MegaLux 6 131 - Ketel FERROLI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MegaLux 6 131 FERROLI in PDF-formaat.
| Producttype | Gaswandketel |
| Merk | Ferroli |
| Model | MegaLux 6 131 |
| Vermogen (cv) | 24 kW |
| Vermogen (warm water) | 28 kW |
| Afmetingen (H x B x D) | 700 x 400 x 300 mm |
| Gewicht | 30 kg |
| Voeding | 230 V / 50 Hz |
| Max. werkdruk | 3 bar |
| Max. watertemperatuur cv | 85 °C |
| Rendement | 93% |
| Energielabel | C |
| Geschikt voor | Verwarming en sanitair warm water |
| Aansluiting gas | G1/2" |
| Aansluiting water | G3/4" |
| Soort ontbranding | Elektronische ontsteking |
| Uitvoering | Gesloten verbrandingskamer |
| CV-waterinhoud | 1,5 liter |
| Vorstbeveiliging | Ja |
| Drukmeter | Ja |
| Display | LCD |
| Geluidsniveau | 50 dB(A) |
| Onderhoudsinterval | Jaarlijks |
| Garantie | 2 jaar |
| Land van herkomst | Italië |
Veelgestelde vragen - MegaLux 6 131 FERROLI
Gebruikersvragen over MegaLux 6 131 FERROLI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MegaLux 6 131 - FERROLI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MegaLux 6 131 van het merk FERROLI.
GEBRUIKSAANWIJZING MegaLux 6 131 FERROLI
Gebruikershandleiding Montagehandleiding
hoogrendement ketel
MegaLux 5 131
MegaLux 6 131
MegaLux A 131

Dit toestel voldoet aan de strenge Europese veiligheidsnormen. Het CE-keurmerk geeft dit aan.

OpenTherm®

MegaLux 5 131 CW5:
MegaLux 6 131 CW6:
Gefeliciteerd met uw nieuwe cv-toestel. Dit toestel geeft u naast een hoog comfort een laag energieverbruik: gunstig voor u en voor het milieu. Deze gebruikershandleiding geeft u diverse adviezen om goed met uw toestel en de cv-installatie om te gaan. Wij raden u daarom aan, deze zorgvuldig te lezen en te bewaren. Draag bij verhuizing de handleiding a.u.b. over aan de nieuwe gebruiker van het toestel.
Garantie en registratie
Via onze website op internet, kunt u heel eenvoudig uw toestel registreren t.b.v. de garantie.
Zie onze website: www.ferroli.nl bij "garantiebewijs".
Natuurlijk kunt u ook de garantiekaart, die u aan het einde van deze handleiding treft, naar ons retour sturen.
Wij verzoeken u, binnen 30 dagen na de installatiedatum, de garantie te registreren via internet of middels het retourneren van de volledig ingevulde garantiekaart.
Installatie
Het toestel dient door een erkende installateur geïnstalleerd, in bedrijf gesteld en onderhouden te worden.
Onderhoud
Dit toestel heeft minimaal een keer per twee jaar een onderhoudsbeurt nodig. Neem hiervoor contact op met uw installateur of onderhoudsbedrijf.
De onderhoudsbeurten en eventuele reparatie mogen alleen door deskundige installatie-, onderhouds- of energiebedrijven worden uitgevoerd (in dit document genoemd: installateur).
Regelmatig en goed uitgevoerd onderhoud kan tussentijdse storingen voorkomen en hiermee blijft het cv-toestel in optimale conditie.
Het tweede deel van deze handleiding is een montagehandleiding, die tevens een storingsanalyse en uitleg over de werking van het toestel bevat.
De montagehandleiding biedt u een handzame hulp bij het installeren van het toestel.
Aandachtspunten vóór montage
U wordt in dit hoofdstuk geattendeerd op belangrijke zaken, die u voorafgaand aan de montage moet weten.
Montage-instructie
In deze instructie wordt aangegeven hoe het toestel gemonteerd en in bedrijf gesteld wordt.
Onderhoud, storingen en service
Raadpleeg dit hoofdstuk bij onderhoudsbeurten en storingen.
Werking en technische gegevens
In dit hoofdstuk wordt in het kort uitleg gegeven over de werking van het toestel.
Tevens vindt u hier de technische gegevens en het elektrisch aansluitschema.
Serviceboek
Voor deze toestellen is een apart serviceboek beschikbaar met uitgebreide informatie over:
- service-onderdelen
- tips over onderdeel-uitwisseling
- technische informatie / storingslijst
- onderhoudsvoorschriften
Aansprakelijkheid
Ferroli NL kan niet aansprakelijk worden gesteld voor persoonlijk letsel en/of materiële schade die ontstaan is door het niet naleven van deze handleiding.
Storingen
Raadpleeg hoofdstuk 5 (bladzijde 9) of de storing (alarm-/foutcode) eenvoudig te verhelpen is.
Als u de storing niet zelf kunt oplossen: Bel uw installateur of onderhoudsbedrijf.
| Toesteltype: | MegaLux 5 131 | (juiste type aanvinken) | |
| MegaLux 6 131 | |||
| MegaLux A 131 |
Serienummer: ..... L .....
Kijk op blz. 49 waar dit serienummer vermeld staat, evenals het toesteltype.
Dit nummer altijd doorgeven. Belangrijk voor garantie!
Telefoonnummer installateur of onderhoudsbedrijf:
Wij behouden ons het recht voor om wijzigingen / verbeteringen aan het product en bijgevoegde informatie aan te brengen zonder voorafgaande kennisgeving. Op www.ferroli.nl staat de meest actuele versie van deze handleiding, die alle eerdere versies vervangt. Uiteraard is de inhoud van de nieuwere versie van deze handleiding te gebruiken in plaats van de eerder gepubliceerde versies.
Deze gebruikershandleiding is met grote zorg samengesteld. Ondanks deze zorg kan Ferroli NL geen verantwoordelijkheid accepteren voor fouten in deze handleiding of voor de gevolgen van zulke fouten.
Documentnummer: DRS9012 versie: 7 datum: januari 2010

Inhoud gebruikershandleiding
1. Algemeen
1.1 Introductie van de verschillende toesteltypen 4
1.2 Voor uw veiligheid: let op! 5
1.3 Gaskeurlabels 5
- Bediening 6
- Het in en uit bedrijf nemen van het toestel 7
- Instellingen 7
- Storingen 9
- Onderhoud 10
- Gebruikersadviezen 10
- Het bijvullen, ontluchten en aftappen van de cv-installatie 11

Inhoud montagehandleiding
9. Aandachtspunten vóór montage
9.1 Voorschriften 12
9.2 Leveringsomvang 12
9.3 Toestelaccessoires 13
9.4 Benodigde vrije ruimte 13
9.5 Rookgasafvoer en luchttoevoer: opstellingsmogelijkheden en weerstandsberekening.... 13
9.6 Extra aandachtspunten vóór de definitieve installatie 16

Montage-instructie
10. Montage-instructie
10.1 Voor uw veiligheid: let op! 17
10.2 Ophangen van het toestel 17
10.3 Afmetingen en aansluitingen MegaLux 5 131 en MegaLux A 131 18
10.4 Afmetingen en aansluitingen MegaLux 6 131 19
10.5 Aansluiten van de cv- en tapwaterleidingen MegaLux 5 131 en 6 131 .... 20
10.6 Aansluiten van de cv- en boilerleidingen MegaLux A 131 21
10.7 Aansluiten van een zonneboiler of warmtepompboiler 22
10.8 Aansluiten gaszijdig 23
10.9 Aansluiten condensafvoer 23
10.10 Aansluiten verbrandingsgasafvoer en luchttoevoer 24
10.11 Bypass in de cv-installatie 25
10.12 Aansluiten van de kamerthermostaat,
eventuele buitenvoeler of boilersensor 26
11. Eerste ingebruikstelling van het toestel
11.1 Voorbereidingen en in bedrijf nemen 27
11.2 Het toestel afstemmen op de installatie (installateursmenu) 28
11.3 Overzicht van kamerthermostaten en weersafhankelijke-regelingen ..... 30
11.4 Volg stap 1 t/m 3 voor instelling van de WA-regeling van de MegaLux ..... 31

Onderhoud, storingen en service
12. Onderhoud
12.1 Algemene informatie 32
12.2 Onderhoudsbeurt 32
13. Storingen en service-onderdelen
13.1 Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingen 35
13.2 Overzicht van het toestel en serviceonderdelen 38

Werking en technische gegevens
14.1 Werking van de toestellen 40
14.2 Technische gegevens MegaLux 5 131 / 6 131 / A 131.... 43
14.3 Extern beschikbare pompopvoerhoogte voor de cv-installatie 44
14.4 Werking van de modulerende pomp 45
14.5 Tapwaterzijdig drukverlies 46
14.6 Elektrisch aansluitschema en aansluitingen op de toestelconnector ..... 46
15. CE-markering en gaskeurlabels 48
Garantie en registratie 49
Onderhouds- en servicerapport Ferroli MegaLux 5 131 / 6 131 / A 131 .... 51
Gebruikershandleiding
1 ALGEMEEN
1.1 Introductie van de verschillende toesteltypen
Deze handleiding beschrijft 3 verschillende typen hoogrendement toestellen: de Megalux 5 131, 6 131 en A 131. Hoewel er veel overeenkomsten zijn, komen er ook specifieke verschillen voor.
In geval van een belangrijk verschil tussen de toestellen, wordt dit als volgt aangegeven:
Wanneer bij een bepaald kenmerk een toesteltype wordt genoemd, type-5 131, type-6 131 of type-A 131, is de vermelde eigenschap van toepassing op het betreffende toestel.
U kunt op de sticker aan de onderkant van uw cv-toestel lezen welk type toestel u heeft. Op blz. 49 is aangegeven waar deze sticker zich bevindt.
Alle drie de toestellen zijn voorzien van de meest moderne technieken, die ervoor zorgen dat zowel het gasverbruik als het elektriciteitsverbruik onder alle omstandigheden zo laag mogelijk blijven. Tevens zorgen de nieuwe technieken ervoor dat er een minimum aan onderhoud behoeft te worden uitgevoerd en dat de levensduur van het toestel wordt verlengd. Door de computergestuurde regeling wordt de meest optimale energie-toevoer bepaald, rekening houdend met het type woning en soort installatie.
Bij een warmtevraag ontsteekt het toestel automatisch en, afhankelijk van de benodigde hoeveelheid warmte, voert het toestel zijn vermogen op of verlaagt het juist. Bij een gelijktijdige warmtevraag van de cv-installatie en warm water heeft de levering van warm water voorrang.
Korte uitleg over de verschillende toestellen

Dit toestel is een HR-combitoestel zonder tapwatervoorraadtank. Voor snelle warmwater levering is dit toestel uitgerust met een comfortstand voor warm tapwater.
Dit toestel is een HR-combitoestel voorzien van een ingebouwde warmwaterboiler van 20 liter (RVS).
Dit toestel is een HR-solotoestel en is gemaakt voor cv-verwarming, maar volledig voorbereid voor aansluiting van een externe warmwater-boiler. Als er een boiler is aangesloten, levert deze combinatie naast warmte voor de cv-installatie ook warm tapwater.
Figuur 1.1 Toesteloverzicht
- rookgasafvoerpijp
- luchttoevoerpijp (ook linkse aansluiting mogelijk)
- condensafvoerslang
- cv-aanvoerleiding
-
warm waterleiding (type 5 en 6)
-
gasleiding
- koud waterleiding (type 5 en 6)
- cv-retourleiding
- tapwatervoorraadtank (type 6) (achter in het toestel)
-
display en bedieningstoetsen
-
drukmeter cv-installatie (aan de onderzijde van het toestel)
- boileraanvoerleiding, indien er een boiler is aangesloten (type A)
- boilerretourleiding, indien er een boiler is aangesloten (type A)
1.2 Voor uw veiligheid: let op!
Uitleg van gebruikte symbolen

Waarschuwing
Gevaar voor elektrische stroom.

Waarschuwing
In de tekst achter dit symbool wordt aangegeven waarvoor gewaarschuwd wordt.

Advies / tip / belangrijke informatie
In de tekst achter dit symbool worden adviezen of tips gegeven.

Toestel in storing? Doe het volgende:
Als na de reset een Alarmcode (A) zich herhaald: waarschuw uw installateur of onderhoudsbedrijf. Indien Foutcodes (F) zich regelmatig voordoen: waarschuw uw installateur.

Ruikt u rookgas? Doe het volgende:
- Haal de stekker van de ketel uit het stopcontact.
- Zet ramen en deuren zo wijd mogelijk open.
- Waarschuw alle aanwezigen in het huis en ga gezamelijk naar buiten.
- Bel (buiten de woning) uw installateur.

Onderhoud van het toestel
Het toestel heeft minimaal een keer per twee jaar een onderhoudsbeurt nodig.
Neem hiervoor contact op met uw installateur. Aan het toestel, de gasleiding, de rookgasafvoeren luchttoevoerpijp mogen geen wijzigingen worden uitgevoerd.

Ruikt u een gaslucht? Doe het volgende:
- Gebruik geen vuur of vonken en rook niet.
- Gebruik geen elektrische schakelaars.
- Sluit de hoofdgaskraan (meestal in de meter-kast) en de kraan onder het toestel: zie blz. 7.
- Zet ramen en deuren zo wijd mogelijk open.
- Bel (buiten de woning) uw installateur.

230V elektrische spanning
Componenten in dit toestel staan onder een spanning van 230V. U mag de mantel van het toestel absoluut niet verwijderen!

Warm water
De tapwatertemperatuur is ongeveer 60°C en kan soms hoger zijn.

Warme leidingen en pijpen
De leidingen en radiatoren kunnen ca. 95°C worden. De verbrandingsgasafvoerpijp kan tijdens bedrijf ca. 90°C worden. Zorg dat de verbindingen van de pijp altijd goed gemonteerd blijven.

Opstellingsruimte van de ketel
De toe- en afvoeropeningen mogen niet kleiner gemaakt worden of afgesloten worden. Zorg dat de opstellingsruimte goed wordt geventileerd.
Ontvlambare materialen of vloeistoffen mogen niet in de buurt van het toestel worden opgeslagen of gebruikt.
Om schade aan het toestel te voorkomen, dient verontreiniging van de verbrandingslucht door halogeenkoolwaterstoffen of sterke stofvorming te worden voorkomen. Het stopcontact met de stekker van het toestel dient altijd goed bereikbaar te zijn.
1.3 Gaskeurlabels
De gaskeurlabels geven aan dat de MegaLux-toestellen voldoen aan de kwaliteitseisen van Gaskeur.

Basis Gaskeur
Strenge basis kwaliteitseisen.
HR: Hoog Rendement
Meer dan 107% op onderwaarde.
HRww: Hoog Rendement warm water
Dit label geeft het comfort van de tapwatervoorziening aan:
* MegaLux 5 131: CW-klasse 5
** MegaLux 6 131: CW-klasse 6
** MegaLux A 131: CW-klasse 6 (in combinatie met een Aquaforte AF120 boiler)
Zie blz. 48 voor meer informatie over de CW-klassen.
SV: Schonere Verbranding
Door de geavanceerde brander geven deze toestellen zeer weinig uitstoot van milieu vervuilende stoffen.
NZ: Naverwarming Zonneboiler
Het toestel is uitermate geschikt om als naverwarmer bij een zonneboiler aangesloten te worden.
2 BEDIENING

Overzicht bedieningspaneel Het display wordt verlicht als er een knop wordt ingedrukt
Het weergegeven display toont vrijwel alle informatie die er te zien kan zijn. Dit komt in werkelijkheid niet voor.
1. Warm tapwatersymbool
Bij warm water gebruik of opwarming voor comfortstand, ziet u een knipperende waterstroom.
2. Bovenste insteltoetsen
T.b.v. instelling van de warm watertemperatuur.
3. Temperatuur bij tapwater- of boilersensor of wachttijd
De uitstromende warm watertemperatuur is bij een instelling van 58 en de nominale volumestroom ca. 57-65°C.
d I Toestel staat in wachttijd voor branderbedrijf. Dit kan tot 4 minuten duren (afh. van instelling). Deze aanduiding is geen storing.
4. Vlamsymbool
Dit symbool is zichtbaar als de brander in bedrijf is. Hoe groter de vlam, hoe harder de brander brandt.
5. Indicatie economy / comfort voor warm water Voor de MegaLux 5 geldt:
Economy: Het toestel wordt niet op temperatuur gehouden waardoor het wat langer kan duren voor u warm water hebt (eco in het display zichtbaar). Comfort: Het toestel wordt op temperatuur gehouden voor snellere levering van warm water.
Voor de MegaLux 6 en A geldt:
Economy: toestel staat uit voor warm water (eco) Comfort: toestel staat aan voor warm water
6. Buitentemperatuur
Deze temperatuur wordt weergegeven als er een (optionele) buitentemperatuursensor is gemonteerd.
7. Zomer-/winterinsteltoets
Hiermee kan in de zomer het cv-toestel worden uitgezet voor cv-verwarming. Zie blz. 7 voor uitleg.
8. Economy-/comforttoets
Met deze toets kunt u kiezen om het toestel te laten functioneren in de economy- of comfortstand. Zie bladzijde 8 voor uitleg.
9. AAN / UIT-toets
Met deze toets schakelt u het toestel elektronisch aan of uit. Als het toestel uit staat, wordt rechtsonder in het display 'oFF' zichtbaar. Zie blz. 8 voor uitleg.
10. Mode-toets t.b.v. WA-regeling
Deze toets heeft alleen een functie als er een buiten-temperatuurvoeler is aangesloten. Hierbij gelden dan ook extra eisen aan uw cv-installatie. Zie blz. 30 en 31.
11. Deze toets heeft 2 functies
- Resettoets voor Alarmcodes (A). (korter dan 1 sec. indrukken).
- Menutoets voor de installateur.
12. Huissymbool
Dit symbool wordt zichtbaar als er een OpenTherm-kamerthermostaat of een buitentemperatuurvoeler is gemonteerd.
13. Kamertemperatuur
Deze temperatuur wordt alleen zichtbaar als er een OpenTherm-kamerthermostaat is aangesloten en deze thermostaat deze functie ondersteunt.
14. Vorstbeveiligingssymbool
Dit symbool wordt zichtbaar als het toestel bezig is met het interne anti-bevriezingsprogramma.
15. Waterdruk of alarm-/foutcode weergave
Tijdens normaal bedrijf wordt hier de waterdruk in de cv-installatie aangegeven. De druk moet minimaal 1.0 bar zijn. Zie blz. 11 voor de vulinstructie. Alarm-/foutcodes: zie blz. 9 bij 'Storingen'.
16. Storingssymbool
Dit symbool wordt zichtbaar als er een storing is. Op de plaats waar normaal de cv-waterdruk (nr. 15) wordt vermeldt, staat de alarm-/foutcode vermeldt.
17. Cv-aanvoertemperatuur of wachttijd
Bij cv-verwarming is dit de cv-aanvoertemperatuur. d2 Toestel staat in wachttijd voor branderbedrijf. Dit kan tot 4 minuten duren (afh. van instelling). Deze aanduiding is geen storing.
18. Onderste insteltoetsen
T.b.v. instelling van de max. cv-aanvoertemperatuur.
19. Cv-verwarming symbool
Bij cv-bedrijf ziet u 3 knipperende warmtestralen.
20. Indicatie tot hoever de gewenste cv-aanvoer- temperatuur is bereikt
Van links naar rechts wordt de lijn steeds langer, naarmate de gewenste temperatuur wordt bereikt.
21. Symbool voor zomer- / winterinstelling
In de zomerstand is het zonnetje zichtbaar, in de winterstand niet. Zie blz. 7 voor uitleg.
22. Indicatie tot hoever de gewenste tapwater- temperatuur is bereikt
Van links naar rechts wordt de lijn steeds langer, naarmate de gewenste temperatuur wordt bereikt.
3 HET IN EN UIT BEDRIJF NEMEN VAN HET TOESTEL

In bedrijf nemen
- Open de gaskraan.
- Controleer of beide afsluiters in de cv-aanvoer- en cv-retourleiding open staan.
- Controleer of de druk in de cv-installatie meer is dan 1 bar.
- Steek de stekker in het stopcontact.
- Het toestel begint met zijn opstart- en ontluchtprogramma, dat enkele minuten in beslag neemt.

Figuur 3.1
Meest voorkomende situatie. Type gaskraan en afstand ten opzichte van toestel kan verschillen.
OPEN
DICHT

91461061
Na het opstartprogramma ziet u de standaard informatie op het display, zoals het voorbeeld hiernaast. Het toestel is gereed voor gebruik.

Als er een bepaalde code knippert (A of F) of als er helemaal niets op het display staat, is er iets aan de hand. Kijk op blz. 9 bij 'storingen' of u hier iets aan kunt doen.

Uit bedrijf nemen
- Zorg dat het toestel niet in bedrijf is. zet de kamerthermostaat op een lage stand, gebruik geen warm water en wacht minimaal 30 seconden.
- Neem de stekker uit het stopcontact.
- Sluit de gaskraan.
Als u het toestel uit bedrijf wilt nemen als u op vakantie gaat, lees dan het advies op bladzijde 10.
4 INSTELLINGEN

Instelling maximale cv-aanvoertemperatuur
De maximale cv-aanvoertemperatuur kan ingesteld worden. Afhankelijk van de benodigde warmte en de cv-installatie kan deze maximale temperatuur worden gewijzigd. Bij een instelling van 80 kan de cv-aanvoertemperatuur 85°C worden, wat voor bijna alle woningen een goede instelling is.
Advies voor andere instellingen:
- Bij laagtemperatuurverwarming is bijvoorbeeld 50 een goede instelling. Als uw installateur een dergelijk lage temperatuur heeft ingesteld, mag u deze niet verhogen. Mogelijk is er op de mantel van uw toestel een sticker geplakt, waar de ingestelde waarden op vermeldt staan.
Het veranderen van de maximale cv-aanvoertemperatuur

Volg onderstaande aanwijzingen voor het aanpassen van de maximale cv-aanvoertemperatuur.
Druk 1 keer op of . +

U ziet nu enkele seconden de ingestelde waarde op het display (b.v. 80). (symbolen knipperen)

Door (herhaald) op de - of + toets te drukken, verlaagt of verhoogt u de ingestelde waarde, bijvoorbeeld naar 75.



Na enkele seconden ziet u het 'standaard' display weer. De door u ingestelde waarde is opgeslagen in de besturing van het toestel.

Bij sommige aangesloten OpenTherm-kamer-thermostaten is bovenstaande instelling alleen mogelijk op de thermostaat.


Zomer-/winterinstelling

Als deze zomer/winterinsteltoets ca. 1 seconde wordt ingedrukt, schakelt het toestel tussen de zomer- en winterinstelling.

Zonnetje = zomerinstelling: géén cv-verwarming mogelijk Geen zonnetje = winterinstelling: cv-verwarming mogelijk

Instelling economy-/comfortstand voor warm water
Dit toestel heeft een instelmogelijkheid voor economy of comfortstand voor warm water. Eventueel kunt u op bladzijde 4 en 49 kijken welk toesteltype u heeft.
In de rechter bovenhoek van het display wordt aangegeven of het toestel op economy (eco) staat, of op comfort (comfort).

De betekenis van economy of comfort is afhankelijk van uw type toestel.
Betekenis economy/comfort bij de MegaLux 5
Dit combitoestel heeft een functie om snel warm water te kunnen leveren, de zogenaamde comfortstand. Vooral bij langere warm waterleidinglengtes is dit prettig, omdat u dan minder lang op het warme water hoeft te wachten.
- Economy = Warmhoudstand UIT = wel warm water te gebruiken, maar de wachttijd is soms wat langer. Bij deze stand daalt wel het energieverbruik.
- Comfort = Warmhoudstand voor warm water AAN. (voorwaarde voor CW en HRww)
Betekenis comfort/economy bij de MegaLux 6 of A
Deze toestellen maken voor de verwarming van warm water gebruik van een boiler (bij type A is deze optioneel) Met de instelling voor economy of comfort kunt u de boiler "aan" of "uit" zetten.
- Economy = De boiler staat "uit".
De boiler wordt niet warm gehouden en er is dus geen warm water beschikbaar.
- Comfort = De boiler staat "aan".
De boiler wordt warm gehouden en er is dus warm water beschikbaar. (voorwaarde voor CW en HRww)
U kunt gebruik maken van de economy-stand als u bijvoorbeeld voor langere tijd van huis bent en geen warm water nodig hebt.
Denk eraan, als de boiler langere tijd uit is geweest en weer op comfort wordt gezet ("aan" gezet), dat het enige tijd kan duren voordat deze weer is opgewarmd en u weer warm water kunt gebruiken. Bij type A is dit afhankelijk van het type en de grootte van de externe boiler (10 minuten tot 1 uur). Bij type 6 is dit circa 5 minuten.

Speciale situatie bij zonneboilers!
Als u een Ferroli zonneboiler heeft, schakelt deze boiler zelf de comfortstand in- en uit. Handmatig aanpassen is in verband met een door de overheid voorgeschreven minimale tapwatertemperatuur in deze situatie niet toegestaan.
Er is een OpenTherm-thermostaat aangesloten:
Een OpenTherm-thermostaat is o.a. te herkennen aan het hiernaast getoonde logo.

Als de OpenTherm-thermostaat een instelling heeft voor de economy-/comfortstand, zijn er nu 2 mogelijkheden om het toestel op comfort of economy te zetten:
- Via de eco-/comfort toets van het toestel zelf.

- Via de instelling van de OpenTherm-thermostaat.
Juiste instelling voor schakeling via de thermostaat. Kijk op het display van de ketel.
1 Als u "comfort" in dit display ziet, staat het toestel goed ingesteld om via de kamerthermostaat te schakelen tussen de comfort en economystand. U hoeft niets meer op de ketel in te stellen.
2 Als u “eco” in het display ziet, drukt dan 1 keer (ca. 1 seconde) op de eco/comforttoets van de ketel.

Het toestel is nu goed ingesteld om via de kamer thermostaat te schakelen tussen de comfort en economystand.
U hoeft niets meer op de ketel in te stellen.
- Als het toestel nu op "comfort" gaat staan, staat de kamerthermostaat op de "comfort" stand
- Als het toestel nu op "eco" blijft staan, staat de thermostaat op de "eco" stand.
Lees in de gebruikershandleiding van de Opentherm-thermostaat hoe u de cv-ketel laat schakelen tussen comfort en economy-stand.
Er is een AAN/UIT-kamerthermostaat aangesloten
Een AAN/UIT-thermostaat is een thermostaat die niet werkt volgens OpenTherm-communicatie, maar het toestel alleen aan- of uitschakelt voor cv.
Als er een AAN/UIT-thermostaat is aangesloten, kunt u alleen via het de eco-/comfort-toets van het cv-toestel schakelen tussen "economy" en "comfort".

Als u kort op de eco/comfort-toets drukt, verandert de instelling "comfort" in "eco" of andersom.

Gebruik van de AAN/UIT-toets
Als de - toets 2 seconden wordt ingedrukt, schakelt het toestel zichzelf uit. In het display wordt vermeldt.
Als de - toets weer gedurende 2 seconden wordt ingedrukt, schakelt u het toestel weer in.

230V-spanning tijdens UIT-stand In de UIT-stand (oFF op het display) staat er nog steeds voedingsspanning op het toestel.
Als u het toestel geheel spanningsloos wilt maken, dient u de stekker uit het stopcontact te halen.

Instelling warm watertemperatuur
Bij een instelling van 58 komt er, bij de nominale volumestroom, warm water van ca. 57-65°C uit het toestel.
Dit is voor bijna elke situatie een goede instelling.
Indien gewenst, is het mogelijk om de instelling voor de warm watertemperatuur te verhogen of te verlagen.

Zeer warm water!
Bij het verhogen van deze instelling komt er zeer warm water uit de kraan!
Het veranderen van de warm watertemperatuur
Volg onderstaande aanwijzingen voor het aanpassen van de warm watertemperatuur.

flowchart
graph TD
A["47°C"] --> B["49°C"]
B --> C["- of +"]
C --> D["58°C"]
D --> E["49°C"]
E --> F["- of +"]
F --> G["56°C"]
G --> H["49°C"]
H --> I["47°C"]
I --> J["49°C"]
J --> K["comfort 18 bar"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#ccf,stroke:#333
style D fill:#ccf,stroke:#333
style E fill:#ccf,stroke:#333
style F fill:#ccf,stroke:#333
style G fill:#ccf,stroke:#333
style H fill:#ccf,stroke:#333
style I fill:#ccf,stroke:#333
style J fill:#ccf,stroke:#333
style K fill:#ccf,stroke:#333
Geadviseerde instellingen:
• type 5: 58
• type 6: 58
• type A: 58
Druk 1 keer op ∅f . +
U ziet nu de ingestelde waarde op het display (b.v. 58) (knipperend). Deze geadviseerde waarde is voorwaarde voor het CW/HRww-label
Door (herhaald) op de - of + toets te drukken, verlaagt of verhoogt u de ingestelde waarde, bijvoorbeeld naar 56.
Na enkele seconden ziet u het standaard display weer. De door u ingestelde waarde is opgeslagen in de besturing van het toestel.

Minimale tapwatertemperatuur
Het bouwbesluit schrijft voor dat er aan de warm waterpunten een minimale temperatuur van 55°C geleverd moet kunnen worden. Stel de warm watertemperatuur daarom niet lager in dan 58°C.
Schakel daarom bij toepassing van bijv. een zonne- of warmtepompboiler het toestel nooit uit.

Bij sommige aangesloten OpenTherm-kamer-thermostaten is bovenstaande instelling alleen mogelijk op de thermostaat.
5 STORINGEN
8 - code: Alarmcode
Bij deze storing dient de oorzaak ervan opgelost te worden, waarna de resettoets ingedrukt dient te worden. Na het kort drukken op de resettoets, kan het ca. 10 sec. duren voordat het toestel weer opstart.

Als een Alarmcode na een reset terugkeert: waarschuw uw installateur.
Wacht in een noodgeval tenminste 60 minuten alvorens opnieuw te resetten.
F - code: Foutcode
Bij deze storing dient de oorzaak ervan opgelost te worden, waarna het toestel vanzelf, dus zonder dat de resettoets hoeft te worden ingedrukt, weer in bedrijf komt.

Indien Foutcodes zich regelmatig voordoen: waarschuw uw installateur. Vermeldt bij telefonisch contact het type toestel en de storingscode.
Storingen die u mogelijk zelf kunt oplossen

Geen oplichtend display:
- De stekker zit niet in het stopcontact.
- Er staat geen spanning op het stopcontact.
- Mogelijk is de ingebouwde toestelzekering defect. Waarschuw uw installateur.
oFF
Alleen "oFF" zichtbaar op het display
- Het toestel staat UIT.
Druk min. 2 sec. op weer aan te zetten.

om het toestel
F20
(F20 aanwezig = afhankelijk van software versie)
- Waterdruk in de cv-installatie is laag. Vul de cv-installatie (zie blz. 11). Het toestel functioneert wel. Bij herhaling: waarschuw uw installateur.
F:21
(F21 aanwezig = afhankelijk van software versie)
- Waterdruk in de cv-installatie is hoog. Het toestel functioneert wel. Cv-installatie iets aftappen (zie blz. 11). Bij herhaling: waarschuw uw installateur.
F37
- Waterdruk in de cv-installatie is te laag: Vul de installatie (zie blz. 11). Resetten is niet nodig, het toestel start vanzelf weer op.
- Vlamstoring: Staat de gaskraan wel open? Controleer dit. Druk hierna op reset.
- Controleer of de condensafvoer verstopt zit. Druk op reset om het toestel weer te starten.
- A l s u geen cv-verwarming heeft, maar dit wel wil, controleer dan of het zonnetje zichtbaar is in het display.
Druk ca. 1 seconde op deze toets en het zonnetje verdwijnt:

er is weer cv-verwarming mogelijk. Zie blz. 7.
Voor alle overige Alarm- en Foutcodes geldt: Waarschuw uw installateur.
Traag op temperatuur komende cv-installatie
Controleer in dit geval het volgende:
• Staan alle radiatorkranen open?
- Staat de kamerthermostaat op de gewenste temperatuur (of hoger)? U kunt eventueel bij erg koud weer de ingestelde nachttemperatuur iets hoger zetten.
- Is de maximum cv-temperatuur hoog genoeg ingesteld?
- Indien de weersafhankelijke regeling van het toestel is geactiveerd, is de goede stooklijn ingesteld?
Zie: instelling stooklijn op blz. 31.

Let op! Het is ook mogelijk dat de kamerthermo- staat het toestel weersafhankelijk aanstuurd!
6 ONDERHOUD
Dit toestel heeft minimaal eenmaal per twee jaar een onderhoudsbeurt nodig. Neem hiervoor contact op met uw installateur of onderhoudsbedrijf.
De onderhoudsbeurten en eventuele reparaties mogen alleen door deskundige installatie- of onderhoudsbedrijven worden uitgevoerd. Regelmatig en goed uitgevoerd onderhoud kan tussentijdse storingen voorkomen en hiermee blijft het toestel in optimale conditie.
Afhankelijk van de installatie moet de sifon regelmatig worden gereinigd, zie hiervoor hoofdstuk 8 op blz. 11.
7 GEBRUIKERSADVIEZEN
In dit hoofdstuk worden een aantal adviezen gegeven met betrekking tot het gebruik van het toestel en de installatie.

Gebruik van de kamerthermostaat
Temperatuurregeling met een kamerthermostaat
De kamerthermostaat is een regelaar, die de temperatuur op de ingestelde waarde houdt. Verhoog of verlaag de instelling met maximaal 1°C (per half uur) bij het te warm of te koud aanvoelen van de temperatuur (behalve 's ochtends of als de verwarming langere tijd uit is geweest).
Hiermee voorkomt u dat de temperatuur te veel schommelt en u de thermostaat als een aan/uit-schakelaar gebruikt in plaats van een automatische regelaar.

Radiatoren in de ruimte met de kamerther- mostaat altijd open houden
Bij het gebruik van een kamerthermostaat is het noodzakelijk dat alle radiatoren in de ruimte waar deze hangt volledig open staan. Door in deze ruimte één of meer radiatoren te sluiten, neemt de temperatuur in de andere ruimten toe, terwijl de temperatuur in de ruimte met de kamerthermostaat normaal geregeld blijft worden.
Instelling van de kamerthermostaat in de zomer
Stel de kamerthermostaat in de zomer in op ca. 16°C. Dit is voldoende om het toestel niet in werking te laten treden. Eventueel kunt u het toestel in de zomerstand zetten. Zie bladzijde 6 en 7 voor uitleg hierover.
Extra kamerthermostaat
Op dit toestel kan een extra kamerthermostaat worden aangesloten. Met een extra thermostaat regelt u een bepaalde ingestelde temperatuur in de ruimte waar deze hangt. Het overige deel van de cv-installatie wordt hierdoor ook opgewarmd. Het is dus niet zo dat met twee aangesloten thermostaten onafhankelijk van elkaar bepaalde ruimten kunnen worden opgewarmd. Raadpleeg uw installateur voor meer informatie of kijk op blz. 26 rechts onderaan.
Hieronder staan enkele toepassingen omschreven.
Open haard
Bij gebruik van een open haard kunt u het deel van het huis, waar het kouder wordt, opwarmen m.b.v. de extra thermo-staat.
Vorstbeveiliging
Als de kans bestaat dat leidingen kunnen bevriezen, bijv. in een garage, kunt u met een extra thermostaat deze ruimte op een minimum temperatuur houden.
Studeerkamer
Een extra thermostaat kan in een ruimte, bijv. een baby- of studeerkamer, altijd zorgen voor een minimum temperatuur.

Op vakantie?
Trek de stekker niet uit het stopcontact
Laat het toestel om de volgende redenen aan staan:
- In de winter dient de woning vorstvrij te blijven om bevriezing van leidingen te voorkomen.
- Bij een voorgeschakelde zonneboiler of warmtepomp-boiler moet naverwarming van het tapwater gegarandeerd zijn.
- ledere dag worden de pomp en 3-wegklep even aangezet om te voorkomen dat deze vast gaan zitten.
Wanneer u langere tijd afwezig bent, kunt u het toestel wel op de economy-stand voor tapwater zetten. Het toestel zal in dat geval zichzelf of de boiler niet op temperatuur houden, waardoor energie wordt bespaard. Zie blz. 8 voor uitleg.

Bevriezingsgevaar
Om te voorkomen dat onderdelen van uw cv-installatie of waterleidingen bevriezen, dient u de kamerthermostaat doorgaans niet lager dan ongeveer 12°C in te stellen (afhankelijk van de installatie).
- Sluit de gastoevoer niet af, laat het toestel aan staan.
- Draai alle radiatorkranen open, vooral van ruimtes met bevriezingsgevaar: zet eventueel tussendeuren open.
- In het toestel zit een automatische vorstbeveiliging, die echter alleen voorkomt dat het toestel zelf bevriest!
- Als de installatie wordt afgetapt (i.v.m. vorst), dient ook het toestel volledig te worden afgetapt (incl. tapwater).

Omgaan met warm water
Comfort- en economystand
Op blz. 8 wordt uitgeleg gegeven over de comfort- en economystand.
Spaardouches
Op de MegaLux kunt u alle spaardouchekoppen van een goede kwaliteit toepassen. Raadpleeg uw installateur voor een goede spaardouchekop. Als u een spaardouchekop gebruikt, zorg dan dat deze regelmatig wordt ontkalkt om voldoende doorstroming te houden.
Gelijktijdigheid
Bij gelijktijdig gebruik van een keuken- en een douche- of badkraan, moet de bad- of douchekraan voorzien zijn van een goede automatische thermostatische regeling.
Gebruik van een zonneboiler (warm water)
Als er aan de MegaLux een zonneboiler is gekoppeld, verwarmt het toestel het warm water verder als het water uit de zonneboiler nog niet op voldoende temperatuur is. Let op bij het gebruik van een zonneboiler:
- Minimale instelling setpointwaarde = 58. Controleer dit.
- Geen wijzigingen van de instelling van het mengventiel toegestaan (minimaal 60°C). Bij een verkeerde instelling kan de watertemperatuur te hoog worden.
- De MegaLux mag elektrisch niet uitgeschakeld worden.
8. BIJVULLEN, ONTLUCHTEN EN AFTAPPEN VAN DE CV-INSTALLATIE
Het ontluchten van de cv-installatie
Zet de kamerthermostaat laag en gebruik geen warm water. Neem dan de stekker uit het stopcontact.
1

Ontlucht de installatie. Dit is vooral in de eerste twee weken na de installatie nodig.
②

Gebruik het ontluchtsleuteltje. Begin bij de laagstgelegen radiatoren. Eindig op de bovenverdieping. Ontlucht tot er geen lucht meer uit komt.
Het vullen van de cv-installatie (voer eerst punt 1 en 2 uit)
③

- Sluit de vulslang aan op de waterkraan.
- Verwijder het dopje van de cv-vulkraan.
- Draai de kraan langzaam open en vul de slang met water. Sluit de kraan als de slang vol is. Hiermee voorkomt u dat er lucht in de installatie wordt gebracht.
- Sluit de volle slang aan op de cv-vulkraan.
- Open de cv-vulkraan.
- Draai de waterkraan langzaam open.
④

Vul tot de manometer 1,6 bar aangeeft. (bij een koude cv-installatie)
5

- Sluit de waterkraan bij 1,6 bar.
- Ontlucht de installatie nogmaals (zie punt 2) en vul zonodig weer bij.
- Sluit de cv-vulkraan, koppel de slang los van de kranen.
- Bevestig het dopje weer op de cv-vulkraan.
- Steek de stekker weer in het stopcontact.
⑥

Figuur 8.1 Vul- en ontlucht-instructie
Het gedeeltelijk aftappen van de cv-installatie

Figuur 8.2 Aftap-instructie
- Sluit de vulslang aan op de vulkraan van de cv-installatie.
- Draai de kraan langzaam open en laat cv-water wegstromen tot de druk 2,0 bar is.
- Sluit de cv-vulkraan, koppel de slang los van de cv-vulkraan.
- Bevestig het dopje weer op de cv-vulkraan.
Wanneer cv-installatie iets aftappen?
- Bij foutcode F21 : de druk is erg hoog (weergave = software afhankelijk)
- Bij foutcode : de druk is te hoog
- Bij foutcode : de afuk is te hoog geweest
Bij herhaling van deze foutcodes: bel uw installateur.
Wanneer ontluchten?
- Als de installatie of een radiator een borrelend geluid maakt.
- Als een radiator niet meer goed verwarmd.
- Na installatie van een nieuw toestel dient het systeem enkele weken achtereen regelmatig ontlucht te worden.
- Eventueel na het bijvullen van de cv-installatie.
Vulprocedure
Er kan een vulprocedure bij de vulkraan hangen: volg deze instructie. Als er geen instructie aanwezig is, volg dan de instructie hiernaast. Draai alle radiatorkranen open. Bij thermostatische kranen: zet deze in de maximale stand.
Wanneer bijvullen?
- Bij foutcode : de druk is te laag.
- Bij foutcode : de jruk is erg laag. (F20 weergave = software versie afhankelijk) Bij herhaling code F20: bel uw installateur.
Let op!
Gebruik uitsluitend schoon leidingwater en geen gedemineraliseerd water.
Het is niet toegestaan chemische middelen aan het water toe te voegen. Bij het toevoegen hiervan vervalt de garantie op het toestel.
Schoonmaken vuilopvangbeker sifon
Een mogelijke oplossing voor een A6-storing is het schoonmaken van de vuilopvangbeker.


Trek de stekker uit het stopcontact.
Draai de dop van de vuilopvangbeker los.

Er komt water uit de sifon!

Draai de complete vuilopvangbeker los en reinig deze.
Monteer de dop weer terug op de vuil- opvangbeker en vul de beker met water.
Monteer de beker weer zorgvuldig terug op het toestel.
Figuur 8.3

Vergeet de pakkingen niet!
Montagehandleiding
9 AANDACHTSPUNTEN VÓÓR MONTAGE
9.1 Voorschriften
Voor installatie van de MegaLux dient rekening te worden gehouden met de volgende voorschriften:
a. Deze montagehandleiding.
b. Het bouwbesluit, waarin o.a. naar de normen die hieronder staan wordt verwezen.
c. NEN 1078 en NEN 8078 voorzieningen voor gas met een werkdruk van ten hoogste 500 mbar met bijbehorende praktijkrichtlijn (NPR3378).
d. Richtlijnen bestaande gasinstallaties, opgesteld door EnergieNed.
e. NEN 3028 veiligheidseisen voor centrale verwarmingsinstallaties.
f. NEN 1010 veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties.
g. NEN 1006: Algemene voorschriften voor drinkwater-installaties AVWI met bijbehorende werkbladen.
h. NEN 1087 de norm voor ventilatie in woongebouwen met bijbehorende toelichting (NPR 1088).
i. NEN 2757 de norm voor toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgassen.
j. NEN 3215 de norm voor binnenriolering in woningen en woongebouwen.
k. Brandweervoorschriften.
- Voor alle voorschriften geldt dat aanvullingen op normen of voorschriften of latere voorschriften op het moment van installeren van toepassing zijn.
- Dit toestel is uitsluitend te gebruiken voor gesloten verwarmingssystemen tot een max. temperatuur van 90°C en gesloten tapwaterinstallaties.
- De installatie van het toestel mag alleen geschieden door daartoe erkende personen. Erkenningen worden afgegeven door de energiebedrijven en water-distributie-organisaties.
9.2 Leveringsomvang
Standaard aanwezig in of bij het toestel:
- Ophangstrip
- Ingebouwde overstort voor de cv-installatie (3 bar).
- Ingebouwde analoge drukmeter voor de cv-installatie.
- Ingebouwde digitale drukmeter / beveiliging.
- Ingebouwde automatische ontluchter.
- 2 pijpen ø22 mm met bocht (ca. 30 cm lang).
- Koppeling 15 knel / 1/2" binnendraad t.b.v. gasaansluiting.
- Gebruikers-/montagehandleiding/bedieningsinstructie.
- Instructie "Aandachtspunten bij installatie".
- Ingebouwde toestelsifon met vuilopvangbeker.
- Condensafvoerslang.
- Snoer: ca. 1,5 meter lang, incl. stekker met randaarde.
- Afsluitkranen voor cv-aanvoer en cv-retour.
- Zeef in cv-retourafsluiter.
- 2 aansluitmogelijkheden (1/2") voor vul-/ aftapkraan + 2 (1/2") afdichtdoppen
- 2 insteekhulzen voor 22mm leiding.
Speciaal bij de MegaLux 5 aanwezig:
- 4 pijpen ø15 mm (ca. 300 mm lang, incl. pakkingen).
Speciaal bij de MegaLux A aanwezig:
- 2 pijpen ø15 mm (ca. 300 mm lang, incl. pakkingen).
- 3/4" schroefdoppen t.b.v. boileraansluiting.
Speciaal bij de MegaLux 6 aanwezig:
- 4 pijpen ø15 mm (ca. 300 mm lang, incl. pakkingen).
Benodigde onderdelen voor de installatie:
- Vul-/aftapmogelijkheid t.b.v. de cv-installatie.
- Drukvat (grootte en voordruk afhankelijk van de cv-installatie).
• Gasafsluiter.
- Inlaatcombinatie (KIWA; 8 bar) (bij MegaLux A alleen als er een boiler is aangesloten).
- Rioolafsluitend sifon of stankafsluiter en een kunststof afvoerpijp naar de riolering (buitenmaat ø32 mm).
- Stopcontact 230V met randaarde (goed bereikbaar).
- Kamerthermostaat.
- Bij gebruik van RVS of kunststof rookgasafvoerpijp: plaats direct boven het toestel een condensafscheider.
- Eventueel een open verdeler en een extra cv-installatiepomp.
- Bypass cv (indien alle radiatoren voorzien zijn van thermostatische radiatorkranen).
Speciaal voor de MegaLux 6 en A (met boiler) geldt:
- Bij een gewenst gelijktijdig gebruik van een keuken en bad- of douchekraan moet de bad- of douchekraan voorzien zijn van een goede automatische thermostatische regeling.
Speciaal voor de MegaLux A met en AquaForte AF boiler:
- Boileraansluitset.
• Inlaatcombinatie (KIWA; 8 bar).

Let op!
Er kan GEEN boilerthermostaat worden gebruikt!
Benodigde onderdelen bij een weersafhankelijke regeling:
- Buitenvoeler (NTC 10kOhm bij 25 °C).
- Thermostaatkranen op radiatoren.
- Eventueel een Ferroli Romeo klokthermostaat.
Benodigde onderdelen bij een zonne-/warmtepompboiler:
- Mengventiel zonneboiler (verplicht, gaskeur NZ 2003).
- Een externe doorstroombegrenzer, zie blz. 13.
Vuistregel:
- Plaats een open verdeler en een extra cv-installatiepomp bij een opgesteld cv-vermogen groter dan 25 kW.
9.3 Toestelaccessoires
Thermostaten en toebehoren
Therm Plus kamerthermostaat 1201045
Een eigentijdse kamerthermostaat met een eenvoudige vormgeving. Temperatuurinstelling met draaiknop, op LCD-scherm kunt u de gegevens aflezen (OpenTherm).
Romeo klokthermostaat 1201060
Luxe klokthermostaat met dag- en weekprogramma voor automatische regeling van de kamertemperatuur. Op groot LCD-scherm kan extra informatie opgeroepen worden. Deze thermostaat werkt ook weersafhankelijk (OpenTherm).
Romeo RF klokthermostaat 1201065
Deze luxe klokthermostaat is een draadloze versie van de Romeo klokthermostaat, zoals hierboven omschreven.
Buitenvoeler (NTC 10kOhm bij 25°C) 1801295
Ten behoeve van weersafhankelijke regeling.
Dak- en geveldoorvoeren (zie ook blz. 14)
Voor een correcte werking van een MegaLux met een gevel- doorvoer, moet één van de onderstaande geveldoorvoersets gekozen worden.
HR-geveldoorvoerset ø80/125mm 1825000
Met trekkende uitmondingsconstructie, toepasbaar bij grotere afstand (max. 3 meter) tussen toestel en doorvoer. Aansluiting 2x80mm.
HR-geveldoorvoerset ø60/100mm 1825008
Geheel compleet met aansluitbox en trekkende uitmondingsconstructie (direct naar achter door de muur). Niet voor MegaLux 6.
Gebruik voor dit toestel art.nr. 1825020
HR-geveldoorvoerset ø60/100mm 1825020
Geheel compleet met concentrische bocht trekkende uitmondingsconstructie.
(voor uitmonding links of rechts van het toestel, voor MegaLux 6 ook direct naar achteren mogelijk).
Overige rookgasafvoer / luchttoevoer (zie ook blz. 14)
Concentrisch verlengstuk ø60/100, L=500mm ..... 1830011
Eventueel te gebruiken met nummer 1825020
ø80mm pijp met meetpunt t.b.v. rookgasmeting ..... 1830015
Luchttoevoerrooster t.b.v. systeemluchttoevoer ..... 1824031
T.b.v. systeemluchttoevoer uit de gevel en rookgassen naar het dak.
Adapter t.b.v. concentrische aansluiting ø80/125mm
(rechte uitvoering) 1801520
Afdekdop ø80mm t.b.v. luchttoevoeropening ...... 3288135
Toebehoren t.b.v. zonneboiler aansluiting
Doorstroombegrenzer 9 l/min 1501082
15/15mm kneluitvoering.
Mengventiel zonneboiler (30-70) 1580054
Toebehoren t.b.v. boileraansluitingen
Aansluitset voor MegaLux A met Aquaforte AF boiler 1801555 Inhoud:
- 1 boilersensor.
- 2 aansluitpijpen.
• 2 koppelingen 22/28mm knel.
9.4 Benodigde vrije ruimte
Houd in verband met het installeren en mogelijke service-werkzaamheden rekening met een minimale vrije ruimte.
Zie blz. 18 en 19 voor de geadviseerde vrije ruimte.

Beperkte bereikbaarheid
Bij afwijking van de geadviseerde vrije ruimte wordt de bereikbaarheid van het toestel voor service-doeleinden beperkt.
9.5 Rookgasafvoer en luchttoevoer: opstellingsmogelijkheden en weerstandsberekening
Voor alle opstellingssituaties geldt het volgende:
- Weerstand
De toegestane weerstand van het luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem is aan een maximum gebonden. Controleer dit aan de hand van een weerstandsberekening. Zie bladzijde 15.
- Condens of regenwater in de rookgasafvoerpijp

Horizontale verbrandingsgasafvoerpijp minimaal 50 mm/m op afschot leggen! Het condenswater en eventueel regenwater loopt nu naar het toestel terug.
- Condens op buitenzijde luchttoevoerpijp
Als de luchttoevoerpijp door warme, vochtige ruimtes loopt, kan er aan de buitenkant van deze pijp condensvorming optreden. Om dit te voorkomen dient in dit geval deze pijp dampdicht geïsoleerd te worden.
- Regelgeving rookgasafvoersysteem
Houd rekening met de plaatselijke eisen van bijv. de brandweer, hinderwet en gasbedrijf.
• Mogelijke ijspegelvorming
Indien er ijspegelvorming kan optreden bij de afvoeren, de uitmonding niet situeren op plaatsen waaronder zich personen kunnen begeven of waarbij schade kan ontstaan door loslatende ijspegels.
- Meerdere aansluitmogelijkheden luchttoevoer
Er kan gebruik worden gemaakt van één van de twee luchttoevoeraansluitingen. Hinderlijk kruisen van pijpen wordt hiermee voorkomen. De middelste aansluiting is voor de verbrandingsgasafvoer. Tevens is een concentrische aansluiting mogelijk.
- Extra condensafscheider in het rookgasafvoersysteem
Bij toepassing van een kunststof of RVS-rookgasafvoersysteem dient een extra condensafscheider direct op het toestel op de rookgasafvoeraansluiting te worden geplaatst.
- Geluidsproductie bij een werkend toestel.
Het toestel produceert een bepaald geluidsniveau. Houd met de keuze van de opstelling rekening met een geringe geluidsproductie. Het is bijv. af te raden om het toestel in een vrije opstelling op een slaapkamer te plaatsen. Bij een lichte wandconstructie bestaat de mogelijkheid dat er resonantiegeluiden optreden.
- Witte condenspluim op de rookgasafvoerpijp
Omdat de MegaLux een HR-toestel is, zal er zoveel warmte uit de verbrandingsgassen worden gehaald dat deze condenseren. Hierdoor kan er op de rookgas-afvoerpijp een condenspluim ontstaan. Houd hier rekening mee. Als het mogelijk is, verdient het hierom de voorkeur om een bovendakse uitmonding te maken.

Voor Ferroli rookgasafvoer producten zie paragraaf "9.3 Toestelaccessoires" of raadpleeg: www.ferroli.nl

Figuur 9.1 Opstellingsmogelijkheden
Opstellingssituatie 1 (klasse-C33)
Door het dak met een HR-dakdoorvoer (individueel). Bij deze opstellingssituatie worden de luchttoevoer en rookgasafvoer individueel naar de dakdoorvoer gebracht, waarbij deze concentrisch door het dak gaan.
Opstellingssituatie 2 (klasse-C53)
Luchtoevoer uit de gevel en rookgasafvoer door het dak (individueel of collectief). Pas op de luchttoevoerpijp uitsluitend het Ferroli gevel-inlaatkruisstuk toe. Hiermee wordt de invloed van wind sterk gereduceerd.
Als uitmonding kan o.a. een HR prefabsschoorsteen worden gebruikt. Zorg dat er zich geen lichtpunt in de buurt van de luchtinlaatopening bevindt (i.v.m. insecten). Situeer deze opening uit de buurt van obstakels of zijmuren.
Opstellingssituatie 3 (klasse-C13)
Geveldoorvoer. Houdt rekening met een minimale inbouwhoogte boven de MegaLux van 27 cm. Bepaalde geveldoorvoeren zijn niet 'trekkend', wat wel noodzakelijk is.
Monteer altijd een zogenaamde 'trekkende' geveldoorvoer (zie blz. 13: toestelaccessoires). Raadpleeg NPR3378 voor de juiste plaatsing. Raadpleeg Ferroli bij vragen heeft over een 'trekkende' geveldoorvoer.
Opstellingssituatie 4 (klasse-C33)
Luchttoevoer en rookgasafvoer door het dak met behulp van een HR-prefabschoorsteen (individueel of collectief). Zowel de luchttoevoer als de rookgasafvoer worden met deze HR prefabschoorsteen door het dak gevoerd.
Opstellingssituatie 5 (klasse-C83)
Half CLV-systeem: luchttoevoer uit de gevel en rookgas-afvoer door het dak (collectief). Bij deze situatie geschiedt de luchttoevoer door de gevel en gaan de rookgassen collectief door het dak.
Raadpleeg Ferroli voor de mogelijkheden met dit systeem. Pas op de luchttoevoerpijp uitsluitend het Ferroli gevel-inlaatkruisstuk toe. Hiermee wordt de invloed van wind sterk gereduceerd. Zorg dat er zich geen lichtpunt in de buurt van de luchtinlaatopening bevindt (i.v.m. insecten). Situeer deze opening uit de buurt van obstakels of zijmuren.
Opstellingssituatie 6 (klasse-C33)
Concentrische luchttoevoer en rookgasafvoer door het dak (individueel). Bij deze situatie worden de luchttoevoer en rookgasafvoer concentrisch naar het dak gebracht.
Opstellingssituatie 7 (klasse-C43)
CLV-systeem (collectief). Bij deze opstellingssituatie worden zowel de luchttoevoer als de rookgasafvoer gezamenlijk naar het dak gebracht. De weerstand van het rookgasafvoer en luchttoevoersysteem dient hierbij berekend te worden tot aan het CLV-systeem. Raadpleeg Ferroli bij een nieuw te maken CLV-systeem en volg de algemene richtlijnen voor deze systemen.
Specificatie rookgasafvoermateriaal (klasse-C63)
De MegaLux wordt geleverd zonder rookgasafvoermateriaal. Dit wordt aangeduidt met de toestelklasse C63. Op de MegaLux mag uitsluitend Gastec QA of KOMO gekeurd afvoermateriaal, geveldoorvoer en/of dakdoorvoeren worden aangesloten, welke gekeurd zijn volgens keurings-eis 83. Bij toepassing van een kunststof afvoersysteem: temperatuur klassificatie T120.
Gebruik van bestaande HR-rookgasafvoer
Sluit het toestel alleen op een bestaand HR-rookgasafvoer- systeem aan als dit nog een gegarandeerde levensduur van ten minste 15 jaar heeft.
Weerstandsberekening rookgasafvoer / luchttoevoer (RGA/LTV)
De noodzaak van een weerstandsberekening
De weerstand van het RGA/LTV-systeem wordt groter naarmate de totale lengte van de pijpen en het aantal bochten toeneemt. Omdat de ventilator maar een bepaalde weerstand kan overbruggen, is deze weerstand echter aan een maximum gebonden. Voor het toestel is daarom een maximum weerstand berekend die niet overschreden mag worden.
Weerstandstabel voor HR-toestellen: gescheiden luchttoevoer en rookgasafvoerleidingen.
| Luchttoevoer | ø60 | ø70 | ø80 | ø90 | ø100 | |
| pijp | 1m glad | 4,4 | 2,0 | 1,0 | 0,6 | 0,3 |
| 1 m flexibel (øbi)* | 4,5 | 2,1 | 1,1 | 0,6 | 0,4 | |
| bocht | 90irc R=D | 3,0 | 1,6 0,9 | 0 | 5 0,3 | |
| 90irc R=0,75D | 5,2 2,7 | 1,5 0,9 | 0,6 | |||
| 90irc R=D flexibel (øbi)* | 10,4 | 5,6 | 3,3 | 2,1 | 1,4 | |
| 90irc R=1/2D | 12,0 | 6,2 | 3,5 | 2,2 | 1,4 | |
| 45irc R=0,75D | 3,4 1,8 | 1,0 0,6 | 0,4 | |||
| 45irc R=1/2D | 4,0 2,1 | 1,2 0,7 | 0,5 | |||
| verloop | 80 - 70 | - | 0,7 | - | - | - |
| 80 - 60 | 2,6 | - | - | - | - | |
| 90 - 80 | - | - | 0,4 | - | - | |
| 100 - 80 | - | - | 0,5 | - | - | |
| inlaat | open pijp | 4,8 | 2,5 | 1,4 | 0,9 | 0,6 |
| prefabschoorsteen | 4,8 2,5 | 1,4 | 0,9 | 0,6 | ||
| inlaatkruisstuk | - | - | 6,6 | - | - | |
| Rookgasafvoer | ø60 | ø70 | ø80 | ø90 | ø100 | |
| pijp | 1m glad | 5,9 | 2,7 | 1,3 | 0,7 | 0,4 |
| 1 m flexibel (øbi)* | 6,0 | 2,8 | 1,5 | 0,8 | 0,5 | |
| bocht | 90irc R=D | 4,0 | 2,1 1,2 | 0 | 7 0,5 | |
| 90irc R=0,75D | 6,9 3,6 | 2,0 1,2 | 0,8 | |||
| 90irc R=D flexibel (øbi)* | 14,0 | 7,5 | 4,4 | 2,8 | 1,8 | |
| 90irc R=1/2D | 16,1 | 8,4 4,8 | 2,9 | ,9 | ||
| 45irc R=0,75D | 4,6 2,4 | 1,4 0,8 | 0,5 | |||
| 45irc R=1/2D | 5,4 2,8 | 1,6 1,0 | 0,6 | |||
| verloop | 80 - 70 | - | 0,9 | - | - | - |
| 80 - 60 | 3,5 | - | - | - | - | |
| 90 - 80 | - | - | 0,5 | - | - | |
| 100 - 80 | - | - | 0,7 | - | - | |
| uitmonding | open pijp | 11,5 | 6,0 | 3,4 | 2,1 | 1,3 |
| prefabschoorsteen | 11,5 | 6,0 3,4 | 2,1 | 1,3 | ||
| in- en | drukbalans HR80 | - | - | 15,9 | - | - |
| uitlaat | drukbalans HR100 | - | - | - | - | 10,1 |
| HR-muurdoorvoer | - | - | 15,9 | - | - | |
| condendsafscheider | - | - | 2 | - | - | |
* Bij de flexibele pijpen en bochten horen de aangegeven weerstandswaarden bij de binnendiameter van de pijp. De overige waarden horen bij de buitendiameters.
Voor concentrische luchttoevoer-/ rookgasafvoersystemen geldt een andere berekening als in bovenstaande tabel is vermeld.
De onderstaande combinaties zijn maximaal mogelijk:
- 80/125: 10m recht + 2x 90°-bocht en 1x 45°-bocht + dakdoorvoer.
- 60/100: 3m recht + verloop naar ø80/ø125 + 80/125 dakdoorvoer.
- 60/100: 3m rechte pijp + 1x 90°-bocht en muurdoorvoer.
Kortere lengtes of minder bochten dan in bovenstaande combinaties is mogelijk. Bij andere combinaties: raadpleeg Ferroli.
De eenheid meterspijplengte ø80 mm
Omdat de weerstand een drukverlies is, wordt deze standaard uitgedrukt in Pascal. De weerstand van 1 meter rechte pijp heeft dan bijvoorbeeld een x-aantal Pascal weerstand. Evenals bochten en andere componenten in het RGA/LTV-systeem. Om de berekening wat te vergemakkelijken wordt de omrekening gemaakt van Pascals naar meters pijplengte. Dit zit als volgt in elkaar.
De weerstand van 1 meter rechte pijp ø80 in de luchttoevoer heeft een bepaalde waarde. Bij de MegaLux 5 bijvoorbeeld mogen 61 van deze stukken pijp aangesloten worden om de maximale weerstand te bereiken. Als we dit getal, 61 meter, willen gebruiken om de maximale weerstand uit te drukken, moeten alle andere componenten uitgedrukt worden in een factor maal de weerstand van deze meter pijp ø80mm in de luchttoevoer.
Een bocht 90° ø80mm in de luchttoevoer heeft bijvoorbeeld 1,5 maar de weerstand van 1 meter pijp ø80mm in de luchttoevoer. Voor alle componenten is deze factor vastgesteld, zodat de totale weerstand in meters pijplengte kan worden berekend.
Weerstand bij geveldoorvoer
(toestel direct aan de buitenmuur)
De weerstand van een Ferroli-geveldoorvoerset zit onder de maximaal toegestane weerstand.
(80 parallel naar 100/60 concentrisch)
Berekening van de weerstand van een RGA/LTV-systeem voor een MegaLux
- Zet de componenten onder elkaar;
- Vermenigvuldig per component het aantal met de weerstand;
- Tel het totaal op.
- De berekende weerstand moet lager zijn dan de toegestane weerstand.
Maximaal toegestane weerstand
MegaLux 5 131 61 meter pijplengte
MegaLux 6 131 .... 61 meter pijplengte
MegaLux A 131 .... 61 meter pijplengte
Als de weerstand hoger is dan de maximaal toe-gestane weerstand, zal dit een belastingdaling tot gevolg hebben van meer dan 5%.
Voorbeeld berekening MegaLux 5 131.
Luchttoevoerdeel aantal weerstand
- rechte pijp ø80mm3 3 x 1 .... = 3
• 45° bocht (R=1/2D) 2 2 x 1,2 ..... = 2,4
Rookgasafvoerdeel
- rechte pijp ø80mm3 3 x 1,3 ...... = 3,9
• 45° bocht (R=1/2D) 2 2 x 1,6 ..... = 3,2 - dakdoorvoer HR 80 1 1 x 15,9 ...... = 15,9
(incl. aansluitstuk)
Berekende weerstand totaal: 28,4 m
De berekende weerstand is 28,4. Deze is minder dan de toegestane 61 meters pijplengte en is dus in orde.
9.6 Extra aandachtspunten vóór de definitieve installatie
Cv-installatie
Vloerverwarming
Aandachtspunten bij toepassing van een vloerverwarming:
- Pas uitsluitend zuurstof diffusiedichte buizen toe, om corrosie in het toestel te voorkomen. Dit is nodig om de zuurgraad (pH) van het cv-water tussen de toegestane waarden van 5 en 8 te houden.
- Pas bij een bestaande vloerverwarming waarvan niet duidelijk is of de buizen diffusiedicht zijn, een warmte-wisselaar toe om de circuits te scheiden.
- Pas bij voorkeur een 100% hydraulisch neutrale vloerverwarmingset toe. Bij uitgeschakelde cv-pomp van het toestel mag de pomp van de vloerverwarming geen circulatie door het toestel veroorzaken. Plaats eventueel een vloerverwarmingset met een gescheiden systeem voor de vloerverwarming en de overige cv-installatie.
Open verdeler
Vooral bij een opgesteld cv-vermogen dat hoger is dan 25 kW (bij ontwerpcondities) dient goed gelet te worden op de weerstand van de cv-installatie. Controleer altijd of de beschikbare opvoerhoogte voldoende is voor de installatie. Voldoende doorstroming van het water door de cv-installatie is zeer belangrijk.
Bypass voor de cv-installatie
Als het toestel op een cv-installatie wordt aangesloten waarin de doorstroming geblokkeend kan worden (overal thermo-statische ventielen toegepast), is een werkende bypass noodzakelijk. Er zijn twee mogelijkheden:
- Een extern geplaatste, drukgeregelde bypass
- De bypass van het toestel
Zie bladzijde 25 voor meer uitleg.
Tapwatervoorziening
Het tapwatercomfort van het toestel dient aan te sluiten bij de wensen van de gebruiker.
Zie blz. 48 voor uitgebreide informatie over CW-klassen.
Plaatsingsadvies
Situeer het toestel zo dicht mogelijk bij de tappunten.
Plaats eventueel een geïsoleerde 12mm leiding naar het keukentappunt, om de wachttijd te bekorten.
Uitschakelen tapwatervoorziening
Middels een aantal ingrepen is het mogelijk om het toestel uitsluitend voor de cv-installatie te laten werken.
Raadpleeg Ferroli voor meer informatie.
Spaardouchekoppen
De MegaLux is geschikt voor goede spaardouchekoppen.
Te lage voordruk van het tapwater
Als de beschikbare voordruk niet voldoende is om de gewenste volumestroom te krijgen, kan de doorstroombegrenzer verwijderd worden en in plaats hiervan een instelbare regelaar geplaatst worden. Zie bladzijde 46.
Zonneboiler / warmtepompboiler
Als u een zonneboiler aan de MegaLux koppelt, kan de uitstromende watertemperatuur hoog zijn. Voorkom dit door een mengventiel toe te passen. Dit mengventiel is verplicht gesteld in Gaskeur NZ 2003.
Als het toegevoegde tapwater voorverwarmd wordt door bijv. een warmtepompboiler, wordt een mengventiel dringend geadviseerd.
Zorg bij de MegaLux 5 er tevens voor dat de verwarming van tapwater uitschakelt als het toegevoerde water van een zonne-/warmtepompboiler te warm is. Zie blz. 22 voor meer uitleg.
Circulatieleidingen
Circulatieleidingen voor tapwater zijn op de MegaLux 5 en 6 niet toepasbaar.
Gasaansluiting
Capaciteit gasmeter
Controleer, voor u met de montage aanvangt, of de gasmeter voldoende capaciteit heeft. Denk ook aan het verbruik van andere huishoudelijke apparaten. Neem, indien een te kleine gasmeter is gemonteerd, contact op met het energiebedrijf.
Maximum aardgasverbruik (G25) bij werkdruk 25 ± 5mbar:
• MegaLux 5 131: 76 l/min (4,6 m³/h)
• MegaLux 6 131: 76 l/min (4,6 m³/h)
• MegaLux A 131: 76 l/min (4,6 m³/h)
Maximum propaanverbruik (G31) bij werkdruk 25 ± 5mbar:
• MegaLux 5 131: 26 l/min (1,6 m³/h)
• MegaLux 6 131: 26 l/min (1,6 m³/h)
• MegaLux A 131: 26 l/min (1,6 m³/h)
Oud gasleidingnet / diameter gasleiding
Advies: plaats voor het toestel een filter in de gasleiding!
De aansluiting van het toestel is niet bepalend voor de diameter van de binnenleiding.
Temperatuurregelingen voor cv
OpenTherm-communicatie-protocol
Een OpenTherm-kamerthermostaat kunt u herkennen aan het volgende logo. Een OpenTherm kamerthermostaat

is met twee draden op het toestel aangesloten. Via deze twee draden communiceert de thermostaat met de MegaLux via "OpenTherm"-taal.
Deze thermostaat krijgt voeding van het toestel en derhalve zijn er geen batterijen noodzakelijk. Deze thermostaten kunnen dienen ter vervanging van de bekende kwikthermostaten.
Zie blz. 30 voor de mogelijke temperatuuregelingen.
Overige aandachtspunten
Meerdere kamerthermostaten / vorstbeveiliging.
Er kunnen meerdere kamerthermostaten op de MegaLux aangesloten worden, waarvan er slechts één een
OpenTherm-kamerthermostaat kan zijn. Dit is bijvoorbeeld gewenst bij het gebruik van een open haard om een minimale temperatuur op de slaapkamer te kunnen regelen of voor een vorstbeveiliging (in vorstgevoelige ruimten). Zie bladzijde 10 voor extra uitleg.
Het toestel heeft standaard de beschermingsklasse IPX2D.
Om IPX4D te verkrijgen dient de 230V-voeding als vaste aansluiting gerealiseerd te worden. Gebruik in dit geval een dubbelpolige hoofdschakelaar met een contactopening van minimaal 3 mm.
230V-voeding
Voor de 230V-voeding dient een stopcontact met randaarde geplaatst te worden. Deze dient goed bereikbaar gemonteerd te worden.
Vorstvrije opstellingsruimte
De opstellingsruimte moet vorstvrij zijn en goed worden geventileerd.
10 MONTAGE-INSTRUCTIE
In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitleg gegeven over het ophangen en aansluiten van het toestel.
Uitpakken van de ketel
- Leg de doos met de onderzijde op de grond (tekst op de doos is dus leesbaar).
- Open de verpakking, verwijder losse onderdelen en de beschermstukken en til de ketel uit de doos.
Let op!
- Til de ketel niet aan de mantel op. Hierdoor kan de mantel beschadigen.
-
Zorg dat het verpakkingsmateriaal buiten bereik van kinderen blijft.
-
Leg de ketel met de achterzijde op de grond.
Let op! Zet de ketel in geen geval rechtop op de grond om te voorkomen dat deze omvalt of aansluitingen aan de onderzijde beschadigen.
Beschadigingen aan de ketel
Eventuele beschadigingen aan het toestel direct aan de leverancier melden.
Aandachtspunten voor montage
Lees eerst het voorgaande hoofdstuk, "Aandachtspunten voor montage". Hierin wordt informatie gegeven over zaken die voorafgaand aan de montage van nut kunnen zijn.
Eerste ingebruikname van het toestel
In het volgende hoofdstuk wordt uitleg gegeven over de eerste in gebruik name. Let op! Lees dit hoofdstuk goed door, voor u de installatie vult en in bedrijf stelt.
10.1 Voor uw veiligheid: let op!
De MegaLux is een toestel dat voldoet aan de strenge Europese veiligheidsnormen. Het CE-keurmerk (Conform de Europese normen) geeft dit aan.

Omdat er voor de verwarming gebruik wordt gemaakt van aardgas en 230V voedingsspanning willen wij u op een aantal zaken attenderen:

230V elektrische spanning
Dit toestel bevat componenten die onder een spanning van 230V staan. Dit zijn onder andere de print, de pomp, het gasblok en de ventilator.

Let op bij gaslucht
Als u een gaslucht ruikt: spoor het lek op of sluit de gebruikte meetnippels. Roken en vuur verboden!

Warme leidingen en pijpen
De leidingen en radiatoren kunnen ca. 95°C worden. De verbrandingsgasafvoerpijp kan tijdens bedrijf ca. 90°C worden. Zorg dat de verbindingen van de pijp altijd goed gemonteerd worden, om lekkage te voorkomen.

Metalen onderdelen
Wees voorzichtig met randen van metalen onderdelen om verwondingen te voorkomen.

Opstellingsruimte
Zorg dat de opstellingsruimte vorstvrij is en goed wordt geventileerd.

Gebruik
Het toestel is alleen geschikt voor gebruik in een gesloten cv-installatie en voor huishoudelijk warm water.
10.2 Ophangen van het toestel
Het toestel is ontworpen als een hangend toestel en kan tegen praktisch elke wand worden bevestigd. De wand dient vlak en stevig genoeg te zijn voor het gewicht van het toestel.
Zie voor het boren van de bevestigingsgaten voor de ophangbeugel blz. 18 of 19.
Hang het toestel niet tegen een holle wand of een lichte wandconstructie om (resonantie)geluid te beperken.
10.3 Afmetingen en aansluitingen MegaLux 5 131 en MegaLux A 131

Figuur 10.1 Afmetingen en aansluitingen van de Ferroli MegaLux 5 131 en MegaLux A 131
10.4 Afmetingen en aansluitingen MegaLux 6 131
| Benodigde vrije ruimte rondom het toestel | ||
| Advies: Minimaal: | ||
| Zijkant 150 mm 40 mmOnderkant 1 meter 250 mmVoorkant >1000 mm 500 mm (Bovenkant afhankelijk van 280 rookgasafvoer) | (15 mm bij gesloten deur)mm (concentrische geveldoorvoer) | |
Let op!
Bij afwijking van de geadviseerde vrije ruimte wordt de bereikbaarheid van het toestel voor servicedoeleinden beperkt.


Maten in mm.
| A Ophangbeugel | |
| B Condensafvoer (slang ø buiten)......ø 25 | |
| C Aansluiting cv-aanvoer......3/4” incl. M | |
| D Aansluiting warm water......1/2” incl. L | |
| E Aansluiting gas......1/2” incl. L | |
| F Aansluiting koud water......1/2” incl. L | |
| G Aansluiting t.b.v. expansievat......1/2” incl. L | |
| H Overloop ontlastklep cv. (rubber, ø buiten)....ø 22 | |
| I Aansluiting cv-retour......3/4” incl. N | |
| J Aansluiting rookgasafvoer......ø 80(ook concentrisch, met adapter) | |
| K Aansluitingen luchttoevoer......ø 80 | |
| L Aansluitpijp tapwater/gas (lengte ca. 300)...ø 15 | |
| M Afsluitkraan cv-aanvoer (lengte ca. 300)....ø 22 | |
| N Afsluitkraan cv-retour (incl. filter) (ca. 300)...ø 22 | |
| O Aansluiting vul-/aftapkraan......1/2” bi | |
| P Manometer |

Figuur 10.2 Afmetingen en aansluitingen van de Ferroli MegaLux 6 131
10.5 Aansluiten van de cv- en tapwaterleidingen MegaLux 5 131 en MegaLux 6 131

Figuur 10.3 Weergegeven type: MegaLux 5
- Aansluiting cv-aanvoer (3/4")
- Aansluiting warm water (1/2")
- Ingebouwde bypass-kraan (zie blz. 25)
- Aansluiting gastoevoer (1/2")
- Aansluiting koud water (1/2")
- Manometer cv-installatie (Bij type 6 zit deze aan de linkerkant van het toestel)
- Aansluiting cv-retour (3/4")
- Aftapkraan cv-zijdig
- Aansluitmogelijkheid expansievat (1/2")
- Aansluiting afvoerslang overstortventiel cv-zijdig (rubber 22 mm). Monteer een rioolaansluiting om water, dat bij een geopend ventiel naar buiten kan stromen, af te voeren.
- Toestelstekker 230V, kabellengte ca. 1.5m (stopcontact binnen handbereik plaatsen!)
- Vuilopvangbeker van het sifon (Bij type 6 zit deze verder naar achter gemonteerd)
- Condensafvoerslang (ø buiten 25 mm)
- Afsluitkraan cv-aanvoer, incl. 22 mm pijp
- Aansluitmogelijkheid vul-/aftapkraan (1/2")
- Insteekhuls t.b.v. cv-aansluitpijp.
- Aansluitpijp ø15 mm, 30 cm lang
- Koppeling 15mm. knel - 1/2" bi. draad t.b.v. gasaansluiting.
- Afsluitkraan cv-retour, inclusief filter en 22 mm pijp
Sluit aangegeven toebehoren aan.

flowchart
graph TD
A["Inlaat combinatie (KIWA gekeurd, max. druk 8 bar)"] --> B["Expansievat (of in cv-retour plaatsen)"]
C["Extra vul-/aftap kraan"] --> D["Flow Indicator"]
E["Vul-/aftap kraan"] --> F["Flow Indicator"]
G["91210482"] --> H["Top Control Valve"]
I["Figure 10.4"] --> J["Bottom Control Valve"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#fcc,stroke:#333
style F fill:#fcc,stroke:#333
style G fill:#ffc,stroke:#333
style H fill:#fff,stroke:#333
style I fill:#fff,stroke:#333
style J fill:#fff,stroke:#333
Optioneel: open verdeler
Open verdeler en extra cv-installatiepomp waarschijnlijk noodzakelijk bij een cv-installatie met een opgesteld vermogen van meer dan 25 kW, of als de beschikbare opvoerhoogte van de toestel cv-pomp ontoereikend is voor de weerstand van de cv-installatie. Zie bladzijde 44 voor meer uitleg. Zet bij toepassing van een open verdeler de ingebouwde bypass (3) niet open.
Testwater uit toestel
Let op! Bij het verwijderen van de afdichtdoppen en tijdens het monteren van de ketel kan testwater uit de toestelleidingen lopen!
Spanningsvrij aansluiten
Leidingen pas na 50 cm beugelen en spanningsvrij aan- sluiten. Advies: gebruik kunststof of met rubber ingelegde beugels om geluid tijdens opwarmen te voorkomen.
Vloerverwarming
Pas uitsluitend zuurstof diffusiedichte buizen voor vloerverwarming toe. Gebruik een hydraulisch neutraal systeem en scheidt bij bestaande vloerverwarmingen (met mogelijk niet-diffusiedichte buizen) het oude en nieuwe circuit met een scheidingswisselaar. Meet eventueel de zuurgraad (pH) van het cv-water.
Schone leidingen
Zorg dat de leidingen en aansluitingen van de cv-installatie schoon zijn. Klop de leidingen voor montage uit en spoel na montage de cv-installatie goed door. Hiermee kan worden voorkomen dat vuil of andere deeltjes toestelstoringen veroorzaken tijdens gebruik.
Instelling cv-vermogen 80%
Standaard staat het toestel op 80% cv-vermogen afgesteld. Met parameter P11 in het parametermenu kan het vermogen verhoogd of verlaagd worden. Zie blz. 28 en 29. Controleer in dit geval de noodzaak van een open verdeler.
Thermostatische radiatorventielen
Als u deze overal toepast, bijv. in combinatie met een WA-regeling, zorg dan voor voldoende doorstroming door het plaatsen van een drukgeregelde bypass. Zie voor meer informatie op bladzijde 25.
10.6 Aansluiten van de cv- en boilerleidingen MegaLux A 131

Figuur 10.5 Weergegeven type: MegaLux A
-
Aansluiting cv-aanvoer (3/4")
-
Aansluiting boiler-aanvoer (3/4")
-
Ingebouwde bypass-kraan (zie blz. 25)
-
Aansluiting gastoevoer (1/2")
-
Aansluiting boiler-retour (3/4")
-
Manometer cv-installatie
-
Aansluiting cv-retour (3/4")
-
Aftapkraan cv-zijdig
-
Aansluitmogelijkheid expansievat (1/2")
-
Aansluiting afvoerslang overstortventiel cv-zijdig (rubber 22 mm). Monteer een rioolaansluiting om water, dat bij een geopend ventiel naar buiten kan stromen, af te voeren.
-
Toestelstekker 230V, kabellengte ca. 1.5m (stopcontact binnen handbereik plaatsen!)
-
Vuilopvangbeker van het sifon
-
Condensafvoerslang (ø buiten 25 mm)
-
Afsluitkraan cv-aanvoer, incl. 22 mm pijp
-
Aansluitmogelijkheid vul-/aftapkraan (1/2")
-
Insteekhuls t.b.v. cv-aansluitpijp.
-
Aansluitpijp ø15 mm, 30 cm lang
-
Koppeling 15mm. knel - 1/2" bi. draad t.b.v. gasaansluiting.
-
Afsluitkraan cv-retour, inclusief filter en 22 mm pijp
-
Boileraansluitpijp ø22 mm op 3/4"
Sluit aangegeven toebehoren aan.

flowchart
graph TD
A["MegaLux A"] --> B["AQUAFORTE AF 120 of AF 80"]
B --> C["Extra vul/-aftap kraan"]
B --> D["Vul/-aftap kraan"]
B --> E["Expansievat (of in cv-retour plaatsen)"]
C --> F["Inlaat combinatie (KIWA gekeurd, max. druk 8 bar)"]
D --> F
E --> F
F --> G["91230482"]
Figuur 10.6
Optioneel: open verdeler
Open verdeler en extra cv-installatiepomp waarschijnlijk noodzakelijk bij een cv-installatie met een opgesteld vermogen van meer dan 25 kW, of als de beschikbare opvoerhoogte van de toestel cv-pomp ontoereikend is voor de weerstand van de cv-installatie. Zie bladzijde 44 voor meer uitleg. Zet bij toepassing van een open verdeler de ingebouwde bypass niet open.
Testwater uit toestel
Let op! Bij het verwijderen van de afdichtdoppen en bij het monteren van de ketel kan testwater uit de toestelleidingen lopen!
Boileraansluitset
Gebruik de boileraansluitset voor eenvoudige montage van de boiler en de ketel. Zie blz. 13 voor het artikelnummer.
Spanningsvrij aansluiten
Leidingen pas na 50 cm beugelen en spanningsvrij aansluiten. Advies: gebruik kunststof of met rubber ingelegde beugels om geluid tijdens opwarmen te voorkomen.
Vloerverwarming
Pas uitsluitend zuurstof diffusiedichte buizen voor vloerverwarming toe. Gebruik een hydraulisch neutraal systeem en scheidt bij bestaande vloerverwarmingen (met mogelijk niet-diffusiedichte buizen) het oude en nieuwe circuit met een scheidingswisselaar. Meet eventueel de zuurgraad (pH) van het cv-water.
Schone leidingen
Zorg dat de leidingen en aansluitingen van de cv-installatie schoon zijn. Klop de leidingen voor montage uit en spoel na montage de cv-installatie goed door. Hiermee kan worden voorkomen dat vuil of andere deeltjes toestelstoringen veroorzaken tijdens gebruik.
Instelling cv-vermogen 80%
Standaard staat het toestel op 80% cv-vermogen afgesteld. Met parameter P11 in het parametermenu kan het vermogen verhoogd of verlaagd worden. Zie blz. 28 en 29. Controleer in dit geval de noodzaak van een open verdeler.
Thermostatische radiatorventielen
Als u deze overal toepast, bijv. in combinatie met een WA-regeling, zorg dan voor voldoende doorstroming door het plaatsen van een drukgeregelde bypass. Zie voor meer informatie op blz. 25.
10.7 Aansluiten van een zonneboiler of warmtepompboiler
Een zonneboiler of warmtepompboiler wordt op elke pagina ook aangeduid als 'boiler'. Deze 'boiler' is een tapwater voorverwarmer. De MegaLux is geschikt om gebruikt te worden als naverwarmer voor zonlichtsystemen (met een maximum water-temperatuur van 85°C). Zie voor informatie over de tapwatervoordruk op blz. 46. Raadpleeg ook de handleiding van de boiler, bijv. voor de geadviseerde afstand tussen het cv-toestel en de boiler.

Figuur 10.7 Weergegeven type MegaLux 5
Monteer:



Een inlaatcombinatie
Een doorstroombegrenzer met pakkingen.
(Let op stromingsrichting: o-ring moet door de waterstroom in de begrenzer gedrukt worden!)
Een thermostatisch mengventiel.
W = Warmwater aansluiting
K = Koudwater aansluiting
M = Mengwater naar huisinstallatie
Dit ventiel is verplicht.
Thermostatisch mengventiel
Op zonnige dagen kan de temperatuur in een zonneboiler tot 85°C oplopen. Om een te hoge tapwatertemperatuur te voorkomen is de plaatsing van een thermostatisch mengventiel verplicht (Gaskeur NZ 2003). Instelling van dit ventiel: minimaal 60°C.
Belangrijk: instellingen niet wijzigen!
Het bouwbesluit schrijft voor dat er aan de warmtapwater punten een minimale temperatuur van 55°C geleverd moet kunnen worden. De standaard afstelling van het toestel is hierop ingesteld. Stel de warmtapwater-temperatuur daarom niet lager in dan 58.

Toestel niet uitzetten
Schakel bij toepassing van bijv. een zonneboiler of warmtepompboiler de MegaLux nooit uit!
Onderstaande informatie geldt alleen voor MegaLux 5 Maak één van de onderstaande aansluitingen met een zonne-/warmtepompboiler: (zie ook boilerhandleiding)
- Indien de boiler met OpenTherm-aansluiting, geschikt is om tapwaterfunctie uit te schakelen:
| 1 - 2 | Doorverbinden |
| 7 - 8 | OpenTherm-aansluiting naar boiler. Zie blz. 26. |
- Indien de boiler een ingebouwde brander- voorwaardethermostaat heeft (bijv. AQUASOL 1 en 3):
| 1 - 2 Aansluiting brandervoorwaardethermostaat voor aan-/uitzetten van tapwaterbedrijf combitoestel:- contact gesloten = stromingssensor geactiveerd- contact open = stromingssensor nietgeactiveerd. |
- Indien de zonne- / warmtepompboiler geen brandervoorwaardethermostaat heeft:
1 - 2 Plaats op de leiding tussen de boiler en het combi- toestel een externe brandervoorwaarde thermostaat, afgesteld op 58°C. Plaats deze thermostaat direct bij (of bij voorkeur in) de warmwateruitlaat van de boiler.
ATTENTIE:
Externe thermostaten/contacten moeten geschikt zijn voor gelijkstroom 15 mAmp DC.

Comfortstand
In combinatie met een zonne- of warmtepomp-boiler, moeten de MegaLux 6 en MegaLux A altijd op comfort ingesteld worden!
10.8 Aansluiten gaszijdig 10.9 Aansluiten condensafvoer

- Is het toestel geschikt voor het geleverde gas?
- Verwijder de kunststof dop van de toestelaansluiting;
- Monteer de aansluitpijp en de 15mm knel / 1/2" binnendraad koppeling (meegeleverd);
- Monteer een gas-afsluitkraan in de gasleiding; Indien het toestel gemonteerd wordt op een oud stalen gas-leidingnet, wordt geadviseerd een filter in de gas-leiding te plaatsen (tussen het toestel en de gaskraan).
Schone leiding
Blaas de leiding voor montage door of klop het vuil eruit, om defecten aan het gasregelblok te voorkomen.
Spanningsvrije aansluiting
Monteer de aansluiting zodanig dat de leidingen in het toestel spanningsvrij zijn.
Aansluiting
Sluit de gasleiding aan volgens de bekende en geldende gasinstallatievoorschriften. Houd rekening met de aanvullende eisen van het plaatselijke energiebedrijf. De aansluiting van het toestel is niet bepalend voor de diameter van de binnenleiding. Deze dient afhankelijk van de lengte van de leiding te worden vastgesteld.
Controle gaslekkage
Bij controle op gaslekkage van de binnenleiding moet erop worden gelet dat het toestel niet samen met de binnenleiding wordt afgeperst.

Controle gasblok
Indien ook het gasblok op dichtheid moet worden gecontroleerd, mag de afpersdruk niet hoger zijn dan 150mbar (1500 mmwk). Bij een hogere druk kan er door beschadiging van het membraan lekkage ontstaan.
Propaan (ombouwinstructie)
De MegaDens toestellen zijn ook gekeurd voor propaan (G31). Er zijn hiervoor ombouwsets beschikbaar:
MegaLux 5, 6 en A: nr. 3291322
- Verwijder de gasinspuiter en plaats de nieuwe.
- Plaats de gele sticker (uitvoering propaan) op de mantel.
- Plaats de smalle sticker op de typeplaat, over de regel met de tekst: 2L G25, 25 mbar
Ombouw uitsluitend door Ferroli service-monteur




- Leg de afvoer vorstvrij aan (bijv. niet in de dakgoot).
- Als u de het sifon niet kunt vullen omdat de rookgas afvoer al aangesloten is, vul dan in ieder geval de vuilopvangbeker.
- Monteer de rioolafvoerleiding op afschot.
- De sifon moet voor onderhoud goed bereikbaar zijn.
10.10 Aansluiten verbrandingsgasafvoer en luchttoevoer
Parallelle aansluiting (ø80 mm):
Gescheiden luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem.


- Luchttoevoerleiding (aansluiting ø80mm).
a. Monteer de luchttoevoerleiding. Maak gebruik van stevig gasdicht materiaal, dat tevens bestand is tegen omgevingstemperaturen die op kunnen treden. Dit geldt vooral bij concentrische systemen of bij een luchttoevoerpijp die zich dicht in de buurt van een rookgaspijp bevindt.
b. Als de luchttoevoerpijp door warme, vochtige ruimtes loopt, kan er aan de buitenkant van deze pijp condensvorming optreden. Om dit te voorkomen dient in dit geval deze pijp dampdicht geïsoleerd te worden.
- Rookgasafvoerleiding (aansluiting ø80mm).
a. Monteer de rookgasafvoerleiding. Maak gebruik van KOMO gekeurd gasdicht rookgasafvoermateriaal dat geschikt is voor het afvoeren van condenserende rookgassen.
b. Let op de stromingsrichting van de rookgassen. Let in verband hiermee ook op de verbinding van de pijpen.

- Plaats de afdichtdop (3) in het niet gebruikte lucht-toevoergat, links of rechts.
Voor de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen geldt:
a. Inkorten van dit materiaal dient haaks te gebeuren en verwijder de ontstane bramen.
b. Het materiaal met een draaiende beweging in elkaar steken en eventueel een beetje zeep gebruiken voor de smering (vetten kunnen de lippenring aantasten).
c. Beugel de pijpelementen spanningsvrij aan vaste punten in het gebouw met een tussenstand van maximaal 2 meter.
d. Het gewicht van de pijpelementen mag niet rechtstreeks op de ketel rusten, daarnaast mag dit gewicht niet rechtstreeks aan de dakdoorvoer komen te hangen.
e. Ten aanzien van de dakdoorvoer geldt dat deze vastgezet dient te worden met de bij de doorvoer bijgeleverde bevestigingsbeugel.
Gebruik van bestaande HR-rookgasafvoer
Sluit het toestel alleen op een bestaand HR-rookgasafvoersysteem aan als dit nog een gegarandeerde levensduur van ten minste 15 jaar heeft.
Concentrische aansluiting

Figuur 10.12
Verwijder de ring rond de rookgasafvoer en het rubber. Dicht de beide luchttoevoeropeningen met doppen (3)!
Luchttoevoer vanuit opstellingsruimte (B23/B33)
Bij deze opstelling, waar het toestel als "open toestel" wordt gemonteerd, dient voldaan te worden aan de eisen die gesteld zijn in de NPR3378-42.
Zorg ervoor dat de luchttoevoeropening(en) ten allen tijde open blijven om voldoende luchttoevoer te garanderen. Plaats op de luchttoevoer een 90°-bocht (B23) om evt. invallend vuil of afdekking van de opening te voorkomen. Let op!. IP-klasse IPX4D vervalt bij een "open toestel"
Het verdient echter de voorkeur de luchttoevoer niet op deze manier aan te sluiten, maar het toestel als "gesloten toestel" te monteren.
10.11 Bypass in de cv-installatie
Als het toestel op een cv-installatie wordt aangesloten waarin de doorstroming geblokkeerd kan worden (overal thermostatische ventielen toegepast), is een werkende bypass noodzakelijk. Er zijn twee mogelijkheden:
1. Een extern geplaatste, drukgeregelde bypass
Het verdient de voorkeur om in de cv-installatie een drukgeregelde bypass te plaatsen. Een evt. beperking van het maximum toerental van de modulerende pomp mag max. maar 70% zijn.
De drukgeregelde bypass mag niet hoger ingesteld worden dan 0,3 bar (3 mWK of 30 kPa) (indien GIW).
2. De bypass van het toestel
De bypass in het toestel zorgt er ook voor dat er altijd stroming mogelijk blijft. Er is altijd een "kleine kortsluiting" tussen de cv-aanvoer en cv-retour, waardoor de beschikbare opvoerhoogte voor de cv-installatie lager is (zie grafiek op blz. 44). Ferroli adviseert om deze bypass alleen te gebruiken als de cv-installatie op een lage temperatuur werkt (laagtemperatuursysteem) en/of het niet mogelijk is om een externe drukgeregelde bypass te plaatsen. Zie hieronder voor uitleg over de ingebouwde bypass.
Aan de onderkant van het toestel is een bypass ingebouwd die tussen de cv-aanvoer- en retourleiding is geplaatst. Door het half open zetten van de bypass is er altijd een minimale waterstroom door het toestel mogelijk, die ervoor zorgt dat het toestel goed blijft functioneren.

Juiste instelling als de doorstro- ming in de cv-installatie niet geheel geblokkeerd kan worden.

HALF OPEN (45°)
Juiste instelling als de doorstroming in de cv-installatie geheel geblokkeerd kan worden, bijvoorbeeld als er overal thermostatische radiatorventielen op de radiatoren zijn gemonteerd.

OPEN
Meestal alleen een juiste instelling bij een installatie met een zeer lage weerstand of bij eventuele problemen met stromingsgeluid in de cv-installatie.
Figuur 10.13 Weergegeven situatie MegaLux 5
Bypass niet open zetten bij aangesloten open verdeler
Omdat de open verdeler het al mogelijk maakt dat er een minimale waterstroom door het toestel wordt gegarandeerd, hoeft in dit geval de bypass niet open gezet te worden.

Zet bij toepassing van een open verdeler of een (half) geopende bypass de pompregeldelta-T op 8 in plaats van 18 (parameter 22 van het parameter-menu op blz. 29).
Hierdoor moduleert de cv-pomp minder snel terug.
10.12 Aansluiten van de kamerthermostaat, eventuele buitenvoeler of boilersensor
Aansluiten van een kamerthermostaat
Verwijder de losneembare connector, aan de rechterzijde van de elektrakast. Dit kan zonder mantel demontage. Deze aansluiting is een universele kamerthermostaat aansluiting voor zowel een OpenTherm- of AAN/UIT-kamerthermostaat.
Sluit de kamerthermostaat aan (max. 1 stuk). Het maakt niet uit welke draad op 7 of 8 aangesloten zit.

Op dit toestel kan geen AAN/UIT-kamerthermo-staat worden aangesloten met een warmteversnel-ling (anticipatiestroom), bijv. de Honeywell T87F.

Toestellen spanningsloos
Zorg dat het toestel (en evt. andere OpenThermapparaten) bij bevestiging uitgeschakeld is!
Instelmogelijkheden
Als er een OpenTherm-kamerthermostaat wordt aangesloten, vervallen soms sommige functies op het toestel en dienen deze instellingen op de thermostaat evt. aangepast te worden (Afhankelijk van het model kamerthermostaat).
* Bij toepassing van een OpenTherm-thermostaat: evt. een ander hiervoor geschikt apparaat (of apparaten) met OpenTherm-communicatie in serie hier tussen plaatsen. Een extra OpenTherm-apparaat kan bijvoorbeeld een zonneboiler of WTW-unit zijn. Zie voor meer informatie de handleiding van het betreffende apparaat. Controleer hierbij de correcte werking van de thermostaat en het cv-toestel.
Aansluiten van een buitenvoeler of extra thermostaat

Figuur 10.15
| 1 -2 Bij type 5 geldt: | ||
| DOORVERBINDING: OPEN AANSLUITING: | ||
| Stromingssensor Stromingssensor UIT:geactiveerd geen warm water mogelijk | ||
| 1 -2 Bij type 6 geldt: | ||
| DOORVERBINDING: OPEN AANSLUITING: | ||
| Comfort altijd aan, onafh. Eco-comfortinstelling mogelijkvan displayinstelling d.m.v. display of OT-thermost. | ||
| 1 -2 Bij type A geldt: | ||
| ZONDER BOILER: | MET BOILER 1): | |
| 1.8 kOhm + 10 kOhm parallel | 10 kOhm NTC-sensor (25 °C) | |
| 3 - 4 Optie: aansluiting buitenvoeler (NTC 10kOhm bij 25 °C) 2) | ||
| 5 - 6 A | Aansluiting voor een extra AAN/UIT-kamerthermostaatmet potentiaalvrij contact. Zie voor uitleg hieronder bij:'aansluiten van een extra kamerthermostaat' 3). | |
| 7 - 8 | Universele kamerthermostaat-aansluiting: sluit éénOpenTherm- of één AAN/UIT-kamerthermostaat aan. | |

- Schroef de parkers aan de onderzijde van het toestel los.
- Kantel de mantel aan de onderzijde naar voren en til deze uit zijn ophangpunten (bovenzijde).
Boilersensor 1)
Er kan alleen een boilersensor worden gebruikt, GEEN boilerthermostaat.
Aansluiten van een buitenvoeler 2)
Sluit de buitenvoeler aan bij gebruik van de WA-regeling van het toestel of een WA-regeling van een OpenTherm-kamerthermostaat. Monteer de buitenvoeler op een buitenmuur, uit de zon en op de noord- of noord-oostzijde van het huis, min. 1 meter van de grond en niet beïnvloed door een mogelijke warmte bron, zoals een ventilatie-opening of een raam.
Aansluiten (extra) AAN-/UIT-kamerthermostaat 3)
Op aansluiting 5 - 6 kan één (of meer) extra AAN/UIT-schakelende thermostaat aangesloten worden.
Eisen / opmerkingen m.b.t. deze extra thermostaat:
- extra thermostaat AAN/UIT, niet OpenTherm.
- Deze extra thermostaat dient een spanningsvrije AAN/UIT-schakelende thermostaat te zijn met een mechanische schakeling of batterij-voeding. Er is geen oplaadstroom beschikbaar voor power-stealing thermostaten.
- Een thermostaat met een warmteversnelling (anticipatie-stroom), bijv. de Honeywell T87F, werkt niet correct.
- Als er 2 extra AAN/UIT-thermostaten aangesloten worden, sluit deze parallel aan op aansluiting 5 - 6.
11 EERSTE INGEBRUIKSTELLING VAN HET TOESTEL
11.1 Voorbereidingen en in bedrijf nemen

Volg punt 1 - 11 voordat u de toestelstekker in het stopcontact steekt
1. Verwijder de mantel
Schroef de parkers aan de onderzijde van de mantel los. Kantel de voorplaat van de mantel aan de onderzijde iets naar voren en til hem uit zijn ophangpunten.
- Draai het dopje van de automatische ontluchter een paar slagen los of trek het dopje omhoog en controleer of deze goed werkt!
3. Draai de as van de pomp los
- Controleer of de 2 afsluiters onder het toestel open staan.
5. Vul de installatie langzaam (i.v.m. ontluchten)
Gebruik uitsluitend schoon leidingwater. Gebruik geen gedemineraliseerd water. Het is niet toegestaan chemische middelen aan het water toe te voegen. Bij het toevoegen hiervan vervalt de garantie op het toestel.
6. Ontlucht de pomp
Draai de afdichtdop van de pomp een slag los en ontlucht de pomp. Controleer of de pompschakelaar in de hoogste stand staat.
7. Vul het warm watergedeelte
Open de inlaatcombinatie en ontlucht het warm watergedeelte via de warm waterkranen.
8. Controleer de aansluitingen op lekkage
- Ontlucht de gasleiding en controleer op lekkage
10.Plaats de mantel weer op het toestel
Breng de parkers weer aan.
- Ontlucht de installatie en vul evt. nogmaals bij.

In bedrijf nemen
-
Open de gaskraan;
-
Steek de stekker in het stopcontact (met randaarde!). Het stopcontact dient goed bereikbaar te zijn;
-
Het toestel begint met zijn opstart- en ontluchtprogramma, dat enkele minuten in beslag neemt;

Na het opstartprogramma ziet u de standaard informatie op het display, zoals het voorbeeld hiemaast. Het toestel is gereed voor gebruik.
Als er een bepaalde code knippert (A of F) of als er helemaal niets op het display staat, is er iets aan de hand.

Alarmcode A01 (vlamstoring) Mogelijke oorzaak + oplossing:
- De gaskraan staat dicht of de gas-leiding is niet goed ontlucht. Controleer dit. Om het toestel weer op te starten, druk op

Alarmcode A03 (te hoge temp.)
Mogelijke oorzaak + oplossing:
- Geen watercirculatie. De pomp loopt niet. Controleer dit. Om het toestel weer op te starten, druk op

Foutcode F37
Mogelijke oorzaak + oplossing:
- De waterdruk in de cv-installatie is te laag. Vul de installatie bij (zie blz. 11). Resetten is niet nodig. Na het vullen komt het toestel automatisch in bedrijf (opstartprogramma). Bij F20 blijft het toestel wel in bedijf

Geen oplichtend display.
Mogelijke oorzaak + oplossing:
- De stekker zit niet in het stopcontact;
- Er staat geen spanning op het stopcontact. Dit is te controlleren door een ander apparaat, hierop aan te sluiten.

UIT-stand van het toestel.
Mogelijke oorzaak + oplossing:
- Het toestel staat in de UIT-stand.
Druk 2 seconden op on off en het toestel gaat aan.
Controleer de werking voor tapwater
Draai een warm waterkraan open en controleer of het toestel goed werkt. Meet de volumestroom:
MegaLux 5 131 : ± 9 l/min.
MegaLux 6 131 : ± 9 l/min.
MegaLux A 131 : ± 11 l/min. (i.c.m. AquaForte AF120L boiler)
Bij overschrijding van deze volumestroom met +10% vervalt de garantie op het toestel.
Controleer de werking voor cv-gebruik
Zet de kamerthermostaat hoog en controleer of het toestel voor cv-bedrijf goed werkt.

Instrueer de gebruiker
- In de ruimte waar de kamerthermostaat hangt, dienen alle radiatoren altijd open te staan.
- De eerste weken na toestel-installatie dienen de radiatoren goed ontlucht te worden. Zie blz.11.
- Leg het gebruik van de economy/comfortstand uit (blz.8).
11.2 Het toestel afstemmen op de installatie (installateursmenu)
Optimalisatie
Bij de geadviseerde instellingen van het toestel, zal deze met praktisch elke cv-installatie goed functioneren. Indien gewenst kunnen in het PARAMETERMENU instellingen worden aangepast. Alleen de installateur mag deze parameters wijzigen.
Inregelen cv-installatie
Om het huis comfortabel te verwarmen, dient de installatie cv-zijdig ingeregeld te worden (zie ook GIW / ISSO).
INSTALLATEURSMENU1 U wilt beginnen met het INSTALLATIEMENU?Druk dan 10 seconden op de reset-toets en u komt in het installateursmenu. | |||
2 Met het drukken op de onderste insteltoetsen kout-u kiezen uit 4 veschillende submenu's1. PARAMETERMENU 2. STORINGSMENU 3. INFORMATIEMENU 4. WIS HISTORIE![]() | |||
3Druk kort opreseten u komt in hetparametermenu Met de onderste toetsendoorloopt u de lijst metparameternummers.Zie bladzijde 29 voorde parameterlijst. Als u kort op een van debovenste toetsen drukt,past u de waarde van deparameter aan.Deze wijziging wordtdirect vastgelegd. Als u 1x kort opresetdrukt, ziet u het beginvan het parametermenuweer. | Druk kort opreseten u komt in hetstoringsmenu Totaal aantal dagen/urenmet 230V-spanning ophetestel Met de onderste toetsendoorloopt u de lijst metstoringspositions.H01 is de laatst opgetreden storing.H02 de voorlaatste, enz.Bij het aantal dagen/urenkunt u aflezen hoe langhet geleden is dat destoring is opgetreden.De bovenste waardegeeft de storingscodeaan (bijv. 01 = A01). Als u 1x kort opresetdrukt, ziet u het beginvan het storingsmenuweer. | Druk kort opreseten u komt in hetinformatiemenu Met de onderste toetsendoorloopt u de lijst metinformatienummers.Zie bladzijde 29 voorde getoonde informatie.De bovenste waardegeeft de waarde aan.(bijv. bij t01 is 38 decv-aanvoertemperatuur).Als u 1x kort opresetdrukt, ziet u het beginvan het informatiemenuweer. | Druk 3 seconden opsett(eco/comfort-toets) en uverwijdert de foutcodesuit de toestelhistorie.Hierna wordt het gewonedisplay direct weer zichtbaar. |
| 4 U wilt stoppen met het INSTALLATIEMENU?Druk dan 10 seconden op de reset-toets (of wacht enige tijd) en het installateursmenu stopt. | |||
INSTALLATEURSMENU
① U wilt beginnen met het INSTALLATIEMENU?
② Met het drukken op de onderste insteltoetsen kunt u kiezen uit 4 verschillende submenu's
- PARAMETERMENU
3
④ U wilt stoppen met het INSTALLATIEMENU?
Optimalisatie
Bij de geadviseerde instellingen van het toestel, zal deze met praktisch elke cv-installatie goed functioneren. Indien noodzakelijk kunnen in het PARAMETERMENU instellingen worden aangepast (uitsluitend door de installateur uit te voeren).

Alleen bij duidelijke en dringende redenen adviseren wij om af te wijken van de geadviseerde instellingen. U moet precies weten wat de instelling betekent om te voorkomen dat het toestel niet meer juist functioneert.
Parameterlijst van het PARAMETERMENU
| Nr. | Parameter-functie: | Geadviseerde instellingen MegaLux 5131 | Geadviseerde instellingen MegaLux 6131 | Geadviseerde instellingen MegaLux A 131 | Alternatief instelbaar: | |||
| P01 | Instelling cv-drukmeting.... | 01 | (moet 01 zijn) | 01 | (moet 01 zijn) | 01 | (moet 01 zijn) | 00 (niet instellen) |
| 00 = cv-drukschakelaar (niet aanwezig) .... | 01 = cv-druksensor (aanwezig) | |||||||
| P02 | Afstemming van de print op toesteltype .... | 01 | (moet 01 zijn) | 03 | (moet 03 zijn) | 02 | (moet 02 zijn) | 01 - 06 |
| P03 | Minimum toerental ventilator .... | 50 | Hz | 50 | Hz | 50 | Hz | 00 - 220 Hz |
| P04 | Ontsteekniveau .... | 40 | % | 40 | % | 40 | % | 00 - 100 % |
| (in percentage van maximum) | ||||||||
| P05 | Ventilatortoerental tijdens standby .... | 00 | Hz | 00 | Hz | 00 | Hz | 00 - 255 Hz |
| P06 | Instelling blokkeren zomerstand .... | 00 | 00 | 00 | 00 - 01 | |||
| (00 = instelbaar / 01 = geblokkeerd) | ||||||||
| P07 | Cv-stijgingslijn (cv-aanvoertemperatuur) | 02 | °C | 02 | °C | 02 | °C | 01 - 10 °C |
| P08 | Minimum starttemperatuur cv-stijgingslijn | 35 | °C | 35 | °C | 35 | °C | 20 - 45 °C |
| P09 | Nadraaitijd pomp .... | 15 | minuten | 15 | minuten | 15 | minuten | 00 - 255 minuten |
| (na cv-vraag kamerthermostaat) | ||||||||
| P10 | Wachttijd na cv-gebruik (voor cv) .... | 04 | minuten | 04 | minuten | 04 | minuten | 00 - 10 minuten |
| P11 | Begrenzing capaciteitsinstelling voor cv | 80 | % | 80 | % | 80 | % | 00 - 100 % |
| P12 | Instelling tijdelijk (=00) /continu (=01) .... | 00 | (zie P09) | 00 | (zie P09) | 00 | (zie P09) | 00 - 01 |
| nadraaien cv-pomp | ||||||||
| P13 | Maximum toerental modulerende pomp | 100 | % | 100 | % | 100 | % | 30 - 100 % |
| P14 | Temperatuur pompstop .... | 33 | °C | 20 | °C | 20 | °C | 00 - 100 °C |
| tijdens nadraaien (aanvoer) | ||||||||
| P15 | Begrenzing maximale instelling .... | 90 | °C | 90 | °C | 90 | °C | 20 - 90 °C |
| cv-setpoint | ||||||||
| P16 | Nadraaitijd pomp (na tapwatervraag) .... | 30 | seconden | 30 | seconden | 30 | seconden | 00 - 255 seconden |
| P17 | Wachttijd na tapwatervraag (voor cv) .... | 120 | seconden | 120 | seconden | 120 | seconden | 00 - 255 seconden |
| P18 | Maximaal vermogen .... | 100 | % | 100 | % | 100 | % | 00 - 100 % |
| voor tapwaterbereiding | ||||||||
| P19 | Begrenzing maximale instelling .... | 65 | °C | 65 | °C | 65 | °C | 40 - 65 °C |
| tapwatersetpoint | ||||||||
| P20 | type 5: min. warmhoudtemperatuur cv-ww (in comfortstand) .... | 55 | °C | 00 - 60 °C | ||||
| type 6-A: inschakel temp.verschil t.o.v. tapwatersetpoint (-) .... | 00 | °C | 02 | °C | 00 - 60 °C | |||
| P21 | type 5: dT cv-wisselaar (comfortstand) .... | 05 | °C | 00 - 100 °C | ||||
| type 6: uitschakel temp. verschil t.o.v. tapwatersetpoint (+). .... | 03 | °C | 00 - 100 °C | |||||
| type A: regeltemperatuur aanvoer .... | 80 | °C | 00 - 100 °C | |||||
| P22 | Pompregel-dT aanvoer- en retoursensor .... | 18 | °C | 18 | °C | 18 | °C | 00 - 30 °C |
| P23 | Max. dT tussen aanvoer-/retoursensor (regeling brander) .... | 25 | °C | 25 | °C | 25 | °C | 00 - 30 °C |
| P24 | Instelling laagste uitschakeldruk .... | 04 | x 0,1 bar | 04 | x 0,1 bar | 04 | x 0,1 bar | 00 - 08 x 0,1 bar (niet aanpassen) |
| cv-druksensor | ||||||||
| P25 | Niet van toepassing (niet aanpassen) .... | 08 | 08 | 08 | 05 - 20 | |||
| P26 | Niet van toepassing (niet aanpassen) .... | 00 | 00 | 00 | 00 - 07 | |||
| P27 | Instelling t.b.v. tappomp(niet aanpassen) .... | 00 | 03 (moet 03 zijn) .... | 00 | 00 | 00 - 03 | ||
| P28 | t/m software 1.5 geldt: (zie uitleg softwareversie blz. 38 bovenaan) | |||||||
| Instelling t.b.v. 230V voedingsfrequentie | 00 | = 50Hz | 00 = 50Hz | 00 = 50Hz | 00 = 50Hz | 01 = 60Hz: niet instellen | ||
| P28 | Vanaf software 1.6 geldt: (zie uitleg softwareversie blz. 38 bovenaan) | |||||||
| Instelling t.b.v. nr. 1-2 toestelconnector .... | 00 | (moet 00 zijn) | 00 | (moet 00 zijn) | 00 | (moet 00 zijn) | 01 (niet instellen) | |
| P29 | Instelling t.b.v. 230V voedingsfrequentie .... | 00 | = 50Hz | 00 = 50Hz | 00 = 50Hz | 00 = 50Hz | 01 = 60Hz:niet instellen | |
Noteer een eventuele gewijzigde instelling
Als u een instelling wijzigt, kunt u het beste deze wijziging vastleggen. Schrijf de wijziging op de meegeleverde sticker en plak deze op de mantel van het toestel. Noteer de wijziging op het A4 blad in de elektrakast.
| Nr. | Getoonde informatie in het INFORMATIEMENU (tolerantie temperatuursensoren: (+/- 2°C) |
| t01 | Temperatuur cv-aanvoer-dubbel-sensor: sensor 1 ( °C) |
| t02* | Temperatuur boilersensor: ...... alleen bij type 6 en A (optioneel). Bij type 5 wordt -- weergegeven |
| t03 | Temperatuur cv-retoursensor:...... ( °C) |
| t04 | Temperatuur rookgassensor: ...... ( °C) |
| t05 | Temperatuur buitensensor: ...... indien sensor aangesloten (+/- 2°C) |
| t06 | Temperatuur cv-aanvoer-dubbel-sensor: ... sensor 2 ( °C) |
| F07 | Toerental ventilator: ...... (Hz) |
| F08 | Indicatie tapwaterhoeveelheid: ...... alleen bij type 5: waarde delen door 10; uitkomst = liters/min, ± 10% |
| P09 | Waterdruk cv-installatie: ...... (bar, ± 10%) |
| P10 | Modulatiepercentage cv-pomp: ...... (% van maximum) |
| F11 | Indicatie vlamsignaal: ...... waarde delen door 10 = in micro Ampère; (± 10%) |
11.3 Overzicht van kamerthermostaten en weersafhankelijke-regelingen
| Keuze van de temperatuurregeling handmatig of MegaLux automatisch van | Noodzakelijke onderdelenux en/of WA-regelingde thermostaat | Instellingen van de | |
| Ruimtetemperatuurregelingen: nummer 1 en 2 | |||
| 1 Met een Handmatig Kamerthermostaat kamerthermostaat OpenTherm | 1) AAN/UIT-type of | ||
| 2 Met een kamerthermostaat OpenTherm | Klokthermostaat 1) AAN/UIT-type of | ||
| Weersafhankelijke regelingen 2): nummer 3 t/m 7 | |||
| 3 ledere ruimte apart, onafhankelijk van elkaar | Geen nachtverlaging | De WA-regeling van de MegaLux• doorverbinding op ingang 5-6kamerthermostaat van MegaLux• buitenvoeler 3)• bypass 4)• overal thermostatische (radiator) kranen 5) | Activeer de WA-regeling van de MegaLux in het WA-menu.Kies een stooklijn (CU) en een voetpunt (OF). Zie blz. 31. 6) |
| 4 ledere ruimte apart, onafhankelijk van elkaar | Handmatige (nacht) verlaging d.m.v. een kamerthermostaat | De WA-regeling van de MegaLux• kamerthermostaat: AAN/UIT-type of OpenTherm• buitenvoeler 3)• bypass 4)• overal thermostatische (radiator) kranen 5) | Activeer WA-regeling van de MegaLux in het WA-menu.Kies een stooklijn (CU) en een voetpunt (OF). Zie blz. 31. 6) |
| 5 ledere ruimte apart, onafhankelijk van elkaar | Automatische nachtverlaging | OT-kamerthermostaat met WA-regeling 7)• bijv. Ferroli Romeo klokthermostaat• buitenvoeler 3)• bypass 4)• overal thermostatische (radiator) kranen 5) | Zie de uitleg over WA-regeling in de handleiding van de OpenTherm-kamerthermostaat. 7)De WA-regeling van de MegaLux zelf kan uit blijven. 8) |
| 6 ledere ruimte apart met ruimtetemperatuurcompensatie 9) vanuit het vertrek waar de kamerthermostaat hangt. | Automatische nachtverlaging | OT-kamerthermostaat met WA-regeling 7)• bijv. Ferroli Romeo klokthermostaat• buitenvoeler 3)• bypass 4)• overal thermostatische (radiator) kranen 5) | Zie de uitleg over WA-regeling in de handleiding van de OpenTherm-kamerthermostaat. 7)De WA-regeling van der MegaLux zelf kan uit blijven. 8) |
| 7 In iedere ruimte apart, details afhankelijk van type WA-regelaar | Details afh. van type WA-regelaar | Externe WA-regelaar 10)• WA-regelaar met potentiaalvrij contact | Zie uitleg over de WA-regeling in de handleiding van WA-regelaar |
1) Voor een goede temperatuurregeling dient een thermostaat te beschikken over 1 van de 2 vermelde eigenschappen: a. Tweedraads elektronische AAN/UIT-(klok)thermostaat met cyclusinstelling (24V, potentiaalvrij contact)

Op dit toestel kan geen AAN/UIT-kamerthermostaat worden aangesloten met een warmteversnelling (anticipatiestroom), bijvoorbeeld de T87F. Deze functioneren niet juist.
b. OpenTherm (klok)thermostaat (tweedraads, afhankelijk van type is uitschakeling van warmthoudstand mogelijk).
2) Opgemerkt dient te worden dat een WA-regeling niet zonder meer een energiebesparing geeft.
3) De buitenvoeler dient een 10 kOhm (bij 25°C) NTC-sensor te zijn, aangesloten op het toestel. Zie voor meer informatie op bladzijde 26.
4) Zijn er thermostatische kranen gemonteerd, plaats dan een externe bypass. Zie ook de uitleg op bladzijde 25.
5) Mogelijk worden in de ruimte waar de kamerthermostaat hangt geen thermostatische (radiator) kranen gemonteerd op de radiatoren en/of convectoren. Dit kan echter een schommeling in de ruimtetemperatuur veroorzaken van +/- 1°C. Daarom adviseren wij om overal thermostatische (radiator) kranen toe te passen om de temperatuur in iedere afzonderlijke ruimte na te regelen.
6) Met het WA-menu van de MegaLux activeert u de weersafhankelijke regeling van het toestel. De juiste waarde is afhankelijk van de cv-installatie. Zie bladzijde 31 voor de juiste waarde en eventuele bijstelling van het voetpunt.
7) Sommige klokthermostaten, zoals bijvoorbeeld de Ferroli Romeo, hebben een ingebouwde WA-regeling. Opmerking: het cv-setpoint, ingesteld op de MegaLux, is ook voor deze situatie de maximale cv-aanvoertemperatuur.
8) Als de WA-regeling van een OT-kamerthermostaat wordt gebruikt, kan de WA-regeling van de MegaLux toch aan worden gezet. In dit geval werkt de WA-regeling van de MegaLux als extra weersafhankelijke maximale temperatuurbegrenzing.
9) De ruimtetemperatuurcompensatie zorgt dat de regeling ook reageert op de invloed van de regen, de wind en de zon.
10) Bij aansluiting van een externe WA-regelaar dient de pomp op continu nadraaien gezet te worden.
- AAN / UIT-regelcontact aansluiten op 5-6-ingang van de extra kamerthermostaat.
- Parameter P12 van het installateursmenu moet hiervoor op 1 worden gezet: zie bladzijde 29.
- De temperatuurvoeler dient minimaal 1 meter van de MegaLux vandaan op een cv-leiding gemonteerd te worden.
11.4 Volg stap 1 t/m 3 voor instelling van de WA-regeling van de MegaLux
1. Activeer het WA-menu.


U kunt alleen in in het WA-menu komen als er een correct werkende buitenvoeler is aangesloten!
Als er op het display boven het huisje een temperatuur wordt weergegeven, is er een correct werkende buitenvoeler aangesloten.

2. Stel de juiste stooklijn (CU) in.

Stooklijnen: bij cv-setpoint van 85°C en een voetpunt (OF) van 30. Bij aanpassing van het voetpunt, verschuiven de stooklijnen mee.

line
| buitentemperatuur in °C | cv-aanvoertemperatuur in °C | | ----------------------- | --------------------------- | | 20 | 0 | | 5 | 30 | | 10 | 60 | | 15 | 90 | | 20 | 100 |
Kies een juiste stooklijn: Radiatoren en/of convectoren 90/70°C: .... stooklijn 9 Nageïsoleerde woning + ruimbemeten radiatoren: .... stooklijn 7 of 8 Radiatoren + vloerverwarming als bijverwarming: .... stooklijn 8 of 9 Laagtemperatuurverwarming: .... stooklijn 5 De instelling is afhankelijk van de cv-installatie, kierdichtheid van de woning en de gewenste aanwarmsnelheid.
3. Stel het gewenste voetpunt (OF) in.


line
| Voetpuntverschuiving buitentemperatuur in °C | cv-aanvoertemperatuur in °C | | ------------------------------------------ | -------------------------- | | 20 | 30 | | 15 | 40 | | 10 | 50 | | 5 | 60 | | 0 | 70 | | -5 | 80 | | -10 | 90 | | -15 | 90 | | -20 | 90 |De weersafhankelijke regeling is ingesteld. Druk nogmaals ca. 1 seconde op de mode toets. De instelling is gereed.
Invloed van het cv-setpoint op de stooklijnen
Het cv-setpoint bepaalt de maximale gewenste cv-aanvoer-temperatuur. De stooklijnen worden als het ware begrenst door het cv-setpoint.
Deze invloed geldt zowel bij de WA-regeling van de MegaLux zelf, als bij een geactiveerde WA-regeling van een OpenTherm-kamerthermostaat.
Zie het gebruikersmenu op bladzijde 7 voor uitleg over de instelling van het cv-setpoint.
De WA-regeling van de MegaLux werkt eventueel als maximum begrenzing voor de WA-regeling van een OpenTherm-thermostaat of andere externe WA-regelaar.
Deze grafiek geldt bij een cv-setpointinstelling van 75°C en een voelpunt (OF) van 30°C.

line
| buitentemperatuur in °C | cv-aanvoertemperatuur in °C | | ----------------------- | -------------------------- | | 20 | 30 | | 15 | 40 | | 10 | 50 | | 5 | 60 | | 0 | 70 | | -5 | 80 | | -10 | 90 | | -15 | 100 | | -20 | 100 |12 ONDERHOUD
12.1 Algemene informatie
Regelmatig en goed uitgevoerd onderhoud kan tussentijdse storingen voorkomen en houdt het toestel in optimale conditie.
Onderhouds- en servicerapport
Achterin deze handleiding, op bladzijde 51, staat het onderhouds- en servicerapport afgedrukt. In dit overzicht wordt per bedrijfsjaar aangegeven wat er in elk jaar moet gebeuren. De aangegeven omvang van de onderhoudsbeurten komt overeen met de beschikbare kennis en stand van de techniek ten tijde van het drukken van dit voorschrift. Uit nieuwe inzichten of technische overwegingen kunnen naderhand wijzigingen worden uitgevoerd. Hierbij geldt de meest actueel beschikbare versie als onderhouds- voorschrift voor dit toestel, te downloaden van onze internetsite: www.ferroli.nl. Een goed en volledig ingevuld rapport geeft u of uw collega een duidelijk beeld van de geschiedenis van dit toestel. Door het invullen van dit rapport kan tevens worden aangetoond dat de onderhoudsbeurten zijn uitgevoerd t.b.v. eventuele garantieafspraken.
Frequentie onderhoudsbeurten
Als blijkt dat door ervaring of bij een uitgevoerde onderhoudsbeurt, frequenter onderhoud gewenst is, kan besloten worden de onderhoudstermijnen in te korten. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn bij sterk vervuilde luchttoevoerlucht of bij laagtemperatuur verwarmingssystemen.
Uitgebreide uitleg onderhoud
U kunt dit hoofdstuk, hoofdstuk 12, gebruiken om precies te weten te komen wat de bedoeling is van ieder punt in het onderhouds- en servicerapport.
Benodigde apparatuur
Multimeter, drukmeter (meetnauwkeurigheid +/- 2 Pascal), CO/CO₂-meter, watervolumestroommeter en thermometer. Alle meters dienen gecalibreerd te zijn.

Serviceboek
Voor deze toestellen is er een serviceboek beschikbaar. Het documentnummer is DRS9016. U kunt dit document als PDF-file downloaden van onze internetsite: www.ferroli.nl

230V-spanning
In het toestel zijn componenten aanwezig die aangesloten zijn op een spanning van 230V. Dit zijn onder andere de pomp, de print, het gasblok en de ventilator.

Hete onderdelen
Als het toestel nog korte tijd geleden heeft gefunctioneerd, kunnen bijv. de wisselaars, het branderbed en de watertransporterende pijpen een hoge temperatuur hebben. Voer pas de werkzaamheden uit, als deze afgekoeld zijn.

Metalen onderdelen
Wees voorzichtig met mogelijk scherpe randen van metalen onderdelen.

Mondkapje
Wij adviseren gebruik te maken van een mond-kapje bij het schoonmaken van de cv-wisselaar (12.2.1).
12.2 Onderhoudsbeurt

Zet de kamerthermostaat laag, gebruik geen warm water en neem de stekker uit het stopcontact.
Verwijder de mantel
- Schroef de parkers aan de onderzijde van het toestel los.
- Kantel de voorplaat van de mantel aan de onderzijde naar voren en til deze uit zijn ophangpunten (bovenzijde).
- Verwijder ook beide zijpanelen.
Figuur 12.1

- Verwijder de kap van de gesloten ruimte.
- Verwijder de ventilator en brander.
- Controleer of de lamellen van de cv-wisselaar schoon zijn. Controleer niet alleen bovenin, maar ook dieper tussen de lamellen in.
Zie voor uitgebreide uitleg met foto's in het serviceboek, documentnummer DRS9016.
Vervang bij het terugplaatsen van de brander altijd de branderpakking. - Plaats de brander en ventilator terug.
12.2.2 Vonk-elektrode vervangen
Vervang bij veel vervuiling of A1/A6-storingen de vonk-elektrode.
Controleer: Juiste afstand is 3,0mm (± 0,5mm). Let op: de aardings- pen breekt bij buigen!
Figuur 12.2

12.2.3 Ionisatiepen
Vervang, bij vervuiling of veel A01 / A06-storingen, de ionisatiepen.
12.2.4 Condensopvangbak
- Verwijder het inspectieluik van de condensbak.
- Reinig de bodem met de condensbakschraper.
- Reinig de opening waarop het sifon is aangesloten met de achterkant van de condensbakschraper.

Maak de pakking en het aanlegvlak schoon. Monteer inspectieluik met pijl naar boven en vet de schroefjes eventueel in. Figuur 12.3
12.2.5 Slang condensbak
- Controleer of de zwarte slang tussen de sifon en de condensbak schoon is.

Belangrijk
Laat de zwarte slang aan de condensbak vast zitten. Deze is zeer moeilijk terug te plaatsen!
12.2.6 Vuilopvangbeker van de sifon
- Pak een emmer.
- Draai de dop van de vuilopvangbeker los.
- Verwijder de vuilopvangbeker en spoel deze uit.
- Draai de dop op de vuilopvangbeker, vul deze met water en plaats hem weer terug.

Neem het toestel weer in bedrijf

12.2.7 Meet de gasvoordruk
Op meetpunt 1 (figuur 12.5) van het gasblok kan de gasvoordruk gemeten worden. Controleer het volgende:
- Als het toestel niet in bedrijf is, blijft de voordruk constant tussen een waarde van 20 - 30 mbar?
- Daalt de gasdruk niet al te veel bij het in bedrijf gaan van het toestel (minimum voordruk 20 mbar bij vollast)?
12.2.8 Vonk-elektrode werking
- Controleer of er bij de start een goede vonk is voor de ontsteking en de conditie van de vonk-elektrode kabel.
- Controleer of er geen rookgaslekkage is tussen de cv-wisselaar en de brander.
12.2.10 Controleer de gasdrukinstelling
Meetcondities van de gasdrukinstelling
- Meet uitsluitend als het toestel op minimaal vermogen brandt, na 1 minuut wachten.
- Plaats de kap van de luchtdicht afgesloten ruimte weer terug! Breng een T-stukje (4) aan in de siliconen slang.
- Gebruik een nauwkeurige drukmeter (meetnauwkeurigheid ±2 Pa.). Stel de drukmeter in op Pascals en calibreer.
- Sluit de drukmeter aan: "PLUS" aansluiten op gasdruk (2), "MIN" aansluiten op luchtdruk (T-stuk) (4).

Figuur 12.5


Sluit de slangetjes aan zoals hierboven weergegeven!
1 Meetpunt gasvoordruk
2 Meetpunt geregelde gasdruk
3 Instelschroef voor bijstellen drukverschil
4 T-stuk in de siliconen slang
(apart aanbrengen tijdens meting)
5 Gasinspuiter
7 Gesloten ruimte

Omrekenwaarde:
0,1mbar = 10Pa = 1mmwk
Resultaat van de meting (let op: de kleuren van de vlam zijn niet meer dan een indicatie!)
- Een PLUS gasdruk: dus meer gas dan lucht - RIJK mengsel (geel-oranje vlammen).
- Een NEGATIEF gasdruk: dus meer lucht dan gas - ARM mengsel (blauwe vlammen).
- Geadviseerde instelling van het gasblok: van -5 tot 0 Pascal(donker rode vlammen). (let op! -5 wil zeggen dat de gasdruk 5 Pascal lager is dan de luchtdruk)
Indien de gasdruk niet tussen de - 5 en 0 Pa zit: Stel de gasdruk in op 0 Pascal.
Eventueel bijstellen
- De instelschroef (3) zit achter de aluminium dop. Deze dop is verzegeld. Verzegel de dop na het bijstellen weer!
- Stel de gasdruk in op precies 0 Pascal. (let op: de kleuren van de vlam zijn niet meer dan een indicatie!)
- Rechtsom: gasdruk wordt hoger - rijker mengsel: vlam / brander wordt meer geel / oranje.
- Linksom: gasdruk wordt lager - armer mengsel: vlam / brander wordt blauwer.

Vergeet niet om de meetpunten op het gasblok weer dicht te doen en verzegel het gasblok!
12.2.11 Gasverbruik
Meet het gasverbruik bij maximaal vermogen. Zie de technische gegevens voor het maximum gasverbruik.
12.2.12 CO 2 -percentage vollast
12.2.13 CO-waarde vollast
12.2.14 CO 2 -percentage laaglast
12.2.15 CO-waarde laaglast
Meet het CO en CO 2 -percentage in de rookgasafvoer.
- bij vollast: tapkraan vol open.
- bij laaglast: op cv-bedrijf.

Belangrijk! : kap terugplaatsen Plaats de kap van de luchtdicht afge- sloten ruimte weer terug, voordat u de CO / CO₂-meting doet. Dicht de opening rondom de meetsondes tijdens de meting goed af.
Juiste waarden CO 2 in rookgassen:
| • Aardgas (G25):laagstand 7.5-8.5% CO 2 | vollast 8-9,5% CO 2 |
| • Propaan (G31):laagstand 9-10% CO 2 | vollast 9-10% CO 2 |
Als de CO₂-waarden afwijken, controleer dan:
- bij laaglast: de gasdrukinstelling gasblok (12.2.8).
• bij vollast: het gasverbruik (12.2.10).
• gasinspuiter (aanwezigheid / vervuiling)
Let op:
het CO 2 -percentage is geen maat voor vervuiling!
| CO waarden in rookgassen, bij laaglast / vollast.(geldt voor aardgas en propaan) | |
| Toegestane waarde | Beoordeling |
| ≤ 300 ppm | Geen bezwaar tegen het gebruik. |
| > 300 ppm ≤ 1.000 ppm | Verhoogde CO-waarde:zoek de oorzaak van de hoge CO-waarde en los dit op. |
| > 1.000 ppm | Ontoelaatbare hoge CO-waarde:zet het cv-toestel uit.Waarschuw de bewoners het toestel niet meer aan te zetten.Zoek de oorzaak van de hoge CO-waarde en los dit op. |
Meetnauwkeurigheid: 20%
Als de CO-waarde te hoog is, controleer dan:
- het branderbed.
- de gasdrukinstelling op laagstand (12.2.8).
- rookgasafvoer en luchttoevoer (12.2.23).
- gasinspuiter: aanwezig? geen corrosie?
- rookgasrecirculatie.
12.2.16 Werking tapwaterbedrijf
Zet een warm waterkraan open en controleer de werking voor tapwaterbedrijf.
12.2.17 Hoeveelheidsregelaar tapwater
Open een warm waterkraan en meet de volumestroom. Vervang de hoeveelheidsregelaar bij een te grote afwijking (meer dan -15%). Zie ook de tapwatergrafiek op blz. 46 en de technische specificaties op blz. 43. Let op! De volumestroom is uiteraard ook sterk afhankelijk van de drukverliezen in de tapwaterinstallatie en de aanwezige voordruk.
Als de volumestroom te laag blijft: controleer het filter aan de inlaat van de stromingssensor (type 5 en 6).
12.2.18 Warm watertemperatuur
Open een warm waterkraan en meet de temperatuur. Zodra de brander voor tapwater in bedrijf is,
is op het display zichtbaar: Zie technische specificaties op blz. 43.

12.2.19 Koppelingen
Controleer de gas-, tapwater- en cv-koppelingen op bevestiging en lekkage. Indien nodig:
• Draai de koppelingen vast
- Vervang bij lekkage de pakking of o-ring.
12.2.20 Zuurgraad van het cv-water
Als er niet-zuurstof diffusiedichte kunststof slangen voor de vloerverwarming of de installatie zijn gebruikt, controleer dan de zuurgraad van het cv-water. De pH-waarde moet tussen de 5 en 8 zitten om corrosieproblemen te voorkomen. Zoek bij afwijkende waarden de oorzaak op en zorg voor een oplossing.
12.2.21 Werking voor cv-bedrijf
Zet de kamerthermostaat vragend en controleer de werking voor cv. Zodra de brander voor cv in bedrijf
is, is op het display zichtbaar:

Omdat de cv-pomp iedere 24 uur even bekrachtigd wordt kan deze in principe niet vast gaan zitten.
12.2.22 Druk in de cv-installatie
Controleer de cv-installatiedruk. De druk is afleesbaar rechts onder in het display of op de manometer aan de onderkant van het toestel.

- De druk moet ca. 1,6 bar zijn (bij een koude cv-installatie).
- Als de druk aan de lage kant is (lager dan 1 bar), moet de cv-installatie bijgevuld worden.
Bij klachten van bewoners over extra bijvullen of bij veel F20/F21/F37/F40/A26-storingen in het storingsgeheugen: controleer het expansievat en de cv-overstort.
12.2.23 Rookgasafvoer en de luchttoevoer
Controleer of (de aansluitingen van) het lucht-toevoer- en rookgasafvoersysteem in een goede staat verkeert en de verbindingen goed dicht zijn.
12.2.24 Meetnippels en meetslang gasblok

- Controleer of de meetnippels op het gasblok goed gesloten zijn!
- Controleer ook of het siliconen slangetje goed gemonteerd zit op de meetnippel van de gesloten ruimte en het gasblok!
- Controleer of de dopjes op de meetopeningen van de luchttoevoer en rookgasafvoeraansluiting gemonteerd zitten.
Monteer de mantel
Vergeet niet, in verband met de elektrische veiligheid, om de mantel weer vast te schroeven.
13 STORINGEN EN SERVICE-ONDERDELEN
13.1 Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingen
Software-versie bepalen
Er zijn kleine verschillen in software-versies mogelijk. Omdat het soms van belang is om te weten welke software-versie het betreft, wordt er naar deze software-versie verwezen. U kunt als volgt bepalen welke software het toestel heeft: Trek de stekker uit het stopcontact (als het toestel niet in bedrijf is), wacht eventjes en doe de stekker weer in het stopcontact. Na ca 10 seconden ziet u enige tijd 2 cijfers, bijv. "16" in het display. Dit betekent software versie 1.6.
Het toestel wordt door ingebouwde elektronica volledig aangestuurd en gecontroleerd. Als er ergens in het toestel een storing wordt gesignaleerd zal het toestel, afhankelijk van de soort storing, uitschakelen en een alarm- of foutcode weergeven op het display. Aan de meeste storingen zijn alarm- of foutcodes verbonden.
Alarmcodes (A)
Het toestel is vergrendeld. De oorzaak dient opgelost te worden, waarna de resettoets ingedrukt dient te worden om het toestel weer op te starten. Na 6 keer resetten wordt deze functie geblokkeerd. U dient even de stekker uit het stopcontact te halen voor de resetfunctie weer werkt.

Als een Alarmcode (A) na een reset terugkeert: waarschuw uw installateur.
Wacht in een noodgeval tenminste 60 minuten alvorens opnieuw te resetten.
AO I Geen ionisatiesignaal (tijdens ontsteken)
- Controleer of de gaskraan open staat;
- Controleer de ionisatiepen op: contacten / vervuiling / aardsluiting. Vervang bij twijfel de ionisatiepen.
- Controleer of er een vonk aanwezig is; Vervang eventueel de vonkelektrode.
- Is de afstand tussen vonk-elektrode en aardpen 3,0 mm?
- Controleer de gasvoordruk; Ontlucht gasleiding;
- Controleer of het gasblok gas naar de brander doorlaat. Controleer gasdruk bij opstarten.
- Controleer de werking van de ventilator.
- Controleer of het condenswater goed weg kan lopen. Reinig eventueel het sifon.
• Is de DBM05-print defect?
802 Vals vlamsignaal
Er wordt vlam gedetecteerd terwijl de gasklep gesloten is. Is het gasblok defect? (sluit niet goed) Is de DBM05-print defect?
803 Te hoge cv-aanvoertemperatuur
De cv-aanvoertemperatuur is te hoog geweest.
- Controleer de werking van de pomp.
- Controleer of de radiatoren en/of bypass open staan. Er moet altijd doorstroming mogelijk zijn;
- Controleer in de historie-gegevens of er regelmatig F08 storingen voorkomen.
- Controleer juiste elektrische weerstand van de cv-aanvoersensor.
804 Te hoge temperatuur van rookgassen
De rookgastemperatuur is binnen 24 uur 3 maal hoger geweest dan 95°C.
805 Ventilatorfout
Er is geen tijdige terugkoppeling van het frequentiesignaal van de ventilator naar de DBM05-print.
- Zitten de stekkers goed op de ventilator?
- Controleer de werking van de ventilator. (als de ventilator vervangen dient te worden mag deze elektrisch niet losgenomen worden als er nog spanning (230V) op het toestel staat).
A06 Binnen 4 minuten vijf maal verlies van vlamsignaal gesignaleerd
- Controleer de ionisatiepen (contacten/vervuiling). Vervang bij twijfel de ionisatiepen;
- Controleer de weerstand van rookgasafvoer en lucht toevoersysteem (verwijder ter controle de dop in de luchttoevoer);
- Controleer de condensafvoer; Reinig eventueel de sifon en/of de condensbak. Dek de elektrakast goed af.
- Controleer het branderbed bij een slecht of onregelmatig brandende brander of bij regelmatig voorkomende A06 storingen.
A23 Nominale waterdruk niet bereikt binnen 4 minuten
Dit toestel heeft niet de benodigde onderdelen die deze fout kunnen veroorzaken.
- Mogelijk is de DBM05-print defect.
A24 Waterdruk niet bereikt binnen toegestane tijd
Dit toestel heeft niet de benodigde onderdelen die deze fout kunnen veroorzaken.
- Mogelijk is de DBM05-print defect.
A25 Fout F36 meer dan 3 keer voorgekomen in de laatste 24 uur
Bij fout F36 is de ionisatiepen kortgesloten naar aarde, eventueel door vocht.
- Controleer de ionisatiepen (contacten/vervuiling). Vervang bij twijfel de ionisatiepen.
826 Waterdruk 3x te hoog in 1 uur (3x F40)
(Foutcode mogelijk vanaf productie medio 2008)
- Waarschijnlijk is het expansievat stuk. Controleer en vervang evt. het expansievat.
841 Geen watercirculatie
Na ontsteken brander 3x geen verhoging van cv-aanvoertemperatuur (minstens 1°C verhoging na 15 sec. nodig).
- Controleer de werking van de pomp;
- Controleer of de radiatoren en/of bypass open staan. Er moet altijd doorstroming mogelijk zijn
- Controleer of de cv-aanvoersensor goed op de buis is geklikt. Zit het contactvlak van de sensor goed op de buis?
- Controleer juiste elektrische weerstandswaarde van de cv-aanvoersensor.
Foutcodes (F)
Het toestel is geblokkeerd. Bij deze storing dient de oorzaak ervan opgelost te worden, waarna het toestel vanzelf, dus zonder dat de resettoets hoeft te worden ingedrukt, weer in bedrijf komt. Het drukken op de resettoets heeft bij een foutcode (F) geen effect. Sommige van deze storingen kunnen dan verdwijnen, maar komen soms regelmatig weer terug.

Indien foutcodes (F) zich regelmatig voordoen: waarschuw uw installateur. Vermeldt bij telefonisch contact het type toestel en de storingscode.
F07 Te hoge rookgas-temperatuur
De rookgassensor meet een te hoge rookgastemperatuur (>95°C).
- Controleer of het rookgasafvoer / luchttoevoer systeem in orde is.
- Controleer weerstandswaarde rookgassensor.
F08 Te hoge cv-aanvoertemperatuur
- De cv-aanvoertemperatuur is hoger dan 99 °C geworden. Controleer of de doorstroming van de cv-installatie in orde is; Als de temperatuur beneden de 89°C komt zal het toestel bij aanwezige warmtevraag weer ontsteken.
- Controleer de werking van de pomp;
- Staat de pomp op de hoogste stand?
- Controleer of de radiatoren en/of bypass open staan. Er moet altijd doorstroming mogelijk zijn.
- Controleer weerstandswaarde cv-aanvoersensor
F09 Te hoge cv-retourtemperatuur
- De cv-retourtemperatuur is hoger dan 99 °C geworden. Controleer of de doorstroming van de cv-installatie in orde is; Als de temperatuur beneden de 89°C komt zal het toestel bij aanwezige warmtevraag weer ontsteken.
- Controleer de werking van de pomp.
- Controleer of de radiatoren en/of bypass open staan. Er moet altijd doorstroming mogelijk zijn.
- Controleer weerstandswaarde cv-retoursensor
F 10 Cv-aanvoer-dubbelsensor fout (sensor 1): niet aangesloten of defect
- Zijn de stekkertjes op de sensor aangesloten?
- Controleer of de sensor niet defect is. De weerstand bij 25 o C dient ca 10 kOhm te zijn.
F11 Cv-retoursensor fout: niet aangesloten of defect
- Zijn de stekkertjes op de sensor aangesloten?
- Controleer of de sensor niet defect is. De weerstand bij 25°C dient ca 10 kOhm te zijn.
- Voor MegaLux 5 geldt: Als deze fout voor komt, staat parameter 2 van het parametermenu niet op 1. Zet deze op 1 (zie blz. 28 en 29 voor uitleg hierover).
- Voor MegaLux 6 geldt: Controleer de boilersensor. Is deze goed aangesloten en niet defect?
- Voor MegaLux A geldt: Bij aansluiting van een boiler: Aansluiting 1-2: Boilersensor NTC 10 kOhm. Controleer of de sensor niet defect is. Als er geen boiler is aangesloten: Controleer of er twee weerstanden op aansluiting 1-2 zitten (parallel 1,8 kOhm en 10 kOhm).
F13 Rookgas-sensor fout
- Controleer of de sensor goed is aangesloten en geen kortsluiting maakt.
- Controleer ook de aansluiting op de print.
- Controleer of de sensor niet defect is. De weerstand bij 25°C is ca 10 kOhm.
F 14 Cv-aanvoer-dubbelsensor fout (sensor 2): niet aangesloten of defect
- Controleer of stekkertjes goed op de sensor zijn aangesloten;
- Controleer of de sensor niet defect is. De weerstand bij 25°C dient ca 10 kOhm te zijn.
F 15 Ventilatorfout
- Zitten de stekkers goed op de ventilator?
- Controleer de werking van de ventilator.
F20 Waterdruk laag: tussen 0,4 en 0,7 bar (toestel blijft in bedrijf)
(Mogelijkheid foutcode afhankelijk van software versie)
- Controleer of expansievat in orde is.
- Cv-installatie bijvullen, als expansievat in orde is.
F21 Waterdruk hoog: tussen 2,5 en 2,8 bar (toestel blijft in bedrijf)
(Mogelijkheid foutcode afhankelijk van software versie)
- Controleer of expansievat in orde is.
- Cv-installatie bijvullen, als expansievat in orde is.
F34 Te lage voedingsspanning
- Controleer of de 230V netspanning uit het elektriciteitsnet voldoende hoog is.
F35 Frequentie fout
(zie uitleg software-versie blz. 38 bovenaan)
- T/m software 1.5: parameter 28 moet op 0 staan (0 = 50Hz). Zie blz. 29.
Vanaf software 1.6: parameter 29 moet op 0 staan (0 = 50Hz). Zie blz. 29. - Mogelijk is de print defect. Vervang deze.
- Meestal wordt dit veroorzaakt door korte storingen op het elektriciteitsnet.
F36 Ionisatiepen kortgesloten naar aarde
- Controleer de ionisatiepen op vocht en vervuiling.
- Controleer de contacten en de bedrading.
- Vervang bij twijfel altijd de ionisatiepen.
F37 Waterdruk van de cv-installatie is te laag (toestel gaat uit bedrijf)
- Staat parameter P01 wel op 1? Zie blz. 28 en 29.
- De druk in de cv-installatie is te laag. Breng de installatie weer op druk. (1,6 bar bij koud cv-water).
- Controleer bij voldoende druk of de cv-druksensor in orde is.
- Controleer ook of het expansievat in orde is.
F39 Buitenvoeler fout
- Indien buitenvoeler aangesloten: Controleer of de aansluitingen op de sensor in orde zijn. Mogelijk is de sensor defect (NTC 10 kOhm bij 25°C).
F40 Te hoge waterdruk in de cv-installatie
- De cv-waterdruk is hoog (>3,5 bar). Opheffing <3,5 bar.
- Bij hogere software versie: cv-waterdruk te hoog (>2,8 bar). Opheffing <2,2 bar.

Te groot temperatuurverschil tussen de 2 meetelementen van de cv-aanvoer-sensor
- Zit de sensor goed op de leiding geklikt.
- Controleer de weerstand van de 2 meetelementen van de cv-aanvoer-dubbelsensor.
- Controleer de bedrading naar deze sensor.

Cv-druksensor-fout.
Waterdruksensor niet aangesloten of defect.

Instellingsfout
(vanaf software 1.6: zie blz 38 bovenaan)
Staat parameter 28 (instelling t.b.v. ingang 1-2 van de toestelconnector) wel op 0?
Zie blz 28 en 29 voor het parametermenu.

(= zomer)
Geen cv-verwarming
Als u geen cv-verwarming heeft, maar dit wel wil, controleer dan of het zonnetje zichtbaar is


of

Wachttijd voor branderbedrijf: is geen storing! (vanaf software 1.6: zie uitleg hierboven)
Als de aanduiding "d1" of "d2" te zien is, staat het toestel in een wachttijd voor branderbedrijf. Dit kan tot 4 minuten duren, afhankelijk van parameter-instellingen.

Opstart- / ontluchtprogramma: is geen storing!
Als de stekker van het toestel in het stopcontact wordt gestoken of als het toestel weer bijgevuld is nadat de cv-druk te laag was, begint een ca. 2 minuten durend ontluchtprogramma.
Hierbij draait de ventilator en ook worden de pomp en driewegklep afwisselend bekrachtigd.
Slecht werkende thermostaat
Sommige elektronische AAN/UIT-kamer-thermostaten, bijv. de Honeywell Round ON/OFF (T87G1006 / T87G1022 / T8715G1009), Easystat (T8400..) of mogelijk andere typen of merken, moeten worden aangesloten op de universele kamerthermostaataansluiting (7-8) i.p.v. op de extraAAN-/UIT-kamerthermostaataansluiting (5-6) van de aansluitklemmenstrook.
13.2 Overzicht van het toestel en serviceonderdelen
MegaLux 5 131

Omschrijving......Bestelnummer
5 Gesloten ruimte
Afdichtprofiel gesloten ruimte 3291090
Doorvoerrubber gesloten ruimte (2 stuks) ..... 3291091
6 Displayplaat, incl. drukknoppen 3293452
7 Gastoevoer
8 Warm waterleiding (type 5 en 6)
9 Koud waterleiding (type 5 en 6)
Ontluchtings- / aftapkraantje 1/4" (type 6) ..... 3286104
10 Aanvoer-cv
11 Retour-cv
14 Overstortventiel cv-zijdig 3291012
16 Ventilator 3291302
Pakking ventilator-mengkamer (p. 10st.) ..... 3289025
Pakkingset t.b.v. onderhoudsbeurt 3286902
29 Toesteluitgang verbrandingsgassen
32 Pomp met ontluchter (modulerend) 3293405
36 Automatische ontluchter pomphuis (los) ..... 3291106
Omschrijving......Bestelnummer
37 Zeef stromingssensor (type 5) .... 3287072 Zeef koudwaterinlaat (type 6)
39 Waterhoeveelheidsregl. 9 l/min. (type 5) ..... 3291065 Waterhoeveelheidsregl. 15 l/min. (type 6) .... 3293064
44 Gasblok 3291201
68 Elektrakast leeg (MegaLux) 3293450
81 Vonk-elektrode .... 3291410 Kabel vonk-elektrode, incl. bougiedop .... 3291411
82 Ionisatie-elektrode 3286409 Ionisatiekabel 3291408
95 Driewegklep (compleet) (type 5 en 6) .... 3291406 Driewegklep (compleet) (type A) .... 3293406
101 Universele serviceprint DBM05 .... 3293416 Zekering F3.15A (per 10 stuks) .... 3291096
Voor alle typen geldt:
Serviceboek
Voor deze toestellen is er een serviceboek beschikbaar. Het documentnummer is DRS9016.
U kunt dit document als PDF-file downloaden van het zakelijke deel van onze internetsite: www.ferroli.nl of aanvragen bij Ferroli.
In dit boek wordt o.a uitleg gegeven over het verwisselen van onderdelen, waaronder het gasblok, DBM04-print, cv-aanvoerdubbelsensor en het cv-verstortventiel.
Let op bij vervangen van onderdelen:
- Let op: Roken / vuur / vonken verboden!
- Trek de stekker uit het stopcontact en sluit de gaskraan!
Terugsturen van onderdelen naar Ferroli
Het is nodig dat onderdelen, die terug worden gestuurd naar Ferroli, worden voorzien van een volledig ingevuld retourlabel. Plak een sticker (zie onderstaand voorbeeld), waarvan er ca. 10 zijn bijgesloten bij het toestel, op dit label of schrijf het serienummer en type toestel op dit label.

Originele Ferroli onderdelen
Om een goede en veilige werking te kunnen garanderen dienen er altijd originele Ferroli onderdelen te worden toegepast. Raadpleeg voor een compleet overzicht van de onderdelen het serviceboek, documentnummer DRS9016.
Vet bij O-ringverbindingen
Bij het losnemen en weer bevestigen van een O-ring-verbinding adviseren wij gebruik te maken van vet. Dit vergemakkelijkt het terugplaatsen van het onderdeel.
Omschrijving......Bestelnummer
161 Wisselaar cv(breed) .... 3291103 Trekstang branderkap (2 stuks) .... 3291111 Keraboardset wisselaar .... 3291127
179 Terugslagklepje van de bypass 3291107
186 Sensor NTC (opklik) 18mm 3720060
191 Rookgassensor (NTC 10kOhm) 3286338
193 Toestelsifon (binnen toestel) 3291002 Vuilvanger incl. slang 3291005
194 Wisselaar tapwater 30 platen (type 5 en 6) ..... 3291010
195 Ingebouwde boiler (RVS) (type 6) ...... 3293445
196 Condensbak compleet 3287015
198 Slangset (gas / lucht) 3286839
199 Dop luchttoevoer .... 3288135 Pakking luchttoevoer 80 mm .... 3295047
201 Mengkamer 3287332
203 Voedingskabel, inclusief stekker. 3291645 (Altijd een originele voedingskabel gebruiken) Kabelboom compleet
207 Toestelconnectors 3287644
208 Inspectieluik condensbak 3286293 Pakking inspectieluik 3286118
Omschrijving......Bestelnummer
209 Boiler aanvoer (type A)
210 Boiler retour (type A)
221 Bypasskraan / instelkraan 3289447
243 Boilersensor (type 6) 3293130
246 Kogelkraan cv-aanvoer (rood) 3289207
247 Kogelkraan cv-retour (blauw) (met zeef) ..... 3289206
250 Filter (zeef) in het toestel
278 Sensor NTC (opklik) 22mm 4 aansluitingen ... 3291130
O-ringset 3291035
Pakkingset t.b.v. onderhoudsbeurt 3286492
14.1 Werking van de toestellen
Werking voor de cv-installatie (geldt voor alle typen)
Als de kamerthermostaat warmtevraag creëert, zal het toestel ontsteken. Als het toestel in een wachttijd staat (na cv-of tapwater-vraag) zal het pas ontsteken na deze wachttijd. Op het display zijn bij cv-werking boven het cv-symbool drie knipperende warmtestralen ≡∫∫≡ te zien. Bij cv-vraag stroomt het water uit de retour (11) van de cv-installatie door de cv-wisselaar (161), via de driewegklep (95), de cv-aanvoer (10) van de cv-installatie weer in.

Het voorraadvat (nr. 195) zit in werkelijkheid aan de achterkant van het toestel.
Figuur 14.1 Principeschema MegaLux 6 131
Werking voor tapwater- verwarming MegaLux 6 131
Dit combitoestel heeft een ingebouwde boiler met een warm tapwatervoorraad van 20 liter (195). Als er warm water wordt getapt, zal er via de toevoerleiding (9) koud water in de boiler stromen en zal er warm water van boven uit de boiler via de warmwaterleiding (8) uit het toestel komen. Via de boilersensor (243) wordt bepaald of het toestel in bedrijf moet komen of niet.
De boilersensor (243) kan op twee manieren onder de ingestelde waarde afkoelen en het toestel opstarten.
- Door het tappen van warm water.
- Door afkoeling van de boiler.
Als de boilersensor (243) een te lage temperatuur meet, zal het toestel het water in de boiler gaan opwarmen. Dit gebeurt als volgt:
De boilerpomp (130) gaat draaien, waardoor er een tapwaterstroom op gang komt. Vanuit de onderkant van de boiler stroomt water door de warmtewisselaar voor tapwater (194) naar de boilerpomp (130) en dan de boiler (195) weer in.
Tegelijkertijd stroomt er ook cv-water, dat in de cv-wisselaar (161) wordt opgewarmd, via de driewegklep (95), door de platen-wisselaar (194) en de pomp (32) de cv-wisselaar (161) weer in.
In de platenwisselaar (194) wordt het tapwater opgewarmd door het in de cv-wisselaar (161) opgewarmde cv-water.
Op deze manier wordt het tapwater in de boiler (195) opgewarmd.
Legenda voor alle toesteltypen
- Gesloten ruimte
- Bedieningspaneel met display
- Gastoevoer
- Uitlaat warm tapwater (type 5 en 6)
- Toevoer koud tapwater (type 5 en 6)
- Aanvoer-cv
- Retour-cv
- Overstortventiel cv-zijdig (3 bar)
- Ventilator
- Verbrandingskamer
- Gasinspuiter
- Toesteluitgang verbrandingsgassen
- Toestelpomp (modulerend)
- Automatische vlotterontluchter
- Zeef
- Waterhoeveelheidsregelaar (type 5) Inregelkogelkraan (type 6)
- Gasblok
-
Elektrakast
-
Vonk-elektrode
- Ionisatie-elektrode
- Driewegklep
- Print DBM05
- Tapwaterpomp (type 6)
- Stromingssensor voor tapwater (type 5)
- Cv-druksensor
- Manometer (onder het toestel)
- Vuilopvangbeker van het sifon
- Condenserende warmtewisselaar
- Terugslagklepje in de driewegklep
- Temperatuursensor
(cv-retour/tapwaterregeling) - Rookgassensor
- Toestelsifon
- Warmtewisselaar tapwater (type 5 en 6)
- Ingebouwde boiler (RVS) (type 6)
- Condensopvangbak
-
Siliconen-slang (voor luchtdruk signaal)
-
Afdichtdop
- Aftapkraan cv-water (in pomphuis)
200A. Extra vul-/aftapkraan cv-water - Mengkamer
- Toestelconnector
- Boiler aanvoer (type A)
- Boiler retour (type A)
- Bypasskraan
- Aansluitmogelijkheid vul-/aftapkraan
- Boileraftapkraan (type 6)
- Boilersensor (type 6)
- Aansluitmogelijkheid expansievat
- Afsluitkraan cv-aanvoer
- Afsluitkraan cv-retour
- Filter (zeef) in het toestel
250A. Filter (zeef) in de afsluitkraan - Temperatuur-dubbel-sensor (cv-aanvoer/warmhoudstand)

Figuur 14.2 Principeschema MegaLux 5 131
Werking voor tapwaterverwarming MegaLux 5 131
Voor tapwaterverwarming zijn de volgende situaties te onderscheiden:
-
Er wordt water getapt: de stromingssensor (136) signaleert deze tapwaterstroom. In dit geval komt het toestel direct in bedrijf voor tapwaterverwarming. Als het toestel op het moment van tappen voor cv-vraag bezig is, zal, zonder dat de brander uit gaat en zonder dat de pomp stopt, de driewegklep (95) omschakelen. Het cv-water stroomt nu door de warmtewisselaar voor tapwater (194), waardoor het tapwater opgewarmd wordt. Op het display is nu een knipperende waterstroom bij het water symbool te zien. De regeling van het toestel gebruikt de cv-retoursensor (186) voor de temperatuurregeling van het tapwater.
-
Als het toestel in de Economystand voor tapwater staat, schakelt het toestel alleen op tapwaterverwarming over als er daadwerkelijk water wordt getapt (situatie als bij nr. 1 hierboven).
-
Als het toestel in de Comfortstand voor tapwater staat, schakelt het toestel in als er warm water wordt getapt en om het toestel op temperatuur te houden. Omdat het toestel in de comfortstand op temperatuur wordt gehouden, zal er sneller warm water worden geleverd dan wanneer het toestel in de economystand staat.

Figuur 14.3 Principeschema MegaLux A 131
Werking voor boilerverwarming MegaLux A 131
Dit toestel is volledig voorbereid voor het aansluiten van een indirect gestookte warmwaterboiler. Als de boiler waterzijdig wordt aangesloten (nr. 209 en 210) en de boilersensor wordt verbonden met de toestelconnector (207) geldt de situatie zoals hiernaast is weergegeven.
Als de boilersensor heeft waargenomen dat de boiler-temperatuur onder de ingestelde waarde is gedaald, zal het toestel de boiler gaan opwarmen. Deze temperatuurdaling kan het gevolg zijn van het tappen van warm water of het afkoelen van de boiler.
Warmtevraag van de boiler heeft altijd voorrang op de werking voor de cv-installatie. Als het toestel de cv-installatie aan het verwarmen is, zal er bij boilervraag direct worden overgeschakeld op boilerverwarming. Op het display is nu een knipperende waterstroom bij het kraansymbool te zien.
Voor het opwarmen van de boiler wordt de drieweg-klep (95) in de stand voor de boiler gezet. Het warme cv-water zal via de boileraanvoerleiding (209) naar de boiler stromen. Het water verwarmt de indirect gestookte boiler en via de boiler-retourleiding (210) komt het afgekoelde cv-water weer terug.
Opstartcyclus
- De stekker wordt in het stopcontact gestoken.
- Na circa 10 seconden ziet u enige tijd 2 cijfers, bijv. 18, in het display. Dit betekent software 18.
- De ventilator (16) draait. U ziet FH in het display.
- Tegelijkertijd draait de pomp (32) (cyclisch aan/uit) en schakelt de driewegklep (95) een aantal keren om.
Na het opstartprogramma (ca. 2 min.) ziet u de standaard informatie op het display. Het toestel is gereed voor gebruik.
Als er een bepaalde code knippert (A of F) of als er helemaal niets op het display staat, is er iets aan de hand. Zie hoofdstuk 13.1 op bladzijde 35, 36 en 37.
Ontsteking
Ontstekingsprocedure:
- Er is warmtevraag:

: warm waterverwarming;

: centrale verwarming.
- • bij warm watervraag gaat de pomp (32) draaien en gaat (of blijft) de driewegklep (95) naar de tapwaterstand
-
bij cv-vraag gaat pomp (32) draaien en gaat de driewegklep (95) naar de cv-stand.
-
De ventilator (16) wordt aangestuurd.
-
De vonk-elektrode (81) gaat vonken.
-
Het gasblok (44) opent de gastoevoer
-
Het gas wordt na de ventilator (16) in de luchtstroom gespoten, waarna het wordt gemengd en verdeeld.
-
Bij de brander wordt het mengsel door de vonk-elektrode (81) ontstoken, waarna de warmte via de cv-wisselaar (161) aan het langsstromende cv-water wordt overgedragen.
-
Het vlamsignaal wordt met de ionisatie-elektrode (82) gemeten. Als na het ontsteken voldoende vlamsignaal wordt gemeten, verschijnt het vlamsymbool op het display:

De grootte van de vlam is afhankelijk van het brandervermogen.
- Hierna volgt vrijgave van de regeling.
Als het toestel na het openen van de gasklep niet ontsteekt, geeft het toestel een vlamstoring (A01) aan.
Herstart
Als de ontsteking de eerste keer niet lukt, doet het toestel nog 2 keer een ontsteekpoging voordat het in storing valt. Als het toestel na een vlamstoring is gereset, wordt er maar 1 ontsteekpoging uitgevoerd.
Als een Alarmcode storing 5 keer is gereset (in 24 uur), functioneert de resettoets niet meer. In dit geval dient de stekker even uit het stopcontact te worden gehaald! Zoek eerst de oorzaak van deze storing!
Werking van de modulatie (brandervermogen)
Vanuit de print wordt het toerental van de ventilator (16) geregeld. Hoe hoger het toerental van de ventilator, hoe hoger de druk in de siliconen slang (198). Deze druk wordt in het gasblok (44) als signaal gebruikt om meer of minder gas te geven. Door deze directe koppeling blijft de drukverhouding van gas- en lucht 1:1. Bij een aangesloten AAN/UIT-kamerthermostaat bepaalt de toestelregeling zelf op welk vermogen het toestel warmte aflevert. Het toestel voert de temperatuur langzaam op. Bij een aangesloten OpenTherm-kamerthermostaat wordt de cv-aanvoertemperatuur mede bepaald door deze thermostaat.
Einde warmtevraag
- Gasblok (44) stopt de gastoevoer.
- De ventilator (16) draait na.
- Na cv-verwarming draait de cv-pomp na (afhankelijk van de parameter-instelling P9 en P12).
Na tapwaterverwarming draait de pomp ook even na.
Wachttijden (signalering d1 of d2)
Na tapwatervraag schakelt het toestel pas na een wachttijd (o.a. afhankelijk van parameter-instelling P10) over op eventueel cv-bedrijf. Ook als de brander uitschakelt door een te hoge cv-aanvoertemperatuur, is er een wachttijd.
Directe beveiligingen
Ionisatie-elektrode (82)
Gedurende het ontsteken en branden controleert de print of de vlam aanwezig blijft. Het vlam signaal 🔊 op het functie-display geeft aan of dit signaal aanwezig is. Als het signaal er niet is of wegvalt, geeft het toestel een A01-storing aan. Deze storing is met de RESET-toets op te heffen.
Delta-T beveiliging warmtewisselaar (278 en 186) Om de warmtewisselaar (161) te beveiligen tegen een te groot temperatuurverschil bij onvoldoende waterdoorstroming, mag het temperatuurverschil tussen de cv-aanvoer- (278) en cv-retoursensor (186) niet te groot worden. Indien temperatuurverschil te groot wordt, wordt het vermogen teruggemoduleerd (instelling parameter P23).
Te hoge cv-aanvoertemperatuur (278)
Als de cv-aanvoer-dubbel-sensor langere tijd een temperatuur van meer dan 105°C meet, geeft het toestel een A03-storing.
Laagwaterdrukbeveiliging cv (114)
Als de cv-waterdruk onder ± 0,4 bar komt, schakelt het toestel uit en geeft het toestel een F37-storing aan. Als de druk weer voldoende is, wordt deze storing automatisch opgeheven. Als de druk aan de lage kant is, tussen 0,4 en 0,7 bar in, kan de foutcode F20 zichtbaar worden (afhankelijk van de softwareversie). Hiermee wordt de bewoner gewaarschuwd dat er bijgevuld moet worden.
Overstortventiel cv-zijdig (14)
Dit ventiel treedt in werking bij een cv-druk hoger dan 3 bar.
Vorstbeveiliging (34)
Het toestel wordt d.m.v. een vorstbeveiligingsfunctie via de cv-aanvoersensor (34) beveiligd tegen bevriezing. Als de temperatuur bij deze sensor onder de 5°C komt, gaat het toestel op laagstand branden en schakelt weer uit na een temperatuurverhoging tot 15°C.
Voorkomen vastzitten van de pomp (32) en driewegklep (95) Om te voorkomen dat de pomp (32) en de driewegklep (95) vast gaan zitten, worden deze 1 keer per dag enkele seconden aangestuurd, ook als er geen cv- of warm water vraag is geweest.
Temperatuursensor rookgassen (191)
Als de rookgastemperatuur de maximale waarde overschrijdt (95°C), geeft het toestel een F07-storing. Deze storing blijft 15 minuten bestaan. Als na deze tijd de rookgastemperatuur weer normaal is, heft de storing zich op. Als deze situatie zich echter 3 maal binnen 24uur voordoet, geeft het toestel een A04-storing aan. Deze storing is met de RESET-toets op te heffen.
14.3 Extern beschikbare pompopvoerhoogte voor de cv-installatie
In de onderstaande grafiek wordt de beschikbare opvoerhoogte van de pomp weergegeven. Met behulp van deze grafiek kan worden bepaald of de combinatie van MegaLux en cv-installatie goed op vol vermogen kan functioneren.
Extern beschikbare opvoerhoogte van de modulerende-pomp en invloed van de stand van de bypass

line
| Label | X Value (l/h) | Y Value | |-------|---------------|---------| | A | 200 | 0.55 | | B | 200 | 0.45 | | C | 200 | 0.43 | | D | 200 | 0.40 | | A5 | 1000 | 0.32 | | B5 | 1000 | 0.28 | | A6 | 1100 | 0.27 | | Z6 | 1200 | 0.33 |Uitleg:
T = 20ircC
A De extern beschikbare opvoerhoogte, bij modulatienieveau cv-pomp 100% en de bypass dicht.
B De extern beschikbare opvoerhoogte, bij modulatienieveau cv-pomp 100% en de bypass half open.
C De extern beschikbare opvoerhoogte, bij modulatienieveau cv-pomp 50% en de bypass dicht.
D De extern beschikbare opvoerhoogte, bij modulatienieveau cv-pomp 50% en de bypass half open.
1 - 8: Voorbeelden van weerstandslijnen van een cv-installatie: 1 = veel weerstand, 8 = weinig weerstand.
Figuur 14.4
Uitleg extern beschikbare opvoerhoogte
In de grafiek is de weerstand van het toestel al afgetrokken van de pompopvoerhoogte en dit is dus de extern beschikbare opvoerhoogte, ook wel genoemd:
- maximaal toelaatbare weerstand van het cv-systeem.
- restopvoerhoogte.
dT cv-aanvoer en cv-retour
Het temperatuurverschil tussen cv-aanvoer en cv-retour mag niet meer zijn dan 25°C.
Advies: De cv-installatie berekenen op een temperatuurverschil tussen cv-aanvoer en cv-retour van maximaal 20°C!
Controle voldoende waterstroom in de cv-installatie
Volg de volgende stappen om te controleren of de waterstroom door de cv-installatie voldoende is:
- Bij het opgestelde cv-vermogen is een bepaalde waterstroom nodig (horizontale X-as). Bij deze waterstroom heeft de cv-installatie een bepaalde weerstand (verticale as). Als de waterstroom afneemt, zal de weerstand volgens een bepaalde weerstandslijn afnemen.
- De cv-pomp geeft een bepaalde restopvoerhoogte (verticale as) die afhankelijk is van de waterstroom (horizontale X-as). Bij 100% en een gesloten bypass geeft de cv-pomp een opvoerhoogte volgens lijn A.
- De kruising tussen de weerstandslijn van de cv-installatie (bijv. 5) en de restopvoerhoogte van de cv-pomp (bijv. A) is het werkpunt van de cv-installatie, werkpunt A5 in dit voorbeeld.
4 Controleer of het werkpunt overeenkomt met de gewenste cv-watercirculatie.

Zet bij toepassing van een open verdeler of een (half) geopende bypass de pompregeldelta-T op 8 in plaats van 18 (parameter 22 van het parameter-menu op blz. 29).
Hierdoor moduleert de cv-pomp minder snel terug.
Invloed van de ingebouwde bypass (uitleg A5 en B5)
Als de ingebouwde bypass half open wordt gezet, daalt de beschikbare opvoerhoogte door een kleine "kortsluiting" tussen de cv-aanvoer en cv-retour. Als het werkpunt bijv. op punt A5 ligt, zal door het half open zetten van de bypass het werkpunt naar B5 verplaatst worden. Houdt hier rekening mee.
Advies
In verband met beperking van het stromingsgeluid in (vooral thermostatische) radiatorkranen, wordt geadviseerd een cv-installatie te dimensioneren op max. 2 mwk (0,2 bar) druk-verschil.
Noodzaak open verdeler (uitleg Z6 / A6)
Als het opgestelde cv-vermogen bijvoorbeeld 28 kW is, is er een waterstroom van 1200l/h nodig (bij een ΔT van 20°C). Als de weerstand van de cv-installatie volgens de berekening dan 3,3 mwk is, ligt het gewenste berekende werkpunt op punt Z6 (zie in de grafiek op weerstandslijn 6).
Omdat de weerstand te hoog is, zal het werkelijke werkpunt langs weerstandslijn 6 verschuiven en op punt A6 komen te liggen, waardoor het maximum vermogen niet wordt gehaald. Zie de horizontale as XX: slechts 25,5 kW in plaats van 28 kW.
Om dit probleem op te lossen moet een open verdeler gemonteerd worden.
14.4 Werking van de modulerende pomp
Dit toestel is uitgerust met een modulerende pomp. Bij cv-verwarming zal de pomp terug kunnen moduleren naar een lagere waterstroom. In dit geval wordt het stromingsgeluid in de cv-installatie minder en zal er minder elektrische energie worden gebruikt.
Hieronder wordt de werking van de modulerende cv-pomp op 3 cv-installaties, met verschillende weerstanden, uitgelegd.
| 1 Een cv-installatie met een lage weerstand | 2 Een cv-installatie met de max. toegestane weerstand | 3 Een cv-installatie met een te hoge weerstand |
| De grafieken 1a, 2a en 3a geven de cv-aanvoer- en retourtemperaturen aan bij een vast pomptoerental. ΔT = temperatuurverschil tussen de aanvoer- en retourtemperatuur. | ||
![]() | ![]() | ![]() |
| De modulerende cv-pomp probeert het temperatuurverschil ( ΔT ) tussen cv-aanvoer en cv-retour op 15°C te houden. | ||
![]() | ![]() | ![]() |
| Het modulatieniveau van de cv-pomp, waarvan de invloed te zien is in de grafieken 1b, 2b en 3b. | ||
![]() | ![]() | ![]() |
Uitleg over de regeling van de modulerende cv-pomp
Op de cv-wisselaar zitten 2 sensoren, die de cv-aanvoer- en de cv-retourtemperatuur meten. De regeling van de modulerende cv-pomp gebruikt deze twee temperaturen om m.b.v. zijn modulatieniveau de benodigde waterstroom door de cv-installatie af te stemmen op het geleverde vermogen van de brander.
Het temperatuurverschil (△T) wordt op ca. 15°C gehouden.
Het modulatieniveau van de cv-pomp wordt als volgt geregeld (in stapjes van 5%):
- De gemeten T is bijvoorbeeld 4 °C ...... figuur 1a
- Om een ΔT van 15ircC te bereiken .... figuur 1b moet de cv-pomp op 4/15 = 30% van zijn capaciteit gaan draaien. figuur 1c
Bij een ΔT > 15ircC : de pomp gaat harder draaien.
Bij een T < 15ircC : de pomp gaat zachter draaien.
Standaard staat de pompregel Δ ingesteld op 15 °C. Deze waarde kan met parameter 22 van het installateursmenu aangepast worden: max. 20, i.v.m. het maximaal toegestane temperatuurverschil t.b.v. de branderregeling (25°C).
Bijzondere situaties:
a. Tijdens de opstartfase staat het modulatieniveau van de cv-pomp op 60%. Hiermee wordt bij de opstart van het toestel altijd een minimale waterstroom gewaarborgd.
b. Bij problemen met stromingsgeluid in de cv-installatie kan het toerental met paramater 13 uit het installateursmenu begrensd worden.
c. De T wordt groter dan 15ircC als de brandermodulatie oploopt terwijl de cv-pomp al op zijn maximum modulatieniveau werkt (zie figuur 2b en 3b).
d. Als de weerstand van de installatie zo hoog is dat de TΔ boven de 25°C uitkomt, grijpt de branderregeling in en beperkt het vermogen van de brander. Zo kan bijvoorbeeld zowel in figuur 3a als in figuur 3b het brander vermogen niet boven de 80% uitkomen. In dit geval is door de te hoge weerstand van de cv-installatie een open verdeler en extra installatiepomp noodzakelijk.
De cv-pomp wordt met een PWM-signaal (Puls Width Modulation) modulerend aangestuurd door de print.
14.5 Tapwaterzijdig drukverlies
Het tapwaterzijdig drukverlies MegaLux 5 131
In de hiernaast getoonde grafiek wordt het tapwaterzijdig drukverlies van uitsluitend het toestel weergegeven.
De werkelijk doorstromende waterhoeveelheid wordt bepaald door de beschikbare koudwater inlaatdruk op het toestel bij een volledig geopende kraan en het drukverlies van het betreffende warmwater gedeelte.
Het tapwaterzijdig drukverlies MegaLux 6 131:
15 l/min: tolerantie ± 10%.
Wat te doen bij een te lage voordruk
Als de voordruk bij het toestel te laag is, bijvoorbeeld bij etagebouw, kan de volumestroom te laag worden.
Om de volumestroom weer te vergroten kan de hoeveelheidsbegrenzer uit het toestel worden verwijderd (zie blz. 22),
waardoor de volumestroom weer te groot kan worden om het water voldoende op te warmen. Plaats een instelbaar kraantje om de volumestroom nu goed in te kunnen stellen.

line
| l/min | Bar (Curve ①) | Bar (Curve ②) | |-------|---------------|---------------| | 0 | 0 | 0 | | 2 | ~0.1 | ~0.05 | | 4 | ~0.3 | ~0.1 | | 6 | ~0.6 | ~0.2 | | 8 | ~1.0 | ~0.3 | | 10 | ~1.8 | ~0.4 | | 12 | ~2.0 | ~0.5 |- Het drukverlies met hoeveelheidsbegrenzer.
- Het drukverlies zonder hoeveelheidsbegrenzer.
— = nominaal
— — — = tolerantie
14.6 Elektrisch aansluitschema en aansluitingen op de toestelconnector
Principe tekeningen met overzicht van de elektrische componenten, behorend bij het elektrisch schema

Figuur 14.7 MegaLux A 131

Figuur 14.8 MegaLux 6 131
| °C kOhm | °C kOhm | °C kOhm | °C kOhm | |||||
| -5 | 42.3 | 25 | 10.0 | 55 | 3.0 | 90 | 0.9 | |
| 0 | 32.2 | 30 | 8.1 | 60 | 2.5 | 95 | 0.8 | |
| 5 | 26.3 | 35 | 6.5 | 65 | 2.1 | 100 | 0.7 | |
| 10 | 19.9 | 40 | 5.3 | 70 | 1.8 | |||
| 15 | 15.9 | 45 | 4.4 | 75 | 1.5 | |||
| 20 | 12.5 | 50 | 3.6 | 80 | 1.3 | |||
Elektrische weerstand van de sensoren
Gegevens van de NTC-temperatuur-sensoren (tolerantie ±2°C).


Figuur 14.10 MegaLux 5131
| 1 - 2 | type 5: DOORVERBINDING:OPEN AANSLUITING:Stromingssensor geactiveerd Stromingssensor uitgeschakeld:geen warm water mogelijk |
| 1 - 2 | type 6: DOORVERBINDING:OPEN AANSLUITING:Comfort altijd aan, onafh. Eco-/comfortinstelling mogelijkvan display- of OT-instelling d.m.v. display of OT-thermostaat |
| 1 - 2 | type A: ZONDER BOILER: MET BOILER:1.8 kOhm + 10 kOhm parallel 10 kOhm NTC-sensorEco-/comfortinstelling mogelijkd.m.v. display of OT-thermostaat |
| 3 - 4 | Optie: aansluiting buitenvoeler (NTC 10 kOhm bij 25 °C) |
| 5 - 6 | Aansluiting voor een extra AAN/UIT-kamerthermostaat.Zie blz. 26 voor uitleg over deze aansluitmogelijkheid. |
| 7 - 8 | Universele kamerthermostaat aansluiting. Sluit één OpenTherm- oféén AAN/UIT-kamerthermostaat aan. Zie ook blz. 26. Een thermostaat met warmte versnelling (anticipatiestroom) werkt niet correct. |
| 16 ventilator | |
| 32 cv-pomp (modulerend) | |
| 32A modulatiesignaal cv-pomp | |
| 44 gasblok | |
| 68 elektrakast met print | |
| 72 AAN/UIT-kamerthermostaat(zonder anticipatiestroom!) | |
| 72a aansluiting (extra) | |
| AAN/UIT-kamerthermostaat | |
| 81 vonk-elektrode | |
| 82 ionisatie-elektrode | |
| 95 driewegklep | |
| 101 DBM05-print | |
| 104 zekering F3,15A | |
| 130 tapwaterpomp (enkel type 6) | |
| 136 stromingssensor (type 5) | |
Conformiteitsverklaring:
Fabrikant: Ferroli S.p.A
De Ferroli cv-toestellen met de typeaanduiding: MegaLux 5
131 / MegaLux 6 131 / MegaLux A 131
Voldoen aan de EEG richtlijnen:
- Gastoestellenrichtlijn (90/396/EEG).
- Rendementsrichtlijn (92/42/EEG).
- Laagspanningsrichtlijn voor elektrisch materiaal (73/23/EEG).
- Richtlijn inzake elektromagnetische compatiliteit (89/336/EEG).
De volgende geharmoniseerde normen zijn gebruikt:
- Europese norm voor centrale verwarmingstoestellen (EN-483)

Naast de standaard CE-veiligheidseisen geven de gaskeurlabels aan dat dit toestel voldoet aan extra kwaliteitseisen. Deze hoge Nederlandse kwaliteitseisen betreffen onder andere de doelmatigheid, duurzaamheid en het installatiegemak van het toestel.

MegaLux 5 131
MegaLux 6 131
MegaLux A 131
Strenge basis kwaliteitseisen.
HR 107: Hoog Rendement
Het rendement van de MegaLux voor cv-bedrijf is meer dan 107% (onderwaarde) (zie technische gegevens).
HRww: Hoog Rendement Warm Water
De MegaLux heeft het label hoogrendement voor warm tapwater (zie technische gegevens). Zie www.ferroli.nl voor certificaten t.b.v. de EPC-berekening.
SV: Schonere Verbranding
Door de keramische brander heeft het toestel zeer weinig uitstoot van milieuvervuilende stoffen.
NZ: Naverwarming Zonneboiler
Het toestel is geschikt om als naverwarmer voor een zonneboiler aangesloten te worden.
Het comfort van de tapwatervoorziening. De verschillende klassen lopen op van 1 t/m 6, waarbij 6 de hoogste graad van comfort heeft.
| MegaLux-type: | 5 131 | 6 131 | A* 131 |
| CW-tapdebiet | 9 | 9 | 11 |
| Specifieke leidinglengte 10/12mm | 30m | 28,1m | 28,6m |
| Effectieve toestelwachttijd | <1s | <1s | <1s |
* In combinatie met een AquaForte AF 120L boiler.
Betekenis Gaskeur CW-klassen
Comfortklasse CW5 betekent :
- Warm waterdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60 °C.
- Douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 7,5 l/min van 60 °C (dit komt overeen met 6 tot 12,5 l/min bij 40°C)
- Het vullen van een bad met 150 liter water van 40 °C gemiddeld, binnen 10 minuten.
Comfortklasse CW6 betekent:
- Warm waterdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60 °C.
- Warm waterdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60 °C, gelijktijdig* met een douchefunctie van 3,6 tot tenminste 7,5 l/min van 60°C (dit komt overeen met 6 tot 12,5 l/min bij 40°C)
- Het vullen van een bad met 150 liter water van 40 °C gemiddeld, binnen 10 minuten, gelijktijdig met een warm waterdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60°C.
- Het vullen van een bad met 200 liter water van 40 °C gemiddeld, binnen 10 minuten zonder gelijktijdigheid met een andere functie.
* Gelijktijdigheid betekent dat bij douche gebruik of bad-vulling in de keuken een hoeveelheid van 5 liter warm water van 60°C kan worden getapt (tapdebiet keuken: 7,5 l/min. van 60°C.
Let op!
Bij gelijktijdig gebruik van een keuken- en een douche- of badkraan, moet de bad- of douchekraan voorzien zijn van een goede automatische thermostatische regeling. De gelijktijdigheid is alleen gegarandeerd als de tapstroom naar de keuken is begrenst op max. 7.5 l/min.
De toestellen presteren volgens CW bij de geadviseerde instellingen van de parameters en het tapwatersetpoint, als mede een ingeschakelde comfort-instelling voor warm water.
De effectieve toestelwachttijd is de tijdsduur die vanaf het begin van tappen benodigd is om ten behoeve van installatieberekeningen een temperatuurverhoging van 40K te verkrijgen aan de tapwateruitlaat van het toestel, gebaseerd op het CW-tapdebiet, gemeten bij een koudwatertemperatuur van 10°C.
De specifieke leidinglengte is de max. toepasbare leidinglengte waarbij na 30s. vanaf het begin van tappen de vereiste blijvende temperatuurverhoging (volgens Gaskeur CW) is bereikt.
Gemeten met koperen leiding, in open lucht gemonteerd, zonder isolatie. Bij in muren of beton weggewerkte leidingen kan de spec. leidinglengte korter worden door extra afkoeling.
Reken bij toepassing van een zonneboiler ook de leidinglengte mee tussen de zonneboiler en het toestel. Ook deze leiding dient meegenomen te worden bij bepaling van de wachttijd en leidinglengte, omdat het toestel niet inschakelt bij een zonne-boiler die op temperatuur is. Bij overschrijding van de maximaal toegestane weerstand van de rookgasafvoer- en luchttoevoer-pijpen vervallen de CW-labels.
GARANTIE EN REGISTRATIE
GARANTIEVOORWAARDEN
Dit produkt wordt door Ferroli NL aan de installateur gegarandeerd onder de onderstaande voorwaarden. De installateur garandeert dit produkt onder dezelfde volgende voorwaarden aan de gebruiker:
1 De garantietermijn is geldig vanaf de installatiedatum en na ontvangst bij Ferroli NL (binnen 30 dagen na de installatie-datum) van de volledig ingevulde en ondertekende garantiekaart (ondertekening door de installateur en de eigenaar) of d.m.v. een volledig ingevuld garantiebewijs op internet: zie www.ferroli.nl bij "garantiebewijs".
2 De garantietermijn voor cv-ketels en apparatuur bedraagt 2 jaar.
3 Het toestel dient te zijn geïnstalleerd door een erkend installateur volgens de geldende algemene en plaatselijke voorschriften en met inachtneming van de door Ferroli verstrekte installatie- en inbedrijfsstellings voorschriften.
4 Het toestel moet geïnstalleerd blijven op de oorspronkelijke plaats.
5 De garantie vervalt indien:
- gebreken aan het toestel niet zo spoedig mogelijk nadat ze ontdekt werden of ontdekt hadden kunnen worden, schriftelijk aan de installateur worden gemeld;
- gebreken zijn veroorzaakt door fouten, onoordeelkundig gebruik of verzuim van de consument die de opdracht heeft gegeven of rechtsopvolger, danwel door van buiten komende oorzaken;
- gedurende de garantietermijn zonder schriftelijke toestemming van de installateur van het toestel aan een derde opdracht is verstrekt van welke aard dan ook om aan het toestel voorzieningen te treffen, danwel wanneer door de consument zelf zodanig voorzieningen zijn getroffen.
- gedurende de garantieperiode niet periodiek deskundig onderhoud wordt verricht aan apparatuur die onderhoud behoeft;
- er geen aantoonbaar onderhoud is uitgevoerd door een deskundig installatie- of onderhoudsbedrijf, volgens de in deze handleiding vermelde onderhoudsvoorschriften (min. 1 keer per 2 jaar). Indien er op internet (www.ferroli.nl, klik op zakelijk) een actuelere versie van dit onderhoudsvoorschrift staat vermeldt, dient deze meest actuele versie opgevolgd te worden.
6 De consument dient een beroep op de in dit artikel omschreven garantieverplichtingen in de eerste aanleg schriftelijk te doen bij de installateur en wel binnen vijf werkdagen nadat de fout of het gebrek is geconstateerd of redelijkerwijs geconstateerd had kunnen worden.
7 Voorts gelden de bepalingen, opgenomen in artikel 14 van onze Algemene verkoop- en Betalingsvoorwaarden, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Breda, onder nummer 219 d.d. 9-10-1992.
Voor de vervolgschade aan het Ferroli toestel, anders dan ter zake van een gebrek dat onder de boven omschreven garantie valt wordt door Ferroli niet ingestaan. Ferroli is jegens de gebruiker voorts niet aansprakelijk voor door de gebruiker geleden zuivere vermogensschade en/of bedrijfsschade van welke aard dan ook.
Garantiebewijs
Deze kopie kunt u in de handleiding laten zitten
Naam:
Adres:
Datum van ingebruikstelling:
Toestelgegevens
• MegaLux 5
131 (juiste type aanvinken)
• MegaLux 6 131
• MegaLux A 131
- Serienummer:

Dit nummer altijd vermelden. Belangrijk i.v.m. garantie!

Dit is het serienummer
Deze sticker bevindt zich tegen de onderkant van het toestel
Garantiekaart
U kunt de gegevens t.b.v. de garantie via internet registreren, zie www.ferroli.nl
U kunt ook deze garantiekaart, a.u.b. binnen 30 dagen, op sturen naar:
Ferroli Nederland, Antwoordnummer 238, 4800 VB Breda
Installatie adres:
Naam:
Straatnaam + huisnr:
Postcode + woonplaats:
Handtekening eigenaar:
Toestelgegevens:
Datum van inbedrijfstelling:
Installateur: plak hier de sticker met toesteltype en serienummer (zie binnenzijde van de mantel).
Eigenaar: in plaats van de sticker plakken, schrijf hieronder de toestelgegevens op.
Toesteltype:
Serienummer:
. . . . L . . . . .
Geleverd door (gegevens installateur):
Naam:
Straatnaam + huisnr:
Postcode + woonplaats:
Handtekening installateur:
Stempel en handtekening installateur:
Notities
Onderhouds- / servicerapport Ferroli MegaLux 5 131 / 6 131 / A 131
| Toesteltype: | Datum inbedrijfstelling: |
| Serienummer: | Adres: |
| Plak hier de sticker met toesteltype en serienummer (zie binnenzijde van de mantel) of vul deze gegevens hierboven in. | |
| Installateur: | |
| Installateurscode adres: |
| Zie hoofstuk 12 voor uitleg van onderstaande punten | 0 = Inbedrijfstelling datum: Bedrijfsjaar (K = Klein onderhoud / G = Groot onderhoud) | ||||||||||||||||||
| 0 | 1 | 2K | 3 | 4G | 5 | 6K | 7 | 8G | 9 | 10K | 11 | 12G | |||||||
| 12.2.1 Cv-wisselaar | C/R | R | C/R | R | C/R | R | |||||||||||||
| 12.2.2 Vonk-elektrode vervangen | V | V | V | ||||||||||||||||
| 12.2.3 Ionisatiepen | V | V | V | ||||||||||||||||
| 12.2.4 Condensopvangbak | R | R | R | R | R | R | |||||||||||||
| 12.2.5 Slang condensbak | R | R | R | R | R | R | |||||||||||||
| 12.2.6 Vuilopvangbeker van de sifon | R | R | R | R | R | R | |||||||||||||
| 12.2.7 Gasvoordruk (bij vollast) | mbar | M | M | M | M | M | M | ||||||||||||
| 12.2.8 Vonk-elektrode werking | C | C | C | C | C | C | |||||||||||||
| 12.2.9 Rookgaslekkage brander | C | C | C | C | C | C | |||||||||||||
| 12.2.10 Gasdrukinstelling | Pa | M/I | M/I | M/I | M/I | M/I | M/I | ||||||||||||
| 12.2.11 Gasverbruik (vollast) | l/min. | M | M | M | |||||||||||||||
| 12.2.12 CO 2 -percentage vollast | % | M | M | M | |||||||||||||||
| 12.2.13 CO-waarde vollast | ppm | M | M | M | |||||||||||||||
| 12.2.14 CO 2 -percentage laaglast | % | M | M | M | |||||||||||||||
| 12.2.15 CO-waarde laaglast | ppm | M | M | M | |||||||||||||||
| 12.2.16 Werking tapwaterbedrijf | l/min. | C | C | C | C | C | C | C | |||||||||||
| 12.2.17 Hoeveelheidsreg. tapwater | C/V | C/V | C/V | ||||||||||||||||
| 12.2.18 Warm watertemperatuur | °C | C | M | M | M | ||||||||||||||
| 12.2.19 Koppelingen (lekkage) | C | C | C | C | C | C | C | ||||||||||||
| 12.2.20 Zuurgraad van het cv-water | pH | M | M | M | |||||||||||||||
| 12.2.21 Werking voor cv-bedrijf. | C | C | C | C | C | C | C | ||||||||||||
| 12.2.22 Druk in de cv-installatie | bar | C | C | C | C | C | C | C | |||||||||||
| 12.2.23 Rookgasafvoer / luchttoevoer | C | C | C | C | C | C | C | ||||||||||||
| 12.2.24 Meetnippel/meetslang gasblok | C | C | C | C | C | C | |||||||||||||
| * R= reinigen (cv-wisselaar minimaal 1 keer per 48 maanden) C= controlleren V= vervangen I= instellen M= meten (Vul de meetwaarden in).Uitgevoerde werkzaamheden afvinken in bovenstaande tabel | |||||||||||||||||||
| Opmerkingen storingenvervangen onderdelen→ | |||||||||||||||||||
| Service uitgevoerd door: | |||||||||||||||||||
| Datum onderhoud / service: | |||||||||||||||||||
en u komt in het installateursmenu.
Met de onderste toetsendoorloopt u de lijst metparameternummers.Zie bladzijde 29 voorde parameterlijst.
Als u kort op een van debovenste toetsen drukt,past u de waarde van deparameter aan.Deze wijziging wordtdirect vastgelegd.
Als u 1x kort opresetdrukt, ziet u het beginvan het parametermenuweer.
Totaal aantal dagen/urenmet 230V-spanning ophetestel
Met de onderste toetsendoorloopt u de lijst metstoringspositions.H01 is de laatst opgetreden storing.H02 de voorlaatste, enz.Bij het aantal dagen/urenkunt u aflezen hoe langhet geleden is dat destoring is opgetreden.De bovenste waardegeeft de storingscodeaan (bijv. 01 = A01).
Als u 1x kort opresetdrukt, ziet u het beginvan het storingsmenuweer.
Met de onderste toetsendoorloopt u de lijst metinformatienummers.Zie bladzijde 29 voorde getoonde informatie.De bovenste waardegeeft de waarde aan.(bijv. bij t01 is 38 decv-aanvoertemperatuur).Als u 1x kort opresetdrukt, ziet u het beginvan het informatiemenuweer.







