DIMPLEX LI 9TE - Waterpomp

LI 9TE - Waterpomp DIMPLEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LI 9TE DIMPLEX in PDF-formaat.

📄 28 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice DIMPLEX LI 9TE - page 4
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Lucht/water-warmtepomp (binnenopstelling)
Merk Dimplex
Model LI 9TE
Afmetingen (H x B x D) 125 x 75 x 68 cm
Gewicht (incl. verpakking) 186 kg
Elektrische aansluiting 400 V, 3-fase, 25 A
Verwarmingsvermogen (nominaal) 9,3 kW bij A7/W35 (COP 3,9)
Max. elektrisch verwarmingselement (2e warmtebron) 6,0 kW
Koelmiddel R404A, 1,9 kg
Geluidsvermogen (binnen/buiten) 53 / 60 dB(A)
Geluidsdruk op 1 m (binnen) 48,0 dB(A)
Minimaal waterdebiet (verwarming) 0,8 m³/h bij 2700 Pa
Luchtdebiet (bij 20 Pa) 2500 m³/h
Beschermingsgraad IP21
Toepassingsgebied Verwarming van verwarmingswater en sanitair water
Ontdooiing Automatisch, omkering kringloop
Aansluitingen verwarming G 1" buitendraad
Condenswaterafvoer Binnendiameter 30 mm
Luchtkanaal (inwendige maat) 44 x 44 cm
Omgevingstemperatuur bereik -20 °C tot +35 °C
Onderhoud Reiniging luchtkanalen, verdamper, ventilator voor stookseizoen
Schoonmaakmiddelen Alleen milde middelen; geen zand, soda, zuur of chloor
Beveiliging Let op rechtsdraaiend veld; spanningsvrij bij onderhoud; niet geschikt voor frequentieomzetting

Veelgestelde vragen - LI 9TE DIMPLEX

Mag de warmtepomp tijdens het transport meer dan 45° gekanteld worden?
Nee, de warmtepomp mag bij transport maximaal 45° in elke richting worden gekanteld. Overschrijding kan schade veroorzaken.
Welk type koelmiddel wordt gebruikt en hoeveel?
Er wordt R404A als koelmiddel gebruikt met een totaal vulgewicht van 1,9 kg.
Hoe vaak moet ik de warmtepomp reinigen?
De luchtkanalen, verdamper, ventilator en condenswaterafvoer moeten voor het begin van het stookseizoen worden gereinigd van bladeren en ander vuil.
Wat moet ik doen als de compressor in de verkeerde richting draait?
Let bij aansluiting op het rechtsdraaiende veld (L1, L2, L3). Als de compressor in de verkeerde richting draait, kan deze beschadigd raken. Schakel dan een bevoegde installateur in.
Kan ik de warmtepomp aansluiten op een frequentieomvormer?
Nee, het apparaat is niet geschikt voor frequentieomzetting. Sluit het rechtstreeks aan op het net met de juiste spanning en beveiliging.
Waar moet ik op letten bij het schoonmaken van de buitenkant?
Gebruik alleen een vochtige doek met gewone schoonmaakmiddelen. Gebruik geen zand-, soda-, zuur- of chloorhoudende middelen, omdat deze de lak aantasten.
Wat is het minimale waterdebiet dat gegarandeerd moet zijn?
Het minimale waterdebiet bedraagt 0,8 m³/h. Dit moet in elke bedrijfsmodus worden gegarandeerd, bijvoorbeeld via een overstroomventiel of differentiedrukloze verdeler.
Wat moet ik doen bij een storing?
Storingen worden op het display van de warmtepompmanager weergegeven. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de regelaar. Als u het niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan een bevoegde serviceafdeling.
Kan ik de warmtepomp gebruiken voor vloerverwarming?
Ja, vloerverwarming is bij uitstek geschikt omdat deze werkt met lage aanvoertemperaturen (30-40 °C), wat het energieverbruik verlaagt en de COP verbetert.
Moet ik de warmtepomp legen bij vorst?
Als de regelaar en circulatiepomp in bedrijf zijn, werkt de vorstbeveiliging. Bij buitenbedrijfstelling of stroomuitval moet de installatie handmatig worden geleegd.

Gebruikersvragen over LI 9TE DIMPLEX

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LI 9TE - DIMPLEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LI 9TE van het merk DIMPLEX.

GEBRUIKSAANWIJZING LI 9TE DIMPLEX

Montage- en gebruiksaanwijzing

DIMPLEX LI 9TE - Montage- en gebruiksaanwijzing - 1

Lucht/water-warmtepomp voor plaatsing binnen

Inhoudsopgave

1 Direct lezen a.u.b. NL-4

1.1 Belangrijke aanwijzingen ....NL-4
1.2 Wettelijke voorschriften en regels....NL-4
1.3 Energiebesparend gebruik van de warmtepomp....NL-4

2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp ....NL-5

2.1 Toepassingsgebied....NL-5
2.2 Werkwijze ....NL-5

7 Inbedrijfstelling.... NL-9

7.1 Algemeen....NL-9
7.2 Voorbereiding ....NL-9
7.3 Werkwijze ....NL-9

8 Reiniging / onderhoud ....NL-10

8.1 Onderhoud....NL-10
8.2 Reiniging verwarmingsgedeelte....NL-10
8.3 Reiniging luchtzijde....NL-10

9 Storingen / storingsdiagnose....NL-10

10 Buitenbedrijfstelling / verwijdering .... NL-10

11 Toestelinformatie ....NL-11

Bijvoegsel....A-I

1 Direct lezen a.u.b.

1.1 Belangrijke aanwijzingen

DIMPLEX LI 9TE - Belangrijke aanwijzingen - 1

OPGELET!

Het apparaat is niet voor frequentie-omzetting geschikt.

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Alvorens het toestel te openen, dienen alle stroomkringen vrij van spanning te zijn.

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

De warmtepomp mag bij het transport max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Warmtepomp en transportpallet zijn alleen door de verpakkingsfolie met elkaar verbonden.

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Het aanzuig- en uitblaasbereik mag niet beperkt of geblokkeerd worden.

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Let op het rechtsdraaiende veld: Als de compressor in de verkeerde richting draait, kan deze beschadigd worden.

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Gebruik geen zand-, soda-, zuur- of chloorhoudende schoonmaakmiddelen, omdat deze het oppervlak aantasten.

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (b.v. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken.

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Alvorens het toestel te openen, dienen alle stroomkringen vrij van spanning te zijn.

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Werkzaamheden aan de warmtepomp dienen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige serviceafdeling uitgevoerd te worden.

1.2 Wettelijke voorschriften en regels

De constructie en uitvoering van de warmtepomp voldoen aan alle overeenkomstige EG-richtlijnen (zie CE-conformiteitsverklaring).

Bij de elektrische aansluiting van de warmtepomp dienen de overeenkomstige EN- en IEC-normen evenals de nationale richtlijnen te worden nageleefd. Bovendien moeten de aansluitvoorwaarden van de energievoorzieningsbedrijven in acht genomen worde

Bij het aansluiten van het verwarmingssysteem dienen de betreffende voorschriften opgevolgd te worden.

Personen, meer bepaald kinderen, die wegens hun fysieke, zintuiglijke of mentale vaardigheden of wegens hun gebrek aan kennis of ervaring niet in staat zijn, het toestel op een veilige manier te gebruiken, mogen dit toestel niet zonder toezicht of instructies vanwege een verantwoordelijke persoon gebruiken.

Kinderen niet zonder toezicht laten om zeker te zijn dat ze niet met het toestel spelen.

1.3 Energiebesparend gebruik van de warmtepomp

Door het aanschaffen van deze warmtepomp draagt u bij tot de ontlasting van ons milieu. De voorwaarde voor een energiebesparende werking is de juiste dimensionering van de warmtebron- en warmtegebruiksinstallatie.

Het is van groot belang voor de effectiviteit van een warmtepomp dat het temperatuurverschil tussen verwarmingswater en warmtebron zo gering mogelijk gehouden wordt. Daarom is een zorgvuldige dimensionering van de warmtebron en de verwarmingsinstallatie dringend aan te bevelen. Een temperatuurverschil van meer dan één Kelvin (één °C) leidt tot een stijging van het stroomverbruik van ca. 2,5%. Let erop dat bij het dimensioneren van de verwarmingsinstallatie ook rekening gehouden moet worden met speciale lasten, zoals de warmwaterbereiding, en dat deze ook voor lagere temperaturen gedimensioneerd worden. Een vloerverwarming (verwarming van oppervlakken) is door lagere vertrektemperaturen van (30 °C tot 40 °C) optimaal geschikt voor het gebruik van een warmtepomp.

Tijdens het gebruik dient een verontreiniging van de warmtewisselaars te worden voorkomen, omdat hierdoor het temperatuurverschil verhoogd wordt, met een lagere vermogencoëfficiënt (COP) als gevolg.

Een aanzienlijke bijdrage tot energiebesparend gebruik wordt ook geleverd door de warmtepompregelaar indien deze op de juiste manier is ingesteld. Meer aanwijzingen hieromtrent vindt u in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar.

2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp

2.1 Toepassingsgebied

De lucht-water-warmtepomp kan in aanwezige of nieuw te plaatsen verwarmingsinstallaties gebruikt worden.

De warmtepomp is uitsluitend ontworpen voor het verwarmen van verwarmingswater en sanitair water!

De warmtepomp is geschikt voor de mono-energetische en bivalente werking tot een buitenlucht temperatuur van -20°C.

Bij continu werking moet een teruglooptemperatuur van het warme water van meer dan 18 °C aangehouden worden om probleemloosontdooien van de verdamper te waarborgen.

De warmtepomp is niet ontworpen voor de verhoogde warmtebehoefte tijdens het drogen na de bouw. Daarom moet in de extra warmtebehoefte met speciale apparaten ter plaatse worden voorzien. Voor het drogen na de bouw in de herfst of in de winter is het raadzaam een extra verwarmingselement (als accessoire verkrijgbaar) te installeren.

DIMPLEX LI 9TE - Toepassingsgebied - 1

OPGELET!

Het apparaat is niet voor frequentie-omzetting geschikt.

2.2 Werkwijze

Buitenlucht wordt door de ventilator aangezogen en daarbij door de verdamper (warmtewisselaar) geleid. De verdamper koelt de lucht af, d.w.z. hij onttrekt er de warmte aan. De gewonnen warmte wordt in de verdamper op de werkvloeistof (koelmiddel) getransfereerd.

Met behulp van een elektrisch aangedreven compressor wordt de opgenomen warmte door drukverhoging op een hoger temperatuurniveau "gepompt" en via de condensor (warmtewisselaar) aan het verwarmingswater afgegeven.

Daarbij wordt de elektrische energie gebruikt om de warmte van de omgeving op een hoger temperatuurniveau te brengen. Omdat de aan de lucht onttrokken energie naar het water getransfereerd wordt om het te verwarmen, wordt dit apparaat ook lucht-water-warmtepomp genoemd.

De lucht-water-warmtepomp bestaat uit de hoofdcomponenten verdamper, ventilator en expansieventiel evenals de geluidsarme compressor, de condensor en de elektrische besturing.

Bij lage omgevingstemperaturen verbindt zich luchtvochtigheid als rijp met de verdamper en belemmert de warmteoverdracht. Indien nodig, wordt de verdamper automatisch door de warmtepomp ontdood. Afhankelijk van het weer kunnen daarbij stoomwolken bij de luchtuitlaat ontstaan.

3 Leveringsomvang

3.1 Basisapparaat

Het basisapparaat is een compacte warmtepomp die onderstaande componenten bevat.

Als koelmiddel wordt R404A gebruikt.

DIMPLEX LI 9TE - Basisapparaat - 1

Alvorens het toestel te openen, dienen alle stroomkringen vrij van spanning te zijn.

Het schakelkastje bevindt zich in de warmtepomp. Nadat de frontplaat er is afgenomen en de zich rechtsboven bevindende bevestigingsschroef is losgedraaid, kan het schakelkastje uitgeklapt worden.

Het schakelkastje bevat de aansluitklemmen voor het stroomnet, de vermogencontactoren, de softstart-eenheid en de warmtepompregelaar.

3.3 Warmtepompregelaar

De warmtepompmanager is een comfortabel elektronisch regelen besturingsapparaat. Hij stuurt en bewaakt afhankelijk van de buitentemperatuur de hele verwarmingsinstallatie, de warmwaterbereiding en de veiligheidstechnische voorzieningen.

De ter plaatse aan te brengen buitentemperatuurvoeler incl. bevestigingsmateriaal wordt met de regelaar meegeleverd.

De werkwijze en het gebruik van de warmtepompmanager wordt in de bijgeleverde gebruiksaanwijzing beschreven.

3.4 Bijartikelen

Inhoud:

2 x afdichtingsring voor kanaalaansluiting
2 x bevestigingshoekstuk
2 x plug 10 mm
2 x SHR 8x80
4 x SHR M4x8

4 Transport

OPGELET!

De warmtepomp mag bij het transport max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).

De pomp dient op een transportpallet naar de plaats van opstelling te worden getransporteerd. Het basistoestel biedt enerzijds de transportmogelijkheid met een handpalletwagen, steekwagen o.i.d. of door middel van 3/4" buizen, die door openingen in de grondplaat of in het frame geleid worden.

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 1

Warmtepomp en transportpallet zijn alleen door de verpakkingsfolie met elkaar verbonden.

Voor het gebruik van de transportgaten in het frame is het noodzakelijk de onderste delen aan de voorkant eraf te nemen. Daartoe worden telkens twee schroeven op de sokkel losgedraaid en de platen worden er door terugtrekken aan de bovenkant uitgenomen. Bij het aanbrengen van de platen moeten deze met lichte druk naar boven toe geschoven worden.

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 2

Openen van het deksel Sluiten van het deksel

Bij het doorsteken van de draagbuizen in het frame moet erop worden gelet dat er geen constructiedelen worden beschadigd.

5 Plaatsing

5.1 Algemeen

De warmtepomp is voor de installatie in een hoek ontworpen. In verbinding met een luchtkanaal (als accessoire verkrijgbaar) aan de uitblaaszijde zijn ook andere opstellingen mogelijk.

Het apparaat dient in binnenruimtes op een effen, glad en horizontaal oppervlak te worden geplaatst. Daarbij moet het frame rondom dicht bij de grond liggen om een passende geluidsisolatie te garanderen. Is dat niet het geval, kunnen extra geluiddempende maatregelen noodzakelijk zijn. Plaatsing op een onderbouwbuffer vereist beslist een volledig omlopende ondersteuning. De warmtepomp moet zo zijn opgesteld, dat service aan het apparaat probleemloos kan worden uitgevoerd. Dit is gewaarborgd, indien er een afstand van ca. 1 m voor en links van de warmtepomp gerespecteerd wordt. De zijdelen mogen niet door aansluitleidingen zijn bedekt.

1 m 1 m

Het apparaat dient nooit in ruimtes met een hoge luchtvochtigheid te worden geplaatst. Bij een luchtvochtigheid van meer dan 50% en buitentemperaturen onder 0 °C kan op de warmtepomp en de luchtgeleiding condensaat ontstaan.

Bij installatie van de warmtepomp op een bovenverdieping moet het draagvermogen van de zoldering gecontroleerd worden en om akoestische redenen de trillingsontkoppeling zeer zorgvuldig worden gepland. Plaatsing op een houten zoldering is onacceptabel.

5.2 Condensaatleiding

Het bij het gebruik ontstane condenswater dient vorstvrij te worden afgevoerd. De warmtepomp dient horizontaal te worden geplaatst, zodat het water goed kan afvloeien. De condenswaterbuis moet minstens een diameter van 50 mm hebben en moet vorstvrij in de afvoerleiding worden geleid. Condenswater niet direct in bezinkvijvers en putten leiden, omdat opstijgende agressieve dampen de verdamper kunnen vernielen.

5.3 Geluid

Om geluidsoverdracht in het verwarmingssysteem te voorkomen, is het raadzaam de warmtepomp met een flexibele slang aan het verwarmingssysteem te koppelen.

Eventueel gebruikte luchtkanalen moeten geluidstechnisch van de warmtepomp worden losgekoppeld om geluidsoverdracht op de kanalen te voorkomen.

Bij directe aansluiting van beide luchtopeningen in een wanddoorvoer kan de aansluiting van de ventilator van driehoekop sterschakeling worden omgelegd (zie daartoe de aanwijzingen in de klemkast van de ventilator).

6 Montage

6.1 Algemeen

De warmtepomp is voorzien van de volgende aansluitingen:

Toevoer-/afvoerlucht
■ Vertrek/terugloop van de verwarmingsinstallatie
Condenswaterafvoer
■ Stroomvoorziening

6.2 Luchtaansluiting

OPGELET!

Het aanzuig- en uitblaasbereik mag niet beperkt of geblokkeerd worden.

De aanzuigopening van het apparaat is uitsluitend voor de directe aansluiting op een gat in de muur ontworpen. Het gat in de muur kan daartoe als in het bijvoegsel onder inbouwmaten afgebeeld, met luchtkanaal en afdichtingsmanchet worden voorbereid.

De als accessoires aangeboden luchtkanalen van glasvezelbeton zijn bestand tegen vocht en staan open voor diffusie.

De afdichtingsmanchet wordt voor de afdichting van de luchtkanalen op de warmtepomp gebruikt. De luchtkanalen zelf worden niet direct aan de warmtepomp vastgeschroefd. In gebruiksklare staat maakt uitsluitend het afdichtingsrubber contact met de warmtepomp. Daardoor wordt enerzijds een gemakkelijke montage en demontage van de warmtepomp gewaarborgd en anderzijds een goede loskoppeling van het constructiegeluid bereikt.

DIMPLEX LI 9TE - OPGELET! - 1

Verder dient erop gelet te worden dat het gat in de muur aan binnenzijde beslist met een thermische isolatie bekleed wordt, om volledige afkoeling resp. doorslaand vocht in het muurwerk te voorkomen. Het bijgevoegde bevestigingsmateriaal kan voor het bevestigen aan de wand worden gebruikt.

8 x 80 M 4 x B

De uitblaasopening kan naar keuze direct bij het gat in de muur of op een langer kanaal (accessoire) gemonteerd worden. Daarbij moet te werk gegaan worden als voor de aanzuigzijde is beschreven.

Bij het gebruik van een opgeflensd luchtkanaal aan de uitblaaszijde wordt dit met 4 zeskantbouten M8x16 op de voorziene schroefgaten bevestigd. Daarbij dient erop gelet te worden dat beide luchtkanaalaansluitingen uitsluitend met de isolatie en niet met het apparaat in contact komen.

M8 x 16 min 440 512 max 532

De in het schema vermelde buiten- en binnenafmetingen moeten gerespecteerd worden. Bovendien moet op een passende trillingsontkoppeling en kanaalisolatie gelet worden.

6.3 Aansluiting aan de verwarming

De aansluitingen op de warmtepomp aan verwarmingszijde zijn voorzien van een 1 1/4" buitendraad. Bij het aansluiten aan de warmtepomp dienen de overgangen met een sleutel te worden vastgehouden.

Voor het warmwaterzijdige aansluiten van de warmtepomp dient de verwarmingsinstallatie doorgespoeld te worden, om mogelijk vuil, resten van isolatiemateriaal etc. te verwijderen. Wanneer de condensor door resten en vervuiling verstopt raakt, kan dit tot uitval van de warmtepomp leiden. Voor installaties met een afsluitbaar verwarmingswaterdebiet, afhankelijk van radiatorresp. thermostaatventielen, moet ter plaatse een overstroomventiel achter de verwarmingspomp in een verwarmingsbypass worden ingebouwd. Dit waarborgt een minimale doorstroming van warm water door de warmtepomp en voorkomt storingen.

Na installatie van de verwarming dient het verwarmingssysteem te worden gevuld, ontlucht en onder druk te worden gezet.

Minimum waterdebiet

Het minimum waterdebiet van de warmtepomp dient in elke bedrijfsmodus van de verwarmingsinstallatie gegarandeerd te zijn. Deze kan b.v. door installatie van een differentiedrukloze verdeler of van een overstroomventiel worden bereikt. De instelling van een overstroomventiel wordt in het hoofdstuk Inbedrijfstelling verklaard.

Vorstbeveiliging

Warmtepompen, die aan vorst blootstaan, dienen met de hand te worden geleegd (zie afbeelding). Indien de regelaars en de verwarmings-circulatiepomp bedrijfsklaar zijn, werkt de vorstbeveiliging van de regelaar. Bij buitenbedrijfstelling van de warmtepomp of bij stroomuitval moet de installatie worden geleegd. Bij warmtepompsystemen waarbij stroomuitval niet herkend kan worden (vakantiehuis), moet de verwarmingskring met een geschikte vorstbeveiliging worden gebruikt.

DIMPLEX LI 9TE - Vorstbeveiliging - 1

6.4 Elektrische aansluiting

De spanningsvoorziening en stuurspanning verlopen via conventionele leidingen (last: 5-aderig, sturing 3-aderig).

Exacte aanwijzingen over de aansluiting van externe componenten en het functioneren van de warmtepompregelaar vindt u bij het aansluitschema van het apparaat en de bijgevoegde gebruiksaanwijzing van de regelaar.

De spanningsvoorziening voor de warmtepomp dient van een alpolige afschakeling met tenminste 3 mm contactopeningsafstand (b.v. een hoofdschakelaar van de elektriciteitsmaatschappij), evenals een 3-polige vermogensschakelaar, met één uitschakeling voor alle buitenkabels te worden voorzien (uitschakelstroom volgens toestelinformatie).

Bij het aansluiten moet het rechtsdraaiende veld van de lastvoeding gegarandeerd worden L1; L2; L3.

OPGELET!

Let op het rechtsdraaiende veld: Als de compressor in de verkeerde richting draait, kan deze beschadigd worden.

De stuurspanning moet met 10 A worden beveiligd.

De 2de warmtebron is bij levering op het 2 kW verwarmingsvermogen vastgeklemd. Om het vermogen naar 4 kW resp. 6 kW te verhogen, moeten de meegeleverde koperen bruggen volgens het aansluitschema worden aangesloten.

Voor detailinformatie zie bijvoegsel Elektrische schema's.

7 Inbedrijfstelling

7.1 Algemeen

Voor een inbedrijfstelling volgens de voorschriften dient deze door een door de fabriek bevoegde serviceafdeling uitgevoerd te worden. Onder bepaalde voorwaarden is daarmee een verlenging van de garantie verbonden (verg. garantievergoeding).

7.2 Voorbereiding

Vóór de inbedrijfstelling dienen de volgende punten gecontroleerd te worden:

Alle aansluitingen van de warmtepomp dienen gemonteerd te zijn (zie hoofdstuk 6).
In de verwarmingskring moeten alle kranen, die de correcte stroming van het verwarmingswater zouden kunnen belemmeren, geopend zijn.
■ De luchtinlaat en luchtuitlaat moeten vrij worden gehouden.
- De draairichting van de ventilator moet overeenstemmen met de pijlrichting.
De instellingen van de warmtepompregelaar moeten overeenkomstig de gebruiksaanwijzing ervan aan de verwarmingsinstallatie zijn aangepast.
■ Het condenswater moet ongehinderd kunnen aflopen.

7.3 Werkwijze

De inbedrijfstelling van de warmtepomp verloopt via de warmtepompregelaar. De instellingen moeten overeenkomstig de handleiding ervan worden uitgevoerd.

Indien het minimum waterdebiet door middel van een overstroomventiel beveiligd wordt, moet deze aan het verwarmingssysteem worden afgestemd. Een verkeerde instelling kan tot foutieve werking en een verhoogde energiebehoefte leiden. Om het overstroomventiel goed in te stellen, adviseren wij als volgt te handelen:

Sluit alle verwarmingskringen, die ook bij een werkende installatie afhankelijk van het gebruik gesloten kunnen zijn, zodat het waterdebiet in deze bedrijfsstand zo ongunstig mogelijk is. Dit zijn doorgaans de verwarmingskringen in de ruimten aan de zuid- en westkant. Er moet minimaal één verwarmingskring geopend blijven (b.v. bad).

Het overstroomventiel moet zo ver worden geopend, dat bij de actuele warmtebrontemperatuur het in de onderstaande tabel aangegeven maximale temperatuurverschil tussen verwarmingsvertrek en -terugloop ontstaat. Het temperatuurverschil moet zo dicht mogelijk bij de warmtepomp worden gemeten. Bij mono-energetische installaties moet het verwarmingselement gedeactiveerd worden.

Warmtebron-temperatuurMax. temperatuurverschiltussen verwarmingsvertrek en - terugloop
van tot
-20 °C -15 °C 4 K
-14 °C -10 °C 5 K
-9 °C -5 °C 6 K
-4 °C 0 °C 7 K
1 °C 5 °C 8 K
6 °C 10 °C9 K
11 °C15 °C10 K
16 °C20 °C11 K
21 °C25 °C12 K
26 °C30 °C13 K
31 °C35 °C14 K

Storingen bij een werkende installatie worden ook op de warmtepompregelaar weergegeven en kunnen, zoals in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar beschreven is, worden verholpen.

Bij buitentemperaturen lager dan 10 °C en verwarmingswatertemperaturen lager dan 16 °C moet het bufferopslagvat met de tweede warmtebron tot minimaal 25 °C worden verwarmd.

Het volgende verloop moet worden gerespecteerd om de inbedrijfstelling storingsvrij te realiseren:

1) Sluit alle verwarmingskringen.
2) Zet het overstroomventiel helemaal open.
3) Kies de auto-modus op de regelaar.
4) Wacht tot het bufferopslagvat een temperatuur van minimaal 25 °C heeft bereikt.
5) Vervolgens worden de afsluitventielen van de verwarmingskringen achtereenvolgens weer langzaam geopend en wel dusdanig dat het waterdebiet door langzaam openen van de betreffende verwarmingskring constant verhoogd wordt. De temperatuur van het verwarmingswater in het bufferopslagvat mag daarbij niet onder de 20 °C zakken, om ontdooien van de warmtepomp te allen tijde mogelijk te maken.
6) Wanneer alle verwarmingskringen volledig zijn geopend en een verwarmingswatertemperatuur in het bufferopslagvat van ca. 20 °C aangehouden wordt, moet de minimale volumestroom op het overstroomventiel en de verwarmingscirculatiepomp worden ingesteld.
7) Nieuwbouw heeft wegens de benodigde energie voor het drogen na de bouw een verhoogde warmtebehoefte. Deze verhoogde warmtebehoefte kan ertoe leiden dat een krap gedimensioneerde verwarmingsinstallatie de gewenste kamertemperatuur niet altijd bereikt. Daarom wordt aanbevolen, in dat geval de tweede warmtebron in de eerste verwarmingsperiode bedrijfsklaar te houden. Daartoe met de grenstemperatuur op de warmtepompregelaar omhooggezet worden naar 15 °C.

8 Reiniging / onderhoud

8.1 Onderhoud

Let erop dat geen voorwerpen aan het toestel geleund of erop gelegd worden, om de lak niet te beschadigen. De buitendelen van de warmtepomp kunnen met een vochtige doek en met gewone schoonmaakmiddelen behandeld worden.

DIMPLEX LI 9TE - Onderhoud - 1

OPGELET!

Gebruik geen zand-, soda-, zuur- of chloorhoudende schoonmaakmiddelen, omdat deze het oppervlak aantasten.

Om storingen door vuil in de warmtewisselaar van de warmtepomp te voorkomen, moet ervoor worden gezorgd dat er geen vuil in de warmtewisselaar van het verwarmingssysteem kan komen. Om de verdamper te beschermen is een vogelrooster met minimaal 80% vrije doorsnede in het aanzuigkanaal raadzaam. Indien zich nochtans bedrijfsstoringen door vervuiling voordoen, moet de installatie schoongemaakt worden zoals hieronder beschreven.

8.2 Reiniging verwarmingsgedeelte

Vooral bij het gebruik van stalen componenten kunnen er oxidatieproducten (roest) door zuurstof in de warmwaterkringloop ontstaan. De roest komt via ventielen, circulatiepompen of kunststof buizen in het verwarmingssysteem terecht. Daarom dient er - vooral bij de buizen van de vloerverwarming - op een diffusiedichte installatie gelet te worden.

DIMPLEX LI 9TE - Reiniging verwarmingsgedeelte - 1

OPGELET!

Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (b.v. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken.

Ook resten van smeer- en afdichtingsmiddelen kunnen het warme water vervuilen.

Indien de vervuiling zo groot is, dat het vermogen van de condensor in de warmtepomp vermindert, moet een installateur de installatie reinigen.

Volgens de huidige stand van kennis adviseren wij om te reinigen met een fosforzuur van 5% of, indien er vaker moet worden gereinigd, met een mierenzuur van 5%.

In beide gevallen moet de reinigingsvloeistof op kamertemperatuur zijn. Het is raadzaam, de warmtewisselaar tegen de normale doorstroomrichting in uit te spoelen.

Om te voorkomen, dat zuurhoudend reinigingsmiddel in de kringloop van de verwarmingsinstallatie terechtkomt, raden wij aan het spoelapparaat direct op het vertrek en de terugloop van de condensor van de warmtepomp aan te sluiten.

Daarna moet er met geschikte, neutraliserende middelen nogmaals grondig gespoeld worden, zodat beschadigingen door eventueel in het systeem achtergebleven resten van een reinigingsmiddel worden voorkomen.

De zuren moeten voorzichtig worden gebruikt en de desbetreffende voorschriften moeten in acht genomen worden.

In geval van twijfel moet met de fabrikant van het reinigingsmiddel worden overlegd!

8.3 Reiniging luchtzijde

De luchtkanalen, verdamper, ventilator en condenswaterafvoer moeten voor het begin van het stookseizoen worden gereinigd (bladeren, twijgen etc.). Daartoe moet de warmtepomp aan de voorzijde eerst aan de onderkant en dan aan de bovenkant worden geopend.

DIMPLEX LI 9TE - Reiniging luchtzijde - 1

OPGELET!

Alvorens het toestel te openen, dienen alle stroomkringen vrij van spanning te zijn.

Het wegnemen en plaatsen van de delen aan de voorkant wordt uitgevoerd als beschreven in hoofdstuk 4.

Gebruik voor het schoonmaken geen scherpe of harde voorwerpen, om de verdamper en de condenswaterbak niet te beschadigen.

9 Storingen / storingsdiagnose

Deze warmtepomp is een kwaliteitsproduct, dat onder normale omstandigheden storings- en onderhoudsvrij werkt. Als er toch een keer een storing optreedt, wordt dit op het display van de warmtepompmanager weergegeven. Zie hiertoe de pagina Storingen en Storingsdiagnose in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompmanager. Wanneer u de storing niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan de bevoegde serviceafdeling.

DIMPLEX LI 9TE - Storingen / storingsdiagnose - 1

OPGELET!

Werkzaamheden aan de warmtepomp dienen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige serviceafdeling uitgevoerd te worden.

10 Buitenbedrijfstelling / verwijdering

Alvorens de warmtepomp te demonteren, dient de machine spanningsvrij en alle kleppen afgesloten te zijn. Milieurelevante eisen m.b.t. terugwinning, recyclage en afvoer van afvalstoffen en componenten volgens gebruikelijke normen dienen te worden nageleefd. Dit geldt in het bijzonder voor het vakkundig verwijderen van het koelmiddel en de koelolie.

11 Toestelinformatie

1 Technische en commercièle benamingLI 9TE
2 Bouwvorm
2.1 Beschermingsgraad volgens EN 60 529 voor compact toestel resp. verwarmingsdeelIP 21
2.2 Plaats van opstelling Binnen
3 Vermogengegevens
3.1 Temperatuur-gebruiksgrenzen:
Verwarmingswater-vertrek/ -terugloop °C / °C tot 58 / vanaf 18
Lucht °C -20 tot +35
3.2 Temperatuurverschil warm water bij A7 / W35 K 10,0 5,0
3.3 Verwarmingsvermogen/ vermogencoëfficiënt (COP) bij A-7 / W351kW / ---5,8 / 2,75,5 / 2,6
bij A-7 / W451kW / ---5,4 / 2,1
bij A2/ W351kW / ---7,5 / 3,37,4 / 3,2
bij A7/ W351kW / ---9,3 / 3,99,2 / 3,8
bij A7/ W451kW / ---8,8 / 3,2
bij A10 / W551kW / ---9,8 / 4,19,7 / 4,0
3.4 Geluidsvermogenapparaat / buitendB(A)53 / 60
3.5 Geluidsdruk op 1 m afstand (binnen)dB(A)48,0
3.6 Verwarmingswaterdebiet bij intern drukverschilm3/h / Pa0,8 / 27001,6 / 11900
3.7 Luchtdebiet bij extern statisch drukverschilm3/h / Pa2500 / 20
3.8 Koelmiddel; totaal vulgewichttype / kgR404A / 1,9
3.9 Vermogen el. verwarmingselement (2de warmtebron) max. kW6,0
4 Afmetingen, aansluitingen en gewicht
4.1 Afmetingen toestelH x B x L cm125 x 75 x 68
4.2 Toestelaansluitingen voor verwarminginchG 1" a
4.3 Luchtkanaal-ingang en -uitgang (binnenafmetingen min.)L x B cm44 x 44
4.4 Gewicht transporteenheld/-eenheden incl. verpakkingkg186
5 Elektrische aansluiting
5.1 Nominale spanning; beveiligingV / A400 / 25
5.2 Nominaal ingangsvermogen1A2 W35kW2,272,33
5.3 Startstroom m. softstart-systeemA19,5
5.4 Nominale stroom A2 W35 / cos φA / ---4,1 / 0,84,2 / 0,8
6 Voldoet aan de Europese veiligheidsvoorschriften2
7 Andere eigenschappen van de uitvoering
7.1 Ontdooiingautomatisch
Type ontdoolingOmkering kringloop
Ontdooibak voorhandenja (met verwarming)
7.2 Verwarmingswater in toestel tegen vorst beschermd3ja
7.3 Vermogensniveaus1
7.4 Regelaar Intern / externintern
  1. Deze gegevens staan voor de afmeting en het rendement van de installatie. Voor economische en energetische berekeningen moet met verdere invloedfactoren rekening gehouden worden, vooral met ontdooigedrag, bivalentiepunt en regeling. Hierbij betekent b.v. A2 / W55: Buitenluchttemperatuur 2 °C en verwarmingswater-vertrektemperatuur 55 °C.
  2. zie CE-conformiteitsverklaring
  3. De verwarmings-circulatiepomp en de regelaar van de warmtepomp dienen altijd bedrijfsklaar te zijn.

Bijvoegsel

1 Afmetingen....A-II

1.1 Warmtepomp ......A-II
1.2 Inbouwafmetingen ....A-III

2 Diagrammen....A-IV

5 Conformiteitsverklaring....A-XIII

1 Afmetingen

1.1 Warmtepomp

DIMPLEX LI 9TE - Warmtepomp - 1
4x binnendraad M8x15
Condenswaterafvoer
binnen ∅ 30 mm
Elektrische leidingen
Verwarmingswaterterugloop
ingang in WP
1. Duitendadad
verwanningsve uitgang uit WP
1" buitendraad
Slang condenswaterafvoer
Wateraansluitingen


1
3
4
Ingang in WP
5
1
1. Duneferadau
6

1.2 Inbouwafmetingen

1250 2 3 4 1 500-20 693-10 500-20 1 3 2 693-10

500-20 295±10 100 650 Luchtrichting Bedieningszijde 750 100 195±10 500-20

1: Conventioneel bouwschuim (ter plaatse)
2: Afdichtingsmanchet (als accessoire verkrijgbaar)
3: Luchtkanaal (als accessoire verkrijgbaar)
4: Omlopende afkanting (ter plaatse) voor het afdichten van de stootrand en verbetering van de luchtgeleiding
- : Bij gebruik van een dempingsstrook onder de warmtepomp moet de maat overeenkomstig worden verhoogd.

2 Diagrammen

2.1 Curves
DIMPLEX LI 9TE - Diagrammen - 1

DIMPLEX LI 9TE - Diagrammen - 2

line | Luchtinlaattemperatuur in [°C] | Verbruik (incl. aandeel pompvermögen) | | ----------------------------- | ------------------------------------- | | -20 | 2.0 | | 0 | 2.5 | | 1 | 3.0 |

DIMPLEX LI 9TE - Diagrammen - 3

line | Luchtinlaattemperatuur in [°C] | 35 | 50 | | ----------------------------- | ---- | ---- | | -20 | 1.8 | 1.2 | | 0 | 4.0 | 3.0 | | 1 | 5.0 | 4.0 |

DIMPLEX LI 9TE - Diagrammen - 4

line | Verwarmingwaterdebiet in [m³/h] | Drukverlies in [Pa] | | ------------------------------ | ------------------- | | 0.22 | 0 | | 0.4 | ~500 | | 0.6 | ~1500 | | 0.8 | ~3000 | | 1 | ~4500 | | 1.2 | ~6000 | | 1.4 | ~7500 | | 1.6 | ~9000 |
A1 Draadbrug aanbrengen indien er geenhoofdschakelaar van de elektriciteitsmaatschappijnodig is (ingang open= afsluiting energiebedrijf =warmtepomp "uit")
A2 Draadbrug bij gebruik van de 2deblokkeringsingang verwijderen (ingang open =warmtepomp "uit")
A4 Draadbrug storing compressor M1
A7.1 Koperen brug – verwarmingsvermogen van E10met 2 kW verhogen
A7.2 Koperen brug – verwarmingsvermogen van E10met 2 kW verhogen
B3* Thermostaat warm water
B4* Thermostaat zwembadwater
B5 Thermostaat 2de warmtebron
E3 Pressostaat stop ontdooiling
E10 2. Warmtebron elektrische verwarming (functieselecteerbaar via regelaar)
F2 Zekering voor N1-relaisuitgangen op J12 en J134,0 ATr
F3 Zekering voor N1-relaisuitgangen op J15 - J184,0 ATr
F4 Pressostaat hoge druk
F5 Pressostaat lage druk
F7 Heetgasthermostaat
F17 Veiligheids-temperatuurbegrenzer
F23 Wikkelingsisolatie ventilator
H5* Lampje storingsaanduiding op afstand(relaismodule)
J1 Stroomvoorziening-N1 (24V AC)
J2...J7 Laagspanningsin-/uitgangen
J8 Signaalin-/uitgangen (230V AC)
J9 Geen functie
J10 Contactdoos voor besturingspaneel
J11 Geen functie
J12...J18 Relaisuitgangen voor de besturing van desysteemcomponenten
K1 Veiligheidsschakelaar compressor
K2 Relais ventilator
K11* Elektron. relais storingsaanduiding op afstand(relaismodule)
K12* Elektron. relais circulatiepomp zwembadwater(relaismodule)
K20 Veiligheidsschakelaar 2de warmtebron
K22* Contactor afsluiting elektriciteitsmaatschappij
K23* SPR hulprelais
M1 compressor
M2 Ventilator
M13* Verwarmings-circulatiepomp hoofdkring
M15* Verwarmings-circulatiepomp 2de
M16* Bijkomende circulatiepomp
M18* Warmwater-circulatiepomp
M19* Zwembadwater-circulatiepomp
M21* Mengkraan hoofdkring
M22* Mengkraan 2de verwarmingskring
N1 Warmtepompregelaar
N7 Softstartbesturing compressor
N11 Relaismodule
N14 Besturingspaneel
R1 Buitenvoeler
R2 Terugloopvoeler verwarming
R3* Warmwatervoeler (alternatief voorwarmwaterthermostaat)
R5* Voeler voor 2de verwarmingskring
R9 Vertrekvoeler
R13* Voeler voor 3de verwarmingskring
T1 Veiligheidsscheidingstransformator230/24 VAC-50Hz/28VA
X1 Klemmenblok: Voeding last 3L/N/PE400VAC ~50Hz
X2 Klemmenblok: Voeding stuurspanningL/N/PE 230VAC ~50Hz
X3 Klemmenblok: Extra lage spanning
X5 Klemmenblok 2de warmtebron
Y1 Vierweg-omschakelventiel

Afkortingen:

EMElektriciteitsmaatschappij
SPRBlokkering
MAMengkraan open
MZMengkraan dicht
*Componenten dienen extern beschikbaar te
----Kan desgewenst door de klant worden aangesloten
——Klaar bedraad

4 Hydraulische basisschema's

4.1 Mono-energetische installatie

DIMPLEX LI 9TE - Mono-energetische installatie - 1

4.2 Mono-energetische installatie en warmwaterbereiding

DIMPLEX LI 9TE - Mono-energetische installatie - 2

flowchart
graph TD
    A["Power Supply"] --> B["Reservoir"]
    B --> C["Valve 1"]
    B --> D["Valve 2"]
    B --> E["Valve 3"]
    C --> F["Reservoir (M18)"]
    D --> G["Reservoir (M13)"]
    E --> H["Reservoir (M10)"]
    F --> I["Output: N1-B3 (R3)"]
    G --> J["Output: N1-NO5 (M13)"]
    H --> K["Output: N1-NO6 (M18)"]
    L["Component ①"] --> B
    M["Component ②"] --> C
    N["Component ③"] --> D
    O["Component ④"] --> H

4.3 Bivalente installatie

DIMPLEX LI 9TE - Bivalente installatie - 1

flowchart
graph TD
    A["⑤"] --> B["N1-N04 (E8)"]
    B --> C["④"]
    C --> D["N1-B3 (R3)"]
    D --> E["KW"]
    E --> F["N1-N06 (M18)"]
    F --> G["M"]
    G --> H["N1-N07 (MA)"]
    H --> I["N1-N08 (MZ)"]
    I --> J["②"]
    J --> K["TC"]
    K --> L["O"]
    L --> M["③"]
    M --> N["N1-B1 (R1)"]
    N --> O["T"]
    P["N1-N05 (M13)"] --> Q["阀门"]
    R["N1-N07 (MA)"] --> S["阀门"]
    T["E10"] --> U["阀门"]
    V["R2"] --> W["阀门"]
    X["(R9) T"] --> Y["阀门"]
    Z["(R2) T"] --> AA["阀门"]

4.4 Legende

Afsluitventiel
Overstroomventiel
Veiligheidsklepcombinatie
Circulatiepomp
Expansievat
Door ruimtetemperatuur gestuurd ventiel
Afsluitventiel met terugslagklep
Afsluitventiel met ontwatering
Warmteverbruiker
Vierweg-mengkraan
Temperatuurvoeler
Flexibele aansluitslang
1Warmtepomp
2Bufferopslagvat
3Stroomdistributie
4Waterverwarmer
5Verwarmingsketel
E10 Hulpverwarming
M13 Verwarmings-circulatiepomp
M18 Warmwater-circulatiepomp
N1 Warmtepompregelaar
R1 Buitenvoeler
R2 Terugloopvoeler
R3 Warmwatervoeler
R9 Vertrekvoeler
EV Stroomdistributie
KW Koud water
MA Mengkraan open
MZ Mengkraan dicht
WW Warm water

5 Conformiteitsverklaring

EG - Konformitätserklärung EC Declaration of Conformity Déclaration de conformité CE

CE

©

Der Unterzeichnete

The undersigned

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DIMPLEX

Model : LI 9TE

Categorie : Waterpomp