DIMPLEX SIK 14 TE - Waterpomp

SIK 14 TE - Waterpomp DIMPLEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SIK 14 TE DIMPLEX in PDF-formaat.

📄 24 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice DIMPLEX SIK 14 TE - page 4
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Grond/water-warmtepomp (binnenopstelling)
Model SIK 14 TE
Afmetingen (H x B x D) 1115 x 652 x 688 mm
Gewicht (incl. verpakking) 203 kg
Elektrische aansluiting 400 V / 16 A, 50 Hz, 3-fase
Koelmiddel R407C, 2,3 kg
Verwarmingsvermogen (B0/W35) 14,1 kW
COP (B0/W35) 3,5
Maximale vertrektemperatuur 58 °C
Temperatuurbereik warmtebron (glycolwater) -5 °C tot +25 °C
Geluidsniveau 51 dB(A)
Beschermingsgraad IP20
Expansievat 24 liter, voordruk 1,0 bar
Minimaal glycolwatergehalte 25% (antivries tot -14 °C)
Aansluitingen verwarming en warmtebron R 1 1/4" buitendraad
Regeling Geïntegreerde warmtepompregelaar
Circulatiepompen Ingebouwd (verwarming en glycolwater)
Onderhoud Onderhoudsvrij; filter wekelijks reinigen eerste maand
Veiligheid CE-conform, hoge- en lagedrukpressostaat, overstroomventiel
Toepassing Verwarming en warmwaterbereiding met aardsonde of -collector

Veelgestelde vragen - SIK 14 TE DIMPLEX

Hoe installeer ik de Dimplex SIK 14 TE warmtepomp?
De installatie moet door een erkende vakman worden uitgevoerd. Zorg voor een vlakke, horizontale ondergrond, houd ca. 1 m vrije ruimte rondom voor service. Sluit de verwarming en warmtebron aan op de R 1 1/4" aansluitingen en voer de elektrische aansluiting uit op 400 V/16 A met rechtsdraaiend veld. Vul het systeem met glycolwater (min. 25% antivries) en ontlucht.
Welk antivriesmiddel moet ik gebruiken?
Gebruik uitsluitend antivriesmiddelen op basis van monoethyleenglycol of propyleenglycol. Het glycolwater moet minimaal 25% antivries bevatten om vorstbescherming tot -14 °C te garanderen.
Hoe vaak moet ik de filter reinigen?
Reinig de filterzeef in de glycolwateringang een dag na inbedrijfstelling, daarna wekelijks. Zodra er geen vervuiling meer zichtbaar is, kunt u de zeef verwijderen om drukverlies te beperken.
Wat moet ik doen bij een storingsmelding?
Raadpleeg het display van de warmtepompregelaar voor de storingscode. Kijk in de gebruiksaanwijzing van de regelaar hoe u de storing kunt verhelpen. Als u het niet zelf kunt oplossen, schakel dan een bevoegde serviceafdeling in.
Kan ik de warmtepomp zelf onderhouden?
De warmtepomp is grotendeels onderhoudsvrij. Alleen de filter moet regelmatig worden gereinigd. Laat eventuele reparaties aan de koelkringloop of elektrische componenten altijd over aan een erkende installateur.
Wat is de aanbevolen vertrektemperatuur voor energiebesparing?
Een lage vertrektemperatuur is gunstig: elke graad hoger verhoogt het energieverbruik met ca. 2,5%. Gebruik bij voorkeur lage temperatuurverwarming (30-50 °C) voor een optimaal rendement.
Hoe stel ik het overstroomventiel in?
Sluit alle verwarmingskringen die in normaal bedrijf gesloten kunnen zijn. Open het overstroomventiel tot het temperatuurverschil tussen aanvoer en retour overeenkomt met de tabel (bijv. 10 K bij -5 tot 0 °C warmtebrontemperatuur). Meet het verschil dicht bij de warmtepomp.
Wat is de garantie op de Dimplex SIK 14 TE?
De garantie wordt verlengd wanneer de inbedrijfstelling door een door de fabriek bevoegde serviceafdeling wordt uitgevoerd. Raadpleeg de garantievoorwaarden in de documentatie.
Hoe ontlucht ik het verwarmingssysteem?
Vul en ontlucht het systeem na installatie. Gebruik de ontluchtingskranen op de glycolwaterverdeler en de verwarmingskring. Zorg dat alle schuiven geopend zijn. Controleer de dichtheid.
Welke veiligheidsmaatregelen moet ik nemen?
Schakel altijd alle stroomkringen spanningsvrij voordat u het apparaat opent. De warmtepomp mag maximaal 45° gekanteld worden. Gebruik een alpolige afschakeling met minimaal 3 mm contactopening. Werkzaamheden alleen door vakpersoneel.

Gebruikersvragen over SIK 14 TE DIMPLEX

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SIK 14 TE - DIMPLEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SIK 14 TE van het merk DIMPLEX.

GEBRUIKSAANWIJZING SIK 14 TE DIMPLEX

Montage- en gebruiksaanwijzing

DIMPLEX SIK 14 TE - 1

Grond/water- warmtepomp voor plaatsing binnen

Inhoudsopgave

1 Direct lezen a.u.b....NL-2

1.1 Belangrijke aanwijzingen ....NL-2
1.2 Wettelijke voorschriften en richtlijnen ....NL-2
1.3 Energiebesparend gebruik van de warmtepomp ....NL-2

2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp ....NL-3

2.1 Toepassingsgebied....NL-3
2.2 Werkwijze ....NL-3

3 Basisapparaat.... NL-3

4 Toebehoren....NL-4

4.1 Glycolwaterverdeler ....NL-4
4.2 Glycolwaterpressostaat ....NL-4

5 Transport....NL-4

6 Plaatsing NL-4

6.1 Algemene aanwijzingen....NL-4
6.2 Geluidsemissies....NL-4

7 Montage.... NL-5

7.1 Algemeen....NL-5
7.2 Aansluiting aan verwarming....NL-5
7.3 Aansluiting aan warmtebron ....NL-5
7.4 Elektrische aansluiting....NL-5

8 Inbedrijfstelling.... NL-6

8.1 Algemeen....NL-6
8.2 Voorbereiding ....NL-6
8.3 Werkwijze bij inbedrijfstelling....NL-6

9 Onderhoud / reiniging.... NL-7

9.1 Onderhoud....NL-7
9.2 Reiniging verwarmingsgedeelte....NL-7
9.3 Warmtebronzijdige reiniging ....NL-7

10 Storingen / storingsdiagnose.... NL-7

11 Buitenbedrijfstelling / verwijdering ....NL-7

12 Toestelinformatie ....NL-8

Bijvoegsel A-I

1 Direct lezen a.u.b.

1.1 Belangrijke aanwijzingen

DIMPLEX SIK 14 TE - Belangrijke aanwijzingen - 1

OPGELET!

De warmtepomp is niet aan de transportpallet bevestigd.

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

De warmtepomp mag max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Het apparaat niet aan de boorgaten in de afdekplaten opheffen!

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Bij verwarmingskringen met een groot volume moet het ingebouwde expansievat (24 liter, 1,0 bar voordruk) met een extra vat worden uitgebreid.

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Het glycolwater moet ten minste voor 25% uit een antivries- en corrosiebeschermingsmiddel op monoethyleenglycol- of propyleenglycolbasis bestaan en moet voor het vullen worden gemengd.

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Let bij het aansluiten van de elektrische vermogenkabels op het rechtsdraaiende veld (bij een foutief draaiveld heeft de warmtepomp geen capaciteit en maakt veel lawaai).

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

De inbedrijfstelling van de warmtepomp moet volgens de montage- en gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar worden uitgevoerd.

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

In de warmtebroningang van de warmtepomp moet de bijgevoegde filter worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen.

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (b.v. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken.

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Werkzaamheden aan de warmtepomp dienen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige serviceafdeling uitgevoerd te worden.

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 1

OPGELET!

Voordat het apparaat geopend wordt, moeten alle stroomkringen spanningsvrij worden geschakeld.

1.2 Wettelijke voorschriften en richtlijnen

De constructie en uitvoering van de warmtepomp voldoen aan alle overeenkomstige EG-richtlijnen (zie CE-conformiteitsverklaring).

Bij de elektrische aansluiting van de warmtepomp dienen de overeenkomstige EN- en IEC-normen evenals de nationale richtlijnen te worden nageleefd. Bovendien moeten de aansluitvoorwaarden van de energievoorzieningsbedrijven in acht genomen worden.

De warmtepomp moet overeenkomstig de betreffende voorschriften in de warmtebron- en verwarmingsinstallatie geïntegreerd worden.

Personen, meer bepaald kinderen, die wegens hun fysieke, zintuiglijke of mentale vaardigheden of wegens hun gebrek aan kennis of ervaring niet in staat zijn, het toestel op een veilige manier te gebruiken, mogen dit toestel niet zonder toezicht of instructies vanwege een verantwoordelijke persoon gebruiken.

Kinderen niet zonder toezicht laten om zeker te zijn dat ze niet met het toestel spelen.

1.3 Energiebesparend gebruik van de warmtepomp

Door het gebruiken van deze warmtepomp draagt u bij aan de ontlasting van ons milieu. Voor een efficiënte werking is een zorgvuldige dimensionering van de verwarmingsinstallatie en de warmtebron erg belangrijk. Daarbij moet de aandacht met name op een zo laag mogelijke vertrektemperatuur van het water worden gericht. Daarom dienen alle aangesloten energieverbruikers voor een lage vertrektemperatuur geschikt te zijn. Een 1 K hogere verwarmingswatertemperatuur verhoogt het energieverbruik met ca. 2,5%. Een lagetemperatuurverwarming met vertrektemperaturen tussen 30 °C en 50 °C is voor een energiebesparende werking prima geschikt.

2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp

2.1 Toepassingsgebied

De grond-water-warmtepomp kan in aanwezige of nieuw te plaatsen verwarmingsinstallaties gebruikt worden. Als warmtedrager in de warmtebroninstallatie wordt glycolwater gebruikt. Als warmtebron kunnen aardsonden, aardcollectoren of soortgelijke installaties worden gebruikt.

2.2 Werkwijze

De aarde slaat de warmte van de zon, de wind en de regen op. Deze aardwarmte wordt in de aardcollector, de aardsonde e.d. door het glycolwater bij een lage temperatuur opgenomen. Een circulatiepomp transporteert dan het "verwarmde" glycolwater naar de verdamper van de warmtepomp. Daar wordt deze warmte aan het koelmiddel in de koelkringloop afgestaan. Daarbij koelt het glycolwater weer af, zodat deze in de glycolwaterkringloop weer warmte-energie op kan nemen.

Het koelmiddel wordt door de elektrisch aangedreven compressor aangezogen, gecomprimeerd en naar een hoger temperatuurniveau "gepompt". De bij dit proces toegevoerde elektrische energie gaat niet verloren, maar wordt grotendeels aan het koelmiddel afgestaan.

Vervolgens komt het koelmiddel in de condensor en draagt hier wederom zijn warmte-energie aan het verwarmingswater af. Afhankelijk van het bedrijfspunt kan het verwarmingswater zo tot 60 °C verwarmd worden.

3 Basisapparaat

Het basisapparaat bestaat uit een compacte warmtepomp voor installatie binnen. Naast het schakelpaneel met geïntegreerde regelaar bevat het apparaat reeds belangrijke modules van de verwarmings- en glycolwaterkring:

■ Expansievaten
Circulatiepompen
Overdrukventielen
Manometer
■ Overstroomventiel (verwarmingskring)

In de koelkringloop is het koelmiddel R407C gedaan. Het koelmiddel R407C is CFK-vrij, breekt geen ozon af en is niet brandbaar.

Op het schakelpaneel zijn alle voor de werking van de warmtepomp noodzakelijke componenten aangebracht. De spanningstoevoer voor de ballast- en stuurstroom moet ter plaatse worden aangelegd.

De collector met de glycolwaterkringverdeler moet ter plaatse worden aangebracht.

DIMPLEX SIK 14 TE - Basisapparaat - 1

De glycolwaterverdeler verenigt de collectorlussen van het warmtebronsysteem tot één hoofdleiding, die op de warmtepomp aangesloten wordt. Door middel van de geïntegreerde kogelkranen kunnen om te ontluchten afzonderlijke glycolwaterkringen worden afgesloten.

DIMPLEX SIK 14 TE - Basisapparaat - 2

Indien dit van overheidswege wordt voorgeschreven, kan in het apparaat een lagedrukpressostaat voor het glycolwater worden ingebouwd. In dat geval moet de voorziene aansluiting boven het glycolwaterexpansievat worden gebruikt.

5 Transport

Voor transport over een effen ondergrond is een hefwagen geschikt. Indien de warmtepomp over een ongelijke ondergrond of over trappen moet worden vervoerd, dan kan dat met draagriemen worden gedaan. Deze kunnen direct onder de transportpallet geschoven worden.

DIMPLEX SIK 14 TE - Transport - 1

OPGELET!

De warmtepomp is niet aan de transportpallet bevestigd.

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 1

De warmtepomp mag max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).

Om het apparaat zonder pallet op te lichten, moeten de zijdelings in het frame aangebrachte boorgaten worden gebruikt. De zijdelingse afdekplaten moeten daarbij worden verwijderd. Een gewone buis kan daarbij als draaghulp dienen.

DIMPLEX SIK 14 TE - OPGELET! - 2

OPGELET!

Het apparaat niet aan de boorgaten in de afdekplaten opheffen!

6 Plaatsing

6.1 Algemene aanwijzingen

Het apparaat dient in binnenruimtes op een effen, glad en horizontaal oppervlak te worden geplaatst. Daarbij moet het frame rondom dicht bij de grond liggen om een passende geluidsisolatie te garanderen. Is dat niet het geval, kunnen extra geluiddempende maatregelen noodzakelijk zijn.

De warmtepomp moet zo zijn opgesteld, dat service aan het apparaat probleemloos kan worden uitgevoerd. Dit is gewaarborgd, indien er een afstand van ca. 1 m voor en zijdelings van de warmtepomp aangehouden wordt.

0,2m (1m) (1m) 1m

6.2 Geluidsemissies

Dankzij de doeltreffende geluidsisolatie werkt de warmtepomp zeer stil. Geluidsoverbrenging naar het fundament resp. het verwarmingssysteem wordt door interne ontkoppelingsmaatregelen in hoge mate voorkomen.

7 Montage

7.1 Algemeen

De warmtepomp is voorzien van de volgende aansluitingen:

■ Vertrek/terugloop glycolwaterinstallatie
■ Vertrek verwarming en warmwaterbereiding
■ Gemeenschappelijke terugloop verwarming en warmwaterbereiding
■ Terugloop overstroomventiel
■ Aansluiting voor extra expansievat (indien nodig)
■ Afvoeren van de overdrukventielen
Condenswaterafvoer
■ Stroomvoorziening

7.2 Aansluiting aan verwarming

De warmtepomp is met gescheiden uitgangen voor de verwarmings- en warmwaterkringloop uitgerust.

Is er geen warmwaterverwarming door de warmtepomp voorzien, dan moet de warmwateruitgang permanent worden afgedicht.

Voor het warmwaterzijdige aansluiten van de warmtepomp dient de verwarmingsinstallatie doorgespoeld te worden, om mogelijk vuil, resten van isolatiemateriaal etc. te verwijderen. Wanneer de condensor door resten en vervuiling verstopt raakt, kan dit tot uitval van de warmtepomp leiden.

Voor installaties met een afsluitbare verwarmingswater-doorlaat, afhankelijk van radiator- resp. thermostaatventielen, is een overstroomventiel ingebouwd. Dit verzekert een minimale doorstroming van warm water door de waterpomp en voorkomst storingen.

Na installatie van de verwarming dient het verwarmingssysteem te worden gevuld, ontlucht en onder druk te worden gezet.

Vorstbeveiliging bij kans op vorst

Indien de regelaars en verwarmings-circulatiepompen bedrijfsklaar zijn, werkt de vorstbeveiliging van de regelaar. Bij buitenbedrijfstelling van de warmtepomp of bij stroomuitval moet de installatie worden geleegd. Bij warmtepompsystemen waarbij stroomuitval niet herkend kan worden (vakantiehuis), moet de verwarmingskring met een geschikte vorstbeveiliging worden gebruikt.

Het geïntegreerde expansievat heeft een volume van 24 liter. Dit volume is geschikt voor gebouwen met een verwarmde woonruimte tot maximaal 200 m².

Het volume moet door degene die de installatie plant worden gecontroleerd. Er moet eventueel een extra expansievat worden geïnstalleerd (volgens DIN 4751 deel 1). Tabellen catalogussen van fabrikanten vereenvoudigen het dimensioneren naar waterinhoud van de installatie.

OPGELET!

Bij verwarmingskringen met een groot volume moet het ingebouwde expansievat (24 liter, 1,0 bar voordruk) met een extra vat worden uitgebreid.

7.3 Aansluiting aan warmtebron

De aansluiting dient als volgt te worden uitgevoerd:

De glycolwaterleiding op het vertrek en de terugloop van de warmtepomp aansluiten.

Daarbij moet het hydraulische basisschema in acht genomen worden.

Het meegeleverde filter en de meegeleverde afscheider van microluchtbellen moeten ter plaatse in de glycolwateringang van de warmtepomp gemonteerd worden.

Het glycolwater moet voor het vullen van de installatie worden vervaardigd. De glycolwaterconcentratie moet minimaal 25% zijn. Hierdoor is een vorstvrijheid tot -14 °C gewaarborgd.

Er mogen uitsluitend antivriesmiddelen op monoethyleenglycol-of propyleenglycolbasis worden gebruikt.

Het warmtebronsysteem moet worden ontlucht en op dichtheid worden gecontroleerd.

OPGELET!

Het glycolwater moet ten minste voor 25% uit een antivries- en corrosiebeschermingsmiddel op monoethyleenglycol- of propyleenglycolbasis bestaan en moet voor het vullen worden gemengd.

7.4 Elektrische aansluiting

Op de warmtepomp moeten de volgende elektrische aansluitingen worden verricht.

Aansluiting van de vermogenkabel op het schakelpaneel van de warmtepomp.
Aansluiting van de stuurspanningsleiding op het schakelpaneel van de warmtepomp.

Alle voor de werking van de warmtepomp noodzakelijke elektrische componenten bevinden zich op het schakelpaneel.

Exacte aanwijzingen over de aansluiting van externe componenten en het functioneren van de warmtepompregelaar vindt u bij het aansluitschema van het apparaat en de bijgevoegde gebruiksaanwijzing van de regelaar.

De aansluiting van de vermogenkabel verloopt via de klemmen X1: L1/L2/L3/PE op het schakelpaneel.

Een alpolige afschakeling met minimaal 3 mm contactopeningsafstand (b.v. contactor afsluiting elektriciteitsmaatschappij- veiligheidsschakelaar of veiligheidscontact) evenals een 3-polige vermogensschakelaar met één uitschakeling voor alle buitenkabels moeten worden aangebracht. De benodigde kabeldoorsnede moet conform het verbruik van de warmtepomp, de technische aansluitvoorwaarden van de betreffende elektriciteitsmaatschappij en de geldende voorschriften worden bepaald. Het verbruik van de warmtepomp vindt u bij de productinformatie of op het typeplaatje. De aansluitklemmen zijn voor een kabeldoorsnede van max. 10 mm² ontworpen.

OPGELET!

Let bij het aansluiten van de elektrische vermogenkabels op het in rechtsdraaiende veld (bij een foutief draaiveld heeft de warmtepomp geen capaciteit en maakt veel lawaai).

De stuurspanning wordt aangesloten op de klemmen X1: L/N/PE.

Indien er een sterkere glycolwaterpomp dan de geïntegreerde nodig is, moet een motorcontactor en een passende motorveiligheidsschakelaar worden aangebracht. De veiligheidsschakelaar moet dan op de klemmen voor de interne glycolwaterpomp worden aangesloten (regelaarklem J12/N03 en X1-N). De voeding van de grotere pomp moet dan via het voedingsnet verlopen.

8 Inbedrijfstelling

8.1 Algemeen

Voor een inbedrijfstelling volgens de voorschriften dient deze door een door de fabriek bevoegde serviceafdeling uitgevoerd te worden. Onder bepaalde voorwaarden is daarmee een verlenging van de garantie verbonden (verg. garantievergoeding).

8.2 Voorbereiding

Vóór de inbedrijfstelling dienen de volgende punten gecontroleerd te worden:

Alle aansluitingen van de warmtepomp dienen gemonteerd te zijn (zie hoofdstuk 7).
- Het warmtebronsysteem en de verwarmingskring moeten gevuld en gecontroleerd zijn.
- Filter en ontluchter moeten in de glycolwateringang van de warmtepomp zijn ingebouwd.
In de glycolwater- en verwarmingskring moeten alle schuiven, die de correcte stroom zouden kunnen belemmeren, zijn geopend.
De warmtepompregelaar moet volgens de bijbehorende gebruiksaanwijzing op het verwarmingssysteem zijn afgestemd.
■ Het condenswater moet ongehinderd kunnen aflopen.
De afvoer van de glycolwater- en verwarmingswateroverdrukventiel moeten worden gewaarborgd.

8.3 Werkwijze bij inbedrijfstelling

De inbedrijfstelling van de warmtepomp verloopt via de warmtepompregelaar.

OPGELET!

De inbedrijfstelling van de warmtepomp moet volgens de montage- en gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar worden uitgevoerd.

Het vermogensniveau van de circulatiepomp moet op het verwarmingssysteem worden afgestemd.

De instelling van het overstroomventiel moet op het verwarmingssysteem worden afgestemd. Een verkeerde instelling kan tot foutieve werking en een verhoogde elektrische energiebehoefte leiden. Om het overstroomventiel goed in te stellen, adviseren wij als volgt te handelen:

Sluit alle verwarmingskringen, die ook bij een werkende installatie afhankelijk van het gebruik gesloten kunnen zijn, zodat de doorgangssnelheid van het water in deze bedrijfsstand zo ongunstig mogelijk is. Dit zijn doorgaans de verwarmingskringen in de ruimten aan de zuid- en westkant. Er moet minimaal één verwarmingskring geopend blijven (b.v. bad).

Het overstroomventiel moet zo ver worden geopend, dat bij de actuele warmtebrontemperatuur het in de onderstaande tabel aangegeven maximale temperatuurverschil tussen verwarmingsvertrek en terugloop ontstaat. Het temperatuurverschil moet zo dicht mogelijk bij de warmtepomp worden gemeten. Bij mono-energetische installaties moet het verwarmingselement gedeactiveerd worden.

Warmtebron-temperatuurMax. temperatuurverschiltussen verwarmingsvertrek en -terugloop
van tot
-5°C 0°C10 K
1°C 5°C11 K
6°C 9°C12 K
10°C 14°C13 K
15°C 20°C14 K
21°C 25°C15 K

Storingen bij een werkende installatie worden op de warmtepompregelaar weergegeven en kunnen, zoals in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar beschreven is, worden verholpen.

9 Onderhoud / reiniging

9.1 Onderhoud

De warmtepomp werkt onderhoudsvrij. Om bedrijfsstoringen door opeenhoping van vuil in de warmtewisselaars te voorkomen, moet ervoor gezorgd worden, dat er geen vuil in het warmtebronsysteem en de verwarmingsinstallatie terecht kan komen. Indien er zich toch dergelijke bedrijfsstoringen voordoen, moet de installatie worden gereinigd, zoals hieronder beschreven wordt.

9.2 Reiniging verwarmingsgedeelte

Vooral bij het gebruik van stalen componenten kunnen er oxidatieproducten (roest) door zuurstof in de warmwaterkringloop ontstaan. De roest komt via ventielen, circulatiepompen of kunststof buizen in het verwarmingssysteem terecht. Daarom dient er - met name bij de buizen van de vloerverwarming - op een diffusiedichte installatie gelet te worden.

OPGELET!

Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (b.v. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken.

Ook resten van smeer- en afdichtingsmiddelen kunnen het warme water vervuilen.

Indien de vervuiling zo groot is, dat het vermogen van de condensor in de warmtepomp vermindert, moet een installateur de installatie reinigen.

Volgens de huidige stand van kennis adviseren wij om te reinigen met een fosforzuur van 5% of, indien er vaker moet worden gereinigd, met een mierenzuur van 5%.

In beide gevallen moet de reinigingsvloeistof op kamertemperatuur zijn. Het is raadzaam, de warmtewisselaar tegen de normale doorstroomrichting in uit te spoelen.

Om te voorkomen, dat zuurhoudend reinigingsmiddel in de kringloop van de verwarmingsinstallatie terechtkomt, raden wij aan, het spoelapparaat direct op het vertrek en de terugloop van de condensor aan te sluiten. Daarna moet er met geschikte, neutraliserende middelen nogmaals grondig gespoeld worden, zodat beschadigingen door eventueel in het systeem achtergebleven resten van een reinigingsmiddel worden voorkomen.

De zuren moeten voorzichtig worden gebruikt en de desbetreffende voorschriften moeten in acht genomen worden.

In geval van twijfel moet met de fabrikant van het reinigingsmiddel worden overlegd!

9.3 Warmtebronzijdige reiniging

OPGELET!

In de warmtebroningang van de warmtepomp moet de bijgevoegde filter worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen.

Een dag na de inbedrijfstelling moet de filterzeef van de filter worden gereinigd, vervolgens moet dit wekelijks gebeuren. Is er geen vervuiling meer zichtbaar, dan kan de zeef van de filter worden gedemonteerd, om het drukverlies te reduceren.

10 Storingen / storingsdiagnose

Deze warmtepomp is een kwaliteitsproduct dat storingsvrij dient te werken. Als er toch een storing optreedt, wordt dit op het display van de warmtepompmanager weergegeven. Zie hiertoe de pagina Storingen en Storingsdiagnose in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompmanager.

Wanneer u de storing niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan de bevoegde serviceafdeling.

OPGELET!

Werkzaamheden aan de warmtepomp dienen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige serviceafdeling uitgevoerd te worden.

OPGELET!

Voordat het apparaat geopend wordt, moeten alle stroomkringen spanningsvrij worden geschakeld.

11 Buitenbedrijfstelling / verwijdering

Alvorens de warmtepomp te demonteren, dient de machine spanningsvrij en alle kleppen afgesloten te zijn. Milieurelevante eisen m.b.t. terugwinning, recyclage en afvoer van afvalstoffen en componenten volgens gebruikelijke normen dienen te worden nageleefd. Dit geldt in het bijzonder voor het vakkundig verwijderen van het koelmiddel en de koelolie.

12 Toestelinformatie

1 Technische en commercièle benamingSIK 7TESIK 9TESIK 11TESIK 14TE
2 Bouwvorm
2.1 Uitvoering Compact Compact Compact Compact
2.2 Beschermingsgraad volgens EN 60 529IP 20IP 20IP 20IP 20
2.3 Plaats van opstelling Binnen Binnen Binnen Binnen
3 Vermogengegevens
3.1 Temperatuur-gebruiksgrenzen:
Verwarmingswater-vertrektemperatuur°Ctot 58tot 58tot 58tot 58
Glycolwater (warmtebron)°C-5 tot +25-5 tot +25-5 tot +25-5 tot +25
AntivriesmiddelMonoethyleen-glycolMonoethyleen-glycolMonoethyleen-glycolMonoethyleen-glycol
Minimaal glycolwatergehalte (-13°C bevriezingstemperatuur)25%25%25%25%
3.2Temperatuurverschil warm waterbij B0 / W35K9,95,010,55,010,15,09,65,0
3.3Verwarmingsvermogen/vermogencoefficiënt (COP)bij B-5 / W55 ^1 kW / ---5,6 /2,27,7 /2,39,4 /2,412,5 /2,6
bij B0 / W45 ^1 kW / ---6,6 /3,08,7 /3,211,2 /3,214,1 /3,5
bij B0 / W50 ^1 kW / ---6,7 /2,99,0 /3,111,3 /3,014,2 /3,4
bij B0 / W55 ^1 kW / ---6,9 /4,36,8 /4,19,2 /4,49,0 /4,211,8 /4,411,7 /4,214,5 /4,514,4 /4,3
3.4GeluidsniveaudB(A)51515151
3.5Verwarmingswaterdebiet bij Intern drukverschil m3/h / Pa0,6 /25001,2 /116000,75 /45001,6 /205001,0 /35002,0 /148001,3 /35002,5 /16500
3.6Vrije compressie verwarmings-circulatiepomp (stand 3)Pa4750030400435001850065500482006450042500
3.7Glycolwaterdebiet bij intern drukverschil (warmtebron)m3/h / Pa1,7 /100001,6 /93002,3 /160002,2 /150003,0 /130002,7 /114003,5 /130003,3 /11600
3.8Vrije compressie glycolwaterpomp (stand 3)Pa5500056200440004600040000446003400038400
3.9Koelmiddel; totaal vulgewichttype / kgR407C / 1,5R407C / 1,8R407C / 2,0R407C / 2,3
4 Afmetingen, aansluitingen en gewicht
4.1Afmetingen van het apparaat zonder aansluitingen ^2 H x B x L mm1115 × 652 × 6881115 × 652 × 6881115 × 652 × 6881115 × 652 × 688
4.2Toestelaansluitingen voor verwarminginchR 11⁄4" aR 11⁄4" aR 11⁄4" aR 11⁄4" a
4.3Toestelaansluitingen voor warmtebronInchR 11⁄4" aR 11⁄4" aR 11⁄4" aR 11⁄4" a
4.4Gewicht transporteenheid/-eenheden incl. verpakkingkg179180191203
5 Elektrische aansluiting
5.1Nominale spanning; beveiligingV / A400 / 16400 / 16400 / 16400 / 16
5.2Nominaal ingangsvermogen ^1 B0 W35kW1,61,662,072,142,662,793,223,37
5.3Startstroom m. softstart-systeemA30 (zonder softstart-systeem)152626
5.4Nominale stroomB0 W35 / cos φA / ---2,89 /0,83 /0,83,77 /0,83,86 /0,84,84 /0,85,03 /0,85,81 /0,86,08 /0,8
6 Voldoet aan de Europese veiligheidsvoorschriften3333
7 Andere eigenschappen van de uitvoering
7.1 Water in toestel tegen vorst beschermd ^4 jajajaja
7.2Vermogensniveaus1111
7.3Regelaar intern / externinterninterninternintern
  1. Deze gegevens staan voor de afmeting en het rendement van de installatie. Voor economische en energetische beschouwingen moet met het bivalentiepunt en de regeling rekening gehouden worden. Hierbij betekent b.v. B10 / W55: warmtebrontemperatuur 10 °C en temperatuur warmwatertoevoer 55 °C.
  2. Let erop, dat de benodigde ruimte voor buisaansluiting, bediening en onderhoud groter is.
  3. Zie CE-conformiteitsverklaring
  4. De verwarmings-circulatiepomp en de regelaar van de warmtepomp dienen altijd bedrijfsklaar te zijn.

Bijvoegsel

1 Maatschets....A-II
2 Diagrammen...... A-III

2.1 Curves SIK 7TE....A-III
2.2 Curves SIK 9TE....A-IV
2.3 Curves SIK 11TE....A-V
2.4 Curves SIK 14TE....A-VI

3 Elektrische schema's....A-VII

3.1 Sturing ......A-VII
3.2 Vermogen....A-VIII
3.3 Aansluitschema ....A-IX
3.4 Legende....A-X

4 Hydraulisch basisschema....A-XI

4.1 Schematische afbeelding....A-XI
4.2 Legende....A-XII

5 Conformiteitsverklaring....A-XIII

1 Maatschets

548 499,5 393 381 263 167 140 73 0 ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ 1047 902 ⑧ 734 620 ⑩ 78,5 ⑪ ⑨

① Manometer verwarmingskring ② Manometer glycolwaterkrin ③ Warmtebron ingang in WP 1 ½" buitendraad ④ Warmtebron uitgang uit WP1 ½" buitendraad ⑤ Verwarmingsvertrek uitgang uit WP 1 ½" buitendraad ⑥ Overstroomventiel 1 ½" buitendraad 688 652 ⑦ Gemeenschappelijke terugloop ingang in WP 1 ½" buitendraad ⑧ Aansluiting extra expansievat 1 ½" buitendraad ⑨ Condenswaterafvoer buitendiameter 12 mm ⑩ Warmwater-vertrek uitgang uit WP 1 ½" buitendraad ⑪ Afvoer overdruk glycolwater- en verwarmingskring ¾" slang

① Manometer verwarmingskring ② Manometer glycolwaterkrin ③ Warmtebron ingang in WP 1 ½" buitendraad ④ Warmtebron uitgang uit WP1 ½" buitendraad ⑤ Verwarmingsvertrek uitgang uit WP 1 ½" buitendraad ⑥ Overstroomventiel 1 ½" buitendraad

① ② 1115 1110 891 809 0

DIMPLEX SIK 14 TE - Maatschets - 5

A1 Draadbrug, moet worden geplaatst, wanneer er geen contactor afsluiting elektriciteitsmaatschappij nodig is
A2 Draadbrug, moet bij gebruik van de 2e blokkeringsingang worden verwijderd
B3* Thermostaat warm water
B4* Thermostaat zwembadwater
E9* Elekt. Dompelverwarmingselement warm water
E10* 2. Warmtebron (ketel of elekt. verwarmingselement)
F2 Lastzekering voor N1-relaisuitgangen op J12 en J13 4,0 ATr
F3 Lastzekering voor N1-relaisuitgangen op J15 - J18 4,0 ATr
F4 Pressostaat hoge druk
F5 Pressostaat lage druk
H5* Lampje storingsaanduiding op afstand
J1...J18 Klemsteekverbinder voor N1
K1 Veiligheidsschakelaar compressor
K11* Elektron. relais voor storingsaanduiding op afstand (op relaismodule)
K12* Elektron. relais voor circulatiepomp zwembadwater (op relaismodule)
K20* Veiligheidsschakelaar 2de warmtebron
K21* Veiligheidsschakelaar elekt. Dompelverwarmingselement warm water
K22* Contactor afsluiting elektriciteitsmaatschappij-veiligheidsschakelaar
K23* SPR hulprelais
M1 Compressor
M11 Primaire circulatiepomp (glycolwater)
M13 Verwarmings-circulatiepomp
M15* Verwarmings-circulatiepomp 2de verwarmingskring
M16* Bijkomende circulatiepomp
M18* Warmwater-circulatiepomp
M19* Zwembadwater-circulatiepomp
M21* Mengkraan hoofdkring
M22* Mengkraan 2de verwarmingskring
N1 Warmtepompregelaar
N7 Softstart-systeem
N11* Relaismodule
N14 Besturingspaneel
R1 Buitentemperatuurvoeler
R2 Terugloopvoeler
R3 Warmwatervoeler (alternatief voor warmwaterthermostaat)
R5 Voeler voor 2de verwarmingskring
R6 Voeler ter beveiliging tegen bevriezen
R7 Codeerweerstand 40,2 kOhm
R9 Vertrekvoeler
T1 Veiligheidsscheidingstransformator 230/24V AC-28VA
X1 Klemmenblok netlast 3L/PE-400V AC-50 Hz / netbesturing L/N/PE-230V AC-50 Hz / zekeringen/N- en PE-verdeler
X2 Klemmenblok 24V AC-verdeler
X3 Klemmenblok GND-verdeler voor analoge ingangen naar J2 en J6
Afkortingen:
EVB Ingang afsluiting elektriciteitsmaatschappij
SPR Extra blokkeringsingang, configureerbaar
MA*Mengkraan open
MZMengkraan dicht
*Componenten dienen extern beschikbaar te worden gesteld

4.1 Schematische afbeelding

DIMPLEX SIK 14 TE - Schematische afbeelding - 1

flowchart
graph TD
    A["③"] --> B["TC"]
    B --> C["N1-B3 (R3)"]
    C --> D["KW"]
    D --> E["N1-N06 (M18)"]
    E --> F["④"]
    F --> G["N1-N04 (E10)"]
    G --> H["②"]
    H --> I["⑥"]
    I --> J["T"]
    J --> K["N1-B1 (R1)"]
    K --> L["⑦"]
    L --> M["⑧"]
    M --> N["①"]
    N --> O["(EV)"]
    O --> P["⑤"]
    P --> Q["M13"]
    Q --> R["(M11)"]
    R --> S["T (R2)"]
    S --> T["(M13)"]
    T --> U["(M11)"]
    U --> V["(M13)"]
    V --> W["(M13)"]
    W --> X["(M13)"]
    X --> Y["(M13)"]
    Y --> Z["(M13)"]
    Z --> AA["(M13)"]
    AA --> AB["(M13)"]
    AB --> AC["(M13)"]
    AC --> AD["(M13)"]
    AD --> AE["(M13)"]
    AE --> AF["(M13)"]
    AF --> AG["(M13)"]
    AG --> AH["(M13)"]
    AH --> AI["(M13)"]
    AI --> AJ["(M13)"]
    AJ --> AK["(M13)"]
    AK --> AL["(M13)"]
    AL --> AM["(M13)"]
    AM --> AN["(M13)"]
    AN --> AO["(M13)"]
    AO --> AP["(M13)"]
    AP --> AQ["(M13)"]
    AQ --> AR["(M13)"]
    AR --> AS["(M13)"]
    AS --> AT["(M13)"]
    AT --> AU["(M13)"]
    AU --> AV["(M13)"]
    AV --> AW["(M13)"]
    AW --> AX["(M13)"]
    AX --> AY["(M13)"]
    AY --> AZ["(M13)"]
    AZ --> BA["(M13)"]
    BA --> BB["(M13)"]
    BB --> BC["(M13)"]
    BC --> BD["(M13)"]
    BD --> BE["(M13)"]
    BE --> BF["(M13)"]
    BF --> BG["(M13)"]
    BG --> BH["(M13)"]
    BH --> BI["(M13)"]
    BI --> BJ["(M13)"]
    BJ --> BK["(M13)"]
    BK --> BL["(M13)"]
    BL --> BM["(M13)"]
    BM --> BN["(M13)"]
    BN --> BO["(M13)"]
    BO --> BP["(M13)"]
    BP --> BQ["(M13)"]
    BQ --> BR["(M13)"]
    BR --> BS["(M13)"]
    BS --> BT["(M13)"]
    BT --> BU["(M13)"]
    BU --> BV["(M13)"]
    BV --> BW["(M13)"]
    BW --> BX["(M13)"]
    BX --> BY["(M13)"]
    BY --> BZ["(M13)"]
    BZ --> CA["(M13)"]
    CA --> CB["(M13)"]
    CB --> CC["(M13)"]
    CC --> CD["(M13)"]
    CD --> CE["(M13)"]
    CE --> CF["(M13)"]
    CF --> CG["(M13)"]
    CG --> CH["(M13)"]
    CH --> CI["(M13)"]
    CI --> CJ["(M13)"]
    CJ --> CK["(M13)"]
    CK --> CL["(M13)"]
    CL --> CD
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#cfc,stroke:#333
    style H fill:#fcc,stroke:#333
    style I fill:#cfc,stroke:#333
    style J fill:#fcc,stroke:#333
    style K fill:#cfc,stroke:#333
    style L fill:#fcc,stroke:#333
    style M fill:#cfc,stroke:#333
    style N fill:#fcc,stroke:#333
    style O fill:#cfc,stroke:#333
    style P fill:#fcc,stroke:#333
    style Q fill:#cfc,stroke:#333
    style R fill:#fcc,stroke:#333
    style S fill:#cfc,stroke:#333
    style T fill:#fcc,stroke:#333
    style U fill:#cfc,stroke:#333
    style V fill:#fcc,stroke:#333
    style W fill:#cfc,stroke:#333
    style X fill:#fcc,stroke:#333
    style Y fill:#cfc,stroke:#333
    style Z fill:#fcc,stroke:#333
    style AA fill:#cfc,stroke:#333
    style AB fill:#fcc,stroke:#333
    style AC fill:#cfc,stroke:#333
    style AD fill:#fcc,stroke:#333
    style AE fill:#cfc,stroke:#333
    style AF fill:#fcc,stroke:#333
    style AG fill:#cfc,stroke:#333
    style AH fill:#fcc,stroke:#333
    style AI fill:#cfc,stroke:#333
    style AJ fill:#fcc,stroke:#333
    style AK fill:#cfc,stroke:#333
    style AL fill:#fcc,stroke:#333
    style AM fill:#cfc,stroke:#333
    style AN fill:#fcc,stroke:#333
    style AO fill:#cfc,stroke:#333
    style AP fill:#fcc,stroke:#333
    style AQ fill:#cfc,stroke:#333
    style AR fill:#fcc,stroke:#333
    style AS fill:#cfc,stroke:#333
    style AT fill:#fcc,stroke:#333

4.2 Legende

Terugslagklep

Afsluitventiel

Overstroomventiel

Veiligheidsklepcombinatie

Circulatiepomp

Expansievat

Door ruimtetemperatuur gestuurd ventiel

Afsluitventiel met terugslagklep

Warmteverbruiker

--o Temperatuurvoeler

-w Flexibele aansluitslang

① Warmtepomp met geïntegr. warmtepompregelaar

② Onderbouw-bufferopslagvat

③ Waterverwarmer

④ Condenswaterafvoer

⑤ Overdruk verwarming/glycolwater

⑥ Glycolwaterverdeler

⑦ Glycolwaterverzamelaar

⑧ Aardcollectoren of aardsonden

E10 2de warmtebron

M11 Primaire circulatiepomp

M13 Verwarmings-circulatiepomp

M18 Warmwater-circulatiepomp

R1 Buitenvoeler

R2 Terugloopvoeler

R3 Warmwatervoeler

5 Conformiteitsverklaring

CE

EG - Konformitätserklärung EC Declaration of Conformity Déclaration de conformité CE

©

Der Unterzeichnete

The undersigned

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DIMPLEX

Model : SIK 14 TE

Categorie : Waterpomp