvoeren anders dan die in de gebruiksaanwijzing staan omschreven.
Inleiding

De steeds strenger wordende milieuwetgeving schrijft in veel gevallen voor dat geluidsinstallaties in ondermeer horecagelegenheden moeten worden voorzien van een geluidsbegrenzer. Deze begrenzer, of limiter, zorgt ervoor dat de gemiddelde geluidsdruk nooit boven een bepaald niveau kan komen. De SPL2, SPL2TS, SPL3 en SPL3TS zijn zulke limiters. Het maximum niveau is in te stellen met instelpunten op het front van de limiters, waarna deze instelpunten verzegeld kunnen worden met behulp van afdekplaatjes.
De vier verschillende Dateq SPL limiters vormen één familie. De SPL2 en SPL2TS werken zonder meetmicrofoon, terwijl de SPL3 en SPL3TS zijn voorzien van (meegeleverde) meetmicrofoon. De SPL2TS en SPL3TS zijn voorzien van een tijdklok waarmee het maximum geluidsniveau per tijd en dag verstelbaar is (zie tabel 1). Omdat de limiters in principe vrijwel gelijk aan elkaar zijn geldt deze handleiding voor alle limiters. Aanwijzingen die specifiek voor bepaalde types gelden, worden in de kantlijn voorzien van een logo met typeaanduiding.
Tabel 1 : functies per limitertype
Meetmicrofoon (voor- en nadelen)

In sommige gevallen (in Nederland per gemeente verschillend) zal het gebruik van een meetmicrofoon verplicht worden gesteld. Ook in het geval van "live"-muziek is het gebruik van een meetmicrofoon onontbeerlijk. Het gebruik van een meetmicrofoon kan echter zowel voor- als nadelen hebben.
- Het instellen van het maximum niveau gebeurt meestal overdag, in een lege zaal. Als vervolgens 's avonds de zaal gevuld is met publiek, zal er veel meer akoestische demping zijn. Zonder meetmicrofoon zal het maximum geluidsniveau dus bij een volle zaal beduidend lager liggen dan het niveau, zoals dit was ingesteld door de keurende instantie, met een lege zaal. In
het geval er wel een meetmicrofoon wordt gebruikt, zal deze dit verschil onderkennen, en dus toestaan dat de geluidsinstallatie iets meer vermogen mag leveren bij een volle zaal.
- Het gebruik van een meetmicrofoon kan ook juist nadelig werken. Vooral in kleinere ruimtes, waar het maximaal toegestane niveau aan de lage kant ligt (minder dan 100 dBA), zal het publiek in staat zijn boven de muziek uit te komen, bijvoorbeeld bij meezingen met de muziek. In dit geval zal de meetmicrofoon dit detecteren, waarna de limiter maar één ding kan doen, namelijk terugregelen van de muziek. Juist op die momenten zal dit een uiterst ongewenst effect geven.
De meetmicrofoon van de SPL3 en SPL3TS kan met behulp van een schakelaartje worden uitgeschakeld zodat eventueel geëxperimenteerd kan worden met en zonder meetmicrofoon. In de verderop besproken "live"-mode kan de limiter niet zonder meetmicrofoon werken.
Tijdklok
Een tijdklok aan boord van de limiter kan voordelen hebben indien het maximaal toegestane geluidsniveau bijvoorbeeld aan het begin van de avond hoger is dan aan het eind van de avond of begin van de morgen. Deze tijdklok schakelt de limiter dan automatisch over naar het op dat moment maximaal toegestane geluidsniveau. De tijdklok aan boord van de SPL2TS en SPL3TS wordt eenmalig op de juiste tijd ingesteld met de PC software van de installateur of meetdienst. De klok schakelt automatisch over tussen zomer- en wintertijd. De tijdklok deelt de dagen in 3 "TimeSlots". Voor ieder timeslot kan een bepaald maximaal niveau worden ingesteld. Ook het tijdstip van overgang tussen de timeslots kan uiteraard worden ingesteld.

Gebruik
De SPL-limiters zijn tijdens gebruik nagenoeg onmerkbaar aanwezig. Het is uiteraard aan te raden de limiter-drempel niet te ver te overschrijden. Zodra de drempel met meer dan 14dB wordt overschreden zal de OVERLOAD LED gaan knipperen. Tijdens normaal bedrijf zal deze situatie zich nooit voordoen.
Music-mode / Live mode
De SPL3/3TS-limiters kennen twee bedrijfsmodes: één speciaal voor muziek via een muziekinstallatie (Music mode), en één speciaal voor live bands (live mode).
- Op het moment dat signaal wordt aangeboden op de audioingang van de limiter staat de limiter in "Music mode". De DETECT-, REDUCTION- en OVERLOAD LED's geven dan de status van de limiter aan. Aangeboden signaal wordt teruggeregeld indien het audioniveau de maximum toelaatbare geluidsdruk overschrijdt.
- Als er geen signaal op de audioingangen van de limiter wordt aangeboden, terwijl de meetmicrofoon toch een overschrijding van het maximum geluidsniveau detecteert, schakelt de limiter in "live mode". De WARNING- en -SANCTION LED's geven dan de status van de SPL aan. In de "live mode" is de SPL3/3TS een echte "bewaker", omdat de limiter uiteraard niet in staat is op een actieve manier het geluid terug te regelen. Twee schakeluitgangen moeten zorgen dat gemeten geluidsniveau de maximaal toegestane geluidsdrempel niet overschrijden. De eerste uitgang (WARNING) kan een LED of een lamp (via een solidstate relais) bedienen, die de muzikant(en) kan waarschuwen wanneer het maximaal toegestane niveau wordt overschreden. De tweede uitgang kan een (solidstate relais) schakelaar bedienen die op zijn beurt de spanning van de versterker(s) van de livemuzikant(en) kan uitschakelen. Op het moment dat de muzikant(en) de waarschuwingen van de eerste uitgang blijft negeren, kan deze tweede uitgang sanctioneren door de spanning af te schakelen.
Tip

Probeer nooit de SPL3/3TS tegelijkertijd in music mode en live mode te gebruiken, door bijvoorbeeld een gedeelte van de instrumenten van een live band via de limiter te laten lopen, terwijl andere instrumenten ongeregeld blijven werken (drumstel!). De limiter zal dan ten onrechte proberen de instrumenten die hij wel kan terugregelen te verzwakken, zodat de onderlinge verhoudingen van instrumenten (en zang) volledig wordt verstoord. De limiter geeft overigens geen livewaarschuwing als ook audio op de ingang wordt aangeboden, dit omdat anders tijdens de Music mode deze waarschuwingslamp continu zou knipperen, de limiter regelt immers altijd precies tot het maximaal toegelaten niveau!
Aansluitingen
Om te voorkomen dat de aansluitingen gewijzigd kunnen worden nadat de limiter is ingeregeld en verzegeld, zijn de aansluitingen van de limiter na verzegeling niet meer toegankelijk. Verwijder om bij de aansluitingen van de limiter te komen het rechter (verzegelbare) afdekplaatje.

Draai nu bout (A) los met een torxschroevendraaier (zie tekening). Verwijder nu de 4 torxschroefjes (B) van het bovendeksel. Nu kan het deksel verwijderd worden. Til eerst de voorkant iets op, en schuif het deksel dan naar achteren. De aansluitplaat van de limiter wordt nu zichtbaar.


AUDIO XLR
1 Ground 2 Audio + 3 Audio -

| Pen | Functie | Type |
| 1 | Massa | A-GND |
| 2 | Audio + | In |
| 3 | Audio - | In |
| Pen | Functie | Type |
| 1 | Massa | A-GND |
| 2 | Audio + | In |
| 3 | Audio - | In |
| Pen | Functie | Type |
| 1 | Massa | A-GND |
| 2 | Audio + | Uit |
| 3 | Audio - | Uit |
| Pen Functie Type | ||
| 1 | externe verzwakking ingang (potmeter 10 kΩ lineair) | In |
| 2 reduction Uit | ||
| 3 overload Uit | ||
| 4 warning (alleen SPL 3 en SPL 3TS) Uit | ||
| 5 live mode OK (alleen SPL 3 en SPL 3TS) Uit | ||
| 6 Sanctie actief In | ||
| 9 mic in + (alleen SPL 3 en SPL 3TS) In | ||
| 21 mic in - (alleen SPL 3 en SPL 3TS) In | ||
| 10 audio in links + In | ||
| 22 audio in links - In | ||
| 11 audio in rechts + In | ||
| 23 audio in rechts - In | ||
| 12 audio uit links + Uit | ||
| 24 audio uit links - | Uit | |
| 13 audio uit rechts + | Uit | |
| 25 audio uit rechts - | Uit | |
| 18 TXD | ||
| 19 RXD | ||
| 7 en 8 | gnd | |
| 14-17, 20 | gnd | |
Aansluitingen

MIC IN
Achterop de SPL 3 en SPL 3TS is een symmetrische XLR-connector voor de standaard bijgeleverde meetmicrofoon. Zonder aangesloten microfoon zal de limiter niet werken, behalve als de microfoon is uitgeschakeld. De meegeleverde microfoonkabel kan zonder problemen verlengd worden (tot ongeveer 100 meter), maar let dan wel op de goede polariteit van de aansluiting. Monteer de meetmicrofoon aan de wand of plafond, op een dusdanige plaats dat de microfoon goed in het geluidsveld is geplaatst. Voorkom dat de microfoon een sterk gekleurd geluid ontvangt. Monteren in een nis is niet aan te raden. Ook bevestiging aan een wand of balk die bij bepaalde audiofrequenties resoneert kan problemen opleveren. Ervaring leert dat het zin heeft de microfoon zo ver mogelijk van publiek te monteren, zodat de verhouding "menselijk lawaai"/"elektronisch lawaai", zoveel mogelijk richting "elektronisch lawaai" neigt. Soms schrijft een overheid- of keurende instantie voor waar de microfoon moet worden bevestigd (bijvoorbeeld op de plaats met de meeste geluidslek naar buiten).
AUDIO IN L/R
Gebalanceerde ingangen voor links en rechts.
AUDIO OUT L/R
Gebalanceerde uitgangen voor links en rechts.
Externe volumeregeling is mogelijk via de "external attenuation" ingang op de DB25 connector. Op deze manier is het mogelijk om bijvoorbeeld op een andere plaats dan bij de apparatuur het volume te kunnen verminderen. Dit kan met een lineaire potmeter van 10 kΩ.

REDUCTION Aansluiting voor LED of solidstate relais, ten behoeve van externe indicatie van REDUCTION (+20 V / 10 mA DC)
OVERLOAD Aansluiting voor LED of solidstate relais, ten behoeve van externe indicatie van OVERLOAD (+20 V / 10 mA DC)

WARNING Aansluiting voor LED of solidstate relais, ten behoeve van externe indicatie van WARNING (+20V/10mA DC)

LIVE MODE OK Aansturing afschakelmechanisme "live" versterkers (normaal is de uitgang stroomvoerend (+20 V / 10 mA DC), in geval van sanctie niet.
SANCTIE ACTIEF Als de limiter in SPL2 mode werkt kan een extra sanctie worden geven bij oversturing. Als de limiter meer dan 14 dB wordt overstuurd kan het geluid extra worden verzwakt. Als deze functie gewenst is moet pen 6 met aarde (bijvoorbeeld pen 7) worden verbonden.
MAINS Netsnoer. De SPL-limiters werken op een netspanning van 220 .. 240 V AC.
Bediening

① Klok display. Het display geeft tijdens normaal bedrijf de huidige tijd aan, in 24-
3TS uursformaat. Op het moment dat de netspanning op de limiter wordt ingeschakeld,

loopt even de datum op het display voorbij. Op deze manier is eenvoudig te controleren of de klok wel goed is ingesteld.
De 3 LED's links geven aan in welk tijdslot de limiter zich bevindt. Zorg dat de installateur een lijst met indeling van de tijdsloten achterlaat, zodat achteraf altijd na te gaan is hoe de limiter staat geprogrammeerd. Naast de tijd kunnen op het display diverse andere meldingen verschijnen, waarvan hier een overzicht volgt:
23:18
Het display geeft normaal de tijd aan.
b P:2
De limiter bevindt zich in een bypassperiode. Het nummer geeft de bypassperiode aan. In dit geval is dat periode twee. Deze melding wisselt af met de tijd.
Err.3
De programmering van de timer in de limiter is verloren gegaan. De timer moet dan opnieuw worden geprogrammeerd om het probleem te verhelpen. Zolang het probleem niet is verholpen blijft de limiter in foutstand: het geluid wordt sterk gereduceerd.
Err.4
Er is tijdens het programmeren van de limiter iets misgegaan. Probeer het nog een keer. Zolang het probleem niet is verholpen blijft de limiter in foutstand: het geluid wordt sterk gereduceerd.
Err.5
Er is een interne fout geconstateerd in de limiter, waardoor de klok en het geheugen niet goed kunnen werken. Laat de limiter nakijken door een erkende reparateur.
② USB-connector. Via deze USB-connector is de leverancier, gemeente of een andere keurende instantie in staat de limiter te programmeren. Zij beschikken over een computerprogramma waarmee het één en ander is in te stellen. Per weekdag zijn 3 "Time Slots" in te stellen, per timeslot is een bepaald maximum niveau in te stellen. Ook is het mogelijk vooraf zogenaamde "bypassperiodes" in te stellen: data waarop de limiter mag worden afgeschakeld (bij speciale evenementen). Er kunnen 10 bypassperiodes worden voorgeprogrammeerd.
Indien keuringsinstanties of installateurs (nog) niet over de software beschikken, kunnen zij zich wenden tot DATEQ. Deze software is voor hen gratis beschikbaar. Deze software staat overigens wel op naam, deze naam wordt meegeprogrammeerd in de limiter zodat altijd achteraf te controleren is wie de limiter als laatste heeft geprogrammeerd.
In de doos bevindt zich een USB stick met de nieuwste software. De limiter kan via de USB aansluiting op iedere Windows computer worden aangesloten. Een driver programma is niet benodigd. Nadat de USB kabel is aangesloten en het programma is gestart verschijnt het inlogscherm.

Hiermee kunt u contact met de SPL maken en zo nodig de tijd aanpassen aan de tijd van uw computer. Vervolgens kunt u de instellingen van de limiter aanpassen.

Standaard zijn de volgende instellingen: Na 19:00 uur 5 dB extra verzwakking, na 23:00 nogmaals 5 dB verzwakking.

In veel gemeenten zijn er bepaalde dagen waarop de limiter niet ingeschakeld hoeft te zijn. Deze uitzonderingen kunnen in een tabel worden opgenomen.

③ Bypass schakelaar. Door indrukken van deze schakelaar is de limiter niet meer actief. Op deze manier kan tijdens speciale evenementen eenvoudig de limiter worden uitgeschakeld, zonder dat deze opnieuw hoeft te worden afgeregeld. Doordat de bypass schakelaar achter een apart afdekplaatje is gesitueerd hoeft de verzegeling van de instelpotmeters hoeft dus ook niet te worden verbroken.
3 3TS
④ Mic-schakelaar. Met ingedrukte schakelaar werkt de limiter met meetmicrofoon. Met niet ingedrukte schakelaar wordt de meetmicrofoon niet gebruikt. Dit betekent automatisch dat de LIVE mode van de limiter niet meer werkt. Let op: als besloten wordt de limiter om te schakelen in een andere stand moet de limiter uiteraard opnieuw worden afgesteld!

⑤ Output Level instelling. Met dit instelpunt kan met maximaal toelaatbaar geluidsniveau worden ingesteld. Bied signaal op de ingang van de limiter aan (bij voorkeur witte ruis), dusdanig dat de threshold overschreden wordt (detect- en reduction LED gaan aan). Regel nu het OUTPUT LEVEL zo dat in de ruimte exact het maximaal toelaatbare geluidsniveau wordt bereikt. Letop dat eerst de threshold en daarna het output level wordt ingesteld.
6 Threshold instelling. Vanuit de fabriek staat de limiterdrempel (de threshold) ingesteld op 0 dBu. Zodra het aansturende apparaat deze drempel overschrijdt zal de limiter gaan terugregelen. Als bijvoorbeeld het aansturende apparaat een mengpaneel is, is het praktisch om de threshold zo in te stellen dat de threshold precies wordt overschreden op het moment dat de niveaumeters van het mengpaneel "in het rood" gaan. Stel de Treshold instelling zodanig in dat het "detect" ledje deze pieken ook aangeeft. Letop dat eerst de threshold en daarna het output niveau wordt ingesteld.
⑤ Sound Level instelling. Met dit instelpunt wordt het maximaal toelaatbaar geluidsniveau voor de SPL3- en SPL3TS limiters ingesteld. Bied signaal op de ingang van de limiter aan (bij voorkeur witte ruis) dusdanig dat de limiter gaat terugregelen (detect- en reduction LED gaan aan). Regel nu het SOUND LEVEL zo dat in de ruimte exact het maximaal toelaatbare geluidsniveau wordt bereikt. Het uiteindelijk ingestelde niveau geldt dan ook in de LIVE-mode, wat betekent dat de limiter ook nog op een andere manier in te stellen is. Buiten de limiter om het maximaal toelaatbare geluid produceren (via versterkers en speakers buiten de limiter om), en nu het SOUND LEVEL zo afregelen dat de LIVE WARNING LED net gaat knipperen. Als er nu ook maar 1 dB minder signaal wordt geproduceerd moet de duty-cycle van de knipperende LED ogenblikkelijk weer afnemen anders is het niveau nog niet goed ingesteld.
6 Threshold instelpunt. Vanuit de fabriek staat de limiter drempel (de threshold) ingesteld op 0 dBu. Zodra het aansturende apparaat deze drempel overschrijdt zal de limiter gaan terugregelen. Als bijvoorbeeld het aansturende apparaat een mengpaneel is, is het praktisch om de threshold zo in te stellen dat de threshold precies wordt overschreden op het moment dat de niveaumeters van het mengpaneel "in het rood" gaan. Stel de Treshold instelling zodanig in dat het "detect" ledje deze pieken ook aangeeft.
De limiter heeft enige tijd nodig om zich in te stellen na het verdraaien van de SOUND-LEVEL of de THRESHOLD-instelling. Houd hier rekening mee tijdens het afregelen.
⑦ Bypass indicatie. Deze LED knippert indien de limiter in "bypass" mode staat. Dit kan zijn als gevolg van een ingeprogrammeerde bypassperiode bij de limiter, maar ook als gevolg van een ingedrukt bypassschakelaartje achter het linker afdekplaatje.
⑧ Detect indicatie. Zodra het op de limiter aangeboden audiosignaal de drempelwaarde (threshold) overschrijdt gaat deze LED branden.
⑨ Reduction indicatie. Op het moment dat de limiter moet terugregelen om het signaal beneden het maximaal toelaatbare niveau te houden, licht deze LED op.
10 Overload indicatie. Zodra de threshold met meer dan 14dB is overschreden, kan de SPL-limiter niet meer instaan voor behoud van goede geluidskwaliteit. Op het moment dat de gebruiker meer dan 14dB over de drempel stuurt gaat de OVERLOAD-LED knipperen.

11 WARNING-indicatie. De DETECT/REDUCTION/OVERLOAD LED's werken bij de SPL3 en SPL3TS in de "music" mode, de WARNING/SANCTION-LED's werken in de "live" mode. Op het moment dat de meetmicrofoon een hoger geluidsniveau dan het toegelaten niveau meet gaat de WARNING-LED knipperen. Als de situatie aanhoudt, gaat de LED steeds intenser knipperen (oplopende "duty-cycle"). Zie onderstaande afbeelding. Via een solidstate relais is ook een externe lamp aan te sluiten op de limiter, die dezelfde functie kan vervullen.

12 SANCTION indicatie (live mode). Als de WARNING LED continu brandt, en er nog steeds geen erandering in de situatie is gekomen, treedt de sanctie in werking. De SANCTION LED zal dan gaan branden en de stuurstroom op de "Live-music-control" pin zal afschakelen. Hierdoor kunnen de versterkers van live-installaties stroomloos worden gemaakt. Na ongeveer 30 seconden zal de situatie zich herstellen.

WARNING- en LIVE MODE OK- uitgangen
13 POWER ON-indicatie. Deze LED brandt indien de limiter is voorzien van netspanning en is ingeschakeld.
14 POWER schakelaar. De netspanningschakelaar schakelt de limiter in en uit. Bij uitgeschakelde limiter wordt geen audio doorgegeven via de limiter en zijn alle stroom-uitgangen (live gebruik) afgeschakeld. Zodra de limiter wordt ingeschakeld wordt de elektronica gedurende korte tijd geïntitialiseerd (knipperende DETECT LED (8)). Daarna is de limiter klaar voor gebruik.
Foutmeldingen
De limiters kennen een aantal situaties waarin de uitgang wordt afgeschakeld terwijl één van de LED's op het front knipperen ter indicatie dat er iets mis is

DETECT-LED (8) knippert: de eerste seconden nadat de limiter is aangezet krijgt de elektronica in de limiter even de gelegenheid te stabiliseren. Gedurende deze tijd knippert de DETECT LED, als teken dat de limiter zonder meetmicrofoon wordt gebruikt.
3
3TS

DETECT- & WARNING LED (8) (11) knipperend: ook dit is een opstart-indicatie. Alleen is in dit geval de meetmicrofoon wel ingeschakeld.
3
3TS

WARNING- & SANCTION LED (11) (12) knipperend: de standaard bijgeleverde microfoon is niet correct aangesloten. Controleer de aansluitingen.

BYPASS LED (7) knipperend: de limiter staat in BYPASS-mode, en grijpt dus niet in indien het maximum niveau wordt overschreden.
Vaak gestelde vragen
3 3TS
Bij het op goede wijze installeren van een limiter op basis van een meetmicrofoon komen altijd een paar extra aspecten om de hoek kijken. Om een beter inzicht te geven hebben wij hieronder de meest gestelde vragen op een rijtje gezet:
Als het publiek in de zaal veel lawaai maakt (meezingen), dan regelt de SPL3/3TS het geluid terug. Hoe voorkom ik dit?
Vooral in relatief kleine ruimtes, waar het maximaal toegestane geluidsniveau relatief laag ligt, is het publiek inderdaad vaak in staat om (meezingend) behoorlijk boven de muziek uit te komen. Dit wordt uiteraard door de meetmicrofoon gedetecteerd en dus zal de limiter de muziek terugregelen wat natuurlijk volledig legitiem is! Dit probleem kan voorkomen worden door de meetmicrofoon op een plaats te bevestigen waar de verhouding publiek/muziek wat meer richting muziek doorslaat. Plaats de meetmicrofoon zo ver mogelijk van het publiek, relatief dicht bij de luidsprekers. Na verplaatsing van de microfoon moet de limiter uiteraard wel opnieuw worden afgeregeld. Ook kan worden overwogen de limiter zonder meetmicrofoon te gaan gebruiken.
Ik gebruik de limiter alleen voor "LIVE"-muziek. Wat moet ik nu doen met de "threshold"-trimmer?
De "threshold" heeft geen invloed op de de werking van de limiter als de meetmicrofoon is ingeschakeld. Alleen met uitgeschakelde microfoon is het "threshold" instelpunt belangrijk. Zonder meetmicrofoon begrenst de limiter op basis van wat op de ingang aangeboden wordt. Met meetmicrofoon wordt slechts naar het door de microfoon gemeten niveau gekeken.
Zelfs met de instelpotmeter helemaal rechtsom is het geluidsniveau te laag. Wat nu?
Waarschijnlijk zal het maximum geluidsniveau in dat geval ruim boven het van overheidswege goedgekeurde niveau liggen. De SPL3/3TS is zo ontworpen dat het regelbereik loopt van "voor iedere horeca exploitant eigenlijk te zacht" tot "voor iedere buurman veel te hard". Mocht om één of andere reden een hogere geluidsdruk gewenst zijn plaats dan de meetmicrofoon verder van de luidsprekers. Hierdoor zal de limiter minder geluid meten en dus minder ver terugregelen. Pas dan uiteraard wel op dat het geluidsaandeel van het publiek niet te groot wordt.
Bij livemuziek loopt een deel van de instrumenten en de zang via de zaalversterking dus via de SPL3/3TS. De andere instrumenten worden bewaakt via de "LIVE" mode van de limiter. Zodra het nu te hard gaat regelt de limiter de instrumenten die via de zaalversterking lopen terug waardoor alle verhoudingen scheef worden getrokken.
Dit klopt. Zie ook pagina 5. De SPL3 en SPL3TS zijn niet geschikt om tegelijk in "MUSIC" en "LIVE" mode te worden gebruikt. Immers: als de limiter meet dat het maximum niveau wordt overtreden is er maar één zinnige maatregel mogelijk: terugregelen! Hierdoor trekken de verhoudingen natuurlijk scheef als een aantal instrumenten (drums!) onverzwakt door kunnen blijven spelen. Het is aan te raden om in dergelijke gevallen alle instrumenten buiten de limiter om te laten lopen en alleen de "LIVE"-schakeluitgangen van de limiter te gebruiken.
Technische specificaties
INGANGEN

MIC (meetmicrofoon) .... XLR-3 female, elektronisch gebalanceerd, alleen meegeleverde microfoon gebruiken
LINE (left & right) ...... XLR-3 female, elektronisch gebalanceerd
Signaalniveau -14 .. +6 dBu
Ingangsimpedantie 10 kOhm
UITGANGEN
LINE (left & right) .... XLR-3 male, elektronisch gebalanceerd
Uitgangsimpedantie 600 Ohm
ALGEMEEN
AUDIO
Signaal/ruis verhouding .... > 80 dB
THD+N < 0.05 % (CCIR-RMS)
BEGRENZING
Limiterdrempel (instelbaar) ...... -14 .. +6 dBu (zonder meetmicrofoon)
Limiterdrempel (instelbaar) 80 .. 120 dBA (met meetmicrofoon)
Uitgangsverzwakking (instelbaar) ..... 0 .. -40 dB (zonder meetmicrofoon)
EXTERNE SIGNALERING
Externe verzwakker 0 .. -20 dB (10 kOhm potmeter)
Signalerings- en schakeluitgangen ..... 20 V / 10 mA DC
POWER SUPPLY
Spanningsbereik.... 220...240 VAC / 50 Hz
Vermogen.... 10 W (SPL2 / SPL3), 20 W (SPL2TS / SPL3TS)
Productondersteuning
Voor vragen over de SPL limiter serie, accessoires en andere producten kunt u contact opnemen met:
Dateq Audio Technologies B.V.
De Paal 37
1351 JG Almere
Nederland
Telefoon: (036) 54 72 222
E-mail: info@dateq.nl
Internet: www.dateq.nl
Safety instructions
verklaren, uitsluitend op onze verantwoordelijkheid, dat dit produkt
Type: SPL 2 MkII Serienummers: 18-XXXX
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de volgende geharmoniseerde Europese normen
Volgens de bepalingen van de EMC-richtlijn 89/336/EEG, gewijzigd door de richtlijn 91/263/EEG, 92/31/EEG en 93/68/EEG.
EN 60065
Volgens de bepalingen van IEC 65: 1985 + A1: 1987 + A2: 1989 + A3: 1992, mod. Ratificatie: 1993-07-06
Almere, 12 februari 2013 J.H. Kloppenburg, Directeur
stempel: handtekening:

audio technologies
De Paal 37
1351 JG Almere
tel. 036-5472222, fax 036-5317776

verklaren, uitsluitend op onze verantwoordelijkheid, dat dit produkt
Type: SPL 3 MkII Serienummers: 23-XXXX
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de volgende geharmoniseerde Europese normen
Volgens de bepalingen van de EMC-richtlijn 89/336/EEG, gewijzigd door de richtlijn 91/263/EEG, 92/31/EEG en 93/68/EEG.
EN 60065
Volgens de bepalingen van IEC 65: 1985 + A1: 1987 + A2: 1989 + A3: 1992, mod. Ratificatie: 1992-07-06
Almere, 12 februari 2013 J.H. Kloppenburg, Directeur
stempel: handtekening:

audio technologies
De Paal 37
1351 JG Almere
tel. 036-5472222, fax 036-5317776

verklaren, uitsluitend op onze verantwoordelijkheid, dat dit produkt
Type: SPL 2 TS MkII Serienummers: 19-XXXX
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de volgende geharmoniseerde Europese normen
Volgens de bepalingen van de EMC-richtlijn 89/336/EEG, gewijzigd door de richtlijn 91/263/EEG, 92/31/EEG en 93/68/EEG.
EN 60065
Volgens de bepalingen van IEC 65: 1985 + A1: 1987 + A2: 1989 + A3: 1992, mod. Ratificatie: 1993-07-06
Almere, 12 februari 2013 J.H. Kloppenburg, Directeur
stempel: handtekening:

audio technologies
De Paal 37
1351 JG Almere
tel. 036-5472222, fax 036-5317776

verklaren, uitsluitend op onze verantwoordelijkheid, dat dit produkt
Type: SPL 3 TS MkII Serienummers: 24-XXXX
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de volgende geharmoniseerde Europese normen
Volgens de bepalingen van de EMC-richtlijn 89/336/EEG, gewijzigd door de richtlijn 91/263/EEG, 92/31/EEG en 93/68/EEG.
EN 60065
Volgens de bepalingen van IEC 65: 1985 + A1: 1987 + A2: 1989 + A3: 1992, mod.
Ratificatie: 1993-07-06
Almere, 12 februari 2013 J.H. Kloppenburg, Directeur
stempel: handtekening:

audio technologies
De Paal 37
1351 JG Almere
tel. 036-5472222, fax 036-5317776
