WI 18 TE - Waterpomp DIMPLEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WI 18 TE DIMPLEX in PDF-formaat.
| Type product | Water/water warmtepomp |
| Merk | Dimplex |
| Model | WI 18 TE |
| Afmetingen (H x B x D) | 1445 x 650 x 575 mm |
| Gewicht | 187 kg |
| Beschermingsgraad | IP20 |
| Nominale spanning | 400 V ~ 50 Hz |
| Nominale stroom (W10/W35) | 5,8 A |
| Zekering | 16 A |
| Koelmiddel | R407C, 3,5 kg |
| Verwarmingsvermogen (W10/W35) | 17,1 kW |
| Opgenomen vermogen (W10/W35) | 3,21 kW |
| COP (W10/W35) | 5,3 |
| Max. watertemperatuur vertrek | 58 °C |
| Warmtebrontemperatuur | +7 °C tot +25 °C |
| Geluidsniveau | 55 dB(A) |
| Aansluitingen verwarming | 1 1/4" buitendraad |
| Aansluitingen warmtebron | 1 1/2" buitendraad |
| Waterdebiet verwarming (min.) | 1,6 m³/h |
| Waterdebiet warmtebron | 4,0 m³/h |
| Regeling | Geïntegreerde regelaar |
| Plaats van opstelling | Binnen |
| Onderhoud | Onderhoudsvrij; filter regelmatig reinigen |
| Garantie | 24 maanden (12 maanden professioneel gebruik) |
Veelgestelde vragen - WI 18 TE DIMPLEX
Gebruikersvragen over WI 18 TE DIMPLEX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WI 18 TE - DIMPLEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WI 18 TE van het merk DIMPLEX.
GEBRUIKSAANWIJZING WI 18 TE DIMPLEX
Montage- en gebruiksaanwijzing

Water/water-warmtepomp voor installatie binnen
Inhoudsopgave
1 Direct lezen a.u.b. NL-2
1.1 Belangrijke aanwijzingen ....NL-2
1.2 Wettelijke voorschriften en richtlijnen ....NL-2
1.3 Energiebesparend gebruik van de warmtepomp ....NL-2
2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp ....NL-3
2.1 Toepassingsgebied....NL-3
2.2 Werkwijze ....NL-3
3 Basisapparaat.... NL-3
4 Transport....NL-4
5 Plaatsing NL-4
5.1 Algemene aanwijzingen....NL-4
5.2 Geluidsemissies....NL-4
6 Montage....NL-5
6.1 Algemeen....NL-5
6.2 Aansluiting aan verwarming....NL-5
6.3 Aansluiting aan warmtebron ....NL-5
6.4 Elektrische aansluiting....NL-5
7 Inbedrijfstelling.... NL-6
7.1 Algemeen....NL-6
7.2 Voorbereiding ....NL-6
7.3 Werkwijze bij inbedrijfstelling....NL-6
8 Onderhoud / reiniging.... NL-6
8.1 Onderhoud....NL-6
8.2 Reiniging verwarmingsgedeelte....NL-6
8.3 Warmtebronzijdige reiniging ....NL-6
8.4 Eisen aan de waterkwaliteit ....NL-7
9 Storingen / storingsdiagnose.... NL-7
10 Buitenbedrijfstelling / verwijdering ....NL-7
11 Toestelinformatie ....NL-8
12 Voorwaarden Fabrieksgarantie.... NL-9
Bijvoegsel A-I
1 Direct lezen a.u.b.
1.1 Belangrijke aanwijzingen

OPGELET!
Het bronwater moet aan de vereiste waterkwaliteit voldoen.

OPGELET!
De warmtepomp is niet aan de transportpallet bevestigd.

OPGELET!
De warmtepomp mag max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).

OPGELET!
Het apparaat niet aan de boorgaten in de afdekplaten oplichten!

OPGELET!
Spoel de verwarmingsinstallatie voordat de warmtepomp aangesloten wordt.

OPGELET!
Let bij het aansluiten van de vermogenkabel op het rechtsdraaiende veld (bij een foutief draaiveld heeft de warmtepomp geen capaciteit en maakt veel lawaai).

OPGELET!
De inbedrijfstelling van de warmtepomp moet volgens de montage- en gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar worden uitgevoerd.

OPGELET!
Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (b.v. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken.

OPGELET!
Werkzaamheden aan de warmtepomp dienen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige serviceafdeling uitgevoerd te worden.

OPGELET!
Voordat het apparaat geopend wordt, moeten alle stroomkringen spanningsvrij worden geschakeld.
1.2 Wettelijke voorschriften en richtlijnen
De constructie en uitvoering van de warmtepomp voldoen aan alle overeenkomstige EG-richtlijnen (zie CE-conformiteitsverklaring).
Bij de elektrische aansluiting van de warmtepomp dienen de overeenkomstige EN- en IEC-normen evenals de nationale richtlijnen te worden nageleefd. Bovendien moeten de aansluitvoorwaarden van de energievoorzieningsbedrijven in acht genomen worden.
De warmtepomp moet overeenkomstig de betreffende voorschriften in de warmtebron- en verwarmingsinstallatie geïntegreerd worden.
Personen, meer bepaald kinderen, die wegens hun fysieke, zintuiglijke of mentale vaardigheden of wegens hun gebrek aan kennis of ervaring niet in staat zijn, het toestel op een veilige manier te gebruiken, mogen dit toestel niet zonder toezicht of instructies vanwege een verantwoordelijke persoon gebruiken.
Kinderen niet zonder toezicht laten om zeker te zijn dat ze niet met het toestel spelen.
1.3 Energiebesparend gebruik van de warmtepomp
Door het gebruiken van deze warmtepomp draagt u bij aan de ontlasting van ons milieu. Voor een efficiënte werking is een zorgvuldige dimensionering van de verwarmingsinstallatie en de warmtebron erg belangrijk. Daarbij moet de aandacht met name op een zo laag mogelijke vertrektemperatuur van het water worden gericht. Daarom dienen alle aangesloten energieverbruikers voor een lage vertrektemperatuur geschikt te zijn. Een 1 K hogere verwarmingswatertemperatuur verhoogt het energieverbruik met ca. 2,5%. Een lagetemperatuurverwarming met vertrektemperaturen tussen 30 °C en 50 °C is voor een energiebesparende werking prima geschikt.
2 Gebruiksdoeleinde van de warmtepomp
2.1 Toepassingsgebied
De water/water-warmtepomp kan in aanwezige of nieuw te plaatsen verwarmingsinstallaties gebruikt worden. Als warmtedrager wordt water gebruikt. Dit kan uit bronnen of dergelijke installaties worden aangevoerd.
Om het risico op corrosie van de verdamper uit te sluiten, moet het bronwater overeenkomstig DIN 50930 worden getest op de waarschijnlijkheid van corrosie van de metalen grondstoffen.
Desbetreffende details vindt u in het projecterings- en installatiehandboek voor verwarmingswarmtepompen.

OPGELET!
Het bronwater moet aan de vereiste waterkwaliteit voldoen.
2.2 Werkwijze
Een bronpomp transporteert het water naar de verdamper van de warmtepomp. Daar wordt warmte aan het koelmiddel in de koelkringloop afgestaan.
Het koelmiddel wordt door de elektrisch aangedreven compressor aangezogen, gecomprimeerd en naar een hoger temperatuurniveau „gepompt“. Het bij dit proces toegevoerde elektrische aandrijfvermogen gaat niet verloren, maar wordt grotendeels ook aan het koelmiddel afgestaan.
Vervolgens komt het koelmiddel in de condensor en draagt hier wederom zijn warmte-energie aan het verwarmingswater af.
Afhankelijk van het bedrijfspunt kan het verwarmingswater zo tot 60 °C verwarmd worden.
3 Basisapparaat
Het basisapparaat bestaat uit een aansluitklare warmtepomp voor installatie binnen met behuizing, schakelpaneel en geïntegreerde regelaar. In de koelkringloop is het koelmiddel R407C gedaan. Het koelmiddel is CFK-vrij, breekt geen ozon af en is niet brandbaar.
In het schakelpaneel zijn alle voor de werking van de warmtepomp noodzakelijke componenten aangebracht. Een voeler voor de buitentemperatuur met bevestigingsmateriaal evenals een filter worden met de warmtepomp bijgeleverd. De spanningstoevoer voor de ballast- en stuurstroom moet ter plaatse worden aangelegd.
De voeding van de ter plaatse aan te brengen bronpomp moet op het schakelpaneel worden aangesloten. Daarbij moet worden gecontroleerd of de fabrieksmatig ingebouwde motorcontactor voor de ter plaatse ingebouwde pomp toereikend is.

Voor transport over een effen ondergrond is een hefwagen geschikt. Indien de warmtepomp over een ongelijke ondergrond of over trappen moet worden vervoerd, dan kan dat met draagriemen worden gedaan. Deze kunnen direct onder de transportpallet geschoven worden.
! OPGELET!
De warmtepomp is niet aan de transportpallet bevestigd.

De warmtepomp mag max. 45° worden gekanteld (in iedere richting).
Om het apparaat zonder pallet op te lichten, moeten de zijdelings in het frame aangebrachte boorgaten worden gebruikt. De zijdelingse afdekplaten moeten daarbij worden verwijderd. Een gewone buis kan daarbij als draaghulp dienen.
! OPGELET!
Het apparaat niet aan de boorgaten in de afdekplaten oplichten!
5 Plaatsing
5.1 Algemene aanwijzingen
Het apparaat dient uitsluitend in droge binnenruimtes op een effen, glad en horizontaal oppervlak te worden geplaatst. Daarbij moet het frame rondom dicht bij de grond liggen om een passende geluidsisolatie te garanderen. Is dat niet het geval, kunnen extra geluiddempende maatregelen noodzakelijk zijn.
De warmtepomp moet zo zijn opgesteld, dat service aan het apparaat probleemloos kan worden uitgevoerd. Dit is gewaarborgd, indien er een afstand van ca. 1 m voor en naast de warmtepomp gerespecteerd wordt.

5.2 Geluidsemissies
Dankzij de geluidsisolatie werkt de warmtepomp zeer stil. Om overdracht van trillingen op het fundament te voorkomen, moet er een geschikte, dempende rubber mat onder het hoofdframe van de warmtepomp worden gelegd.
Om de overdracht van geluid naar het verwarmingssysteem te voorkomen, is het raadzaam de warmtepomp met stukken slang aan het verwarmingssysteem te koppelen.
6 Montage
6.1 Algemeen
De warmtepomp is voorzien van de volgende aansluitingen:
■ Vertrek/terugloop broninstallatie
■ Vertrek/terugloop verwarming
■ Stroomvoorziening
6.2 Aansluiting aan verwarming
OPGELET!
Spoel de verwarmingsinstallatie voordat de warmtepomp aangesloten wordt.
Voor het warmwaterzijdige aansluiten van de warmtepomp dient de verwarmingsinstallatie doorgespoeld te worden, om mogelijk vuil, resten van isolatiemateriaal etc. te verwijderen. Wanneer de condensor door resten en vervuiling verstopt raakt, kan dit tot uitval van de warmtepomp leiden.
Na installatie van de verwarming dient het verwarmingssysteem te worden gevuld, ontlucht en onder druk te worden gezet.
Minimum waterdebiet
Het minimum waterdebiet van de warmtepomp dient in elke bedrijfsmodus van de verwarmingsinstallatie gegarandeerd te zijn. Deze kan b.v. door installatie van een differentiedrukloze verdeler of van een overstroomventiel worden bereikt. De instelling van een overstroomventiel wordt in het hoofdstuk Inbedrijfstelling verklaard.
Vorstbeveiliging bij kans op vorst
Indien de regelaars en verwarmings-circulatiepompen bedrijfs- klaar zijn, werkt de vorstbeveiliging van de regelaar. Bij buitenbedrijfstelling van de warmtepomp of bij stroomuitval moet de installatie worden geleegd. Bij warmtepompsystemen waarbij stroomuitval niet herkend kan worden (vakantiehuis), moet de verwarmingskring met een geschikte vorstbeveiliging worden gebruikt.
6.3 Aansluiting aan warmtebron
De aansluiting dient als volgt te worden uitgevoerd:
De bronleidingen op het vertrek en de terugloop van de warmte-pomp aansluiten.
OPGELET!
Het bronwater moet aan de vereiste waterkwaliteit voldoen.
Daarbij moet het hydraulische basisschema in acht genomen worden.
6.4 Elektrische aansluiting
Op de warmtepomp moeten de volgende elektrische aansluitingen worden verricht.
Aansluiting van de stuurleiding op het schakelpaneel van de warmtepomp via de klemmen X1: L/N/PE.
Aansluiting van de vermogenkabel op het schakelpaneel van de warmtepomp via de klemmen X5: L1/L2/L3/PE.
Aansluiting van de vermogenkabel voor de bronpomp op het schakelpaneel van de warmtepomp via de klemmen X5: L11/L21/L31/PE.
Aansluiting van de bronpomp (ter plaatse) op het schakelpaneel van de warmtepomp via klem X1: PE en pompbeveiliging K5: 2/4/6.
Bij het aansluiten van de bronpomp-vermogenkabel moet zijn gewaarborgd, dat de spanningsvoorziening voor deze klemmen niet door een afstandsschakelaar kan worden uitgeschakeld om de uitschakelvertraging van de bronpomp te waarborgen.
Alle voor de werking van de warmtepomp noodzakelijke elektrische componenten bevinden zich op het schakelpaneel.
Exacte aanwijzingen over de aansluiting en het functioneren van de warmtepompregelaar (b.v. bijgesloten buitenwandvoeler) vindt u in de bijgevoegde gebruiksaanwijzing van de regelaar.
Een alpolige afschakeling met minimaal 3 mm contactopeningsafstand (b.v. EVB-veiligheidsschakelaar of veiligheidscontact) evenals een 3-polige vermogensschakelaar met één uitschakeling voor alle buitenkabels moeten worden aangebracht. De benodigde kabeldoorsnede moet conform het verbruik van de warmtepomp, de technische aansluitvoorwaarden van de betreffende elektriciteitsmaatschappij en de geldende voorschriften worden bepaald. Het verbruik van de warmtepomp vindt u bij de productinformatie of op het typeplaatje. De aansluitklemmen zijn voor een kabeldoorsnede van max. 10 mm ^2 ontworpen.
OPGELET!
Let bij het aansluiten van de vermogenkabel op het rechtsdraaiende veld (bij een foutief draaiveld heeft de warmtepomp geen capaciteit en maakt veel lawaai).
7 Inbedrijfstelling
7.1 Algemeen
Voor een inbedrijfstelling volgens de voorschriften dient deze door een door de fabriek bevoegde serviceafdeling uitgevoerd te worden. Onder bepaalde voorwaarden is daarmee een verlenging van de garantie verbonden (verg. garantievergoeding).
7.2 Voorbereiding
Vóór de inbedrijfstelling dienen de volgende punten gecontroleerd te worden:
Alle aansluitingen van de warmtepomp dienen gemonteerd te zijn (zie hoofdstuk 6).
- Het warmtebronsysteem en de verwarmingskring moeten gevuld en gecontroleerd zijn.
In de bronwater- en verwarmingskring moeten alle kranen, die de correcte stroom zouden kunnen belemmeren, zijn geopend.
De warmtepompregelaar moet volgens de bijbehorende gebruiksaanwijzing op het verwarmingssysteem zijn afgestemd.
7.3 Werkwijze bij inbedrijfstelling
De inbedrijfstelling van de warmtepomp verloopt via de warmtepompregelaar.

OPGELET!
De inbedrijfstelling van de warmtepomp moet volgens de montage- en gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar worden uitgevoerd.
Indien het minimum waterdebiet door middel van een overstroomventiel beveiligd wordt, moet deze op het verwarmings- systeem worden afgestemd. Een verkeerde instelling kan tot foutieve werking en een verhoogde elektrische energiebehoefte leiden. Om het overstroomventiel goed in te stellen, adviseren wij als volgt te handelen:
Sluit alle verwarmingskringen, die ook bij een werkende installatie afhankelijk van het gebruik gesloten kunnen zijn, zodat het waterdebiet in deze bedrijfsstand zo ongunstig mogelijk is. Dit zijn doorgaans de verwarmingskringen in de ruimten aan de zuid- en westkant. Er moet minimaal één verwarmingskring geopend blijven (b.v. bad).
Het overstroomventiel moet zo ver worden geopend, dat bij de actuele warmtebrontemperatuur het in de onderstaande tabel aangegeven maximale temperatuurverschil tussen verwarmingsvertrek en -terugloop ontstaat. Het temperatuurverschil moet zo dicht mogelijk bij de warmtepomp worden gemeten. Bij mono-energetische installaties moet het verwarmingselement gedeactiveerd worden.
| Warmtebron-temperatuurvan tot | Max. temperatuurverschiltussen verwarmingsvertrek en - terugloop |
| 7°C 12°C 10 K | |
| 13°C 18°C 11 K | |
| 19°C 25°C 12 K |
Storingen bij een werkende installatie worden op de warmtepompregelaar weergegeven en kunnen, zoals in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar beschreven is, worden verholpen.
8 Onderhoud / reiniging
8.1 Onderhoud
De warmtepomp werkt onderhoudsvrij. Om bedrijfsstoringen door opeenhoping van vuil in de warmtewisselaars te voorkomen, moet ervoor gezorgd worden, dat er geen vuil in het warmtebronsysteem en de verwarmingsinstallatie terecht kan komen. Indien er zich toch dergelijke bedrijfsstoringen voordoen, moet de installatie worden gereinigd, zoals hieronder beschreven wordt.
8.2 Reiniging verwarmingsgedeelte
Vooral bij het gebruik van stalen componenten kunnen er oxidatieproducten (roest) door zuurstof in de warmwaterkringloop ontstaan. De roest komt via ventielen, circulatiepompen of kunststof buizen in het verwarmingssysteem terecht. Daarom dient er - met name bij de buizen van de vloerverwarming - op een diffusiedichte installatie gelet te worden.
OPGELET!
Om afzettingen in de condensor van de warmtepomp te voorkomen (b.v. roest) wordt aanbevolen, een geschikt systeem als corrosiebescherming te gebruiken.
Ook resten van smeer- en afdichtingsmiddelen kunnen het warme water vervuilen.
Indien de vervuiling zo groot is, dat het vermogen van de condensor in de warmtepomp vermindert, moet een installateur de installatie reinigen.
Volgens de huidige stand van kennis adviseren wij om te reinigen met een fosforzuur van 5% of, indien er vaker moet worden gereinigd, met een mierenzuur van 5%.
In beide gevallen moet de reinigingsvloeistof op kamertemperatuur zijn. Het is raadzaam, de warmtewisselaar tegen de normale doorstroomrichting in uit te spoelen.
Om te voorkomen, dat zuurhoudend reinigingsmiddel in de kringloop van de verwarmingsinstallatie terechtkomt, raden wij aan, het spoelapparaat direct op het vertrek en de terugloop van de condensor aan te sluiten. Daarna moet er met geschikte, neutraliserende middelen nogmaals grondig gespoeld worden, zodat beschadigingen door eventueel in het systeem achtergebleven resten van een reinigingsmiddel worden voorkomen.
De zuren moeten voorzichtig worden gebruikt en de desbetreffende voorschriften moeten in acht genomen worden.
In geval van twijfel moet met de fabrikant van het reinigingsmiddel worden overlegd!
8.3 Warmtebronzijdige reiniging
In de warmtebroningang van de warmtepomp moet een filter worden gemonteerd om de verdamper tegen verontreiniging te beschermen. In het begin moet de filterzeef van het filter met relatief korte tussenpozen worden gereinigd. Indien de verontreiniging zichtbaar minder is, kan de tussentijd navenant worden verlengd.
8.4 Eisen aan de waterkwaliteit
Om sedimentatie van het warmtepompsysteem te voorkomen, mag het grondwater geen bezinkbare stoffen bevatten en moeten de grenswaarden voor wat betreft IJZER (< 0,2 mg/l) en MANGAAN (< 0,1 mg/l) in acht worden genomen.
Het gebruik van oppervlaktewater of zouthoudend water is niet toegestaan. Eerste aanwijzingen over een mogelijk gebruik van het grondwater kunnen bij de lokale watervoorzieningsbedrijven worden opgevraagd. Wateranalyses worden door watertechnische laboratoria gemaakt.
Een wateranalyse voor wat betreft corrosie van de verdamper is niet noodzakelijk, wanneer de grondwatertemperatuur jaarlijks gemiddeld niet boven de 13 °C ligt. In dat geval moeten alleen de grenswaarden voor ijzer en mangaan worden aangehouden (sedimentatie).
9 Storingen / storings-diagnose
Deze warmtepomp is een kwaliteitsproduct dat storingsvrij dient te werken. Als er toch een storing optreedt, wordt dit op het display van de warmtepompmanager weergegeven. Zie hiertoe de pagina Storingen en Storingsdiagnose in de gebruiksaanwijzing van de warmtepompregelaar.
Wanneer u de storing niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan de bevoegde serviceafdeling.
OPGELET!
Werkzaamheden aan de warmtepomp dienen uitsluitend door een bevoegde en vakkundige serviceafdeling uitgevoerd te worden.
OPGELET!
Voordat het apparaat geopend wordt, moeten alle stroomkringen spanningsvrij worden geschakeld.
10 Buitenbedrijfstelling / verwijdering
Alvorens de warmtepomp te demonteren, dient de machine spanningsvrij en alle kleppen afgesloten te zijn. Milieurelevante eisen m.b.t. terugwinning, recyclage en afvoer van afvalstoffen en componenten volgens gebruikelijke normen dienen te worden nageleefd. Dit geldt in het bijzonder voor het vakkundig verwijderen van het koelmiddel en de koelolie.
11 Toestelinformatie
| 1 Technische en commercièle benaming | WI 9TE | WI 14TE | WI 18TE | WI 22TE | WI 27TE | ||||||||
| 2 Bouwvorm | |||||||||||||
| 2.1 Beschermingsgraad volgens EN 60 529 | IP 20 | IP 20 | IP 20 | IP 20 | IP20 | ||||||||
| 2.2 Plaats van opstelling Binnen Binnen Binnen Binnen | |||||||||||||
| 3 Vermogengegevens | |||||||||||||
| 3.1 Temperatuur-gebruiksgrenzen: | |||||||||||||
| Warmwater-vertrektemperatuur °C tot 58 tot 58 tot 58 tot 58 tot 58 | |||||||||||||
| Koud water (warmtebron) | °C | +7 tot +25 | +7 tot +25 | +7 tot +25 | +7 tot +25 | +7 tot +25 | |||||||
| 3.2 Temperatuurverschil warm water | bij W10 / W35 | K | 9,5 | 5,0 | 8,8 | 5,0 | 9,2 | 5,0 | 9,6 | 5,0 | 9,4 | 5,0 | |
| 3.3 Verwarmingsvermogen/ vermogencoëfficiënt | bij W7 / W55 ^1 | kW / --- | 6,9 / 2,5 | 12,2 / 2,5 | 14,9 / 3,0 | 19,0 / 3,2 | 24,6 / 3,2 | ||||||
| bij W10 / W50 ^1 | kW / --- | 7,7 / 3,2 | 13,4 / 3,6 | 16,3 / 3,7 | 20,8 / 3,8 | 26,4 / 3,8 | |||||||
| bij W10 / W45 ^1 | kW / --- | 7,6 / 3,5 | 13,2 / 3,8 | 16,1 / 4,0 | 20,5 / 4,0 | 26,0 / 4,1 | |||||||
| bij W10 / W35 ^1 | kW / --- | 8,3 / 5,1 | 8,2 / 4,9 | 13,6 / 5,2 | 13,5 / 5,0 | 17,1 / 5,3 | 16,9 / 5,2 | 21,5 / 5,5 | 21,3 / 5,3 | 26,4 / 5,1 | 26,1 / 4,9 | ||
| 3.4 Geluidsniveau | dB(A) | 53 | 55 | 55 | 58 | 59 | |||||||
| 3.5 Verwarmingswaterdebiet bij intern drukverschil | m3/h / Pa | 0,75 / 7000 | 1,4 / 24000 | 1,3 / 7000 | 2,3 / 22000 | 1,6 / 2600 | 2,8 / 7600 | 2,0 / 8000 | 3,7 / 24300 | 2,4 / 12500 | 4,5 / 36000 | ||
| 3.6 Koudwaterdebiet bij intern drukverschil(warmtebron) | m3/h / Pa | 2,0 / 6200 | 1,9 / 5600 | 3,3 / 19000 | 3,2 / 13000 | 4,0 / 12000 | 3,6 / 9500 | 5,0 / 20000 | 4,8 / 17900 | 7,0 / 16000 | 6,7 / 14900 | ||
| 3.7 Koelmiddel; totaal vulgewicht | type / kg | R407C / 1,7 | R407C / 1,6 | R407C / 3,5 | R407C / 3,2 | R407C / 4,5 | |||||||
| 4 Afmetingen, aansluitingen en gewicht | |||||||||||||
| 4.1 Afmetingen van het apparaat zonder aansluitingen ^2 | H x B x L mm | 1445 x 650 x 575 | 1445 x 650 x 575 | 1445 x 650 x 575 | 1445 x 650 x 575 | 1445 x 650 x 575 | |||||||
| 4.2 Toestelaansluitingen voor verwarming | inch | 11⁄4" buiten-draad | 11⁄4" buiten-draad | 11⁄4" buiten-draad | 11⁄4" buiten-draad | 11⁄4" buiten-draad | |||||||
| 4.3 Toestelaansluitingen voor warmtebron | inch | 11⁄4" buiten-draad | 11⁄4" buiten-draad | 11⁄2" buiten-draad | 11⁄2" buiten-draad | 11⁄2" buiten-draad | |||||||
| 4.4 Gewicht transporteenheid/-eenheden incl. verpakking | kg | 156 | 168 | 187 | 189 | 259 | |||||||
| 5 Elektrische aansluiting | |||||||||||||
| 5.1 Nominale spanning; beveiliging | V / A | 400 / 16 | 400 / 16 | 400 / 16 | 400 / 20 | 400 / 20 | |||||||
| 5.2 Nominaal ingangsvermogen ^1 | W10 W35 | kW | 1,62 | 1,68 | 2,64 | 2,72 | 3,21 | 3,27 | 3,93 | 4,02 | 5,15 | 5,29 | |
| 5.3 Startstroom m. softstart-systeem | A | 30 (zonder softstart-systeem) | 26 | 28 | 27 | 29 | |||||||
| 5.4 Nominale stroom | W10 W35 / cos φ | A / --- | 2,9 / 0,8 | 3,03 / 0,8 | 4,8 / 0,8 | 4,91 / 0,8 | 5,8 / 0,8 | 5,90 / 0,8 | 7,0 / 0,8 | 7,25 / 0,8 | 9,4 / 0,8 | 9,54 / 0,8 | |
| 6 Voldoet aan de Europese veiligheidsvoorschriften | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | ||||||||
| 7 Andere eigenschappen van de uitvoering | |||||||||||||
| 7.1 Water in toestel tegen vorst beschermd ^4 | ja | ja | ja | ja | ja | ||||||||
| 7.2 Vermogensniveaus | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | ||||||||
| 7.3 Regelaar intern / extern | intern | intern | intern | intern | intern | ||||||||
- Deze gegevens staan voor de afmeting en het rendement van de installatie in overeenstemming met EN 255 en EN 14511. Voor economische en energetische beschouwingen moet met het bivalentiepunt en de regeling rekening gehouden worden. Hierbij betekent b.v. W10 / W55: warmtebrontemperatuur 10 °C en temperatuur warmwatertoevoer 55 °C.
- Let erop, dat de benodigde ruimte voor buisaansluiting, bediening en onderhoud groter is.
- Zie CE-conformiteitsverklaring
- De verwarmings-circulatiepomp en de regelaar van de warmtepomp dienen altijd bedrijfsklaar te zijn.
12 Voorwaarden Fabrieks-garantie
Dimplex producten worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Uw installateur zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de garantietermijn. De levensduur van het product wordt daardoor niet negatief beïnvloed. Onderstaande garantievoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet. Deze fabrieksgarantie laat ook de rechten onverlet die de consument/eindgebruiker krachtens de wet heeft ten opzichte van zijn leverancier. Ook de garantieverplichtingen van de installateur naar de eindgebruiker blijven onaangetast. Voor dit product verlenen wij garantie volgens onderstaande voorwaarden:
1) Gebreken en/of storingen dienen te worden gemeld bij de verkoper/ installateur.
2) Onder inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 17 worden gebreken aan het product die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van levering aan de eindgebruiker kosteloos verholpen. In geval van professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik is de garantie beperkt tot 12 maanden.
3) Voor producten die het .Kwaliteitskeurmerk voor warmtepompen. hebben verworven, worden in het 3e tot en met 5e jaar onderdelen gratis ter beschikking gesteld, indien vervanging noodzakelijk blijkt. De vervangingsonderdelen voor onderhoud en reparatie blijven tenminste 10 jaar na aankoop leverbaar.
4) De garantieprestatie houdt in dat het product kosteloos wordt teruggebracht in de werkingstoestand die het behoort te hebben voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden hersteld of vervangen.
Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigendom.
5) Het gebrek moet direct na constatering gemeld worden om mogelijke verdere schade te voorkomen. De garantieaanspraak vervalt indien het gebrek niet binnen twee maanden na vaststelling is gemeld.
6) Voor een beroep op garantie dient het aankoopbewijs met aankoop- en/of leveringsdatum te worden overgelegd. Bij ontbreken daarvan dient ander overtuigend bewijs te worden overgelegd.
7) De garantie heeft geen betrekking op kleine afwijkingen van de gestelde kwaliteit die voor de waarde en deugdelijkheid van het product onbeduidend zijn.
8) De garantie geldt evenmin voor schade veroorzaakt door:
- chemische en elektrochemische inwerking van water,
■ abnormale milieuomstandigheden in het algemeen
■ voor het product oneigenlijke bedrijfsomstandigheden
■ contact met agressieve stoffen.
9) De garantie heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verantwoordelijkheid is ontstaan, niet-vakkundige installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het niet in acht nemen van de montage-instructies en gebruiksaanwijzingen.
10) Het recht op garantie vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door reparatie of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het product voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken.
11) Producten die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd aan of gezonden naar de verkoper. Reparatie ter plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of ingebouwde producten.
12) Indien het product zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de benodigde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan 30 minuten bedraagt, wor- den de hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de gebruiker.
13) Indien binnen de garantieperiode de reparatie van hetzelfde defect herhaaldelijk mislukt of de reparatiekosten disproportioneel in vergelijk met vervanging zijn, wordt in overleg met de gebruiker een gelijkwaardige vervanging geleverd. In geval van vervanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken gebruiksperiode.
14) Reparatie onder garantie heeft geen verlenging van de garantietermijn noch aanvang van een nieuwe garantietermijn tot gevolg.
15) Op reparaties geven wij een garantie van 6 maanden, uitsluitend op hetzelfde gebrek.
16) Verdere of andere aanspraken, in het bijzonder vergoeding van schade ontstaan buiten het product, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet wettelijk is vastgelegd.
17) In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van het product niet overtreffen, tenzij wettelijk anders is bepaald.
Deze garantievoorwaarden gelden voor in Nederland gekochte en/of in gebruik zijnde producten. Indien een product naar het buitenland wordt gebracht dient de gebruiker na te gaan of het product voldoet aan de technische voorwaarden ( o.a. spanning, frequentie, installatievoorschriften, gassoort, klimaatomstandigheden) in het betreffende land.
Voor in het buitenland aangeschafte producten dient de gebruiker zich te vergewissen van de bepalingen in Nederland. Noodzakelijke of gewenste aanpassingen vallen niet onder de garantie, en kunnen niet altijd worden aangebracht.
Bijvoegsel
1 Afmetingen....A-II
2 Diagrammen...... A-III
2.1 Curves WI 9TE ......A-III
2.2 Curves WI 14TE ......A-IV
2.3 Curves WI 18TE A-V
2.4 Curves WI 22TE ......A-VI
2.5 Curves WI 27TE A-VII
3 Elektrische schema's....A-VIII
3.1 Sturing WI 9TE - WI 22TE ......A-VIII
3.2 Vermogen WI 9TE - WI 22TE....A-IX
3.3 Klemmenaansluitschema WI 9TE - WI 22TE ......A-X
3.4 Legende WI 9TE - WI 22TE....A-XI
3.5 Sturing WI 27TE ......A-XII
3.6 Vermogen WI 27TE....A-XIII
3.7 Klemmenaansluitschema WI 27TE....A-XIV
3.8 Legende WI 27TE....A-XV
4 Hydraulisch basisschema....A-XVI
4.1 Schematische afbeelding....A-XVI
4.2 Legende....A-XVII
5 Conformiteitsverklaring....A-XVIII
1 Afmetingen

Aansluitingen aan verwarming:
WI 9-27TE 1 1/4" buitendraad
Aansluitingen warmtebron:
(waterfilter met 1 1/4" buitendraad)
WI 18-27CS 1 1/2" buitendraad (waterfilter met 1 1/2" buitendraad)


3.7 Klemmenaansluitschema WI 27TE

flowchart
graph TD
subgraph Network
A["Net 230 VAC - 50Hz"] --> B["PE L"]
B --> C["X1 PE L"]
C --> D["F3 F2"]
D --> E["X1 PE L"]
E --> F["X1 PE L"]
F --> G["X1 PE L"]
G --> H["X1 PE L"]
H --> I["X1 PE L"]
I --> J["X1 PE L"]
J --> K["X1 PE L"]
K --> L["X1 PE L"]
L --> M["X1 PE L"]
M --> N["X1 PE L"]
N --> O["X1 PE L"]
O --> P["X1 PE L"]
P --> Q["X1 PE L"]
Q --> R["X1 PE L"]
R --> S["X1 PE L"]
S --> T["X1 PE L"]
T --> U["X1 PE L"]
U --> V["X1 PE L"]
V --> W["X1 PE L"]
W --> X["X1 PE L"]
X --> Y["X1 PE L"]
Y --> Z["X1 PE L"]
Z --> AA["X1 PE L"]
AA --> AB["X1 PE L"]
AB --> AC["X1 PE L"]
AC --> AD["X1 PE L"]
AD --> AE["X1 PE L"]
AE --> AF["X1 PE L"]
AF --> AG["X1 PE L"]
AG --> AH["X1 PE L"]
AH --> AI["X1 PE L"]
AI --> AJ["X1 PE L"]
AJ --> AK["X1 PE L"]
AK --> AL["X1 PE L"]
AL --> AM["X1 PE L"]
AM --> AN["X1 PE L"]
AN --> AO["X1 PE L"]
AO --> AP["X1 PE L"]
AP --> AQ["X1 PE L"]
AQ --> AR["X1 PE L"]
AR --> AS["X1 PE L"]
AS --> AT["X1 PE L"]
AT --> AU["X1 PE L"]
AU --> AV["X1 PE L"]
AV --> AW["X1 PE L"]
AW --> AX["X1 PE L"]
AX --> AY["X1 PE L"]
AY --> AZ["X1 PE L"]
AZ --> BA["X1 PE L"]
BA --> BB["X1 PE L"]
BB --> BC["X1 PE L"]
BC --> BD["X1 PE L"]
BD --> BE["X1 PE L"]
BE --> BF["X1 PE L"]
BF --> BG["X1 PE L"]
BG --> BH["X1 PE L"]
BH --> BI["X1 PE L"]
BI --> BJ["X1 PE L"]
BJ --> BK["X1 PE L"]
BK --> BL["X1 PE L"]
BL --> BM["X1 PE L"]
BM --> BN["X1 PE L"]
BN --> BO["X1 PE L"]
BO --> BP["X1 PE L"]
BP --> BQ["X1 PE L"]
BQ --> BR["X1 PE L"]
BR --> BS["X1 PE L"]
BS --> BT["X1 PE L"]
BT --> BU["X1 PE L"]
BU --> BV["X1 PE L"]
BV --> BW["X1 PE L"]
BW --> BX["X1 PE L"]
BX --> BY["X1 PE L"]
BY --> BZ["X1 PE L"]
BZ --> CA["X1 PE L"]
CA --> CBX["X1 PE L"]
CBX --> CC["X1 PE L"]
CC --> CDX["X1 PE L"]
CDX --> CEX["X1 PE L"]
CEX --> CFX["X1 PE L"]
CFX --> CGX["X1 PE L"]
CGX --> CHX["X1 PE L"]
CHX --> CIX["X1 PE L"]
CIX --> CJX["X1 PE L"]
CJX --> CKX["X1 PE L"]
CKX --> CLX["X1 PE L"]
CLX --> CMX["X1 PE L"]
CMX --> CNX["X1 PE L"]
CNX --> COX["X1 PE L"]
COX --> CPX["X1 PE L"]
CPX --> CQX["X1 PE L"]
CQX --> CRX["X1 PE L"]
CRX --> CSX["X1 PE L"]
CSX --> CTX["X1 PE L"]
CTX --> CUX["X1 PE L"]
CUX --> CVX["X1 PE L"]
CVX --> CWX["X1 PE L"]
end
subgraph Control
A
A
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
B
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
D
D
D
D
D
D
D
D
D
D
D
D
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
E
E
E
E
E
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
F
F
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
G
G
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
H
H
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
I
I
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
J
J
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
K
K
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
L
L
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
M
M
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
N
N
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
O
O
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
P
P
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
Q
Q
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
R
R
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
S
S
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
T
T
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
U
U
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
V
V
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
W
W
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
X
X
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
Y
Y
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
Z
Z
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AA
AA
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AB
AB
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AC
AC
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AD
AD
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AE
AE
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AF
AF
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AG
AG
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AH
AH
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AI
AI
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AJ
AJ
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AK
AK
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AL
AL
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AM
AM
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AN
AN
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AO
AO
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AP
AP
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AQ
AQ
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
AR
AR
subgraph Control open = blokkering warmtepomp
</details>
<h1 id="38-legende-wi-27te">3.8 Legende WI 27TE</h1>
A1 Draadbrug, moet worden geplaatst, wanneer er geen afsluitcontactor nodig is
A2 Draadbrug, moet bij gebruik van de 2de blokke-
ringsingang worden verwijderd
B1 Pressostaat flexibele aanpassing van het vermogen bij WW-bereiding
B3\* Thermostaat warm water
B4\* Thermostaat zwembadwater
E9\* Elektr. dompelverwarmingselement warm water
E10\* 2de warmtebron
F2 Lastzekering voor N1-relaisuitgangen op J12 en
J13 4,0 ATr
F3 Lastzekering voor N1-relaisuitgangen op J15-J18
4,0 ATr
F4 Pressostaat hoge druk
F5 Lagedruk-pressostaat - begrenzer met handmatige terugstelling
F10 Debietschakelaar
F12 Thermorelais N7
F14 Elektronische motorcontactor compressor 1
H5\* Lampje storingsaanduiding op afstand
J1...J18 Klemsteekverbinder voor N1
K1 Veiligheidsschakelaar voor M1
K1.1 Veiligheidsschakelaar aantrekstroombegrenzing van M1
K1.2 Tijdrelais vertr. K1
K5 Veiligheidsschakelaar voor M11
K11\* Elektron. relais voor H5
K12\* Elektron. relais voor M19
K20\* Veiligheidsschakelaar voor E10
K21\* Veiligheidsschakelaar voor E9
K22\* Contactor afsluiting elektriciteitsmaatschappij
K23\* SPR hulprelais
M1 Compressor
M11\* Primaire pomp
M13\* Verwarmings-circulatiepomp
M15\* 2de Verwarmingskring-circulatiepomp
M16\* Bijkomende circulatiepomp
M18\* Warmwater-circulatiepomp
M19\* Zwembadwater-circulatiepomp
M21\* Mengkraan hoofdkring
M22\* Mengkraan 2de verwarmingskring
N1 Warmtepompregelaar
N7 Softstartplatine
N11\* Relaismodule
N14 Besturingspaneel
Q1 Veiligheidsschakelaar bronpomp
Q2 Veiligheidsschakelaar compressor
R1 Buitentemperatuurvoeler
R2 Terugloopvoeler
R3\* Warmwatervoeler (alternatief voor warmwaterthermostaat)
R5 Voeler voor 2de verwarmingskring
R6 Voeler ter beveiliging tegen bevriezen
R7 Codeerweerstand 49k9
R9 Vertrekvoeler
T1 Veiligheidsscheidingstransformator 230/24V AC-28VA
X1 Klemmenblok netbesturing L/N/PE-230V AC-50 Hz/zekeringen/ N- en PE-verdeler
X2 Klemmenblok 24V AC-verdeler
X3 Klemmenblok GND-verdeler voor sensoren
X5 Klemmenblok vermogenstoevoer 3L/PE-400V AC-50 Hz
Y4 Magneetventiel - aanpassing van het vermogen bij WW-bereiding
<h1 id="afkortingen-2">Afkortingen:</h1>
EVB Ingang afsluiting elektriciteitsmaatschappij
SPR Extra blokkeringsingang
MA\* Mengkraan OPEN - 1e verwarmingskring
MZ Mengkraan DICHT - 1e verwarmingskring
\* Componenten dienen extern beschikbaar te worden gesteld, resp. zijn als accessoire verkrijgbaar
<h1 id="4-hydraulisch-basisschema">4 Hydraulisch basisschema</h1>
<h1 id="41-schematische-afbeelding">4.1 Schematische afbeelding</h1>

<details>
<summary>flowchart</summary>
```mermaid
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["5"]
E --> F["N1-B3 (R3)"]
E --> G["N1-B1 (R1)"]
E --> H["N1-N06 (M18)"]
E --> I["N1-N05 (M13)"]
E --> J["TC"]
E --> K["KW"]
E --> L["T"]
E --> M["T"]
E --> N["T"]
E --> O["T"]
E --> P["T"]
E --> Q["T"]
E --> R["T"]
E --> S["T"]
E --> T["T"]
E --> U["T"]
E --> V["T"]
E --> W["T"]
E --> X["T"]
E --> Y["T"]
E --> Z["T"]
E --> AA["T"]
E --> AB["T"]
E --> AC["T"]
E --> AD["T"]
E --> AE["T"]
E --> AF["T"]
E --> AG["T"]
E --> AH["T"]
E --> AI["T"]
E --> AJ["T"]
E --> AK["T"]
E --> AL["T"]
E --> AM["T"]
E --> AN["T"]
4.2 Legende
| Afsluitventiel | |
| Afsluitventiel met lediging | |
| Overstroomventiel | |
| Veiligheidsklep | |
| Circulatiepomp | |
| Expansievat | |
| Door ruimtetemperatuur gestuurd ventiel | |
| Terugslagklep | |
| Afsluitventiel met terugslagklep | |
| Warmteverbruiker | |
| Filter | |
| Temperatuurvoeler | |
| Flexibele aansluitslang | |
| 1 | Warmtepomp |
| 2 | Bufferopslagvat |
| 3 | Warmtepompregelaar |
| 4 | Stroomdistributie |
| 5 | Waterverwarmer |
| 6 | Stroomrichting grondwater |
| 7 | Zuigbron |
| 8 | Absorptieput |
| M11 | Broncirculatiepomp |
| M13 | Verwarmings-circulatiepomp |
| M18 | Warmwater-circulatiepomp |
| R1 | Buitenwandvoeler |
| R2 | Terugloopvoeler |
| R3 | Warmwatervoeler |
| R9 | Vertrekvoeler |
| KW | Koud water |
| WW | Warm water |
5 Conformiteitsverklaring
CE
EG - Konformitätserklärung EC Declaration of Conformity Déclaration de conformité CE
©
Der Unterzeichnete
The undersigned