RBW 300PV-S - Waterpomp REMKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RBW 300PV-S REMKO in PDF-formaat.
| Producttype | Gebruikswaterwarmtepomp |
| Merk | Remko |
| Model | RBW 300PV-S |
| Afmetingen (diameter x hoogte) | 650 mm x 1870 mm |
| Gewicht | 141 kg |
| Waterreservoir (bruto) | 300 liter |
| Waterreservoir (netto) | 280 liter |
| Voeding | 230 V / 1-fase / 50 Hz |
| Max. elektrisch opgenomen vermogen | 2,06 kW |
| Verwarmingsvermogen bij A7/W50 | 1,8 kW |
| COP bij A7/W50 (EN 255-3) | 3,7 |
| COP bij A7/W50 (EN 16147) | 2,61 |
| Geluidsvermogensniveau | 53 dB(A) |
| Geluidsdruk op 1 m | 45 dB(A) |
| Max. werkdruk | 7 bar |
| Koudemiddel | R134A, 0,95 kg |
| Elektrische hulpverwarming | 1,5 kW |
| Hydraulische aansluitingen | G 3/4" (binnendraad) |
| Luchtkanaalaansluiting | Ø 150 mm |
| Beschermingsgraad | IP X1 |
| Toepassingsgrens | -7 °C tot +40 °C |
| Max. watertemperatuur | 60 °C |
| Geïntegreerde warmtewisselaar (zonne-energie) | 1,5 m² |
| Onderhoudsinterval | Jaarlijks door vakman |
| Garantievoorwaarden | Volledig ingevulde garantiekaart vereist |
Veelgestelde vragen - RBW 300PV-S REMKO
Gebruikersvragen over RBW 300PV-S REMKO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RBW 300PV-S - REMKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RBW 300PV-S van het merk REMKO.
GEBRUIKSAANWIJZING RBW 300PV-S REMKO
Montage- en gebruikershandleiding
REMKO RBW - Gebruikswaterwarmtepomp
RBW 300 PV / RBW 300 PV-S
Handleiding voor de vakman

Vóór het in bedrijf nemen / gebruik van dit apparaat deze installatiehandleiding zorgvuldig lezen!!
Deze handleiding maakt deel uit van het apparaat en dient steeds in directe nabijheid van de opstellocatie resp. bij het apparaat bewaard te worden.
Wijzigingen voorbehouden; we aanvaarden geen aansprakelijkheid voor drukfouten en vergissingen!
Montage- en gebruikershandleiding (vertaling van het origineel)
Inhoudsopgave
1 Veiligheids- en gebruiksinstructies.... 4
1.1 Algemene veiligheidsvoorschriften.... 4
1.2 Markering van instructies.... 4
1.3 Kwalificaties van het personeel.... 4
1.4 Gevaren bij het niet-opvolgen van de veiligheidsvoorschriften.... 4
1.5 Veiligheidsbewust werken.... 5
1.6 Veiligheidsvoorschriften voor de exploitant.... 5
1.7 Veiligheidsvoorschriften voor montage-, onderhouds- en inspectiewerkzaamheden.... 5
1.8 Zelfstandige ombouw en veranderingen.... 5
1.9 Toepasselijk gebruik.... 6
1.10 Garantie....6
1.11 Transport en verpakking 6
1.12 Milieubescherming en recycling.... 6
2.1 productgegevens 7
2.2 Apparaatafmetingen en aanduidingen van de leidingaansluitingen.... 8
3 Opbouw en functie.... 10
3.1 Gebruikswaterwarmtepomp algemeen.... 10
3.2 Productbeschrijving.... 10
3.3 Corrosiebescherming.... 11
4 Montage....11
4.1 Systeemopbouw.... 11
4.2 Algemene montage-instructies.... 12
4.3 Opstelling.... 12
5 Installatie.... 15
6 Hydraulische aansluiting.... 17
7 Elektrische aansluiting.... 20
7.1 Algemene instructies.... 20
7.2 Aansluitingen vermogensprintplaat.... 20
7.3 Elektrische schema's.... 21
8 Inbedrijfstelling.... 22
9 Besturingslogica.... 22
10 Bediening.... 24
11 Reiniging en onderhoud.... 42
12 Tijdelijk uit gebruik nemen.... 42
13 Verhelpen van storingen en klantenservice.... 43
13.1 Verhelpen van storingen en klantenservice.... 43
13.2 Weerstanden van de temperatuursensoren.... 44
14 Illustratie van het apparaat en reserveonderdelen 47
15 Index....49
1 Veiligheids- en gebruiksinstructies
1.1 Algemene veiligheidsvoorschriften
Lees de handleiding voor het eerste gebruik van het apparaat zorgvuldig door. Deze bevat nuttige tips, instructies en waarschuwingen voor de veiligheid van personen en goederen. Het niet opvolgen van de gebruikshandleiding kan gevaar voor personen, het milieu, de installatie en tot het verlies van mogelijke aansprakelijkheid leiden.
Bewaar deze gebruikshandleiding en het koelmiddelgegevensblad in de buurt van het apparaat.
1.2 Markering van instructies
Deze paragraaf geeft een samenvatting van alle belangrijke veiligheidsaspecten voor een optimale persoonlijke bescherming en voor een veilig en storingvrij bedrijf.
De in deze handleiding gegeven instructies en veiligheidsvoorschriften dienen opgevolgd te worden, zodat ongelukken, persoonlijk letsel en beschadigingen worden vermeden. Direct aan de apparaten aangebrachte instructies dienen absoluut te worden opgevolgd en in goed leesbare toestand te worden gehouden.
Veiligheidsvoorschriften zijn in deze handleiding gemarkeerd door bepaalde symbolen. Verder beginnen de veiligheidsvoorschriften met bepaalde signaalwoorden die de aard van de risico's aan- geven.

GEVAAR!
Bij het aanraken van spanningvoerende delen bestaat direct levensgevaar door een stroomstoot. Beschadiging van de isolatie of van componenten kan levensgevaarlijk zijn.

GEVAAR!
Deze combinatie van symbool en signaalwoord wijst op een direct gevaarlijke situatie die de dood of zwaar letsel tot gevolg heeft, als deze situatie niet wordt gemeden.

WAARSCHUWING!
Deze combinatie van symbool en signaalwoord wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die de dood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben, als deze situatie niet wordt gemeden.

VOORZICHTIG!
Deze combinatie van symbool en signaalwoord wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die gering of licht letsel tot gevolg kan hebben en die materiële schade of aantasting van het milieu kan veroorzaken, als deze situatie niet wordt gemeden.

AANWIJZING!
Deze combinatie van symbool en signaalwoord wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die materiële schade of aantasting van het milieu kan veroorzaken, als deze situatie niet wordt gemeden.

Met dit symbool wordt gewezen op nuttige tips, adviezen en informatie over hoe een efficiënt en storingsvrij bedrijf gewaarborgd kan worden.
1.3 Kwalificaties van het personeel
Het personeel voor de inbedrijfstelling, bediening, het onderhoud, de inspectie en de montage dient over de betreffende kwalificaties voor deze werkzaamheden te beschikken.
1.4 Gevaren bij het niet-opvolgen van de veiligheidsvoorschriften
Het niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften kan zowel gevaar voor personen opleveren als voor het milieu en voor apparatuur. Het niet-opvolgen van de veiligheidsvoorschriften kan leiden tot het verlies van iedere aanspraak op schadevergoeding.
In detail kan het niet-opvolgen van de voorschriften bijvoorbeeld de volgende risico's opleveren:
- Het uitvallen van belangrijke functies van de apparatuur.
- Het feit dat voorgeschreven methods betreffende normaal en technisch onderhoud niet werken.
Het in gevaar brengen van personen door elektrische en mechanische effecten.
1.5 Veiligheidsbewust werken
De in deze handleiding vermelde veiligheidsin-structies, de bestaande nationale voorschriften ter voorkoming van ongevallen evenals eventuele interne arbeids-, bedrijfs- en veiligheidsvoorschriften van het bedrijf moeten in acht worden genomen.
1.6 Veiligheidsvoorschriften voor de exploitant
De veiligheid van de apparaten en componenten is alleen gegarandeerd bij het bedoeld gebruik en in volledig gemonteerde toestand.
- Het plaatsen, installeren en onderhouden van de apparaten en componenten mag alleen gebeuren door vakpersoneel.
Eventueel aanwezige aanraakbescherming (rooster) voor bewegende delen mag niet worden verwijderd bij een apparaat dat in bedrijf is.
De bediening van apparaten of componenten met zichtbare defecten of beschadigingen is verboden.
Het aanraken van bepaalde onderdelen of componenten van de apparaten kan brandwonden of letsel veroorzaken.
De apparaten of componenten mogen niet worden blootgesteld aan mechanische belasting, extreme vochtigheid of extreme temperaturen.
Ruimten waarin koudemiddel kan lekken voldoende te laden en te ventileren. Anders bestaat er gevaar voor verstikking.
Alle delen van de behuizing en openingen, bijv. luchtin- en uitgangen, moeten vrij zijn van vreemde voorwerpen, vloeistoffen of gassen.
De apparatuur dient tenminste eenmaal jaar- lijks door een deskundige gecontroleerd te worden. Visuele controles en reinigingswerk- zaamheden mogen in spanningsloze toestand door de gebruiker uitgevoerd worden.
1.7 Veiligheidsvoorschriften voor montage-, onderhouds- en inspectiewerkzaamheden
Bij het installeren, het repareren, het onderhouden of het reinigen van de apparaten moeten geschikte maatregelen worden genomen om de van de apparaten uitgaande gevaren voor personen te voorkomen.
- Het opstellen, aansluiten en gebruik van de apparaten en componenten moet volgens de gebruiks- en bedrijfsomstandigheden uit de gebruikshandleiding en de geldende lokale voorschriften gebeuren.
■ Men dient zich aan de regionale verordeningen en wetten te houden, zoals de wet op de waterhuishouding.
De elektrische voeding moet worden aangepast aan de eisen van de apparaten.
De apparaten mogen uitsluitend op die punten worden bevestigd die de fabrikant hiervoor heeft voorzien. De apparaten mogen uitsluitend aan constructies of wanden of op vloeren worden bevestigd of geplaatst die deze belasting kunnen dragen.
- Apparaten voor mobiel gebruik moeten veilig en verticaal op een geschikte ondergrond opgesteld worden. Apparaten voor stationair bedrijf mogen alleen in vast geïnstalleerde toestand gebruikt worden.
De apparaten en componenten mogen niet worden gebruikt op plaatsen met verhoogd risico op beschadigingen. De minimale vrije ruimte moet worden aangehouden.
De apparaten en componenten moeten voldoende veiligheidsafstand hebben ten opzichte van ontvlambare, explosieve, brandbare, agressieve en vervuilde zones en atmosferen.
■ Veiligheidsinrichtingen moeten niet worden gewijzigd of omzeild.
1.8 Zelfstandige ombouw en veranderingen
Het ombouwen of wijzigen van de apparaten of componenten is niet toegestaan en kan storingen veroorzaken. De veiligheidsvoorzieningen mogen niet worden veranderd of overbrugd. De originele reserveonderdelen en door de fabrikant geautoriseerde accessoires zijn afgestemd op de vereiste veiligheid. Het toepassen van andere onderdelen kan leiden tot het vervallen van de aansprakelijkheid voor gevolgen daarvan.
REMKO RBW
1.9 Toepasselijk gebruik
De units zijn afhankelijk van model en uitrusting uitsluitend bedoeld als een warmtepomp voor koeling of verwarming van het werkmedium water in een gesloten kring medium.
Ander of verdergaand gebruik geldt als niet toepasselijk gebruik. Voor de hieruit voortvloeiende schade is de fabrikant / leverancier van de machine niet aansprakelijk. Het risico wordt uitsluitend door de gebruiker gedragen. Bij het toepasselijk gebruik hoort ook het inachtnemen van de bedienings- en installatie-instructies en het nakomen van de onderhoudsbepalingen.
De in de technische specificaties opgegeven grenswaarden mogen in geen geval worden overschreden.
1.10 Garantie
Voorwaarde voor eventuele aanspraken op garantie is, dat de inkoper of zijn afnemer tegelijk met de verkoop en het in gebruik nemen, de bij het apparaat meegeleverde "Garantieoorkonde" volledig ingevuld naar REMKO GmbH & Co. KG teruggestuurd heeft. De garantievoorwaarden zijn opgenomen in de "Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden". Daarnaast kunnen alleen tussen de bij de overeenkomst betrokken partijen speciale afspraken gemaakt worden. Neem daarom eerst contact op met uw directe handelspartner.
1.11 Transport en verpakking
De apparaten worden in een stevige transportverpakking geleverd. Controleer het apparaat direct bij de levering en noteer eventuele schade of ontbrekende onderdelen op de pakbon en informeer de transporteur en uw leverancier. Bij klachten achteraf wordt geen garantie verleend.

WAARSCHUWING!
Plastic folie en tassen etc. zijn gevaarlijk speelgoed voor kinderen!
Daarom:
- Verpakkingsmateriaal kan niet worden onzorgvuldig.
- Verpakking mag niet toegankelijk zijn voor kinderen!
1.12 Milieubescherming en recycling
Afvoeren van de verpakking
Alle producten worden voor het transport zorgvuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen. Lever een waardevolle bijdrage aan de vermindering van afval en het recyclen van grondstoffen en lever het verpakkingsmateriaal alleen in bij de daarvoor aangewezen inzamelplaatsen.

Afvoeren van de apparaten en componenten
Bij de productie van de apparaten en componenten worden uitsluitend recyclebare materialen gebruikt. Draag bij aan de bescherming van het milieu, door er voor te zorgen dat apparaten of componenten (bijv. batterijen) niet in het huisvuil komen maar alleen op milieuvriendelijke wijze volgens de plaatselijk geldende voorschriften, bijv. door een erkend afvalverwerkingsbedrijf en recycling of via een inzamelpunt worden verwerkt.

| Serie RBW 300 PV RBW 300 PV-S | |||
| Functie Drinkwaterverwarming | |||
| Systeem Lucht/water-warmtepomp | |||
| Drinkwaterreservoir geëmailleerd, bruto volume I Serie 300 | |||
| Drinkwaterreservoir geëmailleerd, netto volume I 287 280 | |||
| Elektrische hulpverwarming / nominaal vermogen kW Serie / 1,5 | |||
| Toepassingsgrens verwarmen °C -7 tot +40 | |||
| Min./max. watertemperatuur °C 38 / 60 | |||
| Verwarmingsvermogen bij A7/W50 | kW | 1,8 | |
| COP volgens EN 255-3 / COP bij A7/W50 1) | COP | 3,7 | |
| COP volgens EN 16147 / COP bij A7/W50 1) | COP | 2,61 | |
| Aansluiting netspanning | V / ~ / Hz | 230 / 1/ 50 | |
| Nominaal opgenomen elektrisch vermogen kW | 0,46 | ||
| Max. nominaal opgenomen vermogen | kW | 2,06 | |
| Nominaal opgenomen stroom | A | 8,92 | |
| Max. opgenomen stroom | A | 9,0 | |
| Koudemiddel / basisvulhoeveelheid | -- / kg | 134A2) / 0,95 | |
| Zekering in gebouw (per buitenunit) | A traag | 16 | |
| Geluidsvermogensniveau/geluidsdruk 1 m halve kogel | dB(A) | 53/45 | |
| Luchtverplaatsing max. | m3/u | 350 | |
| Min. volumestroom | m3/u | 175 | |
| Max. werkdruk | bar | 7 | |
| Luchtkanaalaansluiting | mm | 145 | |
| Hydraulische aansluiting waterzijde | Inch | IG 3/4" | |
| Aansluiting condensafvoer | Inch | IG 1/2" | |
| Max. toegestane drukverlies luchtzijde | kPa | 50 | |
| Max. kanaallengte toe-/afvoerluchtkanaal (bij 150 mm) | m | 6/6 | |
| Afmetingen (diameter/hoogte/kantelmaat) | mm | 650/1870/1920 | |
| Beschermingsgraad | -- | IP X1 | |
| Gewicht | kg | 136 141 | |
1) COP = coefficient of performance (verwarmingsvermogenscoëfficiënt)
2) Bevat broeikasgas volgens Kyoto-protocol, GWP 1975
Gegevens vrijblijvend! Technische wijzigingen, door technische doorontwikkeling, blijven ons voorbehouden. Zie volgende pagina voor de technische gegevens van de geïntegreerde warmtewisselaar.
REMKO RBW
Geïntegreerde warmtewisselaar
| Serie RBW 300 PV RBW 300 PV-S | |||
| Warmtewisselaar zonne-energie | m^2 | --- 1,5 | |
| Wamtewisselaaraansluiting Inch (mm) --- G 3/4" (19,05) | |||
Gegevens vrijblijvend! Technische wijzigingen, door technische doorontwikkeling, blijven ons voorbehouden.
2.2 Apparaatafmetingen en aanduidingen van de leidingaansluitingen

Afb. 1: Afmetingen en aanduidingen van de leidingaansluitingen (gegevens in mm)
1: Condensafvoer Rp 1/2
2: Warmwateruitlaat G 3/4"
6: Aansluiting veiligheidsklep
7: Verwarmings-aanvoerwarmtewisselaar G 3/4"
8: Dompelhuls voor temperatuur sensor
9: Verwarmings-retourwarmtewisselaar G 3/4"
10: Aftappen G 3/4"
11: Oververhittingsbeveiliging
12: Verwarmingsstaaf
Wijzigingen, door technische doorontwikkeling, blijven ons voorbehouden!
Dekselafmetingen

Afb. 2: Afmetingen deksels
3 Opbouw en functie
3.1 Gebruikswaterwarmtepomp algemeen
Argumenten voor de gebruikswaterwarmte-pomp van REMKO
Warmwaterwarmtepomp met vooruitstrevende techniek, garandeert optimaal en zeer stil gebruik.
De krachtige radiale ventilator, maakt een luchttransport tot een kanaallengte van 12 m mogelijk bij ∅ 150 mm.
De thermostatische expansieklep en de veiligheidsinrichtingen zorgen voor een optimale werking van het circuit.
Het hart van de warmwaterwarmtepomp: de sterke compressor met een lange levensduur, voorzien van oliekoeler en restwarmtebenutting door zuiggaskoeling.
Lamellenverdamper met een groot oppervlak.
De luchtaansluitingen maken een eenvoudige toe-/afvoerluchtinstallate op de opstellocatie mogelijk.
Milieuvriendelijk en onbrandbaar veiligheidswerkmedium R134A.
- Geëmailleerd kwaliteits-warmwaterreservoir. Kwaliteitsborging zorgt voor een lange levensduur, de beschermingsanode voor meer betrouwbaarheid.
De pijpspiraal-verdamper zorgt voor efficiënte warmteoverdracht en optimale veiligheid.
Inwendige gladde pijpwarmtewisselaar voor het aansluiten van zonnecollectoren of verwarmingsketel.
Elektrisch verwarmingselement vanuit de fabriek ingebouwd.
Nauwelijks onderhoudskosten.
Werking van de warmwaterwarmtepomp
De warmwaterwarmtepomp, maakt gebruik van de omgevingslucht voor warmwaterbereiding. De lucht wordt van bovenaf door een ventilator aangezogen, door de verdamper geleid en boven weer uitgeblazen. De verdamper wordt zo genoemd, omdat hierin het koudemiddel van het warmte-pompcircuit verdampt. Bij het verdampen wordt warmte onttrokken aan de omgevingslucht, omdat deze warmer is dan het koudemiddel in de ver-damper, zo kan uit de lucht ook nog bij relatief lage temperaturen warmte worden gewonnen en aan het koudemiddel worden afgegeven. Door de compressor wordt het koudemiddel gecomprimeerd en naar een hoger temperatuurniveau gebracht. Deze warmte wordt via een pijpwarmtewisselaar afge-geven aan het drinkwater. Het afgekoelde en weer vloeibare werkmedium wordt in de expansieklep weer ontspannen, naar de verdamper geleid en kan zo weer warmte opnemen.
! AANWIJZING!
Bij de eerste inbedrijfstelling moet het reservoir volledig zijn gevuld en ontlucht.
! AANWIJZING!
De opwarmfase kan afhankelijk van de vultemperatuur van het water en de luchtaanzuigtemperatuur enige tijd duren.
Het koudemiddelcircuit
De warmwaterwarmtepomp werkt volgens het Carnot-principe. Het koudemiddelcircuit is vanuit de fabriek gevuld met het koudemiddel R134a, is uiterst efficiënt en zorgt voor optimale betrouwbaarheid en is voordelig in gebruik.
3.2 Productbeschrijving
De Remko RBW 300 is een gebruikswaterwarmtepomp met geïntegreerd geëmailleerd warmwaterreservoir. De reservoirinhoud is 300 l. Door de praktische leidingaansluitingen en de stekkerklare elektrische bedrading, is de RBW 300 eenvoudig te installeren, bijv. in kelders, technische of huis-houdelijke ruimten.
De Remko RBW 300 S is een gebruikswaterwarmtepomp met een extra geïntegreerde warmtewisselaar van 1,5 m ^2 , voor het aansluiten van een zonne-energie-installatie of een andere warmte-bron.
Bij puur warmtepompbedrijf, is de max. drinkwater-temperatuur 60 °C, zodat een hoge drinkwaterhygiène wordt gewaarborgd. Bij een grotere warmte-behoefte of hogere temperaturen, kan tevens het elektrisch verwarmingselement van 1,5 kW worden ingeschakeld.
3.3 Corrosiebescherming
Het warmwaterreservoir is gemaakt van geëmailleerd staal. Deze is ontworpen voor de normale drinkwaterkwaliteit. Bij het gebruik van bovenge-middeld agressief drinkwater kan zonder speciale beschermingsmaatregelen geen garantie worden gegeven (chloridengehalte ≥ 150 mg/l).

AANWIJZING!
Controleer de beschermingsanode regelmatig en laat deze indien nodig vervangen door uw installateur. Dit is een voorwaarde voor de garantie!

AANWIJZING!
Vervang de magnesium-beschermingsanode altijd als de diameter hiervan nog slechts 6 - 10 mm is!
4 Montage
4.1 Systeemopbouw

flowchart
graph TD
A["Propeller D"] -->|a| B["C"]
A -->|b| C["Intermediate Unit 3"]
C -->|3| D["Output 4"]
D -->|4| E["Output 1"]
style A fill:#ccc,stroke:#333
style B fill:#ccc,stroke:#333
style C fill:#ccc,stroke:#333
style D fill:#ccc,stroke:#333
note1["②"] --> A
note2["①"] --> D
Afb. 3: Systeemopbouw
1: Koudwaterinlaat
2: Omgevingslucht
3: Reservoir
4: Warmwater
A: Compressor
B: Condensor
C: Thermische expansieklep
D: Verdamper
a: Lage koudemiddeltemperatuur
b: Hoge koudemiddeltemperatuur
4.2 Algemene montage-instructies

GEVAAR!
Levensgevaar!
De frontplaat en de bovenste afdekkap mogen alleen bij uitgetrokken netstekker door deskundige, geautoriseerde personen worden gedemonteerd, omdat bij het aanraken van spanningvoerende onderdelen levensgevaar bestaat!

AANWIJZING!
Het apparaat niet langdurig meer dan 15 graden kantelen. Het apparaat mag maximaal max. 60° worden gekanteld en alleen kort worden getransporteerd. Bij het optillen en neerzetten van het apparaat voorzichtig te werk gaan. Horizontaal opslaan of transport is niet toegestaan!
Bij de installatie van de warmtepomp deze handleiding opvolgen.
■ Breng het apparaat in de originele verpakking zo dicht mogelijk bij de opstellocatie, om transportschade te voorkomen.
Controleer het apparaat op zichtbare transportschade. Eventuele gebreken moeten onmiddelijk worden gemeld aan de leverancier en de transporteur.
Bij het kiezen van een geschikte montagelocatie moet rekening worden gehouden met het geluid tijdens gebruik en de installatieroutes.
Alle elektrische aansluitingen uitvoeren volgens de geldende DIN- en VDE-bepalingen.
De elektrische leidingen altijd vakkundig aansluiten op de elektrische aansluitklemmen. Anders kan brand ontstaan.
Zorg dat geen watervoerende leidingen door het slaap- of woonruimten lopen.
4.3 Opstelling

WAARSCHUWING!
Het opstellen van de warmtepomp mag uitsluitend gebeuren door een gespecialiseerd bedrijf.
De warmtepomp mag uitsluitend binnen worden opgesteld.
- Een condensafvoer moet aanwezig zijn.
De warmtepomp mag horizontaal worden opgesteld.
Als opstellocatie is iedere droge, schone, vorstvrije ruimte met een vlakke vloer geschikt, waarvan de hoogte minimaal 2,30 m moet zijn.
De warmtepomp moet op een stevige, vlakke ondergrond worden opgesteld.
De ondergrond moet voldoende draagvermogen hebben voor het gewicht van de warmtepomp.
Monteer de warmtepomp zodanig, dat rondom voldoende plaats voor montage- en onderhoudswerkzaamheden overblijft.
Om de vermogensverliezen zo gering mogelijk te houden, moet de warmtepomp zo dicht mogelijk bij de warmwatergebruikers worden opgesteld.
Mocht de luchttoevoer en -afvoer uit neven- ruimten worden gebruikt, zorgen dat in geen enkele ruimte een onder-, resp. overdruk kan ontstaan.
Gebruik van een circulatiesysteem
Het gebruik van een circulatiesysteem wordt afgeraden, omdat het verlies per strekkende meter ca. 25 - 30 Watt kan zijn. Is desondanks een dergelijk systeem ingebouwd, moeten tevens een tijdschakelklok en een thermostaat zijn geïnstalleerd.

AANWIJZING!
Om schade aan de installatie te vermijden, moet de montagelocatie droog, draagbestendig en vorstvrij zijn.

AANWIJZING!
De warmwaterwarmtepomp en leidingen moeten vorstvrij worden gehouden

Afb. 4: Vloeropstelling
Minimale afstanden

Afb. 5: Minimale afstanden in mm
Aanzuiglucht
De aanzuiglucht mag niet belast zijn met agressieve stoffen (ammoniak, zwavel, halogenen, chloor, etc.)! Hierdoor kunnen machineonderdelen worden vernield!
Luchtaansluiting
Bij de keuze van het luchtinlaatpunt moet rekening worden gehouden met een hoge gemiddelde luchttemperatuur en een noodzakelijke luchthoeveelheid van 350 m³/h. De luchtinlaat- en -uitlaatopeningen bevinden zich boven. Om de luchtweerstand zo laag mogelijk te houden, moeten aanzuig- en afvoerluchtkanalen met een minimale gladde-buisdoorsnede van ∅ 150 mm en zo recht mogelijk worden uitgevoerd. De totale kanaallengte voor toe- en afvoerlucht mag niet meer zijn dan 12 m, waarbij niet meer dan 3 haakse bochten mogen zijn ingebouwd. Voor elke verdere bocht moet de totale kanaallengte met 1 m worden verkort. Om condenswaterlekkages te voorkomen, moeten de luchtkanalen waterpas, resp. met een licht verval richting de aanzuig-/uitblaasopening worden gelegd of moet een condensvanger (zakstuk) worden ingebouwd.
REMKO RBW
Luchtkanalen
Aanzuig- en uitblaaskanalen van gladde buis, ∅ 150 mm.
De max. totale lengte van het kanaal (toe- en afvoerlucht) is 12 m met max. 3 x 90° bochten
■ Voor elke verdere bocht moet de totale kanaallengte met 1 m worden verkort!
De kanalen, incl. accessoires moeten door de klant worden geleverd en geïnstalleerd (ventilatiekanaal van kunststof, aluminium of verzinkte staalplaat, etc.).
■ Het drukverlies mag max. 50 kPa zijn.

AANWIJZING!
Bij het gebruik van de gebruikswaterwarmtepomp in circulatiebedrijf moet het ruimtevolume minimaal 30 m³ zijn. (Zie Afb. 6. afbeeldingen A - C)



Afb. 6: Installatiemogelijkheden
A: Verwarmingsruimte / hobbyruimte (circulatiebedrijf)
B: Was- / droogruimte (circulatiebedrijf)
C: Opslag- / voorraadruimte (circulatiebedrijf)
D: Fitnessruimte
5 Installatie
Algemene instructies
De warmwaterwarmtepomp is een vanuit de fabriek getest apparaat. Na een vakkundige montage van de wateraansluitingen, vullen van het reservoir en het elektrisch aansluiten (230 V/ 50 Hz) kan het apparaat worden ingeschakeld.

WAARSCHUWING!
De warmwaterwarmtepomp mag alleen door een erkende en geautoriseerde vakman worden aangesloten en in bedrijf gesteld!

WAARSCHUWING!
Het vullen met water moet altijd gebeuren voor het elektrisch aansluiten!
Sanitaire aansluitingen en montage

AANWIJZING!
Bij het gebruik van koperleidingen en verzinkte stalen leidingen, altijd letten op de volgorde in stromingsrichting: Koper na verzinkt staal!
Voorkomen van warmteverliezen
Om de warmteverliezen te minimaliseren, moeten de waterleidingen zo kort mogelijk worden gehouden en worden uitgevoerd met warmte-isolatie en vakkundig worden geïnstalleerd.
Sanitaire montage
De directe aansluiting op een RVS-reservoir mag nooit zijn verzinkt of van koper zijn. Wordt het RVS-reservoir aangesloten op een verzinkte koudwaterleiding (met de betreffende fittingen of aan-sluitkoppelingen), moet voor het RVS-reservoir een filter worden geplaatst, ter bescherming tegen roestdeeltjes, etc. Roodkoper, messing, kunststof en RVS kunnen worden gebruikt als aansluitmateriaal. Moet een RVS-reservoir worden aangesloten aan een verzinkte of koperen leiding, moet daartussen een roodkoper- of messingfitting worden gemonteerd.

Het gebruik van een beschermingsanode is niet nodig, als het chloridegehalte in het drinkwater < 150 mg/l is.
In ieder geval moet een drukreduceer worden ingebouwd in de koudwaterleiding.
Drukreduceer
In ieder geval moet een drukreduceer worden ingebouwd in de koudwaterleiding!
Veiligheidsklep
De veiligheidsklep verhindert het ontstaan van overdruk en dient voor het ontplasten van het over-tollige water, dat bij de verwarming ontstaat door het uitzetten van de reservoirinhoud.
Alleen een typegekeurde membraan-veiligheidsklep mag worden ingebouwd, deze moet zo worden ingesteld, dat een overschrijding van de voor het warmtepompreservoir toegestane, hoogste werkdruk van 6 bar met meer dan 1 bar veilig wordt verhinderd. De aansluit-diameter van de veiligheidsklep moet minimaal 1/2" zijn. Tussen veiligheidsklep en reservoir mag geen afsluiter worden ingebouwd.
De afvoerleiding achter de afvoertrechter van de veiligheidsklep moet de dubbele doorsnede van de veiligheidsklepaansluiting hebben, mag niet naar de buitenlucht worden geleid en mag niet worden afgesloten. Het aftappen mag uit-sluitend via de koudwateraansluiting, resp. aftapkraan gebeuren.
Tijdens het opwarmen, moet door uitzetting van het water zichtbaar water druppelen uit de afvoer van de veiligheidsklep (opwarmtijd 4 - 7 uur!).
Het warmwaterdistributiesysteem moet zonder circulatie worden opgebouwd.
De warmwaterleidingen moeten volgens de lokale (gemeentelijke) voorschriften worden voorzien van warmte-isolatie.
REMKO RBW
Laden met tweede warmtebron (zonne-energie, vaste brandstofketel)
Aanvoer- en retourleidingen moeten worden voorzien van warmte-isolatie en moeten zo worden aangesloten, dat bij uitgeschakelde laadpomp een bij elektrische verwarming geen retour- of enkelleiding-zwaartekrachtcirculatie kan ontstaan.
De uitzetting van het verwarmingswater moet altijd (ook bij elektrische verwarming) zijn gewaarborgd.
De ontluchter op het hoogste punt van de verwarmingswaterleiding monteren.
De warmwaterwarmtepomp is seriematig uitgerust met een 1,3 m² verwarmingsregister. Daardoor is een koppeling met een bestaand verwarmingssysteem mogelijk. Zo bestaat de optie, de verwarming van het warmwater ook te laten plaatsvinden met de bestaande verwarmingsketel. Hiervoor worden aanvoer en retour van het verwarmingsregister verbonden met de verwarmingsinstallatie.

AANWIJZING!
Bij verbinding van een warmwaterwarmte-pomp met een verwarmingsketel:
Bij gebruik van de laadpomp kan door de sterke ketelcirculatie warmtetransport van de warmwaterwarmtepomp naar de ketel ontstaan. Om dit te verhinderen, moet na de laadpomp van de warmtebron een terugslagklep worden voorzien!
Condenswaterafvoer
Door de afkoeling van de lucht in de verdamper ontstaat condenswater. De condensafvoer van de warmwaterwarmtepomp moet via kunststofleidingen van de warmtepomp worden afgevoerd, hierbij moet een probleemloze afvoer van het condens worden gewaarborgd. Afhankelijk van de luchtvochtigheid kan ca. 0,25 l/h condens ontstaan. De condensafvoer mag niet vast worden verbonden met een riolering en moet vrij uitlopend worden ontworpen en uitgevoerd.
6 Hydraulische aansluiting
Hydraulisch aansluitschema
Alle componenten en veiligheidsinrichtingen moeten door de klant worden geleverd en geïnstalleerd.

flowchart
graph TD
A["⑧"] --> B["⑨"]
B --> C["⑤"]
C --> D["⑥"]
D --> E["④"]
E --> F["①"]
F --> G["③"]
G --> H["②"]
H --> I["①"]
I --> J["①"]
J --> K["①"]
K --> L["①"]
L --> M["①"]
M --> N["①"]
N --> O["①"]
O --> P["①"]
P --> Q["①"]
Q --> R["①"]
R --> S["①"]
S --> T["①"]
T --> U["①"]
U --> V["①"]
V --> W["①"]
W --> X["①"]
X --> Y["①"]
Y --> Z["①"]
Z --> AA["①"]
AA --> AB["①"]
AB --> AC["①"]
AC --> AD["①"]
AD --> AE["①"]
AE --> AF["①"]
AF --> AG["①"]
AG --> AH["①"]
AH --> AI["①"]
AI --> AJ["①"]
AJ --> AK["①"]
AK --> AL["①"]
AL --> AM["①"]
AM --> AN["①"]
AN --> AO["①"]
AO --> AP["①"]
AP --> AQ["①"]
AQ --> AR["①"]
AR --> AS["①"]
AS --> AT["①"]
AT --> AU["①"]
AU --> AV["①"]
AV --> AW["①"]
AW --> AX["①"]
AX --> AY["①"]
AY --> AZ["①"]
AZ --> BA["①"]
BA --> BB["①"]
BB --> BC["①"]
BC --> BD["①"]
BD --> BE["①"]
BE --> BF["①"]
BF --> BG["①"]
BG --> BH["①"]
BH --> BI["①"]
BI --> BJ["①"]
BJ --> BK["①"]
BK --> BL["①"]
BL --> BM["①"]
BM --> BN["①"]
BN --> BO["①"]
BO --> BP["①"]
BP --> BQ["①"]
BQ --> BR["①"]
BR --> BS["①"]
BS --> BT["①"]
BT --> BU["①"]
BU --> BV["①"]
BV --> BW["①"]
BW --> BX["①"]
BX --> BY["①"]
BY --> BZ["①"]
Afb. 7: Hydraulisch aansluitschema
A: Koudwaterinlaat
B: Aanvoer 2e warmtebron
C: Retour 2e warmtebron
D: Condensafvoer
E: Warmwateruitlaat
F: Warmwater
1: Afsluitklep
2: Nalading van reservoir
(door olie, gas of zonne-energie)
3: Terugslagklep
4: Dompelhuls (voor olie, gas of zonne-energie)
5: Reservoiraftap
6: Elektrische verwarmingsstaaf
7: Circulatiepomp
8: Terugslagklep
9: Veiligheidsklep 6 bar
10: Veiligheidstemperatuurbegrenzer (VTB)
11: Magnesiumanode
REMKO RBW
Functies: Verwarmen en warm water
Dit hydraulisch schema dient uitsluitend als planningshulp, de bouwzijdige hydrauliek moet door de installateur worden gepland en uitgevoerd!

flowchart
graph TD
A["Reactor Unit A"] -->|⑤| B["Water Heater"]
A -->|①243| C["Reactor Unit B"]
C -->|②| D["Water Heater"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
Afb. 8: Voorbeeld 1 - Hydraulisch schema RBW
A: Warmte pump RBW
B: Olie-/gasketel
1: Koud water
2: Warm water
3: 1. gemengd verwarmingscircuit
4: 2. gemengd verwarmingscircuit
5: Sensor ketel (warmwater voeler)
Functies: Verwarmen en warm water
Dit hydraulisch schema dient uitsluitend als planningshulp, de bouwzijdige hydrauliek moet door de installateur worden gepland en uitgevoerd!

flowchart
graph TD
A["Refrigerator A"] -->|① 12435| B["Refrigerator B"]
A -->|② 6| C["Refrigerator C"]
A -->|③ 7| D["Refrigerator D"]
B -->|④ 8| E["Refrigerator E"]
B -->|⑤ 9| F["Refrigerator F"]
C -->|⑥ 10| G["Refrigerator G"]
C -->|⑦ 11| H["Refrigerator H"]
D -->|⑧ 12| I["Refrigerator I"]
D -->|⑨ 13| J["Refrigerator J"]
E --> K["Control Unit"]
F --> L["Control Unit"]
G --> M["Control Unit"]
H --> N["Control Unit"]
I --> O["Control Unit"]
J --> P["Control Unit"]
K --> Q["Ground"]
Afb. 9: Voorbeeld 2 - Hydraulisch schema RBW
7 Elektrische aansluiting
7.1 Algemene instructies

GEVAAR!
De elektrische installatie moet door een gespecialiseerd bedrijf worden uitgevoerd!

GEVAAR!
Let op!
Om elektrische schokken en schade aan het apparaat te voorkomen, zorgen dat voor het aansluiten van de elektrische aansluitingen (netstekker met 2 m kabel naar stopcontact in het gebouw) de elektrische installatiewerkzaamheden vakkundig zijn uitgevoerd.

AANWIJZING!
De elektrische aansluiting van de apparaten moet worden uitgevoerd volgens de plaatselijke voorschriften op een bijzonder voedingspunt met aardlekschakelaar en moet daarom door een elektricien worden.
De bedrading in het gebouw moet voldoen aan de lokale voorschriften. De netvoedingsspanning van het apparaat moet exact overeenkomen met de spanning en frequentie in de technische gegevens. Neem contact op met het lokale energiebedrijf als een incorrecte netspanning moet worden gecorri-geerd. Het gebruik van het apparaat met een incorrecte netspanning wordt gezien als onbedoeld gebruik, dat niet wordt gedekt door de garantie.
7.2 Aansluitingen vermogensprintplaat

Afb. 10: Aansluitingen vermogensprintplaat
AC-N: Nulleider
AI01: Luchtaanzuigtemperatuur
Al02: Temperatuur reservoir onder
AI03: Temperatuur reservoir boven
Al04: Temperatuur verdamper (koudemiddel)
AI05: Temperatuur zuigleiding (koudemiddel)
AI06: Collectorsensor
CN1: Transformer 1 - 230V
CN2: 12V
CN6: /006
CN19: Niet toegewezen
DI01: Brug
DI02: Brug
DI03: Brug
DI04: Hogedruk
DI05: Niet toegewezen
DI06: PV-contact (potentiaalvrij)
12 V/NET/ Voedingsspanning bedieningspaneel
GND:
OUT2(3): Elektrische verwarmingsstaaf 230 V
OUT2(4): Voedingsspanning elektrische verwarmingsstaaf 230 V
OUT1(3): Compressor
OUT1(4): Voedingsspanning compressor 230 V
OUT3: 4-wegklep
OUT4: Hoog toerental ventilator
OUT5: /005
Afb. 11: Elektrisch schema gebruikswaterwarmtepomp
1: PV-contact (potentiaalvrij)

Afb. 12: Elektrisch schema gebruikswaterwarmtepomp met zonne-energiekoppeling
1: PV-contact (potentiaalvrij)
3: Omschakelventiel
2: Pomp zonne-energie
4: Collectorvoeler
REMKO RBW
8 Inbedrijfstelling
Voor het inschakelen van de gebruikswaterwarmtepomp zorgen dat
- het reservoir is gevuld met water.
- de elektrische aansluiting 230 V / 50 Hz is.
- alle aansluitingen correct zijn uitgevoerd.

VOORZICHTIG!
Zorg dat altijd een veiligheidsklep (6 bar) volgens de voorschriften is aangesloten op de koudwaterinlaat!
9 Besturingslogica
Compressor
1) Minimale uitschakeltijd t = 2 minuten
Na aanvraag van de regelaar is de stilstandtijd nog 2 min.

Afb. 13: Besturingslogica uitschakeltijd
A: Signaal
B: Compressor
1: Aan
2: Uit
2) Minimale inschakeltijd t = 2 minuten

Afb. 14: Besturingslogica inschakeltijd
A: Signaal
B: Compressor
1: Aan
2: Uit
3) Normaal verwarmen

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["P0-P1"]
B --> D["P0T1"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#dfd,stroke:#333
style D fill:#dfd,stroke:#333
Afb. 15: Besturingslogica normaal verwarmen
B: Compressor
1: Aan
2: Uit
Ontdooien
1) Dooistart
a) Looptijd compressor min. parameter d03.
b) Min. temperatuur bij verdamper onder d01.
2) Dooi-einde
a) Verdampertemperatuur > d02 of max. dooitijd d04 overschreden.
3) Verdamper-ventilator uit, 4-wegklep uit.

Afb. 16: Besturingslogica dooien
A: Dooisignaal
B: Omschakelventiel
C: Compressor
D: Ventilatormotor
10 Bediening
Functies van de bedieningseenheid

Afb. 17: Toetsen van de bedieningseenheid
Toetsfuncties
Ⓐ - Toets "AAN/UIT"
Met deze toets wordt de gebruikswaterwarmtepomp in- of uitgeschakeld
(Toets ca. 2 seconden ingedrukt houden).
B - Toets "Modus"
Met deze toets worden de modi en de parameters geselecteerd. Wilt u de parameters terugzetten naar de fabrieksinstelling, druk dan langer dan 10 seconden op deze knop.
© - Toets "Klok"
Met deze toets wordt de tijd en datum ingesteld.
(D) - Toets "Elektrisch verwarmingselement"
Met deze toets wordt de elektrische verwarmingsstaaf gekozen. De ventilatiefunctie wordt geactiveerd door deze toets 2 seconden ingedrukt te houden.
E - Pijltoets "Omhoog"
Met deze toets worden de instelwaarden verhoogd.
F - Pijltoets "Omlaag"
Met deze toets worden de instelwaarden verlaagd.

Afb. 18: Symbolen op bedieningseenheid
Symboolfuncties
① - Verwarmingsmodus compressor en verwarmingsstaaf
② - Economic verwarmingsmodus, alleen compressor
①+② - Automatische modus
③ - Vakantiemodus
④ - Ongeldig
⑤ - Circulatiebedrijf
⑥ - Elektrisch verwarmingselement
⑦ - Parameterkeuze
⑧ - Actueel gemeten temperatuur
⑨ - Timer "Aan"
⑩ - Timer "Uit"
⑪ - Minuut
⑫ - Seconde
⑬ - ° Celsius
⑭ - ° Fahrenheit
⑮ - Toetsenbord geblokkeerd
⑯ - Het apparaat is stand-by als de temperatuur is bereikt
⑰ - Parametercode voor het instellen van de interface
⑱ - Watertemperatuur reservoir boven
⑲ - Watertemperatuur reservoir onder
20 - Tijd en datum
②1 - 1) Actuele temperatuur
2) Parameterwaarden bij instellen interface
REMKO RBW
Bediening
Voorbereidingen voor de inbedrijfstelling
- Na het inschakelen laadt de regelaar ca. 15 seconden de parameters.
- Zorg dat het reservoir is gevuld met water.
- De "Aan/uit"-schakelaar minimaal 0,5 seconden ingedrukt houden om het apparaat in te schakelen. Daarna verschijnt op het display de gemeten buitentemperatuur.
Bedrijf van het apparaat

Afb. 19: Toets "Aan/uit"
Modus instellen
Er zijn 4 bedrijfsmodi beschikbaar: Hybride-modus, economic-modus, automatische modus en vakantiemodus.
1: Hybride-modus
Het water wordt in combinatie met de warmtepomp en elektrische verwarmingsstaaf verwarmd.

Afb. 20: Hybride-modus
2: Economic verwarmings-modus
Het water wordt uitsluitend in de warmtepompmodus verwarmd. De elektrische verwarmingsstaaf kan handmatig worden ingeschakeld.

Afb. 21: Economic verwarmings-modus
De regeling schakelt afhankelijk van de omgevingslucht (aanzuiglucht) de warmtepomp en evt. de verwarmingsstaaf in.

Afb. 22: Automatische modus
4: Vakantie-modus
Deze modus kan worden geselecteerd als u een bepaalde periode op vakantie bent. Binnen deze periode is de warmtepomp uit. Er kan een datum voor afwezigheid en een datum voor terugkomst worden geprogrammeerd.

Afb. 23: Vakantie-modus

Voordat u de installatie verlaat, de warmtepomp in de vakantiemodus schakelen. Om bij terugkomst warm water ter beschikking te hebben, het inschakelpunt voor het weer inschakelen op 1 dag van te voren programmeren.
Bedrijf

flowchart
graph TD
A["Sun"] --> B["Wind"]
B --> C["Solar"]
C --> D["Beach"]
D --> E["Lightning"]
E --> F["Weather Light"]
F --> G["Building Temperature & Weather"]
G --> H["Lighting & Weather"]
H --> I["Lightning & Weather"]
I --> J["Lightning & Weather"]
J --> K["Lightning & Weather"]
K --> L["Lightning & Weather"]
L --> M["Lightning & Weather"]
Afb. 24: Bedrijf
REMKO RBW
Instellen van instelwaarden
In het hoofdmenu (basisoverzicht) de pijltoetsen "Onhoog" (E) of "Omlaag" (F) aanraken.
Nadat de insteltemperatuur is bereikt, op de toets "Modus"(B) drukken om de insteltemperatuur op te slaan of druk op de toets "Aan/uit" (A) om het instellen van de instelwaarde af te breken.

flowchart
graph TD
A["TEMP 18:00"] --> B{of}
B --> C["SET 58.0°C 18:30"]
C --> D{of}
D --> E["SET 55.5°C 18:30"]
E --> F{of}
F --> G["TEMP 18:00 18:30"]
Afb. 25: Instellen van instelwaarden
OPMERKINGEN
- Wordt na het wijzigen van de waarden de "Aan/uit"-toets ingedrukt, worden de waarden niet opgeslagen.
- Wordt na het wijzigen van de waarden 5 seconden geen toets ingedrukt, springt de regelaar naar het hoofdscherm en worden de instellingen opgeslagen.
Toetsblokkering
Om de toetsen te blokkeren, de "Aan/uit"-toets ca. 5 seconden ingedrukt houden. Op het display verschijnt het "Slot"-symbool. In deze toestand kunnen instellingen worden uitgevoerd. Om de toetsen te ontgrendelen, de "Aan/uit"-toets ca. 5 seconden ingedrukt houden

Afb. 26: Toetsblokkering
OPMERKING
Bij een storing van het apparaat wordt de toetsblokkering automatisch opgeheven
Onafhankelijk van welke bedrijfsmodus is ingesteld, kan de verwarmingsstaaf worden geactiveerd. Druk hiervoor op de "Elektrisch verwarmingselement"-toets (D). Op het display verschijnt het symbool dat de verwarmingsstaaf is geactiveerd. Bij het bereiken van de insteltemperatuur schakelt de verwarmingsstaaf automatisch uit.

flowchart
graph TD
A["TEMP"] --> B["18.0°C"]
B --> C["Time Icon"]
C --> D["Sun Icon"]
D --> E["Clock Icon"]
E --> F["Light Arrow Icon"]
F --> G["Diagonal Arrow Icon"]
G --> H["Temperature Change"]
H --> I["18.0°C"]
I --> J["Time Icon"]
J --> K["Light Arrow Icon"]
K --> L["Diagonal Arrow Icon"]
L --> M["Light Arrow Icon"]
Afb. 27: Elektr. verwarmingselement - WP is aan

flowchart
graph TD
A["太阳"] --> B["OFF 8:30"]
C["Wind"] --> D["Off 8:30"]
E["Sun"] --> F["Off 8:30"]
G["Light Bulb"] --> H["Off 8:30"]
I["Green Wind Icon"] --> J["Off 8:30"]
Afb. 28: Elektrisch verwarmingselement - WP is uit
Circulatiebedrijf
In circulatiebedrijf zijn bij het apparaat RBW 300 PV 2 ventilatorsnelheden en bij het apparaat RBW 300 PV-S slechts één (de middelste) ventilatorsnelheid beschikbaar. Het circulatiebedrijf kan worden gebruikt om de aangesloten ruimte te ventileren, zonder dat de WP (compressor) in bedrijf is. Druk hiervoor ca. 2 seconden op de "El. verwarmingselement"-toets (D). Op het display verschijnt het ventilatorsymbool. Er kunnen 2 ventilatorsnelheden (alleen bij apparaat RBW 300 PV) worden geselecteerd. Voor het instellen de "El. verwarmingselement"-toets (D) 2 sec. ingedrukt houden.

flowchart
graph TD
A["TEMP: 18.0°C"] --> B["2 sec."]
B --> C["18.0°C, 18:30"]
C --> D["2 sec."]
D --> E["18.0°C, 18:30"]
E --> F["2 sec."]
F --> G["TEMP: 18.0°C, 18:30"]
Afb. 29: Circulatiebedrijf
REMKO RBW
Instellen van de tijd
Voor het instellen van de tijd drukken op het klok-symbool. Knippert de tijd, kan de tijd met de pijltoetsen worden ingesteld. Voor het opslaan drukken op de "Modus"-toets (B). Daarna de datum instellen.

flowchart
graph TD
A["TEMP"] --> B["TIME"]
B --> C["TEMP"]
C --> D["TIME"]
D --> E["TEMP"]
E --> F["TIME"]
F --> G["TEMP"]
G --> H["TIME"]
H --> I["TEMP"]
I --> J["TIME"]
J --> K["TEMP"]
K --> L["TIME"]
L --> M["TEMP"]
M --> N["TIME"]
N --> O["TEMP"]
O --> P["TIME"]
P --> Q["TEMP"]
Q --> R["TIME"]
R --> S["TEMP"]
S --> T["TIME"]
T --> U["TEMP"]
U --> V["TIME"]
V --> W["TEMP"]
W --> X["TIME"]
X --> Y["TEMP"]
Y --> Z["TIME"]
Z --> AA["TEMP"]
AA --> AB["TIME"]
AB --> AC["TEMP"]
AC --> AD["TIME"]
AD --> AE["TEMP"]
AE --> AF["TIME"]
AF --> AG["TEMP"]
AG --> AH["TIME"]
AH --> AI["TEMP"]
AI --> AJ["TIME"]
AJ --> AK["TEMP"]
AK --> AL["TIME"]
AL --> AM["TEMP"]
AM --> AN["TIME"]
AN --> AO["TEMP"]
AO --> AP["TIME"]
AP --> AQ["TEMP"]
AQ --> AR["TIME"]
AR --> AS["TEMP"]
AS --> AT["TIME"]
AT --> AU["TEMP"]
AU --> AV["TIME"]
AV --> AW["TEMP"]
AW --> AX["TIME"]
AX --> AY["TEMP"]
Afb. 30: Instellen van de tijd
A: Het instellen van de jaarwaarde gebeurt net als in de bovenstaande stappen.
B: Wordt tijdens het programmeren op de "Aan/uit"-toets (A) gedrukt, worden de waarden niet opgeslagen en wordt het hoofdmenu weer weergegeven.
C: Worden 5 seconden geen instellingen uitgevoerd, worden de waarden opgeslagen en wordt het hoofdmenu weergegeven.
D: Voor het controleren van de datum op de "KLOK"-toets (C) drukken.
Tijdprogramma
Ga voor het instellen, resp. wijzigen van het dagprogramma als volgt te werk:
Mogelijkheid 1

flowchart
graph TD
A["TEMP"] --> B["2 sec."]
B --> C["ON 1"]
C --> D["2 sec."]
D --> E["OFF 1"]
E --> F["2 sec."]
F --> G["2 sec."]
G --> H["OFF 2"]
H --> I["2 sec."]
I --> J["OFF 2"]
Afb. 31: Tijdprogramma - instelmogelijkheid 1
Mogelijkheid 2

flowchart
graph TD
A["TEMP"] --> B["2 sec."]
B --> C["ON 1"]
C --> D["OFF 1"]
D --> E["ON 2"]
E --> F["OFF 2"]
F --> G["Time Icon"]
Afb. 32: Tijdprogramma - instelmogelijkheid 2
REMKO RBW
Voorbeeld voor het instellen van een dagprogramma - inschakelen om 16:30 uur

flowchart
graph TD
A["TEMP 2 sec."] --> B["TEMP ON"]
B --> C{of}
C --> D["TEMP OFF"]
D --> E["A"]
D --> F["B"]
D --> G["C"]
Afb. 33: Tijdprogramma - voorbeeld
A: Druk op de "KLOK"-toets (C) om in het tijdprogramma 1 te komen, de instellingen worden uitgevoerd zoals beschreven.
B: Worden 5 seconden geen instellingen uitgevoerd, worden de waarden opgeslagen en wordt het hoofdmenu weergegeven.
C: Knippert de "Uren/minuten"-weergave en wordt op de "Aan/uit"-toets (A) gedrukt, komt u direct in het hoofdmenu, zonder het opslaan van de waarden.
Deactiveren van het ingestelde tijdprogramma

flowchart
graph TD
A["TEMP"] --> B["2 sec."]
B --> C["TEMP ON"]
C --> D["ON"]
D --> E["TEMP ON"]
E --> F["ON"]
Afb. 34: Deactiveren van het tijdprogramma
Instellen van een vakantieprogramma
Druk op de "Modus"-toets (B) tot het symbool "Vakantiemodus" (3) verschijnt.
Voorbeeld: Start van het programma op 27 september.

Afb. 35: Vakantiemodus
A: Druk op de "Klok"-toets (C) om de invoer op te slaan.
B: Wacht 5 seconden, uw instellingen worden doorgevoerd.
C: Druk op de "Aan/uit"-toets (1) om direct terug te gaan naar het hoofddisplay
OPMERKINGEN
- Schakel het apparaat uit voordat u op vakante gaat en stel de dag in waarop de warmtepomp weer moet starten. Het inschakelen is niet nodig. Het apparaat schakelt automatisch in op de ingestelde datum.
- Schakelt het apparaat in, worden de symbolen nog steeds op het hoofddisplay, bijv. "OFF" weergegeven. De weergave wordt om 0:00 uur gewist op het display.
- De warmtepomp wordt om 0:00 gestart.
REMKO RBW
Parameters configureren
Hoofdmenu
Hoofddisplay: Om op het parameterniveau te komen, als volgt te werk gaan:

A: De stappen voor het wijzigen van andere parameters zijn hetzelfde als bij parameter "do2".
B: Druk op de "Modus"-toets (B) om de invoer op te slaan en druk op de "Aan/uit"-toets om terug te komen in het hoofdmenu.
OPMERKINGEN
- Wordt na het wijzigen van de waarden de "Aan/uit"-toets ingedrukt terwijl de parameter knippert, worden de waarden niet opgeslagen en wordt naar de bovenste parameter gesprongen.
- Na het opslaan van instellingen met de "Modus"-toets, kan met de "Aan/uit"-toets worden teruggegaan naar het hoofdmenu.
- Na 20 seconden worden de ingestelde waarden opgeslagen en wordt op het display het hoofdoverzicht gegeven.
Activeren van de legionellafunctie
Hoofddisplay: Om op het parameterniveau te komen, als volgt te werk gaan:

flowchart
graph TD
A["TEMP 18.0°C @30"] --> B["10 sec."]
B --> C["88.8"]
C --> D["86.6"]
D --> E["68.0°C 901"]
E --> F["of"]
F --> G["8.0°C 902"]
G --> H["902"]
H --> I["60.0°C 902"]
I --> J["60.0°C 902"]
J --> K["904 ← 903 ← of"]
Afb. 37: Activeren van de legionellafunctie
g03: De stappen voor het wijzigen van andere parameters zijn hetzelfde als bij parameter "d02".
g04: Druk op de "Modus"-toets (B) om de invoer op te slaan en druk op de "Aan/uit"-toets om terug te komen in het hoofdmenu.
Zie positie 14-17 in afbeelding ♦ „Parameter“ op pagina 38 voor de betreffende parameters.
OPMERKINGEN
- Wordt na het wijzigen van de waarden de "Aan/uit"-toets ingedrukt terwijl de parameter knippert, worden de waarden niet opgeslagen en wordt naar de bovenste parameter gesprongen.
- Na het opslaan van instellingen met de "Modus"-toets, kan met de "Aan/uit"-toets worden teruggegaan naar het hoofdmenu.
- Na 20 seconden worden de ingestelde waarden opgeslagen en wordt op het display het hoofdoverzicht gegeven.
REMKO RBW
Activeren van de zonne-energiefunctie
Wordt de REMKO RBW-gebruikswaterwarmtepomp in combinatie met een thermische zonne-energie-installatie gebruikt, moet rekening worden gehouden met het volgende:
Voor het gebruik van de warmtepomp in combinatie met max. 7,5 m ^2 zonnecollectoroppervlak, moet na het maken van de hydraulische aansluiting ook de meegeleverde collectorvoeler worden aangesloten. Gebruik hiervoor het betreffende meetpunt van uw collectoroppervlak, de voeler aansluiten op klem 4 (Afb. 38). De zonnecollectorpomp wordt aangesloten op klem 2.
Verwijder hierbij de weerstand waarmee deze uitsluiting al is uitgerust. Deze weerstand bewaren bij het apparaat, om evt. noodbedrijf bij een storing mogelijk te maken. Wordt de REMKO RBW-gebruikswaterwarmtepomp zonder voeler of weerstand gebruikt, wordt een foutmelding gegeven op het display.
Na het met succes installeren van de thermische zonne-energie-installatie en het aansluiten van de collectorvoeler, is de functie klaar voor gebruik. Voor het optimaliseren van de geïnstalleerde installatie moeten de volgende parameters nog worden aangepast bij de installatie.
| Nr. | Beschrijving Code | Parameter | Waarde Bereik | |
| 30 | Gebruikte reservoirvoeler zonne-energie | n | n01 0 | 0-onder/1-boven |
| 31 | Min. looptijd zonne-energiepomp n02 15 min 1-30 min | |||
| 32 | Start temperatuurverschil zonne-energie n03 5°C 0~20 K | |||
| 33 | Nachtverlaging n04 0/nee 0-nee/1-ja | |||
| 34 | Starttijd nachtverlaging n05 00 h 00~23 h | |||
| 35 | Eindtijd nachtverlaging n06 6 h 00~23 h | |||
| 36 | Starttemperatuur nachtverlaging | n07 70°C | 40~90°C | |
| 37 | Eindtemperatuur nachtverlaging | n08 10°C | 1~40°C | |
| 38 | Max. reservoirtemperatuur voor zonne-energie-omschakelventiel | n09 70°C | 50~90°C | |
| 39 | Max. reservoirtemperatuur zonne-energiepomp stop | n10 | 70°C | |
| 40 | Zonne-energiepomp reservoirtemp.-afhankelijk | n11 0/nee | 0-nee/1-ja | |
| 41 | Start collectortemperatuur zonne-energiepomp | r | r01 | 55°C |
Voor het aanpassen van de parameters, de stappen uitvoeren die al zijn beschreven bij het configureren en activeren van de legionellafunctie uitvoeren op de betreffende parameterniveaus.
Zonne-energie omschakelklep
Voor het verhogen van de zonne-energieopbrengst, bestaat de mogelijkheid een omschakelklep voor het laden van een extra reservoir te gebruiken (zie voorbeeld Afb. 8)
| Beschrijving | Code | Parameter | Waarde Bereik |
| Max. reservoirtemperatuur voor zonne-energie-omschakel-ventiel | n | n10 70°C | 50~90°C |
Voor het aanpassen van de parameters voor het aansturen van de omschakelklep, de stappen die al zijn beschreven bij activeren van de zonne-energiefunctie, uitvoeren op de betreffende parameterniveaus.

Afb. 38: Elektrisch schema gebruikswaterwarmtepomp met zonne-energiekoppeling
1: PV-contact (potentiaalvrij)
3: Omschakelventiel
2: Pomp zonne-energie
4: Collectorvoeler
Activeren van de PV-functie
Voor gebruik van de REMKO RBW-gebruikswaterwarmtepomp in combinatie met een fotovoltaïsche installatie, bestaat de mogelijkheid het potentiaalvrije contact van klem 1 te gebruiken (Afb. 38).
Na het met succes installeren van de thermische zonne-energie-installatie en het aansluiten van de collectorvoeler, is de functie klaar voor gebruik. Voor het optimaliseren van de geïnstalleerde installatie moeten bij de installatie ook de volgende parameters worden aangepast.
| Beschrijving Code | Parameter | Waarde Bereik | |||
| Instelwaarde bij PV-opbrengst r r14 | 45°C | 10-60°C | |||
REMKO RBW
Parameter
Parameterlijst (expertniveau)
| Nr. | Beschrijving Code | Parameter | Waarde Bereik | ||
| 1 | Fabrieksinstelling | / | /01 | ||
| 2 | Fabrieksinstelling /02 | ||||
| 3 | Fabrieksinstelling | C | C01 0 | ||
| 4 | Fabrieksinstelling C02 5°C | ||||
| 5 | Fabrieksinstelling C03 -1°C | ||||
| 6 | Fabrieksinstelling C04 5°C | ||||
| 7 | Start dooitemperatuur (verdamper) | d | d01 -3°C -30~0°C | ||
| 8 | Einde dooitemperatuur (verdamper) d02 13°C 2~30°C | ||||
| 9 | Tijd tussen dooiprocedures d03 45 min 30~90 min | ||||
| 10 | Max. dooitijd | d04 8 min 1~12 min | |||
| 11 | Min. dooitijd eco-dooien (circulatie-dooien) | d05 3 min 1~10 min | |||
| 12 | Dooimodus 1 = circulatie, 2 = heetgas | d06 0 0~2 | |||
| 13 | Omgevingstemp. voor start heetgasdooien | d07 4°C -10~20°C | |||
| 14 | Instelwaarde voor legionella-functie | g | g01 60°C 30~70°C | ||
| 15 | Duur van de legionella-functie | g02 0 min 0~90 min | |||
| 16 | Tijd start legionella-functie | g03 0 h 0~23 h | |||
| 17 | Periode (dagen) voor legionella-functie | g04 7 dagen 7~99 dagen | |||
| 18 | El. expansieklep mode | E | E01 1 Fabrieksinstelling | ||
| 19 | Oververhitting temperatuur | E02 5°C Fabrieksinstelling | |||
| 20 | Expansieklep Uitgangspositie | E03 240 Fabrieksinstelling | |||
| 21 | Expansieklep minimale positie | E04 100 Fabrieksinstelling | |||
| 22 | Expansieklep positie ontdooiing mode | E05 480 Fabrieksinstelling | |||
| 23 | Weer opstarten na stroomuitval | H | H01 1 0-nee/1-ja | ||
| 24 | Activering keuken mode | H02 0 0-nee/1-ja | |||
| 25 | Warmtebron (lucht) | H03 0 Fabrieksinstelling | |||
| 26 | Aanvoer tijd om inbedrijfstelling | H04 1 min Fabrieksinstelling | |||
| 27 | Koelfunctie | H05 0 Fabrieksinstelling | |||
| 28 | H06 1,0 Fabrieksinstelling | ||||
| 29 | Temperatuureenheid | H07 0 0-°C/1-F | |||
Parameterlijst (expertniveau) - vervolg
| Nr. | Beschrijving Code | Parameter | Waarde Bereik | |
| 30 | Gebruikte reservoirvoeler zonne-energie | n01 0 | 0-onder/1-boven | |
| 31 | Min. looptijd zonne-energiepomp n02 15 min 1-30 min | |||
| 32 | Start temperatuurverschil zonne-energie n03 5°C 0~20 K | |||
| 33 | Nachtverlaging n04 0/nee 0-nee/1-ja | |||
| 34 | Starttijd nachtverlaging n05 00 h 00~23 h | n | ||
| 35 | Eindtijd nachtverlaging n06 6 h 00~23 h | |||
| 36 | Starttemperatuur nachtverlaging | n07 70°C | 40~90°C | |
| 37 | Eindtemperatuur nachtverlaging | n08 10°C | 1~40°C | |
| 38 | Max. reservoirtemperatuur voor zonne-energie-omschakelventiel | n09 70°C | 50~90°C | |
| 39 | Max. reservoirtemperatuur zonne-energiepomp stop | n10 | 70°C | |
| 40 | Zonne-energiepomp reservoirtemp.-afhankelijk | n11 0/nee | 0-nee/1-ja | |
| 41 | Start collectortemperatuur zonne-energiepomp | r01 | 55°C | |
| 42 | Instelwaarde keukenmodus | r02 | 45°C | |
| 43 | Hysteresse instelwaarde WW-water | r03 5 °C | 1~20 K | |
| 44 | Parallelbedrijf warmtepomp/verwarmingsstaaf | r04 | 0/nee | |
| 45 | Inschakeltemperatuur elektr. verwarmingsstaaf | r05 | 55°C | |
| 46 | Inschakelvertraging elektr. verwarmingsstaaf | r06 | 200 min | |
| 47 | Elektr. verwarmingsstaaf vervangt compressor | r | r07 0 | 0-nee/1-ja |
| 48 | Onderste toepassingsgrens warmtepomp | r08 0°C | -20~10°C | |
| 49 | Bivalentiepunt elektr. verwarmingsstaaf zonder vertraging | r09 | 10°C | |
| 50 | Bivalentiepunt el. verwarmingsstaaf m. tijdvertr. r06 | r10 | 25°C | |
| 51 | Fabrieksinstelling | r11 60 s | 0~255 s | |
| 52 | Onderste toepassingsgrens noodstop warmtepomp | r12 | -5°C | |
| 53 | Verwarmingsgrens keukenmodus | r13 | 56°C | |
| 54 | Instelwaarde bij PV-opbrengst | r14 | 45°C | |
| 55 | Verwijdert status aan/uit-schakelaar | S01 | Status | |
| 56 | OHP-schakelaar (overtemperatuurbeveiliging) compressor | S02 | Status | |
| 57 | Niet toegewezen | S | ||
| 58 | Storingsuitgang status hogedrukschakelaar | S04 | Status | |
| 59 | Schakelpunt elektr. verwarmingsstaaf | S05 | Status | |
| 60 | Niet toegewezen |
REMKO RBW
Parameterlijst (expertniveau) - vervolg
| Nr. | Beschrijving Code | Parameter | Waarde Bereik | ||
| 61 | Omgevingstemperatuur | t01 | Meet-waarde | -9~99°C | |
| 62 | Reservoirtemperatuur onder t02 | Meet-waarde | -9~99°C | ||
| 63 | Reservoirtemperatuur boven t03 | t | Meet-waarde | -9~99°C | |
| 64 | Verdampertemperatuur t04 | Meet-waarde | -9~99°C | ||
| 65 | Zuiggastemperatuur t05 | Meet-waarde | -9~99°C | ||
| 66 | Collectortemperatuur t06 | Meet-waarde | -9~99°C | ||
| 67 | Compressorstatus | O01 Status on/off | |||
| 68 | Status elektrische verwarmingsstaaf O02 Status on/off | ||||
| 69 | Magneetklep dooien O03 Status on/off | ||||
| 70 | Ventilatorsnelheid laag O04 Status on/off | ||||
| 71 | Ventilatorsnelheid hoog/circulatiepomp/ zonne-energiepomp | O05 Status on/off | |||
| 72 | Bedrijf circulatiepomp / zonne-energiepomp O06 Status on/off | ||||
| 73 | EEV-positie O07 Status 0~500 | ||||
Parameterlijst (gebruikersniveau)
| Nr. | Beschrijving | Parameter | Waarde Bereik | |
| 1 | Start dooitemperatuur (verdamper) | d01 | -3°C | -30°C~0°C |
| 2 | Einde dooitemperatuur (verdamper) | d02 | 13°C | 2~30°C |
| 3 | Tijd tussen dooiprocedures | d03 | 45 min | 30~90 min |
| 4 | Max. dooitijd | d04 | 8 min | 1~12 min |
| 5 | Duur van de legionella-functie | g02 | 0 min | 0~90 min |
| 6 | Tijd start legionella-functie | g03 | 0 h | 0~23 h |
| 7 | Periode (dagen) voor legionella-functie | g04 | 7D | 7~99 dagen |
| 8 | Max. reservoirtemperatuur zonne-energiepomp stop | n10 | 70°C | 50~90°C |
| 9 | Inschakelvertraging elektr. verwarmingsstaaf | r06 | 200 min | 0~450 min |
Parameterbeschrijving
| Parameter | Omschrijving Beschrijving | |
| d01 Start | dooitemperatuur (verdamper) | Is de verdampertemperatuur < d01, start de dooiprocedure |
| d02 Einde | dooitemperatuur (verdamper) | Is de verdampertemperatuur > d02, eindigt de dooiprocedure |
| d03 Tijd | tussen dooiprocedures | Is de min. looptijd van de warmtepomp tussen 2 dooiprocedures |
| d04 Max. | dooitijd | Na het verstrijken van de ingestelde tijd d04 wordt het dooien beëindigd |
| g02 Duur van de legionella-functie Tijd voor de legionella-functie | ||
| g03 Tijd | start legionella-functie Op deze tijd start de legionella-functie | |
| g04 Periode (dagen) voor legionella-functie | Na deze periode (dagen) wordt de legionella-functie geactiveerd | |
| n10 | Max. reservoirtemperatuur zonne-energiepomp stop | Is de reservoirtemperatuur hoger dan n10, stopt de zonne-energiepomp r06: Inschakelvertra-ging elektrische verwarmingsstaaf. Bij het over-schrijden van de ingestelde looptijd r06, wordt de elektrische verwarmingsstaaf ingeschakeld |
REMKO RBW
11 Reiniging en onderhoud
Het regelmatig verzorgen en onderhouden waar- borgen een storingsvrij gebruik en een lange levensduur van de warmtepomp.
■ Controleer de elektrische aansluitingen
Bij het buiten werking stellen van de warmtepomp het reservoir aftappen. Vorstgevaar!
We raden aan het reservoir regelmatig te reinigen
- Controleer de beschermingsanode regelmatig
We raden aan de warmwatertemperatuur zo laag mogelijk in te stellen, voor het waarborgen van een zo effectief mogelijk bedrijf
- Controleer alle onderdelen op drukbestendigheid en lekkages. Controleer de koudemiddelvulhoeveelheid regelmatig
Voor de eventueel wettelijk voorgeschreven lekdichtheidscontrole moet een onderhouds-contract met een jaarlijks onderhoudsinterval worden afgesloten met gespecialiseerd bedrijf.
Bij luchtaanzuiging uit een wasdroogkelder, moeten geschikte filters worden voorzien en maandelijks worden gecontroleerd. Houd ook rekening met het maximale drukverlies.
12 Tijdelijk uit gebruik nemen
Indien de verwarmingsinstallatie gedurende een langere periode niet wordt gebruikt (bijv. door vakantie), mag deze toch niet geheel worden uitgeschakeld!
Tijdens het tijdelijk uit gebruik nemen, moet de installatie in de modus "Startklaar" worden gebracht.
■ Voor de duur van de afwezigheid kunnen verwarmingstijden worden geprogrammeerd.
Als het uit gebruik nemen weer wordt beëindigd, moet de vorige bedrijfsmodus weer worden hersteld.
- Het wijzigen van de bedrijfsmodus is in het hoofdstuk "bediening" beschreven.
! AANWIJZING!
In de bedrijfsmodus „Startklaar“ staat de warmtepomp standby. Alleen de antivriesfunctie van de hele installatie wordt geactiveerd.
13 Verhelpen van storingen en klantenservice
13.1 Verhelpen van storingen en klantenservice
Het apparaat is volgens de modernste productiemethoden geproduceerd en meerdere keren op een probleemloze werking gecontroleerd. Treden desondanks storingen op, controleer dan de werking van het apparaat volgens de onderstaande lijst. Zijn alle controles uitgevoerd en werkt het apparaat nog steeds niet probleemloos, neem dan contact op met een gespecialiseerd bedrijf.
| Foutbeschrijving Oorzaak Verhelpen | ||
| Installatie werkt niet Voedingsspanning correct? Voedingsspanning uit-/inschakelen en spanning controleren | ||
| Hogedrukstoring Koudemiddelovervulling Nieuw vullen | ||
| Lagedrukstoring Koudemiddeltekort Circuit op lekkages controleren | ||
| Er komt geen heet water | Kranen watertoevoer dicht Kranen open draaien | |
| Waterdruk te laag | Waterdruk verhogen | |
| Display blijft donker | Veiligheidstemperatuurbegrenzer aange-sproken | Temperatuur in reservoir verlagen |
Foutcodes en betekenis
| Code | Beschrijving van de fout | Oorzaak | Oplossing |
| P01 | Sensor reservoir onder defect | Defect of kortgesloten. Stekker-contact niet correct | Sensorweerstand controleren.Sensor vervangen |
| P02 | Sensor reservoir boven defect | ||
| P034 | Sensor collector defect | ||
| P04 | Sensor circulatie defect | ||
| P05 | Sensor verdamper defect | ||
| P07 | Sensor aanzuigleiding defect | ||
| E01 | Hogedrukstoring | Koudemiddeldruk te hoog, drukschakelaar aangesproken | Druk controleren, watertempe-ratuur te hoog |
| E02 | Lagedrukstoring | Koudemiddeldruk te laag, druk-schakelaar aangesproken | Druk controleren, koudemiddel-tekort |
| E03 | Oververhittingsfout | Watervulpeil te laag | Watervulpeil controleren |
| E08 | Communicatiestoring | Communicatiestoring tussen bedieningsdeel en hoofdprint-plaat | Kabelverbinding, stekkercon-tacten controleren |
13.2 Weerstanden van de temperatuursensoren
NTC R-T tabel (R25 = 5kΩ B25/50 = 3470 k)
| Temp. (°C) | Weerstand (kOhm) | Temp. (°C) | Weerstand (kOhm) |
| -30 63.7306 1 13.6017 | |||
| -29 60.3223 2 13.0057 | |||
| -28 57.1180 3 12.4393 | |||
| -27 54.1043 4 11.9011 | |||
| -26 51.2686 5 11.3894 | |||
| -25 48.5994 6 10.9028 | |||
| -24 46.0860 7 10.4399 | |||
| -23 43.7182 8 9.9995 | |||
| -22 41.4868 9 9.5802 | |||
| -21 39.3832 10 9.1810 | |||
| -20 37.3992 11 8.8008 | |||
| -19 35.5274 12 8.4385 | |||
| -18 33.7607 13 8.0934 | |||
| -17 32.0927 14 7.7643 | |||
| -16 30.5172 15 7.4506 | |||
| -15 29.0286 16 7.1513 | |||
| -14 27.6216 17 6.8658 | |||
| -13 26.2913 18 6.5934 | |||
| -12 25.0330 19 6.3333 | |||
| -11 23.8424 20 6.0850 | |||
| -10 22.7155 21 5.8479 | |||
| -9 21.6486 22 5.6213 | |||
| -8 20.6380 23 5.4048 | |||
| -7 19.6806 24 5.1978 | |||
| -6 18.7732 25 5.0000 | |||
| -5 17.9129 26 4.8108 | |||
| -4 17.0970 27 4.6298 | |||
| -3 16.3230 28 4.4566 | |||
| -2 15.5886 29 4.2909 | |||
| -1 14.8913 30 4.1323 | |||
| 0 14.2293 31 3.9804 |
| Temp. (°C) | Weerstand (kOhm) | Temp. (°C) | Weerstand (kOhm) |
| 32 3.8349 67 1.1771 | |||
| 33 3.6955 68 1.1413 | |||
| 34 3.5620 69 1.1068 | |||
| 35 3.4340 70 1.0734 | |||
| 36 3.3113 71 1.0412 | |||
| 37 3.1937 72 1.0100 | |||
| 38 3.0809 73 0.9800 | |||
| 39 2.9727 74 0.9509 | |||
| 40 2.8688 75 0.9228 | |||
| 41 2.7692 76 0.8957 | |||
| 42 2.6735 77 0.8695 | |||
| 43 2.5816 78 0.8441 | |||
| 44 2.4934 79 0.8196 | |||
| 45 2.4087 80 0.7959 | |||
| 46 2.3273 81 0.7730 | |||
| 47 2.2491 82 0.7508 | |||
| 48 2.1739 83 0.7293 | |||
| 49 2.1016 84 0.7086 | |||
| 50 2.0321 85 0.6885 | |||
| 51 1.9656 86 0.6690 | |||
| 52 1.9015 87 0.6502 | |||
| 53 1.8399 88 0.6320 | |||
| 54 1.7804 89 0.6144 | |||
| 55 1.7232 90 0.5973 | |||
| 56 1.6680 91 0.5808 | |||
| 57 1.6149 92 0.5647 | |||
| 58 1.5636 93 0.5492 | |||
| 59 1.5142 94 0.5342 | |||
| 60 1.4666 95 0.5196 | |||
| 61 1.4206 96 0.5055 | |||
| 62 1.3763 97 0.4919 | |||
| 63 1.3336 98 0.4786 | |||
| 64 1.2923 99 0.4658 | |||
| 65 1.2526 100 0.4533 | |||
| 66 1.2142 |
NTC R-T tabel (R25 = 50.000 kΩ B25/50 = 3950 k)
| Temp. (°C) | Weerstand (kOhm) | Temp. (°C) | Weerstand (kOhm) |
| -40 2009.2 -6 232.60 | |||
| -39 1869.0 -5 220.13 | |||
| -38 1739.6 -4 208.40 | |||
| -37 1620.2 -3 197.38 | |||
| -36 1509.8 -2 187.02 | |||
| -35 1407.8 -1 177.27 | |||
| -34 1313.5 0 168.10 | |||
| -33 1226.2 1 159.46 | |||
| -32 1145.3 2 151.32 | |||
| -31 1070.4 3 143.66 | |||
| -30 1001.0 4 136.43 | |||
| -29 936.58 5 129.62 | |||
| -28 876.76 6 123.19 | |||
| -27 821.21 7 117.12 | |||
| -26 769.58 8 111.39 | |||
| -25 721.58 9 105.98 | |||
| -24 676.92 10 100.87 | |||
| -23 635.35 11 96.040 | |||
| -22 596.63 12 91.470 | |||
| -21 560.55 13 87.148 | |||
| -20 526.92 14 83.057 | |||
| -19 495.54 15 79.185 | |||
| -18 466.26 16 75.519 | |||
| -17 438.91 17 72.045 | |||
| -16 413.37 18 68.754 | |||
| -15 367.69 19 65.634 | |||
| -14 367.16 20 62.676 | |||
| -13 346.26 21 59.870 | |||
| -12 326.70 22 57.207 | |||
| -11 308.38 23 54.679 | |||
| -10 291.22 24 52.279 | |||
| -9 275.13 25 50.000 | |||
| -8 260.05 26 47.834 | |||
| -7 245.89 27 45.775 |
| Temp. (°C) | Weerstand (kOhm) | Temp. (°C) | Weerstand (kOhm) |
| 28 43.818 63 11.182 | |||
| 29 41.956 64 10.799 | |||
| 30 40.185 65 10.431 | |||
| 31 38.500 66 10.078 | |||
| 32 36.896 67 9.7393 | |||
| 33 35.368 68 9.4134 | |||
| 34 33.913 69 9.1002 | |||
| 35 32.527 70 8.7991 | |||
| 36 31.206 71 8.5096 | |||
| 37 29.947 72 8.2313 | |||
| 38 28.746 73 7.9637 | |||
| 39 27.600 74 7.7061 | |||
| 40 26.507 75 7.4584 | |||
| 41 25.464 76 7.2199 | |||
| 42 24.468 77 6.9904 | |||
| 43 23.517 78 6.7694 | |||
| 44 22.608 79 6.5566 | |||
| 45 21.740 80 6.3515 | |||
| 46 20.911 81 6.1541 | |||
| 47 20.118 82 5.9639 | |||
| 48 19.359 83 5.7805 | |||
| 49 18.634 84 5.6037 | |||
| 50 17.940 85 5.4333 | |||
| 51 17.276 86 5.2690 | |||
| 52 16.641 87 5.1105 | |||
| 53 16.032 88 4.9576 | |||
| 54 15.450 89 4.8104 | |||
| 55 14.892 90 4.6678 | |||
| 56 14.357 91 4.5304 | |||
| 57 13.845 92 4.3978 | |||
| 58 13.353 93 4.2690 | |||
| 59 12.882 94 4.1462 | |||
| 60 12.430 95 4.0268 | |||
| 61 11.997 96 3.9114 | |||
| 62 11.581 97 3.8000 |
REMKO RBW
| Temp. (°C) | Weerstand (kOhm) | Temp. (°C) | Weerstand (kOhm) |
| 98 3.6923 | 110 2.6457 | ||
| 99 3.5887 | 111 2.5756 | ||
| 100 3.4876 | 112 2.5077 | ||
| 101 3.3903 | 113 2.4420 | ||
| 102 3.2978 | 114 2.3783 | ||
| 103 3.2052 | 115 2.3166 | ||
| 104 3.1172 | 116 2.2568 | ||
| 105 3.0320 | 117 2.1989 | ||
| 106 2.9497 | 118 2.1427 | ||
| 107 2.8699 | 119 2.0882 | ||
| 108 2.7927 | 120 2.0354 | ||
| 109 2.7180 |
14 Illustratie van het apparaat en reserveonderdelen

Afb. 39: Apparaatafbeelding
Afmeting- en constructieveranderingen in het kader van de technische doorontwikkeling, blijven ons voorbehouden
Reserveonderdeellijst
| Nr. | Omschrijving RBW 300 PV RBW 300 PV-S | ||
| Vanaf serienummer: 1422F... 1423F... | |||
| 1 | Bekleding voor 1110737 1110737 | ||
| 2 | Bekleding boven 1110738 1110738 | ||
| 3 | Bedieningseenheid 1110739 1110739 | ||
| 4 | Magneetklep 1110740 1110740 | ||
| 5 | Hogedrukschakelaar 1110741 1110741 | ||
| 6 | Compressor 1110742 1110742 | ||
| 7 | Thermostatische expansieklep 1110743 1110743 | ||
| 8 | Warmtewisselaar | 1110754 1110754 | |
| 9 | Ventilatorlamel 1110747 1110747 | ||
| 10 | Condensator, compressor 15 nF | 1110748 1110748 | |
| 11 | Ventilatormotor | 1110749 1110749 | |
| 12 | Hoofdprintplaat | 1110750 1110750 | |
| 13 | Veiligheidstemperatuurbegrenzer (VTB) | 1110760 1110760 | |
| 14 | Elektrische verwarmingsstaaf 1,5 kW | 1110761 1110761 | |
| 15 | Plaat bedieningsdeel | 1110763 1110763 | |
| 16 | Condensator ventilatormotor 2nF | 1110762 1110762 |
Bij reserveonderdeelbestellingen naast het EDV-nr. graag ook altijd het apparaatnummer en apparaattype (zie typeplaatje) opgeven!
Reserveonderdelen zonder afbeelding
| Nr. Omschrijving RBW 300 PV RBW 300 PV-S | ||
| Transformer | 1110764 1110764 | |
| Magnesiumanode | 1110744 1110744 | |
| Sensor zuigleiding T5 | 1110745 1110745 | |
| Sensor luchtaanzuiging T1 | 1110746 1110746 | |
| Sensor waterinlaat T2 | 1110751 1110751 | |
| Sensor wateruitlaat T3 | 1110752 1110752 | |
| Collectorvoeler T6 | --- | 1110755 |
| Sensor warmtewisselaar T4 | 1110753 1110753 |
Bij reserveonderdeelbestellingen naast het EDV-nr. graag ook altijd het apparaatnummer en apparaattype (zie typeplaatje) opgeven!
15 Index
A
Aansluitingen vermogensprintplaat ..... 2 0
Afvoeren van de apparaten en componenten . . . 6
Afvoeren van de verpakking 6
Apparaatafmetingen 8
B
Bedieningseenheid 24
Beschrijving van het apparaat .... 10
Besturingslogica 22
C
Condenswaterafvoer 16
COP 7
Corrosiebescherming 11
D
Dekselafmetingen 9
Drijfgas volgens Kyoto-protocol ..... 7
Drukreduceer 15
E
Elektrische aansluiting 20
Functies van de bedieningseenheid ..... 24
G
Garantie 6
H
Hydraulisch aansluitschema 17
Hydraulische aansluiting ..... 17
|
Inbedrijfstelling 22
Installatie 15
L
Laden met tweede warmtebron 16
Leidingaansluitingen 8
M
Magnesium-beschermingsanode ..... 1 1
Milieubescherming 6
Minimale afstanden 13
0
Opstelling 12
P
Productbeschrijving 10
R
Recycling 6
Reserveonderdelen bestellen 48
s
Sanitaire aansluitingen 15
Symboolfuncties van de bedieningseenheid ... 25
Systeemopbouw 11
T
Temperatuursensoren Weerstanden....44, 45
Toepasselijk gebruik 6
V
Veiligheid
Algemene 4
Gevaren bij het niet-opvolgen van de veiligheidsvoorschriften 4
Kwalificaties van het personeel ..... 4
Markering van instructies .... 4
Veiligheidsbewust werken 5
Veiligheidsvoorschriften voor de exploitant . . 5
Veiligheidsvoorschriften voor inspectiewerkzaamheden 5
Veiligheidsvoorschriften voor montage ..... 5
Veiligheidsvoorschriften voor onderhouds . . . 5
Zelfstandige ombouw .... 5
Zelfstandige vervaardiging van reserveonderdelen .... 5
Veiligheidsklep 15
Vermogensprintplaat, aansluitingen .....2 0
Verwarmingsvermogen 7
W
Warmteverliezen voorkomen 15
Weerstanden Temperatuursensoren .... 44, 45
Werking van de warmwaterwarmtepomp ..... 1 0
REMKO RBW
REMKO INTERNATIONAL
... en altijd dicht bij u in de buurt! Maak gebruik van onze ervaring en advies

Via onze intensieve training brengen we de vakkennis van onze adviseurs steeds op de nieuwste stand. Dit heeft ons de reputatie opgeleverd, meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die helpt bij het oplossen van problemen.
De verkoop
REMKO beschikt niet alleen over een goed uitgebouwd netwerk van vertegenwoordigingen in binnen- en buitenland, maar ook over hoog gekwalificeerd vakkundig personeel voor de verkoop. REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan alleen verkoper: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airconditioning- en warmtetechniek.
De servicedienst
Onze apparaten werken nauwkeurig en betrouwbaar. Als er onverhoopt toch een storing optreedt, dan is de REMKO servicedienst snel ter plaatse. Ons omvangrijk netwerk van ervaren speciaalzaken waarborgt u altijd een snelle en betrouw-bare service.