SCC 2400 - Autoradio GRUNDIG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SCC 2400 GRUNDIG in PDF-formaat.
| Type product | Autoradio |
| Merk | Grundig |
| Model | SCC 2400 |
| Stroomvoorziening | 12 V DC (autoaccu) |
| Uitgangsvermogen | 2 x 12 W (muziekvermogen) |
| Radiofrequenties | FM (3 geheugenniveaus), AM (1 geheugenniveau) |
| Cassettespeler | Ja, voor chroomdioxide (CR)-cassettes |
| Afneembaar bedieningspaneel | Ja, diefstalbeveiliging |
| RDS | Ja, met alternatieve frequenties (AF) en verkeersmeldingen (TP) |
| Luidsprekerimpedantie | 4 Ω |
| Zekering | Plat 10 A / DIN 72 581 |
| Aansluitingen | Antenne (75-150 Ω), luidsprekers (voor/achter), telefoon-mute, +12 V (continu, schakel, ontsteking), massa, dashboardverlichting |
| Afmetingen (bij benadering) | 178 x 50 x 160 mm (breedte x hoogte x diepte) |
| Gewicht (bij benadering) | 1,0 kg |
| Inhoud verpakking | 1 autoradio, etui voor bedieningspaneel, gebruiksaanwijzing, inbouwframe, 2 demontagebeugels |
| Reiniging | Zachte, antistatische doek; geen glans- of reinigingsmiddelen |
| Veiligheid | Volume niet te hoog; laser klasse 1; verkeersmeldingen kunnen harder zijn |
Veelgestelde vragen - SCC 2400 GRUNDIG
Gebruikersvragen over SCC 2400 GRUNDIG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCC 2400 - GRUNDIG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCC 2400 van het merk GRUNDIG.
GEBRUIKSAANWIJZING SCC 2400 GRUNDIG
Inhoud van de verpakking
4 Aanwijzingen en veiligheid
5 In een oogopslag
Bedieningselementen Aanduiding
6 Basisfuncties
In- en uitschakelen Volume- en geluidsinstellingen
7 Radio-mode (tuner)
Programmabron RADIO kiezen Ontvangst verkeersmeldingen (Traffic Program) activeren Alternatieve frequenties (AF) RDS-programma's met zenderzoekloop instellen Manueel naar een zender zoeken Zenders op stationtoetsen opslaan Opgeslagen zenders selecteren
10 CD (DISC)-mode SCD 2490 RDS
Programmabron CD kiezen Titel kiezen of herhalen Vooruit- en terugspoelen Verkeersmeldingen CD-mode beeindigen CD uitschuiven
Programmabron TAPE kiezen Functies bandaandrijving
12 In- en uitbouwen
Inbouwframe en toestel inbouwen Antenne aansluiten Zekering Stroomvoorziening Luidsprekers
14 Informatie
Voorwaarden radio-ontvangst Onderhoud Technische gegevens Verhelpen van storingen GRUNDIG ServiceNieuwe lijst
Inhoud van de verpakking

1 Car Radio
2 Etui voor afneembare bedieningseenheid (CD-toestel)
3 Gebruiksaanwijzing
4 Inbouwframe
5 Twee demontagebeugels
Milieuvriendelijke maatregel van GRUNDIG
GRUNDIG heeft voor de verpakking van het toestel nergens van plastic gebruik gemaakt. De verpakking bestaat in zijn geheel uit karton of papier en kan gerecycled worden.
Bedieningseenheid afnemen en in werking stellen
U kunt de bedieningseenheid verwijderen (CD-toestel). Nadat het front eraf is genomen, heeft het toestel voor anderen geen waarde meer. Indien u de bedieningseenheid verwijderd terwijl het toestel aanstaat, schakelt het zich uit zichzelf uit.
Druk op » bovenaan links op het toestel. De bedieningseenheid wordt ontgrendeld en kan eraf genomen worden.

Bewaar de bedieningseenheid altijd in het etui. Mocht u hem verliezen, dan is het mogelijk om na aantoning van eigendomsbewijs en aan kosten gebonden een nieuwe bedieningseenheid in uw bezit te krijgen. Neem hiervoor contact op met de speciaalzaak.
Wanneer u het toestel opnieuw wilt gebruiken, drukt u de bedieningseenheid in de uitdieping tot het vastklikt.
Verbinding met autotelefoon
Het is mogelijk om uw toestel met een autotelefoon of zendontvangapparaat te verbinden. Terwijl u belt of luistert, wordt het toestel geluidloos. Op het display verschijnt »TEL CALL«.
TEL CALL
AANWIJZINGEN EN VEILIGHEID
Toestel inbouwen
Wij raden u aan het toestel door een specialist te laten monteren. Dit garandeert een onberispelijke werking van het toestel. De werkwijze die u bij het inbouwen moet hanteren vindt u op pagina 12 en verder.
Verkeersveiligheid
Het is in uw eigen belang dat u de handleiding grondig doorleest en met de verschillende functies van uw toestel oefent, vóórdat u de radio voor de eerste keer tijdens het autorijden gebruikt.
Een te hoog volume kan uzelf en andere verkeersdeelnemers in gevaarlijke situaties brengen. Stel het volume daarom altijd zo af dat omringende verkeersgeluiden (claxons, ambulances, politiewagens enz.) nog te horen zijn. U regelt het volume met de draaiknop »SOUND«.
Verkeersmeldingen kunnen in vergelijking met de normale weergave duidelijk harder doorkomen.
Op multimedia-cd's zijn naast audiotracks ook gegevenstracks vastgelegd. Wanneer u een dergelijke cd tegen de waarschuwingen in desondanks afspeelt, kan dit zulke harde geluiden tot gevolg hebben dat ze u en anderen in een verkeersgevaarlijke situatie brengen. Bovendien kunnen hierdoor uitgangstrappen en luidsprekers beschadigd raken.
Laser
Aan de onderkant van uw toestel vindt u een plaatje met het opschrift CLASS 1 LASER PRODUCT. Dit betekent dat de ingebouwde laser op grond van zijn technische constructie van zichzelf veilig is. Zo kan de maximaal toegestane uitstralingswaarde nooit overschreden worden.
IN EEN OOGOPSLAG
Bedieningselementen

Algemeen
Aan/uit.
SOUND Klankinstelling
FADER (SCD 2490), BASS,
TREBLE, BALANCE.
Draaiknop voor volume.
SOURCE/ Keuze uit de programma- AM (SCC 2400) bronnen RADIO, CD Cassette.
Keuzetoetsen vooruit-/terugspoelen.
Ontgrendeling bedienings-eenheid.
Radio-mode
RADIO/ Programmabron RADIO, FM (SCC 2400) keuze van golflengte (FM, AM).
Zenderkeuze, manuele frequentie-instelling.
TP Ontvangst verkeersmeldingen activeren.
AF Instelling alternatieve frequenties.
1 - 6 Stationtoetsen voor het opslaan van verschillende programmatypes en zenders.
CD/Cassette-mode
Keuze cd-titel, cd/cassette vooruiten terugspoelen.
▲ Eject, uitwerp van de CD/CC.
Display

Display programmabronnen (RADIO, CD) en instellingen
bijv. FM 11 FM-golflengte (1-3).
bijv.FM 8750 FM-golflengte, frequentie.
bijv. RM AM-golflengte.
bijv. BLF Zendernaam.
bijv. DISC CD-functie.
bijv. TAPE CC-functie (SCC 2400).
Symbolen en tekens
TP Ontvangst verkeersmeldingen geactiveerd.
RF Alternatieve frequenties geactiveerd.
Geheugenplaats van de geselecteerde zender op de stationtoetsen »1«, »2«, »3«, »4«, »5«, »6«.
BASISFUNCTIONS
In- en uitschakelen

1 In- en uitschakelen met »I●«.
Aanwijzing:
Wordt het toestel met een ingeschakeld contact in werking gezet, dan wordt het automatisch met het contact uit- en weer aangezet. Voorwaarde hiervoor is dat het contact A 4 op klem 15 van het voertuig aangesloten is (zie pagina 13).
Voorzichtig:
Wanneer de radio wordt ingeschakeld, schuift de automatische antenne uit! Voordat u bijv. een autowasserette inrijdt, altijd het toestel uitzetten!
Volume- en geluidsinstellingen
Volume instellen
1 Aan de draaiknop »SOUND« draaien. - Op het display verschijnt de ingestelde volumewaarde (schaal »□□« tot » □□□«).

Klankinstellingen
Voor FADER, BASS, TREBLE, BALANCE geldt:
Functie selecteren door een keer of meerdere keren op »SOUND« te drukken.
- Met BASS wordt de bass-instelling veranderd (schaal »- 10« tot » 10«).

- Met FADER kunt u de volumeverdeling tussen de voorste (Front) en achterste (Rear) luidsprekergroep regelen (SCD 2490).

- BALANCE regelt de luidsprekerverhouding tussen de luidsprekers links en rechts.

2 Nadat u de functie hebt gekozen, wordt de instelling met de draaiknop »SOUND« uitgevoerd.
- Display: bassen bijv. met »□□« verhogen.

3 Wanneer u de functie wilt beëindigen, moet u net zolang op »SOUND« drukken, totdat op het display de ingestelde zender weer verschijnt.

Aanwijzing:
Na ca. zes seconden springt de gekozen klankfunctie (VOLUME, BALANCE, BASS, TREBLE, FADER) automatisch terug.
RADIO-MODE (TUNER)
Programmabron RADIO kiezen

1 Het toestel met »|●« inschakelen.
- Als het toestel uitgeschakeld werd terwijl het in de radio-mode stond, krijgt u de laatst gekozen zender te horen.

2 In de cd-mode schakelt het toestel naar radio- ontvangst over wanneer op »RADIO« wordt gedrukt.
- De zender die u het laatst had geselecteerd, is te horen.
3 In CD-mode kan, indien gewenst, ook met »SOURCE« naar RADIO-mode overgeschakeld worden.
of: Cassettespeler
1 Bij het gebruik van de cassettespeler schakelt het toestel bij het uitwerpen van de cassette automatisch op de laatst beluisterde zender.
Golflengte kiezen (CD-toestel)
1 FM (ultrakortegolf)-golflengte: »RADIO« net zolang kort indrukken, tot u de gewenste golflengte heeft gevonden.
- Display: »FM |«, »FM |« of »FM |«.

2 AM-golflengte: »RADIO« net zolang kort indrukken, tot op het display »R11« en de actuele frequentie verschijnen.

Aanwijzingen:
Tussen de lange golf en de middengolf hoeft niet overgeschakeld te worden, aangezien deze samen als één golflengte beschouwd worden.
of: Cassettespeler
1 FM (UKW)-bereik: »FM« telkens kort indrukken tot het gewenste FM-geheugenniveau ingesteld wordt.
2 AM-bereik: »AM« telkens kort indrukken tot het gewenste AM-geheugenniveau ingesteld wordt.
Wanneer u de golflengte heeft geselecteerd, is de zender te horen die u op deze golflengte het laatst had ingesteld. Ook na een opnieuw inschakelen is de laatst ingestelde programmabron te horen; in de RADIO-mode is de laatst beluisterde zender op de gekozen golflengte te horen (Last Station Memory-Funktion).
Ontvangst verkeersmeldingen (Traffic Program) activeren
TP in- en uitschakelen
1 U activeert de Traffic Program-functie door een keer kort op »TP« te drukken.
- Ontvangst geactiveerd. Display: »TP«.
TP
Aanwijzingen:
Worden op de zender die u heeft ingesteld geen verkeersmeldingen uitgezonden, dan gaat er automatisch een zoekloop van start naar de eerstvolgende zender met verkeersmeldingen.
Als TP geactiveerd is, wordt eveneens de cd-mode door verkeersmeldingen onderbroken.
RADIO-MODE (TUNER)
2 TP deactiveren doet u door een keer kort op »TP« te drukken.
- Ontvangst gedeactiveerd.
- Op het display gaat »TP« uit.
3 Wilt u dat uitsluitend verkeersmeldingen doorgegeven worden, dan activeert u de Traffic-Program-functie met »TP« waarna u de draaiknop »SOUND« op nul draait.
VOL 00
Alternatieve frequenties (AF)
Luistert u naar een RDS (Radio-Data-System)-programma dat door meerdere zenders op verschillende frequenties uitgezonden wordt, dan zoekt de autoradio automatisch naar de frequentie met de beste ontvangst. De AF-functie is bij aflevering van het toestel geactiveerd.
Aanwijzing:
In een zeer slecht ontvangstgebied kunt u het als storend ervaren wanneer er voortdurend automatisch naar een alternatieve frequentie wordt gezocht. In dat geval kan de AF-functie uitgeschakeld worden.
AF-functie uit- en inschakelen
1 »AF« net zolang indrukken tot u een toon hoort.
- De functie is uitgeschakeld.
- Op het display verdwijnt het »FF« -teken.
2 Als u de functie weer wilt inschakelen, herhaalt u deze werkwijze.
- Op het display verschijnt het »RF« -teken.
Aanwijzing:
De AF-functie kan alleen bij zenders in- en uitgeschakeld worden die een RDS-signaal uitzenden.

Er zijn drie mogelijkheden om naar een zender te zoeken: u maakt gebruik van de RDS (Radio-Data-System)-zoekloop of u zoekt manueel naar een zender.
RDS-programma's met zenderzoekloop instellen
1 Met »RADIO« de golflengte kiezen.
- Display: »FM «, »FM «, »FM « of »FM«.

2 De zoekloop in de door u gewenste richting starten door kort op »« of »« te drukken.
3 Wordt een zender met een naamkarakteristiek als zodanig geïdentificeerd, dan verschijnt de naam op het display.
RADIO N1
Aanwijzingen:
Hoe u te werk moet gaan als u de ingestelde zender op een van de stationtoetsen op wilt slaan, is te vinden op pagina 9.
De zoekloop op FM-golflengte werkt met twee gevoeligheidsniveaus. Tijdens de eerste doorloop wordt naar zenders met hoge veldsterkte (regionale zenders) gezocht en tijdens de tweede doorloop wordt naar zenders met een lage veldsterkte (interlokale ontvangst) gezocht.
RADIO-MODE (TUNER)
Manueel zenders zoeken
1 Met »RADIO« de golflengte kiezen.
- Display: »F M | «, »F M | «, »F M | « of »F M | «, »F M | «.

- De manuele zoekfunctie is ingeschakeld.

3 Door steeds weer op »« of »« te drukken, wordt de schakelvoortgang versneld. Door één druk op de »«-toets gaat de frequentie op FM-golflengte met 50 kHz omhoog. Met »« gaat de frequentie met dezelfde waarde omlaag.
Aanwijzing:
Hoe u te werk moet gaan als u de ingestelde zender op een van de stationtoetsen op wilt slaan, is te vinden op pagina 9.
4 Kort »RADIO« indrukken (Cassette: »FM«, »AM«).
- De zoekfunctie wordt beeindigd.
Zenders op stationtoetsen opslaan
Aan de stationtoetsen »1«, »2«, »3«, »4«, »5«, »6« kunnen op elk niveau van de FM-golflengte (1-3) 6 geheugenplaatsen toegewezen worden. Voor de FM-golflengte heeft u dus de beschikking over in totaal 18 geheugenplaatsen.
1 Met »RADIO« de golflengte kiezen.

2 Met de RDS-zenderzoekloop of manueel de gewenste zender instellen.
3 Om een zender op te slaan net zolang op »1«, »2«, »3«, »4«, »5« of »6« drukken tot u een toon hoort.
- De zender is opgeslagen.
Opgeslagen zenders selecteren
1 Met »RADIO« de golflengte kiezen, bijv. »FM || «.
2 Kort op »1«, »2«, »3«, »4«, »5« of »6« drukken.
- Te horen is de opgeslagen zender, bijv. »ENERGY«.
ENERGY
Programmabron CD kiezen
1 CD in de cd-lade schuiven.
- Display: kort »[ ]«, vervolgens »TOI 00 00« indrukken;

of
2 wanneer het toestel in RADIO-mode staat of indien er reeds een cd is geplaatst: »SOURCE« indrukken.
- Display springt naar de volgende titel.

2 » ◀« indrukken.
- Display springt naar de vorige titel of herhaalt de actuele titel.
3 » « of » « zo vaak kort indrukken tot op het display het nummer van de gewenste titel verschijnt.

Vooruit- en terugspoelen

1 Om vooruit te spoelen »▶« indrukken en ingedrukt houden.
2 Om achteruit te spoelen »« indrukken en ingedrukt houden.
Verkeersmeldingen
1 U activeert de ontvangst van verkeersmeldingen door kort op »TP« te drukken.
- Op het display verschijnt »TP«.

2 U deactiveert de functie door kort op »TP« te drukken.
- »TP« verdwijnt op het display.
CD-mode beeindigen
- De radio staat aan.
Aanwijzing:
Met »SOURCE« kunt te allen tijde heen en weer schakelen tussen CD- en RADIO-mode.
CD uitschuiven
1 Kort » ▲« indrukken.
- De cd wordt eruit geschoven.
Aanwijzing:
Wordt de eruit geschoven cd er niet binnen zes seconden uitgenomen, dan gaat de lade om veiligheidsredenen weer dicht.
10 NEDERLANDS
Programmabron TAPE kiezen
1 Cassette in het cassettevak plaatsen. - Display: »TRAPE«.

Functies bandaandrijving
Cassette omdraaien
1 »« en »« tegelijkertijd lichtjes indrukken. - Display: »TAPE ▲« schakelt over naar »TAPE ▼« en andersom.

Snel vooruit- en terugspoelen
1 » «« of »»» indrukken, tot de toets inklikt.
2 Wanneer het vooruit- of terugspoelen af wilt breken, drukt u zacht op de toets die naar voren gedrukt staat.
Cassette-mode beeindigen
1 »▲« helemaal indrukken.
- Het cassettevak gaat open.
Aanwijzingen:
Voordat u het toestel uitzet, de cassette er altijd met »« uitnemen. Dit komt de cassette ten goede.
Alleen chroomdioxide (CR)-cassettes gebruiken.
De weergave wordt voor verkeersinformatie onderbroken als de ontvangst verkeersmeldingen is geactiveerd. Om deze functie te deactiveren, drukt u kort op »TP«.
IN- EN UITBOUWEN
Inbouwframe en toestel inbouwen, antenne aansluiten
U kunt bij uw speciaalzaak terecht met vragen over het benodigde inbouwmateriaal en ander toebehoren.
1 Inbouwframe b in de daarvoor bestemde opening a van het voertuig zetten (afbeelding 1). De afbeeldingen vindt u op pagina 13.
2 Het hangt van het type voertuig af of u de bevestigingsklepjes c om de opening a kunt buigen (afbeelding 1).
3 Het toestel in het inbouwframe b schuiven tot het niet meer verder kan. U hoort een klik als het toestel er goed inzit.
Aanwijzing:
Typisch voor dit toestel is dat het over een groot vermogen beschikt. Dit veroorzaakt tijdens het gebruik een sterke verhitting. Er mogen daarom geen kabels of andere onderdelen tegen het toestel aanliggen. Indien de isolatie smelt, bestaat gevaar voor kortsluiting of brand!
4 Als u het toestel eruit wilt nemen, dient u beide demontagebeugels d tot het eind in de openingen van de klep te schuiven (afbeelding 5).
5 Beide beugels naar buiten drukken en het toestel er langzaam uittrekken (afbeelding 5).
Voor het toestel moeten antennes worden gebruikt met 75 Ω tot 150 Ω-impedantie. Verlenging van de antennekabel, bijv. bij montage achteraf, kan de ontvangst belemmeren. Indien nodig een antenneadapter gebruiken (afbeelding 2).
1 Antenneadapter of antennekabel in de plastic clip vastzetten (afbeelding 2 en 3).
Zekering
Platte zekering 10 A/DIN 72 581 - bezet (afbeelding 4).
Stroomtoevoer
Meetcontacten A (afbeelding 4, pagina 13):
A 8 Massa-aansluiting (doorsnede minstens 2,5 mm² voor plus- en massakabel). Op klem 31 (massa) van het voertuig aansluiten.
A7 Aansluiting voor +12 V werkspanning (doorsnede minstens 2,5 mm² voor plusen massakabel). Op klem 30 (continuplus) van het voertuig aansluiten.
A 6 Aansluiting voor dashboardverlichting. Is A 6 op klem 58 van het voertuig aangesloten, dan kan de verlichting van het toestel (met ingeschakeld rijlicht) met de regelaar van de dashboardverlichting ingesteld worden.
A 5 +12 V uitgang schakelspanning (max. 0,5 A). De schakelspanning is, wanneer het toestel aanstaat, op meetcontact A 5 aangesloten en verzorgt het in- en uitschuiven van de automatische antenne, de werkspanning voor de antenneversterker enz.
A 4 Aansluiting voor +12 V ontstekingsspanning. Op klem 15 van het voertuig aansluiten, indien het toestel met het contact in- en uitgeschakeld moet worden.
Aanwijzing:
De aansluiting A 4 kan ook onbezet blijven. In dit geval moet de radio altijd met »I« aan- en uitgezet worden.
A 2 Aansluiting Phone-Mute. Wanneer u een aangesloten autotelefoon of zendontvang-apparaat gebruikt, wordt het geluid afgezet en verschijnt er op het display "TEL CALL".
Aanwijzing:
A 2 moet van de Mute-uitgang van de telefoon/zendontvangers tegen massa omgeschakeld worden.
IN- EN UITBOUWEN.
Luidsprekers
Meetcontacten B (afbeelding 4). Maximaal uitgangsvermogen aan 4 Ω-luidsprekers: SCD 2490:
4 × 22 W/4 × 44 W muziekvermogen.
SCC 2400:
2 x 12 W muziekvermogen.
Luidsprekers voor Luidsprekers achter
SCD 2490/ SCD 2490
SCC 2400
De luidsprekeraansluitingen niet elektrisch met elkaar verbinden en niet tegen massa schakelen! Dit kan het toestel blijvend beschadigen.




INFORMATIE
Voorwaarden radio-ontvangst
Tijdens het rijden doen zich op de ultrakortegolf voortdurend veranderingen van de ontvangstvoorwaarden voor. Bergen, gebouwen of bruggen kunnen een negatieve uitwerking op de ontvangst hebben. Hiervan is vooral sprake wanneer u ver van de zender verwijderd bent.
RDS is een informatiesysteem waarvan de signalen door de meeste ultrakortegolfzenders uitgezonden worden. Wanneer een RDS-programma wordt beluisterd, verschijnt de naam van het programma in de vorm van een afkorting op het display, bijv. »ANTENNE«. Een RDS-programma wordt door meerdere zenders met verschillende frequenties (alternatieve frequenties) uitgezonden. Is er een RDS-programma geselecteerd, dan zoekt het toestel automatisch naar de alternatieve frequentie met de beste ontvangst, voor zover beschikbaar.
Met behulp van de EON-functie kan naar verkeersmeldingen worden geluisterd terwijl een RDS-programma is ingesteld dat geen eigen verkeersinformatie uitzendt. Dit gaat echter alleen wanneer de radio-omroep die het ingestelde RDS-programma met EON uitzendt, een ander RDS-programma met verkeersinformatie aanbiedt. Tevens moet de functie ontvangst verkeersmeldingen (TP) geactiveerd zijn.
Onderhoud
De frontzijde van het toestel uitsluitend met zachte, stofhoudende en antistatische doeken reinigen. Glans- en reinigingsmiddelen kunnen het oppervlak van de frontzijde beschadigen.
Technische gegevens

Het toestel voldoet aan de EMV-normen (EG-richtlijn 89/336 EEG, 92/31 EEG en 93/68
EEG) conform EN 55013 en EN 55020.
INFORMATIE
Verhelpen van storingen
Als er een storing optreedt, lees dan eerst deze aanwijzingen voordat u het apparaat laat repareren.
Wanneer het u desondanks niet lukt het probleem te verhelpen, neemt u contact op met de speciaalzaak.
Probeer nooit het toestel zelf te repareren. Hierdoor komt de garantie te vervallen.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Verhelpen |
| Toestel gaat niet aan | Bedieningseenheid is er niet goed ingezetAan/uit-toets is te kort ingedrukt | Bedieningseenheid er nog een keer inzettenAan/uit-toets langer ingedrukt houden |
| Slechte radio-ontvangst | Gebied met slechte ontvangstvoorwaarden | Gebied verlaten |
| Steeds terugkerende onderbreking van de radio-ontvangst | AF-functie werkt in een slecht ontvangstgebied | AF-functie deactiveren |
| Niet alle luidsprekers functioneren | Foutieve BALANCE- en FADER-instellingen (SCD 2490) | Instellingen controleren en eventueel wijzigen |
| CD-speler functioneert niet | CD is vuilToestel zit niet goed in het dashboard vastToestel is te heet (temperatuur hoger dan 70°C) | CD met een zachte pluisvrije doek schoonmaken. Geen reinigingsmiddel gebruikenToestel goed bevestigenVolume terugdraaien |
| Error 1 | Probleem met het CD-mechanisme | Toets »« indrukken. |
| Error 2 | Weergavefout: | |
| Vervuilde CD | CD reinigen en volgens de voorschriften inleggen | |
| CD is met de verkeerde zijde ingelegd | CD met het opschrift naar boven inleggen | |
| CD is gekrast | Andere CD inleggen | |
| Op de CD bevinden zich gegevens die het toestel niet kan lezen | Andere CD inleggen |
