DIMPLEX LIK 8MER - Waterpomp

LIK 8MER - Waterpomp DIMPLEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LIK 8MER DIMPLEX in PDF-formaat.

📄 28 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice DIMPLEX LIK 8MER - page 4
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
TypeLucht/water-warmtepomp, omkeerbaar (verwarmen/koelen)
ModelLIK 8MER
MerkDimplex
Afmetingen (H x B x D)190 x 75 x 68 cm
Gewicht (incl. verpakking)250 kg
BeschermingsgraadIP 20
Nominale spanning / zekering230 V / 20 A
Verwarmingsvermogen bij A7/W359,3 kW (COP 3,9)
Verwarmingsvermogen bij A-7/W355,8 kW (COP 2,7)
Koelvermogen bij A35/W77,0 kW (COP 2,0)
Koelmiddel / vulgewichtR404A / 3,3 kg
Smeermiddel / hoeveelheidPolyolester (POE) / 1,5 l
Geluidsvermogen (binnen/buiten)53 / 60 dB(A)
Geluidsdruk op 1 m (binnen)48 dB(A)
Luchtdebiet (bij ext. stat. druk 20 Pa)2500 m³/h
Verwarmingswaterdebiet (intern drukverschil)0,8 m³/h bij 2700 Pa tot 1,6 m³/h bij 11900 Pa
Vrije opvoerhoogte circulatiepomp (max.)45000 Pa (verwarmen), 37000 Pa (koelen)
Inhoud buffervat50 l
Inhoud expansievat24 l (voordruk 1,0 bar)
Aansluitingen verwarming1" buitendraad (flexibele slangen meegeleverd)
Luchtaansluiting (binnenaanzicht)44 x 44 cm
Transportkanteling max.45° in elke richting
OntdooiingAutomatisch (omkering kringloop)
Extra verwarmingselement2 kW (tweede warmtebron)
Toepassingsgebied verwarmenMono-energetisch/bivalent tot -20 °C buitentemperatuur
Toepassingsgebied koelen+15 °C tot +40 °C buitentemperatuur
Watertemperatuurbereik verwarmenVertrek tot 58 °C, terugloop vanaf 18 °C
Watertemperatuurbereik koelenVertrek +7 °C tot +20 °C

Veelgestelde vragen - LIK 8MER DIMPLEX

Hoe moet ik de Dimplex LIK 8MER warmtepomp installeren?
De warmtepomp moet in een binnenruimte op een effen, glad en horizontaal oppervlak worden geplaatst. Zorg voor een afstand van ca. 1 m aan de voor- en linkerkant voor service. De condenswaterafvoer moet vorstvrij worden geleid met een diameter van minstens 50 mm. Sluit de flexibele slangen aan op de verwarmingsinstallatie en zorg voor een trillingsvrije verbinding. De elektrische aansluiting dient via een 3-aderige kabel met een 1-polige vermogensschakelaar (20 A) en een veiligheidsschakelaar met minstens 3 mm contactopening.
Wat is het toepassingsgebied van deze warmtepomp?
De warmtepomp is geschikt voor het verwarmen en koelen van verwarmingswater. In de verwarmingsmodus werkt hij tot een buitentemperatuur van -20 °C (mono-energetisch of bivalent). In de koelmodus is hij geschikt voor buitentemperaturen van +15 °C tot +40 °C. De minimale watertemperatuur in de koelmodus is +7 °C.
Heeft de warmtepomp een vorstbeveiliging?
Ja, de regelaar en de verwarmings-circulatiepomp zijn bedrijfsklaar en de regelaar heeft een automatische vorstbeveiliging. Bij stroomuitval of buitenbedrijfstelling moet de installatie handmatig worden geleegd via de aftapkraan. Bij vakantiehuizen wordt een extra vorstbeveiliging aanbevolen.
Hoe moet ik de warmtepomp reinigen en onderhouden?
Reinig de buitenkant met een vochtige doek en gewone schoonmaakmiddelen; gebruik geen zand-, soda-, zuur- of chloorhoudende middelen. Voor het stookseizoen moeten de luchtkanalen, verdamper, ventilator en condenswaterafvoer worden gereinigd van bladeren en twijgen. Schakel alle stroomkringen spanningsvrij voordat u het apparaat opent. Gebruik geen scherpe voorwerpen om de verdamper te beschermen.
Wat moet ik doen bij een storing?
Storingen worden weergegeven op het display van de warmtepompmanager. Raadpleeg de storingen en storingsdiagnose in de gebruiksaanwijzing. Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, neem dan contact op met een bevoegde serviceafdeling. Werkzaamheden aan de warmtepomp mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd.
Hoe stel ik het overstroomventiel correct in?
Sluit alle verwarmingskringen die gesloten kunnen zijn, behalve minimaal één (bijv. bad). Open het overstroomventiel totdat het temperatuurverschil tussen vertrek en terugloop overeenkomt met de tabel in de handleiding. Bij mono-energetische installaties moet het verwarmingselement worden gedeactiveerd. Het temperatuurverschil wordt bij de warmtepomp gemeten.
Kan ik de warmtepomp gebruiken voor vloerverwarming?
Ja, vloerverwarming is zeer geschikt vanwege de lage vertrektemperaturen (30 °C tot 40 °C). Dit verhoogt het rendement van de warmtepomp. Houd rekening met een bufferopslagvat van minimaal 80 liter voor een goede werking.
Welk koelmiddel wordt gebruikt en is het milieuvriendelijk?
De warmtepomp gebruikt het koelmiddel R404A met een vulgewicht van 3,3 kg. R404A is een gefluoreerd broeikasgas. Bij buitenbedrijfstelling moet het koelmiddel vakkundig worden verwijderd en gerecycled volgens de geldende normen.
Wat zijn de afmetingen en het gewicht van de Dimplex LIK 8MER?
De warmtepomp heeft een hoogte van 190 cm, breedte 75 cm en diepte 68 cm. Het transportgewicht inclusief verpakking is 250 kg. Het apparaat kan tijdens transport maximaal 45° worden gekanteld in elke richting.
Hoe wordt de warmtepomp geregeld?
De regeling gebeurt via een ingebouwde warmtepompregelaar (comfortabel elektronisch regelsysteem). Deze stuurt de verwarmings- en koelinstallatie afhankelijk van de buitentemperatuur, warmwaterbereiding en veiligheidsvoorzieningen. De buitentemperatuurvoeler wordt meegeleverd. De regelaar kan ook de tweede warmtebron (elektrisch element) aansturen.

Gebruikersvragen over LIK 8MER DIMPLEX

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LIK 8MER - DIMPLEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LIK 8MER van het merk DIMPLEX.

GEBRUIKSAANWIJZING LIK 8MER DIMPLEX

Montage- en gebruiksaanwijzing

DIMPLEX LIK 8MER - 1

Reversibele lucht/water-warmtepomp voor installatie binnen

Inhoudsopgave

1 Direct lezen a.u.b. NL-2

1.1 Belangrijke aanwijzingen ....NL-2
1.2 Wettelijke voorschriften en regels....NL-2
1.3 Energiebesparend gebruik van de warmtepomp ....NL-2

2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp ....NL-3

2.1 Toepassingsgebied....NL-3
2.2 Werkwijze ....NL-3

7 Inbedrijfstelling.... NL-7

7.1 Algemeen....NL-7
7.2 Voorbereiding ....NL-7
7.3 Werkwijze bij inbedrijfstelling....NL-7

8 Reiniging / onderhoud ....NL-8

8.1 Onderhoud....NL-8
8.2 Reiniging verwarmingsgedeelte....NL-8
8.3 Reiniging luchtzijde....NL-9

9 Storingen / storingsdiagnose...... NL-9

10 Buitenbedrijfstelling / verwijdering ....NL-9

11 Toestelinformatie ....NL-10

Bijvoegsel A-I

1 Direct lezen a.u.b.

1.1 Belangrijke aanwijzingen

DIMPLEX LIK 8MER - Belangrijke aanwijzingen - 1

OPGELET!

Het apparaat is niet voor frequentie-omzetting geschikt.

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 1

OPGELET!

De warmtepomp mag bij het transport max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 1

OPGELET!

Warmtepomp en transportpallet zijn alleen door de verpakkingsfolie met elkaar verbonden.

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 1

OPGELET!

Het aanzuig- en uitblaasbereik mag niet beperkt of geblokkeerd worden.

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 1

OPGELET!

Bij verwarmingskringen met een groot volume moet het ingebouwde expansievat (24 liter, 1,0 bar voordruk) met een extra vat worden uitgebreid.

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 1

OPGELET!

Gebruik geen zand-, soda-, zuur- of chloorhoudende schoonmaakmiddelen, omdat deze het oppervlak aantasten.

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 1

OPGELET!

Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (b.v. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken.

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 1

OPGELET!

Alvorens het toestel te openen, dienen alle stroomkringen vrij van spanning te zijn.

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 1

OPGELET!

Werkzaamheden aan de warmtepomp dienen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige serviceafdeling uitgevoerd te worden.

1.2 Wettelijke voorschriften en regels

De constructie en uitvoering van de warmtepomp voldoen aan alle overeenkomstige EG-richtlijnen (zie CE-conformiteitsverklaring).

Bij de elektrische aansluiting van de warmtepomp dienen de overeenkomstige EN- en IEC-normen evenals de nationale richtlijnen te worden nageleefd. Bovendien moeten de aansluitvoorwaarden van de energievoorzieningsbedrijven in acht genomen worden.

Bij het aansluiten van het verwarmings- resp. koelsysteem dienen de betreffende voorschriften opgevolgd te worden.

Personen, meer bepaald kinderen, die wegens hun fysieke, zintuiglijke of mentale vaardigheden of wegens hun gebrek aan kennis of ervaring niet in staat zijn, het toestel op een veilige manier te gebruiken, mogen dit toestel niet zonder toezicht of instructies vanwege een verantwoordelijke persoon gebruiken.

Kinderen niet zonder toezicht laten om zeker te zijn dat ze niet met het toestel spelen.

1.3 Energiebesparend gebruik van de warmtepomp

Door het aanschaffen van deze warmtepomp draagt u bij tot de ontlasting van ons milieu. De voorwaarde voor een energiebesparende werking is de juiste dimensionering van de warmtebron- en warmtegebruiks- resp. koelinstallatie.

Het is van groot belang voor de effectiviteit van een verwarmingswarmtepomp dat het temperatuurverschil tussen verwarmingswater en warmtebron zo gering mogelijk gehouden wordt. Daarom is een zorgvuldige dimensionering van de warmtebron en de verwarmingsinstallatie dringend aan te bevelen. Een temperatuurverschil van meer dan één Kelvin (één °C) leidt tot een stijging van het stroomverbruik van ca. 2,5 %. Let erop dat bij het dimensioneren van de verwarmingsinstallatie ook rekening gehouden moet worden met speciale lasten, zoals de warmwaterbereiding, en dat deze ook voor lagere temperaturen gedimensioneerd worden. Een vloerverwarming (verwarming van oppervlakken) is door lagere vertrektemperaturen van (30 °C tot 40 °C) optimaal geschikt voor het gebruik van een warmtepomp.

Tijdens het gebruik dient een verontreiniging van de warmtewisselaars te worden voorkomen, omdat hierdoor het temperatuurverschil verhoogd wordt, met een lagere vermogencoëfficiënt (COP) als gevolg.

Een aanzienlijke bijdrage tot energiebesparend gebruik wordt ook geleverd door de warmtepompregelaar indien deze op de juiste manier is ingesteld. Meer aanwijzingen hieromtrent vindt u in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar.

In de warmtepomp is een overloopmogelijkheid aangebracht om een te gering waterdebiet in de warmtepomp te voorkomen.

Het ingebouwde bufferopslagvat verhoogt de hoeveelheid water in de verwarmingskring en waarborgt een betrouwbare ontdooiing.

2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp

2.1 Toepassingsgebied

De lucht-water-warmtepomp kan in aanwezige of nieuw te plaatsen verwarmingsinstallaties gebruikt worden.

De warmtepomp is uitsluitend ontworpen voor het verwarmen en koelen van verwarmingswater!

De warmtepomp in de verwarmingsmodus is geschikt voor de mono-energetische en bivalente werking tot een buitenluchttemperatuur van -20 °C.

Bij continu werking moet een teruglooptemperatuur van het warme water van meer dan 18 °C aangehouden worden om probleemloos ontdooien van de verdamper te waarborgen.

De warmtepomp is niet ontworpen voor de verhoogde warmtebehoefte tijdens het drogen na de bouw. Daarom moet in de extra warmtebehoefte met speciale apparaten ter plaatse worden voorzien. Voor het drogen na de bouw in de herfst of in de winter is het raadzaam een extra verwarmingselement (als accessoire verkrijgbaar) te installeren.

In de koelmodus is de warmtepomp voor luchttemperaturen van +15 °C ... +40 °C geschikt.

De pomp kan voor stille en dynamische koeling worden gebruikt. De minimale watertemperatuur is +7 °C.

DIMPLEX LIK 8MER - Toepassingsgebied - 1

OPGELET!

Het apparaat is niet voor frequentie-omzetting geschikt.

2.2 Werkwijze

Verwarmen

Buitenlucht wordt door de ventilator aangezogen en door de verdamper (warmtewisselaar) gevoerd. De verdamper koelt de lucht af, d.w.z. hij onttrekt er de warmte aan. De gewonnen warmte wordt in de verdamper op de werkvloeistof (koelmiddel) getransfereerd.

Met behulp van een elektrisch aangedreven compressor wordt de opgenomen warmte door drukverhoging op een hoger temperatuurniveau „gepompt“ en via de condensor (warmtewisselaar) aan het verwarmingswater afgegeven.

Daarbij wordt de elektrische energie gebruikt om de warmte van de omgeving op een hoger temperatuurniveau te brengen. Omdat de aan de lucht onttrokken energie naar het water getransfereerd wordt om het te verwarmen, wordt dit apparaat ook lucht-water-warmtepomp genoemd.

De lucht-water-warmtepomp bestaat uit de hoofdcomponenten verdamper, ventilator en expansieventiel evenals de geluidsarme compressor, de condensor en de elektrische besturing.

Bij lage omgevingstemperaturen verbindt zich luchtvochtigheid als rijp met de verdamper en belemmert de warmteoverdracht. Indien nodig, wordt de verdamper automatisch door de warmtepomp ontdood. Afhankelijk van het weer kunnen daarbij stoomwolken bij de luchtuitlaat ontstaan.

Koelen

In de bedrijfsmodus „Koelen“ worden de verdamper en condensor in hun werkwijze omgekeerd.

Het verwarmingswater staat via de nu als verdamper werkende condensor de warmte aan het koelmiddel af. Met de compressor wordt het koelmiddel op een hogere temperatuur gebracht; via de condensor (in de verwarmingsmodus verdamper) wordt de warmte aan de omgevingslucht afgegeven..

3 Leveringsomvang

3.1 Basisapparaat

De warmtepomp is uitgevoerd in een compacte constructiewijze en bevat reeds belangrijke componenten van de verwarmingskringloop:

■ Expansievat

■ Verwarmings-circulatiepomp

■ Overstroomventiel en veiligheidsmodule (overdrukventiel, manometer)

Als koelmiddel wordt R404A gebruikt.

DIMPLEX LIK 8MER - Basisapparaat - 1

Het schakelkastje bevindt zich in de warmtepomp. Na afname van de onderste frontplaat is het toegankelijk.

Het schakelkastje bevat de aansluitklemmen voor het stroomnet, de vermogencontactoren, de softstart-eenheid en de warmtepompmanager.

De warmtepompregelaar is een comfortabel elektronisch regelen besturingsapparaat. Hij stuurt en bewaakt de hele verwarmings- resp. koelinstallatie, afhankelijk van de buitentemperatuur, de warmwaterbereiding en de veiligheidstechnische voorzieningen.

De ter plaatse aan te brengen buitentemperatuurvoeler incl. bevestigingsmateriaal wordt met de regelaar meegeleverd.

Het functioneren en het gebruik van de warmtepompregelaar wordt in de bijgeleverde gebruiksaanwijzing beschreven.

3.3 Bijartikelen

Inhoud:

2 x afdichtingsring voor kanaalaansluiting
3 x aansluitslang 1"
3 x dubbele nippel 1"
6 x vlakke pakking 1"
1 x stop 1"
1 x slangtuit vul- en aftapkraan
2 x bevestigingshoekstuk
2 x plug 10 mm
2 x SHR 8x80
4 x SHR M4x8
1 x buitentemperatuurvoeler
1 x plug 6 mm
1 x SHR 4,5x50

4 Transport

OPGELET!

De warmtepomp mag bij het transport max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).

De pomp dient op een transportpallet naar de plaats van opstelling te worden getransporteerd. Het basistoestel biedt enerzijds de transportmogelijkheid met een handpalletwagen, steekwagen o.i.d. of door middel van 3/4" buizen, die door openingen in de grondplaat of in het frame geleid worden.

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 1

Warmtepomp en transportpallet zijn alleen door de verpakkingsfolie met elkaar verbonden.

Voor het gebruik van de transportgaten in het frame is het noodzakelijk de onderste delen aan de voorkant eraf te nemen. Daartoe worden telkens twee schroeven op de sokkel losgedraaid en de platen worden er door terugtrekken aan de bovenkant uitgenomen. Bij het aanbrengen van de platen moeten deze met lichte druk naar boven toe geschoven worden.

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 2

Openen van het deksel Sluiten van het deksel

5 Plaatsing

5.1 Algemeen

De warmtepomp is voor de installatie in een hoek ontworpen. In verbinding met een luchtkanaal (als accessoire verkrijgbaar) aan de uitblaaszijde zijn ook andere opstellingen mogelijk.

Het apparaat dient in binnenruimtes op een effen, glad en horizontaal oppervlak te worden geplaatst. Daarbij moet het frame rondom dicht bij de grond liggen om een passende geluidsisolatie te garanderen. Is dat niet het geval, kunnen extra geluiddempende maatregelen noodzakelijk zijn.

De warmtepomp moet zo zijn opgesteld, dat service aan het apparaat probleemloos kan worden uitgevoerd. Dit is gewaarborgd, indien er een afstand van ca. 1 m voor en links van de warmtepomp gerespecteerd wordt. De zijdelen mogen niet door aansluitleidingen zijn bedekt.

1 m 1 m

Het apparaat dient nooit in ruimtes met een hoge luchtvochtigheid te worden geplaatst. Bij een luchtvochtigheid van meer dan 50 % en buitentemperaturen onder 0 °C kan op de warmtepomp en de luchtgeleiding condensaat ontstaan.

Bij installatie van de warmtepomp op een bovenverdieping moet het draagvermogen van de zoldering gecontroleerd worden en om akoestische redenen de trillingsontkoppeling zeer zorgvuldig worden gepland. Plaatsing op een houten zoldering is onacceptabel.

5.2 Condensaatleiding

Het bij het gebruik ontstane condenswater dient vorstvrij te worden afgevoerd. De warmtepomp dient horizontaal te worden geplaatst, zodat het water goed kan afvloeien. De condenswaterbuis moet minstens een diameter van 50 mm hebben en moet vorstvrij in de afvoerleiding worden geleid. Condenswater niet direct in bezinkvijvers en putten leiden, omdat opstijgende agressieve dampen de verdamper kunnen vernielen.

5.3 Geluid

Om geluidsoverdracht in het verwarmingssysteem te voorkomen moet de warmtepomp trillingarm met het verwarmingssysteem worden verbonden (meegeleverde slangaansluitingen spanningsvrij monteren).

Eventueel gebruikte luchtkanalen moeten geluidstechnisch van de warmtepomp worden losgekoppeld om geluidsoverdracht op de kanalen te voorkomen.

Bij directe aansluiting van beide luchtopeningen in een wanddoorvoer kan de aansluiting van de ventilator van driehoekop sterschakeling worden omgelegd (zie daartoe de aanwijzingen in de klemkast van de ventilator).

6 Montage

6.1 Algemeen

De warmtepomp is voorzien van de volgende aansluitingen:

■ Toevoer-/afvoerlucht
■ Vertrek/terugloop van de verwarmingsinstallatie
Condenswaterafvoer
■ Afvoer van het overdrukventiel
■ Stroomvoorziening

6.2 Luchtaansluiting

OPGELET!

Het aanzuig- en uitblaasbereik mag niet beperkt of geblokkeerd worden.

De aanzuigopening van het apparaat is uitsluitend voor de directe aansluiting op een gat in de muur ontworpen. Het gat in de muur kan daartoe als in het bijvoegsel onder inbouwmaten afgebeeld, met luchtkanaal en afdichtingsmanchet worden voorbereid.

De als accessoires aangeboden luchtkanalen van glasvezelbeton zijn bestand tegen vocht en staan open voor diffusie.

De afdichtingsmanchet wordt voor de afdichting van de luchtkanalen op de warmtepomp gebruikt. De luchtkanalen zelf worden niet direct aan de warmtepomp vastgeschroefd. In gebruiksklare staat maakt uitsluitend het afdichtingsrubber contact met de warmtepomp. Daardoor wordt enerzijds een gemakkelijke montage en demontage van de warmtepomp gewaarborgd en anderzijds een goede loskoppeling van het constructiegeluid bereikt.

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 1

Verder dient erop gelet te worden dat het gat in de muur aan binnenzijde beslist met een thermische isolatie bekleed wordt, om volledige afkoeling resp. doorslaand vocht in het muurwerk te voorkomen. Het bijgevoegde bevestigingsmateriaal kan voor het bevestigen aan de wand worden gebruikt.

DIMPLEX LIK 8MER - OPGELET! - 2

De uitblaasopening kan naar keuze direct bij het gat in de muur of op een langer kanaal (accessoire) gemonteerd worden. Daarbij moet te werk gegaan worden als voor de aanzuigzijde is beschreven.

Bij het gebruik van een opgeflensd luchtkanaal aan de uitblaaszijde wordt dit met 4 zeskantbouten M8x16 op de voorziene schroefgaten bevestigd. Daarbij dient erop gelet te worden dat beide luchtkanaalaansluitingen uitsluitend met de isolatie en niet met het apparaat in contact komen.

M8 x 16 min. 440 572 max 532

De in het schema vermelde buiten- en binnenafmetingen moeten gerespecteerd worden. Bovendien moet op een passende trillingsontkoppeling en kanaalisolatie gelet worden.

6.3 Aansluiting aan verwarming

Voor de aansluiting op het verwarmingssysteem zijn bij de warmtepomp flexibele slangaansluitstukken en dubbele nippels met 1" buitendraad bijgevoegd. Daardoor is naar keuze een schroefdraadverbinding of vlakke verbinding met het verwarmingssysteem mogelijk.

Is er geen warmwaterverwarming door de warmtepomp voorzien, dan moet de warmwateruitgang permanent met de bijgevoegde afdichtstop worden afgedicht.

Voor het warmwaterzijdige aansluiten van de warmtepomp dient de verwarmingsinstallatie doorgespoeld te worden, om mogelijk vuil, resten van isolatiemateriaal etc. te verwijderen. Wanneer de condensor door resten en vervuiling verstopt raakt, kan dit tot uitval van de warmtepomp leiden.

Voor installaties met een afsluitbare verwarmingswaterdoorlaat, afhankelijk van radiator- resp. thermostaatventielen, is een overstroomventiel ingebouwd. Dit verzekert een minimale doorstroming van warm water door de waterpomp en voorkomt storingen.

Na installatie van de verwarming dient het verwarmingssysteem te worden gevuld, ontlucht en onder druk te worden gezet.

Het geïntegreerde expansievat heeft een volume van 24 liter. Dit volume is geschikt voor gebouwen met een verwarmde woonruimte tot maximaal 200 m².

Het volume moet door degene die de installatie plant worden gecontroleerd. Er moet eventueel een extra expansievat worden geïnstalleerd (volgens DIN 4751 deel 1). Tabellen catalogussen van fabrikanten vereenvoudigen het dimensioneren naar waterinhoud van de installatie. Voor de berekening moet rekening gehouden worden met een bufferopslagvolume van 80 liter.

OPGELET!

Bij verwarmingskringen met een groot volume moet het ingebouwde expansievat (24 liter, 1,0 bar voordruk) met een extra vat worden uitgebreid.

Vorstbeveiliging

Warmtepompen, die aan vorst blootstaan, dienen met de hand te worden geleegd (zie afbeelding). Indien de regelaars en de verwarmings-circulatiepomp bedrijfsklaar zijn, werkt de vorstbeveiliging van de regelaar. Bij buitenbedrijfstelling van de warmtepomp of bij stroomuitval moet de installatie worden geleegd. Bij warmtepompsystemen waarbij stroomuitval niet herkend kan worden (vakantiehuis), moet de verwarmingskring met een geschikte vorstbeveiliging worden gebruikt.

DIMPLEX LIK 8MER - Vorstbeveiliging - 1

6.4 Elektrische aansluiting

De spanningsvoorziening en stuurspanning verlopen via conventionele leidingen (last: 3-aderig, sturing: 3-aderig).

De spanningsvoorziening dient van een afschakeling met tenminste 3 mm contactopeningsafstand (b.v. een veiligheidsschakelaar van de elektriciteitsmaatschappij), evenals een 1-polige vermogensschakelaar te worden voorzien (uitschakelstroom volgens toestelinformatie).

De stuurspanning moet met 10 A worden beveiligd. Voor detailinformatie zie bijvoegsel Elektrische schema's.

7 Inbedrijfstelling

7.1 Algemeen

Voor een inbedrijfstelling volgens de voorschriften dient deze door een door de fabriek bevoegde serviceafdeling uitgevoerd te worden. Onder bepaalde voorwaarden is daarmee een verlenging van de garantie verbonden (verg. garantievergoeding). De inbedrijfstelling dient in de verwarmingsmodus te worden uitgevoerd.

7.2 Voorbereiding

Vóór de inbedrijfstelling dienen de volgende punten gecontroleerd te worden:

Alle aansluitingen van de warmtepomp dienen gemonteerd te zijn (zie hoofdstuk 6).
In de verwarmingskring moeten alle kranen, die de correcte stroming van het verwarmingswater zouden kunnen belemmeren, geopend zijn.
■ De luchtinlaat en luchtuitlaat moeten vrij worden gehouden.
- De draairichting van de ventilator moet overeenstemmen met de pijlrichting.
De warmtepompregelaar moet volgens de bijbehorende gebruiksaanwijzing op het verwarmingssysteem zijn afgestemd.
■ Het condenswater moet ongehinderd kunnen aflopen.
- De afvoer van het verwarmingswateroverdrukventiel moet zijn gewaarborgd.
■ Ontluchting van de verwarmingsinstallatie:
Zorg ervoor dat alle verwarmingskringlopen open zijn; ook moet de verwarmings-circulatiepomp in werking (niveau III) zijn.
De warmtepompregelaar onder spanning zetten. De bedrijfsmodus van de tweede warmtebron kiezen, het systeem op de hoogste plaats ontluchten, evt. water bijvullen (minimale statische druk in acht nemen).

7.3 Werkwijze bij inbedrijfstelling

De inbedrijfstelling van de warmtepomp verloopt via de warmtepompregelaar. De instellingen moeten overeenkomstig de handleiding ervan worden uitgevoerd.

Het vermogensniveau van de circulatiepomp moet op het verwarmingssysteem worden afgestemd.

De instelling van het overstroomventiel moet aan de verwarmingsinstallatie worden aangepast. Een verkeerde instelling kan tot foutieve werking en een verhoogde elektrische energiebehoefte leiden. Om het overstroomventiel goed in te stellen, adviseren wij als volgt te handelen:

Sluit alle verwarmingskringen, die ook bij een werkende installatie afhankelijk van het gebruik gesloten kunnen zijn, zodat het waterdebiet in deze bedrijfsstand zo ongunstig mogelijk is. Dit zijn doorgaans de verwarmingskringen in de ruimten aan de zuid- en westkant. Er moet minimaal één verwarmingskring geopend blijven (b.v. bad).

Het overstroomventiel moet zo ver worden geopend, dat bij de actuele warmtebrontemperatuur het in de onderstaande tabel aangegeven maximale temperatuurverschil tussen verwarmingsvertrek en -terugloop ontstaat. Het temperatuurverschil moet zo dicht mogelijk bij de warmtepomp worden gemeten. Bij mono-energetische installaties moet het verwarmingselement gedeactiveerd worden.

Warmtebron-temperatuurvan totMax. temperatuurverschiltussen verwarmingsvertrek en - terugloop
-20 °C -15 °C 4 K
-14 °C -10 °C 5 K
-9 °C -5 °C 6 K
-4 °C 0 °C 7 K
1 °C 5 °C 8 K
6 °C 10 °C 9 K
11 °C 15 °C10 K
16 °C 20 °C11 K
21 °C 25 °C12 K
26 °C 30 °C13 K
31 °C 35 °C14 K

Storingen bij een werkende installatie worden ook op de warmtepompregelaar weergegeven en kunnen, zoals in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar is beschreven, worden verholpen.

Bij buitentemperaturen lager dan 10 °C verwarmingswatertemperaturen lager dan 16 °C moet het bufferopslagvat met de tweede warmtebron tot minimaal 25 °C worden verwarmd.

Het volgende verloop moet worden gerespecteerd om de inbedrijfstelling storingsvrij te realiseren:

1) Sluit alle verwarmingskringen.
2) Zet het overstroomventiel helemaal open.
3) Kies de auto-modus op de regelaar.
4) Wacht tot het bufferopslagvat een temperatuur van minimaal 25 °C heeft bereikt.
5) Vervolgens worden de afsluitventielen van de verwarmingskringen achtereenvolgens weer langzaam geopend en wel dusdanig dat het waterdebiet door langzaam openen van de betreffende verwarmingskring constant verhoogd wordt. De temperatuur van het verwarmingswater in het bufferopslagvat mag daarbij niet onder de 20 °C zakken, om ontdooien van de warmtepomp te allen tijde mogelijk te maken.

6) Wanneer alle verwarmingskringen volledig zijn geopend en een verwarmingswatertemperatuur in het bufferopslagvat van ca. 20 °C aangehouden wordt, moet de minimale volumestroom op het overstroomventiel en de verwarmingscirculatiepomp worden ingesteld.

7) Nieuwbouw heeft wegens de benodigde energie voor het drogen na de bouw een verhoogde warmtebehoefte. Deze verhoogde warmtebehoefte kan ertoe leiden dat een krap gedimensioneerde verwarmingsinstallatie de gewenste kamertemperatuur niet altijd bereikt. Daarom wordt aanbevolen, in dat geval de tweede warmtebron in de eerste verwarmingsperiode bedrijfsklaar te houden. Daartoe moet de grenstemperatuur op de warmtepompregelaar omhooggezet worden naar 15 °C.

8 Reiniging / onderhoud

8.1 Onderhoud

Let erop dat geen voorwerpen aan het toestel geleund of erop gelegd worden, om de lak niet te beschadigen. De buitendelen van de warmtepomp kunnen met een vochtige doek en met gewone schoonmaakmiddelen behandeld worden.

OPGELET!

Gebruik geen zand-, soda-, zuur- of chloorhoudende schoonmaakmiddelen, omdat deze het oppervlak aantasten.

Om storingen door vuil in de warmtewisselaar van de warmtepomp te voorkomen, moet ervoor worden gezorgd dat er geen vuil in de warmtewisselaar van het verwarmingssysteem kan komen. Om de verdamper te beschermen is een vogelrooster met minimaal 80 % vrije doorsnede in het aanzuigkanaal raadzaam. Indien zich nochtans bedrijfsstoringen door vervuiling voordoen, moet de installatie schoongemaakt worden zoals hieronder beschreven.

8.2 Reiniging verwarmingsgedeelte

Vooral bij het gebruik van stalen componenten kunnen er oxidatieproducten (roest) door zuurstof in de warmwaterkringloop ontstaan. De roest komt via ventielen, circulatiepompen of kunststof buizen in het verwarmingssysteem terecht. Daarom dient er - vooral bij de buizen van de vloerverwarming - op een diffusiedichte installatie gelet te worden.

OPGELET!

Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (b.v. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken.

Ook resten van smeer- en afdichtingsmiddelen kunnen het warme water vervuilen.

Indien de vervuiling zo groot is, dat het vermogen van de condensor in de warmtepomp vermindert, moet een installateur de installatie reinigen.

Volgens de huidige stand van kennis adviseren wij om te reinigen met een fosforzuur van 5% of, indien er vaker moet worden gereinigd, met een mierenzuur van 5%.

In beide gevallen moet de reinigingsvloeistof op kamertemperatuur zijn. Het is raadzaam, de warmtewisselaar tegen de normale doorstroomrichting in uit te spoelen.

Om te voorkomen, dat zuurhoudend reinigingsmiddel in de kringloop van de verwarmingsinstallatie terechtkomt, raden wij aan het spoelapparaat direct op het vertrek en de terugloop van de condensor van de warmtepomp aan te sluiten.

Daarna moet er met geschikte, neutraliserende middelen nogmaals grondig gespoeld worden, zodat beschadigingen door eventueel in het systeem achtergebleven resten van een reinigingsmiddel worden voorkomen.

De zuren moeten voorzichtig worden gebruikt en de desbetreffende voorschriften moeten in acht genomen worden.

In geval van twijfel moet met de fabrikant van het reinigingsmiddel worden overlegd!

De ontwatering van het bufferopslagvat verloopt via de vul- en aftapkraan linksonder op het apparaat. Bovendien moet de kogelkraan op het drukexpansievat geopend worden om luchttoevoer naar het bufferopslagvat mogelijk te maken.

8.3 Reiniging luchtzijde

De luchtkanalen, verdamper, ventilator en condenswaterafvoer moeten voor het begin van het stookseizoen worden gereinigd (bladeren, twijgen etc.). Daartoe moet de warmtepomp aan de linker zijde en aan de voorkant eerst aan de onderkant en dan aan de bovenkant worden geopend.

OPGELET!

Alvorens het toestel te openen, dienen alle stroomkringen vrij van spanning te zijn.

Het wegnemen en plaatsen van de delen aan de voorkant wordt uitgevoerd als beschreven in hoofdstuk 4.

Gebruik voor het schoonmaken geen scherpe of harde voorwerpen, om de verdamper en de condenswaterbak niet te beschadigen.

9 Storingen / storingsdiagnose

Deze warmtepomp is een kwaliteitsproduct, dat onder normale omstandigheden storings- en onderhoudsvrij werkt. Als er toch een keer een storing optreedt, wordt dit op het display van de warmtepompmanager weergegeven. Zie hiertoe de pagina Storingen en Storingsdiagnose in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompmanager. Wanneer u de storing niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan de bevoegde serviceafdeling.

OPGELET!

Werkzaamheden aan de warmtepomp dienen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige serviceafdeling uitgevoerd te worden.

10 Buitenbedrijfstelling / verwijdering

Alvorens de warmtepomp te demonteren, dient de machine spanningsvrij en alle kleppen afgesloten te zijn. Milieurelevante eisen m.b.t. terugwinning, recyclage en afvoer van afvalstoffen en componenten volgens gebruikelijke normen dienen te worden nageleefd. Dit geldt in het bijzonder voor het vakkundig verwijderen van het koelmiddel en de koelolie.

11 Toestelinformatie

1 Technische en commercièle benamingLIK 8MER
2 Bouwvorm
2.1 Uitvoering Compact
2.2 Beschermingsgraad volgens EN 60 529 voor compact toestel resp. verwarmingsdeelIP 20
2.3 Plaats van opstelling Binnen
3 Vermogengegevens
3.1 Temperatuur-gebruiksgrenzen:
Verwarmingswater-vertrek/ -terugloop °C / °C tot 58 / vanaf 18
Koelen, vertrek °C +7 tot +20
Lucht (verwarmen) °C -25 tot +35
Lucht (koelen) °C +15 tot +40
3.2 Temperatuurverschil verwarmingswater bij A7 / W3510,05,0
3.3 Verwarmingsvermogen/ vermogencoëfficiënt (COP)bij A-7 / W351kW / ---5,8 / 2,75,5 / 2,6
bij A-7 / W451kW / ---5,4 / 2,1
bij A2/ W351kW / ---7,5 / 3,37,4 / 3,2
bij A7/ W351kW / ---9,3 / 3,99,2 / 3,8
bij A7/ W451kW / ---8,8 / 3,2
bij A10 / W351kW / ---9,8 / 4,19,7 / 4,0
3.4 Temperatuurverschil koelwaterbij A35 / W7K7,55,0
3.5 Koelvermogen/ vermogencoëfficiënt (COP)bij A27/ W7kW / ---7,9 / 2,77,9 / 2,6
bij A27/ W18kW / ---9,6 / 3,29,6 / 3,2
bij A35/ W7kW / ---7,0 / 2,06,9 / 2,0
bij A35/ W18kW / ---8,5 / 2,48,5 / 2,4
3.6 Geluidsvermogen apparaat / buitendB(A)53 / 60
3.7 Geluidsdruk op 1 m afstand (binnen)dB(A)48,0
3.8 Verwarmingswaterdebiet bij intern drukverschil 2m3/h / Pa0,8 / 27001,6 / 11900
3.9 Vrije compressie verwarmings-circulatiepomp (verwarmen, max. stand)Pa4500027000
3.10 Koelwaterdebiet bij intern drukverschilm3/h / Pa0,8 / 27001,2 / 6500
3.11 Vrije compressie circulatiepomp (koelen, max. stand)Pa4500037000
3.12 Luchtdebiet bij extern statisch drukverschilm3/h / Pa2500 / 20
3.13 Koelmiddel; totaal vulgewichttype / kgR404A / 3,3
3.14 Smeermiddel ; totaal vulhoeveelheidtype / literPolyolester (POE) / 1,5
3.15 Vermogen verwarmingselement (2de warmtebron)kW2,0
4 Afmetingen, aansluitingen en gewicht
4.1 Afmetingen toestel H x B x L cm190 x 75 x 68
4.2 Toestelaansluitingen voor verwarminginch1" buitendraad
4.3 Luchtkanaal-ingang en -uitgang (binnenafmetingen min.)L x B cm44 x 44
4.4 Gewicht transporteenheid/-eenheden incl. verpakkingkg250
4.5 Inhoud bufferopslagvatI50
4.6 Nominale druk bufferopslagvatbar6
5 Elektrische aansluiting
5.1 Nominale spanning; beveiligingV / A230 / 20
5.2 Nominaal Ingangsvermogen 1A2 W35kW2,272,33
5.3 Startstroom m. softstart-systeemA30
5.4 Nominale stroomA2 W35 / cos φA / ---12,3 / 0,812,7 / 0,8
6 Voldoet aan de Europese veiligheidsvoorschriften3
7 Andere eigenschappen van de uitvoering
7.1 Ontdooiingautomatisch
Type ontdooiingOmkering kringloop
Ontdoolbak voorhandenja (met verwarming)
7.2 Verwarmingswater in toestel tegen vorst beschermd 4ja
7.3 Vermogensniveaus1
7.4 Regelaar intern / externintern
  1. Deze gegevens staan voor de afmeting en het rendement van de installatie in overeenstemming met EN 255 en EN 14511. Voor economische en energetische berekeningen moet met verdere invloedfactoren rekening gehouden worden, vooral met ontdoolgedrag, bivalentiepunt en regeling. Hierbij betekent b.v. A2 / W55: Bultenluchttemperatuur 2 °C en vertrektemperatuur verwarmingswater 55 °C.

  2. De verwarmingscirculatiepomp is geïntegreerd.

  3. zie CE-conformiteitsverklaring

  4. De verwarmings-circulatiepomp en de regelaar van de warmtepomp dienen altijd bedrijfsklaar te zijn.

Bijvoegsel

1 Afmetingen....A-II

1.1 Warmtepomp....A-II
1.2 Inbouwmaten....A-III

2 Diagrammen....A-IV

2.1 Verwarmingsmodus....A-IV
2.2 Koelmodus....A-V

3 Elektrische schema's....A-VI

3.1 Sturing standaardregelaar....A-VI
3.2 Sturing koelregelaar....A-VII
3.3 Vermogen....A-VIII
3.4 Aansluitschema standaardregelaar ....A-IX
3.5 Aansluitschema koelregelaar....A-X
3.6 Legende....A-XI

4 Hydraulisch basisschema ...... A-XIII

4.1 Schematische afbeelding....A-XIII
4.2 Legende....A-XIV

5 Conformiteitsverklaring....A-XV

1 Afmetingen

1.1 Warmtepomp

DIMPLEX LIK 8MER - Warmtepomp - 1

1.2 Inbouwmaten

DIMPLEX LIK 8MER - Inbouwmaten - 1

1: Conventioneel bouwschuim (ter plaatse)
2: Afdichtingsmanchet (als accessoire verkrijgbaar)
3: Luchtkanaal (als accessoire verkrijgbaar)
4: Omlopende afkanting (ter plaatse) voor het afdichten van de stootrand en verbetering van de luchtgeleiding
Bij gebruik van een dempingsstrook onder de warmtepomp moet de maat overeenkomstig worden verhoogd.

2 Diagrammen

2.1 Verwarmingsmodus
DIMPLEX LIK 8MER - Diagrammen - 1

line | Luchtinlaattemperatuur in [°C] | Verwarmingsvermögen in [kW] (35 m³/h) | Verwarmingsvermögen in [kW] (50 m³/h) | | ------------------------------ | -------------------------------------- | -------------------------------------- | | -20 | 3.8 | 3.2 | | -10 | 5.5 | 4.8 | | 0 | 9.5 | 8.8 | | 10 | 12.0 | 11.0 | | 20 | 14.5 | 13.5 |

DIMPLEX LIK 8MER - Diagrammen - 2

line | Luchtinlaattemperatuur in [°C] | Verbruik (incl. aandeel pompvermögen) | | ----------------------------- | ------------------------------------- | | -20 | 2.0 | | 0 | 2.5 | | 1 | 3.0 | | 0 | 3.5 |

DIMPLEX LIK 8MER - Diagrammen - 3

line | Luchtinlaattemperatuur in [°C] | Vermogencoefficient (COP) | | ----------------------------- | ------------------------- | | -20 | 1.0 | | 0 | 3.0 | | 1 | 4.0 | | 1 | 5.0 |

DIMPLEX LIK 8MER - Diagrammen - 4

line | Verwarmingwaterdebiet in [m³/h] | Drukverlies in [Pa] | | ------------------------------- | ------------------- | | 0.0 | 0 | | 0.2 | ~100 | | 0.4 | ~500 | | 0.6 | ~1000 | | 0.8 | ~1500 | | 1.0 | ~2000 | | 1.2 | ~3000 | | 1.4 | ~4500 | | 1.6 | ~6500 | | 1.8 | ~8500 | | 2.0 | ~9000 |

2.2 Koelmodus

DIMPLEX LIK 8MER - Koelmodus - 1

line | Luchtinlaattemperatuur in [°C] | Waterafvoertemperatuur in [°C] | | ------------------------------ | ------------------------------ | | 15 | 11.2 | | 20 | 10.5 | | 25 | 9.8 | | 30 | 9.0 | | 35 | 8.2 | | 40 | 7.5 | | 45 | 6.8 |

DIMPLEX LIK 8MER - Koelmodus - 2

line | Luchtinlaattemperatuur in [°C] | Verbruik (incl. aandeel pompvermögen) | | ----------------------------- | ------------------------------------- | | 15 | 2.5 | | 20 | 2.8 | | 25 | 3.0 | | 30 | 3.3 | | 35 | 3.6 | | 40 | 3.9 |

DIMPLEX LIK 8MER - Koelmodus - 3

line | Verwarmingwaterdebiet in [m³/h] | Drukverlies in [Pa] | | ------------------------------ | ------------------- | | 0.2 | 0 | | 0.4 | 500 | | 0.6 | 1500 | | 0.8 | 2500 | | 1.0 | 3500 | | 1.2 | 5000 | | 1.4 | 9000 |

DIMPLEX LIK 8MER - Koelmodus - 4

line | Luchtinlaattemperatuur in [°C] | Vermogencoefficient (COP) | | ----------------------------- | ------------------------- | | 15 | 4.5 | | 20 | 3.8 | | 25 | 3.2 | | 30 | 2.8 | | 35 | 2.4 | | 40 | 2.0 | | 45 | 1.8 |

3.1 Sturing standaardregelaar

DIMPLEX LIK 8MER - Sturing standaardregelaar - 1

flowchart
graph TD
    subgraph Input
        N1["Input N1"] --> J9["J9"]
        J10["J10"] --> J11["J11"]
        J11 --> J12["J12"]
        J12 --> J13["J13"]
        J13 --> J14["J14"]
        J14 --> J15["J15"]
        J15 --> J16["J16"]
        J16 --> J17["J17"]
        J17 --> J18["J18"]
    end

    subgraph Output
        J1["J1"] --> G0["G0"]
        G0 --> B1["B1"]
        B1 --> R2["R2"]
        R2 --> X2/3["X2/3"]
        X2/3 --> M13["M13"]
        M13 --> A2["A2"]
        A2 --> K20["K20"]
        K20 --> E10["E10"]
        E10 --> Z1["Z1"]
        Z1 --> K20
        K20 --> SPR["SPR"]
        SPR --> TK["TK"]
        TK --> M27["M27"]
        M27 --> F23["F23"]
        F23 --> ID6["ID6"]
        ID6 --> ID7["ID7"]
        ID7 --> ID8["ID8"]
        ID8 --> IDC1["IDC1"]
        IDC1 --> G0["G0"]
    end

    subgraph Control
        J2["J2"] --> G0
        G0 --> B2["B2"]
        B2 --> R3["R3"]
        R3 --> X2/3
        X2/3 --> M13
        M13 --> A2
        A2 --> K20
        K20 --> E10
        E10 --> Z1
        Z1 --> K20
    end

    subgraph Output
        J3["J3"] --> G0
        G0 --> B4["B4"]
        B4 --> R7["R7"]
        R7 --> M13
        M13 --> A2
        A2 --> K20
        K20 --> E10
        E10 --> Z1
    end

    subgraph Control
        J4["J4"] --> G0
        G0 --> B5["B5"]
        B5 --> R9["R9"]
        R9 --> M13
        M13 --> A2
        A2 --> K20
    end

    subgraph Output
        J5["J5"] --> G0
        G0 --> B6["B6"]
        B6 --> R8["R8"]
        R8 --> E10
        E10 --> Z1
    end

    subgraph Control
        J6["J6"] --> G0
        G0 --> B7["B7"]
        B7 --> X2/3["X2/3"]
        X2/3 --> M13
        M13 --> A2
    end

    subgraph Output
        J7["J7"] --> G0
        G0 --> ID9["ID9"]
        ID9 --> ID10["ID10"]
        ID10 --> ID11["ID11"]
        ID11 --> ID9
        ID9 --> ID9
    end

    subgraph Control
        J8["J8"] --> G0
        G0 --> ID3["HID"]
        ID3 --> ID4["HID"]
        ID4 --> ID9
    end

    subgraph Output
        J9["J9"] --> J10["J10"]
    end

    style Input fill:#f9f,stroke:#333
    style Output fill:#ccf,stroke:#333

3.2 Sturing koelregelaar

DIMPLEX LIK 8MER - Sturing koelregelaar - 1

flowchart
graph TD
    A["230VAC (L)"] --> B["J9"]
    C["Vierweg-omschakelventiel"] --> D["J10"]
    E["1.8 / Y1"] --> F["J11"]
    G["1.2 / J11"] --> H["J12"]
    I["pLAN"] --> J["J13"]
    K["N2"] --> L["J1"]
    M["1.5 / X2:G"] --> N["G0"]
    O["1.2 / X5"] --> P["GND"]
    Q["24VAC"] --> R["X2/4 + VDC"]
    S["0VAC"] --> T["X2/3 GND"]
    U["C1 NO1 NO2 NO3 C1"] --> V["J12"]
    W["C4 NO4 NO5 NO6 C4"] --> X["J13"]
    Y["C7 NO7 C7"] --> Z["J14"]
    AA["0 VAC"] --> AB["J5"]
    AC["+VDC"] --> AD["B1 B2 B3 B4"]
    AE["+VDC"] --> AF["B5 GND B6 GND"]
    AG["VG VG0 Y1 Y2 Y3 Y4"] --> AH["J4"]
    AI["ID1 ID2 ID3 ID4 ID5 ID6 ID7 ID8 IDC1"] --> AJ["J5"]
    AK["+VDC"] --> AL["X2/4 GND"]

3.3 Vermogen

K25/ 1.7 14 21 N/X3 C1 1/X3 N7 R RC L1 S ON N M1 M 1~ C R S X1 J Z P U 3 230V ~ 50Hz N2 U1 U2 U1 M 1~ Z2 Z1 C3 Tk Tk F23

3.4 Aansluitschema standaardregelaar
DIMPLEX LIK 8MER - Vermogen - 2

flowchart
graph TD
    subgraph J1
        G0["G0"] --> B1["B1"]
        B1 --> B2["B2"]
        B2 --> B3["B3"]
        B3 --> GND["GND"]
        GND --> J3["J3"]
        J3 --> B4["B4"]
        B4 --> BC4["B4"]
        BC4 --> B5["B5"]
        B5 --> BC5["B5"]
        BC5 --> VG["VG"]
        VG --> VG0["VG0"]
        VG0 --> Y1["Y1"]
        Y1 --> Y2["Y2"]
        Y2 --> Y3["Y3"]
        Y3 --> Y4["Y4"]
    end

    subgraph J2
        B3
        B4
        B5
        B6
        B7
        B8
        B9
        B10
        B11
        B12
        B13
        B14
        B15
        B16
        B17
        B18
    end

    subgraph J3
        GND
        GND --> VDC["VDC"]
        VDC --> B4
        VDC --> BC4
        VDC --> BC5
        VDC --> VG
        VG --> VG0
        VG0 --> Y1
        VG0 --> Y2
        VG0 --> Y3
    end

    subgraph J4
        GND
        GND --> VDC
        VDC --> B4
        VDC --> BC4
        VDC --> BC5
        VDC --> VG
        VG --> VG0
        VG0 --> Y1
        VG0 --> Y2
        VG0 --> Y3
    end

    subgraph J5
        GND
        GND --> ID1["ID1"]
        ID1 --> ID2["ID2"]
        ID2 --> ID3["ID3"]
        ID3 --> ID4["ID4"]
        ID4 --> ID5["ID5"]
        ID5 --> ID6["ID6"]
        ID6 --> ID7["ID7"]
        ID7 --> ID8["ID8"]
        ID8 --> IDC1["IDC1"]
    end

    subgraph J6
        GND
        GND --> B6["B6"]
        B6 --> B7["B7"]
        B7 --> B8["B8"]
        B8 --> GND
        GND --> ID9["ID9"]
        ID9 --> ID10["ID10"]
        ID10 --> ID11["ID11"]
        ID11 --> ID12["ID12"]
        ID12 --> IDC9["IDC9"]
    end

    subgraph J7
        GND
        GND --> ID3["ID3"]
        ID3 --> ID4["ID4"]
        ID4 --> ID5["ID5"]
        ID5 --> ID6["ID6"]
        ID6 --> ID7["ID7"]
        ID7 --> ID8["ID8"]
    end

    subgraph J8
        GND
        GND --> ID7["ID7"]
        ID7 --> ID8["ID8"]
    end

    subgraph K28
        R5["R5"] --> X2/3["X2/3"]
    end

    subgraph X2
        A1["A1"] --> A2["A2"]
    end

    subgraph X2_G
        A1a["A1"] --> A2a["A2"]
    end

    subgraph X2_LNPE-X1
        K22["K22"] --> K23["K23"]
    end

    subgraph 230VAC - 50Hz
        F3["F3"] --> T4.0AL["T4.0AL"]
        F2["F2"] --> T4.0AL["T4.0AL"]
    end

    style J9 fill:#f9f,stroke:#333
    style J10 fill:#f9f,stroke:#333
    style J12 fill:#f9f,stroke:#333
    style J13 fill:#f9f,stroke:#333
    style J14 fill:#f9f,stroke:#333
    style J15 fill:#f9f,stroke:#333
    style J16 fill:#f9f,stroke:#333
    style J17 fill:#f9f,stroke:#333
    style J18 fill:#f9f,stroke:#333

    note right of J1: N=max, max=200W; M19=max, max=200W; X1-N: X1-N.

    note right of X2: H5 max, max=200W; M19 max, max=200W; X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-: X2-:
    note right of X1: 12 pol.
    note right of X1_1: L N PE X1

    note right of X1_2: 3

    note right of X1_3: 3

    note right of X1_4: 3

    note right of X1_5: 3

    note right of X1_6: 3

    note right of X1_7: 3

    note right of X1_8: 3

    note right of X1_9: 3

    note right of X1_10: 3

    note right of X1_11: 3

    note right of X1_12: 3

    note right of X1_13: 3

    note right of X1_14: 3

    note right of X1_15: 3

    note right of X1_16: 3

    note right of X1_17: 3

    note right of X1_18: 3

    note right of X1_19: 3

    note right of X1_20: 3

    note right of X1_21: 3

    note right of X1_22: 3

    note right of X1_23: 3

    note right of X1_24: 3

    note right of X1_25: 3

    note right of X1_26: 3

    note right of X1_27: 3

    note right of X1_28: 3

    note right of X1_29: 3

    note right of X1_30: 3

    note right of X1_31: 3

    note right of X1_32: 3

    note right of X1_33: 3

    note right of X1_34: 3

    note right of X1_35: 3

    note right of X1_36: 3

    note right of X1_37: 3

    note right of X1_38: 3

    note right of X1_39: 3

    note right of X1_40: 3

    note right of X1_41: 3

    note right of X1_42: 3

    note right of X1_43: 3

    note right of X1_44: 3

    note right of X1_45: 3

    note right of X1_46: 3

    note right of X1_47: 3

    note right of X1_48: 3

    note right of X1_49: 3

    note_right_of_X1_50["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_51["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_52["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_53["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_54["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_55["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_56["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_57["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_58["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_59["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_60["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_61["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_62["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_63["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_64["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_65["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_66["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_67["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_68["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_69["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_70["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_71["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_72["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_73["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_74["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_75["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_76["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_77["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_78["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_79["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_80["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_81["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_82["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_83["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_84["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_85["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_86["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_87["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_88["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_89["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_90["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_91["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_92["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_93["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_94["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_95["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_96["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_97["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_98["LENA - 50Hz"]

    note_right_of_X1_99["LENA - 50Hz"]

    note right of X2-((X)=-X)

    Note left side (J) in top left corner (L) in bottom left corner (M) in top center (N) in bottom left corner (O) in top center (P) in bottom center (Q) in top center (R) in bottom center (S) in top center (T) in bottom center (U) in top center (V) in bottom center (W) in top center (X) in top center (Y) in bottom center (Z) in bottom center (X) in top center (Y)

    Note left side (J) in bottom left corner (M) in top center (P) in top center (Q) in top center (R) in bottom center (S) in top center (T) in bottom center (U) in top center (V)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (P) in top center (Q) in top center (R) in bottom center (S) in top center (T)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (P) in top center (Q) in top center (R)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (P) in top center (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (P) in top center (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (P) in top center (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (P) in top center (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (P) & top center (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (P) & top center (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (P) & top center (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (P) & top center (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (P)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (P)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (P)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (P)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (P)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (P)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top center (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (P)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (P)

    Note left side (J) in bottom center (M) in top centers (Q)

    Note left side (J) in bottom center (M) & top centers for each node.

    Note left side is labeled 'MAX = MAX' at the base node.

3.5 Aansluitschema koelregelaar

DIMPLEX LIK 8MER - Aansluitschema koelregelaar - 1

flowchart
graph TD
    subgraph Input Lines
        X1-N["230VAC (N)"] --> J9["J9"]
        J12-C1["230VAC (L)"] --> J10["J10"]
        J12-C1 --> J11["J11"]
        J12-C1 --> J12["J12"]
        J12-C1 --> J13["J13"]
        J12-C1 --> J14["J14"]
        J12-C1 --> J15["J15"]
    end

    subgraph Junctions
        N2["N2"] --> J9
        J9 --> J10
        J10 --> J11
        J11 --> J12
        J12 --> J13
        J13 --> J14
        J14 --> J15
        J15 --> N5["N5"]

    end

    subgraph Temperature Sensors
        J1["G"] --> G0["G0"]
        G0 --> B1["B1"]
        B1 --> B2["B2"]
        B2 --> B3["B3"]
        B3 --> B4["B4"]
        B4 --> B5["B5"]
        B5 --> B6["B6"]
        B6 --> B7["B7"]
        B7 --> B8["B8"]
        B8 --> B9["B9"]
        B9 --> B10["B10"]
        B10 --> B11["B11"]
        B11 --> B12["B12"]
        B12 --> B13["B13"]
        B13 --> B14["B14"]
        B14 --> B15["B15"]
        B15 --> N5
    end

    subgraph Control Signals
        N3["N3"] --> G["GuoT"]
        G --> GND["ntc"]
        GND --> GNDb["ntc"]
        GNDb --> GNDc["M"]
        GNDc --> GNDd["out H"]
    end

    subgraph Temperature Sensors
        N4["N4"] --> G["GuoT"]
        G --> GND["ntc"]
        GND --> GNDc
        GNDc --> GNDd
        GNDd --> GNDf["M"]
        GNDf --> GNDg["out H"]
    end

    subgraph Output Signals
        R10.1["R10.5"] --> φ[φ]
    end

    style Input Lines fill:#f9f,stroke:#333
    style Junctions fill:#ccf,stroke:#333
    style Temperature Sensors fill:#dfd,stroke:#333

3.6 Legende

A1 Draadbrug aanbrengen indien er geen hoofdschakelaar van de elektriciteitsmaatschappij nodig is (ingang open= afsluiting energiebedrijf = warmtepomp "uit")

A2 Draadbrug bij gebruik van de 2de blokkeringsingang verwijderen (ingang open = afsluiting energiebedrijf = warmtepomp "uit")

A4 Draadbrug (altijd geplaatst; ingang wordt bij lucht-water-warmtepompen niet gebruikt)

B3* Thermostaat warm water

B4* Thermostaat zwembadwater

C1 Werkcondensator compressor

C3 Werkcondensator ventilator

E3 Pressostaat stop ontdooiing

E9 Elekt. dompelverwarmingselement warm water

E10 2. Warmtebron elektrische verwarming (functie selecteerbaar via regelaar)

E13* 2. Koelgenerator

F2 Zekering voor N1-relaisuitgangen op J12 en J13

4.0 ATr

F3 Zekering voor N1-relaisuitgangen op J15 - J18

4.0 ATr

F4 Pressostaat hoge druk

F5 Pressostaat lage druk

F7 Heetgasthermostaat

F23 Wikkelingsisolatie ventilator

H5* Lampje storingsaanduiding op afstand

N1:

J1 Stroomvoorziening-N1 (24VAC)

J2...J3 Voeleringangen

J4 Analoge uitgangen, worden niet gebruikt

J7...J8 Digitale ingangen

J9 Geen functie

J10 Contactdoos voor afstandbediening

J11 pLAN - aansluiting

J12 Relaisuitgangen voor compressor en ventilator

J13...J18 Relaisuitgangen voor de sturing van de systeemcomponenten (230 VAC)

N2

J1 Stroomvoorziening-N2 (24VAC)

J2...J3 Voeleringangen

J4 Analoge uitgangen, worden niet gebruikt

J5 Digitale ingangen

J9 Geen functie

J10 Contactdoos voor afstandbediening

J11 pLAN - aansluiting

J12 Relaisuitgangen voor M14, M19 en H5 (230 VAC)

J13...J18 Relaisuitgangen voor de sturing van de systeemcomponenten (230 VAC)

K2 Veiligheidsschakelaar ventilator

K11* Elektron. relais storingsaanduiding op afstand (relaismodule)

K12* Elektron. relais circulatiepomp zwembadwater (relaismodule)

K20 Relais 2de warmtebron

K21* Contactor elekt. dompelverwarmingselement warm water

K22* Contactor afsluiting elektriciteitsmaatschappij

K23* SPR hulprelais

K25 Startrelais voor N7

K28* Aanvraag koelmodus

M1 Compressor

M2 Ventilator

M13* Verwarmings-circulatiepomp

M14* Verwarmings-circulatiepomp 1ste verwarmingskring

M15* Verwarmings-circulatiepomp 2de verwarmingskring

M16* Bijkomende circulatiepomp

M18* Warmwater-circulatiepomp

M19* Zwembadwater-circulatiepomp

M21* Mengkraan hoofdkring

M22* Mengkraan 2de verwarmingskring

N1 Warmtepompregelaar

N2 Koelregelaar

N3/N4* Toestellen

N5* Dauwpuntschakelaar

N7 Softstartbesturing

N9* Ruimtetemperatuurregelaar

N11* Relaismodule

N14 Besturingspaneel

R1 Buitenvoeler

R2 Terugloopvoeler verwarming

R3 Warmwatervoeler (alternatief voor warmwaterthermostaat)

R5 Voeler voor 2de verwarmingskring

R7 Codeerweerstand 28k7

R10.1-5 Vochtvoeler voor N5 (maximaal 5 voelers)

T1 Veiligheidsscheidingstransformator 230/24 VAC-50Hz/50VA

X1 Klemmenblok: Netbelasting L/N/PE-230VAC-50Hz; -sturing L/N/PE-230VAC-50Hz; N- en PE-verdeler

X2/1 Klemmenblok: verdeler voor 24VAC

X2/2 Klemmenblok: verdeler voor 0VAC

X2/3 Klemmenblok: verdeler voor DC / Ground (-)

X2/4 Klemmenblok: verdeler voor DC / plus (+)

X3 Klemmenblok: compressor

Y1 Vierweg-omschakelventiel

Afkortingen:

EVB Ingang afsluiting elektriciteitsmaatschappij

SPR Extra blokkeringsingang

MA* Mengkraan open

MZ Mengkraan dicht

* Componenten dienen extern beschikbaar te worden gesteld

---- kan desgewenst door de klant worden aangesloten

—— Klaar bedraad

4.1 Schematische afbeelding

DIMPLEX LIK 8MER - Schematische afbeelding - 1

flowchart
graph TD
    A["EV"] --> B["N1-N010"]
    B --> C["⑤"]
    C --> D["N1-B3 (R3)"]
    D --> E["N1-N06 (M18)"]
    E --> F["③"]
    F --> G["④"]
    G --> H["N1-B1 (R1)"]
    H --> I["T"]
    C --> J["TC"]
    J --> K["②"]
    K --> L["E8"]
    L --> M["(M13)"]
    M --> N["T"]
    N --> O["(R2)"]
    O --> P["⑥"]
    P --> Q["⑦"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#fcc,stroke:#333
    style H fill:#ffc,stroke:#333
    style I fill:#fcc,stroke:#333
    style J fill:#cff,stroke:#333
    style K fill:#ffc,stroke:#333
    style L fill:#fcc,stroke:#333
    style M fill:#ffc,stroke:#333
    style N fill:#fcc,stroke:#333
    style O fill:#ffc,stroke:#333
    style P fill:#fcc,stroke:#333
    style Q fill:#fcc,stroke:#333

4.2 Legende

Afsluitventiel
Overstroomventiel
Veiligheidsklepcombinatie
Circulatiepomp
Expansievat
Door ruimtetemperatuur gestuurd ventiel
Afsluitventiel met terugslagklep
Afsluitventiel met ontwatering
Warmteverbruiker
Temperatuurvoeler
Flexibele aansluitslang
1Warmtepomp
2Bufferopslagvat
3Warmtepompregelaar
4Stroomdistributie
5Waterverwarmer
6Condenswaterafvoer
7Overdruk verwarmingswater
E8 Hulpverwarming
M13 Verwarmings-circulatiepomp
M18 Warmwater-circulatiepomp
N1 Warmtepompregelaar
R1 Buitenvoeler
R2 Terugloopvoeler
R3 Warmwatervoeler
EV Stroomdistributie
KW Koud water
MA Mengkraan open
WW Warm water

5 Conformiteitsverklaring

CE

EG - Konformitätserklärung EC Declaration of Conformity Déclaration de conformité CE

DIMPLEX LIK 8MER - EG - Konformitätserklärung EC Declaration of Conformity Déclaration de conformité CE - 1

Der Unterzeichnete

The undersigned

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DIMPLEX

Model : LIK 8MER

Categorie : Waterpomp