TravelPilot 500 - Gps BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TravelPilot 500 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
| Type product | Navigatie-apparaat |
| Merk | Blaupunkt |
| Model | TravelPilot 500 |
| Categorie | GPS |
| Afmetingen (ca.) | 130 x 85 x 20 mm |
| Gewicht (ca.) | 200 g |
| Voeding | Interne oplaadbare accu; netadapter of sigarettenaansteker (3 uur laadtijd) |
| Navigatie | GPS, TMC, spraakinvoer, verkeersbordherkenning, off-road (geocaching) |
| Bluetooth | Handsfree bellen, telefoonboek, SMS, audio-overdracht |
| Camera | Ingebouwde camera voor fotograferen (geotagging) en verkeersbordherkenning |
| Entertainment | Muziek, video, foto's, spelletjes, internetradio, podcast |
| Internet | WLAN, webbrowser, e-mail, VoIP |
| Geheugen | Intern geheugen; SD-/MMC-kaartsleuf voor uitbreiding |
| Display | Touchscreen, automatische helderheid, dag-/nachtweergave |
| Onderhoud | Display reinigen met droge zachte doek; behuizing met licht vochtige doek |
| Veiligheid | Diefstalbeveiliging via PIN/PUK; niet bedienen tijdens het rijden; veilige montage |
| Inhoud levering | Navigatieapparaat, zuignapbevestiging, netlaadapparaat, oplaadkabel, TMC-antenne, USB-kabel, videokabel, headset, beknopte handleiding, back-up DVD |
| Garantie | Zie service-informatie in de handleiding |
Veelgestelde vragen - TravelPilot 500 BLAUPUNKT
Gebruikersvragen over TravelPilot 500 BLAUPUNKT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Gps in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TravelPilot 500 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TravelPilot 500 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING TravelPilot 500 BLAUPUNKT
Gebruiksaanwijzing en inbouwhandleiding
(Uitgebreide versie)

BLAUPUNKT
Overzicht van het apparaat

eenvoudige bediening door het aanraken van de knoppen op het display
② VOL - :
volume reduceren
③ Aan-/uitschakelaar:
- Lang indrukken (langer dan 1 s): apparaat inschakelen
- Lang indrukken (langer dan 3 s): apparaat uitschakelen
•Kort indrukken: hoofdmenu oproepen
④ VOL +:
volume verhogen
⑤ Bus voor extra externe TMC-antenne (interne TMC-antenne aanwezig)
⑥ Schacht voor geheugenkaart
⑦ Bus voor voeding (netoplaadapparaat of oplaadkabel naar sigarettenaansteker)
⑧ Stylus voor bediening op het display
⑨ Digitale camera, o.a. voor het herkennen van borden
⑩ Lichtsensor voor automatische displayhelderheid (bovenkant)
⑪ Bus voor extra externe GPS-antenne (interne GPS-antenne aanwezig)
⑫ Afdekking accucompartiment
⑬ Microfoon voor spraakinvoer en hands-free set (Bluetooth)
⑭ Aansluitbus voor koptelefoon
⑮ Een seriële aansluiting voor koppeling op de voertuigelektronica (Smart Cable) of Sound Docking Station (Vraag uw Blaupunkt-vakhandel of informeer u op de Blaupunkt internetsite www.blaupunkt.com)
⑯ USB-aansluiting voor gegevensoverdracht
⑰ Bus AV-IN/OUT voor achteruitrijcamera en andere audio-/video-apparaten
Overzicht van het apparaat......2
Veiligheidsinstructies 8
Gebruikte waarschuwingssymbolen .....8
Correct gebruik 8
Verkeersveiligheid 8
Algemene veiligheidsinstructies ....8
Instructies voor het omgaan met de CD/DVD 9
Reinigingsinstructies ......9
Instructies voor het afdanken ......9
Eerste inbedrijfname 9
Leveringsomvang 9
Beschermfolie verwijderen ....9
Accu laden 9
Apparaat inschakelen....10
Taal instellen 10
Record selecteren ....10
Montage in het voertuig ......10
Montagevoorbeeld 11
Zuignaphouder aanbrengen 11
Klem aanbrengen 11
Apparaat in klem plaatsen ....11
Apparaat uitnemen 11
Zuignaphouder verwijderen 11
Audioweergave via de luidspreker in het voertuig (AUDIO-MIX-functie) ......11
In-/uitschakelen ....12
Inschakelen....12
Uitschakelen....12
Reset....12
Bediening van de menu's 12
Hoofdmenu 12
Knoppen....12
Toetsenbord....12
Intelligente uitbreidingsfunctie .....13
Toetsenoverzicht....13
Fouttolerante invoer ....13
Lijsten 13
Informatie via GPS ....13
GPS-werkingswijze....13
GPS-info weergeven 13
Basisinstellingen uitvoeren ....14
Tijdzone instellen 14
Thuisadres invoeren ....15
PIN-vraag activeren 15
PIN-vraag instellen 15
Apparaat blokkeren/vrijgeven .....15
PIN veranderen 16
Navigatie 16
Bestemmingsinvoer....16
Land invoeren 16
Adres invoeren 17
Coördinaten invoeren 17
Thuisadres als bestemming gebruiken ....17
Bestemming van de kaart overnemen ....17
Spraakinvoer....18
Bijzondere bestemmingen (POI) ......18
Bijzondere POI's 19
My POIs (Mijn POI's) ......19
Bovenregionale POI's 19
POI-invoer starten 19
POI-positie kiezen 19
POI kiezen 19
POI oproepen ....19
Tochtplanning afsluiten 21
Bestemming uit het bestemming-/tochtgeheugen gebruiken ....21
Verdere functies tijdens na de bestemmingsinvoer/tochtplanning .....22
Landinfo 22
Simulatie ......22
Simulatie starten 22
Simulatie-instellingen 23
Positie opslaan 23
Bestemming-/tochtgeheugen ......23
Reisdoelen opslaan 23
Bestemming of tocht opslaan ......23
Laatste bestemming of laatste tocht opslaan 24
Bestemmingen bewerken 24
Routegeleiding....27
Routegeleiding starten 27
Bestemmingsinvoer tijdens routegeleiding....27
Bereken van de plaats van bestemming...27
Routegeleiding afsluiten 27
GPS-ontvangst gestoord 27
Off-road-routegeleiding (Geocaching) 28
Werken met de kaart ......28
Kaart weergeven 28
Kaart verplaatsen en schalen 28
Drukken op de kaart 28
Knoppen en symbolen....29
Kaart-/navigatie-instellingen .....29
Aankomsttijd-/resterende rijtijd weergeven ....29
Auto-zoom in-/uitschakelen .....29
Record selecteren 29
Eenheden kiezen 30
Snelheid en hoogte weergeven/verbergen 30
Camera uitrichten 30
Kaart-/videoweergave kiezen .....30
Bijzondere bestemmingen op snelwegen weergeven/verbergen .....30
Bestemmingen op de kaart weergeven/verbergen en POI-opmerkingen activeren/deactiveren....30
Gesproken instructies ....31
Spraakinvoer....31
Dag-/nachtweergave....31
Snelheidslimiet....32
Tocht automatisch vervolgen ....32
Tochtinfo weergeven/verbergen .....32
Kaartweergave tijdens de routegeleiding....32
Navigatiehulpmiddelen 32
Route-informatie....33
POI-opmerking 33
Snelheidslimiet (Verkeersbordenherkenning) ......33
Videoweergave tijdens de routegeleiding (True Navigation) ......33
Gesproken mededeling tijdens de routegeleiding ....34
Verdere functies tijdens de routegeleiding....34
Informatie over bestemming weergeven ..34
Routegeleiding afbreken 34
Volgende bestemming overslaan .....34
Routelijst weergeven en blokkades invoeren ....35
Trajecten weergeven/verbergen .....35
Traject blokkeren ....35
Blokkade opheffen 35
Alternatieve route berekenen ....35
Een blokkade invoeren ....35
Blokkade invoeren ....35
Blokkade opheffen ....36
TMC-functie ....36
TMC-ontvangst realiseren ....36
Verkeershinder in de kaartweergave .....36
Verkeersberichten weergeven ....36
Automatische fi le-ontwijking inschakelen .36
TMC-instellingen 36
Infotainment ....37
Bluetooth-functie (Telefoon) ......37
Bluetooth-toepassingen starten .....38
Handsfree functie ....38
Oproepen 38
Oproep aannemen of afwijzen ....38
Oproep afsluiten en verdere functies ...38
Oproepenlijst beheren ....38
Telefoonboek....39
Telefoonboek laden 39
Oproepen uit het telefoonboek ......39
Invoer toevoegen 39
Invoer bewerken 39
Korte berichten (SMS) 39
SMS schrijven 39
Post in-/uit 40
Audio-overdracht 40
Bestandsoverdracht 40
Data up-/downloaden 40
Bluetooth-verbinding opbouwen .....41
Koppelen met de mobiele telefoon .....41
Koppelen met het navigatie-apparaat ..41
Bluetooth-verbinding opbouwen en opheffen....41
Andere mobiele telefoons met het navigatieapparaat koppelen ....42
Bluetooth-instellingen maken ....42
Bluetooth-functie activeren/deactiveren....42
Zichtbaarheid in-/uitschakelen .....43
Verbonden apparaten ....43
Beltoon....43
Automatisch aannemen van gesprekken 44
Geïllustreerde taalgids ....44
Camera-functie ....44
Fotograferen (Geotagging) 45
Filmen 45
Entertainment ....45
Geheugenkaart plaatsen en uitnemen .....45
Entertainment starten 46
Muziekbestanden afspelen 46
Equalizer 46
Random weergave (Mix) 47
Herhaalde weergave (Repeat) .....47
ID3-tags weergeven 47
Muzieklijst oproepen (Browse) .....47
Afbeeldingsbestanden weergeven .....47
Presentatie 48
Bestandspadnaam weergeven .....48
Foto draaien 48
Fotolijst oproepen (Browse) ......48
Videobestanden afspelen ....48
Achteruitrijcamera of externe audio-/video-bron aansluiten 49
Navigatie-apparaat als videobron gebruiken ....49
Extern apparaat als videobron gebruiken 49
Spelletjes....49
Internet-functie....50
Internet instellen (WLAN-instellingen) ....50
Zichtbaar WLAN-netwerk verbinden ...50
Onzichtbaar WLAN-netwerk handmatig instellen en verbinden .....51
Verbinding met WLAN-netwerk afsluiten ....51
Webbrowser....51
De werkbalk 51
Website oproepen 51
Websites/-adressen uit de geschiedenis kiezen ....52
Bladwijzers toevoegen en selecteren ...52
Tekst op de actuele website zoeken .....53
Basisinstellingen van de webbrowser ..53
Webbrowser afsluiten 54
E-mail-verkeer 54
E-mailverkeer instellen ....54
E-mail-accounts instellen en beheren ..54
Instellingen voor het zenden en ontvangen....55
Spam-instellingen uitvoeren ....55
Verdere instellingen 56
E-mailfunctie gebruiken 56
E-mail bewerken 57
Internet-telefonie (VoIP) 57
VoIP instellen 57
VoIP gebruiken 58
Internet-radio ....58
Internet-radio beluisteren ....58
Zender aan de favorieten toevoegen of uit de favorieten verwijderen ....58
Nieuwe zender opslaan ....59
Podcasting....59
Podcasts laden 59
Episoden laden en afspelen ....59
Podcasts/episoden bewerken .....59
Offi ce-functie ....60
Offi ce-toepassing starten 60
Dicteerapparaat....60
Opname afspelen 60
Opname bewerken 60
Opname blokkeren 60
Bestandsmanager 61
Mijn bestanden 61
Mijn bestanden in het interne geheugen ..61
Mijn bestanden afspelen of weergeven ...62
Mijn bestanden overdragen 62
Gegevensoverdracht met geheugenkaart....62
Data op de geheugenkaart laden ......62
Data van geheugenkaart in het geheugen laden ....62
Gegevensoverdracht met computer (USB)....62
Data van het navigatie-apparaat kopiëren ....63
Data naar het navigatie-apparaat kopiëren 63
Instellingen......63
Alarm instellen 63
Audio/video 64
Mijn toets in het hoofdmenu plaatsen (Snelle toegang) 64
Demomode 64
Diefstalbeveiliging....64
Display 64
Productinformatie....65
Geluid & volume 65
Taal....65
Stroom besparen 65
Knoppentoon 65
Touchscreen kalibreren 65
Kloktijd......66
Fabrieksinstellingen 66
Draadloze verbindingen 66
Software....67
Navigatiesoftware opnieuw installeren ....67
Navigatiesoftware actualiseren ....67
Service 67
Garantie....67
Veiligheidsinstructies
Leest u a.u.b. in uw eigen belang de volgende veiligheidsinstructies zorgvuldig door voordat u het apparaat in bedrijf neemt.
Gebruikte waarschuwingssymbolen
In de paragrafen wijzen waarschuwingssymbolen op belangrijke instructies voor u en voor het apparaat.

GEVAAR!
Waarschuwt voor letsel of mogelijk levensgevaar

GEVAAR!
Waarschuwt voor ongevallen
Correct gebruik
Het apparaat is bedoeld voor mobiele toepassing in voertuigen. Enkele functies mag de bestuurder niet gebruiken.
Speciale informatie voor navigatie van vrachtwagens, bussen en campers zoals bijvoorbeeld hoogte- en breedtebeperkingen, alsmede maximale aslast maken geen onderdeel uit van de navigatiegegevens!
Navigatie buiten de wegen (Off-road-routegeleiding) is mogelijk met dit navigatieapparaat.
Verkeersveiligheid

Het navigatie-apparaat ontslaat u niet van uw verantwoordelijkheid zich als bestuurder correct en voorzichtig in het wegverkeer te gedragen. Houdt de geldende verkeersregels altijd aan.

Gebruik het apparaat zodanig, dat u uw voertuig altijd veilig kunt besturen. In geval van twijfel stopt u en bedient u het apparaat bij stilstaand voertuig. Wanneer u bestuurder bent, mag u geen toepassingen gebruiken die u afl eiden van het verkeer (afhankelijk van de functionaliteit van het apparaat bijv. video's bekijken).
Algemene veiligheidsinstructies
Houdt de volgende instructies aan, om het apparaat te beschermen tegen defecten en uzelf tegen letsel of mogelijk levensgevaar door ontsteking of explosie:
- Bescherm het apparaat tegen vocht, omdat het niet waterdicht is en niet bestand is tegen spatwater.
- U mag het apparaat niet openen of veranderen! Het kan anders beschadigd raken en daardoor ontbranden of exploderen. Of uit de accu kan etsende, licht ontvlambare vloeistof komen.
- Stel het apparaat niet bloot aan zeer lage (onder -20 °C) en zeer hoge temperaturen (hoger dan 60 °C), bijv. in de nabijheid van vuur, verwarmingen of in een geparkeerde auto in direct zonlicht. Er kan anders vocht in het apparaat worden gevormd of het apparaat raakt oververhit. Apparaat of accu kunnen vervormen en zelfs ontbranden of exploderen. Of uit de accu kan etsende, licht ontvlambare vloeistof komen.
- Bij contact van de accuvloeistof met de ogen of de huid moet u direct spoelen met water en een arts consulteren.
- Zorg altijd voor een veilige montage in uw voertuig. Wanneer de bevestiging niet goed is aangebracht, kan het apparaat bij sterk remmen of een ongeval een veiligheidsrisico vormen voor de inzittenden van het voertuig.
- Ontkoppel het apparaat van de voeding, wanneer u uw voertuig parkeert, omdat het nog stroom verbruikt en zo de accu van het voertuig kan ontladen. Trek daarbij de voedingsstekker niet aan de kabel uit de aansluiting. De kabel kan daardoor beschadigd raken en elektrocutie veroorzaken.
Instructies voor het omgaan met de CD/DVD
Bij het apparaat wordt een CD/DVD geleverd, welke navigatiesoftware en kaartmateriaal bevat. Om de CD/DVD te beschermen tegen verontreinigingen en beschadigingen moet u de volgende aanwijzingen opvolgen:

Bewaar de CD/DVD in het doosje. Pak de CD/DVD uitsluitend bij de rand vast.

Stel de CD/DVD en het doosje niet bloot aan direct zonlicht.

Gebruik uitsluitend een schone CD/DVD. Reinig indien nodig de CD/DVD met een zachte niet-pluizende doek van binnen naar buiten.
Reinig de CD/DVD nooit met cirkelvormige bewegingen.

Gebruik geen oplosmiddel, ook niet voor de bedrukte zijde van de CD/DVD.
Reinigingsinstructies

Reinig het display met een droge, zachte doek. Water en andere vloeistoffen kunnen het display beschadigen.

Gebruik voor het reinigen van de behuizing geen agressieve oplosmiddelen. Gebruik uitsluitend een licht vochtig gemaakte pluisvrije doek.
Instructies voor het afdanken

Gebruik voor het afvoeren van het oude apparaat de beschikbare retour- en verzamelsystemen.

Voer defecte accu's niet af met het huisvuil, maar geef deze af bij de betreffende inzamelpunten.
Eerste inbedrijfname
Leveringsomvang
De volgende onderdelen maken deel uit van de leveringsomvang:
- Navigatie-apparaat
- Zuignapbevestiging
- Netlaadapparaat
• Oplaadkabel voor sigarettenaansteker - TMC-antenne
• USB-kabel incl. USB-adapter - Videokabel
• Headset (koptelefoon met microfoon) - Gebruiksaanwijzing (Verkorte versie)
- Backup-DVD
Opmerking:
Wij raden het gebruik van originele Blaupunkt-toebehoren aan (www.blaupunkt.com).
Beschermfolie verwijderen
Verwijder vóór het eerste gebruik alle beschermfolie voorzichtig van het display, de behuizing en de camera.
Accu laden
Bij het aanschaffen van het navigatie-apparaat kan de accu ontladen zijn. Laad de accu vóór het gebruik van het apparaat op.

GEVAAR!
Gebruik van niet toegestane opladers en accu's kan leiden tot ontsteking of explosie van het apparaat
Gebruik alleen de originele oplaadapparaten en accu's van Blaupunkt voor gebruik en om de accu correct op te laden en tegen overspanning te beschermen.
De laadduur in uitgeschakelde toestand is ca. 3 uur. De indicatie voor de oplaadtoestand staat in de bovenste displaybalk.
- Het apparaat wordt door een externe voeding gevoed.
- Het apparaat wordt door zijn interne accu gevoed. De laadtoestand van de accu is voldoende.
- Het apparaat wordt door zijn interne accu gevoed. De laadtoestand van de accu is zwak.
Wanneer de oplaadtoestand van de accu zeer zwak is, wordt dit door het navigatie-apparaat gemeld.
Sluit het oplaadapparaat of de oplaadkabel voor de sigarettenaansteker op de oplaadbus aan.
Opmerking:
De accu is uitgerust met een oververhittingsbeveiliging door overstroom. De beveiliging verhindert het opladen van de accu vanaf een omgevingstemperatuur hoger dan ca. 45 °C.
Apparaat inschakelen

Houd de aan-/uitschakelaar langer dan 1 seconde ingedrukt.
Taal instellen
Het apparaat gebruikt Engels als standaardtaal. Wanneer u het apparaat voor de eerste keer in- schakelt, wordt een dialoogvenster weergegeven, waarin u een andere taal voor de menu's en ge-
sproken mededelingen alsmede voor de spraak-invoer kunt kiezen.
Kies in het dialoogmenu uw voorkeurstaal.
Volg de aanwijzingen.
De taal wordt geladen en het hoofdmenu wordt weergegeven.
Record selecteren
Na de eerste start van de navigatie moet u een wegenkaart kiezen. De melding "Record niet beschikbaar" wordt automatisch weergegeven.
Druk op de knop OK.
Een lijst van de beschikbare wegenkaarten wordt weergegeven.
Druk in de lijst op de gewenste wegenkaart om deze te selecteren.
Montage in het voertuig
Voor de tijdelijke montage in het voertuig wordt bij het navigatie-apparaat een houder voor bevestiging aan de voorruit meegeleverd.

GEVAAR!
De montage op een ongeschikte plaats kan tot verwondingen leiden
Monteer het navigatie-apparaat zo dat uw zicht niet wordt gehinderd en u niet wordt afgeleid van het verkeer.
Monteer het apparaat niet in de opblaaszone van de airbags.
Let er op dat de inzittenden van het voertuig bij een noodstop niet in gevaar komen door het apparaat.
Controleer regelmatig of de bevestiging nog goed vast zit. Door wijzigingen in de omgevingstemperatuur kan de bevestiging loslaten.
Montagevoorbeeld
De afbeelding laat slechts een montagevoorstel zien. Houd bij de montage in het voertuig in elk geval de vermelde veiligheidsinstructies aan.

Zuignaphouder aanbrengen
- Zoek een geschikte plaats voor de montage in het voertuig.
Voor optimale hechting moet de ruit stof- en vetvrij zijn. Reinig indien nodig eerst de ruit met een ruitenreinigingsdoek.
Druk de zuignap van de houder tegen de ruit.
Klap de hendel op de houder in de richting van de ruit.
Klem aanbrengen
De zuignaphouder heeft twee bevestigingen voor de klem.
Schuif de klem op de bevestigingen tot deze borgt.

Apparaat in klem plaatsen
Het apparaat heeft aan de onderkant 2 uitsparingen voor de bevestigingsplaat.
Plaats het apparaat met de onderzijde eerst op de klem en druk deze naar achteren.
De houder van de klem moet hoorbaar in de achterzijde van het apparaat borgen.
Richt de bevestiging uit.
Apparaat uitnemen
Druk de houder naar beneden.
Het apparaat komt los van de bevestiging.
Verwijder het apparaat.
Zuignaphouder verwijderen
Wanneer u van voertuig wisselt, kunt u de houder eenvoudig verwijderen.
Klap de hendel op de houder weg van de ruit.
Maak de zuignap aan de rand voorzichtig los van de ruit, zodat lucht tussen de zuignap en de ruit kan komen.
Trek de zuignap voorzichtig van de ruit.
Audioweergave via de luidspreker in het voertuig (AUDIO-MIX-functie)
Het navigatie-apparaat kan, aangesloten op een autoradio, als externe audiobron worden gebruikt. Gesproken mededeling van de navigatie en muziektitels worden dan via de luidspreker in het voertuig weergegeven.
Wanneer de autoradio beschikt over de AUDIO-MIX-functie, dan kan het geluid van het navigatie-apparaat en de autoradio gemengd worden. D.w.z. de gesproken mededelingen van de navigatie worden doorgeschakeld, terwijl u luistert naar de radio of CD.
Vereiste:
- Compatibele Blaupunkt-autoradio met Rear-of Front-AUX-IN-bus
- Autoradio ondersteunt de AUDIO-MIX-functie (vraag uw Blaupunkt-vakhandel)
Sluit de autoradio en het navigatie-apparaat op elkaar aan via een kabel – volgens de handleiding van de autoradio.
Activeer in de autoradio de AUDIO-MIX-functie, door de AUX-IN-bus in te schakelen.
De gesproken mededelingen van de navigatie en audiobron van de autoradio worden gemengd.
- of -
Deactiveer in de autoradio de AUDIO-MIX-functie, door de AUX-IN-bus uit te schakelen.
Het navigatie-apparaat wordt als externe audiobron gebruikt.
In-/uitschakelen
Met de aan-/uitschakelaar kunt u het apparaat in- en uitschakelen en het hoofdmenu openen.
Inschakelen
Houd de aan-/uitschakelaar langer dan 1 seconde ingedrukt.
Uitschakelen
Houd de aan-/uitschakelaar langer dan 3 seconden ingedrukt.
Het apparaat wordt vervolgens in de standby-stand geschakeld en blijft bedrijfsklaar. Pas na 2 uur worden alle functies volledig uitgeschakeld.
Opmerking:
Ook in uitgeschakelde toestand verbruikt het apparaat een kleine hoeveelheid energie. Wanneer u het apparaat na een langere periode weer gebruikt, kan het nodig zijn de accu opnieuw op te laden.
Reset
Wanneer het apparaat niet correct functioneert, kan een reset vaak uitkomst bieden.
Houd de aan-/uitschakelaar langer dan 14 seconden ingedrukt.
Het apparaat wordt uitgeschakeld en opnieuw gestart.
Bediening van de menu's
Hoofdmenu
Vanuit het hoofdmenu kunt u alle toepassingen, bijv. de navigatie en de instellingen benaderen.
Druk kort op de aan-/uitschakelaar om vanuit elk menu naar het hoofdmenu te gaan.

Het hoofdmenu biedt een snelle toegang, die u kunt wijzigen. Vervang één van de symbolen door een toepassing die u wilt (par. "Instellingen").
Knoppen

Druk op deze knop om naar het vorige menu terug te gaan.

Druk op deze knop in het menu naar de volgende pagina te gaan.
Options (Opties):
Druk op deze knop, om toegang te krijgen tot andere functies.
Info:
Druk op deze knop, om de detailinformatie weer te geven.
OK:
Druk op deze knop, om een invoer of een instelling te bevestigen.
Toetsenbord
Wanneer tekstinvoer nodig is (bijv. bij bestemmingsinvoer), verschijnt op het display een virtueel toetsenbord. Daarop kunt met de hand keuzes invoeren. Er kunnen alleen hoofdletters worden ingevoerd.
Intelligente uitbreidingsfunctie
Tijdens de bestemmingsinvoer voegt het apparaat, indien mogelijk, automatisch tekens toe en biedt alleen die letters aan op het toetsenbord, die nog logischerwijs kunnen volgen.
Toetsenoverzicht

Laatste teken wissen

Spatie invoeren

Alternatief lettertoetsenbord oproepen (o.a. speciale tekens, umlaut)

Cijfertoetsenbord oproepen, om bijv. de huisnummers in te voeren

Lettertoetsenbord oproepen

Fouttolerante invoer oproepen
Fouttolerante invoer
De fouttolerante invoer helpt u, wanneer u niet precies weet hoe de naam van een stad wordt gespeld. Na uw invoer wordt een lijst met soortgelijk geschreven stadsnamen getoond.


Druk in de tekstinvoer op het symbool.
De fouttolerante invoer wordt weergeven.

Voer en naam van een stad in en druk op OK. Er wordt een lijst met mogelijke stedennamen weergegeven.
Lijsten
Vaak kunt u de lijst weergeven, waaruit u een optie (bijv. bestemming) kunst selecteren. Wanneer u bijvoorbeeld de naam van een plaats niet volledig invoert, wordt een lijst met mogelijke resultaten weergegeven.


Druk op de knop, om de lijst weer te geven.
Het aantal posities in de lijst wordt naast het symbool weergegeven.


Druk op één van de knoppen om door de lijst te bladeren.

Druk op een positie om deze te selecteren.

Druk op de knop OK, om de gemarkeerde positie over te nemen of te bevestigen.

Druk op de knop Info, om afgekorte posities volledig weer te geven.
Informatie via GPS
Het GPS (Global Positioning System) maakt wereldwijde navigatie en plaatsbepaling mogelijk via satellieten.
GPS-werkingswijze
Het navigatie-apparaat meet de actuele positie van uw voertuig via GPS en vergelijkt deze coördinaten met het kaartmateriaal. Het kaartmateriaal bevat de coördinaten van de bijzondere bestemmingen, wegen en plaatsen die u op het display van het navigatie-apparaat kunt zien. Daaruit berekent het apparaat de route naar uw bestemming.
GPS-info weergeven
Informatie over de GPS-ontvangst van uw apparaat, uw actuele positie en uw snelheid vindt u in het menu GPS Info (GPS-info).


Druk in het hoofdmenu op het symbool.
De kaart wordt weergegeven.


Druk op het symbool.
Het menu Navigation (Navigatie) wordt weergegeven.


Druk op de knop.
De tweede pagina van het menu wordt weergegeven.


Druk op het symbool.
Het menu GPS Info (GPS-info) wordt weergegeven.

Deze informatie vindt u in dit menu:
- Latitude/Longitude (Breedtegraad/lengtegraad): actuele positie lengte- en breedtegraden
- Altitude (Hoogte): actuele hoogte boven de zeespiegel (opgave bij benadering)
- Speed (Snelheid): actuele snelheid van het voertuig
- Heading (Richting): rijrichting (betrouwbare indicatie vanaf ca. 5 km/h)
- Satellites (Satellieten): het aantal GPS-satellieten dat wordt ontvangen. Voor navigatie is de ontvangst van tenminste 3 satellieten nodig.
- GPS Signal Quality (GPS-signaalkwaliteit): signaalsterkte van de ontvangen GPS-satellieten
Opmerking:
Externe invloeden kunnen het zicht op de hemel en daarmee de GPS-ontvangst van het navigatie-apparaat verstoren.
Basisinstellingen uitvoeren
Voer de volgende basisinstellingen uit voordat u een routegeleiding start:
- Stel voor uw locatie de tijdzone in, zodat tijdens de navigatie de juiste aankomsttijd wordt weergegeven.
- Voert u uw thuisadres in, zodat u vanaf elke locatie snel naar huis kunt navigeren.
- Activeer de PIN-vraag, wanneer u het gebruik van het apparaat door onbevoegden wilt blokkeren.
Tijdzone instellen


Druk in het hoofdmenu op het symbool. Het menu Settings (Instellingen) verschijnt.



Druk op het symbool.
Het menu Time (Tijd) wordt weergegeven.


Druk op het symbool.
Er wordt een lijst met de beschikbare tijdzones weergegeven.

Druk in de lijst op de voor uw locatie geldende tijdzone.
Opmerking:
De weergave van de hoofdsteden van de landen in de betreffende zone vergemakkelijkt de keuze. "GMT" staat voor Greenwich Mean Time, de gemiddelde zonnetijd op de nulmeridiaan zonder rekening te houden met de zomertijd.

Druk op de knop OK.


Druk op het symbool om te schakelen tussen de 24-uurs weergave (vinkje) en de 12-uur weergave (geen vinkje).


Druk op het symbool, om de zomertijd te activeren (vinkje) of te deactiveren (geen vinkje).
Opmerking:
Wanneer op uw actuele positie de tijd moet worden gewijzigd, of wanneer u naar een andere tijdzone rijdt, moet u de instelling aanpassen.


Druk op de knop om het menu weer te verlaten.
Thuisadres invoeren

Druk in het hoofdmenu op het symbool.
De kaart wordt weergegeven.

Druk op het symbool.
Het menu Navigation (Navigatie) wordt weergegeven.

Druk op het symbool.
Het menu Destination Input (Bestemmingsinvoer) wordt weergegeven.

Druk op het symbool.
Het menu Destination Input For Home Address (Invoer bestemming thuis-adres) wordt weergegeven.

Druk op het symbool, om een nieuw adres in te voeren, zoals in paragraaf "Bestemmingsinvoer", "Adres invoeren" is omschreven.
Opmerking:
Het ingevoerde thuisadres kunt u in het menu Destination Input For Home Address (Invoer bestemming thuisadres) altijd bekijken en indien nodig wijzigen (knop Change (Wijzigen)).
PIN-vraag activeren
U heeft met de PIN-vraag de mogelijkheid het gebruik van het apparaat door onbevoegden te blokkeren. Zo wordt iedere keer, wanneer u het apparaat inschakelt, uw PIN-code (Personal Identification Code) gevraagd, die u hebt ingesteld. De PIN kunt u altijd wijzigen. Wanneer u de PIN bent vergeten, kunt u het apparaat met de PUK (Personal Unblocking Key), die u zelf vastlegt, weer ontgrendelen. De PUK kan niet worden veranderd.
Voor het veilig vastleggen van uw PUK:
- Registreer op de Blaupunkt-internetpagina en volg de aanwijzigen op:
http://puk.blaupunkt.com
Opmerking:
Bij de invoer van de PIN kunt u slechts 3 pogingen doen om de juiste PIN en resp. aan-sluitend 3 pogingen doen om de juiste PUK in te voeren. Wanneer u voor de derde maal een verkeerde PUK invoert, wordt uw apparaat
onherroepelijk geblokkeerd en moet u het apparaat opsturen naar de Blaupunkt service-afdeling.
PIN-vraag instellen

Druk in het hoofdmenu op het symbool.
Het menu Settings (Instellingen) verschijnt.

Druk op de knop, om in dit menu te bladeren.

Druk op het symbool.
Het menu Anti Theft Protection (Diefstalbeveiliging) wordt weergegeven.
Druk op de knop Anti-theft Protection (Diefstalbeveiliging).
Druk op de knop OK.
Er wordt om een PIN gevraagd.
Volg de aanwijzingen en voer een PIN naar keuze in.
Druk op de knop OK.
Na het voor de eerste keer invoeren van de PIN vraagt het systeem een PUK in te voeren. De PUK dient voor het ontgrendelen van het apparaat, in het geval u uw PIN bent vergeten.
Volg de aanwijzingen en voer een PUK naar keuze in.
Druk op de knop OK.
Apparaat blokkeren/vrijgeven
Vereiste:
• U heeft de PIN-vraag ingesteld.
Druk in het menu Anti Theft Protection (Diefstalbeveiliging) op de knop Anti-theft Protection (Diefstalbeveiliging instellen), om het apparaat te blokkeren (vinkje) of vrij te geven (geen vinkje).
Er wordt om een PIN gevraagd.
Voer uw PIN-code in.
Druk op de knop OK.
PIN veranderen
Druk in het menu Anti Theft Protection (Diefstalbeveiliging) op de knop Change PIN Code (PIN -code wijzigen).
Er wordt om een PIN gevraagd.
Volg de aanwijzingen en voer een nieuwe PIN naar keuze in.
Druk op de knop OK.
Navigatie
Het navigatie-apparaat ontslaat u niet van uw verantwoordelijkheid zich als bestuurder correct en voorzichtig in het wegverkeer te gedragen.

GEVAAR!
Niet op het verkeer letten kan leiden tot ongevallen
Bedien het apparaat niet tijdens het rijden.
Kijk alleen in veilige verkeerssituaties op het display.
Opmerkingen:
- U kunt routes het beste plannen voordat u wegrijdt.
• Voer eerst de basisinstellingen uit.


Druk in het hoofdmenu op het symbool.
De kaart wordt weergegeven.

Vanuit de kaart kunt u direct naar het navigatiemenu of naar de kaart-/navigatie-instellingen overgaan.
Bestemmingsinvoer
In de bestemmingsinvoer heeft u de mogelijkheid via het toetsenbord een adres in te voeren, een bestemming uit het geheugen te kiezen of een bijzondere bestemming uit te zoeken.


Druk op de kaart op het symbool.
Het menu Navigation (Navigatie) wordt weergegeven.



Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool.
Het menu Destination Input (Bestemmingsinvoer) wordt weergegeven.
Opmerking:
U kunt uitsluitend bestemmingen (landen, steden, straten, huisnummers, bijzondere bestemmingen) selecteren die in het kaartmateriaal zijn opgenomen.
Land invoeren
Wanneer u het eerste adres invoert, wordt een lijst weergegeven, waaruit u het gewenste land kiest. De landen zijn voorgeïnstalleerd.
Op de meegeleverde CD/DVD vindt u afhankelijk van de apparaatvariant extra wegenkaarten alsmede een installatieprogramma om de landen op uw geheugenkaart te kopieren. De kaarten worden in de kaart-/navigatie-instellingen ter beschikking gesteld (par. "Werken met de kaart).
Adres invoeren


Druk op het symbool.
Het menu Destination Input (Bestemmingsinvoer) wordt weergegeven.

Het aangeven van het land, de stand en de straat hoeft u niet steeds te herhalen. Pas wanneer uw bestemming in een andere plaats ligt, moet u het bestemmingsadres opnieuw invoeren.


Druk op het symbool, om een ander land te kiezen.


Druk op het symbool en voer de stad of de postcode in.


Druk op het symbool en voer de straat in.


Druk op het symbool en voer het huisnummer in.
-of-


Druk op het symbool en voer de straat in, welke de ingevoerde straat kruist.

Druk op de knop Start Route Guidance (Start routegeleiding), om de routegeleiding te starten.
Opmerking:
U heeft na de bestemmingsinvoer de mogelijkheid, de routegeleiding te starten of bijv. de bestemming op te slaan. Lees hiervoor het paragraf "Verdere functies tijdens na de bestemmingsinvoer".
Coördinaten invoeren


Druk op het symbool.
Het menu Destination Coordinates (Bestemmingscoördinaten) wordt weergeven.


Druk op het symbool om de breedte-graad in te voeren.
Het toetsenbord wordt weergegeven.


Druk op het symbool om de lengte- graad in te voeren.
Het toetsenbord wordt weergegeven.
De coördinaten kunnen decimaal of in GMS-formaat (Graden, Minuten, Seconden) worden ingevoerd.

Voer de coördinaten decimaal in, door op de cijfer-, en aansluitend op de kommaknop te drukken.

Voer de coördinaten in GMS-formaat in, door eerst de windstreek te kiezen. Druk daarvoor op de knop N/S (N/Z) resp. E/W (O/W).

Voer aansluitend m.b.v. het toetsenbord de coördinaten in met graden (°) en minuten (‘).

Druk op de knop OK.

Druk op de knop Start Route Guidance (Start routegeleiding).
Thuisadres als bestemming gebruiken


Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool.
De routegeleiding wordt gestart.
Bestemming van de kaart overnemen


Druk op het symbool.
De kaart wordt weergegeven.

Verschuif en verschaal de kaart, zoals in het paragraf "Werken met de kaart" staat beschreven.

Druk op een plaats naar uw keuze.

De plaats wordt gemarkeerd en het adres resp. de coördinaten worden weergegeven. Er kunnen ook meerdere adressen worden weergegeven.

Druk op het gewenste adres resp. de coördinaten.
Het menu Position (Positie) met andere knoppen wordt weergegeven.
Druk op het symbool, om de routegeleiding te starten.
Spraakinvoer
Voer een bestemming in, zonder daarbij naar het display te kijken. Spraakinvoer is mogelijk voor de volgende talen: Duits, Engels, Spaans, Italiaans, Frans, Portugees en Nederlands (taal veranderen: par. "Werken met de kaart", "Kaart-/navigatie-in-stellingen").
Druk in het menu Navigation (Navigatie) of Destination Input (Bestemmingsinvoer) op de knop Speech Input (Spraakinvoer). - of -
Druk in de kaart op het symbool in de onderste displaybalk.
Opmerking:
Het symbool is alleen beschikbaar wanneer er geen routegeleiding actief is. Tijdens de routegeleiding wordt het niet weergegeven.
Het menu voor de spraakinvoer wordt met de mogelijke spraakcommando's getoond. De gesproken mededeling van het systeem vraagt u naar spraakinvoer of geeft hulp.
Opmerkingen:
- Zorg er voor dat er geen geluiden in uw omgeving de spraakinvoer storen, bijv. de ventilatie of een open raam.
- U kunt de gesproken mededelingen van het systeem door tippen op het display onderbreken.


Zodra het signaal klinkt en het groene lampje brandt, spreekt u luid en duidelijk.
Wanneer uw spraakcommando wordt herkend, dan wordt deze ter controle evt. herhaald en in de onderste displaybalk weergegeven. Het betreffende submenu wordt geopend resp. de routegeleiding start.
De volgende spraakinvoer voor bestemmings-invoer is mogelijk:
- "Routegeleiding starten": direct starten van de routegeleiding naar de laatste bestemming.
- "Routegeleiding afsluiten": afsluiten van de actuele routegeleiding.
- "Bestemmingsinvoer": invoer van het bestemmingsadres in meerdere stappen (land, stad, straat, huisnummer).
- "Navigeer naar ...": keuze van een bestemming door noemen van de naam (alleen voor al benoemde bestemmingen).
- "Laatste bestemmingen"/ "Opgeslagen bestemmingen": keuze van een bestemming ui de laatste resp. opgeslagen bestemmingen.
- "Meer hulp": extra spraakcommando's voor opslaan en benoemen van bestemmingen worden getoond, voorgelezen en verklaard.
De volgende spraakinvoer is in alle spraakin-voermenu's mogelijk:
- "Help": spraakcommando's van het actuele menu worden getoond, voorgelezen en verklaard. Na verloop van tijd bent u vertrouwd met de spraakcommando's en heeft u geen hulp meer nodig.
- "Beëindigen": spraakinvoer afsluiten.
Bijzondere bestemmingen (POI)
Bijzondere bestemmingen – kort POI (Points of interest) genoemd – zijn concrete plaatsen zoals parkeermogelijkheden en tankstations, die in het kaartmateriaal zijn opgeslagen. Bepaal eerst de positie voor de POI (par. "POI-positie kiezen"). Kies aansluitend de gewenste POI ("POI kiezen").
Bovendien kunt u een foto, die u met het apparaat heeft genomen, en daarmee de positie daarvan tijdens de opname als speciale bestemming kiezen.
Bijzondere POI's
My POIs (Mijn POI's)

Naast POI-categorieën zoals tankstations en parkeerplaatsen wordt de categorie My POIs (Mijn POI's) aangeboden.
Hiermee kunt u de navigatie met individuele bestemmingen uitbreiden, bijv. met de adressen van vrienden of uw favoriete restaurant.
Op de meegeleverde CD/DVD vindt u een installatieprogramma met handleiding, om uw eigen POI-lijsten op de computer aan te maken of om bestaande POI-lijsten te laden.
Bovenregionale POI's
Bovenregionale POI's zijn POI's, die niet aan een plek specifi ek kunnen worden toegekend. Dat kan een vliegveld, een snelwegafrit of een bergpas zijn.
POI-invoer starten
Vereiste:
- U bevindt zich in het menu Destination Input (Bestemmingsinvoer) (par. "Bestemmingsinvoer")

Druk in het menu Destination Input (Bestemmingsinvoer) op het symbool.
Het menu Points of Interest (Bijzondere bestemmingen) wordt weergegeven.
POI-positie kiezen

Druk in het menu Points Of Interest (Bijzondere bestemmingen) op het symbool, om een stand in te voeren. Daarvoor kan een ander land worden gekozen.
- of -

Druk in het menu Points Of Interest (Bijzondere bestemmingen) op het symbool, om een POI dichtbij te kiezen.
- of -

Druk in het menu Points Of Interest (Bijzondere bestemmingen) op het symbool om een POI in het bestemmingsgebied te kiezen.
Opmerking:
Als bestemmingsgebied wordt de bestemming genomen, waar naartoe u als laatste een routegeleiding heeft gestart.
- of -

Druk in het menu Points Of Interest (Bijzondere bestemmingen) op het symbool, om een POI in de buurt van het thuisadres te kiezen.
- of -

Druk in het menu Points Of Interest (Bijzondere bestemmingen) op het symbool, om een plaats op de kaart te kiezen (par. "Bestemmingsinvoer", "Bestemming van de kaart overnemen").
- of -

Druk in het menu Points Of Interest (Bijzondere bestemmingen) op het symbool om een bovenregionale POI te kiezen.
- of -
Druk in het menu Points Of Interest (Bijzondere bestemmingen) op de knop My Pictures (Mijn foto's), om een foto en daarmee de plaats van de opname te kiezen.
POI kiezen
Druk op een van de symbolen, om een bijzondere bestemming-categorie te kiezen.
Bij enkele bijzondere bestemmingen kunt u de naam via het toetsenbord invoeren of u roept een lijst op, waaruit u de gewenste bijzondere bestemming kiest.
Druk op de knop Start Route Guidance (Start routegeleiding).
Opmerking:
U heeft na de bestemmingsinvoer de mogelijkheid, de routegeleiding te starten of bijv. de bestemming op te slaan (par. "Verdere functies tijdens na de bestemmingsinvoer").
POI oproepen
Wanneer u het POI heeft gekozen, wordt het telefoonnummer getoond, voor zover beschikbaar
(bijv. voor ziekenhuizen, hotels). U kunt de bijzondere bestemming opbellen, voordat u de routegeleiding start.
Vereiste:
- Bluetooth-verbinding met mobiele telefoon (par. "Bluetooth-functie")
Druk na de keuze van de POI op de knop Options (Options), om het aanvullende menu op te roepen.
Druk op het symbool.
De melding "Uitgaande oproep" en het telefoonnummer worden getoond. De speciale bestemming wordt opgeroepen.
Tochtplanning
Met de tochtplanning voert u een tocht in met een willekeurig startpunt en meerdere tussenbestemmingen.
Voer de tochtplanning op het apparaat zelf uit of maak een tocht op de computer en laadt deze via een geheugenkaart in het apparaat.
Tochplanning starten
Vereiste:
- U bevindt zich in het menu Destination Input (Bestemmingsinvoer) (par. "Bestemmingsinvoer")

Druk in het menu Destination Input (Bestemmingsinvoer) op het symbool.
Het menu Tour Planning (Tochtplanning) wordt weergegeven.
Tocht van de geheugenkaart laden
Gebruik tochten met max. 10 tussenbestemmingen van de geheugenkaart. Op de meegeleverde CD/DVD vindt u een installatieprogramma met aanwijzing voor de tochtplanning m.b.v. de computer.
Plaats de geheugenkaart in het apparaat, zoals in par. "Entertainment" staat beschreven.
Druk in het menu Tour Planning (Tochtplanning) op de knop Load Tour from SD (Tocht van SD laden).
De tochten op de geheugenkaart worden opgesomd.
Druk op een positie in de lijst om de gewenste tocht te laden.
Het menu Tour Planning (Tochtplanning) wordt weergegeven. De tussenbestemmingen van de tocht worden opgesomd.
Opmerking:
Wanneer de tocht op de geheugenkaart meer dan 10 bestemmingen heeft, worden slechts de eerste 10 geladen en weergegeven.
Tour invoeren
Druk in het menu Tour Planning (Tochtplanning) op de knop Add Destination/Tour (Bestemming/Tocht toevoegen).
Voer een bestemming in, zoals beschreven staat in het paragraf "Bestemmingsinvoer".
Opmerking:
U kunt reeds opgeslagen tochten uit het Bestemming- & tochtgeheugen laden en andere doelen toevoegen.
Druk op de knop OK.
Herhaal de stappen, om aanvullende bestemmingen in te voeren.
Opmerking:
U kunt een tocht met maximaal 10 bestemmingen invoeren.
Tocht bewerken
Druk in het menu Tour Planning (Tochtplanning) op de bestemming die u wilt bewerken. In de tochtenlijst wordt de bestemming met adres weergegeven.
Opmerking:
Voor de uitgebreide weergave bij lange bestemmingsadressen drukt u onder in de tochtenbalk tweemaal op de gewenste bestemming.
Druk op het symbool om de bestemming naar boven te verplaatsen.
Druk op het symbool om de bestemming naar beneden te verplaatsen.
Druk op het symbool om de bestemming te wissen.
Druk op het symbool, om de bestemming op de kaart weer te geven.
Druk op de knop, om de kaart-weergave te sluiten.
Druk op de knop, om een andere bestemming in de tochtenlijst te kiezen.
De bestemming kan op dezelfde wijze worden bewerkt.
Wanneer u veranderingen aan de instellingen heeft uitgevoerd:
Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Eerst hierheen starten
Start de routegeleiding van een tussenbestemming, bijv. om de tocht na een pauze voort te zetten.
Druk in het menu Tour Planning (Tochtplanning) op de bestemming, waarna de routegeleiding moet starten.
In de tochtenlijst wordt de bestemming met adres weergegeven.
Druk op de knop Options (Options), om het Extra menu op te roepen.
Druk op het symbool. De route wordt uitgaande van de actuele positie berekend en de routegeleiding start naar de volgende tussenbestemming (par. "Routegeleiding").
Eerst hierheen berekenen
Bereken de route van een bepaalde tussenbestemming, om de afstand en rijtijd te weten te komen.
Druk in het menu Tour Planning (Tochtplanning) op de bestemming, waarna de routeberekening moet starten.
In de tochtenlijst wordt de bestemming met adres weergegeven.
Druk op de knop Options (Options), om het Extra menu op te roepen.
Druk op het symbool. De route wordt uitgaande van de actuele positie berekend (par. "Route berekenen").
Tochtplanning afsluiten
Druk op deze knop, om het menu te verlaten.
Sla de tocht op in Mijn bestemmingen & tochten of verwijderen deze.
Bestemming uit het bestemming-/tochtgeheugen gebruiken
De laatste en voorkeursbestemmingen of tochten worden in het bestemmingen- & tochtengeheugen opgeslagen (par. "Bestemming-/tochtgeheugen").
Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool.
Het menu Destination & Tour Memory (Bestemming- & tochtgeheugen) wordt weergegeven.
Druk op het symbool. Het menu My Destinations & Tours (Mijn bestemmingen & tochten) wordt weergegeven.
- of -
Druk op het symbool. Het menu Last Destinations & Tours (Laatste bestemmingen & tochten) wordt weergegeven.
Druk op de gewenste bestemming.
Druk op de knop Info, om het adres van de bestemming weer te geven.
Druk op de knop Show in Map (Op kaart weergeven), om de bestemming op de kaart weer te geven.
Druk tweemaal op de knop om terug te gaan naar het Bestemming- & tochtgeheugen.
Druk op de knop Start Route Guidance (Start routegeleiding).
Verdere functies tijdens na de bestemmingsinvoer/tochtplanning
Vereiste:
- Bestemmingsinvoer via het toetsenbord of spraakinvoer
- of -
- Keuze van een bijzondere bestemming - of -
• U heeft een tocht ingevoerd of geladen
Druk op de knop Options (Options), om het Extra menu op te roepen.
U heeft nu de volgende mogelijkheden:

Routeopties instellen (par. "Rou- teopties vastleggen")


Route berekenen (par. "Route berekenen")


Bestemmingresp. tochtopslaan (par. "Bestemming-/tochtgeheugen")


Bestemmingresp. tocht op kaart weer- geven (par. "Werken met de kaart")

Alleen voor bepaalde bijzondere bestemmingen (bijv. ziekenhuis, hotel): bestemming oproepen (par. "POI kiezen")

Alleen voor tochtplanning: tocht van geheugenkaart laden (wanneer u al bestemmingen heeft ingevoerd, wordt de tocht toegevoegd)
Landinfo
Voor het land waarin u zich momenteel bevindt, worden algemene verkeersregels gegeven, bijv. de maximale snelheid.
Tijdens de routegeleiding wordt de landinformatie op de kaart weergegeven, zodra u een landsgrens passeert.

GEVAAR!
Het niet aanhouden van verkeersregels en lokale aanwijzingen kan leiden tot ongevallen
Het kan zijn dat de landinformatie kan vanwege recente wijzigingen qua wetgeving, bebording etc. niet langer actueel is.
De bebording en verkeerssituatie ter plaatse hebben altijd voorrang op de informatie van het navigatie-apparaat.


Druk in het menu Navigation (Navigatie) op de knop, om de tweede pagina van het menu weer te geven.


Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool. De landinfo wordt weergegeven.
Simulatie
Start de routesimulatie, om de functies tijdens de routegeleiding te leren kennen.
Simulatie starten
Voer een willekeurige startpositie en de bestemming van de simulatie in. Wanneer u een tocht met tussenbestemmingen wilt simuleren, kies voor de bestemming een opgeslagen tocht (par. "Tocht-planning").


Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool. Het menu Simulation (Simulatie) wordt weergegeven.
Druk op het bovenste veld en voer de start-positie in.
Druk op het onderste veld en voer de bestemming in.
Voer de startpositie in en de bestemming voor de simulatie net zoals een gewone bestemmingsinvoer.
Druk op de knop Start Simulation (Start simulatie), om de route af te leggen.
Simulatie-instellingen
U kunt vastleggen, of de route in de simulatiemodus slechts eenmaal of eindeloos moet worden afgelegd.
Druk op de knop Options (Options), om het extra menu op te roepen.

Druk op het symbool, om tussen éénmaal en eindeloos te kiezen.
De eindeloze lus in het symbool geeft aan, dat de eindeloze simulatie actief is.
Positie opslaan
Sla uw actuele positie op als bestemming en start op een later tijdstip een routegeleiding naar dat punt.

Druk in het menu Navigation (Navigatie) op de knop, om de tweede pagina van het menu weer te geven.

Druk op het symbool.
Het menu Position Information (Positie-informatie) wordt weergeven.

Deze informatie vindt u in dit menu:
- Latitude/Longitude (Breedtegraad/lengtegraad): actuele positie lengte- en breedtegraden
- Altitude (Hoogte): actuele hoogte boven de zeespiegel.
- Het adres van de momentele locatie, voor zover in het kaartmateriaal aanwezig
- Het kompas: noordrichting (betrouwbare weergave vanaf ca. 5 km/h)
Druk op de knop Save As Destination (Sla op als bestemming).
Het toetsenbord wordt weergegeven.
- Voer een naam voor de bestemming in en bevestig deze met de knop OK.
De bestemming wordt onder de ingevoerde naam in het menu My Destinations & Tours (Mijn bestemmingen & tours) opgeslagen.
Bestemming-/tochtgeheugen
Er zijn twee lijsten, waarin bestemmingen resp. tochten zijn opgeslagen:
- Mijn bestemmingen & tochten: veel voorkomende bestemmingen of tochten kunnen permanent in het menu My Destinations & Tour (Mijn bestemmingen & tochten) worden opgeslagen (max. ca. 100). De bestemming krijgt een naam naar uw keuze.
- Laatste bestemmingen & tochten: de laatste 20 bestemming en tochten, waarvoor een route is berekend of een routegeleiding is gestart (par. "Route berekenen" resp. "Routegeleiding"), worden in menu Last Destinations (Laatste bestemmingen) getoond.
Reisdoelen opslaan
Sla een bestemming of tocht na invoer of uit het geheugen permanent op in Mijn bestemmingen & tochten.
Bestemming of tocht opslaan
Vereiste:
- U heeft een bestemming aangegeven, zoals in het paragraf "Bestemmingsinvoer" is beschreven.
-of- - U heeft een bijzondere bestemming gekozen, zoals in par. "Bijzondere bestemmingen" beschreven.
- of -
- U heeft een tocht gepland zoals in par. "Tocht-planning" beschreven.
Druk op de knop Options (Options), om het extra menu op te roepen.
Druk op het symbool.
Het toetsenbord wordt weergegeven.
Voer een naam voor de bestemming in en druk op de knop OK.
De bestemming wordt onder de ingevoerde naam in het menu My Destinations & Tours (Mijn bestemmingen & tours) opgeslagen.
Laatste bestemming of laatste tocht opslaan


Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool.
Het menu Destination & Tour Memory (Bestemming- & tochtgeheugen) wordt weergegeven.


Druk op het symbool.
Het menu Administrate (Beheren) wordt weergegeven.


Druk op het symbool, om de laatste bestemmingen te bewerken.

Selecteer in de lijst Last destinations (Laatste bestemmingen) de bestemming die moet worden opgeslagen.


Druk op het symbool.
Het toetsenbord wordt weergegeven.

Voer een naam voor de bestemming in en druk op de knop OK.
De bestemming wordt onder de ingevoerde naam in het menu My Destinations & Tours (Mijn bestemmingen & tours) opgeslagen.
Bestemmingen bewerken
Opgeslagen bestemmingen kunnen worden hernoemd, de volgorde kan worden gewijzigd of ze kunnen worden verwijderd. Laatste bestemmingen kunnen worden verwijderd.


Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool.
Het menu Destination Memory (Bestemming- & tochtgeheugen) wordt weergegeven.


Druk op het symbool.
Het menu Administrate (Beheren) wordt weergegeven.


Druk op het symbool, om de laatste bestemmingen en tochten te bewerken.
-of-


Druk op het symbool, om de opgeslagen bestemmingen en tochten te bewerken.
In beide gevallen wordt de lijst met bestemmingen en tochten weergegeven.

Druk in de lijst op de bestemming die u wilt bewerken.


Druk op een van de symbolen, om de bestemming naar boven of onderen te verschuiven.


Druk op het symbool om de bestemming te wissen.


Druk op het symbool om de bestemming te hernoemen.
Het toetsenbord wordt weergegeven.

Voer een nieuwe naam voor de bestemming in en druk op de knop OK.
De bestemming wordt onder de ingevoerde naam in het menu My Destinations & Tours (Mijn bestemmingen & tours) opgeslagen.
U kunt alle laatste bestemmingen of alle opgeslagen bestemmingen wissen:


Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool.
Het menu Destination & Tour Memory (Bestemming- & tochtgeheugen) wordt weergegeven.


Druk op het symbool.
Het menu Administrate (Beheren) wordt weergegeven.


Druk op het symbool, om alle laatste bestemmingen te verwijderen.
-of-


Druk op het symbool, om alle opgeslagen bestemmingen te verwijderen.
Er wordt een vraag om bevestiging weergegeven.

Druk op Yes (Ja), om de bestemmingen te verwijderen.
-of-

Druk op de knop No (Nee), om het proces af te breken.
Bestemmingen veilig stellen (veiligheidskopie)
Voor het veiligstellen van de opgeslagen bestemmingen (Mijn bestemmingen & tochten) en het thuisadres slaat u de bestemmingen op een geheugenkaart op.
Plaats de geheugenkaart in het apparaat, zoals in par. "Entertainment" staat beschreven.
Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool.
Het menu Destination & Tour Memory (Bestemming- & tochtgeheugen) wordt weergegeven.
Druk op het symbool.
Het menu Administrate (Beheren)
wordt weergegeven.
Bestemmingen exporteren
Druk op het symbool. De bestemmingen en het thuisadres worden op de geheugenkaart gekopieerd.
Bestemmingen importeren
Druk op het symbool. Het menu Import from SD (Van SD importeren) wordt weergegeven.
De bestemmingen in het apparaat worden niet overschreven. Mijn bestemmingen & tochten worden toegevoegd, identieke namen kunnen meerdere keren voorkomen. Het thuisadres wordt alleen geladen wanneer er in het apparaat nog geen bestaat.
Route berekenen
Bereken de route naar een ingevoerde bestemming, om rijtijd en afstand te weten te komen. Daarna heeft u de mogelijkheid de routegeleiding te starten of bijvoorbeeld de routeopties verder te optimaliseren (par. "Routeopties vastleggen").
Alle bestemmingen, waarvoor een route wordt berekend, worden in de Laatste bestemmingen & tochten opgeslagen.
Routeberekening starten
Plan uw vakantiereis gemakkelijk thuis en krijg een overzicht van het traject en de rijtijd - ook zonder GPS-ontvangst.
Vereiste:
- U heeft een bestemming aangegeven, zoals in het paragraf "Bestemmingsinvoer" is beschreven.
- of -
- U heeft een bijzondere bestemming gekozen, zoals in par. "Bijzondere bestemmingen" beschreven.
- of -
- U heeft een tocht gepland zoals in par. "Tocht-planning" beschreven.
Druk op de knop Options (Options), om het Extra menu op te roepen.
Druk op het symbool. De route wordt berekend.
- of -
Druk voor tochten op het symbool. Het menu Set Tour Start Point (Tochtstartpunt instellen) wordt weergegeven.
Kies de actuele positie als startpunt of voer een adres in.
De bestemming met informatie over tijd en afstand wordt weergegeven. Voor tochten worden de tussenbestemmingen weergegeven.
Opmerking:
Wanneer geen GPS-ontvangst beschikbaar is, wordt de laatst bekende positie als startpunt van de route aangenomen.
Druk op een bestemming, om meer informatie over tijd en afstand weer te geven.
Druk op deze knop, om het menu te verlaten.
Druk op de knop Info, om aansluitend de route op de kaart weer te geven of alternatieve trajecten qua afstand en rijtijd te berekenen (par. "Verdere functies tijdens de routegeleiding", "Alternatieve route berekenen").
Druk op de knop Start Route Guidance (Start routegeleiding), om de routegeleiding te starten.
Routeopties vastleggen
De routeopties kunt u te allen tijde vastleggen. Wanneer u de routeopties tijdens een routegeleiding verandert, wordt de route eventueel opnieuw berekend.


Druk in de kaartweergave op het symbool.
Het menu Navigation (Navigatie) wordt weergegeven.


Druk op het symbool.
Het menu Route Options (Routeop-ties) wordt weergegeven.


Druk op het symbool om de aard van de routeberekening te kiezen:
- My Optimum (Mijn optimum): combinatie van de kortste en snelste route in een verhouding van 40 staat tot 60 procent. Er wordt rekening gehouden met afstand en tijd. De verhouding van kort tot snel is instelbaar (knop Options (Opties)).
- Fast (Snel): de route met de snelste rijtijd wordt berekend.
- Short (Kort): de route met de kortste afstand wordt berekend.
- Ecological (Ecologisch): de routen met zo laag mogelijke ritkosten (brandstofbesparing) wordt berekend. Daarvoor worden de kortste en snelste route in een verhouding van 75 tot 25 procent gecombineerd.
- Economic (Economisch): combinatie van snelste en ecologische route. Er wordt rekening gehouden met tijd en kosten. Daarvoor worden de kortste en snelste route in een verhouding van 40 tot 60 procent gecombineerd.
- Off-road: afstand en tijd voor rechte lijn tussen positie en bestemming worden berekend (par. "Routegeleiding", "Off-road-routegeleiding").


Druk op het symbool om te schakelen tussen de aangeboden snelheidsprofi elen.
Om een zo nauwkeurig mogelijke rijtijd te berekenen, kiest u uit één van de 2 gebruikersprofi elen:
- Change (Wijzigen): persoonlijke instelling voor het gebruikersprofi el. Gemiddelde snelheid voor elk wegtype.
- Adaptive (Adaptief): optie voor extra automatische aanpassing aan de rijstijl.
- Reset (Terugzetten): indien gewenst gebruikersprofi el herstellen.


Druk op het symbool, om de automatische fi le-ontwijking met TMC in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).


Druk op het symbool, om autosnelwegen toe te staan (vinkje) of te vermijden (geen vinkje).


Druk op het symbool, om in het Extra menu tolwegen toe te staan of te vermijden.


Druk op het symbool, om veerboten toe te staan (vinkje) of te vermijden (geen vinkje).


Druk op de knop.
De tweede pagina van het menu wordt weergegeven.


Druk op het symbool, om tunnels toe te staan (vinkje) of te vermijden (geen vinkje).


Druk op het symbool, om wegen die seizoensafhankelijk zijn geopend toe te staan (vinkje) of te vermijden (geen vinkje).
Seizoenswegen zijn wegen die afhankelijk van het jaargetijde afgesloten kunnen worden, bijvoorbeeld bij sneeuwval.


Druk op het symbool, om de actie omkeren toe te staan (vinkje) of te vermijden (geen vinkje).
Wanneer u de route-aanwijzingen een keer niet opvolgt, kan in plaats van om te keren een nieuwe route berekend worden.


Druk op deze knop, om het menu te verlaten.
Routegeleiding

GEVAAR!
Het negeren van verkeersregels kan ongevallen veroorzaken
Volg de rijadviezen alleen op, wanneer de omstandigheden en verkeersregels dit toelaten. Het navigatie-apparaat brengt u ook op uw bestemming wanneer u van de geplande route af moet wijken.
Opmerkingen:
- Herhaal de gesproken mededeling, wanneer u deze een keer niet goed heeft verstaan (par. "Gesproken mededeling tijdens de routegeleiding").
- Via de kaart- of pijlweergave kunt u zicht te allen tijde oriënteren.
Routegeleiding starten
Wanneer u de routegeleiding start, wordt een route met de routeopties berekend. De bestemmingen worden automatisch in de Laatste bestemmingen & tochten opgeslagen.

Druk op de knop Start Route Guidance (Start routegeleiding).
De route wordt berekend en de routegeleiding start.
Bestemmingsinvoer tijdens routegeleiding
Wanneer u tijdens een actieve routegeleiding een andere bestemming invoert en de routegeleiding start, heeft u twee mogelijkheden:
- U kunt de bestemming als tussenbestemming invoegen. Dan wordt de route opnieuw berekend en de tussenbestemming als eerste benaderd.
- U start een nieuwe routegeleiding naar de ingevoerde bestemming.
Bereken van de plaats van bestemming
Zodra u op de plaats van bestemming bent aangekomen, wordt de melding "U heeft uw bestemming bereikt" gegenereerd. Op de kaart wordt dan uitsluitend nog uw actuele positie weergegeven.
Routegeleiding afsluiten


Druk in de kaartweergave op het symbool.
Uit rolmenu wordt weergegeven.


Druk op het symbool, Menu Route Guidance Options (Routegeleidings-opties) wordt weergegeven.


Druk op het symbool om de routegeleiding af te sluiten.
Er wordt een vraag om bevestiging weergegeven.

Druk op Yes (Ja), om de routegeleiding af te sluiten.
De kaart wordt weergegeven.
- of -

Druk op No (Nee), om de routegeleiding te hervatten.
GPS-ontvangst gestoord
Externe invloeden kunnen het zicht op de hemel en daarmee de GPS-ontvangst van het navigatie-apparaat verstoren (par. "Probleemhulptabel").

In de kaart duidt het symbool erop, dat er geen voldoende sterk GPS-signaal wordt
ontvangen. Wanneer u nu een routegeleiding start, berekent het navigatie-apparaat de route uitgaande van de laatst bekende positie.
Wanneer tijdens de navigatie de GPS-ontvangst langere tijd wordt gestoord, wordt de routegeleiding gepauzeerd.
Zodra de ontvangst weer is hersteld, herkent het apparaat automatisch of haar positie is gewijzigd en berekend indien nodig de route opnieuw. U kunt de routegeleiding dan eenvoudig hervatten.
Off-road-routegeleiding (Geocaching)
Geocaching is het zoeken naar verstopte schatten via GPS. De coördinaten van de schat, zogenaamde geocaches, worden op internet aangeboden.
Met het apparaat is het mogelijk, volledig zonder rekening te houden met straten te navigeren en coördinaten als doel in te voeren. Kies voor de off-road-routegeleiding het type Routeberekening "Off-road" in de routeopties. Het navigatie-apparaat ondersteunt de routegeleiding dan als een digitaal kompas:
- Een pijl wijst de richting naar het doel.
- De afstand tot het doel (hemelsbreed) wordt getoond.
• Er wordt geen route berekend.
• Er worden geen rijadviezen gegeven.
Voorwaarde is ook hier voldoende GPS-ontvangst.
Voer een bestemming in (par. "Bestemmings-invoer").
Kies "Offroad" als routeopties (par. "Routeopties vastleggen").
Start de routegeleiding (par. "Routegeleiding").
Opmerking:
Als mogelijke bestemmingen kunnen ook door u gefotografeerde plaatsen worden gebruikt. Wanneer u met het apparaat een foto neemt, wordt de plaats van de opname als coördinaten met de foto opgeslagen en kan als bestemming worden gekozen (par. "Bijzondere bestemmingen (POI)".
Werken met de kaart
Kaart weergeven


Druk in het hoofdmenu op het symbool.
- of -


Druk in een willekeurig menu meerdere malen op de knop, totdat de kaart wordt weergegeven.
Kaart verplaatsen en schalen
Om het gewenste bestemmingsgebied op de kaart te zien, kunt u de kaartweergave verschuiven en de kaart 'schalen' (verkleinen en vergroten).



Druk op een symbool om de kaart te verkleinen, resp. te vergroten.

Druk op de kaart en verschuif de kaart in de gewenste richting.
Het adres, resp. de coördinaten van de aange-raakte locatie worden weergegeven.


Druk op de knop om naar uw actuele positie terug te keren.
Drukken op de kaart
Druk op een plaats (een weg of bijzondere bestemming) in de kaart.

De plaats wordt gemarkeerd en het adres resp. de coördinaten worden weergegeven.

Druk op het gewenste adres resp. de coördinaten.
Het menu Position (Positie) met andere knoppen wordt weergegeven..


Druk op het symbool om de plaats als bestemming over te nemen.
De routegeleiding wordt gestart.
- of -


Druk op het symbool, om de plaats op te slaan.
Het toetsenbord wordt weergegeven.

Voer een naam voor de bestemming in en druk op de knop OK.
De bestemming wordt onder de ingevoerde naam in het menu My Destinations & Tours (Mijn bestemmingen & tochten) opgeslagen (par. "Bestemming-/tochtgeheugen").
Knoppen en symbolen
In het kaartweergave heeft u deze knoppen ter beschikking:


Druk op het symbool, om in het menu Navigation (Navigatie) te komen.


Druk in de kaartweergave op het symbool, om bij de kaart-/navigatie-instellingen of bij de routegeleidings- opties (par. "Verdere functies tijdens de routegeleiding") te komen.
Opmerking:
De routegeleidingsopties zijn alleen tijdens de routegeleiding beschikbaar.
De weergave van bestemmingen in de kaart moet in de kaart-/navigatie-instellingen geactiveerd worden.

Actuele bestemming

Mijn bestemmingen & tochten

Thuisadres

Laatste bestemming
Kaart-/navigatie-instellingen
Voer de instellingen uit voor de routegeleiding. Stel bijvoorbeeld in, welke informatie op de kaart wordt weergegeven. Kies een andere wegenkaart, stel de gesproken mededeling in of activeer de snelheidswaarschuwing.


Druk in het hoofdmenu op het symbool.
De kaart wordt weergegeven.


Druk in de kaartweergave op het symbool.
Het menu Map Settings (Kaartinstellingen) wordt weergegeven.
Wanneer momenteel een routegeleiding actief is, wordt een vervolgkeuzemenu weergegeven.


Druk in het extra menu op het symbool.
Het menu Map Settings (Kaartinstellingen) wordt weergegeven.


Druk op de knop, om in dit menu te bladeren.
Wanneer u veranderingen aan de instellingen heeft uitgevoerd:


Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Aankomsttijd-/resterende rijtijd weergeven
U kunt instellen of in de route-informatie de aankomsttijd of de resterende rijtijd (reistijd) wordt weergegeven.



Druk op het symbool om tussen de instellingen te wisselen.
Auto-zoom in-/uitschakelen
De Auto-Zoom past de schaal van de kaart tijdens de routegeleiding optimaal aan de betreffende rij-situatie aan. D.w.z. wanneer u een actie nadert, wordt de weergave vergroot, zodat u bijvoorbeeld de volgende kruising goed kunt overzien. Indien de volgende actie verder weg ligt, wordt het aanzicht verkleind, zodat u het stratenpatroon goed kunt herkennen.


Druk op het symbool, om de autozoom in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).
Record selecteren
In het geheugen van het navigatie-apparaat is een wegenkaart voorgeïnstalleerd. Op de mee-geleverde CD/DVD vindt u afhankelijk van de apparaatvariant extra wegenkaarten alsmede een installatieprogramma om deze wegenkaarten op uw geheugenkaart te kopieren.
Plaats de geheugenkaart in het apparaat, zoals in par. "Entertainment" staat beschreven.
Schakel het navigatie-apparaat in.
De wegenkaarten worden automatisch vanaf de geheugenkaart in het geheugen van geladen.


Druk op de derde pagina van het menu Map Settings (Kaartinstellingen) op het symbool.
Een lijst van de beschikbare wegen- kaarten wordt weergegeven.

Druk in de lijst op de gewenste wegenkaart om deze te selecteren.
Eenheden kiezen
U kunt instellen welke maateenheden voor afstanden gebruikt moeten worden.


Druk op het symbool om tussen kilo- meters en mijlen te wisselen.
Snelheid en hoogte weergeven/verbergen
De route-informatie tijdens de navigatie kan met de hoogte en snelheid worden uitgebreid.


Druk op het symbool, om hoogte en snelheid weer te geven (vinkje) of te verbergen (geen vinkje).
Camera uitrichten
Richt het camerabeeld naar boven of onderen uit, bijv. voor het herkennen van de borden (verdere functies: par. "Camera-functie").


Druk op het symbool.
Het actuele camerabeeld wordt weergegeven.



Druk op de knop, om het camerabeeld horizontaal te stellen.
Ter oriëntatie ziet u een horizontale lijn op het display.

Druk op de knop OK, om de instelling te bevestigen.
Kaart-/videoweergave kiezen
Tijdens de routegeleiding kan een kaart met 2D- of 3D-weergave of een video worden weergegeven. Voor de kaartweergave in 2D kunt u de kaartorientatie kiezen.
Opmerking:
Wanneer u de videoweergave voor de route-geleiding kiest, wordt de bordenherkenning gedeactiveerd. De snelheidslimieten van het kaartmateriaal worden gebruikt.


Druk op het symbool, om in het Extra menu de instellingen te wijzigen.
Bijzondere bestemmingen op snelwegen weergeven/verbergen
Tijdens de routegeleiding kunnen de afstanden naar snelwegservicestations op uw route worden weergegeven, bijv. parkeerplaatsen, restaurants, tankstations.


Druk op het symbool, om afstanden tot de bijzondere bestemmingen weer te geven (vinkje) of te verbergen (geen vinkje).
Bestemmingen op de kaart weergeven/verbergen en POI-opmerkingen activeren/deactiveren
Bijzondere bestemmingen (POI's), eigen POI's (Mijn POI's) en bestemmingen uit het bestemmingen/tochtgeheugen kunnen op de kaart worden weergegeven.
Voor de eigen POI's kan daarnaast de POI-opmerking geactiveerd worden. Dan maakt uw apparaat u daarop attent: tijdens de routegeleiding wordt tijdig een melding weergegeven en er klinkt een signaaltoon.
Opmerking:
Voor het instellen van eigen POI's is op de meegeleverde CD/DVD een installatieprogramma met handleiding aanwezig.


Druk op het symbool.
Het menu Points of Interest (Bijzondere bestemming) wordt met de volgende POI-groepen getoond:
- My Destinations (Mijn bestemmingen): bevat thuisadres, opgeslagen en laatste bestemmingen
- Points of interest (Bijzondere bestemming):
bevat categorieën bijzondere bestem- mingen - My POIs (Mijn POI's):
bevat uw eigen POI's
bevat uw op een geplaatste geheugen- kaart opgeslagen eigen POI's


Druk op het symbool, om de POI-groepen weer te geven (vinkje) of te verbergen (geen vinkje).
Opmerking:
ieder van de 4 POI-groepen bestaat uit meer- dere categorieën of afzonderlijke POI's, die u telkens voor de weergave kunt activeren resp. deactiveren. Zo kunt u exact confi gureren, welke POI's binnen een POI-groep werkelijk weergegeven worden. Lees daarvoor verder.
Zo confi gureert u de weergave voor bijzondere bestemmingen en bestemmingen uit het bestemmings- en tochtgeheugen:
Druk direct op de knop My Destinations (Mijn bestemmingen) resp. POIs (Bijzondere bestemmingen).
Het menu My destinations & tours (Mijn bestemmingen en tochten) resp. POIs (Bijzondere bestemmingen) wordt getoond. In het menu worden verschillende categorieën weergegeven.
Druk in het menu op een categorie om de weergave voor deze categorie te activeren (vinkje) resp. te deactiveren (geen vinkje).
Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Zo confi gureert u de weergave voor uw eigen POI's:
Druk direct op de knop My POI (Mijn POI) resp. SD: My POI (SD: mijn POI).
De knoppen zijn nu beschikbaar, wanneer eigen POI's in het geheugen of de geheugen-kaart aanwezig zijn.
Het menu POIs (Bijzondere bestemmingen) wordt getoond. Indien u uw POI's in categorieën en subcategorieën heeft aangemaakt, worden in de menu's eerst de bovenste categorieën weergegeven. Door drukken op een categorie kunt u de subcategorieën resp. de afzonderlijke POI's daarin bekijken. U kunt de weergave van de POI's in de kaart resp. de weergave van POI-instructies voor een
afzonderlijke POI of voor een hele categorie of subcategorie activeren/deactiveren.
Druk in het menu evt. op een categorie, om de subcategorieën resp. POI's daarvan weer te geven. Herhaal dit, tot in het menu de subcategorieën resp. de POI wordt weergegeven, waarvoor u de weergave wilt activeren/deactiveren.
Druk op het symbool, om de POI-op-merkingen te activeren (vinkje) of de deactiveren (geen vinkje).
Druk op het symbool, om de bestemming weer te geven (vinkje) of te onderdrukken (geen vinkje).
Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Er wordt een vraag om bevestiging weergegeven.
Druk op de knop Yes (Ja).
De POI-instructies worden geconfi gureerd. Dat kan enkele minuten duren.
Gesproken instructies
U kunt de gesproken instructies van de navigatie uitschakelen.


Druk op het symbool, om de gesproken instructies in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).
Spraakinvoer
Stel in, in welke taal u de spraakinvoer wilt doen.


Druk op het symbool.
Er wordt een lijst met de mogelijke talen weergegeven.
Druk in de lijst op de taal die u wilt gebruiken.
Druk op de knop OK.
Dag-/nachtweergave
Schakel tussen dag- en nachtweergave of activeer de automatische omschakeling (automatisch). Wanneer u de automatische functie activeert, wordt de helderheid van het display constant aan de lichtomstandigheden aangepast.
De helderheid en de automatische functie zijn instelbaar (par. "Instellingen", "Display").


Druk op het symbool om tussen de instellingen te wisselen.
Snelheidslimiet
Tijdens de navigatie kunnen de voor de positie van het voertuig geldende snelheidslimieten op het display worden weergegeven. Stel in of bij het overschrijden van de snelheidslimiet een waarschuwingstoon klinkt.
De snelheidslimieten uit het kaartmateriaal worden gebruikt. Daarnaast registreert de camera actueel de verkeersborden tijdens de rit (verkeersbordenherkenning).
Opmerking:
Wanneer u de videoweergave voor de route- geleiding kiest, wordt de bordenherkenning gedeactiveerd. De snelheidslimieten van het kaartmateriaal worden gebruikt.


Druk op het symbool.
Het menu Speed Warning (Snel- heidswaarschuwingen) wordt weer- gegeven.


Druk op het symbool, om snelheidslimieten weer te geven (vinkje) of te onderdrukken (geen vinkje).


Druk op het symbool, om de waarschuwingstoon in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).


Druk op het symbool, wanneer de waarschuwingstoon pas bij een hogere snelheid moet klinken.
Stel daarvoor een verschil in met de toegestane snelheid (tolerantiewaarde).


Druk op het symbool, om de verkeersbordenherkenning te activeren (vinkje) of te deactiveren (geen vinkje).
Tocht automatisch vervolgen
Voor tochten met meerdere tussenbestemmingen kunt u instellen, dat na het bereiken van een tussenbestemming de volgende bestemming automatisch wordt aangestuurd. Wanneer u de functie deactiveert, wordt eerst een vraag getoond, of de routegeleiding naar de volgende tussenbestemming moet worden voortgezet.

Druk op het symbool, om de functie te activeren (vinkje) of te deactive- ren (geen vinkje).
Tochtinfo weergeven/verbergen
Voor tochten wordt tijdens de routegeleiding tijd en afstand tot de volgende tussenbestemming weergegeven. Daarnaast kan deze informatie voor de laatste bestemming op het display worden weergegeven.

Druk op het symbool, om ook tijd en afstand naar de laatste bestemming weer te geven (vinkje) of te verbergen (geen vinkje).
Kaartweergave tijdens de routegeleiding

GEVAAR!
Het niet aanhouden van de verkeersborden en lokale aanwijzingen kan leiden tot ongevallen
Het kan zijn dat de informatie op de digitale wegenkaarten vanwege recente wijzigingen (wegwerkzaamheden etc.) niet meer actueel is!
Aanvullende informatie, bijv. de snelheidslimiet kan uitsluitend worden weergegeven wanneer deze in het kaartmateriaal is opgenomen.
De richtinginformatie en verkeerssituatie ter plaatse hebben altijd voorrang op de informatie van het navigatie-apparaat.
Navigatiehulpmiddelen


De zogenaamde "Carsor" geeft uw positie weer.

Het kompas geeft altijd het Noorden aan (ter oriëntatie)
Veld boven: naam van de volgende straat
Veld onder: naam van de huidige straat

De actiepijl wijst naar de volgende actie en de afstand daarnaar.
Wanneer u dichter bij de plek van de volgende actie komt, wordt rechts een balk weergegeven: hoe minder gele segmenten worden weergegeven, des te dichter bevindt u zich bij de plaats van de volgende actie.

Gesproken mededeling is geactiveerd.

Gesproken mededeling is gedeactiveerd (onderdrukt). Wanneer u op het symbool drukt, wordt de gesproken mededeling weer geactiveerd
Route-informatie

Resterende afstand tot doel

Geschatte aankomststijd (resp. resterende rijtijd)
Voor tochten wordt de informatie voor de volgende tussenbestemming weergegeven. Bovendien kunt u afstand en tijd voor de laatste bestemming weer laten geven. (Instellingen voor route-informatie: par. "Werken met de kaart")
POI-opmerking

Tijdens de routegeleiding wijst het apparaat op de eigen POI's (par. "Bijzondere bestemmingen", "Bijzondere POI's").
Activeer de POI-opmerking in de kaart-/navigatie-instellingen (par. "Werken met de kaart").
Snelheidslimiet (Verkeersbordenherkenning)
De snelheidslimiet kan alleen worden weergegeven wanneer deze deel uit maakt van het kaartmateriaal. Gebruik de verkeersbordenherkenning, om aanvullend de snelheidslimieten actueel met de camera te registreren.

GEVAAR!
Het niet aanhouden van de verkeersborden en lokale aanwijzingen kan leiden tot ongevallen
De verkeersbordenherkenning door de camera registreert uitsluitend snelheidslimieten. Extra borden of matrixborden (borden met lichtindicatie) kunnen niet worden geregistreerd.
De volgende omstandigheden storen de verkeersbordenherkenning:
- Ongunstige lichtomstandigheden (bijv. tegenlicht, duisternis)
- Weersomstandigheden (bijv. sterke sneeuwval, onweer)
• Ongunstige positie of vuile verkeersborden
• Hoge snelheid van het voertuig
Let daarom altijd op de verkeersborden informatie ter plekke.

In het linker deel van de kaart wordt de snelheidslimiet weergegeven. Wanneer u sneller rijdt dan is toegestaan, wordt de groene rand rood weergegeven. De extra geregistreerde snelheidslimieten worden in de kaart aangegeven.
(Instellingen voor snelheidslimiet: par. "Werken met de kaart")
Opmerking:
De snelheidslimiet kan alleen dan worden weergegeven wanneer deze in de kaart-/navigatie-instellingen is geactiveerd (par. "Werken met de kaart").
Videoweergave tijdens de routegeleiding (True Navigation)
Wanneer u in de kaart-/navigatie-instellingen de videoweergave heeft gekozen (par. "Werken met de kaart"), ziet u in plaats van een wegenkaart en uw positie een videobbeeld van uw omgeving. Het apparaat leidt u naar de bestemming, net als bij de kaartweergave.

GEVAAR!
Niet op het verkeer letten kan leiden tot ongevallen
De videoweergave is geen vervanging voor het zicht door de voorruit.
De videoweergave komt niet altijd overeen met de werkelijkheid, afstanden bijv. zijn moeilijker in te schatten. Het groothoek objectief van de camera en externe invloeden, bijv. tegenlicht, regen of donkerheid, vervormen het videobbeeld of beïnvloeden de kwaliteit.
Kijk steeds goed naar het verkeer door de autoruiten.
Opmerking:
Wanneer u de videoweergave voor de route- geleiding kiest, wordt de bordenherkenning gedeactiveerd. De snelheidslimieten van het kaartmateriaal worden gebruikt.
Gesproken mededeling tijdens de routegeleiding
Uw navigatie-apparaat ondersteunt de routegeleiding met gesproken rijadviezen en geeft richtingwijzigingen tijdig aan. Daarbij noemt het de straatnamen. In de kaart-/navigatie-instellingen kunt u de gesproken mededelingen van de navigatie activeren en deactiveren (par. "Werken met de kaart").
Druk tijdens de navigatie op de knop VOL - of VOL +, om het volume voor de gesproken mededelingen te wijzigen.
Druk in het display op het onderste veld, om de laatste gesproken mededeling te herhalen.
Verdere functies tijdens de routegeleiding
Vereiste:
- Routegeleiding
- of -
- Simulatie


Druk in de kaartweergave op het symbool.
Een rolmenu wordt weergegeven.


Druk op het symbool.
Het menu Route Guidance Options (Routegeleidingsopties) wordt weergegeven.

Informatie over bestemming weergeven
U kunt bij elke bestemming het adres, de afstand en de rijtijd laten weergeven. Bij tochten worden daarnaast alle tussenbestemmingen opgesomd.


Druk in het menu Route Guidance Options (Routegeleidingsopties) op het symbool.

Druk voor tochten op een invoer, om de informatie voor een tussenbestemming weer te geven.
Routegeleiding afbreken


Druk in het menu Route Guidance Options (Routegeleidingsopties) op het symbool.
Volgende bestemming overslaan
Vereiste:
- Tocht met min. 1 tussenbestemming (tocht-planning)


Druk in het menu Route Guidance Options (Routegeleidingsopties) op het symbool, om de volgende tussenbestemming over te slaan.
De route wordt opnieuw berekend en het eerst volgende doel wordt benaderd.
Routelijst weergeven en blokkades invoeren
U kunt de routelijst laten weergeven, om een overzicht van uw traject te krijgen.

Druk in het menu Route Guidance Options (Routegeleidingsopties) op het symbool.
De routelijst wordt weergegeven.


Druk op de knoppen om door de routelijst te bladeren.
Druk op een invoer en op de knop Expand (Uitbreiden), om het gekozen traject volledig weer te geven.

Druk op het symbool, om de routelijst weer te verlaten.
Trajecten weergeven/verbergen
In de routelijst worden de routepunten weergegeven. Een routepunt kan één of meer trajecten bevatten.

Druk op de knop, om het traject weer te geven.

Druk op de knop, om naar het routepunt terug te keren.
Traject blokkeren
Blokkeer een traject in de routelijst met een willekeurig aantal trajectdelen. De blokkade wordt met kleur aangegeven.
Druk op een deel van het traject.
Druk op de knop Blocking start (Blokkade aanvang), om het startpunt vast te leggen.
Druk op een ander deel van het traject.
Druk op de knop Blocking end (Blokkade einde), om het einde van de blokkade vast te leggen.
Blokkade opheffen

In de routelijst geeft het symbool de ge-blokkeerde trajecten aan.
Klik op de knop Cancel Jam (File wissen) om de blokkade op te heffen.
Alternatieve route berekenen
De routeberekening vindt plaats volgens uw instellingen (par. "Routeopties vastleggen"). Als alternatief worden andere routes met verschillende afstanden en rijtijden aangeboden. De afstand hemelsbreed wordt ter vergelijking vermeld en dient voor Off-road-routegeleiding (par. "Routegeleiding"). Kies uit de routevoorstellen de gunstigste route voor de routegeleiding.

Druk in het menu Route Guidance Options (Routegeleidingsopties) op het symbool.
Het menu Alternative Routes (Alternatieve routes) wordt weergegeven.
Druk op de knop Show Map (Toon in kaart), om de route op de kaart weer te geven.

Druk op het symbool, om het kaartweergave weer te verlaten.
Druk op de gewenste route om deze te kiezen.
De kaart wordt weergegeven.
Een blokkade invoeren
Tijdens de routegeleiding kunt het voor u liggende traject blokkeren en omrijden.
Blokkade invoeren

Druk in het menu Route Guidance Options (Routegeleidingsopties) op het symbool.
Het menu Set Traffi c Jam Ahead (File vooruit) wordt weergegeven.



Druk op de knop, om de lengte van de blokkade in te voeren, vanaf de actuele positie.
Druk op de knop OK.
De route wordt opnieuw berekend en er wordt om het geblokkeerde traject heen gereden. Het geblokkeerde traject wordt rood gemarkeerd.
Blokkade opheffen


Druk in het menu Route Guidance Options (Routegeleidingsopties) opnieuw op het symbool, om de blokkade op te heffen.
TMC-functie
Via het verkeersradiokanaal (Traffic Message Channel) worden constant verkeersberichten uitgezonden. Met uw apparaat kunt u de meldingen ontvangen en weergeven. Gebruik de TMC-functie voor de routegeleiding, teneinde om fi les heen te rijden.
Bovendien volgt automatisch de melding "Voorzichtig fi le", indien u een door TMC gemelde fi le nadert.
TMC-ontvangst realiseren
TMC is een service van de radiobedrijven en wordt niet in alle landen aangeboden. In de probleem-hulptabel ziet u, in welke landen TMC beschikbaar is.
Uw navigatie-apparaat beschikt over een ingebouwde TMC-antenne. Om de ontvangst te verbeteren, een externe TMC-antenne aansluiten. Het apparaat stelt automatisch de eerstvolgende ontvangbare TMC-zender in. Bij verslechtering van de ontvangstkwaliteit zoekt het apparaat direct een nieuwe zender.
Verkeershinder in de kaartweergave

Trajecten met verkeershinder worden rood, resp. buiten uw route grijs gemarkeerd. Bij ernstig gevaar, bijv. spookrijders, wordt u daar direct opmerkzaam op gemaakt, zodra de TMC-melding wordt ontvangen.
Verkeersberichten weergeven
Het apparaat meldt ook verkeershinder, wanneer u geen routegeleiding heeft gestart.


Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool.
De verkeersberichten worden opgesomd.



Druk op de knop, om tussen de meldingen te wisselen.
Druk op de knop Update List (Lijst actualiseren), voor een overzicht van de meest recente verkeersberichten.
Deze knop verschijnt alleen wanneer er nieuwe TMC-berichten worden ontvangen.
Druk op een invoer, om de gewenste melding weer te geven.
Druk op de knop Read aloud (Voorlezen), om de melding te beluisteren.
Automatische fi le-ontwijking inschakelen
Tijdens een routegeleiding leidt de automatische fi le-ontwijking u om de gemelde verkeershinder heen.


Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool.
Het menu Routing options (Routeop-ties) verschijnt.


Druk op het symbool, om de automatische fi le-ontwijking in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).
TMC-instellingen
Stel uw voorkeurzenders in of sorteer de meldingen, bijv. op urgentie of afstand. De sortering geldt alleen voor de actuele weergave.


Druk in het menu Navigation (Navigatie) op het symbool.
Het menu TMC Messages (TMC-meldingen) wordt getoond.
Druk op de knop Options (Options), om het Extra menu op te roepen.
Druk op één van de symbolen, om de gewens- te instelling te kiezen:
- Alle verkeershinder alfabetisch sorteren (standaardinstelling)
Alle verkeershinder op afstand sorteren - Alleen route-relevante meldingen
- Alleen dringende meldingen
Druk op het symbool, om zoekafstemming te starten.
De volgende gevonden zender wordt in de bovenste displaybalk weergegeven.
Infotainment
Onder Infotainment zijn toepassingen voor kennisoverdracht en entertainment ondergebracht. De toepassingen worden in het volgende hoofdstuk beschreven:
- Telefoneren voor onderweg en meer: "Bluetooth-functie (Telefoon)"
- Nuttig op alle reizen: de "Taalgids"
- In beelden vastleggen: "camera" met foto- en videofunctie
- Tijdverdrijf met muziek, beelden en video's: "Entertainment"
- Surfen op het internet en contacten via e-mail onderhouden: "Internet-functie"

GEVAAR!
Niet op het verkeer letten kan leiden tot ongevallen
Gebruik de Infotainment-functies niet wanneer u de chauffeur bent. Deze toepassingen leiden af van het verkeer en verminderen uw reactievermogen.
Het is toegestaan de toepassingen bij stilstaand voertuig en uitgeschakelde motor te gebruiken.


Druk in het hoofdmenu op het symbool.
Het menu Infotainment wordt weergegeven.
Bluetooth-functie (Telefoon)
Bluetooth is een draadloze radioverbinding voor korte afstanden. Via de Bluetooth-verbinding kunnen gesprekken en gegevens worden overgedragen:
- Telefoneer via Bluetooth: par. "Handsfree functie"
- Laadt en gebruik het telefoonboek van uw mobiele telefoon: par. "Telefoonboek"
- Ontvang en verzendt een SMS: par. "Korte berichten (SMS)"
- Speel muziek af van uw mobiele telefoon op het navigatie-apparaat of draag muziek over naar een autoradio: par. "Audio-overdracht"
- Draag muziek-, foto- en videobestanden over o.a. met de mobiele telefoon: par. "Bestandsoverdracht"
- Surf met uw mobiele telefoon als modem op het internet: par. "Bluetooth-instellingen maken" en par. "Internet-functie"
Opmerking:
Bepaalde Bluetooth-functies worden eventueel niet, of niet volledig door alle Bluetooth apparaten ondersteund. Lees de handleiding van uw mobiele telefoon en vraag eventueel uw telecomprovider.
Bluetooth-toepassingen starten


Druk in het menu Infotainment op het symbool.
Het menu Bluetooth wordt weergegeven. De Bluetooth-functie wordt geactiveerd.

De bediening vindt comfortabel plaats via het Display van het navigatie-apparaat. De mobiele telefoon kan in het handschoenenvakje worden opgeborgen.
Wanneer u iemand wilt bellen, dan kunt u de gesproken mededelingen van de navigatie uitschakelen (par. "Gesproken mededeling tijdens de routegeleiding"). De gesproken mededelingen worden automatisch onderdrukt bij een oproep.
Het telefoongesprek vindt plaats via de ingebouw-de microfoon.
Vereisten:
- Bluetooth-verbinding met mobiele telefoon (par. "Bluetooth-verbinding opbouwen")


Druk in het menu Bluetooth op het symbool.
Het menu Call (Oproep) wordt weergegeven.
Oproepen
Gekozen en inkomende telefoonnummers worden in de oproepenlijst (naast het toetsenbord) opgeslagen en kunnen opnieuw worden gekozen.
Voer via het toetsenbord het gewenste num- mer in.
- of -
Kies een telefoonnummer in de oproepenlijst Het telefoonnummer wordt in de bovenste regel volledig weergegeven.
Druk op de knop Dial (Kiezen).
De oproep wordt gedaan.
Oproep aannemen of afwijzen
Bij een inkomende oproep, wordt het nummer van de better weergegeven (mits het nummer niet wordt onderdrukt).
Druk op de knop Accept (Aannemen), om het gesprek aan te nemen.
Druk op de knop Reject (Niet aannemen), om de oproep niet aan te nemen.
Oproep afsluiten en verdere functies
Tijdens het telefoongesprek worden extra knoppen weergegeven.
Druk op de knop Cancel (Einde) resp. End (Beëindigen), wanneer u het gesprek wilt beëindigen.
- of -
Druk op de knop Transfer (Overdracht), om het gesprek naar uw mobiele telefoon om te leiden.
-of-
Druk op de knop DTMF (Kiestoon), om het cijfertoetsenbord op te roepen.
Vaak is het nodig, getallen in te voeren, bijv. voor automatische systemen zoals mailboxen.
Oproepenlijst beheren
Druk in de oproepenlijst op het gewenste telefoonnummer.
Druk op de knop Options (Options).
Druk op het symbool om de positie te verwijderen.
Druk op het symbool om de positie te verwijderen.

- of -
Druk op het symbool om alle posities te verwijderen.
- of -


Druk op het symbool, om het telefoonnummer te kiezen.
Telefoonboek
Voor meer belcomfort is de telefoonboekfunctie beschikbaar. Vul het telefoonboek zelf met posities of laadt posities uit uw mobiele telefoon in het apparaat.
Telefoonboek laden
Vereisten:
- Uw mobiele telefoon ondersteunt deze functie
- Bluetooth-verbinding met mobiele telefoon (par. "Bluetooth-verbinding opbouwen")
Opmerking:
Bij posities met meerdere telefoonnummers in de mobiele telefoon wordt het eerste telefoonnummer overgedragen.


Druk op de tweede pagina van het menu Bluetooth Settings (Bluetooth-instellingen) op het symbool.
Oproepen uit het telefoonboek


Druk in het menu Bluetooth op het symbool.
Het telefoonboek wordt weergegeven.
Druk in het telefoonboek op een invoer.
Druk op de knop Call (Oproep).
Het telefoonnummer wordt gebeld.
Invoer toevoegen
Druk op de knop Options (Opties).
Druk op het symbool, om invoer toe te voegen.
Het toetsenbord wordt weergegeven.
Voer de naam in en bevestig met OK.
Voer het telefoonnummer in en bevestig met OK.
Het telefoonnummer wordt onder de ingevoerde naam opgeslagen.
Invoer bewerken
Druk in het telefoonboek op een invoer.
Druk op de knop Options (Opties).
Druk op het symbool, om een invoer te wijzigen.
- of -

Druk op het symbool om de positie te verwijderen.
- of -

Druk op het symbool om alle posities te verwijderen.
Korte berichten (SMS)
Via het navigatie-apparaat kunt u gebruik maken van de Short Message Service (SMS). Verzenden en ontvangen van sms-jes.
Vereisten:
- Uw mobiele telefoon ondersteunt deze functie
- Bluetooth-verbinding met mobiele telefoon (par. "Bluetooth-verbinding opbouwen")

Druk in het menu Bluetooth op het symbool.
Het menu SMS wordt weergegeven.
SMS schrijven
Druk op de knop Write Message (Bericht schrijven).
Druk op het vrije veld naast Number (Nummer) en voer uw telefoonnummer in.
Druk op het nog lege tekstveld en voer uw bericht in.
Druk op de knop Send (Zenden).
De sms wordt verzonden.
Post in-/uit
Ontvangen en verstuurde sms-berichten worden opgeslagen. Ze kunnen worden gelezen en gewist.
Druk op de knop Read Inbox Messages (Ontvangen berichten), voor een overzicht van ontvangen berichten. - of -
Druk op de knop Read Outbox Messages (Verzonden berichten), voor een overzicht van verzonden sms-jes.
Druk op een positie in de lijst om de gewenste sms te kiezen.
Druk op de knop View (Bekijken), om de sms volledig weer te geven. - of -
Druk op de knop Options (Opties).
Druk op het symbool om de positie te verwijderen. - of -
Druk op het symbool om alle posities te verwijderen.
Audio-overdracht
Beluisteren en bedienen via het navigatie-apparaat van muziek die op uw mobiele telefoon is opgeslagen.
De muziek kan ook van het navigatie-apparaat via de luidsprekers van het voertuig worden weergegeven: verbindt het apparaat via Bluetooth met uw autoradio. Het navigatie-apparaat wordt als audiobron gebruikt. Lees daarvoor dan de handleiding van uw autoradio. Informeer bij uw Blaupunkt-vakhandel, welke autoradio's de werking met dit apparaat ondersteunen.
Vereisten:
- Uw mobiele telefoon ondersteunt deze functie
- Bluetooth-verbinding met mobiele telefoon (par. "Bluetooth-verbinding opbouwen")
Druk in het menu Bluetooth op het symbool.
Het menu Music Player wordt weergegeven.
Druk op de knop, om de weergave te starten.
Druk op de toets VOL - of VOL +, om het volume in te stellen.
Opmerking:
Het maximale volume is afhankelijke van het ingestelde volume op de mobiele telefoon.
Druk op de knop, om de volgende titel af te spelen.
Druk meerdere malen op de knop om de actuele titel of de vorige titel af te spelen.
Druk op de knop, om de weergave te beëindigen.
Druk kort op de aan-/uit schakelaar om tijdens de weergave een andere toepassing te starten, bijv. de navigatie.
- of -
Druk op de knop, om de weer-gave te beëindigen.
Bestandsoverdracht
Draag tussen de Bluetooth-apparaten muziek, foto's, video e.d. over.
Vereisten:
- Uw mobiele telefoon ondersteunt deze functie
- Bluetooth-verbinding met mobiele telefoon (par. "Bluetooth-verbinding opbouwen")
Druk in het menu Bluetooth op het symbool.
Het menu File Manager (Bestandsmanager) wordt weergegeven.
Data up-/downloaden
Druk op het symbool. Het menu File Download (Bestand downloaden) wordt weergegeven.
- of -


Druk op het symbool.
Het menu File Upload (Bestand uploaden) wordt weergegeven.
Druk op het gewenste bestand.
Druk op de knop Download (Downloaden), om het bestand in het geheugen in het apparaat over te dragen.
Het bestand wordt in de map "TravelPilot" van het apparaat opgeslagen.
- of -
Druk op de knop Upload (Uploaden), om het bestand te versturen.
Bluetooth-verbinding opbouwen
Een Bluetooth-verbinding kan alleen worden opgebouwd, wanneer de apparaten zijn gekoppeld.
Start de procedure met de mobiele telefoon of navigatie-apparaat. Wij bevelen een koppeling aan met de mobiele telefoon.
Vereisten:
- Bluetooth mobiele telefoon (Informeer bij uw Blaupunkt-vakhandel.)
- Bluetooth-functie en zichtbaarheid in mobiele telefoon zijn geactiveerd
- Bluetooth-functie en zichtbaarheid in het navigatie-apparaat zijn geactiveerd (par. "Bluetooth-instellingen maken")
Koppelen met de mobiele telefoon
Activeer de Bluetooth-functie op de mobiele telefoon.
Start het zoeken naar apparaten die met Bluetooth zijn uitgerust.
Kies uit de lijst met resultaten het navigatie-apparaat.
Voer de PIN "0000" in.
Koppelen met het navigatie-apparaat
Wanneer u de koppelingsprocedure met het navigatie-apparaat wilt uitvoeren, start u het zoeken naar bluetooth-compatibel apparaten (par. "Bluetooth-instellingen maken", "Zoeken naar apparaten").


Druk op het symbool.
Het menu Inquiring (Zoeken) wordt weergegeven.
Het zoeken naar apparaten met Bluetooth-functie start. De apparaten worden opgesomd.
Druk op de knop Stop, wanneer u wilt stoppen met zoeken.
Druk in de lijst op de mobiele telefoon die u wilt selecteren.
Druk op de knop Connect (Verbinden).
- of -
Druk op de knop DUN, om het Bluetooth-profi el "DUN" (Dialup Networking Profi le) te activeren en de mobiele telefoon ook als toegang tot internet te kunnen gebruiken.
Opmerking:
Een verbinding gebruik makend van het profi el "DUN" is alleen mogelijk, waneer de mobiele telefoon dit profi el ondersteunt.
Er wordt om een PIN gevraagd.
Voer in de mobiele telefoon de PIN "0000" in.
De apparaten worden gekoppeld en de Bluetooth-verbinding wordt opgebouwd.
Druk op de knop Refresh (Actualiseren), om het zoeken opnieuw te starten.
Bluetooth-verbinding opbouwen en opheffen
Wanneer u een mobiele telefoon voor de eerste keer met het apparaat koppelt, wordt de Bluetooth-verbinding automatisch opgebouwd, onafhankelijk of u de koppelingsprocedure met de mobiele telefoon of het navigatie-apparaat heeft gestart.
Opmerking:
De Bluetooth-verbinding wordt verbroken, wanneer u het apparaat uitschakelt of mobiele telefoon en apparaat ruimtelijk van elkaar scheidt.


Druk op het symbool.
Het menu Paired Devices (Verbonden apparaten) wordt weergegeven. Alle mobiele telefoons, die gekoppeld werden, worden opgesomd.

Druk in de lijst op een mobiele telefoon.

Druk op de knop Options (Opties).


Druk op het symbool, om de Bluetooth-verbinding op te bouwen.


Druk op het symbool, om de Bluetooth-verbinding te verbreken.
Andere mobiele telefoons met het navigatieapparaat koppelen
Start het zoeken naar apparaten met Bluetooth-functie, wanneer u andere mobiele telefoons wilt koppelen.
Wanneer momenteel een Bluetooth-verbinding bestaat, kan een andere mobiele telefoon worden gekoppeld. De vraag "Verbinding verbreken?" verschijnt. Deze moet worden verbroken, omdat de verbinding slechts met één apparaat kan worden opgebouwd.
Opmerking:
- U kunt maximaal 10 mobiele telefoons koppelen. Wanneer u een elfde telefoon koppelt, dan wordt de eerste gekoppelde mobiele telefoon verwijderd.
- De Bluetooth-verbinding kan slechts met één mobiele telefoon worden opgebouwd. Wanneer er meerdere beschikbaar zijn, dan wordt uitsluitend die telefoon verbonden, die als laatste gekoppeld is.


Druk op het symbool.
Het menu Inquiring (Zoeken) wordt weergegeven.
Het zoeken naar apparaten met Bluetooth-functie start. De apparaten worden opgesomd.

Ga te werk zoals staat beschreven in par. "Koppelen met het navigatie-apparaat" en voer de PIN "0000" in.
Bluetooth-instellingen maken
Instelling in menu Bluetooth Settings (Bluetooth-instellingen):
- Bluetooth-functie activeren/deactiveren
• Zichtbaarheid in-/uitschakelen - Lijsten van verbonden (koppelde) apparaten (o.a Bluetooth-verbinding opbouwen/verbreken)
- Zoek naar apparaten (andere mobiele telefoons koppelen, par. "Bluetooth-instellingen maken")
• Beltoon voor inkomende oproepen
Op de tweede pagina van het menu vindt u bovendien de volgende instellingen:
• Automatisch verbinden
• PIN veranderen voor Bluetooth-verbinding
• RAS-instelling voor internettoegang
- Automatische acceptatie van inkomende gesprekken
• Telefoonboek laden (par. "Telefoonboek")


Druk in het menu Bluetooth op het symbool.
Het menu Bluetooth Settings (Bluetooth-instellingen) wordt weergegeven.


Druk op de knop, om in dit menu te bladeren.
Wanneer u veranderingen aan de instellingen heeft uitgevoerd:


Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Bluetooth-functie activeren/deactiveren
Deactiveer de Bluetooth-functie wanneer u deze niet nodig heeft. De functie verbruikt extra stroom, waardoor de bedrijfsduur van het navigatie-apparaat wordt gereduceerd.


Druk op het symbool, om Bluetooth te activeren (vinkje) of te deactiveren (geen vinkje).
Zichtbaarheid in-/uitschakelen
Voor de Bluetooth-verbinding moet het navigatie-apparaat zichtbaar zijn voor andere Bluetooth-apparaten.


Druk op het symbool, om de zichtbaarheid in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).
Verbonden apparaten
Alle gekoppelde mobiele telefoons worden in het menu Paired Devices (Verbonden apparaten) opgesomd en kunnen worden bewerkt.
Vereiste:
- Bluetooth-functie en zichtbaarheid in mobiele telefoon zijn geactiveerd
Opmerking:
De Bluetooth-verbinding kan slechts met één mobiele telefoon worden opgebouwd. Wanneer er meerdere beschikbaar zijn, dan wordt uitsluitend die telefoon verbonden, die als laatste gekoppeld is.


Druk op het symbool. Het menu Paired Devices (Verbonden apparaten) wordt weergegeven.

Druk in de lijst op een mobiele telefoon.

Druk op de knop Options (Opties).


Druk op het symbool, om de Bluetooth-verbinding op te bouwen.


Druk op het symbool, om de Bluetooth-verbinding te verbreken.


Druk op het symbool, om de mobiele telefoon in de lijst te hernoemen.


Druk op het symbool, om de mobiele telefoon uit de lijst te verwijderen.


Druk op het symbool, om alle mobiele telefoons te verwijderen.
Beltoon


Druk op het symbool.
Het menu User Ring Tone (Gebruiker beltoon) wordt weergegeven.

Druk op de gewenste beltoon.

Druk op de toets VOL - of VOL +, om het volume in te stellen.
Wanneer u het apparaat uitschakelt, wordt de Bluetooth-verbinding verbroken. De automatische verbinding bewerkstelligt dat de apparaten weer verbonden worden zodra het apparaat weer wordt ingeschakeld.


Druk op de tweede pagina van het menu Bluetooth Settings (Bluetooth-instellingen) op het symbool, om de automatische verbinding toe te staan (vinkje) of niet toe te staan (geen vinkje).
PIN veranderen
Wanneer u via Bluetooth apparaten met elkaar wilt verbinden, wordt u gevraagd een PIN in te voeren. Deze PIN is standaard "0000", maar kan worden gewijzigd.


Druk op het symbool.
Het menu Change PIN code (PIN veranderen) wordt weergegeven.

Voer via het toetsenbord een nieuwe PIN in.

Druk op de knop OK.
RAS-instellingen
Voor de toegang tot het internet met het navigatie-apparaat (par. "Internet-functie") heeft u een modem nodig. Om uw mobiele telefoon als modem te gebruiken, richt u de toegang in het navigatie-apparaat in.
Opmerking:
Let erop, dat de mobiele telefoon voor een internetverbinding gebruik makend van het Bluetooth-profi el "DUN" (Dialup Networking Profi le) moet zijn verbonden (par. "Koppelen met het navigatie-apparaat").
Vraag de volgende instellingen op bij uw netbeheerder of zie hiervoor de bedieningshandleiding van uw mobiele telefoon:
• APN: bijv. "TELEKOM"
• Gebruikersnaam: bijv. "tm"
• Wachtwoord: bijv. "tm"
- DHCP (optioneel)
• DNS 1/2 (optioneel)
• Kiezen: telefoonnummer
- Login-script (optioneel)
Vereiste:
• Mobiele telefoon met modemfunctie
- Bluetooth-verbinding


Druk op de tweede pagina van het menu Bluetooth Settings (Bluetooth-instellingen) op het symbool.
Het menu RAS Settings (RAS-instellingen) wordt weergegeven.
Druk op de knoppen, om de betreffende instellingen te maken.
Automatisch aannemen van gesprekken
Met de automatische aanname van gesprekken kunnen inkomende gesprekken automatisch worden aangenomen.


Druk op de tweede pagina van het menu Bluetooth Settings (Bluetooth-instellingen) op het symbool, om de functie in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).
Geïllustreerde taalgids
Wanneer u naar een ander land reist, helpt de taalgids u met standaard uitdrukkingen en zinnen over diverse onderwerpen, zoals bijvoorbeeld restaurant of hotel. De uitdrukkingen zijn geillustreerd en worden voorgelezen om na te spreken – praktisch om een taal te leren.


Druk in het menu Infotainment op het symbool.
Het menu Topic Selection (Onderwerpkeuze) wordt weergegeven.
Als uitgangstaal wordt de taal gebruikt, die u in de instellingen heeft gekozen (par. "Basis-instellingen uitvoeren").
Druk op de knop Language (Taal), wanneer u de uitgangs- of doeltaal wilt veranderen.
Druk op de knop, om in dit menu te bladeren.
Druk op één van de symbolen, om een onderwerp te kiezen.
De subonderwerpen worden opgesomd.
Druk op een invoer, om een subonderwerp te kiezen.
De uitdrukkingen worden opgesomd.
Druk in de lijst op een positie, om de gekozen uitdrukking te beluisteren.

Druk op de knop, om de uitdrukking meerdere malen af te spelen.


Druk op het symbool, om de gewenste uitdrukking in het gebruikerthema over te brengen.


Druk in het menu Topic Selection (Onderwerpkeuze) op de laatste pagina op het symbool, om het gebruikersonderwerp op te roepen.
Het gebruikersonderwerp bevat uw persoonlijke verzameling van uitdrukkingen uit verschillende the-magebieden.


Druk op het symbool, om een uitdrukking uit het gebruikersonderwerp te verwijderen.
Camera-functie
De camera gebruikt u onderweg voor snapshots of video-opnames.


Druk in het menu Infotainment op het symbool.
Op het display wordt het actuele camerabeeld weergegeven.
Druk op het midden van het display om de knoppen weer te geven.


Druk op de knop, om instellingen voor de camera uit te voeren:
- Special Effect (Speciale effecten): kleurinstellingen
- Sound on/off (Geluid aan/uit): sluitergeluid activeren/deactiveren
- Video Mode on/off (Video-Modus aan/uit):
omschakelen tussen fotograferen (geen vinkje) en fi lmen (vinkje)
- Resolution (Resolutie): beeldresolutie kiezen
De helderheid wordt automatisch aan de omgeving aangepast.
Druk op de knop OK.

Druk op de knop, om het camerabeeld in te stellen (niet voor hoogste resolutie).
Fotograferen (Geotagging)
Aan de foto's wordt de actueel locatie toegekend in coördinaten (het zogenaamde "geotagging"). Deze coördinaten gebruikt u als eigen POI's met het installatieprogramma op de meegeleverde CD/DVD. Bovendien kunt u een foto en daarmee de plaats van de opname direct als bijzondere bestemming kiezen (par. "POI-positie kiezen").

Activeer in de instellingen de foto-functie (video-modus uit (geen vinkje)).
Druk op de knop VOL - of VOL +, om een foto te maken.
De foto's worden in de map "TravelPilot" > "Photo" opgeslagen.

Druk op de knop, om het fotoalbum weer te geven.
In het fotoalbum start u de presentatie van alle foto's. U kunt ook alle foto's wissen of een bepaalde foto selecteren (bestandsnaam aanraken) en verwijderen.

Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Filmen
Opmerking:
fi lms worden in het formaat 4:3 opgenomen.

Activeer in de instellingen de fi lm-functie (video-modus aan (vink-je)).
Druk op de toets VOL - of VOL +, om de opname te starten en te stoppen.
Tijdens het fi lmen wordt de opnametijd weergegeven.
De video's worden in de map "TravelPilot" > "Video" opgeslagen.

Druk op de knop, om de video-op-namen weer te geven.
Druk op de video-opname die u wilt zien.
De bediening is hetzelfde als bij de Entertainment-videoweergave (par. "Entertainment", "Videobestanden afspelen").

Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Entertainment
In het menu Entertainment kunt u muziek-, beelden videobestanden afspelen. Of dood de tijd met diverse spelletjes.

GEVAAR!
Niet op het verkeer letten kan leiden tot ongevallen
Gebruik de Entertainment-functies niet wanneer u de chauffeur bent. Het is toegestaan de toepassingen bij stilstaand voertuig en uitgeschakelde motor te gebruiken.
Geheugenkaart plaatsen en uitnemen
Het apparaat gebruikt de data onafhankelijk daarvan of deze zich in het geheugen of op de geheugenkaart bevindt.
Schuif uw geheugenkaart met de contacten naar voren in de kaartsleuf tot dat kaart inklikt.
Wanneer u de geheugenkaart na gebruik weer wilt verwijderen:
Sluit eventueel alle actieve toepassingen van de geheugenkaart, bijv. de muziekweergave.
Duw de geheugenkaart voorzichtig in de sleuf, tot deze ontgrendeld.
De geheugenkaart wordt een stukje uit de sleuf geschoven en kan worden uitgenomen.
Entertainment starten


Druk in het menu Infotainment op het symbool.
Het menu Entertainment wordt weergegeven.

Muziekbestanden afspelen
Het apparaat speelt alle muziektitels die zich in het geheugen en op de geheugenkaart bevinden. Welke bestandsformaten en afspeellijsten ondersteund worden, kunt u vinden in de technische gegevens.


Druk in het menu Entertainment op het symbool.
Het weergavemenu wordt getoond. De eerste, resp. laatst afgespeelde titel wordt weergegeven.

Opmerking:
De albumafbeelding wordt in het weergavemenu getoond, wanneer deze deel uit maakt van de zogenaamde ID3-Tag (versie 2) van de MP3-titel. De optie "ID3-Tags weergeven" moet geactiveerd zijn.


Druk op de knop voor de weergave.

Druk op de toets VOL - of VOL +, om het vo-lume in te stellen.



Druk op de knop, om een andere titel af te spelen.



Druk op de knop, om telkens ca. 10 seconden voor- of achteruit te verspringen.


Druk op de knop, om de weergave te onderbreken.


Druk op de knop, om de weergave voort te zetten.


Druk op de knop, om de weergave te beëindigen.

Druk kort op de aan-/uit schakelaar om tijdens de weergave een andere toepassing te starten, bijv. de navigatie.
-of-


Druk op de knop, om de weer-gave te beeindigen.
Equalizer
De actuele equalizerinstelling wordt onder de weergave van titel en artiest weergegeven.


Druk op het symbool om een andere equalizervoorinstelling te kiezen.
Random weergave (Mix)
Met de mix-functie speelt u de titels van de huidige map, een afspeellijst of het gekozen genre in willekeurige volgorde af:
Druk op de knop Options (Options), om extra functies weer te geven.
Druk op het symbool, om de functie in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).
Herhaalde weergave (Repeat)
Met de Repeat-functie speelt u de actuele titel herhaald af.
Druk op de knop Options (Options), om extra functies weer te geven.
Druk op het symbool, om de functie in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).
ID3-tags weergeven
ID3-tags bevatten extra info, bijv. over het album, artiest en titel alsmede albumfoto's welke muziekbestanden im MP3-Formaat kunnen bevatten.
Druk op de knop Options (Options), om extra functies weer te geven.
Druk op het symbool, om ID3-teksten te tonen (vinkje) of te onderdrukken (geen vinkje).
Muzieklijst oproepen (Browse)
Met de "Browse"-functie kunt u alle muziekbestanden weergeven en doorbladeren.
Druk op de knop Options (Options), om extra functies weer te geven.
Druk op het symbool.
De muzieklijst wordt weergegeven.
Druk op de knop, om naar het eerstvolgend hogere mapniveau te gaan.
Druk op een van de volgende knoppen om de muziekbestanden te sorteren:
- Album: alfabetische sortering op album
- Artist (Artiest): alfabetische sortering op uitvoerend artiest
- Genre: alfabetische sortering op muziekstijl
- Playlist: sortering volgens afspeellijsten op de geheugenkaart
- Browse: sortering volgens bestanden op de geheugenkaart/in het geheugen
Druk op een titel om deze af te spelen.
- of -
Druk op het symbool, om de muzieklijst weer te verlaten.
Afbeeldingsbestanden weergeven
Het apparaat geeft alle foto's weer die zich in het geheugen en op de geheugenkaart bevinden. Welke bestandsformaten ondersteund worden vindt u in de technische gegevens.
Druk in het menu Entertainment op het symbool. Het weergavemenu wordt getoond. De eerste resp. het laatst bekeken foto wordt weergegeven.

In de onderste displaybalk ziet u hoe veel foto's in de actuele map beschikbaar zijn.
Druk op het symbool om naar een andere map te gaan.
Druk op de knop om een andere foto weer te geven.


Druk op het symbool, om informatie over afbeeldingsbestanden te bekijken.


Druk op het symbool, om een foto te verwijderen.


Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Presentatie


Druk op de knop, om de presentatie te starten.

Wanneer u de presentatie wilt afsluiten, drukt u op de afbeelding.
Het weergavemenu wordt getoond.
Zo kunt u instellen hoe lang een foto in de presentatie wordt weergegeven:

Druk op de knop Options (Options), om extra functies weer te geven.


Druk op het symbool.
Het menu Slide Duration (Interval) wordt weergegeven.

Druk op een positie in de lijst.
Bestandspadnaam weergeven

Druk op de knop Options (Options), om extra functies weer te geven.


Druk op het symbool, om de bestandspaden van de foto's weer te geven (vinkje) of te onderdrukken (geen vinkje).
Foto draaien
De foto's in het weergavemenu en in de presentatie kunnen handmatige of automatisch naar links of rechts worden gedraaid. De automatische functie werkt alleen wanneer deze info is opgenomen in het fotobestand. Sommige camera's slaan deze info op wanneer de opname wordt gemaakt.

Druk op de knop Options (Options), om extra functies weer te geven.


Druk op het symbool, om de instelling te veranderen.
Fotolijst oproepen (Browse)
Met de "Browse"-functie kunt u alle fotobestanden weergeven en doorbladeren.

Druk op de knop Options (Opties), om extra functies weer te geven.


Druk op het symbool.
De afbeeldingenlijst wordt weergegeven.

Druk op een map, om deze te openen.

Druk op een foto om deze weer te geven. - of -


Druk op een symbool om de fotolijst weer te verlaten.
Videobestanden afspelen
Het apparaat speelt alle video's af die zich in het geheugen en op de geheugenkaart bevinden. Welke bestandsformaten ondersteund worden vindt u in de technische gegevens.


Druk in het menu Entertainment op het symbool.
De videolijst wordt geladen.


Druk in de lijst op een positie om de gewenste video af te spelen.

Druk op het display, om nog meer knoppen weer te geven.


Druk op de knop, om de weergave te onderbreken.


Druk op de knop, om de weergave voort te zetten.

Druk op de onderste displaybalk op de schuif-balk, om vooruit of achteruit te spoelen.


Druk op het symbool, om de video te verwijderen.


Druk op het symbool, om de weergave af te ronden.
Achteruitrijcamera of externe audio-/video-bron aansluiten
Wanneer een achteruitrijcamera op het voertuig correct is aangesloten, kunt u het camerabeeld naar het display van het apparaat overdragen, zodra u de achteruitversnelling inschakelt.
Daarnaast wordt ook voor entertainment gezorgd. Het navigatie-apparaat kan video's afspelen, die op een extern apparaat zijn opgeslagen, bijv. van een Media-Player, of u het gebruikt het als mobiele audio-/video-bron.
Vereiste:
- Juiste instellingen voor de bus AV-IN/OUT (par. "Instellingen")
Navigatie-apparaat als videobron gebruiken
Sluit het navigatie-apparaat aan m.b.v. de AV-kabel op een ander uitvoerapparaat, bijv. een draagbare DVD-speler. Lees daarvoor ook de handleiding van het uitvoerapparaat.
De bus AV-IN/OUT moet op AV-OUT zijn ingesteld, om video's op het uitvoerapparaat over te kunnen dragen.
Extern apparaat als videobron gebruiken
De bus AV-IN/OUT moet op AV-IN zijn ingesteld, om een videosignaal te kunnen ontvangen.

Sluit het audio-/video-apparaat aan via de bus AV-IN/OUT.


Druk in het menu Entertainment op het symbool.
De videolijst wordt weergegeven.

Druk op de knop AV IN, om externe video's te bekijken.
Het beeld van een aangesloten achteruitrijcamera wordt automatisch overgedragen zodra een videosignaal wordt aangesloten (automatische videosignaalherkenning).
Spelletjes


Druk op het symbool.
Het menu Games (Spelletjes) wordt weergegeven.
U kunt kiezen uit de volgende spelen:
- Denkspel (Sudoku): vul elk van de 9 vakjes met één van de cijfers 1 t/m 9. Elk cijfer mag slechts éénmaal in elke rij voorkomen.
- Kaartspelen (Freecell/Solitaire): sorteer de kaarten in oplopende volgorde.
- Geheugenspel: zoek de gelijke kaarten- paren.
- Getallen-/fotopuzzle: schuif de afzonderlijke fotostukjes samen tot een foto of rangschik de cijfers.
Internet-functie
Verbindt het apparaat net zoals een mobiele computer met een WLAN-router, een hotspot in een hotel o.i.d. en gebruik de internet-functie.
Instructies voor Frankrijk:
De WLAN-functie van dit apparaat mag in Frankrijk uitsluitend in gebouwen worden gebruikt, omdat er buiten gebouwen andere services gestoord kunnen worden.
Het menu Internet bevat voor u vele communica- tiemiddelen voor onderweg; houdt uzelf via Inter- net-telefoon (VoIP), e-mail, Web-browser of radio op de hoogte. Laadt en beluister te allen tijde en overal korte bijdragen van radio en televisie (zog. podcasts).
Opmerking:
U kunt de internetfuncties ook gebruiken, wanneer het apparaat via Bluetooth met een mobiele telefoon is gekoppeld, die het bluetooth-profi el "DUN" (Dialup Networking Profi le) ondersteunt (par. "Bluetooth-functie (Telefoon)").
Let erop, dat een internetverbinding via een mobiele telefoon extra en mogelijkkerwijs hoge kosten met zich meebrengt.
Gebruik bij de overdracht van grote datahoeveelheden (bijv. internetradio) een geschikte verbinding (bijv. UMTS).

GEVAAR!
Niet op het verkeer letten kan leiden tot ongevallen
Gebruik de functie niet wanneer u de chauffeur bent. Het is toegestaan de toepassingen bij stilstaand voertuig en uitgeschakelde motor te gebruiken.


Druk in het menu Infotainment op het symbool.
Indien de navigatie actief is, volgt de melding Navigation will be stopped. Continue? (De navigatie wordt uitgeschakeld. Doorgaan?).
Druk op de knop Yes (Ja), om de navigatie af te sluiten.
Het menu Internet wordt weergegeven.
- of -
Druk op de knop No (Nee) om te onderbreken.
Internet instellen (WLAN-instellingen)


Druk op het symbool.
Het menu WLAN Settings (WLAN-instellingen) wordt weergegeven. Netwerken in de omgeving worden automatisch gezocht. De zichtbare netwerken worden met hun naam opgesomd.
Zichtbaar WLAN-netwerk verbinden
Druk in de lijst op een positie, om het gewens- te netwerk te kiezen.
Druk op de knop Options (Options).
Druk op het symbool om het apparaat met het netwerk te verbinden.
Druk op het symbool om het apparaat met het netwerk te verbinden.

De voorinstellingen van het netwerk worden overgenomen en weergegeven.
Wanneer het netwerk is gecodeerd, drukt u in de regel Security (Veiligheid) net zo vaak op de getoonde codering, tot de door het netwerk gebruikte codering is geselecteerd.
Wanneer een codering is gekozen, drukt u in de regel Key (Sleutel) in het vrije veld en vult u de netwerksleutel van de WLAN-router in met behulp van het toetsenbord. Bevestig de ingevoerde sleutel met de knop OK.
Bevestig de uitgevoerde WLAN-instellingen met de knop OK.
In de lijst wordt met rode tekst gemarkeerd, dat het netwerk met het apparaat is verbonden.


Druk op het symbool, om het menu te verlaten.
Onzichtbaar WLAN-netwerk (SSID is onderdrukt) handmatig instellen en verbinden
Vereiste:
• U kent de naam (SSID) van het netwerk.
Druk in het menu WLAN Settings (WLAN-in-stellingen) op de knop Options (Options).
Klik op het symbool om de naam en de instellingen van het onzichtbare netwerk aan te geven.
Kik in de betreffende regel in het bijbehorende veld, om de naam van het netwerk en evt. de benodigde sleutel in te voeren en om evt. een codering resp. de IP-instellingen uit te kiezen.
Bevestig de uitgevoerde WLAN-instellingen met de knop OK.
In de lijst wordt met rode tekst gemarkeerd, of het netwerk met het apparaat is verbonden.
Druk op het symbool, om het menu te verlaten.
Verbinding met WLAN-netwerk afsluiten
Druk in de lijst op een positie, om het gewens- te netwerk te kiezen.
Druk op de knop Options (Options).
Druk op het symbool, om de verbinding met het netwerk te verbreken.
Webbrowser
De werkbalk
Druk op het symbool.
De Webbrowser wordt weergegeven.
In de werkbalk vindt u alle commando's om de webbrowser te bedienen.
Druk in de onderste displaybalk op de knop Open Toolbar (Werkbalk weergeven).


Door recent bezochte websites bladeren

Website opnieuw laden

Webadres oproepen

Startpagina oproepen

Leesteken voor uw lievelingswebsites

De laatst bezochte webadressen opsommen en oproepen.

Zoekmenu weergeven

Menu weergeven
Website oproepen
Druk in de werkbalk op het symbool, om een webadres in te voeren.
Het menu Enter Address (Adres invoeren) wordt weergegeven.
Druk op het lege invoerveld.
Het toetsenbord wordt weergegeven.
Voer een webadres in,
bijv. http://www.blaupunkt.com.
Druk op de knop OK, om de website in het actuele venster weer te geven.
- of -
Druk op de knop Open in New Window (In nieuw venster openen), om de website in een nieuw venster weer te geven.

Ruiters van een venster
Wanneer u meerdere vensters heeft geopend, kunt u direct op de ruiter drukken, om naar dat bepaalde venster over te gaan.
U kunt door de website bladeren en links naar andere websites (hyperlinks) aanklikken, net zoals op uw computer.
Opmerking:
Gebruik de menu-instellingen, tabblad View, om de weergave van de website te optimaliseren (par. "Basisinstellingen van de webbrowser").


Klik op het kruis om een venster te sluiten.
Opmerking:
In plaats van een adres in te voeren, kunt u ook een van de laatst bezochte webadressen kiezen. Klik daarvoor op de knop Input History (Uit de geschiedenis kiezen).
Websites/-adressen uit de geschiedenis kiezen


Druk in de werkbalk op het symbool, om de geschiedenis weer te geven. Het menu Visit History (Geschiedenis bezoeken) wordt weergegeven.
Druk in de lijst op de gewenste positie.
Klik op de knop Open (Openen), om de website weer te geven.
In het menu krijgt u aanvullende opties:
Druk op de knop Menu.
Druk in het menu op de betreffende knop, om een functie te kiezen:
- Open in New Window (In nieuw venster openen): de eerder in de lijst gekozen website wordt in een nieuw venster geopend.
- Display by Address/Title (Aan de hand van het adres/de titel weergeven): in de lijst worden ofwel de adressen of de titels van de websites weergegeven.
- Delete (Verwijderen)/Delete All (Alles verwijderen): de eerder gemarkeerde website resp. alle websites worden uit de lijst gewist.
- Close Menu (Menu sluiten): het menu wordt gesloten.
Klik opnieuw op de betreffende knop, om de functie op te roepen.
Indien u één of alle websites wilt wissen, klikt u in het venster Confir rmation (Bevestiging) op OK resp. Cancel (Afbreken).
Sluit na een onderbreking evt. eerst het menu.
Druk evt. op de knop Close (Sluiten), om het menu Visit History (Geschiedenis bezoeken) te sluiten.
Bladwijzers toevoegen en selecteren


Druk in de werkbalk op het symbool, om het bladwijzernenu te openen.
Druk in het menu op de betreffende knop, om een functie te kiezen:
- Bookmarks (Bladwijzers): het menu Bookmarks wordt geopend.
- Add to Bookmarks (Aan bladwijzers toevoegen): de actuele website wordt aan de bladwijzers toegevoegd.
- Close Menu (Menu sluiten): het menu wordt gesloten.
Klik opnieuw op de betreffende knop, om de functie op te roepen.
In het menu Bookmarks:
Druk in de lijst op de gewenste positie.
Klik op de knop Open (Openen), om de website weer te geven.
In het menu krijgt u aanvullende opties:
Druk op de knop Menu.
Druk in het menu op de betreffende knop, om een functie te selecteren (welke functies beschikbaar zijn, hangt af van de actuele instellingen):
- Open in New Window (In nieuw venster openen): de eerder in de lijst gekozen website wordt in een nieuw venster geopend.
- Edit (Bewerken): type in het veld Title, om met het toetsenbord een nieuwe titel voor de bladwijzer in te voeren.
- Display by List/Thumbnail (Als lijst/preview weergeven): bladwijzers worden als lijst of als verkleinde preview van de website weergegeven.
- Display by Address/Title (Aan de hand van het adres/de titel weergeven): bij de websites worden ofwel de adressen of de titels weergegeven.
- Move Up/Down (Naar boven/beneden verschuiven): de eerder gekozen bladwijzer wordt in de lijst naar boven/beneden verschoven.
- Delete (Verwijderen)/Delete All (Alles verwijderen): de eerder gemarkeerde website resp. alle websites worden uit de lijst gewist.
- Close Menu (Menu sluiten): het menu wordt gesloten.
Klik opnieuw op de betreffende knop, om de functie op te roepen.
Indien u één of alle websites wilt wissen, klikt u in het venster Confir rmation (Bevestiging) op OK resp. Cancel (Afbreken).
Sluit eventueel eerst het menu.
Druk evt. op de knop Close (Sluiten), om het menu Bookmarks (Bladwijzers) te sluiten.
Tekst op de actuele website zoeken

Druk in de werkbalk op het symbool, om het zoekmenu te openen.
Druk in het menu op de betreffende knop, om een functie te kiezen:
- Retrieval in Page (Zoeken op de pagina): het zoekmasker wordt geopend en boven/onder de actuele website getoond. - Close Menu (Menu sluiten): het menu wordt gesloten.
Klik opnieuw op de betreffende knop, om de functie op te roepen.
In het zoekmasker:
Druk in het lege tekstveld, om met het toetsenbord een zoektekst in te voeren.
Druk op de knop Search Up/Down (Vooruit/achteruit zoeken), om de zoektekst in de website te zoeken.

Druk evt. op een symbool om het zoekmasker in het display boven resp. onder de website weer te geven.

Druk op het symbool, om het zoekmasker te sluiten.
Basisinstellingen van de webbrowser
U kunt verschillende basisinstellingen voor de webbrowser instellen, bijv. de grootte, waarmee de websites worden weergegeven:

Druk in de werkbalk op het symbool, om het menu voor de basisinstellingen te openen.
Druk op het tabblad View (Weergave).
Druk op de knop Zoom.
Informatie over de functie wordt weergegeven.
Druk opnieuw op de knop Zoom.
Het menu wordt geopend.
Druk tweemaal op een menu-optie, bijv. 125%.
Het menu wordt gesloten. De website wordt in de gekozen vergroting getoond.
Andere instellingen in het menu:
• Tabblad Page Tasks (Pagina-instellingen):
- Set as Home Page: startpagina instellen.
- Page Memos: lijst opgeslagen websites weergeven.
- Save as Page Memo: actuele website opslaan.
- Save Link: een link opslaan.
- Translate Page: pagina-inhoud laten vertalen.
- Switch Frames: tussen frames van een website schakelen.
– Disconnect: internetverbinding afsluiten.
• Tabblad View (Weergave):
- Display Mode: weergave van de website instellen (bijv. geoptimaliseerd voor de displaygrootte).
– Text Size: tekstgrootte kiezen. - Zoom: website vergroot/verkleind weergeven.
- Encoding: tekstcodering kiezen.
- Advanced Settings: aanvullende instellingen voor de paginaweergave (bijv. weergave van foto's, tabellen of animaties toelaten/onderdrukken).
- Page Information: informatie over de actuele website weergeven.
- Server Certifi cates: veiligheidscertifi caten.
• Tabblad Settings (Instellingen):
- Startup Setting: selecteren, of bij het starten van de browser de startpagina of de laatst opgeroepen pagina moet worden getoond.
- Security: veiligheidsinstellingen (bijv. SSL en certifi caten).
- Cookies: instellingen voor het toelaten van cookies.
– Delete Cookies: cookies verwijderen. - Cache: cache activeren en verwijderen.
– Proxy: proxy-server-instellingen. - Auto Connection: instellingen voor een automatische verbinding.
- Browserinformatie: informatie over de fabrikant en de versie van de browser weergeven.
Webbrowser afsluiten
Sluit het laatste venster van de webbrowser (zie par. "website oproepen"), om naar het menu Internet terug te keren.
- of -
Druk kort op de aan-/uitschakelaar, om naar het hoofdmenu terug te keren.
E-mail-verkeer
De e-mails wordt in het interne geheugen in de map"TravelPilot/Email" vastgelegd (par. "Mijn bestanden").


Druk op het symbool.
De ingangsmap Inbox wordt weergegeven.
Voor het gebruik, moet het e-mailver- keer worden ingesteld.
E-mailverkeer instellen
Druk op de knop Options (Opties).
Het menu Settings (Instellingen) wordt met de volgende opties weergegeven:
- General: instellingen voor het zenden en ontvangen.
- Accounts: e-mail-accounts instellen en beheren.
- Spam: spam-instellingen.
- Reset: fabrieksinstellingen van de e-mail-applicatie herstellen.
- Language: display-taal van de e-mailapplicatie kiezen.
- About: informatie over de e-mailapplicatie weergeven.


Druk op de knop, om het menu na de instellingen te verlaten.
E-mail-accounts instellen en beheren


Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Het menu Accounts wordt weergegeven.
Om een nieuwe account aan te maken,
drukt u op de knop New (Nieuw).
De eerste pagina van het menu New Account (Nieuwe account) wordt weergegeven.


Druk op de knop, om in dit menu te bladeren.

Klik in de lege tekstvelden van de navolgende posities om met het toetsenbord de bijbehorende instellingen uit te voeren:
- Account Name: vrij instelbare naam voor de account.
- Email Address: e-mailadres van de account.
- User Name: gebruikersnaam van de account.
– Password: wachtwoord van de account. - POP3/IMAP4: adres van de POP3- resp. IMAP4-server.
- SMTP: adres van de SMTP-server.
Druk onder de positie Server op POP3 resp. IMAP4, om het servertype voor de ontvangst van e-mails te selecteren.
Druk op de volgende positie, om de betreffende optie te activeren (vinkje) resp. de de-activeren (geen vinkje).
- SMTP Need Authentication: de SMTP-server vraagt om authentifi catie voor het zenden van e-mails.
- Save Copy on Server: opgevraagde e-mails blijven na het oproepen als kopie op de server opgeslagen.
Druk op de knop Save (Opslaan), om de invoer op te slaan en naar het menu Accounts terug te keren.
Om een bestaande account te bewerken,
klikt u dubbel op de account in de lijst.
Om een account als standaard account voor het ontvangen en zenden van e-mails te selecteren,
drukt u op de account in de lijst.
Druk op de knop Select (Selecteren).
De account wordt in de lijst door het vlagsymbool als standaard account gemarkeerd.
Om een of alle accounts te verwijderen,
klikt u evt. op de account in de lijst.
Druk op de knop Delete (Geselecteerde account verwijderen) resp. Clear (Alle accounts verwijderen).
Druk op de knop OK, om het verwijderen te bevestigen, resp. Cancel (Afbreken).
Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Instellingen voor het zenden en ontvangen
Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Het menu General Settings (Algemeine instellingen) wordt weergegeven.
Druk op de volgende positie, om de betreffende optie te activeren (vinkje) resp. de deactiveren (geen vinkje).
- Only Receive Header: bij oproepen van e-mails alleen het onderwerp daarvan en niet de gehele e-mail ontvangen, om overdrachtstijd te besparen.
- Ask for Receipt: bij het zenden van e-mails vragen om een ontvangstbevestiging.
Druk voor de volgende posities telkens op de pijlsymbolen, om een van de beschikbare instellingen te selecteren:
- Receive Account: keuze van de accounts, waarvoor u de e-mails wilt ophalen.
- Per Receive/Send Limit: bestandsgrootte als bovengrens voor te ontvangen (Receive) resp. te zenden (Send) e-mails kiezen. Grotere e-mails worden niet opgevraagd resp. verzonden.
Druk op de knop Save (Opslaan), om de invoer op te slaan en naar het menu Settings (Instellingen) terug te keren.
Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Spam-instellingen uitvoeren
Als spam herkende e-mails worden in plaats van in de map Inbox (Ingangsmap) automatisch in de map Spam opgeslagen.
Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool. Het menu Spam met de lijst met spam-adressen wordt weergegeven.
Om een nieuw spam-adres in te voeren,
drukt u op de knop New (Nieuw).
Druk in het lege tekstveld, om met het toetsenbord een e-mailadres in te voeren.
Druk op de knop Save (Opslaan), om de invoer op te slaan en naar het menu Settings (Instellingen) terug te keren.
Om spam-adressen te wissen,
klikt u evt. op een adres in de lijst.
Druk op de knop Delete (Verwijderen), om het daarvoor gekozen adres te verwijderen, resp. Clear (Alle verwijderen), om alle adressen te verwijderen.
Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Verdere instellingen
Om de fabrieksinstellingen van de e-mailapplicatie te herstellen,
drukt u in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Druk op de knop OK, om het resetten te bevestigen, resp. Cancel (Afbreken).
Om de displaytaal van de e-mailapplicatie te selecteren,
drukt u in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Druk op de gewenste taal in de lijst (geselecteerd: vinkje).
Druk op de knop Save (Opslaan).
Druk op de knop OK, om de e-mailapplicatie met de gekozen taal opnieuw te starten, resp. op Cancel (Afbreken).
Om informatie over fabrikant en versie van de e-mailapplicatie weer te geven,
drukt u in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Druk op de knop OK, om de informatie weer te onderdrukken.
E-mailfunctie gebruiken
Om een e-mailmap te kiezen,
drukt u op de knop Folder (Map).
Druk in het menu op een van de volgende posities:
- Inbox: ingangsmap
-
Draft: klad (opgeslagen e-mails)
-
Outbox: voor zenden gereed staande e-mails
- Sent Box: verzonden e-mails
– Spam: als spam herkende e-mails
– Trash: verwijderde e-mails
De betreffende map en de inhoud daarvan worden getoond.
Om een e-mail te openen, te lezen en evt. te bewerken,
klikt u dubbel op de e-mail.
Een e-mail in de map Inbox (Ingangsmap) wordt in het menu Read (Lezen) geopend. E-Mails uit andere mappen worden in het menu Compose (Opstellen) geopend en kunnen worden bewerkt (zie par. "E-mail bewerken").
Druk evt. op de knop, om in dit menu te bladeren.
Druk op de knop, om de bijlagen van de e-mail te zien en evt. te openen of op te slaan.
Om e-mails te beheren,
klikt u evt. eenmaal op een e-mail, om deze te markeren.
Druk op de knop Actions (Acties).
Druk in het menu op een van de volgende posities:
- New (Nieuw): e-mail in menu Compose (Opstellen) maken en zenden of als ontwerp opslaan (zie par. E-mail bewerken)
- Receive (Ontvangen): e-mails ontvangen
- Delete (Verwijderen): een gemarkeerde e-mail verwijderen
- Delete All (Alle verwijderen): alle e-mails verwijderen
- Sort By (Sorteren): e-mails in de lijst op Date (Datum), From (Afzender), Subject (Onderwerp) of Size (Grootte) sorteren (criterium kiezen en met OK bevestigen)
- Export (Exporteren): een gemarkeerde e-mail in dialoog Save As (Opslaan als) in een map opslaan
Druk op de knop Quit (Afsluiten), om het menu te verlaten.
E-mail bewerken


Druk in het menu Compose (Opstellen) evt. op de knop, om door het menu te bladeren.
Om een account te kiezen,
klikt u voor de positie From (Afzender) op het pijlsymbool.
Om de prioriteit van de e-mail in te stellen,


drukt u op de knop.
Druk in het menu op een van de volgende posities:
– High: hoge prioriteit
- Normal: gemiddelde prioriteit
- Low: lage prioriteit
Om de adressen en het onderwerp en inhoud van de e-mail in te voeren,

klikt u in de lege tekstvelden van de navolgende posities om met het toetsenbord de bijbehorende instellingen uit te voeren:
- To:/Cc:/Bcc: e-mailadres van de geadresseerden
- Subject: onderwerp
- Groot tekstveld: inhoud
Om een e-mail bijlage toe te voegen,


drukt u op de knop.
Het menu Attachment (Bijlage) wordt geopend.
Druk op de knop Add (Toevoegen).
Kies in de dialoog Open (Openen) een bestand:
- dubbelklik op een datadrager/een map om deze te openen.
- Druk op de knop, om naar de hogere map te gaan.
- Druk op een bestand om deze te markeren.
- OK Druk op de knop, om het gemarkeerde bestand als bijlage te selecteren.
Om een e-mailbijlage weer te verwijderen,
klik eenmaal op een bijlage, om deze te markeren.
Druk in het menu Attachment (Bijlage) op de knop Delete (Verwijderen).
Om het menu Attachment (Bijlage) te sluiten,


drukt u op de knop.
Om de e-mail te verzenden resp. op te slaan,
drukt u op de knop Send (Zenden) resp. Save (Opslaan).
- of -


Druk op de knop, om het menu Compose (Opstellen) zonder opslaan te verlaten.
Internet-telefonie (VoIP)
VoIP is een zeer voordelige variant ten opzichte van het conventionele vaste net voor buitenlandgesprekken. Gesprekken naar een deelnemer met dezelfde provide en vaak ook binnenlandse gesprekken zijn gratis. En u bent wereldwijd onder één telefoonnummer bereikbaar.
Vaak is de VoIP-service al in de Internet-fl atrate inbegrepen. Anders kunt u zich aanmelden bij een voor u gunstige aanbieder.
De afkorting VoIP staat voor Voice over IP en betekent het voeren van telefoongesprekken via het internet.
Vereiste:
- Snelle, voordelige internetverbinding via WLAN.


Druk op het symbool.
Het menu VoIP wordt getoond.
Voor het gebruik, moet VoIP worden ingesteld.
VoIP instellen
Draag de toegangsdata van uw VoIP-aanbieder over in het apparaat. De informatie krijgt u van de aanbieder zelf.


Druk op het symbool, om de instellingen op te roepen.
klik u in de lege tekstvelden van de navolgende posities om met het toetsenbord de bijbehorende instellingen uit te voeren:
– Server-adr.: adres van de VoIP-server van uw aanbieder
- Port: poortnummer voor de VoIP-service (standaard "5060")
– ID: uw gebruikers-ID resp. uw gebruikers-naam
- Passwort: uw wachtwoord
– realm: domein van de aanbieder
- jitter: jitter (latentietijd bij de spraakoverdracht, standaard "100")
Druk op de knop OK, om de aanmelding aan de VoIP-server te starten.
VoIP gebruiken


Druk op het symbool, om via het internet te telefoneren.
Het menu Call (Oproep) wordt weergegeven.
Opmerking:
Ga bij het plegen en aannemen van VoIP-gesprekken net zo te werk, als tij bellen via een met Bluetooth verbonden mobiele telefoon (par. "Bluetooth-functie", "Handsfree functie").
Internet-radio
Bepaalde radiobedrijven bieden ook radio-uitzendingen via het internet aan. Ontvang de uitzendingen met het apparaat.


Druk op het symbool.
Het menu "Internet radio" (Internetradio) met verschillende zendergenres resp. het laatst geopende genre-menu of het menu My Favorites (Mijn favorieten) met beschikbare zenders wordt geopend.
Om vanuit een genremenu of het menu My Favorites (Mijn favorieten) weer in het menu "Internet radio" (Internet-radio) te komen,


drukt u op de knop.
Internet-radio beluisteren
Druk evt. in het menu "Internet radio" (Internet-radio) op een positie, om het gewenste genre (bijv. 70/80s) of het menu My Favorites (Mijn favorieten) te kiezen.
De zenderlijst van het menu wordt weergegeven.
Druk op de gewenste zender.
Druk op de knop Listen (Radiostation beluisteren), om de zender te beluisteren.
Het weergavemenu wordt getoond, zoals beschreven staat in par. "Entertainment", "Muziekbestanden afspelen".


Druk op de knop, om de weergave te onderbreken.


Druk op de knop, om de weergave voort te zetten.



Druk op de knop, om naar een andere titel van de zender te verspringen (alleen wanneer deze functie door de zender wordt ondersteund).



Druk op de knop, om de voorgaande resp. volgende zender in het gekozen genre-menu in te stellen.
Druk kort op de aan-/uit schakelaar om tijdens de weergave een andere toepassing te starten, bijv. de navigatie.
- of -


Druk op de knop, om de weergave te beeindigen.
Zender aan de favorieten toevoegen of uit de favorieten verwijderen
Om een zender aan de favorieten toe te voegen,
drukt u in een genremenu op de gewenste zender.
Druk op de knop Options (Opties).
Druk op het symbool om de zender aan de favorieten toe te voegen.
Om een zender uit de favorieten te verwijderen,
drukt u in het menu My Favorites (Mijn favorieten) op de gewenste zender.
Druk op de knop Options (Options).
Druk op het symbool om de zender uit de favorieten te verwijderen.
Druk op de knop Ja, om het verwijderen te bevestigen, resp. op Nee (Afbreken).
Nieuwe zender opslaan
U kunt zenders, die niet al in een van de genre-menu's zijn opgesomd, in het menu My Favorites (Mijn favorieten) opslaan.
Druk in het menu My Favorites (Mijn favorieten) op de knop Options (Options).
Druk op het symbool, om een nieuwe zender op te slaan.
Voer met het toetsenbord een naam in voor de zender en druk op de knop OK.
Voer met het toetsenbord het adres van de zender in en druk op de knop OK.
Podcasting
Op internet worden podcasts aangeboden. Podcasts zijn bijv. radio- of televisie-uitzendingen, die kunnen worden gedownload en onafhankelijk van de uitzendtijden kunnen worden bekeken of beluisterd.
Een podcast bevat aak meerdere afl everingen van een uitzending, zogenaamde episoden. De episoden zijn meestal audio- of videobestanden.
De podcasts worden in het interne geheugen in de map"TravelPilot" vastgelegd (par. "Mijn bestanden").
Druk op het symbool. De podcastlijst wordt getoond.
Podcasts laden
Druk op de knop ADD NEW ENTRY (NIEUWE INVOER), om een podcast toe te voegen.
Voer met het toetsenbord het webadres in van de podcast (bijv. in internet in zog. podcast-portalen te vinden).
De episodenlijst van de podcasts wordt gedownload.
Episoden laden en afspelen
Druk op een positie in de lijst om de gewenste podcast te kiezen.
Druk op de knop Select (A.u.b. selecteren), om de episoden op te sommen.
Witte posities zijn beschikbare episoden, die eerst nog geladen moeten worden. Rode posities zijn al gedownloade episoden, die afgespeeld kunnen worden.
Druk op een positie in de lijst om de gewenste episode te kiezen.
Druk op de knop Download (Laad bestand), om de episode te downloaden.
- of -
Druk op de knop Play (Weergave), om de episode af te spelen.
Het weergavemenu wordt getoond (par. "Entertainment", "Muziekbestanden afspelen" resp. "Videobestanden afspelen").
Podcasts/episoden bewerken
Druk in de podcastlijst of in de episodelijst op de gewenste positie.
Druk op de knop Options (Options), om extra functies weer te geven.
Alleen voor podcastlijst: druk op het symbool, om de episodenlijst van de podcast te actualiseren.
- of -
Druk op het symbool om de positie te verwijderen.
- of -
Druk op het symbool om alle posities te verwijderen.
Druk op de knop, om het menu te verlaten.

Offi ce-functie
Leg met het dicteerapparaat snelle gedachten en ideeën vast.
In de bestandsmanager heeft u toegang tot de beschikbare bestanden.

GEVAAR!
Niet op het verkeer letten kan leiden tot ongevallen
Gebruik de functie niet wanneer u de chauffeur bent. Het is toegestaan de toepassingen bij stilstaand voertuig en uitgeschakelde motor te gebruiken.
Offi ce-toepassing starten


Druk in het menu Infotainment op het symbool.
Het menu Office (Kantoor) wordt weergegeven.
Dicteerapparaat
Spraak kan worden vastgelegd en weergegeven.


Druk op het symbool.
Het menu Voice Recorder (Dicteerapparaat) wordt weergegeven.


Druk op het symbool, om de opname te starten.


Druk op het symbool om de opname te beëindigen.
Er wordt een vraag om bevestiging weergegeven.

Druk op Yes (Ja), om de opname op te slaan.
De opnames worden in de map "TravelPilot" of in de submap "Voice" daarvan opgeslagen.
- of -

Druk op No (Nee), om de opname te wissen.
Opname afspelen
Druk in het menu Voice Recorder (Dicteerapparaat) op een positie.


Druk op de knop voor de weergave.
Opname bewerken
Druk in het menu Voice Recorder (Dicteerapparaat) op een positie.
Druk op de knop Options (Options), om extra functies weer te geven.


Druk op het symbool om de opname te hernoemen.
Het toetsenbord wordt weergegeven.
Voer een naam in en druk op de knop OK. - of -


Druk op het symbool om de opname te wissen.
Er wordt een vraag om bevestiging weergegeven.
- of -


Druk op het symbool om alle opna- mes te wissen.
Er wordt een vraag om bevestiging weergegeven.
Druk op Yes (Ja), om de opname resp. de opnames te wissen. - of -
Druk op No (Nee), om de opnames niet te wissen.
Opname blokkeren
Wanneer u de hele lijst met opnames m.u.v. een aantal opnames wilt wissen, kunt u één of meerdere opnames blokkeren. Een geblokkeerde opname kan niet worden gewist of hernoemd.
Druk in het menu Voice Recorder (Dicteerapparaat) op een positie.
Druk op de knop Options (Opties), om extra functies weer te geven.


Druk op het symbool, om de opname te blokkeren (slot dicht) of te ont-grendelen (slot open).
Bestandsmanager
De bestandsmanager geeft de bestanden uit het geheugen ("DataStorage") en, indien aanwezig, van de geheugenkaart weer. In de bestandsmanager heeft u toegang tot de beschikbare bestanden.
De bediening vindt plaats via het display - net als bij een computer.


Druk op het symbool.
De bestandsmanager wordt weergegeven.

Alle bestanden, die u met het apparaat maakt, worden in het interne geheugen in de map "TravelPilot" opgeslagen.

DataStorage

TravelPilot
Druk op de knop View (Weergave), om één van de instellingen te kiezen:
- Details: detailweergave
- Small Icon: symbolenweergave
- Large Icon: miniatuurweergave
Druk tweemaal op een bestand (Map of document), om deze te openen.
-of-
Druk op een bestand om dit te markeren.
Druk op de knop Copy (Kopiëren), om het bestand te kopiëren.
- of -
Druk op de knop Cut (Knippen), om het bestand te verplaatsen.
Druk op de knop Paste (Plakken), om het bestand te plakken.
Druk op de knop Delete (Verwijderen), om het bestand te verwijderen.


Druk op de knop, om het be- stand te openen.


Druk tweemaal op de knop, om naar het eerstvolgend hogere mapniveau te gaan.

Druk op de knop Exit (Afsluiten), om de bestandsmanager te verlaten.
Mijn bestanden
Wanneer u met het apparaat fotografeert, fi lmt, met het dicteerapparaat iets opneemt etc. worden de bestanden in een intern geheugen vastgelegd (bijv. een foto als BMP-bestand). Deze kunnen vervolgens met andere apparaten worden uitgewisseld, bijvoorbeeld met een computer.
Mijn bestanden in het interne geheugen
Het interne geheugen van het apparaat "DataS- storage", bevat de map "TravelPilot".
In deze map bevinden zich weer submappen met hun bestanden, o.a. "Photo" met foto's, "Video" met video's, "Music" met muziek, ...
De mappen worden automatisch aangemaakt.

DataStorage

Naast de submappen met hun bestanden, is er de submap "Navigation". Deze bevat het kaartmateriaal alsmede eigen POIs en tochten die u met het installatieprogramma op de bijgesloten CD/DVD heeft gemaakt.
Mijn bestanden afspelen of weergeven
Het apparaat gebruikt uw data onafhankelijk daarvan of deze zich in het geheugen of op de geheugenkaart bevindt.
Start de betreffende toepassing om het bestand te openen.
Start bijv. de muziekweergave, om muziek-nummers af te spelen (par. "Entertainment", "Muziekbestanden afspelen").
Opmerking:
Bestanden kunnen ook direct via de bestandmanager worden opgeroepen (par. "Offi ce-functie", "Bestandsmanager").
Mijn bestanden overdragen
VOORZICHTIG!
Het bewerken van data op het interne geheugen kan het apparaat beschadigen
Wanneer u systeembestanden op het interne geheugen wijzigt of wist, kan dit de werking van het apparaat nadelig beïnvloeden.
Bewerk uitsluitend bestanden in de daarvoor bedoelde map "TravelPilot".
Indien nodig creëert u meer geheugenruimte door uw bestanden uit het geheugen naar een andere locatie over te brengen.
• Bestanden via USB op de computer kopieren
• Bestanden op geheugenkaart kopieren
Sla de bestanden in het apparaat op, om ze daarmee te gebruiken:
• Bestanden via USB in het geheugen kopieren
• Geheugenkaart met bestanden plaatsen
Lees in de technische gegevens, met welke bestandsformaten het navigatie-apparaat werkt.
Gegevensoverdracht met geheugenkaart
Lees in de technische gegevens, welke geheugen- kaarten met dit apparaat compatibel zijn.
Data op de geheugenkaart laden
De data kunnen zoals gebruikelijk vanaf een computer op een geheugenkaart worden geladen. Alternatief gebruikt u het navigatie-apparaat als kaartlezer, door deze via een USB-kabel op uw computer aan te sluiten.
Data van geheugenkaart in het geheugen laden
Plaats de geheugenkaart in het apparaat, zoals in par. "Entertainment" staat beschreven.
Open in het menu Office (Kantoor) de bestandsmanager (par. "Offi ce-functie", "Bestandsmanager").
Verplaats de gewenste bestanden van de geheugenkaart naar de betreffende submappen in de map "TravelPilot" (par. "Offi ce-functie", "Bestandsmanager").

Gegevensoverdracht met computer (USB)
Gebruik de meegeleverde USB-kabel. Het apparaat moet uitgeschakeld zijn.
Sluit het apparaat met behulp van een USB-kabel aan op uw computer.
Steek de USB-stekker met het USB-symbool naar achteren in het apparaat.
Schakel het apparaat met de aan-/uitschake-laar aan.
De computer herkend het apparaat als externe datadrager.
Selecteer het apparaat in Verkenner (PC) of in Finder (Mac).
Open de map "TravelPilot".
Verschuif de gewenste data naar de betreffende submappen door slepen en plaatsen of door kopieren en plakken.
Data van het navigatie-apparaat kopiëren

Data naar het navigatie-apparaat kopiëren

Instellingen
Deze instellingen kunt u uitvoeren:
- Kaarten en navigatie-instellingen (par. "Werken met de kaart")
- Apparaatinstellingen: pas de instellingen voor het apparaat aan uw behoeften aan, bijv. het gebruikerssymbool in het hoofdmenu, de taal, het display of de tijd.
Stel de verschillende infotainment-functies in zoals WLAN of audio/video.


Druk in het hoofdmenu op het symbool.
Het menu Settings (Instellingen) verschijnt.


Druk op de knop, om in dit menu te bladeren.
Wanneer u veranderingen aan de instellingen heeft uitgevoerd:


Druk op de knop, om het menu te verlaten.
Alarm instellen
De alarmfunctie werkt ook in uitgeschakelde toestand van het apparaat. Controleer van te voren of de juiste lokale tijd op het apparaat wordt weergegeven.


Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool, om het wekkeralarm in te stellen.
De actuele tijd wordt in het menu Alarm Clock (Wekker) weergegeven.

Druk op de knop Alarm Set (Alarm instellen).


Druk op de knoppen, om de alarmtijd in uren en minuten in te stellen.


Druk op de knop, om deze instellingen te wisselen:
- Alarm aan/uit
- Elke dag of maandag t/m vrijdag
Druk evt. op de knop Reset (Terugzetten), om de wekkerinstellingen op de fabrieksin- stellingen terug te zetten.

Druk op de knop, om de instellingen te bevestigen.
De ingestelde alarmtijd wordt in het menu Alarm Clock (Wektijd) weergegeven.
Audio/video
Het apparaat is voorzien van een AV-IN/OUT-bus voor externe audio-/video-apparaten. Stel in dit men in, of u de videopsignalen wilt ontvangen (AV IN) of versturen (AV OUT).

Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Het menu Audio/Video wordt weergegeven.

Druk op het symbool, om te wisselen tussen AV-ingang (AV-IN) en AV-uitgang (AV-OUT-functie).

Druk op het symbool, om voor de AV-OUT-bus te wisselen tussen de TV-standaarden PAL, SECAM en NTSC.
Om er voor te zorgen dat het videobeeld juist wordt overgedragen, moeten beide apparaten dezelfde tv-standaard gebruiken.

Druk op het symbool, om voor de AV-IN-bus de automatische videosignaalherkenning in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).
Wanneer u bijv. een achteruitrijcamera heeft aangesloten, wordt het camerabeeld weergegeven zodra u de achteruit versnelling heeft gekozen.
Mijn toets in het hoofdmenu plaatsen (Snelle toegang)
Via het hoofdmenu heeft u snel toegang tot de belangrijkste toepassingen. Deze snelkeuze kan worden gewijzigd. Stel het symbool in voor de toepassing die u vaak gebruikt. Het standaard symbool is de internetfunctie.

Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool voor een overzicht van de beschikbare toepassingen.
Druk op een positie in de lijst, om de gewens- te toepassing te kiezen.
Druk op de knop OK.
Demomode
Wanneer u de demomode heeft ingeschakeld, schakelt het apparaat bij geen gebruik na 5 minu- ten over in de demomode.

Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool, om de demomodus in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).
Diefstalbeveiliging

In het menu Anti Theft Protection (Diefstalbeveiliging) kunt u aan uw navigatieapparaat een PIN en een PUK toekennen om het apparaat tegen onbevoegd gebruik te beschermen. Lees hiervoor het paragraf "Basisinstellingen uitvoeren", "PIN-vraag activeren".
Display
In de kaart-/navigatie-instellingen kunt u de automatische omschakeling tussen de dag- en nachtweergave activeren. Dan wordt de displayhelderheid constant aangepast op de lichtomstandigheden.
Bepaal in dit menu de displayhelderheid. Stel daarnaast in wanneer wordt omgeschakeld tussen dag- en nachtweergave.

Druk op het symbool.
Het menu Display wordt weergegeven.

Druk voor de instellingen Day Brightness (Helderheid dag) resp. Night Brightness (Helderheid nacht) op een van de knoppen, om de helderheid voor dag en nacht in te stellen.



Druk voor de instellingen Switch level (Schakeldrempel) op een van de knoppen, om de automatische omschakeling tussen dagen nachthelderheid in te stellen.
Een hogere waarde zorgt ervoor, dat bijv. al bij de schemering naar het nachtaanzicht wordt omgeschakeld. Een lager waarde zorgt dat er pas bij donker wordt omgeschakeld.
Productinformatie


Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Productinformatie over het apparaat, zoals de versie van de gebruikte kaart en de navigatiesoftware worden weergegeven.
Geluid & volume
In het menu Volume/Sound (Volume/geluid) kunt u het volume voor de gesproken mededelingen van de navigatie en voor handsfree via Bluetooth instellen. Voor een betere klankkleur kunt u de lage tonen (Bass) en hoge tonen (Treble) instellen.


Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Het menu Sound & Volume (Geluid & Volume) wordt weergegeven.



Druk op een van de knoppen, om het volume voor gesproken mededelingen (navigatie resp.
handsfree bellen) en de hoge en lage tonen in te stellen.
Taal
In het menu Language (Taal) kunt u instellen in welke taal de menu's moeten worden weergegeven. De gesproken mededelingen worden ook in de ingestelde taal gedaan, indien beschikbaar. Wanneer de gekozen taal niet voor de gesproken mededelingen beschikbaar is, volgt deze in het Engels.


Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Er wordt een lijst met de mogelijke talen weergegeven.
Druk in de lijst op de taal die u wilt gebruiken.
Druk op de knop OK.
Stroom besparen
Wanneer u de energiebesparingsmodus heeft ingeschakeld, wordt het display na 1 minuut zonder gebruik donker geschakeld, om minder stroom te verbruiken. Het apparaat gaat niet over in de energiebesparingsmodus, wanneer deze door een externe stroombron wordt gevoed of deze zich in de navigatiemodus bevindt.


Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool, om de energiebesparingsmodus in te schakelen (vinkje) of uit te schakelen (geen vinkje).
Knoppentoon
In het menu Key Clicks (Toetsgeluid) kunt u het volume van de toetsgeluiden instellen resp. uit ("0") (onderdrukken) instellen. Bovendien kunt u kiezen uit verschillende toetsgeluiden.


Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Het menu Key Clicks (Toetsgeluiden) wordt getoond.
Druk op het gewenste toetsgeluid.


Druk op een van de knoppen om het volume in te stellen.
Touchscreen kalibreren
U kunt het Touchscreen opnieuw instellen (kali-breren), wanneer het onnauwkeurig reageert op aanrakingen.


Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool, om de kalibratie te starten.
Druk op de knop Yes (Ja), om het kalibreren te starten, resp. No (Nee) om te onderbreken.
Volg de instructies op het display, om het touchscreen te kalibreren.
Kloktijd

De tijd ontvangt het apparaat via GPS. In menu Time (Tijd) kunt u de noodzakelijke regionale instellingen voor de tijd maken, bijv. tijdzone en zomertijd. Alleen bij correcte instelling kan voor u de juiste aankomsttijd bij de navigatie worden weergegeven. Lees hiervoor het paragraf "Basisinstellingen uitvoeren", "Tijdzone instellen".
Fabrieksinstellingen
In het menu Factory Settings (Fabrieksinstellingen) kunt u het apparaat of bepaalde toepassingen, zoals bijv. de navigatie, terugzetten op de fabrieksinstellingen.
Opmerking:
Wanneer u het apparaat naar de fabrieksinstellingen terugzet, worden uw persoonlijke instellingen en opgeslagen bestemmingen gewist. Een bestaande Bluetooth-verbinding wordt bij een reset verbroken. Alle gekoppelde mobiele telefoons worden ontkoppeld. De mobiele telefoons moeten vervolgens weer met het apparaat worden gekoppeld.


Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Het menu Factory Settings (Fabrieks-instellingen) wordt weergegeven.

Druk op één van de symbolen om het apparaat of de gewenste toepassing terug te brengen naar de originele instellingen.
Het systeem stelt een vraag.

Druk op Yes (Ja), om de instellingen naar de fabrieksinstellingen terug te zetten.
- of -

Druk op de knop No (Nee), om het proces af te breken.
Draadloze verbindingen
Draadloze verbindingen betekent toegang tot het internet.
De internettoegang kan via Bluetooth met een mobiele telefoon of via WLAN plaatsvinden. De instellingen voor de internetverbinding maakt u in dit menu.
Vereiste:
- U heeft eerst één van beide mogelijke wijzen van internettoegang ingesteld (par. "Internet-functie", "WLAN-instellingen" resp. par. "Bluetooth-functie", "RAS-instellingen").


Druk in het menu Settings (Instellingen) op het symbool.
Het menu Wireless (Draadloze ver- bindingen) wordt weergegeven.


Druk op het symbool, om de internet-verbinding via Bluetooth op te bouwen of te verbreken.
Opmerking:
Voor een internetverbinding via Bluetooth moeten de RAS-instellingen worden gemaakt (par. "Bluetooth-functie").
- of -


Druk op het symbool, om de WLAN-verbinding op te bouwen of te verbreken.


Druk op het symbool, om de WLAN-verbinding automatisch op te bouwen (vinkje) of de automatische functie uit te schakelen (geen vinkje).


Druk op het symbool.
Het menu WLAN Settings (WLAN-in-stellingen) wordt weergegeven.

Druk op de knop Options (Opties), om de betreffende instellingen te maken.
Software
Navigatiesoftware opnieuw installeren
Voor het eventueel herstellen bevindt zich de navigatiesoftware van uw navigatie-apparaat met handleiding op de bijgeleverde CD/DVD.
Navigatiesoftware actualiseren
Om uw navigatie-apparaat altijd qua techniek up-to-date te houden, biedt Blaupunkt regelmatig software-updates aan. Deze kunt u downloaden op de Blaupunkt internetpagina www.blaupunkt.com.
Service
In enkele landen biedt Blaupunkt een reparatie- en afhaaldienst aan.
Mocht uw apparaat voor service naar Blaupunkt opgestuurd moeten worden, dan kunt u via het Internet een afhaaldienst voor uw apparaat aanvragen.
Op www.blaupunkt.com kunt u nagaan of deze service ook in uw land beschikbaar is.
Garantie
Voor onze producten die binnen de Europese Unie gekocht zijn, bieden wij een fabrieksgarantie. Voor buiten de EU gekochte apparaten gelden de garantiebepalingen van de betreffende vertegenwoordigingen in die landen.
De garantievoorwaarden kunt u raadplegen op www.blaupunkt.com of direct opvragen bij:
Oplaadkabel voor sigarettenaansteker: ingang 12 V
Netlader: ingang 100 tot 240 V (50/60 Hz), uitgang 12 V/max. 1 A
Display
4,3 " Touchscreen TFT LCD kleurendisplay 16:9, 480 x 272 pixels
Audio
Ingebouwde luidspreker, min. 1 W
Camera
Foto's JPG (2 MPx)
Video's MJPG met Audio (QVGA 320 x 240 Px)
GPS-ontvanger
Geïntegreerd, QuickFind-technologie Centrality GPS, 32 kanalen
Platform
Dual Core Sirf Titan Processor (500 MHz)
Intern 128 MB RAM
8 GB NAND Flash geheugen
Besturingssysteem
Microsoft Windows CE 5.0
USB
USB 2.0
Geheugenkaarten
SD-kaarten, MMC en SDHC: max. 8 GB
Ondersteunde dataformaten
Muziek
MP3, WMA - zonder DRM, OGG, WAV, Quick-Time
Weblists: M3U, PLS
Foto's
| Probleem Oorzaken Maatregel | ||
| Het apparaat functioneert niet, of niet goed. | Het besturingssysteem is overbelast. | Voer een reset uit (par. "In-/uitschakelen"). |
| Zet de fabrieksinstellingen te-rug (par. "Instellingen"). Daar-bij worden alle persoonlijke instellingen gewist! | ||
| Installeer m.b.v. de meegele-verde CD/DVD de navigatiesoft-ware opnieuw. | ||
| Het display blijft donker wan-neer ik het apparaat inschakel. | Door lange en sterke zonnestra-ling en hoge temperaturen kan het display tijdelijk contrast ver-liezen. | Leg het apparaat gedurende ca. 10 minuten in de schaduw en schakel deze opnieuw in. |
| Bij zeer hoge temperaturen schakelt het apparaat zichzelf uit als bescherming tegen over-verhitting. | ||
| De accu is onvoldoende opge-laden. | Laad de accu volledig op. (Par. "Accu laden") | |
| De melding "Geen record be-schikbaar" wordt weergegeven. | Er is nog geen record van een wegenkaart voor gebruik van de navigatie gekozen. | Kies de record van de gewenste wegenkaart. (Par. "Record se-lecteren") |
| De accu is leeg, ondanks dat ik het apparaat lang niet heb ge-bruikt. | In uitgeschakelde toestand ver-bruikt het apparaat een kleine hoeveelheid energie. Hierdoor kan na enkele dage de accu leeg zijn. | Laad de accu volledig op. Gebruik het apparaat in het voertuig altijd met de oplaadka-bel aangesloten op de sigaret-tenaansteker. |
| Bij korte ritten wordt de accu niet volledig opgeladen. | ||
| Het apparaat reageert niet, wan-neer ik op de knoppen druk. | Het besturingssysteem is over-belast. | Voer een reset uit (par. "In-/uitschakelen"). |
| Het apparaat geeft geen gespro-ken rijadviezen. | De gesproken mededelingen zijn uitgeschakeld. | Activeer in de kaart-/navigatie-instellingen de gesproken me-dedelingen. |
| Het volume van de gesproken mededelingen is te laag. | Verhoog niet het volume tijdens deze gesproken mededelingen. | |
| De camera registreert de snel-heidslimieten niet of slecht. | De camera is niet goed uitge- lijnd. | Lijn de camera uit. (Par. "Came-ra uitrichten") |
| Ongunstige lichtomstandighe-den (bijv. tegenlicht, duisternis) en weersomstandigheden (bijv. sterke sneeuwval, onweer) of ongunstige posities/verontrei-niging van de borden kunnen het herkennen van de verkeers-borden hinderen. | - | |
| Matrixborden (borden met lichtindicatie) worden niet her-kend. | ||
| Bij hoge snelheden kan het her-kennen van de borden worden beïnvloed. | ||
| Het apparaat heeft geen, of slechts een beperkte GPS-ont-vangst. | Na het inschakelen heeft het ap- paraat ca. 1 minuut nodig, voor-dat de navigatie gebruiksklaar is. Bij het eerste inschakelen heeft het apparaat iets meer tijd nodig en een sterk GPS-signaal. | Begeef u naar buiten en zet het apparaat op een verhoging. Na uiterlijk 2 tot 5 minuten is uw apparaat weer gebruiksklaar. Dan is navigatie ook onder min- der optimale omstandigheden mogelijk. |
| In gebouwen is de GPS-ont-vangst over het algemeen be-perkt of onmogelijk. | ||
| Metaal getinte ruiten kunnen de GPS-entvangst storen. | U kunt proberen het apparaat op een andere plek in het voer-tuig te monteren. | |
| Sluit een externe GPS-antenne aan. | ||
| Refl ecties en belemmeringen door bijv. hoge gebouwen, tun-nels, bergen of dicht bladerdak. | Het apparaat moet vrij zicht op de hemel hebben. Wacht tot de GPS-entvangst weer beschik-baar is. De routegeleiding wordt dan automatisch voortgezet. | |
| Sterke sneeuwval en onweer. | ||
| Transport van het voertuig met de autotrein of veerboot. | ||
| Het apparaat heeft geen, of slechts een beperkte TMC-ontvangst. | De interne TMC-antenne ontvang TMC slechts zwak. | Sluit een externe TMC-antenne aan op het apparaat. |
| Er is ontvangbare TMC-zender. TMC-entvangst is momenteel beschikbaar in de volgende landen: België, Denemarken, Duitsland, Engeland, Finland, Frankrijk, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Spanje, Zweden, Zwitserland en Tsje-chië. | ||
| Het apparaat herkent mijn ge-heugenkaart niet. | De geheugenkaart is niet com-patibel met dit apparaat. | Gebruik compatibel geheugen-kaarten. (Par. "Technische ge-gevens") |
| De geheugenkaart is geformat-teerd met een verkeerd be-standssysteem. | Formatteer de geheugenkaart volgens bestandssysteem FAT16 of FAT32. | |
| Vanwege technische ontwikke-lingen kan Blaupunkt het goed functioneren van geheugen-kaarten van verschillende leveranciers en typen niet garande-ren. | Probeer een geheugenkaart van een andere leverancier of met een andere capaciteit. | |
| Ik kan via een met Bluetooth ver-bonden mobiele telefoon geen toegang tot internet krijgen. | De mobiele telefoon onder-steunt deze functie niet. | - |
| Bij de koppeling van de mobiele telefoon werd het bluetooth-profi el "DUN" (Dialup Networ-king Profi le) niet geactiveerd. | Koppel het mobiele telefoon op-nieuw aan gebruik makend van het profi el "DUN" (par. "Kop-pelen met het navigatie-appa-raat"). | |
Germany (D) 0180-5000225 05121-49 4002
Austria (A) 01-610 39 0 01-610 39 391
Denmark (DK) 44-898 360 44-898 644
Finland (FIN) 09-435 991 09-435 99236
Great Britain (GB) 01-89583 8880 01-89583 8394
Greece (GR) 210 94 27 337 210 94 12 711
Ireland (IRL) 01-46 66 700 01-46 66 706
Italy (I) 02-369 62331 02-369 62464
Luxembourg (L) 40 4078 40 2085
Norway (N) +47 64 87 89 60 +47 64 87 89 02
Portugal (P) 2185 00144 2185 00165
Spain (E) 902 52 77 70 91 410 4078
Sweden (S) 08-7501850 08-7501810
Switzerland (CH) 01-8471644 01-8471650
Czech. Rep. (CZ) 02-6130 0446 02-6130 0514
Hungary (H) 76 511 803 76 511 809
Poland (PL) 0800-118922 022-8771260
Turkey (TR) 0212-335 07 23 0212-346 00 40
http://www.blaupunkt.com
Het programma TPAssist kan draaien op elke PC met Windows of Linux en op elke Mac met het Mac OS besturingssysteem.
Om TPAssist te kunnen gebruiken, moet Java SE vanaf versie 1.5 zijn geïnstalleerd (Download onder: www.java.com).
Inleiding
TPAssist ondersteunt u bij het zelf voorzien van uw apparaat met eigen POI's (bijzondere bestemmingen). Daarnaast kunt u indien nodig, de navigatiesoftware en de wegenkaarten opnieuw installeren.
Hoofdstukoverzicht
Deze gebruiksaanwijzing moet antwoord geven op uw vragen omtrent TPAssist:
Hoofdstuk Start: hoe start ik TPAssist?
Hoofdstuk Mijn POI: hoe bewerk ik POI-lijsten en draag ik deze over naar mijn apparaat?
Hoofdstuk Tochtplanning: hoe maak ik tochten aan en draag ik deze over naar mijn apparaat?
Hoofdstuk Herstellen: hoe kan ik de navigatiesoftware en wegenkaart in mijn apparaat opnieuw installeren?
Hoofdstuk Geheugenkaarten: hoe gebruik ik geheugenkaarten met het apparaat?
Hoofdstuk Uitleg – POI-lijsten: hoe bewerk ik POI-lijsten zonder TPAssist?
Hoofdstuk POI/tochten met het apparaat gebruiken
Gebruikte symbolen
In deze gebruikershandleiding vindt u de volgende symbolen:
⚠ Waarschuwingsinstructies bevatten informatie over veilige bediening.
! Instructies moeten worden opgevolgd, om het gewenste bestemming te bereiken.
Tips of aanbevelingen moeten de omgang met de TPAssist vereenvoudigen.
Verwijzingen leiden u naar extra informatie over het onderwerp.
Einde van een hoofdstuk.
Aan welke eisen moet mijn computer voldoen?
Wat kan ik doen met TPAssist?Wat kan ik d
Tip:
Wanneer u toegang tot het internet heeft en onder in TPAssist op het Blaupunkt-logo klikt, komt u op de Blaupunkt-internetsite.
Start
Stap 1 - Programma starten
Plaats de meegeleverde CD/DVD in het station.
TPAssist start.
Kies de gewenste taal.
Het hoofdmenu van TPAssist wordt weergegeven.
Kies uw apparaat.
Hier kunt u de licentievoorwaarden lezen en naar
de selectie van opties overschakelen.
Wanneer TPAssist niet automatisch start:
Open het bureaublad (PC en Mac).
Open de backup-DVD en dubbelklik op het bestand "TPAssist.jar".
TPAssist start.
Stap 2 - Optie kiezen
Klik op Next (Verder), om de optiekeuze op te roepen.
Kies een van de opties:
- Klik op Edit your own POI list (Eigen POI-lijst bewerken), om POI-lijsten te laden en te bewerken of nieuwe POI-lijsten aan te maken.
Par. "Mijn POI" - Klik op Plan Tour (Tocht plannen), om tochten te laden en te bewerken of nieuwe tochten aan te maken.
Par. "Mijn tocht" - Klik op Recover device (Apparaat herstellen), om de navigatiesoftware op uw apparaat opnieuw te installeren.
Par. "Herstellen" - Klik op Display operating instructions (Bedieningshandleiding weergeven), om de handleiding voor uw apparaat op te roepen.
- Klik op het Blaupunkt-logo, om naar de Blaupunkt-website te gaan.
Hoe start ik TPAssist? Hoe start ik TPAssist


Met TPAssist kunt u eigen POI's aanmaken en bestaan- de POI-lijsten bewerken. Het apparaat gebruikt de POI uit het geheugen. Daarvoor laadt deze de POI-lijsten direct in het geheugen.
Stap 1 - Apparaat aansluiten
Sluit het apparaat met behulp van een USB-kabel aan op uw computer.
Stap 2 - POI-lijsten laden of aanmaken
Wanneer u in het hoofdmenu de optie Edit your own POI list (Eigen POI-lijst bewerken) heeft geselecteerd, kunt u kiezen uit deze opties:
- Load (Laden):
laad een bestaande POI-lijst van uw computer, om deze te bewerken. Daarvoor wordt u gevraagd, de POI-lijst in het venster "Openen" te selecteren. - of -
- New (Nieuw):
maak een nieuwe POI-lijst met een naam naar uw keuze aan. - Close (Sluiten):
om een POI-lijst te sluiten.
U kunt meerdere POI-lijsten laden of nieuw aanmaken en aansluitend bewerken.
Klik op een van de opties, om een POI-lijst te laden of nieuw aan te maken.
Hernoem de POI-lijst evt. als volgt: Landafkorting_Categorie1_Categorie2, bijv. "GB_Leisure_Golf.asc".
Let bij de gegevensomschrijving van de POI-lijst op de scheiding van de landcode en categorieën. Gebruik daarvoor een spatie of laag streepje. Alleen dan kan het apparaat de POI later op landen en categorieën sorteren.
De POI-editor wordt weergegeven.
Hoe bewerk ik POI's en hoe breng ik deze in mijn apparaat?
Tip:
POI-lijsten kunt u via externe aanbieders kopen, bijvoorbeeld via het internet onder www.poicon.com.

De volgorde alsmede het aantal categorieën van de POI's moet binnen een lijst gelijk blijven:
![GB_Leisure_Golf.asc GB_Leisure_Football.asc GB_Leisure_Swimming.asc [GB_Leisure.asc] ↓ GB_Leisure_Golf.asc GB_Leisure_Football.asc GB_Leisure_Swimming.asc GB_Leisure_General.asc](/content/2026/06/1158116/images/a7fbc455a559e21547aa7315e8062edd676721ad46e8e4a82884fb983dc43b28.jpg)
Stap 3 - POI-lijst weergeven
In de linker kolom van de POI-editor worden alle geladen of nieuw aangemaakte POI-lijst weergeven.
Klik op een POI-lijst, om deze te bewerken.
Stap 4 - POI-symbool voor POI-lijst kiezen
In het hoofdvenster kunt u het POI-symbol voor de POI-lijst kiezen.
Klik in het veld POI icon (POI-symbol) op het afgebeelde POI-symbol, om een afbeelding voor de POI-lijst te selecteren. Het POI-symbol wordt in de kaart weergegeven, wanneer het dezelfde naam als de bijbehorende POI-lijst draagt.
Stap 5 - POI in lijst opnemen
In de tabel kunt u afzonderlijke POI toevoegen, verwijderen of hernoemen. De posities van de POI's worden in coördinaten ingevoerd:

Het apparaat kan maximaal 128 POI-lijs--ten gebruiken.

! Opmerking:
Het POI-symbol kan alleen dan in de kaart worden getoond, wanneer deze aan de volgende voorwaarden voldoet:
- Dezelfde benaming als de POI-lijst: Landafkorting_Categorie1_Categorie2, bijv. "GB_Leisure_Golf.bmp".
- Bestandsextensie:*.bmp (bitmap)
- Afmeting: 22 x 22 pixels
- Kleurmodus: 8 bit kleur (RGB)
• New entry (Nieuwe invoer):
een regel voor het toevoegen van een nieuwe POI. De lege regel wordt aan het einde van de POI-lijst toegevoegd.
- of -
• Edit (Bewerken):
een POI in de tabel bewerken.
- of -
- Delete (Verwijderen):
knop voor het verwijderen van afzonderlijke of meerdere POI's. Markeer meerdere POI's, door tegelijkertijd de toets Ctrl (PC) resp. ⚙ (Mac) ingedrukt te houden.
Klik op één van de opties om de POI's aan de lijst toe te voegen.
Voer in de tabel voor elke POI de coördinaten (lengte- en breedtegraad) en een omschrijving (informatie) in:
- Longitude (Lengte)/Latitude (Breedte):
voer de coördinaten met decimalen in (bijv. 51,50939 en -0,11832) of in Graden, Minuten en Seconden (GMS, bijv. 51°30'33.8"N en 0°7'5.95"W).
- Information (Informatie):
voer een naam voor de POI in.
Stap 6 - POI uit een andere POI-lijst toevoegen
Kies uit een andere POI-lijst de gewenste POI en draag deze over in de actuele lijst.
De POI-lijst kan zelf zijn aangemaakt of extern zijn betrokken. POI-lijsten met de navolgende bestandsformaten worden ondersteund:
• Google Earth-uitwisselingsformaat *.kml
- Andere Geobestandsformaten: *.xml (Geo), *gpx, *asc, *csv
Klik op de optie Add POI (POI toevoegen) en kies in het venster "openen" de gewenste POI-lijst.
De POI-lijst wordt getoond.
Tip:
Via internetsites van derden, zoals bijvoorbeeld. http://maps.google.com of Google Earth, kunt u de coördinaten van uw favoriete plaatsen invoeren.


Klik direct in de POI-lijst op een of meerdere POI's van uw keuze.
Markeer meerdere POI's, door tegelijkertijd de toets Ctrl (PC) resp. 📄 (Mac) ingedrukt te houden.
Klik op Add Entries (Invoer toevoegen), om de POI naar de actuele lijst over te dragen.
Stap 7 - POI uit foto's met coördinaten laden (Geotagging)
Wanneer u met de TravelPilot 500 of 700 fotografeert, wordt de locatie van de opnamen in coördinaten met de foto opgeslagen (Geotagging). Deze coördinaten en de bestandsnaam kunnen in de POI-lijst worden overgedragen.
De foto's kunnen van uw computer of een geheugen- kaart worden geladen.
Klik op de optie Select POI by Photo (POI-foto kiezen), om de foto's met de gewenste coördina- ten te selecteren.
Alleen foto's met coördinaten worden aangeboden voor de keuze.
Stap 8 – Alle POI-lijsten opslaan
Klik op Save All (Alles opslaan), om de wijzigingen op te slaan en klik op OK.
De POI-lijsten worden op die plaats opgeslagen, van waaruit deze geopend werden (bijv. op de harde schijf).
Stap 9 - POI-lijsten overdragen
Klik op Copy POI list (POI-lijst overdragen) en bevestig met OK. De POI-lijsten worden in het geheugen geladen, in de map "OwnPOIs".

Foto's met coördinaten (Geotagging) zijn ook via internet verkrijgbaar.

DataStorage
TravelPilot
...
Navigation
CountryInfo
MapData
OwnPOIs ←
Tour
Photo
Podcast
Video
...
Tochtplanning
Met TPAssist kunt u een eigen tocht met tot 10 bestemmingen aanmaken en bestaande tochten bewerken. Het apparaat gebruikt de tochten uit het geheugen. Daarvoor moeten deze direct in het geheugen worden geladen.
Stap 1 - Apparaat aansluiten
Sluit het apparaat met behulp van een USB-kabel aan op uw computer.
Stap 2 - Tocht laden of aanmaken
Wanneer u in het hoofdmenu de optie Plan Tour (Tocht plannen) heeft gekozen, staan deze opties ter beschikking:
- Lood (Laden):
laad een bestaande tocht van uw computer, om deze te bewerken. Daarvoor wordt u gevraagd, de tocht in het venster "Openen" te selecteren. - of -
- New (Nieuw):
maak een nieuwe tocht met een naam naar uw keuze aan. - Close (Sluiten):
om een tocht te sluiten.
U kunt meerdere tochten laden of nieuw aanmaken en aansluitend bewerken.
Klik op een van de opties, om een tocht te laden of nieuw aan te maken.
Voer een willekeurige naam in voor de tocht. De tochten krijgen de bestandsextensie *.tour.
De tochteditor wordt weergegeven.
Hoe maak ik tochten en hoe breng ik deze in mijn apparaat?

Het apparaat kan maximaal 10 bestemmingen voor een tocht gebruiken.
Stap 3 - Tocht weergeven
In de linker kolom van de tochten-editor worden alle geladen of nieuw aangemaakte tochten weergegeven.
Klik op een tocht, om deze te bewerken.
Stap 4 – Bestemming in lijst opnemen
In de tabel kunt u afzonderlijke bestemmingen toevoegen, verwijderen of hernoemen. De posities worden in coördinaten ingevoerd:
• New entry (Nieuwe invoer):
een regel voor het toevoegen van een nieuwe bestemming. De lege regel wordt achter de laatst ingevoerde bestemming gevoegd.
-of-
• Edit (Bewerken):
een bestemming in de tabel bewerken.
-of-
- Delete (Verwijderen):
knop voor het verwijderen van afzonderlijke of meerdere bestemmingen. Markeer meerdere bestemmingen, door tegelijkertijd de toets Ctrl (PC) resp. 📊 (Mac) in te drukken.
Klik op één van de opties om bestemmingen aan de tocht toe te voegen.
Voer in de tabel voor elke bestemming de coördinaten (lengte- en breedtegraad) en een omschrijving (informatie) in:
- Longitude (Lengte)/Latitude (Breedte): voer de coördinaten met decimalen in (bijv. 51,50939 en -0,11832) of in Graden, Minuten en Seconden (GMS, bijv. 51°30'33.8"N en 0°7'5.95"W).
- Information (Informatie): voer een naam voor de bestemming in.

Stap 5 – POI als bestemming toevoegen
Kies uit een andere POI-lijst de gewenste POI en draag deze over in de tochtenlijst.
De POI-lijst kan zelf zijn aangemaakt of extern zijn betrokken. POI-lijsten met de navolgende bestandsformaten worden ondersteund:
• Google Earth-uitwisselingsformaat *.kml
- Andere Geobestandsformaten: *.xml (Geo), *gpx, *asc, *csv
Klik op de optie Add POI (POI toevoegen) en kies in het venster "openen" de gewenste POI-lijst.
De POI-lijst wordt getoond.
Klik direct in de POI-lijst op een of meerdere POI's van uw keuze.
Markeer meerdere POI's, door tegelijkertijd de toets Ctrl (PC) resp. 📄 (Mac) ingedrukt te houden.
Klik op Add Entries (Invoer toevoegen), om de POI naar de tocht over te dragen.
Stap 6 – Bestemming uit foto's met coördinaten laden (Geotagging)
Wanneer u met de TravelPilot 500 of 700 fotografeert, wordt de locatie van de opnamen in coördinaten met de foto opgeslagen (Geotagging).
Neem de coördinaten over als bestemming voor uw tocht. De coördinaten en de bestandsnaam worden in een regel van de tochtlijst opgenomen.
De foto's kunnen van uw computer of een geheugen- kaart worden geladen.
Klik op de optie Select POI by Photo (POI-foto kiezen), om de foto's met de gewenste coördina- ten te selecteren.
Alleen foto's met coördinaten worden aangebo- den voor de keuze.

Tip:
Foto's met coördinaten (Geotagging) zijn ook via internet verkrijgbaar.
Stap 7 - Tocht optimaliseren
Klik op Optimize Tour (Tocht optimaliseren), om de volgorde van de bestemmingen te optimaliseren.
Er wordt van het kortste traject tussen de bestemmingen uitgegaan.
Stap 8 - Alle tochten opslaan
Klik op Save All (Alles opslaan), om de wijzigingen op te slaan en klik op OK.
De tochten worden op die plaats opgeslagen (bijv. op de harde schijf), van waaruit deze wordt geopend.
Stap 9 - Tochten overdragen
Klik op Copy Tour list (Tochtenlijst overdragen) en bevestig met OK.
De tochten worden in het geheugen geladen, in de map "Tour".

Indien nodig kunt u de navigatiesoftware en wegen- kaart – inclusief de POI's die bij aanschaf van het apparaat waren voorgeïnstalleerd – met TPAssist op een geheugenkaart kopieren en op uw apparaat opnieuw installeren.
Daarvoor heeft u een geheugenkaart nodig met een capaciteit van 8 GB.
Hoe kan ik de navigatiesoftware en wegenkaart in mijn apparaat opnieuw installeren?
Let op:
Elke onderbreking van de installatie kan leiden tot storingen in het apparaat. Daarom:
- Verwijder de geheugenkaart pas na het afronden van de installatie.
- Zorg voor een goede voeding van het apparaat (externe stroombron of voldoende geladen accu).
Stap 1 - Apparaat aansluiten
Sluit het apparaat met behulp van een USB-kabel aan op uw computer.
Stap 2 - Geheugenkaart gebruiken
Plaats de geheugenkaart in het apparaat.
Schakel het apparaat met de aan-/uitschakelaar aan.
De computer herkend het apparaat als kaartlezer.
Stap 3 – Navigatiesoftware en wegenkaart op de geheugenkaart kopieren
Wanneer u in het hoofdmenu de optie Recover device (Apparaat herstellen) heeft gekozen, opent een venster, waarin u het doelstation kunt kiezen.
Kies de mobiele gegevensdrager en bevestig met OK.
De data worden op de geheugenkaart gekopieerd.
Wanneer u het apparaat als kaartlezer gebruikt, verwijdert u de geheugenkaart en maakt u vervolgens het apparaat van uw computer los.
Het apparaat start opnieuw.
Tip:
Alternatief kunt u de data ook met behulp van een kaartlezer op de geheugenkaart zetten.
! Opmerking:
Het programma voert een programmatest uit, om zeker te zijn, dat de passende data voor uw apparaat werden gekopieerd.
Daarvoor moet het apparaat via een USB-kabel op de computer zijn aangesloten.
De procedure kan ook zonder apparaat-test worden voortgezet, indien uw apparaat niet wordt herkend.
Stap 4 -
Navigatiesoftware en wegenkaarten opnieuw installeren
Plaats de geheugenkaart in het apparaat.
Houd de aan-/uitschakelaar langer dan 14 seconden ingedrukt, terwijl u de toets VOL – ingedrukt houdt, totdat de eerste melding op het display verschijnt.
De installatie wordt uitgevoerd.
Na het afsluiten van de installatie verwijdert u de geheugenkaart.
Stap 5 - Na de installatie
Voer in het apparaat de basisinstellingen opnieuw uit.
(Lees hiervoor de handleiding, par. "Basisinstellingen uitvoeren")
Start de navigatie.
Druk op een willkeurige plek op de kaart. De melding "Geen record beschikbaar" wordt weergegeven.
Druk op de knop OK.
De lijst van de beschikbare wegenkaart wordt weergegeven.
Druk in de lijst op de gewenste wegenkaart om deze te selecteren.
Geheugenkaarten
Voor het herstellen van de navigatiesoftware en de wegenkaarten heeft u een geheugenkaart nodig.
Stap 1 - Geheugenkaart voorbereiden
Het apparaat accepteert SD-/SDHC- en MMC-kaarten.
Sluit een standaard kaartlezer of het apparaat aan op uw computer en plaats een geheugenkaart.
Zorg er voor dat de geheugenkaart is geformatteerd in het bestandssysteem FAT 16 of FAT 32:
- Kies daarvoor Verkenner (PC) resp. Finder (Mac).
- Klik met de rechter muisknop op de verwisselbare schijf / het station die/dat nu verschijnt en kies Formatteren > FAT (PC).
- resp. -
- Klik op Programma's > Hulpprogramma's> Schijfhulpprogramma's, selecteer de geheugenkaart en klik op het tabblad Verwijderen. Kies het formaat MS-DOS bestandssysteem en klik op Verwijderen (Mac).
- Volg de aanwijzingen op het beeldscherm.
Stap 2 - Geheugenkaart in het apparaat plaatsen
Schakel het apparaat uit met de aan-/uitschake-laar.
Schuif uw geheugenkaart met de contacten naar voren in de kaartsleuf tot dat kaart inklikt.
Stap 3 - Geheugenkaart uit het apparaat nemen
Duw de geheugenkaart voorzichtig in de sleuf, tot deze ontgrendelt.
De geheugenkaart wordt een klein stukje uit de sleuf geschoven.
Haal de kaart er uit.
Hoe gebruik ik geheugenkaarten met de het apparaat?
! Opmerking:
Gebruik voor toepassingen met TPAssist altijd een lege geheugenkaart. Vanwege veiligheidsredenen kunt u met TPAssist geen bestanden verwijderen. Indien nodig, kunt u de bestanden van uw geheugenkaart verwijderen m.b.v. Verkenner (PC) of Finder (Mac).
Tip:
Geef de geheugenkaart bijvoorbeeld de aanduiding "Herstellen", om het overzicht te houden: voer daarvoor een beschrijving in voor de geheugenkaarten in het formatterenvenster (PC) resp. in het venster "Informatie" (Mac: rechtsklikken op datadrager).
Uitleg: POI-lijsten
U kunt POI-lijsten ook onafhankelijk van TPAssist kopieren, hernoemen en POI-symbolen aanmaken. Stel de POI aan het apparaat ter beschikking, door deze direct in het geheugen of van een geheugenkaart te laden.
POI-lijsten worden door derden aangeboden, bijvoorbeeld via het Internet door POICON (www.poicon.com). POI-lijsten met de navolgende bestandsformaten worden ondersteund:
• Google Earth-uitwisselingsformaat *.kml
- Andere Geobestandsformaten: *.xml (Geo), *gpx, *asc, *csv
Stap 1 - Aan voorwaarden van POI-lijsten voldoen
- De naam van de POI-lijst is: Landafkorting_Categorie1_Categorie2, bijv. "GB_Leisure_Golf.asc". Let ook op de scheiding van landafkorting en categorieën. Gebruik daarvoor een spatie of laag streepje. Alleen dan kan het apparaat de POI later op landen en categorieën sorteren.
- Het bijbehorende POI-symbol draagt dezelfde identificatie als de POI-lijst: Landafkorting_Categorie1_Categorie2, bijv. "GB_Leisure_Golf.bmp".
Andere eisen aan het POI-symbool:
- Afmeting: 22 x 22 pixels
- Kleurmodus: 8 bit kleur (RGB)
- Bestandsformaat: *.bmp (Bitmap)
- De coördinaten voor de POI zijn decimaal of in Graden, Minuten en Seconden (GMS) opgenomen.
Hoe bewerk ik POI-lijsten zonder TPAssist?
! Opmerking:
De volgorde alsmede het aantal categorieën van de POI's moet binnen een lijst gelijk blijven:

flowchart
graph TD
A["GB_Leisure_Golf.asc\nGB_Leisure_Football.asc\nGB_Leisure_Swimming.asc\n[GB_Leisure.asc"]] --> B["GB_Leisure_Golf.asc\nGB_Leisure_Football.asc\nGB_Leisure_Swimming.asc\nGB_Leisure_General.asc"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style_C["Emotion Icon"] --> D["Smiley face"]
style_E["Smiley face"] --> F["Smiling face"]
Stap 2 -
Mapstructuur voor POI-lijsten aanmaken
Om de zorgen dat het apparaat de POI gebruikt, is de volgende mapstructuur in de computer of de geheugenkaart nodig:
Maak een map "OwnPOIs" aan.
Kopieer de gewenste POI-lijsten (alle POI-symbolen) naar de map "OwnPOIs" resp. "Icons".
Stap 3 -
Apparaat aansluiten/geheugenkaart gebruiken
Plaats de geheugenkaart in het apparaat.
De POI's zijn direct beschikbaar.
- of -
Sluit het apparaat met behulp van een USB-kabel aan op uw computer.
De computer herkent het apparaat als datadra- ger/station. Daarvoor moet het apparaat zijn ingeschakeld.
In het geheugen van het apparaat is de map "Own-POIs" al aangemaakt.
Kopieer nu de gewenste POI-lijsten (alle POI-symbolen) naar de map "OwnPOIs" resp. "Icons".
Het apparaat kan daarna weer van de computer worden losgemaakt.

SD/MMC/SDHC

TravelPilot

Navigation

OwnPOIs

GB_Leisure_Golf.asc

GB_Leisure_GeoCach.asc

Icons

GB_Leisure_Golf.bmp

GB_Leisure_GeoCach.bmp

DataStorage

TravelPilot

...

Navigation

CountryInfo

MapData

OwnPOIs

Tour

Photo

Podcast

Video

...
POI en tochten met het apparaat gebruiken
POI's en tochten kunnen vanaf een geheugenkaart of direct vanuit het geheugen worden gebruikt.
In de uitgebreide handleiding op de meegeleverde CD/DVD vindt u de beschrijvingen van alle mogelijke toepassingen van de POI's en tochten:
- Hoe u uw POI als bestemming gebruikt (par. "Bijzondere bestemmingen (POI)")
- Hoe u uw POI in de kaart wel of niet laat weergeven (par. "Werken met de kaart", "Kaart-/navigatie-instellingen")
- Hoe u POI-instructies inschakelt en uitschakelt, zodat u tijdig op uw POI wordt gewezen (par. "Werken met de kaart", "Kaart-/navigatie-instellingen")
- Hoe u uw geplande tochten van een geheugenkaart laadt (par. "Tochtplanning")
- Hoe u uw geplande tocht uit het geheugen kiest (par. "Bestemming/tocht uit bestemming-/tochtgeheugen gebruiken")
Country: Phone: Fax:
Germany (D) 0180-5000225 05121-49 4002
Austria (A) 01-610 39 0 01-610 39 391
Denmark (DK) 44-898 360 44-898 644
Finland (FIN) 09-435 991 09-435 99236
Great Britain (GB) 01-89583 8880 01-89583 8394
Greece (GR) 210 94 27 337 210 94 12 711
Ireland (IRL) 01-46 66 700 01-46 66 706
Italy (I) 02-369 62331 02-369 62464
Luxembourg (L) 40 4078 40 2085
Norway (N) +47 64 87 89 60 +47 64 87 89 02
Portugal (P) 2185 00144 2185 00165
Spain (E) 902 52 77 70 91 410 4078
Sweden (S) 08-7501850 08-7501810
Switzerland (CH) 01-8471644 01-8471650
Czech. Rep. (CZ) 02-6130 0446 02-6130 0514
Hungary (H) 76 511 803 76 511 809
Poland (PL) 0800-118922 022-8771260
Turkey (TR) 0212-335 07 23 0212-346 00 40
http://www.blaupunkt.com