The Youngest 17 - Naaimachine LEWENSTEIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis The Youngest 17 LEWENSTEIN in PDF-formaat.
| Type product | Naaimachine |
| Merk | Lewenstein |
| Model | The Youngest 17 |
| Afmetingen (l x b x h) | 41 x 18 x 30 cm |
| Gewicht | 6,2 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50-60 Hz |
| Vermogen | 70 W |
| Verlichting | LED-lamp |
| Aantal naaiprogramma's | 17 |
| Soorten steken | Rechte steek, zigzag, blindzoom, knoopsgat, elastische steek |
| Snelheidsregeling | Ja, traploos via voetpedaal |
| Maximale steeklengte | 4 mm |
| Maximale steekbreedte | 5 mm |
| Naaldtypes | Huishoudnaalden (HAx1, 130/705H) |
| Garenklos | Horizontaal, met kloskap |
| Garndoorhaal | Automatisch |
| Inrijgsysteem | Handmatig, met draadgeleider |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen van haak en spoelhuis; smeren op aangegeven punten |
| Veiligheid | Automatische naaldstop in bovenste stand; licht gaat uit bij uitschakeling |
| Accessoires inbegrepen | Voetpedaal, stroomkabel, naalden (3 stuks), klossen (4 stuks), klossenhouder, schroevendraaier, olieflesje, tweede garenklos, patroon |
| Reparatie en onderdelen | Vervangbare onderdelen zoals naalden, klossen, persvoet, transporteur |
| Garantie | 2 jaar |
| Geluidsniveau | Ongeveer 65 dB |
Veelgestelde vragen - The Youngest 17 LEWENSTEIN
Gebruikersvragen over The Youngest 17 LEWENSTEIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding The Youngest 17 - LEWENSTEIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. The Youngest 17 van het merk LEWENSTEIN.
GEBRUIKSAANWIJZING The Youngest 17 LEWENSTEIN
Geachte mevrouw, meneer,
Onze felicitaties met uw nieuwe naaimachine.
Uw machine is gemaakt door een van de meest vooraanstaande fabrieken ter wereld het- geen u een kwaliteitsmachine garandeert.
Uw machine is echter een mechanisch instrument en eist met enige zorg bediend en onderhouden te worden.
Leest u daarom eerst het boekje aandachtig door; u zult juist dan uw machine met nog meer plezier gebruiken.
LEWENSTEIN B.V.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
LET OP: schakel de machine altijd uit als u deze onbeheerd moet laten staan.
Zodra u wat meer vertrouwd bent met de verschillende bedieningsknoppen zoals afgebeeld op pagina 1 en 2 kunt u starten met naaien. Onderstaand geven wij u een lijstje met tips welke wij u aanraden te lezen en te controleren alvorens u uw machine start.
- Altijd wanneer u het handwiel verdraait draait u dit naar u toe. NOOIT van u af draaien.
- Draai niet aan de knoppen of hand-wiel als de naald nog in de stof staat. Dit veroorzaakt naaldbreuk.
- Laat de ingeregen machine nooit lopen zonder stof onder de voet te leggen. De machine kan hierdoor vastlopen. Het garen zal zich in de capsule vastzetten.
- Altijd eerst op een proeflapje van het te verwerken materiaal enkele steken naaien om de machine te controleren en zo nodig af te stellen. Vooral bij naaiwerkzaamheden welke u nog niet eerder gedaan heeft of als u speciale stoffen wilt vernaien.
Controleer als volgt:
a. De schroef van het naaldslot en de voetbevestiging moeten altijd stevig vastgedraaid zijn.
b. De naald is correct geplaatst en heeft de juiste dikte t.o.v. de stof en garen. Let op dat de naald niet verbogen of bot is en dat het juiste naaldsysteem gebruikt wordt.
c. Controleer of u het juiste garen gebruikt zowel boven als onder hetzelfde garen.
d. Het correct inrijgen van de boven- en onderdraad. Let op dat het voetje omhoog staat tijdens het inrijgen van de boven-draad.
e. Beide draden moeten naar linksachter, onder de voet door gelegd worden.
f. Controleer of de juiste voet geplaatst is voor de naaiwerkzaamheden die u wilt gaan verrichten.
g. Controleer of de juiste persvoetstangdruk is ingesteld.
h. Stel de door u gewenste steeklengte in.
i. Controleer of de steeklengte- en steekbreedteknop correct zijn ingesteld. Let op dat de aangegeven steeklengte- en steekbreedte in de handleiding door u kunnen worden aangepast ten behoeve van de door u gebruikte stof.
j. Controleer of de bovenspanning correct is ingesteld en de bovendraad in balans met de onderdraad verknoopt wordt.
INHOUD
- Ken uw machine: 1-2
-
Accessoires.... 3
-
Voor u begint met naaien:
Schakelaar.... 4
Aanschuiftafel/accessoiredoos.... 4
Opwinden van het spoelklosje.... 5-6
Inrijgen van de bovendraad.... 7
Inrijgen van een dubbele bovendraad (tweelingnaald alleen Model 21 E)....8
Vervangen van het spoelklosje.... 9-10
Automatische draadinrijger (alleen Model 21E) 11
Ophalen van de onderdraad.... 12
Verwisselen van de naald.... 12
Verwisselen van de voet.... 13
Stof, Garen en Naaldtabel.... 14
Naai- en stekentabel (alleen Model 21E).... 15-15A
Naai- en stekentabel (alleen Model 17).... 16
- Beginnen met naaien:
Zigzag breedteknop (alleen Model 21 E).... 17
Rechtsteek.... 18
Instellen van de bovendraadspanning.... 19
Zigzag steek.... 20
Afhechten aan het eind van de naad.... 20
Afwerken van de stofkanten.... 21
Naaien van de ritssluiting.... 25-26
Genaaide zigzagsteek.... 26
Decoratieve steken.... 26
Naaien met de vrije-arm en zomen.... 27
Watteerliniaal.... 28
Borduren en stoppen 28
Knoop aannaaien.... 29
- Onderhoud van uw machine:
Schoonmaken en oliën van de machine.... 30
Oliën achter het frontkapje.... 31
Vervangen van het lampje.... 31
- Storingskaart.... 32-33
1. KEN UW MACHINE (VOORKANT)


(ACHTERKANT)

Afbeelding van de naaldstang-omgeving

2. ACCESSOIRES

Spoelklosje

Zigzagvoet

Knoopsgatenvoet

Tornmesje

Knoopaanzetvoet

Ritssluitingvoet

Setje Naalden

-
Steek de contra-stekker van de voetweerstand in het stekkerhuis van de machine en de stekker van de voetweerstand in het stopcontact.
-
Zet de schakelaar op "ON".
-
U kunt de naaisnelheid regelen met de voetweerstand.
AANSCHUIFTAFEL/ACCESSOIRESDOOS

-
Het accessoiredoosje kunt u openen in de pijlrichting zoals afgebeeld.
-
Om de aanschuiftafel/accessoire-doos van de machine te nemen schuift u deze naar links van de machine.
OPWINDEN VAN HET SPOELKLOSJE

- Plaats de garenklos op de garenpen en druk de garenschotel tegen de garenklos op de garenpen.

- Steek de draad van binnenuit door het gaatje van het spoel klosje naar boven.

- Rijg de machine in zoals onderstaand afgebeeld.

- Druk het garenwinderasje naar rechts terwijl u het draaduiteinde omhoog houdt. Druk de voetweerstand in om het spoelen te starten.

- Als het spoelklosje vol is stopt het spoelen automatisch.

- Knip de draad door en druk het garenwinderasje naar links en pak het klosje eraf.

- Als het klosje niet goed wordt op gewonden maak dan de volgende afstelling;
Draai de schroef naar links of rechts tot u een gelijkmatig gevuld klosje heeft.
INRIJGEN VAN DE BOVENDRAAD
Inrijgen van punt 1 tot 7
Let op dat u de bovendraad inrijgt zoals onderstaand afgebeeld.

Steek de draad van voor naar achter door het oog van de naald en trek ongeveer 10 cm draad naar linksachter.
Voor gebruik van de draaidinrijger zie blz.11.
INRIJGEN VAN EEN DUBBELE BOVENDRAAD
voor het naaien met een tweelingnaald. (Alleen model 21E)

- Bevestig de tweelingnaald zoals de normale naald in het naaldslot.
- Bevestig de extra garenpen in het slot aan de achterkant van de machine (zoals afgebeeld).
- Plaats op beide garenpennen een klos garen en de garenschotel.
- Rijg de beide draden op dezelfde wijze als met 1-draad in.
- Na het inrijgen van de draadgeleider (5) en de naaldstangdraadgeleider, steekt u de draad van voor naar achter door het oog van (respectievelijk) de linker of rechter naald.
Let op: 1. Tweelingnaalden kunnen niet met de draadinrijger worden ingeregen. (alleen model 21E)
2.Zet de steekbreedteknop nooit hoger dan 3.
VERVANGEN VAN HET SPOELKLOSJE
-
Neem de schuifplaat in pijlrichting van de machine.
-
Neem het spoelklosje uit de capsule.

-
Plaats het nieuwe spoelklosje met ongeveer 10 cm draadeind in de capsule met de garenafloop van links naar rechts (zie afbeelding).
-
Trek nu het draadeind naar u toe en naar links in de uitsparing (A) van de capsule. (zie afbeelding no.5).

- Trek nu het draadeind tussen de spanningsveer door uitsparing (B).

- Trek de onderdraad in de afgebeelde richting.

- Druk het schuifplaatje tegen de pijlrichting in op de machine.

LET OP: het spoelklosje moet tegen de klok in draaien als u aan de draad trekt.
AUTOMATISCHE DRAADINRIJGER (alleen Model 21E)
Voor het gebruik van de draadinrijger moet de naald in zijn hoogste stand en het voetje naar beneden staan.
- Haak de draad achter de draadgeleider van de draadinrijger.

-
Trek de draad naar rechts en achter het haakje van de draadinrijger.
-
Druk de knop van de draadinrijger naar beneden zodat het haakje automatisch in het naaldoog steekt.

- Houd de draad vast en laat de draadinrijger omhoog gaan. Daarna kunt u de draad aan de achterzijde door het naaldoog trekken.

* Draai niet aan het handwiel tijdens het inrijgen met de draadinrijger.
* Raak de knop van de draadinrijger niet aan tijdens het naaien.
De draadinrijger zal beschadigd worden.
Wij adviseren u de machine uit te schakelen tijdens het gebruik van de draadinrijger.
-
Houd de bovendraad met uw linker-hand vast en draai het handwiel 1x rond.
-
Trek met de bovendraad de onderdraad rustig omhoog.

- Trek nu beide draden naar linksachter onder de voet door.
VERWISSELEN VAN DE NAALD

- Schakel de machine uit.
- Plaats de naald in zijn hoogste stand.
- Maak de naaldklemschroef los en verwijder de oude naald.
- Als de naald beschadigd is, verbogen of bot vervang deze dan door een nieuwe naald.
- Met de platte kant van de naald naar achter plaatst u de nieuwe naald zover als mogelijk naar boven.
- Draai daarna de naaldklemschroef goed vast.
VERWISSELEN VAN DE VOET

- Schakel de machine uit.
- Plaats de naald in zijn hoogste stand.
- Druk het heveltje van de voethouder omhoog zoals afgebeeld.
- Neem de voet van de machine en plaats de gewenste voet onder de voethouder.

- Plaats de pen van de voet precies onder de gleuf van de voethouder.
- Laat de voethouder op het voetje zakken en let op dat de pen in de gleuf vastklikt. Het helpt als u het heveltje indrukt terwijl de voet zich moet vastklikken.
| Stofsoort | Garen | Naald | Persvoetdruk | Steeklengte | Bovendraad-spanning | ||
| ST. | ZZ. | ||||||
![]() | ![]() | ### | Persvoetdruk-regelaar![]() | Steeklengteknop![]() | ![]() | ||
Dunne stof![]() | Nylon | 80 Katoen | 70 - 10 | 1 | 0.5-3 | 0.5-3 | ![]() |
| Tricot | 60 Synth. | ||||||
| Zijde | 50 Zijde | ||||||
| Wollen zijde | 50 Synth. Zijde | 70 - 10 | |||||
Medium stof![]() | Katoen | 60-80 Katoen | 70 - 10 of80 - 12 of90 - 14 | 2 | 0.5-4 | 0.5-4 | ![]() |
| Dunne Jersey | 60 Synth. | ||||||
| Gabardine | |||||||
Dikke stof![]() | Denim | 50 Katoen | 90 - 14 | 3 | 1-4 | 0.5-5 | ![]() |
| Jersey | 50 Synth. | 90 - 14 | |||||
| Tweed | 50 Zijde | 90 - 14 | |||||
Als stelregel gebruikt u een kleinere steeklengte voor dunne stoffen en een grotere steeklengte bij dikke stoffen. Dunne garens en naald bij dunne stoffen en dikkere garens en naald bij zwaardere stoffen. Gebruik ballpoint of stretchnaalden op moeilijk te naaien stretch en/of rekbare stoffen.
NAAI- EN STEKENTABEL (Model 21E)
| Steek | Steeklengte-knop | Persvoetje | Opmerking | |||
| 1 | Knoopsgat | ![]() | ● | ![]() | ![]() | Instelbaar knoopsgat |
| 2 | Rechtsteek Zigzagsteek | ![]() | ● | ![]() | ||
| 3 | Genaaide zigzag | ![]() | ● | ![]() | ||
| 4 | Blindzoomsteek | ![]() | ● | ![]() | ||
| 5 | Decoratieve steken | ![]() | ● | ![]() | ![]() | |
| 6 | ![]() | ● | ![]() | |||
| 7 | ![]() | |||||
| 8 | ![]() | |||||
NAAI- EN STEKENTABEL (Model 21E)
| Steek | Steeklengte-knop | Persvoetje | Opmerking | ||
| 9 | Decoratieve steken | ![]() | 41 | ![]() | |
| 10 | ![]() | ||||
| 11 | ![]() | ||||
| 12 | ![]() | ||||
| 13 | ![]() | ||||
| 14 | ![]() | ||||
| 15 | ![]() | ||||
| 16 | ![]() | ||||
| 17 | ![]() | ||||
| 18 | ![]() | ||||
| 19 | ![]() | ||||
| 20 | Naaien met de tweelingnaald | ![]() | |||
| 21 | Borduren | Zigzag 0-5 | [HDOC] | niet nodig | Gebruik een borduurring |
NAAI- EN STEKENTABEL (Model 17)
| Steek | Steeklengte-knop | Persvoetje | Opmerking | |||
| 1 | Knoopsgat | ![]() | ● | ![]() | ![]() | Instelbaar knoopsgat |
| 2 | Rechtsteek | — — — | ● | ![]() | ![]() | |
| 3 | Zigzagsteek | ![]() | ||||
| 4 | Genaaide zigzag | ![]() | ● | ![]() | ||
| 5 | Blindzoomsteek | ![]() | ● | ![]() | ![]() | |
| 6 | Decoratieve steken | ![]() | ● | ![]() | ![]() | |
| 7 | ![]() | ● | ![]() | |||
| 8 | ![]() | |||||
| 9 | ![]() | ● | 4 | |||
| 10 | ![]() | |||||
| 11 | ![]() | |||||
| 12 | ![]() | |||||
| 13 | ![]() | |||||
| 14 | ![]() | |||||
| 15 | ![]() | |||||
| 16 | ![]() | |||||
| 17 | ![]() | |||||
Lees alvorens u begint met naaien onderstaande belangrijke aanwijzingen.
- Controleer of uw naald de juiste dikte heeft t.o.v. stof en garen en of de naald niet verbogen of bot is.
- Plaats de naald in zijn hoogste stand alvorens u de machine inschakelt, de voet- weerstand indrukt of de stof onder de machine wegneemt.
- Trek onder- en bovendraad ongeveer 10 cm links naar achter, onder de voet door voordat u de stof onder het voetje plaatst.
- Naai eerst op een proeflapje van dezelfde stof om de gewenste steeklengte en/of -breedte en evt. spanning in te stellen.
- Plaats voldoende stof onder het voetje voor u de voet op de stof laat zakken.
- Druk de voetweerstand in en begin langzaam met naaien.
- Hecht de eerste steken aan door enkele steken retour te naaien en daarna weer vooruit.
- Geleid de stof rustig met de vingers. Let op dat u niet aan de stof trekt. Dit heeft invloed op de steekvorming.
- Draai het handwiel altijd naar u toe.
- Om te voorkomen dat de naald krom of bot wordt, plaatst u deze altijd in de hoogste stand en neemt u de stof naar achter toe van de machine en knipt daarna de beide draden door.
ZIGZAGBREEDTEKNOP (Alleen Model 21 E).

- Rechter steek op "0".
- Maximum zigzag breedte op "5".
- De zigzagbreedte kan traploos ingesteld worden tussen 0 - 5.
RECHTSTEEK

- Dit is de meest gebruikte steek.
- Gebruik de zigzagvoet zowel voor de rechte als de zigzag -steek.
- Bij dunne stoffen gebruikt u een kleinere steeklengte.
RETOUR NAAIEN

- Stop met naaien met de naald in de stof aan het einde van de naad of als u van naairichting wilt veranderen.
- Zet het voetje omhoog en draai de stof in de nieuwe naairichting waarbij u de naald als draaipunt gebruikt.
- Laat het voetje op de stof zakken en naai verder in de nieuwe naairichting.
INSTELLEN VAN DE BOVENDRAADSPANNING
○ Correcte bovendraadspanning

De boven en onderdraad zijn precies in het midden van de stof in balans bij het naaien van de rechte steek.
× Bovendraadspanning te los

Onderkant van de stof
De bovendraad lust aan de onderkant van de stof

Meer

Verdraai de spanningsknop in pijlrichting (meer bovendraadspanning)
× Bovendraadspanning te strak

De onderdraad lust aan de bovenzijde van de stof.

Minder

Verminder de bovendraadspanning.

Let op: afstellen van de onderdraadspanning.
- Door het gaatje in de vrije-arm (Zie blz.1) verdraait u het schroefje naar links om de onderdraadspanning te verminderen (zoals afgebeeld).
- De onderdraadspanning is reeds afgesteld. Maak alleen indien nodig kleine veranderingen in de spanning.
ZIGZAGSTEEK


De zigzagsteek is een van de meest bruikbare steken met diverse toepassingen. Draai de steeklengteknop op een kleinere steek tot u een cordonsteek instelling heeft voor borduren, applicaties enz. Zet de bovendraadspanning iets lager tot u een mooie egale cordonsteek krijgt. Als u een cordonsteek op dunne stoffen wilt naaien gebruikt u een versteviging als vlieseline of plaatst u een stuk papier onder de stof ter versteviging.
Als u tot aan het eind van de naad of stofrand naait, druk dan de retourknop naar beneden en naai ongeveer 2 cm retour om de naad af te hechten. Plaats daarna de naald in zijn hoogste stand. Zet het voetje omhoog en neem de stof naar links achter en trek de beide draden door de draadafsnijder aan de achterzijde van de persvoetstang om de draden door te snijden.
5. SPECIALE STRETCHSTEKEN
AFWERKEN VAN DE STOFKANTEN


Gebruik deze stretchsteken voor het afwerken van stofranden, gelijktijdig samen naaien en afwerken van rekbare stoffen of, opnaaien van applicaties.
RECHTE- EN ZIGZAGSTRETCHSTEEK


Gebruik deze steken voor gebreide of rekbare tricot stoffen.
De rechte stretchsteek welke gevormd wordt door één retoursteek en twee steken vooruit is uitermate sterk en geeft een extra trekkrachtsterkte aan de naad.
BLINDZOOMSTEEK
Instellen van de machine:
- Bevestig de blindzoomvoet aan de voethouder.
- Draai de steekkeuzeknop op “” positie.
- Zet de steeklengteknop tussen "1.5- 3.0".
- Zet de steekbreedteknop tussen "3-4" positie. (Alleen Model 21E).
- Zet de bovendraadspanning iets losser.
Ga als volgt te werk:
- Vouw de stof als afgebeeld (stap 1, 2 en 3).
- Stel de steekbreedte in ( alleen Model 21E ) en verdraai de geleiderschroef tot de naald precies in de stofvouw steekt.
- Als u de stof nu terug vouwt ziet u alleen enkele stipjes van de steek.

Stel de naaldpositie en steekbreedte in.
FOUT

Naald steekt niet in de stofvouw.
FOUT

Naald steekt teveel in de stofvouw
GOED

U mag alleen de draad/naaldinslag aan de goede kant van de stofvouw zien.
2-STAPS KNOOPSGATENAUTOMAAT
- Bevestig de knoopsgatenvoet aan de voethouder.
- Plaats de boven- en onderdraad ongeveer 10 cm, naar linksachter onder de voet. (FIG.A)
- Zet de steekbreedteknop tussen 4-5 (alleen Model 21E). (FIG.B)
- Zet de steeklengteknop tussen 0.3-0.5. (FIG.C)
- Teken het knoopsgat af op de goede kant van de stof. (FIG.D)
-
Plaats de stof onder de voet. Plaats het rode indicatiepunt gelijk met het startpunt van uw knoopsgat. Let op dat de voetzoolslede geheel naar achteren staat.
-
Laat het voetje op de stof zakken.
-
Draai de steekkeuzeknop op “ 1 “ terwijl de naald in zijn hoogste positie staat.
-
Begin langzaam en regelmatig met naaien. Stop met naaien als u de juiste lengte van het knoopsgat bereikt.
-
Draai de steekkeuzeknop op "2" terwijl de naald in zijn hoogste stand staat.
11.Naai langzaam en regelmatig tot aan het startpunt van het knoopsgat
12.Zet het voetje omhoog en neem de stof van de machine en knip de beide draden door.
Opmerking:
Als er geen trens wordt genaaid ( FIG.D ) tijdens het naaien van het knoopsgat.
- Draai de steekkeuzeknop eerst op een andere steek.
- Draai het handwiel minstens 3x rond, naar u toe.
- Draai daarna de steekkeuzeknop weer terug op het knoopsgatsymbool.
- Begin opnieuw met naaien.

FIG. A

FIG. B

FIG. C

FIG. D

FIG. E
NAAIEN VAN DE RITSSLUITING

Bevestig de ritssluitingvoet aan de juiste kant van de voethouder.
De voet heeft twee bevestigingspunten.
Kijk op blz.26 voor de juiste positie.

Om de linkerzijde van de ritssluiting te naaien bevestigt u de voet aan de rechterzijde van de naald.
Om de rechterzijde van de ritssluiting te naaien bevestigt u de voet aan de linkerzijde van de naald.

U kunt deze steek voor diverse naaiwerkzaamheden gebruiken.
Zeer geschikt voor het repareren van kleine scheurtjes of winkelhaken in de stof en naaien van patch- en smockwerk.

-
Deze decoratieve steken kunt u gebruiken voor het verfraaien van boorden, zakken, mouwen lakens, tafellinnen enz.
-
Plaats een stuk papier onder de stof ter versteviging zodat de stof niet in elkaar trekt.
NAAIEN MET DE VRIJE-ARM

- Het gebruik van de vrije-arm is zeer geschikt voor het naaien van mouwen, broekspijpen e.d.
- U kunt uw machine als vlakke plaat eenvoudig ombouwen naar vrije-arm door het verlengtafel/apparaten-doosje te verwijderen.
ZOMEN


- Zet het voetje en de naald in de hoogste stand. Bevestig de zoomvoet aan de voethouder.
-
Vouw de stofrand ongeveer 3 mm om en plaats de stof onder de voet. Naai de zoom met enkele steken vast. Neem de stof weg en trek de zoom in de voet. Door de beide draden te gebruiken als handvat kunt u het begin van d makkelijker plaatsen.
-
Laat de voet zakken en start met naaien waarbij u de draden aan het begin van de naad naar achteren blijft trekken tot er voldoende transport is.
- Tijdens het naaien vouwt u de stof ongeveer 3 mm om en geleid de stofvouw in de krul van de voet.
- Let op dat de stofvouw niet uit de voet loopt.
Niet elke stof is geschikt om te rolzomen. Naai eerst op een proeflapje om het resultaat te bekijken.
WATTEERLINIAAL

- Schuif de watteerliniaal aan de bovenkant in de voethouder.
- Verschuif de liniaal tot de gewenste afstand van de naald.
- Naai hierna de volgende naad waarbij u telkens de liniaal over de voorgaande naad laat lopen.
BORDUREN EN STOPPEN

- Zet de steeklengteknop op "0".
- Laat de transporteur verzinken door de transporteurverzinkknop te verschuiven.
- Verwijder het voetje.
- Bevestig de stof in een borduurring.
- Laat de persvoethevel naar beneden on- danks dat er geen voet bevestigd is en begin te naaien terwijl u met de hand de borduurring in de juiste richting beweegt. Pas de naaisnelheid aan.
KNOOP AANNAAIEN


- Laat de transporteur verzinken. WW (Zie blz.28)
- Bevestig de knoopaanzetvoet stevig aan de voethouder.
- Plaats de knoop onder de voet op de stof en laat de voet op de knoop zakken.
- Draai met de hand het handwiel naar u toe en controleer of de naald precies in de gaatjes van de knoop past. Verstel de zigzag breedte indien noodzakelijk.
- Naai 6 tot 7 steken in beide gaatjes van de knoop.
- Steek daarna de bovendraad door de stof naar beneden en verknoop de beide draden.
6. ONDERHOUD VAN UW MACHINE
SCHOONMAKEN EN OLIËN VAN DE MACHINE
- Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact.
Op tijd schoonmaken en oliën verlengt de levensduur en het goed functioneren van uw machine.

- Verwijder de twee naaldplaatschroeven en neem de naaldplaat van de machine.

- Draai het handwiel naar u toe tot de draadhevel in de hoogste stand staat.

- Neem de capsule uit de grijper en borstel met het kwastje het opgehoopte stof en draadresten uit de grijper- en transporteurruimte weg.

- Terugplaatsen van de capsule. Het neusje van de capsule plaats u links, tegen de stopper zoals afgebeeld.
OLIËN ACHTER HET FRONTKAPJE
Verwijder de schroef en neem het frontkapje van de machine.
Geef op de bewegende delen 1 druppel olie.


- Neem altijd de stekker uit het stopcontact. Verwijder het frontkapje.
- Neem het lampje uit de fitting door het lampje tegen de klok in los te draaien. Plaats het nieuwe lampje in de fitting en draai deze met de klok mee, vast.
-
Gebruik altijd een schroefdraadlampje E14 - 220/240Volt - 15 Watt.
-
STORINGSKAART
| PROBLEEM | VERMOEDELIJKE OORZAAK |
| ONREGELMATIGE STEEK | Verkeerde naaldVerkeerd ingeregenBovendraadspanning te losTrekken aan de stofVoetje zit losKlosje niet goed opgewondenNaaldplaat beschadigt |
| NAALDBREUK | Trekken aan de stofVerkeerde naaldNaald verkeerd geplaatstVoetje zit los |
| DRAAD TREKT IN MACHINE | Boven- en onderdraad niet goed naar achteren vast gehouden tijdens beginnen met naaien. |
| RIMPELEN VAN DE STOF | Spanning niet goed ingesteld2 Verschillende soorten garen gebruiktVerbogen of botte naaldVoetje zit losStof te dun of te zacht |
| OVERSLAAN VAN STEKEN | Verkeerde naaldSommige gebreide of stretchstoffenVerbogen of botte naaldNaald verkeerd geplaatstBovenspanning te strak |
| BOVENDRAAD BREEKT | U begint te snel met naaienStarten zonder de naald in de stofVerkeerd ingeregenTe strakke bovenspanningVerkeerde naaldNaaldoog te scherpNaaldplaat beschadigd |
| ONDERDRAAD BREEKT | Capsule verkeert ingeregenGrijperruimte vuilSpanning te strak |
| GEEN STOFTRANSPORT | Transporteur staat naar benedenDraden zitten onder naaldplaat verknoopt |
| MACHINE MAAKT LAWAAI | |
| MACHINE NAAIT NIET | Handwiel niet ingeschakeldSnoer niet aangeslotenZekering kapot |
OPLOSSING
| Neem de juiste naald t.o.v. garen en stof (zie blz.14)Rijg machine opnieuw in (zie blz.7)Zet bovenspanning strakker (zie blz.19)Trek niet aan de stof geleid deze rustig met de handPlaats de voet opnieuw (zie blz.13)Klosje opnieuw opspoelen (zie blz.5)Vervang de naaldplaat |
| Trek niet aan de stof geleid deze rustig met de handNeem de juiste naald t.o.v. garen en stof (zie blz.14)Plaats naald opnieuw (zie blz.12)Plaats de voet opnieuw (zie blz.13) |
| Als u begint met naaien let dan op dat de beide draden naar links achter onder de voet liggen en houd de draden tijdens de eerste steken vast (zie blz.17) |
| Stel de spanning opnieuw af (zie blz.19)Gebruik zelfde onder als bovengaren (zie blz.14)Plaats een nieuwe naald (zie blz.12)Plaats de voet opnieuw (zie blz.13)Gebruik versteviging onder de stof |
| Neem de juiste naald t.o.v. garen en stof (zie blz.14)Gebruik een stretch- of ballpointpunt naald (zie blz.14)Plaats nieuwe naald (zie blz.12)Plaats naald opnieuw (zie blz.12)Verminder de bovenspanning (zie blz.19) |
| Begin langzaam met naaien (zie blz.17)Plaats eerst de naald in de stof voor u begint te naaien (zie blz.17)Rijg de machine opnieuw in (zie blz.7)Verminder de bovendraadspanning (zie blz.19)Neem de juiste naald t.o.v. garen en stof (zie blz.14)Plaats nieuwe naald (zie blz.12)Vervang de naaldplaat |
| Controleer het inrijgen van de onderdraad (zie blz.9)Maak de capsule en grijperruimte schoon (zie blz.29)Verminder de onderdraadspanning (zie blz. 19) |
| Plaats de transporteur omhoog (zie blz.30)Plaats de beide draden naar achter onder de voet voor u begint te naaien (zie blz.17) |
| Verwijder de capsule en maak deze schoon (zie blz.29)Plaats nieuwe naald (zie blz.12)Vervang de naaldplaat |
| Druk het spoelwinderasje naar links (zie blz.6)Controleer het snoer (zie blz.4)Controleer en vervang indien nodig de zekering |
JL8920

































































